Bijlage 1 - TAM-IMRO 'Blije - Mieddyk 3'
Tekst van het document
Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling is het gebruik van de aangrenzende agrarische percelen in beeld gebracht. De website Boer & Bunder geeft informatie over de gewasrotatie op agrarische percelen. Het gebruik van de omliggende percelen is louter grasland. In de iets wijdere omgeving worden ook wel aardappelen geteeld. Dat is geen teeltvorm waarbij sprake is van een hoog risico op verdragende drift van gewasbeschermingsmiddelen, zoals bijvoorbeeld bij de opgaande teelt het geval is. In de agrarische bestemming is op basis van het omgevingsplan zijn sierteelt, fruitteelt, boomteelt of overige opgaande meerjarige teeltvormen uitgesloten. Op percelen die agrarisch in gebruik zijn ten behoeve van akkerbouw wordt mogelijk wel gebruik gemaakt van gewasbeschermingsmiddelen. In theorie kan er gebruik worden gemaakt van gewasbeschermingsmiddelen op de gronden. Indien wel gebruik van gewasbeschermingsmiddelen plaatsvindt, moet voldaan worden aan de daarvoor geldende wetgeving waarbij onder meer de zorgplicht voor mens, dier, plant en water in acht moet worden genomen. Bij toepassing van gewasbeschermingsmiddelen moet altijd drift-
Hoofdstuk 22p Blije - Mieddyk 3 25-194-1 | Vaststelling
27
arme apparatuur worden gebruikt. Daarnaast worden vanuit het Bal (Besluit activiteiten leefomgeving) eisen gesteld aan de voorwaarden van toepassing (onder andere windkracht). Bovendien dragen nieuwe driftreducerende spuittechnieken bij aan verbeteringen. Gelet op het grondgebruik in de omgeving en het uitsluiten van opgaande teelt op de agrarische gronden in de omgeving, ligt het niet in de rede dat op de onderhavige locatie sprake is van een verhoogt gezondheidsrisico vanwege gewasbeschermingsmiddelen. De vaststelling van de voorgestelde wijziging van het omgevingsplan leidt daarom niet tot een onevenredig gezondheidsrisico. Daarbij wordt opgemerkt dat het bevoegd gezag het risico wel moet meewegen in de besluitvorming.
4.15
M.e.r.-beoordeling
4.15.1
Wettelijk kader Een onderdeel van de beoordeling van een wijzigingsbesluit, is een toets aan de regels over een milieueffectrapportage. Dit gebeurt overeenkomstig paragraaf 16.4.2 van de Omgevingswet en afdeling 11.2 van het Omgevingsbesluit. Of een besluit over een project-mer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig is wordt afgeleid uit bijlage V bij het Omgevingsbesluit, in samenhang met de artikelen 11.6 en 11.8 van het Omgevingsbesluit. De lijst bestaat uit vier kolommen, waarbij in kolom 1 de betreffende projecten zijn benoemd, in kolom 2 de mer-plichtige activiteiten zijn opgenomen in kolom 3 de mer-beoordelingsplichtige activiteiten. Kolom 4 geeft aan bij welke besluiten de project-mer-(beoordelings)plicht geldt. Waar een omgevingsplan wordt genoemd, geldt dat ook een Buitenplanse omgevingsplanactiviteit wordt bedoeld.
4.15.2
Toetsing en conclusie In dit geval is er sprake van verplaatsing van een bestaande planologische mogelijkheid. Het plan is perceelsgebonden, er is geen sprake van een toename van bebouwing en geen bovenregionaal verzorgingsgebied. Daarmee is het plan niet aan te merken als een stedelijk ontwikkelingsproject, zoals bedoeld in het Besluit m.e.r. Overigens blijkt uit de beoordeling in de voorgaande paragrafen dat er geen belangrijke negatieve milieugevolgen zullen optreden.
28
Hoofdstuk 22p Blije - Mieddyk 3 25-194-1 | Vaststelling
5
Juridische vormgeving
5.1
Inleiding
5.1.1
Juridisch kader In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op de bestaande situatie, het relevante beleid en de relevante aspecten voor de fysieke leefomgeving. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het opstellen van dit TAM-IMRO Omgevingsplan, bestaande uit een plankaart (verbeelding) en regels. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de opzet van dit TAM-IMRO omgevingsplan. Daarnaast worden de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels verantwoord. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom bepaalde functies zijn aangewezen en waarom bepaalde bebouwing acceptabel is. Met het TAM-IMRO omgevingsplan wordt een wijzigingsbesluit mogelijk gemaakt. Deze wijziging op het tijdelijk deel van het omgevingsplan van de gemeente is technisch opgesteld conform het InformatieModel Ruimtelijke Ordening (IMRO), maar is inhoudelijk uitgewerkt op basis van de vereisten volgens de Omgevingswet. Op 1 januari 2024 is het omgevingsplan van rechtswege ontstaan. Dit omgevingsplan bestaat uit alle ruimtelijke plannen, waaronder bestemmingsplannen en wijzigingsplannen, en uit de Bruidsschat die de gemeente van het Rijk heeft ontvangen. In deze Bruidsschat zitten onder meer regels voor milieubelastende activiteiten en bouwactiviteiten.
Gemeenten krijgen tot 1 januari 2032 de tijd om het omgevingsplan van rechtswege en andere regels over de fysieke leefomgeving om te zetten naar een nieuw omgevingsplan. Op grond van artikel 2.4 en 22.6 van de Omgevingswet kan de gemeenteraad het omgevingsplan van rechtswege (laten) wijzigen.
5.1.2
Toepassing TAM-IMRO De Omgevingswet integreert wetgeving en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. Het DSO ondersteunt bij de uitvoering van de wet bestaat uit lokale systemen van overheden en de landelijke voorziening (DSO-LV), zoals Regels op de kaart en het Omgevingsloket. Er zijn tijdelijke alternatieve maatregelen (TAMs) ontwikkeld voor organisaties die nog geen gebruik kunnen maken van lokale of landelijke onderdelen van het DSO. Een van deze TAMs is TAMIMRO. Bij TAM-IMRO wordt het omgevingsplan gewijzigd via de – onder de Wet ruimtelijke ordening gebruikte – IMRO-standaard en de voorziening ruimtelijkeplannen.nl. Het gebruik van TAM-IMRO is toegestaan tot en met 31 december 2024. Als het ontwerp van een TAM-IMRO omgevingsplan uiterlijk 31 december 2024 ter inzage is gelegd, mag het ook na 1 januari 2025 worden afgemaakt met TAM-IMRO.
Hoofdstuk 22p Blije - Mieddyk 3 25-194-1 | Vaststelling
29
5.1.3
Werkingsgebied De regels in dit TAM-IMRO omgevingsplan zijn van toepassing op het plangebied zoals weergegeven op de verbeelding, waarvan de geometrisch bepaalde planobjecten zijn vervat in het GMLbestand. In hoofdstuk 1 van deze ruimtelijke motivering is een overzichtskaart van het werkingsgebied c.q. plangebied opgenomen.
5.2
Inleidende regels Hoofdstuk 1 bevat bepalingen die gelden voor het gehele plangebied en bestaat uit: • artikel 1 Begripsbepalingen: In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen, voor een eenduidige interpretatie van deze begrippen. • artikel 2 Toepassingsbereik: Dit artikel geeft aan voor welk werkingsgebied de regels van toepassing zijn. Tevens wordt aangegeven dat specifieke artikelen uit de Omgevingswet en het Omgevingsplan van rechtswege niet van toepassing zijn indien strijdigheid bestaat met de regels uit het TAM-IMRO omgevingsplan. • artikel 3 Meet- en rekenbepalingen: Dit artikel geeft onder meer bepalingen waar mag worden gebouwd en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden. • Aanvraagvereisten: In dit artikel is aangegeven dat de aanvraagvereisten uit artikel 22.5.2 van het omgevingsplan van rechtswege ook van toepassing zijn verklaard op omgevingsvergunningaanvragen vereist op basis van het TAM-IMRO omgevingsplan. • Algemeen gebruiksverbod: Dit artikel geeft aan dat gebruik zoals niet omschreven in de regels van dit hoofdstuk, als strijdig wordt aangemerkt.
