CConstaterende datNoardeast-Fryslân
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1- ON Anjum - It Hoarnleger en De Singel 4A

It Beslút 18 februari 2021, gemeente Noardeast-FryslânBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Anjum – It Hoarnleger en de Singel 4a13.343 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

VL

AAT

GEMEENTE NOARDEAST-FRYSLÂN BESTEMMINGSPLAN ANJUM - IT HOARNLEGER EN DE SINGEL 4A

Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1

Inleiding

1

1.1

Aanleiding

1

1.2

Plangebied

1

1.3

Huidige planologische regeling

2

1.4

Leeswijzer

3

Hoofdstuk 2

Beschrijving van het plangebied

4

2.1

Huidige situatie

4

2.2

Gewenste situatie

5

Hoofdstuk 3

Beleidskader

7

3.1

Rijksbeleid

7

3.2

Provinciaal beleid

7

3.3

Gemeentelijk beleid

8

Hoofdstuk 4

Omgevingsaspecten

9

4.1

Algemeen

9

4.2

Verkeer en parkeren

9

4.3

Archeologie

10

4.4

Bedrijven en Milieuzonering

10

4.5

Bodem

10

4.6

Cultuurhistorie

11

4.7

Ecologie

11

4.8

Externe veiligheid

12

4.9

Geluid

13

4.10

Kabels en leidingen

13

4.11

Vrijwaringszone - molenbiotoop

4.12

Luchtkwaliteit

14

4.13

Water

14

Hoofdstuk 5

Juridische toelichting

16

5.1

Algemeen

16

5.2

Toelichting op de bestemmingen

16

Hoofdstuk 6

Uitvoerbaarheid

18

6.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

18

6.2

Economische uitvoerbaarheid

18

13

Bijlagen toelichting Bijlage 1

Watertoets

Bijlage 2

Stikstofonderzoek

Regels Hoofdstuk 1

Inleidende regels

19

Artikel 1

Begrippen

19

Artikel 2

Wijze van meten

24

Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels

25

Artikel 3

Wonen

25

Artikel 4

Waarde - Archeologisch en/of cultuurhistorisch waardevol gebied

28

Hoofdstuk 3

Algemene regels

30

Artikel 5

Anti-dubbeltelregel

30

Artikel 6

Algemene bouwregels

31

Artikel 7

Algemene aanduidingsregels

32

Artikel 8

Algemene gebruiksregels

33

Artikel 9

Algemene afwijkingsregels

34

Artikel 10

Overige regels

35

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels

36

Artikel 11

Overgangsrecht

36

Artikel 12

Slotregel

37

Bijlagen regels Bijlage 1

Lijst met kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten

toelichting

20200513

Hoofdstuk 1

1.1

blz 1

Inleiding

Aanleiding

Op het braakliggend terrein ten noorden van De Singel 10 en ten zuiden van It Hoarnleger 18 te Anjum zijn plannen om een vrijstaand woonhuis te bouwen. De gronden hebben in de huidige situatie een woonbestemming zonder bouwmogelijkheden. De voorgenomen ontwikkeling is niet mogelijk op basis van het geldende bestemmingsplan. Om het woonhuis juridisch-planologisch mogelijk te maken is een nieuw bestemmingsplan noodzakelijk. Dit bestemmingsplan voorziet hierin. In dit bestemmingsplan wordt tevens de bestemming 'Water' op het perceel van De Singel 4A (het perceel Anjum B 3067) gewijzigd naar 'Wonen'. Dit conform het bestaande, feitelijke gebruik van de gronden.

1.2

Plangebied

De locatie is gelegen op de onbebouwde gronden ten noorden van De Singel 10 en ten zuiden van It Hoarnleger 18, in de gemeente Noardeast Fryslân. Het plangebied staat kadastraal bekend al Anjum, sectie B, nummers 3337 (gedeeltelijk) en 3067 (gedeeltelijk). In figuur 1.1 is een luchtfoto met daarin het betreffende plangebied weergegeven.

Bestemmingsplan Anjum - It Hoarnleger en De Singel 4A Status: Ontwerp / 27-10-2020

Rho Adviseurs B.V.

blz 2

20200513

Figuur. 1.1 Globale ligging van het plangebied

1.3

Huidige planologische regeling

Het perceel bevindt zich binnen het plangebied van het bestemmingsplan 'Doarpen'. Het plangebied heeft hierin de bestemming 'Wonen', 'Groen' en 'Water'. Binnen de bestemming 'Wonen' zijn woonhuizen alleen toegestaan binnen een bouwvlak. In het plangebied is hier geen sprake van. Wonen is daarnaast niet toegestaan binnen de bestemming 'Groen'. Een klein gedeelte van het plangebied, aan de oostkant, valt binnen de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologisch en/of cultuurhistorisch waardevol gebied'. Onderzoek is nodig bij ingrepen groter dan 50 m2Tot slot is een gedeelte van het perceel Anjum B 3067 bestemd als 'Water'. Het gebruik betreft hier echter wonen, waardoor het feitelijk gebruik van de gronden in strijd is met het geldende bestemmingsplan. In figuur 1.2 is een uitsnede weergegeven van het bestemmingsplan.

Rho Adviseurs B.V.

Bestemmingsplan Anjum - It Hoarnleger en De Singel 4A

Status: Ontwerp / 27-10-2020

20200513

blz 3

Figuur. 1.2 Uitsnede van het bestemmingsplan (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

1.4

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 van deze toelichting is aandacht besteed aan de functionele en ruimtelijke structuur in de huidige en toekomstige situatie. In hoofdstuk 3 is een beschrijving van het voor dit bestemmingsplan relevante beleid van Rijk, provincie, regio en gemeente opgenomen. In hoofdstuk 4 wordt vervolgens ingegaan op de relevante omgevingsaspecten. In hoofdstuk 5 komen de juridische aspecten aan bod, in hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid.

Bestemmingsplan Anjum - It Hoarnleger en De Singel 4A Status: Ontwerp / 27-10-2020

Rho Adviseurs B.V.

blz 4

20200513

Hoofdstuk 2

2.1

Beschrijving van het plangebied

Huidige situatie

Momenteel is het perceel ten zuiden van It Hoarnleger 18 nog niet ontwikkeld en betreft het een braakliggende kavel zonder bebouwing. Het perceel ten oosten van 4A is in gebruik ten behoeve van het wonen. Een luchtfoto van de actuele situatie is opgenomen in figuur 2.1. Het plangebied bevindt zich aan de noordkant van het woongebied van Anjum. Dit gedeelte van Anjum is rond de jaren 2007 gerealiseerd. Het bebouwingstype is overwegend vrijstaand. De woonhuizen bestaan voornamelijk uit één woonlaag met kap.

Rho Adviseurs B.V.

Bestemmingsplan Anjum - It Hoarnleger en De Singel 4A

Status: Ontwerp / 27-10-2020

20200513

blz 5

Figuur. 2.1 Huidige situatie van het plangebied en omgeving

2.2

Gewenste situatie

Het voornemen bestaat uit de bouw van één vrijstaande woonhuis. Voor de positie van het woonhuis ten opzichte van de weg is een rooilijn gekozen die ter hoogte van de voorgevel van nummer 10 ligt. Er wordt een bouwvlak van 12 bij 9 meter toegepast. De woonbestemming is verder afgestemd op de mogelijkheden die het geldende bestemmingsplan voor andere woonpercelen in de omgeving biedt. Er wordt uitgegaan van een vrijstaand woonhuis, opgebouwd uit één bouwlaag met kap (goot- en bouwhoogte: 4 en 9 meter). Het concrete bouwplan zal uiteindelijk getoetst worden aan de welstandsnota van de gemeente Noardeast-Fryslân. Hiermee wordt gewaarborgd dat er zowel sprake zal zijn van een goede stedenbouwkundige inpassing als van een beeldvorming die passend is in de omgeving. Tot slot wordt met dit bestemming de bestemming 'Water' op het perceel van De Singel 4A (het perceel Anjum B 3067) gewijzigd naar 'Wonen'. Dit conform het bestaande, feitelijke gebruik van de gronden.

