Bestemmingsplan Dokkum - Bedrijventerrein Betterwird 3 fase 2 (14-12-2022)
Tekst van het document
Signed By: Dijkstra, Sytze <s.dijkstra@noardeast-fryslan.nl> 29/01/2023 12:10:38 CET Id: 0603b835-b161-4f79-a438-c2e9b2291f19 Auth: Scribble
bestemmingsplan
Dokkum - Bedrijventerrein Betterwird 3, fase 2 Noardeast-Fryslân
DATUM IMRO IDN
05-12-2022 NL.IMRO.1970.BpDkBetterwirdfas2-VA01
PROJECT PROJECTLEIDER
bestemmingsplan Dokkum - Bedrijventerrein Betterwird 3, fase 2 T. de Jong
OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER
Gemeente Noardeast-Fryslân 20210507
AUTEUR STATUS
E. Venema / T. de Jong vastgesteld
Inhoudsopgave
Toelichting
6
Hoofdstuk 1
Inleiding
7
1.1
Aanleiding
7
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
7
1.3
Planologische regeling
8
1.4
Leeswijzer
9
Hoofdstuk 2
De visie en het plan
10
2.1
De uitgangssituatie
10
2.2
Voorgenomen ontwikkeling
12
2.3
Ruimtelijke kwaliteit
18
2.4
Duurzaamheid
20
Hoofdstuk 3
Beleidskader
21
3.1
Rijksbeleid
21
3.2
Provinciaal beleid
22
3.3
Gemeentelijk beleid
27
Hoofdstuk 4
Omgevingsaspecten
30
4.1
Mer-beoordeling
30
4.2
Geluid
30
4.3
Bedrijven en milieuzonering
33
4.4
Water
35
4.5
Bodem
39
4.6
Archeologie
40
4.7
Cultuurhistorie
44
4.8
Ecologie
45
4.9
Externe veiligheid
46
4.10
Verkeer
47
4.11
Luchtkwaliteit
48
4.12
Kabels leidingen en zoneringen
49
Juridische regeling
51
5.1
Algemeen
51
5.2
Toelichting op de bestemmingen en gebiedsaanduidingen
51
Hoofdstuk 5
3/504
Hoofdstuk 6
Uitvoerbaarheid
54
6.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
54
6.2
Economische uitvoerbaarheid
54
Bijlagen bij de toelichting
55
Bijlage 1
Stedenbouwkundig ontwerp
57
Bijlage 2
Profielen
59
Bijlage 3
Beeldkwaliteitsplan
61
Bijlage 4
Vormvrije mer-beoordeling
105
Bijlage 5
Akoestisch onderzoek uitbreiding gezoneerd industrieterrein
141
Bijlage 6
Archeologisch onderzoek
269
Bijlage 7
Archeologisch vervolgonderzoek
315
Bijlage 8
Ecologische beoordeling
341
Bijlage 9
Actualisatie ecologische beoordeling
353
Bijlage 10
Stikstofonderzoek
373
Bijlage 11
Advies externe veiligheid
403
Bijlage 12
Reactienota overleg en inspraak
415
Bijlage 13
Reactienota zienswijzen
441
Regels Hoofdstuk 1
457 Inleidende regels
458
Artikel 1
Begrippen
458
Artikel 2
Wijze van meten
464
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels
465
Artikel 3
Agrarisch - Cultuurgrond
465
Artikel 4
Bedrijventerrein
467
Artikel 5
Groen
471
Artikel 6
Verkeer
473
Artikel 7
Water
474
Artikel 8
Leiding - Hoogspanningsverbinding
475
Artikel 9
Waarde - Reliëf
477
4/504
Artikel 10
Waterstaat - Waterkering
478
Algemene regels
480
Artikel 11
Anti-dubbeltelbepaling
480
Artikel 12
Algemene bouwregels
481
Artikel 13
Algemene gebruiksregels
482
Artikel 14
Algemene aanduidingsregels
483
Artikel 15
Algemene afwijkingsregels
484
Artikel 16
Overige regels
486
Overgangs- en slotregels
487
Artikel 17
Overgangsrecht
487
Artikel 18
Slotregel
488
Hoofdstuk 3
Hoofdstuk 4
Bijlagen bij de regels Bijlage 1 Verbeelding
5/504
491 Bedrijvenlijst
493 503
Toelichting
6/504
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Gemeente Noardeast-Fryslân wil de positie van regiostad Dokkum, als aantrekkelijke vestigingsplaats voor (middelzware en zware) bedrijvigheid, versterken en uitbouwen. Een verdere uitbreiding van het gezoneerde bedrijventerrein Betterwird is hiervoor de aangewezen locatie. De laatste uitbreiding van Betterwird (Betterwird 3, fase 1a) is op dit moment volledig uitverkocht. Daarom is het plan opgevat om het bedrijventerrein uit te breiden. Voor de doorontwikkeling van Betterwird 3 is een actuele visie gemaakt. Deze visie gaat uit van een afronding van het bedrijventerrein in 2 nieuwe fasen, namelijk fase 2 en 3. Kwantitatief geldt het Convenant Bedrijventerreinen Noordoost Fryslân 2022-2035 als uitgangspunt voor de uit te geven oppervlakte aan bedrijfskavels. Kwalitatief is de totstandkoming van een zorgvuldige stadsafronding van Dokkum en landschappelijke inpassing van het bedrijven en belangrijk uitgangspunt. De ontwerpopgave is om deze twee uitgangspunten bij elkaar te brengen. Dit bestemmingsplan vormt het juridisch-planologisch kader waarbinnen de uitbreiding van Betterwird 3 met fase 2 mogelijk wordt gemaakt waarbij het bestaande bedrijventerrein in zuidelijke en westelijke richting wordt uitgebreid. Aansluitend hierop voorziet het plan ook in de aanpassing van de geluidzone van het bedrijventerrein, waarbij wordt geanticipeerd op de afronding van Betterwird.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Betterwird Fase 2 vindt plaats aan de zuidzijde en de westzijde van het bedrijventerrein, aansluitend op de Hendoweg en de Havelandoweg. Dit zijn in de huidige situatie hoofdzakelijk agrarische gronden. Dat geldt ook voor het gebied binnen het plangebied van dit bestemmingsplan, waar de geluidzone wordt aangepast. Het plangebied bestaat tenslotte uit twee bestaande bedrijfspercelen aan de Damzijl en de Terp en een bestaand bedrijfsperceel op het bestaande deel van Betterwird aan de Havelandoweg. De ligging en begrenzing van het plangebied is aangegeven in figuur 1.1.
7/504
Figuur 1.1
1.3
De ligging van het plangebied
Planologische regeling
Het plangebied is grotendeels geregeld in het bestemmingsplan Dokkum Regiostad, waarin de gronden overwegend de bestemming 'Agrarisch' hebben. Een deel van de aan te passen geluidzone valt onder de regeling van het bestemmingsplan Bûtengebiet Dongeradeel (inclusief herzieningen), waarin de bestemming overwegend 'Agrarisch' is. In figuur 1.2 zijn de huidige bestemmingen weergegeven.
8/504
Figuur 1.2
1.4
De huidige bestemmingen van het plangebied
Leeswijzer
Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving gegeven van de huidige situatie, de gewenste ontwikkelingen en ruimtelijke inpassing daarvan en de vertaling naar uitgangspunten voor het bestemmingsplan. In hoofdstuk 3 worden de uitgangspunten getoetst aan het, voor het plan relevante, beleid op de verschillende niveaus. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de omgevingsaspecten. In hoofdstuk 5 wordt het juridische systeem toegelicht. Ten slotte worden in hoofdstuk 6 de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid van het plan besproken.
9/504
Hoofdstuk 2 2.1
De visie en het plan
De uitgangssituatie
2.1.1 Achtergrond Het bedrijventerrein Betterwird is een voor de regio belangrijk bedrijventerrein dat ruimte biedt voor onder andere zware bedrijvigheid. Betterwird wordt in de Structuurvisie Bundelingsgebied Regiostad Dokkum aangeduid als grootschalig bedrijventerrein. In deze Structuurvisie is de keuze gemaakt om, nadat de bestaande bedrijventerreinen vol zijn en geherstructureerd, nieuwe ruimte voor bedrijven te maken door het bedrijventerrein Betterwird uit te breiden. Deze uitbreiding vindt gefaseerd plaats onder de noemer Betterwird 3. In 2012 is voor fase 1 van Betterwird 3 een bestemmingsplan vastgesteld. Daarin is al een doorkijk gegeven naar de vervolgfase, waarbij rekening is gehouden met een afronding van de stadsrand en de eventuele komst van een westelijke rondweg tussen de Lauwersseewei en de Holwerderweg. 2.1.2 Ruimtelijke analyse Aan de westzijde van Dokkum is al lange tijd bedrijvigheid aanwezig. Historisch concentreerde dit zich vooral rond de Dokkumer Ee. Betterwird is sinds de jaren '70 in ontwikkeling. Dit begon tussen de Rondweg-West, aan de zuidzijde van de Dokkumer Ee, en vervolgde in de jaren '80 met de planmatige ontwikkeling vanuit de Holwerderweg, aan de Fortuinweg en de Oostergoweg. De ontwikkeling van Betterwird 3, fase 1, is als een schil om deze bedrijven heen gelegd, aan de nieuwe Havelandoweg en een verlening van de Hendoweg.
