CConstaterende datNoardeast-Fryslân
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Goedkeurende controleverklaring en jaarrekening - 25-07-2024

It Beslút 21 november 2024, gemeente Noardeast-FryslânBij agendapunt: Bestuursverslag 2023 Elan Onderwijsgroep17.942 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Dit betekent dat wijziging van het risicobeleid of significante bijstelling van de toekomstige exploitaties niet nodig is, mits het budgetbeheer op orde blijft. Dekking van de risico’s Omdat het onmogelijk is alle risico’s uit te sluiten of te beheersen wordt ieder jaar in de begroting een raming van € 100 K opgenomen voor onvoorziene uitgaven. Als zich risico’s manifesteren die hogere lasten met zich meebrengen, komt dat tot uitdrukking in het exploitatiesaldo en worden zo nodig de financiële buffers aangesproken. Het minimaal benodigde weerstandsvermogen voor risicodekking is door de RvT bepaald op € 1,2 miljoen. Deze bufferliquiditeit sluit aan bij het risicoprofiel van de instelling en het niveau van risicobeheersing. Het weerstandsvermogen en de liquiditeit zijn ruimschoots toereikend om continuering van de bedrijfsvoering te verzekeren. Bij de toelichting op de financiële positie in hoofdstuk 4.4 wordt verder ingegaan op dit onderwerp en op de reservepositie.

33

4. Verantwoording financiën 4.1

Continuïteitsparagraaf

Balans in meerjarig perspectief Het onderstaande overzicht laat een prognose voor de komende jaren zien: Realisatie Realisatie Begroting Begroting Begroting 2022 2023 2024 2025 2026

Begroting 2027

Materiele vaste activa Vlottende activa Liquide middelen

1.513 149 7.392

2.638 374 7.366

2.167 150 6.050

1.942 150 5.820

1.892 150 5.605

1.892 150 5.320

TOTAAL ACTIVA

9.054

10.378

8.367

7.912

7.647

7.362

Eigen vermogen Voorzieningen Kortlopende schulden

2.953 3.567 2.534

3.157 4.212 3.009

2.828 3.140 2.399

2.728 2.785 2.399

2.728 2.520 2.399

2.728 2.235 2.399

TOTAAL PASSIVA

9.054

10.378

8.367

7.912

7.647

7.362

Toelichting op verwachte ontwikkelingen Er zijn geen ontwikkelingen te verwachten op het gebied van financieringsstructuur. Tevens zijn er geen voorgenomen bouwprojecten of majeure wijzigingen in ons huisvestingsbeleid. De verwachting is niet dat we contractactiviteiten ontplooien of andere geldstroomactiviteiten zullen aanboren. Tevens zijn er geen grote veranderingen te verwachten in de wijzigingen in reserves, fondsen en voorzieningen.

34

Kengetallen en signaalwaarden De belangrijkste financiële ratio’s ontwikkelen zich bij Elan Onderwijsgroep als volgt: Grenswaarde

2023 realisatie

2024 begroting

2025 begroting

2026 begroting

2027 begroting

<30% >5% >1,0 0,8

0,7 0,1 0,9 2,6

0,7 0,1 0,8 2,5

0,7 0,1 0,9 2,4

0,7 0,1 0,9 2,4

0,7 0,1 0,9 2,3

Streefwaarde 1,1

2023 realisatie 1

2024 begroting 1,1

2025 begroting 1,1

2026 begroting 1

2027 begroting 1

1,1

1

1,1

1,1

1,1

1,1

0,8

0,8

0,9

0,9

0,9

0,9

0,2

0,2

0,2

0,2

0,2

0,2

Solvabiliteit Weerstandsvermogen PO Ratio Publiek Vermogen Liquiditeit

Totale baten/ rijksvergoeding Totale lasten/ rijksvergoeding Personele lasten/ rijksvergoeding Materiële lasten/ rijksvergoeding Toelichting: solvabiliteit

→

weerstandsvermogen PO

→

liquiditeit

→

kengetal dat aangeeft in welke mate op lange termijn aan de verplichtingen kan worden voldaan Formule: solvabiliteit = eigen vermogen + voorzieningen/balanstotaal x 100 % dit is het eigen vermogen (excl. voorzieningen) dat beschikbaar is om onvoorzienbare tegenslagen c.q. risico’s op te vangen Formule: eigen vermogen/totale baten x 100 % de liquiditeit (current ratio) geeft aan in hoeverre op korte termijn aan betalingsverplichtingen kan worden voldaan, ofwel of er voldoende in kas is Formule: liquiditeit = vlottende activa (vorderingen + liquide middelen)/kortlopende schulden

Leerlingen Het afgelopen decennium is in het werkgebied van Elan Onderwijsgroep sprake geweest van leerlingenkrimp. Vele scholenfusies zijn daarvan het gevolg geweest. Het belang van de leerlingen heeft daarbij altijd vooropgestaan en instemming van ouders/verzorgers was een voorwaarde. Onder dezelfde condities zullen de komende jaren wellicht nog enkele scholenfusies plaatsvinden. De trend van leerlingendaling de afgelopen jaren lijkt in een eindfase te zijn beland.

Aantal leerlingen per 1 februari

2023

2024

2025

2026

2027

2035

2119

2028

2040

2040

35

Formatie Door inzet van NPO-middelen kon in de afgelopen schooljaren extra personeel worden ingezet. De betreffende regeling expireert per 1 augustus 2023. Daarnaast nemen de fusiemiddelen snel af en treedt inkomstenderving op als gevolg van vereenvoudiging van de bekostiging. Daar staat tegenover dat nieuwe subsidies zoals bijvoorbeeld voor basisvaardigheden zijn toegekend. Deze incidentele subsidies worden door middel van incidentele formatie besteed.

Aantal fte’s directie Aantal fte’s onderwijzend personeel Aantal fte’s ondersteunend personeel Aantal fte’s per 31 december

2023 12,4 145,6 33,2 191,2

2024 13,5 131,5 43,3 188

2025 12,6 124 66,4 203

2026 12 126 62 200

2027 12 126 62 200

Met het oog op de krappe arbeidsmarkt moeten kansen worden benut die zich voordoen om nieuw personeel te werven. De paradox tussen de vereiste formatiekrimp en de personeelstekorten leidt er mogelijk toe dat het aantal fte’s soms tijdelijk hoger uitvalt dan hieronder geschetst. Als beginnende leerkrachten (met een starterssalaris) worden aangenomen is de financiële impact waarschijnlijk beperkt. In het kader van de strategische personeelsplanning zijn de volgende maatregelen genomen: 1. Elan Onderwijsgroep wil voor medewerkers een goede werkgever zijn. Dit komt tot uiting in een bovengemiddeld scholingsbudget, goede arbeidsvoorwaarden, ruime promotiemogelijkheden en een hoge dienstverlenende instelling richting het personeel. 2. De omvorming tot “opleidingsscholen” is in gang gezet, zodat meer studenten van de PABO (leerkrachten) en het MBO (onderwijsassistenten) kennismaken met de organisatie en Elan Onderwijsgroep gaan zien als potentiële werkgever. 3. Er is een communicatieteam gevormd dat via nieuwsberichten op interne en externe kanalen, waaronder sociale media, een wervend kijkje in de keuken geeft (profilering). Zoals eerder benoemd in het hoofdstuk Personeel en Professionalisering zal er een medewerker communicatie worden aangetrokken. Deze nieuwe collega zal de communicatie verder door ontwikkelen en professionaliseren.

Werving en selectie zal een van de hoofdthema’s zijn. Deze maatregelen zorgen ervoor dat tot op heden jaarlijks de formatie op de scholen kan worden ingevuld.

