CConstaterende datNoardeast-Fryslân
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Groenstructuurplan Gemeente Noardeast-Fryslân

It Beslút 16 december 2021, gemeente Noardeast-FryslânBij agendapunt: Vaststellen Groenstructuur- en Biodiversiteitsplan25.556 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Signed By: Dijkstra, Sytze <s.dijkstra@noardeast-fryslan.nl> 20/12/2021 09:23:11 CET ID: 190273d9-2c78-4aef-a781-8918df61b117 Auth: Scribble

Groenstructuurplan Gemeente Noardeast-Fryslân 5 november 2021

GROENSTRUCTUURPLAN - GEMEENTE NOARDEAST-FRYSLÂN

Colofon

Inhoudsopgave

In opdracht van:

0. Inleiding 7

5. De zeekleipolders

0.1 Aanleiding en doelstelling

7

5.1 Kernkwaliteiten 69

Opgesteld door:

0.2 De waarden van groen

7

5.2 Visie buitengebied 69

Floor van Gils (Adviseur Landschap en Ruimtelijke Kwaliteit)

0.3 Kaders en samenhang met andere

Gemeente Noardeast-Fryslân

Sjors de Greeff (Landschapsontwerper) Peter Westerink (Landschapsarchitect)

beleidsdocumenten

5.3 Uitwerking kernen 69 7

0.4 Totstandkoming 9 0.5 Opbouw en leeswijzer

9

Gecontroleerd door: Peter Westerink Vrijgegeven door: Peter Westerink Projectgroep gemeente:

DEEL 1: AMBITIE EN VISIE 10 1. Ambitie 13 2. Visie op de groenstructuur

Doetje de Jong

2.1 Inleiding 15

Michiel Oosterhagen

2.2 Opbouw groenstructuur kernen

15

6.3 Uitwerking kernen 75 Kollum, Kollumerzwaag, Oudwoude, Veenklooster, Westergeest en Zwagerbosch.

DEEL 3: BOUWSTENEN 84 Hoofdstructuur 87

18

3. De kwelderwallen

21

Park 90

3.1 Kernkwaliteiten 21

Dorpsbosjes/verkavelingsbosjes 92

Begraafplaats 91 Sport-/recreatieterrein 93 Beeldbepalende boom 94 Entree 96`

43

4.1 Kernkwaliteiten 43 4.2 Visie buitengebied 43 4.3 Uitwerking kernen 43 Brantgum, Burdaard, Burum, Dokkum, Foudgum, Ginnum, Hallum. Hantum, Hegebeintum, Hiaure, Jislum, Lichtaard, Metslawier, Niawier, Oosternijkerk, Oostrum, Raard, Reitsum en Wânswert.

Landschappelijke hoofdstructuur 88 Waterstructuur 89

Markant punt 95

Anjum, Blije Ee, Engwierum, Ferwert, Hantumhuizen, Holwerd, Lioessens, Marrum, Morra, Nes, Oostmahorn, Paesens-Moddergat, Ternaard, Waaxens en Wierum.

4. De kweldervlaktes

Copyright © 2021 Arcadis. All rights reserved. arcadis.com

6.2 Visie buitengebied 75

DEEL 2: UITWERKING GROENSTRUCTUUR

3.3 Uitwerking kernen 21

Projectnummer: 30081410

75

Historische hoofdstructuur 86

3.2 Visie buitengebied 21

Ons kenmerk: D10032464

6. Het veengebied/ woudontginning

15

Jan-Germ de Vries

Status: definitief, versie 4.0, AS3

Kollumerpomp, Munnekezijl en Warfstermolen.

6.1 Kernkwaliteiten 75

Douwe Klijnstra

Datum: 05-11-2021

69

Legenda

GROENSTRUCTUURPLAN - GEMEENTE NOARDEAST-FRYSLÂN

Inhoudsopgave kernen (van A tot Z) Anjum 22 Blije 24 Brantgum 44 Burdaard 45 Burum 46 Dokkum 48 Ee 25 Engwierum 26 Ferwert 27 Foudgum 52 Ginnum 53 Hallum 54 Hantum 55 Hantumhuizen 29 Hegebeintum 56 Hiaure 57 Holwerd 30 Jislum 58 Kollum 77 Kollumerpomp 70 Kollumerzwaag 78 Lichtaard 59 Lioessens 32 Marrum 33 Metslawier 60 Morra 34 Munnekezijl 71 Nes 35 Niawier 61 Oosternijkerk 62 Oostmahorn 36 Oostrum 63 Oudwoude 80 Paesens – Moddergat 37 Raard 64 Reitsum 65 Ternaard 39 Veenklooster 81 Waaxens 40 Wierum 41 Wanswerd 66 Warfstermolen 72 Westergeest 82 Zwagerbosch 83

4

Copyright © 2021 Arcadis. All rights reserved. arcadis.com

GROENSTRUCTUURPLAN - GEMEENTE NOARDEAST-FRYSLÂN

0. Inleiding Groen is essentieel voor het creëren van een prettige en duurzame leefomgeving. Bomen, parken, water en groenstroken hebben vaak een onderlinge samenhang en vormen daarmee een groenstructuur. Deze groenstructuur hangt nauw samen met het gebied en de stedenbouwkundige en ruimtelijke opbouw van een stad of dorp.

0.1

Aanleiding en doelstelling

Sinds 1 januari 2019 zijn de voormalige gemeenten Dongeradeel, Ferwerderadiel en Kollumerland c.a. opgegaan in de nieuwe gemeente Noardeast-Fryslân en is er (nog) geen uniform beleid op het gebied van bomen en groen. Dit Bomen- en Groenstructuurplan (hierna Groenstructuurplan) vormt de basis ten aanzien van het groen -en bomenbeleid. In dit Groenstructuurplan staat – met het bestaande groen als uitgangspunt – de langetermijnvisie op de gewenste groen -en bomenstructuur beschreven. De visie gaat zowel in op het openbaar groen in het buitengebied als het groen binnen de bebouwde kom van Dokkum en 43 andere kernen binnen de gemeente Noardeast-Fryslân. Het doel van dit Groenstructuurplan is tweeledig: – H ­ et geven van een visie op de bestaande en na te streven structuur van het openbare groen en landschapsstructuren voor de lange termijn (20222050); – ­Het geven van een kader voor: – n ­ ieuwe ontwikkelingen (zoals renovaties en dorpsuitbreidingen, klimaatadaptatiemaatregelen, duurzame energie en het vergroten van de biodiversiteit); – prioritering, budgettering en investering van groenbudgetten; – l­eidraad voor renovatie, vervanging en eventueel verkoop van openbaar groen; – b ­ escherming van boom- en groenstructuren in gemeentelijk eigendom.

Gedurende de looptijd vormt dit Groenstructuurplan de leidraad voor beleid, aanleg, reconstructie en het beheren van het gemeentelijke groen. Daarmee ontwikkelen we een robuuste en duurzame groenstructuur, die bijdraagt aan het vergroten van de biodiversiteit en groene ‘dooradering’ van de kernen, met als doel een gezonde leefomgeving voor de inwoners van de gemeente.

0.2

De waarden van groen

Een toekomstbestendige gemeente kan niet zonder groen. Bomen en groen leveren niet alleen een belangrijke bijdrage aan de kwaliteit van onze woon- en leefomgeving, maar

6

Copyright © 2021 Arcadis. All rights reserved. arcadis.com

vergroten ook de biodiversiteit en spelen een belangrijke rol bij klimaatadaptatie (vertraagde hemelwaterafvoer, voorkomen hittestress, CO2 opname). De waarden van het openbaar groen kunnen worden onderverdeeld in verschillende categorieën, zoals bijvoorbeeld educatieve waarde, natuurwaarde en functionele waarde. Hieronder volgt puntsgewijs een nadere toelichting op de waarden van groen voor klimaatadaptatie en het versterken van de biodiversiteit: Klimaatadaptatie Bomen zorgen voor schaduw en verkoeling wat helpt hittestress te verminderen. Daarnaast leggen bomen tijdens hun groei CO2 vast in hun bladeren, takken en de bodem. Vooral bomen creëren door hun invloed op licht en de luchtcirculatie een microklimaat en verminderen daarmee lokaal extremen in warmte, koude, vochtigheid en droogte. Bomen en groen reguleren daarnaast water en vergroten de bergingscapaciteit om zo wateroverlast tegen te gaan. Biodiversiteit In de afgelopen eeuw is de biodiversiteit in Nederland hard achteruit gegaan. Een groot deel van de biodiversiteit op aarde bestaat uit insecten vaak gebonden aan het voorkomen van specifieke planten, bomen en struiken. Bomen bieden voedsel, leefruimte, bescherming en nestgelegenheid aan insecten, vogels, kleine zoogdieren en korstmossen. Meer en gevarieerd groen kan bijdragen aan het vergroten van de biodiversiteit, een grote soortendijkdom is daarbij belangrijk.

