5. BügelHajema, Planologische verkenning rondweg Wânswert (definitief), 9 maart 2022
Tekst van het document
Planologische verkenning rondweg Wânswert - 9 maart 2022
27
aan de toelichting van een bestemmingsplan) ook de aanvraag omgevingsvergunning met de daarbij behorende (technische) zaken te worden ingediend. Omdat het tracé nog nader moet worden uitgewerkt en de definitieve keuze mogelijk afhangt van de uit te voeren onderzoeken, is tijd het bepalende aspect. N.B.: wanneer toch wordt gekozen voor het opstellen van een omgevingsplan, kan uit de stikstofberekening blijken dat een Passende Beoordeling moet worden opgesteld, dat ook leidt tot een planm.e.r.-beoordeling.
5.2
Vervolgstappen
Het doel van deze planologische verkenning is de planologische haalbaarheid van het voorkeurstracé. Met deze verkenning is in beeld gebracht waar en welke planologische regels van toepassing zijn en welke kansen en risico’s dit met zich meebrengt, zowel qua omgevingsfactoren/onderzoek als procedures. De volgende stap is om te komen tot een definitief voorkeurstracé op hoofdlijnen. Dit betekent duidelijkheid over de situering, uitgangspunten en principes die ten grondslag liggen aan een verdere uitwerking op ontwerpniveau. Navolgende stappen zijn niet perse volgtijdelijk. Een aantal stappen kunnen gelijktijdig worden uitgevoerd. Stap 1
Opstarten omgevingsproces en uitvoeren diverse onderzoeken
Stap 2
Indien nodig aanpassen voorkeursvariant
Stap 3
Besluitvorming definitief tracé. Bepalen hoe dit is in te passen in het omgevingsproces met het oog op (informele) inspraakmogelijkheden
Stap 4
Moment markeren om afweging te maken welke planologische procedure wordt gevoerd
Stap 5
Gedurende voorgaande stappen bepalen wanneer welke onderzoeken kunnen worden uitgezet en op welke manier de besluitvorming wordt vormgegeven.
Indien nodig en er meer duidelijkheid is over het proces, kan het stappenplan eventueel worden aangevuld.
Planologische verkenning rondweg Wânswert - 9 maart 2022
28
Bijlagen
Bijlage 1. Vergunningenmatrix
Vergunningen - en onderzoekmatrix rondweg Wânswert versie: 02-02-2022 Onderzoeken bestemmingsplan/ruimtelijke onderbouwing
Project/activiteit
Routing
Soort onderzoek
Natuurwaarden
alle
ruimtelijk plan
Stikstofdepositie
alle
Verkeer
Wanneer nodig
Bijzonderheden
Wijzigingen Omgevingswet
natuurtoets • natuurbeschermingswetvergunning gebiedsbescherming en • aanpassing bestemmingsplan of beschermde flora en fauna projectomgevingsvergunning
houdbaarheid onderzoek is 3 jaar
geen
ruimtelijk plan
AERIUS-berekening
• natuurbeschermingswetvergunning • aanpassing bestemmingsplan of projectomgevingsvergunning
al onderdeel van verkenningsfase maar ook nodig voor onderbouwen uitvoerbaarheid
geen
alle
ruimtelijk plan
verkeerskundig onderzoek
• aanpassing bestemmingsplan of projectomgevingsvergunning
geeft input aan uitvoerbaarheidsonderzoeken voor luchtkwaliteit, geluid en stikstof
geen
Luchtkwaliteit
alle
ruimtelijk plan
toets aan normen NO2 en • natuurbeschermingswetvergunning PM10 en PM2,5, baseren op • aanpassing bestemmingsplan of output verkeersonderzoek projectomgevingsvergunning
Akoestisch onderzoek
alle
ruimtelijk plan
akoestisch onderzoek baseren op output verkeersonderzoek
• natuurbeschermingswetvergunning • aanpassing bestemmingsplan of projectomgevingsvergunning
Zou al onderdeel moeten zijn van verkenningsfase om maatregelen op te bepalen, ook nodig voor onderbouwen uitvoerbaarheid
Watertoets
alle
ruimtelijk plan
www.dewatertoets.nl
• aanpassing bestemmingsplan of projectomgevingsvergunning
kan leiden tot verdere onderzoeken geen (bijvoorbeeld wanneer sprake is van verdieping), vroegtijdig betrekken van waterschap bij bepalen welke onderzoeken en onderbouwing nodig is.