36

Ontwikkeling baten en lasten Omschrijving

Realisatie 2022 €

Begroting 2023 €

Rijksbijdragen

20.093.946

19.800.000

22.031.935

21.750

21.000

21.000

Overige overheidsbijdragen

364.317

235.000

312.920

405

350

350

Werken voor derden

15.178

17.000

2.822

10

10

10

Overige baten

815.979

517.000

578.606

710

740

640

Totale baten

21.289.420

20.569.000

22.926.283

22.875

22.100

22.000

Personele lasten

16.104.917

16.630.000

17.736.879

19.200

18.600

18.480

730.390

625.000

547.715

525

525

500

Huisvestingslasten

1.918.415

1.865.000

2.712.915

1.875

1.875

1.850

Overige lasten

1.657.412

1.445.000

1.966.455

1.675

450

1.420

Totale lasten

20.411.134

20.565.000

22.963.964

23.275

21.450

22.250

Saldo baten en lasten

878.286

4.000

-37.681

-400

-350

-250

Financiële baten en lasten

19.484

-4.000

241.963

275

250

250

Exploitatieresultaat

897.770

0

204.282

-125

-100

0

Afschrijving

Realisatie 2023 €

Meerjarenbegroting (bedragen x € 1.000) 2024 * 2025 * 2026 *

De cijfers zijn ontleend aan de vastgestelde meerjarenbegroting 2024-2027. Door lagere rijksvergoedingen als gevolg van de vereenvoudiging en de afloop van fusiegelden is de begroting voor 2024 en 2025 nog negatief. In de loop van 2024 is duidelijk geworden dat nieuwe middelen beschikbaar komen uit de subsidieregeling voor basisvaardigheden en is het formatiebudget 2024-2025 grotendeels in de lijn van de formatie 2023-2024 doorgevoerd. In het laatste kwartaal 2024 presenteren we de begroting 2025 en de meerjarige prognose 2026-2028.

37

4.2

3.1 3.2 3.3 3.4

4.1 4.2 4.3 4.4

5.

Staat van baten en lasten Realisatie 2023

Begroting 2023

Realisatie 2022

Baten (Rijks)bijdragen OCW Overige overheidsbijdragen en -subsidies Baten werk in opdracht van anderen Overige baten Totaal baten

22.031.935 312.920 2.822 578.606 22.926.283

19.800.000 235.000 17.000 517.000 20.569.000

20.093.946 364.317 15.178 815.979 21.289.420

Lasten Personele lasten Afschrijvingen Huisvestingslasten Overige lasten

17.736.879 547.715 2.712.915 1.966.455

16.630.000 625.000 1.865.000 1.445.000

16.104.917 730.390 1.918.415 1.657.412

Totaal lasten

22.963.964

20.565.000

20.411.134

Saldo baten en lasten

-37.681

4.000

878.286

Financiële baten en lasten

241.963

4.000

19.484

Nettoresultaat

204.282

0

897.770

Zie toelichting bij de afzonderlijke rubrieken. Baten Omschrijving (bedragen in €)

Realisatie 2022

Rijksvergoedingen Overige overheidsbijdragen Werken derden Overige baten

20.093.946 364.317

Totale baten

Begroting 2023

Realisatie 2023

831.157

19.800.000 235.000 17.000 517.000

22.031.935 312.920 2.822 578.606

21.289.420

20.569.000

22.926.283

38

Verschil begroting en realisatie 2023 Als gevolg van de loon- en prijsbijstelling als gevolg van de CAO PO 2023-2024 is de basisbekostiging in de rijksvergoedingen gestegen met 6,35%. Extra inkomsten waren er eveneens uit de bekostiging voor nieuwkomers (818K), van het Samenwerkingsverband (344K) en uit de achterstandsgelden (660K). De overige overheidsbijdragen zijn hoger door hogere gemeentelijke subsidies, waaronder die voor schakelklassen in het kader van het Onderwijs Achterstanden Beleid (30K) en een subsidie voor De Jint in het kader van de regeling ‘Kansen voor Kinderen’. De overige baten zijn iets hoger door onder andere ouderbijdragen. Door hogere rentestanden in 2023 zijn de rentebaten hoger dan is begroot. Verschil realisatie 2023 en 2022 Ook ten opzichte van 2022 is de basisbekostiging hoger door de CAO PO en zijn de inkomsten voor nieuwkomers en de achterstandsgelden gestegen (respectievelijk 600K en 350K). De overige baten zijn lager dan in 2022 door in 2022 uitgekeerde frictiegelden in verband met fusering van de scholen voor primair onderwijs in Minnertsga. Bevoegd gezag van de gefuseerde school is CBO-Noardwest Fryslân (325K). Personele lasten Omschrijving (bedragen in €)

Realisatie 2022

Begroting 2023

Realisatie 2023

Lonen en salarissen Overig Uitkeringen UWV

15.591.848 734.778 -221.709

16.000.000 730.000 -100.000

16.783.954 1.091.717 -138.792

Totale personele lasten

16.104.917

15.560.000

17.736.879

Verschil begroting en realisatie 2023 Ten opzichte van de begroting stegen de lonen en salarissen door het effect van de stijging van de brutolonen met 10% en de eenmalige uitkering conform de CAO-afspraken (750K). De overige personele kosten stegen door hogere kosten voor nascholing (80K), detachering (120K) en de inhuur van interim personeel (110K).

39

Verschil realisatie 2023 en 2022 Ook in de vergelijking tussen boekjaar 2023 en het vorige jaar 2022 is het effect van de CAO vergelijkbaar. De overige personele kosten stegen door nascholing (105K) en detachering (200K). Lagere kosten waren er bij interim personeel (-80K) en de toerekening van de ontvangen arbeidsmarkttoelage. Afschrijving Omschrijving (bedragen in €)

Begroting 2023

Realisatie 2023

Realisatie 2022

Afschrijving gebouwen Afschrijving OLP Afschrijving ICT Afschrijving meubilair Afschrijving duurzaamheid Afschrijving speeltoestellen

61.126 57.955 415.817 90.102

53.251 47.891 359.007 68.925 15.126 3.515

44.626 65.540 406.638 213.586

Totale afschrijving

625.000

547.715

730.390

Verschil begroting en realisatie 2023 Doordat gekozen is voor het updaten (in plaats van vervangen van de borden) van de computers in de digitale schoolborden alsmede het langer in gebruik houden van de iPads voor leerlingen zijn door aflopende afschrijvingstermijnen lagere afschrijvingen gerealiseerd in 2023. In 2023 leidt de vervanging van OLP-methoden door digitale applicaties tot lagere afschrijvingen en hogere kosten van licenties. De licenties worden verantwoord onder de leermiddelen in de rubriek overige lasten (zie volgende pagina)

Verschil tussen realisatie 2023 en 2022 In 2022 waren de afschrijvingen extra hoog door € 139 K aan desinvesteringen, vooral in de activagroep meubilair. Dit als gevolg van een inventarisatie op de scholen van nog aanwezige bedrijfsmiddelen, waarbij de resterende boekwaarde ineens in 2022 is afgeschreven.

40

Huisvestingslasten Omschrijving

Begroting 2023

Huur Huisvesting MFC’s Dotatie voorziening Preventief onderhoud Energie en water Schoonmaakkosten Heffingen Overige kosten Totale huisvestingslasten

Realisatie 2023

Realisatie 2022

33.000 186.000 286.000 200.000 575.000 509.000 26.000 50.000

32.416 187.621 1.052.489 300.210 534.474 543.401 22.652 39.652

32.868 201.193 478.103 155.862 326.589 470.781 23.902 229.117

1.865.000

2.712.915

1.918.415

Onder andere door extra onderhoudslasten zijn de huisvestingslasten van 9,4 % van de totale lasten in 2022 gestegen naar 11,8 % in 2023. Indien de afschrijving op gebouwen wordt meegeteld gaat het respectievelijk om 9,6 % in 2022 en 12,0 % in 2023. De hiervoor geldende signaleringswaarde (huisvestingsratio) ligt bij 10 %. De kosten voor onderhoud zijn hoger als gevolg van herinrichting van schoolpleinen, vervanging van verlichting, centrale verwarmingsinstallaties, speeltoestellen en interne verbouwingen. Bij de dotatie voorziening groot onderhoud zien we dat de begroting was gebaseerd op een gemiddelde. Door toepassing van de componentenmethode kunnen de kosten per jaar fluctueren. Ook door extra groot onderhoud zijn de kosten hoger. In overleg met de accountant zijn de extra kosten ten laste van de voorziening gebracht. Verder is Op ‘e Dôbbe weer toegevoegd aan de voorziening. Deze school is in 2019 uit de voorziening genomen vanwege een mogelijke fusie. Deze is inmiddels niet doorgegaan. Overige lasten Omschrijving (bedragen in €) Administratie en beheer Inventaris en apparatuur Leermiddelen Overige lasten Totaal

Begroting 2023

Realisatie 2023

Realisatie 2022

355.000 15.000 725.000 350.000

374.392 29.968 1.134.893 427.202

347.824 50.465 910.560 348.563

1.445.000

1.966.455

1.657.412

41

De kosten van leermiddelen en overige lasten zijn hoger dan begroot door toename van licentiekosten (160K). ICT-beheer en onderhoud valt hoger uit door het besluit om een overkoepelend dashboard te ontwikkelen waarmee een efficiencyslag wordt bewerkstelligd (50K). De budgetten voor leermiddelen en schooladministratie zijn in zelfbeheer gegeven aan de schooldirecteuren. Het verschil tussen baten en lasten wordt jaarlijks per school verrekend met de bestemmingsreserve zelfbeheer OLP. Over het verslagjaar is een negatief resultaat gerealiseerd van € 160 K. Dit saldo is met de resultaatbestemming onttrokken aan de reserve zelfbeheer OLP. De private baten waren per saldo hoger dan de private lasten, waardoor € 17 K ten gunste van de algemene private reserve kon worden gebracht.

