B-4 (Plan)Toelichting en (Plan)Regels
Tekst van het document
de regels en toestaan dat gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen, openbaar vervoer, bediening van kunstwerken, sanitaire voorzieningen en naar de aard daarmee gelijk te stellen gebouwtjes worden gebouwd, mits: 1. de oppervlakte per gebouwtje ten hoogste 50 m² mag bedragen; 2. de bouwhoogte van een gebouwtje ten hoogste 3,00 m mag bedragen; e. de regels, ten aanzien van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de bouwhoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot ten hoogste 10,00 m, waarbij de hoogte van reclamemasten ten hoogste 6,00 m zal bedragen.
Bestemmingsplan Fietspad Súd Ie Pagina 25 van 27
Hoofdstuk 4
Artikel 14 14.1
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is tenietgegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van sub a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in sub a met maximaal 10%. c. Sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 14.2
Overgangsrecht gebruik
a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in sub a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in sub a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Sub a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Bestemmingsplan Fietspad Súd Ie Pagina 26 van 27
Artikel 15
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het 'Bestemmingsplan Fietspad Súd Ie'.
Bestemmingsplan Fietspad Súd Ie Pagina 27 van 27
Programmabureau Súd Ie en Wetterfront
Verkenning fietspad Súd Ie C03091.000601 | DEFINITIEF | VERSIE 5.0 | 7 APRIL 2020 ARCADIS LANDSCHAPSARCHITECTUUR & STEDENBOUW
VERKENNING FIETSPAD SÚD IE
COLOFON IN OPDRACHT VAN
Programmabureau Súd Ie en Wetterfront Dokkum
OPGESTELD DOOR
Arjan Thurkow I Projectleider Timo Cents I Landschapsarchitect Floor van Gils I Adviseur Landschap en Cultuurhistorie Herman Bouman I Ecoloog Fred van de Voort I Kostendeskundige Sjors de Greeff I Landschapsontwerper Ferry Streng I Landschapsontwerper
GECONTROLEERD DOOR
Arjan Thurkow I Projectleider John Boon I Hoofd Landschapsarchitectuur & Stedenbouw
VRIJGEGEVEN DOOR
John Boon I Hoofd Landschapsarchitectuur & Stedenbouw Datum: 07 APRIL 2020 Status: definitief, versie 5.0 Projectnummer: C03091.000601
VERKENNING FIETSPAD SÚD IE
INHOUD Inleiding 05 Aanleiding 07 Doel 07 Leeswijzer 07 Gebiedsbeschrijving 09 Landschapsgenese 11 Ruimtelijke analyse 17 Huidig fiets- en wandelroutenetwerk 23 Beschrijving tracévarianten 25 Beschrijving tracévarianten 27 Grondeigendommen en gebruiksfuncties 31 Beoordelingsmethodiek 33 Inleiding 35 Beoordelingsschaal 35 Beoordelingscriteria 35 Beoordeling tracévarianten 37 Inleiding 39 Beoordeling deeltracé 1 39 Beoordeling deeltracé 2 39 Beoordeling deeltracé 3 45
Beoordeling deeltracé 4 Beoordeling deeltracé 5
51 55
Afweging voorkeursvariant Inleiding Afweging voorkeursvariant
59 61 65
Conclusies en aanbevelingen 73 Conclusies 74 Aanbevelingen 75 Bijlagen Bijlage A: Overzichtskaart varianten Bijlage B: Overzichtskaart voorkeursalternatief Bijlage C: Deelgebiedenkaart voorkeursalternatief
INLEIDING
VERKENNING FIETSPAD SÚD IE
Referentieontwerp fietspad Súd Ie (Presentatie Startbijeenkomst verkenningsfase Fietspad Súd Ie d.d. 6 november 2019)
6
VERKENNING FIETSPAD SÚD IE
AANLEIDING Met het uitvoeringsprogramma Súd Ie en Wetterfront Dokkum wordt watersportstad Dokkum versterkt en wordt de Súd Ie bevaarbaar gemaakt voor middelgrote motorboten. Binnen dit programma werken de gemeente Noardeast-Fryslân, de provincie Fryslân, Wetterskip Fryslân en andere partijen met elkaar samen om gebiedsopgaven te realiseren, met een belangrijke bijdrage van het Waddenfonds. De aanpak van de Súd Ie kent drie fasen. De eerste twee fasen betroffen het op diepte brengen van het water van de Súd Ie en het ophogen van bruggen. Tegelijkertijd met het bevaarbaar maken van de Súd Ie zijn vispassages aangelegd en zijn de oevers ecologisch verrijkt. In de derde fase worden de volgende deelopgaven voor het buitengebied uitgewerkt: •
Een verhard fietspad als belevingsroute langs de vaarroute Súd Ie, tussen Oostmahorn (Lauwersmeer) en Dokkum. Dit vormt een vitale schakel in het regionale fiets- en wandelroutenetwerk;
•
Waterbelevingsstekjes voor de pleziervaart als ‘eilandjes’ in het water van de Súd Ie;
•
Enkele toeristische overstapplaatsen langs de vaarroute Súd Ie die het aantrekkelijk maken om, via aansluitende paden, de terpdorpen en het landschap te verkennen.
