CConstaterende datNoardeast-Fryslân
Koppel je AI →
Document · PDF

5. BügelHajema, Planologische verkenning rondweg Wânswert (definitief), 9 maart 2022.pdf

It Debat 19 mei 2022, gemeente Noardeast-FryslânBij agendapunt: Debat over Rondweg Wânswert12.666 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Pl an o l og i sch e v er k e n n in g r on d w eg W ân s w ert

D EF IN I TI EF

Pl an o l og i sch e v er k e n n in g r on d w eg W ân s w ert

D EF IN I TI EF

Inhoud

Rapport en bijlagen

9 maart 2022 Projectnummer P000947

Inhoudsopgave 1

2

3

Inleiding en doel

3

1.1

Aanleiding

3

1.2

Doel

3

1.3

Leeswijzer

4

Beschrijving voornemen

5

2.1

Hoofdroute tussen de N357 en de N361

5

2.2

Leefbaarheid en verkeersveiligheid in Wânswert

5

Landschapsanalyse

7

3.1

Het landschap waarin het voornemen tot aanleg van een nieuwe weg speelt

7

3.2

Belangrijke landschapskenmerken en verankering in beleid

7

3.3

Toetsing van het tracé van de nieuwe weg aan de belangrijke kenmerken van de omgeving

4

Toestemmingen, vergunningen en onderzoek

10

4.1

Inleiding

10

4.2

Bestemmingsplan/omgevingsplan, omgevingsvergunning (OW)

11

4.2.1

Wijzigen vigerende bestemmingsplannen/omgevingsplannen

11

4.2.2

Analyse vigerend bestemmingsplan

11

4.2.3

Conclusie en procedures

11

4.3

Wet natuurbescherming/Omgevingswet

13

4.4

M.e.r.-procedure

15

4.4.1

Voornemen

15

4.4.2

M.e.r.-(beoordelings)plicht

15

4.4.3

M.e.r.-uitvoeringsbesluiten

21

4.5 5

8

Onderzoeken

22

Afweging en vervolgstappen

27

5.1

Afweging

27

5.2

Vervolgstappen

28

Bijlagen

Planologische verkenning rondweg Wânswert - 9 maart 2022

1

Inleiding en doel 1.1

Aanleiding

Al vele jaren wordt gesproken over de aanleg van een rondweg om Wânswert om de leefbaarheid en verkeersveiligheid in het dorp te verbeteren. Daarnaast is al in 2010 in het GVVP van de voormalige gemeente Ferwerderadiel vastgelegd dat een hoofdroute moet worden aangelegd tussen de N357 en de N361 om de verkeersstructuur in het tussenliggende gebied te verbeteren. Door deze twee ambities met elkaar te verbinden, ontstaat een efficiënte en logische oplossing voor beide verkeersknelpunten. De aanleg van een nieuwe hoofdroute tussen Hikkaarderdyk ten noorden van Burdaard en de Kleasterdyk ten oosten van Wânswert lost twee belangrijke verkeersknelpunten op. In de eerste plaats verbetert deze nieuwe weg de verkeersstructuur in de Ee-vallei tussen de N357 en de N361. De verkeersveiligheid neemt toe doordat fietsers en andere verkeersdeelnemers van elkaar worden gescheiden. Door bundeling van verkeer op deze nieuwe hoofdroute neemt de verkeersintensiteit op de andere wegen in het gebied af. De leefbaarheid en verkeersveiligheid worden daarmee verbeterd. In de tweede plaats fungeert deze weg als rondweg om Wânswert. Daarmee wordt het knelpunt van de hoge verkeersintensiteit op de doorgaande weg door het dorp opgelost. Deze planologische verkenning heeft betrekking op het middelste deel (Burdaard-Wânswert) van de hoofdroute tussen de N357 en de N361.

Dit deel wordt de rondweg Wânswert genoemd. Om de rondweg tot uitvoering te kunnen brengen, zijn verschillende procedures/planologische toestemmingen, vergunningen en onderzoeken nodig. Om hier inzicht in te krijgen, is een verkenning naar de planologische haalbaarheid van het voorkeurstracé uitgevoerd. Met deze verkenning is in beeld gebracht waar en welke planologische regels van toepassing zijn en welke kansen en risico’s dit met zich meebrengt, zowel qua omgevingsfactoren/onderzoek en procedures. Onderdeel van deze verkenning is een scan met een overzicht van op dit moment relevante geldende plannen die mogelijk moeten worden aangepast. Dit overzicht is als bijlage 1 aan dit advies toegevoegd.

1.2

Doel

De planologische verkenning in dit rapport gaat ieder geval in op de volgende aspecten: -

analyse van het relevante ruimtelijk beleid en de onderliggende vigerende plannen;

-

welke omgevingsfactoren, autonome ontwikkelingen en onderzoeken zijn relevant. De focus

1

ligt op de juridisch-planologische uitvoerbaarheid; -

de mogelijke kansen, kritieke punten en risico’s op het gebied van analyse vigerende plannen, omgevingsfactoren en procedures worden zoveel mogelijk inzichtelijk gemaakt;

1

Wij gaan hierbij in principe uit van ruimtelijkeplannen.nl.

Planologische verkenning rondweg Wânswert - 9 maart 2022

3

-

landschapsanalyse met daarin een beknopte omschrijving van het landschapstype (kenmerken et cetera). Vervolgens spiegelen wij het ontwerp van de rondweg aan de (hoofd)kenmerken van het landschapstype en tot slot benoemen wij eventuele knelpunten en aandachtspunten, gevolgd door aanbevelingen;

-

mogelijke gevolgen procedure inwerkingtreding Omgevingswet;

-

richting voor de uit te voeren onderzoeken, te nemen vervolgstappen met eventueel een ·tijdsindicatie.

1.3

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 beschrijft het planvoornemen. Hoofdstuk 3 bevat een landschapsanalyse met daarin een beknopte omschrijving van het landschapstype (kenmerken et cetera). Vervolgens spiegelen wij het ontwerp van de rondweg aan de (hoofd)kenmerken van het landschapstype en tot slot benoemen wij eventuele knelpunten en aandachtspunten, gevolgd door aanbevelingen. Hoofdstuk 4 bevat een analyse van de meest bepalende besluiten, procedures en onderzoeken (o.a. vigerende bestemmingsplannen, Wet natuurbescherming, planm.e.r. et cetera) en de keuzemogelijkheden hierin, zowel in het kader van de huidige wetgeving als in het kader van de Omgevingswet. Hoofdstuk 5 bevat de afweging en de vervolgstappen.

Planologische verkenning rondweg Wânswert - 9 maart 2022

4

2

Beschrijving voornemen 2.1

Hoofdroute tussen de N357 en de N361

Het gebied tussen de N357 en de N361 heeft een fijnmazig wegennet met smalle (landbouw)wegen zonder een duidelijke hoofdroute. Veel verkeer maakt daarom gebruik van deze haarvaten van de wegenstructuur. De leefbaarheid en veiligheid in het gebied staan hierdoor onder druk. Fietsers delen vaak een rijbaan met auto’s, vrachtauto’s en landbouwverkeer. Dorpen met smalle straten worden doorsneden door drukke verkeersroutes. In het GVVP 2010 van de voormalige gemeente Ferwerderadiel is daarom vastgelegd dat een hoofdroute door dit gebied wordt aangelegd om de leefbaarheid en veiligheid te verbeteren: een route tussen de N357 en de N361 via Burdaard, Wânswert en Marrum. Deze route is gekozen omdat de brug bij Burdaard een van de weinig plaatsen in het gebied is waar de Dokkumer Ee kan worden overgestoken. In 2021 is een tracéstudie uitgevoerd naar de hoofdroute tussen de N357 en de N361 (Antea, maart 2021). Hierin zijn de voor- en nadelen en de kosten van verschillende varianten in beeld gebracht. De variant Duurzaam Veilig Optimaal met een snelheid van 80 km/uur heeft de voorkeur als uitgangspunt voor de vormgeving van de hoofdroute.

Hiermee ontstaat een robuuste verbinding die in vergelijking met de andere onderzochte varianten het meest bijdraagt aan bundeling van verkeer in de Ee-vallei, verbetering van de leefbaarheid, verbeteren van de verkeersveiligheid en scheiden van verschillende soorten verkeer. Zoals in paragraaf 1.1 al is aangegeven, heeft deze verkenning betrekking op het middelste deel van deze hoofdroute. Dit deel is op zichzelf al een belangrijke investering in de verkeersveiligheid in dit gebied, ook als de overige delen (nog) niet worden gerealiseerd. Verkeersveiligheid voor fietsers in het gebied wordt sterk verbeterd door aanleg van vrijliggende fietspaden. De gevaarlijke kruispunten Iedyk-Goslingawei en Iedyk-Hikkaarderdyk (waar jaarlijks meerdere (ernstige) ongevallen gebeuren) komen buiten de doorgaande route te liggen wat de verkeersveiligheid op deze kruispunten ten goede zal komen. Uiteraard is het wel de intentie op termijn de volledige hoofdroute te realiseren.

