CConstaterende datNissewaard
Koppel je AI →
Document · PDF

Windpark Brielse Maasdijk Verklaring van Geen Bedenkingen; raadsvoorstel

Gemeenteraad 2 november 2023, gemeente NissewaardBij agendapunt: Ontwerpverklaring van geen bedenkingen op het Windparkproject Brielse Maasdijk, Vvgb WBM9.254 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Burgemeester en Wethouders

Aan de Raad

datum 1 november 2023

casenummer 23.R.00141

bijlagen 1

eenheid Programmamanagement

betreft

Windpark Brielse Maasdijk Verklaring van Geen Bedenkingen

Samenvatting: Op 16 december 2022 heeft HVC Landwind een omgevingsvergunning aangevraagd voor de ontwikkeling en realisatie van het Windpark Brielse Maasdijk. Deze aanvraag ziet toe op de bouw van vijf windturbines. HVC Landwind heeft op 6 september jl. de aanvraag voor de laatste keer aangevuld. De aanvraag is door de gemeente bij brief van 11 september jl. ontvankelijk verklaard. De aanvraag is in strijd met het geldende bestemmingsplan. Om medewerking te kunnen verlenen aan de aanvraag wordt de uitgebreide Wabo-procedure doorlopen. Vanwege de strijdigheid met het bestemmingsplan is een verklaring van geen bedenkingen (hierna: VVGB) van de gemeenteraad vereist. Het college stelt de gemeenteraad voor de ontwerp-VVGB inclusief normenkader af te geven. Op basis van de ontwerp-VVGB, neemt het college vervolgens een ontwerp-besluit op de aanvraag omgevingsvergunning voor realisatie van het windpark. Als gevolg van jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State ontbreekt een landelijk normenkader voor windturbines. Milieunormen inzake geluid, slagschaduw, lichtschittering en externe veiligheid voor Windpark Brielse Maasdijk dienen door de gemeente Nissewaard te worden vastgesteld. De gemeenteraad wordt gevraagd – als onderdeel van de ontwerp-VVGB – een lokaal normenkader vast te stellen.

Omdat woning Plaatweg 1 gelegen is binnen de veiligheidscontour van windturbine 5 (WT5) en ter plaatse ook niet zonder mitigatie aan de gekozen geluidnormen kan worden voldaan (Lden 45 dB), achten wij het noodzakelijk dat de woonbestemming van Plaatweg 1 gewijzigd wordt. HVC Landwind, de eigenaar van de woning, heeft hiervoor een verzoek ingediend. Het ontwerpbestemmingsplan wordt tegelijkertijd met de ontwerp-VVGB en de ontwerp-vergunning ter inzage gelegd. Op basis van de toets aan een goede ruimtelijke ordening en met inachtneming van het wettelijke kader wordt u voorgesteld om in te stemmen met de ontwerp-VVGB inclusief normenkader voor de windturbines aan de Brielse Maasdijk. De gemeenteraad besluit over het wel of niet afgeven van de ontwerp-VVGB. Dit besluit vraagt om een adequate onderbouwing van het te nemen besluit. Het college is zich er zeer van bewust dat het voorgelegde besluit zwaar is en verstrekkende gevolgen kan hebben. 23ID00923726/10/202321:30:52

datum

casenummer

pagina

1 november 2023

23.R.00141

2 van 19

Het college heeft met pijn in het hart ingestemd met de ontwerp VVGB omdat ze geen ruimte ziet om deze te weigeren. Het college stelt voor dat de gemeenteraad haar hierin volgt. Dit voorstel ligt zwaar op onze maag omdat we moeten vaststellen dat de plaatsing van drie windturbines ten westen van de Hartelburg hadden volstaan voor het voldoen aan de afspraken met de provincie Zuid-Holland. Deze oplossing kan ook rekenen op ruimer draagvlak onder omwonenden Het college realiseert zich terdege dat dit voorstel ook bij de gemeenteraad zwaar op de maag zal liggen. Het college heeft zich maximaal ingespannen om de inwoners van Nissewaard zo goed mogelijk te beschermen. Dit ziet u terug bij het voorstel tot vaststellen van het normenkader. Gevraagd Raadsbesluit: 1. Afgeven van de ontwerpverklaring van geen bedenkingen (ontwerp-VVGB) voor het planologisch mogelijk maken van het realiseren van Windpark Brielse Maasdijk, bestaande uit vijf windturbines met bijbehorende voorzieningen op de Brielse Maasdijk te Spijkenisse. 2. Vaststellen van het normenkader (onderdeel van bijlage 1 Motivering ontwerp-VVGB tbv Windpark Brielse Maasdijk) als onlosmakelijk onderdeel van de ontwerp-VVGB met de volgende milieunormen: a. Geluid: i.

Geluidnorm algemeen: De gezamenlijke geluidbelasting van de windturbines van het aangevraagde windpark op de gevels van geluidgevoelige bestemmingen mag niet meer bedragen van 45 dB Lden en 39 dB Lnight; ii. Geluidnorm stille momenten: Tussen 23:00 en 05:30 uur mag bij windrichtingen tussen 120° en 240° de gezamenlijke geluidbelasting van de windturbines van het aangevraagde windpark op de gevels van geluidgevoelige bestemmingen niet meer bedragen dan de waarde conform de windcurvenorm WNC-35; iii. Geluidsnorm De Hartelborgt: De maximale equivalente geluidbelasting vanwege windturbine 5 (WT5) mag in de slaapvertrekken in de nachtperiode niet meer bedragen dan 25 dB(A). De geoorloofde maximale equivalente geluidbelasting op de gevel bedraagt 25 dB(A) plus de gevelwering. Uitgangspunt voor de huidige situatie is een gevelwering van 20 dB. In de toekomstige situatie, na verbouwing, dient de gevelwering opnieuw te worden bepaald om de geoorloofde geluidbelasting op de gevels van de slaapvertrekken vast te stellen. b. Slagschaduw: i. Slagschaduw algemeen: Maximaal 1 uur per jaar op de gevel van gevoelige objecten (zoals woningen) met ramen binnen een afstand van 12 maal de rotordiameter van de windturbines; ii. Slagschaduw De Hartelborgt: Maximaal 1 uur per jaar op de gevels met ramen en de luchtplaatsen van De Hartelborgt; c. Lichtschittering: i.

Teneinde hinder als gevolg van lichtschittering bij het in werking hebben van een windturbine te voorkomen of te beperken, mag de reflectiewaarde van – aan de buitenkant zichtbare – materialen of daarop aangebrachte coatings maximaal 30% bedragen; ii. Het meten van reflectiewaarden vindt plaats overeenkomstig NEN-EN-ISO 2813 of een daaraan ten minste gelijkwaardige meetmethode. d. Externe veiligheid: i. Het plaatsgebonden risico voor een buiten de inrichting gelegen kwetsbaar object, zoals gedefinieerd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen, veroorzaakt door een windturbine of een combinatie van windturbines, is niet hoger dan 10-6 per jaar; ii. Het plaatsgebonden risico voor een buiten de inrichting gelegen beperkt kwetsbaar object, zoals gedefinieerd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen, veroorzaakt door een windturbine of een combinatie van windturbines, is niet hoger dan 10-5 per jaar

datum

casenummer

pagina

1 november 2023

23.R.00141

3 van 19

3. Ter inzage leggen van de ontwerp-VVGB en deze tevens aanmerken als definitieve VVGB indien er tijdens de ter inzagelegging van het ontwerp besluit geen zienswijzen worden ingediend tegen de ontwerp-VVGB. 4. Instemmen met de voorgenomen wijziging van het ontwerpbestemmingsplan Plaatweg 1 van wonen naar groen.