Op het bedrijventerrein zijn geluidzoneringsplichtige bedrijven toegestaan. Rondom het terrein is om deze reden een geluidzone voor industrielawaai van kracht. De toegestane milieucategorieën zijn afgestemd op de afstand tot gevoelige functies (zoals woningen) buiten het bedrijventerrein. Langs de Dokkumer Ee gaat het om bedrijven uit milieucategorie 2 en 3 en in het overige gebied milieucategorie 4.1 en 4.2. Het bedrijventerrein grenst aan het open agrarisch gebied. Hier ligt vooral grasland, waarin enkele solitaire erven liggen. Langs de Holwerderweg ligt het buurtschap Bornwird, waar enkele woningen en een agrarisch bedrijf aanwezig zijn. Aan de zuidzijde van het plangebied is de Dokkumer Ee aanwezig. Deze vaart is een kenmerkend element in het landschap en voor Dokkum en de regio van toeristisch-recreatief belang. De Dokkumer Ee maakt ook deel uit van de Elfstedenroute. Het gebied is gevormd door de getijdengeul van het Peazenssysteem, die grofweg van het dorp Peazens tot aan Wânswert gelopen heeft. De getijdengeul heeft lange tijd slib en ander materiaal afgezet op de oevers, waardoor er kwelder- en oeverwallen zijn gevormd. Later zijn veelal ter plaatse van de oeverwallen dijken aangelegd die bescherming boden tegen de invloeden van de zee. Om dezelfde reden werden boerderijplaatsen verhoogd aangelegd.
Het landschap kenmerkt zich door een grote openheid (weidegebied) met een grillige verkaveling en vooral geconcentreerd rond en in de dorpen en rond de boerderijplaatsen opgaande beplanting. Karakteristiek is het fijnmazig systeem van greppels die zich op de percelen bevinden. Dit 'greppeltjesland' werd aangelegd voor een betere ontwatering en draagkracht van de percelen. De aanwezige landschappelijke kwaliteiten zijn de oude loop van de Peazens (later vergraven tot de Dokkumer
10/504
Ee) en de daarbij behorende restanten van oeverwallen en vroege bedijkingen, oude boerderijpleatsen, en greppeltjesland en het jaagpad. De nieuwe uitbreiding houdt afstand van de Dokkumer Ee om zo de ruimtelijke kwaliteit van de vaarroute en het cultuurhistorisch waardevolle landschap van het Peazenssysteem te behouden. Een luchtfoto van het plangebied en omgeving is weergegeven in figuur 2.1.
Figuur 2.1
Luchtfoto plangebied en omgeving
Ten westen en zuiden van het plangebied zijn enkele woonpercelen en (agrarische) bedrijfspercelen aanwezig waarbij op het perceel De Keegen 4 te Bornwird ook een theetuin en een mini-camping aanwezig is.
11/504
2.2
Voorgenomen ontwikkeling
2.2.1 Visie en fasering De gronden binnen Betterwird 3, fase 1 zijn inmiddels uitgegeven of in optie. Daarom wordt een vervolg gegeven aan de ontwikkeling van het bedrijventerrein. Binnen het Convenant Bedrijventerreinen Noordoost Fryslân 2022-2035 is ruimte voor een plancapaciteit van 10 hectare netto bedrijventerrein die direct bij recht mogelijk worden gemaakt. De uitbreiding in fase 2 omvat een zuidelijk en een westelijk deel. Het zuidelijke deel van fase 2 beslaat bruto ongeveer 9 hectare, waarvan 6 hectare als netto uitgeefbaar terrein kan worden uitgegeven. Het westelijke deel van fase 2 omvat ongeveer 7 hectare terrein, waarvan 4 hectare op termijn uitgegeven kan worden. Beide delen van fase 2 worden in dit bestemmingsplan 'bij recht' mogelijk gemaakt. Voor de doorontwikkeling van Betterwird 3 is een stedenbouwkundig ontwerp gemaakt. Naast een uitbreiding met fase 2 (die dit bestemmingsplan mogelijk maakt) gaat dit ontwerp ook uit van een afronding van het bedrijventerrein met een toekomstige fase 3 in westwaartse richting. De vormgeving van de rand van het bedrijventerrein refereert aan de geschiedenis van de Dokkum als vestingstad en de bolwerken rondom de binnenstad. De bestaande wegenstructuur wordt voortgezet en er wordt geanticipeerd op de mogelijke komst van een westelijke rondweg.
De stadsrand krijgt een groen karakter dat voor een passende landschappelijke inpassing zorgt. Door een beperking in bouwhoogte in de randen wordt een 'zachter' bebouwingsbeeld vanuit het omliggende landschap bereikt. Om de groene randen heen worden een forse oppervlakte water aangelegd, dat een toekomstbestendig en klimaatadaptief stedelijk gebied waarborgt en tevens gebruikt wordt ten behoeve van de watercompensatie-opgave. De wegenstructuur is voorzien van een laanbeplanting, die ervoor zorgt dat ook tussen de fasen van ontwikkeling sprake is van een verantwoorde landschappelijke afronding. Het beoogde, voorlopige, eindbeeld van Betterwird 3 is weergegeven in figuur 2.2.
12/504
Figuur 2.2
Voorlopig eindbeeld van Betterwird 3
Fase 3 wordt in dit bestemmingsplan niet geregeld. Dit gebied heeft een oppervlakte van circa 11 hectare, waar nog voorzien kan worden in ongeveer 7 hectare netto bedrijventerrein. 2.2.2 Betterwird fase 2 Dit bestemmingsplan maakt fase 2 van Betterwird 3 bij recht mogelijk. Deze fase omvat de ontwikkeling van 6 hectare netto (uitgeefbaar) bedrijventerrein aan de zuidzijde van de Hendoweg. De inrichting van fase 2 is weergegeven in figuur 2.3.
13/504
Figuur 2.3
Inrichting fase 2
Het complete stedenbouwkundig ontwerp voor fase 2 is ook opgenomen in 1. Het inrichtingsprincipe van het zuidelijke deel van fase 2 is meer gedetailleerd weergegeven in figuur 2.4, die van het westelijke deel in figuur 2.5. Qua functionele uitgangspunten en bouwmogelijkheden wordt aangesloten bij het de eerdere fasen van Betterwird. In de eerste 70 meter van de kavels (gearceerde zone) geldt wel een beperking in de bouwhoogte (10 meter in plaats van 15 meter). Fase 2 voorziet in bedrijfskavels voor bedrijven tot en met milieucategorie 4.2 (onderverdeeld in een deel waar maximaal 4.2 is toegestaan, een deel waar maximaal 4.1 is toegestaan en een deel waar maximaal 3.2 is toegestaan). Deze mogelijkheid is afgestemd op de bestaande milieugevoelige functies in de omgeving waarbij de milieucategorie in westwaartse richting oploopt. Hierop wordt in paragraaf 4.3 ingegaan. Rondom het uit te geven terrein wordt een nieuwe ontsluitingsweg aangelegd, die logisch aansluit op de bestaande wegen. Het plan voorziet verder in losliggende fietspaden, die waar mogelijk om de groene inpassing van het terrein heen liggen. Op die manier worden fietsers vanaf de fietsroute langs de Dokkumer Ee niet over het bedrijventerrein heen, maar er juist omheen geleid.
