CConstaterende datNoardeast-Fryslân
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - bijlage 2 bij toelichting Bp Uitkijktoren Kollumeroord_ Passende beoordeling Wnb en toetsing NNN Rondje Lauwersmeer

It Beslút 21 januari 2021, gemeente Noardeast-FryslânBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Kollumerpomp-Uitkijktoren17.839 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Passende Beoordeling Rondje Lauwersmeer Passende Beoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming

<Klik en voeg hier de afbeelding in>

Passende Beoordeling Rondje Lauwersmeer Passende Beoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming

Opdrachtgever Provincie Groningen Contactpersoon Andre van de Vendel Status Definitief Datum Juli 2018 Vrijgave Dagmar Heidinga

2

2018 | P17286 | Passende Beoordeling Rondje Lauwersmeer

Inhoud

1 | Inleiding 1.1 1.2

5 Aanleiding Leeswijzer

5 6

2 | Wettelijk kader en beleidskader

7

3 | Project Rondje Lauwersmeer

14

3.1 3.2 3.3 3.4

Projectgebied Omschrijving deelprojecten Aerius berekening Rondje Lauwersmeer Toetsing effecten NNN

4 | Passende Beoordeling 4.1

22

Projectspecifieke beoordelingen

22

5 | Effectbeoordeling NNN 5.1

14 16 20 20

38

Projectspecifieke beoordeling

38

6 | Conclusies en aanbevelingen

49

B 1 | Bijlage: Verspreidingsgegeven broedvogels

51

B 2 | Bijlage: Verspreidingsgegevens niet-broedvogels

53

2018 | P17286 | Passende Beoordeling Rondje Lauwersmeer

3

1 | Inleiding

1.1 Aanleiding Het project Rondje Lauwersmeer is een project van vijf bestuursorganen (provincie Groningen, provincie Fryslân, gemeenten Dongeradeel, Kollumerland c.a., De Marne) en andere partijen die betrokken zijn bij het gebied. Het project ‘Rondje Lauwersmeer, beleef het Lauwersmeer’ zet in op de verdere duurzame ontwikkeling van recreatie en toerisme in het Waddengebied. Het Rondje Lauwersmeer heeft als doel de belevingswaarde van het Nationaal Park Lauwersmeer te verhogen. Daarvoor wordt geïnvesteerd in het versterken en vergroten van het aanbod van recreatieve voorzieningen, zoals fiets- en wandelroutes, uitkijkpunten en speelplekken. Daarnaast wordt geïnvesteerd in de herkenbaarheid van het Lauwersmeer, onder andere door middel van bebording. Voor het project Rondje Lauwersmeer is inmiddels een voortoets in het kader van de gebiedsbescherming uitgevoerd (Buro Bakker, 2017). In deze verkennende studie zijn de effecten van de verschillende ontwikkelingen op de beschermde natuurgebieden geanalyseerd en beoordeeld. Hierbij is getoetst aan de Wet natuurbescherming (Wnb), waarin de bescherming van het Natura 2000gebied Lauwersmeer is geregeld, en het beleid voor het Nationaal Natuur Netwerk (NNN). Uit de voortoets is gebleken dat het optreden van negatieve en/of significante effecten op de beschermde waarden van Natura 2000-gebied Lauwersmeer niet kan worden uitgesloten.

In de voortoets zijn aanbevelingen gedaan voor aanpassing van het project Rondje Lauwersmeer om effecten op de beschermde waarden te voorkomen of beperken. Uit de verkenning bleek daarnaast dat er eerst een concretisering van de projecten zou moeten plaatsvinden om een gedegen beoordeling van de effecten op het NNN te kunnen doen. Een werksessie met vergunningverleners van provincie Groningen en Fryslân en Staatsbosbeheer heeft geleid tot afspraken voor de aanpak van het vervolgtraject. Daarnaast zijn enkele deelprojecten van het Rondje Lauwersmeer verder geconcretiseerd, zijn enkele projecten komen te vervallen en zijn de aanbevelingen uit de voortoets overgenomen. In tabel 3 (hoofdstuk 3) is een overzicht opgenomen van de resterende deelprojecten die in de onderliggende Passende Beoordeling zullen worden meegenomen, individueel, dan wel in samenhang met andere deelprojecten (algehele toename recreatiedruk). Op basis van de huidig beschikbare informatie kan worden overgegaan tot de benodigde Passende Beoordeling waarin mogelijk resterende effecten van individuele deelprojecten op het Natura 200 – gebied in kaart worden gebracht en waarbij tevens de samenhangende effecten van het project Rondje Lauwersmeer in kaart worden gebracht. In de Passende Beoordeling wordt ook gekeken naar eventuele cumulatie met andere projecten.

In het kader van de Passende Beoordeling wordt ook een Aerius berekening uitgevoerd om inzichtelijk te maken of er in het kader van het Programma Aanpak Stikstof (PAS) een vergunning, dan wel melding noodzakelijk is. Aanvullend op de Passende Beoordeling bevat deze rapportage ook een aanvullende nadere toetsing aan het NNN, zoals aanbevolen in de eerdere voortoets (Buro Bakker, 2017). De reikwijdte en werkwijze van deze Passende Beoordeling en de toetsing aan het NNN worden nader toegelicht in hoofdstuk 2 en hoofdstuk 3.

2018 | P17286 | Passende Beoordeling Rondje Lauwersmeer

5

Hoofdvragen In deze Passende Beoordeling staan de volgende vragen centraal: 

  

Is er sprake van resterende effecten van individuele deelprojecten die kunnen leiden tot significant negatieve effecten op instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000 – gebied Lauwermeer? Is er sprake van (significant) negatieve effecten als gevolg van een toename in recreatiedruk die voort komt uit de gezamenlijke projecten in het project Rondje Lauwersmeer? Is er sprake van mogelijke (significant) negatieve effecten in cumulatie met andere (relevante) projecten in het lauwersmeergebied? Is het noodzakelijk om mitigerende maatregelen te treffen om effecten te voorkomen of te verminderen?

In de toetsing aan het NNN staan de volgende vragen centraal:  Hoe groot is het areaal verlies van het NNN als gevolg van fysieke ingrepen binnen de begrenzing van het NNN?  In hoeverre zal toename van recreatiedruk en relevante fysieke ingrepen resulteren in significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN?

1.2 Leeswijzer Hoofdstuk 1 geeft een korte inleiding op het initiatief en de aanleiding en noodzaak voor deze effectbeoordeling. Hoofdstuk 2 omvat daarna een korte toelichting op het relevante wettelijk kader, waarna in hoofdstuk 3 een toelichting wordt gegeven op het project en de relevante deelprojecten. Hoofdstuk 4 gaat daarna verder met de effectbeoordeling van de deelprojecten in het kader van de Wet natuurbescherming, onderdeel gebiedsbescherming. Hoofdstuk 5 betreft de beoordeling ten aanzien van de toetsing aan het NNN. Waarna hoofdstuk 6 een overzicht geeft de conclusies en aanbevelingen die volgen uit deze effectbeoordelingen.

6

2018 | P17286 | Passende Beoordeling Rondje Lauwersmeer

2 | Wettelijk kader en beleidskader

2.1 Inleiding In dit hoofdstuk is een toelichting opgenomen van de relevante wettelijke kaders en beleidskaders. De Wet natuurbescherming (Wnb) vormt het wettelijke toetsingskader voor de Passende Beoordeling. In dit hoofdstuk wordt het juridisch kader van de Wnb nader toegelicht en worden de natuurlijke kenmerken en aangewezen instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebied Lauwersmeer besproken. Daarnaast wordt een toelichting gegeven op het beleidskader van het Natuur Netwerk Nederland.

2.2 Wet natuurbescherming en Natura 2000 2.2.1 Algemeen Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht. In deze wet zijn de verplichtingen vanuit de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn voor gebiedsbescherming geïmplementeerd. De verplichtingen voor soortbescherming zijn ook opgenomen in deze wet, in een apart hoofdstuk. De Wet natuurbescherming regelt de bescherming van Nederlandse Natura 2000-gebieden, die ten uitvoering van de bovengenoemde Europese richtlijnen zijn of worden aangewezen. Voor projecten of andere handelingen of plannen die de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in een Natura 2000-gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen geldt een vergunningplicht (artikel 2.7 Wet natuurbescherming). Voor dergelijke projecten dient de initiatiefnemer een passende beoordeling te verrichten (art. 2.8 Wet natuurbescherming). Doelstellingen Natura 2000 Natura 2000 vormt een netwerk van beschermde natuurgebieden. De geselecteerde natuurgebieden zijn een goede weerspiegeling van de verscheidenheid aan natuur op het Europese continent. Natura 2000 is te beschouwen als Europese topnatuur verbonden in een netwerk en draagt in belangrijke mate bij aan behoud van de Europese biodiversiteit.

