CConstaterende datNoardeast-Fryslân
Koppel je AI →
Document · PDF

2b. Toelichting Quickscan ecologie

It Beslút 13 april 2022, gemeente Noardeast-FryslânBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Brongersmaweg 10, Kollumerpomp4.917 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Brongersmaweg 10 Kollumerpomp

QUICK SCAN SOORTENBESCHERMING

Boerema & Van den Brink B.V., 21/4/2021

QUICK SCAN SOORTENBESCHERMING

Brongersmaweg 10 - Kollumerpomp

Opdrachtgever: Dantuma Advies Dhr Jouke Dantuma Van Sytzamawei 2 9114 RW Driezum E-mail: j.dantuma1@knid.nl

Uitgevoerd door: Boerema & Van den Brink B.V. Hoofdstraat 43, 9973 PE Houwerzijl Tel: 0651066348 E-mail: info@Boerema-vdbrink.nl

Rapport: QSWnb2021.JDK.D Datum: 21 april 2021 D.B. van den Brink, M.Sc.

1 Quick Scan Soortenbescherming Wet natuurbescherming Brongersmaweg 10 - Kollumerpomp Datum: 21 april 2021

VERANTWOORDING De opdracht aan Boerema & Van den Brink b.v. omvat het uitvoeren van inventarisatie naar het mogelijk voorkomen van beschermde soorten op en rond het adres Brongersmaweg 10 – Kollumerpomp. Dit rapport is opgesteld als onafhankelijke toets, met inachtneming van de informatie die is aangeleverd door de opdrachtgever en de informatie inzake het voorkomen van beschermde plantenen diersoorten op of nabij het plangebied. Dit voor zover deze bekend zijn op het moment van onderzoek en rapportage. Het onderzoek is uitgevoerd met de grootste zorgvuldigheid. Het kan echter nooit worden uitgesloten dat op een later tijdstip zich alsnog soorten op de locatie vestigen. Boerema & Van den Brink b.v. kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele (gevolg) schade als gevolg van later beschikbaar komende informatie of kennis. De Wet Natuurbescherming heeft, naast soortbescherming, ook betrekking op gebiedsbescherming, alsmede de bescherming van houtopstanden. De opdracht strekt zich niet uit naar deze beide beschermingsregimes uit de Wet natuurbescherming (Wnb). Derhalve zijn deze niet in het onderzoek betrokken. Vermenigvuldiging van deze uitgave is toegestaan ten behoeve van het verkrijgen van toestemmingen of ter aanvraag van besluiten van de overheid.

In andere gevallen is vermenigvuldiging en/of openbaar maken van deze uitgave, of delen daarvan, door middel van druk, fotokopie, gedigitaliseerd of op welke ander wijze ook, niet toegestaan zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en auteur. Boerema & Van den Brink B.V. is niet aansprakelijk voor directe of gevolgschade die voortvloeit uit toepassing van de conclusies, aanbevelingen en resultaten uit dit rapport en overige werkzaamheden. Opdrachtgever vrijwaart Boerema & Van den Brink B.V. in deze tevens voor aanspraken van derden. Aan de in het rapport opgenomen conclusies kunnen geen rechten worden ontleend.

2 Quick Scan Soortenbescherming Wet natuurbescherming Brongersmaweg 10 - Kollumerpomp Datum: 21 april 2021

Inhoudsopgave VERANTWOORDING ................................................................................................................... 2 1.

AANLEIDING .................................................................................................................. 4 1.1 1.2 1.3

2.

WET NATUURBESCHERMING......................................................................................... 7 2.1 2.2

3.

LOCATIE .......................................................................................................................... 4 VOORNEMEN ..................................................................................................................... 4 BESCHRIJVING ONDERZOEKSLOCATIE/PLANGEBIED....................................................................... 5 DE WET NATUURBESCHERMING - SOORTBESCHERMING ................................................................. 7 VERORDENING WET NATUURBESCHERMING FRYSLÂN ................................................................... 8

QUICK SCAN .................................................................................................................. 9 3.1 3.2 3.3

DOEL EN FUNCTIE ............................................................................................................... 9 LOCATIEBEZOEK ................................................................................................................. 9 WAARNEMINGEN ...............................................................................................................10

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ..................................................................................... 13 BIJLAGE: ............................................................................................................................. 14

3 Quick Scan Soortenbescherming Wet natuurbescherming Brongersmaweg 10 - Kollumerpomp Datum: 21 april 2021

1.

