Bijlage 1 Ontwerpbestemmingsplan Holwert De Morgenzon
Tekst van het document
4
3 Uitgangspunten bepalen stikstofemissie
3.1 Referentiesituatie De referentiesituatie voor dit project is de feitelijke en legale, situatie, zoals deze sinds de referentiedata voor de verschillende natuurgebieden, ononderbroken heeft plaatsgevonden. Voor de Waddenzee is dit 10-06-1994 en voor de Duinen Ameland 24-03-2000. Voor de onderhavige situatie kan geen gebruik worden gemaakt van interne saldering.
3.2 Gebruiksfase
3.3 Aanlegfase De aanlegfase leidt tijdelijk tot een emissie van stikstof vanuit mobiele werktuigen en transport. Er is nog geen aannemer gekozen voor het werk. Daarom kan de emissie uit de aanleg alleen op basis van reële uitgangspunten worden geschat. Hiervoor is op basis van een aantal referentieprojecten de invoer bepaald. Deze invoer is opgenomen in bijlage 1. Hierbij wordt er (worst-case) uitgegaan van realisatie van het plan in één jaar. In de praktijk zal dit worden verspreid over meerdere jaren, waarmee de depositie per jaar lager uitkomt. De input voor AERIUS bestaat uit het aantal transporten (zwaar/middel/licht) en de hoeveelheid diesel die op de bouwplaats wordt verbruikt gedurende de inzet van bepaalde typen machines. Daarbij zijn de draaiuren en AdBlue toevoegingen ook relevante parameters. Voor het verbruik wordt uitgegaan van de vuistregel 0,1 liter/kW/uur. Uit praktijkcijfers onderzocht door TNO is dit gemiddeld overigens iets lager, circa 0,08 liter/kW/uur. Er wordt gebruik gemaakt van een machinepark van bouwjaar 2014 of jonger (Stage IV). Hierbij is een gemiddeld AdBlue verbruik van 5% is op basis van verschillende bronnen representatief. Voor de uitkomst van de berekening is het niet relevant of één grote machine of diverse kleine machines worden ingezet.
Dit betekent voor 2024 een invoer van 19.440 liter diesel in 1.494 draaiuren, met een AdBlue verbruik van 972 liter. Transport Voor transport wordt uitgegaan van 3.042 mvt/jaar licht transport (werklieden en kleine aanleveringen) en 594 mvt/jaar zwaar transport (>7 ton).
5
ONDERZOEK STIKSTOFDEPOSITIE
In de nieuwe situatie is geen sprake van gasgebruik. Wel is er sprake van verkeer. Op basis van CROW publicatie hebben grondgebonden woningen een verkeersgeneratie van maximaal 8 mvt/etmaal. Daarmee komt de totale verkeersgeneratie op 144 mvt/etmaal. Dit verkeer gaat in ieder geval op de Stasjonswei op in het heersende verkeersbeeld.
4 Resultaten en conclusie
Voor het project zijn de effecten van stikstofdepositie beoordeeld. Hierbij is geen rekening gehouden met saldering. In bijlage 2 bij dit rapport is de berekening van de emissie van de gebruiksfase en de aanlegfase opgenomen.
ONDERZOEK STIKSTOFDEPOSITIE
Resultaten Voor de aanlegfase zijn de inzet van materieel en het transport voor de realisatie van het project ingevoerd in het maatgevende jaar 2024. De gebruiksfase is ingevoerd op 2023. Beide fasen leiden niet tot een toename van stikstofdepositie van meer dan 0,00 mol/ha/jaar. Eindconclusie Omdat de toename van de stikstofdepositie is nergens hoger is dan 0,00 mol/ha/jaar op de stikstofgevoelige habitattype/leefgebieden met een (naderende) overschrijding van de KDW, zijn significante effecten op stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden van soorten ten gevolge van stikstofdepositie uitgesloten. Het is daarom niet noodzakelijk om een passende beoordeling uit te voeren of een vergunning op basis van de Wet natuurbescherming aan te vragen.
6
5 Bijlagen
ONDERZOEK STIKSTOFDEPOSITIE
7
Informatieverstrekking stikstofberekeningen aanlegfase Algemeen
Naam Projectnummer Bouwperiode Aantal grondgebonden Aantal appartementen Reeds bouwrijp?
Morgenzon, Holwert 23-806 2024 18 0 Nee
Fase Bouwrijp maken
Machine Divers <125 kW Divers >200 kW Transport licht Transport zwaar Divers <125 kW Divers >200 kW Transport licht Transport zwaar Graafmachine Hei-/boorstelling Hijskraan/verrijker Divers <125 kW Transport licht Transport zwaar Graafmachine Hei-/boorstelling Hijskraan/verrijker Divers <125 kW Transport licht Transport zwaar
Inzet/woning
Woonrijp maken
Woningbouw grondgebonden
Woningbouw appartementen
Totaal transport 10 20 5 10 20 0 4 5 2 3 18 10 100 10 2 2 14 5 60 8
Totale inzet (uren) Verbruik l/uur Totaal verbruik 180 10 1800 360 20 7200 90 180 10 20
3600 0
36 54 324 180
20 20 10 10
720 1080 3240 1800
0 0 0 0
20 20 10 10
0 0 0 0
72 90
1800 180
1080 144 Invoer AERIUS
Versie 11-11-2022
360 0
Totaal verbruik Draaiuren 5,00% AdBlue verbruik Licht transport Zwaar transport
19440 1494 972 3042 594
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:
www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
Noardeast Fryslan Morgenzon, - Holwert Woningbouw Morgenzon Realisatie 18 woningen tussen Morgenzon en Fellingen te Holwert. Aanlegfase
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
RNHuB9rPT77k 14 november 2023, 15:23 Wnb-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Resultaten
Hoogste bijdrage
Hexagon
Gebied
Aanlegfase - Beoogd Aanlegfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname
RNHuB9rPT77k (14 november 2023)
2024 -
4,7 kg/j
204,5 kg/j
2/6
Projectberekening
Aanlegfase (Beoogd), rekenjaar 2024 Emissiebronnen 1 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Materieelinzet Verkeersnetwerk
RNHuB9rPT77k (14 november 2023)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
4,7 kg/j 201,9 kg/j 61,4 g/j 2,6 kg/j
3/6
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)
De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RNHuB9rPT77k (14 november 2023)
4/6
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Aanlegfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)
Totaal
RNHuB9rPT77k (14 november 2023)
-
Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)
-
-
-
Met afname (ha Grootste afname gekarteerd) (mol N/ha/jr)
-
-
5/6
Projectberekening
Aanlegfase, Rekenjaar 2024 1
Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning
Naam Locatie Oppervlakte
Materieelinzet X:189705,2 Y:598334,29 1,58 ha
NOₓ NH₃
Naam
Stageklasse
Divers materieel
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, 19440 l/j SCR: ja
2
Brandstofverbruik
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer
Transport X:189547,13 Y:598148,36 823,17 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Draaiuren AdBlue verbruik
1494 u/j 972 l/j
201,9 kg/j 4,7 kg/j Stof Emissie
NOₓ NH₃
201,9 kg/j 4,7 kg/j
Links Rechts NOₓ 2,6 kg/j Type scherm - - NO₂ 0,7 kg/j Hoogte - - NH₃ 61,4 g/j Afstand tot de weg - -
Aantal voertuigbewegingen
3.042,0 /jaar 0,0 /jaar 594,0 /jaar 0,0 /jaar
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2023.0.1_20231106_3125d8b3c1 Database versie 2023.0.1_3125d8b3c1_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/
RNHuB9rPT77k (14 november 2023)
6/6
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:
www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
Noardeast Fryslan Morgenzon, - Holwert Woningbouw Morgenzon Realisatie 18 woningen tussen Morgenzon en Fellingen te Holwert. Gebruiksfase
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
ReWvRW9bsx7S 14 november 2023, 15:23 Wnb-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Resultaten
Hoogste bijdrage
Hexagon
Gebied
Gebruiksfase - Beoogd Gebruiksfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname
ReWvRW9bsx7S (14 november 2023)
2025 -
0,4 kg/j
10,4 kg/j
2/6
Projectberekening
Gebruiksfase (Beoogd), rekenjaar 2025 Emissiebronnen
Verkeersnetwerk
ReWvRW9bsx7S (14 november 2023)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
0,4 kg/j
10,4 kg/j
3/6
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)
De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). ReWvRW9bsx7S (14 november 2023)
4/6
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Gebruiksfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)
Totaal
ReWvRW9bsx7S (14 november 2023)
-
Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)
-
-
-
Met afname (ha Grootste afname gekarteerd) (mol N/ha/jr)
-
-
5/6
Projectberekening
Gebruiksfase, Rekenjaar 2025 1
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer
Woonverkeer X:189551,86 Y:598157,06 818,73 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Links Rechts NOₓ 10,4 kg/j Type scherm - - NO₂ 1,6 kg/j Hoogte - - NH₃ 0,4 kg/j Afstand tot de weg - -
Aantal voertuigbewegingen
144,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2023.0.1_20231106_3125d8b3c1 Database versie 2023.0.1_3125d8b3c1_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/
ReWvRW9bsx7S (14 november 2023)
6/6
Bijlage 2
NATUURSCOPE ECOLOGISCH ONDERZOEK Boslaan 55, 9801 HE Zuidhorn
Controle beschermde ecologische waarden – Woningproject Holwerd Opdrachtgever: Interra BV Datum: 4 juli 2023 Opgesteld door: Contactpersoon:
Inleiding In verband met een woningbouwproject in Holwerd heeft Natuurscope een Quick Scan voor Interra BV uitgevoerd. Figuur 1 en 2 geven het plangebied en de mogelijke inrichting ervan weer. Er is eerst via bureauonderzoek een beeld verkregen van de verwachte aanwezige beschermde soorten. Deze gegevens zijn gecontroleerd en aangevuld middels een veldbezoek.
