CConstaterende datNissewaard
Koppel je AI →
Document · PDF

Wijziging omgevingsplan uitbreiding bedrijventerrein Halfweg - Motivering bijlage 6 - Mer-beoordeling

Gemeenteraad 6 mei 2026, gemeente NissewaardBij agendapunt: Vaststelling wijziging omgevingsplan uitbreiding bedrijventerrein Halfweg4.318 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Memo

referentienummer datum aan van kopie projectnummer project betreft

1.

Inleiding

1.1

Aanleiding

02 31 maart 2026 College van Burgemeester en Wethouders gemeente Nissewaard Marlon Camp Gertjan Leeuw 0499411.100 Uitbreiding bedrijventerrein Halfweg Spijkenisse plan-MER-beoordeling uitbreiding bedrijventerrein Halfweg Spijkenisse

De gemeente Nissewaard heeft het voornemen om bedrijventerrein Halfweg naar het westen uit te breiden. De uitbreiding van het bedrijventerrein voorziet in de compensatieopgave ten behoeve van de woningbouwontwikkeling Haven Noord. Een verouderd bedrijventerrein wordt hier getransformeerd naar een woningbouwlocatie. De provincie Zuid-Holland heeft opgenomen in de omgevingsverordening dat verlies aan bedrijfsgrond, voor zover daar minimaal milieucategorie 3.1 wordt mogelijk gemaakt, gecompenseerd dient te worden. Deze ontwikkeling voorziet in deze compensatieopgave. Het bedrijventerrein Halfweg is gelegen in het noordwesten van Spijkenisse, gemeente Nissewaard. Door het bedrijventerrein uit te breiden komt er meer ruimte voor bedrijven om zich dicht bij de regio - Rotterdam, Botlek, Europoort, Maasvlakte - te vestigen. Daarnaast wordt er op het bedrijventerrein een 25/10 kV transformatorstation voor Stedin gerealiseerd om te voldoen aan de toenemende vraag naar elektriciteit in het plangebied en omgeving. Om de uitbreiding van het bedrijventerrein Halfweg mogelijk te maken dient het omgevingsplan te worden gewijzigd. Dit wordt gedaan door middel van een TAM-IMRO plan. Het voornemen past niet in het huidige ruimtelijke regime waardoor een ruimtelijke procedure benodigd is. Een onderdeel van de ruimtelijke procedure is het schrijven van een mer-beoordeling.

In de mer-beoordeling wordt beoordeeld of de ontwikkeling en de omgevingsaspecten kunnen leiden tot aanzienlijke milieueffecten. In de conclusie wordt geconcludeerd of er sprake is van aanzienlijke milieueffecten en er aanleiding bestaat een milieueffectrapportage op te stellen voor de beoogde ontwikkeling.

1.2

De mer-beoordeling In Nederland is het verplicht voor ontwikkelingen met mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen een zogenaamde mer-procedure te doorlopen en een milieueffectrapportage op te stellen. De procedure van een milieueffectrapportage is bedoeld om het milieubelang vroegtijdig en volwaardig in de plan- en besluitvorming in te brengen. Een mer is altijd gekoppeld aan een besluit, bijvoorbeeld een omgevingsvisie, programma, omgevingsplan of omgevingsvergunning. Of en zo ja welke verplichtingen gelden ten aanzien van een mer is vastgelegd in bijlage V van het Omgevingsbesluit. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen een mer-procedure en een mer-beoordelingsprocedure.

Dit document is vertrouwelijk. Bezoek onze website voor de volledige disclaimer: Algemene voorwaarden en privacyverklaring Antea Nederland B.V. - statutaire zetel Heerenveen - handelsregister 29021830 - BTW nr. NL003662317B01 vestigingen in Heerenveen, Schoonebeek, Deventer, Almere, Capelle aan den IJssel, Goes, Oosterhout en Maastricht

blad 1 van 12

datum 31 maart 2026 projectnummer 0499411.100 betreft plan-MER-beoordeling uitbreiding bedrijventerrein Halfweg Spijkenisse

