Wijziging omgevingsplan uitbreiding bedrijventerrein Halfweg - Motivering bijlage 8+9 - Stikstof en Passende beoordeling
Tekst van het document
Bedrijventerrein Halfweg
Passende beoordeling
projectnummer 0499411.100 definitief revisie 00 2 april 202630 maart 2026
www.anteagroup.nl
Bedrijventerrein Halfweg Passende beoordeling projectnummer 0499411.100 documentnummer 01 definitief revisie 00 2 april 2026
Auteur(s) M. Camp M. Plugge
Opdrachtgever Stedin Netbeheer B.V. Postbus 49 3000 AA ROTTERDAM
Gecontroleerd S. Jansen T. Sweerts
datum 2 april 2026
beschrijving Definitief
vrijgave
Inhoudsopgave Deel 1: Onderzoek stikstofdepositie 1.
Inleiding
5
1.1 1.2
Aanleiding Ligging ten opzichte van Natura 2000
5 5
2.
Wettelijk kader
7
2.1 2.2 2.3 2.4
Onderzoek naar significante gevolgen Passende beoordeling Mer-plicht Rekenprogramma AERIUS Calculator
7 7 8 8
3.
Uitgangspunten
9
3.1 3.2 3.3 3.4
Kaders ontwikkeling en uitgevoerde berekeningen Referentiesituatie en bemesting Realisatiefase Gebruiksfase
9 10 12 14
4.
Resultaten en conclusie
17
4.1 4.2
Resultaten Conclusie
17 17
5.
Effectbeoordeling
18
5.1 5.1.1 5.1.2 5.1.3
Stikstofdepositie Beoogde situatie Mitigatie Cumulatie
18 18 19 19
6.
Additionaliteitsvereiste
20
6.1 6.2 6.3 6.4 6.5
Toetsingskader De mitigerende maatregel Geschiktheid van de maatregel Geen instandhoudings- of passende maatregel Conclusie
20 20 20 20 21
7.
Conclusie
23
Bijlage 1 : AERIUS-model realisatiefase Bijlage 2 : AERIUS-model gebruiksfase Bijlage 3 : Literatuurlijst
Bedrijventerrein Halfweg Passende beoordeling projectnummer 0499411.100 2 april 2026 revisie 03 Stedin Netbeheer B.V.
Leeswijzer Dit rapport bestaat uit twee delen. Deel 1 beschrijft het onderzoek naar stikstofdepositie als gevolg van de planontwikkeling Bedrijventerrein Halfweg. Deel 2 bevat de passende beoordeling naar aanleiding van de gehanteerde mitigerende maatregel (intern salderen). Deel 1: Onderzoek stikstofdepositie In dit deel wordt eerst de aanleiding en achtergrond van het plan beschreven. Vervolgens wordt het toetsingskader voor stikstofdepositie uiteengezet. Daarna zijn de gehanteerde uitgangspunten voor zowel de realisatiefase, de gebruiksfase als de referentiesituatie weergegeven. Op basis van deze uitgangspunten zijn berekeningen uitgevoerd met AERIUS Calculator 2025. De resultaten en conclusie hiervan zijn opgenomen in hoofdstuk 4. Deel 2: Passende beoordeling De passende beoordeling is het vervolg op het depositieonderzoek in Deel 1. In dit deel wordt beoordeeld of met de mitigerende maatregel (intern salderen) er zekerheid is dat het plan de natuurlijke kenmerken van de betrokken Natura 2000‑gebieden niet zal aantasten. Hierin wordt ingegaan op de effectbeoordeling, cumulatie en het additionaliteitsvereiste.
Pagina 4 van 23
Bedrijventerrein Halfweg Passende beoordeling projectnummer 0499411.100 2 april 2026 revisie 03 Stedin Netbeheer B.V.
1.
Deel 1: Onderzoek stikstofdepositie Inleiding
1.1
Aanleiding De gemeente Nissewaard heeft het voornemen om bedrijventerrein Halfweg naar het westen uit te breiden. Het bedrijventerrein Halfweg is gelegen in het noordwesten van Spijkenisse, gemeente Nissewaard. Door het bedrijventerrein uit te breiden komt er meer ruimte voor bedrijven om zich dicht bij de regio - Rotterdam, Botlek, Europoort, Maasvlakte - te vestigen. Om de uitbreiding van het bedrijventerrein Halfweg mogelijk te maken dient het omgevingsplan te worden gewijzigd. Dit wordt gedaan middels een TAM-IMRO plan. Dit TAMomgevingsplan is reeds gepubliceerd, en vanwege de uitspraak van 14 januari in de zaak Pasgeld-West is dit stikstofonderzoek geactualiseerd. Ontwikkelingen mogen niet zondermeer plaatsvinden indien deze significant negatieve gevolgen kunnen hebben voor Natura 2000-gebieden. Om vast te stellen of er sprake kan zijn van significante gevolgen voor wat betreft stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden is een stikstofberekening uitgevoerd met het rekenprogramma AERIUS Calculator (versie 2025).
Figuur 1-1: Ligging van het plangebied (bron luchtfoto: PDOK)
1.2
Ligging ten opzichte van Natura 2000 Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied met stikstofgevoelige natuur is ‘Voornes Duin’ op circa 13,5 kilometer afstand van het plangebied. De ligging van het plangebied ten opzichte van omliggende Natura 2000-gebieden is weergegeven in onderstaand figuur.
Pagina 5 van 23
Bedrijventerrein Halfweg Passende beoordeling projectnummer 0499411.100 2 april 2026 revisie 03 Stedin Netbeheer B.V.
Figuur 1-2: Ligging van het plangebied ten opzichte van omliggende Natura 2000-gebieden (bron: AERIUS Calculator)
Pagina 6 van 23
Bedrijventerrein Halfweg Passende beoordeling projectnummer 0499411.100 2 april 2026 revisie 03 Stedin Netbeheer B.V.
2.
Wettelijk kader Binnen de EU worden de belangrijkste leefgebieden van de meest bedreigde en waardevolle soorten en habitattypen aangewezen als Natura 2000-gebied. Deze Natura 2000-gebieden moeten samen een Europees ecologisch netwerk vormen om de achteruitgang van de biodiversiteit te keren. De juridische basis voor dit netwerk zijn de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn, die in Nederland zijn uitgewerkt in de Omgevingswet (Ow) en de Omgevingsregeling (Or). Per gebied worden voor de soorten en habitattypen instandhoudingsdoelstellingen (behouds-, uitbreidings- of verbeteringsdoelstellingen) bepaald.
