Bijlage 1 - bijlage 1 bij toelichting Bp Uitkijktoren Kollumeroord_Natuurtoets Rondje Lauwersmeer gebiedsbescherming
Tekst van het document
Natuurtoets Rondje Lauwersmeer Gebiedsbescherming
Natuurtoets Rondje Lauwersmeer Gebiedsbescherming
Status definitief Datum 12 septemberi 2017 Handtekening Margreet ter Steege
2
2017 | P17048 | Natuurtoets Rondje Lauwersmeer
Inhoud
1 | Inleiding
7
1.1
Aanleiding
7
1.2
Leeswijzer
8
2 | Wettelijk en beleidskader
9
2.1
Inleiding
9
2.2
Natura 2000 en Wet natuurbescherming
9
2.3
Natuur Netwerk Nederland
13
2.4
Weidevogels
15
3 | Het project Rondje Lauwersmeer
17
3.1
Projectgebied
17
3.2
Deelprojecten
19
3.3
Aanleg en uitvoering werkzaamheden
22
3.4
Toename recreatie
22
4 | Voorkomen Natura 2000 waarden 4.1
25
Natura 2000 waarden
25
5 | Mogelijke effecten 5.1
39
Mogelijke effecten Natura 2000-waarden
39
2017 | P17048 | Natuurtoets Rondje Lauwersmeer
3
5.2
Mogelijke effecten NNN
39
5.3
Mogelijke effecten weidevogels
39
6 | Effectbeoordeling Natura 2000 6.1
Impact en invloedssfeer
41
6.2
Projecten met een geringe invloedssfeer en impact
42
6.3
Deelprojecten met een potentieel grotere invloedssfeer en impact op Natura 2000-waarden
44
6.4
Conclusie toetsing Wet natuurbescherming
69
6.5
Cumulatie
70
7 | Effecten op Natuurnetwerk
71
7.1
Inleiding
71
7.2
Mogelijke effecten
72
7.3
Toetsing
73
8 | Effecten op weidevogels
75
8.1
Inleiding
75
8.2
Het fietspad langs de Bantpolder
75
8.3
Effecten van het fietspad op weidevogels
75
9 | Conclusie 9.1
4
41
77 Aanleiding en vraagstelling
2017 | P17048 | Natuurtoets Rondje Lauwersmeer
77
9.2
Natura 2000
77
9.3
Natuurnetwerk Nederland
78
9.4
Weidevogelbeleid
78
10 | Literatuur en bronnen
79
B1|
Bijlage: Voorkomen Natura 2000 broedvogels 2002-2011
81
B2|
Bijlage: Aantallen niet-broedvogels 2004/2005-2008/2009 per soort
95
B3|
Bijlage: Aantallen niet-broedvogels in seizoen 2008-2009
105
B4|
Bijlage: Verspreiding niet-broedvogels per soort in seizoen 2008/2009
113
2017 | P17048 | Natuurtoets Rondje Lauwersmeer
5
1 | Inleiding
1.1 Aanleiding Het project Rondje Lauwersmeer is een project van vijf bestuursorganen (provincie Groningen, provinsje Fryslân, gemeenten Dongeradeel, Kollumerland c.a., De Marne) en andere partijen die betrokken zijn bij het gebied. Het project ‘Rondje Lauwersmeer, beleef het Lauwersmeer’ zet in op de verdere duurzame ontwikkeling van recreatie en toerisme in het Waddengebied. Bij een evenwichtig ‘gebruik’ van het Lauwersmeergebied kan een recreatieve bijdrage worden geleverd aan de verdere ontwikkeling van de Waddenkust. De Waddeneilanden kunnen daarmee worden ontlast (Grontmij, 2015). Het Rondje Lauwersmeer heeft als doel de belevingswaarde van het Nationaal Park Lauwersmeer te verhogen. Daarvoor wordt geïnvesteerd in het versterken en vergroten van het aanbod van recreatieve voorzieningen, zoals fiets- en wandelroutes, uitkijkpunten en speelplekken. Daarnaast wordt geïnvesteerd in de herkenbaarheid van het Lauwersmeer, door bebording en bewegwijzering aan te passen en op meer plekken aan te brengen. In tabel 1 staan alle planonderdelen van fase 1 van Rondje Lauwersmeer. Onderdelen Rondje Lauwersmeer, fase 1 MarBoeien
Nieuw fietspad Zoutkamperplaat
Schoollokaal Hoek van de Bant
Dokkumer Nieuwe Zijlen
Masterplan Kollumeroord
Beleefplekken (curvebanken)
TOP Oostmahorn
Wandelpad DNZ –
Vogelwachter op zijn post/Dark Sky
Ezumakeeg
Park
Wandelen vanuit
Kwaliteitsslag bewegwijzering
Heuvel van de Generaal
Ezumakeeg Comfort op de Strandweg
Aanlegsteiger en vissteiger Oostmahorn
Informatievoorziening
Natuur en recreatie Zoutkamp
Fietsverbinding Bantpolder
Marketing en promotie
Tabel 1
Onderdelen Rondje Lauwersmeer, fase 1. Grontmij (2015)
Het Lauwersmeer is een Natura 2000-gebied. Natura 2000-gebieden zijn beschermd krachtens de Wet natuurbescherming. Er moet worden onderzocht of het project Rondje Lauwersmeer kan leiden tot negatieve en/of significante effecten op de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied. Dat wordt gedaan door middel van het uitvoeren van een voortoets, waarvan deze rapportage verslag doet. Daarnaast wordt in deze voortoets gekeken naar het natuurbeleidskader en wordt onderzocht of het project conflicteert met doelstellingen vanuit het Nationaal Natuur Netwerk (NNN) en het weidevogelbeleid. Hoofdvragen:
• Leidt het project Rondje Lauwersmeer, of onderdelen van dit project, op zichzelf of in cumulatie met •
andere projecten tot negatieve en/of significante effecten op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebied Lauwersmeer? Kan het project leiden tot aantasting van de doelen die gelden voor het NNN of weidevogels?
2017 | P17048 | Natuurtoets Rondje Lauwersmeer
7
1.2 Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt het wettelijk en beleidskader toegelicht. In hoofdstuk 3 worden de verschillende deelprojecten van Rondje Lauwersmeer beknopt beschreven. Hoofdstuk 4 bespreekt het voorkomen van de Natura 2000-waarden. In hoofdstuk 5 worden de mogelijke effecten van de realisatie van Rondje Lauwersmeer verkent. In hoofdstuk 6 worden de effecten van het project op de Natura 2000waarden geanalyseerd en beoordeeld. In hoofdstuk 7 vindt een verkenning van de effecten op het Natuurnetwerk Nederland plaats. In hoofdstuk 8 wordt het project aan het weidevogelbeleid getoetst. Hoofdstuk 9 vat de belangrijkste conclusies van de toetsing aan de gebiedsbescherming samen. In hoofdstuk 10 staat een overzicht van de gebruikte bronnen en literatuur.
8
2017 | P17048 | Natuurtoets Rondje Lauwersmeer
2 | Wettelijk en beleidskader
2.1 Inleiding De Wet natuurbescherming vormt het wettelijke toetsingskader voor de toetsing. In dit hoofdstuk wordt het juridisch kader toegelicht en worden de natuurlijke kenmerken van Natura 2000-gebied Lauwersmeer besproken. Daarnaast wordt ingegaan op het beleidskader van het Natuur Netwerk Nederland en het provinciale weidevogelbeleid.
2.2 Natura 2000 en Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht. In deze wet zijn de verplichtingen vanuit de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn voor gebiedsbescherming geïmplementeerd. De verplichtingen voor soortbescherming zijn ook opgenomen in deze wet, in een apart hoofdstuk. De Wet natuurbescherming regelt de bescherming van Nederlandse Natura 2000-gebieden, die ten uitvoering van de bovengenoemde Europese richtlijnen zijn of worden aangewezen. Voor projecten of andere handelingen of plannen die de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in een Natura 2000-gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen geldt een vergunningplicht (artikel 2.7 Wet natuurbescherming). Voor dergelijke projecten dient de initiatiefnemer een passende beoordeling te verrichten (art. 2.8 Wet natuurbescherming). Doelstellingen Natura 2000 Natura 2000 vormt een netwerk van beschermde natuurgebieden. De geselecteerde natuurgebieden zijn een goede weerspiegeling van de verscheidenheid aan natuur op het Europese continent. Natura 2000 is te beschouwen als Europese topnatuur verbonden in een netwerk en draagt in belangrijke mate bij aan behoud van de Europese biodiversiteit.
Binnen de beschermde gebieden komen kenmerkende habitats en soorten voor, waarvoor specifieke doelstellingen zijn geformuleerd. Natura 2000 is echter in de eerste plaats gericht op gebiedsbescherming, behoud van het gebied waarbinnen die verschillende beschermde waarden voorkomen. Hiervoor is het behoud en herstel van het complete ecosysteem noodzakelijk, zowel de abiotische als biotische aspecten daarvan, zodat de randvoorwaarden aanwezig zijn voor het voorkomen van specifieke kenmerkende habitattypen en soorten. Dit blijkt ook uit de algemene doelen die voor elk Natura 2000-gebied gelden. Naast de algemene doelen voor Natura 2000 zijn per Natura 2000-gebied ook specifieke doelen uitgewerkt. Dit zijn de instandhoudingsdoelen.
