CConstaterende datNoardeast-Fryslân
Koppel je AI →
Document · PDF

4 - Foto van de leefomgeving Noardeast-Fryslân

It Petear 13 juni 2024, gemeente Noardeast-FryslânBij agendapunt: Presentatie Omgevingsvisie11.941 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

RAPPORT Foto van de leefomgeving NoardeastFryslân Referentiesituatie Klant:

Gemeente Noardeast-Fryslân

Referentie: BI9423-RHD-XX-XX-RP-X-0001 Status:

Concept/1

Datum:

12 september 2023

Open

HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.

Euvelgunnerweg 25A 9723 CV Groningen Netherlands Mobility & Infrastructure

+31 88 348 53 00 T info@rhdhv.com E royalhaskoningdhv.com W

Titel document: Foto van de leefomgeving Noardeast-Fryslân Sub titel: Referentiesituatie Referentie: BI9423-RHD-XX-XX-RP-X-0001 Status: Concept/1 Datum: 12 september 2023 Projectnaam: PlanMER-NF-Ddiel Projectnummer: BI9423 Classificatie Open

Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. HaskoningDHV Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever. Let op: dit document bevat mogelijk persoonsgegevens van medewerkers van HaskoningDHV Nederland B.V.. Voordat publicatie plaatsvindt (of anderzins openbaarmaking), dient dit document te worden geanonimiseerd of dient toestemming te worden verkregen om dit document met persoonsgegevens te publiceren. Dit hoeft niet als wet- of regelgeving anonimiseren niet toestaat. 12 september 2023

OES NF

BI9423-RHD-XX-XX-RP-X-0001

ii

Open

Inhoud 1

Inleiding

1

1.1

Aanleiding

1

1.2

Aanpak Foto van de leefomgeving

1

1.3

Methodiek beoordeling

2

2

Beoordelingskader

2

3

Referentiesituatie

5

3.1

Wonen en voorzieningen

5

3.2

Bereikbaarheid

8

3.3

Economie

12

3.4

Natuur en biodiversiteit

14

3.5

Landschap, cultuurhistorie en archeologie

19

3.6

Bodem en water

27

3.7

Klimaat(adaptatie)

33

3.8

Energietransitie

36

3.9

Gezondheid

39

3.10

Veiligheid

44

4

Conclusie

46

12 september 2023

OES NF

BI9423-RHD-XX-XX-RP-X-0001

iii

Open

Tabellen Tabel 1.1: Beoordeling referentiesituatie

2

Tabel 2 Beoordelingskader

2

Tabel 3: Wettelijke grenswaarde en WHO-advieswaarden voor luchtkwaliteit in Nederland (RIVM, 2019)

40

Figuren Figuur 1 (bron: CBS Statline, 2021)

7

Figuur 2 Ontsluitingskaart OV (bron: Atlas van de Regio, PBL, 2020)

9

Figuur 3 Score Noardeast-Fryslân Fietsgemeente 2022 (bron: Fietsersbond, Fietsstad, 2022) 10 Figuur 4 Regionale fietsroutes (bron: Atlas van de Leefomgeving, Stichting Landelijk Fietsplatform, 2022)

11

Figuur 5 Landelijke fietsroutes (bron: Atlas van de Leefomgeving, Stichting Landelijk Fietsplatform, 2022)

11

Figuur 6 regionale en nationale wandelroutes (bron: Atlas van de Leefomgeving, Stichting Wandelnet, 2022)

12

Figuur 7 Werkgebied in de gemeente Noardeast-Fryslân (bron: Atlas van de Regio, CBS 2015) 14 Figuur 8 project Vijfhuizen in gebied Bûtendyks (bron: It Fryske Gea, 2018)

16

Figuur 9 Natura 2000 Lauwersmeer (bron: Friesland | Natura 2000, Ministerie van Natuur en Landbouw, 2023) 16 Figuur 10 Stikstofdepositie 2018 (Ntot)(mol/ha/jaar) (bron: Atlas Natuurlijk Kapitaal, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, 2018) 17 Figuur 11 Ligging Natuurnetwerk Nederland

18

Figuur 12 Mate van donkerte in de gemeente Noardeast-Fryslân aan de hand van lichtemissie (bron: Atlas van de Leefomgeving, RIVM 2021) 19 Figuur 13 Nationaal park en voormalig nationaal landschap

21

Figuur 14 Reliëf (bron: AHN (Actueel Hoogtebestand Nederland))

21

Figuur 15 Te onderscheiden microreliëf (bron: AHN (Actueel Hoogtebestand Nederland))

22

Figuur 16 Vaarwegen en natuurlijk waterlopen (bron: Digitale landschapsatlas NoardeastFryslân, 2023)

22

Figuur 17 Historisch cultuurlandschap (bron: Digitale landschapsatlas Noardeast-Fryslân 2023) 23 Figuur 18 Elzensingels in de Noardlike Fryske Wâlden (bron: Digitale landschapsatlas Noardeast-Fryslân, 2023)

12 september 2023

OES NF

BI9423-RHD-XX-XX-RP-X-0001

23

iv

Open

Figuur 19 Terpen en de zomerpolder Butendyks (bron: Digitale landschapsatlas NoardeastFryslân, 2023)

24

Figuur 20 Indicatieve kaart archeologische waarden (bron: Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, 2023) 25 Figuur 21 FAMKE – steentijd, bronstijd

25

Figuur 22 FAMKE – ijzertijd, middeleeuwen

26

Figuur 23 voormalige storplaatsen omgeving Dokkum (bron: Bodematlas, Provincie Fryslân) 28 Figuur 24 voormalige stortplaatsen omgeving Kollum (bron: Bodematlas, Provincie Fryslân)

29

Figuur 25 voormalige storplaatsen landelijk gebied Hallum, Marrum en Ferwert (bron: Bodematlas, Provincie Fryslân)

29

Figuur 26 Gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG), klimaateffectatlas.nl

30

Figuur 27 Gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG), klimaateffectatlas.nl

31

Figuur 28 verzilting van grondwater in Nederland (bron: atlasnatuurlijkkapitaal.nl)

32

Figuur 29 verzilting van grondwater in Noardeast-Fryslân (bron: atlasnatuurlijkkapitaal.nl)

32

Figuur 30 Kans op water op straat, bron: Klimaateffectatlas, Deltares 2021

34

Figuur 31 Klimaateffectatlas

34

Figuur 32 Hoeveelheid grijs per wijk (bron: Klimaateffectatlas,Cobra Groeninzichten 2021)

35

Figuur 33 Hoeveelheid groen per wijk (bron: Klimaateffectatlas, Cobra Groeninzichten, 2021) 35 Figuur 33 Totaal bekende CO2-uitstoot in Noardeast-Fryslân per jaar, Klimaatmonitor 2023

37

Figuur 34 CO2-uitstoot energieverbruik sectoren in Noardeast-Fryslân per jaar, Klimaatmonitor, 2023 37 Figuur 35 CO2-uitstoot t.g.v. aardgas- en elektriciteitsverbruik in Noardeast-Fryslân per jaar, Klimaatmonitor 2023

37

Figuur 36 Percentage bekende hernieuwbare energie in Noardeast-Fryslân per jaar, Klimaatmonitor 2023

38

Figuur 37 Bekende hernieuwbare elektriciteit per inwoner in Nederland met gemeente Noardeast-Fryslân rood omlijnd

38

Figuur 38 Stand van zaken opwek gemeente Noardeast-Fryslân, 2022

39

Figuur 39: Jaargemiddelde stikstofdioxide concentratie (NO2) in de gemeente Noardeast-Fryslân in 2020 (Atlas van de leefomgeving, 2023) 41 Figuur 40 Jaargemiddelde fijnstof concentratie (PM10) in de gemeente Noardeast-Fryslân in 2019 (bron: Atlas van de leefomgeving, 2021) 41 Figuur 41 Jaargemiddelde fijnstof concentratie (PM2.5) in de gemeente Noardeast-Fryslân in 2019 (bron: Atlas van de leefomgeving, 2021) 42 Figuur 42 Geluidsoverlast in de gemeente Noardeast-Fryslân (bron: Atlas voor de Leefomgeving, RIVM, 2020)

43

Figuur 43 Kernindicator beweegvriendelijke omgeving (bron: Mulier instituut, 2022)

44

Figuur 44 kwetsbare objecten in gemeente Noardeast-Fryslân (bron: Atlas voor de Leefomgeving, IPO, 2017)

45

12 september 2023

OES NF

BI9423-RHD-XX-XX-RP-X-0001

v

Open

Figuur 45 veiligheidsinformatie milieubelastende activiteiten in gemeente Noardeast-Fryslân (Ministerie IenW Register Externe Veiligheid, 2023) 45 Figuur 46 Geregistreerde verkeersongevallen in gemeente Noardeast-Fryslân (bron: bestand geRegistreerde ongevallen in Nederland, 2023) 46

