Bijlage 2 - 221212 MKBA Vergelijking van twee natuurlijke planvarianten - WitteveenBos
Tekst van het document
MKBA Holwerd aan Zee Vergelijking van twee natuurlijke planvarianten
Provincie Fryslân 12 december 2022
Project Opdrachtgever
Document Status Datum Referentie
Projectcode Projectdirecteur
Auteur(s) Gecontroleerd door Goedgekeurd door
MKBA Holwerd aan Zee Provincie Fryslân
MKBA rapportage Gecontroleerd 12 december 2022 128458/03
128458 drs. L. Teurlings
dr. ir. E.C.M. Ruijgrok ir. S.D. Haitsma drs. L. Teurlings
Paraaf
Adres
Witteveen+Bos Raadgevende ingenieurs B.V. | Deventer K.R. Poststraat 100-3 Postbus 186 8440 AD Heerenveen +31 (0)513 64 18 00 www.witteveenbos.com KvK 38020751
Het kwaliteitsmanagementsysteem van Witteveen+Bos is gecertificeerd op basis van ISO 9001. © Witteveen+Bos Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt in enige vorm zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Witteveen+Bos noch mag het zonder dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd, behoudens schriftelijk anders overeengekomen. Witteveen+Bos aanvaardt geen aansprakelijkheid voor enigerlei schade die voortvloeit uit of verband houdt met het wijzigen van de inhoud van het door Witteveen+Bos geleverde document.
INHOUDSOPGAVE
1
HOLWERD AAN ZEE
1
1.1
Het plan Holwerd aan Zee
1
1.2
MKBA geschiedenis
1
1.4
Leeswijzer
2
2
MAATSCHAPPELIJKE KOSTEN BATEN ANALYSE
3
2.1
Wat is MKBA?
3
2.2
Welke beslisinformatie levert een MKBA op?
4
2.3
Werkstappen MKBA voor Holwerd aan Zee
5
3
MKBA UITGANGSPUNTEN
7
3.1
Planvarianten en baseline
7
3.2
Algemene MKBA uitgangspunten
8
3.3
Kostenuitgangspunten
9
3.4
Batenuitgangspunten
10
4
MKBA-UITKOMSTEN
19
4.1
Uitkomsten
19
4.2
Gevoeligheidsanalyses
21
4.3
Interpretatie van de uitkomsten
25
4.4
Vergelijking met de eerdere MKBA-uitkomsten
25
5
SAMENVATTING
27
6
BRONNEN
28
Laatste pagina
36
1 HOLWERD AAN ZEE 1.1
Het plan Holwerd aan Zee
Het Friese dorp Holwerd, is de plaats waar je boot naar Ameland neemt. Het plan Holwerd aan Zee is ontwikkeld door bewoners om het verlies van voorzieningen als gevolg van bevolkingskrimp een halt toe te roepen en de regionale economie een impuls te geven. Het plan is de afgelopen jaren drie maal (in 2015, 2018 en 2022) op haar maatschappelijke kosten en baten beoordeeld en mede naar aanleiding daarvan bijgesteld.
1.2
MKBA geschiedenis
In december 2019 hebben Stichting Holwerd aan Zee, Vogelbescherming Nederland, Wetterskip Fryslân, gemeente Noardeast Fryslân en provincie Fryslân een intentieovereenkomst gesloten om gezamenlijk de haalbaarheid van Holwerd aan Zee te onderzoeken. In oktober 2021 kwamen de resultaten van diverse haalbaarheidsonderzoeken en een voorlopig ontwerp beschikbaar. Naar aanleiding daarvan is de laatste MKBA, namelijk die van 2018, geactualiseerd. Deze actualisering is 14 februari 2022 opgeleverd. Na oplevering van de geactualiseerde MKBA is gewerkt aan een nieuwe nota over vaarrecreatie en zijn een aantal planoptimalisatiesessies gehouden. In juni 2022 is doorgerekend wat de gevolgen van de optimalisatieslagen zijn voor de kosten en baten van Holwerd aan Zee. De rapportage met de optimalisatieresultaten is 17 juni 2022 opgeleverd. Alle voornoemde MKBA rapportages gaan uit van twee planvarianten: (1) een basisvariant zonder recreatievaart (het meer fungeert als natuurgebied), waarin de basisinfrastructuur van het plan wordt aangelegd. In deze variant zorgt een duiker voor waterverversing van het meer. Deze variant wordt ook wel duikervariant of het optimalisatie-alternatief genoemd. (2) een groeivariant met recreatievaart (het meer fungeert natuurgebied én jachthaven), waarin de basisinfrastructuur wordt uitgebreid met vaarrecreatievoorzieningen waarbij een dijkcoupure plaats vindt.
Deze variant is de voorkeursvariant (VKA) en werd eerder1 ook wel coupure-variant genoemd.
1.3
Doorrekenen nieuwe natuurlijke varianten
Na de optimalisatiesessies is de Stuurgroep Holwerd aan Zee verder gegaan met aanpassingen aan de Groeivariant (het VKA), extra onderzoek naar de recreatieve positionering van het plan en naar de mogelijkheden voor slibverkoop aan agrariërs. Dit resulteerde in twee nieuwe, qua geulontwerp meer natuurlijke, varianten, namelijk een bevaarbare en niet-bevaarbare variant. De stuurgroep heeft Witteveen en Bos gevraagd om voor deze twee natuurlijke varianten de maatschappelijke kosten en baten te bepalen.
1
1.4
Leeswijzer
Deze rapportage is als volgt opgebouwd. In hoofdstuk 2 worden de MKBA-methodiek en de beslisinformatie, die methode oplevert, plus de MKBA-werkstappen toegelicht. In hoofdstuk 3 worden de uitgangspunten die aan de MKBA ten grondslag liggen gepresenteerd. Het gaat hierbij om de opbouw van de projectvarianten en de baseline waarmee zij vergeleken worden en om de getalsmatige uitgangspunten achter de verschillende kostenposten en batenposten, die in de MKBA zijn opgenomen. In hoofdstuk 4 worden vervolgens de MKBA uitkomsten gerapporteerd en worden gevoeligheidsanalyses uitgevoerd voor posten met onzekerheden. In dit hoofdstuk worden tevens resultaten van deze analyses geïnterpreteerd. Tot slot worden in dit hoofdstuk de MKBA-uitkomsten van de twee nieuwe natuurlijke varianten vergeleken met die van het eerdere voorkeursalternatief, de zogenoemde Groeivariant.
2
2 MAATSCHAPPELIJKE KOSTEN BATEN ANALYSE In dit hoofdstuk wordt kort uiteengezet wat een maatschappelijke kostenbatenanalyse (MKBA) is, welke beslisinformatie de analyse oplevert en hoe deze uitgevoerd voor het plan Holwerd aan Zee en welke uitgangspunten gehanteerd zijn.
2.1
Wat is MKBA?
Een MKBA is een integraal afwegingsinstrument dat alle huidige en toekomstige maatschappelijke voor- en nadelen van een plan, zoals Holwerd aan Zee, tegen elkaar afweegt door ze zoveel mogelijk in geld uit te drukken. In tegenstelling tot een financiële kostenbatenanalyse (FKBA of business case), brengt een MKBA niet alleen de uitgaven en inkomsten van de initiatiefnemer van een plan in beeld, maar alle voor- en nadelen van alle betrokkenen: overheden, bedrijven en burgers. Wanneer de baten groter zijn dan de kosten is een project als maatschappelijk verantwoord te bestempelen. Met een MKBA kan gecheckt worden of een plan meer baten heeft dan kosten heeft. Er kunnen meerdere planalternatieven worden onderscheiden, maar dat hoeft niet per se. De kosten en baten van elk planalternatief worden bepaald ten opzichte een baseline: dat is de situatie zonder het plan. Er gebeurt dan wel van alles, want de autonome ontwikkeling gaat door, maar het plan wordt niet uitgevoerd. Afbeelding 2.1 toont het basisschema van de MKBA. Dit schema laat zien dat maatregelen wel rechtstreeks tot kosten leiden, maar niet rechtstreeks tot baten.
Afbeelding 2.1 Basisschema MKBA
Bron: Ruijgrok et.al.,2007.
3
Baten ontstaan als maatregelen een omgevingskwaliteit, zoals bijvoorbeeld de bereikbaarheid, de recreatieve aantrekkelijkheid, de biodiversiteit of de waterkwaliteit, voldoende verbeteren om welvaarts-/welzijnseffecten voor mensen teweeg te brengen. Dit betekent dat niet elke fysieke verandering, die optreedt als gevolg van ingrepen, ook daadwerkelijk als baat in de het kostenbatenoverzicht terecht komt. Zo kan bijvoorbeeld de recreatieve aantrekkelijkheid van een gebied verbeterd worden door de aanleg van een wandelgebied of een jachthaven. Dit hoeft echter niet tot extra recreatiebaten te leiden in de vorm van extra bezoeken en bestedingen. Deze baten kunnen uitblijven, als er geen extra recreatieve voorzieningen (ontsluitingen, bestemmingen) worden getroffen. Ook kunnen er verschuivingen optreden ten koste van buurgebieden, waardoor er netto geen baten ontstaan. Een ander voorbeeld is de vergroting van de biodiversiteit door de creatie van vispassages en vogeleilanden. Dit kan tot allerlei baten leiden, zoals extra sportvisplezier, meer visoogst, meer woongenot door uitzicht op fraaie natuur.