Archeologisch onderzoek
graven
ruimtelijk plan
archeologisch onderzoek noodzakelijk op basis van FAMKE.
• aanpassing bestemmingsplan of projectomgevingsvergunning
De ingreep is groter dan de vrijstellingsgrenzen en dient archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden
geen
Externe veiligheid
alle
ruimtelijk plan
nvt
• aanpassing bestemmingsplan of projectomgevingsvergunning.
geen milieugevoelig object
Er gaat een extra afstand gelden (onderdeel in Omgevingsplan) rondom risicobronnen (zoals een transportroute voor gevaarlijke stoffen). Hieraan wordt getoetst bij plaatsen beperkt kwetsbaar object / kwetsbaar object / zeer kwetsbaar object. P.m.
Aardkundige waarden
graven
ruimtelijk plan
kernwaarde, toets aan provinciaal beleid
• aanpassing bestemmingsplan of projectomgevingsvergunning
toets aan provinciaal beleid
geen
Cultuurhistorie
alle
ruimtelijk plan
Landschap
alle
ruimtelijk plan
(water)Bodemonderzoek
toepassen en ontgraven
ruimtelijk plan en uitvoering
Wet bodemonderzoek en Besluit bodemonderzoek
• uitvoering werkzaamheden • ihkv ruimtelijke plan uitvoerbaarheid
niet nodig op grond van Wet geen bodembescherming want geen bestemming waar mensen meer dan 2 uur per dag verblijven, wel voor uitvoerbaarheid (bodemkwaliteit van af te voeren grond (oa PFAS))
Geotechnisch onderzoek, o.a. bodemopbouw en draagkracht
graven, verbreden wegprofiel, kunstwerken
uitvoering
• uitvoering werkzaamheden
geen
Geohydrologisch onderzoek
graven, voor uitvoering deelproject 2 (vervangen folie) in elk geval relevant en in uitvoering
• uitvoering werkzaamheden
geen
geen
geluidsnormen zijn onder de Omgevingswet anders, in de praktijk ongeveer dezelfde geluidsruimte maar andere manier van berekenen. Onder de Omgevingswet moeten ook geluidproductieplafonds (GPP’s) worden vastgelegd voor provinciale wegen (N391) hier moet separaat besluit voor genomen worden (zie ook tabblad 'besluitvorming')
Bijlage 2. Voorverkenning ecologie
Rondweg
Wânswert
-
voorverkenning
ecologie Opdrachtgever:
projectnummer: P000947
Onderwerp:
Definitief
Datum:
17-02-2022
Inleiding De gemeente Noardeast-Fryslân werkt samen met de provincie Fryslân en het dorpsbelang Wânswert aan een duurzaam veilig tracé voor een rondweg rondom Wânswert. Hiervoor wordt door BügelHajema adviseurs een verkenning uitgevoerd naar de planologisch haalbaarheid van het voorkeurstracé. Met deze verkenning wordt in beeld gebracht waar en welke planologische regels van toepassing zijn en welke kansen en risico’s dit met zich meebrengt. Voor het aspect ecologie is hiervoor een voorverkenning uitgevoerd. Het doel hiervan is om na te gaan of er mogelijke aandachtspunten zijn met betrekking tot de Wet 1
natuurbescherming (Wnb) of het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid. In dit stadium van de planvorming was het nog niet mogelijk om een veldbezoek uit te voeren, daarom is de toetsing gedaan op basis van Google Streetview en de luchtfoto van 2021. Ook is de NDFF geraadpleegd. Bij een nadere planologische uitwerking dient een daadwerkelijke natuurtoets inclusief veldonderzoek uitgevoerd te worden. Plangebied en plannen Het plangebied bestaat uit gronden tussen Burdaard en Wânswert, ten noorden van de huidige Goslingawei. Het voorkeurstracé begint tussen de Jislumerdyk 23 en Hikkaarderdyk 40 in Burdaard, buigt hier richting noordwest, gaat naar het westen, kruist de Ledyk en sluit aan op de Kleasterdyk bij nummer 1A ten noorden van Wânswert (figuur 1 en 2). Het tracé doorkruist hierbij verschillende agrarische gronden, watergangen en het perceel van Kleasterdyk 1A (schermafbeeldingen 1 t/m 3)
1
De Wet natuurbescherming is op 1 januari 2017 in werking getreden en betreft zowel soortenbescherming als bescherming van (Europese) natuurgebieden.