Mer Een mer-procedure geldt voor (grotere) activiteiten waar op voorhand belangrijke negatieve milieueffecten worden verwacht. In een milieueffectrapport worden de effecten van de activiteit onderzocht en beoordeeld, wordt onderzocht of er alternatieven bestaan die op zelfde wijze aan het doel voldoen, maar mogelijk minder negatieve milieueffecten hebben en wordt onderzocht of er maatregelen mogelijk zijn om negatieve effecten te voorkomen dan wel te verminderen (mitigatie). De mer-procedure bestaat uit verschillende stappen en producten. De procedure is openbaar. Voorafgaand aan het mer wordt de gelegenheid gegeven om reactie te geven op wat in het mer moet worden onderzocht en op welke manier (reikwijdte en detailniveau). Na afronding van het mer mag een reactie worden gegeven over de volledigheid en juistheid van het mer. Ook wordt het mer getoetst door de onafhankelijke Commissie mer. Mer-beoordeling Bij een mer-beoordeling ligt het besluit of een mer-procedure doorlopen moet worden niet bij wet vast, maar moet het bevoegd gezag dit besluiten. Dit op basis van een afweging of sprake is van te verwachten belangrijk negatieve milieueffecten. Hiervoor wordt meestal een document opgesteld met een beschrijving van de activiteit, beschrijving van de locatie, de aanwezige milieuwaarden en een beschrijving van de te verwachten milieueffecten.

Dit meestal op basis van al beschikbare informatie, zonder uitgebreide aanvullende onderzoeken. Anders dan bij mer hoeft in een mer-beoordeling ook geen alternatievenonderzoek plaats te vinden. Onderzoek naar mitigatiemogelijkheden mag, maar hoeft niet. Anders dan bij mer kent de mer-beoordeling veel minder procedurele stappen en eisen. Er hoeft geen inspraak op en toets van de mer-beoordeling plaats te vinden. Een mer-beoordeling kent daarom een kortere doorlooptijd dan een mer.

1.3

Waarom een mer-beoordeling Op grond van de Omgevingswet (artikel 16.43, lid 1 onder b, alsmede lid 2 en 3) en het Omgevingsbesluit (hoofdstuk 11 en bijlage V) dient voor verschillende soorten projecten te worden bepaald of er ten gevolge van het desbetreffende project sprake kan zijn van aanzienlijke milieueffecten. Afhankelijk van deze eventuele aanzienlijke milieueffecten is een milieueffectrapportage (mer, de procedure) al dan niet nodig en dient er wel of geen MER (milieueffectrapport, het document) te worden opgesteld. Dit is ter beoordeling aan het bevoegd gezag. Project-mer-beoordeling De voorgenomen ontwikkeling, ontwikkeling van de uitbreiding van het bedrijventerrein Halfweg, valt onder nummer J10: ‘Industrieterrein’ (zie onderstaande tabel). In Bijlage V van het Omgevingsbesluit is vastgelegd dat voor deze activiteiten geen directe mer-plicht geldt, maar wel een mer-beoordelingsplicht. Bovendien is vastgelegd dat deze plicht uitsluitend geldt bij het omgevingsplan.

Nr.

J10

Kolom 1

Kolom 2

Kolom 3

Kolom 4

Projecten

Gevallen waarin de mer-plicht geldt (artikel 16.43, eerste lid, aanhef en onder a, van de wet)

Gevallen waarin de merbeoordelingsplicht geldt (artikel 16.43, eerste lid, aanhef en onder b, van de wet)

Besluiten als bedoeld in artikel 11.6, derde lid, onder c, van dit besluit.

Industrieterrein

Niet van toepassing

Aanleg, wijziging of Het omgevingsplan uitbreiding

Geconcludeerd wordt dat sprake is van een (project)-mer-beoordelingsplicht. Plan-mer-beoordeling In de Omgevingswet is opgenomen dat een directe plan-mer-plicht van toepassing kan zijn als er sprake is van a) een kaderstellend plan of b) als er een passende beoordeling opgesteld moet worden.

blad 2 van 12

datum 31 maart 2026 projectnummer 0499411.100 betreft plan-MER-beoordeling uitbreiding bedrijventerrein Halfweg Spijkenisse