Of deze baten ook daadwerkelijk ontstaan hangt af van of de biodiversiteit ook daadwerkelijk merkbaar toeneemt én of mensen daar gebruik van maken: 1zijn er wel (sport)vissers actief in het gebied? Wonen er wel mensen in de buurt van het groen? Daarnaast maakt het uit om wat voor soorten het gaat: zo treden ecosysteembaten van bijvoorbeeld polinatie of biologische plaagonderdrukking2 alleen op als de ingrepen zorgen voor meer insecten én als de natuur grenst aan landbouwgewassen of tuinen die daar profijt van hebben doordat er minder bestrijdingsmiddelen hoeven te worden gebruikt. Kortom: kwaliteitsverbeteringen zijn wel een voorwaarde voor, maar geen garantie op baten. Afbeelding 2.1 maakt tevens inzichtelijk dat aan de kostenzijde van een MKBA de kosten van maatregelen staan en geen negatieve gevolgen van die maatregelen: negatieve gevolgen staan aan de batenzijde. Aan de batenzijde staan in feite alle effecten, zowel positieve als negatieve, zowel bedoelde als onbedoelde en voor iedereen die beïnvloed wordt door de maatregelen.
2.2
Welke beslisinformatie levert een MKBA op?
De MKBA is een analyse van de lange termijn welvaart- en welzijnseffecten van een plan voor mensen. Een MKBA van Holwerd aan Zee levert dus informatie op over of en in hoeverre dit plan de brede menselijke welvaart, dus materiele en immateriële welvaart, vergroot. Dit betekent dat naast verdieneffecten, zoals recreatieve exploitatiebaten, ook welvaart/zijnseffecten van bijvoorbeeld erfgoed en natuur worden meegenomen. Deze kwaliteiten leveren mensen immers welvaart/welzijn op. Om deze effecten met kosten te kunnen vergelijken worden ze zo veel mogelijk in euro’s uitgedrukt. Uiteraard kan het zo zijn dat het plan niet alleen menselijke welvaart/welzijn vergroot maar ook die van planten en dieren: de zogenoemde intrinsieke baten c.q. de baten van de natuur voor zich zelf. Dat wordt echter niet meegenomen in de MKBA, want de MKBA is een analyse die de mens centraal stelt. Afbeelding 2.2 toont de drie verschillende baten van natuur en welke in de MKBA wel en niet worden meegenomen. Er wordt onderscheid gemaakt tussen: - financiële baten; - sociaal-economische baten; - intrinsieke baten. Financiële baten zijn incasseerbare opbrengsten ofwel inkomsten voor mensen. Financiële baten van natuur zijn bijvoorbeeld een deel van de omzet van de bootverhuur aan het meer. Voor financiële natuurbaten is een vorm van exploitatie nodig.
Financiële baten zijn een deelverzameling binnen de sociaal-economische baten.
1
De enige baat, waarvoor mensen geen gebruik hoeven te maken van de natuur, is de zogenoemde niet-gebruiksbaat (zie verderop).
2
Dit zijn sub-omgevingskwaliteiten van de hoofdkwaliteit biodiversiteit.
4
Afbeelding 2.1 De drie baten van de natuur
Bron: Ruijgrok et.al.,2007.
Sociaal-economische baten omvatten niet alleen incasseerbare opbrengsten, maar ook alle andere welvaartsstromen die zich aan het oog van de markt onttrekken, zoals bijv. recreatief genot zonder bestedingen óf zich pas op lange termijn in de markt manifesteren, zoals bijv. vermeden klimaatschade door koolstofvastlegging in biomassa. De meeste sociaal-economische baten van natuur ontstaan via het gebruik van de natuur (bijv. recreatief gebruik), maar er kan ook sprake zijn van welvaartgeneratie via het zogenoemde niet-gebruik. Dat laatste heeft betrekking op het verschijnsel dat mensen ook welvaart ontlenen aan natuur zonder er gebruik van te maken. Het gaat hier om een psychologische waarde, namelijk om het nut dat mensen ervaren bij de wetenschap dat planten en dieren blijven bestaan en kunnen worden doorgeven aan toekomstig generaties. Deze zogenoemde niet-gebruiksbaten is vaak de grootste van alle ecosysteembaten. Dit komt doordat veel mensen bereid zijn iets te betalen voor bijvoorbeeld het beschermen van gebieden of dieren, zoals bijvoorbeeld natuurreservaten of pandaberen of walvissen. De intrinsieke baten van natuur hebben geen betrekking op menselijke welvaart of inkomen, maar gaan over het welzijn van planten en dieren. Deze baten vallen dan ook buiten het domein van de economie en van de MKBA, maar zij worden vaak wel bepaald in milieueffectrapportages (m.e.r).
Intrinsieke baten worden daarbij gemeten in de vorm van scores op criteria die bepalend zijn voor het welzijn van planten en dieren met behulp van methoden zoals bijvoorbeeld de ecologische kapitaalindex of natuurpunten. Uit het voorgaande volgt dat de economische baten van natuur meer zijn dan alleen de financiële baten, maar zij omvatten niet de intrinsieke baten. De MKBA geeft alleen inzicht in de economische en financiële baten van de natuur. De MKBA van Holwerd aan Zee maakt dus inzichtelijk van het plan betekent voor de mensen in en om het projectgebied.
2.3
Werkstappen MKBA voor Holwerd aan Zee
Deze MKBA is uitgevoerd in vier werkstappen. Werkstap 1: vaststellen uitgangspunten natuurlijke planvarianten
In deze stap is bepaald hoe de twee nieuwe natuurlijke planvarianten verschillen van het laatste planalternatief, te weten de het voorkeursalternatief (VKA) dat hiervoor ook wel Groeivariant genoemd werd: - welke planonderdelen zitten nu wel/niet in beide alternatieven; - wat is de nieuwe omvang van deze planonderdelen (bijv. aantal vakantiewoningen). In overleg met de opdrachtgever is vastgesteld wat de meest recente uitgangspunten zijn én hoe deze verschillen voor beide natuurlijke varianten.
5
Werkstap 2: verwerken nieuwe onderzoeksresultaten
In de laatste MKBA van juni 2022, waarin een geoptimaliseerde Basisvariant en Groeivariant (=VKA) werden doorgerekend, zijn de baten van kleiverkoop, verblijfsrecreatie-exploitatie, dagrecreatie-exploitatie, recreatieve belevingsbaten, werkgelegenheid, woongenot door landschapsverfraaiing, vermeden leegstand, voorzieningenbehoud, erfgoedbehoud, biodiversiteit en verlies van landbouwopbrengsten door verzilting in rekening gebracht. Voor de MKBA van de nieuwe natuurlijke varianten worden alleen die posten aangepast die qua omvang logischerwijs afwijken van de oude Groeivariant. Dat zijn alle kostenposten (deze worden gebaseerd op een nieuwe SSK-raming (Van der Knoop et.al., 2022a; 2022b)) en de volgende batenposten: dag- en verblijfsrecreatie-exploitatiebaten en daaruit voortvloeiende werkgelegenheidsbaten en vermeden leegstandbaten plus de recreatieve belevingsbaten. Werkstap 3: berekenen kosten en baten
In deze stap zijn alle gegevens, die nodig zijn voor doorrekening van nieuwe natuurlijke varianten verzameld. Vervolgens is een MKBA-rekenspreadsheet gemaakt waarin alle deze gegevens verwerkt zijn en waarmee een nieuw kostenbatenoverzicht wordt gegenereerd. Dit mondt uit in een nieuwe kostenbatensaldo en -ratio op regionale schaal. Met dit rekenmodel zijn diverse gevoeligheidsanalyses uitgevoerd. Werkstap 4: rapportage
In de laatste werkstap zijn de MKBA-resultaten gerapporteerd in de vorm van de voor u liggende rapportage met daarin: - de gehanteerde uitgangspunten ten aanzien van de beide planvarianten; - de gehanteerde uitgangspunten en hun bronnen ten aanzien van alle kosten/batenposten; - het nieuwe kostenbatenoverzicht en een toelichting daarop; - resultaten van gevoeligheidsanalyses op onzekere en uitkomst-bepalende uitgangspunten; - interpretatie van de resultaten van deze analyses; - een vergelijking van de MKBA-uitkomsten van de natuurlijke varianten met die van het eerdere VKA (de zogenoemde Groeivariant).
