Bijlage 2 - Bestuursverslag + Jaarrekening 2022
Tekst van het document
Omdat het onmogelijk is alle risico’s uit te sluiten of te beheersen wordt ieder jaar in de begro�ng een raming van € 100 K opgenomen voor onvoorziene uitgaven. Als zich risico’s manifesteren die hogere lasten met zich meebrengen, komt dat tot uitdrukking in het exploita�esaldo en worden zo nodig de financiële buffers aangesproken. Het minimaal benodigde weerstandsvermogen voor risicodekking is door de RvT bepaald op € 1,2 miljoen. Deze bufferliquiditeit sluit aan bij het risicoprofiel van de instelling en het niveau van risicobeheersing. Het weerstandsvermogen en de liquiditeit zijn ruimschoots toereikend om con�nuering van de bedrijfsvoering te verzekeren. Bij de toelich�ng op de financiële posi�e in hoofdstuk 4.4 wordt verder ingegaan op dit onderwerp en op de reserveposi�e.
31
4. Verantwoording financiën
Dit hoofdstuk bevat de verantwoording over de financiële staat van de organisatie. Het geeft de belangrijkste financiële gegevens weer die zijn opgenomen in de jaarrekening en is los daarvan te lezen. De eerste paragraaf gaat in op ontwikkelingen in meerjarig perspectief. De tweede paragraaf geeft een analyse van de staat van baten en lasten en de derde een analyse van de balans. In de laatste paragraaf komt de financiële positie aan bod.
4.1
Continuïteitsparagraaf.
4.1.1 Leerlingen. Het afgelopen decennium is in het werkgebied van Elan Onderwijsgroep sprake geweest van leerlingenkrimp. Vele scholenfusies zijn daarvan het gevolg geweest. Het belang van de leerlingen hee� daarbij al�jd voorop gestaan en instemming van ouders/verzorgers was een voorwaarde. Onder dezelfde condi�es zullen de komende jaren wellicht nog enkele scholenfusies plaatsvinden. De trend van leerlingendaling lijkt in een eindfase te zijn beland: Omschrijving Aantal leerlingen
Realisatie
Prognose
1-10-2021
1-2-2022
1-2-2023
2024
2025
1976
2063
2035
2014
2018
Tabel 14: (prognose) Ontwikkeling leerlingenaantallen
Het betre� hier prognoses die zijn gebaseerd op de verwach�ngen van schooldirecteuren. 4.1.2 Formatie. Door inzet van NPO-middelen kon in de afgelopen schooljaren extra personeel worden ingezet. De betreffende regeling expireert per 1 augustus 2023. Daarnaast nemen de fusiemiddelen snel af en treedt inkomstenderving op als gevolg van vereenvoudiging van de bekos�ging. Ondanks de redelijk stabiele leerlingenaantallen moet de forma�e daardoor de komende jaren worden verminderd. Over een periode van vijf jaar gezien zijn er ruim voldoende mogelijkheden om dat met natuurlijk verloop te realiseren.
32
Met het oog op de personeelstekorten moeten kansen worden benut die zich voordoen om nieuw personeel te werven. De paradox tussen de vereiste forma�ekrimp en de personeelstekorten leidt er mogelijk toe dat het aantal �e’s soms �jdelijk hoger uitvalt dan hieronder geschetst. Als beginnende leerkrachten (met een starterssalaris) worden gerekruteerd is de financiële impact waarschijnlijk beperkt. De forma�e ontwikkelt zich volgens het Bestuursforma�eplan 2023/24 als volgt: Omschrijving Directie Onderwijzend personeel Ondersteunend personeel Totaal
Realisatie
Realisatie
Prognose
2021
2022
2023
2024
2025
16,5 fte.
14,5 fte.
16,0 fte.
16,0 fte.
15,5 fte.
140,2 fte.
141,7 fte.
141,8 fte.
139,2 fte.
137,7 fte.
32,9 fte.
31,5 fte.
29,7 fte.
27,8 fte.
27,8 fte.
189,6 fte.
187,7 fte.
187,5 fte.
183,0 fte.
181,0 fte.
Tabel 15: (prognose) Ontwikkeling formatie
In het kader van de strategische personeelsplanning zijn de volgende maatregelen genomen: 1. Elan Onderwijsgroep wil voor medewerkers een goede werkgever zijn. Dit komt tot ui�ng in een bovengemiddeld scholingsbudget, goede arbeidsvoorwaarden, ruime promo�emogelijkheden en een hoge dienstverlenende instelling rich�ng het personeel. 2. De omvorming tot “opleidingsscholen” is in gang gezet, zodat meer studenten van de PABO (leerkrachten) en het MBO (onderwijsassistenten) kennismaken met de organisa�e en Elan Onderwijsgroep gaan zien als poten�ële werkgever. 3. Er is een communica�eteam gevormd dat via nieuwsberichten op interne en externe kanalen, waaronder sociale media, een wervend kijkje in de keuken gee� (profilering). Deze maatregelen zorgen ervoor dat tot op heden jaarlijks de forma�e op de scholen kan worden ingevuld. Het wordt wel steeds moeilijker vervangers te vinden.
33
4.1.3 Ontwikkeling baten en lasten. De cijfers in de staat van baten en lasten ontwikkelen zich als volgt: Omschrijving
Realisatie 2021 €
Begroting 2022 €
Rijksbijdragen
17.972.142 18.750.000
Realisatie 2022 €
Meerjarenbegroting (bedragen x € 1.000) 2023 * 2024 * 2025 *
20.093.946
19.800
19.026
16.850
Overige overheidsbijdragen Werken voor derden
262.128
235.000
364.317
235
235
210
15.346
20.000
15.178
17
17
20
Overige baten
659.450
445.000
815.979
517
630
625
Totale baten
18.909.066 19.450.000
21.289.420
20.569
19.908
17.705
Personele lasten
14.839.275 15.560.000
16.104.917
16.630
16.320
14.450
Afschrijving
611.948
600.000
730.390
625
600
550
Huisvestingslasten
1.553.569
1.660.000
1.918.415
1.865
1.732
1.600
Overige lasten
1.536.186
1.625.000
1.657.412
1.445
1.252
1.100
Totale lasten
18.540.978 19.445.000
20.411.134
20.565
19.904
17.700
Saldo baten en lasten
368.088
5.000
878.286
4
4
5
Financiële baten en lasten
-12.828
-5.000
19.484
-4
-4
-5
Exploitatieresultaat
355.260
0
897.770
0
0
0
Tabel 16: Staat van baten en lasten
* = het betre� hier prognoses
Het exploita�eresultaat over 2022 wordt in de volgende paragraaf per onderdeel van de staat van baten en lasten nader gespecificeerd en toegelicht. De cijfers voor de jaren 2023 en volgende zijn ontleend aan de vastgestelde (meerjaren-) Begro�ng 2023. In het meerjarenperspec�ef is nog geen rekening gehouden met de financiële impact van het nog vast te stellen Strategisch Beleidsplan 2023-2027.
4.2
Staat van baten en lasten.
4.2.1 Exploitatieresultaat. Het dienstjaar is afgesloten met een ba�g saldo van € 898 K (2021: € 355 K). Het exploita�eresultaat komt overeen met 4,2 % van de baten. De gewone baten waren in 2022 € 1.839 K (9,5 %) hoger dan geraamd. Dat is vooral te danken aan de forse indexering van de rijksvergoedingen. De exploita�elasten waren € 966 K (5,0 %) hoger. De gemiddelde personeelslast (GPL) was 6,9 % hoger dan begroot en is dus veel minder gestegen dan de baten. In alle rubrieken waren de werkelijke lasten hoger dan begroot. 34
Het verschil met het resultaat in 2021 is eveneens te verklaren doordat de rijksvergoedingen door de indexering verhoudingsgewijs sterker zijn gestegen dan de personele lasten. Daarnaast was er sprake van incidentele meevallers. De exploita�elasten per leerling zijn met 11,2 % gestegen van € 9.383 naar € 10.430. Hierna wordt het exploita�eresultaat per onderdeel van de staat van baten en lasten nader gespecificeerd. Afwijkingen groter dan 5 % en € 10 K worden toegelicht. Er wordt ook op hoofdlijnen ingegaan op het verschil tussen de begro�ngscijfers van 2022 en 2023. 4.2.2.1. Baten. De baten waren € 1.839 K (9,5 %) hoger dan begroot en kunnen als volgt worden gespecificeerd: Omschrijving (bedragen in €)
Begroting 2022
Verschil
Begroting 2023
Verschil met 2022
Rijksvergoedingen Overige overheidsbijdragen Overige baten
18.750.000 20.093.946 1.343.946
19.800.000
1.050.000
129.317 366.157
235.000 534.000
0 69.000
Totale baten
19.450.000 21.289.420 1.839.420
20.569.000
1.119.000
235.000 465.000
Rekening 2022
364.317 831.157
Verschil tussen begro�ng en jaarrekening De gewone baten bestaan voor 94,4 % (2021: 95,1 %) uit rijksvergoedingen. In verband met het dichten van de loonkloof met het VO, plus de loonindexering van 4,75 %, zijn de personele rijksvergoedingen eerst met terugwerkende kracht tot 1 augustus 2021 met 9,1 % verhoogd en daarna vanaf 1 augustus 2022 nog eens met 3,9 %. In totaal leverde dat een meeropbrengst op van € 1.478 K. Daarnaast waren de rijksbijdragen voor opvang van vreemdelingen € 297 K en de zorgmiddelen € 131 K hoger. En er zijn addi�onele subsidies tot een bedrag van € 156 K vrijgevallen. Ondanks het wegvallen van de vordering op OCW ad € 718 K, ten gevolge van de vereenvoudiging van de bekos�ging, zijn de rijksvergoedingen daardoor per saldo 7,2 % hoger dan begroot. Hierbij moet worden aangetekend dat er binnen de toegekende bekos�ging nog 1,6 % marge is voor loonruimteafspraken in de nieuwe CAO vanaf 1 april 2023. Dit betekent dat er al een bedrag van circa € 283 K is geïncasseerd ter dekking van salarislasten in 2023. Bij de overige overheidsbijdragen was de gemeentelijke bijdrage voor de schakelklas in NT2school “de Toverbal” € 48 K hoger dan geraamd. Daarnaast is er een taalsubsidie van € 84 K vrijgevallen. De overige baten waren hoger door extra inkomsten uit detachering (€ 186 K) en een bijdrage van € 325 K voor fric�ekosten als gevolg van een scholenfusie.