Figuur 1
NSc2023069-M1
Ligging plangebied
pagina 1 van 5
NATUURSCOPE ECOLOGISCH ONDERZOEK Boslaan 55, 9801 HE Zuidhorn
Figuur 2
Mogelijke inrichting plangebied
Resultaten Bureauonderzoek Om inzicht te krijgen in de mogelijk aanwezige beschermde soorten is bureauonderzoek uitgevoerd. Hierbij is gekeken naar beschikbare gegevens in de Nationale Databank Flora en Fauna. Op basis van beschikbare gegevens over de omgeving kan ingeschat worden hoe groot de kans is bepaalde beschermde soorten in dit gebied aan te treffen. De volgende soorten kwamen uit deze analyse naar voren: das, steenmarter, meervleermuis, gewone grootoorvleermuis, waterspitsmuis. De meeste soortgroepen zijn rond Holwerd echter niet tot slecht onderzocht, dus er zijn weinig gegevens van bekend. De soortgroepen vaatplanten, broedvogels, wintervogels, blad- en levermossen, landzoogdieren en dagvlinders zijn wel redelijk tot goed onderzocht. Uit waarnemingen blijkt dat er in de omgeving, zeker op de kwelders buitendijks, veel vogels en bijzondere soorten aanwezig zijn. Rondom Holwerd zelf zijn echter weinig bijzondere soorten waargenomen. Ransuil en zangvogels kunnen in het dorp verwacht worden en kunnen hier broeden. Er zat afgelopen jaren een roekenkolonie op 200 meter afstand van het plangebied. Aan de andere kant van het dorp is de otter waargenomen. Ten slotte zijn enkele exoten bekend aan de andere kant van het dorp, namelijk reuzenbalsemien en reuzenberenklauw.
Veldbezoek Tijdens het veldbezoek is het terrein onderzocht door het geheel af te lopen en te letten op aanwezige planten en sporen en verblijfplaatsen van overige soortgroepen. Ook is gelet op vogels en hun gedrag. Foto’s 1 t/m 10 geven een beeld van het plangebied.
NSc2023069-M1
pagina 2 van 5
NATUURSCOPE ECOLOGISCH ONDERZOEK Boslaan 55, 9801 HE Zuidhorn
Foto 1
Foto 3
Foto 5
NSc2023069-M1
Foto 2
Foto 4
Foto 6
pagina 3 van 5
NATUURSCOPE ECOLOGISCH ONDERZOEK Boslaan 55, 9801 HE Zuidhorn
Foto 7
Foto 9
Foto 8
Foto 10
Het plangebied bestaat uit drie weides met algemene vegetatie, zoals gewoon reukgras, gestreepte witbol, luzerne en rode klaver. In de grotere watergang aan de noordzijde van het plangebied zijn algemene soorten aanwezig, zoals grote lisdodde, azuurwaterjuffer en een libel uit de familie van de rombouten. Ook staan hier enkele bomen en struiken. Deze zijn jong genoeg om weggehaald te mogen worden en er zijn geen nesten in aangetroffen. Langs de voetbalvelden, aan de andere kant van de watergang, staan grotere bomen. Hierin zijn ook geen nesten aangetroffen. De aanwezigheid van de roekenkolonie aan de Ternaarderwei is bevestigd. Op de hoek, bij de oostelijke knik in de straat de De Morgenzon, staan wat grotere bomen, en struiken. Het kon niet uitgesloten worden dat zich hier nesten bevinden. Er staat ook een esdoorn die mogelijk kapvergunningsplichtig is. Naast de weides is er ook een gedeelte waar een bewoner paarden op heeft staan, en een gedeelte waar materialen van een boer en enkele auto’s staan. De meeste watergangen zijn klein en staan droog. Hier worden geen beschermde soorten verwacht.
NSc2023069-M1
pagina 4 van 5
NATUURSCOPE ECOLOGISCH ONDERZOEK Boslaan 55, 9801 HE Zuidhorn
Om het plangebied heen staan huizen waar veel activiteit is van huismussen. Ook zouden hier vleermuizen hun verblijfplaats kunnen hebben, net als in de bomen langs de sportvelden. Het plangebied zelf zou als foerageergebied voor vleermuizen kunnen dienen. Ook de boerenzwaluw gebruikt de weides als foerageergebied. Er zijn diverse zangvogels waargenomen, waaronder zwartkop, tjiftjaf en merel. Deze vogels kunnen broeden in het plangebied, er wordt daarom aangeraden werkzaamheden buiten het broedseizoen te laten plaatsvinden. Er zijn geen sporen of verblijfplaatsen van steenmarter of das aangetroffen. Er is geen geschikt habitat aanwezig voor de waterspitsmuis. Overige beschermde soorten worden niet verwacht.
Conclusie Er zijn geen belemmeringen voor de plannen vanuit de Wet natuurbescherming. Het gebied is niet aan te merken als essentieel foerageergebied voor vleermuizen. Direct ten noorden van het plangebied, rondom de voetbalvelden, liggen brede groenstroken die door vleermuizen gebruikt kunnen worden. Meervleermuis is niet in het plangebied te verwachten, deze foerageert vooral boven grotere wateren. Ook zijn geen belangrijke vliegroutes aanwezig, omdat het gebied uitkomt op open akkergebied. Bij de bouw van de woningen wordt afstand gehouden naar de bosstroken op en langs het plangebied, straatverlichting wordt voorzien van armatuur die lichtuitstraling naar de omgeving voorkomt. De soorten vleermuizen die hier het meest waarschijnlijk aan te treffen zijn, gewone dwergvleermuis en mogelijk laatvlieger, worden ook niet negatief beïnvloed door verlichting. Dit zijn soorten die verblijfplaatsen hebben in bebouwing en daarom veel voorkomen in gebieden met (straat)verlichting. Er zijn geen jaarrond beschermde nesten van vogels aanwezig in het plangebied en er zijn ook geen andere beschermde soorten in het gebied aanwezig. De werkzaamheden moeten buiten het broedseizoen verricht worden. Wanneer kort voor of tijdens het broedseizoen wordt gestart (start 15 maart 2024) moeten er maatregelen getroffen worden om te voorkomen dat er alsnog vogels gaan broeden.
