Bijlage 1 - Participatiebeleid
Tekst van het document
12
PARTICIPATIE DAGELIJKS MAKEN
Participatie is onderdeel van het werk van iedere ambtenaar, maar ook van de raad en onder invloed van de Omgevingswet ook steeds meer van initiatiefnemers, zoals (maatschappelijke) ondernemers en inwoners. Belangrijk is ook om dat zo te blijven benadrukken. Participatie is niet per definitie geregeld als er allemaal instrumenten en raden zijn. Deze kunnen ook afleiden van waar het allemaal om draait: dat we als gemeente, ondernemers en inwoners samen werken aan de doelen die de gemeenteraad en het college in hun beleid hebben afgesproken. Samenwerking begint bij contact en elkaar opzoeken. Voor een goede samenwerking tussen gemeente en inwoners is een goede interne samenwerking tussen ambtenaren nodig. De werkgroep participatie met wie dit beleid tot stand is gekomen krijgt een rol in het dagelijks maken van participatie door het delen van goede voorbeelden en het evalueren van het beleid. Werkenderwijs maken we de samenwerking iedere een keer een stapje beter. Voor veel ambtenaren geldt dat ze zelf ook inwoners zijn van de gemeente. Hoe kun je beter participeren dan beginnen bij jezelf en je af te vragen hoe en waarvoor jij graag benaderd zou willen worden? (en waarvoor niet) Wat gaan we meer doen? - We beleggen participatie als expertise bij de dorpencoördinatoren en de afdeling communicatie.
- We versterken de competenties van ambtenaren op het gebied van omgevingsmanagement door het volgen van trainingen. - We passen participatie toe in onze werkprocessen door voorbeelden te bespreken en hiervan te leren. - We stimuleren erop uitgaan in de gemeente, bijvoorbeeld door ons als ambtenaren aan te melden als begeleider bij burgerschapsdagen op scholen of door tijdens een teamdag een dorp of wijk te bezoeken en daar bijvoorbeeld aan de slag te gaan met de klussenlijst van dorpsbelangen.
24
Participatiebeleid
25
13
Participatiebeleid
BEGROTING Wat
Wie
Hoe
Contact leggen doelgroep en vorm vinden
Beleidsmedewerker
Afstemming met gebiedsteam
Begeleiding per doelgroep, bestaande groep
Bolwerk/ beleidsmedewerker
Jaarlijkse activiteit ervaringskennis
(Een van de) doelgroepen
Via besluit in kerngroep participatie
Periodieke evaluatie en doorontwikkeling participatiepool
Beleidsmedewerkers en afvaardiging doelgroepen Beleidsmedewerker en communicatie
3 keer per jaar
Wervingsactiviteiten gemeentebreed
Scholing beleidsontwikkeling en ervaringskennis voor ambtenaren Scholing beleidsontwikkeling en ervaringskennis voor doelgroepen
Afstemming met groep
Kostenopbouw 40 uur per nieuwe groep 3 nieuwe groepen = 12.000 8.500 per doelgroep Incl. begeleiding, attenties, activiteiten 75 uur totaal 40 uur
Bijv. huis 10.000 aan huis of met de Stem van Noardeast & netwerk groepen 3 dagdelen incompany training & intervisie Diverse trainingen open inschrijving Totaal Totaal 2025-2026
Kosten 2025 €36.000
Kosten 2026 Nog bepalen
Al opgenomen in begroting
€42.500
€7.500
€7.500
€4.000
€4.000
€10.000
Pm
€7.500
€7.500
€7.500
€7.500
€72.500
€69.000
€141.500
26
Participatiebeleid
BIJLAGEN Bijlage I Participatieverplichting kerninstrumenten omgevingsvisie Kerninstrument Omgevingsvisie Omgevingsplan/ wijzigingsbesluit omgevingsplan Omgevingsprogramma Omgevingsvergunning binnenplanse omgevingsactiviteit Afwijking omgevingsplan >> Omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsactiviteit 1. Het realiseren van minimaal één windmolen waarvan de ashoogte hoger is dan 15 meter. 2. Het plaatsen van zonnepanelen op landbouw- of natuurgronden, ongeacht de grootte. 3. Het opwekken en/of opslag van andere vormen van energie (zoals: biomassainstallatie en waterstof). 4. Een activiteit die niet past binnen de doelen van de omgevingsvisie en of in strijd is met ander door de gemeenteraad vastgesteld beleid.