Bestemmingsplan Anjum - It Hoarnleger en De Singel 4A Status: Ontwerp / 27-10-2020

Rho Adviseurs B.V.

blz 6

Figuur 2.2

Rho Adviseurs B.V.

20200513

Voorgestelde bouwkavel

Bestemmingsplan Anjum - It Hoarnleger en De Singel 4A

Status: Ontwerp / 27-10-2020

20200513

Hoofdstuk 3

3.1

blz 7

Beleidskader

Rijksbeleid

3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 door de minister vastgesteld. Met de Structuurvisie zet het kabinet het roer om in het nationale ruimtelijke beleid. Om de verantwoordelijkheden te leggen waar deze het beste passen brengt het Rijk de ruimtelijke ordening meer over aan gemeenten en provincies. Het Rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 14 nationale belangen. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 14 belangen hebben de centrale overheden beleidsruimte voor het faciliteren van ontwikkelingen. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 december 2011 in werking getreden. Het Barro stelt regels omtrent de 14 aangewezen nationale belangen zoals genoemd in de SVIR. Dit bestemmingsplan raakt geen rijksbelangen zoals deze genoemd zijn in het Barro. 3.1.3 Duurzame verstedelijking In het Bro (artikel 3.1.6) is geregeld dat een toelichting bij een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, moet voorzien in duurzame verstedelijking. De toelichting van een ruimtelijk project dat nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maakt, moet een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling bevatten.

Indien het project die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, moet er tevens gemotiveerd worden waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Op basis van vaste jurisprudentie geldt dat het toevoegen van één woonhuis niet kan worden aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling zoals bedoeld in het Bro. Dit bestemmingsplan hoeft daarom niet getoetst te worden aan artikel 3.1.6 Bro.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1 Provinciale Verordening Romte Fryslân In de Verordening Romte Fryslân 2014 (vastgesteld op 25 juni 2014) stelt de provincie regels aan de provinciale belangen. Deze regels moeten in gemeentelijke plannen worden vertaald. In artikel 1 van de verordening worden regels gegeven gericht op het bundelen van stedelijke functies in stedelijk gebied. Het plangebied ligt in het Bestaand Stedelijk Gebied. Hier wordt ruimte geboden voor het ontwikkelen van stedelijke functies.

Bestemmingsplan Anjum - It Hoarnleger en De Singel 4A Status: Ontwerp / 27-10-2020

Rho Adviseurs B.V.

blz 8

20200513

In artikel 3 is bepaald dat een woningbouwproject binnen bestaand bebouwd gebied in overeenstemming moet zijn met een goedgekeurd gemeentelijk woonplan. Hiervan kan afgeweken worden indien het bouwplan voorziet in minder dan 11 woningen. In dit geval gaat het om de bouw van één woonhuis. Hiervoor geeft de verordening geen regels. Wel is de ontwikkeling zoals in paragraaf 3.3 is aangegeven in overeenstemming met het gemeentelijke woningbouwbeleid. De voorgestelde ontwikkeling past binnen de kaders van de verordening.

3.3

Gemeentelijk beleid

Beleidsvisie Wonen en Woonprogramma Het plangebied maakt deel uit van de voormalige gemeente Dongeradeel. De raad van Dongeradeel heeft destijds ingestemd met de beleidsvisie Wonen DDFK-gemeenten. Ook is er op basis hiervan het Woonprogramma 2015-2020 opgesteld. Hierin is gezamenlijk woonbeleid voor de vier gemeenten opgenomen. De provincie Fryslân ondersteunt het in dit beleid opgenomen doel een toekomstbestendige, gedifferentieerde woningvoorraad te ontwikkelen die is afgestemd op de woonwensen van de inwoners, waarbij de focus van het beleid zich richt op de kwaliteit van de bestaande woningvoorraad. Voorts wordt prioriteit gegeven aan transformatie en herstructurering. Vervanging heeft prioriteit boven nieuwbouw en inbreiding boven uitbreiding. Het nieuwe woonhuis is getoetst aan het woonprogramma. Hierin is ruimte opgenomen voor inbreidingsprojecten, zoals het onderhavige initiatief. Het nieuwe woonhuis past dan ook binnen het bestaande gemeentelijk woonbeleid. Inmiddels hebben de provincie en de regio Noord Oost Fryslân in mei 2020 nieuwe woningbouwafspraken gemaakt. Uitgangspunt daarbij is dat de gemeenten meer vrijheid krijgen om hun woonprogramma in te vullen en de voortgang halfjaarlijks met de provincie afstemmen.

De nieuwe woningmarktanalyse van de regio Noordoost Fryslân (KAW, juni 2020) met een daarbij behorende dorpenatlas en voortdurende monitoring van de woningmarkt geven hierbij richting aan het beleid. Momenteel worden deze nieuwe regionale woningbouwafspraken verder uitgewerkt, hetgeen zal resulteren in een op te stellen flexibel woonprogramma. Verwachting is dat dit eind dit jaar is voltooid en vastgesteld. Dit bouwplan in Anjum zal worden meegenomen in dit nog op te stellen flexibel woonprogramma waarmee is voldaan aan de voorwaarde dat het plan past binnen het woonprogramma van de gemeente Noardeast Fryslân. Welstandsnota Dongeradeel (herziening 2016) De welstandsnota Dongeradeel (herzien in 2016) is voor het plangebied van toepassing. De uiteindelijke bouwaanvraag voor de bouw van het woonhuis zal aan de criteria uit de welstandsnota worden getoetst. De welstandsnota is hiermee aanvullend op het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan regelt de functie en het ruimtebeslag van de bouwwerken. De welstandscriteria kunnen waar nodig de ruimte die het bestemmingsplan biedt, invullen ten behoeve van de ruimtelijke kwaliteit. Voor Anjum is het welstandsbeleid vooral gericht op het behoud en waar mogelijk het versterken van de bestaande en/of de gewenste kwaliteit.

De klemtoon van de gebiedsgerichte criteria voor de onderscheiden delen van de dorpen ligt veelal op het handhaven en respecteren van de uitstraling van de bebouwing.

Rho Adviseurs B.V.

Bestemmingsplan Anjum - It Hoarnleger en De Singel 4A

Status: Ontwerp / 27-10-2020

20200513

Hoofdstuk 4

4.1

blz 9

Omgevingsaspecten

Algemeen

Onderhavig bestemmingsplan voorziet in de juridisch planologische regeling van een nieuwe woning. In dit hoofdstuk worden de omgevingsaspecten besproken welke relevant zijn in het kader van de voorgenomen ontwikkeling. In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven voor activiteiten, plannen en besluiten plan-m.e.r.-plichtig, project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Indien een activiteit onder de drempelwaarden blijft, dient alsnog een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden. Aangezien voorliggende ontwikkeling onder de drempelwaarden blijft zou hiervan sprake kunnen zijn. Dan moet het wel gaan om een stedelijk ontwikkelingsproject. In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer of een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat (Besluit milieueffectrapportage, Bijlage onderdeel D11.2). De beoogde ontwikkeling bestaat uit de realisatie van één woning.