1. Inleiding 1.1 Aanleiding Sinds 2012 wordt binnen de gemeente Nissewaard (voormalig Spijkenisse en Bernisse) gewerkt aan de realisatie van een windpark op de locatie Brielse Maasdijk. Hiervoor zijn verschillende besluiten en momenten geweest, met betrokkenheid van het college en de gemeenteraad. Voor een totaaloverzicht verwijzen wij naar bijlage 4 Memo Tijdlijn Windenergie. Op 16 december 2022 heeft aanvrager HVC Landwind (hierna te noemen aanvrager) een omgevingsvergunning aangevraagd voor de realisatie van vijf windturbines op de locatie Brielse Maasdijk. Om medewerking te kunnen verlenen aan de aanvraag, is een afwijking van het geldende planologisch regime nodig via een uitgebreide Wabo-procedure. De aangevraagde vijf turbines passen namelijk niet binnen de geldende ruimtelijke plannen. Het college is bevoegd om te besluiten op de aanvraag omgevingsvergunning. Voorafgaand hieraan is de ontwerp-VVGB van de gemeenteraad vereist, waarin deze na toetsing aangeeft of er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. 1.2 Bestuurlijk belang De gemeente Nissewaard heeft in 2019 een Bestuursovereenkomst met de provincie Zuid-Holland (hierna PZH) gesloten ten behoeve van overdracht van het bevoegd gezag voor de realisatie van het windpark Brielse Maasdijk (op grond van 9f lid 6 van de Elektriciteitswet).

Hiermee heeft Nissewaard de inspanningsverplichting op zich genomen om uiterlijk in 2025 op de locatie windenergie Brielse Maasdijk (voormalig Hartel-Oost en Plaatweg) windturbines te realiseren met een totaal opgesteld vermogen van ten minste 18 MW . De gemeente Nissewaard heeft de ambitie uitgesproken om in 2030 27% energieneutraal en in 2050 100% energieneutraal te zijn. De realisatie van dit windpark levert een aanzienlijke bijdrage aan de duurzaamheidsopgave van Nissewaard (tussen de 17-22% van de totaal te realiseren energieopwek in 2050). Op 11 september 2023 is de aanvraag ontvankelijk verklaard. Daarmee kan de volgende stap gezet worden: besluitvorming door de gemeenteraad over de ontwerp-VVGB inclusief een lokaal normenkader. 1.3 Centrale vraag  Geeft de gemeenteraad een ontwerp-VVGB af voor de aangevraagde omgevingsvergunning voor het windpark Brielse Maasdijk op grond van de bijbehorende motivering ontwerp-VVGB (bijlage 1) waarin is getoetst aan een ‘goede ruimtelijke ordening’?  Stelt de gemeenteraad het bijgevoegde normenkader (onderdeel van bijlage 1 Motivering ontwerp-VVGB tbv Windpark Brielse Maasdijk) vast als onderdeel van de ontwerp-VVGB?  Stemt de gemeenteraad in met de voorgenomen wijziging van het ontwerpbestemmingsplan Plaatweg 1 van wonen naar groen?

datum

casenummer

pagina

1 november 2023

23.R.00141

4 van 19

2. Beoogd maatschappelijk resultaat Met het besluit wordt een volgende stap gezet richting een toekomstbestendige energievoorziening voor Nissewaard, die niet meer gebaseerd is op fossiele brandstof. Het college ziet de mogelijkheid dat er voldaan kan worden aan de verplichting van de provincie met het inzetten van drie windturbines. De aanvrager heeft een vergunningsaanvraag ingediend voor vijf windturbines, het college betreurt dit. De energietransitie is in de afgelopen 10 jaar in een stroomversnelling geraakt. In 2013 werd gesproken over een opgave van 6000 megawatt (MW), van deze opgave is 150 MW voor de voormalige stadregio Rotterdam. In 2019 is er op landelijk niveau het Nederlandse Klimaatakkoord afgesproken dat in 2030 70% van alle elektriciteit uit hernieuwbare bronnen moet komen. Windturbines en zonnepanelen zijn op dit moment de belangrijkste middelen om dit te realiseren. De doelstelling wordt behaald met windturbines op zee (doelstelling: 49 Terawattuur (TWh) en met wind en zon op land (doelstelling: 35 TWh). Voor de RES Rotterdam – Den Haag betekent dit nu het realiseren van 2,8-3,2 TWh (omgerekend naar 3200 Gigawattuur (GWh).

Onderdeel van de afspraken uit het Klimaatakkoord is dat provincies, gemeenten en waterschappen gezamenlijk een Regionale Energie Strategie (RES) opstellen, waarin zoekgebieden worden aangewezen voor grootschalige energieprojecten op land (windturbines en zonnevelden). Alle 30 RES-en samen moeten leiden tot de productie van 35 TWh duurzame energie in 2030. Deze realisatie van 35 (TWh) krijgt vorm via energieprojecten (wind en zon). Voor deze projecten moet uiterlijk in 2025 een vergunning zijn verleend. PZH vraagt elke gemeente hieraan een bijdrage te leveren. In het nieuwe coalitieakkoord 2023-2027 van de provincie bevestigen zij de opgave voor nieuw aan te leggen duurzaam opgewekte energie op land. De inschatting is dat er enkele tientallen windturbines op land bij moeten komen om aan de doelstelling van duurzame energieopwek te voldoen. De gemeenten op Voorne-Putten hebben zich geconformeerd aan de opgave zoals beschreven in de RES 1.0. Deze RES 1.0 is een visie met daarin ambities en oplossingsrichtingen voor de energietransitie. Ten aanzien van de (vier huidige) windenergielocaties op Voorne-Putten is bepaald dat binnen de grenzen van deze locaties wordt gekeken naar mogelijkheden van optimalisatie: uitbreiding van capaciteit of aantal windturbines. Van nieuwe windenergielocaties op Voorne-Putten is daarmee tot 2030 geen sprake.

U heeft als gemeenteraad hier op 2 juni 2021 toe besloten. Daarnaast heeft u als gemeenteraad op 4 maart 2020 de ambitie uitgesproken om in 2030 27% energieneutraal en in 2050 100% energieneutraal en circulair te zijn en bestand tegen de veranderingen in het klimaat. De gemeente Nissewaard wekt nu 5% van de verwachte energievraag in 2050 op.

datum

casenummer

pagina

1 november 2023

23.R.00141

5 van 19

3. Kader a. Wettelijk kader De aanvraag van HVC Landwind is in strijd met het bestemmingsplan. Dit leidt ertoe dat de aanvraag daarom door de gemeenteraad getoetst moet worden aan aspecten van goede ruimtelijke ordening en dat het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing moet bevatten. Een omgevingsvergunning in strijd met het bestemmingsplan kan worden verleend als de activiteit niet in strijd is met de goede ruimtelijke ordening en het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat. Er is hier wel een verklaring van geen bedenkingen (VVGB) van de gemeenteraad voor nodig. Met het afgeven van de VVGB geeft de gemeenteraad het bindend advies voor het verlenen van een omgevingsvergunning door het college. In een VVGB staat welke voorschriften en beperkingen aan de omgevingsvergunning moeten worden verbonden. De wettelijke basis voor de (ontwerp-) VVGB is art. 2.27 Wabo. De gevallen waarin een VVGB nodig is staan in paragraaf 6.2 van het Besluit omgevingsrecht. Als een VVGB is vereist, dan is altijd de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing. Dat volgt uit artikel 3.10 Wabo. Verdere regels staan onder andere in artikel 3.11 Wabo. Goede Ruimtelijke ordening Een goede ruimtelijke ordening is een complexe afweging van alle belangen, die als resultaat moet hebben dat er sprake is van een gezond woon- en leefklimaat.

Concreet voor een windmolenpark betekent dit dat de impact die windmolens op de omgeving hebben, moet worden afgewogen tegen algemene belangen als de energietransitie, het tegengaan van klimaatverandering, waterveiligheid en ander overheidsbeleid, maar ook het belang van de aanvrager zelf. In het normenkader wordt nader uiteengezet hoe de impact op de omgeving zoveel mogelijk wordt beperkt. Dit gaat over zaken als geluid, schittering, flora en fauna, landschappelijke inpassing, etc. Op al deze punten wordt toegelicht wat de impact is en hoe deze met mitigerende maatregelen wordt beperkt. De Raad van State toetst bij een eventueel bezwaar tegen het besluit van de gemeente niet zelf of er sprake is van een goede ruimtelijke ordening, maar beoordeelt of de gemeenteraad een redelijke afweging heeft gemaakt. Het gaat dan om zaken als voldoende kennis over de relevante feiten en belangen en of alles deugdelijk is gemotiveerd. Ook kijkt de Raad van State of het besluit van de gemeente niet onevenredig nadelige gevolgen heeft voor een of meer belanghebbenden, waarbij ook het zorgvuldigheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel een rol spelen. Het college merkt op dat ze binnen de toetsing op Goede Ruimtelijke Ordening het afwegingskader van de inwoner node mist.