Participatie verplichting Verplichte participatie vanuit de gemeente Verplichte participatie vanuit de gemeente Verplichte participatie vanuit de gemeente Vrijwillige participatie vanuit initiatiefnemer Verplichte participatie vanuit initiatiefnemer
27
Participatiebeleid
Bijlage II Beleidsregels verplichte participatie
Beleidsregels verplichte participatie bij omgevingsvergunningen en wijzigingen omgevingsplan op initiatief van derden gemeente Noardeast-Fryslân 2024 Deze beleidsregels gaan over de beoordeling of voldaan is aan de participatieverplichting bij door de gemeenteraad aangewezen gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (16.55, lid 7, Omgevingswet) en bij aanvragen tot wijziging van het omgevingsplan door de initiatiefnemer anders dan gemeente. Aanwijzing gevallen verplichte participatie De gemeenteraad heeft gevallen van activiteiten aangewezen waarin participatie van en overleg met derden verplicht is voordat een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, waarvoor het college bevoegd gezag is, kan worden ingediend. Voldoende participatie Uit de participatieverplichting (artikel 16.55, lid 7, Omgevingswet) volgt dat de uitgevoerde participatie enige inhoud moet hebben gehad. Heeft de aanvrager van de omgevingsvergunning voor de aangewezen buitenplanse omgevingsplanactiviteit in het geheel niet aan enige participatie gedaan? Dan heeft de aanvrager niet voldaan aan het aanvraagvereiste. Heeft de aanvrager wel in enige mate aan participatie gedaan? Dan moet het college van burgemeester en wethouders beoordelen of er sprake is van voldoende participatie.
Wanneer sprake is van onvoldoende/voldoende participatie heeft de wetgever niet aangegeven. Dit zal afhangen van de aard en gevolgen van de aangevraagde activiteit op de fysieke leefomgeving. De participatie-inspanning van de aanvrager moet proportioneel zijn ten opzichte van de aangevraagde activiteit. Hoe groter de impact, hoe belangrijker het college het vindt dat er vooraf aan omwonenden en andere belanghebbenden is gevraagd welke zorgen of belangen zij zien bij het initiatief en dat initiatiefnemer iedereen zoveel als mogelijk bij het initiatief betrekt. De wetgever heeft de keuze voor de vorm van participatie bewust bij de aanvrager gelaten. Het college beoordeelt enkel of er voldaan is aan de participatieverplichting. Het college doet dat door te beoordelen of de aanvrager in redelijkheid heeft kunnen volstaan met de uitgevoerde participatie. Buiten behandeling laten aanvraag bij niet of onvoldoende participatie De aanvraag om vergunning kan buiten behandeling kan worden gelaten als de aanvrager niet of onvoldoende inhoud heeft gegeven aan de verplichte participatie, en als hij de gelegenheid om dit gebrek te herstellen niet voldoende heeft benut.
Daarom is het wenselijk om beleidsregels vast te stellen die gebruikt kunnen worden om te beoordelen of de aanvrager voldoende aan participatie heeft gedaan en of daarmee voldaan is aan de aanvraagvereiste op basis van 4.81 Algemene wet bestuursrecht.
28
Participatiebeleid
Deze beleidsregels geven vroegtijdig duidelijkheid aan de initiatiefnemer en belanghebbenden over het participatieproces. De beleidsregels gelden ook voor voorbereiding aanvraag wijziging omgevingsplan door initiatiefnemer De verplichting om een wijziging van het omgevingsplan voor te bereiden met participatie geldt voor de gemeente als het bevoegd gezag. Het komt voor dat een initiatiefnemer anders dan de gemeente een wijziging van het omgevingsplan aanvraagt en een concreet belang heeft bij de wijziging. Het college kan dan met de initiatiefnemer afspreken dat deze zorg draagt voor de uitvoering van de participatie voordat de aanvraag kan worden ingediend. Dat kan de gemeente niet dwingend opleggen, wegens strijd met de regels over participatie. Indien door een initiatiefnemer een aanvraag tot wijziging van het omgevingsplan is gedaan en het college heeft aangegeven dat initiatiefnemer voor participatie zorg draagt bij de voorbereiding van die aanvraag, dan kunnen deze zelfde beleidsregels worden toegepast.