De beoogde ontwikkeling valt daarmee onder een perceelsgebonden ontwikkeling waarbij geen sprake is van een stedelijk ontwikkeling zoals in het Besluit Milieueffectrapportage is beschreven. Een 'vormvrije m.e.r.-beoordeling' wordt daardoor niet noodzakelijk geacht. In de opvolgende paragrafen worden de mogelijke milieugevolgen nader toegelicht. Hieruit blijkt dat er geen significante effecten ontstaan als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling.

4.2

Verkeer en parkeren

Het perceel wordt ontsloten vanaf een doodlopende straat vanaf De Singel. De bestaande straat moet over een lengte van 5 meter worden verlengd. Deze weg heeft ruim voldoende capaciteit voor de ontwikkeling. Voor parkeren geldt als uitgangspunt dat parkeren op eigen terrein opgelost wordt. De parkeerbehoefte is bepaald op basis van de parkeerkentallen zoals opgenomen in de CROW publicatie 317. Voor de parkeerbehoefte is uitgegaan van de parkeernormen die gelden voor een vrijstaand woonhuis. De stedelijkheid graag betreft 'niet stedelijk' in de 'rest van de bebouwde kom'. De behoefte is op basis hiervan bepaald op 3 parkeerplaatsen per woning. Uitgangspunt is dat het parkeren zoveel als mogelijk op eigen erf plaatsvindt en dat er ruimte is voor 2 auto's op eigen erf. De overige auto's kunnen in het openbare gebied geparkeerd worden. In het plangebied is voldoende ruimte om aan de benodigde parkeerplaatsen te kunnen voldoen.

Bestemmingsplan Anjum - It Hoarnleger en De Singel 4A Status: Ontwerp / 27-10-2020

Rho Adviseurs B.V.

blz 10

4.3

20200513

Archeologie

Tot 1 juli 2016 was de Monumentenwet 1988 het toetsingskader voor cultuurhistorie en archeologie. Die wet is grotendeels komen te vervallen omdat op die datum de Erfgoedwet in werking is getreden. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in werking treedt (gepland 2021). Dit geldt ook voor de verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. De kern van de wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, archeologische resten intact moeten blijven. Als dit niet mogelijk is, is opgraving een optie. Om inzicht te krijgen in de kans op het aantreffen van archeologische resten in bepaalde gebieden zijn op basis van historisch onderzoek archeologische verwachtingskaarten opgesteld. Voor de provincie Fryslân is dit opgenomen in de provinciale FAMKE. Op basis van de archeologische verwachtingskaart steentijd-bronstijd bestaat er een kleine kans tot vondst van archeologische resten. Voor het plangebied geldt het advies 'geen onderzoek noodzakelijk'.

Op basis van de archeologische verwachtingskaart ijzertijd-middeleeuwen beveelt de provincie aan om onderzoek bij ingrepen groter dan 2.500 m2 uit te voeren. Daar is met dit bestemmingsplan geen sprake van. Archeologisch onderzoek is daarom niet noodzakelijk. Tot slot valt een klein gedeelte van het plangebied binnen de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologisch en/of cultuurhistorisch waardevol gebied'. Onderzoek is nodig bij ingrepen groter dan 50 m2. Aan deze zijde van het plangebied vinden geen fysieke ingrepen plaats. Ook hiervoor is dus geen archeologisch onderzoek nodig.

4.4

Bedrijven en Milieuzonering

In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals bijvoorbeeld woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd. Hierbij dient rekening gehouden te worden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. De beoogde ontwikkeling betreft een milieugevoelige functie. Gezien de ligging in een woonwijk en de afwezigheid van bedrijvigheid kan het gebied getypeerd worden als rustige woonwijk. De dichtstbijzijnde bedrijven bevinden zich op een afstand van meer dan 30 meter. Het betreft de bedrijven die aan de Buorfinne, ten westen van het plangebied, gevestigd zijn. Hier zijn bedrijven uit milieucategorie 1 en 2 toegelaten, waarvoor een afstand van 30 meter geldt. Omdat bedrijven op voldoende afstand liggen, zal sprake zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

4.5

Bodem

Met het oog op een goede ruimtelijke ordening dient in geval van ruimtelijke ontwikkelingen te worden aangetoond dat de bodem geschikt is voor het beoogde gebruik. Verdachte plekken met betrekking tot de kwaliteit van de bodem dienen in het kader van de Wet bodembescherming bij ruimtelijke plannen en projecten te worden gesignaleerd vanuit een goede ruimtelijke ordening. Het plangebied is in de huidige situatie bestemd als 'Wonen', 'Groen' en 'Water'. Aangezien er geen bedrijfsactiviteiten plaatsvinden en hebben plaatsgevonden, mag er worden aangenomen dat de gronden schoon zijn en daarom geschikt voor de woonfunctie. In het kader van de bestemmingsplanprocedure is derhalve geen bodemonderzoek noodzakelijk. Rho Adviseurs B.V.

Bestemmingsplan Anjum - It Hoarnleger en De Singel 4A

Status: Ontwerp / 27-10-2020

20200513

4.6

blz 11

Cultuurhistorie

Bij het opstellen van plannen moeten cultuurhistorische waarden tijdig in beeld worden gebracht. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) stelt in dat verband specifieke eisen aan het opstellen van ruimtelijke plannen. Waar mogelijk moeten cultuurhistorische waarden worden behouden of versterkt. In het plangebied zijn geen specifieke cultuurhistorische waarden aanwezig. De te bouwen woning zal worden afgestemd op de kenmerken van de omgeving. De ontwikkeling past binnen de bestaande stedenbouwkundige structuur. Zie hiervoor paragraaf 2.2. Het is dan ook niet noodzakelijk om nadere regels te stellen ter bescherming van cultuurhistorische waarden.

4.7

Ecologie

Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening gehouden worden met de natuurwaarden van de omgeving en met beschermde plant- en diersoorten. Deze zijn geregeld in de Wet Natuurbescherming (Wnb). Met de Wnb zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. 4.7.1 Gebiedsbescherming De Wnb kent diverse soorten natuurgebieden. De Natura 2000-gebieden zijn door de Minister van Economische Zaken aangewezen gebieden die deel uitmaken van het Europese netwerk van natuurgebieden. Daarnaast bestaat het Natuur Netwerk Nederland (NNN) uit gebieden die worden aangewezen in de provinciale verordening (voorheen Ecologische hoofdstructuur, EHS). Binnen deze gebieden mogen in beginsel geen ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden. Het plangebied vormt geen onderdeel van een natuur- of groengebied met een beschermde status, zoals Natura 2000. Het plangebied maakt ook geen deel uit van het natuurnetwerk Nederland (NNN). Uit de kaart van het Natuurbeheerplan blijkt dat in het plangebied of directe omgeving geen beschermde landschapselementen aanwezig zijn. De afstand het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied De Waddenzee bedraagt 2,8 km. Het plangebied ligt buiten beschermde natuurgebieden.

Directe effecten zoals areaalverlies en versnippering kunnen hierdoor worden uitgesloten. Gezien de afstand tot natuurgebieden en de locatie van het plangebied (stedelijke omgeving) kunnen ook verstoring en verandering van de waterhuishouding worden uitgesloten. Het Natura 2000-gebied De Waddenzee is wel gevoelig voor stikstofdepositie. Significante negatieve effecten op beschermde gebieden kunnen niet worden uitgesloten. Met behulp van de nieuwe release van het rekenprogramma AERIUS-calculator (release 15 oktober 2020) is gekeken naar de depositie op de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden (automatische berekening). Het stikstofonderzoek is als bijlage 2 toegevoegd. Uit de berekeningen blijkt dat de stikstofdepositie nergens hoger is dan afgerond 0,00 mol/ha/jaar en er derhalve geen relevant effect is. Negatieve effecten in de vorm van vermesting en verzuring zijn derhalve niet aan de orde. Voor dit plan is er geen vergunningplicht op basis van de Wet natuurbescherming (Wnb).

