Bijlage 1 - ontwerpbestemmingsplan Tusken de Fearten
Tekst van het document
bestemmingsplan Dokkum Tusken de Fearten vastgesteld
bestemmingsplan
Dokkum - Tusken de Fearten vastgesteld
bestemmingsplan Dokkum - Tusken de Fearten
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Geldend planologisch-juridisch regime 1.4 Doelstelling 1.5 Leeswijzer
7 7 7 7 8 8
Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Ruimtelijk ontwikkelkader 2.2 Een uniek concept 2.3 Herziene visie op de stadsrand 2.4 Planuitgangspunten 2.5 Stedenbouwkundig ontwerp 2.6 Beeldkwaliteitsplan 2.7 Verkeersaspecten en parkeerbalans
9 9 9 10 14 15 16 17
Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Regionaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid
19 19 20 25 26
Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Ecologie (en stikstof) 4.2 Erfgoed 4.3 Waterparagraaf 4.4 Hinder van bedrijven en voorzieningen 4.5 Geluidhinder 4.6 Externe veiligheid 4.7 Luchtkwaliteit (en verkeer) 4.8 Bodemkwaliteit 4.9 Ladder voor duurzame verstedelijking 4.10 Overig
29 29 31 32 36 38 39 40 40 42 48
Hoofdstuk 5 Juridische toelichting 5.1 Algemeen 5.2 Bestemmingsplanregels
51 51 51
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
55 55 56
Bijlagen bij toelichting
57
Bijlage 1
Stedenbouwkundige ontwerptekening
59
Bijlage 2
Beeldkwaliteitsplan
63
Bijlage 3
Beknopte natuurtoets
97
Bijlage 4
Nader ecologisch onderzoek beschermde soorten
109
3
bestemmingsplan Dokkum - Tusken de Fearten
Bijlage 5
Stikstofdepositie-onderzoek
135
Bijlage 6
Archeologisch onderzoek
157
Bijlage 7
Digitale watertoets
193
Bijlage 8
Onderbouwing bedrijven- en milieuzonering
209
Bijlage 9
Akoestisch onderzoek
219
Bijlage 10
Verkennend bodemonderzoek
271
Bijlage 11
Nota van vooroverleg en inspraak
333
Bijlage 12
Nota van zienswijzen
369
Regels
401
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
403 403 409
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7
Bestemmingsregels Agrarisch - Extensief beheer Groen Verkeer - Verblijf Water Wonen - Natuur- en landschapsinclusief
411 411 413 415 417 419
Hoofdstuk 3 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels
423 423 425 427 429 431
Hoofdstuk 4 Artikel 13 Artikel 14
Overgangs- en slotregels Overgangsregel Slotregel
433 433 435
Bijlagen bij regels
437
Bijlage 1
Lijst met kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten
438
Bijlage 2
Beeldkwaliteitsplan
440
4
bestemmingsplan Dokkum - Tusken de Fearten
Toelichting
5
bestemmingsplan Dokkum - Tusken de Fearten
6
bestemmingsplan Dokkum - Tusken de Fearten
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Dit bestemmingsplan ziet op de ontwikkeling van de landschappelijk opgezette wijk Tusken de Fearten ten westen van Dokkum. Deze woonwijk met ten hoogste 29 woningen ziet op een afronding van de westelijke stadsrand. Het gebied beslaat ongeveer 6,5 ha en is zuidelijk van de Birdaarderstraatweg gesitueerd. Op grond van het geldende bestemmingsplan is de hiervoor genoemde ontwikkeling niet toegestaan. Een nieuw bestemmingsplan is nodig om de gronden te voorzien van de juiste planologisch-juridische kaders en zo de ontwikkeling mogelijk te maken. Het voorliggende plan voorziet hierin.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied ligt ten zuiden van de Birdaarderstraatweg in het westelijke deel van Dokkum. Het onderstaande fragment geeft de ligging en begrenzing van het plangebied weer.
Figuur 1. Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied is aan de zuidzijde begrensd door de Wâldfeart. Deze vaart vertakt aan de noordzijde in de Alde Sylsried. Zoals op figuur 1 is te zien, bevindt deze zich ten oosten van het plangebied.
1.3
Geldend planologisch-juridisch regime
Voor het plangebied geldt het bestemmingsplan Dokkum Regiostad, zoals vastgesteld op 28 juni 2018. In dit geldende bestemmingsplan is het plangebied bestemd als 'Agrarisch - Cultuurgrond'. Onderstaand fragment geeft een uitsnede van de bestemmingsplankaart weer.
7
bestemmingsplan Dokkum - Tusken de Fearten
Figuur 2. Kaartfragment bestemmingsplan Dokkum Regiostad (bron: ruimtelijkeplannen.nl) Reparatieplan Dokkum Regiostad Het reparatieplan Dokkum Regiostad heeft betrekking op een gedeeltelijke herziening van het bestemmingsplan 'Dokkum Regiostad'. Na vaststelling zijn er enkele herstelpunten ontdekt en een aantal gewenste aanpassingen aan de orde geweest die met deze herziening zijn opgelost. Dit reparatieplan heeft betrekking op de gehele plancontour van het bestemmingsplan Dokkum Regiostad en is daarom op het plangebied van toepassing. Paraplubestemmingsplan kleine windmolens gemeente Noardeast-Fryslân In de gemeente Noardeast-Fryslân geeft de fruit- en bollenteelt aanleiding tot ongerustheid bij omwonenden over de effecten van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de open lucht op de volksgezondheid. Het Paraplubestemmingsplan gewasbeschermingsmiddelen en spuitvrije zones, zoals vastgesteld op 27 januari 2022, voorziet in een regeling voor de bescherming van omwonenden als gevolg van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de open lucht. Dit thematische bestemmingsplan is van toepassing op het plangebied.
1.4
Doelstelling
Met dit bestemmingsplan worden ten behoeve van het planvoornemen nieuwe juridisch-planologische kaders voor de betrokken gronden vastgelegd. De doelstelling van dit bestemmingsplan is daarmee dan ook het bieden van een passende juridisch-planologische regeling voor de gronden in het plangebied om invulling te geven aan het planvoornemen voor woningbouw ter plaatse. Dit bestemmingsplan is daarmee ontwikkelingsgericht van karakter.
1.5
Leeswijzer
Na de inleiding in dit hoofdstuk is in hoofdstuk 2 op de planbeschrijving ingegaan. Het relevante overheidsbeleid komt in hoofdstuk 3 aan de orde. Een omschrijving van de omgevingsaspecten, uit oogpunt van milieu en planologie bezien, is in het daaropvolgende hoofdstuk 4 opgenomen. In hoofdstuk 5 is de toelichting op de juridische vormgeving van dit bestemmingsplan gegeven en de hiervoor te volgen procedure. Tot slot is in hoofdstuk 6 de (economische en maatschappelijke) uitvoerbaarheid uiteengezet. Bij dit bestemmingsplan zijn verder verschillende bijlagen opgenomen.
8
bestemmingsplan Dokkum - Tusken de Fearten
Hoofdstuk 2 2.1
Planbeschrijving
Ruimtelijk ontwikkelkader
Beleidsmatig is de drager van de stedelijke ontwikkeling ter plaatse de structuurvisie Bundelingsgebied Regiostad (vastgesteld eind 2009) en de daarop geformuleerde Visie Dokkum West (van 07-02-2020). Voor een gezond en veilig woonklimaat is het van belang om voldoende afstand tussen bedrijven en gevoelige bestemmingen aan te houden. Met het woningbouwplan Tusken de Fearten wordt in ieder geval voldoende afstand tot het naastgelegen agrarische bedrijf aan de westkant gehouden. Anderzijds is uit omgevingskwaliteit bezien het doel om met het project Tusken de Fearten tot de ruimtelijk kwalitatieve afronding van de stad aan de westzijde te komen. Inzet is om landschappelijk en ecologisch gezien een voldoende robuuste verbinding tussen de Wâldfeart en de Dokkumer Ie in stand te houden, waar ook een zekere breedte bij hoort. Die gronden kunnen nuttig worden ingezet voor vernatting en biodiversiteit, oftewel functies ten behoeve van de stedelijke ontwikkeling maar die een landelijk karakter kennen. Dit is uitgemond in een ontwerp waarbij het woningbouwproject Tusken de Fearten uitgaat van een tweetal aan elkaar verbonden buurtschappen waar landelijk wonen wordt gecombineerd met behoud/herstel van landschappelijke structuren (greppeltjesland) en het aanleggen van een padenstructuur die in deelvisie It Nije Bolwurk ook reeds werd benoemd (in het kader van de zogeheten stadsommetjes).