2.1
Onderzoek naar significante gevolgen Het onderdeel gebiedsbescherming binnen de Omgevingswet (Natura 2000-activiteit) biedt de basis voor de beoordeling van activiteiten die (mogelijk) negatieve gevolgen hebben op de doelstellingen. Dit zijn de instandhoudings- en verbeterdoelstelling die per Natura 2000-gebied en per habitattype zijn vastgelegd. Bij vaststelling van plannen moet het bevoegd gezag dus rekening houden met de gevolgen van de planologische verandering op Natura 2000-gebieden. Het kan daarbij zowel gaan om activiteiten die plaatsvinden binnen als buiten Natura 2000-gebieden. In de oriënterende fase (voortoets) moet onderzocht worden of de ruimtelijke ontwikkeling1 significant negatieve gevolgen op het betreffende Natura 2000-gebied kan hebben. Dit kan onder andere door aan te tonen dat de ruimtelijke ontwikkeling op zichzelf niet leidt tot een toename in stikstofdepositie. Dan is namelijk uitgesloten dat de ruimtelijke ontwikkeling qua stikstofdepositie significante gevolgen heeft voor een Natura 2000-gebied. Het is echter binnen de voortoets ook mogelijk om aan te tonen dat de depositiebijdrage van de ruimtelijke ontwikkeling ecologisch gezien niet leidt tot significante gevolgen.
2.2
Passende beoordeling Indien na een dergelijk onderzoek op voorhand niet kan worden uitgesloten dat de activiteit een significant gevolg heeft, dient meer gedetailleerd dan in de oriënterende fase, in kaart te worden gebracht wat de effecten van de activiteit kunnen zijn. Deze laatste analyse is een ‘passende beoordeling’. Binnen een passende beoordeling kunnen mitigerende maatregelen zoals intern of extern salderen meegenomen worden. Voor intern salderen wordt de situatie voorafgaand aan de beoogde situatie de referentiesituatie genoemd. Voor een plan geldt in de meeste gevallen dat de referentiesituatie de feitelijke huidige planologisch legale situatie voorafgaand aan het planbesluit is. In de passende beoordeling mogen positieve effecten ten gevolge van het staken van de referentiesituatie meegenomen worden. Saldering is ook mogelijk met een verdwijnende of afnemende stikstofbron buiten het plangebied. Dit wordt extern salderen genoemd. Bij het beschouwen van mitigerende maatregelen zoals intern en extern salderen binnen de passende beoordeling dient aangetoond te worden dat deze maatregelen additioneel zijn. Dit houdt in dat de toegepaste maatregelen extra moeten zijn ten opzichte van de maatregelen die benodigd zijn om de doelstellingen van de getroffen Natura 2000-gebied te behalen. Dit laatste wordt een toets aan het additionaliteitsvereiste genoemd.
Voor plannen waarbij de gemeente het bevoegd gezag is, kan deze toets enkel op basis van openbare gegevens uitgevoerd worden. In dit geval wordt volstaan met een zogeheten ‘vergewisplicht’. De gemeente moet dan motiveren dat uit openbare gegevens geen aanwijzingen volgen dat het saldo ingezet gaat worden voor het behalen van de doelstellingen. Wanneer uit deze passende beoordeling alsnog de zekerheid wordt verkregen dat de activiteit de natuurlijke kenmerken niet aantast, staat ook dan het aspect gebiedsbescherming besluitvorming (voor wat betreft stikstofdepositie) niet in de weg.
1 De beoogde situatie die in de vigerende situatie niet planologisch legaal en/of feitelijk aanwezig is
Pagina 7 van 23
Bedrijventerrein Halfweg Passende beoordeling projectnummer 0499411.100 2 april 2026 revisie 03 Stedin Netbeheer B.V.
2.3
Mer-plicht Een passende beoordeling kan bij plannen leiden tot een mer-plicht. Uitzondering hierop zijn de volgende 2 categorieën van plannen: 1. Plannen waarbij de gemeente het bevoegd gezag is, ze slechts het gebruik bepalen van kleine gebieden en via een mer-beoordeling aangetoond moet zijn dat er geen aanzienlijke milieueffecten plaatsvinden. 2. Plannen met enkel kleine wijzigingen en via mer-beoordeling eveneens aangetoond is dat er geen aanzienlijke milieueffecten plaatsvinden. Voor beide categorieën van plannen geldt dat het bevoegd gezag in het planbesluit moet verwerken dat er geen MER wordt opgesteld.
2.4
Rekenprogramma AERIUS Calculator De stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied kan berekend worden met behulp van het verplicht te gebruiken rekenprogramma AERIUS Calculator (Or). Van elke te berekenen situatie (beoogde situatie, referentie- en/of salderingssituatie) wordt een model gemaakt met invoergegevens waarmee vervolgens de berekening wordt uitgevoerd. Op basis van de invoer bepaalt het rekenprogramma AERIUS Calculator zelf de correcte berekening van de bijdrage, eventueel ten opzichte van die referentie- en/of salderingssituatie. Tevens bepaalt zij zelf de rekenpunten binnen de Nederlandse Natura 2000-gebieden waarop de bijdrage wordt bepaald. Deze bijdrage wordt berekend ter plaatse van voor stikstofgevoelige habitats.
Pagina 8 van 23
Bedrijventerrein Halfweg Passende beoordeling projectnummer 0499411.100 2 april 2026 revisie 03 Stedin Netbeheer B.V.
3.
Uitgangspunten
3.1
Kaders ontwikkeling en uitgevoerde berekeningen Het voornemen betreft de ontwikkeling van een bedrijventerrein aan de rand van Spijkenisse. Het bedrijventerrein heeft een totale oppervlakte van 76.774 m² waarvan 41.021 m² uitgeefbaar. In totaal is er ruimte gemaakt voor 5 bedrijfspercelen. De verdeling is als volgt: Perceel A: 11.249 m² Perceel B: 13.231 m² Perceel C: 3.752 m² Perceel D: 9.430 m² Stedin: 3.359 m² Op het perceel van Stedin wordt een hoogspanningsstation gerealiseerd. Zie figuur 3-1 voor een impressie van de toekomstige situatie.
