231109 Collegebrief aan raad - Inwerkingtreding Omgevingswet
Tekst van het document
Aan de leden van de raad van de gemeente Noardeast-Fryslân Postbus 1 9100 AA Dokkum
Ons kenmerk:
Omgevingswet
Behandeld door: E-mailadres:
Wieteke Dijkman w.dijkman@noardeastfryslan.nl 07-11-2023
Datum:
Onderwerp: Inwerkingtreding Omgevingswet
Geachte raad, Op 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet in werking. Met deze brief informeren wij u over - De Omgevingswet en onze wettelijke verplichting op 1 januari 2024; - De impact op onze dienstverlening; - Het vervolg van het programma Invoering Omgevingswet vanaf 1 januari 2024.
De Omgevingswet in een notendop Het omgevingsrecht stond voorheen in 26 verschillende wetten. Dit is gebundeld in de Omgevingswet, een samenhangend stelsel van planning, besluitvorming en procedures. De Omgevingswet heeft verschillende doelen: - Betere mogelijkheden voor een integraal beleid bieden; - Betere bruikbaarheid van het omgevingsrecht; - Substantiële vereenvoudiging in het omgevingsrecht. De wet gaat uit van het subsidiariteitsbeginsel (decentraal, tenzij). Dit betekent dat de taken en de bevoegdheden in principe worden uitgevoerd door gemeenten en waterschappen. Het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) ondersteunt de uitvoering van de Omgevingswet. De inwerkingtreding van de Omgevingswet is door problemen met het DSO vijf keer uitgesteld. 4 kerninstrumenten Om de Omgevingswet in de praktijk uit te voeren, heeft de gemeente 4 kerninstrumenten tot haar beschikking: 1. Omgevingsvisie In de omgevingsvisie legt de gemeente haar ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving voor de lange termijn vast. De gemeente stelt 1 omgevingsvisie voor het hele grondgebied vast. Gemeenten moeten op 1 januari 2027 hun omgevingsvisie hebben vastgesteld. 2. Omgevingsplan Het omgevingsplan vervangt het geldende bestemmingsplan en de beheersverordening uit de Wet ruimtelijke ordening. Nu hebben gemeenten meerdere bestemmingsplannen voor hun grondgebied.
Onder de Omgevingswet moet iedere gemeente 1 omgevingsplan voor haar hele grondgebied vaststellen.
Het omgevingsplan bevat de gemeentelijke regels voor de fysieke leefomgeving. In de omgevingsvisie zegt de gemeente hoe zij het leefgebied wil ontwikkelen en beschermen. Die keuzes werkt zij uit in haar omgevingsplan. Het omgevingsplan bevat zo de regels voor de fysieke leefomgeving. Het omzetten van alle gemeentelijke regels over de fysieke leefomgeving vanuit verschillende beleidsdocumenten en bestemmingsplannen naar een omgevingsplan, is een ingewikkelde opgave. Daarom krijgen gemeenten hiervoor tot 1 januari 2032 de tijd. 3. (Omgevings)Programma Het programma is een flexibel instrument dat de gemeente kan toepassen in verschillende fasen van de beleidscyclus. Het instrument programma is een beleidsdocument, net als de omgevingsvisie. 4. Omgevingsvergunning Burgers, bedrijven en overheden kunnen toestemming vragen om activiteiten in de fysieke leefomgeving uit te voeren door een omgevingsvergunning aan te vragen. De omgevingsvergunning is voor de gemeente een bestaand instrument. Door de Omgevingswet verandert per 1 januari 2024 de wijze van aanvragen en afhandelen van omgevingsvergunningen. Uw rol in de aanloop naar de invoering van de Omgevingswet - een terugblik In de afgelopen jaren heeft uw raad gedebatteerd, richting gegeven, besluiten genomen en kennis genomen van een aantal onderwerpen.