2.2.1 Natura 2000-gebied Lauwersmeer Gebiedsbeschrijving Het huidige Lauwersmeer ligt op de plaats van de voormalige monding van het riviertje de Lauwers, de grensrivier tussen Groningen en Friesland. In 1280 overstroomden grote delen van NoordNederland tijdens een stormvloed, waarbij de Lauwerszee is ontstaan. Dit voormalig estuarium, waarin de krekenstructuur nog goed herkenbaar is, is in de eeuwen daarna door opeenvolgende bedijkingen verkleind. In 1969 is de toenmalige Lauwerszee door de aanleg van een dijk van de Waddenzee en daarmee van getijdenwerking afgesneden. Na de afsluiting ontwikkelde zich in het
2017 | P17048 | Natuurtoets Rondje Lauwersmeer
9
Lauwersmeer aanvankelijk een zoute pioniervegetatie.Dit werd gevolgd door grazige vegetaties van brak tot zoet milieu. Het gebied is weids door het vlakke, open landschap en bestaat tegenwoordig uit open water met een systeem van geulen, prielen, slikken en zandplaten en landaanwinningwerken. Het landdeel is een grootschalig gebied met een gering reliëf. De voormalige kwelders zijn in de eerste helft van de jaren zeventig ontgonnen, waarbij grote delen zijn begreppeld, gedraineerd, bekaad en in het zuiden in landbouwkundig gebruik zijn genomen. Binnen het Natura 2000-gebied bestaan kwelders en platen nu uit moerassen, ruige graslanden en rietruigten die zich plaatselijk ontwikkelen richting struweel en bos. Er zijn op natte duinvallei en duingrasland lijkende vegetaties aanwezig. De huidige natuurwaarden zijn ontstaan door spontane ontwikkeling onder invloed van processen als overstroming, ontzilting en vegetatiesuccessie. Het gebied vormt een belangrijk onderdeel van de Fries/Groninger boezem en speelt een cruciale rol in de regionale waterhuishouding. Doordat het water, als gevolg van hoge waterstanden op de Waddenzee, niet altijd geloosd kan worden, treden regelmatig sterke schommelingen van de waterstand op (Ministerie van ELI, 2010).
Figuur 1
Begrenzing Natura 2000-gebied Lauwersmeer. Het Beschermde Natuurmonument (BN) is komen te verval-
len. Het hele gebied is nu alleen Vogelrichtlijngebied.
10
2017 | P17048 | Natuurtoets Rondje Lauwersmeer
Instandhoudingsdoelen In tabel 2 en 3 staan de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebied Lauwersmeer. Broedvogels
SVI Landelijk
Doelst.
Doelst. Kwal.
Oppvl.
Draagkracht aantal paren
A021
Roerdomp
--
=
=
10
A081
Bruine Kiekendief
+
=
=
20
A084
Grauwe Kiekendief
--
=
=
4
A119
Porseleinhoen
--
=
=
15
A132
Kluut
-
=
=
110
A137
Bontbekplevier
-
=
=
4
A151
Kemphaan
--
>
>
20
A194
Noordse Stern
+
=
=
5
A222
Velduil
--
=
=
1
A272
Blauwborst
+
=
=
120
A275
Paapje
--
=
=
11
A292
Snor
--
=
=
25
A295
Rietzanger
-
=
=
1900
SVI= staat van instandhouding. +: gunstig, -:matig ongunstig, --: zeer ongunstig Doelst. Oppvl.: doelstelling oppervlak leefgebied. =: behoud, >: uitbreiding Doelst. Kwal.: doelstelling kwaliteit leefgebied. =: behoud, >: verbetering Tabel 2
Instandhoudingsdoelen broedvogels Natura 2000-gebied Lauwersmeer (Ministerie van EL&I, 2010)
Foto 1
Blauwborst
2017 | P17048 | Natuurtoets Rondje Lauwersmeer
11
Niet-broedvogels
SVI Landelijk
Doelst. Oppvl.
Doelst. Kwal.
Draagkracht aantal vogels
A005
Fuut
-
=
=
60
A017
Aalscholver
+
=
=
70
A034
Lepelaar
+
=
=
80
A037
Kleine Zwaan
-
=
=
140
A038
Wilde Zwaan
-
=
=
10
A041
Kolgans
+
=
=
190
A042
Dwerggans
--
=
=
40
A043
Grauwe Gans
+
=
=
1100
A045
Brandgans
+
=
=
1700
A048
Bergeend
+
=
=
480
A050
Smient
+
=
=
1600
A051
Krakeend
+
=
=
900
A052
Wintertaling
-
=
=
1900
A053
Wilde eend
+
=
=
1700
A054
Pijlstaart
-
=
=
510
A056
Slobeend
+
=
=
290
A059
Tafeleend
--
=
=
130
A061
Kuifeend
-
=
=
540
A067
Brilduiker
+
=
=
40
A068
Nonnetje
-
=
=
9
A075
Zeearend
+
=
=
1
A125
Meerkoet
-
=
=
970
A132
Kluut
-
=
=
90
A137
Bontbekplevier
+
=
=
60
A140
Goudplevier
--
=
=
150
A156
Grutto
--
=
=
260
A160
Wulp
+
=
=
50
A161
Zwarte ruiter
+
=
=
100
A190
Reuzenstern
+
=
=
10
Tabel 3
Instandhoudingsdoelen niet-broedvogels Natura 2000-gebied Lauwersmeer (Ministerie van EL&I, 2010).
Voor toelichting afkortingen en symbolen zie tabel 2
12
2017 | P17048 | Natuurtoets Rondje Lauwersmeer
2.3 Natuur Netwerk Nederland 2.3.1 Algemeen Het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen EHS) is onderdeel van het rijksbeleid en heeft als doel de versnipperde Nederlandse natuur te vergroten en te verbinden en op die wijze grotere eenheden natuur te realiseren.
• • •
Het NNN is een netwerk van gebieden in Nederland waar de natuur (plant en dier) in feite voorrang heeft. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat de natuurgebieden hun waarde verliezen. Het NNN kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur. Het NNN bestaat uit: Bestaande natuurgebieden, reservaten en natuurontwikkelingsgebieden, robuuste verbindingen en (natte en droge) verbindingszones tussen deze gebieden; Landbouwgebieden met mogelijkheden voor agrarisch natuurbeheer (beheersgebieden); Grote wateren (zoals de kustzone van de Noordzee, het IJsselmeer en de Waddenzee). De EHS (nu NNN) is geïntroduceerd in het Natuurbeleidsplan (ministerie van LNV, 1990) en is nadien landelijk uitgewerkt in de Nota Ruimte (ministeries van VROM, LNV, V & W en EZ, 2006). De provinciale uitwerking is opgenomen in het Streekplan Fryslân 2007 (Provincie Fryslân, 2006) en de Verordening Romte Fryslân 2014 (Provincie Fryslân, 2014). Voor de aangewezen NNN-gebieden geldt een planologisch beschermingsregime.
Figuur 2
Begrenzing NNN Groningen. Bron: http://kaarten.provinciegroningen.nl/viewer/app/natuurbeheerplan2017
2017 | P17048 | Natuurtoets Rondje Lauwersmeer
13
Figuur 3
Begrenzing
NNN
Fryslân.
Bron:
http://fryslan.maps.arcgis.com/home/webmap/viewer.html?webmap
=eb4e12aa6eea4591af7c0f48ef6def54&extent=120990,533762,221778,617075,28992
2.3.2 Toetsingskader Fryslân Het toetsingskader voor het NNN is uitgewerkt in het Streekplan 2007 en de Verordening Romte Fryslân 2014. Daarnaast zijn de door de ministeries van LNV en VROM en de gezamenlijke provincies afgesproken “spelregels EHS” (LNV, VROM & provincies, 2007) van belang. Uit de Verordening Romte Fryslân 2014 volgt dat een ruimtelijk plan voor gronden die onderdeel zijn van het NNN geen activiteiten en ontwikkelingen mogelijk maakt die leiden tot een significante aantasting van de wezenlijke waarden en kenmerken, of tot een significante vermindering van de oppervlakte van die gronden, of tot significante aantasting van de samenhang tussen gebieden die deel uitmaken van het NNN. In afwijking hiervan kan een ruimtelijk plan nieuwe activiteiten en ontwikkelingen mogelijk maken, als: a) er sprake is van een groot openbaar belang, b) er geen reële alternatieven voor de beoogde ontwikkeling zijn, c) schade door mitigerende maatregelen zoveel wordt beperkt als fysiekruimtelijk en wat betreft uitvoerbaarheid van de beoogde ontwikkeling redelijkerwijs mogelijk is, en d) resterende schade wordt gecompenseerd door het treffen van zodanige maatregelen dat geen netto verlies optreedt van wezenlijke kenmerken en waarden in termen van areaal, kwaliteit en samenhang van het NNN (Provincie Fryslân, 2014).
