CConstaterende datNoardeast-Fryslân
Koppel je AI →
Document · PDF

220530 Concept Accountantsverslag Noardeast Fryslan concept

It Debat 30 juni 2022, gemeente Noardeast-FryslânBij agendapunt: Documenten jaarrekening 202111.429 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Aan de Raad van de gemeente Noardeast-Fryslân T.a.v. de heer S.K. Dijkstra, griffier Postbus 13 9290 AA KOLLUM

Datum: Kenmerk: Onderwerp:

30 mei 2022 2022.XXX Controle jaarrekening 2021

Geachte Raad, U hebt ons opdracht gegeven om de jaarrekening van de gemeente Noardeast-Fryslân over het boekjaar 2021 te controleren. Zoals vastgelegd in de opdrachtbevestiging hebben wij de controlewerkzaamheden in twee fasen uitgevoerd. In het vierde kwartaal van 2021 hebben wij de interim-controle uitgevoerd, met name gericht op de interne beheersing in de voor de accountantscontrole relevante (financieel administratieve) processen. Onze bevindingen hebben wij verwoord in onze managementletter van 10 januari 2022. Wij zullen in de audit commissie op 22 juni 2022 onze bevindingen toelichten. Een concept van dit verslag is op 23 mei 2022 met de secretaris besproken. Dit accountantsverslag is als volgt ingedeeld: 1. De hoofdlijnen van onze controle 2. Bestuurlijke afhandeling 3. Actuele ontwikkelingen 4. Het controleproces en beeld van de interne beheersing 5. Verslaggevingsregels nageleefd 6. Resultaat en vermogenspositie 7. Bevindingen jaarrekeningcontrole 2021 8. Materialiteit en oordeel 9. Verplichte rapportageonderdelen 10. Afsluiting Bijlage: Verplichte rapportage inzake de SiSa-bijlage

DE CONTROLE IS VRIJWEL AFGEROND, WIJ VERWACHTEN GEEN RESULTAATCORRECTIES MEER.

ACCOUNTANTSVERSLAG

1. DE HOOFDLIJNEN VAN ONZE CONTROLE Onderwerp

Bevindingen

Strekking van ons oordeel

Wij verstrekken bij de jaarrekening 2021 van de gemeente Noardeast-Fryslân een goedkeurend oordeel met betrekking tot de getrouwheid van de door het college van burgemeester en wethouders opgestelde jaarrekening. Dit oordeel betekent dat de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de omvang en de samenstelling van de baten en lasten over 2021 alsmede van de activa en passiva per 31 december 2021. Ook verstrekken wij een goedkeurend oordeel met betrekking tot het aspect rechtmatigheid. Dit oordeel houdt in dat de baten, lasten en balansmutaties in alle van materieel belang zijnde aspecten tot stand zijn gekomen in overeenstemming met de begroting en met relevante wet- en regelgeving, waaronder de gemeentelijke verordeningen.

Verslaggeving en WNT

Wij hebben vastgesteld dat de jaarrekening overeenkomstig het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) is opgesteld. Tevens is voldaan aan de WNT. Wij hebben de WNT-verantwoording gecontroleerd op basis van het controleprotocol WNT. Wij hebben verder geconcludeerd dat het jaarverslag en de overige informatie die in de jaarstukken is opgenomen, formeel voldoen aan de eisen van het BBV. Ten aanzien van de verenigbaarheid van de jaarrekening, het jaarverslag en de door ons verkregen controle-informatie merken wij op dat de weergave van de waardering van de door het college gerealiseerde doelen op basis van de inspanningen niet overeenstemt met de in het jaarverslag gehanteerde en beschreven methode (die uitgaat van het behalen van de doelen of resultaten). Uitsluitend omdat hiermee geen financiële gegevens gemoeid zijn merken we dit niet aan als een controleverschil. Wij vinden de jaarstukken op dit punt niet inzichtelijk (zie verder paragraaf 7.1).

SISA-bijlage

Wij hebben de SiSa-bijlage gecontroleerd met inachtneming van de Nota Verwachtingen Accountantscontrole die hierover regels bevat. Het aantal regelingen is in het afgelopen jaar nog sterker toegenomen dan verwacht. Het aantal regelingen is 18, hetgeen een extra inspanning heeft gevraagd zowel in de controle als in uw voorbereidingen. Wij hebben bij de voor u van toepassing zijnde specifieke uitkeringen geen fouten of onzekerheden geconstateerd die de rapporteringstoleranties voor SiSa overschrijden.

Controleverschillen

In hoofdstuk 8 gaan we in op de geconstateerde controleverschillen die niet in de jaarrekening zijn gecorrigeerd. Het totaalbedrag aan controleverschillen voor getrouwheid en rechtmatigheid blijft binnen de daarvoor geldende tolerantie van 1% van de totale lasten inclusief toevoegingen aan reserves voor fouten en 3% voor onzekerheden. De constateringen hebben vooral betrekking op inkooptransacties die niet voldoen aan de aanbestedingsregels en onzekerheden in het sociaal domein.

Kwaliteit van de interne beheersing

Wij hebben tijdens de controle geen significante gebreken in de administratieve organisatie of interne beheersing aangetroffen die relevant zijn om te komen tot een oordeel omtrent de jaarrekening.

ACCOUNTANTSVERSLAG 2 van 24

Geautomatiseerde In overeenstemming met artikel 2:393 van het Burgerlijk Wetboek delen wij u gegevensverwerking mee dat er naar aanleiding van de controle van de jaarrekening geen materiële en dataveiligheid bevindingen betreffende de betrouwbaarheid en de continuïteit van de geautomatiseerde gegevensverwerking zijn op te merken. Belangrijke schattingen in de jaarrekening

Om de jaarrekening te kunnen opstellen is het voor het college en het management noodzakelijk om schattingen te maken en oordelen te verwerken over toekomstige gebeurtenissen. Inherent aan het maken van schattingen is dat de uiteindelijke uitkomsten kunnen afwijken. De belangrijke schattingen die in de jaarrekening van de gemeente NoardeastFryslân zijn opgenomen hebben betrekking op de waardering van vaste activa en de inschatting van de omvang van verplichtingen in de vorm van voorzieningen en overlopende passiva. Wij aanvaarden in materiële zin de gekozen methoden die voor de schattingen zijn gehanteerd.

Signalen van fraude, Tijdens de controle hebben we op diverse momenten met de voor ons relevante misbruik en geledingen in de organisatie van gedachten gewisseld over eventuele oneigenlijk gebruik fraudegevallen, fraudesignalen en de kwaliteit van de interne beheersing op dit onderwerp. Wij hebben tijdens de controle geen aanwijzingen verkregen van fraude, misbruik en oneigenlijk gebruik binnen de gemeente Noardeast-Fryslân over het boekjaar 2021. Het college heeft aan ons bevestigd dat in de organisatie geen gevallen gemeld zijn. Resultaat 2021 en vermogenspositie

Het eigen vermogen ultimo 2021 volgens de balans van de gemeente Noardeast-Fryslân bedraagt in totaal € 56,4 miljoen (2020: € 48,9 miljoen). Het positieve resultaat over 2021 bedraagt € 6,7 miljoen. Over 2021 kent de gemeente Noardeast-Fryslân vóór mutaties in de reserves een totaalbedrag aan gerealiseerde baten van € 173,9 miljoen en € 166,5 miljoen aan gerealiseerde lasten. Het positieve saldo van € 7,4 miljoen dat hieruit voortvloeit, is het verschil in de vermogenspositie tussen 31 december 2020 en 31 december 2021. U heeft vooraf goedgekeurd dat bedragen aan de reserves onttrokken en toegevoegd mochten worden en per saldo is er € 0,7 miljoen toegevoegd. In totaal komt het nog te bestemmen resultaat dan uit op € 6,7 miljoen positief.

Continuïteit van de organisatie

Van accountants wordt verwacht dat bij de afgifte van het oordeel vooruit wordt gekeken of er gerede twijfel kan bestaan aan de continuïteit van de organisatie en diens activiteiten in de komende twaalf maanden. Op basis van onze controle hebben we ten aanzien van dit onderwerp geen bevindingen.