Opdrachtgever voor deze opgaven is het Programmabureau Súd Ie en het werk wordt uitgevoerd in het kader van de samenwerking tussen provincie Fryslân, gemeente NoardeastFryslân en Wetterskip Fryslân. Waddenfondsaanvraag In de Waddenfondsaanvraag fase 3 ‘Verbinding rondom de Súd Ie’ is voor het fietspad een referentieontwerp opgenomen. Deze route volgt zoveel mogelijk de oevers van de Súd Ie, waarbij afwisselend de noordoever of de zuidoever wordt gevolgd. Op het tracé Jouswier – Dokkum wordt ook (deels) gebruik gemaakt van bestaande paden. In de aanvraag is voorzien in de aanleg van circa 8 km nieuw fietspad en circa 4 km op te waarderen
fietspad. Daarnaast maken de inrichting van enkele recreatieve op- en overstapplaatsen langs de vaarroute en de realisatie van (minimaal) twee waterbelevingsstekjes langs de Súd Ie onderdeel uit van de subsidieaanvraag. In het voorliggende rapport zijn deze onderdelen verkend.
DOEL Het doel van deze verkenningsfase is om, in afstemming met direct belanghebbenden en stakeholders, te komen tot een onderbouwd advies voor het voorkeurstracé voor het fietspad langs de Súd Ie. Op basis van dit advies zal het voorkeurstracé worden vastgesteld door de stuurgroep, college van burgemeester en wethouders en vervolgens de gemeenteraad. Dit besluit geldt als uitgangspunt voor het latere formeel op te pakken traject. Daarbij dienen eerst de kansrijke varianten voor het tracé voor het fietspad in beeld gebracht te worden en vervolgens beoordeeld te worden aan de hand van een integraal afwegingskader.
LEESWIJZER Deze verkenning begint met een beschrijving van het plangebied. Hier wordt ingegaan op de ontstaanswijze van het landschap en wordt een analyse gemaakt van de in het gebied aanwezige natuur- en cultuurhistorische waarden en de huidige recreatieve structuren. Daarna worden de verschillende varianten nader beschreven. Vervolgens wordt de beoordelingsmethodiek toegelicht en worden de varianten beoordeeld. Tevens wordt gekeken naar de grondeigendommen en de bereidheid mee te werken. Op basis hiervan volgt een afweging en onderbouwing van het voorkeursalternatief. Tot slot worden conclusies getrokken en aanbevelingen gegeven voor vervolgonderzoek en verdere uitwerking in de vervolgfase(n).
