CConstaterende datNoardeast-Fryslân
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Biodiversiteitsplan Gemeente Noardeast-Fryslân

It Beslút 16 december 2021, gemeente Noardeast-FryslânBij agendapunt: Vaststellen Groenstructuur- en Biodiversiteitsplan28.615 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Signed By: Dijkstra, Sytze <s.dijkstra@noardeast-fryslan.nl> 20/12/2021 09:22:19 CET ID: 47194da2-b7be-48ec-8262-e34700bd8b7d Auth: Scribble

Biodiversiteitsplan Gemeente NoardeastFryslân

A&W-rapport 20-300

in opdracht van

Biodiversiteitsplan Gemeente NoardeastFryslân

A&W-rapport 20-300

M. Brongers M. Feldbrugge E. Schut

Foto Voorplaat Huismus, Holwortel, Echte koekoeksbloem, Distelvlinder op bloemrijke vegetatie, Gele kwikstaart, landschap NFW, foto’s A&W

M. Brongers, M. Feldbrugge, E. Schut 2021 Biodiversiteitsplan gemeente Noardeast-Fryslân. A&W-rapport 20-300 Altenburg & Wymenga ecologisch onderzoek, Feanwâlden

Opdrachtgever Gemeente Noardeast-Fryslân Koningsstraat 13 9101 LP Dokkum Telefoon 0519 29 88 88

Uitvoerder Altenburg & Wymenga ecologisch onderzoek bv Suderwei 2 9269 TZ Feanwâlden Telefoon 0511 47 47 64 info@altwym.nl www.altwym.nl

©

Altenburg & Wymenga ecologisch onderzoek bv. Overname van gegevens uit dit rapport is toegestaan met bronvermelding.

Projectnummer 20-300

Projectleider M. Brongers

Status Eindrapport

Autorisatie Goedgekeurd

Paraaf R. de Jong

Datum 10 november 2021

Kwaliteitscontrole

Paraaf

E. Wymenga

A&W-rapport 20-300 Biodiversiteitsplan Gemeente Noardeast-Fryslân

Inhoud 1

2 3

4

5

6 7 8

Inleiding 1.1 Biodiversiteitsplan Gemeente Noardeast-Fryslân 1.2 Leeswijzer: opzet van de rapportage Kader biodiversiteit 2.1 Aandacht voor biodiversiteit Ecologische waarden in Noardeast-Fryslân 3.1 Landschappen 3.2 Dorpen en stedelijk gebied 3.3 Buitendijks gebied 3.4 Kleigebied 3.5 Zandlandschap 3.6 Lauwersmeer Kansen voor biodiversiteit 4.1 Wat gebeurt er al binnen de gemeentelijke grenzen 4.2 Bredere opgaven en initiatieven 4.3 Kansen voor versterking van biodiversiteit 4.4 Mogelijke rollen van de gemeente Noardeast-Fryslân Keuzes 5.1 Biodiversiteitssporen gemeente NE-F 5.2 Keuzes voor maatregelen Maatregelen Aanbevelingen Literatuur

1 1 2 3 3 6 6 12 14 15 17 19 21 21 26 29 39 41 41 41 45 75 77

Bijlage 1 Gemeentelijke eigendommen

79

A&W-rapport 20-300 Biodiversiteitsplan Gemeente Noardeast-Fryslân

1

1 Inleiding 1.1

Biodiversiteitsplan Gemeente Noardeast-Fryslân

De gemeente Noardeast-Fryslân hecht veel belang aan het versterken van de biodiversiteit, en heeft de ambitie om daar actief werk van te maken. Een belangrijke stap daarin is de opstelling van een gemeentelijk biodiversiteitsplan. In zo’n plan wordt concreet gemaakt hoe en waar de biodiversiteit in de gemeente verhoogd kan worden en wat de rol van de gemeente daarin kan zijn. Het vormt de onderbouwing voor keuzes van de gemeente om gestructureerd aan herstel van biodiversiteit te werken. Die keuzes worden vervolgens nader uitgewerkt. De gemeente heeft Altenburg & Wymenga gevraagd om te helpen bij de opstelling van zo’n biodiversiteitsplan. Om te komen tot een biodiversiteitsplan voor de gemeente Noardeast-Fryslân (verder: NE-F) worden de volgende stappen doorlopen, in twee fasen: Fase 1. Het speelveld helder maken a) Opstelling van een kader biodiversiteit Versterking van biodiversiteit is een breed thema met veel aangrijpingspunten, waarover bovendien inzichten kunnen verschillen. Om een gezamenlijk vertrekpunt te hebben wordt gestart met een toelichting op wat biodiversiteit is en waar dat afhankelijk van is. b) Landschappen en biodiversiteit in de gemeente Biodiversiteit, en dus ook het versterken daarvan, heeft alles te maken met het landschap en de kenmerken daarvan.

Binnen de gemeente komt een bijzondere afwisseling van landschappen voor, van kwelders en open kleiweidelandschap tot stedelijk gebied. Dat betekent dat ook de biodiversiteit gevarieerd is, net als de kansen om die te vergroten. De verschillende landschappen binnen de gemeente worden kort beschreven: wat zijn de landschappelijke kenmerken ervan, welke elementen zijn er te vinden en voor welke soorten zijn ze van belang of kunnen ze dat zijn? c) Kansen voor versterking van biodiversiteit In deze stap wordt op hoofdlijnen aangegeven welke kansen er liggen in de gemeente om biodiversiteit te versterken. Ook wordt beschreven wat er op dat vlak allemaal al gedaan wordt en welke andere initiatieven en opgaven er zijn die betrekking (kunnen) hebben op biodiversiteitsherstel. Ook de mogelijke rollen van de gemeente worden besproken. In samenhang schetst dat een beeld van welke (typen) mogelijkheden er binnen de gemeente NE-F in beginsel zijn om bij te dragen aan versterking van de biodiversiteit. Dit overzicht is nodig om keuzes te kunnen maken in fase 2. Fase 2. Keuzes maken en uitwerken In fase 2 kiest de gemeente voor welke mogelijkheden uit het brede speelveld zij zich kan en wil gaan inzetten.

Gaat het alleen om beheer en inrichting van eigen terreinen, of wordt biodiversiteitsbeleid breder opgevat? Voor welke maatregelen wil de gemeente zich bij voorkeur inzetten? Zijn die keuzes helder, dan worden de daarbij horende maatregelen uitgewerkt tot praktische aanbevelingen.

2

1.2

A&W-rapport 20-300 Biodiversiteitsplan Gemeente Noardeast-Fryslân

Leeswijzer: opzet van de rapportage

In dit rapport worden de resultaten van de eerste fase en de keuzes van de gemeente gepresenteerd en de gekozen maatregelen verder uitgewerkt. Er wordt bewust niet veel aandacht besteed aan natuurgebieden, omdat de gemeente daar niet of nauwelijks invloed heeft. Hoofdstuk 2 behandelt het kader biodiversiteit. Hoofdstuk 3 schetst de ecologische waarden, in relatie tot de landschapstypen en landschappelijke elementen in de gemeente. Hoofdstuk 4 beschrijft welke mogelijkheden er zijn om de biodiversiteit in de gemeente te versterken. Ook wordt aangegeven wat er al gebeurt op het vlak van biodiversiteitsherstel en welke bredere initiatieven en opgaven er spelen. Hoofdstuk 5 beschrijft de keuzes van de gemeente, die in hoofdstuk 6 nader worden uitgewerkt. Hoofdstuk 7 geeft conclusies en enkele overkoepelende aanbevelingen.

A&W-rapport 20-300 Biodiversiteitsplan Gemeente Noardeast-Fryslân

3

2 Kader biodiversiteit 2.1

Aandacht voor biodiversiteit

Biodiversiteit staat volop in de aandacht van landelijke en lokale overheden, natuurorganisaties, landbouworganisaties en burgers. Reden daarvoor is de achteruitgang van het aantal plantenen diersoorten, wereldwijd en ook in Nederland. Zo laat figuur 2.1 zien dat in Nederland in 2019 een groot deel van de planten- en diersoorten bedreigd of zelfs uitgestorven was. Dat geldt bijvoorbeeld voor veel soorten reptielen, dagvlinders, bijen en paddenstoelen.

Figuur 2.1 Bedreigde soorten in Nederland in 2019 per soortgroep (bron: Compendium voor de Leefomgeving).

Niet vreemd dus, dat herstel van biodiversiteit breed in de belandstelling staat. Biodiversiteit is belangrijk en dat wordt in toenemende mate breed onderkend. Los van de waarde van de soorten zelf, is een brede diversiteit aan soorten belangrijk voor het functioneren van het leven op aarde. Het levert ons onder meer voedsel (dieren, planten) en is essentieel in de productie daarvan (bestuiving!). Het is ook bron van allerlei geneesmiddelen, het vermindert het risico op plagen, speelt een rol in het zuiveren van lucht en water en in de weerbaarheid tegen de effecten van klimaatverandering. Bovendien zorgt biodiversiteit voor een aantrekkelijke leefomgeving en bevordert het de gezondheid en de kwaliteit van leven.