2.2
Een uniek concept
Figuur 3. Eilanden in het groen als onderdeel van de overgang van stad naar landschap. De eilanden sluiten duidelijk aan bij de opeenvolging van een compacte binnenstad, naar ruimere woonwijken, groene woonwijken en wonen in het groen. Ze horen bij de afbouw van de stad naar het landelijke gebied. Met de losliggende buurtschapjes/terpjes in een natuurinclusief weidegebied wordt een nieuw concept gerealiseerd; natuur- en landschapsinclusief wonen op eilanden in het groen. Groen dat geheel naar de
9
bestemmingsplan Dokkum - Tusken de Fearten
inzichten van deze tijd, meerdere functies heeft. Een functie voor landbouw in de vorm van extensieve beweiding, een functie voor de biodiversiteit, een functie voor recreatie en gezondheid in de zin van wandelen fietspaden en een functie voor waterberging. Het gebied wordt immers vóór de boezem gelegd. Belangrijk is dat er geen ruimte wordt verspild. In essentie is dat ook het doel van zorgvuldig ruimtegebruik. Meervoudig ruimtegebruik is daarbij wel een van de mooiste vormen van zorgvuldig ruimtegebruik. Het concept van eilanden/terpjes krijgt alleen goed vorm als deze eilanden ook worden omsloten door greppeltjesland; wonen ingebed in de natuurlijke omgeving. Daarom is enige afstand tot de vaarweg Alde Sylsried noodzakelijk. En ook omdat afstand een beter beeld oplevert en de nieuwe bewoners minder neiging zullen hebben om hun perceel op een minder passende manier af te schermen.
2.3
Herziene visie op de stadsrand
2.3.1
Overgang van stad naar land
Het concept natuur- en landschapsinclusief wonen op terpjes/eilanden in het groen is een middel binnen het doel om een goede overgang te maken van stad naar landschap. Een doel dat ook in de stadsrandvisie It Nije Bolwerk centraal staat. Met dit concept wordt de stad afgerond. In het stadshart is Dokkum intensief bebouwd, in de wijken net wat minder, in de Woudhorne betreft het wonen met groen om aan de nieuwe stadsrand over te gaan naar wonen in het groen om vervolgens door het realiseren van een deel van It Nije Bolwurk (greppeltjesland, recreatieve paden) over te gaan in het buitengebied. 2.3.2
Multifunctionaliteit
De meervoudige functie van zowel het woongebied (waarin natuurinclusief bouwen wordt gestimuleerd) als van het omliggende land (waar sprake is van extensieve begrazing, biodiversiteit, recreatie, gezondheid en wateropvang) past bij het streefbeeld van It Nije Bolwurk. Ook in It Nije Bolwurk wordt uitgegaan van een groene stadsrand met verschillende functies. Er wordt gesproken over sterke verbindingen tussen stad en ommeland, zowel visueel als functioneel (recreatief en ecologisch). Ook worden water, riet en groen als kenmerkende waarden en inrichtingsmogelijkheden benoemd. It Nije Bolwerk spreekt van een beleefbare stadsrand. In het nieuwe plan is het groen, water en de daarbij horende natuur zeker beleefbaar. Vanuit het woongebied en vanaf het fietspad en de wandelroute. En ook door het ommetje wat gelopen kan worden als zowel het wandel- als fietspad wordt gebruikt. Het is gebied is makkelijk bereikbaar vanuit de aangrenzende woonwijk De Trije Terpen en ook vanuit de wijk Woudhorne. 2.3.3
Vormgeving stadsrand
It Nije Bolwurk heeft diverse ingrediënten die ingezet kunnen worden om de stadsrand vorm te geven. Het is niet de bedoeling om een volledig eenduidige stadsrand te realiseren. Bij elke ontwikkeling worden ingrediënten gebruikt om de stadsrand van die specifieke ontwikkeling vorm te geven, zodat op termijn rond Dokkum een groen-blauwe zone ontstaat met functies als waterberging, natuur, recreatie en dergelijke. Hierbij wordt het een afwisselende stadsrand, passend bij het stukje stad wat gerealiseerd wordt en de situatie van het landschap ter plaatse. De in de visie van It Nije Bolwurk geschetste profielen destijds zijn ter inspiratie geweest. It Nije Bolwurk is ten behoeve van de Westelijke Rondweg Dokkum verder uitgewerkt. Aangezien deze niet gerealiseerd is, is er geen sprake van dat het profiel van It Nije Bolwurk aangelegd kan worden op de wijze zoals bedacht is voor de Westelijke Rondweg. In het aanstaande Omgevingsprogramma Dokkum zal de visie van It Nije Bolwurk worden herzien, zodat de bedoeling en het beeld van It Nije Bolwurk duidelijk wordt.
10
bestemmingsplan Dokkum - Tusken de Fearten
2.3.4
Radialen en randen doen mee
Terecht is in It Nije Bolwerk aangegeven dat Dokkum een fraaie structuur heeft met een prachtige radialen in de vorm van waterwegen en wegen. Deze waaieren uit over het landschap en verdienen veel aandacht bij aangrenzende ontwikkelingen. Bij de uitwerking van het concept natuur- en landschapsinclusief wonen op eilanden in het groen kijken we goed naar die radialen en doen bovendien alle randen mee in meervoudige doelen die we met deze ontwikkeling dienen.
Figuur 4. Schets van het greppeltjesland met de eilanden en overgangen naar de omgeving In het onderstaande is ingegaan op de overgangen van de nieuwe ontwikkeling naar de omgeving. Zuidrand Aan de zuidzijde grenst de ontwikkeling aan de Wâldfeart (waterpeil -0,52 m NAP) en het verlengde daarvan (waterpeil -1,00 m NAP). Gezien vanuit de stad krijgt de blauwgroene structuur van de Wâldfeart steeds meer breedte. Er komen maximaal 8 kavels aan het water te liggen. Deze zijn ingebed in het greppeltjesland dat aan weerszijde aanwezig is. De woonpercelen zijn diep (tussen de 35 en 43 m). Dat voorkomt dat er grote bouwmassa's dicht bij het water komen. De eerste 5 m langs de waterkant zullen in
11
bestemmingsplan Dokkum - Tusken de Fearten
het bestemmingsplan vallen onder specifieke regels waardoor de gemeente kan sturen op een goede overgang naar het water uit het oogpunt van waterveiligheid en ruimtelijke kwaliteit. De bedoeling hiervan is dat het landschap als het ware doorloopt in de tuinen. Westrand Aan de westrand ligt de insteekweg naar de volkstuinen. In de bestaande situatie zijn er enkele verspreid gelegen bomen. Deze opgaande beplantingen willen we versterken door aanplant van een bomenrij aan de westzijde. Het zwaar beplante Geastmermargebied wordt in ecologische zin verbonden met het opgaande beplantingen rond de boerderij en woning aan de Birdaarderstraatweg. Zo vormt zich een 'droge' ecologische verbinding die bijvoorbeeld als route voor vleermuizen kan dienen. Voor de ruimtelijke ontwikkeling vormt de bomenrij een filter van bomen die achtergrond biedt voor het overigens open greppeltjesland. Het ligt in de bedoeling om in de toekomst ook de westelijke landerijen voor de boezem te leggen.