14/504
Figuur 2.4
15/504
Inrichting zuidelijk deel fase 2
Figuur 2.5
Inrichting westelijk deel fase 2
Per zijde van het nieuwe deel van het bedrijventerrein gelden afzonderlijke uitdagingen voor de ruimtelijke inpassing van het terrein. Hiervoor zijn profielen uitgewerkt. Langs de westzijde (D) van het zuidelijke deel is het van belang om een landschappelijke afronding te realiseren. Er wordt hier gebruik gemaakt van een dubbele bomenrij (laanbeplanting) die langs alle hoofdroutes wordt aangebracht. Deze bomenrij versterkt de ruimtelijke kwaliteit op het bedrijventerrein en vormt tijdelijk een zachte rand langs het terrein. Deze wordt aangevuld met een lagere houtsingel, die samen met de bomenrij een meer gesloten beeld vormt. Binnen de houtsingel komt een route voor fietsers en wandelaars. De zuidelijke rand en de westelijke randvormen de landschappelijke afronding van het bedrijventerrein. Dit profiel (C en F) bestaat uit een combinatie van een grondwal met bomen en een brede watergang met natuurvriendelijk oevers. Tussen het groen en het water wordt een fiets-/wandelpad aangelegd. De weg die rond het zuidelijke deel loopt zal, op een hoogte van 0,60 á 0,70 m +NAP de nieuwe regionale boezemkering vormen (zie hiervoor ook paragraaf 4.4). De locatie waar de nieuwe regionale kering komt is voorzien van een dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering' op dit te waarborgen. In paragraaf 5.2 is dit nader beschreven.
De oostelijke rand grenst aan toekomstige watergebonden bedrijvigheid. Hier ligt een bovengrondse leidingenstrook van Tennet. In het profiel (04) is hiermee rekening gehouden door een strook aan de westzijde
16/504
van de weg groen te houden en te beplanten met struweel. Hier wordt geen opgaande beplanting voorzien en toegestaan zoals de aanplant van bomen. Het noordelijk profiel (00) van het zuidelijke deel wordt gekenmerkt door een brede berm (5 meter) aan weerszijden van de rijbaan, waar een bomenrij wordt aangeplant. De volledige profielen zijn ook opgenomen in Bijlage 2. Om te zorgen voor een goede aansluiting met het bestaande deel van het bedrijventerrein aan de noordzijde van het plangebied is het bestaande deel van het bedrijventerrein ten westen van de Havelandoweg ook meegenomen in het plangebied. 2.2.3 Aanpassing watergebonden bedrijf Aan de oostzijde van het zuidelijke uitbreidingsdeel ligt een kavel voor watergebonden bedrijvigheid. Hierbij mogen op grond van het bestemmingsplan Dokkum Regiostad bedrijfswoningen worden gebouwd. Er ligt een concreet initiatief voor een invulling met boothuizen. Hiermee ontstaan enkele kleine afwijkingen van het bestemmingsplan Dokkum Regiostad. Het gaat om een kleine overschrijding van het bouwvlak en om de aanleg van water buiten de aanduiding 'water'. Daarnaast is het, mede met het oog op de ontwikkeling van zware bedrijvigheid binnen fase 2, niet gewenst om hier bedrijfswoningen te realiseren. Aangezien dit ook niet wordt beoogd, is ervoor gekozen deze mogelijkheden op de kavel te schrappen.
Dit bestemmingsplan voorziet op deze kavel in de volgende aanpassingen: aanpassing bouwvlak (zuidoosthoek); ondergeschikt mogelijk maken van water overal binnen de bestemming 'bedrijventerrein'; schrappen aanduiding 'bedrijfswoning'; terugbrengen maximale milieucategorie van 3.2 naar 3.1; Het hoekje tot aan de Dokkumer Ee krijgt de bestemming 'Groen'. 2.2.4 Aanpassing geluidzone De gemeente wil op Betterwird een grote variëteit aan bedrijven toestaan, waaronder bedrijven die relatief veel lawaai maken. Daarom is het huidige bedrijventerrein een geluidgezoneerd industrieterrein. Rondom het bedrijventerrein Betterwird ligt een geluidzone op grond van artikel 53 van de Wet geluidhinder. Deze zone bepaalt waar de geluidbelasting van alle bedrijven samen maximaal 50 dB(A) mag zijn. Dat is de grens van de geluidzone. Het uitbreiden van het gezoneerde industrieterrein maakt het mogelijk om meer bedrijven binnen het gezoneerde industrieterrein te vestigen. Deze komen ook dichter bij de grens van de huidige geluidzone. De Fryske Utfieringstsjinst Miljeu en Omjouwing (FUMO) heeft onderzoek uitgevoerd naar toekomstige mogelijke geluidemissie van het terrein, waarbij is uitgegaan van de ontwikkeling van de complete fase 2, waarvoor dit bestemmingsplan een planologisch kader vormt. Dit onderzoek is opgenomen in Bijlage 5.
Hieruit wordt geconcludeerd dat de geluidzone aan de westzijde uitgebreid moet worden en dat de geluidzone aan de zuidzijde kleiner kan worden. Dit bestemmingsplan regelt daarom tevens de aanpassing van de geluidzone. Hierop wordt in paragraaf 4.2 ingegaan. Er liggen geen woningen of andere geluidgevoelige objecten in dit deel van de geluidzone.
17/504
Wel is in het bestaande deel van de geluidzone ten zuidoosten van de beoogde uitbreiding ter plaatse van de Terp (kadastraal nummer E1064) in het geldende bestemmingsplan een mogelijkheid voor een bedrijfswoning opgenomen waarvoor nog geen toereikende hogere waarde geldt. Om het industrieterrein te kunnen benutten en de bestaande bedrijven niet te beperken in hun mogelijkheden, is het nodig om een hogere waarde bij deze bestemming vast te stellen van 55 dB(A) etmaalwaarde. Om deze reden is dit perceel in het plangebied meegenomen.
2.3
Ruimtelijke kwaliteit
Dit bestemmingsplan maakt een uitbreidingslocatie in het landelijk gebied mogelijk. In de structuurvisie 'Grutsk op 'e Romte' heeft de provincie Fryslân het belang dat zij hecht aan een goede verankering van ontwikkelingen in het landschap aangegeven. Grutsk legt bepaalde kernkwaliteiten vast die de provincie van provinciaal belang acht. Het is van belang dat een ontwikkeling zich niet alleen voegt, maar ook, waar mogelijk, bijdraagt aan deze kernkwaliteiten. Volgens de verbeelding van de structuurvisie ligt het plangebied in het kleigebied Oostergo. Vooral de weerslag van de invloed van de oude en nieuwe dynamiek van de zee is van belang. Deze is zichtbaar in de ligging van de dorpen, de waterlopen, kwelder-, oever- en overslagwallen en de verkavelingsrichting. Voor dit plan zijn vooral de relatie van het landelijk gebied en de waterloop Dokkumer Ee tot de stadsrand van Dokkum relevant. Met het afstand houden tot de Dokkumer Ee wordt de oude loop van de Ee bewaard. Ook blijven de oeverwallen c.q. de oude dijklichamen bewaard en dragen ze hierdoor bij aan de landschappelijke inpassing van het bedrijventerrein. In de stadsrandvisie It Nije Bolwurk, die een uitwerking van de structuurvisie uit 2008 is, wordt hier richting aan gegeven. Deze visie is een product van intensieve samenwerking van gemeente en provincie.
Het is een visie op de stadsrandzones van Dokkum, op de overgang van stad naar landschap (en andersom). De visie beschrijft de bestaande situatie en geeft streefbeelden voor toekomstige ontwikkelingen in de stadsrandzone. Er ligt een ontwerpopgave (hoge ruimtelijke kwaliteit) voor de uitbreiding en afronding van Betterwird en de Westelijke Rondweg Dokkum. Betterwird is hierin benoemd als één van de strategische projecten in de stadsrandzone. Ook een groene entree langs de Dokkumer Ie is een belangrijk speerpunt van It Nije Bolwurk. De nieuwe verbindingsvaart (die de Woudhorne met de Dokkumer Ee verbindt) wordt aangemerkt als een belangrijke begrenzing van de stad, die gecombineerd kan worden met ecologische kansen en nieuwe of verbeterde recreatieve routes. Dit bestemmingsplan geeft dus deels uitvoering aan het beleid, zoals dat in de stadsrandvisie is neergelegd. In figuur 2.6 is een impressie van It Nije Bolwurk te zien.