NSc2023069-M1
pagina 5 van 5
Bijlage 3
Aanvraagformulier
Normale procedure met advies in Wetterskip Fryslan Algemene informatie Aanvraag gestart Aanvraag ingediend Aanvraagnummer Bevoegd gezag E-mailadres Naam aanvraag
15-05-2023 11:11 15-05-2023 11:19 00013126 Wetterskip Fryslan Normale procedure met advies
Op basis van onderstaande locatie
15-05-2023 11:19
1
Aanvraagformulier
Vragen en antwoorden uit de aanvraag Wat is uw naam? Wat is uw emailadres?
ealse@interra.nl
Wat is uw telefoonnummer? Doet u een aanvraag namens uzelf?
Ja
In welke gemeente ligt het plan?
Noardeast Fryslân
Is er contact geweest met de gemeente?
Ja
Geef hier de naam van de contactpersoon van de gemeente. Wat is het emailadres van de contactpersoon? Neemt het verhard oppervlak in het stedelijk gebied toe? Nee Neemt het verhard oppervlak in landelijk gebied toe?
Ja
Met hoeveel m2 neemt het verhard oppervlak in het landelijk gebied toe?
6000
Wat voor compenserende maatregelen worden er in het Verbreden/aanbrengen watergangen noordelijk deel plan genomen bij een toename verharding en/of demping oppervlaktewater? Geef aan wat er wordt uitgevoerd in het oppervlaktewater
keuzes: Graven
Wordt er tijdelijk of permanent grondwater onttrokken? Nee Voeg een overzichtstekening toe van het plan
bestandsnaam: BS2021-046-VO-ST-C03_Holwert Morgenzon.pdf
Omschrijving van het plan
Realisatie 18 woningen. Binnen het plangebied waren al woningen mogelijk, het bestemmingsplan voorziet in een andere inrichting van het gebied.
Straat en nummer van het plan
Morgenzon
Postcode en plaats van het plan
Holwert
Kadastraal adres
-
Oppervlak van het plangebied in m2
16000
Tekening met de nieuwe situatie en/of compenserende maatregelen toename verharding/demping oppervlaktewater. Maximale bestandsgrootte te uploaden is 20 MB.
bestandsnaam: BS2021-046-VO-ST-C03_Holwert Morgenzon.pdf
Heeft u aanvullende opmerkingen?
Nee
15-05-2023 11:19
2
Aanvraagformulier
Op basis van de check is onderstaande nodig 1. Normale procedure Wat moet ik doen? Wij vragen je om het plan bij ons in te dienen. Dit kun je doen via de knop ‘Direct aanvragen’ in het overzicht, in te loggen en hiermee de procedure af te ronden.
Uit de door jou ingevulde gegevens blijkt dat je plan grote invloed heeft op het water of de wateraspecten (zoals dijken, gemalen, stuwen of persleidingen) in de omgeving.
Onder ‘details’ van de samenvatting aanvraag staat aangegeven waar je per onderdeel rekening mee moet houden. Dit moet je verwerken in je ruimtelijk plan of besluit. We nemen contact met je op wanneer er nog een aanvulling nodig is op dit wateradvies.
Daarnaast moet je in je plan een onderdeel opnemen over de ‘toename verharding’. Kijk bij ‘Achtergrondinformatie’ wat wij van je verwachten.
Waar moet ik op letten? Voor sommige werkzaamheden heb je een watervergunning nodig. Bijvoorbeeld als je een sloot wilt dempen, afvalwater wilt lozen op oppervlaktewater of grondwater wilt onttrekken. Soms is het doen van een melding voldoende. Via Omgevingsloket online www.omgevingsloket.nl kun je nagaan of je een watervergunning nodig hebt of een melding moet doen (vergunningcheck). Je kunt hier ook meteen de vergunning aanvragen of de melding doen.
Achtergrondinformatie
15-05-2023 11:19
3
Aanvraagformulier Watertoets De watertoets zorgt ervoor dat in alle ruimtelijke plannen aandacht wordt besteed aan veiligheid, kwaliteit én kwantiteit van water. Als richtlijn bij het beoordelen van ruimtelijke plannen werken we met de Leidraad Watertoets. Hierin staat voor alle wateraspecten uitgangspunten omschreven waar je rekening mee moet houden. Ook is er informatie te vinden over de te nemen maatregelen. Je kunt de leidraad vinden via deze link: www.wetterskipfryslan.nl/vergunningen-wetten-en-regels/online-watertoets-voor-nieuwe-plannen
Toename verharding Wij willen je verzoeken om in de waterparagraaf de volgende passage op te nemen over het onderdeel toename verharding. Door ruimtelijke ontwikkelingen neemt de hoeveelheid verhard oppervlak toe met als gevolg een versnelde afvoer van hemelwater. Het is nodig om deze versnelde afvoer te compenseren om de waterberging in een gebied in stand te houden. Dit geldt ook voor toevoegen van oppervlakteverharding die wel past binnen het bestemmingsplan, maar waarvan de grond al meer dan vijf jaar braak ligt en waar in het verleden niet voor gecompenseerd is.
Het is niet toegestaan zonder watervergunning neerslag versneld tot afvoer te laten komen indien daarbij meer dan 200 m2 onverharde grond in stedelijk gebied en 1500 m2 in landelijk gebied wordt bebouwd of verhard. Er geldt een vrijstelling van de vergunningsplicht wanneer wordt voldaan aan de compensatieregels genoemd in dit wateradvies. De meest voorkomende manier van compenseren is het graven van extra oppervlaktewater. Bij het graven van extra oppervlaktewater hanteren wij de volgende compensatienorm: • • •
Boezem 5%, dit heeft alleen betrekking op de Friese boezem; Polder 10%, Vrij afstromend, alternatieve maatregelen.
Uiteraard is het toepassen van alternatieve maatregelen in het plan ook mogelijk. Afhankelijk van de maatregel kunnen andere normen gelden dan hier vermeld. Zie de ‘Leidraad watertoets’ voor meer informatie over compenserende maatregelen of neem contact op met ons. Indien er niet wordt gecompenseerd door extra oppervlaktewater te graven waarbij bovenstaande percentages worden gehanteerd of indien er geen overeenstemming plaatsvindt in de watertoetsprocedure over alternatieve maatregelen dan dient een watervergunning bij het waterschap te worden gevraagd.
Bekijk ook de ‘Leidraad Watertoets’ voor meer informatie over maatregelen die je kunt treffen om te compenseren. Als je niet compenseert dan moet je een watervergunning aanvragen voor het snel afvoeren van regenwater.
Klimaat Om ook in de toekomst prettig te kunnen wonen, werken en recreëren moeten steden en dorpen ingericht worden met het oog op de toekomst. Zo is het mogelijk om het bebouwd gebied beter bestand te maken tegen hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en de gevolgen van een mogelijke overstroming. Meer informatie hierover kun je vinden op de Friese klimaatatlas
Privacyverklaring Nadere informatie over de verwerking van je gegevens en je rechten vind je op https://www.wetterskipfryslan.nl/ over-de-site/privacyverklaring
15-05-2023 11:19
4
Aanvraagformulier 2. Advies aanbrengen toename verharding Wat moet ik doen? We verzoeken je om het plan bij ons aan te vragen, via de blauwe knop ‘Direct aanvragen’ in het overzicht op de vorige pagina
Waar moet ik op letten? Neemt het aantal vierkante meters toe ten opzichte van de bestaande bebouwing en bedraagt deze toename meer dan 200 m2 in de bebouwde kom (stedelijk gebied) of 1500 m2 buiten de bebouwde kom (landelijk gebied) dan geldt de vergunningsplicht. Dit geldt ook voor toevoegen van oppervlakteverharding die wel past binnen het bestemmingsplan, maar waarvan de grond al meer dan vijf jaar braak ligt en waar in het verleden niet voor gecompenseerd is.