Binnen de beschermde gebieden komen kenmerkende habitats en soorten voor, waarvoor specifieke doelstellingen zijn geformuleerd. Natura 2000 is echter in de eerste plaats gericht op gebiedsbescherming, behoud van het gebied waarbinnen die verschillende beschermde waarden voorkomen. Hiervoor is het behoud en herstel van het complete ecosysteem noodzakelijk, zowel de abiotische als biotische aspecten daarvan, zodat de randvoorwaarden aanwezig zijn voor het voorkomen van specifieke kenmerkende habitattypen en soorten. Dit blijkt ook uit de algemene doelen die voor elk Natura 2000-gebied gelden. Naast de algemene doelen voor Natura 2000 zijn per Natura 2000-gebied ook specifieke doelen uitgewerkt. Dit zijn de instandhoudingsdoelen.

2.2.2 Toetsingskader en uitgangspunten Passende Beoordeling Als niet kan worden uitgesloten dat een plan of project significante gevolgen heeft voor de aangewezen instandhoudingsdoelen dan moet een Passende beoordeling worden opgesteld. In een Passen-

2018 | P17286 | Passende Beoordeling Rondje Lauwersmeer

7

de Beoordeling wordt dieper ingegaan op de gevolgen voor Natura 2000-gebieden op basis van veelal meer gedetailleerde informatie. In de situatie van het project Rondje Lauwersmeer is van een aantal deelprojecten op basis van een Voortoets niet uit te sluiten dat er (significant) negatieve effecten optreden. Daarnaast zijn (significant) negatieve effecten als gevolg van de overall toename van recreatie niet op voorhand uit te sluiten. Waarbij ook gekeken dient te worden naar eventuele cumulatie van effecten met andere (relevante) projecten. In de passende beoordeling wordt onderscheidt gemaakt tussen de aanlegfase (veelal tijdelijke effecten) en de gebruiksfase (permanente effecten). Deelprojecten waarvan in de voortoets van is gebleken dat zij op zich zelf geen negatieve effecten hebben op de instandhoudingsdoelen worden niet meer individueel beoordeeld in deze passende beoordeeling. Wel worden deze projecten meegenomen in de effectbeoordeling van de verwachte toename van de recreatiedruk als gevolg van het overall project Rondje Lauwersmeer. Bij beoordeling van de deelprojecten waarvan negatieve effecten niet op voorhand zijn uit te sluiten wordt eventuele aanpassingen naar aanleiding van de aanbevelingen uit de Voortoets meegenomen in de beoordeling.

De toetsing richt zich op relevante instandhoudingsdoelen waarvan in de voortoets is gebleken dat (significant) negatieve niet op voorhand uit te sluiten zijn. De overige instandhoudingsdoelen worden in deze passende beoordeling niet opnieuw beoordeeld. Wanneer een (significant) negatief effect niet uitgesloten kan worden zullen passende mitigerende maatregelen aangedragen worden om deze effecten alsnog te voorkomen.

2.2.3 Natura 2000-gebied Lauwersmeer Het huidige Lauwersmeer ligt op de plaats van de voormalige monding van het riviertje de Lauwers, de grensrivier tussen Groningen en Friesland. In 1280 overstroomden grote delen van NoordNederland tijdens een stormvloed, waarbij de Lauwerszee is ontstaan. Dit voormalig estuarium, waarin de krekenstructuur nog goed herkenbaar is, is in de eeuwen daarna door opeenvolgende bedijkingen verkleind. In 1969 is de toenmalige Lauwerszee door de aanleg van een dijk van de Waddenzee en daarmee van getijdenwerking afgesneden. Na de afsluiting ontwikkelde zich in het Lauwersmeer aanvankelijk een zoute pioniervegetatie. Dit werd gevolgd door grazige vegetaties van brak tot zoet milieu. Het gebied is weids door het vlakke, open landschap en bestaat tegenwoordig uit open water met een systeem van geulen, prielen, slikken en zandplaten en landaanwinningwerken. Het landdeel is een grootschalig gebied met een gering reliëf. De voormalige kwelders zijn in de eerste helft van de jaren zeventig ontgonnen, waarbij grote delen zijn gegreppeld, gedraineerd, bekaad en in het zuiden in landbouwkundig gebruik zijn genomen. Binnen het Natura 2000-gebied bestaan kwelders en platen nu uit moerassen, ruige graslanden en rietruigten die zich plaatselijk ontwikkelen richting struweel en bos. Er zijn op natte duinvallei en duingrasland lijkende vegetaties aanwezig.

De huidige natuurwaarden zijn ontstaan door spontane ontwikkeling onder invloed van processen als overstroming, ontzilting en vegetatiesuccessie. Het gebied vormt een belangrijk onderdeel van de Fries/Groninger boezem en speelt een cruciale rol in de regionale waterhuishouding. Doordat het water, als gevolg van hoge waterstanden op de Waddenzee, niet altijd geloosd kan worden, treden regelmatig sterke schommelingen van de waterstand op (Ministerie van ELI, 2010).

8

2018 | P17286 | Passende Beoordeling Rondje Lauwersmeer

Figuur 1

Begrenzing Natura 2000-gebied Lauwersmeer. Het Beschermde Natuurmonument (BN) is komen te verval-

len. Het hele gebied is nu alleen Vogelrichtlijngebied.

2018 | P17286 | Passende Beoordeling Rondje Lauwersmeer

9

Instandhoudingsdoelen In tabel 2 en 3 staan de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebied Lauwersmeer. Broedvogels

SVI Landelijk

Doelst.

Doelst. Kwal.

Draagkracht

Oppvl.

aantal paren

A021

Roerdomp

--

=

=

10

A081

Bruine Kiekendief

+

=

=

20

A084

Grauwe Kiekendief

--

=

=

4

A119

Porseleinhoen

--

=

=

15

A132

Kluut

-

=

=

110

A137

Bontbekplevier

-

=

=

4

A151

Kemphaan

--

>

>

20

A194

Noordse Stern

+

=

=

5

A222

Velduil

--

=

=

1

A272

Blauwborst

+

=

=

120

A275

Paapje

--

=

=

11

A292

Snor

--

=

=

25

A295

Rietzanger

-

=

=

1900

SVI= staat van instandhouding. +: gunstig, -:matig ongunstig, --: zeer ongunstig Doelst. Oppvl.: doelstelling oppervlak leefgebied. =: behoud, >: uitbreiding Doelst. Kwal.: doelstelling kwaliteit leefgebied. =: behoud, >: verbetering Tabel 1

Instandhoudingsdoelen broedvogels Natura 2000-gebied Lauwersmeer (Ministerie van EL&I, 2010)

• • • • • • • • • • • • • • • Foto 1

10

Blauwborst

2018 | P17286 | Passende Beoordeling Rondje Lauwersmeer

Niet-broedvogels

SVI Landelijk

Doelst. Oppvl.

Doelst. Kwal.

Draagkracht aantal vogels

A005

Fuut

-

=

=

60

A017

Aalscholver

+

=

=

70

A034

Lepelaar

+

=

=

80

A037

Kleine Zwaan

-

=

=

140

A038

Wilde Zwaan

-

=

=

10

A041

Kolgans

+

=

=

190

A042

Dwerggans

--

=

=

40

A043

Grauwe Gans

+

=

=

1100

A045

Brandgans

+

=

=

1700

A048

Bergeend

+

=

=

480

A050

Smient

+

=

=

1600

A051

Krakeend

+

=

=

900

A052

Wintertaling

-

=

=

1900

A053

Wilde eend

+

=

=

1700

A054

Pijlstaart

-

=

=

510

A056

Slobeend

+

=

=

290

A059

Tafeleend

--

=

=

130

A061

Kuifeend

-

=

=

540

A067

Brilduiker

+

=

=

40

A068

Nonnetje

-

=

=

9

A075

Zeearend

+

=

=

1

A125

Meerkoet

-

=

=

970

A132

Kluut

-

=

=

90

A137

Bontbekplevier

+

=

=

60

A140

Goudplevier

--

=

=

150

A156

Grutto

--

=

=

260

A160

Wulp

+

=

=

50

A161

Zwarte ruiter

+

=

=

100

A190

Reuzenstern

+

=

=

10

Tabel 2

Instandhoudingsdoelen niet-broedvogels Natura 2000-gebied Lauwersmeer (Ministerie van EL&I, 2010).