18/504
Figuur 2.6
Stadsrandvisie 't Nije Bolwurk (Erik Overdiep)
Een belangrijk uitgangspunt voor de ontwikkeling van Betterwird is de inpassing ervan in de stedelijke en landschappelijke structuur van de stadsrand. Qua structuur wordt de eerder aangelegde structuur van Betterwird doorgezet. Door deze orthogonale structuur wordt een efficiënt ruimtegebruik nagestreefd, waardoor zoveel mogelijk landschap gespaard wordt. Daarbij zijn alle gemaakte ontwerpkeuzes als het ware 'in het geheel' beschouwd. De visie voor Betterwird gaat uit van een afronding van het bedrijventerrein, op basis van de principes van de Stadsrandvisie. Dit bestemmingsplan vormt de eerste stap hierin. Er is specifieke aandacht geweest voor de belevingswaarde van de stadsrand, met name vanaf de Dokkumer Ee. Door afstand te houden tot de Dokkumer Ee en gebruik te maken van gebiedseigen landschappelijke en groene elementen (riet, water, weiland, dijkjes, inheemse beplanting) wordt de landschappelijke inpassing verzorgt. Het fiets- en wandelpad langs de Dokkumer Ee krijgt een hoogwaardig vervolg in deze rand. Dit draagt bij aan het verweving van Betterwird in de stedelijke structuur van Dokkum. Naast dit bestemmingsplan is ook een beeldkwaliteitsplan vastgesteld, dat samen met het bestemmingsplan de gewenst uitstraling van het gebied waarborgt. Het beeldkwaliteitsplan is in Bijlage 3 opgenomen.
In de regels is ook een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor de landschappelijke inpassing.
19/504
2.4
Duurzaamheid
Betterwird fase 2 kan worden ontwikkeld als een duurzaam bedrijventerrein. Voor actieve stimulering van een duurzaam profiel is dit bestemmingsplan echter niet het meest geschikte instrument. Een bestemmingsplan schrijft voor wat mag maar niet wat moet. Via de uitgifte van de grond kan wel actief worden ingezet op een duurzamer en circulair profiel. In de basis kan worden gestimuleerd door zaken op nemen over bijvoorbeeld duurzaam bouwen, zonnepanelen en dergelijke. In het beelkwaliteitsplan in Bijlage 3 is aangegeven hoe in het plangebied concreet met duurzaamheid om kan worden gegaan. Dit zijn geen harde eisen, maar dienen ter inspiratie. De principes hiervoor hebben te maken met duurzaam bouwen, maar ook met duurzaam ruimtegebruik, terreinbeheer en duurzaam omgaan met energie en fysieke stromen. Klimaatadaptief ontwerpen valt hier tevens onder. Met deze mogelijkheden is rekening gehouden in de juridische regeling van het bestemmingsplan zodat dit wordt gefaciliteerd.
20/504
Hoofdstuk 3 3.1
Beleidskader
Rijksbeleid
Nationale Omgevingsvisie (2020) In de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) heeft het Rijk de hoofdzaken van het beleid voor de fysieke leefomgeving geformuleerd. De NOVI is de opvolger van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en sorteert voor op de inwerkingtreding van de Omgevingswet. In de NOVI is een tabel opgenomen van de nationale belangen in relatie tot de eerdere visie (SVIR) en de nog geldende uitvoeringsregels (Barro, Bro en straks het Besluit kwaliteit leefomgeving). De NOVI ziet op de inrichting en de kwaliteiten van Nederland en heeft daardoor een hoog abstractieniveau. Het bevat geen concreet beleid voor de uitbreiding van bedrijventerreinen, anders dan de ambitie voor duurzaam ruimtegebruik. Deze ambities zijn doorvertaald in het provinciaal beleid en de daaruit volgende programmatische afspraken. Op rijksniveau wordt dit tevens getoetst in het kader van de ladder voor duurzame verstedelijking. Duurzame verstedelijking Een algemeen belang in de NOVI is het proces van duurzame verstedelijking. In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro, artikel 3.1.6) is geregeld dat bij ruimtelijke projecten voorzien moet worden in duurzame verstedelijking.
In geval van nieuwe stedelijke ontwikkelingen moet een beschrijving worden gegeven van de behoefte aan die ontwikkeling en wanneer deze plaatsvindt buiten het bestaand stedelijk gebied, moet er tevens gemotiveerd worden waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. De uitbreiding van een bedrijventerrein kwalificeert als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De behoefte hiervoor moet aannemelijk worden gemaakt. Bovendien is de uitbreiding van Betterwird gelegen buiten het bestaande stedelijk gebied. Uitgangspunt voor de gemeenten en provincie is het faciliteren en stimuleren van de lokale en regionale werkgelegenheid. Om dat te bereiken wordt er door de gemeenten en de provincie samengewerkt. Zo is in 2016 de Centrale As gereedgekomen. Deze nieuwe en hoogwaardige infrastructuur levert een positieve bijdrage aan het behouden en het versterken van de regionale werkgelegenheid. De eerste effecten daarvan zijn inmiddels duidelijk merkbaar. Vooral in Dokkum is dit het geval met veel uitbreidingsinvesteringen bij het bedrijfsleven. Hieruit volgt ook de concrete vraag naar bedrijfskavels in Dokkum. De trend in de uitgifte van kavels, waardoor er nu al een gebrek aan harde plancapaciteit voor nieuwe kavels is ontstaan, vormt een belangrijke aanleiding om nu een volgende stap te zetten.
Het bedrijventerrein Betterwird te Dokkum is de aangewezen vestigingsplaats is voor zware en grootschalige bedrijvigheid. In het verleden zijn er vele onderzoeken uitgevoerd naar de prognose en behoefte aan bedrijventerreinen. De recentste onderzoeken zijn vastgelegd in het nieuwe Convenant Bedrijventerreinen 2022-2035. Hieruit blijkt dat er voor het plangebied behoefte is aan de 10 hectare (netto) bedrijventerrein die dit bestemmingsplan mogelijk maakt. Hiermee is de eerste trede van de ladder gemotiveerd.
21/504
De vraag naar grote bedrijfskavels voor zware bedrijvigheid is evident geworden, maar de ligging buiten het bestaand stedelijk gebied is de tweede trede van de ladder. Ook hieraan wordt voldaan. Binnen de begrenzing van het bestaand stedelijk gebied van Dokkum en in de regio is geen ruimte voorhanden om 10 hectare bedrijvigheid op te vangen. Daarbij is Betterwird ook het enige bedrijventerrein in de regio waar bedrijvigheid uit de beoogde milieucategorieën opgevangen kunnen worden. Verder zijn in Dokkum zelf een aantal verouderde bedrijfslocaties die zijn of op termijn worden omgezet naar naar andere functies. De nieuwe ruimte op Betterwird kan worden benut zodat deze milieuknelpunten worden opgelost. Op basis van het voorgaande wordt geconcludeerd dat voldaan wordt aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) stelt regels omtrent de aangewezen nationale belangen zoals genoemd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Het Barro stelt geen specifieke regels ten aanzien van dit bestemmingsplan.
3.2
Provinciaal beleid
Omgevingsvisie Fryslân 2020: De romte diele Het ruimtelijk beleid van de provincie vormt een belangrijk kader voor het gemeentelijk (bestemmingsplan)beleid. Dit is neergelegd in de Omgevingsvisie Provincie Fryslân. Deze is op 23 september 2020 vastgesteld. In de omgevingsvisie gaat de provincie voor een vitale economie door te investeren in omgevingskwaliteiten. Dit zorgt er onder andere voor leefbaarheid en dat leegstand en verpaupering van bebouwing wordt teruggedrongen. Daarnaast gaat de provincie voor een veerkrachtig beleid, waarin ingrijpende ontwikkelingen opgevangen kunnen worden, het behoud van de karakteristiek van de provincie, door het beschermen van de eigen identiteit en voor een gezonde leefomgeving. Verordening Romte 2014 Het ruimtelijk beleid van de provincie vormt een belangrijk kader voor het gemeentelijk (bestemmingsplan)beleid. In de Verordening Romte 2014 zijn de beleidsuitgangspunten van de provincie vertaald naar regels voor ruimtelijke plannen. In de Verordening Romte Fryslân (vastgesteld op 25 juni 2014 en partieel herzien in 2018) stelt de provincie regels aan de provinciale belangen. Voor dit plan zijn de volgende bepalingen relevant: Bundeling stedelijke functies In de verordening is geregeld dat in het landelijk gebied in principe geen bouwmogelijkheden voor stedelijke functies, zoals bedrijventerreinen, geboden mogen worden (artikel 1.1.1).
Wel kan in een ruimtelijk plan een uitbreidingslocatie aansluitend op bestaand stedelijk gebied worden toegestaan. Het plangebied ligt volgens de kaarten bij de verordening niet buiten het bestaand stedelijk gebied. Deze begrenzing is weergegeven in figuur
22/504
3.1.