Het college kan pas de omgevingsvergunning verlenen als de gemeenteraad zich heeft uitgesproken over de planologische aspecten. De ontwerp-VVGB kan door de gemeenteraad ook slechts worden geweigerd in het belang van een goede ruimtelijke ordening. Als de ontwerp-VVGB wordt geweigerd, wordt ook de omgevingsvergunning geweigerd. b. Jurisprudentie Op 30 juni 2021 heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) een uitspraak gedaan over Windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding. De Afdeling heeft hierin geoordeeld dat de algemene normen uit het Activiteitenbesluit milieubeheer (Activiteitenbesluit) en de Activiteitenregeling milieubeheer (Activiteitenregeling) voor windturbinegeluid, slagschaduw en externe veiligheid buiten toepassing moeten worden gelaten ingeval van besluitvorming voor windturbineparken van minimaal 3 windturbines. Nadien zijn beide regelingen gewijzigd, zodanig dat zij niet meer van toepassing zijn op windturbineparken. Hierdoor kan de ruimtelijke aanvaardbaarheid van planologische besluiten voor windturbineparken niet meer enkel onderbouwd worden met een verwijzing naar die windturbinenormen in het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling.

Daarbij heeft de Afdeling geschetst wat deze nieuwe situatie in het algemeen betekent: bevoegde gezagen kunnen voor nieuwe besluiten wachten op nieuwe rijksnormen of eigen normen in hun besluiten opnemen.

datum

casenummer

pagina

1 november 2023

23.R.00141

6 van 19

In het geval van het windpark Brielse Maasdijk is het niet mogelijk om te wachten op de rijksnormen omdat de vergunningaanvraag is ingediend op 16 december 2022. De gemeente moet hierover daarom beslissen vóórdat de rijksnormen beschikbaar zijn. De eigen normen moeten passen bij de lokale situatie. c. Bestuurlijk kader Voor windparken van 5 tot 100 MW is de provincie het bevoegd gezag. Via de aangepaste Elektriciteitswet is het mogelijk dat Gedeputeerde Staten de gemeente aanwijst als bevoegd gezag voor deze parken. Op 10 december 2019 hebben het college van Gedeputeerde Staten van provincie Zuid-Holland en het college van Burgemeester en Wethouders van Nissewaard een bestuursovereenkomst gesloten. Daarin zijn zij met elkaar een inspanningsverplichting aangegaan voor de realisatie van windturbines met een vermogen van 18 MW op de locatie Brielse MaasdijkHartel Oost en Plaatweg. Door de stroomversnelling van de energietransitie is in het kader van de RES-opgave deze uitgebreid tot ten minste 18 MW. Het aangevraagde windpark heeft een opgesteld vermogen tussen 25-35 MW en draagt bij aan de RES 1.0 afspraak om de opwek van windvermogen binnen de bestaande zoekgebieden te optimaliseren. In de bestuursovereenkomst is het college overeengekomen de aanvraag zo spoedig mogelijk in behandeling te nemen en te streven naar voortvarende besluitvorming.

In de overeenkomst is verder bepaald dat daarbij geen eisen worden gesteld anders dan de nationale- en provinciale kaders en de Leidraad Windenergie Voorne-Putten. Het college heeft voorafgaand aan de vergunningsaanvraag aan HVC te kennen gegeven een voorkeur te hebben voor een aanvraag van drie windturbines ten westen van de Hartelbrug, op ruime afstand van woongebieden, in plaats van vijf windturbines over het hele gebied. Met drie turbines ten westen van de Hartelbrug wordt voldaan aan de afspraken met de provincie ZuidHolland. Deze oplossing kan ook rekenen op ruimer draagvlak onder omwonenden. De aanvrager, heeft 16 december 2022 een aanvraag ingediend voor de bouw van vijf windturbines. Deze vijf windturbines zijn naar de opvatting van de aanvrager nodig om te komen tot een sluitende businesscase voor het Windpark Brielse Maasdijk. Bij brief van het college aan HVC van 11 september 2023 is de aanvraag ontvankelijk verklaard. Dit na diverse verzoeken aan de aanvrager tot aanvullingen, om de aanvraag te completeren.

Aan de vergunningaanvraag ging een proces van enkele jaren vooraf: In 2020 heeft de gemeente met de aanvrager een voorovereenkomst gesloten, waarin afspraken zijn opgenomen over het verhalen van de gemeentelijke kosten op de ontwikkelaar, communicatie en voorbereidende werkzaamheden in de tijd tot aan het sluiten van een anterieure overeenkomst, dus tot het moment dat er een ontwerp-vergunningsaanvraag ter inzage wordt gelegd. 4. Argumentatie De ontwerp-VVGB wordt getoetst aan goede ruimtelijke ordening. In de motivering van de ontwerpVVGB (bijlage 1) is deze toets vastgelegd. Om te kunnen besluiten of er sprake is van een goede ruimtelijke ordening zal het bevoegd gezag zorgvuldig alle belangen moeten afwegen. Met inachtneming van het wettelijk kader is het college genoodzaakt om de gemeenteraad voor te stellen aan het bijgevoegde normenkader vast te stellen. De VVGB kan alleen worden geweigerd wanneer deze in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Met de beoordeling van de vergunningaanvraag, is bij de ontwerp-VVGB een belangenafweging gemaakt. Onderdeel van deze afweging is het normenkader (op geluid, slagschaduw, lichtschittering en externe veiligheid), de geformuleerde voorschriften en rekening houdend met alle betrokken belangen. Hierbij zijn klimaatverandering, milieubescherming en hinder, archeologie etc. onderdelen

datum

casenummer

pagina

1 november 2023

23.R.00141

7 van 19

die worden gewogen. Uit de toetsing is gebleken dat er borging is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Onderdeel van bijlage 1 is vanaf pagina 32 een specifieke motivering opgenomen voor het geluidnormenkader. In deze bijlage zijn op pagina 40 een aantal voorschriften opgenomen, bijvoorbeeld met betrekking tot herplanten van gekapte bomen en landschappelijke inpassing. In de volgende paragraaf worden de argumenten om de ontwerp-VVGB te verlenen uitgelicht en wordt het verzoek om de ontwerp-VVGB af te geven van nadere context voorzien. Het college heeft ten aanzien van een aantal aspecten uit de ontwerp-VVGB een reflectie. Deze reflectie is uitgewerkt in paragraaf 5 van het raadsvoorstel en wordt daarmee apart gehouden van de argumentatie. Dit om het raadsvoorstel leesbaar te maken. 4.1

Ten aanzien van de ontwerp-VVGB afgeven (beslispunt 1): Uit de inhoudelijke beoordeling blijkt dat de aanvraag voldoet aan de geldende wet- en regelgeving De aanvraag, inclusief de bijbehorende stukken, is inhoudelijk beoordeeld. De aanvraag is getoetst door DCMR, Pondera Consult B.V. (hierna: Pondera) en M+P. De toetsing heeft uitgewezen dat aan de geldende wet- en regelgeving wordt voldaan. In (de motivering van) de ontwerp-VVGB zijn alle onderwerpen van deze toetsing uitgewerkt en beschreven. -

Het milieueffectrapport (MER) en overige onderzoeken hebben niet geleid tot twijfel aan de juistheid van de beschrijving van de (globale) effecten voor het milieu of aan de juistheid van (de conclusies in) de onderzoeken. Uit de onderzoeken blijkt dat Windpark Brielse Maasdijk bij het toepassen van beschreven mitigerende maatregelen zal leiden tot een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. -

Het college is bevoegd gezag voor de aanvraag, op basis van de besluitvorming in de gemeenteraad over de VVGB Zoals uiteengezet onder het kopje ‘bestuurlijk kader’ is het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nissewaard het bevoegd gezag om op de aanvraag te beslissen. De gemeenteraad is bevoegd gezag om een besluit te nemen over de VVGB. - Voor de aanvraag is een verklaring van geen bedenkingen nodig (2.27 Wabo). De aanvraag is in strijd met het geldend planologische kader. Daarnaast voorziet de gemeentelijke Structuurvisie 2010-2020 niet in de ontwikkeling van een windpark op deze locatie. Om die reden is een (ontwerp-) VVGB van de gemeenteraad vereist voordat het college een besluit kan nemen op de aanvraag van de omgevingsvergunning. De toetsingsgrond voor het afgeven van een (ontwerp-)VVGB is ‘een goede ruimtelijke ordening’. Hiervoor moet de gemeenteraad het college een ruimtelijk relevante motivering aanreiken waarom de aanvraag naar zijn mening al dan niet strijdig is met een goede ruimtelijke ordening. Wanneer de ontwerp-VVGB door de gemeenteraad wordt verleend, moet het college op basis van de aanvraag de omgevingsvergunning voor vijf windturbines verlenen. Het Windpark Brielse Maasdijk draagt bij aan de nationale, provinciale en gemeentelijke duurzame energiedoelstellingen.