2.2

Leefbaarheid en verkeersveiligheid in Wânswert

De weg door Wânswert is onderdeel van de doorgaande route tussen Burdaard en Marrum. De inrichting van de weg is hier echter niet geschikt voor: een smalle weg, op sommige plaatsen woningen dicht op de weg, onoverzichtelijke gelijkwaardige kruisingen en fietsers en voetgangers op de rijbaan door het ontbreken van fiets- en voetpaden. Al vele jaren wordt gesproken over de aanleg van een rondweg rond Wânswert. In 2016 heeft de gemeenteraad van de toenmalige gemeente Ferwerderadiel besloten een rondweg om Wânswert

Planologische verkenning rondweg Wânswert - 9 maart 2022

5

aan te leggen via de korte route aan de oostkant van het dorp. Het project werd als prioritair project ingebracht bij de gemeentelijke herindeling. Na de gemeentelijke herindeling in 2019 werd de voorbereiding weer opgepakt en begin 2020 was de variantenstudie voor de rondweg gereed (Antea, februari 2020). Tijdens de variantenstudie bleek de oorspronkelijk geplande rondweg langs de oostkant van het dorp een suboptimale oplossing te zijn waarvoor bij de inwoners van Wânswert weinig draagvlak is. Een van de andere onderzochte varianten betrof een studie vanuit een breder perspectief: de hoofdroute tussen Burdaard en Marrum. Door de rondweg om Wânswert te bezien vanuit dit bredere perspectief ontstond een logischere optie voor de rondweg om Wânswert: een noordelijker gelegen route die aansluit op de Hikkaarderdyk ten noorden van Burdaard. Deze variant kan op veel draagvlak rekenen bij inwoners van Wânswert. Door de grotere afstand tot Wânswert zal deze route de leefbaarheid in het dorp namelijk aanzienlijk verbeteren (veiligheid, geluidoverlast, luchtkwaliteit). In deze variant is de rondweg om Wânswert geen op zichzelf staand project meer, maar een belangrijke schakel in de gewenste hoofdroute tussen de N357 en de N361.

Vanuit verkeerskundig oogpunt heeft dit een aantal belangrijke voordelen boven de oorspronkelijke variant: een logische route, goede doorstroming van doorgaand verkeer en veiligheid voor fietsers en andere langzame verkeersdeelnemers door vrijliggende fietspaden. Deze variant voldoet daarmee aan alle voorwaarden die in de Mobiliteitsvisie 2020 zijn gesteld aan de nieuwe hoofdroute tussen de N357 en de N361. Het tracé tussen de Hikkaarderdijk bij Burdaard en de Kleasterdyk bij Wânswert is uitgewerkt in een ontwerpnotitie (Bono Traffics, februari 2022). Hierin zijn het tracé, de kruispunten en het wegprofiel meer in detail uitgewerkt. Deze notitie vormt in feite een schetsontwerp waarmee de weg verder voorbereid en uitgevoerd kan worden. De voorliggende planologische verkenning is gebaseerd op dit schetsontwerp.

Planologische verkenning rondweg Wânswert - 9 maart 2022

6

3

Landschapsanalyse 3.1

Het landschap waarin het voornemen tot aanleg van een nieuwe weg speelt

Wânswert en de omgeving daarvan liggen in het kleiterpenlandschap van Noardeast-Fryslân. In het kleiterpenlandschap wordt op terpen gewoond; de wegen, sloten en verkaveling zijn veelal kronkelig en onregelmatig. Het landschap is open; verspreid liggen terpen of een ring van terpen gelegen rondom een hoofdkern. Vanuit de open ruimte zijn de randen van de radiaal opgebouwde terpdorpen goed zichtbaar. Deze algemene beschrijving is ook op Wânswert en omgeving van toepassing. Wânswert is een klein, cultuurhistorisch waardevol terpdorp. Aan de zuidzijde ligt de opvaart en de verhoogd gelegen kerk. Het wegen en padenpatroon Wânswert toont de oorspronkelijke radiale opbouw van het dorp. Westelijk van de kerk is forse beplanting aanwezig. Aan de zuidoostzijde en noordwestzijde van het dorp liggen boerderijen eveneens met beplanting. Typerend is het afwisselende beeld van de dorpsranden en het rafelige karakter daarvan. De intimiteit van de doorgaande Buorren/Goslingawei in Wânswert met afwisselende en kleinschalige bebouwing staat in contrast met de uitgestrekte openheid van het weidegebied in de omgeving. De verkaveling in dit gebied is onregelmatig en kronkelig voortkomend uit de historie van het gebied waarin het water in de vorm van kreken en prielen een grote rol speelde. In de omgeving zijn het met name de verspreid gelegen erven waarop beplanting aanwezig is.

Dit zijn puntvormige verdichtingen in het landschap. Aan de oostkant van het plangebied ligt een ander opgaand element; een klein bos tussen de weg en camping Zwanenburg.

3.2

Belangrijke landschapskenmerken en verankering in beleid

De belangrijke kenmerken van het landschap zijn: -

het dorp gelegen op een terp, met zijn afwisselende, rafelige dorpsrand;

-

de deels groene dorpsrand in contrast met de openheid;

-

de radiale wegen/padenstructuur vanuit het dorp;

-

de open omgeving, grotendeels in gebruik als weiland;

-

de onregelmatige, kronkelige verkavelingsstructuur;

-

de weggetjes/ontsluitingspaden die de verkavelingsstructuur volgen;

-

de eenvoudig profielen van wegen;

-

de verspreid gelegen boerderijerven met hun erfbeplanting.

Deze kenmerken worden ook benoemd in het provinciale beleid (Grutsk op ‘e Romte thematische structuurvisie provincie Fryslân, 2014) en in het beeldkwaliteitsplan Ferwerderadiel Buitengebied 2013.

Planologische verkenning rondweg Wânswert - 9 maart 2022

7

In het beeldkwaliteitsplan Ferwerderadiel Buitengebied wordt aangegeven: -

Karakteristieke landschapsstructuren dienen te worden beschermd bij schaalvergroting van het landschap. Dit zijn vooral oude gebogen tracés van slenken en prielen, kreekruggen en radiaire met de terpen samenhangende verkavelingsstructuren en slotenpatronen.

-

Bij aanpassingen van de landschappelijke structuur en watercompensatie dient te worden gezocht naar het versterken van de recreatieve en ecologische mogelijkheden in het gebied, bijvoorbeeld door realisatie van verbindende paden, ecologische verbindingen, natuurvriendelijke oevers, aanlegplaatsen en waterberging in bestaande laaggelegen gebieden, zodat deze in samenhang ecologisch kunnen worden versterkt.

-

Bij verbreding van watergangen en herverkaveling dienen structuurbepalende elementen te worden versterkt. Dit zijn met name oude gebogen tracés van slenken en prielen, kreekruggen en radiaire met de terpen samenhangende structuren.

In Grutsk op é Romte wordt in aanvulling hierop aangegeven dat het behoud van puntverdichtingen in de openheid met punten in de vorm van dorpen en boerderijerven belangrijk is. Waarbij voor het overige zeer spaarzaam moet worden omgegaan met beplanting in dit open gebied.

3.3

Toetsing van het tracé van de nieuwe weg aan de belangrijke kenmerken van de omgeving

De aanleg van een rondweg rond een karakteristiek terpdorp zoals Wânswert is landschappelijk geen verbetering. Het dorp met haar rafelige rand, radiale structuur verbonden met het open landschap en de boerderijen die aan de rand zijn gelegen, wordt geweld aangedaan. De keuze om de rondweg niet direct aan de dorpsgrens te leggen, is positief. Zo wordt de relatie tussen het dorp en de boerderijen niet doorsneden. De weg wordt meer een verbindingsweg dan een rondweg. Blijft staan dat een weg die gericht is op comfort voor de auto midden door een open agrarisch gebied met een kenmerkende verkaveling, een aantasting van het landschap is. Bij een dergelijke doorsnijding vermindert het groene karakter van de omgeving en wordt de karakteristieke verkaveling die nog samenhangt met voormalige kreken en prielen versnipperd. De “leesbaarheid” van het landschap wordt minder. Het exact volgen van verkavelingslijnen is niet verenigbaar met de wens om een comfortabele autoweg te maken die een betere en snellere route geeft, dan de route door het dorp. Wij zien ook nog niet alles wat nodig is om deze weg verkeerskundig goed aan te sluiten op de wegen in de omgeving. Zo zal bij de kruising tussen de Iedyk en de nieuwe ontsluiting en de aansluiting op de Kleasterdyk meer wegdek nodig zijn, dan nu is aangegeven. Ook zal hier vermoedelijk verlichting moeten zijn.