7
GEBIEDSBESCHRIJVING
VERKENNING FIETSPAD SÚD IE
Ezumazijl
Locatie Sud
d
Ie
ti
ca
Lo
u eS
Ie
Dokkumer Ee
geomorfologische kaart van Nederland met daarop de zeedijken en vaarwegen Súd Ie en Dokkumer Ie (bron: Geomorfologische Kaart van Nederland 1:50.000)
10
Lauwersmeer
VERKENNING FIETSPAD SÚD IE
LANDSCHAPSGENESE Tienduizend jaar gelegen kwam er een einde aan de laatste ijstijd. Door het smelten van landijs steeg de zeespiegel en daarmee ook het grondwaterpeil. Langs de kustlijn ontstonden uitgestrekte moerassen waarin veenvorming plaatsvond. Naarmate de zeespiegel hoger kwam te liggen, werd de verdere veenvorming in de kustzone door het zoute water en afzetting van klei belemmerd. Verder landinwaarts breidde het veenmoeras nog wel verder uit. Tijdens het Holoceen kreeg de zee grote invloed op de vorming van het landschap in noordoost Friesland, ook dieper landinwaarts. Vanaf ongeveer 1000 voor Christus werd daardoor over het gehele gebied een laag klei afgezet. Dit kwelderlandschap werd doorsneden door talloze getijdekreken die door de eb- en vloedwerking een dynamisch karakter hadden. Het zeekleilandschap dat zo ontstond, werd begrensd door grote estuaria waaronder het estuarium van de Lauwers (het huidige Lauwersmeer). De zee drong, via de Lauwers, de Oude Ried en de Dokkumer Ee en haar zijkreken, diep het land binnen. Bij vloed werd klei afgezet op de kwelders en meer zandig materiaal langs de kreken. Op de bodem van de kreekgeulen zelf bezonken de zwaardere zandkorrels. Bij eb voerden de kreken het overtollige water van de kwelders weer af. Ook langs de huidige Súd Ie ontstonden zo stroken die bestonden uit lichte klei of zavel (mengsel van klei en zand).
Legenda Kwelderwal
Terp/hoogwatervluchtplaats
Kweldervlakte
Vlakgegraven
Erosiegeul
Water
Getij/riviermondrug
Stad
Bewoningsgeschiedenis De eerste bewoners vestigden zich op de hoge (en daardoor droge) zandige gronden. In droge periodes en ook om landbouw mogelijk te maken, werd de klei ontwaterd. Daardoor ging de bodem inklinken. De zandige oude kreken en hun oevers klonken echter veel minder in dan de kweldervlaktes. Als gevolg hiervan kwamen de kreekbeddingen als kwelderwallen hoger in het landschap te liggen (inversie). Na verloop van tijd nam het aantal overstromingen als gevolg van het stijgen van de zeespiegel toe. Hierdoor zag men zich genoodzaakt woonplaatsen op te hogen. Vanaf circa 500 voor Christus ontstonden dan ook de eerste terpen of wierden in het gebied, waarvan sommigen zich uiteindelijk ontwikkelden tot terpdorpen. De benaming ‘wier(de)’ duidt dan ook op een kunstmatig opgehoogde woonplaats (bijvoorbeeld Metslawier en Jouswier). De ligging van de terpen geeft in de meeste gevallen een goede indicatie van de ligging van de kwelderwallen. Dit waren immers al de hoogste delen in het landschap en daarmee waren deze plekken bij uitstek geschikt voor bewoning. Bedijkingen De zeewering aan de westkant van het huidige Lauwersmeer dateert uit de elfde eeuw. Onderdeel van deze oorspronkelijke zeewering waren de dam in de Súd Ie en de dijken langs de Dokkumer Ie. De uitwateringssluizen (of zijlen) waren van groot belang voor de afwatering van het gebied.