5.3
Functies en activiteiten In hoofdstuk 2 is opgenomen welke functies binnen het plangebied zijn toegestaan. Per toegestane functie is aangegeven waar en hoe bouwen ten behoeve van de functie is toegestaan. Binnen het plangebied komen de volgende te onderscheiden functies voor: Agrarisch De voormalige bouwkavel voor een woning wordt ‘weggenomen’ door hier de functie ‘Agrarisch’ aan toe te kennen. Hier is alleen het agrarisch grondgebruik mogelijk. Binnen deze functie is wel een ontsluiting naar de woning mogelijk. Wonen - 4 De functie ‘Wonen - 4’ toegekend voor het gehele plangebied. Hier zijn ‘wonen’ en ‘aan-huis-verbonden-beroep’ mogelijk, inclusief de tuinen en erven, wegen en paden en waterhuishoudkundige voorzieningen die hierbij horen. Binnen het gebied ‘Wonen – 4’ worden ook bouwactiviteiten mogelijk gemaakt. Deze zijn zoveel mogelijk afgestemd op de mogelijkheden uit het bestemmingsplan Buitengebied, waarmee de regelingen bij de opname in het definitieve omgevingsplan gemakkelijk geharmoniseerd kunnen worden. Waarde - Archeologie Binnen dit functiegebied geldt een bescherming voor de archeologische verwachtingswaarde.
30
Hoofdstuk 22p Blije - Mieddyk 3 25-194-1 | Vaststelling
Gebiedsaanduidingen Binnen STOP-TPOD (de technische werkwijze voor omgevingsplannen) wordt aan regels uit het omgevingsplan zoveel mogelijk een werkingsgebied toegekend. In dit TAM-IMRO omgevingsplan is dit uitgangspunt waar mogelijk aangehouden. Dit betekent dat voor sectorale regelgeving gebruik is gemaakt van gebiedsaanduidingen om een werkingsgebied toe te kennen met een directe relatie met de bijbehorende regeling Algemene regels Hoofdstuk 3 bevat de algemene bepalingen. Deze bepalingen gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: • artikel 7 Algemene gebruiksbepalingen: in dit artikel worden de algemene gebruiksregels beschreven. Deze regels gaan uit van het principe dat gebruik uitsluitend is toegestaan in overeenstemming met de ter plekke toegestane functies. Dit artikel bevat algemeen geldende bepalingen ten aanzien van strijdig en toegestaan gebruik volgens de in het omgevingsplan toegekende functies • artikel 8 Beperkingsgebied: Dit artikel bevat bepalingen voor het beschermen van specifieke waarden en beperkingsgebieden die binnen het werkingsgebied van het omgevingsplan voorkomen. Het gaat dan om: o Vrijwaringszone – radarverstoringsgebied • artikel 9 Algemene beoordelingsregels afwijken: Dit artikel bevat bepalingen ten aanzien van beperkte afwijkingen ten opzichte van de in hoofdstuk 2 toegestane functies en bouwmogelijkheden.
Voor deze afwijkingen geldt een omgevingsvergunningplicht.
5.4
Overgangsregels In hoofdstuk 4 staan de overgangsbepalingen. In artikel 9 is het overgangsrecht beschreven. Hierin wordt aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met het omgevingsplan.
Hoofdstuk 22p Blije - Mieddyk 3 25-194-1 | Vaststelling
31
6
Uitvoerbaarheid
6.1
Participatie In artikel 10.2, lid 2 van het Omgevingsbesluit is bepaald dat in een wijzigingsbesluit van het omgevingsplan is beschreven hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere bestuursorganen bij de voorbereiding zijn betrokken. En ook wat de gemeenten met de resultaten heeft gedaan. Wie bij de vroegtijdige participatie wordt betrokken, hangt af van het type omgevingsplanwijziging, de aard, de omvang en de invloed op de fysieke leefomgeving voor belanghebbenden. Het plan heeft geen maatschappelijke gevolgen. Er worden geen belastende functies nabij woningen voorgesteld of gevoelige functies bij bedrijven. Alleen de directe overburen hebben een belang bij de ontwikkeling die het wijzigingsbesluit mogelijk maakt. Op 12 januari 2025 zijn de bouwplannen met de overburen besproken. Dit plan is positief ontvangen, gelet op de grotere onderlinge afstand. Op 23 augustus 2025 is een update gegeven over de omgevingsplanwijziging. De buren staan positief tegenover het plan om het woonperceel te verplaatsen en verder in het land een huis te gaan bouwen. De overige buren op grotere afstand zijn ook op de hoogte gebracht en hebben niet negatief gereageerd.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
6.2.1
Algemeen De procedure voor vaststelling van een wijzigingsbesluit op het Omgevingsplan is geregeld in de Omgevingswet, het Omgevingsbesluit en de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Voor het wijzigen van een omgevingsplan geldt de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 van de Awb.
6.2.2
Advisering ketenpartners Het concept omgevingsplan is ter advisering voorgelegd aan de betrokken ketenpartners (provincie, waterschap, brandweer). Van de provincie en de brandweer zijn schriftelijke reacties ontvangen. De ingekomen reacties zijn opgenomen in bijlage 4. Provincie Fryslân De provincie geeft aan in te kunnen stemmen met de beoogde ontwikkeling, maar heeft nog wel enkele opmerkingen. Deze zijn als volgt samengevat en beantwoord: Archeologie De provincie adviseert om ter bescherming van de verwachtingswaarden de functieaanduiding ‘archeologie’ op te nemen met daaraan gekoppeld regels waarin de verwachtingswaarden beschermd worden. Antwoord: Dit is overgenomen door het opnemen van een dubbelfunctie ‘Waarde – Archeologie’, waarbinnen is geregeld dat bij ingrepen groter dan 2.500 m 2 een vergunningplicht
32
Hoofdstuk 22p Blije - Mieddyk 3 25-194-1 | Vaststelling
geldt, waarbij archeologisch onderzoek uitgevoerd moet worden. Gelet op de omvang van de verschillende functies binnen het plangebied, zijn dergelijk ingrepen overigens niet aan de orde. Landschappelijke inpassing Het in de regels geborgde erfinrichtingsplan bevat geen erfinrichting in de zin van een landschappelijke inpassing. De inpassing is wel geschetst in de motivering. De provincie verzoekt het erfinrichtingsplan alsnog te voorzien van een landschappelijke inpassing en daarbij rekening te houden met het behoud van de kernkwaliteiten van het gebied en de openheid van het landschap. Antwoord: het landschappelijk inpassingplan was abusievelijk niet opgenomen in het concept-ontwerp omgevingsplan. Dit plan is naar aanleiding van een opmerkingen van de landschapsdeskundige van de gemeente bijgesteld en opgenomen in de bijlage bij de regels. Weidevogelkansgebieden Het werkingsgebied ligt in weidevogelkansgebied. Aan de hand van de dynamische kaart ‘openheid is rust’ is een verstoringsberekening gemaakt die uitkomt op een extra verstoring van 0,46 hectare. In dit geval kan de ontwikkeling alleen plaatsvinden als wordt voldaan aan de regels van artikel 2.53 Omgevingsverordening Fryslân (OVO). Hierbij wordt verwezen naar de factsheet ‘Weidevogelkansgebied en weidevogelparels buiten BSG’. Antwoord: een uitgebreidere toetsing aan artikel 2.53 is opgenomen in paragraaf 3.2.2.