Aanleiding

1.1 Locatie Figuur 1 geeft (rood omlijnd) het plangebied weer waarop dit onderzoek (Quick Scan soortenbescherming) betrekking heeft.

Figuur 1 Plangebied

1.2 Voornemen De opdracht aan Boerema & Van den Brink b.v. omvat het uitvoeren van inventarisatie naar het mogelijk voorkomen van beschermde soorten op grond van de Wet Natuurbescherming in of nabij een aantal gebouwen op het adres Brongersmaweg 10 te Kollumerpomp. De initiatiefnemer heeft het voornemen om de huidige woning af te breken en te vervangen door een nieuwe woning. De oude woning is klein en gedateerd. Het kadastrale perceel waar de woning nu is gesitueerd, is te klein om de grotere nieuwe woning op een verantwoorde wijze te positioneren. Dit is de reden dat deze iets noordoostelijker wordt gebouwd. Het gaat om een gebiedsdeel net aan de noordoostzijde van het huidige perceel. Dit stuk land is nu in gebruik als grasland voor veeteelt (raaigrasland). Er is geen planning aangeleverd op welk moment (seizoen of jaar) de beoogde sloop en vervangende nieuwbouw zal moeten gaan plaatsvinden.

4 Quick Scan Soortenbescherming Wet natuurbescherming Brongersmaweg 10 - Kollumerpomp Datum: 21 april 2021

1.3 Beschrijving plangebied Het plangebied is gelegen nabij het dorp Kollumerpomp. Ten zuiden van het dorp bevindt zich de weg Brongersmaweg. Ten noorden van het plangebied is, op ongeveer 200 meter, een agrarisch bedrijf (Brongersmaweg 14) gevestigd. Verder wordt het plangebied omzoomd door agrarische percelen (zie figuur 2). In de huidige situatie is er sprake van een gedateerde woning met aangebouwde overkapping en enkele schuren. Deze woning zal worden afgebroken en iets noordoostelijker worden herbouwd. De gronden waarop de nieuwe woning gebouwd wordt is nu als grasland in gebruik. De directe omgeving van het plangebied wordt gekenmerkt door openheid van het weidelandschap, met daarin verspreid liggende bebouwingsconcentraties en solitaire boerderijen. Deze bebouwingsconcentraties en solitaire boerderijen zijn veelal omzoomd met hoog opgaande beplanting. Figuur 2 geeft - uitgezoomd - de locatie weer zoals deze in het omringende landschap is gesitueerd.

Figuur 2 Ligging plangebied in het landschap

Figuur 3 zijaanzicht woonhuis met aanbouw

Figuur 3 zijaanzicht huidig woonhuis inclusief stuk weidegrond aansluitend waar nieuwe woning is voorzien.

5 Quick Scan Soortenbescherming Wet natuurbescherming Brongersmaweg 10 - Kollumerpomp Datum: 21 april 2021

Het huidige pand is relatief klein van omvang en bestaat uit een steens muur. Er is mogelijk nog een houten vloer aanwezig met kruipruimte. Dit vanwege de onder in de buitenmuren aangebrachte luchtroosters. De aangebouwde overkapping is van hout. De achter de woning gelegen gebouwtjes zijn deels uit steen en deels uit hout opgetrokken. Tevens gedeeltelijk voorzien van kunststof bekleding. De ligging in het omringende landschap is opvallend ‘eenzaam’. Behalve de langs de Brongersmaweg staande bomenrij en de sloten langs deze weg zijn er geen bijzondere ‘ecologische’ routes die door welke soorten dan ook gebruikt kunnen (of willen) worden. Wel ligt het gebied in één van Frieslands belangrijke weidevogelgebieden. Met name ten zuiden van de Brongersmaweg zijn veel vogelsoorten waar te nemen, waaronder grutto, tureluur, kievit alsook diverse eenden soorten.

6 Quick Scan Soortenbescherming Wet natuurbescherming Brongersmaweg 10 - Kollumerpomp Datum: 21 april 2021

2.

Wet natuurbescherming

2.1 De Wet natuurbescherming - soortbescherming De Wet Natuurbescherming is op 1 januari 2017 in werking getreden. In de Wet Natuurbescherming is de soortenbescherming in Nederland geregeld, waarbij drie verschillende beschermingsregimes worden gehanteerd waaraan verschillende verbodsbepalingen zijn gekoppeld; Soorten Vogelrichtlijn (artikel 3.1 e.v.) • Lid 1; het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen; • Lid 2; het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen; • Lid 3; het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben; • Lid 4; het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen; • Lid 5; het verbod bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.