Voor toelichting afkortingen en symbolen zie tabel 2

2018 | P17286 | Passende Beoordeling Rondje Lauwersmeer

11

2.3 Natuur Netwerk Nederland 2.3.1 Algemeen Het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen EHS) is onderdeel van het rijksbeleid en heeft als doel de versnipperde Nederlandse natuur te vergroten en te verbinden en op die wijze grotere eenheden natuur te realiseren.

Figuur 2

Begrenzing NNN Groningen. Bron: http://kaarten.provinciegroningen.nl/viewer/app/natuurbeheerplan2017

Het NNN is een netwerk van gebieden in Nederland waar de natuur (plant en dier) in feite voorrang heeft. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat de natuurgebieden hun waarde verliezen. Het NNN kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur. Het NNN bestaat uit:  Bestaande natuurgebieden, reservaten en natuurontwikkelingsgebieden, robuuste verbindingen en (natte en droge) verbindingszones tussen deze gebieden;  landbouwgebieden met mogelijkheden voor agrarisch natuurbeheer (beheersgebieden);  grote wateren (zoals de kustzone van de Noordzee, het IJsselmeer en de Waddenzee). De (NNN) is geïntroduceerd in het Natuurbeleidsplan (ministerie van LNV, 1990) en is nadien landelijk uitgewerkt in de Nota Ruimte (ministeries van VROM, LNV, V & W en EZ, 2006). De provinciale uitwerking is opgenomen in het Streekplan Fryslân 2007 (Provincie Fryslân, 2006) en de Verordening Romte Fryslân 2014 (Provincie Fryslân, 2014). Voor de provincie Groningen is de uitwerking opgenomen in de Provinciale Omgevingsverordening 2016 (Provincie Groningen, 2016). Voor de aangewezen NNN-gebieden geldt een planologisch beschermingsregime.

2.3.2 Toetsingskader Fryslân Het toetsingskader voor het NNN is uitgewerkt in het Streekplan 2007 en de Verordening Romte Fryslân 2014. Daarnaast zijn de door de ministeries van LNV en VROM en de gezamenlijke provincies afgesproken “spelregels EHS” (LNV, VROM & provincies, 2007) van belang.

12

2018 | P17286 | Passende Beoordeling Rondje Lauwersmeer

Uit de Verordening Romte Fryslân 2014 volgt dat een ruimtelijk plan voor gronden die onderdeel zijn van het NNN geen activiteiten en ontwikkelingen mogelijk maakt die leiden tot een significante aantasting van de wezenlijke waarden en kenmerken, of tot een significante vermindering van de oppervlakte van die gronden, of tot significante aantasting van de samenhang tussen gebieden die deel uitmaken van het NNN. In afwijking hiervan kan een ruimtelijk plan nieuwe activiteiten en ontwikkelingen mogelijk maken, als: a) er sprake is van een groot openbaar belang, b) er geen reële alternatieven voor de beoogde ontwikkeling zijn, c) schade door mitigerende maatregelen zoveel wordt beperkt als fysiekruimtelijk en wat betreft uitvoerbaarheid van de beoogde ontwikkeling redelijkerwijs mogelijk is, en d) resterende schade wordt gecompenseerd door het treffen van zodanige maatregelen dat geen netto verlies optreedt van wezenlijke kenmerken en waarden in termen van areaal, kwaliteit en samenhang van het NNN (Provincie Fryslân, 2014). De wezenlijke kenmerken en waarden zijn de actuele en potentiële waarden, gebaseerd op de natuurdoelen voor het gebied. De relevante NNN-natuurdoelen en –kwaliteit voor wat betreft de potentiële waarden zijn vastgelegd op de beheertypenkaart en de ambitiekaart van het Natuurbeheerplan.

Groningen Het toetsingskader voor het NNN is uitgewerkt in de Omgevingsverordening 2016 Daarnaast zijn de door de ministeries van LNV en VROM en de gezamenlijke provincies afgesproken “spelregels EHS” (LNV, VROM & provincies, 2007) van belang. Uit de Provinciale Verordening volgt dat een ruimtelijk plan voor gronden die onderdeel zijn van het NNN geen activiteiten en ontwikkelingen mogelijk maakt die leiden tot een significante aantasting van de wezenlijke waarden en kenmerken, of tot een significante vermindering van de oppervlakte van die gronden, of tot significante aantasting van de samenhang tussen gebieden die deel uitmaken van het NNN. tenzij: a) de wijziging een groot openbaar belang dient; - en er geen andere mogelijkheden zijn om in het betreffende openbaar belang te voorzien; - en de negatieve effecten waar mogelijk worden beperkt, terwijl de overblijvende effecten gelijkwaardig in termen van areaal, kwaliteit en samenhang worden gecompenseerd; of b. de ingreep kleinschalig van aard is; - en schade als gevolg van de ingreep zoveel mogelijk wordt voorkomen; - en resterende schade volledig wordt gecompenseerd; - en er netto winst optreedt voor de belangrijke kenmerken en waarden in termen van areaal, kwaliteit en samenhang. De wezenlijke kenmerken en waarden zijn de actuele en potentiële waarden, gebaseerd op de natuurdoelen voor het gebied.

De relevante NNN-natuurdoelen en –kwaliteit voor wat betreft de potentiële waarden zijn vastgelegd op de beheertypenkaart en de ambitiekaart van het Natuurbeheerplan.

2018 | P17286 | Passende Beoordeling Rondje Lauwersmeer

13

3 | Project Rondje Lauwersmeer

3.1 Projectgebied Het projectgebied omvat het hele Lauwersmeergebied. De verschillende deelprojecten bevinden zich verspreid over het gebied. Het gaat vooral om projecten aan de randen van het gebied. De deelprojecten bevinden zich grotendeels op land. Alleen het project MarBoeien bevindt zich in het openwater. Hieronder is een toponiemenkaart (figuur 3) van het Lauwersmeergebied opgenomen met een globale begrenzing van het projectgebied. In de originele projectomschrijving van het project Rondje Lauwersmeer zijn verschillende projecten en initiatieven omschreven. In de tussentijd zijn een aantal van deze projecten en initiatieven om verschillende redenen afgevallen. Deze projecten worden in deze toetsing dan ook verder buiten beschouwing gelaten, zie ook de eerdere toelichting in paragraaf 2.2.2.

Figuur 3

Toponiemenkaart Natura 2000-gebied Lauwersmeer (ontleend aan: Altenburg & Wymenga, Grontmij &

Vandertuuk, 2011)

14

2018 | P17286 | Passende Beoordeling Rondje Lauwersmeer

In onderstaande omschrijving van deelprojecten verder worden onderscheid gemaakt tussen deelprojecten waar van op basis van de voortoets is gebleken dat dat zij op zich zelf geen negatieve effecten hebben op de instandhoudingsdoelen en deelprojecten waarvan dit op basis van de voortoets niet kon worden uitgesloten. In onderstaande tabel is een overzicht gegeven van relevante deelprojecten die in deze passende beoordeling worden meegenomen. Hierbij is tevens aangegeven voor welke deelprojecten in de passende beoordeling nog een project specifieke nadere effectbeoordeling is opgenomen. In figuur zijn de locaties van de relevante deelprojecten weergegeven. Voor de projecten waarvoor nog een project specifieke effectbeoordeling in deze passende beoordeling is opgenomen wordt in de volgende paragraaf nog een omschrijving gegeven van het project. Voor de projectomschrijving van de andere projecten verwijzen wij naar de eerder uitgevoerde Voortoets. Tabel 3

Overzicht relevante deelprojecten en toelichting in welke nadere effectbeoordeling ze worden meegenomen

Deelproject

Wordt meegenomen in

Wordt meegenomen

Project specifieke

Relevant voor

toetsing toename

in Aerius berekening

nadere effectbeoorde-

toetsing NNN

recreatie

ling opgenomen in passende beoordeling

MarBoeien

X

X

TOP Dokkumer Nieuwe Zijlen

X

Wandelen vanuit Ezumakeeg

X

Entrees

X

TOP Oostmarhorn

X

Heuvel van de Generaal

X

Comfort op de Strandweg

X

Natuur en recreatie in Zout-

X

X X

X

X

X

X X

kamp Nieuw wandel- en fietspad op

X

X

X

X

Masterplan Kollumeroord

X

X

X

X

Aanlegsteiger en vissteiger

X

X

de Zoutkamperplaat

Oostmahorn Beleefplekken (curve banken)