Om de impact van de weg zo gering mogelijk te laten zijn, kunnen de volgende maatregelen worden genomen: -

houd de weg zo slank mogelijk, zo laag mogelijk en zo eenvoudig mogelijk. De dwarsprofielen zijn daar al goed op ingericht;

Planologische verkenning rondweg Wânswert - 9 maart 2022

8

-

houd het tracé zo rustig mogelijk. Er zitten nu twee flauwe bochten achter elkaar in, dat is minder gelukkig;

-

doorsnijd bij voorkeur geen radiale verkavelingsstructuren. Overwogen kan worden het tracé aan de noordwestzijde om de radiale kavels te situeren en de aantakking op de Kleasterdyk meer noordelijk (zie navolgende afbeelding);

-

beperk verlichting tot het minimum.

Tracé van de weg dat meer noordelijk aansluit op de Kleasterdyk

Planologische verkenning rondweg Wânswert - 9 maart 2022

9

4

Toestemmingen, vergunningen en onderzoek 4.1

Inleiding

Om het project te realiseren, zijn verschillende besluiten en onderzoeken nodig. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen zogenaamde hoofdbesluiten en –vergunningen en uitvoeringsvergunningen. De hoofdbesluiten zijn kaderstellend voor de uitvoeringsvergunningen. De omvang, de fasering en de mate van concreetheid van het voornemen is bepalend voor de keuze van het type besluit, de daaraan gekoppelde procedures en het benodigde onderzoek. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de meest bepalende besluiten, procedures en onderzoeken en de keuzemogelijkheden hierin, zowel in het kader van de huidige wetgeving als in het kader van de Omgevingswet en de daarmee gepaard gaande voor- en nadelen. HOOFDBESLUITEN/-VERGUNNINGEN (HUIDIGE WETGEVING EN OMGEVINGSWET) Voor dit project zijn in ieder geval de volgende hoofdbesluiten en -vergunningen relevant voor het ruimtelijk spoor.

-

Bestemmingsplan/uitgebreide omgevingsvergunning (huidige wetgeving) of omgevingsplan/omgevingsvergunning (Omgevingswet). Hierop wordt in paragraaf 4.2 nader ingegaan.

-

Vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming of Natuurvergunning onder de Omgevingswet en het al dan niet uitvoeren van een Passende Beoordeling. Hierop wordt in paragraaf 4.3 nader ingegaan.

M.E.R. Daarnaast moet worden afgewogen of voor plannen en besluiten die belangrijke nadelige gevolgen voor de omgeving en het milieu kunnen hebben, een m.e.r. moet worden doorlopen. Dit geldt onder de huidige wetgeving en onder de Omgevingswet. Een m.e.r. is verplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten die kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Een m.e.r. is altijd gekoppeld aan een besluit. Hierop wordt in paragraaf 4.4 nader ingegaan. ONDERZOEK Om de uitvoerbaarheid van de te nemen hoofdbesluiten aan te tonen, zijn de nodige onderzoeken vereist, zowel onder de huidige wetgeving als onder de Omgevingswet. Ook zijn ten behoeve van de uitvoeringsbesluiten de nodige onderzoeken vereist. In paragraaf 4.5 is dit nader uitgewerkt.

Planologische verkenning rondweg Wânswert - 9 maart 2022

10

4.2

Bestemmingsplan/omgevingsplan, omgevingsvergunning (OW)

4.2.1 Wijzigen vigerende bestemmingsplannen/omgevingsplannen Voor het realiseren van de rondweg moet een aantal onderliggende bestemmingsplannen 2

(omgevingsplannen ) worden gewijzigd. Dit kan met een nieuw bestemmingsplan (Wro) of een omgevingsplan (OW). Dit kan ook met een uitgebreide omgevingsvergunning (Wabo) of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (OW). 4.2.2 Analyse vigerend bestemmingsplan Het voorkeurstracé (zoals ontvangen van de gemeente) is geprojecteerd op de vigerende bestemmingsplannen volgens www.ruimtelijkeplannen.nl. Hieruit blijkt dat het volledige tracé is gelegen in het bestemmingsplan Buitengebied van de voormalige gemeente Ferwerderadiel, vastgesteld op 13 februari 2014 met IMRO-code NL.IMRO.1722.1211606-0003. Binnen dit bestemmingsplan hebben de gronden van het tracé overwegend de bestemming Agrarisch. Bij de aansluiting van het tracé op de bestaande wegen Kleasterdyk en de Hikkaarderdyk hebben de gronden de bestemming Verkeer. Tot slot ligt het tracé over gronden met de bestemming Bedrijf – Agrarisch loonbedrijf aan de Kleasterdyk 1-A, 9178 GC Wânswert. Voor het overige raakt het tracé in het gebied geen dubbelbestemmingen. Op de Kleasterdyk na want deze heeft de dubbelbestemming Leiding – Riool.

Voorkeurstracé geprojecteerd op vigerend bestemmingsplan

4.2.3 Conclusie en procedures Voor nagenoeg het hele tracé (mogelijk alleen de aansluiting op bestaande wegen niet) dient het onderliggende bestemmingsplan te worden aangepast.

2

Na inwerkingtreding Omgevingswet zijn (worden) alle bestemmingsplannen (tijdelijke) omgevingsplannen (genoemd).

Planologische verkenning rondweg Wânswert - 9 maart 2022

11

Zoals in paragraaf 3.2.1 aangegeven, kan van de onderliggende bestemmingsplannen worden afgeweken middels een nieuw bestemmings-/omgevingsplan of middels een (uitgebreide) omgevingsvergunning. Er kan worden gekozen voor het gehele voornemen een bestemmingsplan-/ omgevingsplan op te stellen of een vergunning aan te vragen. Dit kan ook per deelproject. Bestemmingsplan vs uitgebreide omgevingsvergunning (WRO/Wabo) Voor het project kan mogelijk nog een bestemmingsplan in procedure worden gebracht waarbij het 3

ontwerpbestemmingsplan voor 1 januari 2023 ter inzage moet worden gelegd om nog gebruik te kunnen maken van de huidige wetgeving van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Aangezien het hier om een concreet project gaat, kan ook worden gekozen voor een omgevingsvergunning voor het afwijken van het onderliggende bestemmingsplan. Het opstellen van een omgevingsvergunning is eenvoudiger, omdat er geen regels en verbeelding hoeven te worden gemaakt. Een omgevingsvergunning is echter minder flexibel, omdat het alleen datgene wat wordt aangevraagd, toestaat, in plaats van het stellen van kaders zoals een bestemmingsplan doet. Oftewel het gehele tracé moet volledig zijn uitgewerkt en worden aangevraagd. Om nog gebruik te kunnen maken van de huidige wetgeving Wabo, dient de aanvraag omgevingsvergunning voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet (zie hiervoor) te worden ingediend. Een bestemmingsplan biedt meer flexibiliteit. PROCEDURE BESTEMMINGSPLAN/UITGEBREIDE OMGEVINGSVERGUNNING WRO/WABO Voor

het

bestemmingsplan

en

uitgebreide

omgevingsvergunning

geldt

de

uitgebreide

voorbereidingsprocedure (3.4 Awb) hiervan 26–32 weken (26 weken beslistermijn + 6 weken voor beroep RvS bij bestemmingsplan) en 26–38 weken bij omgevingsvergunning (26 weken beslistermijn + 6 weken beroep en 6 weken hoger beroep). Dit is zonder voortraject waarin de eventuele inspraak en het verplichte vooroverleg artikel 3.1.1. Bro een plaats hebben. Omgevingsplan vs omgevingsvergunning (OW) Gezien de termijn van de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de nog resterende tijd tot deze inwerkingtreding kan er, afhankelijk van de doorlooptijd om te komen tot het definitieve tracé, word en gekozen voor het opstellen van een omgevingsplan die na de inwerkingtreding van de Omgevingswet in procedure wordt gebracht. Het voordeel van een omgevingsplan is dat alles op één plek wordt geregeld. Dit kan, gelet op de planning van het project, ook meteen een nadeel zijn. Op het moment van inwerkingtreding van de Omgevingswet moeten door de gemeente NoardeastFryslân (net als bij vele andere gemeenten) nog veel keuzes ten aanzien van de vorm en inhoud van het omgevingsplan worden gemaakt. Ook onder de Omgevingswet kan worden gekozen voor een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsactiviteit (opa) voor het afwijken van de op dat moment geldende (tijdelijke)

3

Minister De Jonge (Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening) informeert de Tweede Kamer over de afwegingen voor de nieuwe datum voor inwerkingtreding van de Omgevingswet: 1 januari 2023. Zie kamerbrief via deze link.