Soorten Habitatrichtlijn (en verdrag van Bern en Bonn) (artikel 3.5 e.v.) • Lid 1; Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of Bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen; • Lid 2; Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren; • Lid 3; Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen; • Lid 4; Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen; • Lid 5; Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Nationaal beschermde soorten (Artikel 3.10 e.v.) Lid 1; Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: • Onderdeel a, in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; • Onderdeel b, de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen; • Onderdeel c, vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Beperkt verbod op verstoring

Opzettelijk verstoring is op grond van de Wnb alleen nog verboden bij Habitatrichtlijnsoorten (zoals vleermuizen en de kamsalamander). Bij vogels (voor zover deze niet zijn opgenomen in één of meer van de hiervoor benoemde bijlagen van de Verdragen van Bern of Bonn) is het opzettelijk verstoren alleen verboden als deze verstoring van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van een betreffende vogelsoort. Bij nationaal beschermde soorten is opzettelijke verstoring niet verboden.

7 Quick Scan Soortenbescherming Wet natuurbescherming Brongersmaweg 10 - Kollumerpomp Datum: 21 april 2021

Verbod op beschadigen, vernielen van vaste verblijfplaatsen, voortplantingsplaatsen of nesten

In algemene zin geldt voor alle soorten (alle drie de beschermingsregimes) dat het beschadigen of vernielen van vaste verblijfplaatsen, voortplantingsplaatsen of nesten (inclusief het wegnemen van eieren) verboden is. Daarbij wordt ervan uitgegaan dat een zodanige verstoring van de diersoorten in of nabij deze verblijfplaatsen of nesten ook moet worden beschouwd als een handeling waardoor een verblijfplaats of nest kan worden verlaten en derhalve wordt beschadigd.

2.2 Verordening Wet natuurbescherming Fryslân Op grond van de Wet kunnen Provinciale staten middels een verordening eveneens vrijstellingen verlenen, maar ook weer beperkingen opleggen. Provinciale Staten van Fryslân hebben in 2017 de Verordening, bij besluit van 14 december 2016 hebben Provinciale staten de Verordening Wet natuurbescherming Fryslân 2017 vastgesteld1,2. De beoogde verbouwingen of aanpassingen aan de gebouwen vallen onder de in de wet bedoelde activiteiten ‘ruimtelijke inrichting’ Voor het beoogde initiatief is hoofdstuk 5 en met name paragraaf 5.1 van de verordening relevant.

Algemene soorten ontwikkeling, beheer en inrichting Artikel 5.1 1.

2.

3.

Onverminderd het bepaalde in Artikel 3.31, van de wet gelden, in afwijking van het bepaalde in Artikel 3.10, eerste lid, van de wet de in dat lid opgenomen verboden niet voor de soorten genoemd in bijlage I, mits het gaat om handelingen: a. In het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daaropvolgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; b. In het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; c. In het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; d. In het kader van bestendig beheer en onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied. De in het eerste lid genoemde vrijstelling geldt slechts voor de in bijlage I bij de betreffende soort genoemde handelingen, en gezien Artikel 3.25, tweede lid, van de wet onder toepassing van in deze bijlage genoemde middelen en methoden, en indien wordt voldaan aan de aldaar gestelde voorschriften en beperkingen. De in het eerste lid bedoelde vrijstelling geldt onverminderd het bepaalde in Artikel 1.11, van de wet en is slechts van toepassing indien er geen andere bevredigende oplossing bestaat.

Samengevat volgt uit de verordening van de provincie Fryslân dat vrijstelling wordt gegeven voor het doden of vangen, maar ook het vernielen van vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren zoals opgenomen in bijlage I van de verordening. In dit geval wanneer dit nodig is ten behoeve van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling, inclusief het latere gebruik van het gebied. De bijlage I van de Verordening inclusief de daarin opgenomen voorschriften zijn voor de volledigheid als bijlage bij dit rapport opgenomen.

1

Verordening van de Provinciale Staten van de provincie Fryslân houdende regels omtrent natuurbescherming (Verordening Wet natuurbescherming Fryslân 2017) 2 Op dit moment ligt de ontwerp Omgevingsverordening Fryslân ter inzage. Daar staat onder meer in wat is toegestaan op het gebied van verstoren van soorten en het vernielen van verblijfplaatsen als het gaat om ruimtelijke ingrepen (zoals verbouwing van een gebouw of het dempen van een sloot), beheer en onderhoud.

