CConstaterende datNoardeast-Fryslân
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Groenstructuurplan Gemeente Noardeast-Fryslân

It Beslút 16 december 2021, gemeente Noardeast-FryslânBij agendapunt: Vaststellen Groenstructuur- en Biodiversiteitsplan25.556 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

67

GROENSTRUCTUURPLAN - GEMEENTE NOARDEAST-FRYSLÂN

5 De zeekleipolders In dit hoofdstuk is de visie op de groenstructuur verder uitgewerkt voor het landschapstype zeekleipolders. De zeekleipolders van het Kleigebied Oostergo en het Lauwersmeergebied zijn ontstaan door aanslibbing. De bodem bestaat veelal uit (zware) zeeklei. Het gebied wordt gekenmerkt door een ruime opzet en de zeer grote openheid.

Kollumerpomp Warfstermolen

Munnikenzijl

5.1 Kenmerkende groenstructuur Kenmerkend is dat het groen en opgaande beplanting in het gebied geconcentreerd is rondom de boerderijen (erfbeplanting) en dorpen. De wegen zijn overwegend onbeplant. Wegbeplanting komt alleen voor bij de hoofdontsluitingswegen bij de lintdorpen in het Lauwersmeergebied. Structurerende elementen in dit landschap zijn de dijken. Andere groene elementen in de zeekleipolders zijn de eendenkooien en bietenopslagplaatsen. Samen met de zilte zeelucht, bepaald de bodem voor een groot deel welke soorten beplanting kan worden toegepast in dit gebied.

5.2 Visie buitengebied

Figuur 6 Kaart landschapstype zeekleipolders

Zeedijk als groen lint

In de volgende paragrafen beschrijven we achtereenvolgens de kenmerkende groenstructuur. Gevolgd door de visie op het buitengebied, waarbij specifiek wordt ingegaan op de gemeentelijke eigendommen en kansen voor klimaat en biodiversiteit. Daarna volgt de uitwerking van de gewenste groenstructuur voor de kernen gelegen in dit landschapstype.

Open landschap

De zeekleipolders worden gekenmerkt door de grote openheid en het ontbreken van beplanting langs de wegen. Deze karakteristieke openheid wordt beschermd door geen nieuwe bomen langs nu ‘kale’ wegen te planten. De bestaande wegbeplanting in de lintdorpen kan versterkt worden door nieuwe aanplant. De openheid kan verder versterkt worden door de bomenrijen zo transparant mogelijk te maken door opslag onder de bomen te verwijderen. Veel groenstructuren (erfbeplantingen en eendenkooien) zijn niet in eigendom van de gemeente. Voor deze kernkwaliteiten geldt als uitgangspunt behoud van de aanwezige waarden. De gemeente wil eigenaren van deze groenstructuren stimuleren

om gezamenlijk het landschappelijk beeld in stand te houden. Een van de grootste groenstructuren in het zeekleigebied is de eendenkooi bij Ternaard (in eigendom en beheer van Staatsbosbeheer). Om deze kenmerkende structuur te handhaven, wil de gemeente samenwerken met eigenaren om de contouren van de eendenkooi en het groen te beschermen en te versterken. Gemeentelijke groeneigendommen De bomenrijen/ wegbegeleidende beplanting bij de lintdorpen in het Lauwersmeergebied zijn wel in gemeentelijk eigendom. Hier zetten we in op het aanvullen en versterken van de groenstructuren, waarbij we nadrukkelijk de openheid als kwaliteit behouden. Kansen voor klimaat en biodiversiteit Omdat het landschap van de zeekleipolders wordt gekenmerkt door een grote openheid en relatief weinig opgaande beplantingen, liggen de kansen voor klimaat en het versterken van de biodiversiteit binnen de gemeentelijke groeneigendommen vooral bij het beheer van de bermen langs de wegen. Door verbetering en variatie aan te brengen in de wijze van beheer kunnen de wegbermen een bijdrage leveren aan het vergroten van de biodiversiteit. Wel zijn er kansen om biodiversiteit te stimuleren op private eigendommen zoals bomen op boerenerven. De gemeente kan hier meedenken en informatie verstrekken, om de biodiversiteit in deze structuren te verbeteren.

Verder kan er gekeken worden naar kansen omtrent het verflauwen van oevers om hier de plantendiversiteit te verhogen. Daarnaast kan worden ingezet op het vergroten van de diversiteit van het sortiment van de bomenrijen/ wegbegeleidende beplanting in de lintdorpen, zoals Warfstermolen en Kollumerpomp. Bij vervanging en/of versterking van de groenstructuur kan de toepassing van verschillende soorten een bijdrage leveren aan het vergroten van de biodiversiteit.

5.3 Uitwerking kernen In deze paragraaf volgt de uitwerking van de gewenste groenstructuur voor de kernen gelegen in het landschapstype zeekleipolders. Achtereenvolgens komen de volgende dorpen aan bod: Kollumerpomp, Munnekezijl en Warfstermolen.

Erfgroen Figuur 7 Kernkwaliteiten zeekleipolders

68

Copyright © 2021 Arcadis. All rights reserved. arcadis.com

Beplanting in dorpen

69

GROENSTRUCTUURPLAN - GEMEENTE NOARDEAST-FRYSLÂN

Kollumerpomp

Munnekezijl

Legenda Legenda Kollumerpomp is een lintdorp dat is ontstaan aan een oude dijk die in 1529 slaperdijk werd toen om het Nieuwkruisland een nieuwe dijk was aangelegd. Daarna bouwde men huizen in de buurt van de in de 15de eeuw aangelegde duiker in de dijk (de pomp). Kollumerpomp is lang een buurtschap bij Kollum geweest maar heeft nu de status van dorp. De eerste bebouwing kwam aanvankelijk aan de zuidzijde van de dijk, de Foijingaweg. Na de oorlog is het dorp aan de noordzijde uitgebreid. Gewenste groenstructuur De hoofdstructuur van Kollumerpomp wordt gevormd door de Foijingaweg. Binnen het dorp is deze aangewezen als historische hoofdstructuurlijn. Hier is het zoeken naar ruimte en wordt het groenbeeld vooral bepaald door plantvakken met vaste planten en enkele solitaire bomen. Aan de oostzijde heeft de Foijingaweg een eenzijdige beplanting met bomenrij. Hier is de weg vanwege de directe relatie met het omliggende landschap aangewezen als landschappelijke hoofdstructuurlijn en wordt het groenbeeld bepaald door bomen in een grasberm. Beide hoofdstructuren worden ook als zodanig versterkt. De entrees van het dorp worden naar de verkeerskundige versmalling gemarkeerd door de toevoeging van een haag.

70

Copyright © 2021 Arcadis. All rights reserved. arcadis.com

Munnekezijl is een komdorp, dat is ontstaan bij de uitwateringssluis in de Lauwers die het door de cisterciënzer monniken van Gerkesklooster ingedijkte land moest beschermen. Aan het einde van de 16de eeuw is een verdedigingsschans aangelegd. De nederzetting heeft zich ten westen van de sluis ontwikkeld. Het dorp was bij het ontstaan een buurtschap van Burum. In 1874-1875 is de dijk van Nittershoek en Zoutkamp aangelegd en werden de dijken bij Munnekezijl slaperdijken en had de sluis geen zeekerende functie meer. In 1882 werd iets oostelijker ter bevordering van de afwatering een stroomkanaal gegraven en een grotere spuisluis aangelegd. Deze indrukwekkende sluis bestaat uit elf afsluitbare stroomgaten en aan de buitenzijde een van steunberen voorziene hoge keermuur. Aan de binnenzijde is een brug over de stroomgaten gelegd. De Munnekezijlstermolen die ook wel ‘Rust Roest’ wordt genoemd is medebepalend voor het dorpssilhouet van Munnekezijl.