ACCOUNTANTSVERSLAG 3 van 24

2. BESTUURLIJKE AFHANDELING De bestuurlijke afhandeling van de jaarstukken bestaat uit de volgende stappen: Het college van burgemeester en wethouders behandelt in de betreffende vergadering de jaarstukken, met inbegrip van de jaarrekening, stelt de jaarstukken daarmee vervolgens op. Op dat moment ontstaan formeel de jaarstukken. De gemeenteraad behandelt vervolgens de jaarstukken en stelt deze vast. Mochten in de periode tot de vaststelling van de jaarrekening omstandigheden blijken die aanpassing van de jaarrekening noodzakelijk maken, dan moet een dergelijke aanpassing nog worden gemaakt. Dat geldt ook in geval de jaarrekening om andere redenen gewijzigd wordt alvorens tot vaststelling wordt overgegaan. Wij verzoeken de gemeente in deze gevallen met ons in contact te treden om gezamenlijk de noodzakelijke vervolgstappen te bespreken.

OPENBAARMAKING Bij de jaarstukken hoort de controleverklaring die naar verwachting gedateerd zal worden op 22 juni 2022. Wij hebben één exemplaar van de controleverklaring voorzien van een originele handtekening. Dit exemplaar is ten behoeve van uw eigen archief en mag niet worden gepubliceerd. Het andere exemplaar van de controleverklaring is voorzien van de naam van onze accountantspraktijk en de naam van de accountant, echter zonder persoonlijke handtekening. Deze mag openbaar gemaakt worden. Het is niet toegestaan de getekende verklaring openbaar te maken. Deze werkwijze is van belang om misbruik van onze handtekening te voorkomen. Indien wij constateren dat toch gebruik gemaakt is van een controleverklaring met onze handtekening zullen wij u verzoeken dit te herstellen, bijvoorbeeld door de jaarstukken van het internet af te halen, dan wel de fysieke verspreiding ongedaan te maken. Vanzelfsprekend treden wij in die situaties met u in overleg over de manier waarop dit moet plaatsvinden. Mochten in de periode tot de vaststelling van de jaarrekening omstandigheden blijken die aanpassing van de jaarrekening noodzakelijk maken, dan moet een dergelijke aanpassing nog worden gemaakt. Uiteraard vervalt in die situatie onze toestemming tot openbaarmaking. Dat geldt ook in geval de jaarrekening om andere redenen gewijzigd wordt alvorens tot vaststelling wordt overgegaan.

Wij verzoeken u in deze gevallen met ons in contact te treden om gezamenlijk de noodzakelijke vervolgstappen te bespreken. Wij bevestigen u ermee akkoord te gaan dat het afschrift van onze controleverklaring zonder persoonlijke handtekening, wordt openbaar gemaakt in de jaarrekening, mits de opgemaakte jaarrekening ongewijzigd blijft. Openbaarmaking van de controleverklaring is slechts toegestaan tezamen met de jaarstukken. Hiervoor gebruikt u een exemplaar zonder ons waarmerk. De gewaarmerkte versie van de jaarrekening is uitsluitend voor uw eigen archief. Indien u de jaarstukken en de controleverklaring opneemt op internet, dient u te waarborgen dat de jaarstukken goed zijn afgescheiden van andere informatie op de internetsite. Afscheiding kan bijvoorbeeld plaatsvinden door de jaarstukken in nietbewerkbare vorm als een afzonderlijk bestand op te nemen of door een waarschuwing op te nemen indien de lezer de jaarstukken verlaat ("u verlaat de beveiligde, door de accountant gecontroleerde jaarrekening"). Dit accountantsverslag brengen wij uit in een versie met en zonder handtekening. De versie zonder handtekening kan in het kader van de bestuurlijke behandeling worden verspreid. De versie met handtekening is alleen bestemd voor uw archief. Verspreiding daarvan is niet toegestaan.

ACCOUNTANTSVERSLAG 4 van 24

3. ACTUELE ONTWIKKELINGEN 3.1 Beëindiging samenwerking met gemeente Dantumadiel Gemeente Noardeast-Fryslân voert sinds haar ontstaan op 1 januari 2019 de bedrijfsvoeringstaken uit voor de gemeente Dantumadiel. In 2021 zijn door de gemeente diverse acties ontplooid om de dienstverlening verder te optimaliseren, onder meer door een specifiek team voor Dantumadiel te formeren. Dit team behoort weliswaar tot de gemeentelijke organisatie van Noardeast-Fryslân maar werkt (vrijwel) uitsluitend voor Dantumadiel. De invulling van de samenwerking is op een ander niveau echter al enkele jaren onderwerp van discussie. In 2021 is de samenwerking uitgebreid geëvalueerd, met als uitkomst dat het voornemen is uitgesproken om de samenwerking met ingang van 2024 te beëindigen. Indien dit voornemen tot uitvoering komt is de impact op de organisatie groot. U verliest immers ruim een kwart van het aantal inwoners waarvoor u diensten verleent. In de managementletter hebben we reeds aangegeven dat een dergelijke stap gevolgen heeft voor de omvang van organisatie, uw interne beheersing en de aantrekkelijkheid van de gemeente als werkgever. Ook ontstaan nieuwe kwetsbaarheden op specialistische functies. De gemeente Noardeast-Fryslan staat dan ook voor belangrijke inrichtingskeuzes voor de toekomst en nieuwe afwegingen over zelf doen of uitbesteden van dat soort taken.

Momenteel wordt bezien op welke wijze het contract op de juiste wijze kan worden uitgediend, welke effecten het stopzetten van de samenwerking precies heeft voor de organisatie en welke acties moeten worden ondernomen om de huidige organisatie en alle afspraken met ketenpartners op deze ontvlechting voor te bereiden. De ontvlechting zal de nodige (eenmalige) kosten met zich mee brengen en Dantumadiel zal een eigen organisatie moeten opbouwen. Aangezien nog geen definitieve besluitvorming heeft plaatsgevonden is voor deze kosten geen specifieke voorziening of bestemmingsreserve gevormd. Wel vormt deze situatie een zogeheten gebeurtenis na balansdatum die toelichting vereist. Deze toelichting is opgenomen op bladzijde 196.

3.2 COVID-19: digitaal werken als nieuwe realiteit We kunnen er niet omheen, COVID-19 heeft in 2021 de samenleving, lokaal, nationaal en internationaal gedomineerd. We hebben er allemaal mee te maken gehad, zowel in de werkomstandigheden als thuis. Beperkingen in de bewegingsvrijheid, tijdelijke sluiting van het onderwijs en de horeca, avondklok, hybride werken, we hebben het in 2021 allemaal meegemaakt. Het hybride werken heeft inmiddels zijn plek gekregen in een meer permanente vorm dan oorspronkelijk gedacht. Dat dit hybride werken effecten heeft op zaken als de beveiliging van systemen en data is bij de gemeente Noardeast-Fryslân in beeld. Thuiswerken, digitaal overleg of digitale vergaderingen zijn een nieuwe en blijvende realiteit geworden. Meer dan voorheen vraagt dat aanpassingsvermogen van medewerkers maar ook van organisaties om aan de nieuwe wensen invulling te geven. Het ontwikkelen van thuiswerkbeleid is een prioriteit geworden, net als de aandacht die nodig is om blijvende betrokkenheid bij de organisatie te creëren. In die context, met de huidige organisatieontwikkeling en de mogelijke ontvlechting die daar bij komen, is het behouden van cultuur en betrokkenheid een uitdaging geworden. De arbeidsmarkt maakt het behouden van de juiste mensen om vorm en inhoud te geven aan de nieuwe organisatie nog ingewikkelder.

En bij thuiswerken vraagt dit ook nog om andere stappen en checks in de werkprocessen, en verdient de werk-privé-balans extra aandacht. Bewustwording en afdekking van nieuwe informatiebeveiligingsrisico’s is daarbij ook blijvend relevant.