Achtergrondinformatie Meer informatie hierover kun je vinden in de Leidraad Watertoets (onder andere paragraaf 4.3.6) https:// www.wetterskipfryslan.nl/documenten/vergunningen-wetten-en-regels/leidraad-watertoets_2013.pdf
15-05-2023 11:19
5
Aanvraagformulier 3. Advies dempen en graven van oppervlaktewater Wat moet ik doen? We verzoeken je om na te gaan via de vergunningchecker of je een vergunning moet aanvragen, een melding moet doen of zo aan de slag mag. Daarnaast kunt je checken welke gemeentelijke regels gelden
Waar moet ik op letten? Voor het dempen van oppervlaktewater is het beleid van Wetterskip Fryslân dat dit voor 100% gecompenseerd moet worden in hetzelfde peilgebied.
Achtergrondinformatie Meer informatie hierover kun je vinden in de Leidraad Watertoets (onder andere paragraaf 4.3.5) https:// www.wetterskipfryslan.nl/documenten/vergunningen-wetten-en-regels/leidraad-watertoets_2013.pdf en op onze site: https://www.wetterskipfryslan.nl/vergunningen-wetten-en-regels/vergunning-check-meteen-of-maak-een-afspraak
15-05-2023 11:19
6
Bijlage 4
Holwert, Morgenzon (Gemeente Noardeast-Fryslân, Fr.)
Een Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O) Verkennende Fase Definitief Steekproefrapport 2023-04/16
Holwert, Morgenzon (Gemeente Noardeast-Fryslân, Fr.)
Een Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O) Verkennende Fase Definitief Steekproefrapport 2023-04/16
Holwert, Morgenzon (Gemeente Noardeast-Fryslân, Fr.) Een Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O) Verkennende Fase Een onderzoek in opdracht van Gemeente Noardeast-Fryslân Steekproefrapport 2023-04/16 ISSN 1871-269X Status: Definitief auteur: (senior KNA-archeoloog/prospector actor reg. nr. 97236416) autorisatie: d (senior KNA-archeoloog/ -prospector, actor reg. nr. 35453178) Goedgekeurd door de bevoegde overheid gemeente Noardeast-Fryslân d.d. 8 mei 2023 De Steekproef bv werkt volgens de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie 4.1 en SIKB-BRL 4000. Voor dit onderzoek gelden protocollen 4002 & 4003. Foto’s en tekeningen zijn gemaakt door De Steekproef, tenzij anders vermeld. © De Steekproef bv, april 2023 Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt zonder bronvermelding. De Steekproef bv aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek. De Steekproef bv Archeologisch Onderzoeks- en Adviesbureau adres telefoon internet e-mail kvk
Hogeweg 3, 9801 TG Zuidhorn 050 – 5779784 www.desteekproef.nl info@desteekproef.nl 02067214
Inhoud Samenvatting Administratieve gegevens van het plangebied 1. Inleiding........................................................................................................................... 1 • 1.1 Aanleiding en doel (KNA 4.1: LS01)..........................................................................1 • 1.2 Locatie (KNA 4.1: LS01, LS02)..................................................................................2 2. Bureauonderzoek (KNA 4.1: LS06)......................................................................................3 • 2.1 Fysische geografie (KNA 4.1: LS04)...........................................................................3 • 2.2 Archeologie (KNA 4.1: LS04)....................................................................................5 • 2.3 Historische geografie (KNA 4.1: LS03).......................................................................8 • 2.4 Archeologisch verwachtingsmodel (KNA 4.1: LS05)....................................................9 3. Veldonderzoek (KNA 4.1: VS05).......................................................................................10 • 3.1 Methoden en technieken (KNA 4.1: VS01)...............................................................10 • 3.2 Resultaten veldwerk (KNA 4.1: VS02, VS03).............................................................11 4.
Conclusies en advies (KNA 4.1: VS07)..............................................................................12 Gebruikte bronnen Lijst van Figuren en Tabellen Appendix I: Archeologische periodes Appendix II: Boorstaten Appendix III: Laagbeschrijvingen
Samenvatting In opdracht van de gemeente Noardeast-Fryslân is een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd aan de Morgenzon te Holwert, gemeente Noardeast-Fryslân, provincie Fryslân (Figuur 1). Aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen gebiedsontwikkeling van het terrein. De plannen bestaan onder andere uit de bouw van woningen, aanleg van groen- en watervoorzieningen en infrastructuur. De exacte omvang en diepte van de werkzaamheden is in dit stadium nog niet bekend. De graafwerkzaamheden kunnen echter leiden tot aantasting van in de ondergrond aanwezige archeologische waarden. Het onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek (verkennende fase). Plangebied Holwert Morgenzon ligt in het Fries-Gronings kleigebied. Het gebied ligt op een kwelderwal die bewoonbaar was vanaf de late ijzertijd. Rondom het gebied liggen meerdere huisterpen en de dorpsterp van Holwert. Op historisch kaartmateriaal is het gebied altijd in gebruik geweest als landbouwgrond. Het plangebied heeft een middelhoge verwachting voor archeologische waarden vanaf de late ijzertijd tot in de nieuwe tijd. Deze kunnen bestaan uit resten van een nederzetting of van akkers. Indicatoren hiervan bestaan onder andere uit bewoningslagen, ophogingslagen of andere grondsporen, maar ook scherven aardewerk of artefacten van metaal.
Om het verwachtingsmodel te toetsen zijn acht verkennende boringen in het plangebied gedaan. Uit het booronderzoek blijkt dat de bovenste 40 tot 75 centimeter van het plangebied recentelijk is vergraven. Hieronder zijn eerst afzettingen van een kwelderwal aanwezig. Hierin zijn geen sporen van bewoning waargenomen. Onder de kwelderwal waren getijdenafzettingen aanwezig gevolgd door wadzand. Er zijn geen archeologische lagen waargenomen of vondsten gedaan. Selectie-advies door R. Rap MA (senior KNA-archeoloog/prospector) Uit het booronderzoek blijkt dat de bovenste 40 tot 75 centimeter van het plangebied recentelijk is vergraven. Hieronder zijn eerst afzettingen van een kwelderwal aanwezig. In de kwelderwal is de verwachting voor archeologische waarden het hoogst. Hierin zijn echter geen archeologische lagen waargenomen of vondsten gedaan. De archeologische verwachting voor het gebied kan daarom naar beneden toe worden bijgesteld. Wij adviseren het plangebied daarom vrij te geven wat betreft de archeologie. Het is aan de gemeente Noardeast-Fryslân of zij dit advies al dan niet overneemt. Als bij toekomstig graafwerk onverhoopt toch archeologische vondsten worden gedaan of archeologische grondsporen worden aangetroffen, dan dient daarvan direct melding te worden gemaakt bij de minister conform de Erfgoedwet 2015, artikel 5.10 & 5.11.
Wij adviseren dit te doen bij de gemeente Noardeast-Fryslân. Selectiebesluit bevoegde overheid Op 8 mei 2023 heeft de bevoegde overheid, de gemeente Noardeast-Fryslân, in de persoon van de heer P. Braam, kennisgegeven het rapport goed te keuren en het selectieadvies over te nemen.
Administratieve gegevens van het plangebied Provincie
Fryslân
Gemeente
Noardeast-Fryslân
Plaats
Holwert
Toponiem
Morgenzon
Kaartblad
06A
Centrumcoördinaten
189.717 / 598.334
Bestemmingsplan
Bestemmingsplan Doarpen
Oppervlakte
1,3 hectare
NAP-hoogte maaiveld
Circa 1 tot 1,5 meter +NAP
Huidig grondgebruik
Grasland
Soort onderzoek
Bureauonderzoek & veldonderzoek verkennende fase
Opdrachtgever
Gemeente Noardeast-Fryslân
Uitvoerder
De Steekproef bv
Bevoegde overheid
Gemeente Noardeast-Fryslân
Steekproef projectcode
2023-04/16
Onderzoeksmeldingsnummer
5413443100
Datum veldwerk
26 april 2023
Maximale diepte onderzoek
280 centimeter onder maaiveld
Beheer en plaats documentatie
De Steekproef bv / Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed / DANS / DINO-loket (boorgegevens) / Noordelijk Archeologisch Depot Nuis
1.
