CConstaterende datNoardeast-Fryslân
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - reactienota zienswijzen avg

It Beslút 13 januari 2022, gemeente Noardeast-FryslânBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Zwagerbosch (oostelijk van) Boskwei 133.975 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Signed By: Dijkstra, Sytze <s.dijkstra@noardeast-fryslan.nl> 14/01/2022 10:18:42 CET ID: 900efa0c-5d51-4dcb-a9a5-e010f1db6458 Auth: Scribble

REACTIENOTA ZIENSWIJZEN ONTWERP-BESTEMMINGSPLAN ZWAGERBOSCH oostelijk van BOSKWEI 13

1

Inleiding Van 2 april 2020 tot en met 13 mei 2020 heeft ter inzage gelegen het ontwerpbestemmingsplan ‘Zwagerbosch oostelijk van Boskwei 13’ (NL.IMRO.1970.BpZbBoskwei13-ON01). Gedurende deze termijn is een ieder de gelegenheid gegeven zijn of haar zienswijze kenbaar te maken. Van deze gelegenheid is gebruik gemaakt door: 1. De bewoners van Heidewei

Zwagerbosch; ingekomen op 29 april 2020

2. De bewoners van Heidewei

Zwagerbosch; ingekomen op 29 april 2020.

3. Prorail, Postbus 2038 Utrecht; ingekomen op 6 mei 2020.

De zienswijzen konden worden ingediend tot en met 13 mei 2020. Alle zienswijzen zijn daarmee tijdig ingediend en ontvankelijk. In het navolgende verslag zijn de zienswijzen per onderdeel uitgesplitst weergegeven en van een reactie voorzien. Daar waar nodig zal het ontwerp-bestemmingsplan worden aangepast.

2

Zienswijze 1 Heidewei

Zwagerbosch

De zienswijze heeft betrekking op : a. b. c. d. e.

de wijze van publiceren de planologische historie van de locatie benadeling van de naastgelegen woonlocatie niet in overeenstemming met het gemeentelijk beleid rechtszekerheid

a. Wijze van publiceren Allereerst hebben wij ons geërgerd aan de wijze van publicatie, de Boskwei 13 is het adres van de aanvrager maar heeft niets te maken met de feitelijk inhoud van het ontwerp op het stukje grond grenzend aan de Spoarbuorren Sud en de Heidewei, maar deze situering blijft heimelijk achterwege in de kennisgeving. Toen de gemeente Kollumerland het perceel destijds nog in eigendom had en op 30 november 2011 middels een publieke verkoping aanbood stond de kennisgeving nog wel correct in de Kollumer Courant. Ongeacht of deze onjuiste of gebrekkige kennisgeving ligt in de aanvraag of opvolging, het laat onverlet dat u als bestuursorgaan aan de kennisgeving een minimale waarborg moet bieden opdat een ieder zijn zienswijze kan indienen. Het is aannemelijk dat burgers op het verkeerde been zijn gezet of het niet is opgevallen door deze mate van kennisgeving in de Kollumer Courant van 1 april 2020 en wellicht geen zienswijze indienen. Weet u namelijk hoever u moet kijken (oostelijk van) Boskwei 13? Gelet op de juridische eisen aan kennisgeving en terinzagelegging zou een herstelpublicatie hier niet misstaan. Reactie: Aangezien het perceel niet is voorzien van een adres, moet voor een precieze locatie-aanduiding een alternatief worden gebruikt. De kadastrale aanduiding van het perceel ligt dan voor de hand. Deze aanduiding is echter weinig publieksvriendelijk.