6
3 MKBA UITGANGSPUNTEN In dit hoofdstuk worden de uitgangspunten beschreven die ten grondslag liggen aan de Maatschappelijke Kosten Baten Analyse (MKBA). Het gaat hierbij om de planvarianten en de baseline, de algemene MKBA-uitgangspunten en de getalsmatige uitgangspunten op basis waarvan de individuele kosten- en batenposten berekend zijn.
3.1
Planvarianten en baseline
Het plan Holwerd aan Zee bestaat uit de aanleg van buitendijkse natuurontwikkeling en een verbindingsgeul door de kwelder, en een getijdemeer bij Holwerd met vogeleilanden, natuurgeulen en recreatievoorzieningen voor vaar-, dag- en verblijfsrecreatie. Omdat het ontwerp van het plan qua geulen natuurlijker is dan eerdere ontwerpen, spreken we een natuurlijke planalternatief. Voor dit alternatief worden twee varianten onderscheiden: (1) een natuurlijke variant zonder recreatievaart (het meer fungeert als natuurgebied). In deze variant zorgt een regelwerk met verticale hefschuif voor een doorgang door de dijk, waarmee getijslag ontstaat in het meer. Deze variant wordt ook wel de niet-bevaarbare variant (S5) genoemd. (2) een natuurlijke variant met recreatievaart (het meer fungeert natuurgebied én jachthaven). In deze variant bestaat de doorgang door de dijk uit een regelwerk dat overvaarbaar is, waarmee getijslag ontstaat in het meer en waardoor schepen naar binnen kunnen varen. Deze variant wordt ook wel de bevaarbare variant (S2) genoemd. Afbeelding 3.1 toont het verschil tussen beide varianten. Het verschil tussen de bevaarbare en de niet-bevaarbare variant is het type doorgang door de dijk en de afmeervoorzieningen die in de bevaarbare variant wel aanwezig zijn, maar in de niet-bevaarbare variant niet.
Daarnaast is de ringdijk om het getijdenmeer bij de bevaarbare variant ca 0,5 meter hoger dan bij de niet-bevaarbare variant.
Afbeelding 3.1 Het plan Holwerd aan Zee: de niet-bevaarbare (S5) en wel bevaarbare (S2) natuurlijke variant
Bron: Arcadis, 2022.
7
Baseline Uiteraard worden in de MKBA de kosten en baten van beide planvarianten bepaald ten opzichte van een baseline (nulvariant/referentievariant) waarin het plan Holwerd aan Zee niet wordt uitgevoerd. In deze baseline gaat het plan Holwerd aan Zee niet door, maar gaan alle autonome ontwikkelingen wel door. Voor een uitgebreide beschrijving van de relevante c.q. kosten- en batenbepalende autonome ontwikkelingen wordt verwezen naar de MKBA van Holwerd aan Zee uit 2018, door CE Delft (Warringa, et.al., 2018). Kort samengevat bestaat er in de baseline, door de groeiende vrijetijdseconomie, marktruimte voor extra ligplaatsen, verblijfsaccommodaties en dagrecreatievoorzieningen. De bevolkingskrimp, die in de regio gaande is, zet door en de werkloosheid blijft relatief hoog. De relatief hoge werkloosheid is één van de oorzaken van de krimp: mensen verhuizen omdat zij elders werk vinden. Hoewel er op dit moment weinig leegstand is in het gebied vanwege de algehele krapte op de Nederlandse woningmarkt en de opmars van het thuiswerken als gevolg van de Corona-crisis, zet bevolkingskrimp als demografisch gegeven op lange termijn toch door. Hierdoor blijft het risico van leegstand en verpaupering en daarmee ook dat van aantasting van historische dorpsgezichten aanwezig.
En ook neemt hierdoor het draagvlak voor lokale voorzieningen zoals sportfaciliteiten en winkels af, waardoor mensen in de toekomst verder moeten reizen naar dergelijke voorzieningen. Ten aanzien van natuur blijft er ruimte voor verbetering: de biodiversiteit stagneert omdat voor een toename ervan onder andere meer brakke natuur met geulen, eilanden en vismigratiemogelijkheden nodig zijn.
3.2
Algemene MKBA uitgangspunten
Deze MKBA is opgesteld volgens de algemeen geldende spelregels voor economische afwegingen in Nederland. Deze zijn verwoord in de 'Algemene leidraad voor maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA)' van het Centraal Planbureau en het Planbureau voor de Leefomgeving. Daarbij zijn de volgende algemene uitgangspunten gehanteerd: Discontovoet Op de website van Rijkswaterstaat (www.rwseconomie.nl) worden ervaringscijfers gepubliceerd, die gebruikt dienen te worden het opstellen van economische analyses volgens deze leidraad. Een belangrijk cijfer is de algemene discontovoet: deze is op het moment van opstellen van deze MKBA 2,25% voor investeringen publieke fysieke infrastructuur zoals waterverbindingen. Voor diep verzonken kosten, die niet afhankelijk zijn van de gebruiksintensiteit van de infrastructuur, dient een discontovoet 1,6% gehanteerd te worden: deze wordt dan ook gehanteerd voor de kosten van alle planonderdelen van Holwerd aan Zee 1. Voor baten die niet conjunctuurgevoelig zijn mag een discontovoet van 2,9% gehanteerd worden. De baten van Holwerd aan Zee (recreatiebaten, werkgelegenheidsbaten en natuurbaten e.d.) zijn echter wel conjunctuurgevoelig. Daarom worden alle baten verdisconteerd met een voet van 2,25%. Periode & prijspeil MKBA’s worden normaliter opgesteld voor een periode van 100 jaar na uitvoering van het te evalueren project.
Uitgaande van een aanlegtijd van 3 jaar voor Holwerd aan Zee, wordt de MKBA opgesteld voor een periode van 103 jaar. Voor beide plan varianten wordt hetzelfde tijdpad gehanteerd, namelijk dat alle planonderdelen in dezelfde periode van drie jaar (t=0 t/m 2) worden aangelegd. Aangezien alle planonderdelen in principe ontworpen zijn voor een levensduur van 100 jaar hoeven geen herhalingsinvesteringen te worden ingeboekt. De beheer- en onderhoudskosten worden ingeboekt voor een periode van 100 jaar (tijdstip 3 tot en met 103). De MKBA volgt het prijspeil van de meest recent SSK-ramingen van de onderscheiden planvarianten: het prijspeil van het jaar 2021. Alle baten zijn in de MKBA ingeboekt na gereedkomen van het project, dus vanaf tijdstip 3 tot en met 103, gezien de MKBA-periode van 100 jaar. Voor sommige baten, zoals bijv. verblijfsrecreatiebaten of vermeden leegstandbaten, geldt in de praktijk echter dat het een tijdje kan duren voor zij hun volle omvang hebben bereikt. Zelfs als accommodaties parallel met de projectaanleg worden gerealiseerd, kan het enkele jaren duren voor de stroom verblijfsrecreanten op gang gekomen is. Om te vermijden dat hier aannames voor moeten worden 1
Het gaat immers om basisinfra een aanvullende vaarinfra.
8
gedaan, is geen rekening gehouden met deze eventuele aanlooptijd. Dit betekent, dat alle baten die een aanlooptijd hebben, in principe enigszins zijn overschat. Ruimtelijke schaal De ruimtelijke schaal van de MKBA is regionaal namelijk Noordoost Fryslân. Dit is met name relevant voor de berekening van recreatie-exploitatie en werkgelegenheidsbaten. Bij de berekening van deze baten mogen verschuivingen binnen de regio, ook wel waterbedeffecten of ‘vestzak-broekzak’-effecten genoemd, niet worden meegenomen, omdat deze de regio netto noch maatschappelijk noch financieel voordeel opleveren. Alleen extra bezoeken, extra bestedingen en extra banen, die er zonder het plan niet zouden zijn, mogen in rekening worden gebracht. Bij bezoeken en bestedingen gaat het dan om bezoeken binnen het plan/projectgebied afkomstig van buiten het plan/projectgebied, die mensen anders niet gedaan zouden hebben omdat er een gebrek aan bezoeken/of bestedingsmogelijkheden was1. Bij banen gaat het dan om mensen uit de regio die anders geen baan gehad zouden hebben (of minder uren gewerkt zouden hebben) wegens gebrek aan arbeidsmogelijkheden. Economische groeiscenario’s Bij het opstellen van MKBA’s kunnen economische groei scenario’s gehanteerd: een Laag scenario waarin de economische ontwikkeling matig is en een Hoog scenario van de ontwikkeling fors is.
De formele WLO (welvaart en leefomgeving) scenario’s Laag en Hoog zijn niet specifiek voor recreatie uitgewerkt, zoals zij zijn uitgewerkt voor bijvoorbeeld transport of klimaat. Voor deze thema’s zijn bijvoorbeeld verschillende groeivoeten voor transportbewegingen en verschillende prijzen voor broeikasgasemissies voor het Lage en Hoge scenario beschikbaar. Omdat dergelijke getalsmatige uitwerkingen niet beschikbaar zijn voor de baten waar het hier om gaat, wordt het onderscheid tussen beide scenario’s niet gemaakt in deze MKBA. Dit betekent dat impliciet wordt uitgegaan van een gemiddelde economische groei.