Door de aanplant van meer pollen- en nectarrijke bomen, struiken en vaste planten (drachtplanten) en vogelbosjes met besdragende struiken kan het openbaar groen een belangrijke bijdrage leveren aan het vergroten van de biodiversiteit.

0.3 Kaders en samenhang met andere beleidsdocumenten Dit Groenstructuurplan staat niet op zichzelf. De gemeente Noardeast-Fryslân heeft een Landschapsbiografie laten opstellen die het verhaal van de ontwikkeling van het landschap vertelt. In dit Groenstructuurplan vertalen we de landschapstypen en kernkwaliteiten (die te maken hebben met beplanting en water) uit de Landschapsbiografie naar de gewenste bomen- en groenstructuur. Het Groenstructuurplan integreert de eerder opgestelde groenstructuurplannen van de voormalige gemeenten Dongeradeel, Ferwerderadiel en Kollumerland c.a. in één totaalstructuur. Naast het Groenstructuurplan wordt ook een Biodiversiteitplan opgesteld. De voorstellen en maatregelen uit het Biodiversiteitsplan koppelen we aan de gewenste groenstructuur, waarmee het Biodiversiteitsplan wordt verankerd in het Groenstructuurplan. Ten slotte dient het Groenstructuurplan als input voor de op te stellen Omgevingsvisie en het Omgevingsplan van de gemeente Noardeast-Fryslân.

7

GROENSTRUCTUURPLAN - GEMEENTE NOARDEAST-FRYSLÂN

Voor het Groenstructuurplan spelen verschillende kaders een rol. Daarbij wordt onderscheidt gemaakt tussen maatschappelijke kaders (trends), wettelijke kaders op landelijk, provinciaal en gemeentelijk niveau en relevante gemeentelijke beleidskaders. Maatschappelijke kaders De maatschappij is onderhevig aan verandering, een van de trends is dat burgers steeds meer willen (en moeten) participeren, ook met betrekking tot openbaar groen. Herstructurering, inbreiding en uitbreiding van het woningbestand zorgt ervoor dat ook de infrastructuur herzien moet worden. Door de vergrijzing van de maatschappij gaat dit ook gepaard met een veranderende doelgroep. Dit heeft door een veranderende behoefte en gebruik bij de bewoners mogelijk gevolgen voor de inrichting van het openbaar groen. Bossenstrategie Meer bos of andere vormen van houtige beplantingen, zoals landschapselementen zijn nodig om doelen voor biodiversiteit te realiseren en koolstof vast te leggen, zoals afgesproken in het Klimaatakkoord. Naast klimaat en biodiversiteit zijn er ook andere redenen om te streven naar meer bos, zoals extra recreatiemogelijkheden. In de Bossenstrategie benoemen Rijk en provincies gezamenlijk ambities en doelen voor bossen in Nederland en brengen zij in beeld op welke wijze deze ambities vorm kunnen krijgen.

Wettelijke kaders Bij het opstellen van dit Groenstructuurplan is aansluiting gezocht bij de relevante wet- en regelgeving. Tabel 1 omvat een overzicht van de wettelijke kaders en regelgeving. Erfgoedwet Een beschermd stads- of dorpsgezicht is een gebied in een stad of dorp met een bijzonder cultuurhistorisch karakter die terug te vinden is in onder meer de stedenbouwkundige opzet, de bebouwing, de wegenstructuur en het groen. De bescherming van een stads- en dorpsgezicht is geborgd in het bestemmingsplan. Voor een duurzame groenstructuur en -beheer wordt aanbevolen om te onderzoeken welke groenstructuren deel uitmaken van een beschermd stads- of dorpsgezicht en op welke wijze het groen het beschermde stads- of dorpsgezicht kan versterken. De regelgeving rond beschermde stads- en dorpsgezichten wordt opgenomen in de Omgevingswet; tot die tijd blijft deze geregeld in de Erfgoedwet.

Omgevingswet Naar verwachting treedt de Omgevingswet in 2022 in werking. Deze nieuwe wet vervangt alle wetten voor wonen, ruimte, infrastructuur, milieu en water. De gemeente Noardeast-Fryslân maakt in het kader van de Omgevingswet samen met haar inwoners een Omgevingsvisie. Het thema landschap, natuur en biodiversiteit maakt onderdeel uit van de Omgevingsvisie. Het Groenstructuurplan en Biodiversiteitsplan worden gebruikt als input voor het opstellen van de Omgevingsvisie. Daarnaast zijn de uitkomsten van de Oanhekker-bijeenkomsten, georganiseerd in het kader van de Omgevingsvisie, als inspiratie voor het Groenstructuurplan meegenomen. Beleidskaders Naast de maatschappelijke en wettelijke kaders kent de gemeente Noardeast-Fryslân nog een aantal beleidskaders en spelen er (beleidsmatige)ontwikkelingen die raakvlakken hebben met het Groenstructuurplan. Hieronder volgt puntsgewijs een overzicht een aantal van deze ontwikkelingen en de relatie met het Groenstructuurplan en Biodiversiteitsplan. Gemeentelijke kader voor het beschermen van bomen De gemeente Noardeast-Fryslân heeft in de nieuwe Algemene plaatselijke verordening (APV, geldig vanaf 1 januari 2021) vastgesteld dat het niet meer nodig is om een vergunning aan te vragen voor het kappen van bomen (zowel particuliere als gemeentelijke bomen).

Voor een duurzaam groenbeheer en vanuit de ambitie om in 2050 één geregistreerde boom per inwoner te hebben (zie hoofdstuk 1 Ambitie) wordt aanbevolen om te onderzoeken of het huidige bomenbestand en de toekomstige bomen een wettelijke bescherming gegeven kan worden. Dit Groenstructuurplan kan als inhoudelijke basis dienen welke structuren hierbij het belangrijkste zijn om te beschermen. Integraal Beleidsplan Kapitaalgoederen In juni 2021 heeft de gemeenteraad de Nota Kapitaalgoederenbeheer vastgesteld. Middels een amendement heeft de raad besloten om voor wegen en groen in de komende 4 tot 5 jaar door te groeien van een onderhoudsniveau Laag naar een -niveau Basis. Voor groen gaan we kijken waar we middels omvorming kunnen besparen en hoe we deze besparing kunnen inzetten om een hoger niveau te realiseren en meer biodiversiteit te creëren. Bij de noodzaak tot omvorming biedt een Groenstructuurplan (en Biodiversiteitsplan) de nodige handvaten.

Tabel 1 Relevante wet- en regelgeving

Landelijke wetgeving

Provinciale regelgeving

Gemeentelijke regelgeving

Monumentenwet

Verordening Romte Fryslan

Bestemmingsplannen

Plantgezondheidswet

Distelverordening

Algemene Plaatselijke Verordening

Wet natuurbescherming

Omgevingsverordening Fryslan 2021

Waterwet

Biodiversiteitsagenda Een voorgenomen te ontwikkelen Biodiversiteitsagenda vormt na het gereedkomen van het Biodiversiteitsplan hét instrument om de (ruimtelijke) doelen uit het Groenstructuurplan en Biodiversiteitsplan te realiseren. De Biodiversiteitsagenda zal geen statisch document zijn, maar afhankelijk van de situatie op cyclische wijze aanpasbaar.

0.4

Het Groenstructuurplan is opgesteld in de periode mei tot en met november 2021 en is in een vijftal fasen tot stand gekomen: (1) Inventarisatie en analyse, (2) Ambitie openbaar groen, (3) Opstellen van de hoofdstructuur, (4) Uitwerken van de hoofdstructuur van het buitengebied en de kernen, en (5) Aanscherping vanuit ambtelijke organisatie, bewoners en belanghebbenden. Fase 1 Inventarisatie en analyse Doel van de eerste fase was het vaststellen van de kaders waarbinnen het Groenstructuurplan gaat fungeren. Hierbij is door bureauonderzoek, evaluatie van de eerder opgestelde groenstructuurplannen en twee ambtelijke werksessies met beleidsmedewerkers van aanverwante disciplines en de afdeling Uitvoering het concept kader voor het Groenstructuurplan opgesteld. Fase 2 Ambitie openbaar groen In de tweede fase is de ambitie ten aanzien van het openbaar groen geformuleerd evenals de relatie tot andere beleidsplannen. Fase 3 Opstellen van de hoofdstructuur In deze fase zijn de Landschapsbiografie NoardeastFryslân, het Biodiversiteitsplan en de eerder opgestelde groenstructuurplannen van de voormalige gemeenten Dongeradeel, Ferwerderadiel en Kollumerland c.a. geïntegreerd in één hoofdstructuur. Hierbij zijn de benoemde landschapstypen en kernkwaliteiten uit de landschapsbiografie vertaald naar een groenstructuur op hoofdlijnen.