14
2017 | P17048 | Natuurtoets Rondje Lauwersmeer
De wezenlijke kenmerken en waarden zijn de actuele en potentiële waarden, gebaseerd op de natuurdoelen voor het gebied. De relevante NNN-natuurdoelen en –kwaliteit voor wat betreft de potentiële waarden zijn vastgelegd op de beheertypenkaart en de ambitiekaart van het Natuurbeheerplan. Groningen P.m. Graag nadere informatie aanleveren over bescherming NNN in Groningen
2.4 Weidevogels 2.4.1 Weidevogelbeleid Fryslân In de Verordening Romte Fryslân 2014 (2014) heeft provincie Fryslân onder andere het beleid ten aanzien van bescherming van weidevogels vastgelegd. De complete uitwerking van het weidevogelbeleid is opgenomen in de Weidevogelnota 2014-2020. Het weidevogelbeleid heeft ten doel de inspanningen ten aanzien van behoud van weidevogels te concentreren in de meest kansrijke gebieden. In weidevogelgebieden zijn openheid en rust de belangrijke kernwaarden. Als een ruimtelijke ingreep of ontwikkeling leidt tot aantasting van deze waarden, kan compensatie nodig zijn. Ten behoeve van bescherming van weidevogels zijn de volgende gebieden aangewezen:
• De weidevogelkansgebieden, die bestaan uit ruime en open gebieden (zichtafstand > 400 m) met voldoende rust en waarin gevarieerde graslanden liggen;
• De weidevogelkerngebieden; deze gebieden liggen binnen de weidevogelkansgebieden en worden
•
geselecteerd en begrensd door de collectieve beheerders in een weidevogelkansgebied. Dit zijn de feitelijke weidevogelgebieden waar inrichting en beheer optimaal zijn afgestemd op de weidevogels. Ze bestaan uit weidevogelreservaten, agrarische gebieden of combinaties van beide; Enkele zelfstandige ‘parels’ buiten de weidevogelkansgebieden met een hoge weidevogeldichtheid. Alleen in de weidevogelkansgebieden en in de weidevogelparels zijn nieuwe planologische ontwikkelingen met bebouwing, beplanting of verharding die verstorend werken op de openheid en rust in principe niet toegestaan. Dit is geregeld in artikel 7.2.2 van de Verordening Romte Fryslân 2014. Ook in de aangrenzende gebieden moet rekening worden gehouden met ontwikkelingen die verstorend werken op de weidevogelkansgebieden en weidevogelparels. Nieuwe planologische ontwikkelingen in weidevogelkansgebieden of in de weidevogelparels zijn wél toegestaan met inachtneming van een aantal voorwaarden dat is beschreven in artikel 7.2.4 van de Verordening Romte Fryslân 2014. Ter invulling van de aldaar opgenomen (financiële) compensatievoorwaarde is de Regeling Weidevogelcompensatie Fryslân 2014 vastgesteld. Binnen het Lauwersmeergebied is de Bantpolder als weidevogelkansgebied aangewezen (zie figuur 4).
2.4.2 Weidevogelbeleid Groningen Aan de Groningse kant van het Lauwersmeergebied liggen geen weidevogelgebieden (Omgevingsvisie 2016-2020, zie https://groningen.tercera-ro.nl/MapViewer/Default.aspx?id= NLIMRO9920Omgevingsvisie2015-VA01, geraadpleegd juni 2017).
2017 | P17048 | Natuurtoets Rondje Lauwersmeer
15
Figuur 4
16
Weidevogelkansgebieden Fryslân. Binnen de rode cirkel is de ligging van de Bantpolder aangegeven
2017 | P17048 | Natuurtoets Rondje Lauwersmeer
3 | Het project Rondje Lauwersmeer
3.1 Projectgebied Het projectgebied omvat het hele Lauwersmeergebied. De verschillende deelprojecten bevinden zich verspreid over het gebied. Het gaat vooral om projecten aan de randen van het gebied. De deelprojecten bevinden zich grotendeels op land. Alleen het project MarBoeien bevindt zich in het water. Hieronder is een toponiemenkaart van het Lauwersmeergebied opgenomen.
Figuur 5
Toponiemenkaart Natura 2000-gebied Lauwersmeer. Ontleend aan: Altenburg & Wymenga, Grontmij &
Vandertuuk, 2011
2017 | P17048 | Natuurtoets Rondje Lauwersmeer
17
In figuur 6 zijn de locaties van de deelprojecten weergegeven.
Figuur 6
Locaties deelprojecten Rondje Lauwersmeer. De MarBoeien staan niet op deze kaart. Nummer 5 is te laag
geplaatst op deze kaart, voor juiste locatie zie pijl
18
2017 | P17048 | Natuurtoets Rondje Lauwersmeer
3.2 Deelprojecten Hieronder worden de deelprojecten kort besproken. MarBoeien Er worden extra boeien in het Lauwersmeer aangebracht. Staatsbosbeheer heeft samen met de provincie, de Marrekrite en enkele watersportondernemers bepaald waar de extra boeien veilig kunnen liggen (Grontmij, 2015). Deelproject 1 Entrees De entrees zijn de plekken waar het merendeel van de bezoekers het Lauwersmeergebied binnen komen. De Lauwersseewei (N361), de Lauwersmeerweg (N358) en de Marneweg (N361) vormen de belangrijkste routes naar het gebied. Momenteel staan bij deze entrees oude en verbleekte borden van het Nationaal Park. Tevens staat daar (vlakbij) een welkomstbord van Werelderfgoed Waddenzee (UNESCO). De ambitie is om de entrees van het Lauwersmeergebied te ontwikkelen tot aantrekkelijke en herkenbare ontvangstlocaties. Zo krijgt het Nationaal Park bij de entrees ook de uitstraling die het verdient en weet iedere bezoeker dat hij of zij een bijzonder gebied binnenkomt. Een voorbeeld van een aantrekkelijke gebiedsaanduiding is de zeearend die bij de Strandweg staat (zie foto colofon). De globale locaties van de entrees zijn bekend, de exacte locaties moeten nog worden bepaald. De vormgeving is nog niet duidelijk (Grontmij, 2015). Deelproject 2 Dokkumer Nieuwe Zijlen Het projectgebied bij Dokkumer Nieuwe Zijlen wordt heringericht.
Er wordt onder andere een wandelpad en een TOP gerealiseerd. Het wandelpad loopt via het Lunegat naar Kollumeroord (Grontmij, 2015). Hierbij worden mogelijk struiken en bomen verwijderd. Het projectgebied ligt buiten het Natura 2000-gebied en deels binnen NNN. Deelproject 3 TOP Oostmahorn Deze wordt gesitueerd op een parkeerterrein ten zuiden van Esonstad (Grontmij, 2015). Hier komt een kunstwerk met infopanelen. Het projectgebied ligt buiten het Natura 2000-gebied en het NNN. Deelproject 4 Vogelwachter op zijn post Dit project wordt gecombineerd met deelproject 20 Dark Sky Park. Zie de beschrijving bij dat project. Deelproject 5 Heuvel van de Generaal Er wordt een 4 m hoge uitkijkheuvel gerealiseerd langs de Strandweg, vlakbij het bord met de zeearend (Grontmij, 2015). Er wordt een trappetje naar boven aangelegd. Er wordt ook een halfverharde parkeervoorziening gerealiseerd in de berm van de Strandweg. Het projectgebied ligt binnen het Natura 2000-gebied en binnen de begrenzing van het NNN. Deelproject 6 Comfort op de Strandweg De Strandweg wordt verkeersvriendelijker gemaakt voor fietsers. Hier moet waterschap Noorderzijlvest ook bezig met de dijkversterking. Mogelijk kunnen de uitvoeringswerkzaamheden gecombineerd worden uitgevoerd. Welke maatregelen er precies worden genomen is nog niet duidelijk (Grontmij, 2015). Mogelijk worden verkeersdrempels aangelegd.
Het projectgebied bevindt zich binnen het Natura 2000-gebied. Verharde wegen zijn tekstueel geëxclaveerd en vallen dus buiten de begrenzing van het Natura 2000-gebied. Dat geldt ook voor het NNN. Deelproject 7 Natuur en recreatie in Zoutkamp In de Zoutkamperril liggen aan weerszijden van de provinciale sluis twee driehoekige platen. De oostelijke plaat valt buiten het Natura 2000-gebied en is eigendom van gemeente De Marne. De westelijke plaat valt wel binnen de begrenzing en is eigendom van Staatsbosbeheer. Op de platen worden recreatieve voorzieningen aangebracht. Het gaat dan om wandelpaden (mogelijk vlonders) en uitkijkpunten. Daarnaast worden op de dijk oversteekplaatsen gerealiseerd. Op deze plek wordt
2017 | P17048 | Natuurtoets Rondje Lauwersmeer
19
ook een otterknelpunt opgelost. De passagemogelijkheden worden verbeterd door de bestaande otterbuis beter bereikbaar te maken en daarnaast twee andere passeermogelijkheden in de dijk te realiseren (Grontmij, 2015). Het projectgebied ligt deels binnen het Natura 200-gebied en het NNN. Deelproject 8 Nieuw fietspad Zoutkamperplaat Er komt een nieuw fietspad op de Zoutkamperplaat. Er is in de huidige situatie een uitkijkpunt aanwezig. Het uitkijkpunt wordt momenteel niet veel wordt bezocht. Recreanten moeten heen en terug dezelfde route afleggen (Grontmij, 2015).. Het projectgebied bevindt zich binnen het Natura 2000gebied en binnen het NNN. Deelproject 9 en 10 Masterplan Kollumeroord Op de Kollumeroord vinden verschillende ontwikkelingen plaats. Er komt een uitkijktoren en er worden paden aangelegd. Voor de activiteiten op Kollumeroord is overleg geweest met ondernemers. Deze ondernemers hebben aangegeven hier graag ook een Borneobrug en een tokkelbaan te realiseren. De uitkijktoren wordt ongeveer 25 m hoog en wordt tegen de bestaande bomen geplaatst, waardoor deze opgaat in de omgeving. De bomen zijn zelf ongeveer 30 meter hoog. De tokkelbaan en brug worden aangesloten op de toren. Mogelijk komen er in de toren touwen waarlangs mensen omhoog kunnen klimmen. Klimactiviteiten en het gebruik van de tokkelbaan vinden alleen plaats onder begeleiding (mededelingen E. A.