X

2018 | P17286 | Passende Beoordeling Rondje Lauwersmeer

15

3.2 Omschrijving deelprojecten Deelproject MarBoeien Er worden extra boeien in het Lauwersmeer aangebracht. Op basis van overleg tussen Staatsbosbeheer, de provincie Groningen, de Marrekrite en enkele watersportondernemers is de initiële locatie van deze extra boeien bepaald. (Grontmij, 2015). Op basis van een werksessie met vergunningverleners van provincie Groningen en Fryslân en Staatsbosbeheer zijn deze locatie iets gewijzigd (2017). Ten aanzien van de MarBoeien konden (significant) negatieve effecten op basis van de Voortoets niet uitgesloten worden. Voor dit project is in separate projectspecifieke passende beoordeling uitgevoerd (Buro Bakker, 2018). De basis voor deze project specifieke beoordeling is de aangepaste ligging van de MarBoeien. De conclusies en uitkomsten van deze projectspecifieke beoordeling zijn in deze passende beoordeling opgenomen maar de uitgebreide inhoudelijke onderbouwing is terug te vinden de “Memo Passende Beoordeling deelproject MarBoeien, Buro Bakker, 2018”. Deelproject 1 Entrees De entrees zijn de plekken waar het merendeel van de bezoekers het Lauwersmeergebied binnen komen. De Lauwersseewei (N361), de Lauwersmeerweg (N358) en de Marneweg (N361) vormen de belangrijkste routes naar het gebied. Momenteel staan bij deze entrees oude en verbleekte borden van het Nationaal Park.

Tevens staat daar (vlakbij) een welkomstbord van Werelderfgoed Waddenzee (UNESCO). De ambitie is om de entrees van het Lauwersmeergebied te ontwikkelen tot aantrekkelijke en herkenbare ontvangstlocaties. Zo krijgt het Nationaal Park bij de entrees ook de uitstraling die het verdient en weet iedere bezoeker dat hij of zij een bijzonder gebied binnenkomt. Op basis van de voortoets zijn voor dit deelproject (significant) negatieve effecten op de Natura 2000 doelen uitgesloten. Wel worden de werkzaamheden voor aanleg van de nieuwe entrees meegenomen in de Aerius berekening. Deelproject 2 Dokkumer Nieuwe Zijlen Het projectgebied bij Dokkumer Nieuwe Zijlen wordt heringericht. Er wordt onder andere een wandelpad en een TOP gerealiseerd. Het wandelpad loopt via het Lunegat naar Kollumeroord (Grontmij, 2015). Hierbij worden mogelijk struiken en bomen verwijderd. Het projectgebied ligt buiten het Natura 2000-gebied en deels binnen NNN. Voor dit project zijn (significant) negatieve effecten op Natura 2000 doelen op basis van de Voortoets uitgesloten. Wel is er sprake van ruimtebeslag op het NNN wat in deze toetsing verder is uitgewerkt. Ook is dit project meegenomen in de Aerius berekening op toename van stikstofdepositie te bepalen. Deelproject 3 TOP Oostmahorn Deze wordt gesitueerd op een parkeerterrein ten zuiden van Esonstad (Grontmij, 2015). Hier komt een kunstwerk met infopanelen.

Het projectgebied ligt buiten het Natura 2000-gebied en het NNN. Op basis van de voortoets zijn voor dit deelproject (significant) negatieve effecten op de Natura 2000 doelen uitgesloten. Wel worden de werkzaamheden voor aanleg van deze TOP meegenomen in de Aerius berekening. Deelproject 5 Heuvel van de Generaal Tijdens de uitvoering van de Voortoets was het voornemen om langs de Strandweg een heuvel te realiseren als uitkijkpunt en markering in het landschap. Na overleg en afstemming met onder meer

16

2018 | P17286 | Passende Beoordeling Rondje Lauwersmeer

Staatsbosbeheer is besloten om de heuvel te vervangen door een uitkijktoren. De uitkijktoren wordt gerealiseerd langs de Strandweg, vlakbij het bord met de zeearend (mondelingen mededeling dhr. Van der Vendel, provincie Groningen). De toren wordt circa 4 meter hoog en zal aan de bovenzijde een hoog opgaande reling hebben. Verder wordt er ook een half-verharde parkeervoorziening gerealiseerd in de berm van de Strandweg. Het projectgebied ligt binnen het Natura 2000-gebied en binnen de begrenzing van het NNN. Ten aanzien van de aanlegfase zijn (significant) negatieve effecten op basis van de voortoets uitgesloten. Ten aanzien van de gebruiksfase zijn (significant) negatieve effecten op de Natura 2000doelen niet op voorhand uit te sluiten. Dit betreft de toetsing voor de realisatie van een heuvel. De realisatie van een uitkijktoren is een dusdanig wijziging van de eerdere uitgangspunten dat we dit project wel gewoon meenemen in deze passende beoordeling. Bij de toetsing aan het NNN wordt ook gekeken naar de ruimte beslag op het NNN. Voor dit project is er ten aanzien van gebruiksfase een projectspecifieke effectbeoordeling opgenomen in deze passende beoordeling. Ten aanzien van de aanlegfase gaan we er vanuit de verstoring niet groter zal zijn dan bij realisatie van een heuvel en dat hiermee de conclusies ten aanzien van de aanlegfase vergelijkbaar zijn voor de uitkijktoren.

Deelproject 6 Comfort op de Strandweg De Strandweg wordt verkeersvriendelijker gemaakt voor fietsers. Hier moet waterschap Noorderzijlvest ook bezig met de dijkversterking. Mogelijk worden de uitvoeringswerkzaamheden gecombineerd uitgevoerd. Waterschap Noorderzijlvest is leidend in dit project. Welke maatregelen er precies worden genomen is nog niet duidelijk (Grontmij, 2015). Mogelijk worden verkeersdrempels aangelegd. Het projectgebied bevindt zich binnen het Natura 2000-gebied. Verharde wegen zijn tekstueel geëxclaveerd en vallen dus buiten de begrenzing van het Natura 2000-gebied. Dat geldt ook voor het NNN. Ten aanzien van de gebruiksfase worden op basis van de voortoets geen (significant) negatieve effecten voorzien. De aanpassingen resulteren niet in een toename van gebruik van de Strandweg dan wel een toename aan ruimtebeslag op het NNN of het Natura 2000-gebied. Ten aanzien van de aanlegfase zijn (significant) negatieve effecten niet op basis van de voortoets uit te sluiten. Dit komt vooral omdat de exacte locaties van de te nemen maatregelen en de uitvoeringsperiode nog niet duidelijk zijn. In deze Passende Beoordeling is op basis van de meeste recente informatie een beoordeling gedaan. Waar specificaties nog niet duidelijk zijn is op basis van aannames en randvoorwaarden een beoordeling uitgevoerd.

Deelproject 7 Natuur en recreatie in Zoutkamp In de Zoutkamperril liggen aan weerszijden van de provinciale sluis twee driehoekige platen. De oostelijke plaat valt buiten het Natura 2000-gebied en is eigendom van gemeente De Marne. De westelijke plaat valt wel binnen de begrenzing en is eigendom van Staatsbosbeheer. Op de platen worden recreatieve voorzieningen aangebracht. Het gaat dan om wandelpaden (mogelijk vlonders) en uitkijkpunten. Daarnaast worden op de dijk oversteekplaatsen gerealiseerd. Op deze plek wordt ook een otterknelpunt opgelost. De passagemogelijkheden worden verbeterd door de bestaande otterbuis beter bereikbaar te maken en daarnaast twee andere passeermogelijkheden in de dijk te realiseren (Grontmij, 2015). Het projectgebied ligt deels binnen het Natura 2000-gebied en het NNN. Vanuit dit deelproject zijn, op basis van de Voortoets, geen (significant) negatieve effecten te verwachten op de Natura 2000 – doelen. Wel is gekeken of ruimte beslag op het NNN aan de orde is en zijn de werkzaamheden meegenomen in de Aerius berekening. Deelproject 8 Nieuw fietspad Zoutkamperplaat Bij het opstellen van de Voortoets was het voornemen een nieuw fietspad op de Zoutkamperplaat te realiseren. Er is in de huidige situatie een uitkijkpunt aanwezig. Het uitkijkpunt wordt momenteel niet veel wordt bezocht.