Ook zijn de randvoorwaarden en assortiment voor een duurzame en klimaatbestendige bomenstructuur uitgewerkt.

Copyright © 2021 Arcadis. All rights reserved. arcadis.com

Fase 5 Aanscherping ambtelijke organisatie, bewoners en belanghebbenden Tenslotte is het Groenstructuurplan aangescherpt vanuit de ambtelijke organisatie en in september 2021 in een webinar gepresenteerd, waarna bewoners en belanghebbenden twee weken de tijd hebben gehad om te reageren. Naar verwachting is het Groenstructuurplan gereed en vastgesteld in december 2021.

0.5

Opbouw en leeswijzer

Het groenstructuurplan wordt op twee verschillende wijzen gepresenteerd: in de vorm van deze rapportage en als online StoryMap. Te bereiken via de website van de gemeente. Dit document is opgebouwd uit drie delen: in deel 1 wordt ingegaan op de ambitie van de gemeente ten aanzien van het openbaar groen. Hoofdstuk 2 beschrijft de visie op de groenstructuur. in deel 2 wordt aan de hand van de vier landschapstypen in de gemeente Noardeast-Fryslân de visie beschreven voor het buitengebied en de kernen. Deel 3 omvat de beschrijving van de verschillende bouwstenen. De kernen bestaan uit Dokkum en de 43 dorpen met een komgrens (blauw naambord), zie Tabel 2 voor een overzicht en de inhoudsopgave. De kaarten vindt u in dit rapport en op de deze website. De legenda behorende bij de groenstructuurkaart is opgenomen achterin dit rapport en is bij elke kaart te openen door in deze PDF op de tekst ‘legenda’ te klikken. Op dit moment wordt voor een aantal dorpen in de gemeente Noardeast-Fryslân gewerkt aan het omzetten van de plaatsnamen naar het Fries. Omdat dit proces nog niet afgerond is, worden in dit rapport officiële Friese plaatsnamen of de Nederlandse plaatsnamen gebruikt.

Tabel 2 Kernen per landschapstype

Kwelderwallen

Kweldervlaktes

Zeekleipolders

Veengebied/woudontginning

Blije

Nes

Brantgum

Hiaure

Kollumerpomp

Kollum

Anjum

Oostmahorn

Burdaard

Jislum

Munnekezijl

Kollumerzwaag

Ee

Paesens-Moddergat

Burum

Lichtaard

Warfstermolen

Oudwoude

Engwierum

Ternaard

Dokkum

Metslawier

Veenklooster

Ferwert

Waaxens

Foudgum

Niawier

Westergeest

Hantumhuizen

Wierum

Ginnum

Oosternijkerk

Zwagerbosch

Holwerd

Hallum

Oostum

Lioessens

Hantum

Raard

Marrum

Hegebeintum

Reitsum

Morra 8

Totstandkoming

Fase 4 Uitwerken groenstructuur buitengebied en de kernen Daaropvolgend is de groenstructuur uitgewerkt voor zowel het buitengebied als de 44 kernen. Per kern is de groenstructuur uitgewerkt in een overzichtskaart en een begeleidende beschrijving van de onderdelen van de groenstructuur.

Wânswert 9

GROENSTRUCTUURPLAN - GEMEENTE NOARDEAST-FRYSLÂN

DEEL I: AMBITIE EN VISIE 10

Copyright © 2021 Arcadis. All rights reserved. arcadis.com

1 Ambitie Wij zijn trots op ons landschap, dorpen en steden. De groenstructuur bepaalt mede de kwaliteit van onze omgeving. Tegelijkertijd onderkennen we de ontwikkelingen die deze kwaliteit aantasting. Aanhoudende droogte, meer hoosbuien en wateroverlast, zwaardere stormen en de achteruitgang van de biodiversiteit nopen tot een bewustwording hoe we met groenstructuren omgaan. De groenambitie van de gemeente is dan ook: “We willen de groenstructuur behouden en versterken door meer gevarieerd en toekomstbestendig groen, wat aansluit op het omringende landschap en waarmee de biodiversiteit wordt vergroot”. Dit gaan we doen door: Te zorgen dat ons bestaande en nieuwe groen volwassen en onze bomen tot wasdom kunnen komen. • •

We zorgen voor goede groeiplaatsomstandigheden en een goede afstemming tussen omgeving en (boom) soortkeuze; We stemmen de beheermaatregelen (zoals maaien, snoeien en knippen) af op het tot wasdom brengen van het groen en het vergroten van de soortenrijkdom.

Meer groen aan te leggen waarmee we onze dorpen en ons landschap versterken. • • • •

We streven naar meer bomen zodat we in 2050 één boom per inwoner hebben; We planten een nieuwe boom voor elke gekapte boom die in eigendom van de gemeente is; We vervangen overbodige verharding door groen; We faciliteren de aanplant van bomen in tuinen en op particulier terrein in het landschap door het beschikbaar stellen van kennis en middelen.

Te kiezen voor gevarieerd en toekomstbestendig groen. •

•

•

We breiden het aantal planten- en boomsoorten uit waardoor het gevarieerde groen beter bestand is tegen plagen of ziektes en de effecten van klimaatverandering; We kiezen voor plant- en boomsoorten die aantrekkelijk zijn voor vogels en insecten en die samen groene verbindingen vormen voor de natuur, hiermee vergroten we de biodiversiteit; We investeren in klimaatbestendige bomen die bijdragen aan het terugdringen van de (negatieve effecten van) klimaatverandering.

Dit groenstructuurplan geeft de kaders om deze ambitie te realiseren. Hiermee komen we tot een waardevolle, toekomstbestendige en beheerbare groenstructuur in de gemeente Noardeast-Fryslân die ook bijdraagt aan het versterken van de biodiversiteit. 13

2 Visie op de groenstructuur De kracht van het groen in Noardeast-Fryslân is de nauwe verwevenheid tussen de kernen en het landschap en tussen het groen in de kernen en het landschappelijk groen in het buitengebied. Met dit Groenstructuurplan wil de gemeente de eigenheid van het gebied inzetten en benutten door de historische (ontginnings)structuren zichtbaar(der) te maken door hieraan een krachtige en toekomstbestendige groenstructuur toe te voegen.

2.1 Inleiding Om de groenambitie van de gemeente te realiseren geeft de visie op de groenstructuur antwoord op de volgende drie vragen: 1.

2. 3.

Waar willen we meer groen aanleggen waarmee we onze dorpen en ons landschap versterken? Welke locaties dragen het meeste bij aan de gewenste groenstructuur? Welke (boom) soorten zijn geschikt voor een gevarieerd en toekomstbestendig groen? Wat is ervoor nodig om ons groen volwassen te laten worden en onze bomen monumentaal?

Meer groen De gemeente heeft de ambitie om op de bestaande oppervlakte meer en vooral gevarieerder groen aan te leggen. De basis voor deze aanvulling wordt gevormd door de landschapsbiografie van Noardeast-Fryslân - It Ferhaal van it Lânskip (2021). In de Landschapsbiografie is de ontwikkeling beschreven die het landschap heeft doorgemaakt sinds de laatste ijstijd tot en met het heden. Op basis van de landschappelijke zones uit de Landschapsbiografie en de geomorfologische opbouw van de ondergrond hanteren we in dit Groenstructuurplan vier landschapstypen met een onderscheidende groenstructuur en opzet van de dorpen. Het betreft de volgende vier landschapstypen: 1. 2. 3.

4.

De Kwelderwallen, met in het westen de oeverwallen en in het oosten de kwelder-/ oeverwallen langs de voormalige getijdengeulen; De Kweldervlaktes, met de lager gelegen kwelders (Mieden) en de voormalige getijdengeulen; De (oude en jonge) Zeekleipolders met in het noorden de polders van Kleigebied Oostergo en in het oosten de polders van het Lauwersmeergebied met de Dokkumer Grutdjip. Het Veengebied/ woudontginning met karakteristieke houtwallen en boselementen in het zuiden.