Beleidsregels Het college van burgemeester en wethouders van de Noardeast-Fryslân, gelezen het voorstel van xx gelet op artikel 4.81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 16.55, lid 7 van de Omgevingswet, overwegende dat de gemeenteraad gevallen aan kan wijzen van activiteiten waarin participatie verplicht is voordat een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, waarvoor het college bevoegd gezag is, kan worden ingediend; dat de participatie vormvrij is, maar wel voldoende inhoud moet hebben; dat de aanvraag om vergunning buiten behandeling kan worden gelaten als: 1. 2.
de aanvrager niet of onvoldoende inhoud heeft gegeven aan de verplichte participatie, en als hij de gelegenheid om dit gebrek te herstellen niet voldoende heeft benut;
dat het wenselijk is beleidsregels vast te stellen die gebruikt kunnen worden om te beoordelen of de aanvrager voldoende aan participatie heeft gedaan; dat deze beleidsregels vroegtijdig duidelijkheid scheppen aan de initiatiefnemer en belanghebbenden over het participatieproces; BESLUIT: vast te stellen de Beleidsregels verplichte participatie bij omgevingsvergunningen en wijzigingen omgevingsplan op initiatief van derden gemeente Noardeast-Fryslân 2024
Artikel 1 Begripsbepalingen
In deze beleidsregels wordt verstaan onder
29
Participatiebeleid
a. buitenplanse omgevingsplanactiviteit: een activiteit die niet voldoet aan de regels van het omgevingsplan en die niet toestemmingsvrij is b. impact: de invloed van de beoogde ontwikkeling op de fysieke omgeving c. participatie: het actief en vroegtijdig betrekken van belanghebbenden bij de ontwikkeling van plannen, initiatieven en ideeën die impact hebben op de fysieke leefomgeving d. initiatiefnemer: degene die de activiteit wil gaan verrichten e. participant: iemand die deelneemt aan het participatieproces (dat kunnen zijn burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties, andere bestuursorganen en dergelijke)
Artikel 2 Toepassingsbereik
1. Het betreft een aanvraag van initiatiefnemer voor één of meer door de gemeenteraad aangewezen gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waarbij het doen van participatie verplicht is gesteld (16.55, lid 7, Omgevingswet). 2. Als een initiatiefnemer (niet de gemeente zelf) voornemens is een aanvraag tot wijziging van het omgevingsplan in te dienen en daarbij een direct betrokken belang heeft, dan maakt het college afspraken met initiatiefnemer over de uitvoering van de participatie bij dat initiatief, voordat de aanvraag kan worden ingediend. Deze beleidsregels zijn in dat geval ook van toepassing op dat participatieproces.
Artikel 3 Regels
1. De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor het participatieproces. 2. De initiatiefnemer heeft aan participatie gedaan en verstrekt daarbij gegevens over participatie van en overleg met participanten aan het college. 3. De participatie vindt plaats op een passende wijze, rekening houdend met de grootte van de impact op de omgeving. Daarbij kan worden uitgegaan worden van drie niveaus:
Niveau
Impact
Initiatief
1
Beperkt
2
Duidelijk merkbaar
Alleen de directe omgeving merkt er iets van Heeft invloed op de hele omgeving
3
Groot
Gaat om een groot gebied, veel mensen merken het en er spelen veel belangen
Gewenste participatie level Beperkte participatie (level 1) Actieve participatie (level 2) Intensieve participatie (level 3)
4. De initiatiefnemer geeft in een verslag over de participatie het volgende aan: a. Beschrijving van het initiatief en het verwachte effect op de fysieke leefomgeving b. Van welk niveau van impact sprake is c. Welke participanten zijn uitgenodigd en met wie overleg is gevoerd d. Wat de belangen zijn van participanten
30
Participatiebeleid
e. Op welke manier participanten zijn betrokken bij het proces f. Wat de inbreng was van participanten, wat de zorgen waren, waar was samenspraak of waar was sprake van conflicterende belangen g. Wat met de inbreng van participanten is gedaan h. Hoe participanten kennis konden nemen van de inhoud van het verslag. 5. Het college stelt een voorbeeld beschikbaar voor het maken van een verslag. Daarin zijn de volgende onderdelen opgenomen: Onderdelen verslag
Toelichting
Initiatief
Beschrijving van het initiatief en het verwachte effect op de fysieke leefomgeving (zoals verkeer, groen, water, milieu, bebouwde omgeving, landschap).