Windpark Brielse Maasdijk draagt bij aan de afspraken uit het Klimaatakkoord van 28 juni 2019 om in 2030 70% van alle benodigde elektriciteit uit hernieuwbare bronnen te halen. De VNG heeft namens alle gemeenten het Klimaatakkoord ondertekend. Daarmee is gemeente Nissewaard gebonden aan deze landelijke afspraken. Het windpark draagt ook bij aan de regionale vertaalslag van het klimaatakkoord in de RES 1.0 waarmee de gemeente heeft ingestemd1. -

1

Raadsbesluit RES 1.0 genomen op 02-06-2021

datum

casenummer

pagina

1 november 2023

23.R.00141

8 van 19

Bovendien heeft Nissewaard de ambitie om in 2030 27% energieneutraal en in 2050 100% energieneutraal te zijn2. Hier heeft de gemeenteraad mee ingestemd op 26 februari 2020. De realisatie van dit windpark levert een aanzienlijke bijdrage aan de duurzaamheidsopgave van Nissewaard. De gemeente Nissewaard wekt nu 5% van de verwachte energievraag in 2050 duurzaam op. Realisatie van het windpark Brielse Maasdijk zal circa 17-22% bijdragen aan de 2050-doelstelling. Ook dan is er dus nog een restopgave van ruim 70%. Gerealiseerde duurzame energieopwek op 01-01-2023 5% van de opgave in 2050.

Verwachte duurzame energieopwek windpark Brielse Maasdijk 17% tot 22% (afhankelijk van het type turbines) van de opgave in 2050.

Totale energieopwek na realisatie windpark Brielse Maasdijk 22% tot 27% van de opgave in 2050.

-

De locatie van Windpark Brielse Maasdijk is door de gemeente Nissewaard aangedragen als zoekgebied voor de Provinciale Structuurvisie In 2017 is de locatie waar de aanvraag betrekking op heeft, opgenomen in de partiële herziening van de Visie Ruimte en Mobiliteit (VRM) van de Provincie als zoekgebied voor windvermogen op land. Dit als resultaat van een proces waarbij de gemeenten op Voorne-Putten de provincie een aanbod hebben gedaan om binnen de grenzen van de gemeenten op de aangedragen locaties windenergie te realiseren. Op verzoek van de gemeente Nissewaard is in december 2017 de locatie Hartel Oost en Plaatweg definitief vastgesteld door PZH. Met dit aanbod vanuit de gemeente Nissewaard zijn de andere locaties voor windenergie binnen Nissewaard vervallen in de VRM. De gemeente Nissewaard heeft aangegeven op deze locatie tenminste 18 Megawatt windenergie te realiseren. -

De locatie van Windpark Brielse Maasdijk is in lijn met de Provinciale Omgevingsvisie en opgenomen als zoekgebied in de Omgevingsverordening. De locatie waar de aanvraag betrekking op heeft, ligt in het gebied waarbinnen de provincie ruimte biedt voor de realisatie van windenergie. De locatie is vastgelegd in het provinciaal omgevingsbeleid (https://pzh.corpsontwerpers.nl/windmolenkaart). -

Vergunningsaanvraag windpark Brielse Maasdijk wordt beoordeeld op goede ruimtelijke ordening. Voor de realisatie van het windpark heeft de aanvrager bij de gemeente een omgevingsvergunning aangevraagd voor de activiteiten ‘bouwen’, ’planologisch strijdig gebruik’, ‘aanleggen’ alsmede het ‘oprichten van een inrichting (milieu)’. Aan deze aanvraag heeft aanvrager mitigerende maatregelen toegevoegd. Onderdeel van de aanvraag vormt het milieueffectrapport (inclusief Nota voorkeursalternatief). De vereiste ontwerp-VVGB ziet alleen op de activiteit ’planologisch strijdig gebruik’ oftewel op de afwijkingen van de geldende structuurvisie, bestemmingsplannen en beheersverordeningen. DCMR adviseert het college over het milieudeel van de omgevingsvergunning (voorheen milieuvergunning) en vervat het door de gemeenteraad vastgestelde normenkader vervolgens in vergunningvoorschriften. De gehele aanvraag met bijbehorende stukken (inclusief aanvullingen) is intern inhoudelijk getoetst en extern inhoudelijk getoetst door DCMR, Pondera en M+P. Specifiek voor waterveiligheid, gebiedsbescherming (stikstof) en soortenbescherming is expertise ingebracht door het waterschap, Rijkswaterstaat (RWS) en de Omgevingsdienst Haaglanden (ODH, namens PZH). Daarbij zijn alle milieu- en omgevingsaspecten beoordeeld (inclusief waterveiligheid, gebiedsbescherming (stikstof) en soortenbescherming).

Zie de motivering van de ontwerp-VVGB (bijlage 1). Aanvullend op de inhoudelijke toetsing heeft de gemeente een advies ontvangen van de DCMR, waarin zij in gaat op de geluidsbelasting van de verschillende varianten die onderdeel zijn van de MER-beoordeling. De gemeente heeft M+P gevraagd te reageren op dit advies. M+P bestrijdt de 2

Raadsbesluit Programmaplan Duurzaamheid 2020 genomen op 03-04-2020

datum

casenummer

pagina

1 november 2023

23.R.00141

9 van 19

correctheid van de door DCMR uitgevoerde analyse. Voor de volledigheid vindt u dit advies in bijlage 6a en de duiding bijlage 6b. Het belang van de omwonenden om beschermd te worden tegen geluidsoverlast weegt zwaar voor de gemeente. Door het hanteren van de voorgestelde normen in de ontwerp motivering van de VVGB (van 45 dB Lden, 39 dB Lnight en de WNC35 curve) wordt tegemoetgekomen aan het belang van omwonenden. Met deze normen acht de gemeente de afweging tussen het belang van de inwoner, het belang van de aanvrager en het algemeen belang aanvaardbaar. Zie de motivering van de ontwerp-VVGB (bijlage 1). - Inpassen Windpark Brielse Maasdijk in het landschap De provincie heeft vanaf 2015 verkend waar windturbines in het landschap geplaatst kunnen worden. In 2017 heeft de provincie de Partiële herziening VRM Windenergie vastgesteld, hierin is de locatie Brielse Maasdijk opgenomen. Op verzoek van gemeente Nissewaard is deze locatie nader gespecifieerd tot het gebied ten oosten van de Hartelbrug. Hiermee wordt voldaan aan de provinciale uitgangspunten voor landschappelijke en ruimtelijke inpassing van windturbines. In 2019 heeft Landschapsarchitectenbureau Feddes Olthof een verkenning gedaan naar de landschappelijke inpassing van de beoogde energieprojecten op Voorne-Putten.

Hier is gekeken naar de balans tussen de landschappelijke kwaliteiten en de hoeveelheid ruimte die kan worden ingezet voor de energieopgave. Hierbij is gekeken in hoeverre de kwaliteit van het betreffende landschap niet onomkeerbaar wordt aangetast. Conclusie van deze verkenning is dat in de randen van VoornePutten en de Noordrand, ruimte gevonden kan worden voor plaatsing van windturbines. Het college heeft advies gekregen van de welstandscommissie. De commissie is tegen de plaatsen van windturbines ten oosten van de Hartelbrug. Ze geeft aan dat de twee oostelijke turbines overheersen in het zicht vanuit het woongebied. De welstandscommissie heeft zich echter in haar advisering te voegen naar het planologisch kader. Met de ontwerp-VVGB wordt dit kader voorgelegd aan de gemeenteraad. Stemt de gemeenteraad hiermee in dan kan welstand niet negatief adviseren over de twee oostelijke turbines (anders dan de uiterlijke verschijningsvorm). Een aanvraag bouwvergunning moet worden geweigerd als het uiterlijk aanzien of de plaatsing hiervan in strijd is met de redelijke eisen van welstand. Maar deze regel geldt niet voor tijdelijke bouwwerken, zoals windturbines waarvoor een vergunning is verleend voor bijvoorbeeld 30 jaar niet aan de redelijke eisen van welstand hoeven te voldoen.