Gewenste groenstructuur De hoofdstructuur van Munnekezijl bestaat uit de historische hoofdstructuurlijn in de vorm van de Kerkstraat en de Oude Borchweg/ Methardusstraat/ De Schans. Hier is het door het smalle en stenige profiel zoeken naar ruimte voor plantvakken en solitaire bomen. Aan de zuidzijde hebben de wegen een uitgesproken landschappelijke karakter door de directe relatie met het omliggende landschap. Hier wordt het beeld bepaald door, een al aanwezige, boomstructuur in een grasberm. Dit geldt ook voor de hoofduitvalswegen. De entree vanaf de Oude Borchweg wordt voorzien van begeleidende haagbeplanting. Bij de Schans vormt de sluis de markering van de bebouwde komgrens. Hier wordt de komgrensmarkering dan ook niet voorzien van een begeleidende haag.

71

GROENSTRUCTUURPLAN - GEMEENTE NOARDEAST-FRYSLÂN

Warfstermolen

Legenda

Warfstermolen is een streekdorp dat aan de omstreeks 1315 aangelegde oude zeedijk is ontstaan, waarschijnlijk nadat in 1529 de nieuwe dijk om het Nieuwkruisland was aangelegd. Het element ‘warf’ in de naam duidt op een huis op de dijk waar de dijkvergaderingen werden gehouden. Warfstermolen is lang een buurtschap bij Burum geweest maar wordt nu als zelfstandig aangemerkt, hoewel het noch door een kerk, noch door een school of andere gebouwen met bijzondere voorzieningen wordt geaccentueerd. Het dorp bestaat uit een redelijk gesloten lintbebouwing aan voornamelijk de zuidzijde van de oude dijk/ Gruytsweg en een bescheiden naoorlogse dorpsuitbreiding aan de zuidzijde, De Warf en omgeving, waaromheen de doorgaande weg is gelegd. Ook aan de Gruytsweg is na de oorlog nog volkshuisvesting gekomen waardoor de nederzetting aan de dijk een goede samenhang vertoont.

72

Copyright © 2021 Arcadis. All rights reserved. arcadis.com

Gewenste groenstructuur De hoofdstructuur van Warfstermolen wordt gevormd door de Gruytsweg en de Warf. Deze wegen zijn vanwege de directe relatie met het omliggende landschap aangewezen als landschappelijke hoofdstructuurlijn. De wegen worden begeleid door een eenzijdige boombeplanting met een onderbegroeiing van gras. Waar mogelijk wordt deze structuur verder versterkt. Ook de hoofduitvalwegen Wedeler en de Leegsterweg zijn aangewezen als landschappelijke hoofdstructuurlijn. Waar de wegen op elkaar aantakken zijn twee markante punten gelegen. Aan de westzijde wordt de bebouwde komgrens van Warfstermolen al begeleid door een haag. Aan de oostzijde wordt de entree en bebouwde komgrens verder versterkt door het toevoegen van een begeleidende haagbeplanting.

73

GROENSTRUCTUURPLAN - GEMEENTE NOARDEAST-FRYSLÂN

6 Het veengebied/ woudontginning In dit hoofdstuk is de visie op de groenstructuur verder uitgewerkt voor het landschapstype veengebied/ woudontginning. Tot in de vroege middeleeuwen bestond een groot deel van Friesland uit uitgestrekte hoogveengebieden. Vanuit de overgang tussen de kwelders en het hoogveengebied, de zogenaamde veenrandzone werd het gebied ontgonnen. De woudontginningen liggen op de dekzandruggen, kenmerkend voor de woudontginningen is het houtsingellandschap.

Oudwoude Kollum

Westergeest

In de volgende paragrafen beschrijven we achtereenvolgens de kenmerkende groenstructuur. Gevolgd door de visie op het buitengebied, waarbij specifiek wordt ingegaan op de gemeentelijke eigendommen en kansen voor klimaat en biodiversiteit. Daarna volgt de uitwerking van de gewenste groenstructuur voor de kernen gelegen in dit landschapstype.

6.1 Kenmerkende groenstructuur Het veengebied/ woudontginning kenmerkt zich door de langgerekte smalle kavels met slootjes en een hoge dichtheid aan opgaande beplanting. Door de ontwatering van het gebied en oxideerde het veen en kwamen de hoger gelegen dekzandkoppen aan de oppervlakte te liggen. De historische verkaveling is nog goed zichtbaar aan de hand van sloten, elzensingels en dykswâlen (beplanting op een opgeworpen aarde wal) aanwezig. Ook zijn er laanstructuren die de dorpen in dit landschap onderling verbinden. Het duidelijk eigen karakter van het veengebied/ woudontginning wordt verder versterkt door de hoge dichtheid van bosjes die aan de randen van de dorpen aanwezig zijn, de groene zomen.

Veenklooster Figuur 8 Kaart landschapstype veengebied/ woudontginning

Bosjes

Lange kavels

Elzensingels/dykswâlen

Zwagerbosch

Kollumerzwaag

Verbindende laanstructuren Gevarieerde laanbeplanting Veel water

6.2 Visie buitengebied Het beeld in het veengebied wordt bepaald door de aanwezige groenstructuren van elzensingels, dykswâlen en bomenrijen/laanstructuren langs de wegen. De dorpsbosjes, elzensingels en dykswâlen zijn veelal in bezit en beheer van derden. Deze zorgen samen voor het groene, besloten karakter van dit landschap, en zijn cultuurhistorisch waardevol. Om deze elementen te behouden en daar waar

deze verdwenen zijn weer te versterken, wil de gemeente grondeigenaren stimuleren om gezamenlijk plannen te maken hoe deze structuren kunnen worden behouden en uitgebreid. Gemeentelijke groeneigendommen De bomenrijen langs de wegen zijn voor de wegbeleving van belang en verbinden op veel plekken de dorpen met elkaar. Op sommige stukken, voornamelijk in de dorpen zijn deze structuren onderbroken. De onderbroken structuren worden versterkt zodat zij de dorpen weer met elkaar verbinden. Ook de groene zomen die in veel dorpen aanwezig zijn, vormen een waardevolle structuur voor de beleving van de dorpsentrees. Klimaat en biodiversiteit Ook voor het veengebied/ woudontginning geld dat de bermen van wegen een rol kunnen spelen bij de versterking van de biodiversiteit. Door te zorgen voor bloemrijke bermen, worden wegen belangrijke bloemlinten. Daarnaast wordt in de dorpen er meer variatie in de begeleidende beplanting toegepast en worden de bestaande structuren bij noodzakelijke vervanging geleidelijk omgevormd. Door de dichtheid en aanwezigheid van diverse boomsoorten in het landschap zijn gevarieerde laanstructuren passend in dit gebied. Samen met een natuurlijke berminrichting met bloemen en kruiden vormen deze groene structuren een waardevolle aanvulling voor de biodiversiteit. De structuren worden ook toekomstbestendiger omdat ze minder gevoelig zijn voor ziekten en plagen.

Bij de soortkeuze van de bomen is het van belang dat de verschillen in groeivorm niet te groot wordt en dat deze passen bij de wegprofielen (hoog opgekroond met een bolvormige kroon).

6.3 Uitwerking kernen In deze paragraaf volgt de uitwerking van de gewenste groenstructuur voor de kernen gelegen in het landschapstype veengebied/ woudontginning. Achtereenvolgens komen de volgende dorpen aan bod: Kollum, Kollumerzwaag, Oudwoude, Veenklooster, Westergeest en Zwagerbosch.

