CConstaterende datNoardeast-Fryslân
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Nota van zienswijzen Blije Mieddyk 3

It Beslút 5 maart 2026, gemeente Noardeast-FryslânBij agendapunt: Vaststellen TAM-IMRO plan ‘Blije – Mieddyk 3’2.204 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Behoort bij besluit raad Noardeast-Fryslân d.d. 5 maart 2026:

REACTIENOTA ZIENSWIJZEN

TAM-IMRO PLAN ‘Blije – Mieddyk 3’

1

Signed By: S. Kooistra 06/03/2026 10:45:58 +01:00 ID: 92d3ac18-b480-442e-9383-0fa68d85b78c Auth: Scribble

Zienswijze TAM-IMRO plan ‘Blije – Mieddyk 3’ Van 24 december 2025 tot en met 3 februari 2026 heeft ter inzage gelegen het ontwerp TAM-IMRO plan ‘Blije – Mieddyk 3’ (NL.IMRO.1970.TAMopBlMieddyk3-ON01). Gedurende deze termijn is een ieder de gelegenheid gegeven zijn of haar zienswijze kenbaar te maken. Van deze gelegenheid is gebruik gemaakt door: 1.

De heer X, Farrebuorren X te Blije; ingekomen op 12 januari 2026.

De ingekomen zienswijze is ingediend tijdens de terinzagelegging van het ontwerp TAM-IMRO plan. De zienswijze is meegenomen in de behandeling. In het navolgende verslag is de zienswijze per onderdeel weergegeven en van een reactie voorzien. Nummer

Zienswijze

Antwoord

1a

Reclamant stelt dat er in de onderbouwing ten onrechte gesproken wordt over een ‘braakliggend’ perceel. Het perceel zou in praktijk zijn ingericht als tuin en worden bewoond.

Het perceel dat thans is aangewezen voor de bestemming ‘Wonen-4’, heeft na de sloop van de voormalige boerderij enkele jaren braak gelegen. Er is vervolgens in 2024 een omgevingsvergunning voor het bouwen van een woning verleend. Op dit moment wordt er een ruimtelijke procedure gevoerd voor het wijzigen van het omgevingsplan, om het verschuiven van het bestemmingsvlak ‘Wonen – 4’ mogelijk te maken. Vooruitlopend op de inwerkingtreding van het TAM-IMRO plan en de op basis daarvan te verlenen omgevingsvergunning, heeft de initiatiefnemer een tijdelijke woonunit geplaatst.

1b

De bestaande situatie zou onjuist zijn. Het ‘braakliggende perceel’ zou bewoond zijn en de gronden waar de woning is bedacht, is in gebruik als agrarische gronden.

Gelet op bovenstaande reactie, kan aangegeven worden dat het enerzijds gaat om gronden waar tot 2015 een boerderij heeft gestaan en waar in 2024 een omgevingsvergunning voor het realiseren van een woning voor is afgegeven en anderzijds om agrarische gronden waarop de bouw van een woning is bedacht. De agrarische gronden, kadastraal bekend als gemeente Blije, sectie H, perceelnrs. 637 en 1049, die als grasland gebruikt werden door melkveehouderij Malda zijn door de heer Kingma aangekocht en zullen als paardenweide dienst gaan doen.

In tekst het woord ‘braakliggend’ verwijderen

1c

Artikel 2.6 van de Provinciale omgevingsverordening stelt dat in principe geen nieuwe bouw- en gebruiksmogelijkheden mogen worden opgenomen voor nieuwe stedelijke functies. Op grond van

De woning is op een afstand van 20 meter van het bestaande bouwvlak bedacht en de gemeente herkent zich niet in de stelling dat de woning niet zou passen in de Cultuurhistorische kaart Fryslân. Deze kaart geeft aan welke cultuurhistorische elementen en structuren van betekenis zijn, en staat puntsgewijze verdichting langs dijken voor. De realisatie van een woning op de beoogde locatie past binnen deze structuur. Langs de Mieddyk, en in het verlengde daarvan de Miedwei, zijn er immers

Geen aanpassingen

2

Aanpassing plan In tekst het woord ‘braakliggend’ verwijderen. Gaat om gronden waar voorheen een boerderij stond.