Van kaderstelling is sprake als het plan richting of sturing geeft aan vervolgbesluiten, bijvoorbeeld door een locatie voor een project af te wegen, maar ook al als het ‘de toon zet voor’ vervolgbesluiten. Bij dit omgevingsplan voor een bedrijventerrein is hier sprake van. De uitzondering hierop is als volstaan kan worden met een plan-merbeoordeling, zoals aangegeven in het Omgevingsbesluit. Het kan, kort samengevat, als sprake is van ‘kleine gebieden’1 of ‘kleine wijzigingen’ en het plan niet kaderstellend is voor project-mer-plichtige activiteiten. Voor de voorgenomen ontwikkeling geldt dat sprake is van een plan dat gaat over ‘een klein gebied op lokaal niveau (want het plangebied is veel minder dan 1% van het grondgebied namelijk +/-< 0,1%)’ waarvoor de gemeente het bevoegd gezag is. Deze uitzondering is aan de orde voor deze ontwikkeling, waardoor sprake is van een plan-merbeoordelingsplicht. Een laatste mogelijkheid om een plan-mer te moeten uitvoeren is wanneer er een passende beoordeling moet worden opgesteld. Voor de ontwikkeling Halfweg hoeft geen passende beoordeling opgesteld te worden. Daarmee is er geen sprake van een directe mer-plicht via dit spoor. Conclusie Er is sprake van een gecombineerde plan-mer-beoordelingsplicht en project-mer-beoordelingsplicht. Inhoudelijk is er nauwelijks onderscheid tussen beide mer-beoordelingsvormen.

1.4

MER-Eisen voor TAM-omgevingsplan Uitbreiding industrieterrein Spijkenisse Voor de opzet van de mer-beoordeling moet rekening gehouden worden mer de richtlijnen voor een merbeoordeling en plan-mer-beoordeling. Als richtlijnen voor de mer-beoordeling en plan-mer-beoordeling zijn de eisen zoals gesteld in Europese regelgeving van belang: respectievelijk bijlage II Europese SMB richtlijn 2001/42/EG voor de plan-mer-beoordeling en Bijlage III Europese MER richtlijn 2011/92/EU voor de merbeoordeling. De twee bijlagen verschillen inhoudelijk enigszins, maar door de Raad van State is uitgesproken dat ze inhoudelijk vergelijkbaar zijn hetzelfde beogen en dat er niet apart aan beide bijlagen getoetst hoeft te worden (bevestigd door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in uitspraak 201804031/4/R1 (ECLI:NL:RVS:2021:1054) 19 mei 2022). De eisen zoals gesteld in de Europese richtlijnen zijn in het werkveld “vertaald naar de Nederlandse situatie”. De beschrijving in deze mer-beoordeling volgt dan ook niet letterlijk de Europese richtlijnen, maar geeft wel invulling aan de strekking van de richtlijnen: beschrijving van de kenmerken van de locatie, de activiteit en de verwachte mogelijke milieueffecten. Deze zijn hieronder (met rechtstreekse kopie uit bijlage II van de SMB-richtlijn) weergegeven.

1

De Raad van State heeft voor bijvoorbeeld de N65 1% van het gemeentelijk grondgebied geaccepteerd als klein. Advocaat-generaal Kokott van Europese Hof heeft 5% genoemd.

blad 3 van 12

datum 31 maart 2026 projectnummer 0499411.100 betreft plan-MER-beoordeling uitbreiding bedrijventerrein Halfweg Spijkenisse

Hierin wordt in de werkpraktijk een derde criterium aan toegevoegd: de plaats van het plan of programma.

blad 4 van 12

datum 31 maart 2026 projectnummer 0499411.100 betreft plan-MER-beoordeling uitbreiding bedrijventerrein Halfweg Spijkenisse

2.

Ontwikkeling

2.1

Plaats van het project Het plangebied kent in de huidige situatie een agrarisch gebruik. De agrarische gronden zijn gelegen in het buitengebied van gemeente Nissewaard, ten westen van het bedrijventerrein Halfweg in Spijkenisse. Het bedrijventerrein wordt uitgebreid naar het westen. Op het huidige bedrijventerrein zitten diverse bedrijven met een maximale toegestane milieucategorie 5.2. Het zijn voornamelijk logistieke dienstverleners, verhuur van equipement, industriële dienstverleners, shipsproviders, autobedrijven, bouwmarkten, maar ook kleinschaligere bedrijven. Het huidige bedrijventerrein bestaat voornamelijk uit verhard oppervlak en grenst aan een groenstrook met een waterstructuur. Naast de bebouwing is ook ruimte voor parkeervoorzieningen aanwezig. In onderstaand figuur wordt het plangebied afgebeeld en een deel van het bedrijventerrein Halfweg. In het plangebied zijn sloten en watergangen aanwezig. Deze liggen in het oosten van het plangebied en ten zuiden van de Groene Kruisweg. Ook ten zuiden van de Groene Kruisweg is een biodivers grasland aanwezig.