Figuur 9 Kernkwaliteiten veengebied/ woudontginning

74

Copyright © 2021 Arcadis. All rights reserved. arcadis.com

75

GROENSTRUCTUURPLAN - GEMEENTE NOARDEAST-FRYSLÂN

Kollum Kollum is een dorp dat in de Middeleeuwen is ontstaan op de rand van een zandplateau als een nederzetting bij de direct met zee in verbinding staande Dwarsryd. Gedurende de 11de tot de 13de eeuw zijn de landerijen bedijkt, de omliggende veengronden in cultuur gebracht en kon Kollum zich ontwikkelen tot het centrum van dit gebied. Deze ontwikkeling begon rondom de kruising van de Sylsterryd en de Voorstraat. Aan de Voorstraat was westelijker reeds een kleine kern rondom d kerk ontstaan. Deze twee buurten groeiden in de 15de eeuw naar elkaar toe. De 17de en 18de eeuw waren voor Kollum tijden van groei en bloei dankzij handel en scheepvaart. In het midden van de 17de eeuw kwam op kosten van de stad Dokkum de Strobosser Trekfeart tot stand, waardoor Kollum via de korte Kollumer Trekvaart een goede verbinding kreeg met het zuiden. Geleidelijk is Kollum vooral langs de Voorstraat en enkele zijstraten uitgebreid. Gedurende de 19de eeuw kwam er in het zuiden ten westen van de trekweg nogal wat bebouwing bij. Na de Tweede Wereldoorlog is Kollum sterk uitgebreid. Eerst in het zuiden en aan de oostkant van de trekvaart. Vanaf de jaren 70 volgden uitbreiding aan in het noorden en westen. Het historische centrum van Kollum, het kruis van de Voorstraat en de Zijlsterried is aangewezen als beschermd dorpsgezicht.

76

LegendaCopyright © 2021 Arcadis. All rights reserved. arcadis.com

Gewenste groenstructuur De hoofstructuur van Kollum bestaat uit de Voorstraat/ Hesseweg en de Trekvaart/ de Rijd, waaraan het dorp is ontstaan. De historische groenstructuren die hierop aantakken vormen de verbinding naar het buitengebied. Dit zijn de Meester Andreastraat, Hessesingel ten noorden van de Voorstraat en de Eskesstraat, Woldringhstraat/ Adje Lambertzlaan en de Tollingasingel naar het zuiden. Deze (historische) structuren worden aangevuld met de Van Limburg Stirumweg die de hoofdontsluiting van het dorp vormt. Daarnaast zijn de restanten van verschillende inmiddels verdwenen states karakteristiek voor Kollum. Deze komen onder andere tot uiting in de laanstructuren in het zuidelijk deel van het dorp. Om Kollum zo sterk mogelijk met het omliggende landschap te verbinden is ervoor gekozen om het landschappelijke karakter zo ver mogelijk door te laten lopen. De groenstructuur bestaat hier uit gras met bomen. In aanvulling op de hoofdstructuur zijn ook de belangrijke entrees van de woonwijken onderdeel van de groenstructuur het betreft de Kriekepitte/ Nobel, Canteclear en de Van Scheltingalaan. Evenals de Gerrit Bleekerstraat en de Witteveenstraat, Van Eysingalaan en Johannes Bogermanstraat. Deze vormen de lijnen van de groenstructuur op het niveau van het wijkgroen.

77

GROENSTRUCTUURPLAN - GEMEENTE NOARDEAST-FRYSLÂN

Kollumerzwaag Kollumerzwaag is een streekdorp dat in de Middeleeuwen is ontstaan op de noordelijke rand van een keileemrug die in de 11de en 12de eeuw een ontginningsas vormde. De lange Foawei getuigt daar nog van. Het dorp bestond in de 19e eeuw behalve uit de lintbebouwing langs de oostwest lopende weg van Kollum, via Veenklooster naar Zwaagwesteinde, nog uit drie buurtschappen: Zwagerveen, Zwagerbosch en Zandbulten. De buurtschap Zandbulten is als heideontginning vanuit de noord-zuid lopende doorgaande weg naar Twijzel ontstaan. Het ligt op een hogere zandrug langs de Zwadde. Zwagerbosch is in 1940 zelfstandig geworden. Aan het einde van de 19de eeuw, maar meer nog aan het begin van de 20ste eeuw is de oude bebouwing vervangen door nieuwe woningen met hier en daar een winkel of villa. Aan de Tsjerkestrjitte en de Koarteloane is omstreeks 1950 een grote buurt ontwikkeld. Daarna is er veel sociale woningbouw in Kollumerzwaag tot stand gekomen, waardoor het dorp na de oorlog sterk is gegroeid en zowel in het noorden als in het zuiden is uitgebreid. Middelpunt van het dorp is de oude dorpskerk die aan een slinger in de Foarwei op een verhoging staat. Gewenste groenstructuur De groenstructuur rond Kollumerzwaag wordt vooral bepaald door de elzensingels op de perceelsgrenzen in het buitengebied.

De Foarwei vormt de hoofdstructuurlijn van Kollumerzwaag en is aangewezen als historische hoofdstructuurlijn. Het groenbeeld wordt bepaald door de plantvakken langs de weg met vaste planten de daarin gepositioneerde solitaire bomen. Ter hoogte van de kerk bepalen leilinden het groenbeeld. Ook de Koarteloane is aangewezen als historische hoofdstructuurlijn. Langs deze weg In het deel wat is het zoeken naar ruimte. Het groenbeeld wordt vooral bepaald door de particuliere tuinen. Het profiel langs de Pieter Postmastrjitte en Triemsterloane is wisselend. In het deel dat is aangewezen als historische hoofstructuurlijn is het zoeken naar ruimte. Ook hier wordt het groenbeeld vooral bepaald door de particuliere tuinen. Ook in het zuidelijk deel van Kollumerzwaag langs de Achterwei en Sparrewei, bij het voormalige buurtschap Zandbulten is het zoeken naar ruimte en bepalen de particuliere tuinen het groenbeeld. Kollumerzwaag heeft drie markante punten, waar de noordzuidgeoriënteerde wegen aantakken op de Foarwei. Deze worden nu al gemarkeerd door beeldbepalende bomen op particulier terrein en het monument voor kleinschaligheid aan de Foarwei. De entrees van de dorpen worden naast verkeerskundige reeds aanwezige versmallingen gemarkeerd door de toevoeging van een haag.

Legenda

78

Copyright © 2021 Arcadis. All rights reserved. arcadis.com

79

GROENSTRUCTUURPLAN - GEMEENTE NOARDEAST-FRYSLÂN

Oudwoude

Veenklooster

Legenda Veenklooster is een streekdorp met in het midden een brinkachtige ruimte. De nederzetting heeft nooit een kerk gehad, maar de ontwikkeling hangt wel samen met een kloosterstichting. Het is ontstaan bij een kruising van wegen van en naar Kollum, Oudwoude, Kollumerzwaag en Twijzel. Legenda Oudwoude is een streekdorp ontstaan op een laatmiddeleeuwse ontginningsas, de Foarwei, en een waarschijnlijk iets jongere tweede, dwars daarop staande streek in het noorden, de Wijgeest. Oudwoude is een streekdorp gebleven. Ook na de oorlog was geen sprake van komvorming, al zijn er ten westen van de Jan Binneswei enkele straten achter de streken aangelegd en bebouwd geraakt. De kern is aan het westelijke gedeelte van de Foarwei te vinden: daar staan de kerk, de school en het voormalige verenigingsgebouw bij elkaar. Gewenste groenstructuur De hoofdstructuur van Oudwoude bestaat uit de Foarwei en de Jan Binneswei. Beide wegen maken onderdeel uit van de historische hoofdstructuurlijn. Door het smalle en stenige profiel is het zoeken naar ruimte voor solitaire bomen. Het 80

Copyright © 2021 Arcadis. All rights reserved. arcadis.com

groenbeeld wordt voornamelijk bepaald door de particuliere tuinen. Richting de bebouwde komgrens en daarbuiten gaat de historische hoofdstructuurlijn over in een landschappelijke hoofdstructuurlijn en wordt de weg begeleidt door singelstructuren. Rondom de kerk en het kerkhof staat een haag en beeldbepalende eiken en lindebomen. De kruising van de Foarwei en de Jan Binneswei vormt het enige markante punt van Oudwoude. In de huidige situatie wordt de kruising benadruk door een bord van cortenstaal, Hier kan met een beeldbepalende boom de groenstructuur verder worden versterkt. Vanaf de kerk heeft de Foarwei een uitgesproken landschappelijk karakter. De entree van Oudwoude wordt hier vanwege de begeleidende laanstructuur niet gemarkeerd met een haag. Aan de oostzijde wordt de bebouwde komgrens wel verder benadruk door het toevoegen van een begeleidende haagbeplanting.