12 september 2023

OES NF

BI9423-RHD-XX-XX-RP-X-0001

vi

Open

1

Inleiding

1.1

Aanleiding

De gemeente Noardeast-Fryslân werkt aan de vernieuwing van haar omgevingsbeleid. Het deel van het omgevingsbeleid dat beschrijft hoe de fysieke leefomgeving in Noardeast-Fryslân zich op de langere termijn ontwikkelt en wat de gemeente daar op hoofdlijnen aan wil doen is de Omgevingsvisie. Met de Omgevingsvisie bereidt de gemeente Noardeast-Fryslân zich voor op de invoering van de Omgevingswet, die zal worden ingevoerd op 1 januari 2024. In de Omgevingswet is de Omgevingsvisie hét instrument om samenhang in het beleid voor de fysieke leefomgeving aan te brengen. De Omgevingsvisie is een strategische beleidsvisie waarin opgaven en ambities voor de leefomgeving zijn opgenomen voor de lange termijn (2030). Ook geeft het op hoofdlijnen inzicht in richtinggevende keuzes waarmee de gemeente invulling wil geven aan het behalen van de ambities. Verdere uitwerking van die keuzes vindt na vaststelling van de Omgevingsvisie plaats in instrumenten zoals bijvoorbeeld het omgevingsplan en programma’s. Om tot een gedegen afweging te komen van het beleid zoals dat een plek krijgt in de Omgevingsvisie van Noardeast-Fryslân is besloten om een omgevingseffectenscan (OES)1 uit te voeren. Het doel hiervan is om het leefomgevingsbelang mee te nemen in de besluitvorming over de visie en bij verdere uitwerking van het beleid in vervolgbesluiten, zoals het omgevingsplan.

In dit rapport staat de Foto van de leefomgeving beschreven. Hoofdstuk 2 bevat het beoordelingskader, opgesteld in samenwerking met verschillende beleidsmedewerkers van de gemeente. Alvorens de te maken beleidskeuzes te beoordelen, is het belangrijk te kijken waarmee vergeleken wordt: waar staat de gemeente nu? Wat zijn de autonome ontwikkelingen en de effecten van reeds vastgesteld beleid? Deze referentiesituatie wordt beschreven in Hoofdstuk 3. In een later stadium zullen de knelpunten uit deze OES worden gespiegeld aan de Omgevingsvisie om te beoordelen of deze verbeterd of opgelost worden door beleid en maatregelen van de Omgevingsvisie. Mogelijk wordt de Omgevingsvisie hierop aangescherpt.

1.2

Aanpak Foto van de leefomgeving

Deze Foto van de leefomgeving brengt de nulsituatie en de autonome ontwikkelingen van de omgeving in Noardeast-Fryslân in beeld. Dit is gedaan op basis van onderstaande twee stappen. Stap 1: Opstellen beoordelingskader In het beoordelingskader (zie Hoofdstuk 2) zijn leefomgevingsthema’s opgenomen die in deze OES zijn beoordeeld. Het vormt daarmee het kader voor de beschrijving van de huidige situatie en de autonome ontwikkelingen, alsmede de effecten van de Omgevingsvisie voor Noardeast-Fryslân. Stap 2: Beschrijving referentiesituatie In de referentiesituatie zijn de huidige situatie en autonome ontwikkeling tot 2040 (trends, ontwikkelingen en vigerend beleid) beschreven voor de leefomgevingsthema’s zoals opgenomen in het beoordelingskader. Per thema zijn enkele aspecten beschreven. De beoordeling van de referentiesituatie is gebaseerd op de aanwezigheid van knelpunten voor de beschreven aspecten onder de leefomgevingsthema’s. De referentiesituatie is opgesteld op basis van de best beschikbare actuele informatie, data en toekomstprognoses.

1

De gemeente Noardeast-Fryslân heeft geconstateerd dat gezien de daadwerkelijke keuzes die gemaakt worden in de visie en het abstractieniveau van de visie er geen verplichting is tot het opstellen van een planMER.

12 september 2023

OES NF

BI9423-RHD-XX-XX-RP-X-0001

1

Open

1.3

Methodiek beoordeling

De effecten van de Omgevingsvisie worden in beeld gebracht aan de hand van 10 thema’s die relevant zijn voor de leefomgeving van Noardeast-Fryslân. Deze thema’s betreffen wonen en voorzieningen, bereikbaarheid, economie, natuur en biodiversiteit, landschap, cultuurhistorie en architectuur, bodem en water, klimaat(adaptatie), energietransitie, gezondheid en veiligheid. Elk thema omvat meerdere aspecten. Onder het thema klimaat(adaptatie) vallen bijvoorbeeld de aspecten hitte en wateroverlast. De beschrijving van de referentiesituatie bevat een beoordeling van de huidige situatie en de autonome ontwikkelingen. Beoordeling huidige en autonome situatie Voor elk van deze 10 thema’s is in hoofdstuk 3 de referentiesituatie beschreven. Deze bestaat uit de huidige situatie en autonome ontwikkelingen als gevolg van trends op het gebied van bijvoorbeeld klimaatverandering, demografische ontwikkelingen en vastgesteld beleid of plannen. Ook is een beoordeling toegekend aan zowel de huidige situatie (2023) als de autonome situatie (de situatie in 2040 zonder vaststelling van de Omgevingsvisie, maar mét autonome ontwikkelingen). De beoordeling is gebaseerd op het aantal knelpunten binnen een thema: Tabel 1.1: Beoordeling referentiesituatie

2

Kleur

Omschrijving

Er is binnen de aspecten geen sprake van knelpunten

Er is binnen één of meerdere aspecten sprake van knelpunten

Er is binnen alle aspecten sprake van knelpunten

Beoordelingskader

In een werksessie met beleidsmedewerkers van de gemeente is het beoordelingskader vastgesteld. Om recht te doen aan de unieke situatie van de gemeente, is deze afgestemd op de specifieke thema’s die hier relevant zijn. Ook werd de beschikbare broninformatie geïnventariseerd, aan de hand van welke de beoordeling dient te gebeuren. Samen met de deelnemers aan de werksessie is gekomen tot het beoordelingskader dat staat weergegeven in Tabel 2. Het beoordelingskader bevat 10 thema’s. Deze thema’s bestaan op hun beurt uit verschillende aspecten, die zullen worden onderzocht op basis van indicatoren. Voor deze beoordeling worden openbaar beschikbare of individueel gedeelde bronnen gebruikt. Het volgende hoofdstuk bevat de beoordeling van de huidige situatie en autonome ontwikkelingen van deze thema’s. Tabel 2 Beoordelingskader

Thema

Aspecten Woningen vraag- en aanbod

1

Wonen en voorzieningen Voorzieningen

2

Bereikbaarheid

Autobereikbaarheid Openbaar vervoer

12 september 2023

OES NF

Indicator Kwantitatieve woningbehoefte Kwalitatieve woningbehoefte Afstand tot verschillende typen voorzieningen ten opzichte van het landelijk gemiddelde Afstand van woningen tot hoofdwegen Knelpunten in de doorstroming Afstand tot treinstation

BI9423-RHD-XX-XX-RP-X-0001

2

Open

Fiets- en wandelnetwerk Bedrijvigheid/arbeidsparticipatie 3

Economie Toerisme en recreatie UNESCO-werelderfgoed

Ontsluitingskwaliteit OV ten opzichte van ligging woon- en werkgebieden Score Fietsstad Kwaliteit wandelnetwerk Vraag en aanbod werklocaties Netto arbeidsparticipatie Hoeveelheid verblijfsaccommodaties, bedden en overnachtingen Doelstellingen UNESCO-werelderfgoed Instandhoudingsdoelstellingen Natura 2000

4

Natuur en biodiversiteit

Natura 2000-gebieden

Natuurnetwerk Nederland Biodiversiteit

5

6

Landschap, cultuurhistorie en archeologie

8

Landschap en cultuurhistorie

Archeologie

(druk op) aanwezige waarden

Bodemkwaliteit

Aanwezigheid spoedlocaties / voormalige stortplaatsen

Grondwater (droogte)

Grondwaterkwantiteit (GHG en GLG) Grondwaterkwaliteit (kwel en verzilting en eventueel grondwaterbeschermingsgebieden)

Bodem en water

Klimaat(adaptatie)

Energietransitie

Gezondheid

Hitte

Stedelijk hitte eiland effect (UHI-score)

Uitstoot CO2

Uitstoot CO2 % duurzaam opgewekte elektriciteit t.o.v. klimaatdoelstellingen

Duurzame energieopwekking

Geluidhinder Gezonde leefomgeving

10 Veiligheid

12 september 2023

Externe Veiligheid

OES NF

Wateroverlast op straat na een extreme bui Concentratie grijs in de gemeente

Luchtkwaliteit 9

Voltooiing van NNN Mate van donkerte Soortendiversiteit

• Bebouwing (inclusief bouwwerken) • Landgebruik • Reliëf • Landschappelijke en cultuurhistorische structuren en elementen • Landschappelijke dragers • Gebouwd erfgoed

Hemelwateroverlast 7

Mate van overschrijding van de kritische depositiewaarde

Concentraties fijnstof (PM10 en PM2,5) en stikstofdioxide, Geurhinder odeureenheden Geluid van wegverkeer, treinverkeer en vliegverkeer, industrie Kernindicator beweegvriendelijke leefomgeving Aantal kwetsbare objecten binnen plaatsgebonden risicocontour

BI9423-RHD-XX-XX-RP-X-0001

3

Open

Verkeersveiligheid

Aantal verkeersongevallen per 1.000 inwoners/ locaties

.