Op basis van de ontwikkeling, kenmerken en kwaliteiten van deze landschapstypen is bepaald welke structuren belangrijk zijn en we willen behouden en versterken. De kernkwaliteiten zoals beschreven in de Landschapsbiografie zijn waardevol en willen we als gemeente behouden en versterken. Dit wordt per landschapstypen toegelicht in hoofdstuk 3 tot en met 5 waarin wordt ingegaan op de ontwikkeling van het buitengebied en de gewenste groenstructuur binnen de kernen (zie ook groenstructuur kernen). Toekomstbestendig groen Naast de locatie waar het groen versterkt kan worden zijn de landschapstypen en daarmee samenhangende ondergrond, bepalend voor de keuze welke (inheemse) bomen en beplanting toegepast kunnen worden voor een gevarieerde en toekomstbestendig groen. Om het groen minder kwetsbaar te maken voor ziekten en plagen is het van belang verschillende soorten toe te passen en waar mogelijk inheemse soorten te kiezen. Deze komen van oorsprong in Nederland voor en kunnen zich op een natuurlijke manier in stand houden. Daarnaast levert de toepassing van inheemse soorten een belangrijke bijdrage aan het verhogen van de biodiversiteit en zijn deze soorten belangrijk voor verschillende diersoorten (vogels en insecten) die hiervan afhankelijk zijn.

Per landschapstype wordt beschreven welke (boom)soorten passend zijn en op welke wijze invulling wordt gegeven aan het omvormen tot klimaatbestendige structuren. Volwassen groen en monumentale bomen Om te zorgen dat het bestaande en nieuwe groen volwassen en bomen tot wasdom kunnen komen is het noodzakelijk dat een boom een goede groeiplaats krijgt. Dit is de ruimte die de boom heeft in het profiel (zowel bovengronds als ondergronds) om te groeien. Voor een gezonde ontwikkeling van een boom is in de eerste plaats een goed functionerend wortelstelsel noodzakelijk. Hiervoor moeten de wortels beschikken over voldoende ruimte, lucht, vocht en voedingselementen. Met andere woorden er moet voldoende ruimte ondergronds zijn voor de wortels en de grond moet een geschikte samenstelling hebben. Bovengronds moet er echter ook voldoende ruimte zijn. Er moet voldoende ruimte zijn voor de uitgroeiende kroon zonder dat deze hinder oplevert voor de omgeving.

2.2 Opbouw groenstructuur kernen Voor de kernen is een groenstructuurkaart opgesteld met daarop aangegeven de gewenste groenstructuur voor de lange termijn. Deze groenstructuur is opgebouwd uit een

15

GROENSTRUCTUURPLAN - GEMEENTE NOARDEAST-FRYSLÂN

netwerk van: lijnen (de beplanting langs wegen), punten (kruispunten en bijzonder plekken) en vlakken (openbaar groen gebieden zoals parken). Niet al het groen in de kernen is even belangrijk. Binnen het netwerk is een indeling gemaakt op basis van enerzijds het historische belang en anderzijds hoeveel mensen het groen beleven en gebruiken. We onderscheiden drie niveaus: 1. 2. 3.

Hoofstructuur Wijkgroen Buurtgroen

Hoofdstructuur De hoofdstructuur is belangrijk voor de gehele gemeente. Dit zijn de doorgaande wegen, de publiekstrekkers en bijzondere groen in de gemeente. Deze structuur wordt dagelijks beleefd door de inwoners vanuit de hele gemeente en daarnaast door de diverse bezoekers. De hoofdstructuur bestaat uit een netwerk van hoofdstructuurlijnen, bijzondere gebieden (vlakken) en markante punten. Hoofdstructuurlijnen Het raamwerk van de hele groenstructuur wordt gevormd door de hoofdstructuurlijnen. Deze worden in principe versterkt door de toevoeging van een begeleidende

boomstructuur met bomen van de 1ste grootte. Hierdoor ontstaat een groenstructuur die de beeldbepalende lijnen in de gemeente vormen. Hierbij is maatwerk noodzakelijk voor hoofdstructuurlijnen met zeer krappe profielen. In dit Groenstructuurplan onderscheiden we vier typen hoofdstructuurlijnen met elk hun eigen karakter: • • • •

Historische hoofdstructuurlijn; Landschappelijke hoofdstructuurlijn; Hoofdstructuurlijn; Hoofwaterstructuurlijn.

De verschillende hoofdstructuurlijnen zijn nader beschreven in de bouwstenen, zie deel 3 van dit Groenstructuurplan. Vlakken Aanvullend op het netwerk van lijnen heeft elke kern waardevol, bijzonder groen (vlakken) zoals de aanwezige (stadsrand) parken, begraafplaatsen, sportvelden, schaatsbanen, kaatsvelden, recreatieterreinen en dorpsbosjes. Dit zijn nu en in de toekomst de zichtbare gebruik- en verblijfsplekken in de dorpen en zijn van grote recreatieve waarde. Het zijn de verbijzonderingen in het openbaar groen met een duidelijke functie en soms een uitgebreider beplantingsassortiment.

Punten De punten in de hoofdstructuur wordt gevormd door de kerken met beeldbepalende beplanting, markante punten en beeldbepalende bomen. Veel van de punten zijn gekoppeld aan de hoofdstructuurlijnen en vormen een verbijzondering in deze lineaire structuren Wijkgroen Een niveau lager wordt gevormd door het zogenaamde wijkgroen. Deze bestaat uit de toegang, ontsluiting en het belangrijkste wijkgroen van de grotere wijken in Dokkum en Kollum. Deze plekken worden (dagelijks) beleefd door de vele inwoners van de wijken. De structuur van het wijkgroen vinden we alleen in Dokkum en Kollum, omdat de omvang van de dorpen in het buitengebied zo beperkt zijn dat de hoofdstructuur direct de woonwijken ontsluit. Lijnen De entrees van de woonwijken en de wijkontsluitingen zijn het visitekaartje van de wijk en belangrijk voor het groene beeld van de wijk. Evenals bij de hoofdstructuur is een toekomstbestendige groenstructuur hier het uitgangspunt. Op dit niveau worden bij voorkeur bomen van de 2de grootte toegepast in relatie met een goede groeiplaats. De onderbeplanting bestaat hier uit gras met een verbijzondering door de toepassing van sierheesters, vaste planten en bollen. Met de keuze van deze beplanting wordt ingezet op de seizoensbeleving (bloei en vrucht), bijdragen aan het vergroten van de biodiversiteit en de beheerbaarheid van het plantvak.

Vlakken Het groen in de vlakken is over het algemeen functioneel ingericht. Het bomenassortiment bestaat uit (inheemse) soorten van de 1e of 2e grootte, afhankelijk van de

beschikbare ruimte en de locatie ten opzicht van de hoofdstructuur. De beplanting bestaat uit bosplantsoen, sierheesters en gras afhankelijk van de functie van de plek. Punten De punten in het wijkgroen worden gevormd door de kruising tussen de hoofdstructuur en het wijkgroen. Deze plekken zijn de toegang van de woonwijken en daardoor erg zichtbaar in de groenstructuur. Ruimtelijk worden de kruisingen zodanig ingericht dat de hoofdstructuurlijn in de beleving de doorgaande lijn is. De kruisingen worden benadrukt door toepassing van een bijzondere onderbeplanting vergelijkbaar met de lijnen van het wijkgroen. Buurtgroen Het derde niveau bestaat uit de vele groene plekjes binnen de woonwijken. Deze plekken zijn waardevol voor de direct omwonenden maar zijn van mindere betekenis voor het dorp als geheel. Kenmerkend is dat hierin geen duidelijk structuur te herkennen is. Denk hierbij aan de siergroenvakken/ heestervakken op pleintjes en de kleine grasveldjes al dan niet met bomen in de woonwijken. Gezamenlijk met de particuliere tuinen vormen deze plekken de groene dooradering van de dorpen en wijken. In deze visie wordt voorgesteld om deze structuur geleidelijk om te vormen, wanneer dit nog niet gebeurd is, naar een afwisselende beplanting van gras of (sier)heesters (beperkt aantal soorten per straat) met of zonder bomen.

De soortkeuze van de onderbeplanting is afhankelijk van de grootte van het plantvak. In het buurtgroen is bij uitstek ruimte voor initiatieven van bewoners om de biodiversiteit te verhogen. Denk hierbij aan het aanleggen van geveltuintjes of het beplanten en verzorgen van de boomspiegels. De gemeente is blij met dit enthousiasme en wil deze initiatieven dan ook ondersteunen.