Recreanten moeten heen en terug dezelfde route afleggen (Grontmij, 2015). Het

2018 | P17286 | Passende Beoordeling Rondje Lauwersmeer

17

projectgebied bevindt zich binnen het Natura 2000-gebied en binnen het NNN. Op basis van een werksessie met vergunningverleners van provincie Groningen en Fryslân en Staatsbosbeheer is een uiteindelijke locatie van het fietspad bepaald (2017). Ten tijden van het opstellen van deze passende beoordeling is besloten om het naast de realisatie van een nieuwe fietspad ook te kijken naar mogelijkheden voor het verbreden van het huidige fietspad. Door het nieuwe fietspad te verbreden zal het broedbiotoop van enkele zeldzame vogelsoorten gespaard blijven. Daarnaast zal er een nieuwe uitkijktoren gerealiseerd worden iets meer ten zuiden van de huidige toren. Zie figuur 4 voor de locatie van de nieuw te realiseren uitkijktoren. Op basis van de voortoets zijn (significant) negatieve effecten niet op voorhand uit te sluiten. De ruimtelijk scope van het project is ondertussen wezenlijk veranderd. In deze passende beoordeling toetsen wij of de beoogde aanpassingen wel of niet tot (significant) negatieve effecten kunnen leiden op de Natura 2000 doelstellingen. Hierbij nemen we zowel de realisatie- en gebruik van het nieuwe fietspad mee als mede ook de verbreding van het bestaande fietspad. Aanvullend wordt ook gekeken naar mogelijk effecten als gevolg van realisatie en gebruik van een nieuwe uitkijktoren.

Figuur 4

Ligging nieuwe uitkijktorendeelproject Zoutkamperplaat

Deelproject 9 en 10 Masterplan Kollumeroord Op de Kollumeroord vinden verschillende ontwikkelingen plaats. Er komt een uitkijktoren en er worden paden aangelegd. Voor de activiteiten op Kollumeroord is overleg geweest met ondernemers. Deze ondernemers hebben aangegeven hier graag ook een Borneobrug en een tokkelbaan te realiseren. De uitkijktoren wordt ongeveer 25 m hoog en wordt tegen de bestaande bomen geplaatst, waardoor deze opgaat in de omgeving. De bomen zijn zelf ongeveer 30 meter hoog. De tokkelbaan en brug worden aangesloten op de toren. Mogelijk komen er in de toren touwen waarlangs mensen omhoog kunnen klimmen. Klimactiviteiten en het gebruik van de tokkelbaan vinden alleen plaats onder begeleiding (mededelingen E. A. van de Vendel, provincie Groningen, mei 2017). In figuur 5 is een weergave gegeven van de verschillende beoogde activiteiten en ontwikkelen ten aanzien van Masterplan Kollumeroord.

18

2018 | P17286 | Passende Beoordeling Rondje Lauwersmeer

Er is hier ook een opgave van waterschap Noorderzijlvest ten aanzien van de dijkversterking. Mogelijk wordt de dijk hier halverwege Kollumeroord doorgetrokken, zodat het gebied in twee horizontale helften wordt gesneden. Dit leidt ertoe dat het noordelijk deel van Kollumeroord natter zal worden. De paden moeten dan iets verhoogd worden aangelegd. Dat betekent ook dat er meer transportbewegingen moeten plaatsvinden tijdens de aanlegfase (mededelingen E. A. van de Vendel, provincie Groningen, mei 2017). De gemeente wordt eigenaar van het terrein en verzorgt het onderhoud. Aan de ondernemers is gevraagd aan te geven hoeveel bezoekers ze verwachten. Deze inschatting is nog niet beschikbaar. Het projectgebied ligt deels in het Natura 2000-gebied. De uitkijktoren, tokkelbaan en brug en paden worden binnen het Natura 2000-gebied gerealiseerd. Het projectgebied ligt ook deels binnen het NNN. Op basis van de voortoets zijn (significant) negatieve effecten niet op voorhand uit te sluiten. Daarom is voor dit project een projectspecifieke beoordeling opgenomen in deze passende beoordeling. De basis voor deze projectspecifieke beoordeling is de uiteindelijke ligging van het fietspad zoals bepaald tijdens de werksessie.

Figuur 5

Weergave van beoogde activiteiten en ontwikkelingen Masterplan Kollumerpomp

2018 | P17286 | Passende Beoordeling Rondje Lauwersmeer

19

3.3 Aerius berekening Rondje Lauwersmeer Uit de bovenstaande projectomschrijving blijkt dat veel deelprojecten niet tot directe verstoring leiden van aangewezen broedvogels en niet-broedvogels. Wel kunnen de verschillende deelprojecten in gezamenlijkheid leiden tot een wezenlijk toename van stikstofdepositie in het Lauwersmeer. Daarom is in het kader van deze nadere effectbeoordeling ook een Aerius-berekening uitgevoerd. Provincie Groningen heeft een inschatting gemaakt van de inzet van voertuigen en werktuigen ten behoeve van de realisatie van de verschillende projectonderdelen van Rondje Lauwersmeer. Daarnaast is er een inschatting gemaakt van de te verwachten toename van de verkeersbewegingen en vaarbewegingen in de gebruiksfase welke direct het gevolg is van de aanwezigheid van de deelprojecten. De basis voor de verwachte toename aan wegverkeer is de business case Rondje Lauwersmeer (BRON). Ten aanzien van de toename aan verkeersbewegingen is waar mogelijk inzichtelijk gemaakt wat de toename is van verkeer in de directe omgeving van een deelproject, voor die projecten waarbij een verkeer aantrekkende werking te verwachten valt. Hierbij is verkeer meegenomen tot het momoment dat het opgaat in het regionale verkeer.

Voor bepaalde projecten wordt niet een directe toename verwacht aan verkeerbewegingen en in dat geval is er geen sprake van een wezenlijke toename van wegverkeer. Deze projecten zijn ten aanzien van de gebruiksfase niet meegenomen in de Aerius berekening. Een verdere onderbouwing van de Aerius berekening is gegeven in hoofdstuk PM.

3.4 Toetsing effecten NNN Voor de toetsing van de effecten van het NNN is het nodig dat het fysiek ruimtebeslag door realisatie van paden en andere recreatieve voorzieningen kwantitatief in beeld worden gebracht. Met behulp van GIS is het ruimtebeslag van de deelprojecten bepaald. Daarnaast is beoordeeld of er sprake is van significante aantasting van de wezenlijke waarden en kenmerken. Dit zijn bijvoorbeeld rust, openheid, bodemopbouw en waterhuishouding. Deze zijn ten delen uitgewerkt in de provinciale verordening en meer in detail in de bijhorende Natuurbeheerplannen. Voor de kwalitatieve beoordeling vormen de natuurwaarden van de vastgestelde beheertypen het uitgangspunt. De vastgestelde beheertypen zijn geven een meer gedetailleerd beeld van de aanwezige wezenlijke waarden en komen voort uit de wezenlijke waarden voor het gebied zoals omschreven en vastgelegd in de provinciale verordening van provincie Groningen en Vanuit de provincie Groningen zijn voor het Lauwersmeergebied globaal de wezenlijke kenmerken en waarden geformuleerd per deelgebied (zie tabel 4). Vanuit de provincie Fryslân is geen directe uitwerking van wezenlijke kenmerken en waarden terug te vinden in de Verordening Romte Fryslân (2014). Voor toetsing van de wezenlijke kenmerken en waarden zal hiervoor directe koppeling worden gemaakt met aangewezen beheertypen op basis van het Natuurbeheerplan.

20

2018 | P17286 | Passende Beoordeling Rondje Lauwersmeer

Tabel 4

Overzicht wezenlijke kenmerken en waarden Lauwermeer o.b.v. Provinciale verordening Groningen (2016) Overzicht NNN waarden Lauwersmeergebied provincie Groningen Wezenlijke kenmerken

Wezenlijke waarden

openheid

natura 2000 doelstellingen

rust

water- en moerasvogels

kwaliteit water, bodem en lucht

open water

wisselende waterstanden (natuurlijk peilbeheer)

broed-, rust- en foerageergebied voor water en moerasvogels Vochtige en natte schraallanden bloemrijke graslanden Voedselrijke graslanden rietland en ruigte struweel

2018 | P17286 | Passende Beoordeling Rondje Lauwersmeer

21

4 | Passende Beoordeling

4.1 Projectspecifieke beoordelingen 4.1.1 Deelproject MarBoeien Voor het deelproject MarBoeien is een separate Passende Beoordeling opgesteld in de vorm van een memo. Voor de inhoudelijke onderbouwing wordt verwezen naar de memo “Passende beoordeling deelproject MarBoeien” Buro Bakker, 2018) Hieronder zijn enkel de belangrijkste conclusies en eventuele aanbevelingen weergegeven. Aanlegfase Effecten broedvogels Uit de voortoets is reeds gebleken dat er van verstoring van broedvogels geen sprake is omdat de aanlegwerkzaamheden niet binnen de verstoringsafstand van broedvogels plaatsvinden. Door de aanpassingen in het ontwerp zal de afstand tot broedbiotoop groter worden en daarmee blijven de uitkomsten van de voortoets ten aanzien van broedvogels ongewijzigd. Effecten niet-broedvogels Effecten op de niet-broedvogels konden niet op voorhand uitgesloten worden bleek uit de eerder uitgevoerde voortoets. Echter door het nemen van maatregelen is het mogelijk deze verstoring tijdens de aanlegfase te voorkomen. Door het uitvoeren van de werkzaamheden in de periode mei – juni zal er tijdens de aanlegfase geen sprake meer zijn van verstoring van niet–broedvogels. Deze soorten zijn in deze periode veelal afwezig in het Lauwersmeergebied en maken dan ook geen gebruik van nabijgelegen foerageergebieden en rustgebieden.