Inleiding
1.1
Aanleiding en doel (KNA 4.1: LS01) In opdracht van de gemeente Noardeast-Fryslân is een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd aan de Morgenzon te Holwert, gemeente Noardeast-Fryslân, provincie Fryslân (Figuur 1). Aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen gebiedsontwikkeling van het terrein. De plannen bestaan onder andere uit de bouw van woningen, aanleg van groen- en watervoorzieningen en infrastructuur. De exacte omvang en diepte van de werkzaamheden is in dit stadium nog niet bekend. De graafwerkzaamheden kunnen echter leiden tot aantasting van in de ondergrond aanwezige archeologische waarden. Het plangebied valt onder het “Bestemmingsplan Doarpen” van de gemeente Noardeast-Fryslân. Het gebied heeft geen archeologische dubbelbestemming. De gemeente Noardeast-Fryslân hanteert de Friese Archeologische Monumentenkaart Extra, de archeologische beleidskaart van de provincie Fryslân voor het gemeentelijk archeologisch beleid (FAMKE). Het beleid op deze kaart is opgedeeld in twee periode-specifieke kaarten: voor de periode steentijd-bronstijd en voor de periode ijzertijd-middeleeuwen (Figuur 2). De FAMKE adviseert voor het plangebied voor de steentijd-bronstijd: geen onderzoek noodzakelijk. Voor de periode ijzertijd-middeleeuwen maakt het plangebied deel uit van een zone met het advies: karterend onderzoek 1.
Hiervoor geldt dat bij ingrepen groter dan 500 vierkante meter een verkennend archeologisch booronderzoek uitgevoerd dient te worden. Het onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek (verkennende fase). Het doel van het onderzoek is het opstellen van een archeologisch verwachtingsmodel van het gebied aan de hand van de beschikbare fysischgeografische, archeologische en historisch-geografische informatie. Tijdens het veldonderzoek is dit verwachtingsmodel getoetst. Daartoe zijn de opbouw en gaafheid van de bodem bepaald.
1
Figuur 1: Holwert, Morgenzon: Uitsnede van de topografische kaart (pdok).
1.2
Locatie (KNA 4.1: LS01, LS02) Het plangebied ligt aan de rand van het centrum van Holwert. Langs het plangebied lopen de wegen De Morgenzon en De Fellingen. Het gebied bestaat uit een aantal percelen, soms gescheiden door sloten. De percelen zijn in gebruik als weidegrond. Aan de noordwest- en zuidoostkant van het gebied liggen weidegronden of akkerlanden. Aan de zuidkant liggen kleine weides en woningen. Volgens het Kabels en Leidingen InformatieCentrum (KLIC) loopt er in het oosten een rioolleiding door het plangebied. (22G0289283). Deze zal minimale bodemverstoringen hebben veroorzaakt.
2
2.
Bureauonderzoek (KNA 4.1: LS06) Tijdens het bureauonderzoek is de bestaande relevante kennis van het plangebied verzameld. De gebruikte bronnen voor het onderzoek staan aan het eind van dit rapport. Één van de bronnen is ARCHIS 3, het archeologisch registratie- en informatiesysteem van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). Deze databank is toegankelijk voor organisaties die werkzaam zijn in de archeologie. Het bevat een GIS-systeem waarin onder meer een archeologische kaart en aardkundige kaarten geraadpleegd kunnen worden.
2.1
Fysische geografie (KNA 4.1: LS04) Het plangebied bevindt zich in het Noord-Nederlandse zeekleigebied. De diepere ondergrond van het gebied is ontstaan in de laatste twee ijstijden: het Saalien en het Weichselien (Appendix I). Onder het landijs werd een dik pakket grondmorene (keileem) afgezet. In de laatste ijstijd, het Weichselien, is het landschap veranderd doordat door klimaatomstandigheden (namelijk koud en extreem droog weer) de ondergrond tot op grote diepte permanent bevroren was (permafrost). In deze periode met het destijds heersende toendraklimaat (poolwoestijn) verdween alle vegetatie en door wind en waterstroompjes, gevoed door sneeuwsmeltwater, trad erosie op. Door extreme omstandigheden tijdens het laat pleniglaciaal was plantengroei vrijwel onmogelijk en had de wind vrij spel. In grote delen van Nederland werd het landschap afgedekt met een dik pakket zand, het dekzand. Het keileem- en dekzandlandschap helt sterk af in noordelijke en westelijke richting. Door de lage ligging hiervan is dit landschap in de kustzones van Fryslân overdekt geraakt met veen en klei. Deze afzettingen zijn ongeveer vanaf 10.000 jaar geleden gevormd nadat de laatste ijstijd overging in een relatief warme periode, het Holoceen.
De temperatuurstijging had tot gevolg dat de aanwezige ijskappen begonnen te smelten waardoor de zeespiegel steeg, waarmee ook het grondwaterniveau steeg en veenvorming ontstond. Door de snelle zeespiegelstijging verdronken veel van de langs de kust gelegen veengebieden en trad vaak grootschalige erosie van het veen op. In latere perioden raakte het kustgebied van Fryslân bedekt met mariene afzettingen, dat later deel uit is gaan maken van een marien getijdengebied (Vos et al. 2018). Het huidige waddengebied komt sterk overeen met dit getijdengebied, waarbij kreekgeulen zich door een landschap van kwelderplaten insnijden waarbij onder invloed van de getijdenstromen steeds zand en zandige klei wordt afgezet. Het plangebied maakte deel uit van een kweldergebied dat later in de late middeleeuwen is ingedijkt. Op de paleogeografische reconstructies door Vos et al. (2018) is te zien dat rond 3850 vC het dekzand in het plangebied nog aan het oppervlak lag (Figuur 2). Rond 2750 vC is het getijdengebied richting het zuiden verplaatst en ligt het plangebied op de grens van een veengebied en kwelderwal. Het veen langs de kust wordt weggeslagen en rond 500 vC ligt er nog een dunne kwelderwal met daarachter een kweldergebied. De kwelderwal groeit gedurende de tijd tot deze rond 100 nC een forse omvang heeft. Op de geomorfologische kaart ligt het gebied op een kwelderwal (code B75).
Op de bodemkaart ligt het gebied in een zone met kalkrijke poldervaaggronden bestaande uit lichte zavel (code Mn15A). Op het Actueel Hoogtebestand Nederland 3 (AHN) zijn enige hoogteverschillen te zien in het plangebied (Figuur 3). Langs de randen van het plangebied zijn enkele hogere stukken die zijn veroorzaakt door de ophoging van woonhuizen buiten het plangebied. Verder is het middelste perceel waarschijnlijk licht opgehoogd. De hoogte van het plangebied varieert van 1 tot 1,5 meter boven NAP.
3
Figuur 2: Holwert, Morgenzon: Paleogeografische reconstructies door Vos et al. 2018.
4
Figuur 3: Holwert, Morgenzon: Uitsnede van het Actueel Hoogtebestand Nederland 3.