12 september 2023

OES NF

BI9423-RHD-XX-XX-RP-X-0001

4

Open

3

Referentiesituatie

3.1

Wonen en voorzieningen

In de referentiesituatie van het thema wonen en voorzieningen zijn de aspecten woningen vraag en aanbod en voorzieningen beoordeeld. De beoordeling is samengevat in onderstaand kader en nader toegelicht in deze paragraaf. Kwaliteitsniveau

Wonen en Voorzieningen

Er is binnen de aspecten geen sprake van knelpunten

Er is binnen één aspect sprake van knelpunten

Er is binnen beide aspecten sprake van knelpunten Huidige situatie

Autonome ontwikkeling

Conclusie: in de huidige situatie bestaat een knelpunt ten aanzien van het aspect wonen. Autonoom wordt dit knelpunt verholpen, maar voor het aspect voorzieningen wordt autonoom een nieuw knelpunt voorzien. Woningen vraag- en aanbod In de gehele gemeente is er behoefte aan extra woningen, zowel koop als huur en zowel voor starters als voor ouderen. Vooral is er vraag naar woningen met meer kwaliteit (nieuwer en duurzamer). Autonoom zal de regionale woondeal dit knelpunt verhelpen. Voorzieningen De afstand tot bijna alle type voorzieningen is groter dan het nationale gemiddelde. Inwoners hechten de meeste waarde aan supermarkt, openbaar vervoer, basisschool en huisarts. Autonoom zal zich een knelpunt ontwikkelen doordat vergrijzing meer druk zet op de voorzieningenbehoefte (zorgvraag) en de toegankelijkheid en nabijheid van voorzieningen. Woningen vraag- en aanbod De gemeente Noardeast-Fryslân telt 15 wijken en 52 woonplaatsen, over een totaaloppervlakte van 51.645 ha. (bron: allecijfers.nl, 2023) en is samengesteld uit twee voorzieningenkernen, Dokkum en Kollum, evenals acht basisdorpen, waaronder Anjum, Ferwert, Hallum, Holwerd, KollumerzwaagVeenklooster, Marrum, Oosternijkerk en Ternaard. Daarnaast zijn er meerdere woondorpen. De woondorpen hebben beperkte dagelijkse voorzieningen en zijn afhankelijk van de nabijgelegen grotere dorpen.

In 2020 is een woningmarktanalyse uitgevoerd, in samenwerking met de andere gemeenten in NoordoostFryslân (Ook wel de ANNO-gemeenten genoemd: Achtkarspelen, Noardeast-Fryslân, Tytsjerksteradiel, Dantumadiel). Uit deze analyse is onder andere het belang van de bestaande voorraad naar voren gekomen: 95% van de voorraad nu, is de voorraad over 20 jaar. Het is dus van belang de focus te leggen op de kwaliteit hiervan. Naast verbetering van het bestaande aanbod, is er behoefte aan nieuwbouw. Hierbij wordt wel opgemerkt dat plannen in een concrete behoefte moeten voorzien, ruimtelijk iets toevoegen aan het dorp en een kwaliteit toevoegen die er nu in het dorp nog niet is (woninganalyse,

12 september 2023

OES NF

BI9423-RHD-XX-XX-RP-X-0001

5

Open

2020). Verder is er behoefte aan verduurzaming en aan een focus op veilig oud worden, in verband met verwachte vergrijzing. Sociale huurappartementen zijn alleen nog nodig in de voorzieningenkernen. De gemeente Noardeast-Fryslân vertaalde deze analyse in een woonvisie voor de periode 2020 – 2025, die is vastgesteld in 2021. Hierin zijn de meeste adviezen uit de woningmarktanalyse ingevuld. De focus van het beleid wordt gericht op bestaande kwaliteit, eigenaars en bewoners worden gefaciliteerd in verduurzaming, en er zal preventief beleid worden gevoerd om leegstand tegen te gaan. Kwaliteit van plannen zal worden gewaarborgd middels het ‘afwegingskader woningbouwinitiatieven’, en het wordt als pluspunten beschouwd om energieneutraal, levensloopgeschikt en gemengd te bouwen. Ook ligt de focus op klimaatadaptief bouwen, en dient dit te worden meegenomen in de Omgevingsvisie. Kwantitatief zal er gebouwd worden naar de reële behoefte; de plannen worden afgestemd op de woningmarkanalyse. In 2022 heeft de gemeente samen met regio Noordoost-Fryslân een regionale woondeal opgesteld voor de periode tot 2030. Hierin maken de gemeenten afspraken over de aanpak van de woningbouwopgave. In Noordoost-Fryslân zetten zij zich in om gezamenlijk minimaal 2600 woningen te realiseren, waarvan Noardeast-Fryslân de realisatie van 1175 woningen op zich neemt.

Er wordt ook samengewerkt om de verdeling van subsidies van het Rijk op sleutelprojecten in goede banen te leiden. Sleutelprojecten in de gemeente Noardeast-Fryslân zijn project Dokkum en project kleine dorpen. Op dit moment wordt er een knelpuntenanalyse uitgevoerd waarvan de resultaten zullen worden meegenomen in de herijking van de regionale woondeal. De regio spreekt af om plannen af te stemmen op de daadwerkelijke vraag. Voorzieningen De aanwezigheid van voorzieningen is van belang voor het dagelijkse leven en kan de aantrekkelijkheid van een buurt vergroten. Hierbij zijn de afstand tot voorzieningen en het aantal voorzieningen van belang. Een kleinere afstand maakt een voorziening toegankelijker voor meer mensen en met meer voorzieningen is er een groter keuzeaanbod. In Figuur 1 is de nabijheid van verschillende typen voorzieningen weergegeven. Dit is vergeleken met het landelijk gemiddelde. Hierin is te zien dat alleen op de afstand tot open natuurlijk terrein kleiner is dan gemiddeld; verder zijn in de gemeente Noardeast-Fryslân supermarkt, huisarts en horeca alle gemiddeld op grotere afstand dan gemiddeld. Het is belangrijk hierbij op te merken dat er een verschil is tussen afstand in km en in tijd. Bovendien is het voor een plattelandsgemiddelde niet verbazingwekkend dat de afstand wat groter is.

12 september 2023

OES NF

BI9423-RHD-XX-XX-RP-X-0001

6

Open

Figuur 1 (bron: CBS Statline, 2021)

Volgens een onderzoek van Planbureau Fryslân, hechten inwoners van Noardeast-Fryslân de meeste waarde aan de aanwezigheid van een supermarkt (83%), bushalte of treinstation (82%), basisschool (82%) en een huisarts (82%) in hun nabijheid. Hierbij valt op dat hoe kleiner de woonplaats is, hoe minder belang er wordt gehecht aan een supermarkt. Het artikel noemt dat in heel Fryslân de gemiddelde afstand tot voorzieningen groter is dan het Nederlandse gemiddelde, maar “de langere afstand wordt door veel inwoners van Fryslân niet als probleem ervaren, omdat zij gewend zin met de auto grotere afstanden te overbruggen (Panel Fryslân, 2020). Wel is het een probleem voor minder mobiele mensen.” (Bereikbaarheid in Fryslân - Planbureau Fryslân (planbureaufryslan.nl)) Autonoom zal er door vergrijzing druk komen te staan op de voorzieningenbehoefte (zorgvraag) en zal de toegankelijkheid en nabijheid van voorzieningen met name voor minder mobiele mensen belangrijker worden. Het aantal alleenstaanden en stellen stijgt, terwijl het aantal gezinnen daalt. De gemeente vergrijst sterk, met een toename van ongeveer 2.000 personen sinds 2010, wat neerkomt op een stijging van ongeveer 25%. De verwachte groei van huishoudens verschilt per soort dorp, waarbij woondorpen mogelijk een omslag kunnen zien naar een daling na 2030.

Basisdorpen kunnen rekenen op een lichte groei, terwijl voorzieningenkernen naar verwachting blijvend gewild zijn en meer groei kunnen verwachten.