3.3
Kostenuitgangspunten
Tabel 3.2 toont de kostenuitgangspunten die gehanteerd zijn in de MKBA voor de verschillende planonderdelen. Deze zijn ontleend aan de meest recente SSK-raming die op het moment van opstellen van de MKBA beschikbaar was (Van der Knoop et.al., 2022a; 2022b). Omdat er zowel bij het graven van het getijdemeer (ca. 407.100 m3) als het afgraven van een kwelder (ca. 1,6 miljoen m3, waarvan de helft direct en de helft na rijping bruikbaar is) klei beschikbaar komt die (voor EUR 15 per ton klei) verkocht kan worden, worden deze eenmalige kleiopbrengsten op de kosten in mindering gebracht. Tabel 3.2 Kostenuitgangspunten (euro; prijspeil 2021)
Natuurlijke variant zonder varen Planonderdelen op hoofdlijnen Vaarrecreatie Getijdemeer Vismigratie Hoogwaterveiligheid Oppervlaktewater Kabels en leidingen Recreatievoorzieningen Overige objecten Risicoreservering & financiering Totaal (inclusief BTW) Eenmalige kleiverkoop
investeringskost beheer- en onder(euro eenmalig) houdskost (euro/jaar) 35.978.280 10.314 10.891.696 422.664 2.654.711 114.012 21.781.079 177.611 1.721.965 4.498 4.580.503 1.948.157 14.476 8.981.298 8.433.955 96.971.645 - 25.306.500
61.453 805.029 n.v.t.
Natuurlijke variant met varen beheer- en oninvesteringskost derhoudskost (euro eenmalig) (euro/jaar) 39.015.782 99.785 10.891.696 422.664 2.654.711 114.012 21.600.363 216.295 1.721.965 4.498 4.580.503 1.948.157 14.476 8.981.298 8.433.955 99.828.431 - 25.306.500
61.453 933.183 n.v.t.
Bron: Van der Knoop E.M, R. Kempers, B. Wesselink en F. ten Cate, 2022a; 2022b; Tangerman en Laansma, 2022.
1
Een tekort aan recreatiemogelijkheden is de inverse van het bestaan van marktruimte voor exploitatiemogelijkheden.
9
Tabel 3.2 toont dat de investeringskosten van de bevaarbare variant van ca. EUR 99,82 miljoen iets hoger zijn dan die van de niet-bevaarbare variant van ca. EUR 96,99 miljoen. Hetzelfde geldt voor de beheer- en onderhoudskosten. De bevaarbare variant is duurder dan de niet-bevaarbare variant als gevolg van de extra vaarrecreatieve voorzieningen. Het onderhoud van het getijdemeer vormt voor beide varianten de grootste (ca. EUR 0,4 miljoen per jaar) en dominante kostenpost. De in tabel 3.2 vermelde bedragen bevatten alle beheer en onderhoud, waaronder baggeren. De baggerkosten zijn gebaseerd op een gemiddeld baggervolume van 32.0000 kuub per jaar. Dit volume heeft echter een bandbreedte van 16.000 tot 64.000 kuub per jaar en kan nog verder omhoog worden gebracht door te sturen met het regelwerk. Middels een gevoeligheidsanalyse worden de gevolgen van deze bandbreedte voor de MKBA-uitkomsten in beeld gebracht (zie hoofdstuk 4.2). In de MKBA worden de investeringskosten gelijkelijk gespreid over een aanlegperiode van 3 jaar en de beheer- en onderhoudskosten worden ingeboekt vanaf jaar 4. Eenmalige verkoopopbrengsten van klei worden in de aanlegperiode van 3 jaar als negatieve kostenpost ingeboekt: dit is omdat zij de financieringsbehoefte van het project verkleinen.
Jaarlijkse opbrengsten van klei die gewonnen uit het jaarlijkse baggervolume van het getijdemeer, wordt als baat (vanaf jaar 4) ingeboekt. Deze klei kan verkocht worden als ophoog en/of bodemverbeteringsmateriaal voor landbouwgronden of bouwmateriaal voor dijkversterkingen, natuurvriendelijke oevers, geluidwallen en dergelijke (Tangerman en Laansma, 2022; Nijborg, 2021). Daarvoor moeten echter eerst extra kosten gemaakt worden, zoals kosten voor de bouw van een slibdepot1. Deze kosten worden in mindering gebracht op de opbrengsten. Er wordt dus een baat van netto kleiopbrengsten in geboekt. Dit is vergelijkbaar met de verblijfsrecreatiemogelijkheden, die de investeringen in Holwerd aan Zee creëren. Voor verblijfsrecreatie-opbrengsten moeten ook eerst extra kosten (namelijk die van de bouw van verblijfsaccommodaties) gemaakt worden. In de MKBA worden netto verblijfsrecreatieopbrengsten aan de batenzijde ingeboekt2.
3.4
Batenuitgangspunten
Het project Holwerd aan Zee levert de volgende welvaart/welzijnseffecten op, die worden ingeboekt aan de batenzijde van de MKBA: - Netto kleiopbrengsten; - Recreatiebaten: recreatieve exploitatiebaten van verblijfs- en dagrecreatie en recreatieve belevingsbaten; - Werkgelegenheidsbaten voortvloeiend aan uit recreatieve exploitatiebaten; - Woongenotbaten door landschapsverfraaiing; - Baten van vermeden leegstand; - Baten van voorzieningenbehoud; - Erfgoedbaten; - Biodiversiteitsbaten; - Landbouwopbrengsten: dervingen als gevolg van verzilting. Netto kleiopbrengsten
Uit onderzoek van Arcadis blijkt dat het slib, dat uit het getijdemeer gebaggerd moet worden om het meer te onderhouden, geschikt is om klei uit te winnen dat verkocht kan worden voor diverse toepassingen (Nijborg, 2022). Tabel 3.3 toont welke uitgangspunten gehanteerd worden in de MKBA voor de raming van de netto kleiopbrengsten van de natuurlijke variant zonder en met varen.
1
De financieringsbehoefte gaat dus door jaarlijkse kleiverkoop niet omlaag, maar juist omhoog.
2
Uiteraard maakt het voor het saldo van de MKBA niet uit of kleiopbrengsten aan de kosten- of batenzijde worden ingeboekt, maar het maakt wel uit voor hoe hoog de projectkosten zijn.
10
Tabel 3.3 Uitgangspunten raming netto kleiopbrengsten
Uitgangspunten
Natuurlijke variant Zonder varen
Kuub aanslibbing/baggervolume per jaar Ton te verkopen klei in % van de aanslibbing
Natuurlijke variant Met varen
32.000
32.000
60%
60%
Mogelijke verkoopprijs in euro/ton klei Extra kosten om klei te kunnen verkopen vanuit een slibdepot naast het getijdemeer (euro/jaar)
15
15
256.000
256.000
Potentiële kleiopbrengsten (euro/jaar)
288.000
288.000
Potentieel saldo (euro/jaar)
32.000
32.000
Bron: Van der Knoop et.al., 2022a; 2022b; Nijborg, 2021.
Tabel 3.3 toont dat het voor beide projectvarianten mogelijk is om bij een gemiddelde kleiprijs van EUR 15 per kuub een jaarlijkse netto opbrengst van ca. EUR 32 duizend te realiseren. Bij deze opbrengst is uitgegaan van een slibdepot naast het getijdemeer. Wanneer wordt uitgegaan van een slibdepot verderop, wordt de netto opbrengst negatief bij deze kleiprijs1. Dat is dus niet aantrekkelijk en wordt om die reden buiten beschouwing gelaten in de MKBA. In het Arcadis-onderzoek (Nijborg, 2021) wordt geconcludeerd dat de baggerkosten van Holwerd aan Zee niet kunnen worden terugverdiend met de opbrengsten van kleiverkopen. Dat lijkt niet verenigbaar met de netto baat die volgens tabel 3.3 in de MKBA ingeboekt wordt. Toch is dit wel het geval. In de MKBA worden de baggerkosten immers aan de kostenzijde ingeboekt, waardoor aan de batenzijde alleen de netto kleiopbrengsten (dus het verschil tussen de klei-opbrengsten en de extra kosten van transport en depot) staan en die zijn positief (ca. EUR 32 duizend; tabel 3.3). Dat neemt niet weg dat zij kleiner zijn dan de baggerkosten van het getijdemeer (nl. ca. EUR 318 duizend, een deel van de EUR 423 duizend per jaar; tabel 3.2), die hoe dan ook gemaakt dienen te worden om het project Holwerd aan Zee te realiseren.