Figuur 1 Punten, lijnen en vlakken

16

Copyright © 2021 Arcadis. All rights reserved. arcadis.com

17

GROENSTRUCTUURPLAN - GEMEENTE NOARDEAST-FRYSLÂN

DEEL 2: UITWERKING GROENSTRUCTUUR 18

Copyright © 2021 Arcadis. All rights reserved. arcadis.com

19

GROENSTRUCTUURPLAN - GEMEENTE NOARDEAST-FRYSLÂN

Wierum

3 De kwelderwallen

Paesens-Moddergat Nes Lioessens

Ternaard

Oostmahorn de Skâns

Holwerd Blije Ferwert Hantumhuizen

Marrum

Morra

Anjum

Waaxens

Ee Engwierum

In dit hoofdstuk is de visie op de groenstructuur verder uitgewerkt voor het landschapstype kwelderwallen. Op de kwelderwal langs de Waddenzee zijn op regelmatige afstand van elkaar terpen ontstaan. De terpdorpen op de kwelderwallen hebben doorgaans een ovale vorm. Vaak zijn deze terpdorpen ontstaan door de aaneenschakeling van meerdere huisterpen. Hierdoor hebben de dorpen soms een kern met een radiaal karakter. Op de overgang van de kwelderwal naar de kweldervlakte hebben delen van de dorpen een radiaalstructuur (bijvoorbeeld Wetsens en Morra) en delen een meer langgerekte structuur (bijvoorbeeld Lioessens). De dorpen aan de noordkant langs de dijken zijn vissersdorpen c.q. dijkdorpen. Deze worden gekenmerkt door een meer aaneengesloten patroon van kleine visserswoningen, burgerwoningen en reeksen boerderijen. Aan de noordkant liggen de dorpen in de luwte van de dijk. De uitmonding van oude kreken in en bij de dorpen is soms nog als relict zichtbaar in het dorp. In de volgende paragrafen beschrijven we achtereenvolgens de kenmerkende groenstructuur. Gevolgd door de visie op het buitengebied, waarbij specifiek wordt ingegaan op de gemeentelijke eigendommen en kansen voor klimaat en biodiversiteit. Daarna volgt de uitwerking van de gewenste groenstructuur voor de kernen gelegen in dit landschapstype.

3.1 Kenmerkende groenstructuur

Figuur 2 Kaart landschapstype kwelderwallen

Beplanting in dorpen en entrees

Dorpsbosjes Open landschap

De kwelderwallen zijn hoger gelegen in het landschap en bestaan uit kalkarme poldervaaggronden met matig tot lichte zavel. Een goed waterdoorlatende en voedselrijke bodemsoort, waardoor het mogelijk is een divers sortiment aan bomen en struiken toe te passen. In dit gebied zijn de groenstructuren voornamelijk te vinden in en rond de terpdorpen, langs de wegen, bij bietenopslagplaatsen, rondom (boeren)erven en de dorpsranden. De manier waarop de beplanting zich manifesteert in het landschap, doet denken aan groene eilanden, welke belangrijk zijn voor de landschapskwaliteit, biodiversiteit en leesbaarheid van het landschap.

3.2 Visie buitengebied Op de kwelderwallen is het contrast tussen open en besloten het uitgangspunt voor de gewenste groenstructuur. Openheid tussen de dorpen is belangrijk. Versterking van de groenstructuur vindt plaats in- en rondom de dorpen.

20

Copyright © 2021 Arcadis. All rights reserved. arcadis.com

Gemeentelijke groeneigendommen Om de groenstructuur bij de dorpen te versterken wordt binnen de komgrens bij de entrees van de historische wegstructuren gezocht naar mogelijkheden voor aanplant. Zo wordt ook de historische structuur van de wegen zichtbaarder en wordt de groenstructuur robuuster gemaakt. Klimaat en biodiversiteit Om de biodiversiteit te vergroten wordt ingezet op de diversiteit van boom/heestersoorten en het inzaaien van bloemrijke mengsels binnen de bebouwde komgrenzen. In de dorpskernen worden verschillende soorten binnen de groenstructuren toegepast. De soorten die gekozen worden bieden voordelen aan inheemse fauna, zoals het produceren van nectar, of het bieden van schuilplekken voor vogels. Naast de voordelen voor de biodiversiteit, worden de structuren op deze manier ook robuuster en bieden ze meerwaarde op het gebied van klimaatadaptatie. De dorpsbosjes en erfbeplantingen zijn niet in gemeentelijk eigendom. Voor deze groenstructuren geldt dat er gezamenlijk met de eigenaren gekeken moet worden naar behoudt en/of versterking van deze landschappelijke structuren en de mogelijkheden voor variatie in het sortiment en toepassen van onderbegroeiing.

3.3 Uitwerking kernen

In deze paragraaf volgt de uitwerking van de gewenste groenstructuur voor de kernen gelegen in het landschapstype kwelderwallen. Achtereenvolgens komen de volgende dorpen aan bod: Anjum, Blije, Ee, Engwierum, Ferwert, Hantumhuizen, Holwerd, Lioessens, Marrum, Morra, Nes, Oostmahorn, Paesens-Moddergat, Ternaard, Waaxens en Wierum.

Erfgroen als eilanden in open gebied

Terpdorpen Figuur 3 Kernkwaliteiten kwelderwallen

Dit kan door de toepassing van begeleidende beplanting, dorpsbosjes of speelgroen/boomweides. Voorkomen moet echter worden dat het zicht op de dorpen wordt afgesneden doordat bijvoorbeeld een krans van groen rondom het dorp komt te liggen. Samen met de nog aanwezige wegbeplanting, de erfbeplanting van de boerenerven en het groen rond de bietensopslagplaatsen, vormen deze elementen de groenstructuur. Wanneer wegbegeleidende beplanting tussen de dorpen door ouderdom of ziekte moet worden aangepast wordt deze verlicht met andere soorten en opbouw. De aanwezige laanbeplanting is in het landschap homogeen, maar mag in dorpskernen gevarieerder zijn. Deze homogene structuren passen goed bij het cultuurhistorische karakter van het landschap en geven een rustige aanblik van het wegprofiel.

Bietenopslagplaats 21

GROENSTRUCTUURPLAN - GEMEENTE NOARDEAST-FRYSLÂN

Anjum Het silhouet van Anjum wordt bepaald door de onbeplante dorpskerk, molen De Eendracht en de beplanting van de dorpsbosjes en sportvelden rondom het dorp. Anjum is een oud terpdorp, de terp is al een paar eeuwen voor het begin van de jaartelling ontstaan op de kwelderwal Leeuwarden – Anjum. De van oorsprong ronde radiale terp is uitgegroeid tot een flink dorp. Anjum was voornaam en tot de splitsing van de Dongeradelen de hoofdplaats van de grietenij (dit is de voorloper van de huidige Nederlandse gemeente). De meeste grietmannen woonden op de in 1831 gesloopte Holdinga State, een kasteelachtig bouwwerk. Op het terrein van de state, aan De Singel, staat nu boerderij Ny Holdinga. Na de oorlog is Anjum vooral aan de oostelijke en zuidelijke zijde uitgebreid. Gewenste groenstructuur De hoofdstructuur van Anjum bestaat uit de terpring die wordt gevormd door: de Rederijwei, Hearrewei, De Singel, Mûnebuorren, Systerwei, Skeanewei en Feart. De waterhoofdstructuurlijn wordt gevormd door de Eanjumer Opfeart, die ruimtelijk wordt doorgetrokken tot het historische eindpunt, de voormalige Holdinga State. Doordat de waterhoofdstructuurlijn en de terpring hier voor een groot deel gelijk op gaan, is er gekozen om de terpring ruimtelijk te accentueren en de waterlijn plaatselijk te voorzien van solitaire bomen.

Aandachtspunt is het vergroten van de herkenbaarheid van de Eanjumer Opfeart in het deels gedempte deel bij De Singel. De hoofduitvalswegen worden gevormd door De Singelen en de Systerwei. Deze twee wegen krijgen een begeleiding van een boombeplanting met een onderbegroeiing van gras. In een deel van De Singel (van de Bantswei tot het einde van de Eanjumer Opfeart) is te weinig ruimte voor een groenstructuur op openbaar terrein. Hier wordt het karakter

bepaald door de (voormalig gemeentelijke) bomen in de voortuinen. De uitvalswegen Stiemsterwei, Bantswei en Hearrewei horen ook bij de historische ontsluitingsstructuur van het dorp. Maar omdat er in deze profielen geen ruimte is voor een begeleidende boomstructuur zijn deze niet opgenomen in de groenstructuur. Waar de hoofduitvalswegen aantakken op de terpring zijn de twee markante punten van Anjum gelegen. Het betreft de kruising van de Sylsterwei en Skeanewei en de kruising van de Mûnebuorren met De Singel bij het einde van de Eanjumer Opfeart. De locatie waar de Eanjumer Opfeart verspringt van de westzijde naar de oostzijde van de Rederijwei is zeer karakteristiek. Deze locatie kan, om de herkenbaarheid van deze plek te vergroten, benadrukt worden door de plaatsing van een brug of verwijzing naar een brug op te nemen. Voorbeeld hiervan zijn de leuningen geplaatst in PaessensModdergat bij de overgang van de Seewei naar De Buorren. Door de vele uitvalswegen kent Anjum in totaal tien entrees, waarvan de entrees Hearrewei, Skanserwei, De Singel en de Systerwei/Hjellingswei het belangrijkst zijn. Deze worden gemarkeerd door bij het kombord aan weerszijden een haag te plaatsen. De entree bij De Singel dient hierbij als voorbeeld omdat deze al is gerealiseerd.