12 september 2023

OES NF

BI9423-RHD-XX-XX-RP-X-0001

7

Open

3.2

Bereikbaarheid

In de referentiesituatie van het thema bereikbaarheid zijn de aspecten autobereikbaarheid, openbaar vervoer en fiets- en wandelnetwerk beoordeeld. De beoordeling is samengevat in onderstaand kader en nader toegelicht in deze paragraaf. Kwaliteitsniveau

Bereikbaarheid

Er is binnen de aspecten geen sprake van knelpunten

Er is binnen één aspect sprake van knelpunten

Er is binnen meerdere aspecten sprake van knelpunten Huidige situatie

Autonome ontwikkeling

Conclusie: in de huidige situatie bestaat er een knelpunt ten aanzien van de kwaliteit van het aspect openbaar vervoer. Autonoom blijft dit knelpunt bestaan. Autobereikbaarheid De autobereikbaarheid van de gemeente Noardeast-Fryslân wordt door inwoners als goed ervaren. De voorziene aanleg van een verbinding tussen de N357 en de N361 zal de autobereikbaarheid verbeteren. Openbaar vervoer De mogelijkheden voor openbaar vervoer in de gemeente zijn summier. Er zijn geen treinstations in de gemeente, dus het OV bestaat uit busvervoer in de vorm van een basisnetwerk, aangevuld met ‘de Opstapper’. Inwoners vinden de kwaliteit van het OV onvoldoende. Fiets- en wandelnetwerk Er is een ruime hoeveelheid fiets- en wandelroutes aanwezig in de gemeente. Van de inwoners krijgt de kwaliteit van het fiets- en wandelnetwerk een voldoende. Autonoom beleid is erop gericht deze netwerken te verbeteren, om zo ook toerisme en recreatie te bevorderen. Autobereikbaarheid In de gemeente Noardeast-Fryslân liggen de wegen N357, N361 en de N358. In 2016 is daar nog de N356, de Centrale As die de gemeente doorkruist en loopt van Dokkum naar Nijega, aan toegevoegd. Mede dankzij deze nieuwe ontsluiting is de autobereikbaarheid verbeterd. Ook de aanleg van de Noordwesttangent (N398) is belangrijk geweest voor de westkant van de gemeente.

In 2021 was volgens het CBS de afstand tot een oprit van een hoofdverkeersweg in de gemeente gemiddeld 1,4 km, waar dit nationaal 1,8 km is. Het Planbureau Fryslân heeft in 2023 berekend dat er in Fryslân (525 per 1000 inwoners) relatief meer auto’s zijn dan landelijk (502 per 1000 inwoners). Wanneer bedrijfswagens niet worden meegerekend is dat verschil nog groter. Ook is het aantal auto’s sinds 2000 in Fryslân (+40%) percentueel harder gestegen dan landelijk (+26%). De auto wordt in Fryslân het meest gebruikt en is daarmee het belangrijkste vervoersmiddel. (Planbureau Fryslân, 2023) Momenteel doet de gemeente onderzoek naar verkeersveiligheid en bereikbaarheid in de gemeente, als input voor een nieuw gemeentelijk mobiliteitsprogramma voor de komende 10 jaar. Uit voorlopige resultaten van dit onderzoek komt onder andere naar voren dat de kwaliteit van autoverbindingen door 12 september 2023

OES NF

BI9423-RHD-XX-XX-RP-X-0001

8

Open

inwoners gemiddeld wordt beoordeeld met een 7.5, en autobereikbaarheid en parkeren met een 6.6. Er zijn plannen voor een weg tussen N357 en N361 om de verkeersstructuur in de Ee-vallei te bevorderen, die ook als rondweg om Wânswert zal fungeren voor veiligheid van fietsers in het dorp. Openbaar vervoer De gemeente ligt precies ten noorden van het treinnetwerk tussen Groningen en Leeuwarden en de dichtstbijzijnde treinstations liggen in de aangrenzende dorpen Buitenpost en De Westereen. Ook Leeuwarden en station Feanwâlden zijn belangrijke treinstations. Ontsluiting met het openbaar vervoer gebeurt dus via bus. Figuur 2 laat de locaties zien waar openbaar vervoerslocaties (in het geval van de gemeente zijn dit bushaltes) liggen. De donkerte van een cirkel laat zien hoe vaak een bus komt, en de dikte van de cirkels geeft de hoeveelheid modaliteiten aan (bron: Atlas van de Regio, Planbureau voor de Leefomgeving). In het geval van de gemeente is er sprake van slechts een modaliteit, namelijk de bus. De bestaande buslijnen hebben veelal een frequentie van minimaal 1 keer per uur en op locaties waar de reguliere bus niet meer rijdt wordt deze vervangen door de Opstapper. Volgens de inwoners is de kwaliteit van OV onvoldoende: in het mobiliteitsonderzoek van de gemeente krijgt dit slechts een 4.6.

Figuur 2 Ontsluitingskaart OV (bron: Atlas van de Regio, PBL, 2020)

Autonoom

12 september 2023

OES NF

BI9423-RHD-XX-XX-RP-X-0001

9

Open

Het beleid t.a.v. openbaar vervoer zet in op het creëren van hubs om overstapgemak te bevorderen. Door het gemak te bevorderen zal de ontsluitingskwaliteit enigszins toenemen, maar voor het ontnemen van knelpunten is een toename aan reisopties en een vermindering van de fysieke afstand nodig. Fiets- en wandelnetwerk Ieder jaar schrijft de Fietsersbond per gemeente een score toe aan het gemeentelijke fietsnetwerk, gebruik makende van enquêtevragen en objectieve factoren. De gemeente Noardeast-Fryslân krijgt een totaalscore van 3,3 van de 5. Dit is een ondergemiddelde score (zie Figuur 3). Op de enquêtevragen scoort de gemeente goed: beleving (wordt er veel gefietst, is fietsend ontspannend?) en onderhoud (wordt er gestrooid, is het fietspad schoon?) scoren beiden van de 5 een 3,8, infrastructuur (hobbels en oneffenheden, goed afgestelde verkeerslichten) een 3,7 en netwerk zelfs een 4 (kun je er al dan niet snel doorfietsen, zijn bestemmingen bereikbaar zonder te veel omfietsen?).

Maar de objectieve factoren die in het onderzoek worden gebruikt, scoren in de gemeente minder goed: 50km/u (zijn er aparte fietspaden aangelegd langs wegen waar verkeer harder rijdt dan 50km/u?) en omrijdfactor (hoeveel verschilt de werkelijke fietsafstand van de afstand hemelsbreed?) halen de score weer omlaag, evenals stedelijke dichtheid (dichtheid beïnvloedt namelijk in hoeverre bestemmingen op fietsafstand liggen). Voor een plattelandsgemeente zijn de lage scores op deze punten niet verrassend.

Figuur 3 Score Noardeast-Fryslân Fietsgemeente 2022 (bron: Fietsersbond, Fietsstad, 2022)

De resultaten uit het mobiliteitsonderzoek van de gemeente sluiten aan bij dat van de Fietsersbond. Ook hier scoort de kwaliteit van fietspaden en fietsstroken voldoende, maar niet ruim voldoende (5.9 van de 10), en het netwerk goed (6.5). Dat netwerk goed scoort binnen het onderzoek van de Fietsersbond is ook te zien in de hoeveelheid fietsroutes. Onderstaande kaarten laten het regionale fietsnetwerk (Figuur 4) en de landelijke fietsroute, de Kustroute, zien (Figuur 5).

12 september 2023

OES NF

BI9423-RHD-XX-XX-RP-X-0001

10

Open

Figuur 4 Regionale fietsroutes (bron: Atlas van de Leefomgeving, Stichting Landelijk Fietsplatform, 2022)

Figuur 5 Landelijke fietsroutes (bron: Atlas van de Leefomgeving, Stichting Landelijk Fietsplatform, 2022)

Er is een uitgebreid wandelnetwerk in de gemeente (zie Figuur 6), met zowel regionale als nationale wandelroutes. In het mobiliteitsonderzoek krijgen de voorzieningen voor voetgangers van de inwoners een 5.8. Fiets- en wandelnetwerk is dus voldoende, maar niet ruim.

12 september 2023

OES NF

BI9423-RHD-XX-XX-RP-X-0001

11

Open

Figuur 6 regionale en nationale wandelroutes (bron: Atlas van de Leefomgeving, Stichting Wandelnet, 2022)

Autonoom is in de Visie Recreatie en Toerisme de ambitie vastgesteld van een toename van toerisme en recreatie in de gemeente, wat de kwaliteit van fiets- en wandelpaden ten goede zal komen. De gemeente is bezig met een mobiliteitsprogramma, maar strategische plannen op dit gebied zijn nog niet vastgesteld.