8 Quick Scan Soortenbescherming Wet natuurbescherming Brongersmaweg 10 - Kollumerpomp Datum: 21 april 2021

3.

Quick Scan

3.1 Doel en functie Een Quick Scan soortenbescherming is een ecologisch onderzoek, vastgelegd in een rapportage, waarin de (potentieel) in een plangebied voorkomende beschermde flora en fauna beschreven wordt. Tevens wordt bepaald in hoeverre door voorgenomen maatregelen of activiteiten de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming overtreden kunnen worden. Op basis van een aantal criteria wordt door een deskundig persoon bepaald of er een kans bestaat dat in het plangebied beschermde plant- of diersoorten voorkomen en of de voorgenomen ingreep of handelingen mogelijk kan (kunnen) leiden tot aantasting van deze beschermde dier- of plantsoorten. Dit onderzoek heeft zich gericht op het vaststellen van de situatie zoals deze werd aangetroffen tijdens het locatiebezoeken op 13 en 20 april 2021. Daarnaast is –op basis van desktopstudie en op grond van expert judgement – een oordeel gevormd in hoeverre het plangebied mogelijk verblijfplaats kan zijn van soorten die in een dergelijke locatie (beoordeeld naar landschap en aanwezige biotopen in de omgeving) kunnen worden verwacht.

3.2 Locatiebezoek Om een goed beeld van de situatie en een correcte beoordeling van (mogelijke) biotopen van beschermde soorten dan wel (het bepalen van een kans op) het voorkomen ervan, wordt minimaal één locatie- of veldbezoek uitgevoerd. In principe is één bezoek voldoende indien daarbij met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld dat het plangebied niet geschikt is als vestigingsplaats voor, of verblijfplaats is van in de wet genoemde beschermde soorten. Bij het locatiebezoek wordt daarbij ook rekening gehouden met het seizoen waarin het bezoek plaatsvindt. Voor deze locatie is ervoor gekozen om deze tweemaal te bezoeken. Dit omdat de locatie zowel geschikt werd geacht als geschikt voor in woningen broedende vogels alsook gebouw bewonende vleermuizen. Om die reden is een locatiebezoek overdag als ook gedurende de nachtperiode uitgevoerd.

Locatiebezoek dag periode

Ten behoeve van deze Quick scan is het plangebied overdag op 13 april 2021 bezocht door D.B. van den Brink, M.Sc. De gebouwen zijn visueel onderzocht op het voorkomen van broedvogels, specifiek de vogelsoorten die in gebouwen een nest plegen te maken. Beoordeeld is of er zich nesten, potentiële nestlocaties, beschermde vaste rust en -verblijfplaatsen in het onderzoeksgebied bevinden. Het moment van locatiebezoek ligt gelijk aan het moment dat veel vogelsoorten al zijn begonnen met nestbouw of nog bezig zijn een territorium te vestigen. Op basis van de biotoop kan voorts een goede inschatting gemaakt worden van de potentieel aanwezige soorten, evenals een beoordeling van het onderzoeksgebied op de aanwezigheid van soorten waarvan nesten, nestplaatsen en het functionele leefgebied jaarrond beschermd zijn. Daarnaast zijn de gebouwen visueel onderzocht op aanduidingen van zoogdieren. De buitenzijde van de gebouwen zijn rondom visueel geïnspecteerd op aanduidingen, sporen, uitwerpselen etc. Verder 9 Quick Scan Soortenbescherming Wet natuurbescherming Brongersmaweg 10 - Kollumerpomp Datum: 21 april 2021

zijn de meest logische delen van de gebouwen geïnspecteerd of zich hier openingen bevinden waardoor soorten zich toegang kunnen verschaffen tot de binnenzijde van de gebouwen of zich onder aansluiting dak/muur of onder de dakpannen kunnen begeven en daar een verblijfplaats of nestelplaats kunnen inrichten. Tevens is nagegaan in hoeverre het plangebied en de nabije omgeving actuele of potentiële waarden hebben als foerageer- of jachtgebied van gebouw bewonende soorten.