2.2

Biodiversiteit en landschap

Wat is biodiversiteit Er bestaan verschillende definities van wat biodiversiteit is. Deze worden hier niet in detail besproken. Van belang om te weten is, dat biodiversiteit meer is dan alleen 'veel soorten'. Het gaat om alles wat leeft - zowel op het land in het water als in de bodem – én om de leefomgeving van die soorten en hun onderlinge relaties. Behalve op het aantal soorten, heeft biodiversiteit

4

A&W-rapport 20-300 Biodiversiteitsplan Gemeente Noardeast-Fryslân

dus ook betrekking het aantal soorten in een biotoop, de diversiteit aan biotopen in een gebied en de diversiteit van landschappen. Bij biodiversiteit ligt de focus vaak op zichtbare dier- en plantensoorten. Toch ligt de basis van biodiversiteit in een rijk bodemleven. Daarbij valt te denken aan bijvoorbeeld wormen, microorganismen en duizendpoten. Ze zorgen ervoor dat dood organisch materiaal (bijvoorbeeld mest en strooisel) wordt omgezet in voedingsstoffen die bruikbaar zijn voor planten. Meer diversiteit aan bodemleven leidt tot een grotere variatie aan plantensoorten, die zorgt voor meer geschikte plekken en voedsel voor plantenetende soorten (Onrust et al. 2019). Belang van variatie De diversiteit aan biotopen en soorten wordt mede bepaald door variatie. Variatie speelt op allerlei niveaus een rol, van klein tot groot. Naarmate er meer kleinschalige variatie in een gebied is, zijn er meer verschillende biotopen, en kunnen meer planten- en diersoorten er een plek kunnen vinden. Of dat het geval is, en of het dan duurzame populaties van die soorten zijn, is ook afhankelijk van andere factoren. Daarbij spelen zaken als verbinding, omvang, ruimtelijke afwisseling, timing van eventuele beheermaatregelen en dergelijke een rol.

Een bos met open plekken en dode bomen bevat meer biotopen dan een eenvormig, aaneengesloten bos.

Relatie met het landschap Biodiversiteit staat niet op zichzelf. Welke soorten, vegetaties en ecosystemen in een gebied voorkomen - en met biodiversiteitsmaatregelen mogelijk ontwikkeld kunnen worden - wordt bepaald door de omstandigheden ter plekke. Bepalend daarbij zijn onder andere ‘abiotische omstandigheden’ (denk aan bodemsoort, vochtigheid, kalkrijkdom, voedselrijkdom), landgebruik en andere menselijke invloeden. Deze factoren hangen voor een belangrijk deel samen met het landschap. Dat maakt dat bijvoorbeeld een kruidenrijk grasland op zandgrond in het besloten landschap van de Noordelijke Friese Wouden er net iets anders uitziet, en van belang is voor net iets andere soorten, dan kruidenrijk grasland in het open kleigebied. Dorpen, steden en gemeentelijk groen maken een specifiek deel uit van de variatie in het landschap. In een gebied met veel variatie in abiotische omstandigheden zal de biodiversiteit dus over het algemeen groter (kunnen) zijn dan in een gebied of landschap met minder variatie. Door bij de oorspronkelijke kenmerken en variatie van het landschap en de abiotiek (bodem, water) aan te sluiten, kan de biodiversiteit die daarbij past het beste tot uiting komen. Rol van voedselrijkdom Een goede kennis van de opbouw van het landschap is daarom van groot belang om te bepalen waar de mogelijkheden voor het ontwikkelen van meer biodiversiteit liggen.

Recent is de

A&W-rapport 20-300 Biodiversiteitsplan Gemeente Noardeast-Fryslân

5

Landschapsbiografie van Noardeast-Fryslân (Worst & Coppens 2021) verschenen, waarin het landschap van de gemeente NE_F en haar ontstaansgeschiedenis beschreven is. Naast het landschap, speelt voedselrijkdom voor biodiversiteit een belangrijke rol. Veel van de soorten die sterk achteruit zijn gegaan zijn afhankelijk van voedselarmere omstandigheden en die waren vroeger algemeen. Met het toenemen van de bemesting hebben voedselrijke soorten het overgenomen: een beperkt aantal soorten is nu overal. Er is steeds minder ruimte voor 'fijnproevers': soorten die aangepast zijn aan schralere omstandigheden, afhankelijk zijn van open vegetaties, kale plekjes en dergelijke. Met de variatie in plantengroei verdwenen ook de diersoorten die daar direct en indirect van afhankelijk zijn. Omgekeerd betekent dat ook, dat met het terugdringen van de voedselrijkdom vaak veel biodiversiteitswinst te behalen valt. Gebruik van het landschap Sommige soorten leven steeds op één locatie. Maar veel soorten gebruiken tijdens hun leven meerdere onderdelen van het landschap. Dat kan in de loop van de dag of het jaar zijn en zowel binnen een klein gebied spelen als op landschapsschaal. Soorten kunnen zich alleen handhaven als die verschillende biotopen voldoende beschikbaar zijn én bereikbaar. Een voorbeeld is de Watervleermuis. Die verblijft in oude bomen in parkbossen en foerageert boven open water.

Om zich daartussen te verplaatsen maakt hij gebruik van lijnvormige landschapselementen. Een ander voorbeeld is de Gewone pad. Deze soort komt op allerlei plekken voor in kleinschalig, gevarieerd landschap. In het voorjaar trekken ze massaal naar voortplantingswateren. Daarbij moeten ze vaak wegen oversteken, vaak met slachtoffers als gevolg. Rol van verbindingen Individuen van een soort maken deel uit van een populatie. In Nederland komen soorten vaak in kleinere populaties in kleinere gebieden voor. Om voort te kunnen bestaan moet er – in ieder geval af en toe – uitwisseling zijn tussen die deelpopulaties. Zonder uitwisseling is een populatie in een klein gebied kwetsbaar. De kans op uitsterven door inteelt of het optreden van een ‘ramp’ (b.v. een hele droge zomer, overstroming, ziekte, te vroeg maaien) is dan groot. Verbindingen tussen deelpopulaties zijn dan ook cruciaal. Hoe die eruit moeten zien hangt af van de soorten die ze moeten gebruiken, hoe snel die zich kunnen verplaatsen en van de afstand tussen de deelpopulaties. Een vogel vliegt vaak gemakkelijk van het ene naar het andere gebied, maar voor veel vlinders is 100 m al lastig te overbruggen. In het ene geval zal een smalle zone geschikt zijn als verbinding. In andere gevallen zijn ook ‘stapstenen’ nodig (zie figuur 2.2) of moet de verbindingszone continue zijn.

Een gemeente kan met beheer en inrichting van haar eigendommen een belangrijke bijdrage leveren aan zulke verbindingen.

populatie 1

populatie 1

populatie 1 smallere verbindingszone

populatie 2

stapsteen (klein leefgebied)

corridor (continue verbinding)

populatie 2

populatie 2

Figuur 2.2 Links twee geïsoleerde populaties. In het middelste plaatje zijn deze verbonden door een smalle verbindingszone met stapstenen (als kralen aan een snoer). Langs de smallere zone kan een soort zich verplaatsen, de stapstenen zijn kleine leefgebieden waar de soort langere tijd kan leven en zich voortplanten. Rechts zijn de populaties verbonden via een continue verbinding, die overal kan dienen als leefgebied.

6

A&W-rapport 20-300 Biodiversiteitsplan Gemeente Noardeast-Fryslân

3 Ecologische waarden in Noardeast-Fryslân 3.1

Landschappen

Welke soorten er in Noardeast-Fryslân voor kunnen komen wordt sterk bepaald door de omstandigheden ter plekke. Van invloed op die omstandigheden zijn onder andere bodemsoort, vochtigheid, kalkrijkdom, voedselrijkdom en verstoring (gelegenheid om bijv. ongestoord voedsel te zoeken of te nestelen). Veel van die factoren hangen samen met het landschap, het landgebruik en andere menselijke invloeden. Het landschap van de gemeente NE-F is op verschillende manieren in te delen. Figuur 3.1 bijvoorbeeld, is een uitsnede van de landschapstypenkaart van de provincie Fryslân. Daarin is vooral de ontstaansgeschiedenis van het gebied in verschillende tijdsfasen te herkennen. Deze provinciale kaart lijkt sterk op de landschapstypenkaart uit de digitale landschapsatlas van de gemeente NE-F die recent beschikbaar gekomen is (Worst & Coppens 2021). De bodemkaart (figuur 3.2) laat zien dat een groot deel van de gemeente uit kleigronden bestaat, die deels binnendijks en deels buitendijks liggen. Aan de zuidzijde, rond Kollumerzwaag-OudwoudeKollum zijn zandgronden te vinden. Ook het Lauwersmeer ligt vooral op zand. Ook wat betreft hoogteligging zijn er behoorlijke verschillen binnen de gemeente.