3.3

Economie

In de referentiesituatie van het thema economie zijn de aspecten arbeidsparticipatie, bedrijvigheid en toerisme en recreatie beoordeeld. De beoordeling is samengevat in onderstaand kader en nader toegelicht in deze paragraaf. Kwaliteitsniveau

Economie

Er is binnen de aspecten geen sprake van knelpunten

Er is binnen één aspect sprake van knelpunten

Er is binnen beide aspecten sprake van knelpunten Huidige situatie

Autonome ontwikkeling

Conclusie: in de huidige situatie bestaat een knelpunt ten aanzien van het aspect bedrijvigheid. Autonoom wordt dit knelpunt verholpen, maar komt er een nieuw knelpunt voor in de plaats ten aanzien van het aspect arbeidsparticipatie. Arbeidsparticipatie

12 september 2023

OES NF

BI9423-RHD-XX-XX-RP-X-0001

12

Open

Arbeidsparticipatie is in de gemeente Noardeast-Fryslân 70,4%, gelijk aan het landelijk gemiddelde. Autonome ontwikkelingen als vergrijzing en een groeiende vraag naar arbeid zullen resulteren in een knelpunt. Bedrijvigheid Er is een urgente behoefte aan werklocaties in de gemeente. Autonoom zitten er meer plannen voor ontwikkeling in de pijplijn, en wordt dit knelpunt verholpen. Toerisme en recreatie Toerisme en recreatie in de gemeente is niet groot, maar wordt gezien als sector met groeipotentie. De gemeente zet in op de identiteit als Waddengemeente en op historische stad Dokkum voor de groei van toerisme en recreatie, door knelpunten zoals bereikbaarheid en onbekendheid aan te pakken. Arbeidsparticipatie Volgens het Planbureau Fryslân waren er in 2021 in de gemeente Noardeast-Fryslân 17.091 banen. De arbeidsparticipatie, het percentage van de potentiële beroepsbevolking dat betaald werk heeft, was in dat jaar 70,4%. Dit is iets hoger dan het provinciale gemiddelde, en gelijk aan het landelijke. De werkloze beroepsbevolking, die geen betaald werk hadden maar daar wel naar zochten, was 3,6%. Voor geheel Fryslân geldt dat de arbeidsmarkt, net als in andere provincies, wordt gekenmerkt door een grote krapte. Dat betekent dat het voor werkgevers moeilijk is om openstaande vacatures te vervullen en geschikt personeel te vinden dat het werk kan doen.

Dit wordt veroorzaakt door afnemend aanbod door vergrijzing, groeiende vraag naar arbeid door economische groei, en een mismatch tussen competenties van werkzoekenden en de functie-eisen van werkgevers (UWV, 2022) (Werk en arbeidspotentieel in Fryslân Planbureau Fryslân (planbureaufryslan.nl)). Het percentage hoogopgeleiden is relatief laag in NoardeastFryslân, en autonoom lijkt ook deze trend nog niet om te gaan keren. Bedrijvigheid Om het aspect bedrijvigheid te beoordelen wordt de vraag en aanbod van werklocaties als indicator gebruikt. Figuur 7 laat de werkgebieden in de gemeente Noardeast-Fryslân zien. Het aanbod is schaars en er is een urgente behoefte aan nieuwe bedrijfskavels (Convenant bedrijventerreinen Noordoost-Fryslân 2022 – 2035). Ten tijde van dit convenant zijn er in de regio al geruime tijd nagenoeg geen bedrijfskavels meer beschikbaar voor uitgifte, terwijl daar wel vraag naar is. De gemeente zet in op een economisch- en ruimtelijk verantwoorde fasering bij uitgifte. In de periode 2015 t/m 2020 is er in de gemeente Noardeast-Fryslân 22,9 hectare aan bedrijventerreinen uitgegeven (bron: Convenant bedrijventerreinen Noordoost-Fryslân 2022-2035). Het beschikbaar aanbod aan bedrijventerrein was in 2021 0.5 ha op het terrein Betterwird in Dokkum. Bedrijventerrein Betterwird is direct gelegen aan de N356 vlakbij de N361 en de Centrale As.

Met de Provincie is afgesproken dat het bedrijventerrein mag uitbreiden en op dit moment wordt gewerkt aan een uitbreiding van ca. 10 hectare.

12 september 2023

OES NF

BI9423-RHD-XX-XX-RP-X-0001

13

Open

Figuur 7 Werkgebied in de gemeente Noardeast-Fryslân (bron: Atlas van de Regio, CBS 2015)

Toerisme en recreatie Toerisme en recreatie is belangrijk voor de economie. Om dit aspect te beoordelen wordt gekeken naar de hoeveelheden recreatie-accommodaties, bedden en overnachtingen. De Visie Toerisme en Recreatie, opgesteld met de gehele regio Noordoost-Fryslân verzorgt hiervoor de benodigde informatie. In de gehele regio zijn 340 verblijfsrecreatievoorzieningen, waarvan 131 in het Waddengebied, en 26.549 bedden. Voor de coronapandemie werden jaarlijks ongeveer 600.000 overnachtingen doorgebracht. Plannen in de visie zetten in op promotie, productontwikkeling (zoals het ontwikkelen van een icoon, verbetering van routeinfrastructuur, het opzetten van een stimuleringsfonds voor ondernemers), samenwerking en kennisontwikkeling. Dokkum wordt in de visie als belangrijk streekmerk gezien, met de unieke historie en de link met de Friese Elfsteden als kans en de bereikbaarheid als bedreiging. Zoals eerder genoemd wordt in de gemeente Noardeast-Fryslân ingezet om de bereikbaarheid te verbeteren en zo toerisme en recreatie te bevorderen, met name in het kustgebied langs Werelderfgoed Waddenzee.

3.4

Natuur en biodiversiteit

In de referentiesituatie van het thema natuur en biodiversiteit zijn de aspecten UNESCO-werelderfgoed, Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland en biodiversiteit beoordeeld. De beoordeling is samengevat in onderstaand kader en nader toegelicht in deze paragraaf. Kwaliteitsniveau

Natuur en biodiversiteit

Er is binnen de aspecten geen sprake van knelpunten

Er is binnen één aspect sprake van knelpunten

Er is binnen beide aspecten sprake van knelpunten

12 september 2023

OES NF

BI9423-RHD-XX-XX-RP-X-0001

14

Open

Huidige situatie

Autonome ontwikkeling

Conclusie: in de huidige situatie bestaat een knelpunt ten aanzien van het aspect Biodiversiteit. UNESCO-werelderfgoed Het buitendijkse deel van de gemeente is UNESCO-werelderfgoed en de gemeente werkt samen met Wetterskip Fryslân en It Fryske Gea om het natuurgebied te verbeteren. Natura 2000-gebieden De gemeente grenst aan het Natura 2000 Lauwersmeer en aan het Waddengebied. De gebieden in de gemeente zelf zijn niet stikstofgevoelig, al blijft het feit dat uitstoot vanuit de gemeente kan neerdalen in nabijgelegen gebieden zoals de duinen van Ameland en Schiermonnikoog. Natuurnetwerk Nederland In de gemeente wordt gewerkt aan het Natuurnetwerk Nederland in het Dokkumerdiep, om het Lauwersmeer en de Fryske Wâlden te verbinden. Biodiversiteit Biodiversiteit in de gemeente is, net als in heel Nederland, momenteel aan het afnemen. Het biodiversiteitsplan van de gemeente zet in op versterking van de biodiversiteit met verschillende maatregelenpakketten. UNESCO-werelderfgoed Het Waddengebied is een uitgestrekt kustgebied dat zich uitstrekt langs de kusten van Nederland, Duitsland en Denemarken. Het is een uniek en waardevol natuurgebied dat bekend staat om zijn dynamische getijdenlandschap, rijke biodiversiteit en belangrijke rol als tussenstop voor trekvogels. In 2009 werd het opgenomen op de Werelderfgoedlijst van UNESCO vanwege zijn uitzonderlijke universele waarde.

Het gebied wordt beschermd vanwege zijn unieke ecologische processen en natuurlijke kenmerken, evenals zijn culturele betekenis. In de gemeente Noardeast-Fryslân, maar buiten de dijken, ligt het natuurgebied Noard-Fryslân Bûtendyks. Het is een uitgestrekt natuurgebied met diverse habitats, waaronder kwelders, slikvelden en zilte graslanden, en het wordt beheerd door It Fryske Gea. Noard-Fryslân Bûtendyks is een belangrijk gebied voor planten en dieren, en het speelt een strategische rol als tussenstop voor trekvogels tijdens de vogeltrek. Het maakt deel uit van de "gouden rand" van de Waddenzee, waar veel vogels jaarlijks gebruik van maken. Het gebied is onderhevig aan getijdenwerking en overstromingen, wat bijdraagt aan de groei en ontwikkeling van de kwelders. Met betrekking tot het UNESCO-werelderfgoed is het belangrijk om te verduidelijken dat de gehele Waddenzee (inclusief Noard-Fryslân Bûtendyks) als werelderfgoed is erkend. Dus in dit geval maakt het natuurgebied Butendyks deel uit van het beschermingsregime van UNESCO als onderdeel van het Werelderfgoed Waddenzee. Op grond van nationale- en internationale afspraken is het toekomstige beleid en beheer vooral gericht op het verkwelderen van de zomerpolders in Noard-Fryslân Bûtendyks, wat wil zeggen dat het zoute water van de Waddenzee meer invloed krijgt in het gebied.

In 2018 werkten Wetterskip Fryslân, It Fryske Gea en de gemeente Ferwerderadiel samen om nabij Vijfhuizen een zoetzout gradiënt aan te leggen ter bevordering van de natuurontwikkeling en vismigratie. Zie Figuur 8.