Daarom is voor de publicatie gekozen voor het dichtstbijzijnde adres, Boskwei 13. De geïnteresseerde lezer, gericht op ontwikkelingen rond dit adres, ziet bij het openen van de bij het ontwerp-bestemmingsplan behorende stukken dan direct welke exacte locatie het betreft. De gekozen aanduiding in de krant is daarmee qua exactheid vergelijkbaar met de perceelsomschrijving “het stukje grond grenzend aan de Spoarbuorren Sud en de Heidewei” Onderdeel a. van de zienswijze leidt niet tot wijziging van de inhoud van het ontwerpbestemmingsplan b. Geen bouwlocatie gezien de planologische historie van de locatie Voorts is het ontwerpplan om op het onderhavige perceel naderhand een woning te bouwen strijdig met het thans vigerende bestemmingsplan wat redelijk recent is herzien en vastgesteld op 17 maart 2016, gebaseerd op het oude conserverende bestemmingsplan uit 2004. Aansluitend ontgaat ons de intentie het enkele particuliere belang boven het meerdere belang van omwonenden en direct betrokkenen te stellen. Nut en noodzaak mag het bestuursorgaan aan ons komen uitleggen, om louter te beroepen op de wijzigingsbevoegdheid vervat in het vigerende bestemmingsplan wil namelijk nog niet zeggen of het ook valt te rechtvaardigen. Immers kent dit perceel al decennialang agrarische kadastrale kenmerken, en werd dit ook fysiek bewerkstelligd door aanwezigheid van koeien, schapen, pony's en paarden.

Bovendien is het nimmer iemand gelukt ondanks diverse aanvragen om op dit perceel iets te vestigen anders dan bovenvermeld ten tijde het nog gemeentelijk grondbezit betrof, zich beroepende op het oude bestemmingplan en uit hoofde van werd geweigerd. Als zodanig is het perceel destijds door de gemeente publiekelijk aangeboden voor verkoop op 30 november 2011, kadastraal bekend gemeente Westergeest, sectie E, nr. 3970 dis, en werd er naar evenredigheid op geboden.

3

Reactie: De planlocatie bevindt zich aan de rand van een uitbreidingsgebied in Zwagerbosch dat planmatig is uitgerold over het verspreide bebouwingspatroon van het oorspronkelijke landschap van de nog relatief jonge heide-ontginning. Het gebied is inmiddels met nieuwe woningen “volgelopen”. In het uitbreidingsgebied zijn binnen de nieuwe woonwijk enkele open gebieden opgenomen. Deze hebben in het bestemmingsplan de bestemming “Groen” gekregen en behoren tot de openbare ruimte van de wijk. De planlocatie kent deze bestemming “Groen” niet, is particulier eigendom en maakt dan ook geen deel uit van de structuur van openbare ruimten. Afgezet tegen de stedebouwkundige structuur van dit deel van Zwagerbosch achten wij dan ook het planperceel een geschikte inbreidingslocatie. In het vigerende bestemmingsplan is het gebruik van de planlocatie niet gericht op agrarische functies. Het openbaar belang is gering gezien de huidige tuinbestemming. Ook vormt het perceel in ruimtelijkstructurele zin een kavel die makkelijk kan worden ingepast in de bebouwingsstructuur van dit deel van Zwagerbosch. Bovendien is al 2011 op basis van het gemeentelijke toenmalige beleid en de toenmalige regelgeving de planlocatie beoordeeld als van zodanig gering openbaar belang, dat door ons overgegaan is tot verkoop van het perceel aan particulieren.

De particuliere eigenaar heeft vervolgens nu in 2020 voor het perceel aan de gemeente een plan kenbaar gemaakt dat geleid heeft tot een afweging zoals die vermeld is in de Toelichting van het ontwerp-bestemmingsplan. Deze afweging is gebaseerd op het nu geldende beleid en de nu geldende regelgeving. Onderdeel b. van de zienswijze leidt niet tot wijziging van de inhoud van het ontwerpbestemmingsplan c.

Benadeling van de naastgelegen woonlocatie

Gelet op de voornemens wordt het een uiterst lucratieve deal voor de aanvrager door toedoen van het bestuursorgaan als bereidwillige medewerker en tegelijkertijd debet aan het schaden van onze belangen welke hieronder uiteengezet: - een aanzienlijke belemmering van ons uitzicht wanneer er woning komt pal tegenover ons perceel aan voorgevelzijde waar onze woonkamer is gesitueerd. - een permanente aantasting van onze privacy in vergelijking met het oude planregime wanneer er door de wijziging van een woonfunctie meer activiteit valt te verwachten. - een behoorlijke aanwas van hinder en overlast gelet op de situering van ons perceel grenzend aan de Heidewei, immers bevindt zich deze aan het eind van een doodlopende weg, en daardoor intensievere verkeersbewegingen valt te verwachten. - een teloorgang van ecologische waarden en biodiversiteit nu het perceel al meerdere Jaren braak ligt maken vogels er lonend gebruik van als foerageergebied; te weten de kerkuilen die nestelen op de boerderij bij de aan de Boskwei Noard in Zwagerbosch die bij het invallen van de nacht dit perceel aangaan en zich tegoed doen aan de aanwezige woel- of spitsmuizen. De spreeuwen die in het broedseizoen bij ons onder de nokpannen van de garage nestelen, doen dit perceel aan voor het zoeken naar wormen.