Zoutwinning In de Middeleeuwen werd op grote schaal veen afgegraven voor de zoutwinning. Door de zoute veenlagen in de bodem uit te graven, vervolgens te verbranden en de as uit te koken, werd het zout uit de bodem gewonnen. De percelen kwamen hierdoor lager te liggen. In het natuurgebied De Anjumer Kolken en Jouswierpolder zijn op deze wijze grote oppervlaktes veen afgegraven. Deze gebieden zijn vandaag de dag duidelijk in het landschap te herkennen door hun uitgestrektheid en lagere ligging. 11
VERKENNING FIETSPAD SÚD IE
Anjum
Anjum
Metslawier
Wetsens
Metslawier
Ie ud S ie at Jouswier oc
d
Wetsens
L
Aalsum
u eS
ti
ca
Lo
Ie Jouswier
Aalsum
Oostrum
Ee
Oostrum
Dokkum
Ee
Dokkum
1500 v. Chr. Het gebied wordt gekenmerkt door veenvorming
500 v. Chr. Zeearmen (Peasenssysteem) en kreken breken door de veenrug en zetten klei en zand af
Anjum
Anjum
Metslawier
Ie d Su it e Jouswier ca
Wetsens Aalsum
Metslawier
Wetsens
Lo
Aalsum
Oostrum
Ee
Dokkum 100 n. Chr. In het dynamische kwelderlandschap ontstaan nieuwe watersystemen (Lauwerszeesysteem)
12
Lo
ca
tie
d
Su
Ie Jouswier
Oostrum
Ee
Dokkum 800 n. Chr. Er ontstaan nieuwe kwelders en kwelderruggen, de zeearmen strekken verder landinwaarts
VERKENNING FIETSPAD SÚD IE
Anjum
Anjum
Metslawier
Wetsens
Metslawier
Ie ud S ie at Jouswier oc
d
Wetsens
L
Aalsum
u eS
ti
ca
Lo
Ie
Jouswier
Aalsum
Oostrum
Ee
Oostrum
Dokkum
Ee
Dokkum
1000 n. Chr. De Súd Ie ontstaat als zeeslenk, veel terpen groeien uit tot dorp of stad
1500 n. Chr. De zeewering langs de Lauwerszee zorgt voor verminderde invloed van de zee
Anjum
Anjum
Metslawier
Metslawier
Ie
Wetsens Aalsum
d Su ie Jouswier
Wetsens
t ca
Lo
Oostrum
Aalsum
Ee
Dokkum 1850 n. Chr. Tot ver in de 19e eeuw vormen waterwegen de belangrijkste transportroutes
ie
Lo
t ca
d
Su
Lauwersmeer
Ie
Jouswier
Oostrum
Ee
Dokkum
Dokkumer Ee 2000 n. Chr. Het huidige zeekleilandschap (bron: Atlas van Nederland in het Holoceen, 2018)
13
VERKENNING FIETSPAD SÚD IE
Nieuw te maken sluis Oostmahorn
(gebied buiten scope voor deze studie)
Vaarverbinding Súd Ie - Esonstad
(gebied buiten scope voor deze studie)
Súd Ie
Súd Ie
d
Sú
Ie
Súd Ie
Dokkumer Ee
Luchtfoto: de hoger gelegen kwelderwallen zijn in gebruik als akkerland en de lager gelegen kweldervlakten als grasland
14
Lauwersmeer
VERKENNING FIETSPAD SÚD IE
Vaarverbinding Sus Ie - ezonstad (buiten scope)
Locatie Sud
Ie
Lauwersmeer
d
Ie
i
at
c Lo
u eS
Dokkumer Ee
Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN): de natuurgebieden Jouswierpolder en Anjumer Kolken zijn herkenbaar als laaggelegen gebieden als gevolg van de zoutwinning
15
VERKENNING FIETSPAD SÚD IE
Súd Ie
Súd Ie
d
Sú
Ie
Súd Ie
Dokkumer Ee
Bodemkaart van Nederland: de knippige poldervaaggronden, ontwikkeld in opgevulde erosiegeulen, liggen als gevolg van klink nu als flauwe ruggen in het landschap (BRO Bodemkaart van Nederland 1:50.000)
16
VERKENNING FIETSPAD SÚD IE
RUIMTELIJKE ANALYSE Bodem Op de Bodemkaart worden alle gronden die in plangebied worden aangetroffen, gerekend tot de ‘zeekleigronden’. Deze zijn in het Holoceen gevormd door getijdenafzettingen (zie ook: Landschapsgenese). Het plangebied wordt gerekend tot het ‘jonge zeekleilandschap’. Vrijwel alle jonge zeekleigronden bestaan uit poldervaaggronden. Kwelderwallen Op de jongste kwelderwallen liggen kalkrijke poldervaaggronden. Op de oudere kwelderwallen komen kalkarme poldervaaggronden voor. De terpen liggen veelal op de kwelderwallen.
