211117 Brief aan gemeenteraad over warmtevisie november 2021
Tekst van het document
Aan de leden van de gemeenteraad van Noardeast-Fryslân
Marrum/Holwerd, 16 november 2021 Geachte raadsleden, Naar aanleiding van de Transitievisie Warmte vragen we uw aandacht voor het volgende. De warmtevisie ziet veel mogelijkheden om groen gas in te zetten voor verwarming van woningen. Er worden wel kanttekeningen gemaakt over onder andere de beperkte beschikbaarheid, maar desondanks wordt de conclusie getrokken dat de hybride warmtepomp aangevuld met groen gas in de meeste wijken de goedkoopste oplossing is. In onze dorpen hebben we inmiddels enige ervaring met biovergisters. Graag willen we een aantal punten naar voren brengen en een aantal suggesties doen met betrekking tot de productie van groen gas in onze gemeente. 1.
Randvoorwaarde: beschikbaarheid voor woningen
In de warmtevisie staat: “Een tweede randvoorwaarde vanuit de gemeente is dat inwoners mee kunnen profiteren van het gebruik van groengas.”1 Dat is nog niet zo eenvoudig. Op dit moment is het zo geregeld dat voor de productie van groen gas Garanties van Oorsprong (GvO’s) worden afgegeven en dat de koper van de GvO’s als gebruiker van het groene gas wordt aangemerkt. (Zou er geen aardgas meer, maar alleen nog groen gas in de gasleidingen stromen, dan gaat dit gas naar de kopers van de GvO’s.) De GvO’s komen over het algemeen terecht bij bedrijven en in de transportsector en er hangt een behoorlijk prijskaartje aan. Slechts een enkele aanbieder biedt GvO’s aan voor huishoudelijk gebruik van groen gas. In een kamerbrief schreef de minister van EZK2: ‘Voor groen gas geldt bovendien dat deze energiedrager nog niet toekomstbestendig gealloceerd kan worden. Doordat groen gas fysiek identiek is aan aardgas en via hetzelfde aardgasnet geleverd wordt, kan de levering van groen gas aan consumenten alleen aangetoond worden met garanties van oorsprong. Op dit moment beschikken gemeenten niet over instrumenten om de levering of afname van groen gas met garanties van oorsprong verplicht te stellen, te handhaven en/of te monitoren.
Zonder een dergelijk instrumentarium blijft het voor inwoners van wijken die aangewezen zouden worden als “groen gas wijk” mogelijk om grijs aardgas te consumeren en kan een gemeente niet vaststellen of het geleverde aardgas in een wijk hernieuwbaar of fossiel van oorsprong is. De rijksoverheid denkt na over een bijmengverplichting voor groen gas, maar het is de vraag of daarmee voldoende invulling wordt gegeven aan de in de warmtevisie gesteld randvoorwaarde. In dezelfde brief stond dat duurzame gassen (waterstof en groen gas) niet of alleen als pilots inzetbaar zijn voor wijken die tot 2030 aardgasvrij gemaakt worden en dat pas na 2030 er meer duidelijkheid zal bestaan over de mogelijke inzetbaarheid.3
1
Blz. 11 Transitievisie Warmte https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2021/04/28/kamerbrief-visie-transitiewarmtesysteem 3 “Richting 2030 moet gesteld worden dat duurzame gassen nationaal (en daarmee voor heel Nederland) niet robuust zijn omdat er nog te veel onzekerheden bestaan. Deze twee strategieën zijn daarmee dan ook niet -of alleen op het niveau van pilots- inzetbaar voor de wijken die tot 2030 aardgasvrij gemaakt worden in het kader van de wijkgerichte aanpak. Na 2030 zullen deze gassen naar verwachting verder opgeschaald zijn en zal er meer duidelijkheid bestaan over de kosten, het aanbod en de vraag uit andere sectoren als industrie en transport.” 2
2.