Impactniveau
1 (Beperkt), 2 (Duidelijk merkbaar) of 3 (Groot)
Participanten
Het opstellen van een lijst van participanten. Toestemming voor naam/adres is nodig (NAW); anders anonieme vermelding. Ook genodigden die niet hebben geparticipeerd vermelden (met toestemming).
Belangen
De belangen van initiatiefnemer en die van de participanten zijn op de lijst van uitgenodigde participanten aangegeven.
Proces
Beschrijving van hoe participanten zijn betrokken bij het participatieproces.
Rolneming
Beschrijving wat de rol was (of rollen waren) in het participatieproces van elke participant. Beschrijving wat de inbreng per participant is geweest.
Inbreng
Aanpassingen
Beschrijving van wat er met de inbreng van de participanten is gedaan of juist niet is gedaan. Geef aan welke wijzigingen zijn aangebracht en aan welke wensen en eisen niet voldaan is, inclusief onderbouwing.
Kennis nemen van verslag
Aangeven hoe het participatieverslag is gedeeld met de participanten. Ook genodigden die niet geparticipeerd hebben kunnen het verslag krijgen.
Artikel 4 Beoordeling
1. Het college oordeelt over de wijze waarop de participatie is uitgevoerd op basis van het door de initiatiefnemer aangeleverde verslag.
2. Uit het verslag van initiatiefnemer is het volgende op te maken:
31
Participatiebeleid
a. Wat de gevolgen van het initiatief zijn voor de omgeving volgens initiatiefnemer en volgens participanten b. Het gekozen participatieniveau c. Participanten die zijn uitgenodigd d. Participanten die bij het participatieproces zijn betrokken e. De verschillende belangen van participanten f. Wat er met de inbreng van participanten is gedaan g. Hoe het verslag is gedeeld met participanten. 3. Het college maakt bij de beoordeling of de participatie voldoende is uitgevoerd, gebruik van het volgende toetsingskader bij de verschillende onderdelen van het participatieproces: Onderdelen participatieproces
Toetsingskader
Initiatief
Er is een heldere beschrijving van het initiatief en de effecten op de fysieke leefomgeving.
Impactniveau
Bij het gebruikmaken van de tabel van de gemeente is 1, 2 of 3 ingevuld en anders is uit beschrijving duidelijk op te maken of er sprake is van beperkte, duidelijk merkbare of grote impact op de fysieke leefomgeving.
Participanten en hun belangen
Er is een lijst met naam, adres, woonplaats van de participanten met een beschrijving van het belang per participant.
Betrokkenheid participanten bij proces
Het is aangetoond dat participanten betrokken zijn geweest bij het gevolgde participatieproces en daarin een rol hebben gespeeld
Inbreng
Er is een beschrijving per participant wat de inbreng van die participant is geweest.
Aanpassingen
Er is een beschrijving wat er met de inbreng van alle participanten is gedaan. Inclusief een onderbouwing van de keuzes.
Het delen van het verslag
Er is aangetoond dat het participatieverslag is gedeeld met participanten.
Passendheid participatieproces
De uitgevoerde participatie is passend in relatie tot de omvang en impact van het initiatief op de omgeving
32
Participatiebeleid
Artikel 5 Herstel gebreken/buiten behandeling stellen aanvraag
1. Indien het college oordeelt dat de participatie onvoldoende is geweest, dan stelt het college de initiatiefnemer in de gelegenheid dit gebrek in de aanvraag binnen een nader te bepalen termijn te herstellen. 2. Indien de initiatiefnemer in de gelegenheid is gesteld het gebrek in de aanvraag te herstellen en participatie naar oordeel van het college ook daarna niet voldoende heeft plaatsgevonden, dan kan het college de aanvraag buiten behandeling laten. 3. Indien de initiatiefnemer aangeeft geen participatie te hebben toegepast en dit ook niet voornemens is te gaan doen én het college de initiatiefnemer de kans heeft geboden dit gebrek te herstellen, dan laat het college de aanvraag buiten behandeling.