Locatiebezoek nacht periode

Ten behoeve van deze Quick Scan is het plangebied op 20 april 2021 vanaf 1,5 uur voor zonsopgang bezocht door D.B. van den Brink, M.Sc. Tijdens dit bezoek is met gebruikmaking van een vleermuisdetector en via directe waarneming bepaald of - en in welke mate - het plangebied wordt gebruikt door vleermuizen als foerageergebied, trekroute of mogelijke verblijfplaatsen. Voor een locatiebezoek nachtperiode is het essentieel dat er een moment wordt gekozen waarop de weersomstandigheden voor vleermuizen zo gunstig mogelijk zijn en zij ook waarneembaar (lees: actief) zijn. De ochtend van het locatiebezoek was er na meerdere dagen harde noordenwind, sprake van een relatief zachte nacht. Windrichting; Noordoost (44o), windkracht (gemiddeld), 3,5 m/s (12,6 km/u) en een temperatuur schommelend rond 7oC. Helder, geen neerslag, met verspreid een lichte grondnevel. Voor de waarnemingen is gebruik gemaakt van een vleermuisdetector ‘Pettersson, Ultrasound Detector D240x’.

3.3 Waarnemingen Flora

Er zijn direct aangrenzend of op de gebouwen zelf geen aanduidingen gevonden van beschermde plantensoorten. Het plangebied bestaat grotendeels uit een tuin, waar geen beschermde in het wild voorkomende plantensoorten voorkomen. De uitbreiding van het plangebied bestaat uit een stuk weiland, enkel bestaand uit hoogproductief (raai)gras. Geconcludeerd kan worden dat in het plangebied met zekerheid geen plantensoorten voorkomen welke zijn te beschouwen als beschermde soorten op grond van artikel 3.10 lid 1 c of 3.5 lid 5 van de Wnb.

Fauna Vogels

Broed/vestigingsgevallen

Tijdens het veldbezoek is nagegaan of er, in het plangebied zelf en direct daar omheen, aanduidingen zijn van vestigingsplaatsen van en/of mogelijke broedplaatsen voor vogels. Tijdens het veldbezoek zijn geen nesten aangetroffen welke jaarrond beschermd zijn. Er zijn geen aanduidingen van nesten van zwaluwen aangetroffen aan de gebouwen. Ook is het gebouw door haar beperkte hoogte niet geschikt als broedlocatie voor gierzwaluwen. Er zijn ook geen aanduidingen aangetroffen dat het gebouw gebruikt wordt als broedplaats van huismussen. Geconcludeerd kan worden dat in of aan de onderzochte gebouwen met zekerheid geen vogelnesten of broedlocaties voorkomen welke jaarrond zijn beschermd op grond van de Wet natuurbescherming. Tijdens het dag bezoek zijn op het perceel wel waarnemingen gedaan van de volgende vogelsoorten: merel (foeragerend), koolmees (zingend/roepend), ringmus (1 mannelijk exemplaar).

10 Quick Scan Soortenbescherming

Wet natuurbescherming Brongersmaweg 10 - Kollumerpomp Datum: 21 april 2021

Het is derhalve wel aannemelijk dat de meer algemene tuinvogelsoorten de aanwezige bomen en struiken kunnen gebruiken om gedurende het nestel- en broedseizoen hier hun jongen groot te brengen. Het gaat om een zeer beperkt aantal. De vegetatie in en rond de tuin is relatief beperkt van omvang en lang niet overal geschikt om hier een nest in te bouwen.

Zoogdieren Vleermuizen

De strikt beschermde soortgroep vleermuizen is met meerdere soorten vertegenwoordigd in de directe omgeving van het plangebied. Dit betreffen met name soorten als de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger. Het locatiebezoek op 13 april heeft zich alleen gericht op een visuele inspectie van de buitenschil van de gebouwen om te bepalen of er mogelijk invliegopeningen zijn die in de zomerperiode door gebouw bewonende vleermuizen gebruikt kunnen worden. In de zomerperiode kunnen vleermuizen in theorie van deze ruimten gebruik maken als kraam-, zomer- en/of paarverblijf. Voor zover er openingen in het metselwerk of houtwerk werden aangetroffen is beoordeeld of er sporen zijn van in- of uittreden van dieren. Deze zijn niet aangetroffen. Het bezoek gedurende de nachtperiode op 20 april (tussen ca 5:10 en 6:15u) heeft een drietal waarnemingen van vleermuizen opgeleverd. Het gaat om drie waarnemingen van de gewone dwergvleermuis: Waarneming 1: 5:31 uur (ter hoogte van de oprit naar Brongersmaweg 14); Waarneming 2: 5:44 uur (bomenrij langs de Brongersmaweg – oostelijk van plangebied; Waarneming 3: 5:46 uur (direct voor pand Brongersmaweg 10); Duiding waarnemingen: de eerste waarneming betrof een gewone dwergvleermuis die kennelijk aan het rusten was aan één van de bomen direct bij de oprit.

