Zienswijze ontwerpbegroting 2024 Streekarchief; Bijlage 4 Rapport Joods vastgoed
Tekst van het document
1
JOODS VASTGOED (1940-1955) Onteigening, verkoop en rechtsherstel van vastgoed van Joodse ingezetenen van Voorne-Putten gedurende en kort na de Tweede Wereldoorlog
November 2022 A.A. van der Houwen
2
Inhoud INLEIDING ............................................................................................................................................... 3 BRONNEN ............................................................................................................................................... 4 VERLOOP VAN ONTEIGENING EN RECHTSHERSTEL............................................................................... 5 CONCLUSIE .............................................................................................................................................. 6 BIJLAGE: Onderzoek naar de individuele panden/percelen ................................................................... 7 BRIELLE................................................................................................................................................ 7 Koopmanstraat 7............................................................................................................................. 7 Nobelstraat 65 ................................................................................................................................ 7 Nobelstraat 10 ................................................................................................................................
8 Nobelstraat 67-69 en 71 ................................................................................................................. 9 Nobelstraat 85 en Turfslop 2 .......................................................................................................... 9 Voorstraat 103 .............................................................................................................................. 11 HEENVLIET ........................................................................................................................................ 12 Wieldijk 118 .................................................................................................................................. 12 HELLEVOETSLUIS............................................................................................................................... 12 Haarlemmerstraat (Ooievaarstraat) 8, 8a, 8i ................................................................................ 12 Kanaaldijk 70 ................................................................................................................................. 13 Westkade 57-59 ............................................................................................................................
14 Westzanddijk 7, 9, 9a, 9b en 11 .................................................................................................... 14 OOSTVOORNE................................................................................................................................... 15 Brielseweg 1 .................................................................................................................................. 15 Stationsweg A 92........................................................................................................................... 16 SPIJKENISSE....................................................................................................................................... 16 Voorstraat 220 (14a) ..................................................................................................................... 16 Kerkstraat / Heerenstraat 202 ...................................................................................................... 17 ZUIDLAND ......................................................................................................................................... 18 Kerkweg (ongen.) ..........................................................................................................................
18 Hoofd 83........................................................................................................................................ 19
3
INLEIDING In opdracht van het bestuur van het Streekarchief Voorne-Putten werd in juli een onderzoek gestart naar Joods vastgoed gedurende en kort na de Tweede Wereldoorlog. Aanleiding was het feit dat bij de verschillende gemeenten, deelnemers van de Gemeenschappelijke Regeling, vragen waren binnengekomen waarop geen antwoord kon worden gegeven. Die vragen betroffen de mate van rechtsherstel na de oorlog en met name de rol van de gemeente daarin. “Kregen Joodse eigenaren, na alles wat hen gedurende de oorlogsjaren was aangedaan, na de oorlog ook nog een rekening gepresenteerd door de gemeente?” was een vraag die de journalisten van het televisieprogramma Monitor-Pointer stelden. De gedachte dat mensen die ternauwernood een concentratiekamp hadden overleefd of hun familie waren verloren, vervolgens straat- of andere belastingen of heffingen over die jaren moesten betalen stuitten de journalisten begrijpelijkerwijs tegen de borst. Deze en andere vragen werden ook elders in Nederland gesteld en als gevolg wordt op dit moment op veel plaatsen onderzoek gedaan naar door de bezetter gedwongen verkoop van onroerend goed van Joodse eigenaren tijdens de Tweede Wereldoorlog. In een aantal gevallen gaf dit aanleiding om het onderzoek verder uit te breiden tot de levensgeschiedenissen van de Joodse eigenaren, van de kopers en zelfs van de notarissen die de transacties hadden behandeld.
Op Voorne-Putten beperkt het onderzoek zich tot de vraag of er sprake is geweest van rechtsherstel en of de gemeente na de oorlog naheffingen heeft gezonden aan de Joodse eigenaren. Op Voorne-Putten zijn in de oorlog circa twintig percelen door de Duitsers onteigend en verkocht. Na de oorlog werd een procedure van rechtsherstel gestart. Uit onderzoek is gebleken dat de onteigening en het rechtsherstel overal eenzelfde verloop kende met slechts een beperkt aantal uitzonderingen. Hieronder volgt een overzicht van de bronnen die gebruikt konden worden en een beschrijving van het gebruikelijke verloop van onteigening en rechtsherstel. Dit wordt afgesloten met een conclusie. Als bijlage zijn de resultaten van het onderzoek, geordend per adres, toegevoegd. De reikwijdte van het onderzoek, specifiek gericht op het Rechtsherstel, beperkte zich tot de panden die worden vermeld in de Verkaufbücher waarin de transacties zijn geadministreerd. De Synagoge te Brielle bijvoorbeeld, komt daarin niet voor. De reden daarvan is misschien wel dat het pand reeds door de Duitse weermacht was gevorderd. Hoe dan ook: het pand werd niet onteigend of verkocht. Dat pand bleef derhalve buiten het onderzoek. Het woonhuis van de familie Katan aan de Voorstraat 42 te Brielle was een huurwoning.
Het pand werd in eerste instantie gevorderd en dreigde verkocht te worden omdat gedacht werd dat het Joods vastgoed betrof. Dat was niet het geval, waardoor ook dit pand buiten de boeken en het onderzoek bleef. Dit zijn slechts twee voorbeelden die aangeven dat dit onderzoek geen beeld oplevert van de mate van ontwrichting van het leven in Brielle maar slechts antwoord geeft op een alleszins terechte vraag. Deze rapportage is dan ook niet uitputtend en wellicht de aanzet tot een groter onderzoek.
4
BRONNEN Bronnen ter beantwoording van de centrale vraag liggen niet bij de gemeenten en slechts ten dele in het Streekarchief. Een groot deel van de financiële administratie van de gemeente, waaronder de belastingheffing, komt niet voor blijvende bewaring in aanmerking. Deze stukken zijn in het verleden, na het verstrijken van de wettelijke termijnen, vernietigd. Hoewel uit het verdere onderzoek is gebleken dat daarmee weinig of geen informatie verloren is gegaan, is daarover geen absolute zekerheid te geven. De notariële archieven over de jaren 1940-1950 konden evenmin worden geraadpleegd. Deze archieven zijn nog niet openbaar. De belangrijkste bron bleek het archief van de Raad voor het Rechtsherstel te zijn dat berust in het Nationaal Archief in Den Haag. Het onderzoek startte met de opgave van de betreffende panden; deze staan vermeld in de zogeheten Verkaufbücher die door de Duitse bezetter zijn bijgehouden. Hieruit kwamen bijna twintig percelen en/of panden op Voorne-Putten naar voren. In de kadastrale leggers die in het Streekarchief berusten konden de eigendomsoverdrachten gereconstrueerd worden. De dossiers uit het archief van de Raad voor het Rechtsherstel (afdeling onroerende goederen) konden in Den Haag worden ingezien en mochten (digitaal) gefotografeerd worden.
Beperkte openstelling van de studiezaal vanwege corona had slechts beperkte invloed omdat waar nodig scans konden worden besteld. Deze dossiers hebben een standaard opbouw: het begint met een verzoek door een bewindvoerder aan de Raad tot rechtsherstel. Daarin wordt een korte onderbouwing gegeven, namelijk dat het pand is verhandeld door de N.G.V. Verder zit er een doorslag in van de schikking die partijen (enerzijds de bewindvoerder namens de afwezige eigenaar en anderzijds de nieuwe eigenaar of diens vertegenwoordiger) hebben getroffen. Afhankelijk van de zaak zit er correspondentie met diverse instanties in het dossier. Hoewel de opbouw standaard is, is de inhoud dat allerminst: het ene is compleet en geeft veel informatie, het andere dossier is niet meer dan het aanvraagformulier.