ACCOUNTANTSVERSLAG 5 van 24

3.3 COVID-19 en continuiteit Uiteraard hebben de pandemie en de maatregelen ter beteugeling ervan effecten op de geldstromen van bedrijven en instellingen. Dat geldt ook voor uw gemeente. Activiteiten konden soms niet doorgaan of moesten anders worden georganiseerd. U hebt, net als in 2020, allerlei steunmaatregelen uitgevoerd zoals de Tijdelijke Overbruggingsregelingen Zelfstandige Ondernemers (TOZO) en de Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Lasten (TONK). Wij hebben vastgesteld dat u beleidsmatig coulance hebt betracht richting onder andere gesubsidieerde instellingen en huurders van gemeentelijke accommodaties. Er was binnen uw gemeente ook specifieke aandacht voor het stimuleren van fysieke en mentale gezondheid van inwoners, kinderopvang voor ouders met vitale beroepen en het in standhouden van de maatschappelijke infrastructuur in bijvoorbeeld welzijn en zorg. Die prestaties hebben heel wat van de organisatie gevraagd, maar de specifieke aandacht hiervoor in de coronaparagraaf is beperkt. Wel zijn binnen diverse gemeentelijke programma’s de effecten van corona en het gevoerde beleid zichtbaar in de gerealiseerde en niet-gerealiseerde baten en lasten. Om de gevolgen van Corona inzichtelijk te maken is een afzonderlijke, onverplichte ‘Paragraaf Corona’ opgenomen in het jaarverslag. Per saldo is het resultaat over 2021 onder meer door de ontvangen compensatie positief.

Bij de beoordeling van de continuïteit van uw gemeenten is sprake van de beoordeling van zowel de formele continuïteit als een materiele beoordeling. De eerste gaat over het voortbestaan van de organisatie als zodanig en op dat vlak heeft het rijk harde waarborgen getroffen. Uw continuïteit in dat opzicht staat niet ter discussie. Materieel kan het wel zo zijn dat als gevolg van de pandemie activiteiten nu en in de toekomst, niet of anders worden vormgegeven. Dat kan leiden tot aanpassing in financiering van maatschappelijke instellingen, wijzigingen in kostenstructuur of het ontstaan van kwalitatieve of kwantitatieve leegstand in gemeentelijke gebouwen. Indien dat majeure financiële effecten heeft dienen deze in de beoordeling te worden betrokken. Wij adviseren u het onderwerp continuïteit meer aandacht te geven in uw planning & control documenten omdat vanaf 2022 wij hierover, net als over frauderisico’s, expliciet moeten rapporteren in de controleverklaring.

3.4 Overgang rechtmatigheid verschoven naar 2022 In eerdere rapportages zijn wij ingegaan op het voornemen van de rijksoverheid om de verantwoordelijkheid voor het rechtmatig handelen nog nadrukkelijker bij het college te leggen. Dit blijkt onder meer uit het verplicht stellen van het een rechtmatigheidsverantwoording onderdeel uit te laten maken van de jaarrekening. De invoering is doorgeschoven naar het boekjaar 2022, waarbij we moeten aantekenen dat de wetswijziging die dit moet formaliseren nog door het parlement moet worden geaccordeerd. De commissie BBV heeft hieromtrent inmiddels een modeltekst gepubliceerd en tevens de Kadernota Rechtmatigheid 2022 uitgebracht. De gemeenteraad krijgt de bevoegdheid om de grenzen vast te stellen waarboven er in de rechtmatigheidsverantwoording melding moet worden gemaakt van intern geconstateerde onrechtmatigheden en onduidelijkheden. De wetgever zal naar verwachting het maximum van deze grens leggen op 3% van de totale omvang van de lasten (inclusief toevoegingen aan de reserves). Gemeten aan de omvang van de lasten van de gemeente Noardeast-Fryslân over 2021 van ongeveer € 167 miljoen, zou dat in uw geval neerkomen op een grens van ongeveer € 5,0 miljoen. De gemeenteraad is overigens bevoegd om deze grens lager vast te stellen.

Uiteraard kan er pas een rechtmatigheidsverantwoording worden opgesteld als daarvoor in de organisatie in voldoende mate het fundament is gelegd. Dat fundament bestaat uit een combinatie ACCOUNTANTSVERSLAG 6 van 24

van een adequate procesinrichting en een zekere mate van interne controle om zichtbaar te kunnen maken dat de processen ook daadwerkelijk adequaat verlopen, en leiden tot rechtmatig handelen en betrouwbare informatie daarover. Het gaat dan bijvoorbeeld over de vaststelling van het normenkader, diverse verordeningen, de verantwoordingsgrens, de wijze waarop de interne organisatie van de verantwoording is vormgegeven en eventuele tussentijdse informatievoorziening aan de Raad. Door de afdeling concern control is inmiddels een model ontwikkeld dat voor deze afdeling dient als een hulpmiddel ter bewaking dat in het rechtmatigheidsonderzoek alle relevante items worden geraakt. Wij hebben geconstateerd dat u daarmee een eerste stap hebt gezet. Er zullen in aanvulling hierop nog verdere stappen moet worden gezet om de periodieke interne toetsingen aan de hand van het ontwikkelde model uit te voeren teneinde te kunnen voldoen aan de eisen voor de rechtmatigheidsverantwoording. In essentie komt het neer op het realiseren van een stelsel waarbij het expliciet toetsen van processen zoals bijvoorbeeld ten aanzien van personeel, inkopen en aanbesteden goed ingeregeld is. De basis voor dit stelsel is een gedegen risicoanalyse. De methodologie dient verder te worden ontwikkeld en organisatorische ingebed.

De werkzaamheden worden verricht door concern control waarmee ook de onafhankelijkheid van de feitelijke processen, is geborgd. Vanzelfsprekend is het van belang om voldoende tijd beschikbaar te maken voor de uitvoering van de controlewerkzaamheden, de evaluatie van de bevindingen en het vertalen ervan naar de rechtmatigheidsverantwoording.

3.5 Nieuw verdeelmodel gemeentefonds start in 2023 Het huidige verdeelmodel van het gemeentefonds stamt grotendeels uit 1997 en werd door het rijk niet meer passend geacht. Er is natuurlijk ook het nodige veranderd in de afgelopen 20 jaar. Denk bijvoorbeeld aan de overdracht van taken in het sociaal domein, schaalvergroting bij gemeenten als gevolg van herindelingen, toenemende maatschappelijke verwachtingen ten aanzien van de dienstverlening door gemeenten, ontwikkelingen op IT-gebied, om maar een paar voorbeelden te noemen. De afgelopen jaren is daarom gewerkt aan een nieuw verdeelmodel dat beter aansluit bij de kostenomvang en kostenstructuur van gemeenten dan het oude model. De nieuwe verdeelmethodiek zal per 1 januari 2023 van kracht worden. Vanuit met name de kleinere gemeenten in de periferie van het land is de perceptie dat zij erop achteruitgaan. Aan de invoering is een overgangsregeling gekoppeld in de vorm van een ingroeipad van 3 jaar. Het maximale herverdeeleffect is beperkt tot € 37,50 per inwoner gerekend over de periode tot en met 2025. Uitgaande van de laatste berekeningen is het effect voor Noardeast-Fryslân beperkt tot een voordeel van iets meer € 2,50 per inwoner. De rijksoverheid heeft de verwachting uitgesproken dat het nu ontworpen model geen eindstation zal zijn en continue onderhoud zal vragen.

Daarmee stapt het rijk af van het systeem dat het verdeelmodel voor een langere periode vaststaat. Het is helder dat de stabiliteit van de gemeentelijke financiering hierdoor afneemt. Volgens de eigen berekeningen van de gemeente betekent het nieuwe verdeelmodel uiteindelijk een positief effect van € 0,1 miljoen.

3.6 Oorlog in Oekraïne, vluchtelingen opvangen in Nederland Gemeenten, veiligheidsregio’s en andere betrokken partijen werken samen met de Rijksoverheid om vluchtelingen uit Oekraïne veilige en humane opvang te bieden. De verwachting is dat het aantal vluchtelingen uit Oekraïne dat naar Nederland komt, fors zal zijn. De veiligheidsregio’s en gemeenten werken samen om voldoende opvangplekken te realiseren. In eerste instantie ging het om 50.000 plaatsen, inmiddels wordt het aantal van 75.000 plaatsen genoemd.