Die was voor 7/12 deel begroot (€ 190 K). De private baten waren ook € 43 K hoger dan begroot.
35
Verschil tussen begro�ng 2022 en begro�ng 2023 Door de forse indexering zijn de rijksvergoedingen in 2023 veel hoger dan een jaar eerder. Het verschil bij de overige baten kan worden verklaard door hogere inkomsten uit detachering. 4.2.2.2. Personele lasten. De personele lasten maken voor 78,9 % (2021: 80,0 %) deel uit van de totale lasten en waren € 545 K (3,5 %) hoger dan begroot: Omschrijving (bedragen in €)
Begroting 2022
Rekening 2022
Verschil
Lonen en salarissen Overig Uitkeringen UWV
14.480.000 15.591.848 -1.111.848 16.000.000 1.180.000 734.778 445.222 730.000 -100.000 -221.709 121.709 -100.000
Totale personele lasten 15.560.000 16.104.917
Begroting Verschil met 2023 2022 -1.520.000 450.000 0
-544.917 16.630.000
-1.070.000
Verschil tussen begro�ng en jaarrekening De situa�e op de arbeidsmarkt is zodanig dat het raadzaam is de kansen te benuten die zich voordoen om mensen aan de organisa�e te binden. Daardoor is het aantal �e’s 4,7 hoger dan begroot. Daarvoor is budgetaire ruimte ontstaan doordat de GPL, door de verjonging van het personeelsbestand ten gevolge van een hoog verloop, minder is gestegen dan gemiddeld. De GPL (€ 81.942) is zelfs voor het eerst lager dan de landelijke GPL voor leraren (€ 83.483): omschrijving GPL GPL (landelijk, voor leraren) Bestuurs GPL vs. landelijke GPL
rekening 2017 bedrag %
rekening 2018 bedrag %
rekening 2019 bedrag %
rekening 2020 bedrag %
rekening 2021 bedrag %
rekening 2022 bedrag %
67.113 63.158 6,3%
71.292 67.843
70.096 69.610
76.028 72.574
75.520 74.194
81.942 83.483
5,1%
0,7%
4,8%
1,8%
-1,8%
Tabel 17: Ontwikkeling bestuurs-GPL ten opzichte van de landelijke GPL
Het tekort aan vervangers wordt waar mogelijk opgevangen door eigen personeel. Daardoor is een verschuiving opgetreden van de rubriek “overige kosten” (van extern personeel) naar de post “lonen en salarissen”. Verder waren de WAZO-uitkeringen in verband met zwangerschapsen bevallingsverlof aanmerkelijk hoger dan begroot. Verschil tussen begro�ng 2022 en begro�ng 2023 In de begro�ng voor 2022 is gerekend met een GPL van € 76.688. In de begro�ng voor 2023 zijn de loonmaatregelen doorberekend door verhoging van de GPL naar € 85.700. De overige lasten zijn lager begroot omdat �jdelijk personeel veelal in eigen beheer worden verloond en niet meer via payroll. De kosten van extern personeel zijn daardoor veel lager dan voorheen.
36
4.2.2.3. Afschrijving. De afschrijving is als volgt over de verschillende ac�vagroepen verdeeld: Omschrijving (bedragen in €)
Begroting 2022
Rekening 2022
Verschil
Begroting 2023
Afschrijving gebouwen Afschrijving OLP Afschrijving ICT Afschrijving meubilair
44.626 62.775 400.850 91.749
44.626 65.540 406.638 213.586
0 -2.765 -5.788 -121.837
61.126 57.955 415.817 90.102
Totale afschrijving
600.000
730.390
-130.390
625.000
Verschil met 2022
-25.000
Verschil tussen begro�ng en jaarrekening De specifica�es van materiële vaste ac�va worden periodiek ter controle aangeboden aan de schooldirecteuren. Dat hee� in 2022 geleid tot een bedrag van € 139 K aan desinvesteringen, vooral in de ac�vagroep meubilair. Verschil tussen begro�ng 2022 en begro�ng 2023 De vervanging van OLP-methoden door digitale applica�es leidt tot lagere afschrijving en s�jgende kosten van licen�es. In de begro�ng voor 2023 is rekening gehouden met de gerealiseerde investeringen en reguliere vervangingsinvesteringen tot een bedrag van € 950 K. 4.2.2.4. Huisvestingslasten. Onder andere door een extra dota�e aan de voorziening onderhoud zijn de huisves�ngslasten van 8,4 % van de totale lasten in 2021 gestegen naar 9,4 %. Indien de afschrijving op gebouwen wordt meegeteld gaat het respec�evelijk om 8,6 % in 2021 en 9,6 % in 2022. De hiervoor geldende signaleringswaarde (huisves�ngsra�o) ligt bij 10 %. Per saldo waren de totale huisves�ngslasten € 258 K (16 %) hoger dan geraamd: Omschrijving (bedragen in €)
Begroting 2022
Rekening 2022
Verschil
32.500 151.500 286.000 185.000 450.000 455.000 25.000 75.000
32.868 201.193 478.103 155.862 326.589 470.781 23.902 229.117
-368 -49.693 -192.103 29.138 123.411 -15.781 1.098 -154.117
33.000 186.000 286.000 200.000 575.000 509.000 26.000 50.000
-500 -34.500 0 -15.000 -125.000 -54.000 -1.000 25.000
Totale huisvestingslasten 1.660.000
1.918.415
-258.415
1.865.000
-205.000
Huur Huisvesting MFC’s Dotatie voorziening Preventief onderhoud Energie en water Schoonmaakkosten Heffingen Overige kosten
37
Begroting Verschil 2023 met 2022
Door de toenemende energiekosten was de exploita�ebijdrage voor het mul�func�oneel centrum te Franeker (Triviant) veel hoger dan begroot. Voor de overige scholen is de raming voor energiekosten in de Begro�ng 2022 nagenoeg verdubbeld. Uiteindelijk is de s�jging ten opzichte van 2021 beperkt gebleven tot 32 %. Voor de toekoms�ge kosten van periodiek onderhoud is een meerjarenplanning onderhoud (MJOP) opgesteld, met scha�ngen van de onderhoudscycli en de vereiste budgeten over een periode van 40 jaar volgens de componentenmethode. Aan de hand hiervan is de jaarlijkse dota�e aan de voorziening onderhoud bepaald op € 284 K. Bij uitsplitsing van de voorziening per school bleek de voorziening voor een aantal gebouwen nega�ef te zijn. Dat komt omdat in 2018 en 2019 kosten ten laste van de voorziening zijn gebracht, die niet in het MJOP waren opgenomen. Mede met het oog op de s�jgende bouwkosten is deze omissie hersteld middels een extra dota�e van € 194 K. De werkelijke kosten van cyclisch onderhoud zijn tot een bedrag van € 86 K ontrokken aan de voorziening. Het bedrag van € 229 K voor “overige kosten” betre� herinrich�ng van schoolpleinen, func�onele aanpassingen als gevolg van gebruikerswensen en vervanging van een luchtbehandelingskast. Deze werken waren niet voorzien in het MJOP.