In de 11de of 12de eeuw is het gebied in cultuur gebracht. In de 13de eeuw stichtte de Premonstratenzers er vanuit Dokkum het vrouwenklooster De Olijfberg. Het klooster is in 1579 verlaten en in 1644 kwamen de restanten van de gebouwen en de landerijen in het bezit van de familie Van Fogelsangh. Zij stichtte op de kloosterterreinen een state die nog steeds het middelpunt van de nederzetting is. Fogelsangh State is een landhuis dan in het midden van de 17de eeuw is gebouwd. Het landhuis heeft een museumfunctie. Eromheen en erachter ligt een van de uitgestrektste parken van Friesland, ontworpen door Roodbaard. De historisch-ruimtelijke structuur van Veenklooster is aangewezen als beschermd dorpsgezicht.

Gewenste groenstructuur De historische hoofdstructuurlijn van Veenklooster wordt gevormd door de Kleasterwei. Hier wordt de groenstructuur bepaald door de bomen en beplantingen in de particuliere voortuinen en door de begeleidende haagbeplanting tussen de weg en parallelweg. De hoofduitvalswegen Nonnewei/ Cecilialoane hebben een directe relatie met het omliggende landschap en zijn aangewezen als landschappelijke hoofdstructuurlijn. Deze wegen worden begeleid door een eenzijdige of tweezijdige bomenrij (laanbeplanting). Veenklooster heeft geen duidelijke bebouwde komgrens. Het markante punt waar de Nonnewei aanhaakt op de Kleasterwei kan verder worden verbijzonderd door het toevoegen van een beeldbepalende boom.

81

GROENSTRUCTUURPLAN - GEMEENTE NOARDEAST-FRYSLÂN

Westergeest

Zwagerbosch

Legenda Zwagerbosch is een jong streekdorp in de uiterste zuidwesthoek van de gemeente Noardeast-Fryslân dat pas in 1940 de status van dorp heeft gekregen. Daarvoor was het een buurtschap bij het toch vrij ver verwijderde Kollumerzwaag.

Legenda

Westergeest is een streekdorp dat in de vroege Middeleeuwen is ontstaan op een zandopduiking ten noordwesten van de hoge gronden van de Wouden en die daarvan gescheiden is door een laag gebied, de Warren. Het dorp was op enige afstand in noordelijke richting over water ontsloten door de Swemmer en later door het verbeterde stroomkanaal van Nije Swemmer. Aan de zuidzijde is vanaf 1654 de Strobosser Trekfeart gegraven. Het dorp heeft zich ontwikkeld langs twee parallel wegen: de huidig Eelke Meinertswei en de Bumawei. Aan die wegen en wat zijpaden is de bebouwing geleidelijk verdicht. Na de oorlog is in het westen de dorpsuitbreiding tot stand gekomen. Aan de Eelke Meinertswei staat de imposante dorpskerk op een hoog kerkhof in een dichte boomzoom. Gewenste groenstructuur

karakters. Vanuit het zuiden wordt de weg begeleidt door een begeleidende beplanting aan weerszijde van de weg. Ter hoogte van de entree van de camping gaat dit over in een smal profiel waar de beplanting in de particuliere tuinen het groenbeeld bepalen. De beeldbepalende zware beplanting rondom de kerk en het kerkdorp vormt een belangrijk onderdeel van de groenstructuur. De waterhoofdstructuurlijn wordt gevormd door de Nije Swemmer aan de noordzijde van het dorp. Aan de noordzijde van Westergeest wordt de entree gevormd door de brug over de Nije Swemmer. Hier wordt de komgrens niet begeleid door een haagbeplanting. Bij de entree van de Eelke Meinertswei is wel ruimte in het profiel voor een begeleidende haag.

De eerste bewoning binnen het dorp vond plaats in het midden van de 19e eeuw vanuit Zwaag­westeinde langs de huidige Boskwei. Later werd parallel aan de Boskwei de Heide­wei aangelegd. Met de verbindingspaden tussen de evenwijdige straten heeft zich een rechthoekig patroon ontwikkeld zonder hiërarchie of een accent zoals een kerk, school of plein. Met de aanleg van de spoorlijn eind 19e eeuw is het noordelijk gedeelte van de nederzetting afgesneden. Twijzelerheide, dat ontstaan is vanaf het einde van de 19e eeuw, kwam tegen Zwagerbosch aan te liggen. Er ontstond vanaf de twee genoemde parallelle straten in Zwagerbosch

een verbinding met Twijzelerheide via de huidige Zijlstrawei. De grenssloot De Swadde blijft de scheiding tussen beide dorpen. Gewenste groenstructuur De hoofdstructuur van Zwagerbosch bestaat uit de historische hoofdstructuurlijn gevormd door de Heidewei en Swaddepaed. In het stenige profiel van de Heidewei is het zoeken naar ruimte voor solitaire bomen en wordt de groenstructuur vooral bepaald door het groen in de particuliere voortuinen. De Swadde vormt de waterhoofdstructuurlijn. De noordelijke entree krijgt een begeleiding van haagbeplanting. In het zuiden is er geen duidelijke begrenzing van de dorpskom. Hier wordt de komgrens alleen met een kombord benadruk en wordt vanwege het smalle profiel geen begeleidende haagbeplanting toegepast.

De hoofstructuur van Westergeest bestaat uit de historische structuurlijn Eelke Meinertswei. Deze structuur kent twee

82

Copyright © 2021 Arcadis. All rights reserved. arcadis.com

83

GROENSTRUCTUURPLAN - GEMEENTE NOARDEAST-FRYSLÂN

DEEL 3: BOUWSTENEN 84

Copyright © 2021 Arcadis. All rights reserved. arcadis.com

In dit deel worden voor de onderdelen van de hoofdstructuur handvatten aangereikt over hoe deze structuren eruit zien, hoe deze ontwikkeld kunnen worden en wat de bijdrage is aan biodiversiteit en klimaat. 85

GROENSTRUCTUURPLAN - GEMEENTE NOARDEAST-FRYSLÂN

HISTORISCHE HOOFDSTRUCTUUR

HOOFDSTRUCTUUR

De historische hoofdstructuur is een beeldbepalende, doorlopende groenstructuur gelegen op een historische lijn (weg, dorpslint of dijk) in het landschap of dorp/stad. Het beeld in deze structuur wordt bepaald door de relatie tussen bebouwing en de groenstructuur, ondersteund door particulier groen. De historische hoofdstructuurlijnen worden gevormd door (1) de historisch ontstane ringwegen rondom de terpen of (2) de hoofdwegen vanuit de het landschap die doorlopen in de bebouwde kom, zoals de Holwerderweg en Altenastreek in Dokkum en (3) de ontginningslijnen in het veengebied waar zich de lintbebouwing heeft ontwikkeld.

De hoofdstructuurlijn komt voor in Dokkum en Kollum en zijn 20e eeuwse toevoegingen aan de historische structuur, om de nieuwe uitbreidingen te ontsluiten en doordat deze structuren veel gebruikt worden zijn het belangrijke onderdelen van de groenstructuur. De hoofdstructuur kent een ruimere opzet dan de historische hoofdstructuur. De structuur is een bepalende, doorlopende lijn die vaak kruist met andere hoofdstructuren. De hoofdstructuurlijnen worden aangezet met een formele, begeleidende boombeplanting en een cultuurlijke inrichting in soortkeuze en onderbeplanting. Hiermee krijgen deze lijnen een duidelijk ander karakter dan de historische (landschappelijke)hoofdstructuurlijnen waarmee de ‘leesbaarheid’ van de historische structuur voor geïnteresseerden zichtbaarder wordt.