van de Vendel, provincie Groningen, mei 2017). Er is hier ook een opgave van waterschap Noorderzijlvest ten aanzien van de dijkversterking. Mogelijk wordt de dijk hier halverwege Kollumeroord doorgetrokken, zodat het gebied in twee horizontale helften wordt gesneden. Dit leidt ertoe dat het noordelijk deel van Kollumeroord natter zal worden. De paden moeten dan iets verhoogd worden aangelegd. Dat betekent ook dat er meer transportbewegingen moeten plaatsvinden tijdens de aanlegfase (mededelingen E. A. van de Vendel, provincie Groningen, mei 2017). De gemeente wordt eigenaar van het terrein en verzorgt het onderhoud. Aan de ondernemers is gevraagd aan te geven hoeveel bezoekers ze verwachten. Deze inschatting is nog niet beschikbaar. Het projectgebied ligt deels in het Natura 2000-gebied. De uitkijktoren, tokkelbaan en brug en paden worden binnen het Natura 2000-gebied gerealiseerd. Het projectgebied ligt ook deels binnen het NNN. Deelproject 11 Wandelpad Dokkumer Nieuwe Zijlen – Ezumakeeg Het is nog onduidelijk of dit deelproject wordt gerealiseerd. De bedoeling is dat er een wandelpad op of aan de buitenzijde van de dijk wordt gerealiseerd, van Dokkumer Nieuwe Zijlen tot aan Ezumakeeg. Probleem is dat er hier stieren lopen, waardoor het onveilig is voor recreanten. Staatsbosbeheer ziet het wandelpad liever aan de binnenzijde van de dijk, vanwege de verstoringsinvloed.
Dan is de beleving van het Lauwersmeergebied echter ook weg. Afhankelijk van waar het wandelpad wordt aangelegd ligt het binnen of buiten de begrenzing van het Natura 2000-gebied en het NNN. N.B. dit project is geschrapt Deelproject 12 Wandelen vanuit Ezumakeeg Vanuit Ezumazijl bestaat de mogelijkheid om te wandelen naar het noordelijk (vogel)uitkijkpunt bij Ezumakeeg. Vanaf dit punt kan ook worden doorgewandeld naar de vogelkijkhut Sylkajuit aan de zuidzijde van Ezumakeeg. De route wordt mogelijk beter gemarkeerd, zodat de wandelroute voor het publiek beter zichtbaar is (Grontmij, 2015). Deelproject 13 Aanlegsteiger en vissteiger Oostmahorn Nabij het strand wordt een nieuwe steiger gerealiseerd. Deze steiger is bedoeld voor twee doelgroepen. Watersporters kunnen hier afmeren en een deel van de steiger is voor de hengelsporters bedoeld. Er wordt een trappetje aangelegd om het hoogteverschil van de dijk te overbruggen (Grontmij, 2015). De lengte van de aanlegsteiger is nog niet bekend, gevraagd is om te adviseren over de maximale lengte.
20
2017 | P17048 | Natuurtoets Rondje Lauwersmeer
Deelproject 14 Fietspad Bantpolder Om de natuur- en rustbeleving verder te vergroten op het tracé tussen Oostmahorn en Lauwersoog wordt een nieuw fietspad langs de Bantpolder gerealiseerd. Binnendijks kan al langs de zeedijk en de Bantpolder worden gefietst. De wens is nu om ook langs de westkant van de Bantpolder een fietspad te realiseren. Daarmee hoeft de fietser tussen Anjum en Lauwersoog niet meer langs de N361 te fietsen en verandert de beleving van ‘zoevende auto’s’ naar ‘foeragerende vogels’. Dit tracé is momenteel al een bestaande wandelroute (Law en onderdeel van waddenwandelen). Het nieuwe fietspad, langs de oude dijk, geeft zicht op de Bantpolder. Een vogelkijkvoorziening halverwege dit nieuwe fietspad vergroot de belevingswaarde van de Bantpolder (Grontmij, 2015). N.B. dit project is inmiddels geschrapt Deelproject 15 Schoollokaal Hoek van de Bant Bij de Hoek van de Bant wordt buitendijks op de zeedijk een robuuste en duurzame ‘tribune’ gebouwd. Deze beleefplek is van belang voor zowel fietsers als wandelaars. Bezoekers met een auto kunnen parkeren op de parkeerplaats onder aan de dijk. Het “schoollokaal” kan worden gebruikt bij de vele excursies van scholen naar deze plek (o.a natuurschool) (Grontmij, 2015). En dit is een plek waar in de huidige situatie veel mensen even stoppen bij de snackvoorziening en even een blik over de dijk werpen.
De realisatie van het schoollokaal wordt gecombineerd met dijkversterking. Het is nog onduidelijk hoe de dijkversterking wordt uitgevoerd en of realisatie überhaupt mogelijk is. It Wetterskip zal hier pas later dit jaar over beslissen. Het projectgebied bevindt zich buiten Natura 2000-gebied en het NNN. Deelproject 18 Beleefplekken (curvebanken) Op verschillende plekken worden curvebanken aangebracht. Het gaat om een vervanging van bestaand gebiedsmeubilair. Deze worden binnen de begrenzing van het Natura 2000-gebied en het NNN geplaatst.
Foto 2
Voorbeeld van een curvebank in het Lauwersmeergebied
2017 | P17048 | Natuurtoets Rondje Lauwersmeer
21
Deelproject 20 Dark Sky Park Vlakbij het Ballastplaatbos wordt op een bestaande fundering van een windmolen een soort uitkijktoren met platform gerealiseerd. Dit platform kan gebruikt worden om te liggen en naar de sterren te staren. De route naar het uitkijkplatform zal worden gemarkeerd zodat bezoekers in het donker de weg kunnen vinden. Het projectgebied bevindt zich binnen het Natura 2000-gebied en het NNN.
Foto 3
Projectlocatie Dark Sky Park. Foto: E-J. Slot
3.3 Aanleg en uitvoering werkzaamheden Het is nog niet bekend hoe de verschillende deelprojecten worden aangelegd, welke werkzaamheden hiervoor nodig zijn en hoe lang de werkzaamheden per deelproject duren. Naar verwachting gaat het in de meeste gevallen om kortdurende werkzaamheden. Het plaatsen van banken en bebording neemt per locatie waarschijnlijk enkele uren tot hooguit een dag in beslag. De projecten die in combinatie met dijkversterkingsprojecten worden uitgevoerd, kennen naar verwachting een langere doorlooptijd. Dan gaat het bijvoorbeeld om het schoollokaal (de tribune op de zeedijk) en de maatregelen ten behoeve van de verkeersveiligheid op de Strandweg. Het Masterplan Kollumeroord heeft een grotere omvang en omvat meerdere ingrepen. De doorlooptijd van dit project zal daardoor langer zijn, maar hoeveel tijd er precies nodig is en op welke wijze transport van materieel plaatsvindt is nog niet duidelijk. Vanwege het feit dat er nog weinig bekend is over de aanleg en uitvoering van werkzaamheden zijn in deze rapportage bepaalde aannames gedaan ten aanzien van de duur en de invloedssfeer van werkzaamheden. Het is mogelijk dat in een later stadium blijkt dat de werkzaamheden langer duren dan verwacht of een grotere invloedssfeer hebben dan waar we in deze toetsing vanuit zijn gegaan.
Dan kan het nodig zijn om nogmaals te onderzoeken of er door de werkzaamheden negatieve effecten kunnen optreden op de beschermde waarden van het Natura 2000-gebied of de wezenlijke waarden van het NNN.
3.4 Toename recreatie Het project zal leiden tot een toename van het aantal recreanten in en om het Lauwersmeergebied. Het gaat ook om verschillende doelgroepen: fietsers, wandelaars, natuurliefhebbers, dagjesmensen, vissers en recreatievaart. In de huidige situatie bezoeken ca. 1,8 miljoen mensen per jaar het Lauwersmeergebied (Grontmij, 2010).
22
2017 | P17048 | Natuurtoets Rondje Lauwersmeer
• • • •
Volgens de businesscase van het project Rondje Lauwersmeer wordt de volgende toename van het aantal bezoekers verwacht: Watersporters: 1.500 vaartuigen extra, verblijfsduur twee dagen. Hengelsporters: 2.550 extra per jaar Toeristen die overnachten: 20.000 extra per jaar Dagtoeristen: 50.000 extra bezoekers per jaar Voor Masterplan Kollumeroord worden nog specifieke schattingen van het te verwachten aantal bezoekers aangeleverd.
2017 | P17048 | Natuurtoets Rondje Lauwersmeer
23
4 | Voorkomen Natura 2000 waarden
In dit hoofdstuk bespreken we het voorkomen van beschermde waarden van het Natura 2000gebied.