Figuur 3-1: Verkavelingsvoorstel uitbreiding bedrijventerrein Halfweg (bron: gemeente Nissewaard)
De voorgenomen ontwikkeling leidt tot een emissie van NOX en NH3 naar de atmosfeer. Om stikstofdepositie in omliggende Natura 2000-gebieden te berekenen wordt gebruik gemaakt van het verplicht gestelde rekenprogramma AERIUS Calculator (versie 2025). Hiermee is de emissie voor de realisatiefase en gebruiksfase berekend. De realisatiefase is over 2 jaar uitgespreid. De realisatiefase start in 2026. De eerste 12 aaneengesloten maanden is het maatgevend jaar, aangezien er in dit jaar de meeste werkzaamheden worden uitgevoerd. Dit maatgevende jaar van de realisatiefase is gemodelleerd met het rekenjaar 2026. Het terrein wordt vanaf 2028 in gebruik genomen. De gebruiksfase is daarom gemodelleerd met het rekenjaar 2028. De effecten van het plan (realisatiefase en gebruiksfase) zijn inzichtelijk gemaakt ten opzichte van de huidige feitelijke aanwezige, planologisch legale situatie. In het plangebied is geen bebouwing aanwezig. Er worden
Pagina 9 van 23
Bedrijventerrein Halfweg Passende beoordeling projectnummer 0499411.100 2 april 2026 revisie 03 Stedin Netbeheer B.V.
landbouwgronden uit gebruik genomen ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling. Deze emissies zijn meegenomen als referentiesituatie.
3.2
Referentiesituatie en bemesting Op basis van de Basisregistratie gewaspercelen (BRP) is onderzocht hoeveel areaal bouw- of grasland binnen het plangebied valt. Deze percelen kunnen gedurende de realisatie en achtereenvolgend gebruik niet meer gebruikt worden voor agrarische doeleinden. Daarmee is het verdwijnen van deze emissie onlosmakelijk verbonden met dit plan, en zou hier potentieel intern mee gesaldeerd kunnen worden mits een passende beoordeling uitgevoerd wordt. Voor de vaststelling van ammoniakemissie van de dierlijke mestgift per hectare grond wordt uitgegaan van de volgende formule: Emissie [kg NH3/ha/jaar] = Dierlijke mestgift [kg N/ha/jaar] * 1,216 [kg NH3/kg N] * TAN [%] * Vervluchtiging [%] * perceelgrootte [ha] Hierbij wordt geen rekening gehouden met derogatie, waarmee de maximale hoeveelheid dierlijk mest (dierlijke mestgift) op 170 kg N/ha/jaar uitkomt. Vervolgens wordt rekening gehouden met een TAN (totaal ammoniakaal stikstof, het percentage stikstof wat er in ammoniakverbindingen zit) van 52,0%2. Vervluchtiging is afhankelijk van de bemestingstechniek. Voor bouwland geldt een worstcase percentage van 2% (mestinjectie). De perceelgrootte betreft 7,67 hectare. Het invullen van deze waardes in de bovenstaande formule levert een emissie op van 16,49 kg NH3 per jaar voor het dierlijk deel.
Naast de (beperkte hoeveelheid) dierlijke mest, mag een hoeveelheid kunstmest (tot aan de norm) uitgereden worden over de percelen. Deze hoeveelheid betreft het verschil tussen wat het mestbeleid op dat type grond toestaat en de hoeveelheid uitgereden dierlijk mest. Daarna wordt deze waarde vermenigvuldigd met de emissiefactor van kunstmest, zie de onderstaande formule. Emissie [kg NH3/jaar] = (Toegelaten mestgift – dierlijke mestgift) [kg N/ha/jaar] * perceelgrootte [ha] * emissiefactor [kg NH3/kg N] De emissiefactor betreft de geschatte hoeveelheid ammoniak die vrijkomt per kilo uitgereden kunstmest, wat afhankelijk is van het type kunstmest. In dit onderzoek is het minimum aangehouden van 2,5%3. De som van de emissies van dierlijk en kunstmatige mest en die van kunstmest vormen samen de totale ammoniakemissies van het perceel in kwestie. Ten tijde van het publiceren van het TAM-omgevingsplan werd er op het perceel in kwestie aardappelen verbouwd, wat een toegelaten mestgift van 250 kg N/ha/jaar heeft. Dit levert een totaal op van (250 kg N/ha/jaar – dierlijk deel van 170 kg N/ha/jaar =) 80 kg N/ha/jaar voor kunstmest. Het invullen van deze waarde in de bovenstaande formule levert een emissie op van 15,34 kg NH3 per jaar voor het kunstmestdeel. Hiermee komt de totale ammoniakemissie op 31,83 kg NH3/ha/jaar.
De emissies zijn middels vlakbronnen in de sectorgroep ‘Landbouw’, en vervolgens in de sector ‘Landbouwgrond’ in AERIUS Calculator ingevoerd, waarbij in de subbronnen rekening gehouden is met het dierlijk deel en het kunstmestdeel. De locatie en vorm van deze vlakbronnen komt overeen met de overlap tussen de in het BRP aangemerkte gras- of bouwlandpercelen en het plangebied van bedrijventerrein Halfweg. Zie de onderstaande figuur voor hetgeen dat in AERIUS Calculator ingevoerd is.
2
Emissies naar lucht uit de landbouw berekend met NEMA voor 1990-2021, WUR, 2023, tabel B3.2
3
Waardes uit ‘Emissies naar lucht uit de landbouw berekend met NEMA voor 1990-2019’, WUR, 2021, tabel 3.1 Pagina 10 van 23
Bedrijventerrein Halfweg Passende beoordeling projectnummer 0499411.100 2 april 2026 revisie 03 Stedin Netbeheer B.V.
Figuur 3-2: Grondgebruik referentiesituatie (bron: AERIUS)
Pagina 11 van 23
Bedrijventerrein Halfweg Passende beoordeling projectnummer 0499411.100 2 april 2026 revisie 03 Stedin Netbeheer B.V.
3.3
Realisatiefase Voor de realisatiefase zijn twee aspecten in kaart gebracht, namelijk de stikstofemissies van mobiele werktuigen en van het werkverkeer (inclusief koude starts en stationair draaien van de motor). Een plan maakt een bepaalde functie mogelijk (in dit geval een bedrijventerrein) en schrijft in de regel niet specifiek voor hoe deze functie gerealiseerd moet worden en welke materialen daarvoor gebruikt moeten worden. Vandaar dat de bijdrage aan de stikstofdepositie van de realisatiefase van het plan berekend is aan de hand van kengetallen. Als rekenjaar voor de realisatiefase is 2026 aangehouden. De meeste emissies vinden plaats in het 1e jaar van realisatie. Gezien dit het maatgevende jaar is voor de realisatiefase is alleen dit jaar in AERIUS Calculator in beeld gebracht. Mobiele werktuigen Tijdens de realisatiefase van het bedrijventerrein zullen verschillend werktuigen ingezet worden. Samen met de ontwikkelende partij is op basis van kengetallen een inschatting gemaakt van het in te zetten materieel tijdens de realisatiefase. Aan de hand van de door TNO4 beschikbaar gestelde rapportage zijn vervolgens per bron het brandstofverbruik en het AdBlue-verbruik bepaald. Een percentage van 6% AdBlue ten opzichte van het brandstofverbruik is gehanteerd, conform de AUB-methodiek van TNO. Zie de onderstaande tabel.