En als laatste de jaarlijks terugkerende parende eenden die dit perceel niet alleen gebruiken om te broeden, maar tevens benutten gedurende het seizoen voor de nazorg van hun kuikens. Gelet op het onderhavige ontwerp wordt hier geen enkele rekening mee gehouden en zult u als bestuursorgaan ook nimmer achter komen wanneer u zich slechts laat baseren op een futiel deskresearch. Voor u wellicht een onbeduidendheid, maar voor ons een aanmerkelijk teloorgang van het plezier aan onze landelijke omgeving, immers door uw toedoen zal het bovengenoemde in zijn geheel verdwijnen. - een substantiële waardevermindering van ons onroerend goed door het wijzigen van het planregime op het onderhavige perceel, gelet op de gedragingen van de gemeente uit het verleden conform de historische bestemmingsplannen, lag het voor ons ook niet in de lijn der verwachting dat er woningbouw mogelijk werd geacht regelrecht tegenover ons perceel. Reactie -

Uitzicht

4

Ten gevolge van beleidswijzigingen en de ten gevolge daarvan elkaar opvolgende ruimtelijke ontwikkelingen, heeft het gebied waarin de planlocatie zich bevindt, een gedaanteverwisseling ondergaan. Het uitbreidingsgebied in Zwagerbosch is planmatig uitgerold over het oude agrarische landschap dat gekenmerkt werd door verspreide kleinschalige bebouwing temidden van een nog relatief jonge heide-ontginning. De ruimte tussen de bestaande bebouwing werd door de dorpsuitbreidingen hier grotendeels opgevuld met nieuwe woningen en de bestaande (kleine ) woningen zijn in de regel vervangen door grotere. De woning Heidewei heeft deze ontwikkeling ook doorgemaakt en maakt zo ook onderdeel uit van de nieuwe woonwijk. De verandering van uitzicht door inbreiding is daarmee een gevolg van logische bebouwingsontwikkelingen. Ons inziens kan hier niet gesproken worden van een aanzienlijke belemmering van uitzicht, dit mede gezien de terugliggende situering van Heidewei en dat alleen het uitzicht vanuit de voorzijde van de woning door het toevoegen van de woning in enige mate wordt beïnvloed. - Aantasting privacy door toename van activiteit op het perceel In de vigerende tuinbestemming van het perceel zijn velerlei activiteiten mogelijk. De huidige eigenaar heeft daar de mogelijkheid toe. In de nieuwe bestemming zal de voorzijde van de nieuwe woning een afschermende werking hebben m.b.t.

de activiteiten op de rest van het perceel. Op grond van de nieuwe bestemming ontstaan er per definitie dus niet meer activiteiten waar zicht op is. Op grond van de mogelijkheden die zowel de vigerende als de nieuwe bestemming bieden, zal de nieuwe woonbestemming van het perceel daarom de privacy op het perceel Heidewei , niet nadelig beïnvloeden. - Geluidshinder door verkeersbewegingen De woning Heidewei heeft een ontwikkeling doorgemaakt van vrije ligging als kleine woning naar een woonsituatie als onderdeel van een woonwijkje in de vorm van een bij het wijkbeeld passende grotere woning. Op zich levert de ligging aan het eind van de straat weinig verkeersbewegingen van anderen op in de straat en daarmee ook geen geluidshinder door verkeersbewegingen. Echter, door de ligging van de woning Heidewei direct ten zuiden van de Spoarbuorren-súd zal het verkeer op die weg zoveel geluidshinder veroorzaken, dat door de verkeersbewegingen van en naar de nieuwe woning en de geluidsproductie hiervan, geen substantiële toename zal ontstaan. - Ecologie In de huidige bestemming Tuin kan de particuliere eigenaar allerlei activiteiten ontplooien die gevolgen kunnen hebben voor de door de indiener van de zienswijze aangegeven ecologische waarden.