Figuur 2-1 Huidige situatie plangebied en bedrijventerrein Halfweg (Cyclomedia)

In de huidige situatie is geen infrastructuur in het plangebied gelegen. Aan de westzijde van het plangebied is een landweg, de Middelblokweg gelegen. Dit is tussen agrarische percelen gelegen.

2.2

Beoogde ontwikkeling In de toekomstige situatie wordt het bedrijventerrein Halfweg uitgebreid naar het westen. De uitbreiding is benodigd voor de compensatieregeling vanuit de provincie Zuid-Holland. Nabij de Spijkenisserburg, langs de Groene Kruisweg in Spijkenisse is een verouderd bedrijventerrein gelegen. Gemeente Nissewaard is voornemens om deze locatie te herontwikkelen naar een woongebied van 1.700 woningen. Verlies aan bedrijfsgrond dient te worden gecompenseerd. De voorgenomen ontwikkeling, uitbreiding van het bedrijventerrein, heeft een oppervlakte van circa 46.600 m² uitgeefbaar en verhard gebied.

blad 5 van 12

datum 31 maart 2026 projectnummer 0499411.100 betreft plan-MER-beoordeling uitbreiding bedrijventerrein Halfweg Spijkenisse

Figuur 2-2 Ontwikkeling uitbreiding bedrijventerrein Halfweg

Het toekomstige bedrijventerrein voorziet in diverse bedrijfskavels, zie Figuur 2-2. Op de vlakken kunnen bedrijven worden gevestigd met een maximale milieucategorie van 4.2. Naast de toekomstige bedrijven voorziet de uitbreiding van het bedrijventerrein ook in het aanleggen van groenen waterstructuren. Dit is voornamelijk gelegen aan de noord- en westzijde van het plangebied. Er is ook een representatieve zone aanwezig in het plangebied. Eén kavel is bestemd voor een 25/10 kV transformatorstation van de netbeheerder Stedin. Vanwege de bestaande netcongestie moet het transformatorstation al op korte termijn worden gerealiseerd. De ontwikkeling hiervan loopt daarom vooruit op de uitbreiding van het bedrijventerrein Halfweg. Dit wordt middels een buitenplanse omgevingsplanactiviteit juridisch-planologisch mogelijk gemaakt. Voor het toekomstige bedrijventerrein gelden restricties ten aanzien van het type bedrijven en activiteiten die toegestaan zijn in het gebied. Activiteiten die aanzienlijke geluidhinder veroorzaken worden niet toegestaan op deze locatie. Tevens zijn mer-plichtige bedrijven uitgesloten. Daarnaast is de maximale toegestane milieucategorie vastgesteld via de regels op 4.2. Dit is geregeld in de regels van het omgevingsplan.

blad 6 van 12

datum 31 maart 2026 projectnummer 0499411.100 betreft plan-MER-beoordeling uitbreiding bedrijventerrein Halfweg Spijkenisse

3.

Beoordeling

3.1

Kenmerken van het project Aard en omvang van het project

Cumulatie

Het TAM-IMRO plan maakt de ontwikkeling van een bedrijventerrein mogelijk. Het totale plangebied heeft een oppervlakte van ongeveer 7 hectare. De ontwikkeling bestaat uit een aantal beschikbare kavels voor diverse bedrijven. Voor deze bedrijven gelden een aantal restricties. Deze restricties zijn: de maximale milieucategorie van 4.2; Geen activiteit die aanzienlijke geluidshinder veroorzaakt; Geen activiteit die risico’s op het gebied van omgevingsveiligheid veroorzaakt, met uitzondering van bedrijven waarbij wordt aangetoond dat er voldaan wordt aan de regels om hiervan af te wijken en er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Geen IPPC installaties Daarnaast wordt er een transformatorstation voor Stedin gerealiseerd op het bedrijventerrein. Bij de beoordeling van mogelijke cumulatieve milieueffecten is onderzocht of er in de directe omgeving van het plangebied andere (bouw)projecten plaatsvinden die in combinatie met de ontwikkeling van het bedrijventerrein tot significante milieueffecten zouden kunnen leiden. Op basis van de huidige ruimtelijke plannen en beschikbare informatie zijn er geen andere relevante bouwprojecten of ruimtelijke ontwikkelingen in de directe omgeving van het bedrijventerrein die gelijktijdig of binnen een relevante termijn worden gerealiseerd.