Ontgronding Een schouwsloot tussen het oude en het nieuwe woonperceel wordt gedempt. Als gevolg hiervan worden enkele watergangen verbreed ter compensatie van de dempingen. Geadviseerd wordt om contact te zoeken met FUMO voor een beoordeling of de ontwikkeling in aanmerking komt voor een vrijstelling van een ontgrondingsvergunning. Antwoord: in paragraaf 3.2.2 is een toetsing aan artikel 4.1 OVO opgenomen. Geconcludeerd wordt dat er geen ontgrondsvergunning nodig is, omdat de ongronding nodig is voor de uitvoering van het plan, voldoende concreet is (reeds vergund door WSF), minder dan 10.000 m2 in omvang is en minder dan 2 meter onder het huidige maaiveld rijkt. Hierover heeft ook afstemming plaatsgevonden met FUMO. Regeling TAM-IMRO en strijd met Omgevingsverordening Fryslân (OVO) De provincie stelt dat de regels ten aanzien van duurzame energie, logies en arbeidsmigranten strijd met de OVO opleveren. Antwoord: de regeling is naar aanleiding van de reactie van de provincie als volgt aangepast: ‘zonnepanelen’ toegevoegd in artikel 8.1 Strijdig gebruik; Mogelijkheden arbeidsmigrantenhuisvesting geschrapt in artikel 6; Voor artikel 2.14 lid 3 OVO is in paragraaf 3.2.2 van de toelichting aangehaald, waarbij is benoemd dat hiervan gebruik kan worden gemaakt voor vervangende nieuwbouw, aangezien er geen bestaande karakteristiek of beeldbepalend bebouwing aanwezig is.
Hoofdstuk 22p Blije - Mieddyk 3 25-194-1 | Vaststelling
33
Brandweer Fryslân Brandweer Fryslân voorziet in het plangebied een knel-/ aandachtspunt met betrekking tot de bluswatervoorziening en adviseert daarom om in overleg met de brandweer een opstelplaats aan het open water te creëren. Een goede plek is naast het perceel aan de Mieddyk 1 te Blije. Antwoord: op de bedoelde plek is en blijft ruim om een brandweerauto op te stellen. De adviezen van de brandweer worden meegegeven aan de bewoners van het perceel. Wetterskip Fryslân Wetterskip Frylân heeft een aanvullend wateradvies gestuurd. Antwoord: het aanvullend wateradvies is verwerkt in de waterparagraaf (4.6) 6.2.3
Procedure Het ontwerp van dit wijzigingsbesluit is op grond van artikel 3:11 van Algemene wet bestuursrecht vanaf 24 december 2025, gedurende zes weken ter inzage gelegen en tegelijkertijd elektronisch beschikbaar gesteld via de landelijke website (LVBB). Voorafgaand is hiervan mededeling gedaan in het Gemeenteblad. Gedurende deze periode kon eenieder een zienswijze over het ontwerpbesluit bij de gemeenteraad naar voren brengen. Er is één zienswijze ingediend. Deze is door de gemeente beantwoord in de reactienota zienswijze, die is opgenomen in bijlage 5. Deze wordt meegenomen in het besluit tot vaststelling door de gemeenteraad.
6.3
Economische uitvoerbaarheid
6.3.1
Inleiding In dit hoofdstuk worden de exploitatie van het plan en de eventueel daaruit voortvloeiende nadeelcompensatie besproken.
6.3.2
Economische uitvoerbaarheid In deze motivering is onderbouwd dat met het voorliggende besluit tot wijziging van het omgevingsplan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wordt bereikt en dat de toegekende functies binnen een redelijke termijn kunnen worden gerealiseerd. Gelet hierop kan aangenomen worden dat de realisatie economisch uitvoerbaar is. Op voorhand is er geen reden om aan te nemen dat de toegekende functies om financiële redenen niet binnen een redelijke termijn kunnen worden gerealiseerd.
6.3.3
Kostenverhaal Op grond van artikel 13.11 Omgevingswet is de gemeente verplicht tot kostenverhaal, indien sprake is van één of meerdere aangewezen bouwactiviteiten. Het gaat om zogenaamde kostenverhaalsplichtige activiteiten zoals genoemd in artikel 8.13 Omgevingsbesluit (hierna: ‘een aangewezen bouwactiviteit’). Dit houdt in dat de gemeenteraad kostenverhaalsregels dient vast te stellen in het omgevingsplan, tenzij middels onder andere een anterieure overeenkomst de kosten die het vanwege artikel 8.15 Omgevingsbesluit maakt, anderszins verzekerd zijn dan wel vrijstelling wordt verleend voor de kosten in de gevallen genoemd in artikel 8.14 Omgevingsbesluit. Omdat dit plan geen nieuwe aangewezen bouwactiviteiten mogelijk maakt, is het niet noodzakelijk om het kostenverhaal te regelen. De ontwikkeling heeft voor de gemeente geen negatieve financiële gevolgen.
34
Hoofdstuk 22p Blije - Mieddyk 3 25-194-1 | Vaststelling
Bijlage 1
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen Natura 2000gebieden, op rekenpunten die overlappen met stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstofdepositie.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over de PDF en AERIUS kunt u vinden in de of .
handleidingen op onze website
Projectberekening
Contactgegevens
Resultaten
1
4
9
1
5
2
3
Hoogste bijdrage Aanlegfase en gebruiksfase herbouw woning - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname -
S1xmJx7G7NmW (30 september 2025)
3
0
1
5
2
0
2
Emissie NH₃
Emissie NOₓ 8
1
0
, kg/j
Hexagon
, kg/j 6
0
0
0
3
2
5
2
0
2
7
Rekenjaar
Aanlegfase en gebruiksfase herbouw woning - Beoogd
7
Totale emissie
1
S xmJx G NmW september , : OwN -rekengrid
fi
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekencon guratie
2
Berekening
Herbouw woning Mieddyk Blije Vervangende bouw woonhuis. Hoort bij omgevingsplan - -
3
Omschrijving Toelichting
9
Activiteit
Mieddyk , - Blije 3
Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Gebied
2/7
Projectberekening
Aanlegfase en gebruiksfase herbouw woning (Beoogd), rekenjaar 2025 Emissiebronnen 1 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Materieelinzet aanlegfase 3 Verkeer | Koude start: overig | Koude start Verkeersnetwerk
S1xmJx7G7NmW (30 september 2025)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
1,8 kg/j 32,5 g/j 81,3 g/j
79,3 kg/j 0,2 kg/j 3,1 kg/j
3/7
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
© OSM & Kadaster Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)
De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). S1xmJx7G7NmW (30 september 2025)
4/7
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Aanlegfase en gebruiksfase herbouw woning" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Er zijn geen resultaten voor deze weergave.
S1xmJx7G7NmW (30 september 2025)
5/7
Projectberekening
Aanlegfase en gebruiksfase herbouw woning, Rekenjaar 2025 1
Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning
Naam Locatie Oppervlakte
Materieelinzet aanlegfase X:187810,78 Y:595462,14 0,36 ha
NOₓ NH₃
Naam
Stageklasse
Divers materieel
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
Brandstofverbruik
7600 l/j
Draaiuren AdBlue verbruik
666 u/j 380 l/j
79,3 kg/j 1,8 kg/j Stof Emissie
NOₓ
79,3 kg/j NH₃ 1,8 kg/j
2 Verkeer | Rijdend verkeer Naam Verkeer gebruiksfase tevens transport aanlegfase Links Rechts NOₓ 3,1 kg/j Locatie X:187247,38 Y:595842,89 Type scherm - NO₂ 0,6 kg/j Lengte 1.562,21 m Hoogte - NH₃ 81,3 g/j Wegtype Binnen bebouwde kom (normaal) Afstand tot de weg - Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v. maaiveld 0 m Verkeer Maximum snelheid Aantal voertuigbewegingen In file
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 3
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Verkeer | Koude start: overig
Naam Locatie Oppervlakte Type voertuig
Koude start X:187814,82 Y:595471,14 0,07 ha
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
3.066,0 /jaar 0,0 /jaar 200,0 /jaar 0,0 /jaar
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
NOₓ NH₃
0,2 kg/j 32,5 g/j
Koude starts
2,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2024.2.1_20250507_5b5649d2ba Database versie 2024.2.1_5b5649d2ba_calculator_nl_stable S1xmJx7G7NmW (30 september 2025)
6/7
Projectberekening
Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://link.aerius.nl/website
S1xmJx7G7NmW (30 september 2025)
7/7
Bijlage 2
Verkennend bodemonderzoek Mieddyk 3 te Blije
Verkennend bodemonderzoek Mieddyk 3 te Blije
Projectnummer:
BO254385-001/AM
Datum:
23 september 2025
Versie:
Definitief-01
Opdrachtgever: Auteurs: Kwaliteitscontrole: Handtekening:
Ontbreekt in verband met digitale verwerking. Dit document is aantoonbaar vrijgegeven.