Figuur 1. Plangebied met globale aanduiding van het tracé. Bron kaartondergrond: Esri Nederland, Jan Willem van Aalst www.imergis.nl
Figuur 2. Voorkeurstracé. Bron: BonoTraffics
datum 17-02-2022
projectnummer P000947
2
Schermafbeelding 1. Vanaf de Hikkaarderdyk richting het noordwesten. Bron: Google Streetview, augustus 2021
Schermafbeelding 2. Vanaf de Ledyk richting het noordwesten. Bron: Google Streetview, april 2021
datum 17-02-2022
projectnummer P000947
3
Schermafbeelding 3. Vanaf de Kleasterdyk richting het zuidoosten. Bron: Google Streetview, augustus 2009
Soortbescherming Onderdeel van de Wnb is soortenbescherming van planten en dieren. Dit betreffen: -
alle van nature in Nederland in het wild voorkomende vogels die vallen onder de Vogelrichtlijn (Wnb art. 3.1-3.4);
-
dier- en plantensoorten die beschermd zijn op grond van de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (Wnb art. 3.5-3.9);
-
nationaal beschermde dier- en plantensoorten genoemd in de bijlage van de wet (Wnb art. 3.10-3.11).
Van deze laatst genoemde groep beschermde soorten mogen provincies een zogenaamde ‘lijst met vrijstellingen’ opstellen (Wnb art. 3.11). Voor de soorten op deze lijst geldt een vrijstelling van de verboden genoemd in art. 3.10 eerste lid van de Wnb. Uit het raadplegen van gegevens van de laatste vijf jaar in de Nationale Database Flora en Fauna
2
(NDFF 7 februari 2022 11:54:38) blijkt dat in de directe omgeving (circa 0 - 1 kilometer) van het projectgebied diverse beschermde diersoorten bekend zijn. Het betreft vogels met jaarrond beschermde nesten, zoogdieren en amfibieën.
2
De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd.
datum 17-02-2022
projectnummer P000947
4
Hieronder wordt per soortgroep de mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten beschreven en worden de plannen op hoofdlijnen getoetst aan de Wnb. VAATPLANTEN Het plangebied bestaat voornamelijk uit agrarisch gebruikt intensief beheerd grasland op zeeklei, gescheiden door afwateringsloten. De dominante plantensoorten die aangetroffen kunnen worden zijn, afhankelijk van de intensiteit van het beheer, soorten van voedselrijke tot zeer voedselrijke omstandigheden, zoals bijvoorbeeld Engels raaigras, pinksterbloem, witte klaver, kruipende boterbloem, paardenbloem en grote weegbree. Langs de oevers en in de sloten kunnen soorten als riet, eendenkroos en pitrus aangetroffen worden. Opgaande beplanting bestaat uit enkele bomen (vermoedelijk elzen) langs de Hikkaarderdyk en rondom het erf van Kleasterdyk 1A. Beschermde plantensoorten worden gezien de voedselrijkdom en de afwezigheid van waarnemingen uit de NDFF niet verwacht. Negatieve effecten op beschermde vaatplanten door het aanleggen van de rondweg zijn onwaarschijnlijk. VOGELS In de opgaande beplanting in het plangebied, die door de rondweg gekruist wordt, zoals langs de Hikkaarderdyk en het erf langs de Kleasterdyk kunnen jaarrond beschermde nesten van soorten als roek, ransuil, boomvalk en buizerd aanwezig zijn. Deze soorten foerageren vaak in open agrarisch gebied.