Op grond van dergelijke kaartbeelden is het landschap in de gemeente grofweg in te delen in vijf eenheden die we hanteren in dit rapport: dorpen en stedelijk gebied, buitendijkse gebied, het kleigebied, het zandlandschap en het Lauwersmeer. Landschap in vogelvlucht Bij de vorming van het landschap van de gemeente NE-F heeft de invloed van de zee een belangrijke rol gespeeld. Die heeft ervoor gezorgd dat er geulen, prielen en platen ontstonden en zavel en klei werd afgezet. Door opslibbing en inpoldering in verschillende fasen ontstond de basis van het huidige landschap. Het noorden en midden van de gemeente bestaan daardoor uit kleigronden, die op de hogere delen vrij licht en kalkrijk zijn en in de lagere delen zwaarder en vaak kalkarm. In het huidige Lauwersmeer, dat relatief recent is afgesloten van de Waddenzee, bestaat de bodem hoofdzakelijk uit kalkhoudend zand. De zuidelijkoostelijke rand van de gemeente ligt op uitlopers van het zogenaamde Drents plateau. Dat is een keileemplateau waarop zand is afgezet en veen is ontstaan. Dat veen is later door afgraving grotendeels weer verdwenen. Er zijn nu zandgronden en lokaal, in de lagere delen, veengronden te vinden. Op de hogere delen is het coulisselandschap van de Noordelijke Friese Wouden ontstaan.

Beschrijving landschapstypen Omdat het landschap zo belangrijk is voor de biodiversiteit gaan we in dit hoofdstuk kort in op de verschillende landschapstypen in de gemeente NE-F. We beschrijven belangrijke kenmerken, de landschapselementen die er te vinden zijn en de biodiversiteit die daarmee samenhangt. Ook geven we per landschap aan welke landschapselementen de gemeente daarin in eigendom heeft. Afgesloten wordt steeds met enkele voorbeelden van soorten waarvoor dat landschap belangrijk is, waarbij het zowel gaat om bedreigde als ‘gewonere’ soorten. ‘Soorten van Fries belang’ zijn in dit hoofdstuk cursief aangegeven. Dat zijn soorten waarvoor Fryslân van speciale betekenis is, die onder druk staan en daarom (extra) bescherming nodig hebben (Molenaar et al. 2018).

A&W-rapport 20-300 Biodiversiteitsplan Gemeente Noardeast-Fryslân

Figuur 3.1 Landschapstypen in de gemeente Noardeast-Fryslân en omgeving (bron: website provincie Fryslân).

7

8

A&W-rapport 20-300 Biodiversiteitsplan Gemeente Noardeast-Fryslân

Figuur 3.2: Vereenvoudigde bodemkaart van de gemeente Noardeast-Fryslân en omgeving.

A&W-rapport 20-300 Biodiversiteitsplan Gemeente Noardeast-Fryslân

Figuur 3.3 Natuurgebieden in de gemeente Noardeast-Fryslân.

9

10

A&W-rapport 20-300 Biodiversiteitsplan Gemeente Noardeast-Fryslân

Figuur 3.4 Enkele landschapsstructuren in de gemeente Noardeast-Fryslân.

A&W-rapport 20-300 Biodiversiteitsplan Gemeente Noardeast-Fryslân

Figuur 3.5 Enkele ecologische elementen en waarden in de gemeente Noardeast-Fryslân.

11

12

3.2

A&W-rapport 20-300 Biodiversiteitsplan Gemeente Noardeast-Fryslân

Dorpen en stedelijk gebied

Binnen de gemeente NE-F liggen 52 dorpen en een stad (Dokkum). De bewoningskernen liggen hoog in het landschap. In het kleigebied zijn de dorpen ontstaan op terpen, die vanaf de middeleeuwen zijn opgeworpen. Veel dorpen zijn gebouwd rondom een kerk en hebben een eigen begraafplaats. Dokkum is een oude stad met een stadsgracht en stadswallen (bolwerken) die dateren uit de middeleeuwen. De stad ligt aan de Dokkumer Ee en het Dokkumer Grootdiep: de eerste is een voormalige getijderivier, de tweede is gegraven. Andere voormalige kreken als de Oude Peasens en de Suderie lopen eveneens deels door Dokkum. Dat geldt ook voor de Strobosser trekfeart, een voor de scheepvaart gegraven verbinding. Binnen de dorpen en de stad zijn verschillende landschapselementen te vinden die van belang (kunnen) zijn voor de biodiversiteit: Zo zijn er natte elementen als kanalen, vaarten, stadsgrachten en vijvers te vinden. Voorbeelden zijn grachten (zoals Baantjegracht en Zuidergracht) in Dokkum en vijvers in het Tolhuispark (Dokkum) en buitenplaats Philippusfenne (Kollum). Natte elementen zijn van belang voor allerlei soorten die gebonden zijn aan water, waterplanten en moerasvegetatie. Zo zijn in het Tolhuispark onder andere moerasbroedvogels, moerasplanten en allerlei libellen te vinden. Ook foerageren er vleermuizen1 boven de vijvers.

Naast leef- en foerageergebied van soorten ter plekke, vormen waterlopen als kanalen en (op)vaarten ook verbindingsroutes naar het buitengebied. In Dokkum bijvoorbeeld, worden deze watergangen door de Meervleermuis gebruikt als vliegroute tussen verblijfplaatsen in de bebouwing en foerageergebied in de omgeving. Het merendeel van de dorpen in de gemeente is via vaarten (vaak zijn dat voormalige kreken) verbonden met de omgeving. Ook elementen die vooral bestaan uit bomen en struiken (verder opgaande elementen genoemd) als parken en bosjes kunnen soortenrijk zijn. Binnen Dokkum zijn dat o.a. het Tolhuispark, het Bonifatiuspark en het Harddraverspark. Dergelijke plekken zijn van belang voor bos- en struweelvogels, maar ook voor allerlei vleermuissoorten, waaronder Watervleermuis en Gewone grootoorvleermuis. Ransuilen broeden vaak in bomen in en rond bebouwing, en verzamelen zich in koude winters in grote aantallen in bomen in de bebouwde omgeving (roestplaatsen). Hoe groter het element is en hoe groter de variatie - in soortensamenstelling, hoogte van de vegetatie, meer of minder beschutting e.d. - hoe meer soorten er geschikt leefgebied zullen kunnen vinden. In het kleigebied zijn dorpsbosjes en -parken vaak de enige opgaande elementen in een verder open landschap.

In het zandlandschap lopen lijnvormige beplantingen als houtwallen vanuit het buitengebied deels door tot aan of in de dorpen, zoals in Kollumerzwaag of Oudwoude. Die vormen verbindingen voor soorten die hun verblijfplaats in het dorp hebben en in de omgeving foerageren, zoals vleermuizen. Grazige vegetaties vormen een ander type landschapselement binnen stad en dorp. Daaronder vallen allerlei vegetaties die vooral bestaan uit grassen, al dan niet met kruiden. Dat kunnen bermen zijn, grazige delen van parken of bedrijventerreinen, gazons, drooggevallen ijsbanen en ook particuliere tuinen. Die elementen kunnen belangrijk zijn voor allerlei insecten - als vlinders, bijen, hommels, zweefvliegen, mieren - die weer voedsel vormen voor veel andere dieren. Diergroepen als vlinders en bijen hebben veel bloeiende kruiden nodig (voor nectar en stuifmeel), een gevarieerde vegetatie, voldoende zon en enige beschutting. Kruidenrijke vegetaties kunnen voorkomen op plaatsen die niet te vaak en niet te vroeg gemaaid worden, niet of weinig bemest en waar het maaisel wordt afgevoerd. Afhankelijk van bodem, vocht en voedselrijkdom kunnen

1 Cursief aangegeven zijn ‘Soorten van Fries belang’: soorten waarvoor Fryslân van speciale betekenis is, die onder druk

staan en daarom (extra) bescherming nodig hebben.

A&W-rapport 20-300 Biodiversiteitsplan Gemeente Noardeast-Fryslân

13

Rietorchis (links) en Muurvaren (rechts). Rietorchis komt onder andere voor langs de Lauwersseewei. Muurvaren is een soort van oude muren (foto’s A&W).

in grazige delen bijvoorbeeld (vrij) algemene soorten als klavers, Scherpe boterbloem, Gewoon biggenkruid, Fluitenkruid en Pinksterbloem voorkomen of minder algemene soorten als Kamgras, Echte koekoeksbloem of zelfs Rietorchis. Op dergelijke kruidenrijke plekken zijn bijvoorbeeld Oranjetipje of Kleine vuurvlinder waar te nemen. In dorps- en stadskernen zijn ook soorten te vinden die van oorsprong thuishoren in een stenige of rotsachtige omgeving. Voorbeelden daarvan zijn Huismus, Gierzwaluw (figuur 3.6), verscheidene vleermuissoorten en ook muurplanten. In historische kernen, zoals in Dokkum, komen op oude muren en kaden onder meer Muurleeuwenbek, Tongvaren en Muurvaren voor. Ook op kerken en grafornamenten op begraafplaatsen zijn deze soorten in verschillende dorpen te vinden (o.a. Kollum, Hallum, Ferwerd, Blije). Dat de bebouwde omgeving ook belangrijk is voor vleermuizen blijkt uit het feit dat in verschillende dorpen kolonies aanwezig zijn. Zo herbergen Dokkum en Kollum een verblijfplaats van de Meervleermuis. Op een aantal locaties komen stinsenmilieus voor, met soorten als Bostulp, Holwortel, Vingerhelmbloem en Daslook. Voorbeelden van dergelijke locaties zijn te vinden in Dokkum (bij de bolwerken), Kollum (buitenplaats Philippusfenne), Ternaard en bij Hegebeintum (Hartastate).