Een en ander betekent overigens dat het, ondanks dat de baggerkosten van Holwerd aan Zee er niet mee kunnen worden terug verdiend, het toch aantrekkelijk zal zijn om klei te winnen en te verkopen, mits een gemiddelde verkoopprijs gerealiseerd kan worden. Dat de baggerkosten niet kunnen worden terugverdiend met kleiverkoop, geldt voor de- in de kostenraming gehanteerde- baggermethode2, maar wellicht niet voor een goedkopere baggermethode3: naarmate baggerkosten lager zijn, zullen netto kleiopbrengsten deze immers eerder kunnen compenseren. De gevoeligheidsanalyse gaat hier verder op in. Een belangrijke voorwaarde voor de realisatie van netto kleiopbrengsten is uiteraard wel dat afnemers gevonden worden. Die lijkt in potentie aanwezig te zijn (zie Tangerman en Laansma, 2022). Recreatiebaten
Er worden drie verschillende recreatiebaten onderscheiden namelijk: - recreatieve exploitatiebaten van verblijfsrecreatie (overnachtingen); - recreatieve exploitatiebaten van dagrecreatie (dagtochten); - recreatieve belevingsbaten niet gepaarde gaande met bestedingen. Exploitatiebaten verblijfsrecreatie
Het project Holwerd aan Zee creëert mogelijkheden voor verblijfsrecreatie. Dit levert recreatieve bestedingsbaten van overnachtingen op. Tabel 3.4 toont de uitgangspunten die gehanteerd zijn om de omvang van deze baten te ramen voor de natuurlijke variant zonder en met varen.
1
En ook bij een hogere kleiprijs van EUR 15 per ton.
2
Met baggerboten.
3
Met inlaten, pompen en buizen.
11
Tabel 3.4 Uitgangspunten exploitatiebaten verblijfsrecreatie
Uitgangspunten Aantal bedden
Natuurlijke variant Zonder varen ijkjaar 2025: 700 ijkjaar 2050: 2.000
Natuurlijke variant Met varen ijkjaar 2025: 700 ijkjaar 2050: 2.000
0
501
ca. 45% ijkjaar 2025: 120.450 ijkjaar 2050: 298.000
ca. 50% ijkjaar 2025: 120.450 ijkjaar 2050: 300.000
0 ijkjaar 2025: 68 ijkjaar 2050: 55
1.0003 ijkjaar 2025: 68 ijkjaar 2050: 55
Aantal ligplaatsen Gemiddelde bezettingsgraad verblijfsaccomodaties2 Jaarlijks aantal overnachtingen in accommodaties Jaarlijks aantal overnachtingen op boten Gemidddelde besteding overnachtingen verblijfsaccomodatie (euro/overnachting) Gemiddelde besteding bootovernachting (euro/overnachting)
115
115
Gemiddelde winstmarge recreatiesector (% van omzet)
14%
14%
Bron: Gieling en Verheijden, 2022b; Pietersma et.al., 2021; Molen et.al., 2022; Warringa, 2018; Waterrecreatie Advies BV en Arcadis, (2021); Heslinga, J. (2021); https://www.firmfocus.biz/NL/BI/branche-top-100-winst.
Tabel 3.4 toont dat voor beide varianten wordt uitgegaan van ca. 700 extra bedden bij aanvang van het project. Dit aantal loopt vervolgens op tot ca. 2.000 extra bedden in 2050, waarna het stabiliseert en in de MKBA constant gehouden wordt. Het idee hierachter is dat een eerste impuls van ca. 700 extra bedden voldoende mensen naar het gebied trekt om extra dagrecreatieaanbod te realiseren. Wanneer eenmaal het ‘vermaaksgehalte’ van het gebied een oppepper heeft gehad, biedt dat weer mogelijkheden om meer verblijfsrecreanten te trekken, waardoor het aantal bedden verder kan groeien tot zo’n 2.000. Hoewel het aantal bedden in de varianten zonder en met varen gelijk is, is het aantal overnachtingen in de variant met varen net iets hoger dan in de variant zonder: de extra aantrekkingskracht van het varen vertaalt zich in een iets hogere bezettingsgraad van de verblijfsaccommodaties. Daarnaast heeft de variant met varen ook bootovernachtingen die de variant zonder varen niet heeft. De exploitatiebaten van verblijfsrecreatie worden in de MKBA berekend door het linair door de tijd oplopende jaarlijks extra aantal overnachtingen te vermenigvuldigen met een gemiddelde besteding per overnachting en met de winstmarge in de sector.
Hoewel het in de praktijk mogelijk is dat een deel van de overnachtingen in de baseline ook in het gebied zou hebben plaats gevonden4, wordt in de MKBA aangenomen dat er geen verdringingseffecten optreden, omdat er voldoende marktruimte is voor 700 tot 2.000 bedden5. Dagrecreatieve bestedingsbaten
Holwerd aan Zee creëert mogelijkheden voor dagrecreatie. Dit levert recreatieve bestedingsbaten van dagtochten op. Tabel 3.5 toont de uitgangspunten die gehanteerd zijn bij de raming van deze voor beide natuurlijke varianten. 1
Dit zijn ca. 150 bedden.
2
In de MKBA van CE van 2018 werd een aanzienlijk lagere bezettingsgraad van 20% gehanteerd (Warringa et.al., 2018) op grond van recreatiestatistieken voor provincie Fryslân. In deze MKBA volgen we hogere bezettingsgraad van Pietersma et.al. (2021), die specifiek is voor het projectgebied. Deze is bovendien meer in lijn met wat we in andere gebieden (bijv. de Veluwe) zien.
3
Het aantal bootovernachting van 1.000 per jaar is aanzienlijk lager ingeschat door Waterrecreatie Advies BV en Arcadis (2021) dan op basis van aantal bedden maal de bezettingsgraad verwacht zou kunnen worden. Dit komt doordat het vaarseizoen beperkt is en het getijdemeer maar een deel van de dag bereikbaar is: voor 1,70 tot 2,10 diepstekende zeilschepen 1 tot 2 uur per dag en voor 1,30 m diep stekende schepen de helft van het getijdevenster.
4
Als er al verdringing optreedt zal dit logischerwijs voor in de beginjaren zijn. Volgens Pietersma et.al. (2021) is het zinvol om bij Holwerd aan Zee initieel in te zetten op het aantrekken van verblijfsrecreanten uit de regio zodat deze mensen gebiedsambassadeurs worden die vervolgens zorgen dat er ook een recreantenstroom van buiten het gebied op gang komt.
5
Ten behoeve van een eerdere MKBA (Ruijgrok en Stegeman, 2015) is gecheckt of en hoeveel marktruimte er is voor zowel ligplaatsen als extra logies, door bij relevante jachthavens en verblijfsaccommodaties na te vragen of de vraag soms hun aanbod overtreft. Dat leverde een bovengrens qua marktruimte van ca. 140 ligplaatsen en 6.000 bedden op. De aantallen van het huidige recreatieprogramma van 50 ligplaatsen en 700 bedden vangen dus in principe een niet-bediende vraag op.
12
Tabel 3.5 Uitgangspunten exploitatiebaten dagrecreatie
Uitgangspunten Aantal extra dagtochten per jaar door unesco-erfgoed georiënteerde bezoekers en vakantiegangers Ameland: ijkjaar 2025 Aantal extra dagtochten per jaar nadat ‘vermaaksgehalte’ c.q. dagrecreatieaanbod is uitgebreid: ijkjaar 2025
Natuurlijke variant Zonder varen
Gemiddelde besteding per dagtocht Gemiddelde winstmarge recreatiesector
Natuurlijke variant Met varen
58.400
58.400
150.000
150.000
20
20
14%
14%
Bron: Gieling en Verheijden, 2022b; Ruijgrok en Stegeman, 2015; Warringa, 2018; https://www.firmfocus.biz/NL/BI/branche-top-100winst.