4.1 Natura 2000 waarden 4.1.1 Doelbereiking Broedvogels In tabel 4 staan de aantallen broedvogels van het Natura 2000-gebied Lauwersmeer in de afgelopen jaren weergegeven. Deze cijfers zijn ontleend aan Kleefstra & De Boer (2015). Uit de gegevens blijkt dat alleen voor de blauwborst de doelaantallen worden gehaald. Broedvogels
Doelaantal
2002-2007
2008-2015.
2015 Lauwersmeer
2015 Bantpolder
Roerdomp
10
10
6
6
0
Bruine Kiekendief
20
20
18
13
0
Grauwe Kiekendief
4
3
0
0
0
Porseleinhoen
15
10
5
2
0
Kluut
110
84
72
42
4
Bontbekplevier
4
3
1
2
0
Kemphaan
20
4
1
0
0
Noordse Stern
5
2
4
0
3
Velduil
1
0
0
0
0
Blauwborst
120
141
232
243
0
Paapje
11
8
2
1
0
Snor
25
21
29
23
0
Rietzanger
1900
1450-1550
1550-1650
1530-1850
8
Tabel 4
Natura 2000-soorten in het Lauwersmeergebied met vermelding van de instandhoudingsdoelen (doel; het
aantal territoria), het gemiddelde aantal territoria in de periode 2002-2007 (toen de eilanden niet integraal voor alle soorten werden meegenomen) en het gemiddelde aantal voor de periode 2008-2015 (Lauwersmeer integraal). In verband met de begrenzing van het Natura 2000-gebied en de gestelde doelen zijn de aantallen van Natuurmonumentenreservaat Bantpolder inbegrepen. Volledigheidshalve zijn voor het Staatsbosbeheergebied (L’meer 2015) en Bantpolder (Bant 2015) de aantallen uit 2015 apart weergegeven. Ontleend aan: Kleefstra & De Boer, 2015
Niet-broedvogels In tabel 5 zijn de aantallen niet-broedvogels in de periode 2009-2015 weergegeven.
2017 | P17048 | Natuurtoets Rondje Lauwersmeer
25
Soort
Doelaantal
09/10
10/11
11/12
12/13
13/14
14/15
Gemiddelde
Aalscholver
70
122
192
172
143
128
208
161
Bergeend
480
408
432
531
542
584
601
516
Bontbekplevier
60
126
177
172
348
80
75
163
Brandgans
1700
3553
4990
2760
3595
2725
4087
3618
Brilduiker
40
38
53
91
45
37
28
49
Dwerggans
40
23
76
63
38
1
0
34
Fuut
60
86
99
90
65
56
60
76
Goudplevier
150
14
127
422
32
105
861
260
Grauwe Gans
1100
2066
1916
1306
1578
1534
1440
1640
Grutto
260
208
388
282
203
148
90
220
Kleine Zwaan
140
51
85
195
67
49
18
78
Kluut
90
52
91
88
99
52
43
71
Kolgans
190
69
90
35
80
44
449
128
Krakeend
900
1101
1565
1334
813
1096
1302
1202
Kuifeend
540
1939
1094
630
588
1238
1029
1086
Lepelaar
80
90
95
49
85
41
31
65
Meerkoet
970
2134
1343
441
433
858
1113
1054
Nonnetje
9
4
7
5
18
6
3
7
Pijlstaart
510
230
620
369
679
349
344
432
Reuzenstern
10
35
32
32
30
40
17
31
Slobeend
290
370
503
579
410
485
371
453
Smient
1600
1070
664
1048
788
652
853
846
Tafeleend
130
144
150
108
62
67
40
95
Wilde Eend
1700
938
1402
1058
879
904
1051
1039
Wilde Zwaan
10
5
65
27
27
18
7
25
Wintertaling
1900
786
1928
1695
781
978
824
1165
Wulp
50
8
33
37
12
73
24
31
Zeearend
1
3
4
4
3
4
3
4
Zwarte Ruiter
100
258
274
62
185
72
46
150
Tabel 5
Aantallen niet-broedvogels in het Lauwersmeer 2009-2015. Netwerk Ecologische Monitoring (SOVON,
RWS, CBS) op www,sovon.nl
De doelaantallen van de volgende soorten worden niet gehaald: Grutto Kolgans Smient Dwerggans Lepelaar Tafeleend Kleine zwaan Nonnetje Wilde eend Kluut Pijlstaart Wintertaling
26
2017 | P17048 | Natuurtoets Rondje Lauwersmeer
Wulp
4.1.2 Voorkomen en verspreiding Broedvogels Op de volgende pagina’s zijn de verspreidingskaarten van de integrale broedvogelmonitoring van Natura 2000 doelsoorten van 2015 opgenomen. Voor rietzanger wordt geen integrale monitoring uitgevoerd. Voor deze soort mag worden aangenomen dat hij verspreid over het gebied en in vrijwel elk deelgebied voorkomt. In tabel 4 is wel het geschatte aantal broedparen in 2015 in het Natura 2000-gebied weergegeven.
Foto 4
Rietzanger
Ten behoeve van de leesbaarheid van het rapport zijn hier alleen de kaarten voor 2015 opgenomen. In bijlage 1 wordt uitgebreid ingegaan op het voorkomen en de verspreiding van broedvogels in het Natura 2000-gebied. Hierbij worden ook oudere gegevens gepresenteerd. De aantallen broedparen van sommige soorten waren in 2015 namelijk lager dan ooit. Dat geldt bijvoorbeeld voor de bruine kiekendief. Door ook te kijken naar oudere data, ontstaat er een beter beeld van de (potentiële) waarde en geschiktheid van sommige deelgebieden waarin in 2015 geen doelsoorten werden aangetroffen. Omdat de doelaantallen voor veel soorten niet worden gehaald, moet in de toetsing ook rekening worden gehouden met de gebieden waarin potenties liggen voor herstel cq. uitbreiding van de populatie. Niet-broedvogels In de bijlagen is de verspreiding van niet-broedvogels uitgewerkt. De gegevens zijn ontleend aan het beheerplan. Daarnaast is gebruik gemaakt van meer gedetailleerde gegevens van de verspreiding van niet-broedvogels in het seizoen 2008-2009, afkomstig uit Altenburg & Wymenga, Grontmij & Vandertuuk (2011). Ook deze gegevens zijn in de bijlagen opgenomen.
2017 | P17048 | Natuurtoets Rondje Lauwersmeer
27
Roerdomp
Porseleinhoen
28
2017 | P17048 | Natuurtoets Rondje Lauwersmeer
Bruine kiekendief
Kluut
Bontbekplevier
Snor
Blauwborst
Paapje
Figuur 7
Verspreiding Natura 2000 broedvogels in 2015. Gegevens Staatsbosbeheer/Kleefstra& de Boer, 2015
2017 | P17048 | Natuurtoets Rondje Lauwersmeer
29
4.1.3 Ecologische vereisten Broedvogels Onderstaande tabel geeft een samenvatting van de ecologische vereisten van de Natura 2000 broedvogels (Ministerie van LNV, 2008; RVO, 2016; Kleefstra & De Boer, 2015). Soort
Broedgebied
Foerageergebied.
Roerdomp
Nat, overjarig rietland; oeverriet rond centrale platen
Bruine Kiekendief
Grauwe Kiekendief
Uitgestrekt (natter) rietland
Beheer
Rust
Oeverriet en randen nat
Peildynamiek, geen/weinig
Zeer gevoelig voor verstoring:
rietland
begrazing, geen rietmaaien
verstoringsafstand 150 m
Rietland, grasland op de
Peildynamiek, geen/weinig
Gevoelig voor verstoring.
platen, Marnewaard, akker-
begrazing, geen rietmaaien
Verstoringsafstand 300 m
bouw en cultuurgrasland. Tot
broedhabitat, 100 m foera-
ca. 8 km van het nest.
geerhabitat
Rietland (droger en structuur-
Grasland platen en Marne-
Peildynamiek, beperkte en
rijk), akkerbouw
waard. Tot ca. 12 km van het
goed gestuurde begrazing,
Zeer gevoelig voor verstoring. Verstoringsafstand 300 m
nest.
geen rietmaaien
broedhabitat, 100 m foerageerhabitat
Porseleinhoen
Kluut
Bontbekplevier
Nat, structuurrijk en dicht
Nat rietland, natte rietzomen,
Peildynamiek, geen/weinig
Vrij gevoelig voor verstoring.
rietland, natte rietzomen
slikranden
begrazing, beperkt rietmaaien
Verstoring bij <100 m
Pioniervegetaties en droog-
Pioniervegetaties, slikkige
vallende, slikkige terreindelen
terreindelen, ondiep water
Pioniervegetaties en droog-
Pioniervegetaties, slikkige
vallende, slikkige terreindelen,
terreindelen, ondiep water
Peildynamiek, geen begrazing Zeer gevoelig voor verstoring: tijdens broedseizoen
verstoringsafstand 200 m
Peildynamiek, geen begrazing Gevoelig voor verstoring:100tijdens broedseizoen
300 m
schelpenbanken Kemphaan
Open grazige vegetaties
Open grazige vegetaties, slikranden, ondiep water
Noordse Stern
Korte, zoutminnende pionier-
Open water, vooral Wadden-
vegetaties, schelpenbanken
zee. Tot op 10 km van de
Peildynamiek, geen begrazing Zeer gevoelig voor verstoring: tijdens broedseizoen
100-300 m
Peildynamiek, geen begrazing Zeer gevoelig voor verstoring. tijdens broedseizoen
kolonie.