Figuur 3.6 Voorkomen van Huismus (links) en Gierzwaluw (rechts) in de gemeente Noardeast-Fryslân (bron: SOVON). Rood = veel, lichtblauw = weinig.

14

A&W-rapport 20-300 Biodiversiteitsplan Gemeente Noardeast-Fryslân

In en rond de bebouwde omgeving kunnen nog allerlei andere plekken aanwezig zijn die van belang zijn voor de biodiversiteit. Denk aan overhoekjes, (tijdelijk) braakliggende terreinen of bedrijventerreinen. Afhankelijk van de begroeiing, het substraat en de variatie kunnen daar allerlei planten en dieren hun plek vinden. Zo ligt ten noordwesten van Dokkum bedrijventerrein Betterwird. Daar broeden onder andere Visdieven op grinddaken van grotere gebouwen. Ook op daken in woonwijken broeden soms Visdieven. Eigendommen van de gemeente NE-F: In de bebouwde omgeving betreffen dit vooral grazige delen en bos, naast individuele bomen en een aantal hagen. Grazige delen zijn met name gazons en bermen, en op een aantal locaties ook begraafplaatsen en braakliggend terrein. Bos betreft hoofdzakelijk bosplantsoen en af en toe ‘houtwallen’. Binnen ‘hagen’ wordt volgens de informatie van de gemeente onderscheid gemaakt tussen hagen en lijnvormige beplantingen. Enkele Rode Lijstsoorten2: Bostulp, Klein wintergroen, Bosaardbei, Krabbenscheer, Oosterse morgenster, Boerenzwaluw, Huismus, Ransuil. Enkele overige soorten: Muurvaren, Vingerhelmbloem, Pinksterbloem, Muurleeuwenbek, Gierzwaluw, Oranjetipje, Bruin zandoogje, Steenhommel, Akkerhommel, Kleine watersalamander, Egel, Meervleermuis.

3.3

Buitendijks gebied

Dit zijn als gevolg van natuurlijke processen en door landaanwinningswerken aangeslibde zanden slibplaten. Het buitendijkse land stond en staat nog steeds onder invloed van de Waddenzee. Een deel is met een zomerkade beschermd tegen frequente overstroming: dat zijn de zomerpolders. De bodem bestaat uit kalkrijke klei en zavel. Het landschap is open en zeer grootschalig en bebouwing ontbreekt. Sturende factoren voor de biodiversiteit zijn de rust en ruimte en de invloed van de zee. Het heeft de status natuurgebied en maakt deel uit van het Natura 2000-gebied Waddenzee. Het natuurgebied is grotendeels van It Fryske Gea (Noard Fryslân Bûtendyks, Peazemmerlannen), en verder van Staatsbosbeheer en particulieren. De zomerpolders zijn grotendeels in agrarisch gebruik, onder meer voor beweiding van jongvee, paarden en schapen.

Icarusblauwtje op Grote ratelaar (foto A&W)

2 Rode Lijstsoorten zijn soorten die in hun voortbestaan bedreigd zijn.

A&W-rapport 20-300 Biodiversiteitsplan Gemeente Noardeast-Fryslân

15

Het buitendijkse gebied maakt deel uit van de Waddenzee. Dat is één van de grootste estuariene gebieden in de wereld, en van mondiaal belang voor de biodiversiteit. Een groot aantal wad- en watervogels - en ook vissen en schelpdieren - is voor zijn voortbestaan afhankelijk van de Waddenzee. De kwelders en zomerpolders van het buitendijkse gebied spelen daarin een belangrijke rol. Het gebied is van belang vanwege de slikken, kweldervegetaties, als broedgebied voor verschillende vogelsoorten, o.a. weidevogels, en als hoogwatervluchtplaats voor allerlei soorten vogels die gebonden zijn aan de Waddenzee. Er rusten grote aantallen wintergasten als ganzen en eenden, die deels ook binnendijks op cultuurgrasland en akkers foerageren. Fryslân Bûtendyks is ook een gebied waar jaarlijks Velduilen overwinteren. Eigendommen van de gemeente NE-F: De gemeente NE-F heeft geen eigendommen in het buitendijkse gebied. Enkele Rode Lijstsoorten: Engels gras, Veldgerst, Klein schorrenkruid, Melkkruid, Zeealsem, Blauwe kiekendief, Bontbekplevier, Gele kwikstaart, Tureluur, Veldleeuwerik, Velduil, Hermelijn, Gewone zeehond, Wezel. Enkele overige soorten: Haas, Ree, Kwartel, Lepelaar, Scholekster, Zilverplevier, Rosse grutto, Zwarte ruiter, Groenpootruiter, Bonte strandloper, Bruine kiekendief, Hooibeestje, Kleine vuurvlinder, Icarusblauwtje, Aardbeiklaver, Zulte.

3.4

Kleigebied

Landinwaarts van het buitendijkse land ligt het kleigebied, dat het grootste deel van de gemeente beslaat. Binnen het kleigebied is onderscheid te maken tussen de kwelderwallen enerzijds en de kweldervlakte en het kleiterpenlandschap anderzijds. Daarnaast komen oude en jonge zeepolders voor, die later ontstaan zijn. In alle gevallen is het landschap zeer open. De kwelderwallen zijn de hogere delen van het vroegere kwelderlandschap. Hierop liggen snoeren van terpdorpen. De bodem bestaat vooral uit relatief licht materiaal, dat kalkhoudend is. Deze hoger gelegen, lichtere gronden zijn aanwezig langs de hele kustlijn, rond het Lauwersmeer en aan weerszijden van grotere voormalige getijdegeulen. Door de lichte structuur zijn ze geschikt voor akkerbouw. Achter de kwelderwallen ligt de kweldervlakte. Deze gronden liggen lager, zijn zwaarder en doorgaans kalkarm. De kweldervlakte en het kleiterpenlandschap worden, vanwege de zwaardere structuur, vooral gebruikt als grasland. Bewoning is beduidend schaarser dan op de kwelderwallen. Opgaande beplanting is hoofdzakelijk aanwezig in en langs dorpen en boerenerven. Door het kleigebied slingeren meerdere voormalige kwelder- en getijdegeulen, als de Suderie, de Peazens, de Dokkumer Ee en de Lauwers. Ook de wegen volgen dit kronkelige patroon. De dorpen zijn via vaarten aangetakt op de kreken in de laagten.

Het Dokkumer grootdiep is ooit gegraven, als verbinding tussen de systemen van de Peazens en de Ee. De hogere gronden op de kwelderwallen en in de oude en jonge zeepolders zijn hoofdzakelijk in intensief agrarisch gebruik. Daar is doorgaans weinig ruimte voor natuur. Wel is op verscheidene plaatsen in het akkergebied sprake van agrarisch natuurbeheer, dat vooral gericht is op akkervogels, en zijn er verscheidene biologische akkerbouwbedrijven aanwezig. Een bijzondere soort van het akkergebied is de Grauwe kiekendief die er waarschijnlijk incidenteel broedt in de omgeving van Hallum en vooral buitendijks op de kwelder voedsel zoekt. Ook de Kwartel is er een schaarse broedvogel. Natuurgebied is hier vooral beperkt tot bosjes bij dorpen.

16

A&W-rapport 20-300 Biodiversiteitsplan Gemeente Noardeast-Fryslân

Ook de kweldervlakte en het kleiterpenlandschap zijn hoofdzakelijk in agrarisch gebruik. De laaggelegen, vochtige graslanden zijn van groot belang voor weidevogels. Grote delen zijn dan ook aangewezen als weidevogelkansgebied. Vooral in de laagste delen ligt een aantal natuurreservaten, waaronder de Eanjumerkolken, de Flappe, Jouswierpolder en Oogvliet. Het beheer is er vooral gericht op weidevogels en vochtige kruidenrijke graslanden. Er groeien onder andere Kamgras en Grote ratelaar. Plaatselijk zijn er soorten van brak water te vinden als Zilte rus, Melkkruid, Schorrenzoutgras en Gewoon kweldergras. Ook broeden er Kluten en hoge dichtheden aan Tureluurs; daarnaast foerageren er geregeld Lepelaars in en langs de sloten, met name rond het Lauwersmeer. De Lepelaars zijn afkomstig van de Waddeneilanden waar ze broeden, en dat geeft aan hoe verbonden al die gebieden met elkaar zijn. Deels aansluitend aan deze reservaten is over grote oppervlakten sprake van agrarisch natuurbeheer, eveneens ten gunste van weidevogels. De kleigraslanden worden ook gebruikt door wintergasten als ganzen, Goudplevieren, Kieviten en Wulpen. Het westelijke deel is aangewezen als ganzenfoerageergebied: dat heeft een zeer belangrijke functie voor o.a. ganzen die in buitendijks en in het Lauwersmeer slapen. Het aantal ganzen kan oplopen tot vele tienduizenden.