Naar schatting neemt initieel voor beide projectvarianten het aantal dagtochten van mensen uit de regio toe met 8.400 bezoeken per jaar (Ruijgrok en Stegeman, 2015). Het gaat hier om dagrecreanten voor wie Holwerd aan Zee een mooie gelegenheid is voor een nieuwe beleving van het Unesco-erfgoed karakter van hun gebied. Daarnaast wordt aangenomen dat een deel van de vakantiegangers van Ameland op hun heen- of terugreis verleidt kan worden om Holwerd aan Zee te bezoeken: dit aantal wordt ingeschat op ca. 50.000 dagtochten per jaar (Warringa et.al., 2018). Wanneer eenmaal het dagrecreatieaanbod in Holwerd aan Zee is toegenomen, kan het aantal dagbezoeken verder toenemen tot ca. 150.000 per jaar (Gieling en Verheijden, 2022b), omdat er ook andere doelgroepen van buiten de regio kunnen worden aangetrokken naast de initiële van binnen de regio. De exploitatiebaten van dagrecreatie worden in de MKBA berekend door het jaarlijks extra aantal dagtochten te vermenigvuldigen met een gemiddelde besteding per dagtocht en met de winstmarge in de sector. Hoewel ook bij dagrecreatie sprake kan zijn van verdringing, wordt in de MKBA aangenomen dat daar geen sprake van is, omdat behoefte aan recreatiemogelijkheden nog altijd groeit: een vergrijzende bevolking betekent meer gepensioneerden en dus meer vrije tijd en behoefte aan vrijetijdsbestedingsmogelijkheden. Recreatieve belevingsbaten
Naast de recreatieve exploitatiebaten, is er ook sprake van belevingsbaten buiten de markt om. Huidige bezoekers, naar schatting zo’n 10.000 personen (Ruijgrok en Stegeman, 2015), zullen het gebied hoger waarderen vanwege de landschapsverfraaiing die Holwerd aan Zee teweeg brengt. Maar ook de nieuwe bezoekers hebben voordeel: zij krijgen immers een extra bezoekmogelijkheid, die er eerst niet was, en dat heeft een toegevoegde waarde ten opzichte van twee keer hetzelfde gebied bezoeken. Het aantal nieuwe bezoeken (zie tabel 3.4) wordt op ijkmoment 2025 op 50.840 dagtochten en op ijkmoment 2050 op 150.000 bezoeken per jaar (Gieling en Verheijden, 2022b) geraamd. Tabel 3.5 toont welke uitgangspunten gehanteerd zijn bij de raming van de recreatieve belevingsbaten van de natuurlijke varianten zonder en met varen.
Tabel 3.5 Uitgangspunten recreatieve belevingsbaten
Uitgangspunten
Natuurlijke variant Zonder varen
Aantal bestaande dagtochten per jaar
Natuurlijke variant Met varen
10.000 ijkjaar 2025: 58.400 ijkjaar 2050: 150.000
10.000 ijkjaar 2025: 58.400 ijkjaar 2050: 150.000
Betalingsbereidheid voor beleving bestaande bezoeken (euro per dagtocht)
2,1
2,1
Betalingsbereidheid voor beleving nieuwe bezoeken (euro per dagtocht basis van de halveringsregel)
1,0
1,0
Aantal nieuwe dagtochten per jaar
Bron: Ruijgrok en Stegeman, 2015; Warringa, 2018; Ruijgrok et.al., 2007.
De recreatieve belevingsbaten van bestaande bezoekers worden in de MKBA berekend door het jaarlijks aantal bestaand dagtochten te vermenigvuldigen met een gemiddelde betalingsbereidheid voor kustnatuur. De
13
recreatieve belevingsbaten van nieuwe bezoekers worden op vergelijkbare wijze berekend, maar voor hen wordt de MKBA-halveringsregel toegepast. Deze weerspiegelt dat deze groep oorspronkelijk liever een ander gebied had bezocht, maar het project Holwerd aan Zee brengt hier verandering in. Deze mensen ruilen dus hun oorspronkelijk bestemming om voor deze ‘net iets aantrekkelijkere’ bestemming en hebben gemiddeld de helft minder voordeel dan mensen, die van meet af aan het projectgebied verkozen. Baten werkgelegenheid
Recreatieve bestedingen zorgen voor werkgelegenheid. Of deze werkgelegenheid ook daadwerkelijk maatschappelijke baten van een hogere arbeidsproductiviteit teweeg brengt hangt af van de situatie op de arbeidsmarkt. In gebieden met een arbeidstekort zal sprake zijn van verdringing en dus netto weinig of geen baten. In gebieden met een arbeidsoverschot, zoals het projectgebied, zal geen of weinig verdringing optreden, waar door er wel baten ontstaan. Als mensen aan het werk zijn levert dit de maatschappij een besparing van werkloosheiduitkeringen en extra loonbelasting op. De baten van werkgelegenheid worden dan ook berekend door: - de extra recreatieve bestedingen als gevolg van de extra (vaar)dagtochten en overnachtingen te vermenigvuldigen met het aantal voltijdseenheden (fte) per bestede euro in de recreatiesector. Dit levert een aantal extra banen (fte) op. Uitgangspunt in deze MKBA is dat en omzet van ca. EUR 147.0001 per jaar nodig is voor 1 extra fte (Warringa et.al.); - het aantal extra banen te vermenigvuldigen met de besparing op werkloosheiduitkeringen (inclusief uitvoeringskosten) plus de extra loonbelasting2. In deze MKBA wordt een waarde EUR 1.158 per uitkeringsmaand gehanteerd3. Wanneer iemand geen baan in de recreatiesector vindt zal hij/zij uiteraard niet levenslang werkloos zijn, maar ander werk gaan doen.
Uit het onderzoek Werk en inkomsten na faillissementsontslag (CBS, 2016) blijkt dat 50 % van de horecawerknemers één jaar na ontslag door faillissement een nieuwe baan heeft gevonden. Na twee jaar is dit 75 %. Er kunnen dan ook drie groepen werklozen worden onderscheiden: zij die in de baseline één jaar werkloos zijn (50%); zij die in de baseline twee jaar werkloos zijn (25%) en zij die in de baseline permanent werkloos zijn (25%). Dit tijdsaspect wordt meegenomen bij het berekenen van de werkgelegenheidsbaten: de MKBA is immers een tijdanalyse. Woongenotbaten door landschapsverfraaiing
De natuurontwikkeling van Holwerd aan Zee brengt een aanzienlijke landschapsverfraaiing te weeg, waardoor het woongenot in en om het projectgebied toeneemt. Dat komt tot uiting in woningwaarden. Tabel 3.6 toont de uitgangspunten die in de MKBA gehanteerd zijn om de woongenotbaten van beide natuurlijke varianten te ramen.
1
Dit bedrag is hoger dan wat we doorgaans zien bij de raming van werkgelegenheidsbaten in de recreatiesector. Zo rapporteert recreatieadviesbureau ZKA één fte per EUR 56.000 omzet voor Noord Holland (Pietersma, et.al., 2017) en werd in de MKBA voor Holwerd aan Zee uit 2015 met een bedrag van EUR 82.000 omzet per fte gerekend (Ruijgrok en Stegeman, 2015). Warringa et.al. (2018) hebben met het hogere bedrag waarschijnlijk rekening willen houden met eventuele verschuivingseffecten en/of minder arbeidsintensieve verblijfsrecreatie zoals appartementenverhuur.
2
Voor de fijnproever: dit is als volgt beredeneerd. Elke werkende levert de overheid een besparing op uitkeringskosten en inkomsten uit loonbelasting op. Voor de werknemer levert het werk het netto verdiende loon op minus inkomsten uit een uitkering minus vrije tijd. Wanneer de waarde van vrije tijd geraamd wordt als het verschil tussen nettoloon en uitkering (dit is een benadering), is de totale maatschappelijke baat van werken: uitkering + loonbelasting + nettoloon - uitkering - (nettoloon - uitkering) = loonbelasting + uitkering. Daarnaast zijn er uitvoeringskosten van de uitkerende instantie.
3
Dit bedrag is opgebouwd uit: (1) een uitkeringsbedrag van EUR 983 per maand en uitvoeringskosten van EUR 175 per uitkeringsmaand (Dienst SZW Den Haag, 2012). De loonbelasting van EUR 557 per uitkeringsmaand (zie https://www.loonwijzer.nl) wordt in deze regionale MKBA niet meegenomen, omdat deze baat bij het Rijk terecht komt.
14
Tabel 3.6 Uitgangspunten woongenotbaten
Natuurlijke variant Zonder varen
Natuurlijke variant Met varen
723
723
177.000
177.000
Waardestijging % Holwerd
4,5%
9,0%
Aantal woningen omgeving Holwerd (straal van 3 km)
1.110
1.110
309.000
309.000
1,2%
2,3%
Uitgangspunten Aantal woningen Holwerd Gemiddelde woningwaarde (euro/woning)
Gemiddelde woningwaarde omgeving Holwerd (euro/woning) Waardestijging % buiten Holwerd
Bron: https://www.kadasterdata.nl/holwerd, (2022); Warringa, 2018; Ruijgrok et.al.,2007; GIS-analyse woningen straal van 3km; https://huispedia.nl/gemeente/noardeast-fryslan;Warringa, 2018; Ruijgrok et.al.,2007.