ACCOUNTANTSVERSLAG 7 van 24

De Rijksoverheid heeft een Handreiking gemeentelijke opvang Oekraïners uitgebracht, waarvan versie 2.0 van 4 april 2022 op het moment van het schrijven van dit verslag de actuele versie is. Gemeenten worden geacht ruimten en faciliteiten te regelen en leefgeld te verstrekken, waarbij het Rijk heeft aangegeven de kosten integraal te vergoeden. Het is daarom zaak de kosten die de gemeente maakt om deze opvang te bieden scherp te registreren en onderbouwen, zodat te zijner tijd het recht op vergoeding adequaat kan worden aangetoond. Aangezien de verstrekking van het leefgeld aan rechthebbenden zonder bankrekening contant zal gaan, hoort een goede kasprocedure daar ook bij. Helder is dat deze opvang het nodige vraagt van de gemeentelijke organisatie.

3.7 Energiecrisis leidt tot oplopende inflatie Mede als gevolg van de oorlog in Oekraïne, maar ook door andere onderliggende factoren zien we de prijzen van grondstoffen, alsmede olie en gas snel oplopen. Dat raakt gemeenten zelf, maar ook de (gesubsidieerde) instellingen, burgers en bedrijven in de gemeente. Als gevolg hiervan hebben de gemeenten de opdracht gekregen om de energietoeslag uit te betalen aan de doelgroep die daarvoor in aanmerking komt. En nadat de afgelopen twee jaren van gemeenten coulance is gevraagd in verband met Corona, liggen nu vragen op tafel hoe de gemeente omgaat met de inflatie in de richting van gesubsidieerde instellingen als sportverenigingen, musea, theaters en welzijnsinstellingen. Ook in het eigen gemeentelijke begrotingsproces zullen de kostenstijgingen zichtbaar worden. De begroting voor 2023 zal naar verwachting dan ook de nodige onzekerheden bevatten. Het zichtbaar worden van kostenstijgingen geldt uiteraard ook voor de uitkomsten van het lopende jaar.

4. CONTROLEPROCES EN BEELD VAN DE INTERNE BEHEERSING 4.1 Het controleproces Een jaarrekeningcontrole is in grote mate extern gereguleerd. Bij de uitvoering van onze controlewerkzaamheden zijn de algemeen geldende “Controle en overige standaarden (COS)” van de NBA (Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants). Gebruikelijk is een verdeling van de werkzaamheden in twee fasen. In eerste instantie, in het boekjaar zelf, voeren we de interim-controle uit. Deze fase is primair gericht op de wijze waarop processen zijn ingericht en interne beheersingsmaatregelen zijn geïmplementeerd. Door een combinatie van interviews, procescontroles en detailwerkzaamheden beoordelen wij de werking van deze interne beheersingsmaatregelen en stellen wij vast dat betrouwbare verantwoordingsinformatie tot stand kan komen. Deze fase hebben we afgesloten met onze managementletter van 10 januari 2022. Bij de jaarrekeningcontrole richten we ons meer op de cijfers en onderzoeken wij of de jaarrekening, zoals die aan de Raad wordt verstrekt, deugdelijk is opgesteld en onderbouwd, dat de inrichting en presentatie voldoen aan de eisen van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV), dat de waarderingsgrondslagen correct zijn toegepast en de toelichtingen adequaat en volledig zijn.

Ook hebben wij onderzocht of de informatie in de programmaverantwoording en de paragrafen niet strijdig is met het beeld van de jaarrekening. Ten slotte is onderzocht of de baten, de lasten en de balansmutaties rechtmatig zijn, inclusief het opnemen van de vereiste gegevens inzake de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen in de publieke en semipublieke sector (WNT). Bij de uitvoering van onze controlewerkzaamheden zijn de algemeen geldende “Controle en overige standaarden (COS)” van de NBA (Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants), het Besluit accountantscontrole decentrale overheden, de kadernota rechtmatigheid, het controleprotocol WNT en de verordeningen van de gemeente Noardeast-Fryslân leidend. ACCOUNTANTSVERSLAG 8 van 24

4.2 Interne beheersing In onze managementletter van 10 januari 2022 hebben we onze bevindingen en aanbevelingen naar aanleiding van de interimcontrole opgenomen. De hoofdlijn van onze bevindingen was dat de procesinrichting en procedureafspraken in opzet voldoen aan de eisen die daaraan gesteld mogen worden. De gemeente onderkent het belang van interne beheersing en controle en heeft daartoe zowel in de processen als over de processen heen controlemaatregelen gedefinieerd. De aandachtspunten die we eerder hebben benoemd betroffen onder meer het verbeteren van de proceskwaliteit binnen het sociaal domein, het voldoen aan de gestelde eisen op basis van de geldende Baseline Informatiebeveiliging Overheid (hierna: BIO) voor wat betreft dataveiligheid, het uitvoeren van een herstelactie met betrekking tot de identificatie van cliënten WMO en het aanscherpen van het inkoopbeleid met betrekking tot het vaststellen van de prestatielevering. Deze onderwerpen komen voor zover nodig terug in dit verslag. De jaarrekeningcontrole heeft de hoofdconclusie inzake de interne beheersing onveranderd gelaten. Wel hebben we in hoofdstuk 7 van dit accountantsverslag bevindingen en aandachtspunten opgenomen die voortvloeien uit de waarnemingen tijdens de jaarrekeningcontrole.

Daarbij merken we op dat het op peil hebben en houden van een adequate interne beheersing een continue en arbeidsintensief proces is. De verbeteringen uit de afgelopen jaren vragen continue onderhoud. Bijvoorbeeld op het gebied van het implementeren van nieuwe software is een helder proces van ontwerp tot implementatie en conversie belangrijk. De evaluatie van de implementatie van Afas begin dit jaar zal ongetwijfeld nieuwe inzichten geven hoe het testen van koppelingen rapportagemogelijkheden in de toekomst kan verbeteren.

5. VERSLAGGEVINGSREGELS NAGELEEFD De jaarstukken van de gemeente Noardeast-Fryslân moeten voldoen aan het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV). Deze regels zijn, zoals u weet, anders dan de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving die voor het bedrijfsleven gelden. De verschillen hebben betrekking op de methode van toerekening van baten en lasten maar ook op de presentatie. Het gaat uiteraard bij decentrale overheden niet om “geld verdienen”, maar om de invulling van de maatschappelijke rol en functie. Daarom geven de verslaggevingsregels veel aandacht aan de beleidsverantwoording in het jaarverslag en aan de toetsing van de uitgaven aan de, door de gemeenteraad ter beschikking gestelde, middelen in de begroting. Daarnaast mogen bepaalde verplichtingen, bijvoorbeeld personele verplichtingen met een jaarlijks gelijkblijvende omvang, niet in de balans worden opgenomen en geldt er een verbod op het consolideren van verbonden partijen. Verbonden partijen moet u benoemen en toelichten in de paragraaf verbonden partijen in het jaarverslag en dat hebt u gedaan. Wij hebben ten aanzien van de inhoud van de jaarrekening en de presentatie van de cijfers in relatie tot de verslaggevingsregels geen significante tekortkomingen geconstateerd.

De teksten in het jaarverslag zijn niet inconsistent met het beeld van de jaarrekening maar de uitgangspunten voor het jaarverslag zijn niet altijd consistent toegepast. Het jaarverslag, bestaande uit de programmaverantwoording en de paragrafen, verbindt de inhoudelijke prestaties met de baten en de lasten. Het jaarverslag bevat de op grond van het BBV voorgeschreven onderdelen. De paragrafen bieden inzicht in een aantal onderdelen van de bedrijfsvoering alsmede het risicomanagement en de relatie tussen risico’s en weerstandscapaciteit. Een totaalanalyse op het niveau welk deel van het resultaat toerekenbaar is aan aanvullende financiering en welk deel van het resultaat het gevolg is van niet uitgevoerde activiteiten en kosten voordelen op wel uitgevoerde activiteiten, ontbreekt nog. Een belangrijk deel van de resultaat wordt daarbij als incidenteel beschouwd. Wij adviseren u meer aandacht te besteden aan deze analyses.