Hierdoor is er geen sprake van ruimtelijke of temporele overlap die tot cumulatie van milieueffecten zou kunnen leiden.

Natuurlijke hulpbronnen

Risico op ongevallen

Verontreinigingen hinder

Bestaand gebruik

en

Daarnaast is het transformatorstation, dat binnen het plangebied van het uit te breiden bedrijventerrein wordt gerealiseerd, meegenomen in de beoordeling van het totale initiatief. De effecten hiervan zijn integraal beschouwd in paragraaf 3.2 Het plangebied is gelegen op landbouwgrond. Er zijn daarmee geen specifieke natuurlijke hulpbronnen aanwezig in het plangebied. Gebruik van natuurlijke hulpbronnen is geen onderdeel van het eindbeeld van het ruimtelijke plan. De te bouwen bedrijven maken gebruik van elektriciteit en de te verwachten verkeersstroom grotendeels van fossiele brandstof. Voor de realisatie van het initiatief wordt gebruik gemaakt van daarvoor benodigde bouwmaterialen. Het voorgenomen bouwprogramma en de landschappelijke inpassing leiden niet tot significant grotere kansen op ongevallen of rampen, dan in de huidige situatie. Hier wordt nader op ingegaan bij het aspect omgevingsveiligheid in paragraaf 3.2. Het is dan ook niet aannemelijk dat de beoogde ontwikkeling een effect heeft op eventuele ongevallen en/of rampen. Het is niet aannemelijk dat de beoogde ontwikkeling een bijdrage heeft op het klimaat. Er is geen sprake van verontreiniging in de huidige situatie, noch leidt het voorgenomen gebruik tot te verwachten verontreinigingen. Tijdens de aanleg wordt er zo veel mogelijk naar gestreefd om hinder te voorkomen.

Ten aanzien van het verkeer geldt dat dit zoveel mogelijk moet kunnen doorstromen. De werkzaamheden hebben beperkte invloed op de omliggende infrastructuur en deze infrastructuur kent tevens voldoende mogelijkheden voor het doorgaande verkeer om de bouwomgeving te passeren. Een verdere afweging van de (milieu)aspecten vindt plaats in paragraaf 3.2. Het plangebied wordt in de huidige situatie gebruikt als landbouwgrond.

blad 7 van 12

datum 31 maart 2026 projectnummer 0499411.100 betreft plan-MER-beoordeling uitbreiding bedrijventerrein Halfweg Spijkenisse

Gevoeligheid milieu

3.2

van

het

-

Het plangebied is niet aan de kust gelegen Het plangebied ligt niet in een reserveringsgebied waterbergings-, drinkwaterwinnings- en grondwaterbeschermingsgebied. Het plangebied is volledig in het buitengebied gelegen. Het plangebied is op circa 3,5 kilometer afstand gelegen van Natura 2000 gebied en op circa 800 meter van NNN-gebied. Het plangebied heeft hoge archeologische verwachtingen. De nadere effecten op milieu worden in paragraaf 3.2 beschreven.

Kenmerken van het potentiële effect Natuurgebieden

Natuursoorten

Geluidhinder

Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is ‘Oude Maas’ en ligt op ongeveer 3,5 kilometer afstand ten westen van het plangebied. Dit gebied is aangewezen op basis van de vogelrichtlijn. Binnen een straal van 15 kilometer liggen nog 2 andere Natura 2000-gebieden. Het betreft ‘Haringvliet en ‘Voornes Duin’, waarbij alleen ‘Voornes Duin’ een stikstofgevoelige habitat betreft. In het plangebied is geen NNN-gebied aanwezig. Het dichtstbijzijnde NNN-gebied bevindt zich op circa 800 meter ten zuiden van het plangebied. De mogelijke negatieve effecten (verzuring en vermesting door stikstofdepositie), zijn in kaart gebracht met een AERIUSberekening. Ten gevolge van de planontwikkeling is er een toename van stikstofdepositie van maximaal 0,01 mol N/ha/jaar op de Natura 2000-gebieden Solleveld & Kapittelduinen. De effecten van het plan op stikstofdepositie in de Natura 2000-gebieden worden volledig gemitigeerd door intern salderen (inzetten van stikstofdepositieruimte die ontstaat door het beëindigen van het bemesten van de landbouwpercelen in het plangebied). Na intern salderen is er namelijk nergens een toename van stikstofdepositie groter dan 0,00 mol N/ha/jaar. Ook in cumulatie is daarmee nergens sprake van een toename van stikstofdepositie. Met de inzet van de mitigerende maatregel is daarmee nergens sprake van een significant negatief effect ten gevolge van stikstofdepositie.