Uit onderzoek van de Universiteit van Groningen is gebleken dat niet alleen direct uitzicht op groen, maar juist ook de aanwezigheid van hoogwaardige, beleefbare natuur, die mensen aantrekkelijk vinden, tot op kilometers afstand woningprijzen opstuwt (Daams, 2016). De prijsverhoging neemt echter wel af naarmate woningen verder van betreffende groengebied af staan. In deze MKBA wordt het maximale effect op de woningwaarde van 9% dan ook alleen toegepast voor de woningen in Holwerd aan Zee in de variant met varen, omdat varen een extra belevingsdimensie toevoegt. In de variant zonder varen wordt voor woningen in Holwerd uitgegaan van een lagere prijsstijging 4,5%, zoals gerapporteerd in studies die puur betrekking hadden op groen (bijv. Bervaes J.C.A.M., J. Vreke, 2004; Van Leeuwen, M.G.A., 1997; Luttik, J.J. and M. Zijlstra, 1997; Fennema, A.T., 1995). Voor de woningen in de omgeving van Holwerd worden op basis van Daams (2016), vanwege hun grotere afstand tot het projectgebied, lagere waardestijgingen van respectievelijk 2,3% voor de variant met varen en 1,2% voor de variant zonder varen gehanteerd1. Baten van vermeden leegstand
Volgens het Centraal Bureau voor Statistiek wordt Noordoost Fryslân nog steeds aangemerkt als krimpregio (www.kennisvoorkrimp.nl/nieuws-kknn/bevolkingsontwikkeling-krimpgebieden-noord-nederland). Dit betekent dat in dit gebied het aantal inwoners tot 2040 blijft krimpen als gevolg van vergrijzing. Tot voorkort was het effect hiervan te zien in de vorm van leegstaande woningen en bedrijfsgebouwen. Op dit moment is door acute krapte op de Nederlandse woningmarkt en het in zwang raken van thuis werken als gevolg van de Corona-crisis, de leegstand afgenomen. In Holwerd staan op dit moment slechts 3 woningen te koop en in heel Noordoost Fryslân ca. 108. Deling van deze aantallen op het totale woningenbestand levert echter toch een hoger aantal vrije woningen per duizend woningen (nl. 1.07 per 1.000 woningen meer) op dan het Nederlands gemiddelde. Dit betekent dat het project Holwerd aan Zee via de werkgelegenheid in de recreatiesector, die het voortbrengt, wellicht toch kan voorkomen dat er in de toekomst weer huizen en/of bedrijfsgebouwen leeg komen te staan. De mensen, die gaan werken in de recreatiesector, zullen immers een huis zoeken in de buurt van hun werk. Op grond van het bovengemiddeld aantal leegstaande woningen, gaat het dan maximaal om 22 woningen in Noordoost Fryslân.
Ook de recreatieondernemingen waar zij gaan werken hebben huisvesting nodig: volgens Gieling en Verheijden, (2022) is voor beide natuurlijke varianten het plan Holwerd aan Zee zo’n 3.600 m2 bedrijfsruimte nodig. De vraag is echter of al deze vierkante meters gerealiseerd kunnen worden in leegstaande bedrijfsgebouwen of in nieuwbouw. In de eerste MKBA van Holwerd aan Zee (Ruijgrok en Stegeman, 2015) werd het geschikte leegstaande oppervlak aan bedrijfsruimte geraamd op ca. 1.600 m2 c.q. 32 bedrijfsruimtes. In deze MKBA gaan we er vanuit dat 1.600 van 3.600 benodigde vierkante meters bedrijfsruimte, vermeden leegstand vormen. Tabel 3.7 toont de uitgangspunten, die gehanteerd zijn bij de raming van de vermeden leegstandbaten betreffende woningen en bedrijfsruimtes voor de natuurlijke varianten zonder en met varen.
1
Op deze wijze wordt tevens rekening gehouden met het feit dat dit gebied al mooi en groen is en dat het project Holwerd aan Zee het allemaal maar nog aantrekkelijker maakt.
15
Tabel 3.7 Uitgangspunten baten vermeden leegstand
Natuurlijke variant Zonder varen
Natuurlijke variant Met varen
Extra huizenvraag door werkgelegenheid (aantal woningen)
42
43
Maximaal te vermijden leegstand (aantal woningen)
22
22
309.000
309.000
32
32
199.000
199.000
Uitgangspunten
Gemiddelde woningwaarde (euro/woning) Maximaal te vermijden leegstand bedrijfsgebouwen door recreatieondernemingen (aantal bedrijfsunits) Gemiddelde gebouwwaarde (euro/bedrijfsunit)
Bron: Warringa et.al., 2018; https://huispedia.nl/gemeente/noardeast-fryslan; Pietersen et.al. 2021; Ruijgrok en Stegeman, 2015.
De baat van vermeden leegstand wordt in de MKBA in rekening gebracht op grond van het aantal extra banen in de recreatiesector (127 voor de natuurlijke variant zonder en 129 voor de natuurlijke variant met varen1) en het uitgangspunt dat door elke drie banen een huis gevuld wordt (Warringa et.al., 2018). Dit uitgangspunt levert echter meer te vullen huizen op dan er leeg staan. Voor de raming van de vermeden leegstandbaten wordt daarom het maximaal aantal van 22 woningen vermenigvuldigd met de woongenotswaarde, ofwel de gemiddelde woningprijs. Een vergelijkbare som wordt gemaakt voor bedrijfsgebouwen. Baten van voorzieningenbehoud
Wanneer er door extra banen in de recreatiesector meer mensen komen wonen in het gebied, zal de koopkracht in het gebied toenemen en daarmee het draagvlak voor voorzieningen. Dit brengt als baat uitgespaarde reistijden omrijkosten van de (resterende) bewoners van Holwerd naar voorzieningen te weeg. Uit onderzoek van Van Schijndel et.al. (2010) bleek dat voorzieningen, die al eerste dreigen te verdwijnen als gevolg van de autonome bevolkingskrimp, een supermarkt en sportfaciliteit zijn. Ruijgrok en Stegeman (2015) hebben gecheckt wat de reisafstand naar het meeste nabije alternatief is. Op basis van Ten Have et.al. (2009) is ingeschat hoe vaak mensen gemiddeld naar de betreffende voorzieningen gaan. Tabel 3.8 toont de uitgangspunten die gehanteerd zijn bij de berekening van de baten van voorzieningenbehoud voor de natuurlijke variant zonder en met varen.
Tabel 3.8 Uitgangspunten baten voorzieningenbehoud
Voorzieningenbehoud
Natuurlijke variant Zonder varen
Natuurlijke variant Met varen
21.245
21.245
1.031.354
1.031.354
9
9
0,24
0,24
Vermeden reistijd voorzieningen (uren/jaar) Vermeden reiskosten (km/jaar) Reistijdwaarde (euro/uur)2 Reiskosten (euro/km) Bron: Ruijgrok en Stegeman, 2015; www.rwseconomie.nl; Hoefsloot et.al., 2020.
De baten van vermeden reistijd zijn berekend door het aantal vermeden reisuren te vermenigvuldigen met de standaard reistijdwaardering die gepubliceerd wordt door Rijkswaterstaat (www.rwseconomie.nl). Op vergelijkbare wijze zijn de vermeden reiskosten (brandstofkosten) geraamd door de vermeden kilometers te vermenigvuldigen met een gemiddelde kilometerprijs. De baten van voorzieningenbehoud zijn voor de varianten zonder en met varen gelijk ingeschat, omdat de recreatieve bestedingen, die er aan ten grondslag liggen, weinig verschillen voor beide varianten (zie tabel 3.4 en 3.5). Waar het omgaat is dat de extra bestedingen voldoende zijn om voorzieningen te behouden.
1
Dit aantal beweegt mee met de recreatieomzetten en is dus niet in elk jaar gelijk; de genoemde aantallen gelden voor een gemiddeld
2
Dit is het gemiddelde voor een Hoog en Laag groeiscenario voor het jaar 2030; het prijspeil is geïndexeerd naar 2022.
jaar in de MKBA-periode van honderd jaar.
16
Erfgoedbaten
Als extra recreatieve bestedingen zorgen voor het vullen van leegstaande huizen en bedrijfsgebouwen, dragen zij daarmee ook bij aan het behoud van het gebouwde erfgoed. Dorpen zoals Holwerd, Ee, Metslawier en Paesens/Moddergat zijn door het Rijk aangewezen als beschermde dorpsgezichten. Het gaat dus om ensembles waarvoor het van belang is dat er geen ‘gaten’ in vallen in de vorm van enkele verpauperde gebouwen die het ensemble verbreken. De baat van het behoud van dergelijke ensembles is de zogenoemde verervingsbaat: dat is het welzijn dat mensen ontlenen aan het behoud van erfgoed zodat zij het kunnen doorgeven aan hun nazaten. Omdat mensen zich doorgaans verantwoordelijk voelen voor het erfgoed in hun eigen regio, worden de verervingsbaten van Holwerd aan Zee in de MKBA berekend op grond van het aantal huishouden in gemeente Noordoost Fryslân (ca. 19.670) en een gemiddelde betalingsbereid per huishouden per jaar voor erfgoed behoud: een bedrag van EUR 5 voor beide varianten omdat beiden een vergelijkbaar bestedingsdraagvlak hebben voor erfgoedbehoud. Deze bedragen zijn ontleend aan empirisch onderzoek naar de betalingsbereidheid voor erfgoedbehoud (Ruijgrok et.al., 2004). Biodiversiteitsbaten
Het project Holwerd aan Zee omvat de omvorming van landbouwareaal naar natuur. Vismigratie tussen de Waddenzee en het zoete achterland wordt gestimuleerd. Er wordt een Getijdenmeer met een overgang van zoet naar zout water gecreëerd. Er komen natuurgeulen, broedeilanden en droogvallende slikken. Dit alles heeft naar verwachting van de betrokken partijen (Rijkswaterstaat, Staatsbosbeheer, It Fryske Gea, Vogelbescherming) een positief effect op de biodiversiteit in het gebied. Daarbij wordt de kanttekening gemaakt dat dit nog beoordeeld moet worden via een Passende Beoordeling. Of er dus daadwerkelijk een positief effect op de biodiversiteit is en wat dat effect precies is (welke habitats, welke soorten en in welke mate bevorderd) is nog niet gekwantificeerd. Indien er daadwerkelijk een te duiden toename van de biodiversiteit optreedt, brengt dit als belangrijkste de baat de niet-gebruiksbaten van biodiversiteit te weeg: dat is de welvaart die mensen ontlenen aan het behouden of bevorderen van biodiversiteit zonder dat zij er zelf gebruik van maken, maar puur omdat zij het belangrijk vinden dat planten en dieren ook een bestaan hebben en om dat weer door te geven aan hun nageslacht (bestaansbaten en verervingsbaten dus).