INHOUDSOPGAVE 1
Pagina: INLEIDING ................................................................................................................................................ 4
1.1 Aanleiding en doelstelling .................................................................................................................... 4 1.2 Verantwoording en kwaliteit ............................................................................................................... 4 2 VOORONDERZOEK ................................................................................................................................... 5 2.1 Informatie onderzoekslocatie .............................................................................................................. 5 2.2 Onderzoekstrategie en bronnen vooronderzoek................................................................................. 5 2.3 Historische informatie.......................................................................................................................... 5 2.4 Bekende bodeminformatie .................................................................................................................. 6 2.5 Bodemkwaliteitskaart .......................................................................................................................... 7 2.6 Omgevingsplan gemeente ...................................................................................................................
7 2.7 Onderzoeksstrategie bodemonderzoek ............................................................................................... 7 3 VELDWERK EN MONSTERSELECTIE ........................................................................................................... 8 3.1 Uitgevoerde werkzaamheden .............................................................................................................. 8 3.2 Zintuigelijke waarnemingen ................................................................................................................. 8 3.3 Grondwaterbemonstering ................................................................................................................... 8 3.4 Chemische analyses ............................................................................................................................. 9 4 RESULTATEN .......................................................................................................................................... 10 4.1 Toetsingskader ................................................................................................................................... 10 4.2 Resultaten verkennend bodemonderzoek.........................................................................................
11 4.3 Toetsing hypothese ............................................................................................................................ 11 5 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN .......................................................................................................... 12 5.1 5.2 5.3
Aanleiding en doelstelling .................................................................................................................. 12 Conclusies uitgevoerd onderzoek ...................................................................................................... 12 Aanbevelingen ................................................................................................................................... 12
TABELLEN Tabel 2.1: Geraadpleegde bronnen vooronderzoek ............................................................................................... 5 Tabel 3.1: Overzicht veldwerkzaamheden en analyses .......................................................................................... 8 Tabel 1.2: Veldmetingen tijdens grondwaterbemonstering ................................................................................... 9 Tabel 4.1: Terminologie analyseresultaten verkennend bodemonderzoek ......................................................... 10 Tabel 4.2: Terminologie indicatieve toetsing Regeling bodemkwaliteit ............................................................... 11 Tabel 4.3: Toetsingsresultaten verkennend bodemonderzoek ............................................................................ 11 Tabel 4.4 :Toetsingsresultaten grondwater .......................................................................................................... 11
Verkennend bodemonderzoek Mieddyk 3 te Blije, BO254385-001/AM 2
BIJLAGEN Bijlage 1: Overzichtstekening onderzoekslocatie Bijlage 2: Boorprofielen Bijlage 3: Analysecertificaten Bijlage 4: Getoetste analyseresultaten en toetsingswaarden
Verkennend bodemonderzoek Mieddyk 3 te Blije, BO254385-001/AM 3
1
INLEIDING
1.1
Aanleiding en doelstelling
In opdracht van de heer F. Kingma heeft Mateboer Milieutechniek een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de Mieddyk 3 te Blije. De aanleiding voor het verkennend bodemonderzoek betreft de voorgenomen realisatie van een woning met een bijgebouw aan de Mieddyk 3 te Blije. Doel van het verkennend bodemonderzoek is het bepalen van de actuele milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater).
1.2
Verantwoording en kwaliteit
Mateboer Milieutechniek is door Normec Certification gecertificeerd voor de ISO 9001 en VCA** en in het kader van de Regeling Kwalibo voor de BRL SIKB 1000, 2000 en 6000. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door Mateboer Milieutechniek conform de volgende protocollen: - Protocol 2001 “Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen”; - Protocol 2002 “Het nemen van grondwatermonsters”. Het hierbij behorende procescertificaat en keurmerk van Mateboer Milieutechniek en MORV Adviseurs is van toepassing op het gehele proces van het veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek, vanaf acceptatie tot aan de overdracht van de veldgegevens en monsters. De analyses zijn uitgevoerd door SGS Environmental Analytics B.V. SGS Environmental Analytics B.V. is geaccrediteerd conform de NEN-EN-ISO 17025:2005 en de AS3000 “Laboratoriumanalyses voor milieuhygiënisch bodemonderzoek”. De analyses zijn, waar mogelijk, verricht conform de AS3000. Mateboer Milieutechniek is onafhankelijk en op geen enkele wijze gelieerd of gekoppeld aan de opdrachtgever. Ook bestaan er geen eigendomsverhoudingen met betrekking tot de onderzochte locatie. Bodemonderzoek betreft per definitie een steekproef.
Het hanteren van de actuele normen en protocollen draagt in grote mate bij aan het verkrijgen van een correct beeld van de actuele milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. Het blijft echter mogelijk dat er afwijkingen in de kwaliteit van de bodem aanwezig zijn, die tijdens het bodemonderzoek niet geconstateerd zijn.
Verkennend bodemonderzoek Mieddyk 3 te Blije, BO254385-001/AM 4
2
VOORONDERZOEK
2.1
Informatie onderzoekslocatie
De onderzoekslocatie is betreft het perceel aan de Mieddyk 3 te Blije. De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van circa 1.371 m². De onderzoekslocatie maakt onderdeel uit een groter perceel. De opdrachtgever heeft dit perceel gekocht en is voornemens voor een deel (circa 1.371 m2) de bestemming te wijzigen en hier een woning met bijgebouw te realiseren. Op de locatie staan woonunits met een oprit (betonplaten). Het overige deel van de onderzoekslocatie is onverhard braakliggend. Een overzichtstekening van de onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage 1.
2.2
Onderzoekstrategie en bronnen vooronderzoek
Het vooronderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5725 (oktober 2023) volgens de aanleiding A. A: uitvoeren van bodemonderzoek, saneren van een milieubelastende activiteit en/of realiseren van een gebouw op een bodemgevoelige locatie; Tijdens de uitvoering van het vooronderzoek zijn diverse bronnen geraadpleegd. In onderstaande tabel 2.1 is een overzicht weergegeven van de geraadpleegde bronnen. Tabel 2.1: Geraadpleegde bronnen vooronderzoek Bron
Toelichting
Datum geraadpleegd
Informatie onderzoekslocatie en voorgenomen werkzaamheden
Verkregen informatie van de opdrachtgever en tijdens het locatiebezoek
22 mei 2025
Historische informatie
Topotijdreis.nl en Cyclomedia geraadpleegd
22 mei 2025
Bodeminformatie Bodemkwaliteitskaart Bodemopbouw en geohydrologie Invasieve exoten Omgevingsplan
2.3
Omgevingsrapportage Friesland https://friesland.nazca4u.nl/Bodem De bodemkwaliteitskaart van de gemeente Noardeast-Fryslân (2018) is geraadpleegd. Dinoloket.nl, grondwatertools.nl, RIVM.nl en atlasleefomgeving.nl Tijdens het onderzoek zal er worden gelet op de aanwezigheid van invasieve exoten ter plaatse van de onderzoekslocatie. De gemeente/provincie beschikken niet over een digitale kaart waar inzicht is over eerdere waarnemingen van invasieve exoten. https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR696542/1
22 mei 2025 22 mei 2025 22 mei 2025 22 mei 2025 22 mei 2025
Historische informatie
Op basis van de historische kaarten (bron: topotijdreis & bag viewer) blijkt de onderzoekslocatie altijd in gebruik is geweest als bouw-/ weiland. Op het perceel ten zuiden van onderhavige onderzoekslocatie blijk dat omstreeks 1930 bebouwing aanwezig is. Omstreeks 2014 is deze bebouwing gesloopt. Ook is op historische kaart een sloot zichtbaar. De opdrachtgever heeft aangegeven dat deze door hem recent (begin 2025) is gedempt met gebiedseigen grond. Dit is uitgevoerd met goedkeuring van het Wetterskip Fryslân.