Figuur 3.1
Begrenzing bestaand stedelijk gebied
Doordat Betterwird 3, fase 1, nog niet is opgenomen in het bestaand stedelijk gebied, ligt het plangebied ook niet geheel aansluitend aan het bestaand stedelijk gebied, zoals begrensd op de kaarten. In de verordening is het bestaand stedelijk gebied echter gedefinieerd als het gebied dat de bestaande of bij bestemmingsplan toegelaten en voorziene woon- of bedrijfsbebouwing, waaronder mede begrepen de daarbij behorende openbare voorzieningen en verkeersinfrastructuur, van een kern bevat, zoals begrensd op de van deze verordening deel uitmakende kaarten, of zoals sinds 1 januari 2010 opgenomen in een onherroepelijk ruimtelijk plan voor nieuwe stedelijke functies. Op basis van deze laatste toevoeging is Betterwird fase 1 wel onderdeel van het bestaand stedelijk gebied en ligt de uitbreiding aansluitend op bestaand stedelijk gebied. Daarom voldoet het plan aan de regels ten aanzien van bundeling van stedelijke functies. Er moet wel getoetst worden aan de regels ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit.
Ruimtelijke kwaliteit In lid 2.1.1 is bepaald dat een ruimtelijk plan voor een uitbreidingslocatie of voor het landelijk gebied een ruimtelijke kwaliteitsparagraaf bevat, waarin wordt aangegeven op welke wijze het plan rekening houdt met de draagkracht van het landschap voor de opvang en inpassing van nieuwe functies, op grond van een analyse van de samenhang van de ondergrond, netwerken en nederzettingspatronen en op welke wijze het plan invulling
23/504
geeft aan de blijvende herkenbaarheid van de landschappelijke en cultuurhistorische kernkwaliteiten, zijnde de structuren van provinciaal belang zoals die, met inbegrip van een richtinggevend advies, per deelgebied of gebiedsoverschrijdend zijn omschreven in de structuurvisie Grutsk op ’e Romte. De ruimtelijke kwaliteitsparagraaf is verwoord in paragraaf 2.3. Werken In artikel 4.1 is bepaald dat een ruimtelijk plan een nieuw bedrijfsterrein of uitbreiding van een bestaand bedrijfsterrein mogelijk kan maken, indien dit wat betreft oppervlakte en invulling van bedrijfstypen in overeenstemming is met een bedrijventerreinenplan, dat de schriftelijke instemming van Gedeputeerde Staten heeft. In het Convenant Bedrijventerreinen Noordoost Fryslân (zie hiervoor paragraaf 3.3) zijn de afspraken over de programmering van bedrijventerreinen vastgelegd. Hierin is voor Betterwird een harde capaciteit van 10 hectare opgenomen voor de periode 2022-2035. Dit bestemmingsplan is daarmee in overeenstemming met een 'bedrijventerreinenplan'. Weidevogelkansgebieden Grote delen van Fryslân zijn op de kaarten bij de verordening aangewezen als Weidevogelkansgebieden. Het gaat om gebieden die bestaan uit ruime en open gebieden (met zichtafstand groter dan 400 meter) met voldoende rust en waarin gevarieerde graslanden liggen.
De provincie heeft het gebied ruim begrensd en stelt in de Verordening een aantal storingsbronnen die voor een nadere inkadering zorgen. Het plangebied zelf ligt niet binnen het weidevogelkansgebied, maar wel binnen de verstoringsafstanden van de bestaande stedelijke gebieden en functies, waardoor het op zichzelf niet meer wordt geclassificeerd als weidevogelkansgebied. In de Verordening zijn verstoringsafstanden opgenomen, waarmee rekening gehouden moet worden. Voor bebouwing binnen de bebouwde kom geldt een afstand van 300 meter. Voor solitaire bebouwing buiten de bebouwde kom is dit 200 meter. Voor provinciale wegen is deze afstand 100 meter. Het plangebied ligt wel nabij een weidevogelkansgebied. De ontwikkeling heeft een potentieel verstorend effect op het gebied van openheid en rust in het weidevogelkansgebied. Het deel waar het om gaat is weergegeven in figuur 3.2. Hierin is de nieuwe verstoring als gevolg van Betterwird 3, fase 2 en 3 aangegeven. Het nieuwe verstoringsgebied rond fase 2 is ongeveer 7,5 hectare groot. Door dit gebied ligt een inrit naar een bedrijfsperceel.
24/504
Figuur 3.2
Bestaande en nieuwe verstoring weidevogelkansgebied t.g.v. fase 2 en 3
Op grond van artikel 7.2.4 van de verordening kan voor een noodzakelijke ruimtelijke ingreep van openbaar belang worden afgeweken van de bescherming van de weidevogelkansgebied, zoals opgenomen in artikel 7.2.2. Dit vraagt een afweging van de natuurwaarden ten opzichte van de ruimtelijke ingreep en het zoveel mogelijk beperken van de schade. In de toelichting op deze artikelen staat beschreven dat het criterium ‘openbaar belang’ ruimer is dan het criterium ‘groot openbaar belang’ dat op ingrepen in de EHS van toepassing is. Onder ‘openbaar belang’ kunnen ook ontwikkelingen vallen op het gebied van bedrijvigheid. De behoefte hiervoor is in dit bestemmingsplan reeds aannemelijk gemaakt zoals in hoofdstuk 3 is aangegeven. Een ingreep kan als ‘noodzakelijk’ worden aangemerkt, indien buiten het natuurgebied of het weidevogelgebied redelijkerwijs geen geschikte alternatieve locatie gevonden kan worden. Dat is bijvoorbeeld het geval indien sprake is van een locatiegebonden ontwikkeling. Daarvan is in dit geval sprake, aangezien de bedrijvigheid is gebonden aan Dokkum en een belangrijk deel van dit gebied is aangewezen als weidevogelkansgebied. Door aan te sluiten op bestaande voorzieningen is de nieuwe verstoring zo beperkt mogelijk, waardoor de voorgestelde locatie meest geschikt is vanuit het oogpunt van weidevogelbescherming.
Het stedenbouwkundig plan is een voortzetting en afronding van een eerdere fasen van het bedrijventerrein in Dokkum richting het omliggende landschap. Binnen het bestaand stedelijk gebied van Dokkum (of een andere kern in de regio) zijn er geen reële opties om het beoogde programma een plek te geven. De open ruimten daarbinnen bestaan uit sportvelden, waardevolle te behouden open ruimtes binnen het beschermd stadsgezicht die niet verloren mogen gaan, of voormalige open plekken die reeds van een invulling/ontwikkeling worden voorzien. Ook de vanuit het bedrijventerrein aan te
25/504
houden milieuafstanden beperken het ruimtegebruik in de kernen waardoor dit geen reële optie is. Ook is het plangebied goed bereikbaar via de reeds aangelegde ontsluitingen. De uitbreiding van het bedrijventerrein in het plangebied was namelijk in het verleden al voorzien. Er is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik. Voor de totstandkoming van dit bestemmingsplan zijn verschillende ecologische beoordelingen verricht (zie hiervoor paragraaf 4.8). Hieruit blijkt dat het gebruik en het belang van het plangebied voor broedvogels relatief laag is en dat de waardevolle locaties zich buiten de verstoringsafstanden van het plangebied bevinden. Ook geldt dat het grasland waarop het plangebied betrekking heeft geruime tijd wordt gebruikt voor grasproductie en wordt bemaaid. Hieruit kan worden opgemaakt dat het grasland in enige intensieve mate is/wordt gebruikt. Verder is geen sprake van ter plaatse geldende beheerpakketten ten behoeve van het agrarisch cultuurlandschap. Gelet op de hiervoor genoemde analyse kan worden geconcludeerd dat hier aan de rand van Dokkum geen sprake is van een bovenmatig waardevol weidevogelkansgebied. Daar komt bij dat in dit geval een grote behoefte is aan nieuw bedrijventerrein in (de regio van) Dokkum.
Zoals eerder in deze paragraaf reeds is aangegeven, zijn er verder in redelijkheid geen geschikte locaties in de regio aanwezig, terwijl de vraag naar bedrijventerrein juist groot is. Voorts geldt dat dit gebied zich goed leent voor de gewenste uitbreiding, zowel ruimtelijk/stedenbouwkundig als infrastructureel (de wegaansluitingen liggen er reeds, in het recente verleden was dit gebied al beoogd voor bedrijventerrein). Daarnaast geldt dat het plan zo is opgezet dat naar verwachting weinig tot geen verstoring op zal treden van natuurwaarden vlak buiten het plangebied in het daar gelegen open grasland. Het plangebied zal worden begrensd door water- en groenpartijen met een duidelijke overgang van stad naar land. Dit betekent ook dat vanuit het plangebied niet zomaar fysiek het open grasland is te betreden/te verstoren, waar mogelijk weidevogels aanwezig kunnen zijn. Ook is het plan zo opgezet dat verstorende activiteiten zoals verkeersbewegingen niet aan de buitenkant van het plangebied plaatsvinden, maar meer aan de binnenkant. Dit betekent dat met de invulling van dit plan in zekere mate rekening wordt gehouden met aanwezige natuurwaarden in het open grasland, direct grenzend aan het plangebied. De gemeente hecht veel waarde aan de ruimtelijke ingreep, afgewogen tegen de natuurwaarden.