U heeft: - richting gegeven aan vraagstukken rondom de besturingfilosofie, de omgevingsvisie en het omgevingsplan; - gedebatteerd over de mogelijkheden en ambities bij het omgaan met de nieuwe wet; - de programma aanpak en het budget voor de invoering Omgevingswet vastgesteld (waaronder het beschikbaar stellen van krediet voor de aanschaf, beheer en onderhoud van nieuwe software); - een gemeentebreed participatiekader (inclusief algemene handreiking) vastgesteld; - gevallen aangewezen waarbij uw raad om een (bindend) advies wordt gevraagd en waarbij de aanvrager verplicht aan participatie moet doen; - vastgesteld voor welke onderdelen in het omgevingsplan in delegatie door het college kunnen worden uitgevoerd; - de verplichte gemeentelijke adviescommissie aangewezen (die gaat over Rijksmonumenten en bij de beoordeling van aanvragen omgevingsvergunning aan welstandscriteria); - kennisgenomen van ontwikkelingen en inhoud van de concept omgevingsvisie; - kennisgenomen van het door de Friese gemeenten geven van inhoud aan het begrip omgevingskwaliteit. Besluitvorming op korte termijn Voor de inwerkingtreding, zullen wij u nog de volgende besluiten voorleggen: - Vaststellen APV In de Algemeen plaatselijke verordening staan nu nog verschillende verwijzingen naar wetgeving die straks onder de Omgevingswet niet meer bestaat.
Die verwijzingen moeten worden aangepast en officieel door uw raad worden vastgesteld. -
Vaststellen legesverordening Door de komst van de Omgevingswet ontstaan er nieuwe en andere soorten toestemmingen. Daarom hebben we hoofdstuk 2 van de legesverordening volledig herzien. De legesverordening wordt, zoals ieder jaar gebruikelijk, in november van het jaar ter vaststelling aan uw raad voorgelegd.
Onze wettelijke verplichting per 1 januari 2024 Per 1 januari 2024 voldoen wij aan onze wettelijke verplichtingen. Hieronder lichten we toe wat er verandert. 1 jan 2024: Een nieuw loket voor initiatiefnemers en betrokkenen Een van de onderdelen van het DSO is het Omgevingsloket. Dit is een digitaal loket waar initiatiefnemers en betrokkenen snel kunnen zien wat er mag in de fysieke leefomgeving. Via het Omgevingsloket kunnen ze het volgende doen: a. vergunningen aanvragen, meldingen doen en informatie geven; b. zien welke regels gelden op een locatie.
–2–
Om te kunnen werken met omgevingsloket hebben wij nieuwe software aangeschaft en aangesloten op onderdelen van het DSO. Hierdoor kunnen we documenten en gegevens uitwisselen met het DSO. We hebben relevante regelgeving vertaald naar zogeheten vragenbomen die initiatiefnemers ondersteunen bij meldingen en aanvragen. KKS is opgeleid om initiatiefnemers en betrokkenen te helpen bij het gebruiken van het omgevingsloket. 1 jan 2024: Andere regels voor de omgevingsvergunning De impact van de Omgevingswet op het vergunningverleningsproces en de dienstverlening is behoorlijk. Alle aanvragen moeten in principe via de reguliere procedure binnen 8 weken worden afgehandeld. Ook de wijze waarop vergunningaanvragen getoetst worden, verandert. De Omgevingswet vraagt om een integrale afweging, met als uitgangspunt: ‘Hoe kunnen we dit initiatief mogelijk maken?’. Bij vergunningaanvragen waar meerdere overheden regels voor stellen, wordt één bevoegd gezag aangewezen als coördinator van het afhandelingsproces. Door de komst van de Omgevingswet ontstaan er nieuwe en andere soorten toestemmingen. Zo zijn er straks omgevingsvergunningen voor een omgevingsplanactiviteit (OPA). Bijvoorbeeld bij activiteiten als het bouwen van een bouwwerk, het slopen van een bouwwerk, het opbreken en graven, het aanleggen van een uitweg of het behoud van werelderfgoed.
Ook verlenen we omgevingsvergunning voor verschillende buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (BOPA). Verder zijn bedrijven een omgevingsvergunning nodig voor een milieubelastende activiteit of moeten ze daarvoor een melding doen. Ook regelt de Omgevingswet dat meer bouwactiviteiten vergunning vrij zijn. De rol van de uitvoeringsdienst, in ons geval de FUMO, is bij de uitvoering van milieutaken sterker geworden. Het merendeel van vergunning en meldingen voor milieubelastende activiteiten moeten door de FUMO worden uitgevoerd. Er komt meer aandacht voor participatie bij de vergunningaanvraag. Dat stimuleert initiatiefnemers om informatie te verschaffen over de wijze waarop zij de belangen van belanghebbenden hebben gehoord en het resultaat daarvan te verwerken in het plan. Al deze veranderingen hebben we vertaald naar een nieuwe manier van werken. We hebben de VTH processen aangepast, een zaaksysteem geïmplementeerd en met ketenpartners werkafspraken gemaakt over doorlooptijden. 1 jan 2024: Toetsing en toezicht op de bouwtechnische eisen verplaatst naar kwaliteitsborger De Wet kwaliteitsborging (Wkb) voor het bouwen heeft als doel de bouwkwaliteit te verbeteren. De toets vooraf op de bouwplannen wordt vervangen door de toets in de praktijk. Per 1 januari 2024 alleen voor bouwwerken in gevolgklasse 1, zoals eengezinswoningen en eenvoudige bedrijfspanden.