De kruidenrijke graslanden zijn ook hier habitat van allerlei insecten. Van de Eanjumerkolken is het voorkomen bekend van de Argusvlinder.

Argusvlinder (foto A&W). Een soort die in Nederland hard achteruitgaat, maar in Fryslân nog vrij veel voorkomt.

In de lage delen van het landschap zijn verder her en der eendenkooien te vinden. Deze opgaande elementen in het verder open landschap bieden schuil- en nestelgelegenheid aan o.a. allerlei vogelsoorten. Ook in dit landschapstype komen natte elementen als (op)vaarten en sloten voor. Deels zijn dat oude kreken. Door het agrarische gebruik is het water vaak voedselrijk en is de natuurwaarde gering. Waar ondergedoken waterplanten en goed ontwikkelde oevervegetaties aanwezig zijn is dat anders. Daar vormen deze elementen leefgebied van onder andere rietvogels, libellen en plantenminnende vissen. Van deze laatste groep is het voorkomen bekend van soorten als Driedoornige stekelbaars, Snoek, Vetje, Zeelt en Bittervoorn. Waarnemingen van deze soorten zijn er uit de omgeving van Hallum (m.n. Hallumertrekvaart), Suderie, Zwagermieden en van de Oude Lauwers. Een aantal van de vaarten en kreken is belangrijk voor vis die trekt tussen het zoute water van de Waddenzee en het zoete water in het binnenland. Aan de westzijde trekt vis vanuit de Waddenzee en het Lauwersmeer via Suderie en Dokkumerdiep het binnenland in. Aan de westzijde van de gemeente gebeurt dat via de vispassage bij gemaal de Heining, bij Hallum. De vaarten zijn niet alleen belangrijk voor vis, ze worden ook gebruikt door de Otter om zich door het gebied te verplaatsen.

A&W-rapport 20-300 Biodiversiteitsplan Gemeente Noardeast-Fryslân

17

Door het gebied lopen verschillende dijken. Vooral als ze opgebouwd zijn uit kalkhoudend materiaal, zoals in de oude en jonge zeepolders, zijn ze interessant voor allerlei plantensoorten. Waar ze begroeid zijn met kruidenrijke vegetaties zijn de dijken belangrijke linten in het landschap voor allerlei insecten (en insecteneters). Datzelfde geldt voor kruidenrijke bermen. Boerenerven zijn ook van belang voor de biodiversiteit. Hoe meer variatie, hoe meer soorten er een plek kunnen vinden. Allerlei opgaande begroeiingen bieden ruimte aan broedvogels als Grote lijster, Kneu en Putter. Van bloeiende en besdragende struiken profiteert een breed scala aan soorten: insecten, insecteneters, wintergasten. Datzelfde geldt voor bijvoorbeeld oogst- en voerresten, waar zaadeters als Huismus, Ringmus en Keep op afkomen. In goed toegankelijke gebouwen broeden Boerenzwaluw en Kerkuil. In het vroege voorjaar kunnen hommels terecht bij voorjaarsbloeiers als Boerenkrokus, longkruidsoorten of sneeuwklokjes. Poelen, vijvers en omgrachtingen vormen voortplantingshabitat voor amfibieën (kikkers, Kleine watersalamander). Onderzoek van het Van Hall Instituut laat zien, dat boerenerven een belangrijke rol spelen in de insectendiversiteit in het noorden (project BEESPOKE). Behalve op boerenerven, komen opgaande begroeiingen als bosjes en bomenrijen op de klei vooral voor in en rond dorpen.

Bosjes langs de kust zijn belangrijk voor trekvogels, zoals allerlei zangvogels, die ze gebruiken als tussenstations om er uit te rusten en te overnachten. Eigendommen van de gemeente NE-F: Buiten de bebouwde omgeving in het kleigebied betreffen het vooral wegbermen, bosstroken langs wegen en plaatselijk begroeiingen met heesters. Enkele Rode Lijstsoorten: Kamgras, Melkkruid, Argusvlinder, Gele kwikstaart, Grutto, Veldleeuwerik, Ransuil, Boerenzwaluw, Huismus, diverse vleermuissoorten, Bittervoorn, Kroeskarper, Vetje. Enkele overige soorten: Grote ratelaar, Echte koekoeksbloem, Wilde peen, Rode klaver, Watergentiaan, Oranjetipje, Goudpootzandbij, Akkerhommel, Brandgans, Snoek, Haas.

3.5

Zandlandschap

In het zuidoostelijke deel van de gemeente liggen de Noordelijke Friese Wouden, een Nationaal Landschap. Op de hogere, zandige delen is het kenmerkende besloten coulisselandschap te vinden. De vele elzensingels en houtwallen rond de percelen vormen de coulissen. De lagere, vaak venige delen zijn landschappelijk juist open. De hoogteligging is een bepalende factor in dit landschap: elzensingels zijn er tussen 0 en 1 m NAP en houtwallen boven 1 m NAP houtwallen. Beneden 0 m NAP ontbreken beide. Zo is de 0 m hoogtelijn een waterscheiding tussen het open en besloten landschap. Ondiep in de ondergrond is keileem aanwezig, waardoor water vaak moeilijk weg kan en er snel natte omstandigheden ontstaan. Het kleinschalige landschap is leefgebied voor allerlei soorten. Zo broeden er onder andere Gekraagde roodstaart, Spotvogel, Geelgors en Grote lijster. Verschillende vleermuissoorten gebruiken de wallen en singels om te foerageren en als vliegroutes (b.v. Baardvleermuis). In de lijnvormige elementen komen veel bloeiende bomen en struiken voor - denk aan Eenstijlige meidoorn, Sleedoorn, Zoete kers, rozen - die zorgen voor een rijkdom aan insecten, die het voedsel vormen van vogels en vleermuizen. Zoogdiersoorten zoals Bosmuis, Bunzing, Hermelijn en Wezel vinden beschutting, verblijfplaatsen en voedsel in de houtwallen en singels. Op de

18

A&W-rapport 20-300 Biodiversiteitsplan Gemeente Noardeast-Fryslân

houtwallen groeien her en der weinig algemene plantensoorten, waaronder Muizenoor, Zandblauwtje en speciale bramen- en rozensoorten. In een aanzienlijk deel van de wallen en singels is sprake van agrarisch natuurbeheer. De vaak smalle percelen tussen de singels en wallen zijn in agrarisch gebruik: vooral als grasland maar deels ook akker.

Het coulisselandschap in de Noordelijke Friese Wouden, links ten noordoosten van Veenklooster en rechts ten oosten van de Westerein (bron: satellietdataportaal.nl). Te zien zijn singels, houtwallen en enkele pingoruïnes of dobben.

Natte elementen zijn onder meer sloten. Kenmerkend voor het zandlandschap is het voorkomen van pingoruïnes en dobben. Sommige zijn in de loop der tijd verland, andere worden actief opengehouden. Deze natte plekken dragen bij aan de variatie in het landschap, met allerlei plantensoorten van natte omstandigheden, amfibieën en libellen. Op deze laatste groep maakt de Boomvalk graag jacht. De lager gelegen delen (beneden 0 meter NAP) zijn venig, het landschap is er open en de bewoning schaars. Het merendeel van deze veengronden is in gebruik als (agrarisch) grasland. De openheid en de vaak vochtige omstandigheden maken het er geschikt voor weidevogels. Hier liggen ook de Zwagermieden, een natuurgebied waar het beheer gericht is op weidevogels en allerlei kruidenrijke graslandvegetaties. Agrarisch natuurbeheer in de directe omgeving sluit hierop aan. Er broeden soorten als Grutto, Tureluur, Watersnip en Graspieper. Ook de Otter is er soms te vinden. In de natte graslanden van de Zwagermieden komen bijzonderheden voor als Blonde zegge, Krabbenscheer, Vleeskleurige orchis en Waterdrieblad. Een ander relatief laag in het landschap gelegen natuurgebied is Triemen. Daar is het beheer onder andere gericht op vochtige tot natte en deels schrale graslandvegetaties. Ook in het zandlandschap kunnen op allerlei plekken kruidenrijke grazige vegetaties aanwezig zijn.