De hiervoor opgenomen analyse, in combinatie met de lage importantie van het plangebied voor weidevogels en ook de ruimtelijke opzet van dit plan, zorgt ervoor dat sprake is van goede afweging tussen natuurwaarden enerzijds en deze wenselijke ruimtelijke ontwikkeling anderzijds. Daarom kan in dit geval worden gekozen voor de uitbreiding van het bedrijventerrein op de beoogde locatie boven weidevogelkansgebied. Omdat dit bestemmingsplan een verstoring van meer dan 0,5 hectare weidevogelkansgebied tot gevolg heeft, draagt de gemeente in overleg met de provincie een financiële compensatie bij aan het weidevogelcompensatiefonds (zie hiervoor ook Bijlage 12). Daarmee voldoet de gemeente aan haar verplichting op grond van artikel 7.2.4 van de provinciale verordening Romte. Conclusie Het plan is in overeenstemming met de regels van de Verordening Romte 2014. De verordening wordt op korte termijn vervangen door de nieuwe Omgevingsverordening.
26/504
3.3
Gemeentelijk beleid
Structuurvisie Bundelingsgebied Regiostad Dokkum In 2008 is de Structuurvisie Bundelingsgebied Regiostad Dokkum opgesteld. Deze visie is samen met de provincie en de gemeente Dantumadeel opgesteld. Dokkum is in het Streekplan aangewezen als Regiostad en is daarmee één van de zes stedelijke centra die gezamenlijk het stedelijk netwerk Fryslân vormen. De Regiostad dient haar centrale positie te versterken. Op het gebied van wonen en werken gaat het om een hoogwaardige invulling van het bundelingsgebied met wervende woonmilieus en een breed scala aan bedrijven, kleine tot middelgrote kantoren, diverse voorzieningen met een (boven)regionale uitstraling en verschillende toeristische activiteiten. De stedelijke centra dienen aantrekkelijk te zijn voor alle groepen van de samenleving, niet alleen om er te werken maar ook om er te wonen. We streven naar levendige en tevens veilige binnensteden. De gemeente zet in op goed en betaalbaar wonen voor iedereen, zowel in bestaand bebouwd gebied als in uitleglocaties aansluitend op Dokkum. Dit vraagt om gevarieerd bouwen, en om revitalisering en het op peil houden van bestaande bebouwing en voorzieningen. De Regiostad Dokkum en het Bundelingsgebied hebben de belangrijke taak bij te dragen aan een ruimtelijk-economische impuls voor Noordoost-Fryslân. De Centrale As en de Westelijke Rondweg zijn hiervoor essentieel.
Daarnaast wordt ingezet op voldoende bedrijvenlocaties met kwaliteit en diversiteit: aantrekkelijke bedrijvenlocaties met elk een eigen signatuur, toegesneden op de vraag. De visiekaart is weergegeven in figuur 3.3.
Figuur 3.3
Visiekaart Structuurvisie Bundelingsgebied
Voor Betterwird wordt enerzijds ingezet op herstructurering van de zone langs de Dokkumer Ee en anderzijds op uitbreiding in het gebied tussen het bestaande terrein en de beoogde westelijke rondweg. Daarbij wordt ingezet op de landschappelijke afronding van de stadsrand, waarbij tussen het bedrijventerrein en de Dokkumer Ee
27/504
wordt voorzien in een groene wig. Deze aspecten zijn verder uitgewerkt in de stadsrandvisie, waarop in paragraaf 2.3 is ingegaan. De voorstelde uitbreiding van Betterwird sluit in ieder geval naadloos aan op de ambities zoals beschreven in de structuurvisie. Convenant Bedrijventerreinen Noordoost Fryslân Regionale afstemming en regie Het maken van regionale afspraken over bedrijventerreinen past in de beleidslijn zoals deze is ontwikkeld vanaf 2010, mede op grond van het landelijke Convenant Bedrijventerreinen en zoals die zijn doorwerking heeft gekregen in de provinciale Verordening Romte. Daarin is vastgelegd dat ruimtelijke plannen voor nieuwe bedrijventerreinen moeten passen in een bedrijventerreinenplan waarmee Gedeputeerde Staten hebben ingestemd. Daarmee geeft de provincie (samen met de gemeenten) invulling aan de bestuurlijke afspraken met het Rijk over de programmering van stedelijke functies, in dit geval bedrijventerreinen. Uitgangspunt: economische ontwikkeling en zorgvuldig ruimtegebruik De economische doelstelling, het bieden van voldoende ontwikkelingsruimte aan bedrijven, koppelt de provincie aan de doelstelling van zuinig ruimtegebruik. De provincie wil met zorg omgaan met het landschap. In Noardeast-Fryslân zijn mooie landschappen die een belangrijke landbouwkundige en recreatieve functie hebben. Die hebben eveneens een grote economische betekenis.
Dat vergt een zorgvuldige ruimtebenutting. Daarnaast blijft de provincie kritisch kijken naar de kwaliteiten van bestaande terreinen en de leegstand van gebouwen of kavels. Het streven is dat bestaande terreinen optimaal worden benut. Status convenant In het convenant Bedrijventerreinen legt de provincie op hoofdlijnen nieuwe afspraken vast voor de periode 2022 tot en met 2035, uitgesplitst in een afspraak voor de korte termijn (2022 tot en met 2025) en de lange termijn (2026 tot en met 2035). Het doel is om te komen tot een efficiënt ruimtegebruik en verbetering van de kwaliteit van de bedrijventerreinen. Voor de regio Noardeast-Fryslân ligt daarbij het zwaartepunt op het faciliteren van het bestaande bedrijfsleven in de regio, in combinatie met het bieden van ruimte aan starters. Dat sluit overigens niet uit dat er voor bepaalde segmenten (niches) goede kansen zijn voor acquisities. Met deze afspraak, aan te merken als het regionale bedrijventerreinenplan, wordt invulling gegeven aan de Verordening Romte Fryslân (zoals beschreven in paragraaf 3.2). Prognose en behoefte In 2020 heeft de provincie aan onderzoeksbureau Louter opdracht gegeven voor een nieuwe prognose over de behoefte aan bedrijventerreinen. Het rapport van Louter (2021) geeft een prognose voor de periode 2021 t/m 2035, gebaseerd op een aantal economische scenario's van het CPB.
De prognose is mede gebaseerd op de kwalitatieve vraagraming per segment. Gezien de uitgiftecijfers van de afgelopen jaren in Noordoost - Fryslân en het feit dat er in de gehele regio al geruime tijd nagenoeg geen bedrijfskavels meer beschikbaar zijn voor uitgifte, is de behoefte aan nieuwe bedrijfskavels urgent. Op basis van deze combinatie van prognose en urgentie geeft het convenant in de periode 2022-2025 ruimte voor ontwikkeling van 10 hectare uitgeefbaar bedrijventerrein als uitbreiding van het bedrijventerrein Betterwird.
28/504
Welstandsnota 2020 Het welstandsbeleid van de gemeente is vastgelegd in de Welstandsnota Noardeast-Fryslân (13 augustus 2020). Hierin is een indeling gemaakt in verschillende welstandsgebieden met verschillende ambitieniveaus. Voor het plangebied geldt het welstandskader voor het buitengebied terpengebied (gebied 11) Het beleid is hier gericht op het beheer van de bestaande situatie. Bijzondere ontwikkelingen worden niet verwacht. De nadruk ligt op het respecteren van de bestaande basiskwaliteit. In de toekomstige situatie is niet langer sprake van een buitengebied. Daarom vormt het huidige welstandsbeleid feitelijk niet langer een adequaat welstandskader voor het plangebied en wordt voor de locatie een beeldkwaliteitsplan vastgesteld. Dit wordt afgestemd op de criteria die voor Betterwird 3, fase 1a zijn opgesteld. In hoofdstuk 5 van het beeldkwaliteitsplan staan criteria die invulling geven aan een actueel welstandskader. De gemeenteraad stelt deze criteria als zodanig vast op grond van de Woningwet. Hiermee wordt de gewenste beeldkwaliteit ook in te toekomst gewaarborgd. Het beeldkwaliteitsplan is in Bijlage 3 opgenomen.