Figuur 5. Insteekweg naar de volkstuinen Noordrand De Birdaarderstraatweg heeft ten noorden van de wijk Woudhorne een laanbeplanting die behoort bij de hoofdgroenstructuren van Dokkum. Na passage van de Alde Sylsried kent de weg verspreid gesitueerde opslag van voornamelijk elzen en wilg. Richting de gemeentegrens aan de westkant dunt de beplanting steeds verder uit tot de weg in volstrekte openheid door het zeekleilandschap loopt.
Figuur 6. Birdaarderstraatweg ter hoogte van het plangebied Ter plekke van de ontwikkeling willen we de natuurlijke beplanting behouden. In de hoek waar het fietspad
12
bestemmingsplan Dokkum - Tusken de Fearten
gaat aansluiten blijft het relatief open uit het oogpunt van verkeersveiligheid. In het tweede deel richting het westen vullen we de bestaande natuurlijke beplanting enigszins aan. De Alde Sylsried is met deze overgangen van water naar land en oeverbeplanting een belangrijke 'natte' ecologische verbinding. Oostrand Aan de oostrand van de ontwikkeling ligt de huidige boezemkade. Omdat we het land voor de boezem leggen is deze voor de waterveiligheid niet meer nodig. De boezemkadefunctie en het op hoogte houden van de boezemkade wordt dan ook verplaatst en komt op de as van de ontsluitingsweg te liggen. Op de huidige boezemkade ligt de ideale route voor een fietsverbinding. De kade kan daarom benut worden voor het fietspad. De oever naar de Alde Sylsried is al ingericht als ecologische oever volgens de Kader Richtlijn Water. Het beeld met rietkragen willen we graag houden. De rietoever kan nog enigszins door worden getrokken richting het zuiden, waar op dit moment nog een harde overgang van land naar water is. Voorts kan het ook zo zijn dat de bestaande kade in het zuidoostelijke deel van het plangebied wordt weggehaald en dat er een nieuwe brug wordt gerealiseerd, iets meer richting het oosten. In dit scenario ontstaat er meer water in de Wâldfeart en is er geen harde overgang meer van land naar water.
In deze situatie wordt ten zuidwesten van het plangebied, bij de Wâldfeart, een nieuwe dam gerealiseerd (zie ook paragraaf 2.5). Op de onderstaande afbeeldingen zijn beide scenario's weergegeven.
Figuur 7. Varianten boezemkade. Links: variant met bestaande dam. Rechts: variant met nieuwe brug Beide varianten zijn op grond van het geldende bestemmingsplan al mogelijk. In de nadere planuitwerking wordt een definitieve variant gekozen. 2.3.5
Voor- en achterkanten
In het concept natuur- en landschapsinclusief wonen op eilanden ontstaan buurtschappen. Het past bij dit concept om de voorkanten naar elkaar toe te richten. Een dergelijke opzet is kenmerkend voor de bebouwingssituatie op een terp, waarbij voorkanten naar binnen zijn gericht. Dit is tevens belangrijk voor de betrokkenheid van bewoners bij elkaar. Bewoners die allemaal kiezen voor dit bijzondere woonmilieu dat verweven is met landschap en natuur. Rond de eilanden loopt een sloot. Hier ligt een natuurlijke grens van het perceel en een beletsel voor het vee om in de tuinen te lopen. Onder het vraagstuk ruimtelijke kwaliteitsaspecten leggen we uit hoe we zorgen dat wonen en omgeving goed bij elkaar passen en natuurlijk in elkaar overgaan.
13
bestemmingsplan Dokkum - Tusken de Fearten
2.4
Planuitgangspunten
Voor de realisering van de wooneilanden wordt gewerkt met een stevig beeldkwaliteitsplan. Deze zorgt samen met voorliggend bestemmingsplan voor borging van de schaal, aard en ruimtelijke kwaliteit van de ontwikkeling. Voor het greppeltjesland is er een inrichtingsplan en beheerplan. Ook voor dit gedeelte is voor een passende juridische regeling gezorgd. Een bestemming die is gericht op extensieve beweiding en natuur en het beeld dat we willen bereiken. 2.4.1
Maaiveldligging en inrichting met woningen
De eilanden liggen op het hoogste punt op ongeveer +1,00 m NAP terwijl de gronden/landerijen daar omheen gemiddeld op NAP liggen. In het midden van de eilanden ligt de openbare ruimte en worden bomen geplant. Vrijstaande en dubbele woningen zijn georiënteerd op de openbare ruimte. Ze worden gebouwd in één tot anderhalve bouwlaag met kap. Het hoogste volume aan de straatzijde, een lage goot aan de landschapskant bij een kaprichting dwars op de percelen. En bij een kaprichting in de lengterichting van een perceel, anderhalve bouwlaag met kap aan de voorzijde en een bouwlaag met kap aan de achterzijde van het hoofdgebouw. Zo versterkt de manier van bouwen en beplanten de ophoging van het eiland geleidelijk vanuit de randen. Bij aanleg zullen groene erfafscheidingen op perceelsgrenzen komen. De ervaring is dat aanleg van hagen bij de start een samenhangend en groen beeld geeft waar mensen aan gaan hechten. Daarmee wordt een toon gezet. Het beeldkwaliteitsplan zal gericht zijn op woningen die in hun materiaal en kleur goed passen in het landschap en eenvoudig maar subtiel van detaillering zijn. Dit kan bijvoorbeeld met vergrijzend of donker hout al dan niet in combinatie met baksteen. 2.4.2
Overgangen naar water en greppeltjesland
Woonpercelen grenzen of aan het water of aan greppeltjesland. Beide situaties vragen om aandacht voor de overgang. In beide gevallen wijze we een strook van 5,00 m als bebouwingsvrije zone aan. Hier kan niet zomaar worden gebouwd. Van deze zones willen we niet dat er gebouwd wordt, ook niet vergunningsvrij. Dat kan ook want het zijn immers zones die meer functies hebben dan alleen voor wonen. Denk maar aan landschappelijke inpassing, waterkering en voor het vrijhouden van die gronden ten behoeve van beheer en onderhoud.
Figuur 9. 5 m-zone aan water en aan greppeltjesland
14
bestemmingsplan Dokkum - Tusken de Fearten
De inrichting van het greppeltjesland haakt aan op de bestaande situatie. Het huidige microreliëf wordt versterkt en benut om een gevarieerde vegetatie te krijgen. Het maaiveld ligt op NAP, de greppels liggen verdiept. De gemeente is eigenaar van een groot deel van de grond en zal ook het resterende deel verwerven. Daarmee kunnen inrichting en beheer afgestemd worden op het gewenste beeld. Door extensieve beweiding met vee dat ook in drassige situaties floreert zal een veel gevarieerdere vegetatie ontstaan. In oostwestrichting wordt een wandelpad gemaakt. Dat kan bijvoorbeeld een steigerpad of laarzenpad zijn. De greppels gaan aan de voet van de eilanden geleidelijk over naar de omringende sloot. Daar waar het greppeltjesland grenst aan de wooneilanden ontstaat een grillige natuurlijke rand met oevervegetatie en riet. Samen met de zone van 5,00 m aan de achterzijde van de woonpercelen, waar niet kan worden gebouwd, levert dit een goede overgang tussen wonen en omgeving. Steigers worden bij het bouwrijp maken aangelegd. Hierdoor ontstaat uniformiteit. De steigers worden zo geconstrueerd dat het dek omhoog kan als het waterpeil wordt verhoogd.
2.5
Stedenbouwkundig ontwerp
De in het voorgaande beschreven aspecten zijn uitgewerkt in een stedenbouwkundig plan. Bij het maken van het stedenbouwkundig plan was sprake van twee varianten. Een variant met een bestaande dam in de zuidoostelijke zijde van het plangebied en een variant waarbij er in plaats van een dam, een nieuwe brug aanwezig is. Voor het bestemmingsplan is uitgegaan van de variant met de bestaande dam. Echter is het op basis van het ter plaatse geldende planologische regime ook mogelijk om de brug te realiseren. Het onderstaande fragment geeft de voorgenomen stedenbouwkundige opzet weer. Volledigheidshalve is het stedenbouwkundig ontwerp tevens te raadplegen in 'Bijlage 1 Stedenbouwkundige ontwerptekening' van deze plantoelichting.