Verschil tussen begro�ng 2022 en begro�ng 2023 In de begro�ng voor 2023 is rekening gehouden met verdere s�jging van de energiekosten. Door prijsindexering zullen ook de schoonmaakkosten s�jgen. Beide factoren werken eveneens door in de exploita�ebijdrage voor de MFC’s. 4.2.2.5. Overige lasten. De overige lasten waren per saldo € 32 K (2,0 %) hoger dan begroot: Omschrijving (bedragen in €) Administratie en beheer Inventaris en apparatuur Leermiddelen Overige lasten Totaal
Begroting 2022 450.000 10.000 735.000 430.000 1.625.000
Rekening 2022
Verschil
Begroting 2023
Verschil met 2022
347.824 102.176 50.465 -40.465 910.560 -175.560 348.563 81.437
355.000 15.000 725.000 350.000
95.000 -5.000 10.000 80.000
1.445.000
180.000
1.657.412
-32.412
Verschil tussen begro�ng en jaarrekening Bij sommige ac�epunten uit het Strategisch Beleidsplan is een bedrag begroot voor externe dienstverlening. Door werkzaamheden waar mogelijk in eigen beheer uit te voeren is een besparing gerealiseerd op de kosten van administra�e en beheer. De overschrijding bij inventaris en apparatuur wordt veroorzaakt door aanschaf van 101 binnenklimaatmeters (€ 26 K). 38
De kosten van leermiddelen en overige lasten zijn per saldo € 94 K hoger dan begroot door toename van licen�ekosten en extra kosten in verband met het NPO. De budgeten voor leermiddelen en schooladministra�e zijn in zel�eheer gegeven aan de schooldirecteuren. Het verschil tussen baten en lasten wordt jaarlijks per school verrekend met de bestemmingsreserve zel�eheer OLP. Over het verslagjaar is een nega�ef resultaat gerealiseerd van € 160 K. Dit saldo is met de resultaatbestemming ontrokken aan de reserve zel�eheer OLP. De private baten waren per saldo hoger dan de private lasten, waardoor € 17 K ten gunste van de algemene private reserve kon worden gebracht. Verschil tussen begro�ng 2023 en begro�ng 2022 In de begro�ng voor 2023 zijn minder advieskosten geraamd bij “administra�e en beheer”. Verder zijn de kosten van leermiddelen en overige lasten op schoolniveau lager geraamd dan een jaar eerder. 4.2.2.6. Bestemming van het resultaat. Het exploita�eresultaat in 2022 bedraagt volgens de staat van baten en lasten € 897.770. Dit resultaat is als volgt bestemd: Algemene publieke reserve Algemene private reserve OLP-reserves
€ 1.040.563 € 17.251 € -160.044 -------------------€ 897.770 ============
Resultaat
De algemene publieke reserve dient als buffer om onverwachte uitgaven te kunnen bekos�gen. Jaarlijks wordt het saldo tussen de ontvangen vergoedingen en uitgaven met betrekking tot de publieke exploita�e aan deze reserve ontrokken c.q. toegevoegd. De stor�ng in de private reserve en de OLP-reserves is in § 4.2.2.5 toegelicht.
39
4.3
Balans.
4.3.1. Balans in meerjarig perspectief. Het onderstaande overzicht omvat de gerealiseerde balanscijfers over 2021 en 2022 en een prognose voor de komende jaren: Omschrijving
Realisatie 2021 €
Realisatie 2022 €
Begroting 2023 * €
Begroting 2024 * €
Begroting 2025 * €
Materiële vaste activa
2.071.792
1.513.155
2.060.000
1.960.000
1.910.000
Totaal vaste activa
2.071.792
1.513.155
2.060.000
1.960.000
1.910.000
Vorderingen
1.096.354
148.942
250.000
250.000
250.000
Liquide middelen
3.887.044
7.391.695
4.050.000
4.061.000
4.022.000
Totaal vlottende activa
4.983.398
7.540.637
4.300.000
4.311.000
4.272.000
Totaal activa
7.055.190
9.053.972
6.360.000
6.271.000
6.182.000
Omschrijving
Realisatie 2021
Realisatie 2022
Begroting 2023 *
Begroting 2024 *
Begroting 2025 *
€
€
€
€
€
Eigen Vermogen
2.055.454
2.953.224
2.055.000
2.055.000
2.055.000
Voorzieningen
3.152.163
3.567.024
2.805.000
2.716.000
2.627.000
Kortlopende schulden
1.847.573
2.533.545
1.500.000
1.500.000
1.500.000
Totaal passiva
7.055.190
9.053.792
6.360.000
6.271.000
6.182.000
Tabel 18: Balans
* = het betre� hier prognoses
4.3.2. Toelichting balanscijfers 2022. Het balanstotaal is ten opzichte van 2021 met € 1.999 K (28,3 %) gestegen naar € 9.054 K. Aan de ac�vazijde van de balans zijn investeringen verwerkt tot een bedrag van € 172 K (2021: € 167 K). Door het lage investeringsniveau, in combina�e met desinvesteringen tot een bedrag van € 139 K, is de boekwaarde van de materiële vaste ac�va met 27,0 % gedaald naar € 1.513 K. Voor 2023 is een substan�ële vervangingsinvestering in ICT gepland. De vorderingen zijn met € 947 K (86,4 %) gedaald naar € 149 K. Dit komt omdat de vordering op OCW (ul�mo 2021 € 912 K), door wijziging van de bekos�ging per schooljaar in kalenderjaarfinanciering, volledig is weggevallen. De resterende vorderingen betreffen kleinere vooruitbetaalde en nog te ontvangen bedragen, alsmede de post debiteuren. 40
De liquide middelen zijn met € 3.505 K (90,2 %) toegenomen. Deze enorme toename van de banksaldi is in § 3.5.2 reeds toegelicht. De passiva bestaan onder andere uit een Eigen Vermogen van € 2.953 K en voorzieningen tot een bedrag van € 3.567 K, waarvan € 3.237 K voor planma�g onderhoud. Daarnaast zijn er nog kortlopende schulden, die met € 686 K (37,1 %) zijn gestegen. Het betre� hier vooruit ontvangen subsidies (onder andere € 283 K voor verbetering van basisvaardigheden en € 125 K voor een taalproject), waarvan de besteding in volgende dienstjaren wordt verantwoord. Onder deze post vallen ook de afdracht van loonbelas�ng en pensioenpremies over december, alsmede de reserveringen voor vakan�egeld en aan crediteuren verschuldigde bedragen. 4.3.3. Ontwikkelingen. De in § 4.3.1. gepresenteerde balanscijfers voor de komende jaren zijn overgenomen uit de laatst vastgestelde meerjarenbegro�ng. Hierin is rekening gehouden met de voor 2023 geplande investeringen ad € 950 K en vervangingsinvesteringen in de jaren daarna. In alle jaarbegro�ngen zijn de baten en lasten in evenwicht. Met aanwending van de vooruit ontvangen subsidies is geen rekening gehouden. In de huisves�ngsbegro�ng is een jaarlijkse dota�e aan de voorziening onderhoud opgenomen van € 286 K.
Volgens de meerjarenplanning is de komende jaren respec�evelijk € 405 K (2023), € 379 K (2024), € 375 K (2025) en € 318 K (2026) nodig voor cyclisch onderhoud. De daarvoor gevormde voorziening is toereikend. Gezien het voorgaande wordt de komende jaren een geleidelijke daling van de liquide middelen verwacht. Dat is niet bezwaarlijk, want de liquiditeit is uitstekend en daarin zal de komende jaren naar verwach�ng geen verandering komen. 4.3.4. Investeringsbeleid. Voor vervanging van meubilair, ICT en onderwijsmethodes zijn meerjarenplanningen opgesteld. Deze worden ieder jaar bij de begro�ngsgesprekken per school geactualiseerd. Als scholen een investeringsverzoek indienen wordt dit eerst getoetst aan de meerjarenplanning. Als de aanvraag daarin is opgenomen, dan wel anderszins is onderbouwd waarom de investering nodig is, worden offertes aangevraagd. In 2022 is een aantal investeringen uitgesteld, zodat in 2023 een substan�ële opdracht kan worden uitgezet. Voor noodzakelijke kosten van cyclisch onderhoud is ook een meerjarenplanning opgesteld. Na een bouwkundige inspec�e van alle scholen wordt ieder jaar bepaald welke werkzaamheden onvermijdelijk c.q. wenselijk zijn.
41
4.4
Financiële positie.
4.4.1 Algemeen. Om een oordeel te kunnen geven over de financiële posi�e van Elan Onderwijsgroep wordt hierna een overzicht gepresenteerd van de ontwikkeling van een aantal financiële kengetallen voor vermogens- en budgetbeheer. De belangrijkste zijn de solvabiliteit, de liquiditeit, het weerstandsvermogen en de rentabiliteit. Het kengetal voor de solvabiliteit gee� de verhouding aan tussen eigen en vreemd vermogen. Het verscha� daarmee inzicht in de mate waarin de bezi�ngen (op de ac�vazijde van de balans) zijn gefinancierd met eigen vermogen (incl. voorzieningen). Dat de solvabiliteit ver boven de ondergrens is, betekent dat Elan Onderwijsgroep op langere termijn aan haar financiële verplich�ngen kan voldoen. Uit het kengetal voor de liquiditeit blijkt dat de organisa�e ook ruimschoots in staat is om op korte termijn aan alle verplich�ngen (= betaling van de kortlopende schulden) te voldoen. Het cijfer voor het weerstandsvermogen zegt iets over de reserveposi�e en over de mogelijkheden om financiële tegenvallers op te vangen. Dit kengetal ligt ruim boven de signaleringswaarde. Met het kengetal rentabiliteit wordt aangegeven in hoeverre er bij de reguliere bedrijfsvoering evenwicht is tussen de baten en lasten. De verwach�ng is dat dit de komende jaren kan worden gerealiseerd. De grenswaarden die in het overzicht in § 4.4.2.