12 september 2023

OES NF

BI9423-RHD-XX-XX-RP-X-0001

15

Open

Figuur 8 project Vijfhuizen in gebied Bûtendyks (bron: It Fryske Gea, 2018)

Natura 2000-gebied De gemeente Noardeast-Fryslân grenst aan het Lauwersmeer en bevat een deel van Natura 2000-gebied Lauwersmeer. Dit gebied bevat zeer belangrijk broedgebied voor broedvogels van rietmoerassen en rietruigtes (roerdomp, bruine kiekendief, blauwborst en rietzanger). Het gebied valt onder de Vogelrichtlijn van de Europese Unie (zie Figuur 9) en is geen stikstofgevoelig gebied.

Figuur 9 Natura 2000 Lauwersmeer (bron: Friesland | Natura 2000, Ministerie van Natuur en Landbouw, 2023)

Ook grenst de gemeente aan het Waddengebied, waar wel stikstofgevoelige locaties zijn, zoals de duinen van Ameland en van Schiermonnikoog. Naast eerdergenoemd gebied Bûtendyks, valt het Waddengebied niet onder beleid van de gemeente. Toch heeft de gemeente door haar nabijheid een verantwoordelijkheid voor o.a. de stikstofdepositie die er plaatsvindt. Stikstofdepositie is in de gemeente relatief laag en enigszins hoger in de bebouwde gebieden, vanwege de hogere activiteit van bedrijvigheid en verkeer.

12 september 2023

OES NF

BI9423-RHD-XX-XX-RP-X-0001

16

Open

Figuur 10 laat de stikstofdepositie in mol per hectare per jaar in 2018 zien, volgens het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu.

Figuur 10 Stikstofdepositie 2018 (Ntot)(mol/ha/jaar) (bron: Atlas Natuurlijk Kapitaal, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, 2018)

12 september 2023

OES NF

BI9423-RHD-XX-XX-RP-X-0001

17

Open

Natuurnetwerk Nederland Natuurnetwerk Nederland is een netwerk van deels bestaande en deels nieuwe natuurgebieden die door ecologische verbindingszones met elkaar verbonden zijn. Hierdoor kunnen dieren zich makkelijker verplaatsen tussen verschillende natuurgebieden. Dit is een provinciale opgave. Binnen Noardeast-Fryslân ligt er een deel in het Dokkumerdiep, dat de verbinding vormt tussen het Lauwersmeer en de Noardlyke Fryske Wâlden.

Figuur 11 Ligging Natuurnetwerk Nederland

Biodiversiteit De gemeente zet in op het versterken van biodiversiteit. Er is daartoe een biodiversiteitsplan opgesteld. Dit plan stelt verschillende doelen, en trekt conclusies over de staat van de soortendiversiteit in de gemeente Noardeast-Fryslân. De focus van de gemeente ligt voornamelijk op verbetering van de insectenstand. De insectenstand is namelijk erg belangrijk voor o.a. vogels en vleermuizen. Aanbevelingen vanuit het biodiversiteitsplan zijn om te zorgen voor wat er is, meetbare doelen te stellen en te werken aan een gemeentelijk ecologisch netwerk. Het groenstructuurplan van de gemeente vormt de basis van dit netwerk en kan uiteindelijk robuuste verbindingen vormen met het Natuurnetwerk Nederland en Natura 2000-gebieden. Een bepaalde mate van donkerte is belangrijk voor biodiversiteit, met name voor verschillende trekvogels en voor vleermuizen. Figuur 12 laat de mate van donkerte zien in de gemeente. De mate van donkerte ligt in deze gemeente relatief hoog in vergelijking tot de rest van Nederland; aangrenzend aan de gemeente ligt Dark Sky Park Lauwersmeer. Ook is stilte een belangrijke natuurwaarde. Deze indicator wordt uitgebreider behandeld bij het thema Gezondheid (paragraaf 3.9). Het streven naar meer biodiversiteit kan soms spanningen opleveren met het thema weidevogels.

Voor dit laatste is namelijk een doelmatig beheerd agrarisch landschap nodig, terwijl andere biodiversiteit vraagt om veel ruimtelijke afwisseling.

12 september 2023

OES NF

BI9423-RHD-XX-XX-RP-X-0001

18

Open

Figuur 12 Mate van donkerte in de gemeente Noardeast-Fryslân aan de hand van lichtemissie (bron: Atlas van de Leefomgeving, RIVM 2021)

Om de biodiversiteit te verbeteren en een grote variatie in gemeentelijk groen aan te brengen, heeft de gemeente verschillende maatregelen uit het biodiversiteitsplan geselecteerd, zoals ontwikkeling van kruidenrijk grasland, gazons, bermen en dijken, meer variatie in bos(plantsoen) en heesterbeplantingen, en ecologisch beheer van sloten en waterkanten. Daarnaast wil de gemeente ook praktische initiatieven van (vrijwilligers)organisaties op gemeentegrond ondersteunen, zoals bollenplantacties en de aanleg van geveltuintjes. Bovendien wil de gemeente inspelen op actuele zaken en opgaven waarbij de biodiversiteit onder druk komt te staan of juist kan profiteren, bijvoorbeeld door de aanplant van bomen om koolstof vast te leggen en te zorgen voor lagere temperaturen in hete zomers, en de aanleg van kruidenrijke laagten om regenwaterpieken op te vangen.

3.5

Landschap, cultuurhistorie en archeologie

In deze paragraaf is de referentiesituatie van de aspecten landschap, cultuurhistorie en archeologie beschreven en beoordeeld. Hierbij is gebruik gemaakt van de indicatoren bebouwing, landgebruik, reliëf, landschappelijke en cultuurhistorische elementen, en aanwezige archeologische waarden. De beoordeling is samengevat in onderstaand kader en nader toegelicht in deze paragraaf. Kwaliteitsniveau

Landschap, cultuurhistorie en archeologie

Er is binnen de aspecten geen sprake van knelpunten

Er is binnen één aspect sprake van knelpunten

Er is binnen meerdere aspecten sprake van knelpunten

12 september 2023

Huidige situatie

Autonome ontwikkeling

OES NF

BI9423-RHD-XX-XX-RP-X-0001

19

Open

Conclusie: in de huidige situatie bestaat een knelpunt ten aanzien van het aspect landschap en cultuurhistorie. Autonoom blijft dit knelpunt bestaan, mede vanwege gebrek aan eenduidig beschermingsbeleid. Landschap Landschap in de gemeente staat onder druk. De elementen en structuren worden weliswaar in toenemende mate bekend en in kaart gebracht, maar formele bescherming blijft achter, is verspreid over bestemmingsplannen en verschilt nog tussen voormalige gemeenten onderling. Cultuurhistorie Voor cultuurhistorie geldt hetzelfde als voor landschap: de elementen zijn bekend, maar formele bescherming blijft achter. Autonoom wordt daarom ook hier een knelpunt voorzien. Archeologie Bescherming en in kaart brengen van archeologie gebeurt op provinciaal niveau, en wordt vastgelegd in bestemmingsplannen. Er worden geen knelpunten voorzien. Landschap Noardeast-Fryslân kent een wijds landschap met verschillende kernwaarden. Omdat landschappelijke, net als cultuurhistorische elementen, een subjectief karakter hebben en lastig meetbaar zijn, dienen onderstaande indicatoren met voorzichtigheid gelezen te worden. Het behoud van landschap en cultuurhistorie wordt hierdoor complex, en bovendien gaat ontwikkeling (van bijvoorbeeld bebouwing en infrastructuur) vaak zodanig langzaam dat het moeilijk te monitoren is2.

De indicatoren waarop landschap hier worden beoordeeld zijn (micro-)reliëf en landschappelijke elementen. De bescherming van landschap kent verschillende regimes. Zo zijn er de landschappen die vallen onder het provinciale landschapsbeleid (tot 2017 aangeduid als ‘Nationale landschappen’). Hiervan ligt een deel in de gemeente Noardeast-Fryslân, namelijk een stuk Noardlyke Fryske Wâlden. Ook valt een gedeelte van het eerder behandelde Nationale Park Lauwersmeer binnen de gemeentegrens (dit beleid focust zich voornamelijk op natuur en in mindere mate op cultuur). Figuur 13 toont deze gebieden op kaart.

2 De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, de Wageningen University, LandschappenNL en het Kadaster is een samenwerkingsverband aan het werk aan de Monitor Landschap (monitorlandschap.nl), In een eerdere versie van dit rapport werd ook deze informatie meegenomen in de beoordeling, maar omdat gegevens zoals veranderingen in landgebruik en reliëf niet werden herkend door specialisten van de gemeente, is besloten geen gebruik te maken van deze bron.

12 september 2023

OES NF

BI9423-RHD-XX-XX-RP-X-0001

20

Open

Figuur 13 Nationaal park en voormalig nationaal landschap

In 2021 is er bovendien een landschapsbiografie geschreven van de gemeente. Dit kennisdocument beschrijft uitgebreid de ontwikkeling van het landschap in de gemeente, van prehistorie tot nu, en is bedoeld als kennisdocument waarop beleidskeuzes gebaseerd kunnen worden. (Micro-) Reliëf en landschappelijke elementen Relatief gezien ligt de mate van reliëf in Noardeast-Fryslân laag (zie Figuur 14 uit Actueel Hoogtebestand Nederland). Bij het inzoomen van de hoogtekaart wordt het microreliëf in de gemeente zichtbaar. In de volgende afbeelding (Figuur 15) is de hoeveelheid microreliëf te onderscheiden. Dit betreft verschillende landschappelijke kenmerken (dijken, terpen, kruinige percelen, kwelderwal, greppeltjesland, tichelwurkland, etc).