Figuur 10. Stedenbouwkundig ontwerp
15
bestemmingsplan Dokkum - Tusken de Fearten
Het stedenbouwkundig plan gaat uit van twee losse buurtschapjes/wooneilanden: de weideterp en de waterterp. De weideterp bevindt zich in het noordelijke deel van het plangebied. Het eerder opgemerkte greppeltjesland is rondom de weideterp gesitueerd. Deze gronden worden benut voor onder andere vee, vernatting, biodiversiteit, wandelpaden en waterberging. Bij de gronden ten westen van de weideterp ligt de nadruk wat minder op vernatting, maar meer op extensief beheer, weidevogels en ecologisch agrarisch beheer. Het voorgaande is een goed voorbeeld van meervoudig ruimtegebruik in het plangebied. De weideterp wordt omringd door een watergang. Dit versterkt het wooneilandenconcept. In het zuidelijke gedeelte van het plangebied is de zogeheten waterterp gesitueerd. De waterterp is gelegen aan de Wâldfeart. Het water van de Wâldfeart wordt doorgetrokken naar de noordwestrand van de waterterp. Zodoende grenzen de ter plaatse aanwezige woonpercelen aan het water. Aan de erfranden zal sprake zijn van rietoevers of flauwe, groene oevers met ruimte voor inheemse oeverbegroeiing. Het oostelijke gedeelte van de waterterp zal, evenals bij de weideterp, fungeren als greppeltjesland en plas-drasgebied. Het onderstaande dwarsprofiel geeft hier een impressie van het te hanteren principe van weer.
Figuur 11. Principe van dwarsprofiel voor toekomstige situatie woongebied. Binnen de beide woonterpen zijn extra groenstroken aangebracht, waarmee beide kanten van de weg groen worden ingevuld. Het parkeren is aan de weg gesitueerd tussen het groen. Beide buurtschappen worden ontsloten vanaf de Birdaarderstraatweg via een ontsluitingsweg die door het midden van beide wooneilanden loopt. Bij beide wooneilanden is tevens sprake van een rotonde/keerlus.
2.6
Beeldkwaliteitsplan
Ten behoeve van de ontwikkeling van Tusken de Fearten is een beeldkwaliteitsplan opgesteld. Het beeldkwaliteitsplan geeft welstandscriteria voor de vormgeving van de nieuwe woningen en de vormgeving van de erfafscheidingen. Daarnaast wordt een beeld geschetst van de openbare ruimte in het plangebied. Het beeldkwaliteitsplan is als 'Bijlage 2 Beeldkwaliteitsplan' bijgevoegd aan deze toelichting en eveneens als bijlage aan de regels verbonden middels een voorwaardelijke verplichting in de algemene gebruiksregels. Daarmee is de juridische borging gelegd dat de voorgenomen stedenbouwkundige / landschapelijke inpassing omwille van een goede ruimtelijke kwaliteit ook daadwerkelijk gerealiseerd en in stand gehouden wordt. In het beeldkwaliteitsplan is in woord en beeld de na te streven ruimtelijke kwaliteit van de eindsituatie
16
bestemmingsplan Dokkum - Tusken de Fearten
vastgelegd. De toekomstige woningen moeten ontworpen worden op basis van de in het beeldkwaliteitsplan beschreven beeldkwaliteitscriteria. Het beeldkwaliteitsplan geeft middels referentiebeelden duidelijkheid en zekerheid over het bebouwingsbeeld in de nieuwe woonwijk. Het beeldkwaliteitsplan wordt door de gemeenteraad vastgesteld als onderdeel van de Welstandsnota. De borging van de ruimtelijke kwaliteit vindt plaats door de toetsing van de aanvraag omgevingsvergunning aan redelijke eisen van welstand. Dit gebeurt door de welstandscommissie aan de hand van de criteria uit het beeldkwaliteitsplan.
2.7
Verkeersaspecten en parkeerbalans
Voor een ruimtelijk plan geldt dat de verkeerseffecten die optreden als gevolg van een planvoornemen moeten worden onderbouwd. De nadruk ligt daarbij op de effecten van de ontwikkeling op de verkeersafwikkeling en parkeren (bereikbaarheid), de verkeersveiligheid en de verkeershinder (leefbaarheid). Verkeer Voor een ruimtelijk plan geldt dat de verkeerseffecten die optreden als gevolg van een planvoornemen in het kader van een goede ruimtelijke ordening moeten worden onderbouwd. Onderdeel daarvan is het parkeren. In publicatie nr. 381: Toekomstbestendig parkeren (december 2018) van CROW (het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte) zijn vuistregels en kengetallen aangereikt om verkeerseffecten bij ontwikkelingen te bepalen, onder meer voor de minimaal en maximaal aan te houden bandbreedte. De nieuwbouwwijk Tusken de Fearten zorgt voor extra verkeersgeneratie. Het wordt daardoor drukker op de Birdaarderstraatweg. Door middel van verkeerstellingen hebben we inzicht over de huidige verkeersdrukte op de Birdaarderstraatweg. Op dit gedeelte is een tweetal meetpunten bekend. Onderstaand fragment geeft deze meetpunten weer.
Figuur 12. Ligging telpunten verkeer vanaf de Birdaarderstraatweg Per telpunt is de verkeersprognose als volgt: Telpunt A: 1.071 motorvoertuigen per dag Telpunt B: 1.900 motorvoertuigen per dag Het CROW stelt dat een woning gemiddeld 7,5 autoritten per dag genereert. Voor de ten hoogste 29 te
17
bestemmingsplan Dokkum - Tusken de Fearten
realiseren woningen betekent dit dus 218 verkeersritten per dag. De extra autoritten moeten worden verdeeld over telpunt A en B. Een gedeelte rijdt richting de rondweg van Dokkum en een gedeelte rijdt richting Sybrandahûs. De exacte indeling is lastig in te schatten. Er is daarom uitgegaan van een verhouding van 90% richting de Rondweg-West en 10% Sybrandahûs. De verkeersintensiteit ziet er dan als volgt uit: Telpunt A: 1.071 mtv/per dag + (10% van 436) = 1.071 + 44 = 1.115 motorvoertuigen per dag Telpunt B: 1.900 mtv/per dag + (90% van 436) = 1.900 + 393 = 2.293 motorvoertuigen per dag Ook zijn er een aantal externe factoren die ook invloed hebben op de verkeersdrukte. De jaarlijkse autonome groei (+1%), en bijvoorbeeld de opkomst van de e-bike kan er toe leiden dat autogebruik in de toekomst afneemt. Deze factoren zijn niet meegenomen in de berekening. Om de hoogste waarde van 2.293 motorvoertuigen per dag te duiden, kan een vergelijking gemaakt worden met de Birdaarderstraatweg ten oosten van de Rondweg-West (Sionsberg richting binnenstad). Hier rijden dagelijks zo'n 2.900 motorvoertuigen per dag. De verwachte waarde op de Birdaarderstraatweg bij telpunt B ligt aanzienlijk lager. Er wordt dan ook niet verwacht dat de voorgenomen ontwikkeling een onevenredige aantasting van het verkeersnetwerk zal hebben.
Ten aanzien van verkeer geldt dat de aansluiting op de Birdaarderstraatweg wordt uitgevoerd als plateau. Aan de zuidzijde van de Birdaarderstraatweg komt een trottoir die de nieuwe wijk verbind met de Woudhorne. Richting de Trije Terpen komen er langzaam verkeersroutes. Bij dergelijke routes geldt dat er een lagere snelheid dan gebruikelijk geldt. Ook zijn er diverse snelheidsremmers aanwezig. Parkeren Voor het planvoornemen wordt de gemeentelijke parkeernormennota toegepast om een voldoende parkeerbalans te realiseren in het toekomstig woongebied. Voor toepassing daarvan wordt uitgegaan van een stedelijkheidsgraad geldende voor Dokkum e.o. van 'Matig Stedelijk' en het gebiedstype 'Rest bebouwde kom' ter plaatse van het te realiseren woongebied. Daarbij wordt de mogelijkheid van al dan niet parkeren op eigen terrein betrokken in geval van een eigen oprit met garage. In de benodigde openbare parkeerplaatsen in de openbare ruimte voor onder meer ook het bezoekersparkeren wordt voorzien door de groenstroken naast de rijbaan geschikt te maken voor parkeren. De groenstructuur is daarmee multifunctioneel. Conclusie De aspecten verkeer en parkeren leveren geen belemmeringen op ten aanzien van de uitvoerbaarheid van voorliggend bestemmingsplan.