worden genoemd zijn vastgesteld door de Inspec�e van het Onderwijs. De benchmark-gegevens zijn gebaseerd op de jaarrekeningen van 40 schoolbesturen met 1500 t/m 3000 leerlingen. 4.4.2. Kengetallen en signaalwaarden. De belangrijkste financiële ra�o’s ontwikkelen zich bij Elan Onderwijsgroep als volgt:
Omschrijving
Begroting * JR JR Grens- Bench- JR waarde mark 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026
Vermogensbeheer Kapitalisatiefactor
> 36 %
46%
35%
37%
42%
31%
32%
35%
34%
Solvabiliteit 2
< 30 %
73%
76%
74%
72%
76%
76%
76%
75%
Werkkapitaal (x € 1 mln.) Weerstandsvermogen PO
€ 2,3 € 3,1 € 5,0 € 2,8 € 2,8 € 2,8 € 2,7 >5%
Eigen Vermogen per ll. Ratio Publiek Vermogen
27%
9%
11%
14%
10%
10%
12%
12%
€ 2.014 € 836 € 1.040 € 1.509 € 1.006 € 1.020 € 1.018 € 1.060 > 1,0
1,2
0,46 42
0,63
0,87
0,70
0,64
0,69
0,71
2023
Begroting * 2024 2025
2026
3,0
2,9
2,9
2,8
2,8
-1,9% 1,9%
4,2%
0,0%
0,0%
0,0%
0,0%
-1,8% -0,6% 0,5%
1,6%
2,1%
2,2%
0,0%
0,0%
Aandeel personele lasten
83%
79%
81%
82%
82%
82%
Gemiddelde personeelslast (in €)
79.118 76.028 75.520 81.942 85.700 85.700 85.700 85.700
Omschrijving
Grens- Bench- JR waarde mark 2020
JR 2021
JR 2022
0,75
2,7
Budgetbeheer Liquiditeit
2,6
Rentabiliteit idem (3-jaarsgemiddelde)
Huisvestingsratio
0,0%
>10 %
Exploitatielasten per ll. (€)
7,5%
2,5
81% 9,0%
80% 8,6%
9,6%
9,1%
8,8%
9,1%
9,1%
€ 7.478 8.980 9.383 10.430 10.071 9.883 8.771 9.133
Totale baten/rijksvergoeding
Streefwaarde 105% 105% 103% 105% 106% 104% 105% 105% 105%
Totale lasten/rijksvergoeding
105%
Budgetbeheer
106% 105% 103% 102% 104% 105% 105% 105%
Personele lasten/rijksvergoeding 84%
86%
85%
83%
80%
84%
86%
86%
86%
Materiële lasten/rijksvergoeding 21%
20%
20%
21%
21%
20%
19%
19%
19%
Tabel 19: Financiële kengetallen en signaalwaarden
* = het betre� hier prognoses
Toelichting: kapitalisa�efactor solvabiliteit
werkkapitaal weerstandsvermogen PO
liquiditeit
rentabiliteit
huisves�ngsra�o
factor die aangee� of het kapitaal efficiënt wordt benut Formule: kapitalisa�efactor = balanstotaal/totale baten (incl. financiële baten) x 100 % kengetal dat aangee� in welke mate op lange termijn aan de verplich�ngen kan worden voldaan Formule: solvabiliteit = eigen vermogen + voorzieningen/balanstotaal x 100 % vlotende ac�va minus kortlopende schulden dit is het eigen vermogen (excl. voorzieningen) dat beschikbaar is om onvoorzienbare tegenslagen c.q. risico’s op te vangen Formule: eigen vermogen/totale baten x 100 % de liquiditeit (current ra�o) gee� aan in hoeverre op korte termijn aan betalingsverplich�ngen kan worden voldaan, ofwel of er voldoende in kas is Formule: liquiditeit = vlotende ac�va (vorderingen + liquide middelen)/kortlopende schulden gee� aan in welke mate baten en lasten in evenwicht zijn (moet gemiddeld in 3 jaar circa 0 % zijn). Formule: rentabiliteit = exploita�eresultaat/totale baten x 100 % huisves�ngslasten + afschrijving gebouwen/totale lasten (maximaal 10 %)
4.4.3. Verantwoording Eigen Vermogen. In 2020 is een signaleringswaarde geïntroduceerd om mogelijk bovenma�ge publieke reserves te detecteren. Daartoe wordt op basis van een aantal algemene uitgangspunten bepaald hoe hoog het publiek eigen vermogen norma�ef zou moeten zijn. Dit is het vermogen dat een schoolbestuur redelijkerwijs nodig hee� om bezi�ngen te financieren en risico’s op te vangen. De berekeningswijze is als volgt: 43
lRealisatie Realisatie Begroting Begroting Begroting 2t2?. 2422 292? * 2A24 * 2025 * € € € € €
Omschrijving
'i
AW gebouwen x 50 Yox7,27 Boekwaarde overige MVA
Liquiditeitsbuffer (5 %)
220.170
Af: private reserves Publieke reserves (b)
325.000
167.000
167.000
L.922.0L2 1.966.638 L.4L2.OOO L.893.000 1..793.000 945.453
Normatief publiek vermogen {al 3.087.635 Eigen vermogen
220.L70
L.064.47L 1.028.000
99s.000
88s.000
3.25L.279 2.76s.000 3.055.000 2.845.000
2.O55.454 2.953.224 2.055.000 2.055.000 2.055.000 100.988
LLg.239
L00.000
90.000
80.000
r.954.466 2.834.985 1.9ss.000 1.965.000 1.975.000
Saldo a-b {*F = bovenrnatig} i1.1$'.f69
416,294
Ratio Eigen Vermogen
0,87
0 63
Tabel 20: Verantwoording Eigen
8r0.000 1.090,000 o,7L
Vermogen
0,65
87€.090 0,70
x = het betreft hier prognoses
De signaleringswaarde (ratio) voor bovenmatig publiek vermogen ligt bij 1,00.
Vastgesteld kan worden dat bij Elan Onderwijsgroep geen sprake is van te hoge reserves.
4.4.4. Slotbeschouwing. Resumerend kan worden gesteld dat de ramingen in vrijwel alle rubrieken van de begroting zijn overschreden. De gewone baten waren in 2022 € 1.839 K (9,5 %) hoger dan geraamd. De exploitatielasten waren € 966 K (5,0 %) hoger. De gemiddelde personeelslast (GPL)was 6,9yo
hoger dan begroot en is dus veel minder gestegen dan de baten. Het dienstjaar is afgesloten met een batig saldo van € 898 K(202I: € 355 K). Dit exploitatie-
resultaat komt overeen met 4,2% van de baten en valt daarmee binnen de grenswaarden voor het kengetal rentabiliteit (-5 %tot+5%1. Het kengetal voor het weerstandsvermogen is gestegen van 10,9 %o naar 73,9 %. Dat komt
overeen met bijna € 3,0 miljoen. De bufferliquiditeit bevindt zich daarmee ruim boven de ondergrens die op basis van een risico-inventarisatie door de RvT is vastgesteld op € 1,2 miljoen. De lnspectie van het Onderwijs hanteert een norm van5Yo, ofwel€ 1,L miljoen.
Ook de overige financidle kengetallen zijn op niveau en er is voldoende werkkapitaal aanwezig. De continuiteit van de bedrijfsvoering wordt dan ook niet bedreigd. Dat blijkt uit het meerjaren-
perspectief voor de staat van baten en lasten en de balans. Dit betekent dat met Possie voor elk rden doorgewerkt aan verbetering van de onderwijsresultaten ens, juni
3
Mr.
ali6n
Voo
r College van Bestuur 44
5. Verantwoording RvT
a. Rol RvT. Visie en beoogde resultaten zijn het primaire domein van de Raad van Toezicht (RvT). De voorbereiding en uitvoering daarvan is de verantwoordelijkheid van het College van Bestuur (CvB). De RvT fungeert daarbij als klankbord en sparringpartner, maar houdt daar bovenal intern toezicht op. Daarnaast fungeert de RvT als werkgever van het CvB. De functionele scheiding tussen de RvT als intern toezichthouder en de CvB als dagelijks bestuur is statutair vastgelegd. De taak- en bevoegdheidsverdeling tussen RvT, CvB en schooldirecteuren is nader uitgewerkt in een Bestuursreglement annex managementstatuut. De RvT treedt op als collegiaal orgaan en de leden zijn gezamenlijk bevoegd. In dit document wordt op hoofdlijnen verantwoording afgelegd over de rolinvulling in 2022. b. Samenstelling RvT. De RvT bestaat uit zes leden, waarvan er twee zijn benoemd op bindende voordracht van de oudergeleding van de GMR. In de RvT zijn personen benoemd die beschikken over specifieke deskundigheid en/of gekwalificeerde relaties met voor het primair onderwijs relevante maatschappelijke sectoren én affiniteit hebben met de regio. c. Commissies. Om de RvT bij te staan in de werkgeversrol en de uitoefening van toezicht op de bedrijfsvoering is een remuneratiecommissie, een auditcommissie en een commissie Kwaliteit & Onderwijs ingesteld.