Als de kruiden de tijd krijgen om tot bloei te komen, zijn dergelijke plekken waardevol voor allerlei insecten en insecteneters. Een bijzondere plek in dit landschap is de Fogelsangh State, een particulier buitenhuis met landgoed (Veenkloosterbos). De plantengroei is zeer gevarieerd, met onder andere zeer oude bomen en allerlei stinzenplanten. De taluds van sloten en grachten zijn rijk aan (korst)mossen en varens. Er broeden veel vogels, waaronder Grote bonte specht en IJsvogel, en ook huist er een kolonie Blauwe reigers. De boombeplanting langs de wegen in de omgeving worden, vanwege de verbintenis met het landgoed, door de eigenaar van de State beheerd.

A&W-rapport 20-300 Biodiversiteitsplan Gemeente Noardeast-Fryslân

19

Eigendommen van de gemeente NE-F: In het zandlandschap (buiten de bebouwde omgeving) betreffen dit vooral bosstroken langs wegen, enkele bosgebiedjes (bijv. bij Spoarbuorren Noard westelijk van Kollumerzwaag), wegbermen en enkele hagen. Enkele Rode Lijstsoorten: Oranje zandoogje, Spotvogel, Wielewaal, Grote lijster, Boomvalk, Groene glazenmaker, Blonde zegge, Krabbenscheer, Vleeskleurige orchis, Waterdrieblad. Enkele overige soorten: Echte koekoeksbloem, Muizenoor, Waterviolier, Sleedoorn, Gekraagde roodstaart, Geelgors, Heggenmus, Dwergmuis, Bruin zandoogje, Azuurwaterjuffer.

Bruine kiekendief (foto B. Klazenga). Moerasbroedvogel die onder meer voorkomt in het Lauwersmeer, Zwagermieden en Noard Fryslân Bûtendyks.

3.6

Lauwersmeer

Het Lauwersmeer was tot nog niet zo heel lang gelden een delta: een nat overgangsgebied van zoet naar zout water. Tegenwoordig is het een grootschalig moerasgebied. Wel heeft het nog steeds kenmerken van de voormalige Lauwerszee. Het heeft de status natuurgebied en is bovendien Natura 2000-gebied. De bodem bestaat voornamelijk uit kalkrijke zandgronden. In het Lauwersmeer broedt een groot aantal vogelsoorten. Dat zijn vooral moerasvogels, als Rietzanger, Roerdomp, Bruine kiekendief, Blauwborst en Velduil. Daarnaast broeden er soorten van opener terrein als Kluut, Kemphaan en Bontbekplevier. In het winterhalfjaar is het rust- en foerageergebied voor grote aantallen vogels. Dat zijn in de eerste plaats ganzen en eenden, maar ook b.v. Goudplevier, Grutto en Zwarte ruiter. Voor een deel van de soorten die in het Lauwersmeer broedt of verblijft is het ‘binnenland’ van de gemeente NE-F belangrijk als foerageergebied. Dat geldt bijvoorbeeld voor ganzen en de Grauwe kiekendief. Het verleden als Lauwerszee is nog terug te zien in het voorkomen van allerlei plantensoorten van duin- en kweldervegetaties. Voorbeelden zijn zeekraalsoorten, Zilte rus, Melkkruid, Moeraswespenorchis en Parnassia. Mede door de kruidenrijke vegetaties is het er ook rijk aan insecten. Daarnaast is het gebied belangrijk voor vissoorten die trekken tussen zout en zoet water, zoals Paling en Winde.

Vanuit de Waddenzee zwemmen ze via de Suderie en de sluizen bij Dokkumer Nieuwe Zijlen naar wateren landinwaarts. In het kader van project ‘Vissen voor Verbinding’ zijn er begin 2021 bovendien forellen uitgezet. Eigendommen van de gemeente NE-F: De gemeente NE-F heeft geen eigendommen in het Lauwersmeer.

20

A&W-rapport 20-300 Biodiversiteitsplan Gemeente Noardeast-Fryslân

Enkele Rode Lijstsoorten: Kortarige zeekraal, Moeraswespenorchis, Parnassia, Melkkruid, Grauwe kiekendief, Roerdomp, Moshommel, Bruin blauwtje. Enkele overige soorten: Aardbeiklaver, Goudknopje, Zeegroene zegge, Zilte rus, Kluut, Baardman, Blauwborst, Snoek, Snoekbaars, Grijze zandbij, Oranje luzernevlinder, Kleine vuurvlinder.

A&W-rapport 20-300 Biodiversiteitsplan Gemeente Noardeast-Fryslân

21

4 Kansen voor biodiversiteit In dit hoofdstuk worden de kansen om biodiversiteit te versterken in beeld gebracht. In deze fase gaat het om kansen op hoofdlijnen. Die informatie is nodig om keuzes te kunnen maken: waar liggen mogelijkheden en waar kan en wil de gemeente zich bij voorkeur voor inzetten? Om die keuzes goed te kunnen maken is het ook van belang om te weten wat er op het vlak van biodiversiteitsherstel al gedaan wordt binnen de gemeentegrenzen. Daarnaast zijn er beleidsopgaven en initiatieven van andere organisaties waar de gemeente met haar biodiversiteitsmaatregelen invulling aan kan geven of bij aan kan haken. Deze zaken worden in de volgende paragrafen op een rij gezet. Daarnaast wordt aangegeven of en op welke wijze de gemeente een rol zou kunnen spelen bij deze kansen. Van belang daarbij is uiteraard ook de invloed die de gemeente heeft.

4.1

Wat gebeurt er al binnen de gemeentelijke grenzen

Binnen de gemeentelijke grenzen wordt al veel gedaan aan behoud en versterking van biodiversiteit, zowel door de gemeente zelf als door anderen. In deze paragraaf zetten we de recente en meest relevante zaken op een rij, op hoofdlijnen. Voor zover dat mogelijk en zinvol is zijn ze ook op kaart gezet. Het overzicht is niet uitputtend en de focus ligt vooral op de wat omvangrijkere of bredere initiatieven die te maken hebben met concrete inrichting en beheer. 4.1.1 Natuurbeheer De natuurgebieden binnen de gemeente vormen de basis van het biodiversiteitsnetwerk (zie figuur 3.3). Dat zijn de gebieden waar natuur en biodiversiteit voorop staan en waar gewerkt wordt aan verder herstel van biodiversiteit. Grotere natuurgebieden zijn Noard-Fryslân Bûtendyks, de Peazemmerlannen, Lauwersmeer, de Zwagermieden, Eanjumerkolken, Jouswierpolder en Oogvliet. In de buitendijkse terreinen gaat het om kweldernatuur en allerlei andere graslandtypen. De binnendijkse terreinen zijn vooral allerlei kruidenrijke, en deels ook zilte, graslandvegetaties, weidevogelgraslanden en (in het Lauwersmeer) moeras. Daarnaast liggen verspreid door de gemeente verscheidene kleinere natuurterreinen: vooral bos, maar ook allerlei graslandelementen. De verantwoordelijkheid voor beheer en inrichting van de natuurterreinen ligt bij de terreinbeheerders, de gemeente heeft daar geen invloed op.

Wel kan de gemeente zaken stimuleren of ondersteunen. 4.1.2 Agrarisch natuurbeheer Binnen de gemeente zijn twee agrarische collectieven actief: Waadrâne ten noorden van de Dokkumer Ee de Noardlike Fryske Wâlden ten zuiden daarvan. Door bij deze collectieven aangesloten boeren zijn over grote oppervlakten beheerpakketten afgesloten (zie figuur 3.5). Waadrâne richt zich voornamelijk op weidevogels in het open graslandgebied en op akkervogels in het open akkerland. Voor weidevogels gaat het vooral om het opbrengen van ruige mest, legselbeheer, kruidenrijk(e) grasland(randen) en grasland met een rustperiode. Voor akkerfauna zijn vogelakkers aangelegd en kruidenrijke akkerranden van verschillende breedtes. Het werkgebied van de Noardlike Fryske Wâlden omvat zowel open gebied als een deel besloten coulisselandschap. In het open graslandgebied is het beheer gericht op weidevogels. Daarbij gaat het om legselbeheer, kruidenrijk(e) grasland(randen), grasland met een rustperiode, het opbrengen van ruige mest en plaatselijk een hoog waterpeil. Lokaal wordt aan ecologisch

22

A&W-rapport 20-300 Biodiversiteitsplan Gemeente Noardeast-Fryslân

slootbeheer gedaan, zoals bij de Oude Zwemmer. In het open akkergebied gaat het om vogelakkers en kruidenrijke akkerranden. In het coulisselandschap betreft het grote lengten aan hakhoutbeheer in singels en houtwallen en het beheer van poelen en dobben. Ook worden landschapselementen hersteld en aangelegd. Daarnaast is tussen Holwerd en Ternaard is vereniging Ecolana actief, zowel binnen- als buitendijks. Binnen Ecolana werkt een aantal agrarische bedrijven samen aan de omschakeling van traditionele naar duurzame landbouw. Het gaat zowel om akkerbouw als melkvee- en schapenhouderij. Agrarisch natuurbeheer is de verantwoordelijkheid van de boeren. De invloed van de gemeente is doorgaans beperkt. Wel heeft de gemeente via de regels in het Bestemmingsplan Buitengebied invloed op het behoud van bomen.