Planologische verkenning rondweg Wânswert - 9 maart 2022

12

omgevingsplannen. Ook hier geldt dat het opstellen van een omgevingsvergunning eenvoudiger is, omdat er geen regels en verbeelding hoeven te worden gemaakt. Een omgevingsvergunning is echter minder flexibel en dient op termijn te worden opgenomen in een omgevingsplan. PROCEDURE OMGEVINGSPLAN/VERGUNNING VOOR OMGEVINGSPLANACTIVITEITEN Voor het opstellen van een omgevingsplan geldt net als onder de huidige wet de uitgebreide voorbereidingsprocedure (3.4 Awb) en daarmee een beslistermijn van 26 weken. Onder de Omgevingswet is voor de vergunningverlening de reguliere procedure het uitgangspunt. De beslistermijn voor de reguliere vergunning is 8 weken. Daarna is nog bezwaar en beroep mogelijk. Het bevoegd gezag kan de beslistermijn eenmalig verlengen met 6 weken. Een vergunning voor een omgevingsplanactiviteit kan alleen worden verleend als wordt voldaan aan de beoordelingsregels van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Er zijn uitzonderingen op het toepassen van de reguliere procedure. Voor deze uitzonderingen wordt de uitgebreide procedure toegepast. De beslistermijn betreft dan ook 26 weken.

In artikel 16.62 (toepassingsbereik reguliere voorbereidingsprocedure) van de Omgevingswet staat in lid 3 dat op een aanvraag om een omgevingsvergunning het bevoegd gezag afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing kan verklaren als het gaat om een beslissing op een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (artikel 16.65, vierde lid): a.

als het gaat om een activiteit die aanzienlijke gevolgen heeft of kan hebben voor de fysieke leefomgeving;

b.

waartegen naar verwachting verschillende belanghebbenden bedenkingen zullen hebben.

Gelet op de omvang van het project en de ingreep in de omgeving zal het project naar verwachting onder de uitzonderingssituatie vallen en zal de uitgebreide procedure (afdeling 3.4 Awb) van toepassing worden verklaard.

4.3

Wet natuurbescherming/Omgevingswet

Wet Natuurbescherming De Wet natuurbescherming regelt de bescherming van gebieden, die als Natura 2000-gebied of beschermd natuurmonument zijn aangewezen. Het belangrijkste onderdeel van de wet is dat een aparte vergunning nodig is voor activiteiten die mogelijk schadelijk zijn voor deze gebieden. Het betreft zowel activiteiten die binnen als buiten het natuurgebied plaatsvinden (de zogenaamde "externe werking"). Omgevingswet Het is de bedoeling dat het huidige normenkader, de instrumenten en de bevoegdheidsverdeling voor het natuurbeschermingsrecht ongewijzigd overgaan in de Omgevingswet, zonder dat daarbij afbreuk wordt gedaan aan het beschermingsniveau zoals wij dat nu kennen. De regels voor de bescherming van de natuur is straks verspreid over allerlei wet- en regelgeving.

Planologische verkenning rondweg Wânswert - 9 maart 2022

13

Stikstof/passende beoordeling Gezien de ligging van de rondweg op zeer ruime afstand van Natura 2000-gebieden (Waddenzee op 5,2 km en Groote Wielen op 7 km) is op voorhand aan te nemen dat als gevolg van de voorgenomen activiteiten geen sprake is van directe verstoring als gevolg van licht, geluid of andere effecten. Wel 4

dient inzichtelijk te worden gemaakt of in het kader gebruiksfase van de projecten de uitstoot van stikstof en daarmee de depositie van stikstof op omliggende Natura 2000-gebieden mogelijk significant negatieve gevolgen kan hebben. De dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden betreffen de Alde Feanen en Ameland, beide op circa 17 km afstand. Op dit moment is nog niet doorgerekend of het aanleg van de rondweg enkel tot een verplaatsing van het aantal verkeersbewegingen gaat of dat de rondweg ook tot gevolg heeft dat meer verkeersbewegingen gaan optreden. Op het moment dat sprake is van een toename aan verkeersbewegingen, zal door middel van het uitvoeren van een berekening met het programma Aerius inzicht moeten worden verkregen in de depositie op de omliggende Natura 2000-gebieden. Zie ook navolgend. AANLEGFASE In de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (zie hiervoor) is een vrijstelling opgenomen voor de sloop- en bouwactiviteiten van projecten. Het risico bestaat echter dat deze vrijstelling de juridische toets van de Raad van State (RvS) niet doorstaat, aangezien de Raad van State zelf in een advies aangeeft dat voor dit punt een nadere onderbouwing vereist is. Om geen risico te lopen, kan er zekerheidshalve voor worden gekozen om, anders dan de wet nu verplicht, ook een berekening voor de aanlegfase uit te voeren.

Indien hier een depositie tot 0,05 mol N/ha/jaar uit naar voren komt, dient nader te worden gekeken of middels het uitvoeren van een Voortoets kan worden beoordeeld of significante negatieve effecten kunnen worden uitgesloten. Dit is mede afhankelijk van de betreffende habitattype waar de depositie plaatsvindt. Wanneer de depositie boven de 0,05 mol N/ha/jaar uitkomt, zal moeten worden gekeken naar opties met extern salderen en is een passende beoordeling aan de orde. Deze passende beoordeling bestaat vooral uit een nadere ecologische onderbouwing. Afhankelijk van de keuze of het project in één keer wordt uitgevoerd of in fases en, indien het project in fases wordt uitgevoerd, daarvoor een afzonderlijk besluit per fase wordt genomen, kan het voor de hand liggen voor ieder deelproject afzonderlijk een berekening uit te voeren voor de aanlegfase. Bepalend hierbij zijn wel de tijdsduur van de aanlegfase per deelproject en de start van aanleg van de deelprojecten. Indien in een periode van twee jaar in de aanlegfase overlap tussen deelprojecten bestaat, dan kunnen deze projecten niet afzonderlijk worden beschouwd. Wij gaan ervan uit dat het project in één keer wordt uitgevoerd.

4

Op 1 juli 2021 is de Wet en het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering (Stikstofwet) in werking getreden. Belangrijk onderdeel van het besluit is de bouwvrijstelling. Deze vrijstelling houdt in dat de aanlegfase van ontwikkelingen vrijgesteld is van de vergunningplicht Wet natuurbescherming en dat voor deze fase geen stikstofberekening meer nodig is. Alleen de stikstofdepositie van de gebruiksfase dient te worden berekend.

Planologische verkenning rondweg Wânswert - 9 maart 2022

14

GEBRUIKSFASE Uit het nog uit te voeren verkeersonderzoek zal moeten blijken of als gevolg van het betreffende 5

project de intensiteit van verkeersbewegingen significant zal toenemen (niet zijnde de berekende autonome groei). Indien uit de berekening blijkt dat er een depositie van meer dan 0,00 mol N/ha/jaar plaatsvindt, dient te worden gekeken naar extern salderen en is een passende beoordeling aan de orde, zoals beschreven onder aanlegfase. Een Voortoets is in dit geval geen optie, aangezien het niet een tijdelijke depositie betreft.