Figuur 14 Reliëf (bron: AHN (Actueel Hoogtebestand Nederland))

12 september 2023

OES NF

BI9423-RHD-XX-XX-RP-X-0001

21

Open

Historisch gaat door verkaveling en schaalvergroting in de landbouw veel (micro-)reliëf verloren. Ook door andere graafwerkzaamheden kan vervlakking optreden, waardoor kenmerkend reliëf verdwijnt. Dit gaat stukje bij beetje en doorgaans ongemerkt.

Figuur 15 Te onderscheiden microreliëf (bron: AHN (Actueel Hoogtebestand Nederland))

Figuur 16 laat de vaarwegen en natuurlijke waterlopen zien.

Figuur 16 Vaarwegen en natuurlijk waterlopen (bron: Digitale landschapsatlas Noardeast-Fryslân, 2023)

Cultuurhistorie De gemeente Noardeast-Fryslân heeft een rijke cultuurhistorie. Elementen die hier onderdeel van zijn, zijn terpen, dobben, monumentale boerderijen, dijken en singels. Zoals goed te zien is op de Digitale Landschapsatlas, is Noardeast-Fryslân rijk aan landschappelijke en cultuurhistorische elementen: van terpen tot monumentale boerderijen tot dijken en singels. 12 september 2023

OES NF

BI9423-RHD-XX-XX-RP-X-0001

22

Open

Figuur 17 Historisch cultuurlandschap (bron: Digitale landschapsatlas Noardeast-Fryslân 2023)

Bij inzoomen op de kaart worden meer regionale elementen zichtbaar, bijvoorbeeld de karakteristieke Noardlike Fryske Wâlden, met haar elzensingels (zie Figuur 18), evenals de zomerpolder met dobben en de vele terpen in het Noordwesten van de gemeente (Figuur 19).

Figuur 18 Elzensingels in de Noardlike Fryske Wâlden (bron: Digitale landschapsatlas Noardeast-Fryslân, 2023)

12 september 2023

OES NF

BI9423-RHD-XX-XX-RP-X-0001

23

Open

Figuur 19 Terpen en de zomerpolder Butendyks (bron: Digitale landschapsatlas Noardeast-Fryslân, 2023)

Er is veel bekend over de cultuurhistorie van Noardeast-Fryslân. Diverse elementen worden beschermd, o.a. door bestemmingsplannen, maar tegelijkertijd is er nog veel onbekend. De staat van een dobbe of een elzensingel is vaak niet in beeld. Op het moment dat erfgoed een doel heeft en nog in gebruik is, wordt het onderhouden, maar structuren en elementen die niet in gebruik zijn neigen langzaam te verdwijnen. Archeologie Archeologische waarden in de gemeente worden beschermd door de verschillende bestemmingsplannen, en in kaart gebracht door het Rijk en de provincie. Op de Indicatieve kaart archeologische waarden van het Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (Figuur 20) is te zien dat in een groot deel van de gemeente een hoge trefkans wordt gekarakteriseerd. Dit is te verklaren door het hoge aantal monumenten en archeologische waarden, maar ook door het abstractieniveau van de kaart (die bovendien grote delen van Nederland aanmerkt als gebied met archeologisch hoge trefkans. Een specifieker beeld is wenselijk, en wordt gegeven door de provinciale tool FAMKE.

12 september 2023

OES NF

BI9423-RHD-XX-XX-RP-X-0001

24

Open

Figuur 20 Indicatieve kaart archeologische waarden (bron: Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, 2023)

De tool FAMKE (de Friese Archeologische Monumentenkaart Extra) is ontwikkeld om het archeologisch bodemarchief in kaart te brengen en te beschermen. Het maakt gebruik van bestaande landelijke kaarten en houdt rekening met de kans op verstoring van archeologische resten en de omvang van bodemingrepen. FAMKE geeft adviezen over de noodzaak en het type archeologisch onderzoek dat vereist is bij ruimtelijke plannen en beoordelingen van de archeologische implicaties. Figuur 21 en Figuur 22 tonen deze FAMKE-kaarten van steentijd/bronstijd en ijzertijd/middeleeuwen.

Figuur 21 FAMKE – steentijd, bronstijd

12 september 2023

OES NF

BI9423-RHD-XX-XX-RP-X-0001

25

Open

Figuur 22 FAMKE – ijzertijd, middeleeuwen

Autonome ontwikkelingen Ter bescherming van de archeologie in de gemeente wordt provinciaal beleid gevolgd, aan de hand van kaarten als bovenstaande, die de trefkans laten zien. Om landschappelijke en cultuurhistorische elementen te waarborgen is bescherming nodig. Vanwege autonome ontwikkelingen als veroudering en doorgaande ontwikkeling (van bijvoorbeeld bebouwing of infrastructuur) is robuust beschermingsbeleid nodig om cultuurhistorische aspecten te behoeden van verval en verdwijning. De gemeente Noardeast-Fryslân heeft geen gemeentelijke monumenten. De bescherming van verschillende landschappelijke en cultuurhistorische structuren en elementen is in de gemeente vastgelegd in de bestemmingsplannen. Elke ontwikkeling moet de bestaande waarden in beeld brengen en als vertrekpunt gebruikt. Dit beleid kan verschillen per bestemming en tussen de voormalige gemeentes onderling, wat het onnodig complex maakt. De bovengenoemde informatie, evenals de in 2021 gepubliceerde Landschapsbiografie NoardeastFryslân, maakt de waarden kenbaar. Toch blijft het zonder goede bescherming mogelijk om deze informatie aan de kant te schuiven bij ontwikkelingen. Informatie over landschap en cultuurhistorie is in toenemende mate aanwezig, maar dit is geen garantie voor het behoud ervan.

Juist vanwege het subjectieve, niet-meetbare karakter van landschap en cultuurhistorie, is robuuste en duidelijke bescherming nodig om deze kenmerken te beschermen, of te behoeden van verval.

12 september 2023

OES NF

BI9423-RHD-XX-XX-RP-X-0001

26

Open

3.6

Bodem en water

In de referentiesituatie van het thema bodem en water zijn de aspecten bodemkwaliteit en grondwater beoordeeld. De beoordeling is samengevat in onderstaand kader en nader toegelicht in deze paragraaf. Kwaliteitsniveau

Bodem en water

Er is binnen de aspecten geen sprake van knelpunten

Er is binnen één aspect sprake van knelpunten

Er is binnen beide aspecten sprake van knelpunten Huidige situatie

Autonome ontwikkeling

Conclusie: in de huidige situatie bestaat een knelpunt ten aanzien van het aspect grondwater. Autonoom blijft dit knelpunt bestaan. Bodemkwaliteit De aanwezige spoedlocaties en voormalige stortplaatsen zijn goed in beeld in de gemeente NoardeastFryslân en zullen waar nodig gesaneerd worden. Grondwater Er is een knelpunt ten aanzien van grondwaterkwantiteit en – kwaliteit vanwege verzilting. Om dit tegen te gaan wordt provinciaal en door het Wetterskip ingezet op verbetering van kwaliteit en tegendruk van zoet grondwater.

Bodemkwaliteit De provincie is bevoegd gezag in het kader van de Wet bodembescherming (Wbb) en draagt de verantwoordelijkheid voor bodemsaneringsoperaties in Noardeast-Fryslân. De gemeente is bevoegd gezag voor niet-ernstige bodemverontreiniging en voor grond- en baggerverzet binnen de gemeente in het kader van Besluit Bodemkwaliteit. Het Besluit bodemkwaliteit bevat regels voor toepassing van grond, baggerspecie en bouwstoffen en stelt kwaliteitseisen aan de uitvoering van bodemwerkzaamheden. Het Besluit bodemkwaliteit heeft tot doel de bodem nu en in de toekomst optimaal te gebruiken en te beschermen. De gemeente Noardeast-Fryslân hanteert een gebiedsspecifiek beleid. Betreffende chemische bodemkwaliteit hanteert de gemeente lokale achtergrondkwaliteit zoals deze is vastgelegd in de bodemkwaliteitkaart. Bodemverontreiniging kan mogelijk gezondheidsrisico’s veroorzaken. De exacte risico’s van bodemverontreiniging hangen af van de mate van blootstelling aan de verontreiniging. Voor verontreinigingen die ontstaan zijn na 1 januari 1987 geldt dat de verontreiniging volledig weggenomen of ongedaan gemaakt moet worden. Bij een voorval waardoor er verontreiniging ontstaat moet de veroorzaker de bodem zo snel mogelijk saneren. Bij het achterblijven van (rest-)verontreinigingen na een sanering geldt een nazorgplicht.