Deze werd verstoord toen de krantenman met auto de oprit opdraaide en stopte om de krant in de brievenbus te doen. De vleermuis lijkt te zijn vertrokken in westelijke richting De waarneming 2 en 3 betroffen beide waarnemingen op het moment dat het al aardig licht begon te worden. In beide gevallen kwamen zij kort na elkaar snel vliegend langs de bomenrij. Het ging hier zonder twijfel over twee exemplaren die na de nachtelijke foerageeractiviteiten snel terugvliegen naar hun dagverblijf. Gezien de hoge snelheid van de langsvliegende vleermuizen is hun verblijfplaats relatief ver verwijderd van de planlocatie. Van geen van de waarnemingen kon worden vastgesteld dat deze op enige wijze binding vertoonden met het pand Brongersmaweg 10 of de daaromheen liggende gronden.

Conclusie

Het onderzoek naar mogelijke verblijfplaatsen van vleermuizen is met grootst mogelijke zorgvuldigheid uitgevoerd. Hoewel er onder het boeiboord of bij andere dak aanhechtingen voldoende spleten aanwezig zijn waardoor vleermuizen zich toegang kunnen verschaffen naar achtergelegen holten, zijn er geen sporen van gebruik aangetroffen. Ook de ligging van het gebouw in een grote open – veelal winderige – omgeving maakt het gebouw niet aantrekkelijk voor de meeste vleermuissoorten. Vleermuizen prefereren locaties waar meer luwte en beschutting van de heersende winden en neerslag is. Ook omdat op dergelijke locaties meer en makkelijker insecten zijn te vinden. Er kan worden geconcludeerd dat het plangebied en de bestaande woning geen optimaal biotoop voor vleermuizen is. Er is bij de nachtelijke waarnemingen ook geen enkele binding vastgesteld tussen de (langs)vliegende vleermuizen en de woning.

11 Quick Scan Soortenbescherming

Wet natuurbescherming Brongersmaweg 10 - Kollumerpomp Datum: 21 april 2021

Overige zoogdieren

Door de initiatiefnemer is op 13 april aangegeven dat zij regelmatig last hebben van steenmarter in of bij het gebouw. Gezien de locatie en de in de omgeving voorkomende waarnemingen van steenmarters (waaronder predatie van weidevogels door steenmarters) is een bezoek van steenmarters op deze locatie ook zeker aannemelijk. Steenmarters gebruiken binnen hun home range meerdere locaties waar zij af en toe overdag slapen. Tijdens het bezoek is gezocht naar sporen van steenmarters in de vorm van klim/krabsporen of uitwerpselen. Deze zijn echter niet aangetroffen. Conclusie; Voor zover er in het plangebied zoogdieren voorkomen volgt uit de beoordeling dat het alleen zal gaan om soorten welke zijn benoemd in bijlage 1 van de Verordening Wet natuurbescherming Fryslân 2017.

Reptielen en amfibieën

Uitgesloten kan worden dat in de gebouwen/bouwwerken reptielen of amfibieën voorkomen.

Insecten

Het plangebied is ongeschikt als leefgebied voor insecten die op basis van de Wnb (strikt) worden beschermd. Verdere maatregelen of onderzoeken zijn niet nodig. Vissen Dit onderdeel is niet van toepassing op de onderzochte situatie. Overige soortgroepen Beschermde soorten uit de overige soortgroepen zijn dusdanig zeldzaam en komen doorgaans in dusdanig specifieke biotopen voor welke geheel ontbreken binnen het plangebied. Dit maakt het plangebied ongeschikt als leefgebied van specifieke soorten uit de ‘overige soortgroepen’.