Tabel 3-1: Mobiele werktuigen tijdens realisatiefase Werktuig 1e 12maanden Bouwrijp maken Aggregaten Boormachine Graafmachine Bulldozer Shovel Bouw Graafmachine Heistelling Koppensnellen Hoogwerker Bobcat Verreiker Mobiele kraan
Draaiuren [uur/jaar]
STAGE-klasse
Vermogen [kW]
Brandstofverbruik [l/jaar]
AdBlue-verbruik [l/jaar]
225 75 225 75 225
IV IV IV IV IV
60 261 120 78 87
1.075 1.662 2.846 631 2.097
64 99 170 37 125
152 160 32 512 755 303 606
IV IV IV IV IV IV IV Zwaar utiliteitsvoertuig (vanaf 6L cilinderinhoud) Zwaar utiliteitsvoertuig (vanaf 6L cilinderinhoud)
120 280 120 20 20 100 100
1.916 4.606 405 1.329 1.960 3.221 6.441
114 276 24
348
IV
75 – 560
3.027
181
152 160 32 512 755 303 606 67
IV IV IV IV IV IV IV IV Zwaar utiliteitsvoertuig (vanaf 6L cilinderinhoud)
120 280 120 20 20 100 100 300
1.916 4.606 405 1.329 1.960 3.221 6.441 2.080
114 276 24
87 87 50 50
IV IV IV IV
60 60 100 87
575 575 549 466
34 34 32 27
293
IV
75 – 560
2.413
144
Lossen betonmixer
67
Betonpomp
67
Onvoorzien (10% van bovenstaande) 2e 12 maanden Bouw Graafmachine Heistelling Koppensnellen Hoogwerker Bobcat Verreiker Mobiele kraan Lossen betonmixer Betonpomp Inrichting buitenruimte Asfaltinstallate Wals Mobiele kraan Shovel Onvoorzien (10% van het bovenstaande)
67
193 386
300 335
193 386 124
335
4
TNO publicatie ‘TNO-2021-R12305’, AUB (AdBlue verbruik, Uren en Brandstofverbruik): een robuuste schatting van NOX en NH3 uitstoot van mobiele werktuigen. Pagina 12 van 23
Bedrijventerrein Halfweg Passende beoordeling projectnummer 0499411.100 2 april 2026 revisie 03 Stedin Netbeheer B.V.
De mobiele werktuigen zijn gemodelleerd als vlakbron op het plangebied met als sectorgroep ‘Mobiele werktuigen’. Bouwverkeer Er komen werknemers naar het plangebied met licht verkeer ten behoeve van de bouw. Daarnaast wordt er middels vrachtverkeer materieel en materiaal aangeleverd tijdens de bouw. Het totale bouwverkeer is weergegeven in de onderstaande tabel. Tabel 3-2: Bouwverkeer tijdens realisatiefase Activiteit
Kengetal [mvtb/jaar/ha]
Oppervlakte
Realisatie [mvtb/jaar]
Licht
Zwaar
[ha]
Licht
Zwaar
Bouwrijp maken
1.250
1.000
7,67
9.588
7.670
Bedrijfspand leeg
10.000
2.000
4,1
41.000
8.200
Inrichten buitenruimte bedrijven
500
350
3,57
Totaal
1.785
1.250
52.373
17.120
Het bouwverkeer wikkelt af via de Malledijk richting de Groene Kruisweg. Het bouwverkeer binnen het plangebied is gemodelleerd met het wegtype ‘Binnen bebouwde kom (stagnerend)’. Het wegvak richting de Groene Kruisweg met het wegtype ‘Binnen bebouwde kom (doorstromend)’. Het verkeer is gemodelleerd tot het is opgenomen in het heersend verkeersbeeld. Hier is sprake van zodra het gemodelleerde verkeer qua starten stopgedrag zich niet meer onderscheidt van het reeds aanwezige verkeer. Daarnaast betreft de gemodelleerde verkeersintensiteit op dat punt nog slechts enkele procenten van de reeds aanwezige verkeersintensiteit. Hier is sprake van zodra het verkeer de Groene Kruisweg bereikt. Koude start Voertuigen die koud opstarten, brengen verhoogde emissies met zich mee omdat de daarvoor bedoelde katalysator nog niet werkt op lagere temperaturen. Deze verhoogde emissies kunnen een significant aandeel zijn van emissies van wegverkeer. De koude start dient in AERIUS Calculator gemodelleerd te worden als het voertuig in kwestie langer dan twee uur stilgestaan heeft alvorens de motor wordt gestart om te gaan rijden. Voor de realisatiefase wordt worst-case gesteld dat 100% van de lichte motorvoertuigen op locatie een koude start doormaakt. Dit betreft voornamelijk personeel dat na aankomst gedurende de hele werkdag op locatie blijft.
Voor vrachtwagens geldt dat 95% snel na aankomst weer vertrekt, namelijk na lossen van materieel en materiaal. Slechts 5% kent zodoende een koude start. Dit komt totaal neer op 26.186 koude starts voor lichte voertuigen en 428 koude starts voor zware voertuigen. De koude start-emissies zijn gemodelleerd als vlakbron op het plangebied in de sectorgroep ‘verkeer’ en in de sector ‘Koude start: overig’. Stationair draaien Voor stationair draaiende vrachtwagens is uitgegaan van 8.560 vrachtwagens, dit betreft de helft van de beoogde hoeveelheid motorvoertuigbewegingen. Aangenomen wordt dat deze vrachtwagens 5 minuten stationair draaien op de locatie. Voor de emissiefactoren is het rekenjaar 2026 aangehouden. De emissies van deze vrachtwagens staan in de onderstaande tabel. Tabel 3-3: Stationair vrachtverkeer tijdens realisatiefase Voertuigtype
Zwaar
5
Vrachtwagens [Aantal/ jaar]
Aantal min. stationair [min./vrachtwagen]
Stationair draaien [Uur/ jaar]
8.560
5
713,3
Stof
Emissiefactor5
Totale emissie
[-]
[g/uur]
[kg/jaar]
NOX
74,06088
52,83
NH3
0,99312
0,71
Bijlage 1 van ‘Gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2025.2’, Expertiseteam Stikstof en Natura 2000 van BIJ12, 7 oktober 2025. Pagina 13 van 23
Bedrijventerrein Halfweg Passende beoordeling projectnummer 0499411.100 2 april 2026 revisie 03 Stedin Netbeheer B.V.