29/504
Hoofdstuk 4 4.1
Omgevingsaspecten
Mer-beoordeling
Bij het doorlopen van een ruimtelijke procedure moet rekening worden gehouden met mogelijke verplichtingen op grond van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). In de bijlage bij het Besluit m.e.r. is vastgelegd wanneer een milieueffectrapportage (onderdeel C) of een m.e.r.-beoordeling (onderdeel D) moet plaatsvinden. Hierbij gelden drempelwaarden. In onderdeel D (D11.3) is de aanleg, wijziging of uitbreiding van een industrieterrein opgenomen. Qua oppervlakte ligt de drempelwaarde op 75 hectare. Dit plan blijft met 10 hectare ruim onder deze drempelwaarden en is dus niet rechtstreeks planmer-, projectmer of mer-beoordelingsplichtig. Ook de totale ontwikkeling van Betterwird 3, de bruto ongeveer 25 hectare omvat, blijft onder deze drempelwaarden. In het Besluit m.e.r. is geregeld dat ook voor projecten die zijn opgenomen in bijlage D, maar beneden de drempelwaarden vallen, een besluit moet worden genomen of een MER nodig is. In dat kader wordt afgewogen of het plan mogelijk toch belangrijke negatieve milieueffecten heeft, op basis van de eerder genoemde omstandigheden. Dit is een vormvrije mer-beoordeling. In een vormvrije m.e.r.-beoordelingsnotitie is op basis van de kenmerken en de plaats van het project en de kenmerken van het potentiële effect geconcludeerd dat belangrijke negatieve milieugevolgen zijn uitgesloten.
Deze is als Bijlage 4 aan dit bestemmingsplan toegevoegd. Voorafgaand aan de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan heeft het college besloten dat geen MER-procedure nodig is.
4.2
Geluid
Het aspect "geluid" gaat over geluidhinder op geluidgevoelige objecten als gevolg van verkeer en industrie. De Wet geluidhinder (Wgh) is hiervoor het toetsingskader. Rondom wegen met een maximumsnelheid van meer dan 30 km/uur, spoorwegen en aangewezen bedrijven(terreinen) zijn geluidzones van toepassing. Als er geluidgevoelige objecten, zoals woningen, binnen deze zones worden toegevoegd, dan moet geluidbelasting op de gevels hiervan worden bepaald en getoetst aan de normen. Er worden geen geluidgevoelige objecten toegevoegd, waarmee een toets aan eventuele geluidzones langs wegen niet noodzakelijk is. Ook zijn er in de omgeving van het plangebied geen spoorwegen aanwezig. Op het bestaande industrieterrein Betterwird zijn geluidzoneringsplichtige bedrijven (“grote lawaaimaker”) toegestaan. Het industrieterrein is daarmee gezoneerd in het kader van de Wet geluidhinder (Wgh). Voor het industrieterrein is daarom een geluidzone vastgesteld. Dit betekent dat het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau als gevolg van de gezamenlijke inrichtingen aanwezig op het industrieterrein, niet meer mag bedragen dan 50 dB(A) etmaalwaarde op de vastgestelde zonegrens (artikel 40 van de Wgh). Voor woningen of andere geluidgevoelige bestemmingen die buiten het industrieterrein liggen, maar binnen de geluidzone daaromheen, zijn in veel gevallen hogere waarden vastgesteld.
De geluidbelasting ter plaatse van deze woningen mag niet meer bedragen dan de vastgestelde hogere waarde (artikel 45 van de Wgh).
30/504
Omdat in de uitbreiding van Betterwird geluidzoneringsplichtige bedrijven mogelijk zijn, is een aanpassing van de bestaande geluidzone noodzakelijk. De FUMO heeft hier onderzoek naar gedaan, dit onderzoek is opgenomen in Bijlage 5. Dit onderzoek gaat uit van een (theoretische) maximale invulling van het plangebied. Voor de geluidzone is de 50 dB(A)-contour relevant. Op de zonegrens geldt namelijk een maximale geluidbelasting van 50 dB(A). Uit Bijlage 5 blijkt dat de bestaande geluidzone grotendeels volstaat en dat alleen aan de westzijde een (beperkte) uitbreiding van de geluidzone nodig is. Aan de zuidzijde kan de geluidzone kleiner worden dan de bestaande. Het beloop van de bestaande en de beoogde nieuwe geluidzone in dit gebied zijn in de volgende figuur weergegeven.
31/504
Figuur 4.1 (paars)
Geluidcontour 50 dB(A) (groen) ten opzichte van de huidige geluidzone
In figuur 4.1 is de paarse lijn de bestaande, planologisch vastgestelde grens van de geluidzone. De groene lijn is de nieuwe zone rond de beoogde uitbreiding. Binnen het uit te breiden gebied komen geen woningen voor waardoor het vaststellen van nieuwe hogere waarden niet nodig is. Voor de aanpassing van de geluidzone is een regeling in het bestemmingsplan opgenomen door middel van de gebiedsaanduiding 'geluidzone – industrie'.
32/504
Het beloop van deze gebiedsaanduiding is gelegen tussen de Holwerderweg en het gebied ten noorden van de Dokkumer Ee. In verband met de aanwezigheid van de woning met theethuin en mini-camping aan De Keegen 4 te Bornwird is ervoor gekozen om het deel van de bestaande geluidzone te schrappen. Dit betreft het zuidelijke deel van de geluidzone dat zich tussen de groene en de paarse lijn bevindt. In dit deel van het plangebied is in dit bestemmingsplan alleen de onderliggende regeling overgenomen met uitzondering van de regeling voor de geluidzone. In het onderzoek van de FUMO is ook onderzoek gedaan naar de geluidbelasting op de omliggende (bedrijfs)woningen. Hieruit blijkt dat bij twee bedrijfswoningen op het bestaande deel van het gezoneerde industrieterrein de geluidbelasting bij benutting van de ruimtelijke mogelijkheden 1-2 dB hoger wordt. Het woon- en leefklimaat vanwege de uitbreiding van het industrieterrein is bij deze woningen aanvaardbaar. Bij één gevoelig object buiten het industrieterrein, maar binnen de geluidzone in de wijk Stadsdock vindt er bij benutting van de ruimtelijke mogelijkheden een toename plaats van 1 dB, maar er wordt nog voldaan aan de eerder vastgestelde hogere grenswaarde. Tenslotte is er nog geen toereikende hogere grenswaarde vastgesteld voor de beoogde bedrijfswoning op de Terp.
Om het industrieterrein te kunnen benutten en de bestaande bedrijven niet te beperken in hun mogelijkheden is het nodig om een hogere waarde bij deze bestemming vast te stellen van 55 dB(A) etmaalwaarde. Om deze reden is dit perceel opgenomen in het plangebied en is hiervoor deze hogere waarde verleend. Uit het voorgaande kan geconcludeerd worden dat wordt voldaan aan de vereisten vanuit de Wgh en dat er vanuit geluid ook een goede balans tussen ondernemersklimaat en woon- en leefklimaat ontstaat.
4.3
Bedrijven en milieuzonering
Om een belangenafweging tussen een goed woon- en leefklimaat in de omgeving en bedrijvigheid te kunnen maken, wordt gebruik gemaakt van de VNG-publicatie “Bedrijven en milieuzonering” (editie 2009). In deze uitgave is een lijst opgenomen met activiteiten en bijbehorende richtafstanden en milieunormen die gehanteerd worden voor gevoelige functies. De richtafstanden tussen bedrijven en woningen zijn gebaseerd op hinder (of risico) door geluid, geur, stof en gevaar. De grootste afstand is bepalend. In veel gevallen is dat geluid. Het aspect “geluid” is behandeld in de vorige paragraaf en is voor het gezoneerde industrieterrein geregeld door middel van de Wet geluidhinder. Voor de overige aspecten (geur, stof en gevaar) vindt er in de motivatie in deze paragraaf een toetsing plaats. Hierbij dient de kanttekening gemaakt te worden dat de VNG-systematiek en de richtafstanden alleen toepasbaar zijn op de afstemming tussen bedrijven en gevoelige functies in een rustige woonomgeving of in een gemengd gebied, maar dat deze niet gaat over (bedrijfs)woningen op bedrijventerreinen zoals de bedrijfswoningen op het bestaande deel van Betterwird. Desondanks is er vanuit een “goede ruimtelijke ordening” ervoor gekozen om de systematiek gelijk te trekken. Ook is de VNG-publicatie bedoeld voor nieuwe situaties en niet voor de toetsing van bestaande situaties.