12 Quick Scan Soortenbescherming

Wet natuurbescherming Brongersmaweg 10 - Kollumerpomp Datum: 21 april 2021

Conclusies en aanbevelingen In deze Quick Scan is geïnventariseerd of vanuit de Wet natuurbescherming beperkingen aanwezig kunnen zijn voor de voorgenomen sloop en vervangende nieuwbouw Brongersmaweg 10 – Kollumerpomp. CONCLUSIES Uit deze Quick Scan volgt dat voor de soortgroepen ‘flora’, ‘insecten’, ‘reptielen’ en ‘overige soortgroepen’ er geen belemmeringen bestaan voor de voorgenomen ingrepen. Vogels Voor de soortgroep ‘vogels’ is vastgesteld dat er in en in de directe nabijheid van het plangebied geen nesten aanwezig zijn welke het gehele jaar door beschermd zijn. Het is aannemelijk dat in het voorjaar toch algemeen voorkomende soorten zoals ringmus, roodborst, merel, pimpel- of koolmees gebruik kunnen maken van het plangebied om daar een nest te bouwen. Op het moment dat zij dit doen is het nest - en dus de locatie van en rond het nest - beschermd. Nadat de jongen zijn uitgevlogen kunnen de werkzaamheden worden voortgezet en het verlaten nest worden verwijderd. Zoogdieren - Vleermuizen Gebruik van de gebouwen door vleermuizen wordt, op grond van de waarnemingen, niet waarschijnlijk geacht. Er zijn ook geen aanduidingen gevonden die daarop wijzen. Zoogdieren – overig Het gebouw wordt mogelijk incidenteel gebruikt als (tijdelijke)verblijfplaats door steenmarter. Op grond van de Provinciale Verordening is het toegestaan om deze verblijfplaatsen te vernielen (zie bijlage 1).

AANBEVELINGEN Er is door initiatiefnemer of opdrachtgever geen planning aangeleverd op welk moment (seizoen of jaar) de beoogde sloop en vervangende nieuwbouw zal moeten gaan plaatsvinden. Het kan niet worden uitgesloten dat met name gedurende het voorjaar/begin zomerperiode in of bij het plangebied een aantal soorten tot broeden komen of jongen hebben. Het gaat dan om de meer algemeen voorkomende (tuin)vogelsoorten, maar eventueel ook steenmarter. Wanneer vogelsoorten een nest hebben (broedend én het grootbrengen van jongen) zijn de locaties van en rondom het nest wettelijk beschermd en mogen deze niet door de beoogde werkzaamheden worden verstoord of vernield. Dit geldt ook indien in het voorjaar een steenmarter (moertje) besluit om in het gebouw (inclusief aanbouwen) haar jongen te werpen en te zogen. In dat geval is deze locatie ook wettelijk beschermd en mag deze niet door de beoogde werkzaamheden worden verstoord of vernield. De aanbevelingen beperken zich dan ook om met name met de planning van de sloopwerkzaamheden rekening te houden met deze periode. Aanbevolen wordt om gedurende het broedseizoen van vogels (grofweg tussen medio maart en eind juni) geen sloop van het pand in te plannen. Steenmarters werpen hun jongen vanaf ongeveer medio april en blijven c.a. 6 -8 weken gebruik maken van dezelfde verblijfplaats.

Wordt dus in het belang van de vogels de beoogde sloop van de panden niet uitgevoerd tussen half maart en eind juni, dan wordt ook een verstoring van een eventueel steenmarternest voorkomen.

13 Quick Scan Soortenbescherming

Wet natuurbescherming Brongersmaweg 10 - Kollumerpomp Datum: 21 april 2021

Bijlage: Bijlage I van de Verordening van de Provinciale Staten van de provincie Fryslân houdende regels omtrent natuurbescherming (Verordening Wet natuurbescherming Fryslân 2017)3. Zoogdieren Muizen Aardmuis

Microtus agrestis

Bosmuis

Apademus sylvaticus

Dwergmuis

Micromys minutus

Rosse woelmuis

Clethrionomys glareolus

Veldmuis

Microtus arvalis

Woelrat

Arvicola terrestris

Spitsmuizen Dwergspitsmuis

Sorex minutus

Gewone bosspitsmuis

Sorex araneus

Huisspitsmuis

Crocidura russula

Tweekleurige bosspitsmuis

Sorex coronatus

Marterachtigen Bunzing

Mustela putorius

Wezel

Mustela nivalis

Hermelijn

Mustela erminea

Steenmarter

Martes foina

Knaagdieren Haas

Lepus europeus

Konijn

Oryctolagus cuniculus

Hoefdieren Ree

Capreolus capreolus

Overigen Vos

Vulpes Vulpes

Egel

Erinaceus europaeus

Mol

Talpa europea

Reptielen en amfibieën Bruine kikker

Rana temporaria

Middelste groene kikker (bastaardkikker)

Rana esculenta

Gewone pad

Bufo bufo

Kleine watersalamander

Triturus vulgaris

Meerkikker

Rana ridibunda

Op dit moment ligt de ontwerp Omgevingsverordening Fryslân ter inzage. Daar staat onder meer in wat is toegestaan op het gebied van verstoren van soorten en het vernielen van verblijfplaatsen als het gaat om ruimtelijke ingrepen (zoals verbouwing van een gebouw of het dempen van een sloot), beheer en onderhoud. 3