Artikel 6 Bekendmaking en inwerkingtreding
1. De beleidsregels worden bekend gemaakt via https://www.officielebekendmakingen.nl/ en treden in werking op xxx
Artikel 7 Citeertitel
1. Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels verplichte participatie bij omgevingsvergunningen en wijzigingen omgevingsplan op initiatief van derden gemeente Noardeast-Fryslân 2024
33
Participatiebeleid
Bijlage III Format participatieverslag
Participatieverslag In dit verslag kunt u aangeven wat u heeft gedaan aan participatie voor uw initiatief. Initiatief Beschrijf uw initiatief. Geef aan wat de mogelijke effecten op de fysieke leefomgeving zijn (verkeer, groen, water, milieu, bebouwde omgeving, landschap) …………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………… Impactniveau Geef aan wat de mate van impact is op de leefomgeving. Benoem als dat mogelijk is het niveau: 1 (beperkt), 2 (duidelijk merkbaar) of 3 (groot). …………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………… Participanten en belangen Maak een lijst van participanten en hun belangen. Beschrijf per participant het belang. Geef aan: - Wie heeft u uitgenodigd? - Wie waren er aanwezig? - Wie hebben zich afgemeld? Graag het adres van de genodigden erbij vermelden. Vraag toestemming voor het vermelden van naam adres (NAW); anders anonieme vermelden. …………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………… Proces Geef een korte beschrijving van de participatievorm(en) die u heeft gebruikt (persoonlijk, via e-mail, telefonisch, koffiedrinken of een inloopavond).
Welke gegevens hebt u laten zien, wat hebt u besproken? Kunt u dit met documenten nog beter uitleggen? Stuur deze dan mee. Denk bijvoorbeeld aan de uitnodigingsbrief of e-mail, of een presentatie. Graag de data erbij vermelden. Hoe heeft u belanghebbenden bij het proces betrokken? Wat heeft u gedaan om hen te informeren of te betrekken bij uw initiatief? …………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………………………………………………
34
Participatiebeleid
Rollen participanten Participanten kunnen verschillende rollen hebben bij participatie: meeweten, meedenken, meedoen en meebeslissen. Bij beperkte participatie is het minimaal gewenste niveau meeweten. Bij actieve participatie is het minimaal gewenste niveau gewenste meeweten (informeren) en meedenken (adviseren). Bij intensieve participatie is het minimaal gewenste niveau meeweten (informeren) en meedenken (adviseren) en meedoen. Indien mogelijk en gewenst, kunt u de betrokkenen mee laten beslissen in hoe het plan er uit komt te zien. Het kan zijn dat verschillende mensen verschillende rollen hebben gehad. Geef dat aan. Wat is de rol geweest van de participanten? …………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………… Inbreng Geef een beschrijving wat de inbreng van verschillende participanten was of een samenvatting daarvan. U mag deze digitaal of op papier aan ons geven. Hebben betrokkenen hun reacties op papier gezet? Stuur die dan mee. Het is niet nodig om de reactie te beschrijven. Wat waren de reacties op uw plan? …………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………… Aanpassingen Geef aan wat er met de inbreng van de participanten is gedaan juist niet is gedaan.
Geef aan welke wijzigingen zijn aangebracht en aan welke wensen en eisen niet voldaan is en geef in beide gevallen aan waarom. Geef ook aan wat er gedaan is met conflicterende belangen. Wat heeft u met de inbreng van participanten gedaan? Wat waren de aanpassingen aan het plan na reacties en waarom? Welke zaken zijn niet aangepast na reacties en waarom? …………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………………………………………………
35
Bijlage IV Managementsamenvatting afstudeeronderzoek jongerenparticipatie
Managementsamenvatting Deze samenvatting bevat de conclusie van mijn afstudeeronderzoek naar jongerenparticipatie bij beleid in Friese gemeenten, waaruit 3 aanbevelingen kunnen worden gedaan richting gemeenten.
Hoofdvraag “Hoe verklaren gemeenten in Friesland de beperkte beleidsparticipatie van jongeren en welke methoden gebruiken zij om jongeren te betrekken bij beleidsparticipatie?”