2.2
Archeologie (KNA 4.1: LS04) In het plangebied zijn geen archeologische waarden bekend. Archeologische waarden in de directe omgeving van het plangebied zijn weergegeven op Figuur 4 en in Tabel 1 zijn de bekende AMK-terrein en vondstmeldingen beschreven. Er liggen vier AMK-terreinen rond het plangebied. Het gaat drie keer om een onbebouwde verhoogde woonplaats (monumentnummers 7529, 15068 en 15073). Monumentnummer 15332 betreft de dorpskern van Holwert. Circa 200 meter ten westen van het plangebied zijn twee verkennende booronderzoeken uitgevoerd (zaaknummers 2341964100 en 4701120100). In beide onderzoeken werd een ophoogpakket gevonden gevolgd door een oude bouwvoor en natuurlijke kwelderafzettingen. Er werden geen vondsten gedaan of archeologische lagen waargenomen. Beide plangebieden werden vrijgegeven. Ten noordwesten van het plangebied zijn twee grootschalige bureauonderzoeken en een booronderzoek uitgevoerd (zaaknummers 4776971100; 4920615100 en 4921693100). In de eerstgenoemde werd vervolgonderzoek geadviseerd voor de delen die op een terp lagen of op geomorfologisch op de kwelderwal. Voor een deel is een booronderzoek uitgevoerd, hier werden voornamelijk natuurlijke wad- en kwelderafzettingen 5
gevonden. In het dorp Holwert werd onder de kwelderwal (circa 1,5 meter onder maaiveld) een humeuze laag gevonden. Tevens ten noordwesten van het plangebied zijn een verkennend booronderzoek en vervolgens een archeologische begeleiding uitgevoerd (zaaknummers 4897459100 en 5111612100). Tijdens het booronderzoek werd een vermoedelijke terplaag gevonden en vermoedelijke lagen van een dijk. Voor een deel werd daarom een archeologische begeleiding geadviseerd. Hierbij werden echter geen vondsten gedaan of sporen aangetroffen. Ten zuiden van het plangebied werd een verkennend booronderzoek uitgevoerd (zaaknummer 5129174100). Hierbij werd in de top van de kwelderwal een humeuze laag gevonden. Daarom werd er nageboord met een megaboor. Dit leverde echter geen archeologische indicatoren op. Het gebied werd vrijgegeven wat betreft archologie. Tabel 1:
Holwert, Morgenzon: Archeologische MonumentenKaart (AMK)-terreinen en vondstmeldingen in de omgeving van het plangebied (Archis).
Zaaknummer
Omschrijving
Datering
7547
Terrein betreft een onbebouwd, verhoogd terrein waar de stins Itsma heeft gestaan.
Late middeleeuwen
15068
Terrein met een onbebouwde, deels onder de Ljouwerterdijk gelegen verhoogde woonplaats. Op het terrein is veel baksteen aangetroffen. Op het terrein is een ophogingslaag van 80 centimeter dik aanwezig.
Late middeleeuwen
15073
Terrein met een onbebouwde huisterp.
Late middeleeuwen – nieuwe tijd
15332
Terrein met sporen van bewoning. Het betreft de dorpskern van het terpdorp Holwert.
Late middeleeuwen – nieuwe tijd
3238586100
Metalen riemhanger
Nieuwe tijd vroeg – nieuwe tijd midden
3239752100
Koperen gesp
Late middeleeuwen
AMK-terreinen
Vondstmeldingen
6
Figuur 4: Holwert, Morgenzon: Archeologische waarden in de omgeving van het plangebied (ARCHIS 3).
7
2.3
Historische geografie (KNA 4.1: LS03) Op de kaart van het Noardeast-Fryslân uit de Atlas van Schotanus uit 1718 (niet afgebeeld) ligt het gebied in een leeg veld. Op zowel de kadastrale minuut uit 1811-1832 en in de Atlas van Eekhoff uit 1848 (via www.frieslandopdekaart.nl; niet afgebeeld) is het gebied in gebruik als bouwland. Op alle drie deze kaarten ligt een klein huis op de locatie van de Fellingen 33. Op de topografische kaart uit 1900 is geen huis meer afgebeeld op deze locatie (Figuur 5). Verder is aan de indeling van het gebied niets veranderd sinds de achttiende en negentiende eeuw. Op de kaart uit 1930 is te zien dat de perceelindeling in het gebied is gewijzigd. Er loopt dan tevens een pad in het verlengde van de Fellingen door het gebied. Op de topografische kaart uit 1962 is de bebouwing ter plekke van de Fellingen 33 zichtbaar. In de decennia die volgen krijgt het plangebied en het gebied daaromheen steeds meer haar huidige vorm en indeling. Rondom het plangebied wordt steeds meer gebouwd. Het plangebied blijft onbebouwd. Het onderzoek heeft geen aanwijzingen opgeleverd voor bouwhistorische waarden in de ondergrond.
Figuur 5: Holwert, Morgenzon: Uitsneden van de topografische kaarten uit 1900, 1930, 1962 en 1990 (topotijdreis.nl). 8
2.4
Archeologisch verwachtingsmodel (KNA 4.1: LS05) Voor het plangebied geldt een middelhoge verwachting voor archeologische waarden uit de late ijzertijd tot de nieuwe tijd. De kwelderwal waar Holwert op ligt was bewoonbaar vanaf ongeveer de late ijzertijd. In de omgeving zijn meerdere vondsten en huisplaatsen bekend vanaf de late middeleeuwen. Archeologische resten kunnen bestaan uit bewoningslagen, ophogingslagen en andere grondsporen (kuilen, greppels etc.), maar ook vondsten zoals scherven aardewerk, bouwmateriaal en artefacten van metaal en glas. Eventuele resten kunnen verstoord zijn geraakt door verploeging als gevolgd van landbouwgebruik. Tabel 2:
Holwert, Morgenzon: Specificatie archeologische verwachting.
Datering
Late ijzertijd – nieuwe tijd
Complextype
Nederzetting, akker
Omvang
Vanaf enkele tientallen meters
Diepteligging
Onder de bouwvoor
Gaafheid en conservering
Goede organische conservering
Locatie
Hele terrein
Uiterlijke kenmerken
Aardewerkscherven, bouwmateriaal, grondsporen
Mogelijke verstoringen
Verploeging
Om dit verwachtingsmodel te toetsen werd een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Hiermee zijn de gaafheid van het bodemprofiel en de diepte van eventueel archeologisch relevante lagen bepaald. Dit werd uitgevoerd met een edelmanboor en een guts. Er zijn acht boringen geplaatst, zo goed mogelijk verdeeld over het plangebied. De boringen zijn beschreven volgens de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode (ASB).
9
3.
Veldonderzoek (KNA 4.1: VS05)
3.1
Methoden en technieken (KNA 4.1: VS01) Het veldwerk is uitgevoerd op 26 april 2023. Er zijn acht verkennende boringen evenredig over het plangebied gedaan, waarmee de gemiddelde boordichtheid zes boringen per hectare is (Figuur 6). De boringen zijn uitgevoerd met een edelmanboor van tien centimeter en een guts van drie centimeter doorsnede. De einddiepte ligt tussen 160 en 280 centimeter onder maaiveld. De opgeboorde monsters zijn beschreven en onderzocht door ze laagsgewijs af te snijden in de boorkop en guts. Op deze wijze is bepaald in welke mate de bodem intact is en wat de kans is op archeologische lagen en/of grondsporen. Daarnaast zijn de diepte, lithologie en kleur bepaald, alsmede alle overige bijzonderheden. De boringen zijn beschreven volgens de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode (ASB). De boorpunten en maaiveldhoogtes zijn ingemeten en de RD-coördinaten zijn bepaald met RTK- GPS. De resultaten van de boringen zijn opgenomen in de Appendix II en Appendix III in de vorm van boorstaten en laagbeschrijvingen. Een veldkartering kon op de locatie niet worden uitgevoerd omdat het terrein begroeid en bestraat was (Figuur 7).
Figuur 6:
Holwert, Morgenzon: Boorpuntenkaart (voor bijbehorende coördinaten en NAP-hoogtes zie Appendix III. 10
Figuur 7:
3.2
Holwert, Morgenzon: Foto van het plangebied, vanaf boring 5 in noordoostelijke richting.