De overige entrees hebben een dusdanig lage intensiteit en ruimtelijk zeer smal profiel dat hier gekozen is om de komgrens, naast het komgrensbord, niet te markeren. Het wijkgroen in Anjum bestaat uit twee ‘parkachtige’ plekken: het groen rondom het monument aan de Burmaniastrjitte/De Singel en het Bumapark (Bumatún) aan de westzijde van de terp nabij de Bumaleane en Rederijwei.

Legenda

22

Copyright © 2021 Arcadis. All rights reserved. arcadis.com

23

GROENSTRUCTUURPLAN - GEMEENTE NOARDEAST-FRYSLÂN

Blije

Ee

Legenda

Legenda Blije is een terpdorp dat enkele eeuwen voor het begin van de jaartelling op de kwelderwal parallel aan de Waddenzeekust is ontstaan. Net als de meeste andere terpdorpen in de omgeving is Blije naar het zuiden toe over water ontsloten door de lange Blijaer Feart richting de Dokkumer Ie, die een later gedempte haven nabij de kern bezat. Deze verliep winkelhaakvormig en dat is nog te herkennen aan het brede profiel van de bijna pleinachtige Hoofdstraat met de herberg – en het begin van de Stationsstraat. Bovendien ligt Blije in een opvallend spinnenweb van paden en wegen. Bij de dorpshaven en aan de Voorstraat kwamen concentraties van bebouwing tot stand. De terp is aan het einde van de 19e eeuw grotendeels afgegraven. Op de niet zeer hoge terprestant torent de kerk nu boven de lage bebouwing van de Voorstraat uit, slechts bereikbaar door enkele smalle doorgangen. Uit de huidige structuur is nauwelijks op te maken hoe de middeleeuwse terpsituatie was. Gewenste groenstructuur De hoofdstructuur van Blije bestaat uit de doorgaande wegen gevormd door de Unemastraat/ Farrewei, Hoofdstraat/ Stationsstraat, de Voorstraat/ Boatebuorren en De Terp. De Unemastraat/ Farrewei heeft een meer ‘stenig’ karakter en is aangewezen als historische hoofdstructuurlijn. Hier is het zoeken naar ruimte voor solitaire bomen.

In de kern van Blije wordt de groenstructuur bepaald door de aanwezige leilinden

24

Copyright © 2021 Arcadis. All rights reserved. arcadis.com

langs de Voorstraat en de Hoofdstraat. Rond de kerk staan oude beeldbepalende bomen. Vanwege de directe relatie met het landschap zijn de Farrewei en Boatebuorren aangewezen als landschappelijke hoofdstructuur. De wegen worden ook als zodanig versterkt. Van oorsprong liep de Blijaer Feart tot de kruising van de Hoofdstraat en de Stationsstraat. De Blijaer Feart is in het centrum van Blije gedempt en bebouwd. Hiermee is de historische relatie met deze belangrijke structuur verdwenen. Het ontstane profiel is breed en de groenstructuur bestaat hier zowel uit leilinden langs de Hoofdstraat als een bomenrij langs de Stationsstraat. Kans is om de herkenbaarheid van deze waterstructuur te verwerken door het zoveel mogelijk terugbrengen van de Blijaer Feart. Deze maatregelen valt echter buiten de scope van dit groenstructuurplan. In Blije zijn twee markante punten gelegen bij de aantakkingen van de uitvalswegen op de ringstructuur. De entrees bij de Unemastraat en Witteweg zijn al voorzien van een begeleidende haagbeplanting waarmee de komgrens gemarkeerd is. Bij de entree aan de Zwarteweg en de Farrewei kan dit verder worden versterkt. De bebouwde komgrens aan de Boatebuorren ligt ver in het buitengebied, hier wordt geen begeleidende haagbeplanting toegepast.

Ee is een terpdorp dat al enkele eeuwen voor het begin van de jaartelling is ontstaan een kwelderwal langs het Dokkumer Grutdjip. Ee kon door de dijk langs de tot 1729 open blijvende zeearm van het Dokkumer Grutdjip geen (korte) waterontsluiting naar het zuiden krijgen. De opvaart werd dan ook gemaakt naar de noordelijk gelegen Súd Ie. Het terpdorp is dicht bebouwd met in het centrum de kerk en het kerkhof met een rondgaand kerkpad (Omgong) tot aan de binnenzijden van de nog vrijwel complete terpring. Een viertal smalle straatjes en paden zorgen voor de ontsluiting van dit kerngebied. De bebouwing is vrijwel geheel op de radiale wegen en paden gericht, niet op de ringweg. Deze paden vanaf de ringweg hebben een duidelijke helling, de terp is dan ook goed te ervaren als heuvel, met en top die circa drie meter boven de omgeving buiten de ringweg uitsteekt. De oude dorpskern gebouwd op de in tact gebleven terp is aangewezen als beschermd dorpsgezicht. Tot ver in de twintigste eeuw lag het overgrote deel van de dorpsbebouwing binnen de ringweg. De eerste uitbreidingen buiten de terp kwamen aan de oostzijde tot stand. Het dorp werd verder uitgebreid langs de Uniastrjitte-Dodingawei dat onderdeel uitmaakte van de doorgaande verbinding naar Metslawier. Na de Tweede Wereldoorlog breidde het dorp zich aan de zuid- en westzijde verder uit.

Aan de zuidwestkant van het dorp werden na 1980, zoals in veel dorpen stroken met opgaande beplanting aangebracht. Zicht op de historische dorpsbebouwing van buitenaf en omgekeerd zicht op het weidse landschap vanuit het dorp, is daarom alleen vanaf de noordzijde van Ee nog goed mogelijk (Tibsterwei en Uniastrjitte).

Gewenste groenstructuur De hoofdstructuur bestaat uit de terpring gevormd door de Uniastrjitte, Achterwei en Stienfeksterwei. Met op de vier hoekpunten de aansluitende uitvalswegen Humaldawei, Tibsterwei, Dodingawei, Stienfeksterwei en de Skieppereed. Ee is een exemplarisch voorbeeld van de essentie van de groenstructuur in de terpdorpen. De ring is aangewezen als historische hoofdstructuurlijn en de uitvalswegen als landschappelijke hoofdstructuurlijnen. De Humaldaweg, Skieppereed en een deel van de Dodingawei hebben al de gewenste begeleiding. Deze ontbreekt echter nog aan de Tibsterwei en Stienfeksterwei. De bij de uitvalswegen behorende vijf entrees worden aangevuld met begeleidende hagen. Uitgangspunt voor de vier markante punten die gevormd worden door de locatie waar de uitvalswegen aantakken op de ringweg is dat de terpring hier ruimtelijk doorloopt in de beplanting en dat de uitvalswegen hieraan ondergeschikt zijn. Dit zijn ook de entrees van het beschermde dorpsgezicht van Ee het is wenselijk om deze herkenbaar te maken. De water hoofdstructuurlijn wordt gevormd door de Iester Ryd. De opvaart liep oorspronkelijk door tot de kruising van de Tibsterwei en Uniastrjitte, maar eindigt tegenwoordig nabij de komgrens aan de Tibsterwei. Door de abrupte beëindiging is deze historische structuur niet meer als zodanig ervaarbaar.

Vergroten van de herkenbaarheid van dit historische water is gewenst.

25

GROENSTRUCTUURPLAN - GEMEENTE NOARDEAST-FRYSLÂN

Ferwert

Engwierum

Legenda Engwierum is een terpdorp dat in de vroege Middeleeuwen is ontstaan op een kwelderwal of eigenlijk aan het einde van een landtong en was omringd door de Lauwerszee en de mondig van het Dokkumer Grutdjip. Ten zuiden van het terpdorp zijn belangrijke, waarschijnlijk 12de-eeuwse restanten van de zeedijk in het landschap te herkennen. Ten zuiden van Engwierum is in het Dokkumer Grutdjip in 1857 een grote meander rechtgetrokken. Engwierum is ontwikkeld op een rechthoekige terp met eveneens rechthoekige verkaveling, waarop de kern aan de westzijde is geplaatst. De bebouwing staat langs de later tot doorgaande rijweg van Dokkum naar Dokkumer Nieuwe Zijlen verbeterede Dodingawei. Vooral aan het Tsjerkepaed en De Buorren is heel duidelijk het profiel van de terp te merken. Na de oorlog is het dorp vanaf It Roster verder in zuidoostelijke richting uitgebreid. Ten oosten van het dorp is langs de doorgaande weg en onmiddellijk achter de oude zeedijk ook al vrij vroeg een losse lintbebouwing ontstaan. Bijzonder is de omzoming van de kerk met leilinden en de dobbe welke voor het dorp een waardevol onderdeel vormt van de groenstructuur. Gewenste groenstructuur De hoofdstructuur bestaat uit de doorgaande Dodingawei en de Bûtendykswei. De splitsing van deze wegen ten westen van de kerk en de grote boerderij is aangewezen als markant punt.