Daarnaast wordt ook de aansprakelijkheid van de bouwer vergroot voor bouwfouten. De toets in de praktijk gebeurt op de bouwplaats zelf, tijdens het bouwproces. Deze wordt door onafhankelijke kwaliteitsborgers uitgevoerd. In plaats van gemeentelijke toezichthouders, zullen deze private kwaliteitsborgers verantwoordelijk zijn voor het beoordelen en controleren van de kwaliteit van bouwprojecten. Gemeenten moeten samenwerken met deze kwaliteitsborgers en hen voorzien van informatie en documentatie over de bouwprojecten. De rol van de gemeente verandert dus aanzienlijk. Er worden onder andere nieuwe meldingen geïntroduceerd, er komen nieuwe taken bij en/of deze veranderen. Voor deze wijzigingen werken wij in regio verband samen om het handhavingsbeleid aan te passen op de Wkb. Ook hebben we interne werkprocessen aangepast en is er gezorgd dat de afhandeling en registratie van meldingen goed verwerkt wordt in het nieuwe ICT-systeem. Het invullen van deze nieuwe rol is een proces waarin de gemeente zal moeten groeien. Dit vraagt dat er op gezette tijden wordt teruggekeken en zo nodig word bijgesteld. Een andere belangrijke impact van de Wkb op de gemeente is dat wij voor het afhandelen van de (wkb) meldingen geen leges meer in rekening mogen brengen. De legesverordening is hier reeds op aangepast.
1 jan 2024: Het omgevingsplan vervangt de bestemmingsplannen en gemeentelijke verordeningen Op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt, heeft iedere gemeente direct een omgevingsplan van rechtswege. Dit plan bevat regels uit verschillende vervallen instrumenten, zoals bestemmingsplannen en rijksregels over activiteiten. We noemen dit het “tijdelijk” omgevingsplan.
–3–
Het omgevingsplan kent niet de begrenzing van ‘een goede ruimtelijke ordening’. Dat is het meest opvallende verschil met het bestemmingsplan. Het kan regels bevatten die over heel de fysieke leefomgeving gaan. Het omgevingsplan beperkt zich dus niet tot planologische aspecten, maar gaat ook over o.a. milieu, externe veiligheid en volksgezondheid. In het omgevingsplan staat of activiteiten zijn toegelaten of juist verboden zijn. Of dat er voor een activiteit eerst toestemming nodig is in de vorm van een vergunning. Het zal ook gebeuren dat activiteiten niet passen in de regels van het omgevingsplan. Terwijl we wel graag willen dat het initiatief of plan door kan gaan. Dan mag de gemeente vergunning verlenen om van het omgevingsplan af te wijken. Of de gemeente past het omgevingsplan aan voor dat initiatief. Meestal gaat het daarbij om initiatieven om het gebruik van een perceel of gebied te veranderen. Bijvoorbeeld de agrarische functie van een boerderij veranderen in wonen. Uw raad gaat over de vaststelling van het omgevingsplan en alle wijzigingen daarop. In plaats van een bestemmingsplanwijziging, vragen initiatiefnemers een omgevingsplanwijziging aan. Een omgevingsplanwijziging wijkt op een aantal punten af van de bestemmingsplanwijziging. Daarom maken we een handboek waarin staat beschreven wat we precies van de initiatiefnemer verwachten.
Het omgevingsplan moet voldoen aan nieuwe digitale standaarden om raadpleegbaar te zijn in het DSO. We hebben software aangeschaft om aan deze standaarden te voldoen. Het zijn deze digitale standaarden, die hebben geleid tot uitstel van de Omgevingswet. Ook nu nog zijn deze niet stabiel. Onze softwareleverancier heeft ons geadviseerd gebruik te maken van een tijdelijk alternatieve maatregel, die is ontwikkeld door het Rijk. Wij volgen dit advies op. Ook voor omgevingsplan wijzigingen is participatie verplicht. In het eerder genoemde handboek en op onze website informeren we initiatiefnemers hierover. 1 jan 2024: Participatie is een belangrijke pijler onder de Omgevingswet De Omgevingswet verplicht gemeenten, provincies en waterschappen om participatiebeleid op te stellen waarin ze vastleggen hoe ze participatie vormgeven en welke eisen daarbij gelden. Het is de bedoeling dat overheden dit beleid zo snel als mogelijk na de inwerkingtreding van de Wet, vaststellen Op datum 17 februari 2022 heeft uw raad het participatiekader vastgesteld. Op basis van dit participatiekader hebben wij een handreiking participatie opgesteld. Deze kunnen initiatiefnemers gebruiken om invulling te geven aan de aanvraagvereiste participatie. Uw raad heeft eerder besloten dat voor bepaalde buitenplanse omgevingsplanactiviteiten wij u om advies moeten vragen.