Bestemming van het resultaat Het exploitatieresultaat in 2023 bedraagt volgens de staat van baten en lasten € 204.282. Dit resultaat is als volgt bestemd: (nog te bepalen) Algemene publieke reserve Algemene private reserve OLP-reserves

€ 285.131 € -1.672 € -79.177 -------------------€ 204.282 ============

Resultaat

De algemene publieke reserve dient als buffer om onverwachte uitgaven te kunnen bekostigen. Jaarlijks wordt het saldo tussen de ontvangen vergoedingen en uitgaven met betrekking tot de publieke exploitatie aan deze reserve onttrokken c.q. toegevoegd.

42

4.3

Balans

Balans in meerjarig perspectief Het onderstaande overzicht laat een prognose voor de komende jaren zien: Realisatie Realisatie Begroting Begroting Begroting 2022 2023 2024 2025 2026

Begroting 2027

Materiele vaste activa Vlottende activa Liquide middelen

1.513 149 7.392

2.638 374 7.366

2.167 150 6.050

1.942 150 5.820

1.892 150 5.605

1.892 150 5.320

TOTAAL ACTIVA

9.054

10.378

8.367

7.912

7.647

7.362

Eigen vermogen Voorzieningen Kortlopende schulden

2.953 3.567 2.534

3.157 4.212 3.009

2.828 3.140 2.399

2.728 2.785 2.399

2.728 2.520 2.399

2.728 2.235 2.399

TOTAAL PASSIVA

9.054

10.378

8.367

7.912

7.647

7.362

Toelichting Het balanstotaal is ten opzichte van 2022 met € 9.054 K gestegen naar € 10.378 K. Aan de activazijde van de balans zijn investeringen verwerkt tot een bedrag van € 1.672 K (2022: € 172 K). Door het hoge investeringsniveau is de boekwaarde van de materiële vaste activa met 1.124 K gestegen naar 2.638 K. De vorderingen betreffen kleinere vooruitbetaalde en nog te ontvangen bedragen, alsmede de post debiteuren. De liquide middelen zijn nagenoeg gelijk gebleven De passiva bestaan onder andere uit een Eigen Vermogen van € 3.157 K en voorzieningen tot een bedrag van € 4.212 K, waarvan € 3.847 K voor planmatig onderhoud. Daarnaast zijn er nog kortlopende schulden. Het betreft hier vooruit ontvangen subsidies (onder andere € 283 K voor verbetering van basisvaardigheden en € 125 K voor het project Tel Mee Met Taal), waarvan de besteding in volgende jaren wordt verantwoord. Onder deze post vallen ook de afdracht van loonbelasting en pensioenpremies over december, alsmede de reserveringen voor vakantiegeld en aan crediteuren verschuldigde bedragen.

43

Ontwikkelingen De hiervoor gepresenteerde balanscijfers voor de komende jaren zijn overgenomen uit de laatst vastgestelde meerjarenbegroting. Hierin is rekening gehouden met de geplande investeringen en vervangingsinvesteringen in de komende jaren. In alle jaarbegrotingen zijn de baten en lasten in evenwicht. Met aanwending van de vooruit ontvangen subsidies is geen rekening gehouden. In de huisvestingsbegroting is een jaarlijkse dotatie aan de voorziening onderhoud opgenomen van 286 K. Volgens de meerjarenplanning is de komende jaren respectievelijk 379 K (2024), 375 K (2025) en 318 K (2026) nodig voor cyclisch onderhoud. De daarvoor gevormde voorziening is toereikend. Gezien het voorgaande wordt de komende jaren een geleidelijke daling van de liquide middelen verwacht. Dat is niet bezwaarlijk, want de liquiditeit is uitstekend en daarin zal de komende jaren naar verwachting geen verandering komen. Investeringsbeleid Voor vervanging van meubilair, ICT en onderwijsmethodes zijn meerjarenplanningen opgesteld. Deze worden ieder jaar bij de begrotingsgesprekken per school geactualiseerd. Als scholen een investeringsverzoek indienen wordt dit eerst getoetst aan de meerjarenplanning. Als de aanvraag daarin is opgenomen, dan wel anderszins is onderbouwd waarom de investering nodig is, worden offertes aangevraagd.

Voor noodzakelijke kosten van cyclisch onderhoud is ook een meerjarenplanning opgesteld. Na een bouwkundige inspectie van alle scholen wordt ieder jaar bepaald welke werkzaamheden onvermijdelijk c.q. wenselijk zijn.

4.4

Financiële positie

Algemeen Om een oordeel te kunnen geven over de financiële positie van Elan Onderwijsgroep wordt hierna een overzicht gepresenteerd van de ontwikkeling van een aantal financiële kengetallen voor vermogens- en budgetbeheer. De belangrijkste zijn de solvabiliteit, de liquiditeit, het weerstandsvermogen en de rentabiliteit. Het kengetal voor de solvabiliteit geeft de verhouding aan tussen eigen en vreemd vermogen. Het verschaft daarmee inzicht in de mate waarin de bezittingen (op de activazijde van de balans) zijn gefinancierd met eigen vermogen (incl. voorzieningen). Dat de solvabiliteit ver boven de ondergrens is, betekent dat Elan Onderwijsgroep op langere termijn aan haar financiële verplichtingen kan voldoen. Uit het kengetal voor de liquiditeit blijkt dat de organisatie ook

44

ruimschoots in staat is om op korte termijn aan alle verplichtingen (= betaling van de kortlopende schulden) te voldoen. Het cijfer voor het weerstandsvermogen zegt iets over de reservepositie en over de mogelijkheden om financiële tegenvallers op te vangen. Dit kengetal ligt ruim boven de signalerings-waarde. Met het kengetal rentabiliteit wordt aangegeven in hoeverre er bij de reguliere bedrijfsvoering evenwicht is tussen de baten en lasten. De verwachting is dat dit de komende jaren kan worden gerealiseerd. De grenswaarden die in het overzicht worden genoemd zijn vastgesteld door de Inspectie van het Onderwijs. De benchmark-gegevens zijn gebaseerd op de jaarrekeningen van 40 schoolbesturen met 1500 t/m 3000 leerlingen. Kengetallen en signaalwaarden De belangrijkste financiële ratio’s ontwikkelen zich bij Elan Onderwijsgroep als volgt:

Solvabiliteit Weerstandsvermogen PO Ratio Publiek Vermogen Liquiditeit

Totale baten/ rijksvergoeding Totale lasten/ rijksvergoeding Personele lasten/ rijksvergoeding Materiële lasten/ rijksvergoeding

Grenswaarde

2023 realisatie

2024 begroting

2025 begroting

2026 begroting

2027 begroting

<30% >5% >1,0 0,8

0,7 0,1 0,9 2,6

0,7 0,1 0,8 2,5

0,7 0,1 0,9 2,4

0,7 0,1 0,9 2,4

0,7 0,1 0,9 2,3

Streefwaarde 1,1

2023 realisatie 1

2024 begroting 1,1

2025 begroting 1,1

2026 begroting 1

2027 begroting 1

1,1

1

1,1

1,1

1,1

1,1

0,8

0,8

0,9

0,9

0,9

0,9

0,2

0,2

0,2

0,2

0,2

0,2

Toelichting: solvabiliteit

→

weerstandsvermogen PO

→

liquiditeit

→

kengetal dat aangeeft in welke mate op lange termijn aan de verplichtingen kan worden voldaan Formule: solvabiliteit = eigen vermogen + voorzieningen/balanstotaal x 100 % dit is het eigen vermogen (excl. voorzieningen) dat beschikbaar is om onvoorzienbare tegenslagen c.q. risico’s op te vangen Formule: eigen vermogen/totale baten x 100 % de liquiditeit (current ratio) geeft aan in hoeverre op korte termijn aan betalingsverplichtingen kan worden voldaan, ofwel of er voldoende in kas is Formule: liquiditeit = vlottende activa (vorderingen + liquide middelen)/kortlopende schulden