Verstoringsafstand >300 m broedhabitat, <100 m foerageerhabitat
Velduil
Drogere (riet)ruigten, ruig
Graslanden
grasland
Uitgekiende begrazing, evt.
Gevoelig voor verstoring: 100-
terugzetten successie door
300 m
verwijderen struweel Blauwborst
Vooral in terrein met afwisse-
Zelfde als broedhabitat
Uitgekiende begrazing
Matig gevoelig voor versto-
lende vegetatie: kale bo-
ring: <100 m
dem/grazige vegetatie, rietruigte en struweel. Ook in droge ruigere rietlanden. Paapje
Ruigere zones in grazige
Zelfde als broedhabitat
vegetaties en hier en daar
Beperkte en uitgekiende
Matig gevoelig voor versto-
begrazing
ring: <100 m
struweel. Snor
Nat, overjarig en kruidig
Nat, overjarig en kruidig
Peildynamiek, geen begra-
Matig gevoelig voor versto-
rietland
rietland, wilgenopslag
zing, hooguit beperkt riet-
ring: <100 m
maaien Rietzanger
Tabel 6
30
Droog, dicht landriet met
Droog, dicht landriet, open
Peildynamiek, geen begra-
Matig gevoelig voor versto-
hooguit beperkte opslag
struweel
zing, geen rietmaaien
ring: <100 m
Ecologische vereisten broedvogels. Ministerie van LNV, 2008; RVO, 2016; Kleefstra & De Boer, 2015
2017 | P17048 | Natuurtoets Rondje Lauwersmeer
Niet-broedvogels In onderstaande tabel zijn de belangrijkste ecologische vereisten van de niet-broedvogels samengevat (Ministerie van LNV, 2008; Altenburg & Wymenga, Grontmij & Vandertuuk, 2011). Soort
Foerageergebied
Rustgebied
Periode waarin soort
Verstoringsafstand
vooral aanwezig is Fuut
(Ondiep) open water
Open water
Maart-nov
10-300 m
Aalscholver
Open water/Waddenzee
Divers
Juni-okt
Op rustplekken erg gevoelig, daarbuiten minder. Afstand onbekend.
Lepelaar
Ondiep open water/Waddenzee. Foera-
Ondiep open water
Juni-sept
geert ook ‘s nachts Kleine Zwaan
Ondiep open water, landbouwgebied.
Zeer gevoelig voor verstoring, afstand onbekend
Ondiep open water
Okt-jan
60-250 m
Ondiep open water
Nov-feb
Gevoelig voor verstoring, af-
Foerageert ook ‘s nachts Wilde Zwaan
Ondiep open water, landbouwgebied. Foerageert ook ‘s nachts
stand onbekend
Kolgans
Cultuurgrasland
Ondiep open water
Okt-mrt
80-600 m
Dwerggans
Cultuurgrasland
Ondiep open water
Okt-nov, april
80-200 m
Grauwe Gans
Grasland op de platen, cultuurgrasland,
Ondiep open water
Juli-nov
50-150 m
landbouw, moeras Brandgans
Grasland op de platen, cultuurgrasland
Ondiep open water
Okt-april
100-200 m
Bergeend
Ondiep open water, grasland op de platen
Ondiep open water
Okt-juli
>100 m
Smient
Ondiep open water, cultuurgrasland Foe-
Ondiep open water
Sept-mrt
>100 m
Ondiep open water
Juni-okt
100-300 m
Ondiep water
Aug-dec, feb-april
100 m
Ondiep open water
Juni-feb
150 m
Ondiep open water
Sept-okt, jan, mrt, april
>100m
Ondiep open water=
Mrt-nov
300 m
rageert ook ‘s nachts Krakeend
Ondiep open water. Foerageert ook ‘s nachts
Wintertaling
Ondiep open water en slikkige gebieden. Foerageert ook ‘s nachts
Wilde eend
Ondiep open water, slikranden, grazige vegetaties. Foerageert ook ‘s nachts
Pijlstaart
Ondiep open water, natte pioniervegetaties. Foerageert ook ‘s nachts
Slobeend
Ondiep open water, slik, natte pioniervegetaties. Foerageert ook ‘s nachts
Tafeleend
Open water. Foerageert ook ‘s nachts
Open water
Aug-feb
300-400 m
Kuifeend
Open water. Foerageert ’s nachts en rust
Open water
Aug-april, juni
200-400 m
overdag. Brilduiker
Open water
Open water
Nov-april
300-500 m
Nonnetje
Open water
Open water
Dec-mrt
>300 m
Zeearend
Divers
Bos
Sept-mrt, juni=
Niet gevoelig
Meerkoet
Ondiep open water, grazige vegetaties
Ondiep open water
Juni-okt
50 m. Foeragerende en ruiende groepen kunnen gevoeliger zijn.
2017 | P17048 | Natuurtoets Rondje Lauwersmeer
31
Soort
Foerageergebied
Rustgebied
Periode waarin soort
Verstoringsafstand
vooral aanwezig is Kluut
Ondiep open water, slikkige delen
Ondiep open water
Mrt-aug
100-300 m, 500 m bij rustplaatsen
Bontbekplevier
Ondiep open water, slikkige delen
Ondiep open water
Mei-juni, aug-sept
100-300 m, 500 m bij rustplaatsen
Goudplevier
Grasland op de platen
Ondiep open water
Aug-mrt
100-500 m
Grutto
Ondiep open water, slikkige delen
Ondiep open water
Mrt-april, juni-juli
Gevoelig. 500 m op rustplaatsen
Wulp
Grasland op de platen, cultuurgrasland
Ondiep open water
Sept-nov, jan-april
400 m
Zwarte ruiter
Ondiep open water, slikkige delen
Ondiep open water
Juni-sept
Gevoelig. 500 m op rustplaatsen
Reuzenstern
(Ondiep) open water
(Ondiep) open water
Aug-sept
Gevoelig voor verstoring. Afstand niet bekend.
Tabel 7
Ecologische vereisten niet-broedvogels. Ministerie van LNV, 2008; Altenburg & Wymenga, Grontmij &
Vandertuuk, 2011
4.1.4 Knelpunten
• • • • • •
Op dit moment spelen de volgende knelpunten cq. (potentiële) bedreigingen in het Lauwersmeergebied (RVO, 2016): Star peilbeheer Bodemdaling door gaswinning Verzoeting Ontkalking en verzuring Te intensieve begrazing Verstoring door recreatie (vooral vaarrrecreatie) Star peilbeheer Het waterpeil van het Lauwersmeer wordt sinds lange tijd op een constant peil gehouden van -0,93 m NAP. Het getijdenverschil van eb en vloed is daardoor gereduceerd tot een zeer constant en relatief laag peil (RVO, 2016). Het bewaken van het streefpeil hangt af van de combinatie van de wateraanvoer uit het achterland en de spuimogelijkheden op de Waddenzee. De wateraanvoer wordt gestuurd door regenhoeveelheden. De afvoer uit het Lauwersmeer is afhankelijk van het waterpeil in de Waddenzee. Bij normale waterstanden in de Waddenzee wordt er tweemaal per dag gespuid en wordt het streefpeil eenvoudig gerealiseerd. Bij hoge waterstanden in de Waddenzee is dit minder eenvoudig en kan het waterpeil in het Lauwersmeer oplopen. In de praktijk schommelt het waterpeil in het Lauwersmeer merendeels rond de -0,93 m NAP en treden er kortdurende pieken op waarbij enkele malen per jaar een peil van -0,40 m NAP bereikt kan worden. Het stabiele en relatief lage peil betekenen dat de platen slechts incidenteel en gedurende korte tijd worden overstroomd. Er is weinig natuurlijke dynamiek.
Dit heeft gevolgen voor de moerasontwikkeling: het aanwezige landriet is slecht ontwikkeld en neemt in kwaliteit en areaal verder af. Het wordt ouder en verzuurt. Het stabiele peil leidt ook tot oevererosie, waardoor steile plaatranden ontstaan. Dit is negatief voor de ontwikkeling van oever- en waterriet (RVO, 2016). Bodemdaling door gaswinning (bedreiging) Het Lauwersmeergebied staat onder invloed van bodemdaling, veroorzaakt door gaswinning. Deze vindt sinds 1997 plaats bij Anjum en sindsdien op meer plekken. De maximale bodemdaling be-
32
2017 | P17048 | Natuurtoets Rondje Lauwersmeer
draagt 10 cm. In de voorspelde eindsituatie gaat men uit van een maximale daling van 18 cm bij Anjum (NAM, 2014; geciteerd in Kleefstra& De Boer, 2015). Op de platen en lobben in het Lauwersmeer vindt geen sedimentatie plaats die het effect van bodemdaling tegen kan gaan. Lokaal kan hierdoor de grondwaterstand dichter bij het maaiveld komen te staan en vernatting optreden. Dat kan lokaal leiden tot toename van de invloed van brak grondwater. Daarnaast kan het areaal laaggelegen, grazig terrein verschuiven en afnemen, wat een negatief effect op grondbroeders zoals sterns zou kunnen hebben. Vernatting kan leiden tot natte rietoevers en nat rietland in de laaggelegen delen van de platen verschuiven of uitbreiden. Dat is positief voor soorten als roerdomp en snor, maar kan negatief uitpakken voor soorten met een droger voorkeurshabitat, zoals de rietzanger. Voor soorten die in ondiepe zones foerageren en op iets hogere plekken in de omgeving broeden, zoals kluut, zou de bodemdaling kunnen leiden tot verlies van areaal van broedgebied. Dit zou bijvoorbeeld in Ezumakeeg kunnen optreden (Kleefstra& De Boer, 2015). Vooralsnog zijn er geen aanwijzingen dat de bodemdaling tot of op dit moment tot wezenlijk negatieve effecten op de Natura 2000-doelsoorten leidt. Verzoeting Sinds het Lauwersmeer is afgesloten van de Waddenzee in 1969 is er snel verzoeting opgetreden.