Daarnaast is de ligging van de MarBoeien ter hoogte van de Bochtjesplaat en Hoek van de Bant aangepast zodat de afstand tot de voornaamste rust- en foerageergebieden van niet–broedvogels is vergroot. Met het doorvoeren van deze maatregelen is met zekerheid geen sprake van negatieve effecten op niet-broedvogels tijdens de aanlegfase. Conclusie aanlegfase Op basis van de aanpassingen in het projectontwerp wordt voorkomen dat er verstoring optreed van niet–broedvogels tijdens de aanlegfase. Negatieve effecten op broedvogels treden ook niet op omdat broedbiotoop van aangewezen broedvogels niet binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden aanwezig is. Hiermee zijn significant gevolgen op Natura-2000 doelstellingen van broedvogels en niet–broedvogels als gevolg van de aanlegfase uitgesloten. Gebruiksfase Effecten broedvogels Directe negatieve effecten als gevolg van het gebruik van de MarBoeien op broedvogels zijn niet aan de orde. De MarBoeien liggen op voldoende ruime afstand van nabijgelegen broedbiotoop van aangewezen broedvogels waarmee negatieve effecten zijn uitgesloten. Ten aanzien van de verwachte toename van vaartuigen als gevolg van het project MarBoeien blijkt dat een toename van 1500 vaartuigen op jaarbasis niet resulteert in (significant) negatieve effecten

22

2018 | P17286 | Passende Beoordeling Rondje Lauwersmeer

op de instandhoudingsdoelen voor broedvogels. Voor de soorten die onder druk staan is het voornaamste knelpunt het gebrek aan geschikt broedbiotoop. Voor de broedvogels die mogelijk gevoelig zijn voor verstoring voor waterrecreatie blijkt dat het overgrote deel van het broedbiotoop op geruime afstand gelegen is van opengesteld vaarwater. Daarnaast blijkt dat de meeste soorten vooral gevoelig zijn voor directe betreding van rietoevers wat niet aan de orde is in deze situatie. Effecten niet-broedvogels Directe negatieve effecten als gevolg van het gebruik van de MarBoeien op niet–broedvogels zijn niet aan de orde. De MarBoeien liggen op voldoende ruime afstand van nabijgelegen rustgebieden en foerageergebieden van aangewezen niet–broedvogels waarmee negatieve effecten zijn uitgesloten. Ten aanzien van de verwachte toename van vaartuigen als gevolg van het project MarBoeien blijkt dat een toename van 1500 vaartuigen op jaarbasis niet resulteert in (significant) negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen voor niet–broedvogels. Voor een aantal soorten is er geen sprake van overlap in ruimte en tijd en zal er daarmee ook geen verstoring optreden.

Voor andere soorten, zoals de wilde eend, wintertaling en de kleine zwaan blijkt dat de aangewezen gesloten gebieden en de aanpassingen in de vaarroutes in het kader van het beheerplan de rust afdoende waarborgen of negatieve effecten als gevolg van vaarrecreatie te kunnen uitsluiten. Voor veel van de niet– broedvogels blijkt het gebrek aan geschikt foerageergebied in het Lauwermeer en daarbuiten het voornaamste knelpunt te zijn in het behalen van de doelstellingen. Conclusie gebruiksfase Ten aanzien van de gebruiksfase blijkt dat significante gevolgen op de instandhoudingsdoelen voor broedvogels en niet-broedvogels als gevolg van een toename van vaarrecreatie niet aan de orde zijn. Hierbij dient wel te worden opgemerkt dat de gesloten gebieden voor vaarrecreatie in het kader van het beheerplan gehandhaafd dienen te worden om significante gevolgen uit te kunnen sluiten.

4.1.2 Toren van de generaal Resultaten voortoets Op basis van de voortoets zijn (significant) negatieve effecten tijdens de aanlegfase niet te verwachten. Ten aanzien van de realisatie van een Toren van de Generaal (uitkijktoren / platform) verwachten wij geen andere uitkomsten en zal de aanleg niet resulteren in (significant) negatieve effecten. Voor deze effectbeoordeling is aangenomen dat de aanlegwerkzaamheden vergelijkbaar of minder verstorend zijn dan de werkzaamheden ten behoeve van de aanleg van de Heuvel van de Generaal. Waarbij dezelfde uitgangspunten van toepassing zijn: -

Aanleg realiseren in de maanden september-oktober Werken bij daglicht Geen verlichting plaatsen Groeiplekken orchideeën zoveel mogelijk ontzien/orchideeën verplaatsen (zorgplicht soortbescherming)

Op basis van deze uitgangspunten zijn ook de voor de aanlegfase van de Toren van de Generaal geen negatieve effecten te verwachten op de Natura-doelstellingen voor het Lauwersmeer ten aanzien van broedvogels en niet-broedvogels. Met betrekking tot de gebruiksfase zijn mogelijk effecten op broedbiotoop van de snor, blauwborst en de rietzanger aan de orde. Van de rietzanger zijn 1 - 3 broedterritoria aanwezig (figuur 6) binnen de

2018 | P17286 | Passende Beoordeling Rondje Lauwersmeer

23

invloedsfeer van de Toren van de Generaal (circa 100 meter). Van de blauwborst zijn er circa 4 broedterritoria aanwezig binnen de invloedsfeer en van de snor circa 1 broedterritorium (Ministerie van EZ, 2016). Voor de aanwezige niet-broedvogels worden significant gevolgen op basis van de voortoets uitgesloten. De aanvullende effectbeoordeling ziet daarmee toe op een nadere analyse van mogelijke effecten op broedvogels ten aanzien van de gebruiksfase. Gebruiksfase Effecten broedvogels De blauwborst en de snor behalen beiden op dit moment de Natura-2000 doelstellingen voor het Lauwersmeer en de verwachting is dat deze soorten ook in de toekomst de doelstellingen blijven behalen (NAM rapport 2016/2017). Het toekomst perspectief voor beide soorten is gunstig (Ministerie van EZ, 2016). Mogelijk knelpunt voor behoud van voldoende broedbiotoop voor de blauwborst is de jaarrond begrazing van grote grazers op platen als Blikplaat en Zoutkamperplaat (Ministerie van EZ, 2016). Voor de snor is een mogelijk knelpunt voor behouden van voldoende broedbiotoop begrazing van de oeverzones van o.a. Blikplaat en Schildhoek en behoud van natte rietzones (Ministerie van EZ, 2016). Eventuele verstoring van de directe omgeving (tot aan 100 meter) van de Toren van de Generaal leidt hiermee niet tot significante gevolgen voor de doelstellingen van de blauwborst en de snor.

Beide soorten zijn daarnaast matige gevoelig voor verstoring als gevolg van recreatie. Waarbij verstoring voornamelijk optreed bij betreding van de broedterritoria (Krijgsveld et. al., 2008). Directe betreding is niet aan de orde bij het gebruik van de Toren van de Generaal. Significante gevolgen voor de Natura-2000 doelstellingen voor de snor en de blauwborst zijn dan ook niet aan de orde als gevolg van het gebruik van de Toren van de Generaal. Rietzanger Ten aanzien van de rietzanger wordt in de huidige situatie de doelstelling niet gehaald. Het voornaamste knelpunt hierbij is het gebrek aan geschikt broedbiotoop in de vorm van rietlanden (Ministerie van EZ, 2016). Van belang is daarmee behoud van bestaand broedbiotoop om verdere achteruitgang te voorkomen. Wanneer de aanwezige broedparen verstoord worden zijn er geen tot weinig uitwijkmogelijkheden aanwezig en kan verstoring al snel resulteren in (significant) verstoring en/of verslechtering van de rietzanger en zijn leefgebied. Hieronder wordt voor de rietzanger een meer specifieke effectanalyse uitgevoerd om te bepalen of de aanwezigheid van de Toren van de Generaal zal leiden tot verlies van broedbiotoop of dat er maatregelen te nemen zijn om dit verlies te voorkomen. Er is door verdroging sprake van afname van bestaande rietlanden, waarmee potentieel broedbiotoop de laatste jaren onder druk is komen te staan.