45

Verantwoording Eigen Vermogen In 2020 is een signaleringswaarde geïntroduceerd om mogelijk bovenmatige publieke reserves te detecteren. Daartoe wordt op basis van een aantal algemene uitgangspunten bepaald hoe hoog het publiek eigen vermogen normatief zou moeten zijn. Dit is het vermogen dat een schoolbestuur redelijkerwijs nodig heeft om bezittingen te financieren en risico’s op te vangen. De berekeningswijze is als volgt:

Omschrijving AW gebouwen x 50% x 1,27 Boekwaarde overige MVA Liquiditeitsbuffer (5%) Normatief publiek vermogen (a) Eigen vermogen Af: private reserves Publieke reserves (b) Saldo a-b (-/- = bovenmatig) Ratio Eigen Vermogen

Realisatie 2023 571.000 1.868.000 1.146.000 3.585.000

Begroting 2024 218.000 1.842.000 1.144.000 3.204.000

Begroting 2025 218.000 1.724.000 1.100.000 3.042.000

Begroting 2026 218.000 1.724.000 1.100.000 3.042.000

Begroting 2027 218.000 1.674.000 1.100.000 2.992.000

3.158.000 18.000 3.140.000 445.000 0,87

2.828.000 99.000 2.927.000 277.000 0,31

2.728.000 79.000 2.807.000 235.000 0,92

2.728.000 79.000 2.807.000 235.000 0,92

2.728.000 69.000 2.797.000 195.000 0,93

De signaleringswaarde (ratio) voor bovenmatig publiek vermogen ligt bij 1,00. Vastgesteld kan worden dat bij Elan Onderwijsgroep geen sprake is van te hoge reserves.

46

Slotbeschouwing Resumerend kan worden gesteld dat de ramingen in vrijwel alle rubrieken van de begroting zijn overschreden. De gewone baten waren in 2023 € 2.357 K (11,5 %) hoger dan geraamd. De exploitatielasten waren € 2.398 K (11,7 %) hoger. Het jaar is afgesloten met een batig saldo van € 204 K (2022: € 898 K). Dit exploitatieresultaat komt overeen met 0,8 % van de baten en valt daarmee binnen de grenswaarden voor het kengetal rentabiliteit (-5 % tot +5 %). Het kengetal voor het weerstandsvermogen is gedaald van 13,9 % naar 13,7 %. De bufferliquiditeit bevindt zich daarmee ruim boven de ondergrens die op basis van een risicoinventarisatie door de RvT is vastgesteld op € 1,2 miljoen. De Inspectie van het Onderwijs hanteert een norm van 5 %, ofwel € 1,1 miljoen. Ook de overige financiële kengetallen zijn op niveau en er is voldoende werkkapitaal aanwezig. De continuïteit van de bedrijfsvoering wordt dan ook niet bedreigd. Dat blijkt uit het meerjarenperspectief voor de staat van baten en lasten en de balans. Dit betekent dat vanuit de slogan van de organisatie ‘Waar talenten bloeien door samen te groeien’ verder kan worden doorgewerkt aan verbetering van de onderwijsresultaten. Stiens, juli 2024 Mr. S.T. van der Galiën Voorzitter College van Bestuur

47

5. Verantwoording RvT Rol RvT Visie en beoogde resultaten zijn het primaire domein van de Raad van Toezicht (RvT). De voorbereiding en uitvoering daarvan is de verantwoordelijkheid van het College van Bestuur (CvB). De RvT fungeert daarbij als klankbord en sparringpartner, maar houdt daar bovenal intern toezicht op. Daarnaast fungeert de RvT als werkgever van het CvB. De functionele scheiding tussen de RvT als intern toezichthouder en de CvB als dagelijks bestuur is statutair vastgelegd. De taak- en bevoegdheidsverdeling tussen RvT, CvB en schooldirecteuren is nader uitgewerkt in een Bestuursreglement annex managementstatuut. De RvT treedt op als collegiaal orgaan en de leden zijn gezamenlijk bevoegd. In dit document wordt op hoofdlijnen verantwoording afgelegd over de rolinvulling in 2023. Samenstelling RvT De RvT bestaat uit zes leden, waarvan twee zijn benoemd op bindende voordracht van de oudergeleding van de GMR. In de RvT zijn personen benoemd die beschikken over specifieke deskundigheid en/of gekwalificeerde relaties met voor het primair onderwijs relevante maatschappelijke sectoren én affiniteit hebben met de regio. Commissies Om de RvT bij te staan in de werkgeversrol en de uitoefening van toezicht op de bedrijfsvoering is een remuneratiecommissie, een auditcommissie en een commissie Kwaliteit & Onderwijs ingesteld.

Deze commissies zijn samengesteld uit RvT-leden, die daarin vanuit hun specialisme voorbereidende werkzaamheden verrichten. Er is door deze commissies geen afzonderlijke verantwoording opgesteld. Branchecode Goed Bestuur De RvT onderschrijft de “Code Goed Bestuur in het Primair Onderwijs” en de “Code Goed Toezicht”, die daar een aanvulling op is. Jaarlijks wordt getoetst of aan de formele vereisten van goed bestuur wordt voldaan. Als van de genoemde codes wordt afgeweken, wordt daarvan melding gemaakt in het bestuursverslag. Situaties met (potentieel) tegenstrijdig belang zijn binnen de RvT niet aan de orde geweest. Er zijn geen aanwijzingen dat gedurende het verslagjaar (bewust) in strijd is gehandeld met de branchecode.

48

Betaalde en onbetaalde (neven)functies RvT en CvB De leden van de RvT en het CvB oefenen betaald of onbetaald de volgende functies en nevenfuncties uit: Naam J.W. van Beem (Jan Willem)

Benoemd op voordracht GMR W.T. ScholtenKluitenberg (Wendy)

Functie bij Elan Onderwijsgroep Voorzitter RvT Lid remuneratiecommissie

Relevante (neven-)functies en/of werkzaamheden Vestigingsmanager Van Mossel Autolease Leeuwarden (hoofdfunctie) Inhuur Omrop Fryslân m.b.t. PC Lid RvT Zorgcentrum het Bildt

Lid RvT en vice-voorzitter RvT

Sectormanager projectenbureau Betaald gemeente Leeuwarden.

Lid remuneratiecommissie R.J. Admiraal (Remco)

Secretaris-penningmeester RvT Lid auditcommissie

J. Bokma (Jan)

Lid RvT

Benoemd op voordracht GMR E. Elsinga (Eric) T. Oosterveld (Theo)

Lid auditcommissie

Lid RvT Lid commissie Kwaliteit & Onderwijs Lid RvT Lid commissie Kwaliteit & Onderwijs

(hoofdfunctie) Bestuurslid “Dress for Success”

Concerncontroller gemeente Súdwest-Fryslân (hoofdfunctie) Behalve RvT geen andere nevenfuncties Bokma Advies Projectleider Nationaal Coördinator Groningen Bestuurslid Stichting Vrienden Doniastate Afdelingsleider VO (hoofdfunctie) Lid GMR Scholengemeenschap Piter Jelles Gepensioneerd

Betaald/ Onbetaald Betaald Vergoeding Vergoeding

Onbetaald Betaald

Betaald (ondernemer) Betaald (zzp) Onbetaald Betaald Onbetaald

Secretaris Stichting Leergeld Leeuwarden e.o. (vrijwilligerswerk) Lid RvT RSG Magister Alvinus

Onbetaald

Voorzitter College van Bestuur (hoofdfunctie) Geen nevenfuncties

Betaald

Vergoeding

College van Bestuur Mr. S.T. van der Galiën (Sjoerd)

Voorzitter CvB

49

Honorering De jaarlijkse vergoeding voor de voorzitter RvT is bepaald op bruto € 7.950. Voor de overige RvTleden bedraagt de honorering € 4.770 per jaar bruto. Deze honorering past binnen de minimumen maximumgrenzen die worden geadviseerd door de Vereniging Toezichthouders in Onderwijsinstellingen (VTOI) en voldoet tevens aan de Wet Normering Topinkomens. Aandachtsgebieden De RvT is in 2023 zes keer bijeengeweest. Er is twee keer gezamenlijk overleg met de GMR geweest. In het kader van de wervingsprocedure is de RvT ook nog herhaaldelijk in besloten kring bijeengeweest, waaronder een paar keer samen met (een afvaardiging van) de GMR. De belangrijkste onderwerpen tijdens de vergaderingen waren de eigen professionalisering en zelfevaluatie, het strategisch beleid, de verkenning van het bestuurlijk perspectief, het werkplekleren en de samenwerking met opleidingsinstituten, de (voorgenomen) scholenfusie te Bitgummole, de onderwijskwaliteit, het passend onderwijs, de financiën en de formatie. Wettelijke taken Het Strategische Beleidsplan 2019-2023 “Passie voor elk Talent” is tussentijds geëvalueerd en er is een nieuw jaarplan uitgewerkt. Deze bevindingen van de evaluatie zijn meegenomen in het Strategisch Beleidsplan 2023-2027 “Waar talenten bloeien, door samen te groeien”. Dit plan is in november 2023 vastgesteld.