1c

artikel 2.26 kan buiten het bestaand stedelijk gebied een nieuwe woning op een solitaire locatie in een omgevingsplan worden opgenomen, ter vervanging van een bestaande woning op een vergelijkbare locatie binnen de gemeente. Naar de mening van de reclamant is de locatie niet vergelijkbaar, nu de oude locatie geclusterd is met de Mieddyk 5 en niet vrijstaand in het open kwelderlandschap. Daarbij wordt verwezen naar de cultuurhistorische kaart Fryslân over clustering op oevers en langs dijken. Voorts zou er in het plan gesproken worden over het bestaande bouwperceel en daarmee zou er sprake zijn van zuinig ruimtegebruik. Volgens reclamant zal er een nieuw bouwperceel worden gebruikt en wordt er geen gebruik gemaakt van het bestaande bouwperceel. Op grond van artikel 2.52 van de Omgevingsverordening gelden er beperkingen voor Weidevogelkansgebieden. Op grond van artikel 2.53 kan er van deze regels worden afgeweken, mits er gemotiveerd kan worden dat er sprake is van een openbaar belang en er een alternatieventoets heeft plaatsgevonden. Er zou geen sprake zijn van openbaar belang en er zou niet zijn voldaan aan de alternatieventoets.

meer ‘punten’ met bebouwing op enige afstand van de dijk. Kijk naar de nabij gelegen Mieddyk 7 en de Miedwei 3. Er is derhalve sprake van het plaatsen van een woning op een vergelijkbare locatie. Ten aanzien van de stelling dat er geen gebruik gemaakt zou worden van het bestaande bouwperceel, kan worden gesteld dat in artikel 2.3 van de provinciale omgevingsverordening wordt aangegeven dat in geval van nieuwe functies buiten bestaand stedelijk gebied er een onderbouwing van het principe van zuinig- en meervoudig ruimtegebruik dient plaats te vinden. In het TAM-IMRO plan wordt aangegeven dat er in casu geen sprake is van een nieuwe functie, maar van het verplaatsen van een bestaand bouwperceel. Er is daarmee dus geen verplichting voor meervoudig gebruik, maar evengoed wordt er wel ingezet op het versterken van de biodiversiteit .

Wat betreft de stelling dat niet voldaan is aan de eisen van artikel 2.52 van de omgevingsverordening, kan worden volstaan met het verwijzen naar het TAM-IMRO plan, waarin gemotiveerd is aangegeven dat er sprake is van een ‘openbaar belang’. Er heeft over dit onderwerp overleg plaatsgevonden met de provincie en de provincie heeft aangegeven zich te kunnen vinden in deze motivering. De alternatieventoets is met name van belang als er daadwerkelijk sprake is van het verstoren van weidevogels. In dat geval dient er kritisch gekeken te worden naar alternatieven en naar mitigerende maatregelen. De Mieddyk 3 en de aangrenzende percelen kadastraal bekend als gemeente Blije, sectie H, nrs. 637, 638 en 1049 zijn in eigendom bij de initiatiefnemer. De woning zou op perceel 638 kunnen worden gerealiseerd, maar nu er op deze gronden al jaren geen weidevogels aangetroffen en de verschuiving van de woning derhalve geen negatief effect op het Weidevogelkansgebied zal hebben, is er geen aanleiding om voor dat alternatief te kiezen.

3

Geen aanpassingen

1d

1e

In het ontwerpplan is aangegeven dat op basis van de actuele nazorgkaart en contact met de Fugelwacht Hallum, Marrum, Ferwert, Blije e.o. geconcludeerd kan worden dat de potentiële natuurwaarde relatief laag is. De reclamant geeft aan zelf contact te hebben opgenomen met de nazorgcoördinator van de Fugelwacht. Deze nazorgcoördinator zou hebben verklaard dat er geen nazorgers actief zouden zijn op deze locatie. Tevens zou een deel van de gronden vallen onder het toezicht van Fugelwacht Burdaard. Ten slotte wordt er ook verwezen naar een omgevingsvergunning uit 2017, waarin is aangegeven dat er broedende weidevogels aanwezig zouden kunnen zijn. De reclamant stelt dat er geen braakliggend grasveld is, maar een grasakker waar regelmatig gemaaid en gemest wordt. Het bouwen van een woning is wel hinderlijk.