Directe effecten op gevoelige natuurgebieden worden uitgesloten. Direct aansluitend op het plangebied is geschikte biotoop aangetroffen voor beschermde soorten (Ow) waarvoor geen algemene vrijstelling geldt. Het gaat om soorten uit de volgende soortgroepen: boombroedende vogels met een jaarrond beschermd nest, algemene broedvogels en vleermuizen. Er dient nader onder onderzoek uitgevoerd te worden naar boombroedende vogels met jaarrond beschermd nest, slechtvalk en diverse soorten vleermuizen. Daarnaast moeten er maatregelen worden getroffen voor algemene broedvogels en vleermuizen. Uit de nadere onderzoeken volgen maatregelen die getroffen moeten worden. Deze dienen te worden opgevolgd. Mede gelet op de fysieke mogelijkheden om in (de omgeving van) het plangebied mitigerende/compenserende maatregelen, zoals plaatsing van nestkasten, te treffen mag worden aangenomen dat een ontheffing kan worden verleend. Op het moment dat deze worden toegepast worden significante effecten op beschermde soorten uitgesloten. Het plangebied is gelegen in de geluidzone van het industrieterrein BotlekVondelingenplaat. In de geluidzone is het niet mogelijk om nieuwe geluidgevoelige objecten te realiseren waardoor aanzienlijke milieueffecten niet worden verwacht voor nieuwe geluidgevoelige objecten. Met de voorgenomen ontwikkeling wordt tevens geen geluidgevoelig object gerealiseerd.

Daarnaast zijn er in de omgeving van het plangebied enkele geluidgevoelige objecten gelegen. Door het gebruik van de VNG uitgave ‘Bedrijven en Milieuzonering’ (2009) is bepaald dat de geluidgevoelige objecten op voldoende afstand zijn gelegen ten opzichte van het nieuw te realiseren bedrijventerrein. De

blad 8 van 12

datum 31 maart 2026 projectnummer 0499411.100 betreft plan-MER-beoordeling uitbreiding bedrijventerrein Halfweg Spijkenisse

maximale toelaatbare milieucategorie is 4.2. In de regels is opgenomen dat het verboden is zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning een bedrijfsactiviteit uit te oefenen uit een hogere milieucategorie dan milieucategorie 4.2, met dien verstande dat de activiteiten die in aanzienlijke mate geluid produceren niet zijn toegestaan.

Luchtkwaliteit

Verkeer

De geluidgevoelige objecten liggen op voldoende afstand en hierdoor worden er geen significante effecten verwacht ten aanzien van het aspect geluid. De realisatie van de uitbreiding van het bedrijventerrein leidt tot een toename van verkeersintensiteiten. Hierbij komen emissies vrij van onder andere stikstofoxiden en fijnstof. Uit het luchtkwaliteitsonderzoek blijkt dat er wordt voldaan aan de regels van het Bkl. Hieruit kan worden geconcludeerd dat er geen aanzienlijke milieueffecten worden verwacht ten aanzien van het aspect luchtkwaliteit. Verkeersgeneratie Aan de hand van CROW-publicatie 381 ‘Parkeerkencijfers 2024 – Werkgebieden’ zijn twee verschillende scenario’s uitgevoerd. De minimale verkeersgeneratie van beide scenario’s is 226 motorvoertuigen per weekdag, waar de maximale verkeersgeneratie 487 voertuigbewegingen per weekdag bedraagt. Omgerekend naar werkdag betreft het aantal motorvoertuig-bewegingen maximaal 648 per werkdag. Met het voornemen wordt er infrastructuur in het plangebied aangelegd om aan te sluiten op het huidige wegennet. Het omliggende wegennet heeft voldoende capaciteit om deze motorvoertuigbewegingen op te vangen. Verkeersafwikkeling De verkeersaantrekkende werking van het initiatief zorgt nauwelijks voor verschil tussen de autonome en plansituatie in de ochtendspits. In de avondspits is sprake van een lichte toename welke niet problematisch is.