Het is onwaarschijnlijk dat er zonder verandering in beheer van het gebied en/of aanpassingen in de peildynamiek op termijn voldoende broedbiotoop gerealiseerd kan worden voor de rietzanger (SOVON, 2016, rapport 44). In het kader van het Natura-2000 beheerplan wordt daarom ingezet op experimenteel waterbeheer om te bepalen hoe de dynamiek verbeterd kan worden zonder de waterveiligheid in gevaar te brengen. Daarnaast worden in het kader van het Natura 2000-beheerplan (Ministerie van EZ, 2016) de bestaande beheermaatregelen aangepast (begrazing en het rietmaaien) zodat deze beter toegesneden zijn op de realisatie van de Natura 2000-doelen (Ministerie van EZ, 2016). Op dit moment behaalt de rietzanger dus niet de Natura-2000 doelstellingen voor het Lauwersmeer. Voornaamste knelpunt hierbij is het gebrek aan geschikte rietlanden als gevolg van huidig beheer van het gebied (Ministerie van EZ, 2016). Het recreatief medegebruik is hierbij niet direct een knelpunt. De rietzanger is een soort die vooral verstoord wordt bij directer betreding van de rietlanden en

24

2018 | P17286 | Passende Beoordeling Rondje Lauwersmeer

struweel waarin deze soort broed (Krijgsveld et al., 2008). Dat is in de huidige situatie niet tot zeer zelden aan de orde. Als gekeken wordt naar de ligging van de huidige territoria dan valt op dat deze ook direct langs de bestaande weg liggen (zie figuur 6). Hiermee lijkt de huidige mate van verstoring door voortuigen, fietser en wandelaars niet doorslaggevend te zijn voor de ligging van de territoria. Als gekeken wordt naar de mate van gevoeligheid voor verstoring door recreanten blijkt dat de rietzanger dan ook tamelijk ongevoelig is voor verstoring als gevolg van recreatief medegebruik (Henkens et. al., 2003).

Figuur 6

Overzicht broedterritoria rietzanger Zuidelijke Ballastplaat (SOVON broedvogelonderzoek Lauwersmeer

2015)

Volgens het Profielendocument (Ministerie van LNV, 2008) is de soort matig gevoelig voor verstoring, met een verstoringsafstand van minder dan 100 m. Binnen de broedgebieden is de soort erg tolerant ten opzichte van verstoringsbronnen, zo lang deze het broedgebied niet betreden. De rietzanger wordt vooral verstoord bij aanwezigheid van intensieve vaarrecreatie (Ministerie van EZ, 2016). In de praktijk is deze vogel dan ook goed in staat om aan verstoringsinvloeden te wennen. Dat blijkt ook wel uit de huidige verspreiding van deze soort binnen het Lauwersmeergebied. De soort komt tot broeden nabij opengesteld vaarwater, nabij wandelpaden en fietspaden en dat ook in grote dichtheden (Krijgesveld et al., 2008). De verspreiding van de soort in het gebied wordt vooral bepaald door de aanwezigheid van kwalitatief geschikte rietlanden en struweel en de aanwezige recreatie lijkt niet van directe invloed op de verspreiding van de rietzanger in het Lauwersmeergebied. Uit een studie van het Planbureau (Henkens et. al., 2003) komt bijvoorbeeld naar voren dat de effectafstand waarop een afname van populatiedichtheid (50%) en reproductie (25%) verwacht wordt voor de rietzanger vrij klein is. Dit houdt in dat verstoringsbronnen pas in directe nabijheid van broedterritoria van wezenlijke invloed zijn en dat er pas effect optreed bij een relatief hoge intensiteit van verstoring.

Uit onderstaande tabel kan worden opgemaakt dat er pas bij vrij hoge frequentie (31 – 60

2018 | P17286 | Passende Beoordeling Rondje Lauwersmeer

25

passages op een (norm)dag) van passerende recreanten sprake zal zijn van afname van kwaliteit van de broedterritoria.

Figuur 7

Weergave van verband tussen mate van verstoring en effecten op broedsucces van vogels die “matig

gevoelig’ zijn voor recreatieve verstoring (@bron: Henkens et.al., 2003)

De realisatie van de Toren van de Generaal zal op zichzelf niet resulteren in een toename van bezoekers van het Lauwersmeer. De toren zal van vergelijkbare hoogte (4 meter) zijn als de eerder beoogde Heuvel van de generaal. De zichtbaarheid van de mensen wordt echter sterk beperkt door de aanwezigheid van een hoog opgaande reling. Mensen kunnen wel over de reling heen kijken maar er zal geen sprake zijn van waarneembaar heen en weer wandelen van mensen, waardoor eventuele visuele verstoring minimaal is. De mate van verstoring neemt hiermee niet wezenlijk toe ten opzichte van de huidige situatie. Ook in de huidige situatie stoppen veel mensen ter hoogte van het bord met de zeearend om even de benen te strekken. De aanwezigheid van de Toren van de Generaal geeft geen aanleiding tot directe betreding van het broedbiotoop. Verder is er geen sprake van een toename van de passeerfrequentie als gevolg van het gebruik van de Toren van de Generaal. Mogelijk kan de aanwezigheid van de Toren van de Generaal aanleiding zijn om minder dicht nabij de rietvelden te “kijken” omdat alles vanuit de uitkijktoren veel beter te zien is. Op basis van een onderzoek naar ruimte voor verblijfsreactie in en rond het Lauwersmeer (Vander Tuuk et. al., 2011)) is bepaald waar mogelijk knelpunten aan de orde zijn ten aanzien van Natura2000 broedvogel doelstellingen bij uitbreiding van verblijfsrecreatie.

Op basis van de uitkomsten van dit onderzoek zijn zones aangedragen waar een toename van land gebonden recreatie een risico kan zijn voor behalen van de doelstellingen voor broedvogels in het Lauwersmeer. De locatie waar de uitkijktoren gerealiseerd wordt is op basis van deze studie niet aangemerkt als gebied waar toename van recreatie zou kunnen resulteren in verstoringsrisico’s voor verstoringsgevoelige broedvogels (zie figuur 8).

26

2018 | P17286 | Passende Beoordeling Rondje Lauwersmeer

Figuur 8

Zoneringskaart voor recreatief medegebruik Lauwersmeer (VanderTuuk et. al. 2011)

Gezien het feit dat de bestaande territoria in directe nabijheid liggen van de reeds bestaande verstoringsbronnen, de rietzanger tamelijk ongevoelig is voor verstoring en de realisatie van de Toren van de Generaal niet resulteert in toename van de frequentie van verstoring is het niet de verwachting dat de realisatie van de Uitkijktoren de kwaliteit van de bestaande territoria wezenlijk beïnvloed. Van significante gevolgen voor de Natura-2000 doelstellingen voor de rietzanger als gevolg van de Toren van de Generaal is dan ook geen sprake. Conclusie broedvogels De beoogde realisatie van de Toren van de Generaal heeft geen directe overlap met broedbiotoop van de rietzanger, snor en blauwborst. De intensiteit van het gebruik en de mate van verstoring nabij de Strandweg zal niet wezenlijk veranderen. Bestaande broedterritoria langs de Strandweg worden niet direct betreden. Van een wezenlijke invloed op de kwaliteit van de broedterritoria is daarmee geen sprake. De voornaamste knelpunten voor het behalen van de doelstellingen voor de rietzanger zijn gelegen in het huidige aanbod van geschikte rietlanden en ruigten als gevolg van huidig beheer. Het recreatief medegebruik van het Lauwersmeer vormt geen direct knelpunt voor behalen van de Natura-2000 doelstelling voor de rietzanger. Voor de blauwborst en de snor worden de Ntaura-2000 doelstellingen in de huidige situatie wel gehaald.

Ook voor deze soorten is behoud van voldoende geschikt broedbiotoop van belang voor het behalen van de doelstellingen in de toekomst. Hierbij

2018 | P17286 | Passende Beoordeling Rondje Lauwersmeer

27

vormt recreatief medegebruik geen direct knelpunt voor het behalen van de doelstellingen in de toekomst. Van significante gevolgen voor de Natura-2000 doelstellingen ten aanzien van de snor, blauwborst en rietzanger als gevolg van het gebruik van de Toren van de Generaal is dan ook geen sprake.