Door de rondweg kunnen negatieve effecten op deze soorten optreden. De aanwezigheid van gebouwbewonende vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten, zoals huismus, kerkuil en gierzwaluw wordt in eerste instantie niet verwacht, aangezien er in het plangebied alleen een loods, opgetrokken uit golfplaat, lijkt te verdwijnen. Dit soort loodsen is vaak ongeschikt voor nesten van vogels met jaarrond beschermde nesten. Op basis van de luchtfoto en Google Streetview kan de aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten van huismus en kerkuil echter nog niet geheel uit gesloten worden. Een inventarisatie van aanwezige nesten in bomen en de geschiktheid van bebouwing voor vogels met jaarrond beschermde nesten is nodig om de effecten te toetsen. Hieruit kan ook volgen dat nader ecologisch onderzoek nodig is. Uit de NDFF komen waarnemingen van gevoelige rode lijstsoorten voor, die broeden in open landbouwgebied, zoals gele kwikstraat, grutto, tureluur, veldleeuwerik en graspieper. In struiken kunnen ook algemenere soorten, zoals merel en winterkoning, broeden. In de watergangen kunnen wilde eend en meerkoet broeden. Deze soorten zijn niet jaarrond beschermd. Indien de aanlegwerkzaamheden tijdens het broedseizoen worden uitgevoerd, kunnen in gebruik zijnde nesten worden verstoord of vernietigd. Dit is bij wet verboden. Vernietiging of verstoring van in
datum 17-02-2022
projectnummer P000947
5
gebruik zijnde nestplaatsen kan voorkomen worden door bij de planning en uitvoering van de werkzaamheden rekening te houden met het broedseizoen. Een standaardperiode voor het broedseizoen is er niet; van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Voor de meeste vogels geldt dat het broedseizoen ongeveer van 15 maart tot 15 juli duurt. VLEERMUIZEN Uit de NDFF komen een paar waarnemingen van de vleermuissoorten gewone dwergvleermuis en laatvlieger naar voren. Dit zijn gebouwbewonende soorten. Naar verwachting is de loods niet geschikt voor verblijfplaatsen van deze soorten. Op basis van de luchtfoto en Google Streetview kan de aanwezigheid van verblijfplaatsen echter nog niet uitgesloten worden. Het plangebied is maar marginaal geschikt als foerageergebied voor vleermuizen, gezien de openheid en de afwezigheid van bosschages of extensief beheerd kruidenrijk grasland. Het gebied zal naar verwachting na de aanleg van de weg niet ongeschikt worden voor de te verwachten vleermuissoorten die boven graslanden foerageren. Bovendien is in de directe omgeving van het projectgebied in ruime mate alternatief foerageergebied aanwezig. Negatieve effecten op vleermuizen door het verdwijnen van foerageergebied zijn niet aan de orde.