4.4

M.e.r.-procedure

4.4.1 Voornemen Zoals in de aanleiding aangegeven, betreft het voornemen het realiseren van een nieuwe rondweg 6

met een bijbehorend snelheidsregime van 80 km/uur . Hiervoor moeten nog de nodige maatregelen worden getroffen en nader worden uitgewerkt, zoals aansluiting op de bestaande wegen en meerdere (principes) kruispuntoplossingen. Het traject van de rondweg heeft een lengte van circa 2,5 km. 4.4.2 M.e.r.-(beoordelings)plicht Besluit m.e.r. In het Besluit m.e.r., bijlage C en D, staan de activiteiten, plannen en besluiten beschreven waarvoor een m.e.r. of m.e.r.-beoordeling aan de orde is. Per categorie van activiteiten is een drempelwaarde voor de omvang van de activiteit gegeven. Onderdeel C van het Besluit m.e.r. wijst de activiteiten en gevallen aan waarvoor een directe m.e.r.-plicht geldt als de activiteit boven de drempelwaarden uitkomt. Onderdeel D van het Besluit m.e.r. bevat grotendeels dezelfde activiteiten als onderdeel C, zij het dat de (indicatieve) drempelwaarden lager zijn. Voor activiteiten die boven de drempelwaarden van onderdeel D, maar beneden die van onderdeel C vallen, geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht (geen directe m.e.r.-plicht). Voor activiteiten die wel genoemd zijn in bijlage D, maar onder de drempelwaarden blijven, moet een vormvrije m.e.r.-beoordeling worden uitgevoerd. In het kader van de voornemens zijn de volgende activiteiten en gevallen relevant.

5

Er kan worden gekeken of deze toename een gevolg is van enkel verplaatsing/verschuiving van verkeersbewegingen. Als de realisatie van de projecten tot gevolg hebben dat de verkeersintensiteiten dichterbij Natura 2000-gebieden afnemen, kan dit een positief effect hebben. Dit zal tevens moeten blijken uit het verkeersonderzoek.

6

Bron: Rondweg Wânswert, Ontwerpproces en stand van zaken december 2021, BonoTraffics.

Planologische verkenning rondweg Wânswert - 9 maart 2022

15

C1.2

Kolom 1

Kolom 2

Kolom 3

Kolom 4

Activiteiten

Gevallen

Plannen

Besluiten

De aanleg van een auto-

Het plan, bedoeld in de

De vaststelling van het tracé

snelweg of autoweg

artikelen 5 en 8 j° 9, tweede

op grond van de Tracéwet

lid van de Planwet verkeer en door de Minister van Infravervoer, de structuurvisie,

structuur en Waterstaat, dan

bedoeld in de artikelen 2.1,

wel het plan, bedoeld in

2.2 en 2.3 van de Wet ruimte- artikel 3.6, eerste lid, onderlijke ordening en het plan,

delen a en b van de Wet

bedoeld in de artikelen 3.1,

ruimtelijke ordening, dan wel

eerste lid, 3.6, eerste lid,

bij het ontbreken daarvan

onderdelen a en b, van die

van het plan, bedoeld in

wet

artikel 3.1, eerste lid van die wet

C1.3

De aanleg/wijziging/

In gevallen waarin de activi-

uitbreiding van een weg

teit betrekking heeft op een

bestaande uit 4 of meer

weg met een tracélengte van

rijstroken of verlegging/

10 km of meer

Idem

Idem

idem

Idem

Idem

Idem

verbreding van bestaande wegen van 2 rijstroken of minder tot wegen met 4 of meer rijstroken, niet zijnde een autosnelweg of autoweg D1.1

De wijziging/uitbreiding van

In gevallen waarin de activi-

een autosnelweg of autoweg teit betrekking heeft op een weg met een tracélengte van 5 km of meer D1.2

De wijziging/uitbreiding van

In gevallen waarin de

een weg bestaande uit 4 of

activiteit betrekking heeft op

meer rijstroken of

een weg met een tracélengte

verlegging/verbreding van

van 5 km of meer

bestaande wegen van 2 rijstroken of minder tot wegen met 4 of meer rijstroken, niet zijnde een autosnelweg of autoweg

Omgevingsbesluit In het Omgevingsbesluit staan regels over het bevoegd gezag voor omgevingsvergunningen, over procedures, handhaving en uitvoering en over het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). In bijlage V van het Omgevingsbesluit staan de projecten en de daarvoor benodigde besluiten waarvoor een m.e.r.-(beoordelings)plicht geldt. In het kader van de voornemens zijn de volgende activiteiten en gevallen relevant.

Planologische verkenning rondweg Wânswert - 9 maart 2022

16

Kolom 1

Kolom 2

Projecten

Gevallen waarin de m.e.r.- Gevallen waarin de m.e.r.-

J1 Wegen

Kolom 3

Kolom 4 Besluiten

plicht geldt

beoordelingsplicht geldt

Als sprake is van:

Aanleg, wijziging of uitbreiding Het omgevingsplan (dan wel

1. de aanleg van een autosnel-

omgevingsvergunning artikel

weg of autoweg;

11.8 lid 3 Omgevingsbesluit)

2. de aanleg, wijziging of uitbreiding van een nieuwe weg met 4 of meer rijstroken die betrekking heeft op een ononderbroken tracélengte van 10 km of meer; 3. de verlegging of verbreding van een bestaande weg met 2 rijstroken of minder tot een weg met 4 of meer rijstroken die betrekking heeft op een ononderbroken tracélengte van 10 km of meer

Auto(snel)weg 7

Op Infomil staat een Infoblad Auto(snel)wegen categorie C1.2 en D.1.1 . Een deel van deze tekst is hier integraal overgenomen. De bijlage van Besluit m.e.r., onderdeel A geeft een definitie van het begrip autoweg. Een autoweg is: a.

een voor autoverkeer bestemde weg die alleen toegankelijk is via knooppunten of door verkeerslichten geregelde kruispunten en waarop het is verboden te stoppen en te parkeren, of

b.

een weg als bedoeld in artikel 1, onder d, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV).

Ad a. Onder autoverkeer moet worden verstaan verkeer van motorvoertuigen. Knooppunten kunnen verschillend uitgevoerd zijn, volgens de Europese Overeenkomst. In het algemeen geldt bij knooppunten dat de hoofdrijbanen van de autoweg ongelijkvloers gekruist worden (Europese Overeenkomst inzake internationale hoofdverkeerswegen, Genève, 15-11-1975). Volgens de toelichting bij het Besluit m.e.r. worden rotondes en verkeerspleinen gelijkgesteld met kruispunten die door verkeerslichten geregeld zijn, omdat het gaat om de toeritdosering en doorstroombaarheid van het verkeer. Onder de kruispunten wordt verstaan: de gelijkvloerse of ongelijkvloerse kruispunten niet zijnde knooppunten die door verkeerslichten geregeld zijn. Ad b. Een dergelijke weg wordt aangeduid met een G3-bord. Wanneer een G3 bord aanwezig is, valt de autoweg rechtstreeks onder het begrip autoweg van het Besluit m.e.r.. Een weg zonder G3 aanduiding is nooit een autoweg.

7

Link naar www.infomil.nl

Planologische verkenning rondweg Wânswert - 9 maart 2022

17

Bord G3: autoweg (zie bijlage I van het RVV)

Het begrip autosnelweg wordt in het Besluit m.e.r. niet gedefinieerd. Het ligt voor de hand aan te sluiten bij de Nederlandse verkeerswetgeving. Hierin is bepaald dat onder autosnelweg wordt verstaan een weg, aangeduid door G1-bord. Een autosnelweg is gelegen buiten de bebouwde kom.

G1-bord: autosnelweg (zie bijlage I van het RVV)

Beoordeling kaderstelling In navolgende tabel zijn de categorieën van activiteiten genoemd die van toepassing kunnen zijn op het planvoornemen. In de laatste kolom is gemotiveerd of deze activiteiten van toepassing zijn en of een m.e.r.-(beoordelings)plicht geldt.

Planologische verkenning rondweg Wânswert - 9 maart 2022

18

C1.2

Kolom 1

Kolom 2

Projecten

Gevallen waarin de m.e.r.-plicht geldt

Van toepassing op planvoornemen

De aanleg van een auto-

De te realiseren rondweg is op meerdere

snelweg of autoweg

plaatsen rechtstreeks, dus zonder knooppunt of kruispunt met verkeerslichten, toegankelijk. Daarnaast wordt de rondweg niet aangeduid als auto(snel)weg door middel van een G1- of G3-bord. Er is daarom geen sprake van een auto(snel)weg. Onderdeel C.1.2 is niet van toepassing.