Randvoorwaarde: voorkomen van stank en geluidsoverlast
De warmtevisie benoemt ook als voorwaarde dat stank en geluidsoverlast voorkomen moeten worden.4 Op dit moment is dat een heikel punt bij bestaande vergisters. Het leek goed geregeld te zijn in de oprichtingsvergunningen5, maar de praktijk bleek wel eens anders. En dan blijkt dat het bevoegd gezag wel degelijk (veel) geurhinder bij woningen en bedrijven toestaat, waardoor het vertrouwen in het bevoegd gezag is geschaad. Industriële vergisters zijn voor zover wij weten bij de meeste bestemmingsplannen in de gemeente in principe mogelijk op bedrijventerreinen met milieucategorie 3.2 of hoger. Of deze bedrijfsterreinen werkelijk geschikt zijn, is de vraag, maar in de huidige situatie lijkt de gemeente weinig mogelijkheden te hebben om een eventuele vergunningaanvraag af te wijzen. Voor vergisters bij boerderijen zijn op dit moment mogelijk als het om vergisting van eigen mest gaat (geurhinder speel daarbij over het algemeen geen rol.) Of en in hoeverre een landbouwbedrijf naast eigen mest ook co-producten en mest van elders mag vergisten is afhankelijk van het ter plekke geldende bestemmingsplan. 3.
Lokale grondstoffen voor vergisting
Blijkens de warmtevisie is het belangrijk dat de te vergisten mest, restromen van de voedingsmiddelen- en genotsmiddelenindustrie, en gewasresten een lokale herkomst hebben. Het transporteren van biomassa t.b.v. vergisting doet afbreuk aan de duurzaamheid. Dit geldt al helemaal voor drijfmest, omdat hier weinig energie uit te halen is. Daarom is het terecht dat in de warmtevisie belang wordt gehecht aan de lokale beschikbaarheid van mest en andere reststromen. Of de theoretisch beschikbare mest en reststromen zonder kaderstelling ook feitelijk zullen worden ingezet, is de vraag. Uit de praktijk bij bestaande vergisters blijkt dat veel grondstoffen van ver komen. Ook blijkt dat het digestaat bij afnemers, zeker in de akkerbouw, over het algemeen minder in trek is dan drijfmest.6 4.
Goedkoopste oplossing?
Laten we vooropstellen dat voor de meeste woningen alle oplossingen heel duur zijn. Maar de conclusie dat groen gas het goedkoopste zal zijn, is o.i. zeer onzeker en voorbarig, ook gezien de hiervoor genoemde kamerbrief. In de warmtevisie staat de volgende voorspelling: De voorspelde productieprijs van groengas in 2030 is €0,67 per kuub tegenover een aardgasprijs van €0,41 per kuub. De SDE++ trekt de prijs van groengas gelijk aan die van aardgas.7 Bij de opmerking over de kostprijs zijn de volgende opmerkingen te maken: de subsidie op groengas wordt nu opgebracht uit de ODE- opslag op de energierekening. Naarmate meer woningen gasloos en (bijna) energieneutraal worden, moet dit door kleinere groep worden opgebracht en uiteindelijk moet de hoge prijs van groengas waarschijnlijk gewoon door de eindgebruiker worden opgebracht. groengasproductie vindt gelijkmatig plaats, het verbruik vindt vooral in de winter met hoge 4
Blz. 11 Transitievisie Warmte Daar staan dingen in als ‘redelijkerwijs geen geurhinder te verwachten bij geurgevoelige objecten’, ‘geur van biomassastromen mag zich niet buiten de inrichting verspreiden’ of ‘ter plaatse van geurgevoelige objecten mag geen geur waarneembaar zijn.’ 6 Zie bijvoorbeeld het volgende artikel https://www.nieuweoogst.nl/nieuws/2021/10/25/akkerbouwer-vander-bos-kringlooplandbouw-is-heel-complex. “Het uitrijden van digestaat over de pootaardappelen bleek bovendien geen succes. 'We dachten dat dit het ei van Columbus was. Maar we kregen niet de bodem die we wilden als pootgoedteler. Voor de bodembiologie is het funest', stelt Van der Bos.” 7 Blz. 28 Transitievisie Warmte 5