Het water heeft nu een overwegend licht brak karakter door menging van het zoete water met zoutwater dat binnenkomt bij het sluisbeheer en toestroomt door zoute kwel. De verzoeting van de zandplaten verliep langzamer dan de verzoeting van het meer. De verzoeting trad vooral op in de eerste 10-15 jaar na afsluiting. Het verzoetingsproces heeft nog niet overal plaatsgevonden. Nog steeds zijn er terreindelen met op geringe diepte brak grondwater. Hier worden nog steeds kweldervegetaties aangetroffen. Naar verwachting zullen er nog lange tijd enkele kernen met brakke zones en slikke delen aanwezig blijven (RVO, 2016). De verzoeting heeft op andere plekken grote invloed gehad op de vegetatie, waardoor zoutminnende soorten zijn verdwenen en op veel plekken riet zich heeft kunnen uitbreiden, gevolgd door struweel en bos (RVO, 2016). Ontkalking en verzuring De bodem van het Lauwersmeergebied is vrij kalkrijk en jong. Het ontkalkingsproces wat na afsluiting in gang is gezet is nog niet ver gevorderd. Binnen enkele decennia zullen de gevolgen van ontkalking wel duidelijker zichtbaar worden. De ontkalking is het gevolg van invloed van regenwater, aanvoer van verzurende stoffen door depositie en de beperkte inundatie door star peilbeheer. Verzuring treedt ook op door veroudering van rietlanden. In oude rietlanden en ruigten vindt stapeling van biomassa plaats door strooiselophoping.
Hierdoor ontstaat een zure bodemlaag bovenop de minerale bodem. Het riet gedijt niet goed onder deze omstandigheden. Het rietmoeras wordt minder vitaal, ruigtekruiden en struweel kan toenemen (RVO, 2016). Te intensieve begrazing Begrazing vindt sinds 1971 plaats in het Lauwersmeergebied, eerst op kleine schaal en vervolgens steeds uitgebreider. Begrazing wordt ingezet om verdere successie tegen te gaan en grazige vegetaties en rietland te behouden. In het noorden is eerder begrazing ingezet, waardoor het areaal grazige vegetaties hier groter is dan in het zuiden. In het noorden vindt vooral opslag plaats van duindoorns en kruipwilg, die door het vee niet aantrekkelijk worden gevonden. In het zuiden is de opslag beperkt gebleven, ook omdat er erg dichte rietvegetaties zijn ontstaan waarin ruigtekruiden, bomen en struweel weinig kans hadden. De veroudering van rietlanden zal leiden tot het opener worden van de vegetatie waardoor er in de toekomst meer verruiging en opslag te verwachten is (RVO, 2016). Hoewel de begrazing nodig is om de successie tegen te gaan, kan begrazing ook negatief uitpakken. Er is sprake van een gevoelig evenwicht. Veel van de Natura 2000 broedvogels verdragen begrazing slecht. Voor grondbroedende soorten kan begrazing in het broedseizoen tot vertrapping van nesten leiden. Dit gevaar is groter bij inzet van paarden dan bij inzet van runderen.
2017 | P17048 | Natuurtoets Rondje Lauwersmeer
33
Daarnaast kan de begrazing effecten hebben op de voedselbeschikbaarheid. Begrazing kan bijvoorbeeld leiden tot een afname van de muizendichtheid, wat een negatieve invloed kan hebben voor soorten als velduil en grauwe kiekendief (RVO, 2016). Te intensieve begrazing kan ook leiden tot afname van het areaal rietland, ruigte en struweel. Dit heeft zich o.a. voorgedaan op de Zoutkamperplaat. Dit heeft in ieder geval negatief uitgepakt voor paapje en rietzanger (Kleefstra & De Boer, 2015), maar mogelijk ook voor de bruine en grauwe kiekendief. Verstoring door recreatie (potentiële bedreiging) Het Lauwersmeergebied trekt 1,8 miljoen recreanten per jaar. Dit zijn onder andere wandelaars, vogelaars, fietsers, vaarrecreanten, kanoërs en kitesurfers. Incidenteel wagen recreanten zich op plekken waar zij niet mogen komen. Volgens dhr. Kloosterhuis van Staatsbosbeheer vormt dit momenteel geen groot knelpunt en gaat het om incidenten. Grote delen van het gebied zijn overigens vrijgesteld en vrij toegankelijk. Het gaat onder andere om de Blikplaat, Kollumerwaard en de Zoutkamperplaat (RVO, 2016; mededelingen J. Kloosterhuis, Staatsbosbeheer, 2016).
Figuur 8
Kitesurfgebied Lauwersmeer (RVO, 2016)
In het beheerplan wordt het waarborgen van voldoende rust wel als aandachtspunt benoemd, met name voor de vis- en waterplantenetende niet-broedvogels en de grondeleenden (RVO, 2016). Dit zal dan ook belangrijk zijn voor de toetsing van het Rondje Lauwersmeer, in het bijzonder wat betreft de maatregelen die zien op vaarrecreatie.
4.1.5 Instandhoudingsmaatregelen Er zijn drie herstelopgaven geformuleerd voor de eerste beheerplanperiode (RVO, 2016):
• Voldoende vitaal rietmoeras creëren als nodig is voor realisatie van de instandhoudingsdoelen; • In stand houden en ontwikkelen van slikkige pioniersituaties voor foeragerende en broedende vogels;
• Optimaliseren van het watersysteem van het Lauwersmeer als centrale positie tussen Waddenzee en achterland gericht op de functie van leefgebied en migratiemogelijkheden voor fauna (o.a. vis en vistrek). De samenhang met KRW doelen is hierbij nadrukkelijke in beeld. Onderzoek In de eerste beheerplanperiode wordt vooral ingezet op kennisvergaring over hoe de grootste knelpunten kunnen worden aangepakt. Het onderzoek richt zich in hoofdzaak op het waterbeheer. Onderdeel van het onderzoek is ook het uitvoeren van een proef met het peilbeheer aan het eind van de winter/in het vroege voorjaar (RVO, 2016). Deze proef had inmiddels al uitgevoerd moeten zijn, maar is uitgesteld naar 2018.
34
2017 | P17048 | Natuurtoets Rondje Lauwersmeer
Doel van het onderzoek is om te bepalen of het mogelijk is het waterbeheer aan te passen met als doel de dynamiek te laten toenemen. En met deze dynamiek de vitaliteit van de rietlanden te laten toenemen, het areaal waterriet te laten toenemen en slikkige terreindelen te behouden en te ontwikkelen (RVO, 2016). Daarnaast vindt er onderzoek plaats naar (RVO, 2016):
• de mogelijkheden voor het verbeteren van de mogelijkheden voor vismigratie, • optimalisatie van het waterbeheer in de vorm van vertraagde afvoer, • de herinrichting van Ezumakeeg-West • oorzaken voor de dalende trend van duikeenden in het Lauwersmeer • de effectiviteit van het afsluiten van rustgebieden voor de visserij ten aanzien van de verstoring van • • •
vogels het in beeld brengen van de voedselbeschikbaarheid voor de kleine zwaan de voedselbeschikbaarheid voor roofvogels en manieren om dit te optimaliseren de genetische samenstelling van riet
• • • •
Specifieke maatregelen De volgende specifieke maatregelen worden tijdens de eerste beheerplanperiode getroffen (RVO, 2016): Optimalisatie rietmaaien Optimalisatie begrazing Aanpassing markering vaarroute Stropersgat Herinrichting Bochtjesplaat Optimalisatie rietmaaien Er wordt cyclisch rietmaaibeheer ingesteld waarbij delen van het rietland eens in de twee tot acht jaar worden gemaaid. Dit wordt toegepast in de gebieden: Kollumerwaard, Kazerneweide, westzijde van de Schildhoek langs de Zoutkamperril en de noordzijde van de Ballastplaat. Dit is gunstig voor vogels van rietvegetaties (RVO, 2016). Momenteel vindt er geen rietbeheer plaats in de terreinen van Staatsbosbeheer (Kleefstra & De Boer, 2015). Optimalisatie begrazing Dit kan op verschillende manieren. De dichtheid van grazers kan worden verlaagd en lokaal kunnen delen uitgerasterd worden. Ook kan het moment van inscharing worden verlaat of dat er gedurende een paar jaren helemaal geen begrazing wordt ingezet. Ook dit is gunstig voor vogels van rietvegetaties en van ruigte. De maatregelen zijn vooral kansrijk (en nodig) op de Zoutkamperplaat en in Ezumakeeg-Oost (RVO, 2016). Aanpassing markering vaarroute Stropersgat Deze maatregel is bedoeld voor de kleine zwaan. Deze soort foerageert op schedefonteinkruid, vooral bij de Ballastplaat. Hij arriveert in de tweede helft van oktober in het Lauwersmeergebied.