Agrarisch natuurbeheer door collectief Waadrâne in het akkergebied.

4.1.3 Wetterskip Fryslân Natuurvriendelijke oevers Binnen de gemeente zijn verschillende watergangen voorzien van door Wetterskip Fryslân ingerichte natuurvriendelijke oevers. Deze oevers liggen met name langs de Súd Ie, ten westen van Hallum en in de omgeving van Kollum (o.a. Nije Swemmer). Ook zijn er een aantal vispassages aangelegd (zie figuur 3.5). Een deel van de maatregelen is onderdeel van het uitvoeringsprogramma Súd Ie en Wetterfront Dokkum. Dijkversterking Koehool-Lauwersmeer Momenteel wordt de versterking van het dijktraject Koehool-Lauwersmeer voorbereid. Vanaf Nieuwebildtzijl tot Paesens betreft dat de gemeente NE-F. De start van de werkzaamheden is gepland voor 2023. Waar mogelijk wordt de dijkversterking gecombineerd met verbetering van landschap en natuur. De invulling daarvan wordt in overleg met de omgeving bepaald. In dit proces zijn er voor de gemeente allerlei mogelijkheden om, samen met het Wetterskip, verbeteringen van de biodiversiteit in en langs het watersysteem te realiseren.

A&W-rapport 20-300 Biodiversiteitsplan Gemeente Noardeast-Fryslân

23

4.1.4 Gemeente Noardeast-Fryslân Eigendom en beheer De gemeente NE-F heeft gisbestanden beschikbaar gesteld met de ligging van groene elementen die zij in eigendom heeft. Uit deze bestanden - alhoewel niet compleet (zo ontbreken bermen die verhuurd zijn ten dele) - komt daaruit het volgende beeld naar voren: • In totaal bedraagt het eigendom (excl. verhuurde bermen) ca 695 ha. Het merendeel van het oppervlak betreft elementen in de categorie ‘gras’ en daarbinnen hoofdzakelijk ‘berm’ en ‘gazon’, • Ruim 90 ha valt in de categorie ‘bos’, waarbij het hoofdzakelijk om bosplantsoen gaat en voor een klein deel om smalle bomenrijen (‘houtwal’), • Een kleine 14 ha betreft ‘heesters’. Daarbij gaat het vooral om ‘bodembedekkende heesters’, ‘sierheesters’ en in mindere mate om verschillende typen rozen, • Daarnaast gaat het om ca 2 ha aan hagen, • Ook bezit de gemeente bijna 33.000 individuele bomen. Wat betreft het beheer van de gemeentelijke eigendommen geldt op hoofdlijnen het volgende: • De meeste bermen buiten de bebouwde kom worden verhuurd aan boeren. Deze bermen worden 2x en deels 3x per jaar gemaaid en het gewas wordt afgevoerd. Volgens de meeste contracten dient de eerste snee gemaaid te worden na 15 mei en voor 15 juni, en de tweede snee voor half september, • Het deel van de bermen dat door de gemeente zelf wordt beheerd betreft vooral smalle bermen.

Deze worden hoofdzakelijk 2x per jaar geklepeld en een klein deel wordt 1x geklepeld en 1x gemaaid met de maaizuigcombinatie, • Gazons worden intensief gemaaid, • Bosplantsoen wordt eens in de 6 jaar gedund, m.u.v. van elzensingels: deze vallen onder ‘houtwallen’ en worden eens in de ca 20 jaar gedund, • Losse bomen worden, na de jonge fase, eens in de 6 jaar gesnoeid, • Heesters worden doorgaans eens in de 5 jaar gesnoeid (sommige soorten 1x/jaar) en rozen eens in de 2 jaar of, als het bottelrozen betreft, eens in de 5 jaar. Maatregelen ter versterking biodiversiteit Ecologisch maaien openbaar groen Op diverse plekken binnen de bebouwde kom wordt door de gemeente ecologisch beheer toegepast (o.a. Tolhuispark Dokkum en verschillende locaties in Kollum). Exacte locaties zijn niet op kaart beschikbaar. Er wordt gebruik gemaakt van twee eigen maai-zuigcombinaties. De maaiers beoordelen per gebied wat gewenst is en laten bijvoorbeeld lokaal vegetatie staan. Inzaai en inplant • Geregeld komen er verzoeken voor het inzaaien van inheemse bloemenmengsels, waar de gemeente graag aan meewerkt. Zo zijn de afgelopen jaren o.a. in Dokkum, Metslawier, Westergeest en Kollum bloemenmengsels ingezaaid. • Hoewel de gemeente geen inzaai van bermen nastreeft, is in Raard is - als pilot - een berm ingezaaid. Floron heeft de ontwikkeling van de plantensoorten vervolgens gemonitord.

• Bij de inrichting van het openbaar groen past de gemeente bij-vriendelijke planten toe. Dit kunnen vaste planten zijn, maar bijvoorbeeld ook bloembollen, bomen en heesters (zoals in Kollum bij het Kindcentrum). • In 2019 heeft de gemeente meegewerkt aan een burgerinitiatief waarbij biologische bollen geplant zijn in openbaar groen langs de ‘foodwalk’-wandelroute in Buitenpost-Kollum.

24

A&W-rapport 20-300 Biodiversiteitsplan Gemeente Noardeast-Fryslân

Maaisel opbrengen Maaisel van soortenrijke vegetatie bij Lauwersoog, uit terrein van Staatsbosbeheer, is opgebracht op locaties in de gemeente (o.a. in het Tolhuispark in Dokkum). Geveltuinactie Dokkum De gemeente heeft een aantal keren meegewerkt aan acties van bewoners, waarbij tegels verwijderd zijn en vervangen door grond en planten. Soortbescherming Door het op- en vaststellen van een roekenbeheerplan wordt een stabiel roekenbestand nagestreefd. Masterplan Opvaarten Noordoost Fryslân Recent is door de gemeente NE-F het Masterplan Opvaarten Noordoost Fryslân opgesteld. Het masterplan richt zich op het realiseren van een goed bevaarbaar en beleefbaar netwerk van kanalen en vaarten, in samenhang met de omgeving. Voor de verschillende deelgebieden zijn ideeën, projecten en ambities samengebracht. De insteek is om als zich koppelkansen voordoen die vanuit het gedachtegoed van het masterplan op te pakken. Het netwerk van trek- en opvaarten is een belangrijk onderdeel uit van de biodiverse infrastructuur van de regio. Het masterplan biedt volop mogelijkheden om versterking van biodiversiteit te realiseren. Daarbij kan gedacht worden aan onder andere natuurvriendelijke oevers, leefgebied voor vis, vismigratie en uitwisseling met de Waddenzee.

4.1.5 Andere initiatieven en projecten Beespoke Beespoke is een project waarin verschillende partners in zes landen in de Noordzeeregio samenwerken aan versterking van de biodiversiteit in combinatie met verbetering van de bestuiving van voedselgewassen door insecten. Waadrâne, provincie Fryslân, van Hall Larenstein, Silence of the Bees en Cruydt-Hoeck wilde bloemenzaden doen hierin mee. In het kader van dit project zijn op verschillende locaties in de gemeente NE-F kruidenrijke insectenranden aangelegd (zie figuur 3.5). Bijenpact/Silence of the bees Silence of the Bees wil mensen bewust maken van het uitsterven van de wilde bijen en oproepen om samen het tij te keren. Organisaties kunnen aansluiten door hun verantwoordelijkheid te nemen met de opstelling van ‘bijenpacts’. Daarin staan intenties om samen lokale oplossingen te bedenken en uit te voeren. Voor zover het de gemeente Noardeast-Fryslân betreft hebben de volgende organisaties inmiddels bijenpacts ondertekend: provincie Fryslân, It Fryske Gea, Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, Noardlike Fryske Wâlden, Waadrâne, biologisch akkerbouwbedrijf Timpelsteed (Engwierum), biologisch akkerbouwbedrijf Botma Pleats (Engwierum), De Klyster (natuur- en duurzaamheidseducatie voor het basisonderwijs), Landal Esonstad, Fryske Feriening foar Fjildbiology (FFF), Landschapsbeheer Friesland, Stichting Wrâldfrucht en Wetterskip Fryslân.

