250206 Brief - Verzoek voor een zaaksgebonden overgangsrecht
Tekst van het document
Aan de Gemeenteraad van de Gemeente Noardeast-Fryslân Postbus 1 9100 AA Dokkum Nederland (Fryslân)
Onderwerp: It Beslút (4 juni 2026) Agendapunt 7 – Vaststelling TAM-omgevingsplan Recreatieve bewoning Verzoek om een uitzonderingstoestemming voor een zaaksgebonden overgangsrecht vanwege een bijzondere persoonlijke situatie (Eanjum)
Edelachtbare heer burgemeester Kramer, edelachtbare wethouders, naar aanleiding van mijn inspreken bij It Petear op 13 mei wil ik – voordat u een besluit neemt over het Tam-Omgevingsplan Recreatieve Bewoning – met verwijzing naar het document “Beantwoording vragen” nogmaals met afsluitende argumenten voor ons verzoek tot u komen. Ik zou nu niet nogmaals ingaan op de reeds aangevoerde argumenten, zoals het langdurige gebruik (sinds 1974), de aanvraag (in 1976) van voor een “Ferienhausgenehmigung” bij de gemeente Oost-Dongeradeel, de beschikbare juridische documenten (bijv. het kadaster) en de heel langdurige goede integratie van mijn familie in de dorpsgemeenschap. Ik weet dat er behoefte is aan woonruimte. En ik begrijp dat de gemeente een algemeen geldende juridisch houdbare oplossing zoekt. Ik zou u echter willen vragen rekening te houden met de volgende argumenten: Eenerzijds zijn de in de document „Beantwoording vragen“ (Bijlage 260522 Raadsinformatiebrief) genoemde criteria „waarvan een woning onder het zaaks- of persoongebonden overgangsrecht wordt geplaatst“ (pandgebonden en de verleden = pandgebonden nu, alle anderen persoonsgebonden) op het eerste gezicht „inzichtelijk en duidelijk“. Maar anderzijds ben ik niet van mening, dat een „uitzondering tot ongelijke behandeling van vergelijkbare gevallen“ leidt, maar dat dit, gezien onze bijzondere gezinssituatie, ook
andersom kan worden geïnterpreteerd. Uiteindelijk moet toch de vraag worden gesteld in hoeverre dat het gelijk behandelen van onze zaak met 92 andere, totaal verschillende zaken, leidt tot een „schaadt zowel het zorgvuldigheids- als het gelijkheidsbeginsel“:
Op de lijst “Persoonsgebonden” (pagina 37 en volgende van het „TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22“ (Bijlage 1 van dit agendapunt) staan heel veel woningen waarvan de vergunning in de periode 2004-2019 is afgegeven. Onze huis is in eigendom sinds 1974. Van de huidige 92 gevallen met een persoonlijk overgangsrecht hebben slechts 6 binnen de gestelde termijn zienswijse ingedient en volgens de „Zienswijzennota“ (pagina 2 en volgende, Bijlage 2 van dit agendapunt) is daarbij slechts één ander huis sinds de jaren '70 in het bezit van de familie. En ik denk dat mijn optreden als einige spreker duidelijk heeft gemaakt hoezeer mijn familie aan ons huis gehecht is.
Ik verzoek u er rekening mee te houden dat een gelijke behandeling van deze vele anderen zeer ongelijke gevallen niet in overeenstemming zijn met het gelijkheidsbeginsel. Om het risico op ongewenste precedentwerking te voorkomen, zou het niet mogelijk zijn om duidelijke criteria voor een ontheffing vast te stellen, bijvoorbeeld een gebruiksduur van meer dan 50 jaar (die de eigenaar dan moet aantonen) en overdracht door erfenis uitsluitend aan familieleden in de eerste graad?
Tot slot wil ik u, de gemeenteraad, verzoeken om op basis van de genoemde argumenten ons voorstel aanpassing van de „Zienswijzennota TAM-omgevingsplan Recreatieve Bewoning“, hoofdstuk 2.1 „Oostmahorn 3 Eanjum“ naar en pandgebonden overgangsrecht (kan ook beperkt op mijn familie/dochter) of – als dit juridisch en wat betreft de precedentwerking beter is - een ontheffing voor een “gezinsgebonden” in plaats van een personsgebonden overgangsrecht bezien onze bijzondere situatie tijdens de besluit op 4 juni te bewilligen en ons een ontheffing te verleenen.
Met vriendelijke groeten,