Figuur 10 Bouwsteen Historische Hoofdstructuur

Kenmerken en ontwikkeling • De structuur bestaat uit bomen van de categorie 1ste grootte;

Kenmerken en ontwikkeling

• Bij ruimtegebrek uitwijken naar bomen van de 2de grootte, of het toepassen van een andere groeivorm, of kiezen voor een ander beheer/ snoeivorm;

• Homogene structuren omvormen tot heterogene structuren; • Cultuurlijk uiterlijk, soorten passend bij landschapstype en ziekteresistent;

• Homogene structuur in het landschap, heterogeen in de dorpen passend bij het historisch karakter.

• Bomen van de 1ste grootte, daar waar ruimtegebrek is kan ingezet worden op bomen van de 2de grootte;

Biodiversiteit • Diversiteit in dorp/stad bevorderen, bij vervanging/ aanvullen zoeken naar andere soorten die de variatie vergroten passend bij het beeld;

• Wanneer mogelijk onderbeplanting toepassen in de vorm van vaste planten en/of heesters.

• Diversiteit in dorp/stad bevorderen, heterogene structuren passend bij het historisch karakter;

Biodiversiteit

• Beplanting als onderbegroeiïng met positieve eigenschappen t.b.v. insecten.

• Vervangen/omvormen homogene structuren met heterogene structuren. (omvormen wanneer nodig); Figuur 11 Voorbeeld van Historische Hoofdstructuur - volwassen bomen

Klimaat • Vervangen overtollige bestrating en vervangen door groen. Hiermee worden wateroverlast en hittestress gereduceerd;

• Liefst gebruik maken van inheems soorten om een maximaal positief effect voor fauna te bereiken.

• Toepassen van boomsoorten passend bij het deelgebied, zie de tabel hieronder voor een overzicht.

Figuur 13 Voorbeeld van Hoofdstructuur - bomen met mogelijkheid tot uitgroeien volwasdom en onderbegroeiïng (bron: Google met nabewerking Arcadis)

Klimaat • Vervangen overtollige bestrating door groen; • Heterogene structuur om een positief effect te hebben op het verkoelend effect van de boomstructuren, het afvangen van fijnstof en de stabiliteit van de structuur tegenover ziekten.

Boomsoorten per deelgebied

Boomsoorten per deelgebied Kweldervlaktes

Kwelderwallen

Zeekleipolders

Veengebied/ woudontginning

Beuk

Paardenkastanje

Beuk

Els

Es (resistente cultivar)

Spaanse Aak (esdoorn)

Es (resistente cultivar)

Wilg

Eik

Haagbeuk

Iep (resistente cultivar)

Beuk

Lijsterbes

Beuk

Peer

Eik

Iep (resistente cultivar)

Es (resistente cultivar)

Wilg

Es (resistente cultivar)

Eik

Iep (resistente cultivar)

Wilg

Lijsterbes

Iep (resistente cultivar) Lijsterbes * Kijk voor alternatieven in de “groen in de stad soortentabel” van Wageningen University” (Hiemstra, J.a. ; 2018)

Copyright © 2021 Arcadis. All rights reserved. arcadis.com

• Toevoegen van een onderbeplanting die een meerwaarde heeft voor insecten. Wanneer de schaal en maatvoering geschikt is kan het groen ingezaaid worden met een kruidenmengsel; • Gebruik van bloemdragende bomen die als nectarbron gebruikt kunnen worden door insecten;

• Diversiteit vergroten in stad/dorp ten behoeve van de robuustheid van de structuur en daarmee bescherming tegen ziektes en plagen;

86

Figuur 12 Bouwsteen Hoofdstructuur

Kweldervlaktes

Kwelderwallen

Zeekleipolders

Veengebied/ woudontginning

Beuk

Paardenkastanje

Beuk

Els

Es (resistente cultivar)

Veldesdoorn

Es (resistente cultivar)

Beuk

Populier

Haagbeuk

Populier

Eik

Eik

Beuk

Peer

Es (resistente cultivar)

Lijsterbes

Es (resistente cultivar)

Wilg

Els

Iep (resistente cultivar)

Populier

Iep (resistente cultivar)

Iep (resistente cultivar)

Kers

Kers

Kers

Kers

Eik

Lijsterbes

Wilg Lijsterbes Iep (resistente cultivar) * Kijk voor alternatieven in de “groen in de stad soortentabel” van Wageningen University” (Hiemstra, J.a. ; 2018)

87

GROENSTRUCTUURPLAN - GEMEENTE NOARDEAST-FRYSLÂN

LANDSCHAPPELIJKE HOOFDSTRUCTUUR

WATERSTRUCTUUR

Een landschappelijke hoofdstructuur bestaat meestal uit een laan of bomenrij, gekoppeld aan een weg. Het karakter van deze lijnen worden bepaald door de directe relatie met het omliggende landschap en/of door de groenstructuur op particulier terrein. De profielen onderscheiden zich van de historische hoofdstructuurlijn door grotere voortuinen en soms een eenzijdige dan wel geen bebouwing. De landschappelijke hoofdstructuur heeft in de meeste deelgebieden geen opgaande onderbegroeiing, behalve in het veengebied. Soorten in deze structuren zijn inheems en/ of cultivars van inheemse soorten. Wanneer er onvoldoende ruimte op openbaar terrein aanwezig is kan deze structuur versterkt worden door het stimuleren van de aanplant van beeldbepalende bomen op particulier terrein. Hierbij is het wel zaak dat de boom een zekere mate van bescherming krijgen.

In de gemeente zijn de waterstructuren in grote mate bepalend voor het ruimtelijke beeld en worden in deze visie ingezet voor versterking van de groenstructuur. Meest sprekende voorbeeld hiervan is de relatie van Dokkum met haar watergangen als de Dokkumer Ie en Dokkumer Grutdjip, maar ook de Wâldfeart, Alde Peazens, Ealsumer Feart, Súd Ie en de Strobosser Trekfeart. Via deze watergangen dringt het landschap door tot aan het historische bolwerk van Dokkum Voor de dorpen geldt dat deze gelegen zijn aan de opvaarten of begrensd worden door de waterlopen. Het beeld van de waterhoofdstructuurlijnen wordt bepaald door water, rietoevers, kruidenrijke gras en losse inheemse beplanting. Voor al deze structuren geldt dat de zichtbaarheid en toegankelijkheid van het water van groot belang is voor de beleving. Voor trekvaarten geldt dat er geen opgaand groen mag zijn tussen de voormalige jaagpaden en de trekvaart. Hiermee wordt de beleving van de trekvaart optimaal.

Figuur 14 Bouwsteen Historische Hoofdstructuur

Gezien de landschappelijke inpassing, en de cultuurhistorische waarde van deze structuren in het landschap, wordt hier gekozen om homogene structuren toe te passen. Deze structuren bestaan uit resistente soorten. Naast de huidige structuren kunnen deze in de kweldervlaktes uitgebreid worden het landschap in, zodat deze landschappelijke structuren inprikkers vormen in het landschap en een aanduiding zijn voor dorp en stad.

Noardeast Fryslân heeft de ambitie om de oude opvaarten naar de dorpen te herstellen waarbij deze opvaarten onder andere aan de nodige landschappelijke en ecologische zowel als de recreatieve eisen dienen te voldoen. Kenmerken en ontwikkeling • Waterstructuur open en zichtbaar houden (beleefbaar vanaf de weg). Op kruisingen met andere groenstructuren is zichtbaarheid van groot belang, geen opgaande beplanting;

Kenmerken en ontwikkeling • Homogene structuur om cultuurhistorisch en landschappelijk karakter te versterken; • Onderbegroeiing in veengebied, en pleksgewijs in de andere gebieden; • Bomen van 1ste grootte, inheemse soorten met groot kroonoppervlak. Biodiversiteit • Homogene structuur met inheemse soorten; • Daar waar mogelijk inzetten op ecologisch maaibeheer waarmee de biodiversiteit wordt vergroot. Bijvoorbeeld door plaatselijk laten staan van opschot;

Figuur 16 Bouwsteen Waterstructuur

Figuur 15 Voorbeeld van Landschappelijke Hoofdstructuur - volwassen laan met een eenduidig beeld

• Door het toepassen van een onderbegroeiing van bloem en kruidenrijkevegetatie gaan deze verbindende lijnen als netwerk fungeren voor insecten. Klimaat • Groeiplaats bomen zo groot mogelijk ten behoeve van groei en waterdoorlatendheid; • Bomen met groot kroonoppervlak ten behoeve van verkoeling en afvangen fijnstof.