Naar aanleiding van de verklaring van de nazorgcoördinator van Fugelwacht Hallum, Marrum, Ferwert, Blije e.o. is er contact opgenomen met nazorgers van de Fugelwacht Hallum, Marrum, Ferwert, Blije e.o. Men heeft aangegeven er op de percelen rondom de Mieddyk 3 al jaren geen weidevogels, noch eieren zijn aangetroffen. Er is daarom ook geen sprake van actieve nazorg ter plaatse. Weidevogels blijken hun nesten op geruime afstand van bebouwing te realiseren. Als verklaring hiervoor wordt gewezen op de rol van geluid en licht afkomstig van gebouwen en predatie. Naast roofvogels en vossen, blijken ook huisdieren een aandeel in de predatie van weidevogels. De door reclamant genoemde omgevingsvergunning betreft het plaatsen van een mestzak op het perceel Mieddyk 6 te Blije, een perceel op een afstand van ca. 1,3 kilometer van de Mieddyk 3. Waar de Mieddyk 3 zich aan de rand van het Weidevogelkansgebied bevindt, grotendeels binnen de verstoringsafstanden van bestaande woningen, ligt de Mieddyk 6 dieper in het gebied, waar geluid en licht van bebouwing en wegen minder storend aanwezig zijn.

De percelen 637 en 1049 zijn aangekocht van melkveehouderij Malta en thans als grasland in gebruik. De initiatiefnemer zal deze gronden gaan gebruiken voor het weiden van paarden. Door te stoppen met bemesten zal er automatisch verzuring van de gronden optreden, waardoor er meer variatie in de flora zal ontstaan. Dit zal de biodiversiteit ten goede komen. Wat betreft de verstoring door de woning, wijzen we op het feit dat er op het perceel 638 reeds een woning gebouwd mocht worden. Er is dus reeds sprake van een verstoringscirkel van de vergunde woning, deze schuift ten gevolge van dit plan slechts 20 meter op. Deze nieuwe verstoringscirkel valt vervolgens weer voor een groot deel binnen de verstoringscirkels van de woningen aan de Farrebuorren (300 meter).

4

Geen aanpassingen

De impact is derhalve beperkt (ca. 1790 m2). Er is voorafgaand aan de terinzagelegging over dit aspect contact geweest met de provincie en de provincie kan zich vinden in de motivering opgenomen in het TAM-IMRO plan. 1f

Het plan zou geen rekening houden met het feit dat Farrebuorren een terp is.

De reclamant toont een cultuurhistorische waardenkaart met boerderijplaatsen. De onderhavige locatie maakt geen deel uit van de terp en de bouw van de woning heeft dan ook geen negatief effect op de terp.

Geen aanpassingen

1g

Er zou naar de mening van de reclamant geen gebruik mogen

Met de wijziging van het Besluit elektronische publicaties is geregeld dat bestuursorganen ook in 2025 nog gebruik mochten maken van de Tijdelijke

Geen aanpassingen

5

1h

worden gemaakt van een TAM-IMRO plan, nu er voor 31 december 2024 geen ontwerp was ingediend. Naar de mening van reclamant zal een wijziging van de bestemming van ‘Wonen-4’ naar ‘Agrarisch en het toepassen van een kruidenmengsel de gronden niet doen veranderen in agrarische grond. Naar het oordeel van reclamant is er onvoldoende participatie geweest. Er zou geen Informatie zijn verstrekt aan de bewoners van de Farrebuorren 23,25 en 25.

Alternatieve Maatregelen, lees het TAM-IMRO plan. Door het ontwerp TAM-IMRO plan voor 1 januari 2026 ter inzage te leggen hebben we voldaan aan de regeling.