4.2 Ten aanzien van het Normenkader (beslispunt 2): Als gevolg van de Afdelingsuitspraak van 30 juni 2021 moet de gemeente zelf een normenkader vaststellen voor de aspecten geluid, slagschaduw, lichtschittering en externe veiligheid nu de voorheen geldende windturbinebepalingen van het rijk niet langer van toepassing zijn. Deze normen vormen onlosmakelijk onderdeel van de beoordeling van de ruimtelijke gevolgen in het kader van de ontwerp-VVGB. Al deze aspecten komen aan bod in de motivering van de ontwerp-VVGB (bijlage 1) en de daar genoemde onderdelen van de aanvraag, zoals de toelichting op de aanvraag, de ruimtelijke onderbouwing (GRO) en het MER. Normenkader: Geluid - De geluidsnorm van 45 dB Lden en 39 dB Lnight in combinatie WNC-35 norm onder specifieke omstandigheden en extra voorwaarden voor Jeugdgevangenis De Hartelborgt past het beste in de situatie bij Windpark Brielse Maasdijk. Het normenkader geluid bestaat uit  Voldoen aan een jaargemiddelde waarde Lden van 45 dB en Lnight van 39 dB op de gevels van geluidgevoelige objecten. Deze grenswaarden sluiten aan bij het advies van de World Health Organization (WHO) voor geluid van windturbines, zoals onderschreven door de GGD.

datum

casenummer

pagina

1 november 2023

23.R.00141

10 van 19

Extra bescherming bieden in stille nachten. Dit wordt bereikt door bij zuidenwind het geluid van de windturbines te beperken tot een streefwaarde die correspondeert met het achtergrondniveau (zogenaamde windnormcurve WNC-35). Deze streefwaarde hangt af van de windsnelheid.

Het normenkader is erop gericht dat het windturbinegeluid zo veel mogelijk wordt gemaskeerd door ander, bestaand omgevingsgeluid. Met de keuze voor een jaargemiddelde norm van Lden 45 dB (en resulterende Lnight 39 dB) conform het advies van de World Health Organization (WHO) wordt de geluidbelasting bijna gehalveerd ten opzichte van de normen die voorheen golden voor windturbineparken. Volgens het advies van de GGD levert een keuze voor de WHO-norm “een gezonde leefomgeving op en biedt gelijke gezondheidsbescherming voor alle inwoners”. Er is aan de noordkant van Spijkenisse al sprake van een relatief hoog geluidsniveau vanwege wegverkeersgeluid van de A15, railverkeersgeluid van de Havenspoorlijn en geluid van het industrieterrein Botlek-Vondelingenplaat. Met de toepassing van het advies van de WHO, voorkomen we dat de geluidsbelasting toeneemt. Met deze Lden 45 dB, Lnight 39 dB norm toetsen wij strenger dan de voorheen geldende geluidsnorm voor windturbines (47 dB). Bovendien wordt tijdens stille nachten door toepassing van de windnormcurve35 (WNC35), die rekening houdt met locatie specifieke omstandigheden, extra bescherming geboden. Stille nachten zijn nachten met zuidenwind wanneer het geluid van de Botlek, A15, Havenspoorlijn etc. door de wind weggevoerd wordt van Spijkenisse Noord.

Deze windnormcurve beschrijft hoe het achtergrondgeluid toeneemt bij oplopende windsnelheid. Dit betekent dat de windturbines afhankelijk van de windsnelheid in de nachtperiode meer of minder moeten worden “afgeschakeld” (noise mode). Door de combinatie van een jaargemiddelde norm met een locatie specifieke benadering door de WNC35 biedt dit bescherming aan omwonenden, met name ook voor de bewoners van de woonwijken in Spijkenisse Noord. In dit verband merken wij nog op dat – bij de gekozen geluidsnormering – ter plaatse van de woonwijken in Spijkenisse Noord feitelijk een jaargemiddelde geluidbelasting zal optreden van circa 41 tot 43 dB Lden. Dit komt omdat de wijk verder ligt dan de geluidsbelastingsgrens. Dus minimaal 4 dB lager dan de voorheen geldende windturbinenorm van Lden 47 dB. Een specifieke locatie betreft jeugdgevangenis De Hartelborgt. Deze inrichting wordt wettelijk gezien niet beschouwd als een gevoelig object (zoals een woning). Om de jongeren die zich hier langdurig bevindt toch te beschermen wordt daarom – conform de aanvraag – een nadere geluidsnorm voorgesteld ingevolge waarvan de maximale equivalente geluidbelasting vanwege windturbine 5 (WT5) in de slaapvertrekken in de nachtperiode niet meer mag bedragen dan 25 dB(A). Dit stemt overeen met de binnenwaarde voor de nachtperiode die voor woningen aanvaardbaar wordt geacht.

Bij een geschatte gevelwering van 20 dB in de huidige situatie, impliceert dit een maximaal equivalent geluidniveau van 45 dB(A) op de gevels van de slaapvertrekken vanwege windturbine 5. Dit betekent dat deze windturbine – afhankelijk van windcondities – gedurende de nacht afgeschakeld moet worden/ in noise mode moet gaan. Uit akoestisch onderzoek blijkt dat de huidige situatie in de verblijfsruimten binnen De Hartelborgt een niveau van 25 tot 35 dB(A) is. Dit niveau wordt met name veroorzaakt door de geluidbelasting vanwege Pernis-Botlek, de A15 en het spoor. - De woonbestemming Plaatweg 1 vervalt. Eén van de windturbines uit de aanvraag omgevingsvergunning (windturbine 10 op de punt van de Plaatweg) staat te dicht op de woning van Plaatweg 1 om te voldoen aan de externe veiligheidsnormen (en de voorgestelde geluidsnormen). De woning aan de Plaatweg 1 is echter aangekocht door HVC Landwind. De aanvrager heeft een verzoek ingediend om de woonbestemming om te zetten in een groenbestemming. Het wijzigen van de bestemming van deze woning naar groen

datum

casenummer

pagina

1 november 2023

23.R.00141

11 van 19

is randvoorwaardelijk voor de beoordeling of er sprake is van een ‘goede ruimtelijke ordening’. Zie verder paragraaf 4.4. -

Er is wetenschappelijk geen directe relatie aangetoond tussen geluidhinder en gezondheidsklachten. In de motivering van de ontwerp-VVGB (paragraaf 12) wordt nader ingegaan op hinder en gezondheid in relatie tot het beoogde windpark. Hieruit blijkt kort gezegd dat voor andere gezondheidseffecten – dan hinder – onvoldoende wetenschappelijk bewijs is gevonden voor een direct effect van het wonen in de nabijheid van een windturbine of het geluid ervan. De vraag of er een relatie is tussen geluidhinder en gezondheid is al jaren een punt van discussie. Onder meer in de factsheet RIVM van juli 2021 (bijlage 3) wordt geconcludeerd dat onvoldoende bewijs is gevonden voor de samenhang tussen gezondheidseffecten zoals hart- en vaatziekten, stofwisselingsstoornissen, cognitieve effecten, diabetes, obesitas en effecten op de mentale gezondheid en het geluid of wonen in de buurt van windturbines. Het ontbreken van de aantoonbare samenhang tussen gezondheidseffecten en het geluid van windturbines wordt ook bevestigd in de rechtspraak van de Afdeling Bestuursrecht van de Raad van State. Toch vinden wij het te rechtvaardigen om aansluiting te zoeken bij het WHO-advies om zo de hinder van het aangevraagde windpark zo klein mogelijk te houden. Normenkader: Slagschaduw - Voor slagschaduw wordt de aangevraagde norm van 1 uur per jaar passend geacht.