Bestemmingsplan Anjum - It Hoarnleger en De Singel 4A Status: Ontwerp / 27-10-2020

Rho Adviseurs B.V.

blz 12

20200513

4.7.2 Soortenbescherming Het plangebied betreft een braakliggend terrein binnen stedelijk gebied en is omsloten door bebouwing. Het braakliggende perceel is op dit moment in afwachting van de ontwikkeling ingezaaid met gras en wordt continu gemaaid en onderhouden. De locatie is daarom ongeschikt als groeiplaats voor bijzondere en beschermde plantensoorten. Het vormt ook geen waardevol habitat voor beschermde dieren. Daarnaast worden geen werkzaamheden uitgevoerd in het water of aan de walkant, waardoor ter plaatse van deze gronden niets te verwachten is. Ook worden geen bomen gekapt. Er worden dus geen potentiële vaste verblijfplaatsen van beschermde soorten geschaad. De ontwikkelingen die dit bestemmingsplan mogelijk maakt zijn niet in strijd met het gestelde binnen de Wet natuurbescherming. Voor alle soorten is de zorgplicht van kracht. Bij verstoring van dieren tijdens de werkzaamheden moeten deze de gelegenheid krijgen te vluchten naar een nieuwe leefomgeving. Hiermee zal tijdens de uitvoering van de werkzaamheden rekening worden gehouden.

4.8

Externe veiligheid

Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's die ontstaan voor de omgeving bij het gebruik, de opslag en het vervoer van gevaarlijke stoffen, zoals vuurwerk, LPG en munitie. Sinds een aantal jaren is er wetgeving over 'externe veiligheid' om de burger niet onnodig aan te hoge risico's bloot te stellen. De normen voor externe veiligheid zijn voor risicovolle inrichtingen vastgelegd in onder andere het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Wat betreft het vervoer van gevaarlijke stoffen wordt het toetsingskader gevormd door de Wet vervoer gevaarlijke stoffen, de Nota Risiconormering Vervoer Gevaarlijke Stoffen (RNVGS) en de Circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen. Per 1 juli 2012 is de regelgeving veranderd. Op basis van het Besluit externe veiligheid transportroutes (2015) moet rekening worden gehouden met het zogenaamde basisnet voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Uitgangspunt van het basisnet is dat door het vastleggen van veiligheidszones de gebruiksruimte voor het vervoer van gevaarlijke stoffen en ruimtelijke ontwikkelingen op elkaar kunnen worden afgestemd. Risicobronnen In de directe omgeving van het plangebied bevinden zich geen risicobronnen zoals inrichtingen die gevaarlijke stoffen bevatten.

Transport gevaarlijke stoffen Naast inrichtingen kan het aspect van externe veiligheid een rol spelen bij (spoor/weg/auto)weg in verband met het transport van gevaarlijke stoffen. Het plangebied ligt niet binnen het invloedgebied van de transportroutes gevaarlijk stoffen die een verhoging van het groepsrisico kunnen inhouden. Buisleidingen Het plangebied bevindt zich niet in het invloedsgebied van een buisleiding. De dichtstbijzijnde buisleiding ligt op ruim 525 meter afstand. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor dit plan.

Rho Adviseurs B.V.

Bestemmingsplan Anjum - It Hoarnleger en De Singel 4A

Status: Ontwerp / 27-10-2020

20200513

4.9

blz 13

Geluid

Op grond van de Wet geluidhinder geldt rond wegen met een maximumsnelheid hoger dan 30 km/uur, spoorwegen en inrichtingen die 'in belangrijke mate geluidhinder veroorzaken', een geluidzone. Bij de ontwikkeling van nieuwe geluidsgevoelige objecten binnen deze geluidzones moet akoestisch onderzoek worden uitgevoerd om aan te tonen dat de ontwikkeling voldoet aan de voorkeursgrenswaarden die in de wet zijn vastgelegd. In de Wet geluidhinder (Wgh) wordt onderscheid gemaakt tussen geluidgevoelige functies enerzijds en niet-geluidsgevoelige functies anderzijds. Indien een functie mogelijk wordt gemaakt en binnen de zone van een weg, spoorweg of een industriegebied ligt, moet onderzocht worden of voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarde. In dit geval is alleen het aspect wegverkeerslawaai relevant. De wegen in de directe omgeving van het plangebied zijn aangewezen als 30-km/uur zone. Voor ontwikkelingen binnen dergelijke zones is geen toetsing aan de Wet geluidhinder noodzakelijk. In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient echter wel aangetoond te worden dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. De wegen rondom het plangebied zijn relatief rustig, met een te verwachten lage verkeersintensiteit. Door de beperkte breedte van de weg en diverse snelheid beperkende maatregelen (door middel van diverse knikken in de weg) zijn de snelheden relatief laag.

Ten aanzien van wegverkeersgeluid worden er daarom geen belemmeringen verwacht. Daarnaast moet ook een binnenwaarde van 33 dB worden gegarandeerd bij de omgevingsvergunning aanvraag voor de woningen. Doordat de toekomstige woning voldoet aan de minimale eisen ten aanzien van geluid vanuit het bouwbesluit, zal sprake zijn van een goed binnenwaardeniveau.

4.10

Kabels en leidingen

In (de omgeving van) het plangebied kunnen kabels en leidingen aanwezig zijn die beperkingen opleggen voor bouwmogelijkheden in het plangebied. Hierbij valt te denken aan hoogspanningsverbindingen, waterleidingen en straalpaden. Bij leidingen, zoals gas-, water- en rioolpersleidingen, volgen deze belemmeringen uit het zakelijk recht. Bij hoogspanningsverbindingen gaat het om de veiligheid en gezondheid. De beperkingen bij straalpaden zijn van belang voor het goed functioneren van de straalpaden. In en direct rond het plangebied zijn geen kabels en leidingen aanwezig die een planologische bescherming nodig hebben. Daarom is er geen noodzaak tot nader onderzoek. Het aspect kabels en leidingen vormt geen belemmering voor dit bestemmingsplan.

4.11

Vrijwaringszone - molenbiotoop

Op basis van het geldende bestemmingsplan is op het plangebied de gebiedsaanduiding “vrijwaringszone - molenbiotoop” van toepassing, ter bescherming van de windvang van de molen. De molen bevindt zich op circa 300 meter ten zuiden van het plangebied. Ter plaatse van de aanduiding “vrijwaringszone molenbiotoop” geldt dat niet hoger mag worden gebouwd dan: a. binnen een afstand van 100 m van de molen: de bouwhoogte die gelijk is aan de bouwhoogte van de onderste punt van de verticaal staande wiek van de molen; b. binnen een afstand van 100 m tot 400 m van de molen: de bouwhoogte genoemd onder a vermeerderd met 1/30 van de afstand tussen het bouwwerk en de molen. Bij uitzondering kan van het bepaalde onder a en b worden afgeweken, wanneer de invloed daarvan op de windvang beperkt.

Bestemmingsplan Anjum - It Hoarnleger en De Singel 4A Status: Ontwerp / 27-10-2020

Rho Adviseurs B.V.

blz 14

20200513

In dit geval is de bouwhoogte van de onderste punt van de verticaal staande wiek van de molen circa 8 tot 9 meter. 1/30 van de afstand tussen het plangebied en de molen is circa 10. In het plangebied zijn derhalve gebouwen mogelijk van circa 18 meter hoog, zonder dat de windvang van de molen beperkt wordt. Met dit bestemmingsplan worden bouwwerken van maximaal 9 meter mogelijk gemaakt. Dit bestemmingplan beperkt de werking van de molen niet.