pieken plaats. Het zal dus nodig zijn om groengas op te slaan. Dat kan, maar er hangt wel een prijskaartje (en energieverbruik) aan. er wordt altijd gezegd dat het gasnet er al ligt en dat het daardoor goedkoop is. Bedenk wel dat de kosten van het gasnet door steeds minder gebruikers opgebracht moet worden, dus hoger worden. En bij groengasproducten moeten vaak ook investeringen in het gasnet worden gedaan. Bijvoorbeeld aansluiting naar grotere gasleiding, ‘boosters’ etc. voor groengasproductie is veel energie nodig, o.a. warmte en elektriciteit en vaak ook transport. Zeker bij vergisting van drijfmest gaat het relatief om veel elektriciteit omdat uit drijfmest minder gas te halen is dan uit co-producten.8 Maar belangrijker is dat de prijs niet wordt bepaald door de kostprijs, maar door vraag en aanbod. Dit hebben we afgelopen periode kunnen zien met de prijsontwikkeling van aardgas. Het huidig gebruik van gas in Nederland is ca. 40 miljard kuub per jaar, waarvan 9 miljard kuub voor woningen. Er wordt gestreefd naar een productie van 2 miljard kuub groen gas in 2030 en de opschaling die daarna wordt voorzien komt lang niet in de buurt van het huidige gebruik en is vooral afhankelijk of de vergassingstechniek gaat doorbreken.
Groen gas zal dus schaars zijn en er zijn andere toepassingen (industrie, zwaar transport en oude binnensteden) waarvoor alternatieven minstens zo problematisch zijn. De gevolgen voor de prijs laten zich raden. Het lijkt verstandig om de onzekerheden t.a.v. wat in 2030 en later het goedkoopste zal zijn door te vertalen in de conclusies van de warmtevisie. Ook om te voorkomen dat bewoners gaan rekenen op betaalbaar groen gas in de toekomst en daarom bijvoorbeeld bij een verbouwing hun woning niet volledig gaan isoleren en met warmtepomp verwarmen, terwijl dit technisch wel mogelijk zou zijn. 5.
Overige punten
Mest wordt als belangrijkste grondstof genoemd voor vergisting. De mest van koeien die in de wei lopen kan niet voor groengasproductie worden gebruikt. Wil de gemeente meer weidegang of groengasproductie stimuleren? Naarmate groengasproductie financieel aantrekkelijker wordt, is er minder stimulans voor een boer om koeien te laten weiden. Een vergister bij een boerderij wordt veel minder rendabel als een deel van het jaar geen volledige productiecapaciteit wordt benut als gevolg van weidegang. Naast mest zijn volgens onderzoek gewasresten een grote potentiële grondstof voor biogasproductie. Gewasresten zoals bietenloof of groenbemesters worden nu op het land gelaten en gebruik voor de grond i.v.m. de mineralen en organische stof, ook ten behoeve van de bewerkbaarheid en het vermogen om vocht vast te houden in de grond. Het restproduct digestaat van industriële vergisters is kostbaar om kwijt te kunnen en gaat vaak deels naar het buitenland. Daarom is de ontwikkeling gaande dat het digestaat wordt bewerkt (raffinage) tot bemestingsproducten (kunstmestvervangers genoemd) die naar men verwacht meer opleveren c.q. minder kosten om kwijt te raken. Het maken van deze producten kost veel energie en bij het scheiden en verder bewerken van digestaat is geur een belangrijk aspect.
Bepaalde producten hoeven in de toekomst mogelijk niet meer als dierlijke mest te worden beschouwd, zodat de maximumhoeveelheden voor fosfaat en stikstof uit dierlijke mest, die een boer mag aanwenden, voor deze meststoffen niet van toepassing zijn. Bij verbranding van groen gas in een hybride warmtepomp/cv-ketel worden stikstofoxiden gevormd (NOx). Dit draagt dus bij aan de stikstofuitstoot, anders dan energiebronnen waarbij geen verbranding plaatsvindt, zoals wind- of zonne-energie of aquathermie.