De reclamant stelt dat door dhr. Kingma bezwarende verplichtingen op bepaalde gronden zijn gelegd, waardoor de bedrijfsvoering van de reclamant minder goed uitvoerbaar is geworden. De reclamant stelt dat hij in 2021 een principe verzoek hebben ingediend voor de onderhavige percelen en daar toen negatief op is gereageerd, met het oog op de openheid van het gebied en de agrarische waarden. Reclamant vraagt waarom er nu wel medewerking wordt gegeven. Reclamant stelt dat er niet zou zijn voldaan aan de voorwaarden van de watervergunningsaanvraag. Voor het dempen van het oppervlaktewater is vereist dat dit voor 100% gecompenseerd moet worden ion het

Met de wijziging van de bestemming ‘Wonen-4 naar ‘Agrarisch’ wordt beoogd het bestemmingsvlak ‘Wonen-4’ er op gericht het gebruik van deze gronden voor bij de woonfunctie behorende activiteiten uit te sluiten. Het is niet beoogd om daar daadwerkelijk landbouw te laten plaatsvinden.

Geen aanpassingen

Op grond van het participatie beleid “Alle stimme telle” vastgesteld d.d. 20-11-2025, geeft aan in welke gevallen er verplichte participatie is. Voor de onderhavige ontwikkeling is er geen verplichte participatie. In casu gaat het over het verschuiven van een bestemmingsvlak met 20 meter. Er mocht al een woning worden gerealiseerd. Deze schuift nu 20 meter op. Niet in de richting van reclamant (ca. 170 meter van de te realiseren bebouwing) en verder van de meest nabijgelegen woning aan de Mieddyk 2. Gelet op de mate van impact volstaat beperkte participatie. De bewoners aan de Mieddyk en de Farrebuorren zijn voorafgaand aan de start van de procedure aan de hand van tekeningen geïnformeerd over de bouwplannen.

Geen aanpassingen

De reclamant heeft in 2021 inderdaad een verzoek gedaan voor het realiseren van een camper opstelplaats op de gronden aan de overzijde van de Farrebuorren. De gemeente heeft daarop aangegeven niet positief te staan tegenover het realiseren van een kampeerplaats in het open veld. Een dergelijke nieuwe ontwikkeling zou op het eigen perceel dienen plaats te vinden. De stelling dat er door toedoen van de initiatiefnemer bezwarende verplichtingen zouden zijn opgenomen die van negatieve invloed zijn geweest op de bedrijfsvoering, kunnen we niet dan ook niet volgen. In het onderhavige geval gaat het niet om een nieuwe stedelijke ontwikkeling, maar om het verschuiven van een bouwvlak voor een woning die bij recht gerealiseerd kan worden. Het betreft daarbij om een verschuiving over een afstand van 20 meter.

Geen aanpassingen

In het kader van het TAM-IMRO plan dient er een watertoets te worden uitgevoerd. Hiermee wordt beoordeeld of er voor het verharden van gronden en het dempen van een watergang compensatie in de vorm van oppervlakte dient plaats te vinden. De watertoets heeft conform de wettelijke voorschriften plaatsgevonden. Voor het dempen van de watergang diende bovendien een watervergunning te worden aangevraagd bij Wetterskip Fryslân. Het Wetterskip is het bevoegd gezag voor het

Geen aanpassingen

6

zelfde peilgebied. Reclamant stelt dat de grond voor het dempen geen gebiedseigen grond is gebruikt. De werkzaamheden voor het dempen en het graven, zouden niet zijn meegenomen in de stikstofberekening.

verlenen van de watervergunning en tevens verantwoordelijk voor de controle op het naleven van de watervergunning en de daaraan verbonden voorwaarden. Het dempen en graven van watergangen worden niet gezien als bouwactiviteiten en daar geldt derhalve geen verplichting tot het laten uitvoeren van stikstofberekeningen.

Conclusie zienswijzen De zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan.

7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=noardeastfryslan&id=da26c15e-f143-43fb-8b9d-a08ef7feb8ba