Deze commissies zijn samengesteld uit RvT-leden, die daarin vanuit hun specialisme voorbereidende werkzaamheden verrichten. Er is door deze commissies geen afzonderlijke verantwoording opgesteld. Nadere informatie over de werkwijze is te vinden bij de punten j. en m. d. Bestuurswisseling. Na een zorgvuldige wervings- en selectieprocedure is de heer mr. S.T. van der Galiën per 1 juli 2022 voor vier jaar in dienst getreden als voorzitter CvB. Tot die datum fungeerde de heer A.T. Hoksbergen als (interim-) Bestuurder. De periode van 1 juli tot de zomervakantie van 2022 is gebruikt om in te werken en voor taakoverdracht. e. Branchecode Goed Bestuur. De RvT onderschrijft de “Code Goed Bestuur in het Primair Onderwijs” en de “Code Goed Toezicht”, die daar een aanvulling op is. Jaarlijks wordt getoetst of aan de formele vereisten van goed bestuur wordt voldaan. Als van de genoemde codes wordt afgeweken, wordt daarvan melding gemaakt in het bestuursverslag. 45
Situaties met (potentieel) tegenstrijdig belang zijn binnen de RvT niet aan de orde geweest. Er zijn geen aanwijzingen dat gedurende het verslagjaar (bewust) in strijd is gehandeld met de branchecode. f. Betaalde en onbetaalde (neven)functies RvT en CvB. De leden van de RvT en het CvB oefenen betaald of onbetaald de volgende functies en nevenfuncties uit: naam A. Wachtervan Veen (Agda)
Functie bij Elan Onderwijsgroep Voorzitter RvT (tot 1-12-2022)
Relevante (neven-)functies en/of werkzaamheden Theologe, veranderkundige, identiteitsbegeleider Onderwijsbureau Meppel (hoofdfunctie) Voorzitter bestuur CDA Leeuwarden Voorzitter RvT Zorgcentrum het Bildt Vice-voorzitter Sint Vitusparochie
Voorzitter remuneratiecommissie (tot 1-12-2022) Voorzitter commissie Redactielid van SPREEK en Kwaliteit & Onderwijs Riddertijdingen J.W. van Beem Vice-voorzitter RvT Vestigingsmanager Van Mossel Autolease (Jan Willem) (en vanaf 1-12-2022) Leeuwarden (hoofdfunctie) voorzitter RvT Lid en (vanaf 1-12Trainer kaatsschool Stichting Score 2022) voorzitter Inhuur Omrop Fryslân m.b.t. PC Benoemd op remuneratieLid RvT Zorgcentrum het Bildt voordracht GMR commissie W.T. ScholtenLid RvT en viceHoofd Regionaal Informatie en Expertise Kluitenberg voorzitter RvT (vanaf Centrum (hoofdfunctie) (Wendy) 1-12-2022) Lid auditcommissie Bestuurslid “Dress for Success” (tot 1-12-2022) Lid remuneratiecommissie (vanaf 1-12-2022) R.J. Admiraal Secretaris-penning- Concerncontroller gemeente Súdwest (Remco) meester RvT Fryslân (hoofdfunctie) Lid auditcommissie Behalve RvT geen andere nevenfuncties J. Bokma Lid RvT Bokma Advies (Jan) Lid auditcommissie Projectleider Nationaal Coördinator Benoemd op Groningen voordracht GMR Bestuurslid Stichting Vrienden Doniastate E. Elsinga Lid RvT Afdelingsleider VO (hoofdfunctie) (Eric) Lid commissie Lid GMR Scholengemeenschap Piter Kwaliteit & Onderwijs Jelles T. Oosterveld Lid RvT gepensioneerd (Theo) (vanaf 1-1-2023) Lid commissie Secretaris Stichting Leergeld Kwaliteit & Onderwijs Leeuwarden e.o. (vrijwilligerswerk) 46
betaald/ onbetaald betaald
onbetaald vergoeding onbetaald onbetaald betaald
vergoeding vergoeding vergoeding betaald
onbetaald
betaald
betaald (ondernemer) betaald (zzp) onbetaald betaald onbetaald
onbetaald
College van Bestuur A.T. Hoksbergen (Aldert)
Interim-bestuurder (tot 13 juli 2022)
mr. S.T. van der Galiën (Sjoerd)
Voorzitter CvB
Interimmanager bij Versteege Interimmanagement b.v. (hoofdfunctie) Geen nevenfuncties Voorzitter College van Bestuur (hoofdfunctie) Geen nevenfuncties
betaald
betaald
g. Honorering. De jaarlijkse vergoeding voor de voorzitter RvT is bepaald op bruto € 6.000. Voor de overige RvT-leden bedraagt de honorering € 3.000 per jaar bruto. Deze honorering past binnen de minimum- en maximumgrenzen die worden geadviseerd door de Vereniging Toezichthouders in Onderwijsinstellingen (VTOI) en voldoet tevens aan de Wet Normering Topinkomens. h. Aandachtsgebieden. De RvT is in 2022 zes keer bijeen geweest. Er is één gezamenlijk overleg met de GMR geweest. In het kader van de wervingsprocedure is de RvT ook nog herhaaldelijk in besloten kring bijeen geweest, waaronder een paar keer samen met (een afvaardiging van) de GMR. Naast de vervanging van het CvB waren de belangrijkste onderwerpen tijdens de vergaderingen de eigen professionalisering en zelfevaluatie, het strategisch beleid, de verkenning van het bestuurlijk perspectief, het werkplekleren en de samenwerking met opleidingsinstituten, de (voorgenomen) scholenfusie te Bitgummole, de onderwijskwaliteit, het passend onderwijs, de financiën en de formatie. i. Wettelijke taken. Het Strategische Beleidsplan 2019-2023 “Passie voor elk Talent” is tussentijds geëvalueerd en er is een nieuw jaarplan uitgewerkt. Tevens zijn voorbereidingen getroffen voor samenstelling van het volgende Strategisch Beleidsplan. De (meerjaren-) Begroting 2022 is vastgesteld in de RvT-vergadering van 18 november 2021.
Deze Begroting is in de loop van 2022 goedgekeurd door de gemeenten. j. Intern toezicht. De wijze waarop door de RvT vorm en inhoud wordt gegeven aan de rol als intern toezichthouder is vastgelegd in de notitie “Toezichtkader”. Aanvullend is in de beleidsnotitie “Risicomanagement” vastgelegd welke informatiebronnen worden geraadpleegd om een oordeel te kunnen vormen over het reilen en zeilen van de organisatie. Deze gegevens liggen ten grondslag aan belangrijke beleidsstukken die door de RvT worden besproken, zoals de (meerjaren-) begroting, het bestuursformatieplan en de jaarrekening.
47
De samenwerking tussen RvT en CvB is gericht op elkaar adviseren, ondersteunen en informeren conform het ‘no-surprise’- beginsel. De auditcommissie staat de RvT bij in de uitoefening van het intern toezicht. Voorafgaand aan iedere RvT-vergadering bespreekt de commissie daartoe als regel de actuele vraagstukken op het gebied van bedrijfsvoering met de controller. Tijdens de RvT-vergadering brengt de commissie verslag uit van haar bevindingen. Door het bestuur is via managementrapportages, alsmede schriftelijke dan wel mondelinge mededelingen tijdens RvT-vergaderingen en op diverse andere contactmomenten, verantwoording afgelegd over het gevoerde beleid. Tussen de vergaderingen door heeft de voorzitter RvT zich frequent door het bestuur laten informeren over actuele ontwikkelingen. De RvT heeft zich ook door overleg met de GMR, schoolbezoeken, via rapporten van de Onderwijsinspectie en de managementletter van de accountant op de hoogte gesteld van relevante ontwikkelingen. k. Rechtmatigheid en doelmatigheid. Bij de behandeling van de financiële tussenrapportages en de jaarstukken is telkens de rechtmatige verwerving, alsmede de doelmatige en rechtmatige bestemming en aanwending van de rijksbijdragen, getoetst en is erop toegezien dat overige relevante wettelijke voorschriften zijn nageleefd. Daarbij zijn geen onregelmatigheden vastgesteld.
Er is afdoende gebleken dat op het gebied van beleidsvoering aan alle wettelijke verplichtingen wordt voldaan en dat het beleidsvoerend vermogen voldoende is. Los daarvan is de formulering van meetbare en haalbare doelen, alsmede de bijbehorende budgettering, aangeduid als aandachtspunt bij de samenstelling van het nieuwe Strategisch Beleidsplan. De financiële rechtmatigheid van de verwerving en besteding van publieke middelen en de balansmutaties die in de jaarrekening zijn verantwoord, is bevestigd door de accountant. l. Bestuursverslag. De RvT kan zich als intern toezichthouder verenigen met het bestuursverslag. Mede gezien het oordeel van de accountant over de jaarrekening zijn de jaarstukken daarom voorlopig vastgesteld. Na goedkeuring door de gemeenten stelt de RvT de jaarstukken definitief vast. m. Werkgeversfunctie. De CAO Bestuurders PO geldt als rechtspositieregeling voor de voorzitter CvB. De totale bezoldiging wordt contractueel begrensd door de Wet Normering Topinkomens. De remuneratiecommissie staat de RvT bij in de uitoefening van de werkgeversrol. De remuneratiecommissie is in 2022 vaak bijeen geweest in verband met de werving van een nieuwe voorzitter CvB. Bij de vastlegging van de gemaakte afspraken is specialistische hulp ingeroepen. Normaliter komt deze commissie op ad hoc basis bijeen.