4.12

Luchtkwaliteit

Een onderdeel van de Wet milieubeheer betreft luchtkwaliteit. De wet is bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid, als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging, aan te pakken. Overschrijdingen van de grenswaarden voor luchtkwaliteit zijn veelal het gevolg van het aantal verkeersbewegingen in een gebied. Op grond van de algemene maatregel van bestuur 'niet in betekenende mate' (NIBM) vormen luchtkwaliteitseisen geen belemmeringen voor projecten die niet in betekenende mate bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Op grond van de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) zijn (onder andere) woningbouwprojecten met minder dan 1.500 woningen vrijgesteld van toetsing. Er wordt slechts één woonhuis mogelijk gemaakt. Het plan draagt niet in betekenende mate bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Aanvullend onderzoek naar het aspect luchtkwaliteit is niet noodzakelijk. Het aspect luchtkwaliteit vormt dan ook geen belemmering voor dit bestemmingsplan.

4.13

Water

Deze 'waterparagraaf' gaat in op de watertoets. Hierin wordt beoordeeld wat de effecten van het bestemmingsplan op de waterhuishouding zijn en of er waterschapsbelangen spelen. De belangrijkste thema's zijn waterveiligheid, de afvoer van schoon hemelwater en afvalwater en de waterkwaliteit. Het plangebied ligt in het beheersgebied van Wetterskip Fryslân. Het plan is via de digitale watertoets kenbaar gemaakt bij het waterschap (kenmerk: 20200612-2-23528). De watertoets is als bijlage 1 bij de toelichting toegevoegd. De uitkomst is dat de korte procedure moet worden gevolgd. Het plan heeft een beperkte invloed op de wateraspecten die van belang kunnen zijn bij ruimtelijke plannen. Bij de watertoets is ook een uitgangspuntennotitie toegevoegd waar bij de uitwerking van de plannen rekening mee gehouden moet worden. Deze worden hierna nader beschreven. Toename verharding Door ruimtelijke ontwikkelingen neemt de hoeveelheid verhard oppervlak toe met als gevolg een versnelde afvoer van hemelwater. Het is nodig om deze versnelde afvoer te compenseren om de waterberging in een gebied in stand te houden. De meest voorkomende manier van compenseren is het graven van extra oppervlaktewater. Uiteraard is het toepassen van alternatieve maatregelen in het plan ook mogelijk. Voor de compensatie van toename verhard oppervlak is onderstaande tabel van toepassing.

Gebied Boezem Polder Vrij afstromend

Rho Adviseurs B.V.

Stedelijk (>200 m²) 5% 10% Maatwerk mogelijk

Landelijk (>1.500 m²) 5% 10% Maatwerk mogelijk

Bestemmingsplan Anjum - It Hoarnleger en De Singel 4A

Status: Ontwerp / 27-10-2020

20200513

blz 15

De voorgenomen ontwikkeling bestaat uit de realisatie van één woning. Op het perceel van circa 500 m2. Er wordt een bouwvlak toegevoegd van 108 m2. Er vanuit gaande dat de tuin circa 50% verhard zal worden, neemt het verhard oppervlak met circa 304 m2 toe. Dat betekent dat er compensatie moet worden gerealiseerd. Binnen het plangebied of binnen hetzelfde peilgebied, zal circa 30 m2 wateroppervlak moeten worden gerealiseerd. De watercompensatie is al gerealiseerd bij de aanleg van uitbreidingsplan It Hoarnleger fase 2 in 2006. Toen is de westelijk van de kavel gelegen waterpartij gegraven. Daarnaast wordt een bestemming 'Water' gewijzigd naar de bestemming 'Wonen'. Op deze locatie wordt geen bouwvlak toegevoegd. De gracht is tussen 1850 en 1900 gedempt en nooit opnieuw gerealiseerd. Destijds was er nog geen sprake een 10% regeling. Er is dus voor deze locatie geen sprake van een toename van het verhard oppervlak en compensatie hoeft niet plaats te vinden. Ruimtelijke adaptatie Om ook in de toekomst prettig te kunnen wonen, werken en recreëren moeten steden en dorpen ingericht worden met het oog op de toekomst. Kansen moeten benut worden om het gebied klimaat robuust in te richten. Zo is het mogelijk om het bebouwd gebied beter bestand te maken tegen hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en de gevolgen van een mogelijke overstroming.

Bij de inrichting van het plangebied kan hierop geanticipeerd worden door bijvoorbeeld het percentage verhard oppervlak te verminderen en het plangebied groener in te richten. Door nú maatregelen te nemen, worden steden en dorpen mooier en wordt grote schade in de toekomst voorkomen. Voor veel maatregelen geldt bovendien dat ze kosteneffectief zijn, als ze maar in een vroeg stadium in het proces worden meegenomen. Met voorgenoemd advies wordt bij de concrete uitvoering van de plannen rekening gehouden. Gebruik materialen Tot slot wordt met het oog op de waterkwaliteit het gebruik van uitloogbare materialen zoals koper, lood en zink zoveel mogelijk voorkomen. In dit geval zal gebruik worden gemaakt van milieuvriendelijke (bouw)materialen. Vervolg Waterwet: Voor alle ingrepen in de waterhuishouding moet een vergunning worden aangevraagd of een melding worden gedaan in het kader van de Waterwet. Procedure: Het wateraspect is gecommuniceerd met de ontwikkelaar en geldt als uitgangspunt voor de uitvoering van het plan.

Bestemmingsplan Anjum - It Hoarnleger en De Singel 4A Status: Ontwerp / 27-10-2020

Rho Adviseurs B.V.

blz 16

20200513

Hoofdstuk 5

5.1

Juridische toelichting

Algemeen

Het bestemmingsplan voldoet aan alle vereisten die zijn opgenomen in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het Bro en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Inherent hieraan is de toepassing van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012. De SVBP maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare manier zijn opgebouwd en op een zelfde manier worden verbeeld. De SVBP 2012 is toegespitst op de regels die voorschrijven hoe bestemmingsplannen volgens de Wro en het Bro moeten worden gemaakt. De SVBP geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, zowel digitaal als analoog. De regels van dit bestemmingsplan zijn opgesteld volgens deze standaarden. Verder sluit de regeling in het voorliggende bestemmingsplan aan bij het geldende bestemmingsplan 'Doarpen'. Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de gronden in het plangebied. De juridische regeling is vervat in een verbeelding en bijbehorende regels. Op de verbeelding zijn de verschillende bestemmingen vastgelegd, in de regels (per bestemming) de bouw- en gebruiksmogelijkheden.

5.2

Toelichting op de bestemmingen

Het bestemmingsplan bestaat uit een set met bestemmingsregels en een digitale verbeelding met de daarbij behorende plantoelichting. In deze paragraaf volgt een toelichting op de bestemmingsregels. Bestemming 'Wonen' Het nieuwe woonhuis en bijbehorend erf is geregeld in de bestemming 'Wonen'. Het woonhuis is vastgelegd in een bouwvlak dat is gebaseerd op de in hoofdstuk 2 beschreven uitgangspunten. Er mag één woonhuis worden gebouwd. Naast het wonen is er in beperkte mate de mogelijkheid voor aan huis verbonden beroepen of bedrijven. De goothoogte respectievelijk bouwhoogte bedraagt niet meer dan 4 m respectievelijk 9 m. De maximale dakhelling bedraagt 30 graden. Er geldt geen minimale maatvoering. De genoemde maten zijn als zodanig op de verbeelding aangegeven. De woonbestemming gaat ook gelden op het perceel van De Singel 4A. Dit conform het bestaande, feitelijke gebruik van de gronden. Hier is geen bouwvlak toegekend.

Rho Adviseurs B.V.