Resultaten veldwerk (KNA 4.1: VS02, VS03) Alle boringen vertonen ongeveer hetzelfde beeld. In het hele gebied is een donker bruingrijze bouwvoor aanwezig bestaan uit zwak siltig sterk humeus zand, soms met een spikkel rode baksteen. Hieronder was een vergraven laag, of twee vergraven lagen, aanwezig bestaande uit donkergrijs of lichtgrijs zwak siltig zand met puinspikkels en roestvlekken. De onderdiepte van de vergraven lagen ligt tussen 40 en 70 centimeter onder maaiveld. Onder de vergraven lagen waren in alle boringen afzettingen van een kwelderwal aanwezig. Deze bestonden uit lichtgrijs zwak siltig zand met roestvlekken en soms een spikkel schelpgruis. Dit werd gevolgd door getijdenafzettingen die bestonden uit een lichtgrijze opeenvolging van zand- en kleilagen, met daarin schelpgruis en roestvlekken (Figuur 8). De reductiegrens is alleen in boringen 1 en 7 geraakt, op respectievelijk 205 en 220 centimeter onder maaiveld. Boringen 1 en 7 zijn doorgezet tot onder de getijdenafzettingen, waarbij op respectievelijk 245 en 250 centimeter onder maaiveld wadzand werd aangeboord. In boring 3 was tussen 140 en 170 centimeter onder maaiveld een pakket klei aanwezig met daarin humeuze lagen. Mogelijk heeft hier enige tijd wat plantengroei plaatsgevonden. Er zijn geen archeologische lagen aangetroffen of vondsten gedaan.
Figuur 8:
Holwert, Morgenzon: Boring 8: 110 tot 190 centimeter onder maaiveld. Getijdenafzettingen bestaande uit een opeenvolging van klei en zandlagen.
11
4.
Conclusies en advies (KNA 4.1: VS07) Plangebied Holwert Morgenzon ligt in het Fries-Gronings kleigebied. Het gebied ligt op een kwelderwal die bewoonbaar was vanaf de late ijzertijd. Rondom het gebied liggen meerdere huisterpen en de dorpsterp van Holwert. Op historisch kaartmateriaal is het gebied altijd in gebruik geweest als landbouwgrond. Het plangebied heeft een middelhoge verwachting voor archeologische waarden vanaf de late ijzertijd tot in de nieuwe tijd. Deze kunnen bestaan uit resten van een nederzetting of van akkers. Indicatoren hiervan bestaan onder andere uit bewoningslagen, ophogingslagen of andere grondsporen, maar ook scherven aardewerk of artefacten van metaal. Om het verwachtingsmodel te toetsen zijn acht verkennende boringen in het plangebied gedaan. Uit het booronderzoek blijkt dat de bovenste 40 tot 75 centimeter van het plangebied recentelijk is vergraven. Hieronder zijn eerst afzettingen van een kwelderwal aanwezig. Hierin zijn geen sporen van bewoning waargenomen. Onder de kwelderwal waren getijdenafzettingen aanwezig gevolgd door wadzand. Er zijn geen archeologische lagen waargenomen of vondsten gedaan.
Selectie-advies door (senior KNA-archeoloog/prospector) Uit het booronderzoek blijkt dat de bovenste 40 tot 75 centimeter van het plangebied recentelijk is vergraven. Hieronder zijn eerst afzettingen van een kwelderwal aanwezig. In de kwelderwal is de verwachting voor archeologische waarden het hoogst. Hierin zijn echter geen archeologische lagen waargenomen of vondsten gedaan. De archeologische verwachting voor het gebied kan daarom naar beneden toe worden bijgesteld. Wij adviseren het plangebied daarom vrij te geven wat betreft de archeologie. Het is aan de gemeente Noardeast-Fryslân of zij dit advies al dan niet overneemt. Als bij toekomstig graafwerk onverhoopt toch archeologische vondsten worden gedaan of archeologische grondsporen worden aangetroffen, dan dient daarvan direct melding te worden gemaakt bij de minister conform de Erfgoedwet 2015, artikel 5.10 & 5.11. Wij adviseren dit te doen bij de gemeente Noardeast-Fryslân. Selectiebesluit bevoegde overheid Op 8 mei 2023 heeft de bevoegde overheid, de gemeente Noardeast-Fryslân, in de persoon van de heer , kennisgegeven het rapport goed te keuren en het selectieadvies over te nemen.
12
Gebruikte bronnen AHN-Viewer. www.AHN.nl. Actueel Hoogtebestand Nederland. Rijkswaterstaat, Adviesdienst Geoinformatie en ICT. ARCHIS 3. www.zoeken.cultureelerfgoed.nl Bosch, J.H.A. 2008. Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 1.1. Deltares-rapport 2008-U-R0881/A. Friese Archeologische MonumentenKaart Extra (FAMKE). www.fryslan.nl/famke Hisgis, Historisch Geografisch Informatiesysteem. www.hisgis.nl Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie 4.1. www.SIKB.nl. 2018. Centraal College van Deskundigen Archeologie. www.opentopo.nl Publieke Dienstverlening Op de Kaart, www.pdok.nl www.ruimtelijkeplannen.nl Schotanus à Sterringa, B. 1718. Uitbeelding der Heerlijkheit Friesland; zoo in ’t algemeen als in haare bijzondere Grietenijen. François Halma, Ljouwert (Facsimile-uitgave 1979). www.topotijdreis.nl Vos, P., M. van der Meulen, H. Weerts en J. Bazelmans. 2018. Atlas van Nederland in het Holoceen. Landschap en bewoning vanaf de laatste ijstijd tot nu, Amsterdam (Prometheus).
Lijst van Figuren en Tabellen Figuren 1
Topografische kaart
2
Paleogeografische reconstructies
3
Hoogtekaart
4
Archeologische waardenkaart
5
Topografische kaarten uit 1900, 1930, 1962 en 1990
6
Boorpuntenkaart
7
Foto van het plangebied
8
Boring 8
Tabellen 1
Archeologische waarden rondom het plangebied
2
Specificatie archeologische verwachting
Appendix I: Archeologische periodes paleolithicum: paleolithicum vroeg: paleolithicum midden: paleolithicum laat: paleolithicum laat A: paleolithicum laat B:
tot 300.000 BP 300.000 - 35.000 BP 35.000 BP - 8.800 vC 35.000 - 18.000 BP 18.000 BP - 8.800 vC
mesolithicum: mesolithicum vroeg: mesolithicum midden: mesolithicum laat:
8.800 - 7.100 vC 7.100 - 6.450 vC 6.450 - 4.900 vC
neolithicum: neolithicum vroeg: neolithicum vroeg A: neolithicum vroeg B: neolithicum midden: neolithicum midden A: neolithicum midden B: neolithicum laat: neolithicum laat A: neolithicum laat B:
5.300 - 4.200 vC 5.300 - 4.900 vC 4.900 - 4.200 vC 4.200 - 2.850 vC 4.200 - 3.400 vC 3.400 - 2.850 vC 2.850 - 2.000 vC 2.850 - 2.450 vC 2.450 - 2.000 vC
bronstijd: bronstijd vroeg: bronstijd midden: bronstijd midden A: bronstijd midden B: bronstijd laat:
2.000 - 1.800 vC 1.800 - 1.100 vC 1.800 - 1.500 vC 1.500 - 1.100 vC 1.100 - 800 vC
pleistoceen: elsterien saalien weichselien holoceen:
2,5 miljoen - 10.000 BP 475.000 - 410.000 BP 200.000 - 130.000 BP 116.000 - 10.000 BP 10.000 - heden
vC nC BP
= = =
voor Christus na Christus before present; present = 1950
ijzertijd: ijzertijd vroeg: ijzertijd midden: ijzertijd laat:
800 - 500 vC 500 - 250 vC 250 - 12 vC
romeinse tijd: romeinse tijd vroeg: romeinse tijd vroeg A: romeinse tijd vroeg B: romeinse tijd midden: romeinse tijd midden A: romeinse tijd midden B: romeinse tijd laat: romeinse tijd laat A: romeinse tijd laat B:
12 vC - 70 nC 12 vC - 25 nC 25 - 70 nC 70 - 270 nC 70 - 150 nC 150 - 270 nC 270 - 450 nC 270 - 350 nC 350 - 450 nC
middeleeuwen: middeleeuwen vroeg: middeleeuwen vroeg A: middeleeuwen vroeg B: middeleeuwen vroeg C: middeleeuwen vroeg D: middeleeuwen laat: middeleeuwen laat A: middeleeuwen laat B:
450 - 1.050 nC 450 - 525 nC 525 - 725 nC 725 - 900 nC 900 - 1.050 nC 1.050 - 1.500 nC 1.050 - 1.250 nC 1.250 - 1.500 nC
nieuwe tijd: nieuwe tijd vroeg: nieuwe tijd midden: nieuwe tijd laat:
1.500 - 1.650 nC 1.650 - 1.850 nC 1.850 – heden
Algemeen Steentijd (tot 2000 vC) De steentijd is opgedeeld in het paleolithicum, mesolithicum en neolithicum. Het paleolithicum (oude steentijd) wordt vooral gekenmerkt door de ijstijden. Na het laatpaleolithicum verbetert het klimaat. Vindplaatsen uit het late paleolithicum zijn vooral te herkennen aan concentraties vondstmateriaal (bewerkt en/of verbrand vuursteen, houtskool) met weinig en moeilijk te herkennen grondsporen zoals kuilen, paalgaten en houtskoolconcentraties die mogelijk wijzen op haardplaatsen. Vondsten uit het mesolithicum of midden steentijd, gekenmerkt door sporen en vondsten van rondtrekkende jagers en verzamelaars, bestaan voornamelijk uit bewerkt vuursteen, verbrande hazelnootdoppen en houtskoolfragmenten. Mesolithische grondsporen zijn vooral oppervlakte-haarden en haardkuilen. In een natte omgeving kunnen ook werktuigen van gewei of hout bewaard zijn gebleven. VoorbHolwertn hiervan zijn geweibijlen, bogen, visfuiken, etc. In het neolithicum (nieuwe steentijd) werden dieren gehouden en in het neolithicum werd eveneens akkerbouw bedreven. Grondsporen uit deze periode kunnen bestaan uit paalgaten van bijvoorbeeld boerderijen, resten van beschoeiingen, greppels, (afval)kuilen en haardplaatsen. Aardewerk komt in deze tijd voor, evenals bewerkt (vuur)steen en geslepen bijlen.