4.1.3 Nieuwe fietspad Zoutkamperplaat Resultaten voortoets Zoals in paragraaf 3.2 is aangegeven zal er naast de realisatie van een nieuw fietspad ook gekeken worden naar mogelijk effecten als gevolg van de verbreding van het bestaande fietspad. Aanvullend hierop wordt ten zuiden van de bestaande uitkijktoren een nieuwe uitkijktoren gerealiseerd, waarvan ook de effecten worden meegenomen in deze passende beoordeling. . Op basis van de Voortoets wordt de aanwezigheid van niet-broedvogels binnen de invloedsfeer van het project niet verwacht. Er is in directe omgeving geen essentieel rust- en foerageergebied aanwezig voor de niet-broedvogels (Ministerie van EZ, 2016). Ten aanzien van niet-broedvogels is ook bij de gewijzigde scope geen sprake van aanwezigheid van niet-broedvogels binnen de invloedsfeer van het project (aanlegfase & gebruiksfase). Hiermee zijn (significant) negatieve effecten op nietbroedvogels op voorhand uit te sluiten. Op basis van de voortoets zijn directe effecten op broedvogels tijdens de aanlegfase uitgesloten met als uitgangspunt dat de werkzaamheden ten behoeve van realisatie buiten het broedseizoen uitgevoerd worden. Ook bij de gewijzigde scope van het deelproject kunnen effecten op broedvogels in de aanlegfase uitgesloten worden met als uitgangspunt dat de werkzaamheden ten behoeve van realisatie buiten het broedseizoen uitgevoerd worden.

De realisatie van het nieuwe fietspad en de verbreding van het bestaande fietspad kunnen wel effect hebben op het beschikbare broedbiotoop van aangewezen broedvogels in het kader van Natura 2000 en/of overige broedvogels. Verder kan het uiteindelijk gebruik van het nieuwe en het bestaande fietspad resulteren in verstoring van aanwezig broedbiotoop. Daarnaast zal bepaald moeten worden voor de realisatie van de nieuwe uitkijktoren welke aangewezen broedvogels in directe nabijheid van de toren broeden om te bepalen of gebruik van de uitkijktoren wel of niet tot (significant) negatieve effecten zal leiden op de doelstelling van de aangewezen broedvogels. Net als bij de eerdere uitgangspunten voor dit deelproject zal in een nadere effectbeoordeling gekeken moeten naar mogelijke effecten op bestaand broedbiotoop van aangewezen broedvogels als gevolg van het realisatie en gebruik van bestaande en eventueel niet te realiseren fietspad en de aanleg en het gebruik van de nieuwe uitkijktoren.

28

2018 | P17286 | Passende Beoordeling Rondje Lauwersmeer

Gebruiksfase gewijzigde scope Broedvogels Realisatie nieuwe fietspad De realisatie van het nieuwe fietspad zal resulteren in afname van areaal. Waarmee in potentie verlies van broedbiotoop van aangewezen doelsoorten op kan treden. Daarnaast kan verstoring door geluid, licht en optische verstoring in de aanlegfase en tijdens de gebruiksfase leiden tot kwaliteitsvermindering of areaalverlies van broed- of leefgebied van Natura 2000-doelsoorten. Op dit deel van de Zoutkamperplaat en binnen de invloedssfeer van de recreatieve voorzieningen komen geen nietbroedvogels voor. Voor deze doelsoorten zijn effecten op voorhand uit gesloten. Verspreiding en aanwezigheid broedvogels Op basis van beschikbare verspreidingsgegevens (Staatsbosbeheer / Kleefstra & de Boer, 2015) blijkt dat er circa 4 broedparen blauwborst voorkomen in directe nabijheid (minder dan 100 meter) van het nieuw te realiseren fietspad. Daarnaast kunnen er ook rietzangers tot broeden komen. Op basis van recente waarneming (Buro Bakker 2018) in het veld is gebleken dat er binnen de invloedsfeer van het nieuwe fietspad geen rietzangers tot broeden zijn gekomen. Tijdens veldbezoeken in 2018 (Buro Bakker) zijn wel broedterritoria van de grauwe vliegenvanger en grauwe klauwwier aangetroffen, maar geen directe broedterritoria van de rietzanger. Voornaamste reden hiervoor is dat geschikt broedbiotoop niet aanwezig is.

De rietzanger komt meer ten westen van het fietspad tot broeden, waar meer rietlanden en ruigte begroeiing aanwezig is.. De blauwborst is wel aanwezig binnen de invloedsfeer, maar broedterritoria zijn niet direct waargenomen tijdens de veldbezoeken in 2018 (Buro Bakker). Voor de effectbeoordeling gaan we er echter wel vanuit dat circa 4 broedterritoria beïnvloed kunnen worden door de realisatie en het gebruik van het nieuwe fietspad. Effectanalyse Het project leidt tot een toename van de recreatieve mogelijkheden en recreatie op de Zoutkamperplaat. In de huidige situatie is het gebied vrij toegankelijk. Omdat alleen een fietspad wordt gerealiseerd, wordt geen toename van wandelaars of vogelaars op de plaat verwacht. De verstoring zal beperkt zijn tot de directe omgeving van de fietspaden. De broedvogels die binnen de invloedssfeer voorkomen of voorkwamen zijn overwegend matig gevoelig voor verstoring, met een verstoringsafstand van maximaal 100 meter. We nemen aan dat de werkzaamheden die hier worden uitgevoerd een beperkte duur en invloedssfeer hebben. We nemen ook aan dat er geen werkzaamheden worden uitgevoerd waarbij hoge geluidsniveaus worden geproduceerd. De verstoring is dan beperkt tot het projectgebied en directe omgeving.

Ten aanzien van de realisatie zijn in de voortoets negatieve effecten reeds uitgesloten op de voorwaarde dat de realisatie buiten het broedseizoen wordt uitgevoerd. In deze effectanalyse wordt hier dan ook niet verder op ingegaan. Voor wat betreft het gebruik van het fietspad kan er sprake zijn van verstoring van broedterritoria van de blauwborst. Waarbij direct verlies van broedbiotoop mogelijk aan de orde is. Daarnaast zal verstoring en/of verlies van broedterritoria van enkele rode lijst soorten optreden. Deze zijn niet direct beschermd vanuit het oogpunt vanuit Natura 2000-doelstellingen. Van verlies en/of verstoring van de rietzanger of andere aangewezen broedvogelsoorten is geen sprake omdat broedbiotoop in direct omgeving niet aanwezig is. Voor de blauwborst geldt dat het Lauwersmeer voldoende draagkracht heeft voor realisatie van het instandhoudingsdoel, zelfs al leidt de realisatie van het nieuwe fietspad tot verlies of aantasting van broedgebied van 4 paren. Er is dan ook geen sprake van een significante aantasting van de omvang en kwaliteit van het broed- en leefgebied. De realisatie van het nieuwe fietspad zal met zekerheid

2018 | P17286 | Passende Beoordeling Rondje Lauwersmeer

29

niet leiden tot (significant) negatieve effecten op het behalen van de Natura-2000 doelstellingen voor het Lauwersmeer ten aanzien van de blauwborst. Ten aanzien van toekomstig potentiele ontwikkelingen broedbiotoop Voor rietzanger, snor en bruine kiekendief geldt dat de Zoutkamperplaat belangrijk broedgebied vormt cq. vormde. Deze soorten zijn hier afgenomen of verdwenen door afname van het areaal landriet (door te intensieve begrazing) en afname van de vitaliteit van het landriet (door veroudering en gebrek aan dynamiek). De doelaantallen worden niet gehaald in het Natura 2000-gebied. Ook voor het paapje kan te intensieve begrazing een rol hebben gespeeld in het verdwijnen van deze soort op de Zoutkamperplaat (RVO, 2016; Kleefstra & De Boer, 2015). In de eerste beheerplanperiode wordt het begrazingsbeheer op deze plaat aangepast met als doel een verdere achteruitgang van het landriet te stoppen. Op termijn, als het lukt om het waterbeheer aan te passen, is de Zoutkamperplaat ook een locatie waar mogelijk herstel van de omvang en kwaliteit van landriet mogelijk is (RVO, 2016). De Zoutkamperplaat is daarom een potentiële uitbreidingslocatie voor snor, rietzanger en bruine kiekendief en in mindere mate ook voor het paapje. Er wordt niet verwacht dat de realisatie van het fietspad uitbreiding of hervestiging van deze soorten hier in de weg staat.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=noardeastfryslan&id=1867da27-1c33-40c4-9bbf-aa95be3b30b4