18
bestemmingsplan Dokkum - Tusken de Fearten
Hoofdstuk 3
Beleidskader
Ruimtelijke ontwikkelingen moeten passen binnen wetten, regels en beleid van het Rijk, de provincie, regionaal gevoerd beleid op intergemeentelijk niveau en de gemeente. In navolgende is het relevante beleidskader gegeven voor de planontwikkeling van Tusken de Fearten. Daarbij is voor zover van belang verder ingegaan op wat voor het plangebied aan de orde is.
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie (2020)
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Hiermee kan worden ingespeeld op de grote uitdagingen die voorliggen. Verscheidene trends en ontwikkelingen hebben invloed op de leefomgeving. Groeiende en veranderende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen maar een deel van de opgave. Dit biedt kansen, maar vraagt daarnaast om zorgvuldige keuzes. De ruimte is zowel boven-, als ondergronds, een schaars goed. Het combineren van al die opgaven vraagt om een nieuwe manier van werken. Niet van bovenaf opgelegd, maar van onderop, in goede samenwerking tussen overheden, kennisinstellingen, bedrijven maatschappelijke organisaties en burgers. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat mogelijk is. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid grotendeels bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes vaak het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI wordt een proces in gang gezet waarmee keuzes voor de leefomgeving sneller en beter kunnen worden gemaakt. De NOVI komt voort uit de Omgevingswet, die naar verwachting in 2024 in werking treedt.
De NOVI vervangt, samen met het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (BKL) de SVIR, het Barro en het Bro. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI een visie op lange termijn in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.
ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie duurzaam economisch groeipotentieel sterke en gezonde steden en regio's toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied
De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen in sommige gevallen kunnen botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1.
2.
3.
Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI zoeken we naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt per gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners, zonder dat toekomstige generaties hier negatieve gevolgen door ondervinden.
De NOVI vindt haar doorwerking in het regionale en lokale beleid waaraan uiteindelijk plannen zullen worden getoetst. De algemene denklijn van de NOVI is in de planvorming betrokken.
19
bestemmingsplan Dokkum - Tusken de Fearten
Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Het planvoornemen zoals uiteengezet in Hoofdstuk 2 is niet in strijd met het beleid zoals benoemd in de NOVI. 3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (2011)
De Wet ruimtelijke ordening (Wro) biedt de basis voor het stellen van algemene regels, op te nemen in een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB). Die regels richten zich primair op gemeenten, die het eerstverantwoordelijke overheidsniveau zijn voor de inhoud van ruimtelijke plannen. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, 07-12-2011), ook wel bekend onder de naam AMvB Ruimte, zijn de nationale belangen uit de SVIR voorzien van juridische kaders, waarmee de doorwerking van de nationale belangen op ruimtelijk gebied is geborgd. Uit het Barro blijkt dat voor het planvoornemen en het plangebied geen sprake is van specifieke aspecten van nationaal belang. Wel geldt bij elk ruimtelijk plan nationaal belang 13. Hiermee vraagt het Rijk om een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Dit moet met behulp van de zogeheten Ladder voor duurzame verstedelijking worden onderbouwd. Deze verplichte toetsing is vastgelegd in het Barro, dat weer verwijst naar het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Artikel 3.1.6, lid 2 van het Bro schrijft voor dat de onderbouwing van een ruimtelijk plan, waar een nieuwe stedelijke ontwikkeling mee mogelijk wordt gemaakt, aan de Ladder voor duurzame verstedelijking moet voldoen.
Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Als definitie voor stedelijke ontwikkeling is in het Bro opgenomen: "ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen". In de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt wordt een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling gegeven (en voor zover buiten het bestaand stedelijk gebied gesitueerd ook een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien). Beoordeeld moet worden of sprake is van een nieuw, planologisch ruimtebeslag. Daarvan is in beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologisch regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. Vanwege voorliggend planvoornemen van dit bestemmingsplan heeft in paragraaf 4.9 van deze toelichting een uitgebreide toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking plaatsgevonden.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Visies
3.2.1.1 Omgevingsvisie Fryslân 2020 "De Romte Diele" De Omgevingsvisie is één van de instrumenten van de nieuwe Omgevingswet. In de Omgevingsvisie Fryslân, 'De Romte Diele' geheten, staat waar de provincie met de leefomgeving van Fryslân naar toe wil: de ambitie en doelen voor de toekomst. Het is een integrale visie voor de lange termijn op een tamelijk hoog abstractieniveau. De visie geeft de richting aan waar de provincie met allerlei partijen naar toe wil werken. Dit gebeurt in programma’s, concrete projecten en initiatieven, en zo nodig ook in regels. De visie is op 21 oktober 2020 vastgesteld. De provinciale omgevingsvisie vervangt het strategisch beleid van de provincie in het streekplan, milieubeleidsplan, waterhuishoudingsplan en het verkeer- en vervoerplan. In de visie is aangegeven wat de
20
bestemmingsplan Dokkum - Tusken de Fearten
provincie doet om de huidige basiskwaliteiten van de Friese leefomgeving op orde te houden. Daarnaast wil de provincie extra inzetten op vier urgente, integrale opgaven, te weten: Fryslân vitaal, leefbaar en bereikbaar houden; Energietransitie met kracht voortzetten; Fryslân klimaatadaptatief inrichten; Versterken biodiversiteit. De ambitie vitaal richt zich op het leefbaar houden van Friese steden, dorpen en het platteland. Dit betekent dat er voldoende woningen, voorzieningen en bedrijvigheid zijn en dat de bereikbaarheid goed is. Het planvoornemen ziet op ten hoogste 29 nieuwe woningen die als verdichting van de westrand van Dokkum dienen. Dit sluit aan op de doelstelling 'vitaal', die voldoende woningen in de provincie Fryslân beoogt. Daarnaast wordt in de Omgevingsvisie De Romte Diele ingezet op natuurinclusief ontwerpen bij nieuwe ontwikkelingen. Dit is mogelijk door in het ontwerp rekening te houden met maatregelen die een positief ecologisch effect sorteren. Wij zijn als gemeente van mening dat de onderhavige ontwikkeling een goed voorbeeld is van een ontwikkeling die rekening houdt met natuurinclusief ontwerpen. Het ruimtelijk concept van het planvoornemen is gericht op natuur- en landschapsinclusief wonen op eilanden in het groen. Bij aanleg zullen groene erfafscheidingen op perceelsgrenzen komen. Dit geeft een groen en samenhangend beeld.
In het om het woongebied heen liggende land zal sprake zijn van extensieve begrazing. Door extensieve beweiding met vee dat ook in drassige situaties floreert zal een veel gevarieerdere vegetatie ontstaan. Dit is bevorderend voor de biodiversiteit. Al met al sluit de voorgenomen ontwikkeling goed aan op het principe van natuurinclusief ontwerpen. Conclusie Het planvoornemen staat in lijn met de Omgevingsvisie Fryslân. 3.2.1.2 Grutsk op 'e Romte (2014) Provinciale Staten hebben op 26 maart 2014 het document ‘Grutsk op ‘e Romte’ als thematische structuurvisie over landschap en cultuurhistorie vastgesteld. In deze thematische structuurvisie zijn landschappelijke en cultuurhistorische structuren van provinciaal belang in samenhang geanalyseerd en gewaardeerd. Het doel hiervan is behoud en verdere ontwikkeling van de ruimtelijke kwaliteit door middel van informeren, inspireren en adviseren. ‘Grutsk op ‘e romte’ is als procesvereiste opgenomen in de provinciale ruimtelijk verordening, zodat bij het opstellen van een ruimtelijk plan een analyse dient te worden gemaakt van de aanwezige waarden in het plangebied. Op deze wijze verwacht Provinsje Fryslân de doorwerking van provinciale belangen in ruimtelijke plannen van gemeenten, rijk en provincie te borgen. De structuurvisie Grutsk op 'e Romte maakt bij het duiden van haar provinciale belangen onderscheid in diverse deelgebieden.