De voorzitter van de RvT voert jaarlijks een functioneringsgesprek met de voorzitter CvB. 48
n. Professionalisering. De ontwikkelingen op het gebied van governance en intern toezicht volgen zich de laatste snel op. De RvT-leden worden hierover geïnformeerd door onder meer de Contactgroep Governance van Vos/abb en het Netwerk Toezichthouders Onderwijs Nederland (Newton). De RvT-leden hebben hun professionaliseringsbehoefte geïnventariseerd en naar behoefte op individuele basis scholing gevolgd over relevante onderwerpen. o. Evaluatie. De RvT is als intern toezichthouder verantwoordelijk voor de kwaliteit van zijn eigen functioneren. In dat kader evalueert de RvT eens in de twee jaar het functioneren als collectief en dat van de individuele leden, alsmede de samenwerking met het CvB. In 2020 is onder begeleiding van een externe deskundige een evaluatie uitgevoerd. Daarbij heeft versterking van de rolinneming en rolvastheid centraal gestaan. Dit heeft geleid tot een aantal acties die zijn uitgevoerd. p. Accountantscontrole. De accountantscontrole is tot wederopzegging opgedragen aan Van Ree Accountants te Zwolle. Sinds het verslagjaar 2019 wordt de controle uitgevoerd onder leiding van een nieuwe accountmanager. De accountant beoordeelt, met inachtneming van de Regeling Jaarverslaglegging Onderwijs, of de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de grootte en samenstelling van het vermogen en het exploitatieresultaat.
Op advies van de auditcommissie heeft in 2022 een bespreking met de accountant plaatsgevonden. q. Toezicht gemeenten. De gemeenten Leeuwarden, Noardeast-Fryslân en Waadhoeke zijn in het kader van hun wettelijke toezichthoudende taak op het openbaar onderwijs belast met: - goedkeuring van begroting, jaarrekening en jaarverslag; - benoeming en ontslag leden Raad van Toezicht; - goedkeuring van statutenwijzigingen; - ontbinding van de stichting bij ernstige taakverwaarlozing. De uitgangspunten voor uitvoering van de toezichthoudende taak zijn vastgelegd in een convenant. Er heeft laatstelijk op 5 november 2020, via MS Teams, overleg plaatsgevonden met de commissie “Toezicht stichting openbaar onderwijs”. Ondanks herhaalde pogingen daartoe (op ambtelijk niveau) is het sindsdien niet geslaagd een bijeenkomst te beleggen. Er zijn tussentijds wel herhaaldelijk, over uiteenlopende onderwerpen, individuele contacten geweest met de portefeuillehouders onderwijs.
49
A.
BALANS PER 31 DECEMBER 2022 (na verwerking resultaatbestemming)
31-12-2022 Vaste activa 1.1 Materiële vaste activa
1.513.154
31-12-2021 2.071.792
1.513.154 Vlottende activa 1.2 Vorderingen 1.3 Liquide middelen
148.943 7.391.695
Totaal activa Eigen vermogen 2.1 Eigen vermogen
2.071.792 1.096.354 3.887.044
7.540.638
4.983.398
9.053.792
7.055.190
2.953.224
2.055.454 2.953.224
2.055.454
2.2 Voorzieningen
3.567.024
3.152.163
2.3 Kortlopende schulden
2.533.544
1.847.573
Totaal passiva
9.053.792
7.055.190
B.
STAAT VAN BATEN EN LASTEN 2022 Werkelijk 2022
Baten 3.1 (Rijks)bijdragen OCW 3.2 Overige overheidsbijdragen en -subsidies 3.3 Baten werk in opdracht van anderen 3.4 Overige baten
Lasten Personele lasten Afschrijvingen Huisvestingslasten Overige lasten Totaal lasten
5
Werkelijk 2021
20.093.946
18.750.000
17.972.142
364.317
235.000
262.128
15.178 815.979
20.000 445.000
15.346 659.450
Totaal baten 4.1 4.2 4.3 4.4
Begroting 2022
19.450.000
21.289.420 15.560.000 600.000 1.660.000 1.625.000
16.104.917 730.390 1.918.415 1.657.412
18.909.066 14.839.275 611.948 1.553.569 1.536.186
20.411.134
19.445.000
18.540.978
Saldo baten en lasten
878.286
5.000
368.088
Financiële baten en lasten
19.484
5.000-
12.828-
Nettoresultaat
897.770
-
355.260
C.
KASSTROOMOVERZICHT 2022 Werkelijk 2022
Werkelijk 2021
Kasstroom uit operationele activiteiten Saldo baten en lasten Aanpassingen voor: - afschrijvingen - mutaties voorzieningen - overige mutaties eigen vermogen
878.286 730.390 414.861 -
368.088 672.356 99.288 -
1.145.251 Veranderingen in vlottende middelen: - vorderingen - schulden
947.411 685.971
Kasstroom uit bedrijfsoperaties Ontvangen interest Betaalde interest Buitengewoon resultaat
108.325104.1011.633.382
212.426-
3.656.919
927.306
22.935 3.451-
Totaal kasstroom uit operationele activiteiten
771.644
48 3.41119.484
3.363-
3.676.403
923.943
Kasstroom uit investeringsactiviteiten Investeringen in materiële vaste activa Desinvesteringen in materiële vaste activa
Totaal kasstroom uit investeringsactiviteiten Mutatie liquide middelen
171.753-
463.543171.753-
463.543-
171.753-
463.543-
3.504.650
460.400
D.
1.
GRONDSLAGEN VOOR BALANSWAARDERING EN RESULTAATBEPALING
Algemeen
Grondslagen voor de jaarrekening Deze jaarrekening is ingericht volgens de Regeling Jaarverslaggeving Onderwijs (RJO) en derhalve volgens de bepalingen uit het Burgerlijk Wetboek (boek 2, titel 9) en de Richtlijnen van de Raad voor de Jaarverslaggeving. Deze jaarrekening is opgesteld uitgaande van een verslaggevingsperiode van een kalenderjaar en van de continuïteitsveronderstelling. Ter vergelijking zijn de realisatiecijfers van het voorgaande jaar opgenomen. Tevens zijn de cijfers van de goedgekeurde begroting over het huidige jaar opgenomen. De gehanteerde grondslagen van waardering en van resultaatbepaling zijn ongewijzigd gebleven ten opzichte van het voorgaande jaar. De bedragen opgenomen in de jaarrekening luiden in hele euro's. Het kasstroomoverzicht is opgesteld op basis van de indirecte methode. Verbonden partijen Als verbonden partij worden alle rechtspersonen aangemerkt waarover overheersende zeggenschap, gezamenlijke zeggenschap of invloed van betekenis kan worden uitgeoefend. Ook rechtspersonen die overheersende zeggenschap kunnen uitoefenen worden aangemerkt als verbonden partij. Transacties van betekenis met verbonden partijen worden toegelicht voor zover deze niet onder normale marktvoorwaarden zijn aangegaan. Hiervan wordt toegelicht de aard en de omvang van de transactie en andere informatie die nodig is voor het verschaffen van het inzicht.
In hoofdstuk G van deze jaarrekening is een overzicht opgenomen van deelnemingen en/of verbonden partijen.
2.
Grondslagen voor waardering van activa en passiva
Algemeen De algemene grondslag voor de waardering van activa en passiva, alsmede voor het bepalen van het resultaat, is de verkrijgingsprijs. Voor zover niet anders vermeld, worden activa en passiva opgenomen voor de nominale waarde. Materiële vaste activa De materiële vaste activa worden gewaardeerd op basis van de aanschafwaarde, verminderd met de lineair berekende afschrijvingen, gebaseerd op de verwachte economische levensduur: gebouwen meubilair (bureaustoelen) overig meubilair onderwijsmethodes (OLP) ICT
10 jaar 10 jaar 20 jaar 8 jaar 5 jaar
De ondergrens voor activering is € 1.000. De materiële vaste activa worden lineair afgeschreven vanaf de maand van aanschaf. Investeringssubsidies die ontvangen zijn, worden in mindering gebracht op de investering. Gebouwen Schoolgebouwen, waarvan het juridisch eigendom berust bij de stichting en het economisch eigendom bij de gemeente, zijn niet in de balans opgenomen. Eventuele bruikleenscholen zijn eveneens niet verwerkt. De investering van € 248.836 ten behoeve van o.b.s. "de Opslach", deel uitmakend van de multifunctionele accommodatie "Triviant" te Franeker, is ultimo 2023 afgeschreven. De kosten van tijdelijke huisvesting bij o.b.s. " 't Fonnemint" te Sint Annaparochie ad € 97.889 (2020) worden afgeschreven in 10 jaar. Deze units zijn in eigendom van de stichting.