In bestaande situaties kan de VNG-brochure evenwel een indicatie geven van de mate van hinder bij bestaande conflictsituaties. Verder moet ook bij de vaststelling van een bestemmingsplan waarin mogelijk een (deels) feitelijk bestaande situatie wordt bestemd, worden onderzocht of het laten voortbestaan van een dergelijke situatie in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Ook om die reden wordt voor de onderbouwing aansluiting gezocht bij de VNG-publicatie.
33/504
Voor de onderbouwing in dit plan wordt ervan uitgegaan dat de woonbestemmingen in de omgeving, buiten de geluidzone, als rustige woonomgeving worden beoordeeld en dat de (bedrijfs)woningen in de geluidzone in een gemengde omgeving liggen. Tot slot zijn er woningen binnen het gezoneerde industrieterrein van het bestaande deel van Betterwird aanwezig. Hiervoor gelden geen richtafstanden, maar deze worden vanuit een “goede ruimtelijke ordening” gelijk getrokken aan de afstanden die gelden voor een gemengd gebied. In de uitbreiding van Betterwird worden bedrijven uit milieucategorie 3.2 en 4 toegestaan. Hierbij horen de volgende richtafstanden: milieucategorie 3.2: rustig woongebied 100 meter, gemengd gebied 50 meter; milieucategorie 4.1: rustig woongebied 200 meter, gemengd gebied 100 meter; milieucategorie 4.2: rustig woongebied 300 meter, gemengd gebied 200 meter. Op basis hiervan is de volgende milieucategorisering in het plangebied toegepast:
34/504
Figuur 4.2
Milieucategorisering
De delen van het plangebied waar bedrijven uit maximaal milieucategorie 4.2 mogelijk zijn ligt verder af van de (bedrijfs)woningen dan het deel waar bedrijven uit maximaal milieucategorie 3.2 of 4.1 mogelijk zijn. Op de twee bestaande bedrijfspercelen in de zuidoostzijde van het plangebied is maximaal milieucategorie 3 mogelijk (3.1 voor het perceel aan De Terp en 3.2 voor het perceel ten noorden daarvan). Alle woningen buiten het plangebied liggen buiten de genoemde afstanden. Vanuit de milieuzonering is er sprake van een goede balans tussen ondernemersklimaat en woon- en leefklimaat en gelden er geen belemmeringen voor het bestemmingsplan.
4.4
Water
Deze 'waterparagraaf' gaat in op de watertoets. Hierin wordt beoordeeld wat de effecten van het plan op de waterhuishouding zijn en of er waterschapsbelangen spelen. De belangrijkste thema's zijn waterveiligheid, de afvoer van schoon hemelwater en afvalwater en de waterkwaliteit. Het plangebied ligt in het beheersgebied van Wetterskip Fryslân. Het project wordt aangemeld bij het Wetterskip via de digitale watertoets. Een fragment van de legger is weergegeven in figuur 4.3. In deze paragraaf wordt aangegeven hoe de waterbelangen in het plan zijn geborgd. De beschrijving van de wateraspecten sluit zoveel mogelijk aan bij de indeling van het Waterbeheerplan en de Leidraad Watertoets in de thema's Veilig, Voldoende en Schoon.
Figuur 4.3 Veilig
35/504
Fragment legger Wetterskip Fryslân
In figuur 4.3 is te zien dat dwars door het plangebied een regionale waterkering loopt. Deze kering ligt op de grens tussen boezem en polder. Een boezem is een waterpartij waar water uit een polder naar toe gaat als het peil in de polder te hoog wordt. De boezem is in dit geval die van de Dokkumer Ee. De Ee staat weer in verbinding met nog groter water als het Lauwersmeer en de Waddenzee. Paragraaf 2.2.2 beschrijft dat langs de zuidelijke rand van het plangebied een nieuwe waterpartij zal komen. Deze nieuwe waterpartij zal in open verbinding staan met de boezem van de Dokkumer Ee. Het is dus een vergroting van de boezem. De nieuwe waterpartij komt aan de polderkant van de huidige regionale kering. Die regionale kering, als grens tussen boezem en polder, ligt dan niet goed meer. Daarom zal Wetterskip Fryslân een nieuwe regionale kering aanwijzen. De nieuwe kering komt noordelijker te liggen (zie hiervoor figuur 4.4), aan de binnenkant van de grondwal die de zuidelijke uitbreiding van het bedrijventerrein landschappelijk inpast. De hoogte wordt hier ongeveer 0,70 m +NAP. De gemeente vraagt Wetterskip Fryslan de voorgestelde kering als zodanig vast te stellen en daar een zogeheten peilbesluit over te nemen en in procedure te brengen.
Figuur 4.4
Nieuwe regionale kering
Voldoende Klimaatadaptie In het kader van klimaatadaptie adviseert het waterschap om bij de inrichting van het plangebied te anticiperen op hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en mogelijk overstroming door bijvoorbeeld het percentage verhard oppervlak te verminderen en het plangebied groener in te richten. Inherent aan bedrijventerreinen zijn grote oppervlakten verharding. Het is niet mogelijk en vanuit het risico op verontreiniging van afstromend hemelwater ook niet doelmatig om voor te schrijven het terrein groen in te richten. Daarom is gekozen voor een stevig groene rand en de aanleg van voldoende waterberging rondom het terrein. Water kan hierop afstromen, waar nodig via filtersystemen. Wel biedt de ontwikkeling van een nieuw terrein een aantal kansen voor klimaatadaptie en het waterrobuust maken van het plan:
36/504
Door hemelwater bovengronds te verzamelen, te infiltreren en te hergebruiken en alleen overtollig hemelwater af te voeren naar de boezem kan gebruik van leidingwater worden beperkt en ontstaat een buffer in tijden van extreme droogte. Door waterneutraal te bouwen en maximaal gebruik te maken van hemelwater, kan tot 50% worden bespaard op drinkwater. Overigens is infiltratie beperkt mogelijk, vanwege de kleigrond in het plangebied; Aquathermie inzetten als energievoorziening. Immers: bij gasloos bouwen moeten andere vormen van energie voor warmte en eventueel koelte worden toegepast. Aquathermie is in het plan een goede optie; Door op voldoende hoogte, dus ruim boven het boezempeil, te bouwen wordt het gebied klimaatrobuust gemaakt en wordt wateroverlast voorkomen. Hierop wordt onder 'drooglegging' nader ingegaan. Indien aquathermie wordt toegepast, dan zal dit bij de uitvoering van het project voldoen aan de wetgeving die hierop van toepassing is en hierbij zal thermische vervuiling van het oppervlaktewater zo veel mogelijk worden voorkomen. Watercompensatie Dit bestemmingsplan maakt nieuwe bedrijfsgebouwen, wegen, opritten en erfverhardingen mogelijk. Regenwater dat hierop valt, stroomt heel snel naar een andere plek. Dat kan voor wateroverlast zorgen als het hard regent. Om dat te voorkomen heeft de gemeente samen met Wetterskip Fryslân een paar maatregelen bedacht.
Er zijn verschillende manieren om wateroverlast te voorkomen. Welke maatregelen het best werken, hangt af van de situatie. Zo is het aanleggen van halfverharding in dit gebied niet heel effectief omdat het regenwater niet zo snel in de kleigrond zakt. Het werkt het best als er nieuwe waterpartijen komen waar het regenwater naar toe kan. Wetterskip Fryslân heeft richtlijnen voor hoeveel vierkante meter water nodig is. Die berekening begint met het aantal vierkante meter verharding dat erbij komt door de uitbreiding van het bedrijventerrein. Dat is vooraf alleen moeilijk te zeggen. Het ene bedrijf verhardt misschien zestig procent van zijn kavel en legt een gazon aan. Een ander bedrijf asfalteert misschien het hele perceel. Daarom hebben gemeente en it Wetterskip een schatting gedaan. Die schatting is dat op tachtig procent van ieder perceel grond dat de gemeente aan een bedrijf verkoopt verharding zal komen. Dat kan erfverharding zijn, maar ook een gebouw. De overige gemiddeld twintig procent van een bedrijfsperceel zal onverhard blijven. Daar kan regenwater gewoon de grond in. Behalve bedrijfspercelen komen er in het plangebied ook nieuwe wegen. Bovendien gaat de gemeente een aantal sloten dempen. Deze vierkante meters gaan allemaal mee in de berekening van hoeveel waterpartijen erbij moeten.