ACCOUNTANTSVERSLAG 9 van 24

6. RESULTAAT EN VERMOGENSPOSITIE 6.1 Resultaat 2021 Het resultaat over 2021 is, na mutaties in de reserves € 6,7 miljoen positief, tegenover een positief resultaat over 2020 van € 2,2 miljoen. De begroting na wijziging sloot met een positief saldo van € 4,1 miljoen. In de jaarstukken wordt het resultaat in het hoofdstuk ‘Rekeningresultaat’ op programmaniveau geanalyseerd. Uit deze analyse blijkt waaruit de verschillen tussen het gerealiseerde resultaat en de begroting na wijziging van € 2,6 miljoen bestaat. We zien in de resultaatanalyse een aantal herkenbare patronen die we ook elders tegenkomen: 

In het sociaal domein blijven de kostenontwikkelingen in de Jeugdzorg zorgen baren, ondanks de incidentele extra bijdrage is er een nadeel van € 0,9 miljoen. In de Wmo ontstaat een voordeel op het beschermd wonen van per saldo € 0,5 miljoen door dalende aantallen cliënten. Dit komt echter mede door een systeemwijziging en een overgang van clienten naar de Wet langdurige zorg. Daardoor is ook de rijksbijdrage lager.  Ook bij inkomensondersteuning is sprake van dalende aantallen cliënten hetgeen een voordeel ten opzichte van de begroting oplevert van bijna € 0,8 miljoen.  De winstneming in de grondexploitatie is bijna € 0,4 miljoen hoger.  Bij de algemene dekkingsmiddelen is sprake van een nadeel door het vormen van een voorziening precariobelasting van € 0,7 miljoen en een voordeel van € 0,4 miljoen dat is ontstaan naar aanleiding van het opstellen van suppletieaangiften BTW/BCF voorgaande jaren.  Op de samenwerking met gemeente Dantumadiel is ten opzichte van de begroting een voordelig resultaat gerealiseerd van € 0,8 miljoen. In de jaarstukken is een meer gedetailleerde analyse opgenomen van de resultaten per programma en de afwijkingen ten opzichte van de begroting.

6.2 Balans en vermogenspositie Ten tijde van de controle van de jaarrekening 2021 wordt gewerkt aan een nieuw college voor de komende vier jaar. Naast de ontwikkelingen die we in hoofdstuk 3 benoemd hebben en die een significante impact hebben op de gemeente Noardeast-Fryslân, kan ook een nieuw coalitieakkoord invloed hebben op de beoordeling van de huidige maar vooral de toekomstige financiële positie van uw gemeente. Het eigen vermogen ultimo 2021 volgens de balans van de gemeente Noardeast-Fryslân bedraagt in totaal € 56,4 miljoen (2020: € 48,9 miljoen). De samenstelling van het eigen vermogen ultimo 2021 respectievelijk voorgaande jaren, kan als volgt worden weergegeven: Eigen vermogen (in € 1.000)

2021

2020

2019

Algemene reserve

25.957

23.492

24.467

Bestemmingsreserves

23.704

23.210

5.900

Nog te bestemmen resultaat

6.699

2.234

-4127

Totaal

56.360

48.936

26.240

ACCOUNTANTSVERSLAG 10 van 24

Het resultaat over 2021 van € 6,7 miljoen is afzonderlijk in de balans opgenomen in afwachting van besluitvorming in uw Raad over het voorstel tot bestemming. Kengetallen (in € 1.000)

2021

2020

2019

Balanstotaal

192.979

197.884

169.010

Solvabiliteit

29,2%

24,7%

15,5%

De vermogenstoename bedraagt in 2021 € 7,4 miljoen. Over 2021 kent de gemeente NoardeastFryslân vóór mutaties reserves een totaalbedrag aan gerealiseerde baten van € 173,9 miljoen en € 166,5 miljoen aan gerealiseerde lasten. Het positieve saldo van € 7,4 miljoen dat hieruit voortvloeit, is het verschil in de vermogenspositie tussen 31 december 2020 en 31 december 2021. U heeft vooraf goedgekeurd dat bedragen aan de reserves onttrokken en toegevoegd mochten worden en per saldo is er € 0,7 miljoen toegevoegd. In totaal komt het nog te bestemmen resultaat dan uit op € 6,7 miljoen positief. In bovenstaande opstelling hebben wij de solvabiliteit zoals die blijkt uit de vastgestelde jaarrekeningen 2019 en 2020 en de nu vast te stellen jaarrekening 2021. De sprong die wordt gemaakt van 2019 naar 2020 is veroorzaakt door de opbrengst uit verkoop Eneco-aandelen. Afgezien van deze bijzondere mutatie blijkt de laatste jaren een gestage verbetering van de vermogenspositie. Wij hebben kennis genomen van de door de raad vastgestelde programmabegroting 2022 waarin ook een meerjarenbegroting is opgenomen voor 2022 tot en met 2025. Uit deze meerjarenbegroting blijkt dat over deze boekjaren het saldo van baten en lasten redelijk in evenwicht zijn. Hieruit kan worden afgeleid dat u voor 2022 tot en met 2025 geen grote mutaties in de vermogenspositie verwacht.

De toename van de solvabiliteit in 2021 ten opzichte van 2020 wordt veroorzaakt door de combinatie van een positief resultaat met een afgenomen balanstotaal als gevolg de aflossing van vaste geldleningen en een vermindering van kortlopende schulden. Indien geen rekening wordt gehouden met de bestemmingsreserves en het nog te bestemmen resultaat en alleen gekeken wordt naar de meest stabiele factor binnen het eigen vermogen te weten de algemene reserve ontstaat het volgende beeld: de algemene reserve van bijna € 26,0 miljoen komt ten opzichte van het totaal aan lasten voor mutaties in de reserves (€ 166 miljoen) uit op 15,6%. U hebt berekend dat de maximale financiële omvang van de top 20 aan de door u gedefinieerde risico’s ongeveer € 24 miljoen bedraagt. De algemene reserve dekt dit bedrag geheel af. Hieruit kan worden geconcludeerd dat sprake is van een gezonde vermogenspositie. In de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing heeft de gemeente Noardeast-Fryslân een inschatting weergegeven van de belangrijkste risicogebieden. Ook is aangegeven welke weerstandscapaciteit beschikbaar is voor het opvangen van de eventuele gevolgen van de gesignaleerde risico’s. Daaruit blijkt dat de gemeente van mening is dat het aanwezige weerstandsvermogen voldoende is om de gesignaleerde risico’s te kunnen afdekken.

Wij hebben geen redenen om deze opvatting in twijfel te trekken maar zien wel mogelijkheden om het gebruik van het huidige systeem te verbeteren en ook het eigenaarschap van het risicomanagement te verbreden. Net als in het verleden is de basis van uw risicomanagement overigens om 90% van de risico’s af te dekken. We merken verder nog op dat gemeenten in 2022 een bedrag ineens krijgen als tegemoetkoming in de tekorten van de jeugdzorg die in de afgelopen jaren zijn opgelopen. Dat betreft voor de gemeente Noardeast-Fryslan een bedrag van € 4,4 miljoen. Dit bedrag is in de Turap verwerkt.

ACCOUNTANTSVERSLAG 11 van 24

7. BEVINDINGEN JAARREKENINGCONTROLE 7.1 Betere afspraken over het jaarverslag maken Accountants beoordelen in het kader van de controle van de jaarrekening ook of het jaarverslag en de jaarrekening verenigbaar zijn met elkaar. Met andere woorden is sprake van tegenstrijdige informatie of anderszins discrepanties bestaan tussen de cijfers en de toelichtende teksten. Deze beoordelen is van een andere aard dan de controle van de jaarrekening zelf maar is wel belangrijk. De jaarrekening is feitelijk de ‘foto’ en het jaarverslag het onderschrift. Om die reden nemen wij kennis van het jaarverslag en stellen ook vragen over de beschreven activiteiten en waarde die het college daaraan geeft. De verslaggevingsvoorschriften verplichten ook om een verantwoording over de drie W-vragen op te nemen. Deze vragen zijn: Wat hebben we gedaan, wat hebben we bereikt en wat heeft het gekost. De laatste vraag is tamelijk eenduidig af te leiden uit het overzicht van baten en lasten en de toelichting op de afwijkingen per programma. We merken daarbij op dat de afwijkingen per product worden geanalyseerd en niet per programma zoals in de verordening is opgenomen, hetgeen ertoe leidt dat er meer wordt toegelicht dan strikt noodzakelijk. De informatiepositie van de raad is hierdoor dus groter dan is afgesproken.