14 Quick Scan Soortenbescherming

Wet natuurbescherming Brongersmaweg 10 - Kollumerpomp Datum: 21 april 2021

Voorschriften: Algemeen 1. De vrijstellingen voor het opzettelijk vangen, doden alsmede het opzettelijk vernielen van vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de hiervoor benoemde soorten gelden nadrukkelijk enkel voor de bij de betreffende dieren in de voorschriften benoemde toegestane middelen, installaties of methoden voor het vangen of doden. Aanvullende voorschriften inzake muizen en spitsmuizen 2. Voor de hier benoemde muizen en spitsmuizen geldt de vrijstelling voor het opzettelijk doden, vangen alsmede het opzettelijk vernielen van vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen. 3. Vrijstelling voor het opzettelijk vangen en/of doden alsmede het opzettelijk vernielen van vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen voor de in de lijst benoemde muizen alsmede spitsmuizen geldt enkel voor het gebruik van inherent aan de vrijstellings-gronden te gebruiken middelen. Aanvullende voorschriften inzake marterachtigen, knaagdieren, hoefdieren en overigen 4. Voor de benoemde diersoorten geldt de vrijstelling enkel voor het opzettelijk vangen (en herplaatsen) alsmede het opzettelijk vernielen van vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen. 5. Vrijstelling voor het opzettelijk vangen geldt enkel voor het gebruik van kastvallen, vangkooien, netten of vangstokken. 6. Voor het konijn geldt dat voor het vangen ook gebruik kan worden gemaakt van fret en buidels. 7.

Voor de egel geldt dat de vrijstelling voor het opzettelijk vangen ook geldt indien deze met de hand wordt gevangen. 8. Voor de mol geldt dat opzettelijk doden eveneens is vrijgesteld met gebruikmaking van klemmen. 9. Zodra een exemplaar van de benoemde soorten is gevangen dient deze terstond, maar in elk geval binnen 6 uur na vangst weer op een in de nabijheid gelegen – en voor de soort geschikt habitat of biotoop – te worden vrijgelaten. 10. Indien soorten worden gevangen welke in winterslaap zijn, of waarvoor op dat moment sprake is van ongunstige weersomstandigheden waarbij, bij het terstond vrijlaten, een aannemelijke kans bestaat dat hierdoor de dieren niet zullen overleven, dient de gebruiker van de vrijstelling maatregelen te nemen om deze kans tot in redelijke mate te reduceren en om onnodige aantasting van dierwelzijn te voorkomen. 11. Vrijstelling voor het opzettelijk vernielen van vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen geldt enkel voor het gebruik van inherent aan de vrijstellingsgronden te gebruiken middelen. Aanvullende voorschriften inzake amfibieën 12. Voor de benoemde diersoorten geldt de vrijstelling enkel voor het opzettelijk vangen (en herplaatsen) alsmede het opzettelijk vernielen van vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen. 13.

Vrijstelling voor het opzettelijk vangen (en verplaatsen) geldt enkel voor de periode waarbij de dieren niet in winterslaap vertoeven. 14. De vrijstelling voor het opzettelijk vangen (en verplaatsen) geldt enkel indien hiervoor gebruik wordt gemaakt van netten welke geschikt zijn om amfibieën levend en zonder beschadigingen te vangen. Vrijstelling voor het opzettelijk vangen (en verplaatsen) geldt ook voor het opzettelijk vangen van amfibieën met de hand. 15. Zodra een exemplaar van de benoemde soorten is gevangen dient deze terstond weer op een in de nabijheid gelegen – en voor de soort geschikt habitat of biotoop – te worden vrijgelaten. 16. Vrijstelling voor het opzettelijk vernielen van vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen geldt enkel voor het gebruik van inherent aan de vrijstellingsgronden te gebruiken middelen. Geen ontheffingsplicht geldt indien, in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, in het kader van natuurbeheer; een bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of de bosbouw; een bestendig gebruik, ruimtelijke ontwikkeling of inrichting, handelingen worden uitgevoerd op basis van een door de Minister van Economische Zaken goedgekeurde gedragscode, als bedoeld in artikel 3.31, van de Wet natuurbescherming.

15 Quick Scan Soortenbescherming

Wet natuurbescherming Brongersmaweg 10 - Kollumerpomp Datum: 21 april 2021

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=noardeastfryslan&id=ad4561c4-4743-4fcb-acea-64c4eea2b212