Het plangebied valt binnen het deelgebied 'Kleigebied Oostergo'. In dit deelgebied zijn onder andere van provinciaal belang: de grootschalige openheid met de (terp)dorpen die op de kwelderwal liggen als groene punten, het open kleiterpenlandschap en de vrij lege kweldervlakte met groene puntverdichtingen in de vorm van terpen, terpdorpen en terpnederzettingen. Bij dit laatste punt hoort ook een rijk stelsel van vaarten en opvaarten naar dorpen en boerderijen. Bij het voorliggende plan wordt rekening gehouden met de bovengenoemde landschappelijke structuren. Het ruimtelijk concept gaat uit van losliggende buurtschapjes op terpjes in een natuurinclusief weidegebied. Deze buurtschapjes worden omringd door water met daarachter greppeltjesland. Zodoende worden een soort kleine eilanden/terpjes gecreëerd. Landelijk wonen wordt hierbij gecombineerd met het behoud/herstel van landschappelijke structuren (greppeltjesland). Dit concept zorgt voor een versterking van de landschappelijke karakteristieken van terpdorpen en het kleiterpenlandschap. Daarnaast wordt bij het plan rekening gehouden met de Wâldfeart. Gezien vanuit de stad krijgt de blauwgroene structuur van de Wâldfeart steeds meer breedte. Er komen drie kavels aan het water te
21
bestemmingsplan Dokkum - Tusken de Fearten
liggen. Deze zijn ingebed in het greppeltjesland dat aan weerszijde aanwezig is. De woonpercelen zijn diep (tussen de 35 en 43 m). Dit voorkomt dat er grote bouwmassa's dicht bij het water komen. Voor de eerste 5 m langs de waterkant zijn in dit bestemmingsplan specifieke regels opgenomen waardoor de gemeente kan sturen op een goede overgang naar het water uit het oogpunt van waterveiligheid en ruimtelijke kwaliteit. Al met al wordt de karakteristieke waarde van de Wâldfeart als uitgangspunt bij het ontwerp gebruikt en daarmee versterkt. Conclusie Het planvoornemen sluit aan op de Structuurvisie Grutsk op 'e Romte. 3.2.2
Verordeningen
3.2.2.1 Verordening Romte Fryslân 2014 In de Verordening Romte Fryslân zijn concrete regels gesteld die ervoor moeten zorgen dat de provinciale ruimtelijke belangen doorwerken in de gemeentelijke ruimtelijke plannen. In de verordening is onder meer de grens tussen het bestaand stedelijk gebied en landelijk gebied vastgelegd. In stedelijk gebied bestaat een grotere mate van beleidsvrijheid wat betreft de ruimtelijke ordening dan in het landelijk gebied. Bestaand stedelijk gebied Bestaand stedelijk gebied is in hoofdstuk 1 betreffende de 'Begripsbepalingen' van de provinciale verordening in lid 15 als volgt gedefinieerd: "Het gebied dat de bestaande of bij bestemmingsplan toegelaten en voorziene woon- of bedrijfsbebouwing waaronder mede begrepen de daarbij behorende openbare voorzieningen en verkeersinfrastructuur van een kern bevat, zoals begrensd op de van deze verordening deel uitmakende kaarten Begrenzing bestaand stedelijk gebied, of zoals sinds 1 januari 2010 opgenomen in een onherroepelijk ruimtelijk plan voor nieuwe stedelijke functies, met uitzondering van de stedelijke functies die pas kunnen worden gerealiseerd op grond van in dat ruimtelijk plan opgenomen wijzigingsbevoegdheden ex artikel 3.6 Wet ruimtelijke ordening." Toetsing artikel 1 Het woningbouwplan Tusken de Fearten is buiten het bestaand stedelijk gebied geprojecteerd.
Op grond van artikel 1.1.1, eerste lid mag een ruimtelijk plan voor het landelijk gebied geen bouwmogelijkheden en gebruiksmogelijkheden voor nieuwe stedelijke functies bevatten. Een stedelijke functie wordt door de provincie gedefinieerd als functies die gekoppeld zijn aan het functioneren van kernen (dorpen en steden). Uit de begripsbeschrijving wordt duidelijk dat woningen onder deze definitie vallen. In afwijking van lid 1 kan conform lid 2 in een ruimtelijk plan een uitbreidingslocatie aansluitend op bestaand stedelijk gebied worden toegestaan. Het planvoornemen ziet op een afronding van de westelijke stadsrand van Dokkum. Het gaat hier om woningbouw buiten het bestaand stedelijk gebied. Er is daarom in theorie sprake van een uitbreidingslocatie die aansluit op het bestaand stedelijk gebied van Dokkum. De voorgenomen ontwikkeling is daarmee conform artikel 1.1.1 van de Verordening Romte Fryslân. Toetsing artikel 2 Naast artikel 1.1.1 is in het geval van uitbreidingslocaties tevens artikel 2.1.1 van toepassing. Op grond van artikel 2.1.1, lid 1 omvat de plantoelichting van een ruimtelijk plan voor een uitbreidingslocatie of voor het landelijk gebied een ruimtelijke kwaliteitsparagraaf waarin, voor zover noodzakelijk, wordt aangegeven op welke wijze: a.
b.
het plan rekening houdt met de draagkracht van het landschap voor de opvang en inpassing van nieuwe functies, op grond van een analyse van de samenhang van de ondergrond, netwerken en nederzettingspatronen; het plan invulling geeft aan de blijvende herkenbaarheid van de landschappelijke en cultuurhistorische
22
bestemmingsplan Dokkum - Tusken de Fearten
kernkwaliteiten, zijnde de structuren van provinciaal belang zoals die, met inbegrip van een richtinggevend advies, per deelgebied of gebiedsoverschrijdend zijn omschreven in de Structuurvisie Grutsk op 'e Romte. Ad a. Onder meer uit de paragrafen 2.1, 2.2 en 2.4 blijkt dat er bij het planvoornemen rekening is gehouden met bestaande landschapselementen. De bestaande landschappelijke structuur is als uitgangspunt voor het ontwerp gebruikt. Op grond hiervan kan geconcludeerd worden dat het planvoornemen in overeenstemming met ad a. is. Ad b. Uit Hoofdstuk 2 blijkt dat het planvoornemen invulling geeft aan de blijvende herkenbaarheid van landschappelijke en cultuurhistorische kernkwaliteiten, zijnde structuren van provinciaal belang uit de Structuurvisie Grutsk op 'e Romte. Het planvoornemen is daardoor eveneens in overeenstemming met ad b. Het voorgaande wijst uit dat het planvoornemen conform lid 1 van artikel 2.1.1 is. Naast lid 1 dient ook toetsing plaats te vinden aan lid 2 uit hetzelfde artikel. Lid 2 stelt dat een ruimtelijk plan dat betrekking heeft op het landelijk gebied, zo nodig regels stelt die ertoe strekken dat landschappelijke en cultuurhistorische kernkwaliteiten als bedoeld in het eerste lid, ad b. herkenbaar blijven. Bij dit bestemmingsplan is hier invulling aan gegeven door regels te stellen ter bescherming van de Wâldfeart.