5
VERLOOP VAN ONTEIGENING EN RECHTSHERSTEL Onteigening In 1942 werd op Voorne-Putten, evenals elders in het land, onroerend goed zoals woonhuizen van Joodse eigenaren door de Niederländische Grundstückverwaltung (N.G.V.) ‘in beheer’ genomen, een eufemisme voor inbeslagname. Vervolgens werd het pand verkocht. Hoewel geen doel op zich werden de panden veelal (maar niet altijd!) verkocht aan N.S.B.’ers die er geen bezwaar tegen hadden om mee te werken aan de schijnhandel. Ondanks de sfeer van diefstal die boven de transactie hangt verliep de verkoop over het algemeen zorgvuldig. Uit de koopsom die de N.G.V. ontving werd bijvoorbeeld eerst de eventuele hypotheek die op het pand rustte afgelost, waarna het restant werd gestort op een rekening van de Bank Lippmann, Rosenthal & Co. (afgekort Liro) te Amsterdam, die voor dit doel was opgericht en waarvan de bijnaam “Duitse Roofbank” voor zich spreekt. Rechtsherstel Al tijdens de oorlog werd van regeringswege Rechtsherstel toegezegd. Na de oorlog werd daartoe een Raad voor het Rechtsherstel in het leven geroepen. Lokaal werden bewindvoerders aangewezen die in afwezigheid (of afwachting van terugkeer) van de oorspronkelijke eigenaren de procedure in gang zetten. Op Voorne-Putten werd mr. C.S. de Jong als bewindvoerder aangesteld over de eigendommen van een groot aantal Joodse families.
In juni 1946 richtte De Jong zich als bewindvoerder tot de Raad voor het Rechtsherstel met het verzoek tot herstel van de eigendomsrechten van de oorspronkelijke eigenaren. Vervolgens trad de bewindvoerder in contact met de nieuwe eigenaar of, wanneer deze vanwege zijn N.S.B.lidmaatschap een bewindvoerder was toegewezen, met diens vertegenwoordiger en werd begonnen met het herstel. Om een juridische procedure, waarbij de kans op succes voor de nieuwe eigenaar gering was, te voorkomen ging deze in vrijwel alle gevallen akkoord met een schikking. Bij die schikking werd de koop teniet gedaan: het pand werd opnieuw op naam gesteld van de eerste eigenaar. Het teniet doen van de verkoop had financiële gevolgen. In enkele gevallen was bij de verkoop de hypotheek afgelost, in andere gevallen had de nieuwe eigenaar het huis verbeterd. In alle gevallen had de nieuwe eigenaar gemeentelijke belastingen moeten betalen over het bezit van het pand. Daar stond tegenover dat in enkele gevallen de nieuwe eigenaar het pand had verhuurd en daar huur uit had ontvangen. Soms – zoals in Hellevoetsluis – was het huis afgebroken en was de nieuwe eigenaar een oorlogsschadevergoeding in het vooruitzicht gesteld. Indien het pand niet onteigend zou zijn geweest waren deze baten en lasten voor de eigenaar geweest. Bij de schikking werd dit verrekend.
De kosten van het Rechtsherstel, het opstellen van de akten enz. kwamen voor rekening van de nieuwe koper. Doordat de koop teniet werd gedaan was het logisch dat de koper zijn geld terug kreeg. Dit geld was destijds gestort bij de Liro aan de Sarphatistraat te Amsterdam. Deze bank werd na de oorlog onder beheer gesteld van een speciaal agentschap die overging tot liquidatie. De L.V.V.S. (Liquidatie van Verwaltung Sarphatistraat) stelde de maximale terugbetaling in eerste instantie vast op 70%, later werd dat verhoogd tot 90%. De afwikkeling liep tot 1956, waarbij de schade voor de oorlog-kopers achteraf gering was.
6
CONCLUSIE De uitkomsten van dit onderzoek wijken niet af van resultaten elders. De vraag of Joodse eigenaren (gemeentelijke) heffingen e.d. over hun panden moesten betalen over de jaren dat zij daar zelf niet woonden, misschien zelfs al waren overleden, moet bevestigend beantwoord worden. Dat vloeide voort uit de manier waarop het rechtsherstel tot stand kwam. Er is echter geen bewijs gevonden dat gemeenten naheffingen hebben toegezonden. Het Rechtsherstel had tot doel de eigendomssituatie te corrigeren. Niet om degene die in de oorlog het pand had gekocht een straf of boete op te leggen. Het rechtsherstel was in handen van juristen die hun werk nauwgezet hebben uitgevoerd. De beschreven situatie op Voorne-Putten was de gangbare werkwijze; in vrijwel alle gevallen werd gekozen voor een schikking om juridische procedures te voorkomen. De zogenaamde koper (die wettelijk nimmer eigenaar was geweest) had enerzijds ten onrechte inkomsten uit het pand ontvangen en diende dat aan de juiste eigenaar te betalen. Anderzijds had hij de verzekeringspremies en gemeentelijke heffingen betaald en onderhoudskosten gemaakt. Deze kosten zou de eigenaar ook gemaakt hebben wanneer hij er gewoond had en het was niet onlogisch dat de eigenaar deze alsnog betaalde. Enkele zaken verdienen vermelding omdat zij afwijken van het eerder vermelde standaardverhaal: •
In Brielle hield de gemeente – zelf koper van het pand – lang vast aan de transactie en moest zelfs voor het gerecht worden gedaagd alvorens met het rechtsherstel in te stemmen.
•
In Brielle werd de synagoge aan de Turfkade, eigendom van de Israëlitische gemeente te Brielle, door de bezetter in gebruik genomen zonder dat van eigendomsoverdracht sprake is geweest. Na de oorlog werd het pand door de Joodse gemeente van Rotterdam (rechtsopvolger) verkocht aan de Rijksdienst voor Landbouwherstel. De gemeente gaf toestemming tot verbouw van het pand tot een opslag.
•
In Hellevoetsluis werd besloten om een transactie te handhaven van een pand dat inmiddels was gesloopt. Omdat het dossier niet compleet is is het moeilijk na te gaan hoe dit verlopen is.
•
In Spijkenisse werd besloten om een koop te handhaven, zij het dat de koper daarvoor nogmaals moest betalen. Vervolgens verkocht hij het pand aan de gemeente.
7
BIJLAGE: Onderzoek naar de individuele panden/percelen BRIELLE Koopmanstraat 7 Betreft
Een huis en erf.1
Onteigening
Het pand was in 1940 eigendom van de muziekleraar Jacob Jozef Philipse2 (Brielle 30.6.1877- Amsterdam 15.1.1945), werd in 1942 in beheer genomen door de N.G.V., in gebruik gegeven aan de O.T. en op 21 maart 1944 verkocht aan de slager Cornelis Jacob de Kievit.3 De Kievit betaalde f. 2.800,-, waarmee de hypotheek werd afgelost (f. 1.500,-); de N.G.V. ontving f. 1.225,84. De Kievit verhuurde het pand vervolgens.