Erosiegeulen In Friesland zijn als gevolg van zeeinbraken, gedurende de 9e tot 12e eeuw, erosiegeulen ontstaan die vervolgens weer zijn dichtgeslibd met klei. In deze opgevulde erosiegeulen zijn zogenaamde ‘knippige’ poldervaaggronden ontwikkeld. Knippigheid wijst hierbij op de matige drainage van het bodemprofiel. Landbouwkundig gezien zijn deze gronden dan ook minder geschikt. In natte periodes treedt wateroverlast op doordat de overtollige hoeveelheid neerslag niet snel kan wegzakken in de bodem. Drechtvaaggronden bestaan uit zware klei op veen. Door de slechte ontwateringstoestand zijn deze gronden in gebruik als grasland. Nesvaaggronden bestaan uit klei op een slappe (vaak venige) ondergrond.
Legenda Lichte zavel, kalkarme poldervaaggronden Zware zavel/knippige poldervaaggronden Klei/knippige poldervaaggronden Klei/knippige poldervaaggroden Klei, kalkarme nesvaaggronden Zware klei, drechtvaaggronden Lichte zavel, kalkrijke poldervaaggronden Koopveen/zeggeveen/rietzeggeveen Lichte zavel/kalkrijke nesvaaggronden Zware klei, knippoldervaaggronden Terp Locatie Súd Ie
17
VERKENNING FIETSPAD SÚD IE
Oosternijkerk
Anjum Morra
Niawier Metslawier
Eanjumer Kolken Jouswier
Wetsens
Jouswierpolder Aalsum
Oostrum
Ee
Dokkum
Landschappelijke- en cultuurhistorische structuren (bron: Cultuurhistorische kaart Fryslân, Historische topografische kaart 1850 en Rapport DK nr. 2009/dk 116-B, landschappelijke onderlegger Grontmij 18-10-2010)
18
VERKENNING FIETSPAD SÚD IE
Landschap De Súd Ie loopt door het (zee)kleigebied van Oostergo. Het gebied bestaat uit een serie parallelle kwelderwallen met daarachter lager gelegen kweldervlakten. De kwelderwallen zijn te herkennen doordat op deze hoger gelegen delen reeksen terpdorpen voorkomen. De verkavelingsstructuur in het gebied (blokverkaveling) staat haaks op de kwelderwallen. Het grondgebruik op de kwelderwal bestaat veelal uit akkerbouw terwijl de lagergelegen kweldervlakte in gebruik is als grasland. Veel paden en wegen in de lager gelegen delen (insteekwegen) lopen dood of zijn later doorgetrokken als ruilverkavelingswegen. Vroeger was het waterwegennet van opvaarten en miedvaarten belangrijk. Het vormde vaak de enige ontsluiting van boerderijen en dorpen. Behalve wegbeplanting en verspreid voorkomende erfbeplanting bij dorpen en boerderijen is er weinig opgaand groen in het plangebied. Kenmerkend is de grootschalige openheid. De Súd Ie is deels gekanaliseerd. Op enkele plaatsen langs de provinciale weg is de van oorsprong meanderende rivier rechtgetrokken ten behoeve van de scheepvaart.
Legenda Oude kavelstructuren
Hooidam
Historische opvaart
Oeverwal
Kreek als opvaart
Zoutontginning
Kreek
Verdedigingswerk
Oude loop Súd Ie
Oude wegen
Gekanaliseerd
Oude verdwenen paden
Terp
Verdwenen landwegen (reed)
Cultuurhistorie In het landschap zijn nog veel cultuurhistorische waarden terug te vinden. De belangrijkste cultuurhistorische structuur in het huidige landschap is een reeks terpdorpen (Anjum, Jouswier, Oostrum, Ee, Morra, Lioessens, Oostmahorn en Metslawier). Deze terpdorpen kenmerken zich door de hoger gelegen positie in het landschap en de aanwezigheid van een kerk. De dorpen hebben een karakteristieke ronde opbouw. Naast de terpdorpen zijn er ook verhoogde boerderijplaatsen. Om deze dorpen en boerderijen te bereiken, zijn op verschillende plekken opvaarten gegraven. Kenmerkend is het stelsel van opvaarten vanuit de Súd Ie (oude zeeslenk). De opvaarten zijn meestal te herkennen als rechte lijnen in het landschap maar soms zijn ook oude kreken gebruikt. In het gebied liggen veel waardevolle historische elementen. Nabij de Súd Ie zijn vooral de volgende elementen noemenswaardig: • De doorgaande zeedijk rond Oostergo (uit de 11e eeuw); • Het gemaal Dongerdielen, gemaal Tibster Ryd en gemaal De Kolk Anjum; • De Sluis Ezumazijl (Rijksmonument); • de Petruskerk in Jouswier (Rijksmonument); • Twee ‘Van Asperen Eendenkooien’ in de Anjumer Kolken. Als gevolg van ruilverkavelingen zijn, in het stroomgebied van de Súd Ie, routes verdwenen en nieuwe routestructuren juist ontstaan.