Deze emissiebron is als vlakbron gemodelleerd in AERIUS. Hierbij valt het onder de sectorgroep ‘Anders’. Daarbij is een uittreedhoogte van 0,3 meter aangehouden, een warmte-inhoud 0,008 MW, een spreiding van 0,7 meter en als temporele variatie ‘Standaard Profiel Industrie’. Zie de onderstaande figuur.
Figuur 3-3: Gemodelleerde bronnen realisatiefase (de vlakbron is voor de inzet van mobiele werktuigen, koude starts, stationair draaien, de lijnbronnen betreffen het bouwverkeer), (bron: AERIUS)
3.4
Gebruiksfase Op het bedrijventerrein worden bedrijven met maximaal categorie 4.2 toegestaan, wat emissies tot gevolg kan hebben. In de gebruiksfase is mogelijk sprake van directe stikstofemissies (NOX en NH3) ten gevolge van de bedrijfsvoering van de beoogde bedrijven. Daarnaast is sprake van (indirecte) emissies als gevolg van het wegverkeer. Wegverkeer rijdt van en naar de bedrijven. De bedrijven worden niet op het aardgasnet aangesloten (aardgasloos bedrijventerrein). Als rekenjaar van de gebruiksfase is 2028 aangehouden. Emissies beoogde bedrijven (direct) De toekomstige bedrijven brengen mogelijk stikstofemissies met zich mee. Er is slechts beperkte informatie beschikbaar over relevante emissiefactoren voor industriële en bedrijfsmatige bronnen, zeker als het om onderverdeling naar bedrijf (per SBI-code) of milieucategorie gaat. Dit is niet geheel onverklaarbaar, daar geen enkel bedrijf (ook als het een bedrijf uit dezelfde SBI-categorie betreft) dezelfde emissies heeft. Voor de industriële emissies is echter wel informatie beschikbaar in de databank van het CBS. Voor de invloed van de bedrijven op de stikstofdepositie is gekeken naar de emissies van de stoffen NOX en NH₃. Deze stoffen kunnen onder meer vrijkomen bij productieprocessen en zullen veelal naar de buitenlucht worden afgevoerd via schoorstenen of afzuiginstallaties.
Ook het in werking hebben van mobiele werktuigen met verbrandingsmotor (o.a. heftrucks) leidt tot een emissie van deze stoffen. Om te komen tot voor het onderzoek bruikbare emissiekentallen per milieucategorie is uitgegaan van de totale emissie van NOX en NH₃ in Nederland zoals opgenomen in de databank van het CBS als gevolg van (industriële) bedrijfsactiviteiten en mobiele bronnen.
Pagina 14 van 23
Bedrijventerrein Halfweg Passende beoordeling projectnummer 0499411.100 2 april 2026 revisie 03 Stedin Netbeheer B.V.
Er is een kengetal voor de directe emissies door bedrijvigheid, maar dit is een zeer algemeen kengetal voor bedrijven in categorie 4. Deze gaat uit van een worstcase benadering. Voor onderhavig initiatief is een worstcase benadering niet aan de orde: Bij Halfweg worden de toekomstige bedrijven niet op het aardgasnet aangesloten. De verwarming en procesinstallaties van deze bedrijven vindt dan niet middels gasstook plaats. Bedrijventerrein Halfweg is niet bedoeld voor zware industrie, deze worden in de bedrijvenlijst uitgesloten. Dit geldt ook voor bedrijven met een grote verkeersaantrekkende werking, zoals bedrijven met een groot kantooroppervlakte of logistieke bedrijven. Op het gebied van Stedin wordt een hoogspanningsstation gerealiseerd. Tijdens gebruik zullen hier geen noemenswaardige emissies optreden. Hierdoor reduceert het effectief meegerekende oppervlak met 0,336 hectare. Aan de hand van bovenstaande gegevens is een maatwerkgetal bepaald. Het gaat om een emissie van 101,825 kg NOX/ha/jaar en 3,25 kg NH3/ha/jaar. In dit kengetal is stationair draaien van zwaar verkeer meegenomen. Onderstaande tabel 3-4 geeft een overzicht van de voor dit onderzoek gehanteerde emissies per maximaal toegestane milieucategorie. Tabel 3-4: jaarlijkse bedrijfsemissies in gebruiksfase Aansluiting Oppervlakte gasnet [ha] Bedrijventerrein cat. 4.2
0%
3,766
Stof
Kengetal [kg/ha/jr]
Emissie [kg NOX/ha/jr]
NOX
101,825
383,47
NH3
3,25
12,24
Het bedrijventerrein is als vlakbron gemodelleerd, in de sectorgroep ‘Industrie’, en in de sector ‘Overig’. Als bronkenmerken is een uittreedhoogte van 5,0 meter, een warmte-inhoud van 0 MW, een spreiding van 2,5 meter en een temporele variatie van ‘Standaard profiel industrie’ aangehouden. Zie hiervoor de onderstaande figuur.
Figuur 3-4: Gemodelleerde bronnen gebruiksfase (bron: AERIUS Calculator).
Pagina 15 van 23
Bedrijventerrein Halfweg Passende beoordeling projectnummer 0499411.100 2 april 2026 revisie 03 Stedin Netbeheer B.V.
Verkeersgeneratie De verkeersgeneratie behorende bij de voorgenomen ontwikkeling is in het voor dit project uitgevoerde verkeersonderzoek bepaald aan de hand van CROW-publicatie 744 ‘Parkeerkencijfers 2024’. Het aantal verkeersbewegingen bedraagt maximaal 487 motorvoertuigbewegingen per weekdag. Per jaar zorgt het voor een totale verkeersgeneratie van 177.755 motorvoertuigbewegingen. Verkeersafwikkeling De ontsluitingsweg van het plangebied komt neer op de Groene Kruisweg (N218). Hier zal het verkeer opgaan in het heersend verkeersbeeld. Dit is bepaald aan de hand van de gegevens van het CIMLK. In de stikstofberekeningen wordt onderscheid gemaakt tussen licht-, middelzwaar- en zwaar verkeer. Deze verdeling is respectievelijk 81,01%/7,8%/11,2%, en is ook afkomstig uit de CROW-publicatie 744 ‘Parkeerkencijfers 2024’. In onderstaande tabel is weergegeven hoe het verkeer is gemodelleerd. Tabel 3-5: verkeersgeneratie in gebruiksfase Verkeersontwikkeling
Verdeling [%]
Licht verkeer [mvtb/jaar]
Middelzwaar verkeer [mvtb/jaar]
Zwaar verkeer [mvtb/jaar]
Ontsluiting plangebied zuid
40%
57.600
5.546
7.963
Ontsluiting plangebied west
60%
86.400
8.319
11.945
Richting Groene Kruisweg
100%
144.000
13.865
19.908
Het verkeer binnen het plangebied is gemodelleerd met het wegtype ‘binnen bebouwde kom (stagnerend)’. Het wegvak richting de Groene Kruisweg met het wegtype ‘binnen bebouwde kom (normaal)’. Koude start Voor de gebruiksfase wordt gesteld dat 90% van de lichte motorvoertuigen op locatie een koude start doormaakt. Dit betreft voornamelijk personeel dat na aankomst gedurende de hele werkdag op locatie blijft. De 10% die geen koude start doormaken zijn bezoekers of leveringen via bestelbusjes. Voor (middel)zwaar verkeer is 10% koude start opgenomen, omdat het in de lijn der verwachting ligt dat zwaar verkeer na laden en/of lossen relatief snel weer zal vertrekken. Dit komt totaal neer op 64.800 koude starts voor lichte voertuigen, 693 middelzware voertuigen en 995 zware voertuigen. De koude start-emissies zijn gemodelleerd als vlakbron op het plangebied met als sectorgroep ‘verkeer’ en sector ‘koude start – overig’.