Rechtsherstel
In 1946 verzocht mr. C.S. de Jong namens Jacob Joseph Philipse, rechtsherstel.4 Dit nam enige jaren in beslag. In 1950 was de aanstelling van De Jong als bewindvoerder verstreken en werd mr. A.A. van Rossum, advocaat en procureur te Brielle, als bewindvoerder benoemd door het Nederlandse Beheersinstituut. Eind 1951 werd overeenstemming bereikt tussen partijen. De koop werd daarbij nietig verklaard en het pand opnieuw op naam van Philipse gesteld.5 Van 1 april 1944 tot 1 augustus 1951 had De Kievit f. 1.543,29 aan huur ontvangen en in diezelfde periode had hij aan lasten, onderhoudskosten en verzekeringspremies f. 1.476,87 betaald, zodat er een batig saldo van f. 66,42 overbleef dat aan Philipse betaald moest worden. De Kievit had in 1944 de hypotheek afgelost; Philipse moest dat terugbetalen, inclusief de rente over de afgelopen jaren. Na aftrek van de genoemde f. 66,42 diende Philipse dus f. 2.052,33 te betalen aan De Kievit. De N.G.V. had destijds f. 1.225,84 ontvangen; partijen kwamen overeen dat de claim voor dit bedrag voor De Kievit was. Nadat het pand weer op naam van Philipse was gesteld werd het verkocht aan Inge Noordergraaf,6 horlogemaker en juwelier.
Nobelstraat 65 Betreft
Een huis, met hotel en bioscoop.7
Onteigening
In 1940 was het pand eigendom van Mozes Jozeph Philipse (Brielle 22.1.1883Brielle 22.9.1957). In maart 1941 werd het Joden verboden om een eigen bedrijf te voeren; Philipse was gedwongen om zijn bioscoop over te dragen aan Pieter Bastiaan Holthuijsen. In 1942 werd het in beheer genomen door de N.G.V. en op 13 oktober 1942 door “NAGU”,8 voor f. 6.200,- verkocht aan Holthuijsen.9 Holthuijsen loste tevens een hypotheek af van f. 2.850,- en sloot een nieuwe hypotheek van f.5.000 (4%) af t.l.v. Cornelis Jacob de Kievit te Brielle. Holthuijsen
1 2
SAVP, Kadastraal Brielle, sectie B-2362 SAVP, Kadastraal Brielle, art.nr. 2706
O.T. staat voor de Duitse bouwmaatschappij Operation Todt, SAVP, Kadastraal Brielle, art.nr. 2757 N.A., 2.09.48, dossier Rd04423 5 SAVP, Kadastraal Brielle, art.nr. 3279 3 4
6
7
SAVP, Kadastraal Brielle, art.nr. 3242 SAVP, Kadastraal Brielle, sectie B-69
Niederländische Aktiengesellschaft für Abwicklung von Unternehmungen (Nederlandsche Maatschappij voor afwikkeling van ondernemingen) 9 SAVP, Kadastraal Brielle art.nr. 3122 8
8 zette de bioscoop voort. Op 3 september 1944 overleed Holthuijsen, onverwacht, in het ziekenhuis in Rotterdam. Rechtsherstel
Op 27 juni 1947 verzocht Philipse, in samenspraak met mr. C.S. de Jong, rechtsherstel.10 Dat herstel nam uiteindelijk vier jaar in beslag, pas eind 1951 waren de partijen het eens met de regeling. De koop werd nietig verklaard en het pand opnieuw gesteld op naam van M.J. Philipse.11 Partij Holthuijsen moest vervolgens aan huur f. 6.800 betalen (berekend over 4 jaren naar een huurwaarde van f. 32,- per week) alsmede een vergoeding van f.200,- wegens een niet meer aanwezig biljard, totaal: f.7.000,-. Holthuijsen had ook kosten gemaakt die in mindering werden gebracht: aflossing hypotheek f. 2.850, rente daarvan over 4 jaar: f.400,-; grondlasten: f.160,-; brandverzekering: f.400,-; molestverzekering: f.500,-, de kosten van een nieuw lampenhuis met aftrek van oud voor nieuw: f.690,-, dit was totaal f.5.000,- zodat partij Holthuijsen uiteindelijk f.2.000,- moest betalen. Dat de zaak zo lang duurde werd veroorzaakt door de financiële afwikkeling van de aankoopsom en de hypotheek die Holthuijsen had gesloten. Het saldo van de koopsom (f.5.654,50) was door de Nagu tnv de partij Philipse gestort bij de firma Lippman en Rosenthal en Co te Amsterdam die daarvan aan partij Philips een voorschot van 40%: f. 2.261,80 zou hebben betaald. Dit werd door Philipse ontkend. Philipse betaalde (uit het van L.V.V.S. ontvangen f.2.261,80) aan De Kievit f.2.015,50 en aan Holthuijsen f. 246,30.
Het saldo van de schuld van Holthuijsen aan De Kievit bedroeg op 18 nov. 1951 f.1.790.- (f.3.805,50, minus f.2.015,50). Eventuele vordering van Philipse of Nagu ging tot een maximum van f.1.790 over op De Kievit en voor de rest op Holthuijsen. Mocht De Kievit meer ontvangen van Nagu dan diende hij dat teveel aan Holthuijsen te geven.
Nobelstraat 10 Betreft
Een huis en erf.12
Onteigening
Het pand was in 1940 eigendom van de gebroeders Simon (Brielle 21.9.1887Sobibor 21.5.1943) en Izaäk (Brielle 14.3.1891-Auschwitz 10.9.1943) Gazan,13 kooplieden. In 1942 werd het pand in beheer genomen door de N.G.V. en op 9 november van dat jaar verkocht aan Daniel van Beelen, vleeshouwer te Oostvoorne.14 Het pand was op dat moment gevorderd door de Duitse Weermacht die er jaarlijks f. 400,- voor betaalde; op 1 juni 1944 werd het pand vrijgegeven.15 Na de oorlog werd een beheerder aangesteld over het bezit van Van Beelen; deze was bereid tot een minnelijke schikking, nadat Van Beelen opnieuw in het bezit van zijn vermogen werd gesteld zegde deze elke medewerking op en bleef de huur ontvangen.
Rechtsherstel
Op 22 juni 1946 verzocht mr. C.S. de Jong, als bewindvoerder over het vermogen van de gebroeders Gazan, rechtsherstel.16 Omdat Van Beelen medewerking
10 11
N.A., 2.09.48, dossier Rd4429 SAVP, Kadastraal Brielle, art.nr. 3228
SAVP, Kadastraal Brielle, sectie B-1174 SAVP, Kadastraal Brielle, art.nr. 2356 14 SAVP, Kadastraal Brielle, art.nr. 3117 15 SAVP, archief Brielle 1811-1950, inv.nr. 3853 en 3854 12 13
16
N.A., 2.09.48, dossier R04420
9 weigerde werd bij Kort Geding in 1947 bepaald dat het beheer over het pand werd gelegd bij De Jong. Het betreffende dossier geeft helaas geen informatie, maar uit de Kadastrale legger blijkt dat het pand in 1948 weer op naam van Simon en Izaäk Gazan werd gesteld.17 Onbekend is vooralsnog hoe de financiële afwikkeling is gegaan. Zeker is dat het pand verhuurd bleef en de huurpenningen werden ontvangen door de bewindvoerder die hiervan ook de lasten zoals verzekeringspremies en gemeentelijke lasten betaalde. In 1954 werd het pand verkocht aan de huurder P.J. Herpers.18
Nobelstraat 67-69 en 71 Betreft
Drie huizen en een schuur aan de Nobelstraat.19
Onteigening
In 1940 waren de panden eigendom van Michel Cohen20 (Brielle 18.2.1882Auschwitz 5.11.1942). De panden werden in 1943 in beheer genomen door de N.G.V. en op 21 maart 1944 voor f. 5.725,- verkocht aan de slager Cornelis Jacob de Kievit.21 Vrijwel het hele bedrag was nodig om drie hypotheken af te lossen zodat de N.G.V. slechts f. 518,62 ontving. De Kievit verhuurde het pand vervolgens.