C1.3

De aanleg/wijziging/

In gevallen waarin de activiteit betrekking

uitbreiding van een weg

heeft op een weg met een tracélengte van 10 rijstroken met een ononderbroken tracéleng-

bestaande uit 4 of meer

km of meer

rijstroken of verlegging/

Er is sprake van een nieuwe weg met 2 te van 2,5 km. Onderdeel C1.3 is niet van toepassing

verbreding van bestaande wegen van 2 rijstroken of minder tot wegen met 4 of meer rijstroken, niet zijnde een autosnelweg of autoweg D1.1

De wijziging/uitbreiding van In gevallen waarin de activiteit betrekking De te realiseren rondweg is op meerdere een autosnelweg of auto- heeft op een weg met een tracélengte van 5 plaatsen rechtstreeks, dus zonder knooppunt weg

km of meer

of kruispunt met verkeerslichten, toegankelijk. Daarnaast wordt de rondweg niet aangeduid als auto(snel)weg door middel van een G1- of G3-bord. Er is daarom geen sprake van een auto(snel)weg. Onderdeel D.1.1 is niet van toepassing

D1.2

De wijziging/uitbreiding van In gevallen waarin de activiteit betrekking Er is sprake van een nieuwe weg met 2 een weg bestaande uit 4 of heeft op een weg met een tracélengte van 5 rijstroken met een ononderbroken tracélengmeer rijstroken of verleg- km of meer

te van 2,5 km. Onderdeel D1.2 is niet van

ging/verbreding

toepassing

van

staande

wegen

rijstroken

of

be-

van

2

minder

tot

wegen met 4 of meer rijstroken,

niet

zijnde

een

autosnelweg of autoweg J1

Wegen

Als sprake is van: 1. de aanleg van een autosnelweg of autoweg;

1. De te realiseren rondweg is op meerdere plaatsen rechtstreeks, dus zonder knooppunt of kruispunt met verkeerslichten, toegankelijk. Daarnaast wordt de rondweg niet aangeduid als auto(snel)weg door middel van een G1- of G3-bord. Er is daarom geen sprake van een auto(snel)weg. Onderdeel 1° is niet van toepassing

2. de aanleg, wijziging of uitbreiding van een 2. Er is sprake van een nieuwe weg met 2 nieuwe weg met 4 of meer rijstroken die

rijstroken met een ononderbroken tracé-

betrekking heeft op een ononderbroken

lengte van 2,5 km. Onderdeel 2 is niet van

tracélengte van 10 km of meer;

toepassing

Planologische verkenning rondweg Wânswert - 9 maart 2022

19

3. de verlegging of verbreding van een

3. Er is sprake van een nieuwe weg en geen

bestaande weg met 2 rijstroken of minder

sprake van een verlegging of verbreding

tot een weg met 4 of meer rijstroken die

van een bestaande weg. Onderdeel 3 is

betrekking heeft op een ononderbroken

niet van toepassing.

tracélengte van 10 km of meer

Op grond van het voorgaande wordt geconcludeerd dat de beoogde rondweg Wânswert geen activiteit mogelijk maakt, zoals opgenomen in de onderdelen C en D van de bijlage van het Besluit m.e.r. en in onderdeel J1 van het Omgevingsbesluit. Daarmee is verdere toetsing niet nodig. Voor de rondweg behoeft in beginsel dan ook geen MER te worden opgesteld. Plan-m.e.r. op basis van passende beoordeling-huidige wetgeving Indien voor een bestemmingsplan een passende beoordeling dient te worden uitgevoerd (zie paragraaf 4.3), dan is op basis van de Wet milieubeheer het bestemmingsplan planm.e.r.-plichtig. Een bestemmingsplan is een wettelijk voorgeschreven plan en wordt als plan beoordeeld. Dat het plan in dit geval in het Besluit m.e.r. ook in kolom 4 is opgenomen maakt geen verschil. Plan-m.e.r.(-beoordeling) op basis van passende beoordeling-Omgevingswet Het bevoegd gezag voor een plan of programma maakt bij de voorbereiding daarvan een milieueffectrapport als bij de voorbereiding van dat plan of programma een passende beoordeling moet worden gemaakt. Indien voor het realiseren van het voornemen een omgevingsplan wordt opgesteld, dan wordt dit plan beschouwd als wettelijk verplicht plan waarvoor een plicht tot passende beoordeling kan bestaan, ondanks dat het omgevingsplan in bijlage V van het Omgevingsbesluit als besluit is aangemerkt.

In aanvulling op vorenstaande is in de Omgevingswet (artikel 16.36) opgenomen dat in een aantal gevallen een plan niet planm.e.r.-plichtig is, maar slechts planm.e.r.-beoordelingsplichtig. Er dient sprake te zijn van plannen waarvoor (i) geen planm.e.r.-plicht geldt vanwege kaderstelling, (ii) wel een passende beoordeling vereist is en (iii): -

waarbij het gebruik wordt bepaald van kleine gebieden indien (1) voor dat plan een bestuursorgaan van een gemeente het bevoegd gezag is, (2) de omvang van het gebied in verhouding tot het totale grondgebied van de gemeente klein is en (3) het bevoegd gezag heeft beoordeeld dat de vaststelling of wijziging van dat plan geen aanzienlijke milieueffecten heeft;

-

waarbij sprake is van kleine wijzigingen van een plan en het bevoegd gezag heeft beoordeeld dat die wijzigingen geen aanzienlijke milieueffecten hebben.

De planm.e.r.-beoordelingsplicht is niet van toepassing op plannen die betrekking hebben op m.e.r.plichtige activiteiten. Kortom, kleine plannen (kleine wijzigingen/kleine gebieden) waarvoor enkel de Passende Beoordeling (bijvoorbeeld vanwege stikstofdepositie) een aanleiding voor deze planm.e.r.-plicht vormt en de verdere impact van een plan op het milieu gering is, vergen geen planm.e.r., maar een planm.e.r.beoordeling.

Planologische verkenning rondweg Wânswert - 9 maart 2022

20

Advies Commissie voor de m.e.r. huidige wetgeving en Omgevingswet Onder de huidige wetgeving en onder de Omgevingswet stelt het bevoegd gezag de Commissie voor de milieueffectrapportage in de gelegenheid om over het milieueffectrapport te adviseren, indien sprake is van plan-m.e.r.-plicht. Onder de huidige wetgeving geldt dat indien voor een project-m.e.r. een Passende Beoordeling dient te worden gemaakt, het bevoegd gezag de Commissie voor de milieueffectrapportage in de gelegenheid stelt over het milieueffectrapport te adviseren. Onder de Omgevingswet wordt het advies van de Commissie m.e.r. bij project-m.e.r. vrijwillig. Er geldt dan namelijk dat indien een milieueffectrapportage voor projecten wordt doorlopen, het bevoegd gezag de Commissie voor de milieueffectrapportage in de gelegenheid kan stellen advies uit te brengen over het milieueffectrapport. 4.4.3 M.e.r.-uitvoeringsbesluiten Ook uitvoeringsbesluiten kunnen m.e.r.-(beoordelings)plichtig zijn. Indien in de aanlegfase onttrekking van grondwater aan de orde is of dat sprake is van een ontgronding waarvoor gezien de omvang van de activiteit een vergunning benodigd is, dan kan een m.e.r.-beoordeling aan de orde zijn op basis van onderstaande categorieën, zowel op grond van het Besluit m.e.r. als op grond van het Omgevingsbesluit. BESLUIT M.E.R. Kolom 1

Kolom 2

Kolom 3

Kolom 4

Activiteiten

Gevallen

Plannen

Besluiten

D15.2 De aanleg, wijziging of uit-

In gevallen waarin de activiteit De structuurvisie, bedoeld in

Het besluit, bedoeld in de

breiding van werken voor het betrekking heeft op een

de artikelen 2.1, 2.2 en 2.3

artikelen 6.4 of 6.5, onderdeel

onttrekken of kunstmatig

hoeveelheid water van 1,5

van de Wro, en de plannen,

b van de Waterwet, dan wel

aanvullen van grondwater

miljoen m3 of meer per jaar

bedoeld in de artikelen 3.1,

van het besluit tot vergun-

eerste lid, 3.6, eerste lid,

ningverlening bedoeld in een

onderdelen a en b, van die

verordening van een water-

wet en het plan, bedoeld in

schap

de artikelen 4.1 en 4.4 van de Waterwet D16.1 De ontginning*, dan wel

In gevallen waarin de activiteit De structuurvisie, bedoeld in

wijziging of uitbreiding van de betrekking heeft op een

de artikelen 2.1, 2.2, en 2.3

ontginning van steengroeven terreinoppervlakte van 12,5

van de Wro en de plannen,

of dagbouwmijnen, met

bedoeld in de artikelen 3.1,

ha of meer

inbegrip van de winning van

eerste lid, 3.6, eerste lid,

oppervlaktedelfstoffen uit de

onderdelen a en b, van die

landbodem, anders dan

wet

Het besluit, bedoeld in artikel 3 van de Ontgrondingenwet

bedoeld onder D 16.2 * functionele ontgronding wordt beschouwd als winning oppervlakte delfstoffen.