Boomsoorten per deelgebied

• Langs de oevers van de hoofdwaterstructuur komen slechts pluksgewijs boomvormers voor. Deze bomen zijn Alnus glutinosa en Salix alba. Wat daarbij belangrijk is, is dat de beleefbaarheid van het water niet in het geding komt. De oevers zijn dus nooit massaal beplant met boomvormers en/of heesters; • Het herstellen/ zichtbaar maken van de historische loop van de gedempte op-/ dorpsvaarten. Biodiversiteit • Daar waar mogelijk oevers verflauwen ten behoeve van verrijking van de flora en fauna en verbetering van de waterkwaliteit (met planten als Dwerg lisdodden, Zegge, Biezen, Waterkers, Pijlkruid, Egelskop, Beekpunge, Waterweegbree); • Zorgen voor biodiverse oevers;

Kweldervlaktes

Kwelderwallen

Zeekleipolders

Veengebied/ woudontginning

Beuk

Beuk

Beuk

Beuk

Es (resistente cultivar)

Es (resistente cultivar)

Es (resistente cultivar)

Eik

Populier

Populier

Iep

Es (resistente cultivar)

Linde

Linde

Populier

Els

Iep (resistente cultivar)

Iep (resistente cultivar)

Wilg

Populier

Wilg

Wilg

Linde

Lijsterbes

Iep (resistente cultivar)

Figuur 17 Bouwsteen Markant punt - kruising landschappelijke - en waterstructuur

• Grote waterstructuren ten dele voorzien van rietkragen ten behoeve van bijvoorbeeld rietzangers.

Figuur 18 Voorbeeld van waterstructuur - voornamelijk rietkragen en lagere beplanting om de relatie met het water te behouden

Klimaat • Waterkwaliteit verbeteren door rijkdom aan planten te creëren in de oevers. (planten als Dwerg lisdodden, Zegge, Biezen, Waterkers, Pijlkruid, Egelskop, Beekpunge, Waterweegbree).

Wilg Lijsterbes * Kijk voor alternatieven in de “groen in de stad soortentabel” van Wageningen University” (Hiemstra, J.a. ; 2018)

88

Copyright © 2021 Arcadis. All rights reserved. arcadis.com

89

GROENSTRUCTUURPLAN - GEMEENTE NOARDEAST-FRYSLÂN

PARK

BEGRAAFPLAATS

Parken zijn een belangrijk onderdeel van de hoofdgroenstructuur doordat het verblijfsplekken zijn in de steden en dorpen. Door het intensievere gebruik en andere maatschappelijke functies, zoals samenkomen/ ontmoeting en educatie hebben de parken een rijkere inrichting door een diverser sortiment en een mix van gras/gazon, vaste planten, heesters en bomen/ bosplantsoen. De soortenrijkdom ook met exoten is kenmerkend voor de parken die aangelegd zijn aan het einde van de 19e eeuw. Daarin vinden we soms zeer bijzondere soorten aan als Cypres, Hemelboom of Ginkgo.

Begraafplaatsen zijn bijzondere gebieden in de groenstructuur door de vaak aanwezige monumentale beplanting. Er is een grote variatie in de groenstructuur van de begraafplaatsen afhankelijk van de omvang. Grote begraafplaatsen lijken in hun structuur op parken. Hier is meer ruimte om de variatie te vergroten en gebruik te maken van een uitgebreider sortiment van heesters en vaste planten. Kleine begraafplaatsen, veelal bij de kerken op de terpdorpen, bestaan meestal uit gazon met de grafstenen met daaromheen een bomenrij of leibomen.

Figuur 19 Bouwsteen Park

Kenmerken en ontwikkeling

Kenmerken en ontwikkeling

• Versterken met diversiteit aan soorten;

• Kleine begraafplaatsen met alleen een bomenstructuur als omranding;

• Laagtes in het maaveld gebruiken als locaties voor waterberging;

• Grotere begraafplaatsen kennen een uitgebreider sortiment van bomen, heesters en vaste planten.

• Gelaagdheid aanbrengen in beplanting in de vorm van Boom – Heesters – vaste planten. Meer variatie in en langs bos(plantsoen) en heesterbeplanting.

Biodiversiteit • Daar waar mogelijk, kijken naar een minder frequent maaibeleid ten behoeve van biodiversiteit;

Biodiversiteit • Kiezen voor aanleg vlinder- en insectenidylles;

• Op grote begraafplaatsen werken met bomen, heesters en vaste planten die nectar of vruchten produceren;

• Gebruik van kleine bosjes/boomgroepen met zowel esthetische waarde als verhoging van de biodiversiteit;

• Kijken naar het toevoegen van water.

• Beplanting kiezen die nectar of vruchten produceren voor insecten, vogels en zoogdieren; • Daar waar mogelijk minder maaien om hiermee de ontwikkeling van kruidenrijk grasland te bevorderen; • Inzaaien van delen met een bloem- en kruidenrijkmengsel; • Zorgen voor een lange bloeitijd door ook planten te gebruiken die in najaar/winter bloeien ten behoeve van insecten;

Figuur 20 Voorbeeld van een parkstructuur - Dokkum

Klimaat • Aanleggen van kruidenrijke laagten voor wateropvang; • Soortenrijkdom verhogen; • Inzetten op bomen die een positief effect leveren op verkoeling en het afvangen van fijnstof.

Klimaat • Door een divers sortiment toe te passen, wordt de robuustheid daarvan vergroot, en kan fijnstof beter opgevangen worden;

Figuur 22 Voorbeeld van een begraafplaats

• Door water toe te voegen, kan er water opgeslagen worden in deze gebieden. Deze maatregelen passen alleen bij een grotere begraafplaats. Boomsoorten per deelgebied

• Aanplant bollen in gazons. Boomsoorten per deelgebied Kweldervlaktes

Kwelderwallen

Zeekleipolders

Veengebied/ woudontginning

Berk

Paardenkastanje

Berk

Els

Beuk

Veldesdoorn

Beuk

Berk

Es (resistant)

Berk

Es

Beuk

Fruitbomen e.g. Kers/Appel/Peer

Haagbeuk

Eik

Populier

Beuk

Fruitbomen e.g. Kers/Appel/Peer (alleen iets zandige gebieden)

Eik

Es (resistant)

Iep

Populier

Wilg

Fruitbomen e.g. Kers/Appel/Peer

Lijsterbes

Eik Wilg

Figuur 21 Bouwsteen Begraafplaats

Populier Peer Wilg Lijsterbes Iep

Fruitbomen e.g. Kers/Appel/Peer Es (resistant) Iep (resistant) Kers Wilg Lijsterbes

Kweldervlaktes

Kwelderwallen

Zeekleipolders

Veengebied/ woudontginning

Berk

Paardenkastanje (Terpen)

Berk

Els

Beuk

Linde

Beuk

Berk

Es

Veldesdoorn

Es

Beuk

Populier

Esdoorn

Eik

Fruitbomen e.g. Kers/Appel/Peer

Berk

Fruitbomen e.g. Kers/Appel/Peer (alleen iets zandige gebieden)