Verklaringen Volgens gemeenteambtenaren zijn de voornaamste redenen voor jongeren om niet te participeren:
Weinig vertrouwen
Jongeren kunnen betwijfelen of ze gehoord zullen worden en of hun input gebruikt zal worden
Gebrekkig contact
Jongeren ervaren moeite met contact hebben met de gemeente en de gemeente met de jongeren
Oninteressante onderwerpen
Jongeren vinden de beleidsonderwerpen binnen gemeenten niet interessant
Irrelevante onderwerpen
Jongeren zien de waarde van participeren niet in voor zichzelf
Gebrek aan snel resultaat
Het duurt jongeren te lang voordat beleid daadwerkelijk wordt ingezet
Gebrek aan tijd
Jongeren ervaren geen tijd om te participeren naast hun andere bezigheden
Gebrek aan (politieke) kennis
Jongeren hebben beperkte kennis over politiek of beleid of jongeren weten niet af van de mogelijkheden om te participeren
Methoden Friese gemeenten gebruiken diverse vormen van participatie waarbij het niveau zich vooral bevindt op het raadplegen van jongeren, wat inhoudt dat jongeren mee kunnen praten over beleid maar dat de gemeente hier geen verplichte consequenties aan hoeft te verbinden. Hoe hoger de jongere op de ladder staat, hoe interactiever het beleid is, waarbij ‘informeren’ als uitzondering geldt aangezien hier geen enkele sprake is van interactiviteit. Ondanks de wens en inspanning van gemeenten om jongeren te betrekken, blijkt het bereiken, betrekken en het vasthouden van een representatieve groep jongeren een uitdaging. Aangezien er nog ruimte is voor verdere ontwikkeling van participatievormen die jongeren meer invloed kunnen geven op hun eigen omgeving, worden er uit dit onderzoek drie aanbevelingen voorgesteld.
Best-practices Dit onderzoek toont aan dat Friese gemeenten het belangrijk vinden om jongeren te betrekken bij beleid, maar vaak worstelen met de manier waarop dit het beste kan worden gedaan. Gemeenten experimenteren met creatieve initiatieven zoals QR-codes, bingokaarten, pizzasessies, festivals en speeddates om een breder spectrum aan
1
jongeren te bereiken. Hoewel niet alle initiatieven succesvol zijn, zetten gemeenten waardevolle stappen die nuttig kunnen zijn voor andere gemeenten. De eerste aanbeveling is daarom dat gemeenten meer met elkaar in gesprek gaan en best-practices uitwisselen. Het is zinvol om de methoden die succesvol zijn in het effectief betrekken van jongeren bij beleidsparticipatie met elkaar te delen. Door samenwerking kunnen nieuwe inzichten worden opgedaan die de gemeentelijke initiatieven voor jongerenparticipatie bij beleid kunnen bevorderen.
Samenwerking met jongerenorganisaties Uit het onderzoek is gebleken dat een groot netwerk essentieel is om jongeren te bereiken, waarbij organisaties als Tienskip effectief zijn. Vanwege de kloof tussen jongeren en gemeenten, is het effectiever om dit soort organisaties als Tienskip in te zetten die via hun werkwijze beter aansluiten bij de behoeften van jongeren en top-down organisatie voorkomt. Ook zijn projectdagen onder schooltijd nuttig om politieke betrokkenheid en kennis te bevorderen zonder extra tijdsinvestering van jongeren. De tweede aanbeveling is dat gemeenten, zowel binnen als buiten Friesland, meer moeten samenwerken met jongerenorganisaties, zoals Tienskip om jongerenparticipatie en hun invloed op beleid te vergroten.
2
Meer gerichte communicatie Jongeren worden voornamelijk bereikt via direct contact van gemeenteambtenaren en tussenpersonen/instellingen/-organisaties. De gemeentelijke communicatiemiddelen zijn gericht op alle inwoners, waardoor de
3
reactie van jongeren beperkt blijft. Rechtstreekse benadering blijkt effectief, maar online communicatie via sociale media kan ook waardevol zijn, gezien de actieve aanwezigheid van jongeren op deze platforms. Het is essentieel dat deze communicatie specifiek op jongeren gericht is en aansluit op hun leefwereld. Gemeenten zouden dit bijvoorbeeld kunnen bereiken door een communicatieteam van jongeren in te zetten die dezelfde taal spreken. Een gerichte Instagram-campagne kan bijvoorbeeld een breed spectrum aan jongeren bereiken. De derde aanbeveling is daarom om meer in te zetten op sociale media, gericht op jongeren.
Participatiebeleid