In de plansituatie worden geen doorstromingsproblemen verwacht bij de omliggende kruispunten als gevolg van de ontwikkeling. Er worden ten aanzien van de verkeersgeneratie en verkeersafwikkeling geen aanzienlijke milieueffecten verwacht.

Bodemkwaliteit

Parkeren Volgens de ‘Parkeernormennota Nissewaard 2022’zijn er minimaal 334 parkeerplaatsen en in een worstcasescenario 659 parkeerplaatsen benodigd. In het ontwerp en de uitwerking van het plan wordt rekening gehouden met deze parkeerbehoefte. Het plan heeft voldoende ruimte op de benodigde parkeerplaatsen te herbergen. Wanneer voldoende parkeerplaatsen worden gerealiseerd worden er geen aanzienlijke milieueffecten verwacht. Bij transformatie van het plangebied naar nieuwe functies dient rekening te worden gehouden met de bodemsituatie. De bodem dient geschikt te zijn voor de beoogde activiteiten, bedrijven. Zodat de bodemkwaliteit geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem. Er is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd voor de voorgenomen ontwikkeling. Hieruit blijkt dat er ter plaatse van de Malledijk een overschrijding is van de interventiewaarde voor zink. De gehalten aan de overige onderzochte stoffen zijn niet verhoogd ten opzichte van de interventiewaarde. Het westelijk deel van het plangebied voldoet aan de bodemkwaliteitsklasse voor de zone ‘landbouw/natuur’ en het oostelijk deel ter plaatse van de nieuwe infrastructuur ter hoogte van de Malledijk voldoet grotendeels aan de bodem kwaliteitsklasse ‘landbouw/natuur’. Plaatselijk voldoet het aan de klasse ‘industrie’.

blad 9 van 12

datum 31 maart 2026 projectnummer 0499411.100 betreft plan-MER-beoordeling uitbreiding bedrijventerrein Halfweg Spijkenisse

Er is PFAS boven de rapportagegrens aangetoond. Het gehalte aan PFAS overschrijdt in beide deelgebieden de INEV-waarde van PFOS/PFOA niet. De grondwaterstand was op 15 juli 2025 circa 1,3 m -mv. In het grondwater is geen sprake van een overschrijding van de signaleringswaarde. Voor het gehele onderzoeksgebied is de voorlopige veiligheidsklasse ‘basishygiëne’ voor grond en grondwater van toepassing. Voor de uitbreiding van een bedrijventerrein levert dit geen belemmeringen op.

Cultureel erfgoed

Er dienen een aantal beperkte maatregelen te worden opgevolgd vanwege de aanwezigheid van zink vlakbij de Malledijk, maar deze kunnen worden opgelost bij het uitvoeren van het plan. Deze zijn in het onderzoek weergegeven. Door het toepassen van maatregelen worden geen aanzienlijke milieueffecten verwacht. Archeologie Voor het plangebied is een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek d.m.v. boringen uitgevoerd. De belangrijkste conclusies worden hieronder beschreven. Uit het verkennend/karterend archeologisch booronderzoek is gebleken dat er twee vindplaatsen uit de midden-ijzertijd en drie vindplaatsen uit de lateijzertijd/Romeinse tijd zijn. Deze vindplaatsen hebben een hoge tot zeer hoge archeologische waarde en in ieder geval voor de vindplaatsen uit de lateijzertijd/Romeinse tijd is vervolgonderzoek noodzakelijk. Een zesde vindplaats dateert uit de nieuwe tijd en heeft een lage archeologische waarde. Voor deze vindplaats is geen nader onderzoek noodzakelijk. Voor de archeologisch waardevolle vindplaatsen zijn er nu twee mogelijkheden: behoud in situ of het uitvoeren van een proefsleuvenonderzoek om de vindplaatsen nader te karteren en te waarderen overeenkomstig de geldende protocollen (KNA 4.2).