Eind oktober kan in het Stropersgat nog veel verstoring optreden doordat de vaarroute dan nog gebruikt wordt. Om de verstoring te verminderen wordt uiterlijk op 15 oktober de betonning weggehaald en wordt de recreatievaart het gebied tussen de zuidelijke Ballastplaat en de Schoenerbult te mijden. Dit gebeurt op vrijwillige basis en wordt middels bebording aangegeven (RVO, 2016). Herinrichting Bochtjesplaat De Bochtjesplaat bestaat grotendeels uit grasland met een kade. Het gebied wordt ontpolderd, waarbij de kade sterk wordt verlaagd. Hierdoor kan het bij hoge waterstanden meer inunderen en kan het water langer worden vastgehouden. Het gebied wordt hierdoor geschikt voorde ontwikkeling van rietmoeras. Zie figuur 10.
2017 | P17048 | Natuurtoets Rondje Lauwersmeer
35
Figuur 9
Maatregelenkaart eerste beheerplanperiode Natura 2000 beheerplan Lauwersmeer (RVO, 2016)
Effectiviteit van de maatregelen Het onderzoek en de maatregelen die in de eerste beheerplanperiode worden uitgevoerd, zullen niet leiden tot realisatie van de instandhoudingsdoelen na de eerste beheerplanperiode. Daarvoor is er nog te veel onzekerheid en is nog onvoldoende duidelijk of en hoe het waterbeheer kan worden aangepast. Mogelijk leiden de maatregelen er wel toe dat verdere achteruitgang in de eerste beheerplanperiode wordt gestopt.
36
2017 | P17048 | Natuurtoets Rondje Lauwersmeer
Figuur 10
Herinrichting Bochtjesplaat. Bron: Staatsbosbeheer
2017 | P17048 | Natuurtoets Rondje Lauwersmeer
37
5 | Mogelijke effecten
5.1 Mogelijke effecten Natura 2000-waarden Als gevolg van de verschillende deelprojecten zouden de volgende effecten kunnen optreden: Aanlegfase
• Areaalverlies leefgebied • Versnippering leefgebied • Verstoring door geluid • Verstoring door licht • Optische verstoring • Mechanische effecten • Vermesting en verzuring door stikstofdepositie Gebruiksfase
• Verstoring door geluid • Optische verstoring • Verstoring door mechanische effecten • Verstoring door trilling • Verontreiniging • Verstoring door geluid en optische verstoring cumulatief door toename recreatie • Vermesting en verzuring door stikstofdepositie
5.2 Mogelijke effecten NNN De verschillende deelprojecten kunnen leiden tot de volgende effecten:
• Areaalverlies • Versnippering • Aantasting wezenlijke kenmerken: rust, openheid, kenmerkende soorten, bodemopbouw, waterhuishouding
5.3 Mogelijke effecten weidevogels Wat betreft de mogelijke effecten op weidevogels zijn alleen de ontwikkelingen in en rond de Bantpolder relevant. Er wordt mogelijk een nieuwe fietsroute met vogelkijkhut rond dit gebied gerealiseerd. In weidevogelgebieden mogen de rust en openheid niet worden aangetast. Er moet daarom worden onderzocht of de realisatie van het fietspad en de vogelkijkhut deze waarden kan aantasten.
2017 | P17048 | Natuurtoets Rondje Lauwersmeer
39
6 | Effectbeoordeling Natura 2000
6.1 Impact en invloedssfeer De deelprojecten die onderdeel zijn van het project Rondje Lauwersmeer verschillen wat betreft omvang, aard en mogelijke impact. In tabel 8 is daarom een tweedeling gemaakt in de verschillende deelprojecten, waarbij onderscheid is gemaakt tussen projecten met een geringe invloedssfeer en impact en projecten met een potentieel grotere invloedssfeer en impact. Deelproject
Geringe invloeds-
In potentie grotere
sfeer en impact
invloedssfeer en
Toelichting
impact Marboeien Entrees
X X
Impact vooral tijdens gebruiksfase Kortdurende aanlegfase (1 dag per locatie) en leidt op zichzelf niet tot wezenlijke toename recreatie
Dokkumer Nieuwe Zijlen
X
Projectgebied bevindt zich buiten Natura 2000-gebied en leidt op zichzelf niet tot wezenlijke toename recreatie
TOP Oostmahorn
X
Projectgebied bevindt zich buiten Natura 2000-gebied en leidt op zichzelf niet tot wezenlijke toename recreatie
Vogelwachter op z’n post
X
Mogelijke impact tijdens aanleg en gebruik
Heuvel van de Generaal
X
Mogelijke impact tijdens aanleg en gebruik
Comfort op de Strandweg
X
Mogelijke impact tijdens aanleg en gebruik
Natuur en recreatie in Zoutkamp
X
Mogelijke impact tijdens aanleg en gebruik
Nieuw fietspad op de Zoutkamper-
X
Mogelijke impact tijdens aanleg en gebruik
Masterplan Kollumeroord
X
Mogelijke impact tijdens aanleg en gebruik
Wandelpad Dokkumer Nieuwe Zijlen
X
Mogelijke impact tijdens aanleg en gebruik
plaat
– Ezumakeeg Wandelen vanuit Ezumakeeg
X
Kortdurende aanlegfase en leidt op zichzelf niet tot wezenlijke toename recreatie
Aanlegsteiger en vissteiger Oostma-
X
Mogelijke impact tijdens aanleg en gebruik
Fietspad Bantpolder
X
Mogelijke impact tijdens aanleg en gebruik
Schoollokaal Hoek van de Bant
X
Mogelijke impact tijdens aanleg en gebruik
horn
Beleefplekken (curvebanken)
X
Kortdurende aanlegfase (1 dag per locatie) en leidt op zichzelf niet tot toename recreatie
Dark Sky Park Tabel 8
X
Mogelijke impact tijdens aanleg en gebruik
Onderscheid deelprojecten Rondje Lauwersmeer wat betreft mogelijke invloedssfeer en impact
2017 | P17048 | Natuurtoets Rondje Lauwersmeer
41
6.2 Projecten met een geringe invloedssfeer en impact De volgende projecten hebben een geringe invloedssfeer en impact:
• Entrees • Dokkumer Nieuwe Zijlen • TOP Oostmahorn • Wandelen vanuit Ezumakeeg • Beleefplekken (curvebanken) Entrees Er wordt nieuwe bebording geplaatst op plekken waar men het Lauwersmeergebied binnenkomt. Er is sprake van een kortdurende aanlegfase (<1 dag per locatie) en de ingreep leidt op zichzelf niet tot een wezenlijke toename van de recreatie. Van areaalverlies van leefgebieden is geen sprake, de borden worden geplaatst in de berm. Met inachtneming van enkele voorwaarden (ook vanuit het soortbeschermingsregime) kunnen de entrees zonder verdere toetsing gerealiseerd worden. Het is uitgesloten dat hierdoor verslechtering van leefgebieden of significante verstoring optreedt. Voorwaarden:
• Aanleg buiten broedseizoen • Werken bij daglicht • Groeiplekken orchideeën ontzien (zorgplicht soortenbescherming) Dokkumer Nieuwe Zijlen De huidige parkeerplaats bij Dokkumer Nieuwe Zijlen wordt aangevuld met voorzieningen voor een TOP. De informatievoorziening over het Nationaal Park Lauwersmeer wordt geüpdate en in relatie tot de nabijgelegen ‘entree’ wordt de huidige bebording tegen het licht gehouden. Voorstel is om hier geen eigen ‘TOP-baken’ te plaatsen. Om de verbinding tussen Dokkumer Nieuwe Zijlen en het nabijgelegen Kollumeroord te versterken wordt een nieuwe wandelverbinding via de jachthaven Lunegat naar Kollumeroord gerealiseerd. Het projectgebied ligt buiten het Natura 2000-gebied.
Figuur 11
Ligging aan te leggen wandelpad Dokkumer Nieuwe Zijlen (provincie Groningen, 2017)
Het wandelpad bevindt zich buiten de begrenzing van het Natura 2000-gebied. Het gebied waar de route doorheen gaat heeft geen betekenis voor doelsoorten van Natura 2000-gebied Lauwersmeer. In dit projectgebied is al een parkeerplaats aanwezig. Realisatie van dit deelproject leidt op zichzelf niet tot een wezenlijke toename van de recreatie in het Natura 2000-gebied. Voor dit project is het niet nodig om voorwaarden te stellen vanuit de gebiedsbescherming; mogelijk is dit wel nodig vanuit de soortbescherming.
42
2017 | P17048 | Natuurtoets Rondje Lauwersmeer
TOP Oostmahorn Deze wordt gesitueerd op een parkeerterrein ten zuiden van Esonstad. Hier komt een kunstwerk met infopanelen. Het projectgebied ligt buiten het Natura 2000-gebied. Het project leidt op zichzelf naar verwachting niet tot een wezenlijke toename van de recreatie binnen het Natura 2000-gebied. Vanwege de ligging buiten de Natura 2000-begrenzing, is het niet nodig specifieke voorwaarden te stellen voor de aanlegfase.