De meerjarenbegroting 2024 is vastgesteld in de RvT-vergadering van 21 november 2023. Deze begroting is aansluitend daarop goedgekeurd door de betrokken gemeenten. Intern toezicht De wijze waarop door de RvT vorm en inhoud wordt gegeven aan de rol als intern toezichthouder is vastgelegd in de notitie “Toezichtkader”. Aanvullend is in de beleidsnotitie “Risicomanagement” vastgelegd welke informatiebronnen worden geraadpleegd om een oordeel te kunnen vormen over het reilen en zeilen van de organisatie. Deze gegevens liggen ten grondslag aan belangrijke beleidsstukken die door de RvT worden besproken, zoals de (meerjaren)begroting, het bestuursformatieplan en de jaarrekening. De samenwerking tussen RvT en CvB is gericht op elkaar adviseren, ondersteunen en informeren conform het ‘no-surprise’- beginsel. De auditcommissie staat de RvT bij in de uitoefening van het intern toezicht. Voorafgaand aan iedere RvT-vergadering bespreekt de commissie daartoe als regel de actuele vraagstukken op het gebied van bedrijfsvoering met de controller. Tijdens de RvT-vergadering brengt de commissie verslag uit van haar bevindingen. Door het bestuur is via managementrapportages, alsmede schriftelijke dan wel mondelinge mededelingen tijdens RvT-vergaderingen en op diverse andere contactmomenten, verantwoording afgelegd over het gevoerde beleid.

Tussen de vergaderingen door heeft de voorzitter RvT zich frequent door het bestuur laten informeren over actuele ontwikkelingen.

50

De RvT heeft zich ook door overleg met de GMR, schoolbezoeken, via rapporten van de Onderwijsinspectie en de managementletter van de accountant op de hoogte gesteld van relevante ontwikkelingen. De RvT kent ultimo 2023 2 commissies, de Renumeratie Commissie en de Audit Commissie. Eind 2023 zijn de voorbereidingen getroffen om te komen tot een 3e te weten de Onderwijs Commissie. De doelstellingen en samenstelling van deze Onderwijscommissie zijn besproken. De inhoud van de agenda zal het ritme van het schooljaar logisch volgen. De voorzitter van de Onderwijscommissie (OC) brengt verslag uit naar de RvT. Begin 2024 staat de eerste formele OC-vergadering gepland Rechtmatigheid en doelmatigheid Bij de behandeling van de financiële tussenrapportages en de jaarstukken is telkens de rechtmatige verwerving, alsmede de doelmatige en rechtmatige bestemming en aanwending van de rijksbijdragen, getoetst en is erop toegezien dat overige relevante wettelijke voorschriften zijn nageleefd. Daarbij zijn geen onregelmatigheden vastgesteld. Er is afdoende gebleken dat op het gebied van beleidsvoering aan alle wettelijke verplichtingen wordt voldaan en dat het beleidsvoerend vermogen voldoende is. Los daarvan is de formulering van meetbare en haalbare doelen, alsmede de bijbehorende budgettering, aangeduid als aandachtspunt bij de samenstelling van het nieuwe Strategisch Beleidsplan.

De financiële rechtmatigheid van de verwerving en besteding van publieke middelen en de balansmutaties die in de jaarrekening zijn verantwoord, is bevestigd door de accountant. Bestuursverslag De RvT kan zich als intern toezichthouder verenigen met het bestuursverslag. Mede gezien het oordeel van de accountant over de jaarrekening zijn de jaarstukken daarom voorlopig vastgesteld. Na goedkeuring door de gemeenten stelt de RvT de jaarstukken definitief vast. Werkgeversfunctie De CAO Bestuurders PO geldt als rechtspositieregeling voor de voorzitter CvB. De totale bezoldiging wordt contractueel begrensd door de Wet Normering Topinkomens. De remuneratiecommissie staat de RvT bij in de uitoefening van de werkgeversrol. De remuneratiecommissie voert jaarlijks een functioneringsgesprek met de voorzitter CvB. Professionalisering De ontwikkelingen op het gebied van governance en intern toezicht volgen zich de laatste snel op. De RvT-leden worden hierover geïnformeerd door onder meer de Contactgroep Governance van Vos/abb en het Netwerk Toezichthouders Onderwijs Nederland (Newton). De RvT-leden hebben hun professionaliseringsbehoefte geïnventariseerd en naar behoefte op individuele basis scholing gevolgd over relevante onderwerpen.

51

Evaluatie De RvT is als intern toezichthouder verantwoordelijk voor de kwaliteit van zijn eigen functioneren. In dat kader evalueert de RvT eens in de twee jaar het functioneren als collectief en dat van de individuele leden, alsmede de samenwerking met het CvB. In 2020 is onder begeleiding van een externe deskundige een evaluatie uitgevoerd. Daarbij heeft versterking van de rolinneming en rolvastheid centraal gestaan. Dit heeft geleid tot een aantal acties die zijn uitgevoerd. In 2023 heeft een eigen interne evaluatie plaatsgevonden.

52

Accountantscontrole De accountantscontrole is tot wederopzegging opgedragen aan Van Ree Accountants te Zwolle. De accountant beoordeelt, met inachtneming van de Regeling Jaarverslaglegging Onderwijs, of de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de grootte en samenstelling van het vermogen en het exploitatieresultaat. Op advies van de auditcommissie heeft in 2023 een bespreking met de accountant plaatsgevonden. Toezicht gemeenten De gemeenten Leeuwarden, Noardeast-Fryslân en Waadhoeke zijn in het kader van hun wettelijke toezichthoudende taak op het openbaar onderwijs belast met: - goedkeuring van begroting, jaarrekening en jaarverslag; - benoeming en ontslag leden Raad van Toezicht; - goedkeuring van statutenwijzigingen; - ontbinding van de stichting bij ernstige taakverwaarlozing. De uitgangspunten voor uitvoering van de toezichthoudende taak zijn vastgelegd in een convenant. Er heeft laatstelijk op 5 november 2020, via MS Teams, overleg plaatsgevonden met de commissie “Toezicht stichting openbaar onderwijs”. Er zijn sindsdien herhaaldelijk, over uiteenlopende onderwerpen, individuele contacten geweest met de portefeuillehouders onderwijs. Stiens, 19 juli 2024 Raad van Toezicht Elan Onderwijsgroep -----------------------------------

--------------------------------------

-----------------------------------

J.W. van Beem Voorzitter

R.J. Admiraal Secretaris-penningmeester

E. Elsinga Lid

-----------------------------------

-----------------------------------

-----------------------------------

T. Oosterveld Lid

W.T. Scholten-Kluitenberg Lid

J. Bokma Lid

53

Jaarrekening Balans (na verwerking resultaatbestemming)

54

Staat van baten en lasten

55

Kasstroomoverzicht

56

Grondslagen voor balanswaardering en resultaatbepaling Algemeen Grondslagen voor de jaarrekening Deze jaarrekening is ingericht volgens de Regeling Jaarverslaggeving Onderwijs (RJO) en derhalve volgens de bepalingen uit het Burgerlijk Wetboek (boek 2, titel 9) en de Richtlijnen van de Raad voor de Jaarverslaggeving. Deze jaarrekening is opgesteld uitgaande van een verslaggevingsperiode van een kalenderjaar en van de continuïteitsveronderstelling. Ter vergelijking zijn de realisatiecijfers van het voorgaande jaar opgenomen. Tevens zijn de cijfers van de goedgekeurde begroting over het huidige jaar opgenomen. De gehanteerde grondslagen van waardering en van resultaatbepaling zijn ongewijzigd gebleven ten opzichte van het voorgaande jaar. De bedragen opgenomen in de jaarrekening luiden in hele euro's. Het kasstroomoverzicht is opgesteld op basis van de indirecte methode. Verbonden partijen Als verbonden partij worden alle rechtspersonen aangemerkt waarover overheersende zeggenschap, gezamenlijke zeggenschap of invloed van betekenis kan worden uitgeoefend. Ook rechtspersonen die overheersende zeggenschap kunnen uitoefenen worden aangemerkt als verbonden partij. Transacties van betekenis met verbonden partijen worden toegelicht voor zover deze niet onder normale marktvoorwaarden zijn aangegaan.