Verkennend bodemonderzoek Mieddyk 3 te Blije, BO254385-001/AM 5
1931
1969
2015
2.4
Bekende bodeminformatie
Binnen 20 meter rondom de onderzoekslocatie is op basis van de bekende bodeminformatie van de interactieve bodeminformatiekaart van de FUMO (Nazca) één bodemonderzoek bekend. Deze is onderstaand samengevat. Verkennend onderzoek 5740 Mieddyk 3 te Blije, Van der Poel, kenmerk: 240080 d.d. 29-04-2024 Er is verkennend bodemonderzoek uitgevoerd door Van der Poel naar aanleiding van de aanvraag voor een omgevingsvergunning. Het onderzoek is uitgevoerd aangrenzend ten zuiden van onderhavige onderzoekslocatie. Tijdens het veldwerk zijn baksteenresten waargenomen. Analytisch zijn in de bovengrond achtergrondwaarde overschrijdingen met kwik, lood, zink en PAK aangetoond. In de ondergrond en het grondwater zijn geen verhoogde gehalten aan onderzochte componenten aangetoond. Geconcludeerd is dat er geen milieuhygiënische beperkingen van toepassing zijn voor het gebruik van het perceel. Op basis van de website Grondwatertools en de voorgaande onderzoeken is de grondwaterstand ter plaatse van de onderzoekslocatie naar verwachting gelegen op een diepte van circa 2,5 m -mv. Verkennend bodemonderzoek Mieddyk 3 te Blije, BO254385-001/AM 6
De verwachting is dat ter plaatse van de onderzoeklocatie tot circa 2,0 m -mv klei aanwezig is. De onderzoekslocatie is niet gelegen binnen een grondwaterbeschermingsgebied. Op de locatie zijn geen voor bodemverontreiniging verdachte activiteiten bekend. Er is geen informatie bekend met betrekking tot (asbestverdacht) puin ter plaatse van de onderzoekslocatie.
2.5
Bodemkwaliteitskaart
Op basis van de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Noardeast Fryslân (2018) is de onderzoekslocatie voor de boven- en ondergrond (traject: 0,0 – 2,0 m -mv.) gelegen binnen bodemkwaliteitszone “Landbouw/natuur”. De boven- en ondergrond (traject: 0,0 – 2,0 m -mv.) voldoen op basis van de ontgravingskaart aan klasse ”Achtergrondwaarde”.
2.6
Omgevingsplan gemeente
Het omgevingsplan van de gemeente Noardeast Fryslân is geraadpleegd. Er zijn geen bijzonderheden vermeld waar rekening mee dient te worden gehouden met het uit te voeren onderzoek.
2.7
Onderzoeksstrategie bodemonderzoek
Bij het opstellen van de onderzoeksstrategie voor het milieukundig bodemonderzoek is uitgegaan van de hierboven vermelde gegevens tijdens het vooronderzoek als mede de onderstaande normen: - Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek (Nederlands Normalisatie Instituut, NEN 5725, oktober 2023); - Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond (Nederlands Normalisatie Instituut, NEN 5740, oktober 2023). Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 Op basis van de huidige beschikbare informatie is voor de onderzoekslocatie een onderzoeksstrategie op basis van de NEN 5740/A1 voor een “onverdachte niet-lijnvormige locatie” (paragraaf 5.1 (ONV-NL)) als doelmatig beschouwd voor het bepalen van de actuele bodemkwaliteit.
Verkennend bodemonderzoek Mieddyk 3 te Blije, BO254385-001/AM 7
3
VELDWERK EN MONSTERSELECTIE
3.1
Uitgevoerde werkzaamheden
Het veldwerk voor het verkennend bodemonderzoek is op 1 september 2025 uitgevoerd conform de SIKB BRL 2000 en protocol 2001 door gecertificeerd monsternemer de heer P.S. Rinsma van Mateboer Milieutechniek BV. Voorafgaand aan het uit te voeren veldwerk heeft een locatie inspectie plaatsgevonden. Tijdens de locatie inspectie zijn geen bijzonderheden waargenomen. De verrichte werkzaamheden zijn weergegeven in tabel 3.1. Tabel 3.1: Overzicht veldwerkzaamheden en analyses Veldwerk (boringen) onderzoekslocatie (oppervlakte)
Chemische analyses NEN 5740 boring tot 0,5 m –mv
boring tot 2,0 m –mv
boring met peilbuis
Grond
grondwater
Verkennend bodemonderzoek (NEN 5740) Onderzoekslocatie 6 1 1 2 x NEN 5740 1 x NEN 5740 (ca. 1.371 m²) NEN 5740-grond: zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb, Zn) PCB’s minerale olie (GC) PAK -VROM NEN 5740-water: zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb, Zn) btexn vluchtige organische halogeenverbindingen vinylchloride minerale olie Veldmetingen in het grondwater: zuurgraad (pH) elektrisch geleidingsvermogen (EC); temperatuur (°C) troebelheid (NTU).
3.2
Zintuigelijke waarnemingen
Ter plaatse zijn tijdens de uitvoering van het veldwerk zintuiglijk geen waarnemingen gedaan die kunnen duiden op een mogelijke bodemverontreiniging.
3.3
Grondwaterbemonstering
Het grondwater is op 9 september 2025 bemonsterd conform de SIKB BRL 2000 en protocol 2002 door gecertificeerd monsternemer de heer P.S. Rinsma van Mateboer Milieutechniek BV. Tijdens de bemonstering zijn aan het grondwater geen afwijkingen waargenomen. De grondwaterstand, de zuurgraad (pH), de elektrische geleidbaarheid (EGV) en de troebelheid van het grondwater zijn tijdens de monstername in het veld bepaald. De resultaten zijn weergegeven in onderstaande tabel 3.2.
Verkennend bodemonderzoek Mieddyk 3 te Blije, BO254385-001/AM 8
Tabel 3.2: Veldmetingen tijdens grondwaterbemonstering Peilbuis
Filterdiepte (m -mv)
Grondwaterstand (m -mv)
Belucht (ja/nee)
pH
EGV (µS/cm)
Troebelheid (NTU)
Temperatuur (oC)
01-1-1
3,50 - 4,50
1,70
nee
6,5
8840
8,36
16,0
De norm voor het bemonsteren van grondwater geeft aan dat bij een troebelheid tussen 0 en 10 NTU aangenomen kan worden dat er geen probleem is met gronddeeltjes in het grondwater die de analyseresultaten kunnen verstoren. Een duidelijk hogere troebelheid kan reden zijn voor herbemonstering. Op basis van de analyseresultaten wordt het niet zinvol geacht het grondwater met betrekking tot de NTU-waarden opnieuw te bemonsteren.
3.4
Chemische analyses
De geanalyseerde monsters, inclusief weergave van de parameters waarop de monsters zijn geanalyseerd, zijn opgenomen in de tabellen met analyseresultaten (paragraaf 4.2 en 4.3). De analysecertificaten, inclusief samenstelling van de analysepakketten, zijn opgenomen in bijlage 3. De analyses zijn uitgevoerd door SGS Environmental Analytics B.V.
Verkennend bodemonderzoek Mieddyk 3 te Blije, BO254385-001/AM 9
4
RESULTATEN
4.1
Toetsingskader
Grond - toetsing Omgevingswet De analyseresultaten zijn beoordeeld aan de interventiewaarde bodemkwaliteit (landbodem), zoals weergegeven in Bijlage IIA van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) van de Omgevingswet. De toetsing vindt plaats conform de Bodem Toets- en Validatieservice (BoToVa), waarbij de toetsmodule T.130 (Beoordeling aan de interventiewaarde bodemkwaliteit - landbodem). De interventiewaarden gelden voor een zogenaamde standaardbodem (GSSD): een bodem met een lutumgehalte van 25% en een organisch stofgehalte van 10%. Conform de Regeling bodemkwaliteit zijn de analyseresultaten op basis van het gemeten lutum- en organische stofgehalte omgerekend naar deze standaardbodem en vervolgens getoetst. In bijlage 3 zijn de analyseresultaten weergegeven. In bijlage 4 zijn de getoetste analyseresultaten en de toetsingswaarden weergegeven. In tabel 4.1 staat de gehanteerde terminologie weergegeven. Tabel 4.1: Terminologie analyseresultaten verkennend bodemonderzoek Weergave tabel GSSD waarde ≤ interventiewaarde GSSD > interventiewaarde
Gemeten gehalte het gestandaardiseerde gemeten gehalte is niet verhoogd ten opzichte van de interventiewaarde er is sprake van een overschrijding van de interventiewaarde
Met betrekking tot het bepalen van de noodzaak van de uitsplitsing van mengmonsters is tevens de indexering uit de toetsing aan de voormalige Wet bodembescherming gebruikt. Een stof met een GSSD-index van >0,5 in een mengmonster duidt op een mogelijke overschrijding van de interventiewaarde in (één van) de deelmonsters. Grondwater - toetsing Omgevingswet Voor grondwater zijn ‘signaleringsparameters beoordeling grondwatersanering’ weergegeven in bijlage Vd. bij artikel 4.12a van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) van de Omgevingswet. Voor de toetsing is de toetsmodule T.1001 (Beoordeling aan het Blk (landelijk) (BETA)) gebruikt. In bijlage 4 zijn deze toetsingsresultaten weergegeven. Indicatieve toetsing Regeling bodemkwaliteit De analyseresultaten van de grond zijn, met het oog op mogelijk hergebruik van eventueel vrijkomende grond, indicatief getoetst aan de normwaarden voor het toepassen van grond of baggerspecie op of in de bodem (Regeling bodemkwaliteit 2022 (bijlage B, tabel 1)). De beoordeling is indicatief omdat onderhavig onderzoek niet is uitgevoerd als partijkeuring conform Regeling bodemkwaliteit. In tabel 4.2 staat de gehanteerde terminologie weergegeven.
