Bijlage 1 - Raadsbesluit Verordening Jeugdhulp Noardeast-Fryslân 2026
Tekst van het document
4.
Binnentreden van de woning geschiedt in samenspraak met de jeugdige en/of ouder(s), tenzij in het kader van jeugdhulp binnentreden zonder instemming noodzakelijk is omdat er acuut levensgevaar dreigt voor betrokkene en/of een ander dan wel een aanzienlijk risico op ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische, materiële, immateriële of financiële schade, ernstige verwaarlozing of maatschappelijke teloorgang, of om ernstig in zijn ontwikkeling te worden geschaad, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
Artikel 28. Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de aanvrager afwijken van de bepalingen van deze verordening, indien toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.
Artikel 29. Overige aanvullende bepalingen 1.
In gevallen, de uitvoering van deze verordening betreffende, waarin deze verordening en de hierop gebaseerde regelgeving niet voorziet, beslist het college.
2.
Het college is bevoegd een (her)onderzoek te doen naar het voortbestaan van de aanspraak op een voorziening en eventueel de aanspraak te herzien, bijvoorbeeld indien er sprake is van een wijziging in de situatie van de jeugdige en/of ouder(s), de vorm van de voorziening, de afwegings- en toetsingscriteria voor de toekenning van een voorziening of het tarief. Indien de herbeoordeling leidt tot een wijziging ten nadele van de jeugdige en/of ouder(s) wordt een gewenningstermijn
gehanteerd van minimaal 3 maanden en maximaal 6 maanden, ingaande vanaf de datum van het nieuwe besluit. 3.
Het college is bevoegd ter zake van de uitvoering van deze verordening en de daarop berustende besluiten nadere regels te sluiten en algemene voorwaarden te stellen.
Artikel 30. Inwerkingtreding en citeertitel 1.
Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2026, onder gelijktijdige intrekking van de Verordening jeugdhulp gemeente Noardeast-Fryslân 2020. De rechten en verplichtingen die op het tijdstip van de inwerkingtreding van deze verordening gelden, met betrekking tot een individuele voorziening waarvoor op grond van de Verordening Jeugdhulp Noardeast-Fryslân 2020 en zijn voorgangers een besluit is afgegeven, blijven gelden gedurende de looptijd van het besluit, of tot het moment dat er een nieuw besluit wordt genomen op grond van deze verordening.
2.
Een besluit op een aanvraag wordt genomen op basis van de op de datum van het besluit geldende verordening.
3.
Bij bezwaarschriften wordt beslist met inachtneming van de verordening die geldig was ten tijde van het bestreden besluit.
4.
Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening jeugdhulp gemeente Noardeast-Fryslân 2026.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van Noardeast-Fryslân van 7 mei 2026.
De raad voornoemd, de griffier
de voorzitter,
{{Signer1}}
{{Signer2}}
mr. S.K. Dijkstra
mr. J.G. Kramer