Hiervan wordt toegelicht de aard en de omvang van de transactie en andere informatie die nodig is voor het verschaffen van het inzicht. In hoofdstuk G van deze jaarrekening is een overzicht opgenomen van deelnemingen en/of verbonden partijen.

57

Grondslagen voor waardering van activa en passiva Algemeen De algemene grondslag voor de waardering van activa en passiva, alsmede voor het bepalen van het resultaat, is de verkrijgingsprijs. Voor zover niet anders vermeld, worden activa en passiva opgenomen voor de nominale waarde. Materiële vaste activa De materiële vaste activa worden gewaardeerd op basis van de aanschafwaarde, verminderd met de lineair berekende afschrijvingen, gebaseerd op de verwachte economische levensduur: gebouwen: duurzaamheidsinvesteringen: speeltoestellen meubilair (bureaustoelen): overig meubilair: onderwijsmethodes (OLP): ICT:

10 jaar 10 jaar 10 jaar 10 jaar 20 jaar 8 jaar 5 jaar

De ondergrens voor activering is € 1.000. De materiële vaste activa worden lineair afgeschreven vanaf de maand van aanschaf. Investeringssubsidies die ontvangen zijn, worden in mindering gebracht op de investering. Gebouwen Schoolgebouwen, waarvan het juridisch eigendom berust bij de stichting en het economisch eigendom bij de gemeente, zijn niet in de balans opgenomen. Eventuele bruikleenscholen zijn eveneens niet verwerkt. De investering van € 248.836 ten behoeve van o.b.s. "de Opslach", deel uitmakend van de multifunctionele accommodatie "Triviant" te Franeker, is ultimo 2023 afgeschreven. De kosten van tijdelijke huisvesting bij o.b.s. " 't Fonnemint" te Sint Annaparochie ad € 97.889 (2020) worden afgeschreven in 10 jaar. Deze units zijn in eigendom van de stichting. De kosten van cyclisch onderhoud aan de schoolgebouwen worden ten laste gebracht van de voorziening onderhoud. Financiële vaste activa Financiële vaste activa (deposito’s) zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde. Vorderingen De vorderingen worden opgenomen tegen de nominale waarde, voor zover noodzakelijk onder aftrek van een voorziening voor het risico van oninbaarheid.

58

Liquide middelen Liquide middelen bestaan uit kas, banktegoeden en deposito’s met een looptijd korter dan twaalf maanden. Rekening-courant schulden bij banken zijn opgenomen onder schulden aan kredietinstellingen, als kortlopende schulden. De liquide middelen worden gewaardeerd tegen nominale waarde en staan, voor zover niet anders vermeld, ter vrije beschikking van het bestuur. Eigen vermogen Onder het eigen vermogen worden de algemene reserve en de bestemmingsreserve gepresenteerd. Er is binnen het eigen vermogen een onderscheid gemaakt naar publieke en private reserves. Publieke middelen zijn middelen die verkregen zijn bij of krachtens de wet ingestelde heffingen. Algemene reserve De algemene publieke reserve betreft een buffer ter waarborging van de continuïteit van de bedrijfsvoering. Deze wordt opgebouwd uit resultaatbestemming van overschotten welke ontstaan uit het verschil tussen de toegerekende baten en de werkelijke lasten, na verrekening met de bestemmingsreserves. In geval van een tekort wordt dit resultaat ten laste van de algemene publieke reserve gebracht. Bestemmingsreserve Reserve zelfbeheer OLP De bestemmingsreserves Onderwijsleerpakket (OLP) zijn per school gevormd uit onderwijsbudgetten die aan directeuren in zelfbeheer zijn gegeven.

Het verschil tussen het toegekende budget en de werkelijke lasten worden jaarlijks per school verrekend met de bestemmingsreserve OLP. Bestemmingsreserve Privaat De algemene private reserve is bedoeld voor specifieke toekomstige uitgaven die uit door ouders/verzorgers of derden ingebrachte middelen gedekt moeten worden. Deze is opgebouwd uit jaarlijkse verschillen tussen vrijwillige ouderbijdragen en overige privaatrechtelijke baten betreffende schoolactiviteiten op vrijwillige basis (schoolreisjes, sportactiviteiten, vieringen). Via resultaatbestemming worden de overschotten van een boekjaar toegevoegd en tekorten onttrokken aan de algemene private reserve.

59

Voorzieningen In de balans wordt een voorziening opgenomen indien: a. Er sprake is van een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting, die het gevolg is van een gebeurtenis in het verleden; b. Het waarschijnlijk is dat voor de afwikkeling van deze verplichting een uitstroom van middelen noodzakelijk is; c. Er een betrouwbare schatting kan worden gemaakt van de omvang van de verplichting. De voorzieningen worden gewaardeerd tegen de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de verplichtingen per balansdatum af te wikkelen. Enkel uitgaven waarvoor de voorziening oorspronkelijk was gevormd worden ten laste van de voorziening gebracht. Voorziening ambtsjubilea De voorziening ambtsjubilea wordt opgenomen tegen de contante waarde van de verwachte uitkeringen gedurende het dienstverband. De berekening is gebaseerd op aanspraken op grond van de CAO, de ingeschatte blijf kans, het aantal dienstjaren en de mogelijkheid om het jubileum te behalen voor de pensioengerechtigde leeftijd. Er is gerekend met een gemiddelde salarisstijging van 1,75% per jaar en een disconteringsvoet van 0,0%. De betaalde jubileumgratificaties worden ten laste van deze voorziening gebracht. Voorziening duurzame inzetbaarheid De CAO-regeling duurzame inzetbaarheid biedt aan medewerkers 57 jaar de mogelijkheid een spaartegoed op te bouwen dat later tot verlof leidt.

Voor uren die zijn gespaard in het kader van een spaarplan met een verlofdoel, is een voorziening opgebouwd door dotaties ten laste van de exploitatierekening. De voorziening is gebaseerd op gedane toezeggingen vanuit de CAO en de salarisschaal van de werknemers. Voorziening onderhoud Voor de toekomstige kosten van periodiek onderhoud aan schoolgebouwen die in juridisch eigendom zijn bij de stichting, is een meerjarenonderhoudsplan (MJOP) opgesteld. Hierin zijn de te verwachten kosten over een periode van 40 jaar per schoolgebouw uitgesplitst in verschillende bouwelementen, die op basis van vigerende regelgeving tot de risicosfeer van schoolbesturen behoren. In geval van voorgenomen scholenfusies of nieuwbouw/renovatie binnen een tijdsbestek van 10 jaar is uitgegaan van de vermoedelijke resterende gebruiksduur. Er is geen rekening gehouden met een eigen bijdrage bij nieuwbouw/renovatie. In het MJOP, dat laatstelijk is geactualiseerd in 2020, is per onderhoudscomponent uitgegaan van een algemeen gebruikelijke economische levensduur en een actueel prijsniveau. Er is geen rekening gehouden met indexeringen van kosten door inflatie of conjuncturele aanpassingen.

Op basis van het MJOP is voor de verwachte kosten inzake periodiek onderhoud van gebouwen een voorziening gevormd tegen nominale waarde, die per component lineair en tijdsevenredig is opgebouwd, gerekend vanaf het stichtingsjaar van iedere afzonderlijke school. Bij uitbreidingen is voor het betreffende bouwdeel gerekend vanaf het jaar van uitbouw.

60

De toevoegingen aan de voorziening worden per component bepaald op basis van de geschatte kosten van cyclisch onderhoud en de periode die telkens verloopt tussen de werkzaamheden zoals blijkend uit het MJOP. Jaarlijks wordt na een bouwkundige inspectie ter plaatse per schoolgebouw bepaald welke werkzaamheden noodzakelijk zijn om te blijven voldoen aan technische kwaliteitseisen en daarmee de goede onderhoudsstraat van de gebouwen en installaties te continueren, waarna de werkelijke kosten van voorzien onderhoud aan de voorziening worden onttrokken. De schattingselementen die zijn gerelateerd aan deze voorziening betreffen de gebruiksduur, de onderhoudscyclus, het bedrag dat is vereist en het moment waarop het onderhoud wordt uitgevoerd. Kortlopende schulden De kortlopende schulden hebben een verwachte looptijd van maximaal één jaar. Kortlopende schulden worden opgenomen tegen de nominale waarde. Grondslagen voor bepaling van het resultaat Algemeen Het resultaat wordt bepaald als het verschil tussen de baten en lasten over het jaar. De baten en lasten worden toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Lasten en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het verslagjaar worden in acht genomen, indien zij voorafgaand aan het vaststellen van de jaarrekening bekend zijn geworden en de omvang betrouwbaar kan worden vastgesteld.