Rechtsherstel
Op 22 juni 1946 verzocht mr. C.S. de Jong, als bewindvoerder van het vermogen van Michel Cohen, bij de Raad voor het Rechtsherstel rechtsherstel.22 Op dat moment was de administrateur A. van Adrichem door het Nederlandse Beheerinstituut aangesteld tot beheerder over het bezit van De Kievit. De afwikkeling tussen De Jong en Van Adrichem ging snel en al aan het einde van het jaar werd overeengekomen dat partij Cohen aan De Kievit het bedrag dat deze betaald had voor de aflossing van de hypotheken, met rente tot 1 november 1946 (in totaal f. 5.641,13), minus de door deze ontvangen huur (f.120,-) zou betalen. Vanaf 1 november 1946 werd de huur al aan Cohen betaald. De kosten van het opstellen van de akte e.d. kwamen voor rekening van de Kievit, die tevens de vordering op de N.G.V. kreeg. In februari 1947 werd het pand opnieuw gesteld op naam van M. Cohen.23 In 1949 werden de panden Nobelstraat 67 en 69 [B-68 en B-1482] verkocht aan Mozes Joseph Philipse,24 bioscoop-ondernemer te Brielle. Nobelstraat 71 werd verkocht aan L.J. van Adrighem,25 koopman in Brielle, die ook het belendende pand nr. 73 in eigendom had.
Nobelstraat 85 en Turfslop 2 Betreft
Een woonhuis en winkel aan de Nobelstraat met een achtergelegen slachthuis aan het Turfslop.26 De gemeente Brielle was aangesloten bij de (Vleeskeuringsdienst) Kring Brielle waarvan diverse gemeenten op Voorne-Putten deelnemer waren. De Keuringsdienst had behoefte aan een goedgekeurde slachtplaats voor noodslachtingen.
SAVP, Kadastraal Brielle, art.nr. 3173 SAVP, Kadastraal Brielle, art. nr. 3388 19 SAVP, Kadastraal Brielle, sectie B-69, B-1482 en B-1483 20 SAVP, Kadastraal Brielle, art.nr. 2611 21 SAVP, Kadastraal Brielle, art.nr. 2757 17 18
22 23
N.A., 2.09.48, dossier R04424 SAVP, Kadastraal Brielle, art.nr. 3174
SAVP, Kadastraal Brielle, art.nr. 3228 SAVP, Kadastraal Brielle, art.nr. 2810 26 SAVP, Kadastraal Brielle, sectie B-2598 24 25
10 Onteigening
Het pand was in 1940 eigendom van de gebroeders Simon (Brielle 21.9.1887Sobibor 21.5.1943) en Izaäk (Brielle 14.3.1891-Auschwitz 10.9.1943) Gazan.27 In 1942 werd het pand in beheer genomen door de N.G.V. Waarschijnlijk al vóór de onteigening van het pand, namelijk op 25 augustus 1942, had burgemeester J.G. van Houten, waarnemende de taak van de gemeenteraad, het besluit genomen tot aankoop van de woning met daarbij behorend slachthuis, inclusief inventaris. De transactie verliep via het Algemeen Nederlandsch Beheer van Onroerende Goederen te Rotterdam. Hiermee was een bedrag van f. 10.600 gemoeid, wat billijk werd genoemd omdat een taxateur de waarde schatte op f. 12.000. Het doel van de aankoop was om te beschikken over een goed slachthuis; het bijbehorende (onlangs nieuw gebouwde) woonhuis kon verhuurd worden. Op 18 september werd de aankoop in de keuringskring Brielle besproken en unaniem gesteund. Op 29 september stemde ook de commissaris der Provincie in met de aankoop. Op 11 januari 1943 passeerde de transportakte voor notaris C. van den Blink in Brielle.
Rechtsherstel
Na de oorlog verzocht mr. C.S. de Jong, als bewindvoerder over het vermogen van de gebroeders Gazan, rechtsherstel. Dit zou enkele jaren in beslag nemen, waarbij de gemeente Brielle zich feitelijk verzette tegen het terugdraaien van de koopovereenkomst. Op 7 juni 1946 richtte het Brielse college zich tot de Provincie met de vraag hoe “deze gelegenheid op de meest geschikte wijze zou kunnen worden geregeld”. Het slachthuis werd op dat moment gebruikt als centrale slachtplaats voor de kring Brielle van de vleeskeuringsdienst en het woonhuis werd verhuurd aan M. Bilstra, opperwachtmeester van de Rijkspolitie. De Provincie verwees naar KB van 17 september 1944 en 16 november 1945 enz. waarin de toezegging van rechtsherstel waren verwoord: het college diende zich daaraan te conformeren. Dat gebeurde echter niet en in november 1948 stuurde de bewindvoerder een brief aan het college, waarin hij stelde “gezien de hierboven geschetste gang van zaken, ben ik verplicht aan te nemen dat de gemeente Brielle weigerachtig is om aan dit rechtsherstel haar medewerking te geven”. Hij kondigde aan om een kort geding aan te spannen om het beheer van de slachtplaats en woning over te nemen. Enkele dagen later werd de gemeente inderdaad door een deurwaarder opgeroepen voor een rechtszitting op 24 november, waarop de 10e december de uitspraak volgde.
Het verweer van Brielle dat de verkoop met instemming van de gebroeders Gazan was geweest, die liever zagen dat de gemeente het pand kocht dan anderen, werd door de Raad voor het Rechtsherstel terzijde geschoven: “overwegende dat wij van oordeel zijn dat indien de gebr. Gazan verklaard hebben met de verkoop accoord te gaan, zij dit gedaan zouden hebben ten einde van twee kwaden het minste kwade te kiezen en zij, wanneer zij vrij in hun beslissing geweest zouden zijn, niet tot verkoop zouden zijn overgegaan.” De bewindvoerder kreeg het beheer van de panden toegewezen. De gemeente ging vervolgens over tot het huren van de slachtplaats. De huurder van het woonhuis, A. Weltevrede, betaalde in het vervolg aan de bewindvoerder. Voor de gemeente dreigde een financiële strop: het slachthuis zou gekocht kunnen worden, maar de gemeente beschikte niet over de middelen om het pand opnieuw te kopen. In maart ’50 ontving de gemeente echter bericht van het Nederlandse Beheersinstituut. De gemeente werd erkend als rechthebbende op een claim op de
27
SAVP, Kadastraal Brielle, art.nr. 2356
11 L.V.V.S. Het bedrag was vastgesteld op f. 10.597,64.28 Nog diezelfde maand kreeg de gemeente f. 4.239.06 uitgekeerd. Op 3 mei 1950 besloot de raad van Brielle mee te werken tot een minnelijke regeling van het rechtsherstel, maar op 22 februari 1951 moest Van Rossem het college hieraan in een aangetekende brief helpen herinneren: “nog steeds is bovengenoemd huis niet in de eigendom van bovengenoemde gedepossedeerden”. Hij drong aan op spoedige afronding, mede omdat zijn bewindvoeringstermijn ten einde liep. Een maand later vond eindelijk rechtsherstel plaats. De eerdere koop werd beschouwd nimmer te hebben plaats gevonden; het eigendom van het pand viel terug in handen van de familie Gazan.29 Hierbij werd een schikking getroffen waarbij de partijen over en weer hun schulden vereffenden. In het tijdvak 11 januari 1943 – 10 december 1948 had de gemeente het pand in gebruik gehad. Gedurende die tijd was er aan onderhoudskosten en verzekeringspremies f. 4.085,12 betaald. Uit opbrengsten door verhuur was f. 3.553,03 ontvangen. Dit leverde een negatief resultaat op van f 532,09. Dit bedrag werd door de familie Gazan aan de gemeente Brielle betaald. De gemeente moest de administratieve kosten, totaal f 241,60, dragen. In augustus 1954 ontving de gemeente een terugbetaling door de L.V.V.S. van f. 2.649,41 en in april 1957 van f. 1.128,65, waarmee het totaal op f. 8.017,12 kwam.