Eik

Haagbeuk

Iep

Es

Wilg

Iep

Lijsterbes

Populier

Den

Fruitbomen e.g. Kers/Appel/Peer

Ceder

Wilg

Moerascipres

Ceder

Watercipres

Den

Populier Peer Wilg Den Ceder

Es Iep Fruitbomen e.g. Kers/Appel/Peer Wilg Lijsterbes Moerascipres Watercipres

Iep (resistant) * Voor parken geld dat hier ook uitheemse soorten gebruikt mogen worden en/of cultivars niet opgenomen in de bovenstaande lijst. Bovenstaande lijst geeft wel soorten weer die passen bij de ondergrond van de deelgebieden. Kijk voor alternatieven in de “groen in de stad soortentabel” van Wageningen University” (Hiemstra, J.a. ; 2018)

90

Copyright © 2021 Arcadis. All rights reserved. arcadis.com

* Voor begraafplaatsen geld dat hier ook uitheemse soorten gebruikt mogen worden en/of cultivars niet opgenomen in de bovenstaande lijst. Bovenstaande lijst geeft wel soorten weer die passen bij de ondergrond van de deelgebieden. Kijk voor alternatieven in de “groen in de stad soortentabel” van Wageningen University” (Hiemstra, J.a. ; 2018)

91

GROENSTRUCTUURPLAN - GEMEENTE NOARDEAST-FRYSLÂN

DORPSBOSJES/VERKAVELINGSBOSJES

SPORT-/RECREATIETERREIN

Veel bestaande bosjes zijn de zogenaamde overhoekjes. Dit zijn percelen die na kavelruil overbleven. Ze zijn tijdens de laatste ruilverkaveling in de 70-er jaren ingeplant en voor een overgroot deel in eigendom van Staatsbosbeheer en in mindere mate in eigendom van de gemeente. Daarnaast zijn in dezelfde periode de zgn. dorpsbosjes (gem. 1 à 2 ha) aangelegd. Deze hadden een recreatieve doelstelling en hadden tevens een belangrijke rol bij de landschappelijke inpassingvan het dorp. Ook deze bosjes zijn na aanleg in eigendom van Staatsbosbeheer gekomen. De ruilverkavelingsbosjes zijn vooral populier, wilg, esdoorn en es. Als gevolg van met name Essentaksterfte zijn de afgelopen jaren veel zieke bomen gekapt en vervangen door andere boomsoorten.

Sport en recreatieterreinen zoals bijvoorbeeld schaatsbanen, bestaan voornamelijk uit gras met een lage diversiteit aan soorten. Het gras is voornamelijk bedoeld om te recreëren en dus frequent gemaaid. In de directe omgeving van deze terreinen zijn vaak solitaire bomen, heestergroepen en bosplantsoen te vinden als omzoming van het terrein. Ook zijn rondom deze terreinen vaak sloten te vinden welke zorgen voor de afwatering. Daar waar opgaande begroeiing rondom de terreinen ontbreekt kan deze aangevuld worden met een diverse sortiment. Hiermee wordt de groenstructuur van de dorpen verder versterkt en de biodiversiteit vergroot.

Figuur 23 Bouwsteen Dorps-/verkavelingsbosje

Figuur 25 Bouwsteen Sport-/recreatieterrein

Kenmerken en ontwikkeling • Terreinen hebben een omzoming van bosplantsoen of een houtwal bestaande uit diverse soorten;

Kenmerken en ontwikkeling

• In het kader van de ambitie en biodiversiteit onderzoeken of het toepassen van toekomstbomen mogelijk is in plaats van alleen de functionaliteit van windsingel;

• In samenspraak met de eigenaar ontwikkelen van een gezonde mantel- zoom vegetatie in de randen van de dorpsbosjes;

• Verbijzonderen van de entrees door de toepassing van vaste planten en bloeiende heesters.

• Beleefbaar maken met paden en informatievoorziening (rol voor Staatsbosbeheer/eigenaren).

Biodiversiteit

Biodiversiteit • Grote ecologische waarde als stapstenen; • Randen omvormen/uitbreiden met een gezonde zoomvegetatie bestaande uit boomvormers, heesters en kruiden; • Gebruik van inheemse soorten en diversiteit in de bosjes vergroten; • Combinatie van zacht hout (populier/Wilg) en hard hout (Eik, Beuk, Kers);

Figuur 24 Voorbeeld van een gezonde bosrand

Klimaat • Waterretentie waar mogelijk, dan ook inzetten op Broekbospopulatie; • Diversiteit aanbrengen in de bosjes.

• Maaibeleid aanpassen om een kruidenrijkere grasvegetatie te krijgen op plekken waar dit mogelijk is; • Diversiteit verhogen in de omranding van het terrein (heesters/bomen), en inzetten op nectar/vrucht producerende soorten; • Omringende sloten aan de zijde van het sport-/ recreatieterrein verflauwen ten behoeve van oevervegetatie.

Figuur 26 Voorbeeld van een recreatieterrein met wadi

Klimaat • Daar waar mogelijk inzetten op waterretentie. Waar mogelijk zelfs volledig gebruiken als waterretentiegebied, anders gebruik maken van wadi’s.

• Dood hout laten liggen ten behoeve van de biodiversiteit. Boomsoorten per deelgebied Boomsoorten per deelgebied Kweldervlaktes

Kwelderwallen

Zeekleipolders

Veengebied/ woudontginning

Beuk

Beuk

N.V.T.

Beuk

Es (resistant)

Es (resistant)

Eik

Populier

Populier

Es (resistant)

Linde

Linde

Populier

Fruitbomen e.g. Kers/Appel/Peer (alleen iets zandige gebieden)

Fruitbomen e.g. Kers/Appel/Peer

Linde

Iep (resistant)

Fruitbomen e.g. Kers/Appel/Peer

Eik

Iep (resistant)

Wilg

Eik

Lijsterbes

Wilg

Iep (resistant) Wilg

Lijsterbes * Kijk voor alternatieven in de “groen in de stad soortentabel” van Wageningen University” (Hiemstra, J.a. ; 2018)

92

Copyright © 2021 Arcadis. All rights reserved. arcadis.com

Kweldervlaktes

Kwelderwallen

Zeekleipolders

Veengebied/ woudontginning

Berk

Paardenkastanje

Berk

Els

Beuk

Veldesdoorn

Beuk

Berk

Es (resistent)

Berk

Es (resistent)

Beuk

Fruitbomen e.g. Kers/Appel/Peer

Haagbeuk Beuk

Fruitbomen e.g. Kers/Appel/Peer (alleen iets zandige gebieden)

Eik

Populier Eik

Es (resistent)

Iep (resistent)

Populier

Wilg

Fruitbomen e.g. Kers/Appel/Peer

Lijsterbes

Wilg

Populier Wilg Iep (resistent) Lijsterbes

Es (resistent) Iep (resistent) Fruitbomen e.g. Kers/Appel/Peer Wilg Lijsterbes

Iep (resistent) * Voor sport- en recreatieterreinen geld dat hier ook uitheemse soorten gebruikt mogen worden en/of cultivars niet opgenomen in de bovenstaande lijst. Bovenstaande lijst geeft wel soorten weer die passen bij de ondergrond van de deelgebieden. Kijk voor alternatieven in de “groen in de stad soortentabel” van Wageningen University” (Hiemstra, J.a. ; 2018)

93

GROENSTRUCTUURPLAN - GEMEENTE NOARDEAST-FRYSLÂN

BEELDBEPALENDE BOOM

MARKANT PUNT

Beeldbepalende bomen zijn bomen vooral op particulier terrein, die beeld- en sfeerbepalend zijn voor de openbare ruimte. Karakteristiek voor de dorpen is dat veel van de kerken voorzien zijn van een zware beeldbepalende beplanting. Daarnaast zijn er behoorlijk veel beeldbepalende bomen aanwezig in de voortuinen, bijvoorbeeld in die van de statige notabele woningen als de pastorie in Hantum en bij de oude boerderijen. Deze bomen zijn meestal bomen van de eerste grootte. Door deze bomen te beschermen kunnen meer bomen uitgroeien tot een beeldbepalend groenobject.