Planologische verkenning rondweg Wânswert - 9 maart 2022

21

OMGEVINGSBESLUIT Onder de Omgevingswet zijn onderstaande categorieën mogelijk relevant. Kolom 1

Kolom 2

Kolom 3

Kolom 4

Projecten

Gevallen waarin de m.e.r.-

Gevallen waarin de m.e.r.-

Besluiten

plicht geldt

beoordelingsplicht geldt

K1 Werkzaamheden voor het

Een hoeveelheid water van

onttrekken of kunstmatig

10.000.000 m of meer per

aanvullen van grondwater

jaar

3

Oprichting, wijziging of

De omgevingsvergunning voor

uitbreiding

een wateractiviteit of de omgevingsvergunning op grond van een omgevingsverordening als bedoeld in artikel 5.4 van de wet

B1 Turfwinning, groeven en dagbouwmijnen

Winning, wijziging of uitbrei-

Winning, wijziging of

De omgevingsvergunning voor

ding van een winning:

uitbreiding

een ontgrondingsactiviteit*

1. van turf met een terreinoppervlakte van meer dan 150 ha; 2. in een groeve of dagbouwmijn met een terreinoppervlakte van meer dan 25 ha * functionele ontgronding wordt beschouwd als winning oppervlakte delfstoffen. De beschrijving van het project is verschillend ten opzichte van de beschrijving zoals opgenomen in de bijlage van het Besluit m.e.r. (zie tabel Besluit m.e.r.)

Omdat de plannen nog niet verder zijn uitgewerkt, kan hierover op dit moment nog geen uitspraak worden gedaan. Dit zal te zijner tijd moeten blijken.

4.5

Onderzoeken

In het kader van de realisatie van de voornemens zijn onderzoeken nodig om: 1.

de

uitvoerbaarheid

aan

te

tonen

van

het

te

nemen

besluit

(omgevingsplan/

omgevingsvergunning/uitvoeringsbesluiten), inclusief m.e.r.(-beoordeling); 2.

de technische uitvoering te bepalen.

Ad 1. Onderzoeken voor onderbouwing uitvoerbaarheid hoofdbesluiten De onderzoeken om de uitvoerbaarheid van het te nemen hoofdbesluit (omgevingsplan/ omgevingsvergunning), kunnen wijzigen door andere wettelijke vereisten of aanpak in de Omgevingswet. Daar waar het onderzoek wezenlijk verschilt met de huidige aanpak van het onderzoek, benoemen wij dit. Om de uitvoerbaarheid van het voornemen aan te tonen zijn - ongeacht of het gaat om een bestemmingsplan, omgevingsplan of omgevingsvergunning - de volgende onderzoeken nodig. VERKEER Het opstellen van een verkeersonderzoek en het actualiseren van het verkeersmodel van de gemeente is nodig om inzicht te krijgen in de gevolgen van het voornemen van verkeerstromen en

Planologische verkenning rondweg Wânswert - 9 maart 2022

22

intensiteiten. Aan de hand van het verkeersonderzoek kan worden bepaald welke oplossing(en) verkeerskundig het beste bijdraagt/bijdragen om het voornemen te realiseren. De resultaten van het verkeersonderzoek leveren input voor het akoestisch onderzoek, het onderzoek naar stikstofdepositie en luchtkwaliteit. In elk geval het akoestisch onderzoek en het onderzoek naar stikstofdepositie kunnen mede bepalend zijn in de afweging voor de keuze voor de definitieve uitwerking van het plan. AKOESTISCH ONDERZOEK De realisatie van de rondweg valt onder het regime van de Wet geluidhinder. De geluidbelastingen vanwege de nieuwe weg dient te voldoen aan de grenswaarden uit deze wet. Voor de toetsing aan deze grenswaarden is akoestisch onderzoek nodig. Het doel van het akoestisch onderzoek is om te bepalen of op de gevels van geluidgevoelige objecten wordt voldaan aan de grenswaarden uit de Wet geluidhinder. Als sprake is van een overschrijding, wordt onderzocht welke geluidsbeperkende maatregelen kunnen worden getroffen. Als ook met toepassing van geluidsbeperkende maatregelen niet kan worden voldaan aan de grenswaarden uit de Wet geluidhinder, dan wordt aangegeven voor welke geluidgevoelige objecten een hogere waarde moet worden vastgesteld.

NB: geluidsnormen zijn onder de Omgevingswet anders, in de praktijk betreft het ongeveer dezelfde geluidsruimte, maar behelst het een andere manier van berekenen. Voor gemeentelijke wegen gaat onder de Omgevingswet een monitoringsplicht gelden (zie bijlage 1). LUCHTKWALITEIT Op basis van de bepalingen in de Wet milieubeheer over luchtkwaliteit moet bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen worden getoetst wat de effecten zijn voor de luchtkwaliteit. Op grond van de wet mogen nieuwe ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de normen (grenswaarden) die voor een aantal verontreinigende stoffen zijn gesteld. Er moet een luchtkwaliteitsonderzoek worden uitgevoerd met als doel het in beeld brengen van het effect op de luchtkwaliteit van de nieuwe rondweg. NATUURWAARDEN Een onderzoek naar de effecten op de natuurwaarden in het kader van natuurwet en -regelgeving is een verplicht onderdeel van een planologische procedure. In Nederland is de natuurbescherming onderverdeeld in soortenbescherming en gebiedsbescherming. De soortenbescherming is uitgewerkt in de Wet natuurbescherming (Wnb). De gebiedsbescherming is geregeld in de Wet natuurbescherming én het provinciaal natuurbeleid. De houdbaarheid van een natuurtoets is drie jaar. Voor het aspect ecologie is in het kader van deze planologische verkenning een voorverkenning ecologie uitgevoerd.

Het doel hiervan is om na te gaan of er mogelijke aandachtspunten zijn met betrekking tot de Wet natuurbescherming (Wnb) of het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid. Uit deze voorverkenning, die als bijlage 2 aan dit rapport is toegevoegd, volgen de volgende aandachtspunten met betrekking tot de Wet natuurbescherming en het provinciaal natuurbeleid:

Planologische verkenning rondweg Wânswert - 9 maart 2022

23

-

Eventuele aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten in opgaande beplanting en bebouwing. Eventuele vleermuisverblijfplaatsen in de bebouwing.

-

Eventuele aanwezigheid van grote modderkruiper en groene glazenmaker in de sloten.

-

De ligging binnen weidevogelkansgebied (hieraan zijn voorwaarden verbonden; o.a. financiële compensatie bij aantasting).

-

Negatieve effecten ten aanzien van in het kader van de Wet natuurbescherming beschermde Natura 2000-gebieden door stikstofdepositie kunnen nog niet worden uitgesloten.

Bij een nadere planologische uitwerking dient een daadwerkelijke natuurtoets inclusief veldbezoek te worden uitgevoerd, waarbij voor deze aspecten specifieke aandacht nodig is. STIKSTOFDEPOSITIE Er moet een AERIUS-berekening worden uitgevoerd, zie paragraaf 4.3. Dit kan mogelijk leiden tot Passende Beoordeling. WATER Bij de totstandkoming van ruimtelijke plannen moet de watertoets worden doorlopen. Dit houdt in dat alle ruimtelijke plannen een waterparagraaf moeten bevatten. De watertoets is het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. De watertoets kan leiden tot verdere onderzoeken (bijvoorbeeld wanneer sprake is van verdieping), vroegtijdig betrekken van het waterschap bij het bepalen welke onderzoeken en onderbouwing nodig is. Ook moet rekening worden gehouden met watercompensatie. ERFGOED De belangrijkste wettelijke basis voor het behoud van erfgoed is per 1 juli 2016 de Erfgoedwet. De kern van deze wet is dat, wanneer de bodem wordt verstoord, archeologische resten intact moeten blijven (in situ). Wanneer dit niet mogelijk is, worden archeologische resten opgegraven en elders bewaard (ex situ). Daarnaast dient ieder ruimtelijk plan vanwege de Modernisering Monumentenzorg (MoMo) een analyse van cultuurhistorische waarden van het plangebied te bevatten.

Het doel hiervan is om cultuurhistorische belangen meer te laten meewegen in de ruimtelijke ordening. Voorzover in een plangebied sprake is van erfgoed, dient vanwege voorgaande dan ook te worden aangegeven op welke wijze met cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten archeologische waarden rekening wordt gehouden. In de Erfgoedverordening van de gemeente is bepaald dat het verboden is de bodem te verstoren in een archeologisch monument of een gebied waar archeologische vondsten worden verwacht als in het daar vigerende bestemmingsplan niet is voldaan aan artikel 3.1.6, vijfde lid van het Besluit ruimtelijke ordening. Dit houdt in dat bij de voorbereiding van een bestemmingsplan in de toelichting is beschreven hoe rekening is gehouden met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten.