Pagina 16 van 23
Bedrijventerrein Halfweg Passende beoordeling projectnummer 0499411.100 2 april 2026 revisie 03 Stedin Netbeheer B.V.
4.
Resultaten en conclusie De gemeente Nissewaard heeft het voornemen om bedrijventerrein Halfweg naar het westen uit te breiden. Het bedrijventerrein Halfweg is gelegen in het noordwesten van Spijkenisse, gemeente Nissewaard. Door het bedrijventerrein uit te breiden komt er meer ruimte voor bedrijven om zich dicht bij de regio - Rotterdam, Botlek, Europoort, Maasvlakte - te vestigen. Om de uitbreiding van het bedrijventerrein Halfweg mogelijk te maken dient het omgevingsplan te worden gewijzigd. Dit wordt gedaan middels een TAM-IMRO plan.
4.1
Resultaten Met behulp van het rekenprogramma AERIUS Calculator 2025 zijn de effecten met betrekking tot stikstofdepositie als gevolg van de voorliggende ontwikkeling in beeld gebracht. Er is een verschilberekening uitgevoerd, waarbij de emissies van de gebruiksfase en de realisatiefase zijn vergeleken met die in de referentiesituatie. Voor de voorgenomen ontwikkeling toont AERIUS Calculator zowel voor de realisatiefase (kenmerk: RVbhsQAJzqib) als voor de gebruiksfase (kenmerk: RaT3NoX7C7fY) vergeleken met de referentiesituatie nergens een verschil groter dan 0,00 mol/ha/jaar (zie bijlages 1 en 2).
4.2
Conclusie Voor de voorgenomen ontwikkeling toont AERIUS Calculator geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jaar. Significante gevolgen voor de habitats in Natura 2000-gebieden ten gevolge van stikstofdepositie zijn daarmee uitgesloten. Het salderen met de referentiesituatie is een mitigerende maatregel. Mitigatie in de vorm van intern salderen mag alleen worden betrokken in een passende beoordeling. Deze is op basis van de resultaten van dit onderzoek in deel 2 opgesteld waarbij het additionaliteitsvereiste van het interne saldo eveneens is onderbouwd.
Pagina 17 van 23
Bedrijventerrein Halfweg Passende beoordeling projectnummer 0499411.100 2 april 2026 revisie 03 Stedin Netbeheer B.V.
Deel 2: Passende beoordeling Ten gevolge van de planontwikkeling bedrijventerrein Halfweg te Nissewaard ontstaan emissies van stikstofoxiden (NOX) en ammoniak (NH3). Deze leiden tot stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden in Natura 2000-gebieden. Deze effecten zijn in deel 1 van dit rapport onderzocht. Uit dat onderzoek blijkt dat ten gevolge van de planontwikkeling er een effect is op een Natura 2000-gebied: Solleveld & Kapittelduinen. In het onderzoek stikstofdepositie is inzichtelijk gemaakt, door een verschilberekening tussen de plansituatie en de referentiesituatie, dat na mitigatie (interne saldering) het maximale effect 0,00 mol N/ha/jaar bedraagt. Een mitigerende maatregel mag alleen in een passende beoordeling worden betrokken. Deze moet worden gelezen in samenhang met het uitgevoerde onderzoek stikstofdepositie (zie deel 1). Na mitigatie zijn er ten gevolge van het plan geen significante effecten meer en is aantasting van de natuurlijke kenmerken van de betrokken Natura 2000-gebieden uitgesloten. De passende beoordeling bevat daarom geen nadere ecologische beoordeling van de effecten van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden van soorten.
De passende beoordeling zal daarom eerst slechts een korte beschrijving geven van de effecten van het plan en gaat daarna in op het additionaliteitsvereiste van de mitigerende maatregel.
5.
Effectbeoordeling Storingsfactoren kunnen een direct effect hebben op gebieden met belangrijke natuurwaarden en/of op soorten of leefgebieden van die soorten. Daarnaast kunnen indirect effecten ontstaan waardoor de leefomstandigheden veranderen of verslechteren. Het plangebied ligt op ongeveer 3,5 km van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Oude Maas. Dit is echter een Natura 2000-gebied zonder stikstofgevoelige habitats. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied met stikstofgevoelige habitats betreft Voornes Duin, met stikstofgevoelige habitats op een afstand van ongeveer 14,0 km. De overige gebieden waarop een effect is berekend liggen op grotere afstand. De effecten van storingsfactoren, zoals bijvoorbeeld verstoring door geluid, treden lokaal op of hebben een invloedsgebied variërend van enkele 10-tallen tot 100-en meters en tot maximaal 1,5 km van het plangebied. Effecten van stikstofdepositie kunnen tot grotere afstand van invloed zijn. In deze passende beoordeling is daarom enkel gekeken naar de effecten als gevolg van vermesting en verzuring als gevolg van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden.