Tuinen verbinden Dit project beoogt de biodiversiteit in tuinen, erven en openbaar groen te vergroten en weer te laten aansluiten bij het landschap. Voorlichting aan en het betrekken van burgers en organisaties zijn belangrijke opgaven. De Stichting Wâldfrucht is penvoerder van het project. Onder meer Stichting Wraldfrûcht, de voormalige gemeente Tytsjersteradiel en Noardlike Fryske Wâlden

A&W-rapport 20-300 Biodiversiteitsplan Gemeente Noardeast-Fryslân

25

dragene bij (financieel of in natura). Het is niet bekend in hoeverre er deelnemers zijn binnen de gemeente NE-F. Natuerlik Ferskaat yn Noordoost Fryslân In het kader van dit project zijn wensen en ideeën van de mienskip over het verhogen van de biodiversiteit in de regio Noordoost Fryslân in beeld gebracht. Dat is gedaan binnen de thema’s ‘boerenerven en perceelsranden’, ‘biodiversiteit in en met het dorp’ en ‘openbaar groen, berminrichting en -beheer’. Ook is een begin gemaakt met het opzetten van concrete plannen (Jansma et al. 2018). In het vervolg op dit project wordt gewerkt aan het opzetten van projecten, en het zoeken van financiering daarvoor. Natuerlik Ferskaat mei de Mienskip Dit betreft een project van Landschapsbeheer Friesland, FMF en stichting Wrâldfrucht, gericht op Noordoost Fryslân. Het project loopt van 2020-2022. Samen met dorpsbelangen en andere inwoners wordt gewerkt aan concrete, laagdrempelige projecten om de biodiversiteit te versterken. In thematische werkgroepen worden ideeën uitgewerkt en vervolgens met vrijwilligers en professionals uitgevoerd. Er wordt samengewerkt met o.a. gemeenten en scholen. Binnen de gemeente NE-F doen bewoners van Kollum aan dit project mee. De gemeente denkt actief mee in dit project. Land van Ons Land van Ons is een coöperatie die zich richt op verduurzamen van landbouwgrond.

Van geld dat wordt ingebracht door deelnemers wordt landbouwgrond aangekocht. Beheer en inrichting worden afgestemd op o.a. herstel van de biodiversiteit. Daarbij gaat het om zaken als landschapsherstel, vergroten van kleinschalige variatie, bodemherstel, aangepaste bemesting (geen mestinjectie, geen kunstmest), toepassen van wisselteelten, stoppen met chemische bestrijdingsmiddelen e.d. Recent heeft Land van Ons enkele percelen aangekocht ten zuidoosten van de Zwagermieden, ten behoeve van weidevogels. Wij & Wadvogels ‘Wij & Wadvogels’ is een meerjarig programma om de Waddenzee als leefomgeving voor wadvogels te verbeteren. Het loopt tot en met 2022. Met concrete maatregelen wordt getracht om herstel van gezonde vogelpopulaties in het Waddengebied te realiseren. Het gaat dan bijvoorbeeld om herstel van hoogwatervluchtplaatsen, aanleg van broedeilanden, inrichting van nieuwe broed- of foerageergebieden en bewustwordingsacties om verstoring van vogels te voorkomen. Het project is een samenwerking van o.a. Vogelbescherming Nederland, Waddenvereniging en natuurbeschermingsorganisaties. Vogels en Voorspoed Fryslân In dit project onderzoekt het Louis Bolk Instituut met melkveehouders van agrarische collectieven de meerwaarde van beweiding voor zowel weidevogels als de bedrijfsvoering.

Daarbij wordt onder andere gekeken naar de effecten van beweiding op vegetatiestructuur en voedsel voor weidevogel(kuiken)s. Een aantal melkveehouders in het werkgebied van Waadrâne doet hierin mee. Biodiverse en biologische akkerbouw Bij Munnekezijl werken de Stichting Proefboerderijen Noordelijke Akkerbouw en Stichting BioWerk aan de ontwikkeling van biodiverse, duurzame (SPNA) en biologische, natuurinclusieve en circulaire (Stichting BioWerk) vormen van akkerbouw. Ook biologisch-dynamisch akkerbouwbedrijf Timpelsteed, bij Engwierum, is aangesloten bij Stichting BioWerk.

26

A&W-rapport 20-300 Biodiversiteitsplan Gemeente Noardeast-Fryslân

Vitale Akkers Vitale Akkers is een pilotproject dat voortkomt uit de inventarisatiefase van Natuerlik Ferskaat Noordoost Fryslân. De Friese Milieufederatie, Landschapsbeheer Friesland en Waadrâne werken hierin samen om de leefomgeving van akkervogels te verbeteren. Living Lab voor natuurinclusieve landbouw Het Living Lab is een stichting die (groepen van) boeren helpt bij het inpassen van maatregelen voor biodiversiteit in de bedrijfsvoering. Na een eerste fase van vooral bewustwording, ligt de focus nu op onder meer het vinden van verdienmodellen en op experimenteren. De agrarische collectieven Waadrâne en Noardlike Fryske Wâlden zijn hierin vertegenwoordigd. Fjildlab Noordoost-Fryslân Het Fjildlab is een veldlaboratorium voor het versterken van de circulaire economie en een duurzame landbouwsector in Noordoost-Fryslân. Het is een initiatief van Waadrâne, Noardlike Fryske Wâlden, Ondernemersfederatie Noordoost Fryslân, Van Hall Larenstein en Netwerk Noordoost. Duurzame, landbouwgerelateerde vraagstukken worden aangepakt via kenniskringen en projecten. Er zijn meerdere thema’s: ‘Natuur, biodiversiteit en landschap’, ‘Gezonde bodem’, ‘Adaptatie aan verzilting’, ‘ en landbouw’, ‘Voedsel en voeding’, ‘Mest en voer’ en ‘Duurzame energie’. Elk van deze thema’s biedt kleinere en grotere kansen voor versterking van biodiversiteit.

Binnen de thema’s wordt gewerkt aan verschillende projectideeën. Plaatselijk belang Kollumerpomp Plaatselijk Belang Kollumpomp zorgt voor de inzaai van wilde bloemenmengsels en akkerranden, om de biodiversiteit te versterken. Er zijn meerdere plaatselijke belangen die met dergelijke activiteiten bezig zijn of plannen ontwikkelen. Werkgroep Twirre Werkgroep Twirre werkt samen met boeren, burgers, ondernemers, scholen en verenigingen concreet aan versterking van de biodiversiteit in de regio. Doel is het stimuleren van mensen om zelf actie te ondernemen om de omgeving gezonder te maken. Er wordt nauw samengewerkt met agrarisch collectief Waadrâne. Educatieproject Noardlike Fryske Wâlden 'Takomst foar in Unyk Lânskip' is een educatieproject in de voormalige gemeenten Kollumerland en Tytsjerksteradiel. Hierbij maken basisschoolleerlingen kennis met onder meer natuur en beheer in het Nationaal Landschap Noardlike Fryske Wâlden. Een initiatief van Landschapsbeheer Friesland, samen het IVN, vereniging Noardlike Fryske Wâlden en NMEcentrum De Klyster.

4.2

Bredere opgaven en initiatieven

Agenda herstel Biodiversiteit Fryslân Begin 2021 is de Agenda herstel biodiversiteit Fryslân verschenen, op initiatief van de provincie Fryslân in samenwerking met o.a. de Friese natuur- en landschapsorganisaties en Wetterskip Fryslân. De agenda is bedoeld als startsein voor overheden, natuur- en landschapsorganisaties en agrariërs om herstel van biodiversiteit hoog op de agenda te krijgen en op dat vlak effectiever en doelgerichter te gaan samenwerken. Zo moet een groter netwerk ontstaan waar ook particuliere initiatieven bij kunnen aanhaken.

A&W-rapport 20-300 Biodiversiteitsplan Gemeente Noardeast-Fryslân

27

Gezamenlijk wordt een lijst gemaakt van activiteiten waar aan wordt samengewerkt, onder regie van de provincie. Onderdeel daarvan zijn o.a. het opstellen van streefbeelden per landschapstype en het maken van een digitaal platform waar kennis, ervaringen, achtergrondinformatie en contacten te vinden zijn. In de Agenda staan al veel activiteiten waarvoor breed draagvlak is. Een deel daarvan gaat binnenkort uitgevoerd worden, andere zullen eerst concreter gemaakt gaan worden. De bedoeling is dat activiteitenlijst gaat groeien. De activiteiten op de lijst die betrekking hebben op gemeenten betreffen hoofdzakelijk activiteiten die al plaatsvinden. De gemeenten hebben daarbuiten nog geen medewerking toegezegd aan de agenda, vanwege het ontbreken van specifieke doelen. Shared grien Space Dit gaat om een project van Landschapsbeheer Friesland en de Friese Milieu Federatie. De bedoeling is om samen met inwoners terreinen als braakliggende bouwkavels of weinig interessante ruilverkavelingsbosjes een nieuwe groene functie te geven. Het is niet bekend of er binnen de gemeente al initiatieven lopen. Doarpen yn ‘t Grien Een project om dorpsbewoners te betrekken bij het vergroenen van dorpen. Met ondersteuning van Landschapsbeheer Friesland maakt een groencommissie van bewoners een Groenplan voor het versterken van het groenstructuur in het dorp.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=noardeastfryslan&id=22860599-55e0-4311-b593-b9d0c8cc0f09