Langs het geplande tracé zijn door bij het bestuderen van de luchtfoto geen bomenrijen of brede watergangen gezien die kunnen functioneren als essentiële vliegroute. Negatieve effecten op vleermuizen door het verlies van een vliegroute treden naar verwachting niet op. Een nader veldbezoek zal deze conclusie moeten bevestigen. GRONDGEBONDEN ZOOGDIEREN Het grasland in het projectgebied vormt geschikt leefgebied voor een aantal grondgebonden zoogdiersoorten, zoals veldmuis, haas en ree (NDFF). In de directe omgeving van het projectgebied is het voorkomen van de niet-vrijgestelde otter bekend (NDFF). Daarnaast worden kleine marterachtigen bij het ingaan van de omgevingswet (1 oktober 2022 of 1 januari 2023) niet meer vrijgesteld in Fryslân. Uit de NDFF komen geen kleine marterachtigen naar voren, maar pas bij veldbezoek kan de geschiktheid of ongeschiktheid van het plangebied worden bepaald. De sloten en watergangen in het plangebied zijn naar verwachting niet geschikt als leefgebied voor de otter, aangezien deze relatief smal zijn. Ook hiervoor geldt dat pas bij veldbezoek de geschiktheid of ongeschiktheid van het plangebied nader kan worden bepaald. Als gevolg van de ontwikkelingen kunnen enkele verblijfplaatsen van algemene zoogdiersoorten worden verstoord en vernietigd. Ook kunnen hierbij enkele exemplaren worden gedood.
De te verwachten algemene soorten worden niet in hun voortbestaan bedreigd en vallen in de
datum 17-02-2022
projectnummer P000947
6
vrijstellingsregeling bij ruimtelijke ontwikkelingen van de provincie Fryslân. Voor deze soorten hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd. Wel geldt voor deze soorten de zorgplicht van de Wnb. REPTIELEN EN AMFIBIEËN Uit de NDFF komen geen waarnemingen van beschermde reptielensoorten voren. Er komt een enkele amfibieënsoort, de kleine watersalamander naar voren die zich zou kunnen voortplanten in de watergangen die doorkruist worden. De watergangen die doorkruist worden kunnen naar verwachting ook voortplantingsbiotoop vormen voor gewone pad, bruine kikker en meerkikker. Het plangebied valt buiten het verspreidingsgebied van poelkikker. Deze is niet of nauwelijks in het zeekleigebied te vinden en wordt daardoor niet verwacht. Als
gevolg
van
de
ontwikkelingen
kunnen
enkele
verblijfplaatsen
van
deze
algemene
amfibieënsoorten worden verstoord en vernietigd. Ook kunnen hierbij enkele exemplaren worden gedood. De te verwachten algemene soorten worden niet in hun voortbestaan bedreigd en vallen in de vrijstellingsregeling bij ruimtelijke ontwikkelingen van de provincie Fryslân. Voor deze soorten hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd. Wel geldt voor deze soorten de zorgplicht van de Wnb. OVERIGE SOORTGROEPEN Overige soortgroepen bestaan uit vissen en ongewervelden. In Nederland ligt een aanzienlijk deel van het leefgebied van grote modderkruiper in de sloten van ingepolderde voormalige overstromingsvlakten. De Wanswerderpolder ligt net binnen of buiten het bekende verspreidingsgebied. De vissensoort is niet bekend uit omgeving (NDFF) en komt niet of nauwelijk voor in het zeeklei gebied, maar aangezien de watergangen nog niet geïnspecteerd zijn kan de aanwezigheid nog niet geheel uitgesloten worden. Dit geldt ook voor de libellensoort Groene glazenmaker, deze is afhankelijk van watergangen met krabbenscheer. Het plangebied valt namelijk binnen het bekende verspreidingsgebied van krabbenscheer. Een inventarisatie van de watergangen is nodig om de effecten te toetsen. Hieruit kan ook volgen dat nader ecologisch onderzoek nodig is.
Overige beschermde soorten uit de soortgroepen vissen en ongewervelden worden of basis van de verspreidingsgegevens en de terreingesteldheid niet verwacht. Gebiedenbescherming Voor onderhavig projectgebied is de volgende wet- en regelgeving op het gebied van gebiedsbescherming relevant: de Wnb en de provinciale structuurvisie en verordening.