De markante punten zijn bijzondere plekken in de hoofdstructuur en worden gevormd door de kruising tussen twee hoofdstructuurlijnen. Bijvoorbeeld de kruising tussen een landschappelijke hoofdstructuurlijn en een waterstructuurlijn. Deze punten zijn accenten in de groenstructuur en door hun invulling vergroten ze de zichtbaarheid en beleving van de groenstructuur. Inrichting van deze punten is maatwerk. Verbijzondering kan door het toevoegen van markante bomen en het toepassen van rijke beplanting met bollen, vaste planten, eenjarigen en sierheesters. Referentie van een markant punt binnen de gemeente is de kruising van de Birdaarderstraatweg met de Woudweg, hier wordt de kruising gevormd door een rotonde met daarop een solitaire boom.

Figuur 27 Bouwsteen Beeldbepalende boom

Kenmerken en ontwikkeling In overleg met de eigenaar: • passend beheer, bescherming en ontwikkeling van monumentale bomen.

Figuur 29 Bouwsteen Markant punt - kruising van structuren met een markante boom

Kenmerken en ontwikkeling

• Als gemeente het stimuleren van beeldbepalende bomen op particulier terrein;

• Markante punten uitbreiden met onderbegroeiing daar waar mogelijk; • Combineren met andere structuren.

Biodiversiteit • Inheemse soorten gebruiken;

Biodiversiteit

• Gebruik maken van vruchtdragende en/of nectar producerende bomen.

• Liefst inheemse soorten gebruiken;

Klimaat

• Toepassen van rijke onderbeplanting in de vorm van vaste planten;

• Bomen tot volwassen maat uit laten groeien zodat het verkoelend effect en het afvangen van fijnstof maximaal is.

• Gebruik maken van vruchtdragende en/of nectar producerende bomen. Figuur 28 Voorbeeld van Beeldbepalende boom - volwassen boom

Klimaat • Bomen tot volwassen maat uit laten groeien zodat het verkoelend effect en het afvangen van fijnstof maximaal is.

Boomsoorten per deelgebied Kweldervlaktes

Kwelderwallen

Zeekleipolders

Veengebied/ woudontginning

Berk

Paardenkastanje

Berk

Els

Beuk

Berk

Beuk

Berk

Es (resistent)

Esdoorn

Es (resistent)

Beuk

Watercipres

Haagbeuk

Populier

Eik

Populier

Beuk Fruitbomen e.g. Kers/Appel/Peer

Fruitbomen e.g. Kers/Appel/Peer (alleen iets zandige gebieden)

Es (resistent)

Eik Iep (resistent)

Es (resistent)

Fruitbomen e.g. Kers/Appel/Peer

Ginkgo

Wilg

Eik

Lijsterbes

Wilg

Moerascipres

Moerascipres

Figuur 30 Voorbeelden van Markant punt, een boom en een ingeplantte rotonde

Boomsoorten per deelgebied

Iep (resistent)

Kweldervlaktes

Kwelderwallen

Zeekleipolders

Veengebied/ woudontginning

Fruitbomen e.g. Kers/Appel/Peer

Berk

Paardenkastanje

Berk

Els

Wilg

Beuk

Esdoorn

Beuk`

Berk

Lijsterbes

Es (resistent)

Berk

Beuk

Moerascipres

Moerascipres

Haagbeuk

Fruitbomen e.g. Kers/Appel/Peer (alleen iets zandige gebieden)

Watercipres

Populier

Ceder

Iep (resistent)

Fruitbomen e.g. Kers/Appel/Peer

Beuk

Ceder

Eik

Fruitbomen e.g. Kers/Appel/Peer

Iep (resistent)

Es (resistent)

Wilg

Ginkgo

Lijsterbes

Eik

Watercipres

Wilg

Wilg Lijsterbes Iep (resistent) Moerascipres Watercipres

* Voor Beeldbepalende bomen geld dat hier ook uitheemse soorten gebruikt mogen worden en/of cultivars niet opgenomen in de bovenstaande lijst. Bovenstaande lijst geeft wel soorten weer die passen bij de ondergrond van de deelgebieden. Kijk voor alternatieven in de “groen in de stad soortentabel” van Wageningen University” (Hiemstra, J.a. ; 2018)

Es (resistent) Populier Wilg Iep (resistent)

Es Iep Fruitbomen e.g. Kers/Appel/Peer Wilg Lijsterbes Moerascipres

Iep (resistent) Moerascipres Watercipres

94

Copyright © 2021 Arcadis. All rights reserved. arcadis.com

* Voor Markante punten geld dat hier ook uitheemse soorten gebruikt mogen worden en/of cultivars niet opgenomen in de bovenstaande lijst. Bovenstaande lijst geeft wel soorten weer die passen bij de ondergrond van de deelgebieden. Kijk voor alternatieven in de “groen in de stad soortentabel” van Wageningen University” (Hiemstra, J.a. ; 2018)

95

GROENSTRUCTUURPLAN - GEMEENTE NOARDEAST-FRYSLÂN

ENTREE De entree van een dorp wordt gekenmerkt door een haagstructuur met daaromheen de doorgaande groenstructuur. De hagen worden, samen met de versmalling van het wegprofiel, ingezet om verkeer af te doen remmen, voordat deze de bebouwde kom binnenrijdt. Door een combinatie te maken van hagen en bomen van de 1ste grootte, vormt dit groen een gevoel van welkom. Als er voldoende ruimte is, kan bovenstaand ook nog uitgebreid worden met bijvoorbeeld een markante boom, of vaste planten vakken.

Figuur 31 Bouwsteen Entree

Kenmerken en ontwikkeling • Begeleidende haag van inheemse soorten; • Begeleidende beplanting van de groenstructuur door het dorp, zoals de landschappelijke hoofdstructuur uitbreiden wanneer er voldoende ruimte is. Biodiversiteit • Door alle entrees van hoofduitvalswegen aan te zetten met hagen, wordt er gewerkt aan het vergroten van de biodiversiteit; • Kiezen voor inheemse soorten om een maximaal positief effect te behalen; • Mogelijkheden bekijken om meer groen te verwezenlijken bij entrees. Klimaat

Figuur 32 Voorbeeld van entree

• De bovenstaande maatregelen resulteren in een groter oppervlak van het openbaar groen en hebben dus een positief effect op klimaat.

Boomsoorten per deelgebied Veengebied/ woudontginning

Kweldervlaktes

Kwelderwallen

Zeekleipolders

Liguster (haag)

Liguster (haag)

Liguster (haag)

Hulst (haag)

Hulst (haag)

Hulst (haag)

Appelbes (Haag)

Appelbes (Haag)

Appelbes (Haag)

Fruitbomen e.g. Kers/Appel/Peer

Fruitbomen e.g. Kers/Appel/Peer

Berk

Els

Berk

Paardenkastanje

Fruitbomen e.g. Kers/Appel/Peer

Beuk (ook haag)

Veldesdoorn (ook haag)

Fruitbomen e.g. Kers/Appel/Peer (alleen iets zandige gebieden)

Berk

Es (resistent)

Berk

Beuk (ook haag)

Beuk (ook haag)

Populier

Haagbeuk (ook haag)

Es (resistent)

Es (resistent)

Eik

Beuk (ook haag)

Populier

Iep (resistent)

Iep (resistent)

Es (resistent)

Wilg

Wilg

Wilg

Populier

Iep (resistent)

Eik Wilg Iep (resistent) * Kijk voor alternatieven in de “groen in de stad soortentabel” van Wageningen University” (Hiemstra, J.a. ; 2018)

96

Copyright © 2021 Arcadis. All rights reserved. arcadis.com

Liguster (haag) Hulst (haag) Appelbes (Haag)

Arcadis. Improving quality of life

Connect with us

landscape-architects.nl

ARCADIS Landscape Architecture & Urbanism

@Arcadislandscape

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=noardeastfryslan&id=be05a403-3e57-4c22-8898-9e6cd5e83231