Verkennend bodemonderzoek Mieddyk 3 te Blije, BO254385-001/AM 10
Tabel 4.2: Terminologie indicatieve toetsing Regeling bodemkwaliteit Toetsingsresultaten
Betekenis
Landbouw/natuur
Klasse Achtergrondwaarde
Wonen
Klasse Wonen
Industrie
Klasse Industrie
Matig verontreinigd
Niet toepasbaar en niet sterk verontreinigd (beneden interventiewaarde)
Sterk verontreinigd
Niet toepasbaar en sterk verontreinigd (boven interventiewaarde)
4.2
Resultaten verkennend bodemonderzoek
Voor de volledigheid dient te worden vermeld dat bij chemische analyse van mengmonsters de gehalten bij de afzonderlijke analyse van de individuele deelmonsters zowel hoger als lager kunnen uitvallen. De getoetste analyseresultaten van de grond en het grondwater zijn weergegeven in tabel 4.3 en 4.4. Tabel 4.3: Toetsingsresultaten verkennend bodemonderzoek Analysemonster
Deelmonsters
MM01 BG
MM02 OG
1 (0,00 - 0,50), 2 (0,00 - 0,50), 3 (0,00 - 0,50), 4 (0,00 - 0,50), 5 (0,00 - 0,50), 6 (0,00 - 0,50), 7 (0,00 - 0,50), 8 (0,00 - 0,50) 1 (0,50 - 1,00), 1 (1,00 - 1,50), 1 (1,50 - 2,00), 2 (0,50 - 1,00), 2 (1,00 - 1,50), 2 (1,50 - 2,00)
Grondsoort
Visuele waarnemi ng
Analysepakket
Toetsing Omgevingswet (incl. voormalige index Wbb >0,5)
klasse bepalende stof met GSSD waarde
Indicatieve toetsing Rbk (2022)
Klei
-
Standaardpakk et incl. lu/os
≤ Interventiewaarde
-
Landbouw/natuur
Klei
-
Standaardpakk et incl. lu/os
≤ Interventiewaarde
-
Landbouw/natuur
Uit het verkennend bodemonderzoek blijkt dat in de (meng)monsters van de boven- en ondergrond (traject: 0,0 – 2,0 m -mv.) geen van de onderzochte stoffen de triggerwaarde voor nader onderzoek (GSSD-index van >0,5) en de interventiewaarde overschrijden. Tabel 4.4 :Toetsingsresultaten grondwater Code
Interval (m –mv.)
Monsters
Zintuiglijke waarneming
Analyse
01
3,50 - 4,50
01-1-1
Grondwater, zintuiglijk schoon
Standaardpakket
Toetsing Omgevingswet (voormalige index Wbb) >signaleringsparameters Barium
Op basis van het verkennend bodemonderzoek blijkt dat ter plaatse van de peilbuis 01 in het grondwater barium de signaleringsparameter overschrijd. De overschrijding van de signaleringsparameter voor barium wordt toegeschreven aan natuurlijke achtergrondgehalten.
4.3
Toetsing hypothese
Uit het voorgaande blijkt dat de hypothese "onverdacht" voor het voorkomen van een bodemverontreiniging ter plaatse van de onderzoekslocatie juist is gebleken. Verkennend bodemonderzoek Mieddyk 3 te Blije, BO254385-001/AM 11
5
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
5.1
Aanleiding en doelstelling
In opdracht van de heer F. Kingma heeft Mateboer Milieutechniek een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de Mieddyk 3 te Blije. De aanleiding voor het verkennend bodemonderzoek betreft de voorgenomen realisatie van een woning met een bijgebouw aan de Mieddyk 3 te Blije. Doel van het verkennend bodemonderzoek is het bepalen van de actuele milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater).
5.2
Conclusies uitgevoerd onderzoek
Verkennend onderzoek NEN 5740 Uit het verkennend bodemonderzoek blijkt dat in de (meng)monsters van de boven- en ondergrond (traject: 0,0 – 2,0 m -mv.) geen van de onderzochte stoffen de triggerwaarde voor nader onderzoek (GSSD-index van >0,5) en de interventiewaarde overschrijden. Op basis van het verkennend bodemonderzoek blijkt dat ter plaatse van de peilbuis 01 in het grondwater barium de signaleringsparameter overschrijd. De overschrijding van de signaleringsparameter voor barium wordt toegeschreven aan natuurlijke achtergrondgehalten. Indicatieve toetsing resultaten Regeling bodemkwaliteit Op basis van de indicatieve toetsing aan de Regeling bodemkwaliteit voldoen de bovengrond (klei, traject: 0,0 – 0,5 m -mv.) en de ondergrond (klei, traject: 0,5 – 2,0 m -mv.) aan de bodemkwaliteitsklasse ‘Landbouw/natuur’.
5.3
Aanbevelingen
Op grond van het uitgevoerde onderzoek kan worden geconcludeerd dat ter plaatse van de onderzoekslocatie geen sprake is van een bodemverontreiniging van betekenis. Er zijn met betrekking tot de resultaten van het verkennend bodemonderzoek geen belemmeringen voor de voorgenomen herontwikkeling. NB: Er gelden wettelijke beperkingen bij het verplaatsen en elders toepassen van grond, die kunnen leiden tot extra kosten. Derhalve wordt aanbevolen bij grondverzet zoveel mogelijk grond op de locatie te hergebruiken. Indien bij eventuele graafwerkzaamheden op deze locatie grond vrijkomt, die elders zal worden hergebruikt, is het Besluit activiteiten leefomgeving (BAL) van toepassing. Ten aanzien van het BAL is de gemeente het bevoegd gezag.