Metaaltijden (2000-12 vC) In de bronstijd en ijzertijd kwam bemesting en wisselbouw binnen de akkerbouw voor. Sporen uit de bronstijd en ijzertijd kunnen bestaan uit kuilen, paalgaten van boerderij-plattegronden, bijgebouwen of spiekers, waterkuilen of -putten, erfofakkerafscheidingen en sporen van akkerbewerking zoals de kruiselings getrokken voren van een eergetouw. Houtskool kan duiden op de aanwezigheid van haarden voor voedselbereiding of het bakken van aardewerk. Ook kunnen er restanten gevonden worden die duiden op metaalbewerking, zoals stukken ovenwand, brons- of ijzerslakken, sintels, mallen, smeltkroezen, metaal bedoeld voor omsmelten, etc. Vondsten kunnen verder bestaan uit bijvoorbeeld metalen voorwerpen of voorwerpen van aardewerk zoals vaatwerk, maar ook slingerkogels, rammelaars, spinklosjes en weefgewichten. Romeinse tijd (12 vC-450 nC) In de romeinse tijd vormde de Rijn de noordelijke grens van het romeinse rijk. Langs deze grens, de limes, werden grensposten, nederzettingen en wegen gebouwd. In het noorden van Nederland zijn ook romeinse vondsten gedaan, maar dit zijn voornamelijk losse vondsten als romeinse munten, mantelspelden en scherven romeins aardewerk. Middeleeuwen en nieuwe tijd (450 nC-heden) Na een afname in de bevolkingsdichtheid aan het einde van de romeinse tijd en de periode erna, steeg deze weer in het begin van de middeleeuwen.
Vondsten uit de middeleeuwen en later bestaan voornamelijk uit scherven aardewerk, waaronder importaardewerk, munten en metalen voorwerpen (zoals mantelspelden, spijkers), resten van aardewerkproductie, metaalbewerking, wolbewerking etc. Belangrijke gebouwen (bijvoorbeeld kerken en borgen) werden van baksteen / kloostermoppen gebouwd.
Appendix II: Boorstaten - Holwert, Morgenzon
(cm)
(cm)
02 150
150
04
08
01 03 100
05
06
100
07
50
50
0
0
-50
-50
-100
-100
-150
-150
Legenda (conform NEN 5104) grind
klei Grind, siltig
Klei, zwak siltig
Grind, zwak zandig
Klei, matig siltig
Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
Klei, matig zandig
Klei, sterk zandig
zand Zand, kleiïg
Zand, zwak siltig
leem Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
Zand, uiterst siltig
overige toevoegingen zwak humeus
veen Veen, mineraalarm
matig humeus
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
Appendix III: Laagbeschrijvingen - Holwert, Morgenzon 01 X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Maaiveld (cm)
: 189715 : 598374 : 117
Lithologie Diepte (cm)
Omschrijving Grondsoort
0 - 15 15 - 50 50 - 100 100 - 245
zand zwak siltig, matig humeus, donker-bruin-grijs, bouwvoor zand zwak siltig, zwak humeus, donker-grijs, vergraven zand zwak siltig, licht-grijs, spoor roestvlekken, Opm.: kwelderwal zand zwak siltig, licht-grijs, Schelpen: spoor schelpmateriaal, spoor roestvlekken, kleilagen, zandlagen, Opm.: getijde-afzettingen 245 - 255 zand zwak siltig, grijs, Opm.: wadzand
Archeologische indicatoren spoor baksteen
02 X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Maaiveld (cm)
: 189690 : 598342 : 150
Lithologie Diepte (cm) 0 - 15 15 - 60 60 - 70 70 - 115 115 - 160
Omschrijving Grondsoort zand zwak siltig, matig humeus, donker-bruin-grijs, bouwvoor zand zwak siltig, zwak humeus, donker-grijs, vergraven zand zwak siltig, licht-grijs, spoor roestvlekken, vergraven zand zwak siltig, licht-grijs, spoor roestvlekken, Opm.: kwelderwal zand zwak siltig, licht-grijs, Schelpen: spoor schelpmateriaal, spoor roestvlekken, kleilagen, zandlagen, Opm.: getijde-afzettingen
Archeologische indicatoren spoor baksteen spoor baksteen
03 X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Maaiveld (cm)
: 189740 : 598342 : 104
Lithologie Diepte (cm)
Omschrijving Grondsoort
Archeologische indicatoren
0 - 25 25 - 55 55 - 95 95 - 140
zand zwak siltig, matig humeus, donker-bruin-grijs, bouwvoor zand zwak siltig, licht-grijs, spoor roestvlekken, vergraven zand zwak siltig, licht-grijs, spoor roestvlekken, Opm.: kwelderwal zand zwak siltig, licht-grijs, Schelpen: spoor schelpmateriaal, spoor roestvlekken, kleilagen, zandlagen, Opm.: getijde-afzettingen 140 - 170 klei matig siltig, zwak humeus, licht-grijs, veel bruine vlekken 170 - 190 zand zwak siltig, licht-grijs, Schelpen: spoor schelpmateriaal, spoor roestvlekken, kleilagen, zandlagen, Opm.: getijde-afzettingen 04 X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Maaiveld (cm)
: 189658 : 598307 : 127
Lithologie Diepte (cm)
Omschrijving Grondsoort
Archeologische indicatoren
0 - 15 zand zwak siltig, matig humeus, donker-bruin-grijs, bouwvoor 15 - 65 zand zwak siltig, licht-grijs, spoor roestvlekken, vergraven 65 - 90 zand zwak siltig, licht-grijs, spoor roestvlekken, Opm.: kwelderwal