5.1
Stikstofdepositie De berekening met betrekking tot de effecten van het plan op de stikstofdepositie is in deel 1 van dit rapport beschreven. In de berekeningen zijn de effecten inzichtelijk gemaakt van de van de realisatiefase en gebruiksfase ten opzichte van de huidige feitelijk aanwezige, planologisch legale situatie (referentiesituatie). Deze berekeningen zijn uitgevoerd met AERIUS Calculator, versie 2025. Dit rekenmodel maakt gebruik van de meest recente gegevens over de aanwezige habitattypen en leefgebieden van soorten en maakt gebruik van de meest recente gegevens met betrekking tot de achtergronddepositie en overschrijdingen van de KDW. Het plan (de beoogde situatie) geeft in de gebruiksfase een depositie van maximaal 0,01 mol N/ha/jaar. Tijdens de realisatiefase is er geen sprake van een bijdrage. Er is sprake van depositie op twee Natura 2000-gebieden, namelijk Solleveld & Kapittelduinen en Voornes Duin. De instandhoudingsdoelstellingen van dit gebied is opgenomen in bijlage 6 en 7. In deze paragraaf is voor deze gebieden de effectbeoordeling van de stikstofdepositie ten gevolge van het plan verder beschouwd voor de habitattypen/leefgebieden waarop in de beoogde situatie een depositie is berekend groter dan 0,00 mol N/ha/jaar. Hierbij is ook de mitigatie in de vorm van intern salderen betrokken.
5.1.1
Beoogde situatie Voor het plan zijn de effecten van de realisatiefase en gebruiksfase berekend. In de onderstaande tabel 5-1 zijn de maximale toenamen binnen de Natura 2000-gebieden opgenomen voor de locaties waar stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden van soorten voorkomen en waar een (bijna) overschrijding van de kritische
Pagina 18 van 23
Bedrijventerrein Halfweg Passende beoordeling projectnummer 0499411.100 2 april 2026 revisie 03 Stedin Netbeheer B.V.
depositie waarde aanwezig is. Voor de Natura 2000-gebieden waar een depositie is berekend is in tabel 5-2 de maximale toename op overbelaste habitattypen/leefgebieden opgenomen. Tabel 5-1: Rekenresultaten met maximale depositie per jaar Depositie realisatiefase (mol N/ha/jaar)
Depositie gebruiksfase (mol N/ha/jaar)
Solleveld & Kapittelduinen
0,00
0,01
Voornes Duin
0,00
0,01
Tabel 5-2: Maximale stikstofdepositie (mol N/ha/jaar) in de plansituatie op de Natura 2000-gebieden. Dit betreffen de maximale waarden op locaties met een (naderende) overschrijding van de KDW en waar de planbijdrage in de realisatiefase of gebruiksfase groter is dan 0,005 mol N/ha/jaar. Habitattype Habitattype Depositie Depositie realisatiefase gebruiksfase (mol N/ha/jaar) (mol N/ha/jaar) Solleveld & Kapittelduinen H2180C
Duinbossen (binnenduinrand)
H2180Ao
Duinbossen (droog), overig
0,00
0,01
0,00
0,01
Voornes Duin
5.1.2
H2180Ao
Duinbossen (droog), overig
0,00
0,01
H2180C
Duinbossen (binnenduinrand)
0,00
0,01
Lg12
Zoom, mantel en droog struweel van de duinen
0,00
0,01
H2130A
Grijze duinen (kalkrijk)
0,00
0,01
Mitigatie Voor dit plan is gebruik gemaakt van mitigatie in de vorm van intern salderen. De mitigerende maatregel betreft het inzetten van stikstofdepositieruimte ten gevolge van het stoppen van de activiteiten in de referentiesituatie. Met de realisatie van de planontwikkeling is geborgd dat deze activiteiten worden beëindigd en niet opnieuw kunnen worden hervat. In tabel 5-3 is de grootste toename en de grootste afname na mitigatie (intern salderen) opgenomen voor de Natura 2000-gebieden waarop een planeffect is berekend. Na mitigatie is er nergens een toename groter dan 0,00 mol N/ha/jaar. Tabel 5-3: Rekenresultaten met maximale toename en afname depositie per jaar Depositie realisatiefase (mol N/ha/jaar)
5.1.3
Depositie gebruiksfase (mol N/ha/jaar)
Solleveld & Kapittelduinen
0,00
0,00
Voornes Duin
0,00
0,00
Cumulatie De verplichting om in een passende beoordeling ook de effecten van andere plannen en projecten in beschouwing te nemen, vindt zijn oorsprong in de Habitatrichtlijn. Artikel 6 lid 3 van de Habitatrichtlijn stelt dat bij een beoordeling rekening moet worden gehouden met cumulatie van effecten van andere plannen en projecten. De cumulatietoets is vooral van belang voor plannen of projecten die een mogelijk negatief (maar niet significant) gevolg hebben, om te bezien of zo’n plan of project in cumulatie alsnog tot een significant effect zou kunnen leiden. Dit is een uitwerking van het voorzorgsbeginsel. Zoals uit de berekeningsresultaten van de stikstofdepositie blijkt, leidt de beoogde ontwikkeling (met mitigatie) zelf niet tot een negatief gevolg. Het plan zal dus zelf ook niet in cumulatie met andere plannen of projecten tot een significant effect kunnen leiden. Een nadere cumulatietoets is daarom niet noodzakelijk.
Pagina 19 van 23
Bedrijventerrein Halfweg Passende beoordeling projectnummer 0499411.100 2 april 2026 revisie 03 Stedin Netbeheer B.V.
6.
Additionaliteitsvereiste
6.1
Toetsingskader Indien in een passende beoordeling mitigerende maatregelen worden betrokken, dient te worden beoordeeld of deze maatregelen voldoen aan het zogenoemde additionaliteitsvereiste. Dit vereiste volgt uit artikel 6 van de Habitatrichtlijn en de vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Maatregelen die noodzakelijk zijn ter uitvoering van artikel 6, eerste lid (instandhoudingsmaatregelen) of artikel 6, tweede lid (verslechteringsverbod), van de Habitatrichtlijn mogen niet tevens worden ingezet om nieuwe plannen mogelijk te maken. Intern salderen kwalificeert als mitigerende maatregel die uitsluitend binnen een passende beoordeling kan worden betrokken. Voor plannen waarbij de gemeenteraad het bevoegd gezag is, zoals bij de wijziging van het omgevingsplan Bedrijventerrein Halfweg, geldt een vergewisplicht. Dit houdt in dat de gemeenteraad zich op basis van openbaar toegankelijke en verifieerbare informatie ervan moet vergewissen dat de ingezette mitigerende maatregel niet reeds noodzakelijk is als instandhoudings- of passende maatregel.
6.2
De mitigerende maatregel De mitigerende maatregel betreft het beëindigen van de bemestingsactiviteiten op de huidige landbouwgronden binnen dit plangebied. Deze activiteiten maken onderdeel uit van de feitelijk aanwezige en planologisch legale referentiesituatie. Met de vaststelling van het omgevingsplan wordt aan de locatie een bestemming bedrijventerrein toegekend, waarmee hervatting van bemestingsactiviteiten planologisch onmogelijk is gemaakt. Tevens is geborgd dat de beoogde ontwikkeling van het industrieterrein pas kan plaatsvinden nadat de bestaande bemestingsactiviteiten zijn beëindigd. De beëindiging van de emissiebronnen is daarmee juridisch en feitelijk verzekerd.