Zo is in een eerdere ruilverkaveling bijvoorbeeld een nieuwe weg aangelegd met de Wite Brêge en in een nog vrij recente ruilverkaveling de brug tussen Ee en Metslawier en de Saatsenwei. Ook is een onverhard recreatief voetpad tot stand gekomen vanaf het dorpsbos bij Ezumazijl tot aan een recreatieplek bij de Wite Brêge. Veel oude paden en de zogeheten “reed” (een eenvoudig onverharde of met puin verharde landweg) zijn verdwenen of veranderd in verharde wegen. De kaart laat duidelijk zien dat het historische wegennet zich concentreert op de hoger gelegen delen in het landschap (kwelderwallen). In de lagere, nattere delen zijn veel paden doodlopend. 19
VERKENNING FIETSPAD SÚD IE
Tureluur
Koolmees
Grutto
Krakeend
Kievit
Kuifeend
Scholekster
Meerkoet
Verdwenen Tureluur Verdwenen Grutto Verdwenen Kievit Verdwenen Scholekster Boerenzwaluw
Pimpelmees
Gele Kwikstaart Graspieper Grauwe Gans Kleine Plevier Kluut
Putter Ganzenfoerageergebied
Rietzanger Metslawier
Slobeend
Natuurgebied Bochtjesplaat
Vistrap
Torenvalk Vistrap
Veldleeuwerik Waterhoen
Natuurgebied Eanjumer Kolken
Vistrap
Wilde Eend
Jouswier
Van Asperen eendenkooi
Van Asperen eendenkooi
Witte Kwikstaart
Natuurgebied Ezumakeeg
Zomertaling
Knobbelzwaan
* Telgegevens broedvogels. BondFrieseVogelWachten, levering monitoringgegevens. (2020)
Natuurgebied Jouswierpolder
Ganzenfoerageergebied Tibma
Eendenkooi Ald Terp
Ganzenfoerageergebied
Oostrum Brânbuorren
Dokkum
Natuurgebieden (NNN, natura 2000, Natuur buiten EHS), Weidevogelkansgebieden en Ganzenfoerageergebied (Natuur overzichtskaart Provincie Fryslân, 2019, Broedvogelparen volgens BondFrieseVogelWacht, 2020)
20
VERKENNING FIETSPAD SÚD IE
Natuur I Nationaal beleid Rondom de Súd Ie zijn verschillende natuurgebieden aanwezig. Het Lauwersmeergebied is aangewezen als Natura 2000-gebied onder de Vogelrichtlijn vanwege het belang als broedgebied voor broedvogels van rietmoerassen en rietruigtes en de grauwe kiekendief. Ook buiten de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) - het huidige Natuur Netwerk Nederland (NNN) - zijn natuurgebieden en landschapselementen te vinden, waaronder het natuurgebied Eanjumer Kolken ( Natuur buiten EHS) en het natuurgebied Jouswierpolder (Natuur buiten EHS). Bij aantasting van deze natuur moet worden gecompenseerd. Dit moet in het vervolgtraject verder onderzocht worden. KRW-waterlichaam; De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) richt zich op de bescherming van water en stelt zich ten doel dat alle Europese wateren in het jaar 2015 een ‘goede toestand’ hebben bereikt en dat er binnen heel Europa duurzaam wordt omgegaan met water. De Súd Ie heeft vanaf de Jaarlasloot tot aan Ezumazijl de status van KRW-waterlichaam. Natuur I Provinciaal beleid Ganzenfoerageergebied; In de provincie Friesland zijn ganzenfoerageergebieden ingesteld. Dit zijn gebieden waar ganzen vrij mogen neerstrijken om te rusten en te eten. Er zijn algemene en soortspecifieke foerageergebieden. In de algemene gebieden worden ganzen van 1 november tot en met 31 maart opgevangen.