Verkennend bodemonderzoek Mieddyk 3 te Blije, BO254385-001/AM 12
Bijlage 1: Overzichtstekening onderzoekslocatie
Verkennend bodemonderzoek, Mieddyk 3 te Blije, BO254385-001/AM
Overzichtstekening onderzoekslocatie met boorpunten
Mieddyk 3 te Blije
Legenda Onderzoekslocatie Boorpunten boring 0,5 m -mv. boring 2,0 m -mv. peilbuis
Projectnummer: Projectleider: Product: Tekenaar: Datum: Schaal (A3): Opdrachtgever:
Kaart: TopoPlus, © SPOTinfo Overzicht: © OpenStreetMap contributors, CC-BY-SA
BO254385 AM VO JHG 9 september 2025 1:500 F. Kingma
Zwolle - Kampen - Almere - Joure - Groningen
...ateboer Milieutechniek\GIS\Projecten 2025\B\Blije, Mieddyk 3\Overzicht BO254385.qgz 4.3
Verkennend bodemonderzoek
Bijlage 2: Boorprofielen
Verkennend bodemonderzoek, Mieddyk 3 te Blije, BO254385-001/AM
Boorprofielen
Boring:
01
Boring:
02
Boormeester Datum:
P.S. Rinsma 1-9-2025
Boormeester Datum:
P.S. Rinsma 1-9-2025
X: Y GWS (cm -mv):
187813,64 595471,74 300
X: Y
187832,95 595456,28
0
0
weiland
50
Klei, matig zandig, zwak humeus, licht grijsbruin, Edelmanboor
1 - O23356268 50
0
100
weiland
50
Klei, matig zandig, zwak humeus, licht grijsbruin, Edelmanboor
1 - O23356178 50
Klei, matig siltig, lichtgrijs, Edelmanboor
2 - O2335577D
0
Klei, matig siltig, lichtgrijs, Edelmanboor
2 - O23356022 100
3 - O23356077
3 - O23355807 150
150 4 - O23355616
150
150 Klei, sterk zandig, lichtgrijs, Edelmanboor
200
Klei, matig zandig, lichtgrijs, Edelmanboor
4 - O23356123 200
200 5 - O2335599H
250 6 - O23356156 300
300
Veen, donkerbruin, Edelmanboor
7 - O23356189 350 8 - O2335595D 400
400
Leem, sterk zandig, lichtgrijs, Edelmanboor
9 - O23356134 450
450
Boring:
03
Boring:
04
Boormeester Datum:
P.S. Rinsma 1-9-2025
Boormeester Datum:
P.S. Rinsma 1-9-2025
X: Y
187803,20 595483,07
X: Y
187797,49 595468,51
0
0
weiland
50
Klei, matig zandig, zwak humeus, licht grijsbruin, Edelmanboor
1 - O2335575B 50
0
0
weiland
50
Klei, matig zandig, zwak humeus, licht grijsbruin, Edelmanboor
1 - O23355829 50
Schaal boorprofiel:
Getekend volgens NEN 5104
Projectcode:
BO254385-001
Projectnaam:
Blije, Mieddyk 3
1: 40
Pagina:
1/2
Boorprofielen
Boring:
05
Boring:
06
Boormeester Datum:
P.S. Rinsma 1-9-2025
Boormeester Datum:
P.S. Rinsma 1-9-2025
X: Y
187826,44 595467,55
X: Y
187839,71 595472,99
0
0
weiland
50
Klei, matig zandig, zwak humeus, licht grijsbruin, Edelmanboor
1 - O23356235 50
0
50
07
Boring:
08
Boormeester Datum:
P.S. Rinsma 1-9-2025
Boormeester Datum:
P.S. Rinsma 1-9-2025
X: Y
187819,57 595478,46
X: Y
187814,32 595462,47
0
weiland
50
Klei, matig zandig, zwak humeus, licht grijsbruin, Edelmanboor
1 - O23356088 50
weiland
50
Klei, matig zandig, zwak humeus, licht grijsbruin, Edelmanboor
0
weiland
50
Klei, matig zandig, zwak humeus, licht grijsbruin, Edelmanboor
1 - O23356099
Boring:
0
0
0 1 - O23356055 50
Schaal boorprofiel:
Getekend volgens NEN 5104
Projectcode:
BO254385-001
Projectnaam:
Blije, Mieddyk 3
1: 40
Pagina:
2/2
Legenda (conform NEN 5104)
grind
klei Grind, siltig
geur Klei, zwak siltig
geen geur zwakke geur
Grind, zwak zandig
matige geur
Klei, matig siltig
sterke geur Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
uiterste geur
olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
matige olie-water reactie sterke olie-water reactie
Klei, matig zandig
Klei, sterk zandig
zand
uiterste olie-water reactie
p.i.d.-waarde >0
Zand, kleiïg
>1 >10
Zand, zwak siltig
>100
leem
>1000 Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
Zand, uiterst siltig
>10000
monsters
geroerd monster
overige toevoegingen
ongeroerd monster
zwak humeus volumering
veen Veen, mineraalarm
matig humeus
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
overig bijzonder bestanddeel Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand Gemiddeld laagste grondwaterstand slib
water
peilbuis
blinde buis
casing
hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand zand afdichting bentoniet/mikoliet/klei afdichting
grind afdichting filter
Bijlage 3: Analysecertificaten
Verkennend bodemonderzoek, Mieddyk 3 te Blije, BO254385-001/AM
SGS Environmental Analytics Correspondentieadres Steenhouwerstraat 15 · 3194 AG Rotterdam Tel.: +31 (0)10 231 47 00 · Fax: +31 (0)10 416 30 34 www.sgs.com/analytics-nl
Analyserapport
Mateboer Milieutechniek B.V. Branderweg 15A 8042 PD ZWOLLE
Uw projectnaam Uw projectnummer SGS rapportnummer
Blad 1 van 6
: Blije, Mieddyk 3 : BO254385-001 : 14358368, versienummer: 1.
Rotterdam, 07-09-2025
Geachte heer/mevrouw, Hierbij ontvangt u de analyse resultaten van het laboratoriumonderzoek ten behoeve van uw project BO254385-001. Het onderzoek werd uitgevoerd conform uw opdracht. De gerapporteerde resultaten hebben uitsluitend betrekking op de door SGS geteste monsters en zoals door SGS ontvangen zijn. De door u aangegeven omschrijvingen voor de monsters, het project en de monsternamedatum (indien aangeleverd) zijn overgenomen in dit analyserapport. SGS is niet verantwoordelijk voor de gegevens verstrekt door de opdrachtgever. Het onderzoek is uitgevoerd door SGS Environmental Analytics, gevestigd aan de Steenhouwerstraat 15 in Rotterdam (NL). Indien het onderzoek is uitgevoerd door derden is dit in het rapport aangegeven. Dit analyserapport bestaat inclusief bijlagen uit 6 pagina's. In geval van een versienummer van '2' of hoger vervallen de voorgaande versies. Alle bijlagen maken onlosmakelijk onderdeel uit van het rapport. Alleen vermenigvuldiging van het hele rapport is toegestaan. Voor meer informatie, omtrent bijvoorbeeld meetonzekerheid of gebruikte analysemethoden, kunt u contact opnemen met de afdeling Customer Support. Wij vertrouwen er op u met deze informatie van dienst te zijn. Hoogachtend,
Business Unit Manager
SGS Environmental Analytics IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028. SGS Environmental Analytics – Vestiging van SGS Nederland BV, Malledijk 18 - P.O. Box 200, NL-3200 AE Spijkenisse - Nederland. Al onze werkzaamheden worden uitgevoerd onder de algemene voorwaarden gedeponeerd bij de kamer van koophandel te Rotterdam inschrijving handelsregister : 24226722.
Blad 2 van 6
Analyserapport Mateboer Milieutechniek B.V. Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
01-09-2025 Orderdatum 01-09-2025 Startdatum Rapportagedatum 07-09-2025
Blije, Mieddyk 3 BO254385-001 14358368 - 1
Nummer
Monstersoort
Monsterspecificatie
001 002
Grond (AS3000) Grond (AS3000)
MM01 BG 01 (0-50) 02 (0-50) 03 (0-50) 04 (0-50) 05 (0-50) 06 (0-50) 07 (0-50) 08 (0-50) MM02 OG 01 (50-100) 01 (100-150) 01 (150-200) 02 (50-100) 02 (100-150) 02 (150-200)
Analyse
Eenheid
Q
monster voorbehandeling droge stof gewicht artefacten aard van de artefacten
gew.-% g -
S S S S
Ja 87.5 <1 geen
Ja 80.2 <1 geen
organische stof (gloeiverlies)
% vd DS
S
3.5
1.2
KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem) % vd DS
S
18
12
METALEN barium cadmium kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink
S S S S S S S S S
23 <0.2 4.4 13 0.05 18 <1.5 14 44
<20 <0.2 3.2 <5 <0.05 <10 <1.5 9.3 26
mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds
001
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen mg/kgds S <0.01 fenantreen mg/kgds S 0.03 antraceen mg/kgds S 0.01 fluoranteen mg/kgds S 0.12 benzo(a)antraceen mg/kgds S 0.05 chryseen mg/kgds S 0.05 benzo(k)fluoranteen mg/kgds S 0.03 benzo(a)pyreen mg/kgds S 0.06 benzo(ghi)peryleen mg/kgds S 0.04 indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kgds S 0.04 1) pak-totaal (10 van VROM) mg/kgds S 0.437 (0.7 factor) POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) PCB 28 µg/kgds PCB 52 µg/kgds PCB 101 µg/kgds PCB 118 µg/kgds PCB 138 µg/kgds PCB 153 µg/kgds PCB 180 µg/kgds som PCB (7) (0.7 factor) µg/kgds
S S S S S S S S
<1 <1 <1 <1 <1 <1 <1 1) 4.9
002
<0.01 0.01 <0.01 0.04 0.02 0.02 <0.01 0.02 0.01 0.01 1) 0.151
<1 <1 <1 <1 <1 <1 <1 1) 4.9
De met S gemerkte analyses zijn geaccrediteerd en vallen onder de AS3000-erkenning.