Arcadis heeft in opdracht van de aanvrager uitgebreid onderzoek uitgevoerd naar slagschaduw. De meeste windturbines kunnen alleen in de periode van begin april tot medio september in de vroege ochtend en aan het einde van de dag slagschaduw veroorzaken op gevoelige objecten, zoals woningen. Zonder mitigatie bedraagt de berekende maximale slagschaduwduur op maatgevende woningen circa 35-47 uur. Om hinder als gevolg van slagschaduw te verminderen is aanvullend een norm van maximaal 1 uur per jaar voor gevoelige objecten en voor jeugdgevangenis De Hartelborgt. Dit betekent dat een windturbine automatisch stil zal worden gezet als zich slagschaduw kan voordoen op bijvoorbeeld een woning (afhankelijk van de tijd van het jaar en of de zon schijnt). Een slagschaduwduur van 1 uur per jaar voor gevoelige objecten en De Hartelborgt is ruimschoots lager dan de voormalige norm in het Activiteitenbesluit van gemiddeld niet meer dan 17 dagen per jaar meer dan 20 minuten per dag (in de praktijk veelal vertaald naar een gemiddelde slagschaduwduur van ten hoogste 5 uur en 40 minuten per jaar).

Voor de overige niet-gevoelige objecten in het gebied zoals kantoren, bedrijfsgebouwen en sportvelden wordt de vastgestelde slagschaduwduur van gemiddeld 13 tot 72 uur per jaar op grond van jurisprudentie aanvaardbaar geacht, met name omdat het verblijf op specifieke momenten plaatsvindt en de verblijfstijd daar beperkter is dan in woningen. Ook valt de slagschaduwduur hier in de praktijk veelal lager uit dan berekend door de automatische stilstandsvoorziening die voor woningen en De Hartelborgt wordt toegepast. Normenkader: Lichtschittering - Voor het voorkomen van lichtschittering mag de reflectiewaarde van – aan de buitenkant zichtbare – materialen of daarop aangebrachte coatings maximaal 30% bedragen Lichtschittering wordt beperkt door toepassing van niet reflecterende materialen of coatinglagen. Door een specifieke ‘glansnorm’ op te nemen wordt concrete bescherming gegeven, hetgeen ten goede komt aan de rechtszekerheid. Overigens wordt in de praktijk al lange tijd gebruik gemaakt van “matte verf” bij windturbines waardoor hinderlijke lichtschittering wordt voorkomen.

Normenkader: Externe veiligheid - Met de normen PR10-5 (beperkt kwetsbare objecten) en PR10-6 (kwetsbare objecten) sluit het normenkader aan bij de bestaande, gangbare, normen voor externe veiligheid Voor het aspect externe veiligheid is ervoor gekozen om aan te sluiten bij de voorheen voor windturbines geldende normen uit het Activiteitenbesluit, die op hun beurt aansloten bij de gangbare veiligheidsnormen voor het zogenaamde ‘plaatsgebonden risico’ (“PR”). Het PR is het risico

datum

casenummer

pagina

1 november 2023

23.R.00141

12 van 19

(uitgedrukt in kans per jaar) dat één persoon die zich gedurende een jaar onafgebroken en onbeschermd op die plaats bevindt, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een calamiteit. Denk bij windturbines aan mastbreuk of het afbreken van een turbineblad. Hierbij wordt voor kwetsbare objecten zoals woningen een grenswaarde voor het PR gehanteerd van 10-6 oftewel het risico op overlijden mag niet meer bedragen dan 1 op 1.000.000. Voor beperkt kwetsbare objecten zoals grote kantoren geldt een kans van 1 op 100.000. Dit PR wordt visueel uitgedrukt door middel van een cirkel rond een windturbine. Binnen deze cirkel zijn dus bijvoorbeeld geen woningen toegestaan. Deze normen worden geschikt en passend geacht. Het risico ligt hiermee aanmerkelijk lager dan bij andere algemeen aanvaarde maatschappelijke risico’s. De kans op een ongeluk tijdens het reizen met een vliegtuig is vergeleken met een windturbineongeluk bijvoorbeeld circa 1.000x hoger. Het wonen in laaggelegen gebieden (overstromingsrisico) geeft een circa 10x hogere kans op overlijden dan een windturbine en voor autorijden ligt de kans op een vergelijkbaar aantal verloren levensjaren bijna 10.000x hoger dan bij een windturbineongeluk. Er is daarom geen aanleiding een strengere norm te hanteren voor windturbines dan voor andere risicovolle objecten.

Voor de verdere argumentatie wordt verwezen naar de motivering van de ontwerp-VVGB (bijlage 1), in het bijzonder paragraaf 6 van de motivering van de ontwerp-VVGB 4.3 Ten aanzien van directe omzetting van ontwerp-VVGB naar een definitieve VVGB, indien hiertegen geen zienswijzen worden ingediend, zorgt voor snelle besluitvorming (beslispunt 3). De ontwerp-VVGB zal gelijk met het ontwerp-besluit op de aanvraag van de omgevingsvergunning ter inzage worden gelegd. Het college ziet geen mogelijkheden om een ander advies af te geven dan hetgeen nu voorligt. Tegen het ontwerp-besluit kan eenieder zienswijzen indienen. Zienswijzen die betrekking hebben op de ontwerp-VVGB worden door het college beoordeeld. De gemeenteraad hoeft niet nogmaals een besluit te nemen over de ontwerp-VVGB als hier geen zienswijzen worden ingediend.

datum

casenummer

pagina

1 november 2023

23.R.00141

13 van 19

4.4

Ten aanzien van het ontwerpbestemmingsplan Plaatweg 1 (beslispunt 4) - De woonbestemming Plaatweg 1 gewijzigd. Om te voldoen aan het criterium van een goede ruimtelijke ordening voor het aangevraagde windpark is het noodzakelijk dat de bestemming van Plaatweg 1 in Spijkenisse wordt gewijzigd. De betreffende woning is in eigendom van de initiatiefnemer en deze heeft aangegeven de bestemming te willen wijzigen naar een groenbestemming. De initiatiefnemer heeft aangegeven ook bereid te zijn de woning, indien gewenst, te slopen. Door wijziging van het bestemmingsplan is deze belemmering voor het realiseren van Windpark Brielse Maasdijk weggenomen. Daarmee is op dit punt sprake van een goede ruimtelijke ordening. Met de bestemmingswijziging naar groen zijn er geen belemmeringen voor het afgeven van de ontwerp-VVGB. De omliggende percelen hebben de bestemming groen, tuin en recreatievolkstuin. Omzetting van de bestemming wonen naar groen is daarmee passend in deze omgeving. Het ontwerpbestemmingsplan wordt gelijk met de ontwerpbesluiten van het Windpark Brielse Maasdijk ter inzage gelegd. 5. Nadere reflectie van het college op het bovenstaande Alles in overweging nemend ziet het college geen andere mogelijkheid dan de gemeenteraad voor te stellen om een besluit te nemen over het ontwerp-VVGB en het normenkader.

Het college geeft ten aanzien van een aantal aspecten uit de ontwerp-VVGB een reflectie. Dit wordt gedaan omdat de feitelijke en juridische beoordeling van de aanvraag, dus of er sprake is van een goede ruimtelijke ordening, ons hiertoe geen ruimte laat. Daarom deelt het college hun reflectie met de gemeenteraad ten aanzien van een aantal onderwerpen in de brede context van het proces Windpark. Het college hecht eraan dat het debat zich niet beperkt tot zuiver juridische gronden, maar dat er ook ruimte moet zijn voor de gevoelens die het windpark Brielse Maasdijk oproept. 5.1 De komst van Windpark Brielse Maasdijk is niet onomstreden. Vanuit de omgeving zijn er verschillende opvattingen over de (mogelijke) komst van Windpark Brielse Maasdijk. Honderden omwonenden hebben eerder zienswijzen ingediend bij de ter inzagelegging van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau van het windpark. Dit betekent niet (automatisch) dat er sprake is van strijd met een goede ruimtelijke ordening. Pas als er sprake is van onaanvaardbare gevolgen, bijvoorbeeld als het gaat om geluid of slagschaduw, zijn dit aspecten die zien op een goede ruimtelijke ordening en kunnen die leiden tot een weigering van de ontwerp-VVGB. Deze aspecten zijn uitgewerkt bij de argumenten (paragraaf 4.2).