Binnen de huidige bestemming Tuin zijn er immers dermate intensieve vormen van onderhoud mogelijk dat bestemmingsplanmatig hier geen sprake kan zijn van belangrijke ecologische waarden. Het huidige relatief intensieve beheer (maaien/begrazen) van de planlocatie is hier een voorbeeld van. De nieuwe bestemming brengt hier geen verandering in. Evenals het woonperceel van de indiener van de zienswijze staat ook de planlocatie in ecologisch opzicht in contact met de spoorzône. Deze zône bepaalt in belangrijke mate de biodiversiteit in de naastliggende woonwijk. De door de indiener van de zienswijze aangegeven aspecten van natuurbeleving vinden daar ook hun basis en die zal niet verdwijnen door een nieuwe invulling van de planlocatie. In de conclusies in de ecologische paragraaf van het ontwerp-bestemmingsplan wordt dan ook terecht geconstateerd dat de planlocatie zelf geen belangrijke natuurwaarden herbergt. - Waardevermindering onroerend goed Een bestemmingsplanherziening, zoals hier, is een oorzaak op grond waarvan een tegemoetkoming in de schade kan worden toegekend. Daarvoor kan nadat dit bestemmingsplan onherroepelijk in werking is getreden een verzoek worden ingediend, dat echter los staat van de onderhavige procedure. Onderdeel c. van de zienswijze leidt niet tot wijziging van de inhoud van het ontwerpbestemmingsplan. d.

Niet in overeenstemming met gemeentelijk beleid Notitie invullocaties Nota bene uit uw eigen beleidsdocumenten valt dit op te maken; in 2002 is de "notitie invullocaties" opgesteld, waarbij voor de gehele gemeente (toen Kollumerland) aangegeven is waar het stedenbouwkundig verantwoord is een woning toe te voegen op een vrij perceel, het onderhavige perceel is daarin niet opgenomen. Bovendien kenmerkt het dorp zich door verschillende open plekken

5

tussen de normale woonbebouwing, deze ruimtelijke kwaliteit moet worden behouden, en niet teniet worden gedaan door het invullen van al deze open locaties. Het bovenvermelde "onderstreept" is een reactie van uw bestuursorgaan op een zienswijze in het vigerende bestemmingsplan, het geef t illustrerend de controverse weer dat het college kennelijk niet op de hoogte is met eigen kadernota's en visiedocumenten, wat een cruciale taak behoort te zijn als kaderstellende en controlerende rol van de gemeenteraad. Immers had het college de aanvraag ook naar zich neer kunnen leggen door het onontvankelijk te verklaren gelet op de reactie op de zienswijze in het voorbereidingsbesluit van het bestemmingsplan van Zwagerbosch in 2015, toen koos men namelijk wel omdat besluit te nemen. Reactie In de inleiding van de “Notitie invullocaties” wordt op blz 4 vermeld: “Vooruitlopend op de herziening van bestemmingsplannen voor een groot aantal dorpen in de gemeente vormt de voorliggende beleidsnota een toetsingskader”. Dit beleid is vervolgens verwerkt in en opgevolgd door achtereenvolgens bestemmingsplanherzieningen in 2004 en 2016. Het nu voorliggende ontwerpbestemmingsplan is opgesteld omdat de bouw van de woning afwijkt af van het laatstgenoemde bestemmingsplan uit 2016.

In het ontwerp-bestemmingsplan wordt onderbouwd waarom het stedebouwkundig verantwoord is op de planlocatie een woning toe te voegen. Dit wordt ondersteund met de in 2016 door de gemeenteraad vastgestelde Beleidsvisie Wonen waarin ruimte is gegeven voor inbreidingsprojecten zoals het onderhavige initiatief. De planlocatie bevindt zich aan de rand van een uitbreidingsgebied in Zwagerbosch dat planmatig is uitgerold over het verspreide bebouwingspatroon van het oorspronkelijke landschap van de nog relatief jonge heide-ontginning. Het gebied is inmiddels met nieuwe woningen “volgelopen”. In het uitbreidingsgebied zijn binnen de nieuwe woonwijk enkele open gebieden opgenomen. Deze hebben in het bestemmingsplan de bestemming “Groen” gekregen en behoren tot de openbare ruimte van de wijk. De planlocatie kent deze bestemming “Groen” niet, is particulier eigendom en maakt dan ook geen deel uit van de structuur van openbare ruimten. Afgezet tegen de stedebouwkundige structuur van dit deel van Zwagerbosch achten wij dan ook het planperceel een geschikte inbreidingslocatie. Onderdeel d. van de zienswijze leidt niet tot wijziging van de inhoud van het ontwerpbestemmingsplan e.