In 1953 werd in het kader van de afwikkeling van de nalatenschap overgegaan tot veiling van het pand. Knape, het hoofd van de vleeskeuringsdienst Brielle deed daarbij het voorstel aan de gemeente om de slachtplaats inclusief de woning aan te kopen, waarbij de woning als ambtswoning voor zijn opvolger zou kunnen dienen. Aldus geschiedde, zij het dat niet de gemeente, maar L.J. van Adrighem Pz.,30 het pand kocht en een jaar later doorverkocht aan K.A. van der Poel, de directeur van de vleeskeuringsdienst.31
Voorstraat 103 Betreft
Een huis en erf.32
Onteigening
Het pand was in 1940 eigendom van de gebroeders Simon (Brielle 21.9.1887Sobibor 21.5.1943) en Izaäk (Brielle 14.3.1891-Auschwitz 10.9.1943) Gazan,33 kooplieden. In 1942 werd het pand in beheer genomen door de N.G.V. en op 21 maart 1944 voor f. 1.800,- verkocht aan de slager Cornelis Jacob de Kievit.34 Deze verhuurde het pand vervolgens.
Rechtsherstel
Op 22 juni 1946 verzocht mr. C.S. de Jong, als bewindvoerder van het vermogen van de gebroeders Gazan, bij de Raad voor het Rechtsherstel rechtsherstel.35 Op dat moment was de administrateur A. van Adrichem door het Nederlandse Beheerinstituut aangesteld tot beheerder over het bezit van De Kievit. De afwikkeling tussen De Jong en Van Adrichem ging snel en al aan het einde van het jaar was overeengekomen dat de koop nietig werd verklaard en de huur derhalve ten onrechte ontvangen was. De huurinkomsten waren gelijk aan de lasten zoals
In de marge van de brief stond met potlood: 10.255,43 + 532,09 – 241,60 = 10.597,64 SAVP, Kadastraal Brielle, art.nr. 3173 30 SAVP, Kadastraal Brielle, art.nr. 2810 31 SAVP, Kadastraal Brielle, art.nr. 3040 32 SAVP, Kadastraal Brielle, sectie B-389 33 SAVP, Kadastraal Brielle, art.nr. 2356 28 29
34 35
SAVP, Kadastraal Brielle, art.nr. 2757 N.A., 2.09.48, inv.nr. 816, dossier R04417
12 assurantie- en molestpremies en onderhoudskosten, zodat er niet betaald hoefde te worden. Sinds 1 november werd de huur al ontvangen door partij Gazan. De kosten van het opstellen van de akte (f. 42,50), die van de afdeling Onroerende goederen van de Raad voor het Rechtsherstel (f. 25,-) en die van bestuurders der N.G.V. (f. 2,50) waren voor rekening van De Kievit. Op 15 februari 1947 werd het pand weer op naam van de gebroeders Gazan gesteld en enkele jaren later verkocht aan Th.P.H.M. Schoenmakers.36
HEENVLIET Wieldijk 118 Betreft
Een huis, schuur en erf.37 In 1966 afgebroken in het kader van de aanleg van de Botlek.
Onteigening
In 1940 was het pand eigendom van de veehandelaar Salomon van Blankenstein (IJsselmonde 12.2.1868 - Auschwitz 5.11.1942).38 In 1942 werd het pand in beheer genomen door de N.G.V. die het op 23 maart 1943 voor f. 2.000,- verkocht aan de landbouwer Cornelis van Beek.39 Na aflossing van de hypotheek en betaling van rente (respectievelijk f. 1.200,- en f. 61,50) ontving de N.G.V. f.715,15. Van Beek verhuurde het pand de volgende jaren voor twee gulden per week.
Rechtsherstel
Op 22 juni 1946 verzocht mr. C.S. de Jong als bewindvoerder over het vermogen van Salomon van Blankenstein, rechtsherstel.40 Dit leidde eind november 1948 tot een schikking. Dat was er één uit het boekje: de koop werd als nietig beschouwd, partij Blankenstein betaalde aan partij Van Beek het bedrag van de hypotheek en de rente daarover, alsmede vaste lasten zoals grondbelasting, straatbelasting, verzekeringen en de rekeningen van een aannemer en timmerman die het huis in de voorgaande jaren hadden opgeknapt, alsof het altijd in bezit van Van Blankenstein was gebleven. In totaal betaalde partij Blankenstein f. 1.891,69 aan partij Van Beek, minus f. 584,- voor door Van Beek ontvangen huur (24 maart 1943-1 november 1948). Van Beek behield een vordering op de N.G.V. van f. 715,15 en betaalde de kosten van het rechtsherstel (opstellen van akte f. 45,-, kosten N.G.V. f. 2,50 en Raad voor Rechtsherstel f. 25,-).
HELLEVOETSLUIS Haarlemmerstraat (Ooievaarstraat) 8, 8a, 8i Betreft
Drie woningen in één pand dat in de oorlog werd gesloopt.41
Onteigening
In 1940 stond het pand op naam van Rica Eleonora Meijer (geb. 28.2.1867 Amsterdam 12.2.1943), de weduwe van Manuel Marsman, met haar vier schoonzonen en twee kleinkinderen.42 In 1943 werd het pand in beheer genomen door de N.G.V., en op 19 februari 1943 voor f. 350,- verkocht aan Nicolaas Mes,
SAVP, Kadastraal Brielle, art.nr. 3173 resp. 3387 SAVP, Kadastraal Heenvliet, sectie B-2031 38 SAVP, Kadastraal: Heenvliet, art.nr. 1851 39 SAVP, Kadastraal: Heenvliet, art.nr. 2147.70 40 N.A., 2.09.48, inv.nr. 816, dossier R4427 36 37
41
SAVP, Kadastraal Hellevoetsluis sectie A-296, A-297, A-298 en A-299
42
SAVP, Kadastraal Hellevoetsluis art.nr. 660
13 scheepsagent in Hellevoetsluis.43 Deze sloot hiervoor een onderhandse lening af en bracht volgens eigen zeggen ‘vele verbeteringen aan het pand aan’ om het pand daarna te verhuren. Op 30 september 1943 werd het pand echter op last van de Duitse Weermacht afgebroken. Na de oorlog werd door het college van algemene commissarissen voor de Wederopbouw de oorlogsschade die Mes had geleden door de sloop van het pand vastgesteld op f. 675,-. Rechtsherstel
Op 12 juni 1946 verzocht A.H. Klokke, notaris te Gorinchem, als gemachtigde van de erfgenamen van mw. Marsman-Meijer rechtsherstel aan.44 Teneinde een rechtsherstelprocedure te vermijden kwamen de partijen overeen: •
De koopovereenkomst werd bekrachtigd; Mes behield daarmee het recht op schadeloosstelling.
•
Mes betaalde de familie een bedrag van f. 500,-. Alle vaste lasten welke met betrekking tot de percelen waren of zouden worden geheven, inclusief premies en naheffingen ter zake van molestverzekeringen, zouden door Mes worden gedragen.
•
Mes hoefde niets te betalen wegens eventueel ontvangen huur.
•
De kosten van het opmaken van de akte (49,37), de kosten tbv de afdeling onroerende goederen van de raad voor het rechtsherstel (25,-) en de kosten van de N.G.V. (2,50) waren voor rekening van Mes.