8
Een voorbeeld: uit een vergunningaanvraag van dit jaar van de biovergister in Holwerd staat een verwacht elektriciteitsgebruik van 1.250.000 kWh per jaar. Dit komt overeen met het verbruik van ca. 360 huishoudens, of de opbrengst van ca. 35 ‘Groninger’ EAZ windmolens, of ca. 4.000 zonnepanelen..
6.
Zienswijze B&W op de ontwerp omgevingsverordening
Op 8 april 2021 dienden B&W een zienswijze in om de ontwerp omgevingsverordening van de provincie.9 Een groot deel ervan betreft groen gas. De zienswijze wordt mede gemotiveerd met ‘de eerste uitkomsten van onze warmtetransitie visie, waaruit de nut en noodzaak blijkt van de opschaling van de productie van Groen Gas.’ Vervolgens reiken B&W diverse zienswijzen aan die de mogelijkheden van de productie van groen gas moeten vergroten bij landbouwbedrijven en ‘agrolocaties’. B&W bepleiten bijvoorbeeld dat bij een landbouwbedrijf ook mest van derden en co-substraten vergist mogen worden. Daarbij staat in de zienswijze geen restrictie dat de mest bijvoorbeeld van boeren in de buurt afkomstig moet zijn, dus B&W vinden het blijkbaar prima als de omgevingsverordening bij een boerderij vergisting van mest afkomstig van de Veluwe of Brabant (naast eigen mest) mogelijk gaat maken. De in de warmtevisie gestelde randvoorwaarden (zie punt 1 en 2 hiervoor) worden in de zienswijze niet genoemd door B&W. Suggesties Ondanks onze kritische invalshoek kunnen we ons indenken dat uw raad de mogelijkheid van groen gas wel open wil houden, voor het geval het in de toekomst toch de goedkoopste oplossing zal blijken te zijn. Maar u zult ongetwijfeld niet willen dat de randvoorwaarden en andere belangrijke kaders die in de warmtevisie worden beschreven loze woorden blijken te zijn.
Daarom willen we u vragen om tegelijk met het vaststellen van de warmtevisie te besluiten om beleid te gaan maken voor biovergisters, waarmee bereikt wordt dat de in de warmtevisie gestelde randvoorwaarden over de beschikbaarheid voor woningen en over stank en geluid worden geconcretiseerd, en waarin ook wordt geborgd dat er lokale grondstoffen worden gebruikt. Ook kan worden gedacht over voorwaarden voor participatie of compensatie bij industriële vergisters, want waarom wordt deze eis voor zonneparken wel gesteld, maar zou dit voor vergisters niet opgaan, terwijl deze ook impact op de omgeving kunnen hebben en maatschappelijk draagvlak van belang is? We zijn bereid om dit beleid samen met de gemeente te formuleren. (Wethouder Hanemaaijer wees in het debat van 11 november op onderzoek dat de provincie zal gaan doen. Waarschijnlijk wordt het zogenaamde ‘Aanvalsplan groen gas’ bedoeld. Dit zal in samenwerking met o.a. Groen Gas Nederland, de lobbyclub van de groengasbranche, worden opgesteld. Niet alle aspecten en belangen lijken op evenwichtige manier betrokken te worden.) Het opstellen en invoeren van beleid zal de nodige tijd kosten, realiseren we ons.
In de tussentijd kan – anders dan bij zonnepanelen op landbouwgrond of windturbines het geval was –vergunning worden aangevraagd voor initiatieven op bepaalde plekken die ertoe leiden dat er gas wordt geproduceerd of dat bestaande productie wordt uitgebreid, waarbij dat gas niet ten goede komt aan de lokale omgeving, er geen lokale grondstoffen worden gebruikt en dat vergisters op een plek komen waar geur- en geluidsoverlast niet worden voorkomen. Dit zult u gezien de uitgangspunten van de warmtevisie ongetwijfeld niet wenselijk vinden en we vragen u tevens om stappen te zetten die dit te voorkomen. Met vriendelijke groet, Bestuur Dorpsbelangen Holwerd Bestuur Doarpsbelang Marrum-Westernijtsjerk
9
https://noardeastfryslan.bestuurlijkeinformatie.nl/Reports/Item/b7705e19-16cd-4af1-9d06-52e71af77ce0