Hier wordt het karakter bepaald door het zicht op de historische dijk, de boerderij met de omringende watergang

26

Copyright © 2021 Arcadis. All rights reserved. arcadis.com

en de beeldbepalende beplanting op het erf. Beide hoofdstructuurlijnen hebben een ander karakter. Het karakter van de Dodingawei en een klein deel van de Bûtendykswei wordt bepaald door de lintbebouwing met zware beplanting op de erfgrens, met name bij Dodingawei nr. 16. Deze lijn is aangewezen als hoofdstructuurlijn. In de huidige situatie heeft de Dodingawei geen continue begeleidende groenstructuur, maar heeft wel degelijk een groen karakter. In deze visie wordt in het profiel naar ruimte gezocht of in overleg met aanwonende gekeken om op de ‘kalere’ stukken van de weg de groenstructuur aan te vullen. Omdat de begeleidende beplanting grotendeels is gelegen op particulier terrein is het aanvullen van de structuur op openbaar terrein, waar mogelijk, het meest wenselijk.

Legenda

Verder is de locatie bij de westelijke entree aan de Dodingawei van belang. Hier loopt de historische structuurlijn over het oude tracé van de Bûtendykswei. Ruimtelijk zal deze richting aangezet worden. De Bûtendykswei aan de zuidkant van Engwierum heeft bij uitstek een landschappelijk karakter. Hier wordt het beeld bepaald door de reeds aanwezige boomstructuur in een grasberm. De entrees van Engwierum aan de Dodingawei zijn in de huidige situatie al eenzijdig voorzien van een haag, deze wordt verder aangevuld. Het profiel ter plaatse van de westelijke entree aan de Bûtendykswei is zo smal dat hier geen hagen toegepast worden. De zuidelijke entree wordt gevormd door de ophaalbrug over het Dokkumer Grutdjip. Ook hier wordt de komgrensmarkering niet voorzien van een begeleidende haag.

27

GROENSTRUCTUURPLAN - GEMEENTE NOARDEAST-FRYSLÂN

Hantumhuizen Ferwert is en radiaal terpdorp dat op een kwelderrug is ontstaan. In de 11de eeuw is de zeedijk die ten noorden van het dorp is opgeworpen op de terp aangesloten. De Ferwerder terp kwam daarbij grotendeels buitendijks te liggen. De bebouwing kwam aanvankelijk vooral op het zuidelijke en oostelijke gedeelte van de ruime terp tot stand. Ferwert werd over het water ontsloten met de in de 17de eeuw gegraven Ferwerter Feart die eerst richting Hegebeintum loopt en dan een zuidelijke wending neemt om in de Ee uit te komen. In het dorp was bij Nije Buorren een haven gevormd die in 1950 is gedempt waardoor een straat is gevormd van een opvallend breed profiel. In de buurt van de haven en verder aan de zuidoostelijke zijde hebben dorpsuitbreidingen plaatsgevonden. De zeedijk was de beste ontsluiting over land.

Gewenste groenstructuur

Vanaf het einde van de negentiende eeuw toen de doorgaande weg al nauwelijks meer als oude waterkering was te herkennen zijn aan weerszijden geleidelijk vrijstaande woningen gebouwd. Ten zuiden van het dorp kwam de lokaalspoorweg te lopen. Ferwert had zich ontwikkeld tot hoofdplaats van grietenij: er stonden ook een paar belangrijke staten van aanzienlijke families zoals Juwsma in het zuiden, Meekma in het oosten en vooral Cammingha in het noorden waar een enorme tuin omheen lag. Een deel van Ferwert is aangewezen als beschermd dorpsgezicht.

In de groenstructuur is één markant punt opgenomen, bij de kruising van de Marrumerweg en de Hoofdstraat. Hier staat ook het stadhuis met karakteristieke leidlindes, waardoor de kruising wordt benadrukt. De entrees van Ferwert zijn niet herkenbaar omdat ze in de huidige situatie nog niet worden gemarkeerd door een begeleidende haagbeplanting. Door de aanleg van de N357 zijn de historische entrees naar het dorp minder leesbaar geworden. Daarom worden alleen de historische entrees aan de Eingawei, Reinderslaan, Marrumerweg en Hogebeintumerweg gemarkeerd met begeleidende haagbeplanting. Bij de Kleasterwei is deze beplanting en markering reeds aanwezig.

De groenstructuur in Ferwert bestaat uit de historische hoofdstructuurlijnen gevormd door de Marrumerweg, Kleasterwei en Hoofdstraat. Doel is deze structuur waar mogelijk te versterken door het plaatselijk toevoegen van solitaire linden al dan niet in een knot- of leivorm. Dit sluit aan op de reeds aanwezige groenstructuur die bepaald wordt door solitairen of leivormen bij de kerk en bij het stadhuis. Door de directe relatie met het landschap is de Hogebeintumerweg benoemd als landschappelijke hoofdstructuur. De waterhoofdstructuurlijn wordt gevormd door de Ferwerter Feart en de Burmaniafeart. Karakteristiek voor de groenstructuur van Ferwert is het tracé van de oude lokaalspoorweg. Deze is in de huidige situatie vormgegeven als groene as met wandelpad.

Legenda Hantumhuizen is een vanuit Hantum ontwikkelde, vrij jonge terpnederzetting die pas in de volle Middeleeuwen gesticht is. De terp is nauwelijks merkbaar omdat deze in 1891 grotendeels is afgegraven en nu ruimte biedt aan een rechthoekig patroon van straten en paden. Na de oorlog is enige nieuwe bebouwing aan de noordzijde van het dorp gekomen. Het groene beeld van Hantum wordt bepaald door de beplante kerk en de begeleidende beplanting langs de Loubuorren, de Kamphússtrjitte en nabij de Wierumerwei door de bosranden van het dorpsbosje. Gewenste groenstructuur

Markante punten worden gevormd door de plekken waar deze twee structuren elkaar kruisen. De kruising van de Kamphússtrjitte en de Wierumerwei is daarbij ook nog het eindpunt van de opvaart van de Paezens naar Hantumhuizen, wat mogelijkheden biedt om de relatie met deze waterstructuur te versterken. Dit kan door het toevoegen van een afwijkende boomsoort zoals een treurwilg, maar ook door te refereren aan een aanlegplaats. De kruising van de Kamphússtrjitte met de Loubuorren vormt de start van de begeleidende groenstructuur. Van belang is dat hier de twee wegen een gelijkwaardig ruimtelijk beeld hebben.

De hoofdgroenstructuur bestaat uit het vierkante wegenpatroon, gevormd door enerzijds de doorlopende route Bangawei, Loubuorren en Wierumerwei en anderszijds de Kamphússtrjitte. Door de sterke relatie met het landschap zijn deze wegen gekoppeld aan de (historische) landschappelijke hoofdstructuurlijnen.

28

Copyright © 2021 Arcadis. All rights reserved. arcadis.com

29

GROENSTRUCTUURPLAN - GEMEENTE NOARDEAST-FRYSLÂN

Holwerd

Holwerd is een terpdorp, ontstaan op de kwelderwal langs de rand van de Waddenzee. Het dorp ligt in het open landschap, waardoor de kerk en de molen het silhouet bepalen. Visserij en handel waren ooit een belangrijke bron van inkomsten. Het dorp Holwerd is gebouwd op een dubbele terp. De nederzetting ligt op een langgerekte terp en heeft een dicht bebouwde hoofdstraat. Dit type terp waar de bebouwing langs de as van weg tot stand is gekomen staat bekend als ‘handelsterp’. De middeleeuwse zeedijk sluit aan weerszijden op deze terp aan. De dijk had tot 1580 een waterkerende functie. De kerk ligt op een eigen radiale kerkterp, ten noorden van de handelsterp en lag tot in 1580 de zeedijk werd aangelegd buitendijks. Holwerd heeft een zeldzame dorpsvorm binnen de algemene typologie van de terpdorpen, zeker wanneer deze als dorp is blijven bestaan en niet tot een stad is uitgegroeid zoals Dokkum en Leeuwarden. In het geval van Holwerd is de situering van de handelsterp en de kerkterp ten opzichte van elkaar en de relatie met de zeedijk uniek in Friesland. De terp is dan ook aangewezen als beschermd dorpsgezicht. Gewenste groenstructuur De dorpskern heeft een ‘stenig’ karakter. Openbaar of particulier groen spelen een ondergeschikte rol in het dorpsbeeld. Voortuinen ontbreken bij een groot deel van de bebouwing, de voorgevels staan direct aan de openbare weg.