Gelet op het feit dat er kavels aan het water gerealiseerd worden, zijn er specifieke regels opgesteld voor de eerste 5 m langs de waterkant. De gemeente heeft hierdoor de mogelijkheid om te sturen op een goede overgang naar het water, onder andere met oog op ruimtelijke kwaliteit. De cultuurhistorische waarde van de Wâldfeart blijft daardoor herkenbaar. Met oog hierop is het planvoornemen conform lid 2 van artikel 2.1.1. Voorts is in artikel 2.1.1, lid 3 geregeld dat een ruimtelijk plan voor het landelijk gebied dient te voorzien in een zorgvuldige inpassing van: a. b. c. d. e.
een uitbreidingslocatie; nieuwe infrastructuur of aanpassing van infrastructuur; een nieuwe recreatieve voorziening of uitbreiding van een recreatieve voorziening; agrarische bedrijven, inclusief glastuinbouwbedrijven; overige nieuwe of uitbreiding van bestaande, al dan niet aan het landelijk gebied gebonden functies, binnen de landschappelijke en cultuurhistorische kernkwaliteiten, zoals bedoeld in het eerste lid, sub b.
Zoals eerder opgemerkt is er bij dit plan sprake van een uitbreidingslocatie aansluitend op het bestaand stedelijk gebied van Dokkum. Ad a. uit de bovenstaande opsomming is daarom van toepassing. Uit de paragrafen 2.1, 2.2 en 2.4 blijkt dat er bij het planvoornemen sprake is van een goede landschappelijke inpassing. Hierbij is onderbouwd dat de voorgenomen ontwikkeling landschappelijk inpasbaar is, met inachtneming van bestaande landschappelijke en cultuurhistorische kernkwaliteiten. Naar aanleiding hiervan kan geconcludeerd worden dat het planvoornemen in lijn is met artikel 2.1.1, lid 3 uit de Verordening Romte. Zorgvuldig ruimtegebruik Zoals eerder opgemerkt is de voorgenomen ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied geprojecteerd. Dit betekent dat een onderbouwing in het kader van zorgvuldig ruimtegebruik van het voorliggende bestemmingsplan nodig is, en uitleg waarom voor het voorgenomen ruimtebeslag wordt gekozen. Het voorgaande vloeit voort uit artikel 2.3 uit de verordening. Er dient nader te worden bepaald of de voorgenomen ontwikkeling passend is binnen het criterium van een zogeheten 'zorgvuldig ruimtegebruik' zoals opgenomen in de Verordening Romte Fryslân 2014. In hoofdstuk 2 betreffende 'Ruimtelijk kwaliteit', paragraaf 2.3 van de verordening is het volgende daarover vastgelegd:
23
bestemmingsplan Dokkum - Tusken de Fearten
"De toelichting bij een ruimtelijk plan dat voorziet in een nieuwe stedelijke functie buiten bestaand stedelijk gebied bevat een verantwoording waaruit blijkt dat toepassing is gegeven aan het principe van zorgvuldig ruimtegebruik, waaruit in ieder geval blijkt waarom die functie redelijkerwijs niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd." Wat betreft toetsing van een planvoornemen aan toepassing van het principe van zorgvuldig ruimtegebruik kan provinciaal in hoofdzaak de in art. 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) vastgelegde Ladder voor duurzame verstedelijking worden doorlopen. Uitgangspunt daarvan is dat een zorgvuldige benutting van de beschikbare ruimte voor verschillende functies vraagt om een goede onderbouwing van nut en noodzaak van een nieuwe stedelijke ruimtevraag en een zorgvuldige ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. Concreet betekent dit voor de motivering van het woningbouwplan Tusken de Fearten waarom dat volkshuisvestelijk juist hier buiten bestaand stedelijk gebied dient plaats te vinden en wat de relatie met de overige woningbouwprojecten in Dokkum is. Het streven is immers naar een zo optimale benutting van bestaand stedelijk gebied om te voorkomen dat schaarse gronden in het landelijk gebied worden ingezet voor nieuwe ontwikkelingen.
Met de ladder dienen overheden een aantal stappen te doorlopen, die borgen dat tot een zorgvuldige ruimtelijke afweging en inpassing van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling wordt gekomen. De provincie stelt in de toelichting op de Verordening Romte Fryslân 2014 dat deze stappen geen blauwdruk zijn voor een optimale ruimtelijke inpassing van alle nieuwe ontwikkelingen, want dat zou voorbij gaan aan de specifieke lokale omstandigheden die van invloed zijn op de inpassing van ruimte vragende functies en het regionale maatwerk dat de overheden moeten kunnen leveren. De te doorlopen stappen bewerkstelligen dat de wens om een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk te maken nadrukkelijk wordt gemotiveerd en afgewogen met oog voor de ontwikkelingsbe-hoefte van een gebied, maar ook met aandacht voor de toekomstige ruimtebehoefte, en voor de ontwikkeling van de omgeving waarin het gebied ligt. Zorgvuldig ruimtegebruik wordt dan ook nog steeds als provinciaal belang gezien, als basis voor een goede ruimtelijke kwaliteit.
Artikel 2.3.1 van de provinciale verordening regelt dan ook dat de toelichting op een ruimtelijk plan waarmee een nieuwe stedelijke functie buiten bestaand stedelijk gebied mogelijk wordt gemaakt, een verantwoording bevat waaruit blijkt dat toepassing is gegeven van het principe van zorgvuldig ruimtegebruik en waaruit ook blijkt dat die functie redelijkerwijs niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd. Er dient dus te worden onderzocht in hoeverre welke binnenstedelijke locaties beschikbaar zouden kunnen zijn voor de voorliggende ontwikkeling, voordat kan worden besloten tot een nieuwe stedelijke uitbreiding. Daarnaast wordt provinciaal ook relevant bevonden dat de gemeente vanuit ruimtelijke kwaliteit en zorgvuldig ruimtegebruik een verantwoording geeft van de beoogde bebouwingsdichtheid van een planvoornemen. Op voorgaande en de ladder voor duurzame verstedelijking is in paragraaf 4.9 nader ingegaan, waarmee is betoogd dat het planvoornemen voldoet aan het provinciale criterium van zorgvuldig ruimtegebruik. Toetsing artikel 3 Voorts is artikel 3.1.1 van de Verordening Romte Fryslân van toepassing op het planvoornemen.
Op grond van dit artikel kan een ruimtelijk plan mogelijkheden voor woningbouw bevatten indien de aantallen en de kwaliteit van de woningbouw in overeenstemming zijn met een woonplan, dat de schriftelijke instemming van Gedeputeerde Staten heeft. Ten aanzien van dit artikel geldt dat de voorgenomen woningbouw is opgenomen in het woningbouwprogramma van de gemeente. Eén en ander staat in lijn met provinciale afspraken op het vlak van woningbouw. Op grond hiervan wordt het planvoornemen conform artikel 3.1.1 uit de Verordening Romte Fryslân geacht. Conclusie Het planvoornemen past binnen de Verordening Romte Fryslân.
24
bestemmingsplan Dokkum - Tusken de Fearten
3.2.2.2 Omgevingsverordening Fryslân In de Omgevingsverordening Fryslân (vastgesteld 21 september 2022) staan de provinciale regels voor de fysieke leefomgeving geformuleerd. De nieuwe verordening komt voort uit het ingezette beleid in de provinciale omgevingsvisie en vormt de voortzetting van de meeste regels uit diverse provinciale verordeningen met een ruimtelijke werking. Zo vervangt de omgevingsverordening de Wegen- en Vaarwegenverordening, Milieuverordening, Verordening Wet Natuurbescherming, Waterverordening en de huidige Verordening Romte. Op sommige punten hebben de aanstaande Omgevingswet en Omgevingsvisie tot aanpassingen geleid in de verordenend door de provincie voor te schrijven regels. Daarbij kan worden gedacht aan het herstel van biodiversiteit, energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, werkgelegenheid of landschapsversterking. De omgevingsverordening treedt in werking wanneer de Omgevingswet van kracht wordt op 1 januari 2024. Tot die tijd is de Verordening Romte Fryslân van toepassing. Uit de voorgaande subparagraaf blijkt dat het planvoornemen binnen de Verordening Romte Fryslân past.