In 1952 werden de percelen door de gemeente aangekocht, die deze samenvoegde met andere percelen tot een bouwterrein.45
Kanaaldijk 70 Betreft
Een huis en tuin; het perceel was in erfpacht van Waterstaat.46
Onteigening
In 1940 was dit pand eigendom van Eduard Koopman (Rotterdam 31.10.1879-‘s Gravenhage 9.10.1965).47 Koopman week dat jaar uit naar New York. In 1942 werd het huis in beheer genomen door de N.G.V. en op 19 februari 1943 verkocht aan Nicolas Mes48, een koopman in Hellevoetsluis voor f. 1.350,-. Het pand werd vervolgens verhuurd.
Rechtsherstel
Op 7 augustus 1946 verzocht M. Ris, als bewindvoerder, namens Koopman rechtsherstel aan.49 Bij beschikking van de Raad voor het Rechtsherstel dd 22 februari 1948 werd Koopman in het beheer van het pand gesteld.50 In de schikking die daarop volgde werd de koop beschouwd nooit te hebben plaatsgevonden. Dit betekende dat partij Mes de ontvangen huuropbrengsten over ruim vijf jaar aan Koopman betaalde (f. 1.397,17) en dat partij Koopman de lasten van de afgelopen jaren (grondlasten, erfpachtcanon, molestverzekering, brandverzekering en waterleiding) betaalde (f. 686,52). Partij Mes moest de kosten van het rechtsherstel dragen (ruim f.200,-). Resteerde nog de aankoopsom: Mes had f.1.350,51 betaald voor het huis. Daarvan was f.1.277,47 terecht gekomen bij de Deutsche Revisions und Treuhand. De beheerders daarvan hadden inmiddels 75% (f. 958,10) van dat bedrag uitgekeerd aan Koopman. Na verrekening van bovenstaande kosten moest Koopman f. 70,32 aan partij Mes betalen.
SAVP, Kadastraal Hellevoetsluis art.nr. 769 N.A., 2.09.48, inv.nr. 817, dossier 4453 45 SAVP, Kadastraal Hellevoetsluis art.nr. 365 46 SAVP, Kadastraal Hellevoetsluis sectie B-455 47 SAVP, Kadastraal Hellevoetsluis art.nr. 346 48 SAVP, Kadastraal Hellevoetsluis art.nr. 38 49 N.A., 2.09.48, inv.nr. 864, dossier R10069 50 SAVP, Kadastraal Hellevoetsluis art.nr. 406 43 44
14
Westkade 57-59 Betreft
Een huis, pakhuis en tuin.51 Het werd in de oorlog gesloopt.
Onteigening
In 1940 stond het perceel, bestaande uit huis, pakhuis en tuin, geregistreerd op naam van de erfgenamen van Henri Overstrijd (Hellevoetsluis 1858-Rotterdam 1938). Er was een juwelierswinkel in gevestigd. Al in 1912 was de familie verhuisd naar Rotterdam en was de winkel overgenomen door F.G. Tieman. Waarschijnlijk huurde Tieman het pand sindsdien. In 1942 werd het pand in beheer genomen door de N.G.V. die het op 29 januari 1943 voor f. 1.650,- verkocht aan Tieman.52 Enkele maanden later werd het pand op last van de Weermacht gesloopt. Helaas ontbreken de bronnen, maar waarschijnlijk is dat Tieman na de oorlog een schadeclaim zal hebben ingediend bij de schade enquête commissie, resp. het ministerie van Wederopbouw en Volkshuisvesting en daarop een beschikking heeft ontvangen.
Rechtsherstel
In januari 1947 verzocht mr. P. Donker, notaris te Rotterdam, namens de rechthebbenden van wijlen Henri Overstrijd, rechtsherstel.53 Het dossier bestaat slechts uit de aanvraag met daarop enkele aantekeningen, zoals: ‘overgeschreven 2/4 1947’. In de kadastrale legger wordt verder vermeld dat er in 1947 sprake is van verkoop, maar vreemd genoeg blijkt het perceel op naam staan van Tieman. De familie Overstrijd werd – althans bij het Kadaster – niet in het bezit van het pand gesteld, dit verklaart misschien ook de eerder genoemde vermelding “overgeschreven”. Dit roept de vraag op waarom Tieman het onbebouwde perceel zou willen kopen: enige jaren eerder had hij zijn bedrijf verplaatst naar de Rijksstraatweg en Oostvoorne. Feit is dat hij in 1951 eigenaar was toen het perceel door onteigening in handen van de gemeente Hellevoetsluis kwam. Het ontbreken van een dossier maakt het lastig om vast te stellen of er sprake is geweest van Rechtsherstel. We mogen aannemen dat notaris Donker de zaak zorgvuldig heeft bestudeerd. De aantekening ‘overgeschreven’ dateert echter al van slechts enkele maanden later en zou erop kunnen wijzen dat al snel besloten is de koop als legitiem te beschouwen. Daarmee kwam/bleef Tieman in het bezit van het pand en zijn schadeclaim. Dat zou betekenen dat Overstrijd c.s.
het pand is ontnomen zonder daarvoor een vergoeding te hebben ontvangen; de betaling was immers gedaan aan de N.G.V.
Westzanddijk 7, 9, 9a, 9b en 11 Betreft
Twee huizen en een erf.54
Onteigening
Het pand was in 1940 eigendom van Philip Haas (Hellevoetsluis 25.7.1866Westerbork 20.5.1943). In 1942 werd het pand in beheer genomen door de N.G.V. en op 29 december 1942 verkocht aan Cornelis van der Pijl, een winkelier in Hellevoetsluis voor f. 1.350,-. 55 Van der Pijl vestigde hierop een hypotheek van 600 (4½%) voor Dirk van Bergen. Hij verhuurde het pand gedurende korte tijd, maar in september 1943 werd het op last van de Duitse weermacht gesloopt. Na de oorlog werd de schade, geleden door de sloop, getaxeerd op f 1.600.
SAVP, Kadastraal Hellevoetsluis sectie A-619 SAVP, Kadastraal Hellevoetsluis art.nr. 812, verkoop door not. A.P.W. van Meurs te Rotterdam 53 N.A. 2.09.48, inv.nr. 808, dossier Rd 3093 54 SAVP, Kadastraal Hellevoetsluis sectie A-1163 51 52
55
SAVP, Kadastraal Hellevoetsluis art.nr. 810
15 Rechtsherstel
Op 29 juli 1947 verzocht Jacob Haas (geb. Hellevoetsluis 1908), bijgestaan door mr. J.M. Barents, advocaat en procureur te ’s Gravenhage, rechtsherstel.56 Diens ouders hadden de oorlog niet overleefd en Jacob was enig erfgenaam. Met partij Van der Pijl werd overeengekomen dat de koopovereenkomst als niet gesloten werd verklaard. De inkomsten uit verhuur werden geacht gelijk te zijn aan de kosten van heffingen, verzekering en onderhoud, zodat er geen verrekening plaats hoefde te vinden. De lening bij Van Bergen bleef – zonder pandstelling – van kracht en de schadeclaim ging over op Haas. De kosten voor het opstellen van de akte e.d. kwamen voor rekening van Van der Pijl. In 1950 werd het rechtsherstel in de boeken bijgewerkt; een jaar later kwam het perceel door onteigening in bezit van de gemeente57.
OOSTVOORNE Brielseweg 1 Betreft
Een woonhuis, garage en tuin.58
Onteigening
Het pand was in 1940 eigendom van Herri Salomon van Dijk (Zuidland 24.12.1879Auschwitz 19.10.1942). 59 In 1942 werd het in beheer genomen door de N.G.V. die het op 1 november 1943 verkocht voor f. 5.650,- aan Anthonie van Marion, tuinder in Vierpolders.60 Deze kocht dezelfde dag ook het huis van Isak Simons aan de Stationsweg. Van de koopsom was f. 2.950,- bestemd voor aflossing van de hypotheek en f. 66,38 voor de lopende rente tot 1 november 1943 (+ 3 mnd extra f. 33,19). De N.G.V. ontving dus f. 2.589,88. Van Marion verhuurde het pand en ontving de volgende jaren f. 780,91.