Bestemmingsplan Anjum - It Hoarnleger en De Singel 4A

Status: Ontwerp / 27-10-2020

20200513

blz 17

Waarde - Archeologisch en/of cultuurhistorisch waardevol gebied Een klein gedeelte van het plangebied valt binnen de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologisch en/of cultuurhistorisch waardevol gebied'. Onderzoek is nodig bij ingrepen groter dan 50 m2. Algemene aanduidingsregels Ter bescherming van de windvang van de molen is de gebiedsaanduiding 'Vrijwaringszone - molenbiotoop' opgenomen.

Bestemmingsplan Anjum - It Hoarnleger en De Singel 4A Status: Ontwerp / 27-10-2020

Rho Adviseurs B.V.

blz 18

20200513

Hoofdstuk 6

Uitvoerbaarheid

Wettelijk bestaat de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheidsaspecten van een bestemmingsplan en de grondexploitatie. Bij de uitvoerbaarheid wordt een onderscheid gemaakt tussen de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid.

6.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Het bestemmingsplan doorloopt de in de Wro vastgelegde procedure. Tijdens deze procedure zijn er verschillende momenten waarop burgers en belanghebbenden hun zienswijze op het plan kenbaar kunnen maken. Het ontwerpbestemmingsplan volgt de uniforme openbare voorbereidingsprocedure die is beschreven in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het ontwerpplan wordt gedurende 6 weken ter inzage gelegd. Een ieder wordt daarbij in de gelegenheid gesteld schriftelijk en/of mondeling zienswijzen op het plan naar voren te brengen. Zienswijzen worden beoordeeld en al dan niet verwerkt in het bestemmingsplan. Het (al dan niet gewijzigde) bestemmingsplan wordt vervolgens door de gemeenteraad vastgesteld. De indieners van de zienswijzen worden hiervan op de hoogte gesteld. Tot slot is tegen de vaststelling van het bestemmingsplan beroep mogelijk bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

6.2

Economische uitvoerbaarheid

Voor de uitvoerbaarheid van het plan is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie). Financiële haalbaarheid De gemeente brengt het plan in procedure en gaat de gronden door middel van openbare inschrijving en verloting verkopen. Grondexploitatie Voor vaststelling van het planologisch besluit dient duidelijk te zijn op welke wijze het kostenverhaal is verzekerd. De gemeente beschikt over meerdere middelen om het kostenverhaal te verzekeren. Een van deze middelen is een grondexploitatie waarin de opbrengsten en de kosten van een ruimtelijk ontwikkelingsplan zijn opgenomen. Er is momenteel een vastgestelde grondexploitatie It Hoarnleger fase II, Anjum. In deze grondexploitatie zijn de opbrengsten en de kosten met betrekking tot het ruimtelijk ontwikkelingsplan opgenomen. De financiële uitvoerbaarheid is om deze reden gewaarborgd.

Rho Adviseurs B.V.

Bestemmingsplan Anjum - It Hoarnleger en De Singel 4A

Status: Ontwerp / 27-10-2020

bijlagen bij de toelichting

BIJLAGE 1

datum 12-6-2020 dossiercode 20200612-2-23528 Wateradvies korte procedure Project: Anjum - It Hoarnleger (tussen nr. 10 en 18) Gemeente: Noardeast-Fryslân Aanvrager: Jan - Jacob Posthumus Organisatie: Rho Adviseurs

Geachte heer/mevrouw Jan - Jacob Posthumus, Voor het plan Anjum - It Hoarnleger (tussen nr. 10 en 18) heeft u een watertoets aangevraagd op www.dewatertoets.nl. De uitkomst is dat de korte procedure moet worden gevolgd. Het plan Anjum - It Hoarnleger (tussen nr. 10 en 18) heeft een beperkte invloed op de wateraspecten die van belang kunnen zijn bij ruimtelijke plannen. Werkwijze watertoetsprocedure Vanaf 2018 worden alle aanvragen uit de digitale watertoets digitaal afgehandeld. Dit betekent dat Wetterskip Fryslân voor de korte procedure standaard een wateradvies verstrekt. Wanneer noodzakelijk geacht ontvangt u op dit standaard wateradvies nog een aanvulling per email. Waterparagraaf Dit wateradvies geeft u handvatten om de uitkomsten en aandachtspunten van de watertoetsaanvraag mee te nemen in het opstellen van het ruimtelijke plan of besluit. Het is de bedoeling dat u op basis van dit document het plan uitwerkt. Uit de waterparagraaf moet duidelijk blijken wat voor wateraspecten van toepassing zijn en hoe u hier in het plan rekening mee houdt. Indien nodig verzoeken wij u om de wateraspecten te borgen op de Verbeelding en in de Regels van het plan. Ruimtelijke plannen hebben soms een lange doorlooptijd. Tegelijkertijd ontstaan er soms veranderende inzichten in het beleid ten aanzien van de waterketen, waterkeringen en het watersysteem.

Om te garanderen dat de juiste uitgangspunten worden toegepast in de planvorming hanteert het waterschap een uiterste houdbaarheidsdatum van maximaal 1 jaar. Wanneer deze termijn verstreken is kunt u contact opnemen met het waterschap voor een eventuele verlenging van nogmaals 1 jaar. Leidraad Watertoets De watertoets is een belangrijk instrument bij het klimaatbestendig en waterrobuust inrichten van de ruimte. De watertoets zorgt ervoor dat in alle ruimtelijke plannen aandacht wordt besteed aan veiligheid, kwaliteit én kwantiteit van water. Als richtlijn bij het beoordelen van ruimtelijke plannen werkt Wetterskip Fryslân met de Leidraad Watertoets. Hierin staat voor alle wateraspecten uitgangspunten omschreven waarmee u rekening moet houden en is informatie te vinden over de te nemen maatregelen. De leidraad is de te vinden via deze link: www.wetterskipfryslan.nl/vergunningen-wetten-en-regels/online-watertoets-voor-nieuwe-plannen Wateraspecten en aandachtspunten Hieronder staan de eventuele wateraspecten die van invloed zijn op het plan en aandachtspunten om mee rekening te houden.

Toename verharding Wij willen u verzoeken om in de waterparagraaf de volgende passage op te nemen over het onderdeel toename verharding. Door ruimtelijke ontwikkelingen neemt de hoeveelheid verhard oppervlak toe met als gevolg een versnelde afvoer van hemelwater. Het is nodig om deze versnelde afvoer te compenseren om de waterberging in een gebied in stand te houden. Dit geldt ook voor toevoegen van oppervlakteverharding die wel past binnen het bestemmingsplan, maar waarvan de grond al meer dan vijf jaar braak ligt en waar in het verleden niet voor gecompenseerd is. Het is verboden zonder watervergunning neerslag versneld tot afvoer te laten komen indien daarbij meer dan 200 m2onverharde grond in stedelijk gebied en 1500 m2in landelijk gebied wordt bebouwd of verhard. Er geldt een vrijstelling van de vergunningsplicht wanneer wordt voldaan aan de compensatieregels genoemd in dit wateradvies. De meest voorkomende manier van compenseren is het graven van extra oppervlaktewater. Bij het graven van extra oppervlaktewater is onderstaande tabel van toepassing. Uiteraard is het toepassen van alternatieve

maatregelen in het plan ook mogelijk. Afhankelijk van de maatregel kunnen andere normen gelden dan vermeld in het onderstaande tabel. Zie de Leidraad watertoets voor meer informatie over compenserende maatregelen of neem contact op met Cluster Plannen van Wetterskip Fryslân. Indien er niet wordt gecompenseerd door extra oppervlaktewater te graven waarbij onderstaande percentages worden gehanteerd of indien er geen overeenstemming plaatsvindt in de watertoetsprocedure over alternatieve maatregelen dan dient een watervergunning bij het waterschap te worden gevraagd. Gebied

Stedelijk (>200 m²)

Landelijk (>1.500 m²)

Boezem

5%

5%

Polder

10%

10%

Vrij afstromend

Maatwerk mogelijk

Maatwerk mogelijk

Toelichting tabel ● 5% heeft alleen betrekking op de Friese boezem; ● de algemene regels keur zijn in de onderstaande tabel verwerkt; ● maatwerk kan bestaan uit bijvoorbeeld infiltratie of berging van het overtollig hemelwater.