De kosten van cyclisch onderhoud aan de schoolgebouwen worden ten laste gebracht van de voorziening onderhoud. Financiële vaste activa Financiële vaste activa (deposito's) zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde. Vorderingen De vorderingen worden opgenomen tegen de nominale waarde, voor zover noodzakelijk onder aftrek van een voorziening voor het risico van oninbaarheid. Liquide middelen Liquide middelen bestaan uit kas, banktegoeden en deposito's met een looptijd korter dan twaalf maanden. Rekening-courant schulden bij banken zijn opgenomen onder schulden aan kredietinstellingen, als kortlopende schulden. De liquide middelen worden gewaardeerd tegen nominale waarde en staan, voor zover niet anders vermeld, ter vrije beschikking van het bestuur. Eigen vermogen Onder het eigen vermogen worden de algemene reserve en de bestemmingsreserves gepresenteerd. Er is binnen het eigen vermogen een onderscheid gemaakt naar publieke en private reserves. Publieke middelen zijn middelen die verkregen zijn bij of krachtens de wet ingestelde heffingen. Algemene reserve De algemene publieke reserve betreft een buffer ter waarborging van de continuïteit van de bedrijfsvoering. Deze wordt opgebouwd uit resultaatbestemming van overschotten welke ontstaan uit het verschil tussen de toegerekende baten en de werkelijke lasten, na verrekening met de bestemmingsreserves.
In geval van een tekort wordt dit resultaat ten laste van de algemene publieke reserve gebracht. Bestemmingsreserves Reserve zelfbeheer OLP De bestemmingsreserves Onderwijsleerpakket (OLP) zijn per school gevormd uit onderwijsbudgetten die aan directeuren in zelfbeheer zijn gegeven. Het verschil tussen het toegekende budget en de werkelijke lasten wordt jaarlijks per school verrekend met de bestemmingsreserve OLP. Bestemmingsreserve privaat De algemene private reserve is bedoeld voor specifieke toekomstige uitgaven die uit door ouders/verzorgers of derden ingebrachte middelen gedekt moeten worden. Deze is opgebouwd uit jaarlijkse verschillen tussen vrijwillige ouderbijdragen en overige privaatrechtelijke baten betreffende schoolactiviteiten op vrijwillige basis (schoolreisjes, sportactiviteiten, vieringen). Via resultaatbestemming worden de overschotten van een boekjaar toegevoegd en tekorten onttrokken aan de algemene private reserve. Voorzieningen In de balans wordt een voorziening opgenomen indien: a. er sprake is van een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting, die het gevolg is van een gebeurtenis in het verleden; b. het waarschijnlijk is dat voor de afwikkeling van deze verplichting een uitstroom van middelen noodzakelijk is; c. er een betrouwbare schatting kan worden gemaakt van de omvang van de verplichting.
De voorzieningen worden gewaardeerd tegen de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de verplichtingen per balansdatum af te wikkelen. Enkel uitgaven waarvoor de voorziening oorspronkelijk was gevormd worden ten laste van de voorziening gebracht.
Voorziening ambtsjubilea De voorziening ambtsjubilea wordt opgenomen tegen de contante waarde van de verwachte uitkeringen gedurende het dienstverband. De berekening is gebaseerd op aanspraken op grond van de CAO, de ingeschatte blijfkans, het aantal dienstjaren en de mogelijkheid om het jubileum te behalen voor de pensioengerechtigde leeftijd. Er is gerekend met een gemiddelde salarisstijging van 1,75 % per jaar en een disconteringsvoet van 0,0 %. De betaalde jubileumgratificaties worden ten laste van deze voorziening gebracht. Voorziening duurzame inzetbaarheid De CAO-regeling duurzame inzetbaarheid biedt aan medewerkers van 57 jaar de mogelijkheid een spaartegoed op te bouwen dat later tot verlof leidt. Voor uren die zijn gespaard in het kader van een spaarplan met een verlofdoel, is een voorziening opgebouwd door dotaties ten laste van de exploitatierekening. De voorziening is bepaald op basis van de nominale waarde van in de toekomst op te nemen verlofsaldi. De berekening is gebaseerd op gedane toezeggingen vanuit de CAO en de salarisschaal van de werknemers. Voorziening onderhoud Voor de toekomstige kosten van periodiek onderhoud aan schoolgebouwen die in juridisch eigendom zijn bij de stichting, is een meerjarenonderhoudsplan (MJOP) opgesteld.
Hierin zijn de te verwachten kosten over een periode van 40 jaar per schoolgebouw uitgesplitst in verschillende bouwelementen, die op basis van vigerende regelgeving tot de risicosfeer van schoolbesturen behoren. In geval van voorgenomen scholenfusies of nieuwbouw/renovatie binnen een tijdsbestek van 10 jaar is uitgegaan van de vermoedelijk resterende gebruiksduur. Er is geen rekening gehouden met een eigen bijdrage bij nieuwbouw/renovatie. In het MJOP, dat laatstelijk is geactualiseerd in 2020, is per onderhoudscomponent uitgegaan van een algemeen gebruikelijke economische levensduur en een actueel prijsniveau. Er is geen rekening gehouden met indexering van kosten door inflatie of conjuncturele aanpassingen. Op basis van het MJOP is voor de verwachte kosten inzake periodiek onderhoud van gebouwen een voorziening gevormd tegen nominale waarde, die per component lineair en tijdsevenredig is opgebouwd, gerekend vanaf het stichtingsjaar van iedere afzonderlijke school. Bij uitbreidingen is voor het betreffende bouwdeel gerekend vanaf het jaar van uitbouw. De toevoegingen aan de voorziening worden per component bepaald op basis van de geschatte kosten van cyclisch onderhoud en de periode die telkens verloopt tussen de werkzaamheden zoals blijkend uit het MJOP.
Jaarlijks wordt na een bouwkundige inspectie ter plaatse per schoolgebouw bepaald welke werkzaamheden noodzakelijk zijn om te blijven voldoen aan technische kwaliteitseisen en daarmee de goede onderhoudsstaat van de gebouwen en installaties te continueren, waarna de werkelijke kosten van voorzien onderhoud aan de voorziening worden onttrokken. De schattingselementen die zijn gerelateerd aan deze voorziening betreffen de gebruiksduur, de onderhoudscyclus, het bedrag dat is vereist en het moment waarop het onderhoud wordt uitgevoerd. Kortlopende schulden De kortlopende schulden hebben een verwachte looptijd van maximaal één jaar. Kortlopende schulden worden opgenomen tegen de nominale waarde.
3.
Grondslagen voor bepaling van het resultaat
Algemeen Het resultaat wordt bepaald als het verschil tussen de baten en lasten over het jaar. De baten en lasten worden toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Lasten en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het verslagjaar worden in acht genomen, indien zij voorafgaand aan het vaststellen van de jaarrekening bekend zijn geworden en de omvang betrouwbaar kan worden vastgesteld.
(Rijks)bijdragen OCW De ontvangen (normatieve) rijksbijdragen worden in het jaar waarop de toekenning betrekking heeft als bate verwerkt in de staat van baten en lasten. Personeelsbeloningen Lonen, salarissen en sociale lasten worden op grond van de arbeidsvoorwaarden verwerkt in de staat van baten en lasten over de verslagperiode voor zover ze verschuldigd zijn aan de werknemers respectievelijk de belastingautoriteit. Voor zover de verschuldigde betalingen op balansdatum nog niet zijn voldaan, wordt hiervoor een verplichting opgenomen. De uitgestelde personeelsbeloningen voortvloeiende uit de overgangsregeling BAPO (bevordering arbeidsparticipatie ouderen) zijn als periodekosten in de staat van baten en lasten verwerkt. Pensioenregelingen De entiteit is aangesloten bij het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP). Het ABP is het bedrijfstakpensioenfonds voor overheidswerkgevers, waaronder onderwijsinstellingen. De over het verslagjaar verschuldigde premie wordt als last verantwoord. Afschrijvingen Voor een toelichting op de afschrijving op materiële vaste activa wordt verwezen naar de hiervoor vermelde waarderingsgrondslagen. Overige kosten Alle kosten anders dan personeelsbeloningen en afschrijvingen, die in het boekjaar zijn gerealiseerd en waar geen opbrengsten tegenover staan die nog niet zijn gerealiseerd.
Financiële baten en lasten Rentebaten en lasten worden tijdsevenredig verwerkt, rekening houdend met de effectieve rentevoet van de desbetreffende activa en passiva. Bij de verwerking van de rentelasten wordt rekening gehouden met de verantwoorde transactiekosten op de ontvangen leningen. Bankkosten worden ten laste gebracht van het boekjaar waarop deze betrekking hebben.
E.