Rechtsherstel
Van Dijk, zijn vrouw noch hun kinderen overleefden de oorlog. Op 22 juni 1946 verzocht mr. C.S. de Jong, als bewindvoerder over het vermogen van H.S. van Dijk, rechtsherstel.61 Om rechtsherstelprocedure te vermijden kwamen partijen overeen dat de koopovereenkomst als nietig werd beschouwd. Van Dijk betaalde aan Van Marion de aflossing van de hypotheek en de rente tot 1 november ’47, minus de huur die Van Marion aan Van Dijk verschuldigd was over deze jaren. Ook betaalde Van Dijk aan hem de zogenaamde vaste lasten, zoals belastingen en verzekeringen. Van Marion kreeg een claim op de N.G.V. voor de betaling die hij destijds had gedaan en moest de kosten van het opstellen van de akte (f.90,63), de kosten van de Raad voor het Rechtsherstel (f. 25,65) en de N.G.V. (f. 2,50) dragen. De woning werd per 1 november 1947 opnieuw op naam gesteld van Van Dijk.62 Toen alles was verrekend werd het pand in 1948 verkocht aan Hermanus van Buuren, expeditieknecht in Oostvoorne. 63
56 57
N.A. 2.09.48, inv.nr. 902, dossier Rd 14783/8 SAVP, Kadastraal Hellevoetsluis art.nr. 835, resp. 365
SAVP, Kadastraal Oostvoorne, sectie D-1375 SAVP, Kadastraal Oostvoorne, art.nr. 1725 60 SAVP, Kadastraal Oostvoorne, art.nr. 3388 58 59
61 62 63
N.A. 2.09.48, inv.nr. 816, dossier R4421 SAVP, Kadastraal Oostvoorne, art.nr. 3492
SAVP, Kadastraal Oostvoorne, art.nr. 3502
16
Stationsweg A 92 Betreft
Een huis en erf.64
Onteigening
Het pand was in 1940 eigendom van Isak (Isidor) Simons, handelsagent in Amsterdam.65 Hij verhuurde het aan de familie Wessels die er een juwelierswinkel in hadden gevestigd. In 1942 werd het pand in beheer genomen door de N.G.V. en op 1 november 1943 voor f. 10.025 verkocht aan Anthonie van Marion, een tuinder in Vierpolders. 66 Van Marion verhuurde het pand vervolgens.
Rechtsherstel
Op de vader na overleefde alle leden van het gezin Simons de oorlogsjaren. Namens hen verzocht in juni 1947 de notaris Van den Bergh in Amsterdam rechtsherstel.67 Dit verliep snel: met Van Marion werd overeengekomen dat de koop ongedaan werd gemaakt zodat het huis in 1948 op naam van de familie Simons werd gesteld.68 Van Marion betaalde aan de erfgenamen het bedrag dat hij na aftrek van lasten, verzekeringspremies en onderhoudskosten aan huurinkomsten had verdiend: f. 343,33. De erfgenamen op hun beurt cedeerden de vordering op N.G.V. van de aankoopsom. Zij hadden pand al sinds 1 januari 1947 feitelijk in beheer genomen en ontvingen sindsdien ook de huur. De kosten van de akte (f. 146,56), de afdeling Onroerende Goederen van de Raad voor het Rechtsherstel (f. 30,13) en de N.G.V. (f. 2,50) waren voor rekening van Van Marion.
SPIJKENISSE Voorstraat 220 (14a) Betreft
Een slagerij met woonhuis.69
Onteigening
Het pand Voorstraat 14a was in 1940 eigendom van Adriana de Vries (Spijkenisse 15.5.1864 - Auschwitz 5.11.1942).70 In het pand was een slagerij gevestigd die werd gedreven voor Salomon Levie. Adriana was een tante van diens vrouw en woonde in bij het gezin. De bewoners werden op 28 oktober 1942 door de Duitsers weggevoerd. Het pand werd in beheer genomen door de N.G.V. en op 22 juni 1943 verkocht aan Willem Baris, expediteur in Spijkenisse.71 Baris betaalde hiervoor f. 2.700,-. Hiervan werd f. 1.800 gebruikt om de hypotheek af te lossen en f. 97,50 om rente te betalen. De N.G.V. ontving zodoende f. 762,09. Tijdens de bezetting werd het pand gevorderd door de Duitse Weermacht.
Rechtsherstel
Op 27 juni 1947 verzocht mr. C.S. de Jong, als bewindvoerder van het vermogen van Adriana de Vries rechtsherstel.72 De afwikkeling zou jaren duren. Pas in 1951 kwamen partijen overeen dat de koop in stand bleef. Wel moest Baris f. 1.244,80 betalen aan de partij De Vries. Alle vaste lasten, premies, naheffingen e.d. kwamen ten laste van Baris. Eventuele schadevergoeding voor de vordering van het pand alsmede een claim op N.G.V. waren voor Baris. De kosten van het opstellen van de
64
SAVP, Kadastraal Oostvoorne, sectie A-2259 SAVP, Kadastraal Oostvoorne, art.nr. 3071 66 SAVP, Kadastraal Oostvoorne, art.nr. 3388 65
67 68
N.A. 2.09.48, inv.nr. 908, dossier Rd15492 SAVP, Kadastraal Oostvoorne, art.nr. 3523
69
SAVP, Kadastraal Spijkenisse, sectie E-1476 SAVP, Kadastraal Spijkenisse art. nr. 739 71 SAVP, Kadastraal Spijkenisse art. nr. 2023 70
72
N.A., 2.09.48, inv.nr. 816, dossier Rd4428
17 akte (f. 103,75) en de Raad voor het Rechtsherstel (f. 25,-) werden betaald door Baris. Kort na deze afwikkeling verkocht Baris het pand aan de gemeente, die het in hetzelfde jaar doorverkocht aan Hendrik van Bodegom die het pand verbouwde tot kapsalon.73
Kerkstraat / Heerenstraat 202 Betreft
Een schuur, gelegen aan de Kerkstraat.74 Het pand wordt op een goed moment afgebroken; in 1960 is er sprake van een perceeltje braakliggende grond van 6m breed en 22 m diep. In 1972 lijkt het pand toch op een kadastrale kaart te zijn ingetekend. Hoe het zij: de gemeente tracht het perceel, dat onderdeel vormt van Plan Centrum, te verwerven. Pas in 1982 slaagt de gemeente daarin. Het perceel maakt dan reeds onderdeel uit van een openbaar wandelplein.