En dat het voor die gevallen participatie verplicht is. Het gaat om de volgende gevallen: a. Het realiseren van minimaal één windmolen waarvan de ashoogte hoger is dan 15 meter; b. Het plaatsen van zonnepanelen op landbouw- of natuurgronden, ongeacht de grootte; c. Het opwekken en/of opslag van andere vormen van energie (zoals: biomassa-installatie en waterstof); d. Een activiteit die niet past binnen de doelen van de omgevingsvisie en of in strijd is met ander door de gemeenteraad vastgesteld beleid. 1 jan 2024: Leges Het in behandeling namen van een aanvraag voor een vergunning is een dienst die de gemeente verleent. Daar mogen we leges voor in rekening brengen. Door de komst van de Omgevingswet ontstaan er nieuwe en andere soorten toestemmingen. Daarom hebben we hoofdstuk 2 van de legesverordening volledig herzien. We hebben berekend wat elke dienst ons mogelijk aan tijd en geld gaat kosten. Dat gebruiken we als basis voor het bepalen van een tarief. De legesverordening wordt, zoals ieder jaar gebruikelijk, in november van het jaar ter vaststelling aan uw raad voorgelegd. Door de komst van de Omgevingswet en Wkb valt een deel van de inkomsten weg. Verder zijn door de Omgevingswet veel bouwactiviteiten vergunningsvrij geworden. Anderzijds mogen we voor een deel van de werkzaamheden van de FUMO nu wel leges in rekening brengen.
De impact op onze dienstverlening Een van de onderdelen van het DSO is het Omgevingsloket. Dit loket is nog niet erg gebruiksvriendelijk. Dit leidt tot vragen over de werking van het loket, maar ook over de regelgeving die door het loket wordt ontsloten. Deze vragen komen vrijwel allemaal bij de gemeente terecht, zijnde eerste aanspreekpunt. Ook verwachten we dat de invoering van de Wkb veel vragen oproept. Zowel wat betreft de nieuwe procedure, de handhaving en de kosten die dit voor de bouwers met zich meebrengt.
–4–
We willen voorkomen dat deze toename aan vragen ten koste gaat van onze dienstverlening. Daarom richten we een serviceteam in. Het serviceteam is tijdelijk en ondersteunt KKS en de backoffice. Na een half jaar wordt geëvalueerd of dit serviceteam nog nodig is.
Ook in 2024 werken we door aan de invoering van de Omgevingswet De omgevingsvisie wordt aan het einde van dit jaar ter inzage gelegd. In de eerste helft van volgend jaar wordt de visie aan u aangeboden, ter vaststelling. Ook zorgen we ervoor dat de visie conform de nieuwe digitale standaarden gepubliceerd wordt in het DSO. De doelen uit de visie worden straks vertaald in omgevingsprogramma’s. Nu al passen we, waar mogelijk, dit instrument toe bij het opstellen van beleid. In 2024 ontwikkelen we hiervoor een standaard methode. Onderdeel van deze methode is werken volgens de nieuwe digitale standaarden, zodat programma’s gepubliceerd kunnen worden in het DSO. In 2024 beginnen we met het omzetten van alle gemeentelijke regels over de fysieke leefomgeving vanuit verschillende beleidsdocumenten en bestemmingsplannen naar het zogenaamde definitieve omgevingsplan. Dit is een complexe opgave. Sommige gemeentes gingen ons op dit onderwerp voor. Een doorlooptijd van 6 jaar voor dit traject is eerder regel dan uitzondering. Wij zullen aan de start van dit traject met u in gesprek gaan over uw rol en die van het college in dit traject. Met betrekking tot participatie zullen we in participatiebeleid verder uitwerken wat de mienskip van ons mag verwachten en wat wij van initiatiefnemers verwachten.
Hoogachtend, Namens het college van burgemeester en wethouders van Noardeast-Fryslân,
H.J.C.M. Verbunt, MBA Secretaris
mr. J.G. Kramer Burgemeester
–5–