De aanwezige spoedlocaties en voormalige stortplaatsen zijn goed in beeld in de gemeente NoardeastFryslân en zullen waar nodig gesaneerd worden. Figuur 23, Figuur 24 en Figuur 25 laten voormalige storplaatsen op verschillende locaties in de gemeente zien. Van de meeste locaties (zichtbaar in grijze lijnen

12 september 2023

OES NF

BI9423-RHD-XX-XX-RP-X-0001

27

Open

op de kaart) is aard en ernst niet bepaald. Er zijn een aantal voormalige stortplaatsen voor huishoudelijk of industrieel afval. Spoedlocaties komen in de gemeente vrijwel niet meer voor omdat deze zijn verholpen. Ook autonoom worden er geen knelpunten voorzien.

Figuur 23 voormalige storplaatsen omgeving Dokkum (bron: Bodematlas, Provincie Fryslân)

12 september 2023

OES NF

BI9423-RHD-XX-XX-RP-X-0001

28

Open

Figuur 24 voormalige stortplaatsen omgeving Kollum (bron: Bodematlas, Provincie Fryslân)

Figuur 25 voormalige storplaatsen landelijk gebied Hallum, Marrum en Ferwert (bron: Bodematlas, Provincie Fryslân)

12 september 2023

OES NF

BI9423-RHD-XX-XX-RP-X-0001

29

Open

Grondwater (droogte) Het Wetterskip Fryslân houdt de grondwaterstand in het gebied op peil. Figuur 26 en Figuur 27 tonen de gemiddeld hoogste grondwaterbestand (GHG) en de gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG) in de gemeente. Hierop is te zien dat de binnendijkse kleibodems in diepte variëren tussen de 0,6 en 1 m bij hoge en 1 m en 2 m bij een lage grondwaterstand. Dichter bij het Lauwersmeer, de veengebieden ten zuidwesten en het buitendijkse gebied komen hogere grondwaterstanden voor.

Figuur 26 Gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG), klimaateffectatlas.nl

12 september 2023

OES NF

BI9423-RHD-XX-XX-RP-X-0001

30

Open

Figuur 27 Gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG), klimaateffectatlas.nl

Het voornaamste probleem ten aanzien van grondwater in de gemeente Noardeast-Fryslân is zoute kwel vanuit de zeebodem. Figuur 28 en Figuur 29 laten zien dat over de gehele gemeente verzilting van het grondwater plaatsvindt.

12 september 2023

OES NF

BI9423-RHD-XX-XX-RP-X-0001

31

Open

Figuur 28 verzilting van grondwater in Nederland (bron: atlasnatuurlijkkapitaal.nl)

Figuur 29 verzilting van grondwater in Noardeast-Fryslân (bron: atlasnatuurlijkkapitaal.nl)

Grondwater is de verantwoordelijkheid van de provincie en oppervlaktewater en peilbeheer is de verantwoordelijkheid van het Wetterskip Fryslân. Beide partijen werken samen aan een visierapport 12 september 2023

OES NF

BI9423-RHD-XX-XX-RP-X-0001

32

Open

Fryslân klimaatbestendig 2050+ om de verschillende opgaven in water en bodem over de lange termijn aan te pakken. Ook geven zij hierin invulling aan Rijksprogramma ‘Water en bodem sturend’, die instrueert dat water en bodem een meer sturende rol moeten krijgen bij de inrichting van Nederland. Om verzilting tegen te gaan wordt provinciaal en door het Wetterskip ingezet op verbetering van kwaliteit en tegendruk van zoet grondwater door bijvoorbeeld de zoetwaterlens te vergroten door regenwater vast te houden. Zoals beschreven in het Gemeentelijk Rioleringsplan probeert de gemeente dit tegen te gaan door hemelwater in het bebouwde gebied te infiltreren. Echter is dat lastig door de slechte doorlatendheid van de kleibodem.

3.7

Klimaat(adaptatie)

In de referentiesituatie van het thema klimaat(adaptatie) zijn de aspecten hemelwateroverlast en hitte beoordeeld. De beoordeling is samengevat in onderstaand kader en nader toegelicht in deze paragraaf. Kwaliteitsniveau

Klimaat(adaptatie)

Er is binnen de aspecten geen sprake van knelpunten

Er is binnen één aspect sprake van knelpunten

Er is binnen beide aspecten sprake van knelpunten Huidige situatie

Autonome ontwikkeling

Conclusie: in de huidige situatie bestaat een knelpunt ten aanzien van het aspect hemelwateroverlast. Autonoom wordt door het nieuwe gemeentelijke rioolplan voorzien dat dit knelpunt zal verdwijnen, maar wordt ten aanzien van het aspect hitte een extra knelpunt voorzien vanwege klimaatverandering. Hemelwateroverlast In alle dorpen in de gemeente bestaat er een zeer groot risico op wateroverlast bij een extreme bui. In het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) staat opgenomen dat de grootste wateroverlastlocaties worden opgelost. Hitte Het hitte-eilandeffect vindt vooral plaats in de grotere kernen Dokkum en Kollum. Dit is te wijten aan de nog grote hoeveelheid grijs en lage hoeveelheid groen in deze bebouwde kommen. Deze hitte is niet zodanig dat het leidt tot een knelpunt. Vanwege klimaatverandering, en omdat er nog geen beleid op dit aspect is vastgesteld, wordt in de autonome situatie op dit aspect een knelpunt voorzien. Hemelwateroverlast Hemelwateroverlast wordt gemeten aan de hand van water op straat na een extreme bui. Figuur 30 laat op kaart zien hoe hoog de kans is hierop, volgens de Klimaateffectatlas. Hierop is te zien dat de kans zich vooral voordoet in het bebouwd gebied in de dorpen in de gemeente.

12 september 2023

OES NF

BI9423-RHD-XX-XX-RP-X-0001

33

Open

Figuur 30 Kans op water op straat, bron: Klimaateffectatlas, Deltares 2021

De insteek van het gemeentelijk rioleringsplan is om knelpunten in riolering en waterafvoer aan te pakken bij rioolvervangingen, herstructureringen van wegen of wijken (gemeentelijk rioleringsplan, Anteagroup 2021). Dit plan houdt daarnaast reeds rekening met de hevige buien die als gevolg van klimaatverandering steeds meer zullen voorkomen. Autonoom wordt dus een vermindering van knelpunten voorzien op dit vlak. Hitte Knelpunten met betrekking tot hitte worden gemeten aan de hand van de score van het Stedelijk Hitteeilandeffect. Figuur 31 laat zien dat in Dokkum en Kollum een klein risico is op verhoging van temperatuur door stedelijke inrichting, maar niet in een mate die leidt tot knelpunten.

Figuur 31 Klimaateffectatlas

12 september 2023

OES NF

BI9423-RHD-XX-XX-RP-X-0001

34

Open

De (weliswaar kleine) verhoging in temperatuur is te wijten aan de hoeveelheid grijs in deze bebouwde kommen (Figuur 32) en relatief lagere hoeveelheid groen per buurt (Figuur 33).

Figuur 32 Hoeveelheid grijs per wijk (bron: Klimaateffectatlas,Cobra Groeninzichten 2021)

Figuur 33 Hoeveelheid groen per wijk (bron: Klimaateffectatlas, Cobra Groeninzichten, 2021)

12 september 2023

OES NF

BI9423-RHD-XX-XX-RP-X-0001

35

Open

3.8

Energietransitie

In de referentiesituatie van het thema energietransitie zijn de aspecten CO2-uitstoot en duurzame energieopwekking beoordeeld. De beoordeling is samengevat in onderstaand kader en nader toegelicht in deze paragraaf. Kwaliteitsniveau

Energietransitie

Er is binnen de aspecten geen sprake van knelpunten

Er is binnen één aspect sprake van knelpunten

Er is binnen beide aspecten sprake van knelpunten Huidige situatie

Autonome ontwikkeling

Conclusie: in de huidige situatie bestaat een knelpunt ten aanzien van het aspect duurzame elektriciteitsopwekking. Autonoom verdwijnt dit knelpunt. CO2-uitstoot CO2-uitstoot in de gemeente laat een dalende trend zien, en bij uitvoer van de Transitievisie Warmte zal deze meer gaan dalen. Duurzame energieopwekking Opwek van hernieuwbare elektriciteit is de laatste jaren aan het toenemen. Toch komt het nog niet in de buurt van de gemeentelijke ambitie van 70% hernieuwbare opwek in 2030. Dit is een knelpunt, maar omdat er inmiddels een zonnepark in Dokkum is gerealiseerd en er meer projecten in de pijplijn zitten zal dit knelpunt verdwijnen. CO2-uitstoot De Klimaatmonitor toont de uitstoot van CO2 in de gemeente Noardeast-Fryslân. Onderstaande grafieken geven de CO2-uitstoot weer van het energieverbruik in Noardeast-Fryslân, uitgesplitst in sectoren en bedrijfstakken. In Figuur 34 en Figuur 35 is te zien dat de totaal bekende CO2-uitstoot aan het afnemen is, maar van 2020 tot 2021 weer een kleine toename laat zien.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=noardeastfryslan&id=2f97342f-725c-4b58-addf-079257255dd8