Onteigening
Het pand Kerkstraat 202 was in 1940 eigendom van de slager Salomon Levie (Zuidland 3.11.1892 - Midden-Europa 31.3.1943).75 In 1942 werd het door de N.G.V. in beheer genomen en op 20 augustus 1943 voor f. 750,- verkocht aan Willem Baris, expediteur in Spijkenisse.76
Rechtsherstel
Na de oorlog - op 22 juni 1946 - verzocht mr. C.S. de Jong, als bewindvoerder over het vermogen van Salomon Levie, rechtsherstel.77 Met de beheerder C.P. de Rijke – aangesteld vanwege onderzoek naar het gedrag van Baris tijdens de oorlogsjaren – werd overeengekomen dat de koop teniet werd gedaan en beschouwd werd nooit te hebben plaatsgevonden. Het pand werd opnieuw gesteld op naam van Salomon Levie.78 De financiële afwikkeling verliep als volgt: gedurende de oorlog was geen huur ontvangen en waren er geen verbeteringen aangebracht. Aan lasten en assurantiegelden had Baris f. 114,30 betaald. Deze werden hem door partij Levie terug betaald. Vanaf 1 januari 1947 waren alle baten en lasten voor partij Levie. Baris betaalde de kosten van het opstellen van de akte (f. 29,38), de Raad Rechtsherstel (f. 25,-) en de NGV (f. 2,50). Eventuele vordering op N.G.V. was voor Baris. Toen zich namens de familie Levie geen erfgenamen meldden kwam het pand in beheer van de Staat der Nederlanden. De volgende jaren werd het gebruikt als verenigingsgebouw voor de turnclub, muziekvereniging en de jeugd van de hervormde kerk. De gemeente wilde het perceel kopen omdat het in een uitbreidingsplan lag. Die koop vond plaats op 8 november 1982. Omdat er nog steeds sprake was van een onbeheerde boedel moesten er bevoegden worden aangewezen.
Bij de verkoop trad de notaris op als lasthebber van de advocaat S.H. Sepers als curator over de onbeheerde nalatenschap van Salomon Levie en diens zoon, en van jhr. mr. C.L. Reigersman, hoofdinspecteur der domeinen namens de Staat der Nederlanden. In de akte staat: “onzeker is (…) wie beschikkingsbevoegd is, de curator voormeld, in die zin dat hij moet beheren totdat de Staat der Nederlanden zich in het bezit van de nalatenschap heeft gesteld, dan wel de Staat der Nederlanden zelf”.
SAVP, Kadastraal Spijkenisse, art.nr. 566 resp. 2109 SAVP, Kadastraal Spijkenisse, sectie E-1586 75 SAVP, Kadastraal Spijkenisse, art.nr. 1958 76 SAVP, Kadastraal Spijkenisse, art.nr. 2023 73 74
77 78
N.A., 2.09.48, inv.nr. 816, dossier R4426 SAVP, Kadastraal Spijkenisse, art.nr. 2065
18
ZUIDLAND Kerkweg (ongen.) Betreft
Een tuin annex Joodse begraafplaats.79 Het aan de weg gelegen deel was eigendom van de diaconie van de Ned. Herv. kerk80 en in erfpacht uitgegeven aan Levie Pienas Levie c.s. Daarachter, zonder toegang tot de weg, lag een kleiner perceel dat eigendom was van Isaäk Wessels81, juwelier in Oostvoorne.
Onteigening
Op 21 april 1943 werden beide percelen door de N.G.V. in beheer genomen en op 20 augustus 1943 verkocht aan Willem Baris, expediteur te Spijkenisse.82 Baris betaalde hiervoor respectievelijk 200 en 100 gulden. Naar de reden waarom hij een begraafplaats kocht kunnen we slechts gissen; mogelijk werd het in één koop geregeld met een schuur die hij dezelfde dag kocht in Spijkenisse. Eerder, in juni ‘43, had hij al een woonhuis aan de Voorstraat gekocht.
Rechtsherstel
Op 22 juni 1946 verzocht mr. C.S. de Jong als bewindvoerder over het vermogen van zowel Levie Pienas Levie als dat van Izaäk Wessels, rechtsherstel aan.83 Omdat beide percelen lastig te scheiden waren werd besloten om deze als één zaak af te wikkelen. Baris verzette zich lange tijd tegen de voorgestelde oplossing. Voor de begraafplaats had hij geen belangstelling, maar het daar achtergelegen perceel wilde hij graag behouden en daar zelfs opnieuw voor betalen. De begraafplaats zou hij dan om niet overgeven mits er een toegangsweg tot het achtergelegen perceel zou komen. Omdat de begraafplaats zich echter mogelijk ook uitstrekte tot dat perceel werd hierop niet ingegaan. De afwikkeling nam uiteindelijk vele jaren in beslag en pas op 16 december 1958 werd de zaak gesloten (onherroepelijk geworden 21 januari 1959). Uitspraak was dat de koopovereenkomsten van 20 augustus 1943 nietig werden verklaard. Baris weigerde blijkbaar de kosten van het Rechtsherstel ad f. 60,30 te betalen, want bepaald werd dat hij weliswaar een vordering kreeg op de N.G.V. van de koopsommen, maar dat de N.G.V. eerst de kosten aan de Raad voor het Rechtsherstel moest betalen alvorens de rest aan Baris uit te keren. Daarmee was de dochter van Wessels in het bezit gesteld van een deel van de begraafplaats. De dochter werd echter verpleegd in een instelling voor geestelijke gezondheidszorg.
De eigenaren van het recht van erfpacht waren moeilijker te traceren en na enkele jaren werd de zoektocht gestaakt omdat dit in geen verhouding stond tot de waarde (100,-) van de grond. Besloten werd om een onzijdig persoon in de plaats van de erfgenamen te stellen die namens hen de overdracht kon realiseren. Dat gebeurde in 1960, de begraafplaats werd verkocht aan de Nederlandse Israëlitische Gemeente te Rotterdam. Enige jaren later ging de begraafplaats over naar het Nederlands Israëlitisch Kerkgenootschap, gevestigd te Amsterdam.84
SAVP, Kadastraal Zuidland, sectie B-955 en B-1546; zie ook: Riet de Leeuw van Weenen-van der Hoek, Een kille in de mediene, p. 76 79
80
SAVP, Kadastraal Zuidland, art.nr. 1492 SAVP, Kadastraal Zuidland, art.nr. 1457 82 SAVP, Kadastraal Zuidland, art.nrs. 2061 en 2062 81
83 84
N.A. 2.09.48, inv.nr. 816, dossiers R4418 en R4422 SAVP, Kadastraal Zuidland, art.nr. 2534
19
Hoofd 83 Betreft
Een huis, schuur en erf.85
Onteigening
In 1940 was het huis met schuur en erf, eigendom van de veehandelaar Philippus Levie (Zuidland 2.4.1878, Auschwitz 5.11.1942).86 Het pand werd in 1942 door de N.G.V. in beheer genomen en op 10 maart 1943 voor f.3.600,- verkocht aan Hendrik Velthuijzen, brandstoffenhandelaar in Zuidland, die het pand de volgende jaren verhuurde.87
Rechtsherstel
Op 22 juni 1946 verzocht mr. C.S. de Jong, als bewindvoerder over het vermogen van Philippus Levie, rechtsherstel.88 In 1947 kwamen beide partijen overeen dat de koop teniet werd verklaard. Velthuizen moest de door hem ontvangen huur (f. 1.487,-) aan Levie afdragen, minus de kosten die hij voor onderhoud en verzekering (f. 1.027) had gemaakt. Verder diende hij de kosten van het opstellen van de akte, de kosten van de raad van rechtsherstel en de afgevaardigde van de N.G.V. te betalen. Hij kreeg wel de (onzekere) vordering op de L.V.V.S. Daarop werd in 1948 het pand weer op naam gesteld van Philippus Levie c.s. 89 Omstreeks 1961 werd het pand gekocht door Willem Krabbedijk, caféhouder in Zuidland en eigenaar van het naastgelegen pand.90 Krabbedijk voegde de panden samen tot huis, vergaderzaal, café en restaurant.
SAVP, Kadastraal Zuidland, sectie 1409 SAVP, Kadastraal Zuidland, art.nr. 1863 87 SAVP, Kadastraal Zuidland, art.nr. 1496 85 86
88 89 90
N.A. 2.09.48, inv.nr. 816, dossier R4425 SAVP, Kadastraal Zuidland, art.nr. 2102
SAVP, Kadastraal Zuidland, art.nr. 2094
20