Het college is van mening dat de ontwikkeling van het windpark zorgt voor maatschappelijk ongemak die nog vele jaren kan duren, zoals ook bij Windpark Hartelbrug II. Het vertrouwen in de overheid is al geschaad door de wijze waarop de windturbines bij Windpark Hartelbrug II zijn gerealiseerd. Dit is voor het college nog een extra reden om dit proces zorgvuldig te doorlopen en hecht belang aan draagvlak te hebben van de inwoners. De opgave waar wij voor gesteld zijn rondom de energietransitie vraagt in hoge mate van betrokkenheid van inwoners en omwonenden. Ervaringen rondom de windparken Hartelbrug II en Nieuw-Beijerland benadrukken de noodzaak van draagvlak. De initiatiefnemer heeft een aanvraag voor een windpark bestaande uit vijf turbines ingediend. Die aanvraag moet worden beoordeeld op grond van de wettelijke vereisten. In de Notitie Reikwijdte en Detailniveau en ook in het MER zijn alternatieven uitgewerkt die met elkaar vergeleken zijn, waaronder een alternatief voor alleen turbines aan de westzijde van de Hartelbrug. Gelet op de reactie van het bewonersplatform had een aanvraag die betrekking had op alleen turbines aan de westzijde van de Hartelbrug op veel breder draagvlak bij omwonenden kunnen rekenen.

Het college betreurt het dat HVC Landwind de input en wensen van het college en het bewonersplatform naast zich heeft neergelegd in de uiteindelijke aanvraag en had graag gezien dat

datum

casenummer

pagina

1 november 2023

23.R.00141

14 van 19

de ontwikkelaar in het gesprek met de omwonenden overeenstemming had weten te bereiken over aantallen en/of posities van de beoogde windturbines. 5.2 Omwonenden hebben ondanks de voorgestelde normen zorgen over gezondheidsrisico’s in relatie tot het Windpark Brielse Maasdijk. Het college is zich ervan bewust dat veel inwoners zijn die de zorg hebben dat het windpark gezondheidsklachten oplevert. Over de gezondheidseffecten van windparken is nog niet alles bekend. Het RIVM geeft bijvoorbeeld aan dat eerder onderzoek al duidelijk maakte dat bepaalde kennis nog ontbreekt over gezondheidseffecten. De GGD heeft geadviseerd om het WHO-advies (van Lden 45 en 39 Lnight) te hanteren, die strenger is dan de voorheen geldende landelijke norm. In het voorgestelde normenkader wordt het WHO-advies, met extra bescherming voor de stille nachten, daarom ook gehanteerd. Het is niet duidelijk hoe de specifieke hinder van windturbines bij omwonenden in kaart kan worden gebracht. Ook is niet bekend bij welke geluidniveaus en op welke afstanden in Nederland gezondheidseffecten kunnen ontstaan. De komende jaren zal meer onderzoek gedaan (moeten) worden naar de effecten van windparken op de gezondheid van omwonenden, ook voor de lange termijn.

De voorliggende vergunningsaanvraag moet worden beoordeeld op basis van de huidige stand van zaken van de kennis op het gebied van gezondheidsrisico’s en de criteria van goede ruimtelijke ordening. Het college vindt de gezondheid van onze inwoners belangrijk. Daarom is het college van mening dat de impact van windturbines op de woonomgeving binnen de perken moet blijven. Mocht er tot plaatsing worden overgegaan dan is dat het minimaal aantal windmolens om aan de verplichting van de provincie te voldoen. Het college gaat daarom uit van het gebied ten westen van de Hartelbrug op ruime afstand van woongebieden. Daarom heeft het college de voorkeur voor de plaatsing van drie windturbines aan de westzijde van de Hartelbrug. Daarmee houdt het college zich aan de afspraken met de provincie. 5.3 Het Windpark Brielse Maasdijk kan van invloed zijn op toekomstige ontwikkelingen Het college constateert dat naast de impact op de bestaande, omliggende wijken en onze huidige inwoners ook een risico is dat het windpark van invloed kan zijn op nieuwe ontwikkelingen. Met de ontwikkeling van Haven Noord wil de gemeente de komende jaren een bedrijventerrein transformeren naar een hoogwaardige woon- en leefomgeving. Het plaatsen van windturbines ten oosten van de Hartelbrug kan invloed hebben op deze transformatie en vormt een risico om de huidige woningnood voortvarend aan te pakken.

5.4 De visuele impact van het windpark op de omgeving Het college constateert dat de ontwikkeling van windturbines de afgelopen jaren niet stil heeft gestaan. Ten tijde van het aanbod van de gemeenten op Voorne-Putten aan de Provincie (2017) was de gangbare hoogte van de turbines nog zo’n 150 meter terwijl de aanvraag van HVC Landwind uitgaat van een tiphoogte van maximaal 220 meter. Naast de hoogte is ook de energie-opwek van de turbines vele malen groter: van gangbare turbines van 3 MW in 2012 tot de nu aangevraagde turbines van maximaal 7 MW. Het college is van mening dat deze ontwikkelingen ook leiden tot een andere impact dan voorzien was, ten tijde van vaststelling van de VRM door de provincie. De impact van de grotere turbines op het omliggende landschap is daarmee evident. Het college heeft advies gekregen van de welstandscommissie. De commissie is tegen de plaatsen van windturbines ten oosten van de Hartelbrug. Ze geeft aan dat de twee oostelijke turbines overheersen in het zicht vanuit het woongebied. Het college voelt zich gesteund door het advies van de welstandscommissie. De welstandscommissie heeft zich in haar advisering te voegen naar het planologisch kader. Met de ontwerp-VVGB wordt dit kader voorgelegd aan de gemeenteraad.

Stemt de gemeenteraad hiermee in dan kan de welstandscommissie niet negatief adviseren over de twee oostelijke turbines (anders dan de uiterlijke verschijningsvorm). Het college had graag gezien dat de

datum

casenummer

pagina

1 november 2023

23.R.00141

15 van 19

inhoudelijke argumentatie van de welstandscommissie wel onderdeel uitmaakt van het afwegingskader. Ten aanzien van de positie van de aangevraagde windturbines had het college graag gezien dat de windturbines aan de noordzijde van het dijklichaam geplaatst op een vergelijkbare wijze als Windpark Hartelbrug II teneinde de maximale afstand tot aan de woonbebouwing te bereiken. 5.5 Op rijksniveau zijn op dit moment geen landelijke normen voor Windturbineparken vastgesteld. Het Rijk moet als gevolg van de uitspraak van de Afdeling van 30 juni 2021 algemene milieuregels voor windturbineparken opstellen. Als voorbereiding voor het opstellen van deze Rijksregels maakt het Rijk een milieueffectrapport (MER). Het concept milieueffectrapport (MER) en de concept milieuregels zijn op dit moment nog niet bekend. Inmiddels heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State wel een tweetal uitspraken gedaan over gemeentelijke en provinciale normen. In de uitspraak over Windpark Delfzijl en de uitspraak over Karolinapolder oordeelde de Afdeling positief over de gehanteerde ‘eigen normen’. In het raadsvoorstel en – besluit is hierop geanticipeerd door het stellen van lokale normen. Het college constateert dat er nu geen landelijke normen zijn en dat de gemeente vooruitlopend daarop over deze complexe materie een standpunt moet innemen.

Het college constateert dat het vaststellen van nieuwe rijksnormen mogelijk van invloed is op (de discussie over) de normen voor Windpark Brielse Maasdijk in de fase van het definitieve besluit én de beroepsprocedure. Als blijkt dat de toekomstige rijksnormen voor windturbines strenger zijn dan de normen die opgesteld zijn in ons normenkader, passen wij ons normenkader daarop aan. Het college volgt de ontwikkelingen met betrekking tot de landelijke normen met belangstelling. Het college betreurt dat er een besluit genomen moet worden voordat de rijksnormen bekend zijn.

datum

casenummer

pagina

1 november 2023

23.R.00141

16 van 19

6. Maatschappelijk draagvlak - Informatie en participatie Sinds 2019 is informatie- en participatiegelegenheid geboden middels diverse informatieavonden, nieuwsbrieven, persberichten en via het bewonersplatform (BP) en de omgevingsadviesraad (OAR). Daarnaast zijn vele direct betrokkenen/ belanghebbenden persoonlijk gesproken, deze gesprekken met aanwonenden zijn gedurende de looptijd van het project gevoerd. Het doel van het bewonersplatform – bestaande uit vertegenwoordigers van onze inwoners – is meedenken en meepraten over diverse onderwerpen zoals aantal windturbines, afmetingen, geluid, slagschaduw. Een afvaardiging van het bewonersplatform maakt deel van de OAR. De OAR is een orgaan waar, naast een afvaardiging van het bewonersplatform, belangenorganisaties, andere stakeholders en overheden zitting hebben (denk aan onze gemeente, waterschap, ondernemers, de watersportvereniging en de jeugdgevangenis). De betrokken partijen zijn in een vroeg stadium geïnformeerd over en betrokken bij de planontwikkeling van de windturbines. Het bewonersplatform heeft een reactie gegeven met een voorkeur voor het voorkeursalternatief van drie windturbines aan de westzijde van de Hartelbrug. Veel gehoorde zorgen gingen over de impact op het landschap, overlast en gezondheid. Eerder zijn er vanuit omwonenden 445 bezwaren ingediend tegen de windturbineplannen.