Rechtszekerheid Echter blijkens het voornemens kiest het college nu voor een andere route namelijk die van onrechtmatig handelen, in het bestemmingsplan hebben de regels en de verbeelding voor een ieder een dwingend karakter en strekken ertoe rechtszekerheid te verschaffen. Nu door toedoen van het college hier een onrechtmatige inbreuk op maakt met de gevolgtrekking dat dermate onze belangen worden geschaad, zij er terdege van bewust moet zijn vatbaar is voor een tegemoetkoming in planschade, en het verhalen van eventueel gemaakte juridische onkosten niet ongemoeid zullen laten. Reactie Aan een bestemmingsplan wordt rechtszekerheid ontleend. Het bestemmingsplan geeft daarbij met de inhoud van de Regels aan hoever deze rechtszekerheid gaat. Zo zijn in het bestemmingsplan de afwijkingsmogelijkheden aangegeven en heeft het bestemmingsplan ook geen oneindige houdbaarheid. Bovendien kan door nieuw vastgesteld beleid, het beleid in het bestemmingsplan worden “ingehaald”. Dit vormt nu de basis voor besluiten van B en W om mee te willen werken aan initiatieven die afwijken van het vigerende bestemmingsplan. Een bestemmingsplanherziening, zoals hier, is een oorzaak op grond waarvan een tegemoetkoming in de schade kan worden toegekend.

Daarvoor kan nadat dit bestemmingsplan onherroepelijk in werking is getreden een verzoek worden ingediend, dat echter los staat van de onderhavige procedure. Onderdeel d. van de zienswijze leidt niet tot wijziging van de inhoud van het ontwerpbestemmingsplan

6

7

Zienswijze 2 Heidewei 69 Zwagerbosch De zienswijze heeft betrekking op : a. b. c. d.

de wijze van publiceren bouwterrein dicht op het spoor planschade verkoopprocedure 2011

a. De wijze van publiceren Mijns inziens is dit bestemmingsplan Spoarbuorren Sud / Heidewei en heeft dit niets te maken met de Boskwei, zie bijlage. Wij wonen namelijk op Heidewei Reactie Aangezien het perceel niet is voorzien van een adres, moet voor een precieze locatie-aanduiding een alternatief worden gebruikt. De kadastrale aanduiding van het perceel ligt dan voor de hand. Deze aanduiding is echter weinig publieksvriendelijk. Daarom is voor de publicatie gekozen voor het dichtstbijzijnde adres, Boskwei 13. De geïnteresseerde lezer, gericht op ontwikkelingen rond dit adres, ziet bij het openen van de bij het ontwerp-bestemmingsplan behorende stukken dan direct welke exacte locatie het betreft. Onderdeel a. van de zienswijze leidt niet tot wijziging van de inhoud van het ontwerpbestemmingsplan. b. bouwterrein dicht op het spoor Toen wij dit huis kochten in 1994 was onze vraag aan de gemeente of er ook een mogelijkheid was om een tweede bouwterrein uit ons perceel te realiseren. Het antwoord van de gemeente was dat hier geen sprake van kon zijn aangezien een tweede bouwterrein dan te dicht op de spoorlijn zou komen. Toen dat helder en duidelijk was hebben wij ons huis zo verbouwd en ons perceel zo ingericht zodat wij mooi vrij wonen.

Reactie In 1994 is op grond van de toenmalige regelgeving en het toenmalige beleid de gemeente niet bereid geweest de grond als toekomstig bouwterrein te verkopen aan particulieren. In 2011 is op basis van het gemeentelijke toenmalige beleid en de toenmalige regelgeving de planlocatie zodanig beoordeeld dat door ons wel kon worden overgegaan tot verkoop van het perceel aan particulieren, echter zonder het zicht op realisatie van een bouwkavel. De particuliere eigenaar heeft vervolgens nu in 2020 aan de gemeente voor het perceel een plan kenbaar gemaakt dat geleid heeft tot een afweging zoals die vermeld is in de Toelichting van het ontwerp-bestemmingsplan. Deze afweging is gebaseerd op het nu geldende beleid en de nu geldende regelgeving. Voor het spoorweglawaai is de regelgeving zodanig dat verantwoord kan worden dat het woningbouw op het terrein niet gehinderd behoeft te worden door regelgeving m.b.t. spoorweglawaai (zie de Toelichting op het ontwerp-bestemmingsplan). Onderdeel b. van de zienswijze leidt niet tot wijziging van de inhoud van het ontwerpbestemmingsplan. c.