In de soortspecifieke gebieden loopt dit van 1 november tot en met 30 april en soms tot 31 mei. Dit is een regeling tussen grondeigenaren en provincie. Legenda Natura2000 gebied
Vispassage
Natuurgebied buiten EHS
Omvormen plas dras*
Natuurgebied NNN
Omvormen* naar struweel
Ganzenfoerageergebied Weidevogelkansgebied
* Omvormen beplanting uit: kaart waterverbinding tussen Dokkum en Waddenzee, fase 1. (2011)
Bij aantasting van deze regeling moet dit worden gecompenseerd. Dit moet in het vervolgtraject verder onderzocht worden. Weidevogelkansgebied; Delen van het gebied zijn aangewezen door de provincie Friesland als weidevogelkansgebied. Dit zijn ruime zoekgebieden waarbinnen de weidevogelkerngebieden geselecteerd en ontwikkeld worden. De provincie legt het initiatief om binnen weidevogelkansgebieden tot weidevogelkerngebieden te komen bij de betrokken partijen in het gebied. Of hier effecten optreden die leiden tot compensatie zal verder moeten worden uitgezocht met de provincie. De compensatie heeft een eigen beleidsmatig afwegingskader. Het compensatiebedrag is op een normbedrag gebaseerd. Het bedrag stort de gemeente in het provinciale weidevogelfonds. Bij voorkeur wordt het compensatiebedrag ingezet voor herstel van de aantasting van het betreffende kerngebied of de parel. Een herbegrenzing van het gebied kan hierbij aan de orde zijn. In de ‘Regeling weidevogelcompensatie’ is dit verder uitgewerkt. Natuur I Soortenbescherming Langs de Súd Ie komen onder andere de volgende beschermde soorten voor die gebruik maken van de Súd Ie als leefgebied, foerageergebied of ter navigatie: • Meervleermuis. Voor deze soort vormt de Súd Ie een belangrijk foerageergebied. Deze soort is gevoelig voor licht (er komt overigens geen verlichting langs het fietspad). • Waterspitsmuis.
Deze gebruikt de oeverzone van uiteenlopende wateren. Een belangrijke randvoorwaarde is helder water. Wanneer een afstand van ca. 5m uit de rand van het water wordt gehanteerd, wordt de oeverzone en dus het foerageergebied van de waterspitsmuis ontzien. Het fietspad zal daardoor het leefgebied van de waterspitsmuis niet beïnvloeden. • Otter. Op basis van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) zijn waarnemingen bekend van de otter in de Súd Ie op het hele traject vanaf het Lauwersmeer tot aan Dokkum. Bij de verdere ontwikkeling van het fietspad moet hiermee rekening gehouden worden. Natuur I Natuurontwikkeling Vismigratie; Door de aanleg van dijken, sluizen en gemalen zijn hindernissen ontstaan waardoor vissen de Súd Ie niet meer kunnen bereiken. Om vismigratie weer mogelijk te maken worden vispassages aangelegd. Zo zijn van de Súd Ie naar het natuurgebied Eanjumer Kolken en van het Jellegat naar de Jaarlasloot vispassages aangelegd om migratie van de driedoornige stekelbaars en geslachtsrijpe paling mogelijk te maken. Omvormen opgaande beplanting; In het rapport van Grontmij (28-10-2010), in opdracht van de gemeente, is het advies gegeven om opgaande beplanting die is toegevoegd tijdens de ruilverkavelingsperiode om te vormen tot plas, dras of om te vormen naar struweel. 21