(Rijks)bijdrage OCW De ontvangen (normatieve) rijksbijdragen worden in het jaar waarop de toekenning betrekking heeft als bate verwerkt in de staat van baten en lasten. Personeelsbeloningen Lonen, salarissen en sociale lasten worden op grond van de arbeidsvoorwaarden verwerkt in de staat van baten en lasten over de verslagperiode voor zover ze verschuldigd zijn aan de werknemers respectievelijk de belastingautoriteiten. Voor zover de verschuldigde betalingen op balansdatum nog niet zijn voldaan, wordt hiervoor een verplichting opgenomen. De uitgestelde personeelsbeloningen voortvloeiende uit de overgangsregeling BAPO (bevordering arbeidsparticipatie ouderen) zijn als periodekosten in de staat van baten en lasten verwerkt. Pensioenregelingen De entiteit is aangesloten bij het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP). Het ABP is het bedrijfstakpensioenfonds voor overheidswerkgevers, waaronder onderwijsinstellingen. De over het verslagjaar verschuldigde premie wordt als last verantwoord. Afschrijvingen Voor een toelichting op de afschrijvingen op materiële vaste activa wordt verwezen nar de hiervoor vermelde waarderingsgrondslagen. 61

Overige kosten Alle kosten anders dan personeelsbeloningen en afschrijvingen, die in het boekjaar zijn gerealiseerd en waar geen opbrengsten tegenover staan die nog niet zijn gerealiseerd. Financiële baten en lasten Rentebaten en lasten worden tijdsevenredig verwerkt, rekening houdend met de effectieve rentevoet van de desbetreffende activa en passiva. Bij de verwerking van de rentelasten wordt rekening gehouden met de verantwoorde transactiekosten op de ontvangen leningen. Bankkosten worden ten laste gebracht van het boekjaar waarop deze betrekking hebben.

62

Materiële vaste activa

De in 2020 gepleegde investering van € 97.889 in tijdelijke huisvesting (units) voor o.b.s. “’t Fonnemint” te Sint Annaparochie is volledig gefinancierd met private middelen. De jaarlijkse afschrijving ad € 9.789 maakt deel uit van de private lasten. Het saldo van de private baten en lasten komt tot uitdrukking in de resultaatbestemming. De boekwaarde van de units ultimo 2023 ad € 60.528 maakt deel uit van de totale boekwaarde van 1.2.1. Gebouwen en terreinen ad € 334.231. Vorderingen

63

Liquide middelen

64

Eigen vermogen

Voorzieningen

De voorziening onderhoud is opgenomen bij 2.2.3. Overige voorzieningen.

65

Kortlopende schulden

De stijging van de te betalen belastingen en premies sociale verzekeringen, de schulden terzake van de pensioenen en het vakantiegeld hangt samen met de hogere inzet van personeel en de stijging van de brutolonen door de cao 2023-2024. De diverse nog te besteden subsidies bestaan grotendeels uit respectievelijk in 2022 (280 K) en 2023 (380 K) subsidies voor verbetering basisvaardigheden. Deze subsidie wordt vanaf 2023 (82 K) gespreid in een aantal jaren uitgegeven. Specifieke subsidies voor starters en gelijke kansen (175 K) zijn nog niet besteed.

66

Geoormerkte subsidies (Model G) G1-Subsidies waarbij het eventueel niet aangewende deel van de subsidie, mits de activiteiten volledig zijn uitgevoerd, kan worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.

G2a Subsidies die uitsluitend mogen worden aangewend voor het doel waarvoor de subsidie is verstrekt, aflopend per ultimo verslagjaar

67

G2b Subsidies die uitsluitend mogen worden aangewend voor het doel waarvoor de subsidie is verstrekt, doorlopend tot in een volgend verslagjaar

Niet uit de balans blijkende verplichtingen

68

Toelichting tot de staat van baten en lasten Rijksbijdragen

Overige overheidsbijdragen

Baten werk in opdracht van derden

69

Overige baten

Personele lasten

70

Afschrijvingen op vaste activa

In verband met een desinvestering in 2022 (139K) na een inventarisatie van meubilair en inventaris op de scholen waren de afschrijvingen in dat jaar hoger dan normaal. In 2023 is ruim minder geïnvesteerd in digitale middelen dan was begroot. Hierop vindt in 2024 nog een inhaalslag plaats.

Huisvestingslasten

Overige instellingslasten

Accountantslasten

71

Financiële baten en lasten

Overige verbonden partijen (minderheidsdeelneming en geen beslissende zeggenschap)

72

Wet normering bezoldiging topfunctionarissen (WNT) Algemeen Per 1 januari 2013 is de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) ingegaan. Deze verantwoording is opgesteld op basis van de volgende op Intergemeenschappelijk Openbaar Basisonderwijs (ISOB) van toepassing zijnde regelgeving: het WNT-maximum voor het onderwijs, klasse C. Deze klasse indeling is gebaseerd op de uitkomsten van de complexiteitsvragen, die als volgt zijn vastgesteld:

Het bezoldigingsmaximum in 2023 voor Elan Onderwijsgroep is € 159.000. Het weergegeven individuele WNT-maximum is berekend naar rato van de omvang (en voor topfunctionarissen tevens de duur) van het dienstverband, waarbij de berekening van de omvang van het dienstverband nooit groter kan zijn dan 1,0 fte. Het individuele WNT-maximum voor de leden van de Raad van Toezicht bedraagt voor de voorzitter 15% en voor de overige leden 10% van het bezoldigingsmaximum, berekend naar rato van de duur van het dienstverband. Voor topfunctionarissen zonder dienstbetrekking geldt met ingang van 1 januari 2016 voor de eerste 12 maanden een afwijkende normering, zowel voor de duur van de opdracht als voor het uurtarief. Bestuurder Het dagelijks bestuur bestaat volgens de statuten uit één of meer leden. Het aantal leden van het dagelijks bestuur is door de Raad van Toezicht bepaald op één. De Voorzitter College van Bestuur vormt het dagelijks bestuur van Elan Onderwijsgroep. Hij is op basis van een arbeidsovereenkomst voor werktijdfactor 1,0 in vaste dienst. De CAO Bestuurders Primair Onderwijs is van toepassing verklaard door de Raad van Toezicht. Toezichthouders Het toezichthoudend algemeen bestuur, de Raad van Toezicht, bestaat volgens de statuten uit minimaal 5 en maximaal 7 leden, waarvan een aantal door de oudergeleding van de GMR is voorgedragen.

De toezichthouders zijn voor vier jaar benoemd. Na afloop van de zittingsperiode behoort herbenoeming voor 4 jaar tot de mogelijkheden. Er is geen taakomvang bepaald. De honorering past binnen de minimum- en maximumgrenzen die worden geadviseerd door de Vereniging Toezichthouders in Onderwijsinstellingen (VTOI).

73

Leidinggevende (gewezen) topfunctionarissen met dienstbetrekking. Tevens leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling.

74

Toezichthoudende topfunctionarissen

Uitkeringen wegens beëindiging dienstverband aan topfunctionarissen met of zonder dienstbetrekking. Er zijn in 2022 en 2023 geen ontslaguitkeringen verstrekt aan topfunctionarissen.

Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT Naast de hierboven vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen die in 2023 een bezoldiging boven het individuele WNT-maximum hebben ontvangen. Er zijn in 2023 geen ontslaguitkeringen betaald aan overige functionarissen die op grond van de WNT dienen te worden vermeld, of die in eerdere jaren op grond van de WOPT of de WNT zijn vermeld of hadden moeten worden vermeld.