In de MKBA worden de niet-gebruiksbaten van biodiversiteit berekend door het aantal huishoudens in een straal van 10 kilometer om het projectgebied te vermenigvuldigen met de gemiddelde betalingsbereidheid per huishouden per jaar. Deze straal wordt gehanteerd omdat uit onderzoek is gebleken dan mensen die verder dan deze afstand van een gebied wonen zich niet meer voor dat gebied verantwoordelijk voelen, maar juist wel voor een ander gebied dichter bij (Ruijgrok, 2000). Uit betalingsbereidheidonderzoek is bekend hoeveel mensen doorgaans over hebben voor natuurgebieden bij hen in de buurt. Voor kustnatuur is dat (na prijsindexatie) ca. EUR 8 per huishouden per jaar (Ruijgrok, 2000). Landbouwopbrengsten
Door de aanleg van een getijdemeer kunnen landbouwpercelen in de buurt van het meer te kampen krijgen met een verhoging van het chloridegehalte in de wortelzone van het gewas. Het gevolg hiervan is dat de gewasopbrengst daalt. Om dit te voorkomen worden echter hydrologische maatregelen getroffen, zoals het aanbrengen van een damwand, het graven van een infiltratiesloot en verticale drainage. Uit hydrologisch onderzoek blijkt dat dergelijke maatregelen waarschijnlijk zullen werken (Velstra, et.al., 2021), maar de maatregelen en hun effectiviteit dienen nog wel nader uitgewerkt en onderzocht te worden. De kosten van de maatregelen zijn wel opgenomen in de kostenraming. Aangezien op het moment van het opstellen van deze MKBA niet geheel zeker is of en in hoeverre de in de kostenraming opgenomen maatregelen ter voorkoming van landbouwschade, deze schade daadwerkelijk zullen voorkomen, wordt in een gevoeligheidsanalyse gecheckt wat de gevolgen voor de MKBA-uitkomsten zijn, wanneer er toch schade optreedt. Tabel 3.8 toont de uitgangspunten die gehanteerd zijn voor de raming van deze potentiële schade. Deze is overigens hetzelfde voor beide natuurlijke varianten, omdat deze beiden hetzelfde getijdemeer bevatten. Tabel 3.8 Uitgangspunten voor de gevoeligheidsanalyse ten aanzien van eventuele landbouwschade
Landbouwopbrengsten en verzilting
Natuurlijke variant Zonder varen
Natuurlijke variant Met varen
17
aantal hectare met verzilting westelijk van het projectgebied
20
20
aantal hectare met verzilting oostelijk van het projectgebied
25
25
0,0607
0,0607
0,0354
0,0354
13.000
13.000
27.287
27.287
verwachte toename in gewasschade% westelijk bij gemiddelde hoeveelheid kwel & gemiddeld neerslagoverschot verwachte toename in gewasschade% oostelijk bij gemiddelde hoeveelheid kwel & gemiddeld neerslagoverschot gemiddelde gewas opbrengst pootaardappelen (euro/ha/jaar) Verwachte toename verziltingschade in gemiddeld jaar nabij het projectgebied (euro/jaar)
Bron: Van Buren, 2022; https://www.akkerwijzer.nl/artikel/211054-agrico-saldo-consumptieaardappelen-tot-19.000-euro-ha/
Tabel 3.8 toont dat bij de raming van de verziltingsschade onderscheid wordt gemaakt tussen landbouwgronden ten westen en ten oosten van het getijdemeer, omdat deze verschillen qua kwelhoeveelheid en kwelwater zorgt voor de zoutbelasting in de wortelzone van het gewas. Bij de raming is aangenomen dat het getijdemeer tot op een afstand van ca. 250 meter het chloridegehalte in de bodem verhoogt. Verder is uitgegaan van een gemiddeld neerslagoverschot en een sigmoïde vormige relatie tussen chloridegehalte en gewasschade. Om de verandering in gewasschade als gevolg van het getijdemeer te ramen is uitgegaan van de gemiddelde opbrengst per hectare per jaar van pootaardappelen van EUR 13.000 per hectare per jaar (Van Buren, 2022).
18
4 MKBA-UITKOMSTEN
In dit hoofdstuk worden de MKBA-uitkomsten van het plan Holwerd aan Zee gepresenteerd: eerst op hoofdlijnen en daarna meer in detail. Tevens worden enkele gevoeligheidsanalyses uitgevoerd op onzekere, maar uitkomst bepalende uitgangspunten. Tot slot worden de uitkomsten voor natuurlijke varianten vergeleken met die van de hieraan voorafgaande Groeivariant (het VKA).
4.1
Uitkomsten
Op grond van de uitgangspunten, zoals beschreven in het voorgaande hoofdstuk, zijn de kosten, baten, het batenkostensaldo en -ratio geraamd van de natuurlijke variant zonder en met varen. Tabel 4.1 toont deze vier MKBA-uitkomsten.
Tabel 4.1 MKBA-uitkomsten op hoofdlijnen
Contante waarden in miljoenen euro's bij een discontovoet voor kosten van 1,6% en voor baten van 2,25% over een periode van 103 jaar en prijspeil 2021
Natuurlijke variant Zonder varen
Natuurlijke variant Met varen
Kosten
112,29
115,67
Baten
166,14
176,50
Saldo (baten - kosten)
53,85
60,82
Ratio (baten / kosten)
1,48
1,53
Tabel 4.1 toont dat beide planvarianten een positief batenkostensaldo hebben: dat van de variant met varen is groter dan dat van de variant zonder varen. Dit komt doordat de variant met varen weliswaar meer kost (ca. EUR 3,4 miljoen), maar relatief ook meer baten (ca. EUR 10,4 miljoen ) genereert. Hoewel de variant met varen in absolute zin, dus in termen van saldo, beduidend gunstiger uitpakt dan de variant met varen, oogt het verschil tussen beiden in termen van rendement per geïnvesteerde euro kleiner: het batenkostenratio tussen beiden verschilt immers ca. 0,05. Maar een 5% hoger rendement is vanuit het perspectief van een investeerder wel een significant verschil. Tabel 4.2 zoomt in op de opbouw van de saldi om inzicht te krijgen in welke posten bepalend zijn voor de omvang van de saldi.
19
Tabel 4.2 MKBA-uitkomsten nader gedetailleerd
Contante waarden in miljoenen euro's bij een discontovoet voor kosten van 1,6% en voor baten van 2,25% over een periode van 103 jaar en prijspeil 2021
Natuurlijke variant Zonder varen
Natuurlijke variant Met varen
Kosten Vaarrecreatie Getijdemeer Vismigratie Hoogwaterveiligheid Oppervlaktewater Kabels en leidingen Recreatievoorzieningen
38,90 31,16 8,13 29,85 1,91 4,51 2,62
40,24 31,16 8,13 31,90 1,91 4,51 2,62
Overige objecten
8,84
8,84
Risicoreservering & financiering
11,27
11,27
Eenmalige kleiverkopen*
-24,91
-24,91
Totale kosten Baten/effecten
112,29
115,67
1,22 79,72 13,23 6,33 18,45 9,08 12,36 16,83 3,68 5,25 0,00
1,22 80,79 13,23 6,33 18,66 18,15 12,36 16,83 3,68 5,25 0,00
166,14 53,85 1,48
176,50 60,82 1,53
Netto opbrengst kleiverkoop Exploitatiebaten verblijfsrecreatie Exploitatiebaten dagrecreatie Recreatieve belevingsbaten Werkgelegenheidsbaten Woongenotsbaten landschapsverfraaiing Baten van vermeden leegstand Baten van voorzieningenbehoud Erfgoedbaten Biodiversiteitsbaten Landbouwopbrengsten