Eerder hebben wij ook opgemerkt dat uw smart-doelstellingen niet in alle gevallen ook daadwerkelijk smart geformuleerd zijn. Minder eenduidig is de waarde die het college toekent aan de verrichte activiteiten. U gebruikt hiervoor het zogeheten stoplichtmodel. Daarbij staat een groen vinkje voor afgerond, een groen licht betekent dat u op koers ligt en oranje en rood betekent dat er vertraging of afwijkingen te melden zijn. Deze beoordeling door het college wordt volgens de jaarstukken uitgevoerd op basis van de voortgang van de doelen. Het college en de ambtelijke organisatie hebben echter de waardering bepaald aan de hand van de verrichte inspanningen. Op onderdelen kan dat leiden tot een andere kleurscore. Als voorbeeld noemen wij de doelstelling omdat het aantal inwoners met depressieve gevoelens te verminderen. Het college beschrijft de activiteiten en waardeert deze met een groen stoplicht. Uit de toelichtende tekst blijkt echter dat sprake is van een lichte stijgende tendens in 2021. Desgevraagd heeft het college aangegeven tot deze kleurcode te zijn gekomen omdat de inspanningen wel zijn verricht. In het kader van onze beoordeling of de jaarrekening en het jaarverslag met elkaar verenigbaar zijn leidt dit vanwege het ontbreken van financiële informatie niet tot een tegenstrijdigheid maar we concluderen wel dat op dit punt verbetering nodig is.

Wij adviseren u betere afspraken te maken met het college over de wijze waarop hierover gerapporteerd wordt.

7.2 Sociaal domein 7.2.1 Sociale Verzekeringsbank (SVB) Ook in 2021 heeft de SVB geen goedkeurend oordeel ontvangen bij haar verantwoording van de bestedingen van de persoonsgebonden budgetten (PGB’s). De huidige foutpercentages die leiden tot een verklaring met beperking voor zowel de jeugdwet als de Wmo, zijn vergelijkbaar met voorgaand jaar. In aanvulling op de controle-uitkomsten verstrekt de SVB een projectiebrief. De projectiebrief kan voor de gemeente als hulpmiddel dienen om de uitkomsten van de rechtmatigheidscontrole te projecteren op de individuele bestedingen. Voor Noardeast-Fryslân zijn deze geprojecteerde fouten beperkt en niet meegenomen in de foutevaluatie. SVB voert geen eigen werkzaamheden uit om de feitelijke levering van zorg (prestatielevering) vast te stellen. De gemeenten staan daarom voor de keus de controle op prestatielevering al dan niet zelf ACCOUNTANTSVERSLAG 12 van 24

uit te voeren. Gemeente Noardeast-Fryslân kiest er al enkele jaren voor om de toets op daadwerkelijk levering van zorg zelf te doen. Deze toets vind plaats middels accountgesprekken met de cliënt. Hieruit zijn in 2021 geen bijzonderheden naar voren gekomen. Dit geldt zowel voor bestedingen uit hoofde van de Jeugdwet als de Wmo. 7.2.2 Uitkomsten sociaal domein en sociale zaken De uitvoering van de Wmo heeft u in belangrijke mate in eigen hand. De gemeente verstrekt zelf de beschikking en is betrokken bij de inkoop van zorg. Wanneer het gaat om jeugdzorg is de gemeente afhankelijk van Sociaal Domein Fryslân (SDF). De financiële effecten van de eigen uitvoering maar ook die van SDF komen gezamenlijk tot uitdrukking in de gemeentelijke jaarrekening. Zowel door de gemeente als door ons zijn dossiercontroles verricht om de getrouwheid en rechtmatigheid van bestedingen uit hoofd van Wmo en de Jeugdwet vast te stellen. We hebben kennisgenomen van uw interne werkzaamheden en rapportages. Hieruit bleken geen bevindingen m.b.t. de rechtmatigheid naar voren te komen. Ook uit onze eigen deelwaarneming die onafhankelijk van uw deelwaarneming is uitgevoerd blijken geen bevindingen. Eenzelfde aanpak is gevolgd voor de controle van de sociale regelingen (PW, IOAW, LKS, etc.). Wij hebben kennisgenomen van uw controlewerkzaamheden en hebben zelf aanvullende controles verricht.

Los van enkele afrondingsverschillen in de betalingen zijn er geen bevindingen geweest welke een gevolg hebben voor het rechtmatigheidsoordeel. Ter vaststelling van de prestatielevering bent u voor sociaal domein en sociale zaken nog steeds afhankelijk van externe partijen die middels de productieverantwoording met (afhankelijk van de bestedingen) bijbehorende controleverklaring verantwoording afleggen omtrent geleverde zorg. U heeft een verband gelegd tussen totalen volgens de productieverantwoordingen en de totalen volgens uw eigen financiële administratie. Dit leidt tevens tot een verplichting die in het volgende jaar tot betaling komen van € 692.000 voor WMO en € 1.298.000 voor Jeugd. Met betrekking tot de onderhanden werk positie in de jeugdzorg constateren wij dat hierop nog geen gedetailleerde analyses plaatsvinden. Het karakter van de post brengt onzekerheden met zich mee. Deze post is bij veel zorgaanbieders geen onderdeel van de accountantscontrole. Het totaal van de onzekerheden bedraagt afgerond € 1,3 miljoen. 7.2.3 Uitvoering TOZO en TONK Als reactie op de Corona-pandemie zijn door het rijk diverse steunmaatregelen ingesteld, waarbij gemeenten een belangrijke rol hebben in de uitvoering. Het betreft de Tijdelijke Overbruggingsregelingen Zelfstandige Ondernemers (TOZO) en de Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Lasten (TONK).

Verantwoording aan het rijk geschiedt door middel van de SiSabijlage. De gemeente Noardeast-Fryslân heeft de werkzaamheden inzake TOZO uitbesteed aan centrumgemeente Leeuwarden. Wij hebben vastgesteld dat de verantwoorde TOZO lasten aansluiten op de opgave van de uitvoerende (centrum-)gemeente Leeuwarden. De totale afwijkingen zijn onder onze rapporteringsgrens. Wij hebben vanuit de accountantscontrole bij de centrumgemeente begrepen dat de procedures wat betreft het toekennen van de uitkeringen en het opvolgen van -signalen van het Inlichtingenbureau in opzet adequaat zijn (dat is gelijk aan voorgaand jaar). Belangrijk om te benadrukken is dat de gemeente zelf verantwoordelijk blijft voor het rechtmatig verstrekken van de TOZO-uitkeringen en dat er voldoende opvolging moet zijn en blijven omtrent de IB-signalen. Wij gaan er in dit verband van uit dat de gemeente Noardeast-Fryslân door de uitbesteding van de uitvoering van de TOZO aan de gemeente Leeuwarden impliciet het M&O-beleid en de opvolging van de signalen van het Inlichtingenbureau als “eigen” normering overneemt.

ACCOUNTANTSVERSLAG 13 van 24

7.3 Europees aanbesteden blijft aandacht vragen We signaleren dat decentrale overheden veel aandacht hebben voor rechtmatig inkopen en aanbesteden. Dat geldt ook voor de gemeente Noardeast-Fryslân. We zien ook in de praktijk dat het een lastig, en soms complex en weerbarstig onderwerp is. Binnen de gemeente is een inkoopbeleid vastgesteld en zijn procedures ontwikkeld om te borgen dat de regels wordt gevolgd. Een sluitend contractenregister en gestructureerde inkoopstartformulieren zijn voorbeelden waarmee gemeente Noardeast-Fryslân zich verder kan verbeteren om grip op het aanbestedingsproces te behouden. De gemeente geeft invulling aan de check op rechtmatig inkopen en aanbesteden door 2x per jaar een spendanalyse op te stellen met als doel vast te stellen in hoeverre is voldaan aan de rechtmatigheidsvereisten. Deze analyse is ingestoken op kostensoort, wat een goed uitgangspunt is. Wel heeft het de voorkeur om de analyse over 4 jaar uit te voeren om een vollediger beeld te krijgen van de bestedingen. De aanbestedingswet en de Gids Proportionaliteit geven nadere duiding in de te volgen aanpak maar stellen ook tegelijkertijd dat het niet is toegestaan om voorgenomen transacties onnodig samen te voegen dan wel te knippen.