Holwerd heeft een hoge bebouwingsdichtheid met aaneengesloten gevelwanden langs de hoofdas gevormd door de Hegebuorren en de Foarstrjitte. In tegenstelling tot de handelsterp speelt bij de kerkterp (openbaar) groen juist wel een belangrijke rol in het beeld. Door het grotendeels onbebouwde karakter van de terp, waarvan de flanken grotendeels zijn afgegraven. De onbebouwde terreinen zijn als grasland aanwezig, rond het kerkhof is staat hoog opgaande beplanting met bomen en is (gedeeltelijk) een haag aanwezig.

Legenda

30

Copyright © 2021 Arcadis. All rights reserved. arcadis.com

de lintbebouwing in het zuiden, over de handelsterp, via de Waling Dykstrastrjitte en de Foarstrjitte naar de Hegebuorren en Tsjerkestrjitte in het noorden. Doel is deze weg waar mogelijk te versterken door het plaatselijk toevoegen van solitaire linden, als dan niet in een knot- of leivorm. Dit sluit aan op de reeds aanwezige groenstructuur die bepaald wordt door solitairen of leivormen bij de kerk en in de voortuinen. Haaks hierop ligt de tweede hoofdstructuurlijn de Ternaarderdyk en Ljouwerterdyk. De weg over de Ternaarderdyk buigt af richting het noorden naar de Fiskwei. Deze weg is vanwege het karakter bij d kerk evenals de Tsjerkestrjitte aangewezen als landschappelijke hoofdstructuurlijn. De uitvalswegen van Holwerd worden gevorm door de Leeuwarderweg, Pôlewei, Elbasterwei en het verlengde van de Stasjonswei (provinciale weg). De Leeuwarderweg is in de huidige situatie voorzien van een rij leilinden, waarmee deze historische hoofdstructuurlijn een passende groenstructuur heeft, vergelijkbaar met de hoofdas. Het provinciale deel van de Stasjonswei heeft een inrichting passend bij het open landschap en de Bjimsterwei. Door het gebrek aan ruimte voor een begeleidende groenstructuur is voor de Pôlewei en Elbasterwei gekozen om deze niet op te nemen in de groenstructuur. In de groenstructuur zijn drie markante punten aanwezig.

Twee markante punten vormen de entree van het terpdorp en het beschermde dorpsgezicht. Het betreft de kruising van de Ternaarderdyk – Pôlewei en de kruising Bjimsterwei – Stasjonswei. In navolging op het markeren van de komgrenzen met hagen, zijn op deze plekken mogelijkheden om de dorpsentree te versterken met hagen.

De vrije ligging van de kerkterp in het landschap is een bijzondere kwaliteit van Holwerd. De kerk vormt aan de noordzijde van het dorp hét visitekaartje. Niettemin kan deze bijzondere kwaliteit nog verder worden versterkt. Zo kan de zichtbaarheid van deze belangrijke beelddrager worden verbeterd.

Voor het markante punt Bjimsterwei – Stasjonswei geldt dat het wenselijk is dat de entree van het dorp ruimtelijk gezien bij dit markante punt ligt. Dit kan worden gerealiseerd door de reeds aanwezige hagen langs de Stasjonswei verder door te zetten naar de terp. Het derde markante punt vormt de kruising van de Stasjonswei met de Elbasterwei. Naast hagen kan op deze plekken ook gewerkt worden met een rijkere onderbeplanting, denk hierbij aan sierrozen of sierheesters.

De hoofdstructuur bestaat ui de eerder genoemde hoofdas die de twee terpen verbindt met de zuidelijke uitvalsweg. Deze historische hoofdstructuurlijn loopt via de Stasjonswei met

De entrees worden niet versterkt, zodat de gewenste ruimtelijke entrees bij de markante punten aan de Pôlewei en Bjimsterwei versterkt worden.

31

GROENSTRUCTUURPLAN - GEMEENTE NOARDEAST-FRYSLÂN

Lioessens

Marrum

Legenda

Lioessens is een dorp met een kleine terp in het oosten dat zich vooral in westelijke richting naar een splitsing van wegen heeft ontwikkeld. De tweelingdorpen Morra en Lioessens zijn sociaal en maatschappelijk aan elkaar gebonden, maar ze verschillen historisch, geografisch en stedenbouwkundig sterk. De landschappelijke ruimte tussen de dorpen, een afstand van ongeveer 500 meter, toont een opmerkelijke overgang van het lage weidegebied rond Morra in het zuiden naar het ruim een meter hoger liggende akkerbouwgebied rond Lioessens. De tot Dykster Feart getemde kwelderslenk vormt ongeveer de grens. De bebouwing heeft zich voornamelijk ontwikkeld langs de hoofverbinding (Oosternijkerk – Anjum). Kenmerkend van deze lintstructuur is dat een deel van de woningen zijn voorzien van achtererven direct grenzend aan het landschap. Deze directe relatie is nog zeer goed te ervaren door de doorzichten tussen de bebouwing op het achterliggende landschap.

boomstructuur in gras. Door de korte lengtes van de wegen kan deze structuur ontstaan door plaatselijk enkele bomen toe te voegen. Dit geldt vooral voor het deel van de Doarpsstrjitte tussen de kruisingen met de Siniastrjitte en Reinsleat, dit deel heeft een veel krapper en steniger profiel.

Gewenste groenstructuur

De komgrens langs de Garwei wordt vanwege het smalle profiel niet voorzien van begeleidende hagen. Dit in tegenstelling tot de komgrenzen van de drie hoofduitvalswegen die wel gemarkeerd worden. De Mûnewei blijft in deze visie onbeplant om het contrast tussen Lioessens en Morra te waarborgen. De komgrens wordt hier dan ook niet gemarkeerd.

De hoofdstructuur van Lioessens bestaat uit de Doarpsstrjitte, Siniastrjitte, Reinsleat/ Moarsterwei en Mûnewei. Vanwege de directe relatie met het landschap en de grotere voortuinen, soms met beeldbepalende bomen, zijn deze structuren als landschappelijke hoofdstructuur aangemerkt. Het principe is dan ook, waar mogelijk toevoegen van een begeleidende

32

Copyright © 2021 Arcadis. All rights reserved. arcadis.com

Bijzonder is de waterstructuur die gevormd wordt door de Dykster Feart. Deze vormt de zuidoostelijke entree van het dorp en is direct gelegen aan de Garewei. Het eindpunt wordt gevormd door een damwand met een vlonder en bankje. Deze structuur wordt versterkt door het plaatselijk laten opkomen of toevoegen van bijvoorbeeld een wilg. De markante punten in Lioessens worden gevormd door de kruisingen van de Doarpsstrjitte, Siniastrjitte en Reinsleat. Op deze plekken is veel ruimte aanwezig in het straatprofiel. Aanvullen van de ruimtelijke structuur kan door middel van het toevoegen van solitaire bomen.

Legenda Marrum is een radiaal terpdorp dat is ontstaan op een kwelderwal. De vrij uitgestrekte en behoorlijk bebouwde terp is niet afgegraven en nog heel goed te herkennen. Aan de Langebuorren is de bebouwing zeer compact, als van een kleine stad. Zowel het kerkpad, met leilinden om het ruime kerkhof, als de ringweg zijn gaaf bewaard gebleven. Vanaf de 11de eeuw is de terp in de vroegste bedijking opgenomen, waardoor de terp geheel binnendijks kwam te liggen. Marrum was met twee vaarten ontsloten, noordelijk door de Marrumer Vaart en zuidelijk door de Herenwegster Vaart, die beide in zuidoostelijke richting nabij Wânswerd bijeenkomen om bij Tergracht in de Ee uit te monden. Vanaf de tweede helft van de 19de eeuw is er bebouwing ontstaan

langs de oude dijk, de Lage Herenweg, de doorgaande weg van Leeuwarden naar Ferwert. Gewenste groenstructuur De hoofdstructuur van Marrum wordt gevormd door de terpring bestaande uit Langebuorren en de Ringweg. Hier takken de hoofduitvalswegen Miedweg en Lage Herenweg op aan. Deze locaties zijn dan ook markante punten binnen de structuur van het dorp, die versterkt worden in de groenstructuur. De zichtbaarheid van de terpring wordt vergroot door de toevoeging van linden. De uitvalswegen hebben een begeleidende boomstructuur, waar mogelijk, en een onderbeplanting van gras.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=noardeastfryslan&id=be05a403-3e57-4c22-8898-9e6cd5e83231