planschade

Zou het nu toch zo zijn dat er een bouwterrein naast ons gerealiseerd wordt, wat wij trouwens niet zouden begrijpen aangezien deze dan nog dichterbij de spoorlijn komt, is dat een grote belemmering van ons vrij wonen, zo hebben wij ons huis niet gekocht in 1994. Zou het ontwerp bestemmingsplan

8

toch doorgaan, waar wij niet op zitten te wachten, zijn wij genoodzaakt om een beroep te doen op planschade. Reactie Een bestemmingsplanherziening, zoals hier, is een oorzaak op grond waarvan een tegemoetkoming in de schade kan worden toegekend. Daarvoor kan nadat dit bestemmingsplan onherroepelijk in werking is getreden een verzoek worden ingediend, dat echter los staat van de onderhavige procedure. Onderdeel c. van de zienswijze leidt niet tot wijziging van de inhoud van het ontwerpbestemmingsplan

d. verkoopprocedure Verder willen wij nog extra opmerken dat toen het perceel grond, gelegen aan de Spoarbuorren Sud te Zwagerbosch, kadastraal bekend gemeente sectie E, nummer 3970, te koop werd aangeboden, wij hier ook een bod op hebben gedaan. Wij vonden het echter een vreemde gang van zaken dat de belanghebbenden bij het openen van de enveloppen niet aanwezig mochten zijn. Reactie Ten tijde van de verkoop van de planlocatie was het in de gemeente Kollumerland c.a. gebruikelijk dat bij gemeentelijke grondverkoop de bieders niet werden uitgenodigd bij het openen van de enveloppen. De kavel werd gegund aan de hoogste bieder en alle bieders kregen na afloop schriftelijk bericht. Onderdeel d. van de zienswijze leidt niet tot wijziging van de inhoud van het ontwerpbestemmingsplan

9

Zienswijze 3

Prorail

Omdat de in het ontwerp-bestemmingsplan “Zwagerbosch (oostelijk van) Boskwei” beoogde nieuwe woning dicht bij het spoor is gepland kan trillingshinder voor de toekomstige bewoners ontstaan als gevolg van treinverkeer. Hoewel er geen wettelijke normen bestaan voor trillingshinder dient het aspect trillingen in het kader van de goede ruimtelijke ordening en de zorgvuldige voorbereiding van besluiten wel te worden afgewogen indien een trillingsbron aanwezig is. Prorail verzoekt u om het aspect trillingshinder te onderzoeken en af te wegen en verwijst in dit verband naar de Handreiking Nieuwbouw en Spoortrillingen ProRail adviseert om de conclusies uit het trillingsonderzoek uitgebreid op te nemen in de conclusie van een separate paragraaf Trillingen in de toelichting van het ontwerp-bestemmingsplan en (indien nodig) door te laten werken in de planregels. Reactie De nieuw te realiseren woning aan de Boskwei 13 ligt op ca. 25 m afstand van de spoorlijn LeeuwardenGroningen. Door het rijden van treinen over de spoorlijn worden trillingen opgewekt, welke zich voortplanten door de bodem en vervolgens gebouwfunderingen kunnen aanstoten en in trilling kunnen brengen. Deze trillingen planten zich voort in de gebouwconstructie. Eventuele (objectiveerbare) trillinghinder is afhankelijk van de optredende trillingssterkten en de mate van voorkomen (hoe vaak is een trilling voelbaar).