datum 17-02-2022
projectnummer P000947
7
WET NATUURBESCHERMING In de Wnb is de bescherming van Natura 2000-gebieden geregeld. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningsplichtig. Relevant daarbij is dat de Wnb een externe werking kent. Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied. NATUURNETWERK NEDERLAND EN NATUUR BUITEN NNN Het Natuurnetwerk Nederland is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland, dat voldoende robuust is voor een duurzame verbetering van de omstandigheden voor de wilde flora en fauna en voor natuurlijke leefgemeenschappen. Het NNN is als beleidsdoel opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie. De begrenzing en ruimtelijke bescherming van de provinciale NNN en natuur buiten het NNN is voor Fryslân uitgewerkt in de verordening Romte Fryslân 2014. WEIDEVOGELLEEFGEBIED Vanuit het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid wordt buiten de NNN-gebieden bij ruimtelijke plannen specifiek ingezet op de bescherming van weidevogelleefgebied. Hiertoe zijn specifieke gebieden aangewezen. INVENTARISATIE Het tracé ligt op circa 6 kilometer ten zuiden van het dichtstbijzijnde, in het kader van de Wnb beschermde, Natura 2000-gebied ‘Waddenzee’ (figuur 3). Op circa 7 kilometer ten zuiden ligt het Natura 2000-gebied ‘Groote Wielen’.
De Waddenzee is het ook het dichtstbijzijnde NNN-gebied. Ten oosten van de oostelijke aansluiten ligt natuur buiten het NNN op circa 250 meter afstand. Ten westen van de westelijke aansluiting ligt Natuur buiten het NNN op 800 meter afstand (figuur 4). Het gehele tracé valt binnen de omgrenzing ‘Weidevogelkansgebieden’
datum 17-02-2022
projectnummer P000947
8
Figuur 3. Ligging Natura 2000 met in blauw het globale tracé. Bron: https://natura2000.eea.europa.eu/#)
Figuur 4. Ligging Natuur buiten het NNN met in blauw het globale tracé. Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl
TOETSING Het projectgebied ligt op ruime afstand van de Natura 2000-gebieden ‘Waddenzee’ en ‘Groote Wielen’ Hierdoor zijn in potentie effecten alleen mogelijk door externe werking. Het projectgebied is gescheiden van het Natura 2000-gebied door bebouwing, wegen en agrarisch gebied. Gezien de
datum 17-02-2022
projectnummer P000947
9
grote afstand tot het Natura 2000-gebied, de inrichting van het tussenliggende gebied en de aard van het plan, kan een toename van verstoring door geluid, verlichting of optische verstoring worden uitgesloten. Eventuele toename van stikstofdepositie als gevolg van bouwwerkzaamheden in de aanlegfase is op basis van de Wet Stikstofreductie en Natuurverbetering vrijgesteld van vergunningsplicht. Er kan echter in potentie wel sprake zijn van een toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden in de gebruiksfase. Daarom dient een AERIUS-berekening te worden gemaakt waaruit blijkt of tijdens de gebruiksfase al dan niet sprake is van stikstofdepositie boven 0.00 mol N/ha/ja in stikstofgevoelige habitattypen van Natura 2000-gebieden. Het NNN en Natuur buiten het NNN kennen in Fryslân geen externe werking. Met de uitvoering van de plannen gaat geen NNN of Natuur buiten het NNN verloren, waardoor negatieve effecten hierop kunnen worden uitgesloten. Het plangebied ligt wel midden in een weidevogelkansgebied.