Ruimtelijke adaptatie Om ook in de toekomst prettig te kunnen wonen, werken en recreëren moeten steden en dorpen ingericht worden met het oog op de toekomst. Het is belangrijk kansen te benutten om het gebied klimaat robuust in te richten. Zo is het mogelijk om het bebouwd gebied beter bestand te maken tegen hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en de gevolgen van een mogelijke overstroming. Voor veel maatregelen geldt bovendien dat ze kosteneffectief zijn, als ze maar in een vroeg stadium in het planvormingsproces worden meegenomen. Meer informatie hierover is te vinden op De Friese klimaatatlas : www.frieseklimaatatlas.nl Waterwet Voor bepaalde werkzaamheden heeft u een watervergunning nodig. Bijvoorbeeld als u een sloot wilt dempen, afvalwater wilt lozen op oppervlaktewater of grondwater wilt onttrekken. Soms is het doen van een melding voldoende. Een watervergunning aanvragen is dan niet nodig. Op onze website www.wetterskipfryslan.nltreft u meer informatie aan over de Waterwet en u kunt daar onder andere ook meldingsformulieren en het aanvraagformulier voor een watervergunning downloaden. Via Omgevingsloket online (www.omgevingsloket.nl ) kunt u vooraf nagaan of u een watervergunning nodig heeft of een melding moet doen (vergunningcheck). U kunt hier ook meteen de vergunning aanvragen of de melding doen.

Afronding watertoetsprocedure In de besluitvormingsfase, ten tijde van het toesturen van het voorontwerp bestemmingsplan of ontwerp omgevingsvergunning, controleert Wetterskip Fryslân of de waterbelangen voldoende zijn meegenomen en geborgd in het ruimtelijke plan of besluit. Privacyverklaring Wetterskip Fryslân verwerkt uw naam, adres, telefoonnummer, e-mailadres en kadastrale gegevens om uw aanvraag te behandelen. De grondslag van de verwerking van deze gegevens zijn taken in het algemeen belang die in het Besluit Ruimtelijke Ordening aan het waterschap zijn opgedragen. Wij hebben gegevens van u ontvangen en verdere gegevens zullen wij opvragen uit het kadaster en ons geografische informatie systeem. Uw gegevens worden na afronding van uw aanvraag permanent bewaard. U heeft recht op inzage, een kopie, rectificatie, wissing, beperking, bezwaar en het indienen van een klacht bij de Autoriteit Persoonsgegevens. Een verzoek daartoe kunt u doen via privacy@wetterskipfryslan.nl. Nadere informatie over de verwerking van uw gegevens en uw rechten vindt u op https://www.wetterskipfryslan.nl/over-de-site/privacyverklaring

Met vriendelijke groet,

Wetterskip Fryslân Postbus 36 8900 AA Leeuwarden T 058 292 2222 E Info@wetterskipfryslan.nl

www.dewatertoets.nl

BIJLAGE 2

MEMO Van

:

M.A. Bulthuis

Project

:

Anjum - It Hoarnleger en de Singel 4a

Opdrachtgever :

Gemeente Noardeast-Fryslân

Datum

:

20-10-2020

Aan

:

--

CC

:

--

Betreft

:

berekening stikstofdepositie

1.

Inleiding

In opdracht van gemeente Noardeast-Fryslân is een stikstofdepositieberekening uitgevoerd voor de aanleg- en exploitatiefase van een woning in Anjum, waarbij rekening is gehouden met verkeersbewegingen en de inzet van dieselaangedreven materieel. Naar aanleiding van de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 met betrekking tot het Programma Aanpak Stikstof wordt bij vrijwel ieder plan stilgestaan bij de mogelijke stikstofemissie en het effect daarvan op Natura 2000-gebieden. In het kader van het bestemmingsplan Anjum – It Hoarnleger en de Singel 4a is er nog geen expliciete aandacht besteed aan het aspect stikstofdepositie. Het voorliggende onderzoek voorziet hierin. Binnen het bestemmingsplan It Hoarnleger en de Singel 4a is het perceel ten zuiden van It Hoarnleger 18 momenteel braakliggend. Het voornemen bestaat om op dit braakliggende perceel een vrijstaande woning te ontwikkelen met een bouw- en groothoogte van 4 en 9 meter. Om dit mogelijk te maken zal er op het perceel een bouwvlak van 12 bij 9 meter komen te liggen. De vrijstaande woning zal bestaan uit één bouwlaag met kap. In figuur 1 is de voorgenomen inrichting van het plangebied weergegeven. 2.

AERIUS-Calculator en uitgangspunten

2.1

AERIUS, release 15 oktober 2020

Met behulp van de nieuwe release van het rekenprogramma AERIUS-calculator (release 15 oktober 2020) is gekeken naar de depositie op de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden (automatische berekening). Vanuit de AERIUS-calculator is vervolgens een PDF-bestand met resultaten gegenereerd. In figuur 2 is het plangebied met de daaromheen liggende Natura 2000-gebieden weergegeven. 2.2

Exploitatiefase

Voor het project wordt uitgegaan van een gasloze woning. Er is derhalve geen emissie vanwege het verstoken van aardgas binnen de woning.

20200513

blz. 1

Op basis van één vrijstaande woning bedraagt het aantal verkeersbewegingen ten hoogste 7,9 per etmaal (lichte motorvoertuigen). Dit is berekend op basis van CROW-kentallen. Voor wat betreft de lengte van de rijroute is uitgegaan van een route vanaf het plangebied naar de aansluiting met de HM Gerbrandywei (N361). Tabel 1: Verkeersgeneratie exploitatiefase Woningtype Aantal wooneenheden Vrijstaand 2.3

1

Kencijfer CROW per

Verkeersgeneratie per etmaal

7,9

7,9

Aanlegfase

Om te verkennen welke effecten kunnen optreden tijdens de aanlegfase is een berekening uitgevoerd. Voor het dieselgebruik is uitgegaan van ervaringsgegevens elders. Het aantal verkeersbewegingen in de aanlegfase bedraagt nooit meer dan het aantal in de exploitatiefase, maar is wel afzonderlijk opgenomen in de berekening. De volgende uitgangspunten voor de aanlegfase zijn gehanteerd: - Voor de aanlegfase wordt uitgegaan van 20 verkeersbewegingen (zware motorvoertuigen) per jaar voor de aanen afvoer van puin, materiaal en machines. Ten behoeve van het vervoer van personeel zijn er twee verkeersbewegingen per etmaal. - Er is uitgegaan van een stationair gebruik in uren met een duur van 10% van de gehele inzetduur van het dieselmaterieel. Tabel 2: uitgangspunten berekening dieselverbruik aanlegfase activiteit

voorbereiding/grondwerk bouwfase Totaal

klasse

dieselverbruik [liter/uur] woningen (1 stuks) stage IV, 130-300 kW 30 stage IV, 75-130 kW 15

uren/dag

aantal dagen/ unit

totaal dieselverbruik [liter]

8 8

1 3

240 360 600

Omdat de machines verspreid over het bouwterrein worden ingezet is de emissie ingevoerd als vlakbron in het plangebied. 3.