De gedachte achter de regels is het transparant maken van inkoopprocessen en het voorkomen van “uitschakeling” van de concurrentie door onnodig clusteren dan wel knippen. Wij hebben kennis genomen van de meest recente spendanalyse welke over geheel 2021 is uitgevoerd. We hebben de volgende aanbevelingen:  Het verdient aandacht om de bestedingen over vier jaar per kostensoort in de analyse op te nemen. Dit geeft een meer volledig beeld over de bestedingen.  De interne analyse op rechtmatigheid mag grondiger. Aanvullend op hetgeen nu wordt getoetst dient aandacht te worden besteed aan het (on)bewust knippen of samenvoegen van opdrachten of de mate waarin subsidies een in rechte afdwingbaar karakter kennen. Op basis van uw eigen analyse en onze controlewerkzaamheden komt de totale onrechtmatigheid afgerond op € 910.000 en blijft daarbij binnen de grenzen van een goedkeurend oordeel

7.4 Begrotingsrechtmatigheid Het stelsel van begroten en de bewaking hiervan moet waarborgen dat de baten en lasten binnen de (gewijzigde) begroting blijven en dat belangrijke wijzigingen of dreigende overschrijdingen tijdig worden gemeld aan de gemeenteraad. De raad kan dan tijdig (binnen het begrotingsjaar) een besluit omtrent het aanpassen van de begroting kan nemen. Wij hebben vastgesteld dat de totale lasten van de gemeente Noardeast-Fryslân de begroting 2021 na wijziging niet hebben overschreden. Echter zijn er op programmaniveau verschillen op te merken. De gemeente Noardeast-Fryslân heeft in het hoofdstuk ‘Analyse begrotingsrechtmatigheid’ in de jaarrekening, een analyse gegeven van de oorzaken van de overschrijdingen van de lasten op programmaniveau. Daarbij is aangegeven dat het college van mening is dat de afwijkingen passen binnen het beleid van de Raad. Gezien de aard van de overschrijdingen, te weten met name kosten waar hogere baten tegenover staan, meerkosten van open-einde-regelingen zoals in het sociaal domein, kunnen wij ons vinden in de opvatting van het college. De geconstateerde begrotingsoverschrijdingen tellen niet mee in de financiële foutevaluatie, derhalve hebben deze ook geen gevolgen voor het oordeel in de controleverklaring.

7.5 Schattingen in de jaarrekening consistent verwerkt Inherent aan het opmaken van een jaarrekening is dat het college schattingen moet doen. Daarbij hoort dat schattingen uiteen kunnen lopen vanwege het deels subjectieve karakter en de ACCOUNTANTSVERSLAG 14 van 24

beschikbare informatie. Om die reden zijn schattingen meer dan gemiddeld vatbaar voor beïnvloeding door het management of door derden en daardoor hechten we nog meer dan bij andere jaarrekeningposten aan een gedegen onderbouwing van de schattingen. Deze onderbouwing moet de subjectiviteit in het schattingsproces reduceren, maar een zekere bandbreedte, variërend van een te voorzichtige schatting tot een te optimistische schatting, blijft aanwezig. In het controleproces hebben we ten aanzien van een aantal posten met de organisatie gesproken over de veronderstellingen en de methodieken onder de schattingen. Het algemene beeld dat bij ons ontstaat, is dat de schattingen blijven binnen de hiervoor bedoelde bandbreedte, correct zijn onderbouwd en dat de uitgangspunten voor schattingen consistent worden toegepast. Desalniettemin hoort het inherent bij schattingen, dat de werkelijkheid uiteindelijk kan afwijken. Om die reden adviseren wij u ook om naderhand een beoordeling uit te voeren op de feitelijke uitkomst zodat u deze beoordeling kunt gebruiken voor toekomstige schattingen.

7.6 Voorzieningen en reserves 7.6.1 Inleiding Bij de herindeling heeft een boekhoudkunde harmonisatie plaatsgevonden van de wijze waarop wordt omgegaan met reserves en voorzieningen. Hoewel reserves en voorzieningen vaak in één adem genoemd worden is het onderscheid tussen reserves en voorzieningen in de verslaggeving belangrijk. Het onderscheid is ook een tamelijk hard. Om ook inhoudelijk te harmoniseren zijn nieuwe beheerplannen nodig voor bijvoorbeeld riolering, wegen en gebouwen. Deze nieuwe beheerplannen moet ook op basis van dezelfde uitgangspunten worden opgesteld. De afgelopen jaren hebben we vaker aandacht gevraagd voor de actualiteit van de plannen en de vertraging in de uitvoering. We constateren dat in 2021 en begin dit jaar diverse beheerplannen door de raad zijn vastgesteld. Daarmee heeft u nu een adequate onderbouwing van de kostenegalisatievoorzieningen die u voor een aantal beheeronderdelen gaat vormen of in 2021 gevormd heeft. Gezien de wens om gemeentebreed tot een eenduidige financieringssystematiek te komen is de Nota Kapitaalgoederen 2022 - 2026 opgesteld. In deze nota wordt een aantal scenario’s gepresenteerd voor het onderhoud van Gebouwen, Kunstwerken, Baggeren, Wegen en Openbare Verlichting.

Hoewel de nota betrekking heeft op de jaren 2022 tot en met 2026 geldt bij kostenegalisatievoorzieningen dat vooruitkijken naar de toekomst belangrijker is dan terugkijken. Dat betekent dat voorzieningen ten tijde van het opmaken van de jaarrekening adequaat onderbouwd moeten zijn. Gezien de recent opgelopen rente en inflatie kan daar bij sommige voorzieningen al vrij snel spanning ontstaan op de toereikendheid van het saldo in de voorziening. Dit effect doet zich met name in 2022 voor. De begrote in casu verwachte dotaties zullen wellicht hoger uitvallen dan geraamd en ook de toekomstige kosten zullen opnieuw doorgerekend moeten worden, indien de rente en inflatie zich duurzaam op hogere niveaus blijft bewegen. In de Nota Kapitaalgoederen 2022 - 2026 is voor boekjaar 2022 een eenmalige storting van € 1,5 miljoen in de voorziening groot onderhoud kunstwerken voorzien. Deze eenmalige storting is door de gemeente echter reeds in 2021 doorgevoerd. Daarmee is in 2021 een voorziening groot onderhoud kunstwerken ontstaan. Voor de overige in de nota genoemde onderdelen is echter nog geen voorziening gevormd (Gebouwen, Baggeren, Wegen, Openbare Verlichting). Het vormen van een voorziening groot onderhoud kunstwerken staat haaks op de keuze die door de raad gemaakt is ten aanzien van riolering.

Voor riolering is namelijk overgegaan van een voorziening voor groot onderhoud naar het activeren van groot onderhoud. Zie voor meer informatie de volgende paragraaf. De schakering van reserves en voorzieningen voor onderhoud is met deze mutaties weer iets rijker geworden.

ACCOUNTANTSVERSLAG 15 van 24

Wij adviseren om met betrekking tot onderhoud kapitaalgoederen, voor zover dat nog niet is gebeurd, het gebruik van bestemmingsreserves en voorzieningen, met inachtneming van de BBVregels, te heroverwegen en de komende jaren een eenduidige methodiek voor financiering van onderhoud toe te passen. 7.6.2 Stelselwijziging financiering riolering Tot en met 2020 werden voor riolering twee voorzieningen gehanteerd te weten de voorziening Groot onderhoud riolering. In de raadsvergadering van 16 december 2021 is gesproken over de verwachte effecten van klimaatverandering en de daarmee samenhangende te maken kosten voor het klimaatrobuust maken en het duurzaam inrichten van de buitenruimte in Noardeast-Fryslân en is een nieuw GRP vastgesteld. Bij rioolonderhoud zal in het vervolg ook rekening moeten worden gehouden met de financiering van deze kosten. Op basis van een beleidsadviesdocument van een externe partij, waarin verschillende scenario’s voor de financiering van rioolonderhoud zijn uitgewerkt, is door de raad daarom een nieuwe financieringsmethodiek van het rioolonderhoud vastgesteld. De wijziging houdt in dat het saldo van de voorziening voor toekomstige vervangingsinvesteringen wordt samengevoegd met de voorziening groot onderhoud riolering.