Daarmee kan de vergunningsaanvraag dat nu voor ligt niet rekenen op draagvlak van omwonenden. - Financiële participatie De mogelijkheden tot financiële participatie zijn beschreven in het omgevingsconvenant. Dit convenant wordt afgesloten tussen HVC Landwind, de Coöperatieve Vereniging Voorne-Putten Energie U.A. (“VPE”), de OAR en het Bewonersplatform. In hoofdlijnen voorziet het (concept) omgevingsconvenant in de volgende mogelijkheden tot financiële participatie: -

Er is voorzien in een aanwonendenregeling die gedurende de exploitatieperiode voorziet in een jaarlijkse vergoeding voor woningeigenaren binnen 500 meter van een windturbine. De hoogte van de vergoeding is afhankelijk van de afstand tot de windturbine in combinatie met de jaargemiddelde Lden-norm.

-

Er komt een gebiedsfonds dat zich richt op twee regelingen: een stimuleringsregeling duurzaamheid en een omgevingsfonds (sociaal- maatschappelijke projecten). De totale omvang van het fonds is afhankelijk van de opbrengst van het windpark. Het gebiedsfonds wordt gevuld middels jaarlijkse bijdragen van de exploitant afhankelijk van de werkelijke energieopbrengst van het windpark.

-

HVC Landwind en VPE maken het mogelijk voor omwonenden en inwoners, ook voor de inwoners van Hoogvliet, om financieel deel te nemen in het project. Dit krijgt vorm via rentegevende obligaties met een looptijd van 7 jaar. Hoe dichter mensen bij het windpark wonen, hoe hoger de korting die zij op hun obligatie krijgen.

Informatievoorziening De pagina's op de website van de gemeente over Windpark Brielse Maasdijk zijn permanent actueel gehouden. Daarnaast is de projectwebsite met de informatie over het project ook actueel gehouden door de initiatiefnemer. Verder is er regelmatig een nieuwsbrief verspreid aan inwoners die aangegeven hebben op de hoogte gehouden te willen worden over het Windpark Brielse Maasdijk.

datum

casenummer

pagina

1 november 2023

23.R.00141

17 van 19

7. Financiële consequenties De gemeentelijke kosten met betrekking tot de aanvraag en tot aan de realisatie komen ten laste van de initiatiefnemer. De Wet ruimtelijke ordening (Wro) bepaalt dat de gemeenteraad een exploitatieplan moet vaststellen voor gronden waarop een bouwplan is voorgenomen. Een exploitatieplan kan achterwege blijven wanneer de kosten door middel van een anterieure overeenkomst worden verhaald. In dit geval is geen sprake van een bouwplan in de zin van de Wro en Bro, maar is wel gekozen voor het aangaan van een overeenkomst op grond waarvan, in ieder geval, de eventuele planschadekosten worden verhaald (de Anterieure- en planschadeovereenkomst Windpark Brielse Maasdijk). Ten aanzien van te overleggen bankgarantie door de aanvrager bestaat het risico dat in het geval de financiering niet rondkomt ook de bankgarantie er niet gaat komen. Aangezien de planologische maatregel echter wel een feit is kunnen dan eventuele planschadeclaims worden ingediend bij de gemeente Nissewaard zonder dat er een verhaalsmogelijkheid is in het geval de aanvrager zijn verplichtingen onverhoopt niet nakomt. Om het eventuele risico te kwantificeren heeft de aanvrager een QuickScan van planschade laten uitvoeren. Op basis daarvan wordt het risico op planschade geraamd op €110.000,-.

Zoals te doen gebruikelijk worden risico’s ten aanzien van planologische procedures betrokken bij het opstellen van de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing van de begroting. In de anterieure overeenkomst zijn er bepalingen opgenomen over de communicatie en participatie van de omgeving in het verdere proces. De ambtelijke kosten worden in rekening gebracht bij de initiatiefnemer op basis van de anterieure overeenkomst. De leges voor andere werkzaamheden dan de planprocedure worden separaat door de gemeente in rekening gebracht op basis van de Legesverordening gemeente Nissewaard. De kosten voor de lopende procedure zijn geschat op €408.686 voor 2023 en €144.000 voor 2024. Dit wordt gefinancierd uit het beschikbaar gestelde krediet van de gemeenteraad, deze kosten worden middels de anterieure overeenkomst verhaald bij de initiatiefnemer. 8. Risico’s die voortvloeien uit het niet verlenen van de VVGB Wanneer de gemeenteraad besluit tot het niet afgeven van de ontwerp-VVGB, zal het college de omgevingsvergunning moeten weigeren. Het niet verlenen van de omgevingsvergunning brengt, gezien de gemaakte afspraken met PZH en initiatiefnemer, een aantal risico’s met zich mee. Hieronder volgt een inschatting van mogelijke risico’s:  Tegen de weigering van de omgevingsvergunning kan de Aanvrager in beroep gaan.

In het geval de bestuursrechter het besluit van het college vernietigt, is het aannemelijk dat HVC de gemeente aansprakelijk stelt voor eventuele schade.  De gemeente Nissewaard wekt nu 5% van de totale verwachte energievraag in 2050 op. Nissewaard wil in 2030 27% energieneutraal zijn. Het windpark draagt tussen de 17-22% bij aan de energieopgave in 2050. Zonder de realisatie van dit windpark ontstaat er een nieuwe uitdaging om de ambitie van 2050 te behalen. Ongeacht de keuze die gemaakt wordt blijft de uitdaging om energieneutraal te zijn in 2050 groot. Met drie windturbines wordt die uitdaging wel groter.  PZH kan de bevoegdheid terugnemen van de gemeente Nissewaard als blijkt dat het collegebesluit door de rechter is vernietigd en stelt vervolgens een inpassingsplan op voor het realiseren van het windpark Brielse Maasdijk. Dit kan resulteren in de toepassing van een minder streng normenkader.

datum

casenummer

pagina

1 november 2023

23.R.00141

18 van 19

9. Communicatie van het besluit Gezien het grote maatschappelijke belang van dit project zijn de betrokkenen in de aanloop naar besluitvorming actief geïnformeerd en dit zal ook gelden voor de feitelijke besluitvorming ten aanzien van de vergunningverlening. - Persbericht Na besluitvorming over de ontwerp-VVGB in de gemeenteraad van 2 november gaat een persbericht uit waarmee media worden geïnformeerd over het besluit en de overwegingen van de gemeenteraad en het verdere proces. Dit bericht zal ook gedeeld worden via de website van de gemeente en de social mediakanalen. - Nieuwsbrief Na besluitvorming in de gemeenteraad van 2 november wordt via de nieuwsbrief over het project een update gegeven aan de abonnees. - Formele terinzagelegging ontwerp-VVGB en ontwerp-vergunning Nadat het college een besluit heeft genomen over de ontwerp-vergunning volgt publicatie van de ontwerp-VVGB en ontwerp-omgevingsvergunning. Dan is er een periode van 6 weken waarin zienswijzen kunnen worden ingediend bij de gemeente. - Informatieavonden Voorafgaand of tijdens de terinzagelegging worden inwoners uitgenodigd deel te nemen aan de verschillende inloopavonden. Tijdens deze avonden wordt informatie verstrekt over het windpark Brielse Maasdijk, de ontwerp-VVGB, de ontwerp-omgevingsvergunning en het verdere proces.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13328624/3