Behoud in situ betekent dat er archeologievriendelijk gebouwd dient te worden (planaanpassing) en door beheersing van de grondwaterstand het behoud van organische resten gegarandeerd kan worden. In dat geval kan er afgezien worden van nader onderzoek. Met het oog op de toekomstige ontwikkeling van de locatie als bedrijventerrein lijkt behoud in situ geen reële mogelijkheid. Door het uitvoeren van een waarderend proefsleuvenonderzoek volgens de geldende protocollen (IVO‐P, protocol 4003, KNA 4.2) voor in ieder geval de drie vindplaatsen uit de late-ijzertijd/Romeinse tijd kunnen deze vindplaatsen nader gekarteerd en gewaardeerd worden. Mits vervolgonderzoek (of behoud in situ) op de juiste wijze en volgens de geldende protocollen wordt uitgevoerd kan gesteld worden dat geen sprake is van aanzienlijke milieueffecten. In de regels van het omgevingsplan worden beschermingsregels opgenomen.

Omgevingsveiligheid

Cultuurhistorie Het plangebied is niet aangewezen als cultuurhistorisch waardevol gebied. Het heeft geen cultuurhistorische waarden. Door de realisatie van het bedrijventerrein worden geen waarden geraakt of belemmert. Hierdoor kan worden gesteld dat er geen aanzienlijke milieueffecten worden verwacht ten aanzien van het aspect cultuurhistorie. Het initiatief maakt niet direct activiteiten mogelijk met een PR-contour. Mocht er een risicobron toe worden gevoegd binnen het plangebied, dan geldt daarvoor een binnenplanse vergunningplicht (artikel 8.4.4. van het TAM-omgevingsplan) In het

blad 10 van 12

datum 31 maart 2026 projectnummer 0499411.100 betreft plan-MER-beoordeling uitbreiding bedrijventerrein Halfweg Spijkenisse

Water

kader van de vergunningverlening moet een onderzoek worden uitgevoerd. Dit onderzoek moet ingaan op de effecten van de risicobron naar de omgeving toe, welke effecten zijn beperkt in de regels. De vergunning wordt alleen verleend als er wordt voldaan aan de voorwaarden van de regels. Effecten op omliggende bedrijven zijn hierdoor niet te verwachten. Binnen het plangebied is een plaatsgebonden risicocontour gelegen. Ook is een buisleiding in het gebied aanwezig. Binnen deze PR-contour worden geen kwetsbare functies en gebouwen mogelijk gemaakt, enkel beperkt kwetsbare functies. Het plangebied valt binnen het explosieaandachtsgebied van SGS Nederland B.V. en binnen het gifwolkaandachtsgebied van meerdere stationaire bronnen. Het bevoegd gezag heeft diverse maatregelen genomen die passend zijn bij de mogelijke scenario’s. Hiervoor zijn bijvoorbeeld voldoende vluchtroutes opgenomen in het plan. Er worden geen aanzienlijke milieueffecten verwacht ten aanzien van het aspect omgevingsveiligheid, omdat er maatregelen worden toegepast. Door de uitbreiding van het bedrijventerrein is het nodig om oppervlaktewater te graven om de toename van verharding te compenseren. Er dient te voldoen aan de waterbergingseis van 14% waterbergen ten opzichte van het toegenomen verhard oppervlak. Het plangebied bevindt zich niet binnen een waterkering of de beschermingszone daarvan.

Om deze reden worden geen effecten verwacht op de waterveiligheid. Ten opzichte van de huidige situatie heeft de realisatie van het bedrijventerrein en het station van Stedin weinig tot geen invloed op de waterkwaliteit, mits het watersysteem zo ingericht wordt dat de doorstroming gewaarborgd is. Om de benodigde compensatie te realiseren wordt er oppervlaktewater gerealiseerd. Met het huidige ontwerp wordt voldaan aan de waterbergingseis van 14%. Hierdoor kan worden geconcludeerd dat er geen aanzienlijke milieueffecten worden verwacht.

blad 11 van 12

datum 31 maart 2026 projectnummer 0499411.100 betreft plan-MER-beoordeling uitbreiding bedrijventerrein Halfweg Spijkenisse

4.

Conclusie Uit de mer-beoordeling blijkt dat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten aanzien van de kenmerken en locatie van het plan, die zouden kunnen leiden tot aanzienlijke milieueffecten ter plaatse van de ontwikkeling. Het voornemen heeft weliswaar mogelijke effecten, maar deze zijn in aard en omvang niet aanzienlijk. De onderzochte aspecten leiden geen van alle tot aanzienlijke milieueffecten die noodzaak geven tot het opstellen van een milieueffectrapport.

blad 12 van 12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16781580/1