In Nederland bestaan op dit moment geen wettelijke regelingen en normen, die duidelijke grenswaarden met een beoordelingssysteem voor trillingen geven. Sinds 1993 is er wel de meet- en beoordelingsrichtlijn van de SBR “Trillingen deel B – Hinder voor personen in gebouwen”, waarin streefwaarden worden gegeven, waarbij redelijkerwijs mag worden aangenomen dat er geen hinder optreedt. De SBR-publicatie is in 2002 geactualiseerd. Vanwege de toenemende aandacht voor trillingen en trillinghinder langs spoorlijnen (met name waar veelvuldig goederentreinen rijden) is er sinds mei 2019 de “Handreiking Nieuwbouw en Spoortrillingen” (Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat). Op basis van hoofdstuk 6 van bovengenoemde Handreiking is de situatie t.a.v. spoortrillingen beoordeeld op basis van een quickscan zoals beschreven in paragraaf 10.1 van de Handreiking, waarin tevens is aangegeven dat bij voorkeur ook aandacht wordt besteed aan eventuele ontwikkelingen aan de bron (wijzigingen aan het spoor, wijzigingen in treintypen, etc.). In de Handreiking staan de volgende informatiebronnen genoemd die gebruikt kunnen worden voor een quickscan.

Verder wordt gesteld dat wanneer reeds resultaten van een of meerdere trillingsonderzoeken voor projectlocaties nabij de te onderzoeken locatie beschikbaar zijn, dan kunnen deze gegevens meegenomen worden in de bepaling of vervolgonderzoek nodig is of niet.

10

Voor het onderhavig project is met name het laatste onderdeel van belang: de toekomstige wijzigingen aan het spoor. In dit geval geldt dat in het kader van het project ESGl het aspect trillingen langs de spoorlijn Leeuwarden-Groningen uitgebreid is onderzocht en vastgelegd in rapport “RAPPORT Extra Sneltrein Groningen Leeuwarden ESGL Trillingsonderzoek”, d.d. 14 september 2016. Voor de beoordeling van de situatie in het cluster Veenwouden zijn metingen uitgevoerd binnen een bestaande (oudere) woning aan de Prysterikker 4 te Veenwouden. Op basis van het ESGL onderzoek kan worden gesteld dat binnen het cluster Veenwouden voor de plansituatie inclusief goederentreinen de maximale trillingssterkte Vmax = 0,37 bedraagt op 21 m van het spoor. De metingen/beoordeling o.b.v. de Prysterikker 4 is niet representatief voor de nieuw te realiseren woning aan de Boskwei 13 omdat het een nieuwe, goed gefundeerde woning betreft met betonnen vloeren. Verder ligt vlak naast het perceel een nieuwe woning. Klachten/hinder vanwege trillingen zijn niet bekend. Ook is vanuit het ESGL-project het niet nodig geacht om deze woning/locatie te onderzoeken (er heeft een Bts-toets plaatsgevonden voor een meer trilling-gevoelige locatie) .

Om deze reden mag worden verwacht dat de maximale trillingssterkte Vmax bij de Boskwei 13 zal voldoen aan de grenswaarde van A1 = 0,1 voor nieuwe situaties Terzorgvuldigheid is voor de ontwikkeling een specifiek trillingshinderonderzoek uitgevoerd. Zie hiervoor bijlage 3 van het bestemmingsplan. De middels trillingsmetingen vastgestelde Vmax, voor de bodem voldoet aan de onderste streefwaarde A1 = 0,1 (afgerond op 1 decimaal). De vastgestelde trillingssterkte over de beoordelingsperiode Vper voldoet (ruimschoots) aan de geldende streefwaarde A3 = 0,05. Bij de overdracht van trillingen van de bodem naar de fundering van een woning treedt in het algemeen een verdere verzwakking op. Op grond van de meetresultaten is trillingshinder niet te verwachten. Dit onderdeel van de zienswijze leidt tot aanvulling van de inhoud van het ontwerp-bestemmingsplan door het opnemen van bovenstaande reactie en conclusies in paragraaf 4.10 “Trilling” van de Toelichting.

11

Eindconclusie Zienswijzen De zienswijze van Prorail leidt tot aanvulling van de inhoud van het ontwerp-bestemmingsplan door het opnemen van een paragraaf 4.10 “Trilling” bovenstaande reactie en conclusies in paragraaf 4.9 van de Toelichting in aansluiting op de tekst met betrekking tot het onderzoek naar spoorweglawaai. De zienswijzen Heidewei Zwagerbosch en Heidewei Zwagerbosch leiden niet tot wijziging van de inhoud van het ontwerp-bestemmingsplan.

12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=noardeastfryslan&id=1d7465f2-8cab-4330-a904-f77bb0d1f9de