Paraaf : SGS Environmental Analytics IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028. SGS Environmental Analytics – Vestiging van SGS Nederland BV, Malledijk 18 - P.O. Box 200, NL-3200 AE Spijkenisse - Nederland. Al onze werkzaamheden worden uitgevoerd onder de algemene voorwaarden gedeponeerd bij de kamer van koophandel te Rotterdam inschrijving handelsregister : 24226722.
Blad 3 van 6
Analyserapport Mateboer Milieutechniek B.V. Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
01-09-2025 Orderdatum 01-09-2025 Startdatum Rapportagedatum 07-09-2025
Blije, Mieddyk 3 BO254385-001 14358368 - 1
Nummer
Monstersoort
Monsterspecificatie
001 002
Grond (AS3000) Grond (AS3000)
MM01 BG 01 (0-50) 02 (0-50) 03 (0-50) 04 (0-50) 05 (0-50) 06 (0-50) 07 (0-50) 08 (0-50) MM02 OG 01 (50-100) 01 (100-150) 01 (150-200) 02 (50-100) 02 (100-150) 02 (150-200)
Analyse
Eenheid
MINERALE OLIE fractie C10-C12 fractie C12-C22 fractie C22-C30 fractie C30-C40 totaal olie C10 - C40
mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds
Q
S
001
<5 <5 <5 <5 <20
002
<5 <5 <5 <5 <20
De met S gemerkte analyses zijn geaccrediteerd en vallen onder de AS3000-erkenning.
Paraaf : SGS Environmental Analytics IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028. SGS Environmental Analytics – Vestiging van SGS Nederland BV, Malledijk 18 - P.O. Box 200, NL-3200 AE Spijkenisse - Nederland. Al onze werkzaamheden worden uitgevoerd onder de algemene voorwaarden gedeponeerd bij de kamer van koophandel te Rotterdam inschrijving handelsregister : 24226722.
Blad 4 van 6
Analyserapport Mateboer Milieutechniek B.V. Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
Blije, Mieddyk 3 BO254385-001 14358368 - 1
01-09-2025 Orderdatum 01-09-2025 Startdatum Rapportagedatum 07-09-2025
Monster beschrijvingen
001
*
De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.
002
*
De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk.
Voetnoten 1
De sommatie na verrekening van de 0.7 factor voor <-waarden volgens BoToVa.
Paraaf : SGS Environmental Analytics IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028. SGS Environmental Analytics – Vestiging van SGS Nederland BV, Malledijk 18 - P.O. Box 200, NL-3200 AE Spijkenisse - Nederland. Al onze werkzaamheden worden uitgevoerd onder de algemene voorwaarden gedeponeerd bij de kamer van koophandel te Rotterdam inschrijving handelsregister : 24226722.
Blad 5 van 6
Analyserapport Mateboer Milieutechniek B.V. Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
01-09-2025 Orderdatum 01-09-2025 Startdatum Rapportagedatum 07-09-2025
Blije, Mieddyk 3 BO254385-001 14358368 - 1
Analyse
Monstersoort
Relatie tot norm
monster voorbehandeling
Grond (AS3000)
droge stof
Grond (AS3000)
gewicht artefacten
Grond (AS3000)
aard van de artefacten
Grond (AS3000)
organische stof (gloeiverlies)
Grond (AS3000)
lutum (bodem)
Grond (AS3000)
barium
Grond (AS3000)
cadmium
Grond (AS3000)
kobalt
Grond (AS3000)
koper
Grond (AS3000)
kwik
Grond (AS3000)
lood
Grond (AS3000)
molybdeen
Grond (AS3000)
nikkel
Grond (AS3000)
zink
Grond (AS3000)
naftaleen
Grond (AS3000)
fenantreen
Grond (AS3000)
antraceen
Grond (AS3000)
fluoranteen
Grond (AS3000)
benzo(a)antraceen
Grond (AS3000)
chryseen
Grond (AS3000)
benzo(k)fluoranteen
Grond (AS3000)
benzo(a)pyreen
Grond (AS3000)
benzo(ghi)peryleen
Grond (AS3000)
indeno(1,2,3-cd)pyreen
Grond (AS3000)
pak-totaal (10 van VROM) (0.7 factor) PCB 28
Grond (AS3000)
Grond: NEN-EN 16179. Grond (AS3000): AS3000 en NEN-EN 16179 Grond: NEN-EN 15934. Grond (AS3000): AS3010-2 en NEN-EN 15934 AS3000 Idem AS3010-3 en NEN 5754. Grond: eigen methode. Grond (AS3000): AS3010-4 AS3010-5 en NEN-EN-ISO 17294-2 (ontsluiting NEN 6961 en NENEN-ISO 54321) Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem AS3010-6 Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem
PCB 52
Grond (AS3000)
PCB 101
Grond (AS3000)
PCB 118
Grond (AS3000)
PCB 138
Grond (AS3000)
PCB 153
Grond (AS3000)
PCB 180
Grond (AS3000)
som PCB (7) (0.7 factor)
Grond (AS3000)
totaal olie C10 - C40
Grond (AS3000)
Grond (AS3000)
AS3010-8 Idem Idem Idem Idem Idem Idem Idem AS3010-7 en NEN-EN-ISO 16703
Monster
Barcode
Aanlevering
Monstername
Verpakking
001 001 001 001 001 001
O2335575 O2335605 O2335617 O2335623 O2335609 O2335626
01-09-2025 01-09-2025 01-09-2025 01-09-2025 01-09-2025 01-09-2025
01-09-2025 01-09-2025 01-09-2025 01-09-2025 01-09-2025 01-09-2025
SGS201 SGS201 SGS201 SGS201 SGS201 SGS201
Paraaf : SGS Environmental Analytics IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028. SGS Environmental Analytics – Vestiging van SGS Nederland BV, Malledijk 18 - P.O. Box 200, NL-3200 AE Spijkenisse - Nederland. Al onze werkzaamheden worden uitgevoerd onder de algemene voorwaarden gedeponeerd bij de kamer van koophandel te Rotterdam inschrijving handelsregister : 24226722.
Blad 6 van 6
Analyserapport Mateboer Milieutechniek B.V. Projectnaam Projectnummer Rapportnummer
01-09-2025 Orderdatum 01-09-2025 Startdatum Rapportagedatum 07-09-2025
Blije, Mieddyk 3 BO254385-001 14358368 - 1
Monster
Barcode
Aanlevering
Monstername
Verpakking
001 001 002 002 002 002 002 002
O2335582 O2335608 O2335561 O2335580 O2335607 O2335602 O2335577 O2335612
01-09-2025 01-09-2025 01-09-2025 01-09-2025 01-09-2025 01-09-2025 01-09-2025 01-09-2025
01-09-2025 01-09-2025 01-09-2025 01-09-2025 01-09-2025 01-09-2025 01-09-2025 01-09-2025
SGS201 SGS201 SGS201 SGS201 SGS201 SGS201 SGS201 SGS201
Paraaf : SGS Environmental Analytics IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028. SGS Environmental Analytics – Vestiging van SGS Nederland BV, Malledijk 18 - P.O. Box 200, NL-3200 AE Spijkenisse - Nederland. Al onze werkzaamheden worden uitgevoerd onder de algemene voorwaarden gedeponeerd bij de kamer van koophandel te Rotterdam inschrijving handelsregister : 24226722.
SGS Environmental Analytics Correspondentieadres Steenhouwerstraat 15 · 3194 AG Rotterdam Tel.: +31 (0)10 231 47 00 · Fax: +31 (0)10 416 30 34 www.sgs.com/analytics-nl