CConstaterende datNoardeast-Fryslân
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 09 Aanvulling ecologisch onderzoek - Waterspitsmuis_A&W dec '21

It Beslút 10 februari 2022, gemeente Noardeast-FryslânBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Fietspad Súd Ie1.718 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aanvullend onderzoek naar de aanwezigheid van Waterspitsmuis langs de Suderie bij de Eanjumerkolken en bij de Jouswierpolder

A&W-notitie: 21-304

opdrachtgever

Gemeente Noardeast Fryslân

projectcode

21-304

Auteur(s)

S.F. Ward

status

Definitief

datum

9 december 2021

autorisatie kwaliteitscontrole uitvoerder

Afdelingshoofd: M. Koopmans Tegenlezer: E. Schut Altenburg & Wymenga ecologisch onderzoek bv Suderwei 2, 9269 TZ Feanwâlden Matrix II k1.08/1.09, 1098 XH Amsterdam Tel. 0511 474764, info@altwym.nl, www.altwym.nl

A&W-notitie 21-304 – Aanvullend onderzoek naar de aanwezigheid van Waterspitsmuis langs de Suderie bij de Eanjumerkolken en bij de Jouswierpolder

Inhoud

1 Inleiding 2 Methode aanvullend onderzoek 3 Resultaten 4 Effectbeoordeling 5 Conclusie Literatuur Bijlage 1 Beeldmateriaal Jouswierpolder Bijlage 2 Beeldmateriaal Eanjumerkolken

Referentie Ward, S.F. 2021. Aanvullend onderzoek naar de aanwezigheid van Waterspitsmuis langs de Suderie bij de Eanjumerkolken en bij de Jouswierpolder. A&W-notitie 21-304. Altenburg & Wymenga Ecologisch Onderzoek, Feanwâlden Omslagfoto: De sloot langs boezemkade waar het onderzoek is uitgevoerd. A&W, 2021 © Overname van gegevens uit deze notitie is toegestaan met bronvermelding.

1 2 4 5 6 7 8 9

A&W-notitie 21-304 – Aanvullend onderzoek naar de aanwezigheid van Waterspitsmuis langs de Suderie bij de Eanjumerkolken en bij de Jouswierpolder

1

1 Inleiding De Gemeente Noardeast Fryslân is voornemens om een fietspad te realiseren tussen Oostmahorn en Dokkum, Fryslân. In verband met de plannen is in 2021 een ecologische beoordeling uitgevoerd om de plannen te toetsen aan de vigerende natuurwetgeving (van der Heijden 2021). De conclusie van de beoordeling was dat de aanwezigheid van leefgebied van de Waterspitsmuis binnen het plangebied niet kon worden uitgesloten. Gemeente Noardeast Fryslân heeft aan Altenburg & Wymenga gevraagd aanvullend onderzoek uit te voeren naar de Waterspitsmuis. In deze notitie presenteren wij de resultaten van het onderzoek naar de Waterspitsmuis en worden de resultaten in het licht van de plannen beoordeeld volgens de ecologische wet- en regelgeving. In hoofdstuk 2 van dit rapport is de methodiek van de uitgevoerde onderzoeken opgenomen. Hoofdstuk 3 bevat de resultaten van de onderzoeken en in hoofdstuk 4 is de effectbeoordeling van de beoogde werkzaamheden op de aanwezige natuurwaarden gedaan. In hoofdstuk 5 zijn de conclusies van hoofdstuk 4 samengevat. Altenburg & Wymenga presenteert in dit rapport de resultaten van een onafhankelijk ecologisch onderzoek. Het ecologisch onderzoek spreekt zich niet uit over de wenselijkheid van het onderhavige plan of een bepaalde ontwikkeling. Landschappelijke, archeologische of cultuurhistorische waarden komen niet aan de orde.

Aan deze ecologische beoordeling kunnen geen rechten worden ontleend.

A&W-notitie 21-304 – Aanvullend onderzoek naar de aanwezigheid van Waterspitsmuis langs de Suderie bij de Eanjumerkolken en bij de Jouswierpolder