In de provinciale verordening (artikel 7.2.2) is hierover het volgende aangeven: Een ruimtelijk plan voor landelijk gebied dat betrekking heeft op gronden die gelegen zijn in of grenzen aan gebieden die op de kaart Weidevogelbieden zijn aangewezen als weidevogelkansgebieden of weidevogelparels, voorziet in een regeling waarmee voldoende openheid en rust van die gebieden wordt gehandhaafd,
met
dien
verstande
dat
de
agrarische
productiefunctie
inclusief
de
ontwikkelingsmogelijkheden van bestaande agrarische bedrijven zijn toegestaan. Hiervan kan alleen onder de volgende voorwaarden worden afgeweken: Van artikel 7.2.1 en artikel 7.2.2 kan worden afgeweken voor een noodzakelijke ruimtelijke ingreep van openbaar belang, met inachtneming van de volgende voorwaarden: -
de natuurwaarden worden afgewogen ten opzichte van de ruimtelijke ingreep;
-
schade aan natuurwaarden door mitigerende maatregelen wordt zoveel beperkt als fysiek-ruimtelijk en wat betreft uitvoerbaarheid van de beoogde ontwikkeling redelijkerwijs mogelijk is;
-
indien sprake is van een natuurgebied als bedoeld in artikel 7.2.1, wordt resterende schade aan natuurwaarden zoveel gecompenseerd als fysiekruimtelijk en wat betreft uitvoerbaarheid van de beoogde ontwikkeling redelijkerwijs mogelijk is;
-
indien sprake is van het verloren gaan van gebied groter dan 0,5 ha dat vanwege rust en openheid voor weidevogels geschikt is als bedoeld in artikel 7.2.2, wordt dit financieel gecompenseerd door
datum 17-02-2022
projectnummer P000947
10
storting van een bedrag in een weidevogelfonds, volgens door Gedeputeerde Staten vast te stellen regels. De plantoelichting dient te verantwoorden op welke wijze financiële compensatie is geborgd. Voor een gemeentelijke weg geldt 50 meter als verstoringsafstand en voor een provinciale weg 100 meter (provinciale verordening). Het tracé wordt een gemeentelijke weg, waar wel 80 km/uur gereden wordt. De verstoringsafstand zal daardoor 100 meter zijn. Alle graslanden binnen deze verstoringsafstand zijn dan niet meer voldoende rustig voor weidevogels. Ook beslaat het tracé meer dan 0,5 hectare. In overleg met het bevoegd gezag (Provincie Fryslân) dient nader uitgewerkt te worden hoe dit verlies van weidevogelleefgebied (financieel) gecompenseerd gaat worden. Een broedvogelinventarisatie langs het tracé kan hierbij nodig zijn om de nadere effecten van de aanleg van de weg (zoals verstoring) op verstoringsgevoelige weide-en akkervogels nader te bepalen. Beschermde houtopstanden 2
De Wet natuurbescherming beschermt bos van minimaal 1000 m en bomenrijen van minimaal 21 bomen gelegen buiten de bebouwde kom. INVENTARISATIE EN CONCLUSIE In het plangebied zijn naar verwachting geen beschermde houtopstanden aanwezig, maar dit kan nog niet met zekerheid gezegd worden. De opgaande beplanting rondom het erf aan de Kleasterdyk kan ondertussen (sinds Streetview opname uit 2009) bestaan uit meer dan 21 bomen. Conclusie Uit deze voorverkenning volgen de volgende aandachtspunten met betrekking tot de Wet natuurbescherming en het provinciaal natuurbeleid: -
Eventuele aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten in opgaande beplanting en bebouwing.
-
Eventuele vleermuisverblijfplaatsen in de bebouwing.
-
Eventuele aanwezigheid van grote modderkruiper en groene glazenmaker in de sloten.
-
De ligging binnen weidevogelkansgebied (hieraan zijn voorwaarden verbonden, o.a. financiële compensatie bij aantasting).
-
Negatieve effecten ten aanzien van in het kader van de Wnb beschermde Natura 2000gebieden door stikstofdepositie kunnen nog niet worden uitgesloten.
Bij een nadere planologische uitwerking dient een daadwerkelijke natuurtoets inclusief veldbezoek uitgevoerd te worden, waarbij voor deze aspecten specifieke aandacht nodig is.
datum 17-02-2022
projectnummer P000947
11
Colofon Opdrachtgever Gemeente NoardEastFryslân Rapport BügelHajema Adviseurs Projectleiding BügelHajema Adviseurs Projectnummer P000947
BügelHajema Adviseurs bv Bureau voor Ruimtelijke Ordening en Milieu BNSP Balthasar Bekkerwei 76 8914 BE Leeuwarden T 058 215 25 15 E info@bugelhajema.nl W www.bugelhajema.nl Vestigingen te Assen, Leeuwarden en Amersfoort