75

Bestemming van het exploitatieresultaat

Gebeurtenissen na balansdatum Gebeurtenissen die blijken na balansdatum tot aan de datum van het opmaken van de jaarrekening en andere informatie geven over de feitelijke situatie op de balansdatum zijn bij het opmaken van de jaarrekening verwerkt. Gebeurtenissen die blijken na het opmaken van de jaarrekening tot aan het vaststellen van de jaarrekening en nadere informatie geven over de feitelijke situatie op de balansdatum, worden alleen verwerkt in de jaarrekening voor zover dat onontbeerlijk voor het inzicht. Feitelijk hebben zich na het opmaken van de jaarrekening tot aan de accountantscontrole geen gebeurtenissen voorgedaan die belangrijk zijn voor de interpretatie van de cijfers in de jaarrekening.

76

Controleverklaring van de onafhankelijke accountant Aan: de raad van toezicht van Elan Onderwijsgroep, stichting voor openbaar en algemeen bijzonder primair onderwijs A. Verklaring over de in het jaarverslag opgenomen jaarrekening 2023 Ons oordeel Wij hebben de jaarrekening 2023 van Elan Onderwijsgroep te Stiens gecontroleerd. Naar ons oordeel:  geeft de in dit jaarverslag opgenomen jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van het vermogen van Elan Onderwijsgroep op 31 december 2023 en van het resultaat over 2023 in overeenstemming met de Regeling jaarverslaggeving onderwijs;  zijn de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties over 2023 in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand gekomen in overeenstemming met de in de relevante weten regelgeving opgenomen bepalingen, zoals opgenomen in paragraaf 2.3.1. ‘Referentiekader’ van het Onderwijsaccountantsprotocol OCW 2023. De jaarrekening bestaat uit: 1. de balans per 31 december 2023; 2. de staat van baten en lasten over 2023; en 3. de toelichting met een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen. De basis voor ons oordeel Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens het Nederlands recht, waaronder ook de Nederlandse controlestandaarden en het Onderwijsaccountantsprotocol OCW 2023 vallen.

Onze verantwoordelijkheden op grond hiervan zijn beschreven in de sectie ‘Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening’. Wij zijn onafhankelijk van Elan Onderwijsgroep zoals vereist in de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten (ViO) en andere voor de opdracht relevante onafhankelijkheidsregels in Nederland. Verder hebben wij voldaan aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA). Wij vinden dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Naleving anticumulatiebepaling WNT niet gecontroleerd In overeenstemming met het Controleprotocol WNT 2023 hebben wij de anticumulatiebepaling, bedoeld in artikel 1.6a WNT en artikel 5, lid 1 sub n en o Uitvoeringsregeling WNT, niet gecontroleerd. Dit betekent dat wij niet hebben gecontroleerd of er wel of niet sprake is van een normoverschrijding door een

leidinggevende topfunctionaris vanwege eventuele dienstbetrekkingen als leidinggevende topfunctionaris bij andere WNT-plichtige instellingen, alsmede of de in dit kader vereiste toelichting juist en volledig is. B. Verklaring over de in het jaarverslag opgenomen andere informatie Het jaarverslag omvat andere informatie, naast de jaarrekening en onze controleverklaring daarbij. Op grond van onderstaande werkzaamheden zijn wij van mening dat de andere informatie:  met de jaarrekening verenigbaar is en geen materiële afwijkingen bevat;  alle informatie bevat die op grond van de Regeling jaarverslaggeving onderwijs en op grond van de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals opgenomen in paragraaf 2.2.2 'Bestuursverslag' van het Onderwijsaccountantsprotocol OCW 2023 is vereist. Wij hebben de andere informatie gelezen en hebben op basis van onze kennis en ons begrip, verkregen vanuit de jaarrekeningcontrole of anderszins, overwogen of de andere informatie materiële afwijkingen bevat. Met onze werkzaamheden hebben wij voldaan aan de vereisten in de Regeling jaarverslaggeving onderwijs, paragraaf 2.2.2 ‘Bestuursverslag’ van het Onderwijsaccountantsprotocol OCW 2023 en de Nederlandse Standaard 720. Deze werkzaamheden hebben niet dezelfde diepgang als onze controlewerkzaamheden bij de jaarrekening.

Het bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van de andere informatie, waaronder het bestuursverslag en de overige gegevens in overeenstemming met de Regeling jaarverslaggeving onderwijs en met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals opgenomen in paragraaf 2.2.2 ‘Bestuursverslag’ van het Onderwijsaccountantsprotocol OCW 2023. C. Beschrijving van verantwoordelijkheden met betrekking tot de jaarrekening Verantwoordelijkheden van het bestuur en de raad van toezicht voor de jaarrekening Het bestuur is verantwoordelijk voor het opmaken en getrouw weergeven van de jaarrekening, in overeenstemming met de Regeling jaarverslaggeving onderwijs. Het bestuur is ook verantwoordelijk voor het rechtmatig tot stand komen van de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties, in overeenstemming met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals opgenomen in paragraaf 2.3.1 ‘Referentiekader’ van het Onderwijscontroleprotocol OCW 2023. In dit kader is het bestuur tevens verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing die het bestuur noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening en de naleving van die relevante wet- en regelgeving mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fouten of fraude.

Bij het opmaken van de jaarrekening moet het bestuur afwegen of de onderwijsinstelling in staat is om haar activiteiten in continuïteit voort te zetten. Op grond van genoemd verslaggevingsstelsel moet het bestuur de jaarrekening opmaken op basis van de continuïteitsveronderstelling, tenzij het bestuur het voornemen heeft om de onderwijsinstelling te liquideren of de activiteiten te beëindigen of als beëindiging het enige realistische alternatief is. Het bestuur moet gebeurtenissen en omstandigheden waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de instelling haar activiteiten in continuïteit kan voortzetten toelichten in de jaarrekening. De raad van toezicht is verantwoordelijk voor het uitoefenen van toezicht op het proces van financiële verslaggeving van de onderwijsinstelling. Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening Onze verantwoordelijkheid is het zodanig plannen en uitvoeren van een controleopdracht dat wij daarmee voldoende en geschikte controle-informatie verkrijgen voor het door ons af te geven oordeel. Onze controle is uitgevoerd met een hoge mate maar geen absolute mate van zekerheid waardoor het mogelijk is dat wij tijdens onze controle niet alle materiële fouten en fraude ontdekken.

Afwijkingen kunnen ontstaan als gevolg van fraude of fouten en zijn materieel indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat deze, afzonderlijk of gezamenlijk, van invloed kunnen zijn op de economische beslissingen die gebruikers op basis van deze jaarrekening nemen. De materialiteit beïnvloedt de aard, timing en omvang van onze controlewerkzaamheden en de evaluatie van het effect van onderkende afwijkingen op ons oordeel. Wij hebben deze accountantscontrole professioneel kritisch uitgevoerd en hebben waar relevant professionele oordeelsvorming toegepast in overeenstemming met de Nederlandse controlestandaarden, het Onderwijsaccountantsprotocol OCW 2023, ethische voorschriften en de onafhankelijkheidseisen. Onze controle bestond onder andere uit:  het identificeren en inschatten van de risico’s  dat de jaarrekening afwijkingen van materieel belang bevat als gevolg van fouten of fraude,  van het niet rechtmatig tot stand komen van baten en lasten alsmede de balansmutaties, die van materieel belang zijn,  het in reactie op deze risico’s bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden en het verkrijgen van controle-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Bij fraude is het risico dat een afwijking van materieel belang niet ontdekt wordt groter dan bij fouten.

Bij fraude kan sprake zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van de interne beheersing;

 

het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor de controle met als doel controlewerkzaamheden te selecteren die passend zijn in de omstandigheden. Deze werkzaamheden hebben niet als doel om een oordeel uit te spreken over de effectiviteit van de interne beheersing van de onderwijsinstelling; het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving, de gebruikte financiële rechtmatigheidscriteria en het evalueren van de redelijkheid van schattingen door het bestuur en de toelichtingen die daarover in de jaarrekening staan; gehanteerde het vaststellen dat de door het bestuur continuïteitsveronderstelling aanvaardbaar is. Tevens het op basis van de verkregen controle-informatie vaststellen of er gebeurtenissen en omstandigheden zijn waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de onderwijsinstelling haar activiteiten in continuïteit kan voortzetten. Als wij concluderen dat er een onzekerheid van materieel belang bestaat, zijn wij verplicht om aandacht in onze controleverklaring te vestigen op de relevante gerelateerde toelichtingen in de jaarrekening. Als de toelichtingen inadequaat zijn, moeten wij onze verklaring aanpassen. Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot de datum van onze controleverklaring.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=noardeastfryslan&id=3fb81086-135e-43e8-8d5a-a1b7a96f3045