2 Methode aanvullend onderzoek Het onderzoek naar Waterspitsmuis is uitgevoerd door eerst de onderzoeksgebieden nader te beoordelen op geschiktheid als leefgebied van Waterspitsmuis. In het oostelijk deel van het plangebied is vervolgens onderzoek uitgevoerd met behulp van inloopvallen. Hieronder zijn de gebruikte onderzoeksmethodes in meer detail beschreven. Geschiktheid plangebied Tijdens het onderzoek is de aan- of afwezigheid van de Waterspitsmuis in het onderzoeksgebied onderzocht. De Waterspitsmuis is een soort die zich vestigt in waterrijke gebieden, langs schoon en niet al te voedselrijk water met flauw aflopende oevers. Een dichte watervegetatie en ruig begroeide oevers zijn daarbij belangrijk omdat de Waterspitsmuis een schuw dier is dat voldoende beschutting nodig heeft. Het plangebied bestaat uit twee delen: het westelijke deel ligt bij de Jouswierpolder en is weergegeven in figuur 2.1. Het oostelijke deel ligt langs de Eanjumerkolken en is weergegeven in figuur 2.2. Westelijk deel Het westelijke deel van het plangebied bestaat uit drie afzonderlijke delen van het tracé waar de oevers afgegraven zullen worden tijdens de aanleg van het fietspad (zie figuur 2.1). Deze drie locaties zijn (nog) in particulier bezit en de grondeigenaren hebben geen toestemming verleend voor het uitvoeren van muizenonderzoek.

In plaats daarvan hebben ecologen van Altenburg & Wymenga die gespecialiseerd zijn in Waterspitsmuis deze locaties nogmaals bezocht en zijn de oevers in kwestie nogmaals grondig geïnspecteerd (zie bijlage 1). Zoals te zien bestaat het westelijk plangebied uit een combinatie van gemaaide oevers, met her en der begroeiing bestaande uit Riet en bosschages. Bij een sloot is geen oeverbegroeiing aanwezig vanwege recente maaiwerkzaamheden. Oostelijk deel Het oostelijke deel van het plangebied betreft de slootoever aan de buitenzijde van de boezemkade langs de Suderie (zie figuur 2.2). Aan de overkant van de Suderie ligt het natuurgebied de Eanjumerkolken. De sloot grenst aan de zuidzijde aan de eerdergenoemde boezemkade en aan de noordzijde aan een agrarisch weidelandschap. De slootoever is vóór de onderzoeksperiode geschoond (zie bijlage 2). Langs de oevers van de sloot stonden brede rietvegetaties, aan de binnenzijde van de boezemkade staan deze rietvegetaties nog steeds. Hieronder wordt beschreven op welke wijze het aanvullend onderzoek is uitgevoerd. Onderzoek met inloopvallen Altenburg & Wymenga maakt bij de inventarisatie van muizen gebruik van de onderzoeksmethode van Bergers & La Haye (2000). Dit is de in Nederland als ‘standaard’ beschouwde methode, die door het ministerie van EZ wordt aanbevolen.

Op geschikte locaties van watergangen (oevers, natte rietlanden, sloten, ruigten) worden vallen (life-traps) uitgezet. De life-traps zijn paarsgewijs geplaatst in raaien van ongeveer 100 meter lang. Er zijn 4 raaien met 20 inloopvallen geplaatst in het oostelijk deel van het plangebied, in totaal 80 inloopvallen (zie voor locaties figuur 2.2). Het muizenonderzoek vindt plaats in het najaar (periode half augustus tot eind november), omdat dan de trefkans het hoogste is door de aanwas van de juveniele muizen.

A&W-notitie 21-304 – Aanvullend onderzoek naar de aanwezigheid van Waterspitsmuis langs de Suderie bij de Eanjumerkolken en bij de Jouswierpolder

3

De vallen zijn op 19 november 2021 geplaatst en drie dagen opengezet (het zogenaamde prebaiten, bedoeld om de vangkans te vergroten). Op 22 november 2021 zijn de inloopvallen op scherp gezet en vervolgens gedurende een periode van twee dagen in de ochtend en avond gecontroleerd. In totaal ging het om 4 controlemomenten. Op 24 november 2021 zijn de vallen weer opgehaald. Tabel 2.1. Omstandigheden per onderzoekronde.

Ronde 1 Ronde 2 Ronde 3 Ronde 4

Datum 22-11 23-11 23-11 24-11

Tijdstip 20:20 08:10 20:10 08:45

Weersomstandigheden Temp.± 5 °C, droog, windkracht 2 NW, bewolking 5/8 Temp.± 9 °C, motregen, windkracht 3 NW, bewolking 5/8 Temp.± 8 °C, droog, windkracht 2 NW, bewolking 4/8 Temp.± 8 °C, droog, windkracht 3 ZW, bewolking 8/8

Figuur 2.1 Locaties van de drie geïnspecteerde onderzoeksgebieden bij de Jouswierpolder.

Figuur 2.2 Locaties van de vier uitgezette raaien met muizenvallen bij de Eanjumerkolken.