Het groot onderhoud zal met ingang van 2021 niet meer ten laste van een voorziening worden gebracht maar zal worden geactiveerd in de balans en vervolgens zal hierover jaarlijks worden afgeschreven. De hieruit voortvloeiende kapitaallasten zullen jaarlijks in de exploitatie worden verantwoord. Feitelijk is daarmee de voorziening voor groot onderhoud vervallen en is het saldo beschikbaar gemaakt voor de verwachte kosten door klimaatverandering. Verslaggevingstechnisch is hier sprake van een stelselwijziging. Deze stelselwijziging is in de jaarrekening nader toegelicht in het hoofdstuk Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling. Het raadsbesluit gaat op dit effect verder niet in. Wij constateren dat de raad heeft besloten tot het omvormen van een kostenegalisatievoorziening naar een tariefegalisatievoorziening. Dat betekent dat kosten voor riolering niet meer direct uit de voorziening worden gedekt maar uitsluitend via het saldo op het product worden verrekend. Dit besluit staat haaks op het bredere beleid uit de nota kapitaalgoederen. De overwegingen hiervoor zijn echter niet in het raadsvoorstel opgenomen. In de jaarrekening wordt toegelicht dat de nieuwe voorziening gepresenteerd wordt als onderhoudsvoorziening maar dient ter egalisatie van het tarief.

7.6.3 Voorziening precariorechten Kollumerland Een rechtsvoorganger van de gemeente Noardeast-Fryslân te weten de voormalige gemeente Kollumerland en Nieuwkruisland heeft per 1 juli 2015 een precariobelasting ingevoerd. Een netwerkbeheerder heeft bezwaar aangetekend tegen de opgelegde aanslag 2017. Naar haar mening is de aanslag op grond van het niet goed toepassen van de gemeentelijke verordening onterecht opgelegd. Zij heeft als eiseres de zaak aanhangig gemaakt bij de rechtbank. In hoger beroep heeft Rechtbank Noord-Nederland op 12 januari 2022 uitspraak gedaan ten gunste van de netwerkbeheerder. Wij hebben begrepen dat de gemeente in cassatie zal gaan. Aangezien de kans dat de betreffende precariobelasting aan eiseres dient te worden vergoed door de uitspraak aanzienlijk is toegenomen is in de jaarrekening een voorziening opgenomen ter hoogte van de betreffende precariobelasting en bijkomende kosten van € 685.000. Wij achten het vormen van de voorziening, gezien de nieuwe ontwikkelingen, aanvaardbaar.

7.7 Subsidies en prestatielevering De gemeente Noardeast-Fryslân verstrekt tal van subsidies aan instellingen in de gemeente om maatschappelijke activiteiten en andere initiatieven te ondersteunen die u belangrijk vindt. De doelstellingen in verordeningen, beleidsstukken en beschikkingen zijn meestal zodanig ruim geformuleerd dat de subsidieontvanger een zekere mate van ruimte heeft in de besteding. Tegelijkertijd betekent dat ook dat er meestal geen eenduidige en keiharde norm is waartegen de prestaties van de subsidieontvanger (moeten) worden afgezet. ACCOUNTANTSVERSLAG 16 van 24

Veelal is de verantwoording financieel ingestoken en wordt voor het inzicht in activiteiten en prestaties naast het jaarverslag ook gebruik gemaakt van ambtelijk en bestuurlijk overleg. In de afgelopen coronajaren hebben instellingen soms tijdelijk hun deuren moeten sluiten en in andere perioden hun activiteiten moeten uitstellen en/of anders moeten invullen. Ook als evenementen niet doorgaan of als de bibliotheek tijdelijk dicht is, lopen kosten geheel of deels wel door. Om die reden zijn er de afgelopen jaren steunmaatregelen geweest en betrachten overheden coulance in de beoordeling van activiteiten en prestaties in relatie tot de vaststelling van de subsidie. De gemeente Noardeast-Fryslân heeft een algemeen beleidskader geformuleerd hoe in het vaststellingsproces in 2021 omgegaan wordt met het toetsen op de levering van de tegenprestatie die tegen over de subsidie staat. U toont daarin enige coulance en daar is de Raad op verschillende momenten ook over geïnformeerd. Ten tijde van de controle waren de meeste subsidies over 2021 nog niet definitief vastgesteld. Eventuele verrekeningen zullen daarom in de jaarstukken 2022 naar voren komen, waarbij ter voorbereiding op de jaarrekeningcontrole voor belangrijke subsidies een beoordeling op hoofdlijnen heeft plaatsgevonden om te zien of er onbalans is in de subsidieverlening.

Hieruit komen op dit moment geen noemenswaardige signalen naar voren. Wel is met betrekking tot 2021 gebleken dat niet altijd voldoen is aan de formele regels inzake tijdige indiening van subsidieaanvragen door de betrokken instellingen, tijdige beschikking door de gemeente en tijdige vaststellingsbeschikking door de gemeente. Uiteindelijke resulteren deze slordigheden niet in een fout die in ons oordeel wordt meegewogen maar wij adviseren wel om het subsidieproces op de genoemde punten scherper te bewaken.

8. MATERIALITEIT EN OORDEEL Op grond van de verslaggevingsregels, de voorschriften die het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties uitvaardigt, alsmede de beroepsregels van de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA) zijn een aantal rapportage onderdelen verplicht. In dit deel van het accountantsverslag hebben we deze opgenomen.

8.1 Controletoleranties en diepgang van de controle Controletolerantie is de term waarmee accountants aanduiden met welke precisie de controle wordt uitgevoerd. De maximumnormen die hiervoor gelden zijn opgenomen in het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado). De gemeenteraad heeft de mogelijkheid deze normen neerwaarts bij te stellen maar daar heeft u geen gebruik van gemaakt. Het is overigens ook niet gebruikelijk dat wel te doen. Het wettelijk maximum bedraagt 1% van de lasten voor fouten respectievelijk 3% van de lasten voor onzekerheden. Toevoegingen aan reserves worden in dit kader ook als lasten beschouwd. Uw lastentotaal over 2021 bedraagt, inclusief toevoegingen aan reserves, afgerond € 179 miljoen. Goedkeuringstoleranties

Grondslag

Fouten Onzekerheden

1% van de totale lasten 3% van de totale lasten

Bedrag (afgerond)

€ 1.790.000 € 5.370.000

ACCOUNTANTSVERSLAG 17 van 24

De rapporteringstolerantie heeft het karakter van een afspraak waarboven wij controleverschillen aan u rapporteren. Op grond van onze eigen vaktechnische regels rapporteren wij afwijkingen van meer dan 5% van de goedkeuringstolerantie. Op basis van deze tabel komt de rapporteringstolerantie uit op € 89.500. Dit bedrag geldt zowel voor controleverschillen met betrekking tot getrouwheid als rechtmatigheid.

8.2 Overzicht van niet-gecorrigeerde controleverschillen In onderstaand overzicht hebben we de samenvatting opgenomen van de geconstateerde controleverschillen die niet gecorrigeerd zijn. Daarbij is het belangrijk te onderkennen dat bij rechtmatigheidsfouten herstel doorgaans niet mogelijk is, omdat de betreffende handeling niet ongedaan gemaakt kan worden. Ook is het zo dat alle verschillen en onzekerheden met betrekking tot de getrouwheid, ook in het oordeel over rechtmatigheid meetellen, omdat op dit punt de verslaggevingsregels niet zijn gevolgd. Dientengevolge is het onze ervaring dat de grenzen bij rechtmatigheid sneller overschreden worden dan bij getrouwheid. Niet gecorrigeerde controleverschillen in euro

Bedrag

Invloed eigen vermogen ultimo jaar

Invloed resultaat

NVT

NVT

NVT

Ten aanzien van de uitvoering van de Jeugdwet is onvoldoende verantwoordingsinformatie ontvangen over de juistheid, volledigheid en rechtmatigheid van de verleende zorg en het onderhanden werk.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=noardeastfryslan&id=5059b582-9bc9-4d6f-87d1-b18479415a37