TOELICHTING BEHORENDE TOT DE BALANS
1.1 Materiële vaste activa
Aanschafprijs Cumulatieve afschrijvingen en waardeverminderingen Boekwaarde 1 januari 2022
1.2.1 Gebouwen en terreinen
1.2.2 1.2.3 Inventaris Andere vaste Totaal en bedrijfsapparatuur middelen (OLP)
346.725 -196.945 149.780
3.975.227 -2.260.859 1.714.368
931.649 -724.005 207.644
5.253.600 -3.181.808 2.071.792
Desinvesteringen Investeringen Afschrijvingen Saldo mutaties
-44.626 -44.626
-131.290 138.323 -488.934 -481.901
-7.735 33.429 -57.805 -32.111
-139.025 171.753 -591.365 -558.637
Aanschafprijs Cumulatieve afschrijvingen en waardeverminderingen Boekwaarde 31 december 2022
346.725 -241.571 105.154
4.113.550 -2.881.083 1.232.467
965.078 -789.545 175.533
5.425.353 -3.912.199 1.513.154
De in 2020 gepleegde investering van € 97.889 in tijdelijke huisvesting (units) voor o.b.s. "'t Fonnemint" te Sint Annaparochie is volledig gefinancierd met private middelen. De jaarlijkse afschrijving ad € 9.789 maakt deel uit van de private lasten. Het saldo van de private baten en lasten komt tot uitdrukking in de resultaatbestemming. De boekwaarde van de units ultimo 2022 ad € 70.317 maakt deel uit van de totale boekwaarde van 1.2.1. Gebouwen en terreinen ad € 105.154.
31-12-2022
31-12-2021
1.2 Vorderingen 1.2.1 Debiteuren 1.2.2 OCW/LNV 1.2.3 Overige overheden 1.5.7.a Fietsplan/bedrijfsfitness 1.5.7.c Lonen en salarissen 1.5.7.bOverige vorderingen 1.2.4 Overige vorderingen 1.5.8.a Vooruit betaalde bedragen 1.5.8.bNog te ontvangen bedragen 1.5.8.c Uitkeringen 1.5.8.dOverig 1.2.5 Overlopende activa
34.945 51.657 18.693 21.964
10.351 11.333
34.945
92.314
22.531 43.443 38.703 18.247
55.142 912.441 5.847
22.531
100.393
148.943
1.096.354
7.391.695
3.887.044
7.391.695
3.887.044
1.3 Liquide middelen 1.3.1 Tegoeden op bank- en girorekeningen
2.1 Eigen Vermogen stand per 31-12-2020
overige mutaties
resultaatbestemming
Stand per 31 december 2021
330.093
1.296.636
2.1.1 Algemene reserve Algemene publieke reserve
966.543
2.1.2 Bestemmingsreserve (publiek) Reserve zelfbeheer OLP
626.823
-
31.007
657.830
2.1.3 Bestemmingsreserve (privaat) Algemene private reserve
106.828
-
5.840-
100.988
1.700.194
-
355.260
2.055.454
stand per 31-12-2021
overige mutaties
resultaatbestemming
Stand per 31 december 2022
1.040.563
2.337.199
2.1.1 Algemene reserve Algemene publieke reserve
1.296.636
2.1.2 Bestemmingsreserve (publiek) Reserve zelfbeheer OLP
657.830
-
160.044-
497.786
2.1.3 Bestemmingsreserve (privaat) Algemene private reserve
100.988
-
17.251
118.239
2.055.454
-
897.770
2.953.224
2.2 Voorzieningen 2.2.1 Personeelsbeloningen
2.2.3 Overige voorzieningen
Stand per 31 december 2021 Stelselwijziging Stand per 1 januari 2022 Dotaties Onttrekkingen Vrijval
307.265 307.265 58.471 35.338-
2.844.898 2.844.898 478.103 86.375-
3.152.163 3.152.163 536.574 121.713-
Stand per 31 december 2022
330.398
3.236.626
3.567.024
De voorziening onderhoud is opgenomen bij 2.2.3. Overige voorzieningen.
Totaal
31-12-2022
31-12-2021
2.3 Kortlopende schulden 2.3.1 Crediteuren 2.3.2 OCW/LNV 2.3.3 Belastingen en premies sociale verzekeringen 2.3.4 Schulden terzake van pensioenen 2.5.9.a Netto salarissen 2.5.9.bPremie aanvullende verzekeringen 2.5.9.c Overig 2.3.5 Overige kortlopende schulden 2.5.10.aVakantiegeld 2.5.10.cGeoormerkte doelsubsidies 2.5.10.dNog te betalen bedragen 2.5.10.eDiverse nog te besteden subsidies 2.3.6 Overlopende passiva
7.070 487.042 58.563 718.239
336.198 726.737 199.695
7.070
1.263.844
248.177 635.640 200.717
6.982 275 -
7.257
455.634 300.148
755.782
2.533.544
1.847.573 -
Geoormerkte doelsubsidies (model G) G 1 Verantwoording van subsidies zonder verrekeningsclausule (prestatieverplichting) Omschrijving
Toewijzing kenmerk
datum
Bedrag van toewijzing
Ontvangen t/m verslagjaar 2022
Tel mee met Taal
TMMTOA20054
17-9-2020
€ 125.000
€ 125.000
Tel mee met Taal
TMMTOA220053
31-5-2022
€ 125.000
€ 125.000
Gelijke Kansen Onderwijs GKO22-030 13-10-2022
€ 100.000
€ 100.000
Regeling School & OmgevingRSOS22097 11-11-2022
€
€
Verb. BasisvaardighedenVBV22-PO-4275 11-11-2022
€ 282.651
€ 282.651
Expertisedeling Nieuwkomer SEN22062 28-11-2022
€
37.325
€
37.325
Lerarenbeurs PL
1277509
2022
€
12.374
€
12.374
Lerarenbeurs CW
1278036
2022
€
9.281
€
9.281
€
766.631
€
766.631
75.000
75.000
j
verslagjaar conform de subsidiebeschikking geheel uitgevoerd nog niet geen afgerond heel afgerond
G 2 Verantwoording van subsidies met verrekeningsclausule (bestedingsverplichting) A.
Aflopend per ultimo verslagjaar
Omschrijving
Toewijzing
Ontvangen t/m vorig verslagjaar
kenmerk datum bedrag
B.
Totale
Saldo 1-1-2022
kosten t/m 2021
Ontvangen in verslagjaar 2022
kosten in verslagjaar 2022
Saldo te besteden ultimo verslagjaar
€
- €
-
€
-
€
-
€
-
€
- €
-
€
- €
-
€
-
€
-
€
-
€
- €
-
€
-
-
€
-
€
-
€
-
€
- €
-
€
Doorlopend tot in een volgend verslagjaar
Omschrijving
Toewijzing
kenmerkdatum bedrag
Ontvangen t/m vorig verslagjaar
Totale
Saldo 1-1-2022
kosten t/m 2021
Ontvangen in verslagjaar 2022
kosten in verslagjaar 2022
Saldo te besteden ultimo verslagjaar
€
- €
-
€
-
€
-
€
-
€
- €
-
€
- €
-
€
-
€
-
€
-
€
- €
-
€
- €
-
€
-
€
-
€
-
€
- €
-
2.4 Niet uit de balans blijkende verplichtingen Van langer dan een jaar doorlopende contractuele verplichtingen die van invloed kunnen zijn op de liquiditeit, solvabiliteit en inherente risico's kan het volgende overzicht worden gegeven: nr. onderwerp
1. 2. 3. 4.
5. 6. 7. 8.
contractuele partner
looptijd
Administratie, beheer en bestuur Van Ree onbepaald Accountantscontrole Vos/abb onbepaald Lidmaatschap landelijke scholenvereniging PO Raad onbepaald Lidmaatschap sectororganisatie PO Aansluiting bij geschillen-, Stg.Onderwijs- onbepaald klachten- en geschillen Personeelszaken Bedrijfsgezondheidszorg MK Basics Payroll dienstverlening Roler Buurtsportcoaches Waadhoeke Digitale HRM-tool portfolio/ Mooi Inzichtebekwaamheidsdossier (E-learninglijk (Coo7)
3 jaar 2 jaar 3 jaar 3 jaar
duur automatische verlenging
opzegtermijn
indicatie opmerkingen kosten per jaar
1 jaar 1 jaar
geen 3 maanden
€ 15.000 € 6.000
RvT 18-9-2018 € 3,04 per ll.
1 jaar
3 maanden
€ 10.000
€ 5,00 per ll.
1 jaar
3 maanden
€ 2.000
LGC/LKC/Fu DGO (€ 1 p/ll.)
1 jaar 1 jaar 1 jaar 3 jaar
3 maanden 3 maanden 3 maanden 3 maanden
€ 40.000 € 50.000 € 88.000 € 21.000
tot 1-1-2024 tot 1-8-2024 tot 1-8-2024 tot 1-12-2024
nr. onderwerp
Huisvestingszaken 9. Schoonmaakonderhoud 10. Energielevering ICT/OLP 11. (mobiele) Telefonie/VoIP 12. Aanschaf hardware (laptops, Chromebooks, accessoires) 13. Audiovisuele apparatuur 14. Beheer MS-devices/ Chromebooks 15. Beheer draadloos netwerk 16. Multifunctionele afdrukapparatuur 17. Leermiddelen
contractuele partner
looptijd
duur automatische verlenging
opzegtermijn
indicatie opmerkingen kosten per jaar
Gom MAIN Energie (Audax)
3 jaar 1 jaar
1 jaar 1 jaar
3 maanden 3 maanden
€ 300.000 tot 1-9-2024 € 450.000 tot 1-1-2024
Telfort/TCOM Central Point
3 jaar 2 jaar
1 jaar 2 jaar
3 maanden 1 jaar
€ 3.500 variabel