3.3
Regionaal beleid
3.3.1
Structuurvisie Bundelingsgebied Regiostad Dokkum (2009)
De voormalige gemeenten Dongeradeel en Dantumadeel hadden ten tijde van het opstellen van de structuurvisie bundelingsgebied Regiostad Dokkum samen met de provincie de ambitie om Noordoost-Fryslân in een groeiregio te veranderen. Ingezet wordt op het versterken en uitbouwen van de centraal ‘trekkende’ positie van Regiostad Dokkum.
Figuur 13. Kaartbeeld beoogde woonmilieus in relatie tot het planvoornemen (bron: Royal Haskoning B.V.)
25
bestemmingsplan Dokkum - Tusken de Fearten
De structuurvisie is een uitvoeringsgericht plan voor de streekplanperiode (tot 2017), met een concrete doorkijk op de ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden voor de periode tot 2038. De visie geeft aan hoe de verschillende ambities op het gebied van economische ontwikkeling, verbetering van de infrastructuur en het realiseren van wervende woonmilieus waargemaakt kunnen worden. Hierbij is vooral de ruimtelijke weerslag van deze ambities op het bundelingsgebied van belang. Echter wordt ook gekeken hoe de ambities kunnen bijdragen aan het versterken van de aanwezige karakteristieke landschappelijke en cultuurhistorische waarden. Voor het bundelingsgebied is een visiekaart gemaakt. Deze visiekaart spitst zich toe op diverse thema's. Er zijn echter ook kaarten gemaakt die op een specifiek thema zijn gericht. Zo is er een kaartbeeld dat ingaat op de bestaande en gewenste woonmilieus in Dokkum. Deze visiekaart is in figuur 13 weergegeven. Ter verduidelijking is de globale ligging van het plangebied hierop aangegeven. Op het fragment is te zien dat het plangebied is aangemerkt als een geschikt gebied voor een 'groen stedelijk' woonmilieu. Aanvullend hierop is in de visie specifiek aangegeven dat het gebied rondom de Birdaarderstraatweg een toekomstig woongebied is.
Het is een locatie die zich in aansluiting op de bestaande wijk Woudhorne prima leent voor het realiseren van een groenstedelijk en waterrijk woonmilieu aan de oever van de Dokkumer Ie. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in een groenstedelijk en waterrijk woonmilieu op deze locatie. Het planvoornemen sluit dan ook nauw aan op de Structuurvisie Bundelingsgebied Regiostad Dokkum. Conclusie De structuurvisie Bundelingsgebied Regiostad Dokkum zit de uitvoerbaarheid van het planvoornemen niet in de weg.
3.4
Gemeentelijk beleid
In paragraaf 4.9 is in het kader van de Ladder voor duurzame verstedelijking uitgebreid ingegaan op de inpassing van het onderhavige woningbouwplan in het gemeentelijke (woon)beleid. Voor een inhoudelijke uiteenzetting van de inpassing in het gemeentelijke beleid wordt daarom verwezen naar paragraaf 4.9. 3.4.1
Stadsrandvisie It Nije Bolwurk (2010)
Beleidsachtergrond De Structuurvisie Bundelingsgebied Regiostad Dokkum, als vastgesteld eind 2009, is een belangrijke aanzet geweest voor de versterking van de westelijke kant van Dokkum. Uitgangspunt was lange tijd de gedachte om de Centrale As via de westkant van de stad aan te leggen maar dat is uiteindelijk de oostkant geworden. Om te voorkomen dat de westkant hierdoor aan aantrekkelijkheid zou inboeten, heeft de gemeente meer ingezet op versterking van dit gebied (waaronder de aanleg van een westelijke rondweg). De belangrijkste ontwikkelingen van de structuurvisie met dat perspectief zijn uitgewerkt in verschillende (deel)visies, waaronder de voor het woningbouwproject Tusken de Fearten relevante Stadsrandvisie It Nije Bolwurk van juli 2010. De visie is het product geweest van intensieve samenwerking tussen de voormalige gemeente Dongeradeel en Provinsje Fryslân, en gaat over de overgang van stad naar landschap (en andersom). Deze integrale visie beschrijft de situatie van destijds en geeft streefbeelden voor toekomstige ontwikkelingen in de stadsrandszone voor functies als wonen, natuur/groen en waterberging, met bijbehorende voorzieningen, zoals ontsluitende infrastructuur. Daarbij is een ontwerpopgave met hoge ruimtelijke kwaliteit geformuleerd voor de uitbreiding en afronding van Betterwird en de Westelijke Rondweg.
Ook een groene entree langs de Dokkumer Ie vormt een belangrijk speerpunt van It Nije Bolwurk. De nieuwe verbindingsvaart, Alde Sylsried, tussen Dokkumer Ie en de Wâldfeart is daarnaast aangemerkt als onderdeel van een zone waarin de geleidelijke overgang van stad naar buitengebied wordt vormgegeven. Hierin zijn ook de kansen benoemd om de natuurwaarden te versterken en recreatieve routes te ontwikkelen.
26
bestemmingsplan Dokkum - Tusken de Fearten
Beleidsharmonisatie Noardeast-Fryslân Op 1 januari 2019 is de nieuwe gemeente Noardeast-Fryslân ontstaan. Op grond van de Wet algemene regels herindeling (Wet Arhi) heeft een harmonisatieslag plaatsgevonden van beleidsdocumenten van de betrokken fusiegemeenten. Daarbij is de visie It Nije Bolwurk niet meer meegenomen en derhalve dan ook formeel komen te vervallen. Desalniettemin is gelet op de destijds met de provincie geschetste inrichting voor de westkant van het gebied een aantal aandachtspunten uit de stadsrandvisie nader beschouwd. In paragraaf 2.3 is hierop reeds ingegaan en waarom daar nu gedeeltelijk van wordt afgeweken. Hierbij draait het vooral om de ruimtelijke uitstraling van het stedenbouwkundig plan richting het omliggende landschap. 3.4.2
Woonvisie Noardeast-Fryslân
De woonvisie vormt de basis voor het woonbeleid van de gemeente Noardeast-Fryslân. De woonvisie beschrijft hoe de gemeente het op het vlak van wonen in 2025 voor zich ziet. De woonvisie bevat zeven speerpunten voor het komende aantal jaren: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Toekomst geven aan bestaande woningen en buurten; Nieuwbouw in stad, dorpen en wijken, omgang met groei en krimp; Ontwikkeling van de sociale huurvoorraad: betaalbaar, beschikbaar en met kwaliteit; Wonen en zorg in dorpen en wijken; Energietransitie en verduurzaming; Leefbare stad en dorpen: sociaal en veilig, met bereikbare voorzieningen; Samenwerking gemeente, belanghebbenden en bewoners.
Het woningbouwplan Tusken de Fearten zet met name in op speerpunten 2 en 3. Daarnaast zal direct of indirect ook sprake zijn van aansluiting op andere punten, zoals verduurzaming van het woningbestand (speerpunt 5) en participatie (speerpunt 7) met de omgeving van de projectlocatie. In paragraaf 4.9 is nader ingegaan op de woonvisie, woningbouwprogramma en de inpassing van het voorliggende woningbouwplan in het woonbeleid op verschillende schaalniveaus. Uit deze paragraaf blijkt dat het planvoornemen conform de woonvisie is. Conclusie De woonvisie Noardeast-Fryslân staat de uitvoerbaarheid van het planvoornemen niet in de weg. 3.4.3
Visie Dokkum-West
In februari 2020 is in opdracht van Aannemingsmaatschappij Jellema en de gemeente Noardeast-Fryslân een integrale visie voor het landschapsontwerp en ecologie opgesteld door Altenburg & Wymenga ecologisch onderzoek (A&W) en landschapsontwerper Erik overdiep. Deze visie betreft een nadere uitwerking van de stadsrandvisie 'it Nije Bolwurk'. Uitgangspunt is diverse gerealiseerde en beoogde planologische ontwikkelingen in het gebied. Het doel van de visie is om een vitaal stadsrandlandschap te creëren, met een variatie aan groene functies en bijzondere, extensieve woonvormen. De visie is betrokken bij de totstandkoming van het stedenbouwkundig plan dat aan dit bestemmingsplan ten grondslag ligt.