A&W-notitie 21-304 – Aanvullend onderzoek naar de aanwezigheid van Waterspitsmuis langs de Suderie bij de Eanjumerkolken en bij de Jouswierpolder

3 Resultaten In dit hoofdstuk worden de resultaten besproken per deel van het onderzoeksgebied. Westelijk deel In bijlage 1 zijn foto’s weergegeven van de drie delen van het tracé die samen het westelijk deel van het onderzoeksgebied vormen. Zoals is beschreven in hoofdstuk 2 is de Waterspitsmuis een soort die een goed ontwikkelde oevervegetatie nodig heeft. Daarnaast zijn ruig begroeide oevers essentieel voor de soort om zich in te verschuilen. De oevers van de watergang moeten flauw zijn. In het onderzoeksgebied zijn de oevertaluds veelal steil en is de oeverbegroeiing (mits deze niet gemaaid is) beperkt aanwezig en voldoet het biotoop in het onderzoeksgebied niet aan de voorwaarden die de Waterspitsmuis stelt aan zijn habitat. Om die reden werd onderzoek met behulp van inloopvallen hier niet nodig geacht. Oostelijk deel In het oostelijk deel is wel geschikt leefgebied voor Waterspitsmuis aanwezig, door de aanwezigheid van flauwe oevers met een goed ontwikkelde oeverbegroeiing (zie bijlage 2). Om die reden is hier onderzoek uitgevoerd met behulp van inloopvallen. In tabel 3.1 zijn de resultaten van het muizenonderzoek in het oostelijk deel van het plangebied weergegeven. De Waterspitsmuis werd niet aangetroffen binnen het plangebied. Wel kwam er op twee locaties veel Dwergmuis voor. Verder zijn ook de Veldmuis en Bosspitsmuis enkele keren aangetroffen.

Opvallend was dat er in raai 2 geen muizen gevangen zijn gedurende het gehele onderzoek. Tabel 3.1. Overzicht vangsten per raai.

raai 1

raai 2

raai 3

raai 4

totaal

13

-

-

5

18

Veldmuis

-

-

2

-

2

Bosspitsmuis

1

-

1

-

2

Waterspitsmuis

-

-

-

-

0

Totaal

14

0

3

5

22

Dwergmuis

A&W-notitie 21-304 – Aanvullend onderzoek naar de aanwezigheid van Waterspitsmuis langs de Suderie bij de Eanjumerkolken en bij de Jouswierpolder

5

4 Effectbeoordeling De volgens artikel 3.10 Wnb beschermde en niet vrijgestelde Waterspitsmuis werd binnen het oostelijke plangebied niet aangetroffen. Na een nadere inspectie is gebleken dat het westelijke deel van het plangebied niet geschikt is als leefgebied van Waterspitsmuis. Door uitvoering van de plannen zal geen leefgebied van deze soort worden aangetast. Ten aanzien van de Waterspitsmuis ontstaat door uitvoering van de plannen geen conflict met de Wet natuurbescherming. Binnen het westelijk deel van het plangebied zijn wel soorten aangetroffen die volgens artikel 3.10 Wnb beschermd worden maar waarvoor de Provincie Friesland vrijstelling heeft verleend, namelijk Dwergmuis, Bosspitsmuis en Veldmuis. Door uitvoering van de plannen wordt er mogelijk leefgebied van deze soorten aangetast. Op deze soorten is dan ook de Zorgplicht van toepassing.

A&W-notitie 21-304 – Aanvullend onderzoek naar de aanwezigheid van Waterspitsmuis langs de Suderie bij de Eanjumerkolken en bij de Jouswierpolder

5 Conclusie Het plangebied vormt het leefgebied van Dwergmuis, Veldmuis en Bosspitsmuis, de beoogde werkzaamheden veroorzaken geen conflict met de Wet natuurbescherming mits de Zorgplicht in acht genomen wordt. Het plangebied vormt geen leefgebied van de Waterspitsmuis. Door uitvoering van de plannen ontstaat geen conflict met de Wet natuurbescherming ten aanzien van deze soort.

A&W-notitie 21-304 – Aanvullend onderzoek naar de aanwezigheid van Waterspitsmuis langs de Suderie bij de Eanjumerkolken en bij de Jouswierpolder

Literatuur Bergers, P.J.M. & M. La Haye 2000. Kleine zoogdieren betrouwbaarder en efficiënter inventariseren. De Levende Natuur 101 (2): 52-58. Heijden, E. van der 2021. Ecologische beoordeling realisatie fietspad Súd Ie. A&W-rapport 20-432. Altenburg & Wymenga Ecologisch Onderzoek, Feanwâlden. Websites • NDFF • Zoogdiervereniging

7

A&W-notitie 21-304 – Aanvullend onderzoek naar de aanwezigheid van Waterspitsmuis langs de Suderie bij de Eanjumerkolken en bij de Jouswierpolder

Bijlage 1 Beeldmateriaal Jouswierpolder

A&W-notitie 21-304 – Aanvullend onderzoek naar de aanwezigheid van Waterspitsmuis langs de Suderie bij de Eanjumerkolken en bij de Jouswierpolder

Bijlage 2 Beeldmateriaal Eanjumerkolken

9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=noardeastfryslan&id=9c466b3d-987d-4bca-994a-8df1c769c50f