Planologische verkenning rondweg Wânswert - 9 maart 2022

24

Zoals het nu lijkt (zie paragraaf 3.2.2) raakt het tracé geen archeologische dubbelbestemmingen en is archeologisch onderzoek op basis van het vigerende bestemmingsplan niet nodig. Dit zal echter moeten worden bevestigd op basis van het definitieve tracé. Daarnaast is de provinciale archeologische monumentenkaart oftewel de Friese Archeologische MonumentenKaart Extra (FAMKE) van toepassing. Binnen het plangebied is volgens de FAMKE voor de periode steentijd-bronstijd onderzoek nodig op basis van de volgende adviezen: -

Karterend onderzoek 3 steentijd

In deze gebieden kunnen zich op enige diepte archeologische lagen uit de steentijd bevinden, die zijn afgedekt door een veen- of kleidek. Mochten zich hier archeologisch resten bevinden, dan zijn deze waarschijnlijk goed van kwaliteit. De provincie beveelt daarom aan bij ingrepen van meer dan 2.500 m² een karterend (boor)onderzoek te laten uitvoeren. -

Karterend onderzoek 3 steentijd

In deze gebieden kunnen zich op enige diepte archeologische lagen bevinden uit de steentijd, die zijn afgedekt door een veen- of kleidek. Mochten zich hier archeologisch resten bevinden, dan zijn deze waarschijnlijk goed van kwaliteit. De provincie beveelt daarom aan bij ingrepen van meer dan 5.000 m² een karterend (boor)onderzoek te laten uitvoeren. -

Waarderend onderzoek (kopje)

Dit gebied is ook middels een dubbelbestemming opgenomen in het bestemmingsplan. Deze gebieden betreffen afgedekte dekzandkoppen of -ruggen waar de kans groot is dat er zich archeologisch resten uit de steentijd bevinden. De provincie beveelt daarom aan bij ingrepen van meer dan 50 m² deze archeologisch zeer kansrijke locaties middels een waarderend archeologisch onderzoek te onderzoeken, waarbij duidelijk wordt wat de exacte omvang van de dekzandkop of -rug is en waarbij duidelijk wordt of er zich archeologische resten bevinden. Voor de periode ijzertijd–middeleeuwen beveelt de FAMKE eveneens aan bij ingrepen van meer 2.500 m² een karterend archeologisch onderzoek te laten uitvoeren (karterend onderzoek 2 (middeleeuwen)). De omvang van het tracé, waar de bodemingrepen gepland zijn, heeft een lengte van 2,5 km en heeft een oppervlakte van 1,3 ha. De ingreep is daarmee groter dan de vrijstellingsgrens en er dient archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. Vanuit cultuurhistorie zijn er enkele oude Paden Nieuwe wegen waarmee rekening dient te worden gehouden. In de landschapsanalyse is hier nader op ingegaan. EXTERNE VEILIGHEID In het kader van ruimtelijke procedures conform de Wet ruimtelijke ordening (Wro) dient het aspect externe veiligheid in acht te worden genomen. Het gaat hierbij om risico's ten aanzien van het ver-

Planologische verkenning rondweg Wânswert - 9 maart 2022

25

voer, de opslag en het bewerken van gevaarlijke stoffen. De risico's met betrekking tot gevaarlijke stoffen worden geduid in het zogenaamde Plaatsgebonden risico (PR) en het Groepsrisico (GR). Het groepsrisico dient in veelal de meeste ruimtelijke procedures te worden verantwoord. De verantwoording is erop gericht een weloverwogen besluit te nemen over het groepsrisico. Het uiteindelijke besluit is aan het bevoegd bezag. Een rondweg is geen milieugevoelig object. Uit de risicokaart blijkt tevens dat er in de nabijheid van het tracé geen risicovolle inrichtingen zijn gelegen die van invloed kunnen zijn op de rondweg. M.E.R.-BEOORDELING Bij het uitvoeren van een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling wordt met name gebruikgemaakt van de uitvoerbaarheidsonderzoeken om te toetsen aan de criteria die zijn opgenomen zijn in bijlage 3 van de Europese richtlijn milieueffectbeoordeling. Ondanks dat uit paragraaf 4.4 blijkt dat er geen m.e.r.plicht is, stellen wij in het kader van een goede ruimtelijke ordening toch voor een vormvrije m.e.r.-beoordeling op stellen zodat kan worden aangetoond dat sprake is van een zorgvuldige afweging. Ad 2. Onderzoeken voor uitvoering en techniek Om tot uitvoering over te gaan (en/of verschillende vergunningen te verkrijgen), zijn daarnaast in elk geval de volgende onderzoeken nodig: -

geotechnisch onderzoek (bodemopbouw en draagkracht);

-

geohydrologisch onderzoek;

-

(water)bodemonderzoek: niet nodig op grond van Wet bodembescherming want het betreft geen bestemming waar mensen meer dan 2 uur per dag verblijven, wel voor uitvoerbaarheid (bodemkwaliteit van af te voeren grond (onder andere PFAS)).

Planologische verkenning rondweg Wânswert - 9 maart 2022

26

5

Afweging en vervolgstappen 5.1

Afweging

In het voorgaande is een toelichting op het gehele project gegeven en is inzicht gegeven in de te nemen hoofdbesluiten en vergunningen. De mogelijkheden die er zijn in de procedure, brengen voor- en nadelen met zich mee. Op basis hiervan moeten keuzes worden gemaakt. In het navolgende is hiervoor een aanzet gegeven. Onderzoeken om tot definitieve tracékeuze te komen Zoals hiervoor is beschreven, zijn er diverse onderzoeken (en mogelijk nog een te doorlopen omgevingsproces) nodig om te concluderen of het voorkeurstracé realiseerbaar is of dat het tracé (op onderdelen) aanpassingen vraagt. In het kader van het omgevingsproces kan inspraak worden gegeven op het voorkeurstracé. Op welke wijze deze inspraak wordt vormgegeven, kan nader worden bepaald en worden afgestemd op het omgevingsproces. Uitgangspunt hierbij is dat gemeente het bevoegd gezag is bij de te nemen besluiten. In ieder geval moet in beeld worden gebracht wat het mogelijke definitieve tracé wordt. Mogelijke oplossingen kunnen ook in afstemming met de omgeving naar voren komen en/of komen voort uit de diverse onderzoeken. In het verkeersmodel moet inzichtelijk worden gemaakt wat dit betekent voor de intensiteiten, de verkeerstromen en welke oplossingen het beste bijdragen aan de geconstateerde knelpunten.

De uitgevoerde onderzoeken en de resultaten van het omgevingsproces zijn onderdeel van de integrale afweging om tot keuzes te komen. Te nemen besluiten Uit paragraaf 4.2 blijkt dat dit de procedurele opties zijn voor het tracé:

-

Omgevingsplan: lijkt af te vallen, omdat dit veel meer voorbereiding vraagt (keuzes over vorm en inhoud omgevingsplan). Het omgevingsplan is er niet op gericht met een globale regeling te werken, zoals dat met een bestemmingsplan nog wel mogelijk is.

-

Bestemmingsplan: met het uitstel van de Omgevingswet lijkt het bestemmingsplan de meest voor de hand liggende optie, maar is wel afhankelijk van het omgevingsproces en het moment waarop het definitieve tracé concreet genoeg is. Voordeel van een bestemmingsplan is dat het tracé technisch nog niet helemaal uitgewerkt hoeft te zijn. Het tracé kan met een bepaalde marge worden opgenomen. Aandachtspunten hierbij zijn de besluitvorming over het in procedure te brengen tracé, de uit te voeren onderzoeken die onderdeel uitmaken van het bestemmingsplan en de interne besluitvorming, eventuele inspraak en het verplichte vooroverleg. Deze stappen dienen te worden doorlopen voor het ontwerpbestemmingsplan ter inzage kan worden gelegd; vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

-

Omgevingsvergunning: Een alternatief voor het bestemmingsplan is de omgevingsvergunning, mits het tracé concreet genoeg is in verband met de planning en het omgevingsproces. Bij een omgevingsvergunning dient naast een ruimtelijke onderbouwing (staat gelijk

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=noardeastfryslan&id=d5ea191d-4628-439c-83a4-a23a6142c052