Resultaat en conclusie

In het bijgevoegde PDF-bestand is de ligging van de bronnen en het resultaat weergegeven. Uit de berekeningen blijkt dat de stikstofdepositie nergens hoger is dan afgerond 0,00 mol/ha/jaar en er derhalve geen relevant effect is. Negatieve effecten in de vorm van vermesting en verzuring zijn derhalve niet aan de orde. De aanleg- en exploitatiefase in dezelfde berekening zijn meegenomen. De aanleg- en exploitatiefase zullen elk nog in hetzelfde jaar plaatsvinden. Voor dit plan is er geen vergunningplicht op basis van de Wet natuurbescherming (Wnb).

20200513

blz. 2

Figuur 1:

20200513

Voorgenomen inrichting plangebied

blz. 3

Figuur 2:

20200513

Broninvoer AERIUS-calculator met de daaromheen liggende Natura 2000-gebieden

blz. 4

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RQLSSoWNqW7Y (21 oktober 2020) pagina 1/6

Resultaten

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

Rho Adviseurs

It Hoarnleger en de Singel 4a, - Anjum

Omschrijving

AERIUS kenmerk

Anjum - It Hoarnleger en de Singel 4a

RQLSSoWNqW7Y

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

21 oktober 2020, 10:07

2020

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)

Toelichting

Resultaten

Situatie 1

NOx

3,18 kg/j

NH3

< 1 kg/j

Natuurgebied

Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.

Woningbouw

Situatie 1

RQLSSoWNqW7Y (21 oktober 2020) pagina 2/6

Resultaten

Locatie Situatie 1

Emissie Situatie 1

Resultaten

Bron Sector

Situatie 1

Emissie NH3

Emissie NOx

Bron 1 Aanlegfase machines Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie

< 1 kg/j

2,11 kg/j

Bron 2 Aanlegfase Verkeer Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

< 1 kg/j

< 1 kg/j

Bron 3 Verkeer exploitatiefase Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

< 1 kg/j

< 1 kg/j

RQLSSoWNqW7Y (21 oktober 2020) pagina 3/6

Resultaten

Emissie (per bron)

Bron 1 Aanlegfase machines 204253, 599193 2,11 kg/j < 1 kg/j

Naam Locatie (X,Y)

Situatie 1

NOx NH3

Voertuig

Omschrijving

Brandstof verbruik (l/j)

Stationair bedrijf (uren/j)

Cilinder Stof inhoud (l)

Emissie

STAGE IV, 130 <= VoorbereidingkW < 300, bouwjaar /grondwerk 2014 (Diesel)

240

1

10,8 NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

STAGE IV, 75 <= kW < 130, bouwjaar 2015 (Diesel)

360

3

5,2 NOx NH3

1,25 kg/j < 1 kg/j

Bouwfase

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

Resultaten

Soort

Voertuig

Standaard

Licht verkeer

Standaard

Zwaar vrachtverkeer

Situatie 1

Bron 2 Aanlegfase Verkeer 204058, 599208 < 1 kg/j < 1 kg/j

Aantal voertuigen Stof

Emissie

2,0 / etmaal NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

20,0 / jaar NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

RQLSSoWNqW7Y (21 oktober 2020) pagina 4/6

Resultaten

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

Resultaten

Soort

Voertuig

Standaard

Licht verkeer

Situatie 1

Bron 3 Verkeer exploitatiefase 204058, 599188 < 1 kg/j < 1 kg/j

Aantal voertuigen Stof

Emissie

8,0 / etmaal NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

RQLSSoWNqW7Y (21 oktober 2020) pagina 5/6

Resultaten

Disclaimer

Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Rekenbasis

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20201013_1649cba239 Database versie 2020_20201013_1649cba239 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020

Resultaten

Situatie 1

RQLSSoWNqW7Y (21 oktober 2020) pagina 6/6

regels

20200513

blz 19

Hoofdstuk 1

Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

In deze regels wordt verstaan onder: 1.1 plan: het bestemmingsplan Anjum - It Hoarnleger en De Singel 4A met identificatienummer NL.IMRO.1970.BPAjtHoarnleger-ON01 van de gemeente Noardeast-Fryslân; 1.2 bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbijbehorende bijlagen; 1.3 aanbouw: een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.4 aan-huis-verbonden beroep: een dienstverlenend beroep, dat in of bij een woonhuis wordt uitgeoefend, waarbij het woonhuis in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.5 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.6 aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.7 achtererf: dat gedeelte van het erf dat achter de achtergevel van het (hoofd)gebouw en het verlengde daarvan is gebouwd; 1.8 archeologische waarden: de aan een gebied toegekende waarde in verband met de kennis en studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen uit oude

tijden; 1.9 bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde;

Bestemmingsplan Anjum - It Hoarnleger en De Singel 4A Status: Ontwerp / 27-10-2020

Rho Adviseurs B.V.

blz 20

20200513

1.10 bebouwingspercentage: een in de regels aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van het terrein of perceel aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd; 1.11 beroeps- c.q. bedrijfsvloeroppervlakte: de totale vloeroppervlakte van de ruimte die wordt gebruikt voor een aan-huis-verbonden beroep c.q. een (dienstverlenend) bedrijf of een dienstverlenende instelling, inclusief opslag- en administratieruimten en dergelijke; 1.12 bestaand: ten aanzien van de legaal aanwezige bouwwerken en de werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden, en het overige gebruik:  bestaand ten tijde van het inwerkingtreden van het plan; 1.13 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak; 1.14 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.15 bijgebouw: een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.16 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 1.17 bouwgrens: de grens van een bouwvlak; 1.18 bouwlaag: een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke bouwhoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder; 1.19 bouwperceel: een

aaneengesloten stuk grond, waarop krachtens het plan een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.20 bouwperceelgrens: een grens van een bouwperceel; 1.21 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijn toegelaten; 1.22 bouwwerk: een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden;

Rho Adviseurs B.V.

Bestemmingsplan Anjum - It Hoarnleger en De Singel 4A

Status: Ontwerp / 27-10-2020

20200513

blz 21

1.23 dak: iedere bovenbeëindiging van een gebouw; 1.24 detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.25 erotisch getinte vermaaksfunctie: een vermaaksfunctie, welke is gericht op het doen plaatsvinden van voorstellingen en/of vertoningen van porno-erotische aard, waaronder begrepen een seksbioscoop, een seksclub en een seksautomatenhal; 1.26 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.27 gevellijn de als zodanig aangegeven bouwgrens; 1.28 hoofdgebouw: een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.29 horecabedrijf een bedrijf of instelling, waar bedrijfsmatig dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en/of waarin bedrijfsmatig logies wordt verstrekt, één en ander al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie, met uitzondering van een erotisch getinte vermaaksfunctie; 1.30 huishouden een zelfstandig(e) dan wel samenwonend

persoon of groep van personen die binnen een complex van ruimte gebruik maken van dezelfde voorzieningen zoals een keuken, sanitaire voorzieningen en de entree; 1.31 kampeermiddel: een tent, een tentwagen, een kampeerauto, een caravan of een stacaravan, dan wel enig ander voertuig of onderkomen, dat geheel of ten dele is bestemd of opgericht dan wel wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf; 1.32 kap: een dakafdekking onder een hoek van meer dan 5° met het horizontale vlak; 1.33 kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten: de in bijlage 1 genoemde bedrijvigheid, dan wel naar de aard en de invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen bedrijvigheid, die door zijn beperkte omvang in of bij een woonhuis met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend; 1.34 nutsgebouw: een gebouw ten behoeve van een nutsvoorziening, waaronder in ieder geval worden begrepen transformatorhuisjes, pompstations, gemalen en telefooncellen;

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=noardeastfryslan&id=d074e324-83cc-4903-ba67-fa8fb8f0e1eb