6.3
Geschiktheid van de maatregel Het additionaliteitsvereiste heeft alleen betrekking op dat gedeelte van de referentiesituatie dat als mitigerende maatregel wordt gebruikt. De omvang van dit deel van referentiesituatie is maximaal 0,01 mol N/ha/jaar (zie vorige hoofdstuk) met enkel een toename in de Natura 2000-gebieden ‘Solleveld & Kapittelduinen’ en ‘Voornes Duin’. Dit is een hoeveelheid die zeer gering is en geen significante bijdrage levert aan een daling van de totale depositie in de Natura 2000-gebieden. Maatregelen die een dergelijk klein effect hebben en relatief kostbaar zijn kunnen ook niet als doelmatig worden gezien en zullen door het Rijk of de provincie niet worden overwogen om als bronmaatregelen te worden ingezet voor daling van de stikstofdepositie. Het beëindigen van bemesting op een klein perceel ver buiten Natura 2000-gebieden met stikstofgevoelige habitats past ook niet in de gebiedsgerichte aanpak van de provincie. Daarbij zal ook in cumulatie met andere reducties deze maatregel niet nodig zijn om doelen te halen. Dit alleen al maakt dat deze mitigerende maatregel kan worden gezien als een additionele maatregel.
Ondanks het feit dat de mitigerende maatregel naar zijn aard niet geschikt is als passende maatregel of instandhoudingsmaatregel, is hier verder inzichtelijk gemaakt dat ook zonder deze maatregel verdere verslechtering kan worden voorkomen en dat de instandhoudingsdoelstellingen op termijn kunnen worden behaald.
6.4
Geen instandhoudings- of passende maatregel Voor de beoordeling van het additionaliteitsvereiste is onderzocht of het beëindigen van de bemestingsactiviteiten binnen het plangebied bedrijventerrein Halfweg reeds noodzakelijk is ter uitvoering van artikel 6, eerste of tweede lid, van de Habitatrichtlijn. Daarbij is beoordeeld of deze maatregel door provincie of Rijk is aangemerkt als instandhoudingsmaatregel of passende maatregel ter voorkoming van verslechtering van natuurwaarden. Ten behoeve van deze vergewisplicht zijn openbaar toegankelijke en verifieerbare documenten geraadpleegd, waaronder de geldende Natura 2000‑beheerplannen, natuurdoelanalyses, gebiedsanalyses en adviezen van de Pagina 20 van 23
Bedrijventerrein Halfweg Passende beoordeling projectnummer 0499411.100 2 april 2026 revisie 03 Stedin Netbeheer B.V.
Ecologische Autoriteit voor de betrokken Natura 2000‑gebieden, alsmede relevante provinciale en landelijke beleidsdocumenten (zie bijlage 3). Uit de geraadpleegde Natura 2000‑beheerplannen en natuurdoelanalyses voor het betrokken Natura 2000‑gebied volgt dat de noodzakelijk geachte instandhoudings‑ en passende maatregelen zich richten op een samenhangend pakket van gebiedsgerichte maatregelen, waaronder hydrologisch herstel, natuurbeheer, bronmaatregelen bij glastuinbouwers en agrariërs, en generieke emissiereductie. In geen van deze documenten is het beëindigen van bemestingsactiviteiten op de percelen naast bedrijventerrein Halfweg benoemd of aangewezen als noodzakelijke maatregel voor het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen of het voorkomen van verslechtering van natuurwaarden. Voor zover in de geraadpleegde natuurdoelanalyses, gebiedsanalyses en adviezen van de Ecologische Autoriteit wordt gesproken over het verlagen van stikstofdepositie door middel van ‘bronaanpak’ of ‘bronmaatregelen’, betreft dit generiek of sectorbreed beleid en gebiedsgerichte instrumenten.
Deze aanduidingen zijn niet uitgewerkt in concrete, locatiespecifieke maatregelen en bevatten geen aanwijzingen dat beëindiging van individuele industriële bedrijven of bedrijfsactiviteiten noodzakelijk is geacht als instandhoudings‑ of passende maatregel in de zin van artikel 6, eerste of tweede lid, van de Habitatrichtlijn. Ook uit de beleidsstukken van de provincie Zuid-Holland volgt niet dat het beëindigen van de bemestingsactiviteiten binnen het plangebied bedrijventerrein Halfweg is aangemerkt als een noodzakelijke maatregel. Het provinciale stikstof‑ en natuurbeleid richt zich op generieke en gebiedsgerichte aanpakken, waarbij geen verplichtingen zijn vastgesteld die specifiek zien op het beëindigen van bestaande industriële activiteiten buiten de directe invloedssfeer van de betrokken Natura 2000‑gebieden. Provincie Zuid-Holland heeft beleidsregels opgesteld voor extern salderen in projectmatige context. Gezien de context van dit onderzoek een planmatige context betreft met intern salderen zijn deze beleidsregels niet van toepassing op deze situatie. Tenslotte is bezien of uit landelijk beleid aanwijzingen volgen dat het beëindigen van deze specifieke bedrijfsactiviteiten noodzakelijk is als instandhoudings‑ of passende maatregel.
Landelijke beleidskaders, zoals de Wet stikstofreductie en natuurverbetering en daarop gebaseerde programma’s en uitvoeringsdocumenten, bevatten generieke doelstellingen en instrumenten voor stikstofreductie en natuurherstel. Deze beleidskaders bevatten geen concreet uitgewerkte of juridisch bindende maatregelen die zien op het beëindigen van individuele industriële activiteiten op specifieke locaties, noch leggen zij vast dat het beëindigen van de bedrijfsactiviteiten op bedrijventerrein Halfweg noodzakelijk is ter uitvoering van artikel 6, eerste of tweede lid, van de Habitatrichtlijn. Gelet op het voorgaande volgt uit de geraadpleegde gebiedsanalyses, beheerplannen, natuurdoelanalyses, adviezen van de Ecologische Autoriteit en provinciale en landelijke beleidsdocumenten geen concrete of locatiespecifieke aanwijzing dat het beëindigen van de bemestingsactiviteiten binnen het plangebied bedrijventerrein Halfweg reeds noodzakelijk is als instandhoudings‑ of passende maatregel. Daarmee is voldoende gemotiveerd dat deze maatregel niet voortvloeit uit verplichtingen op grond van artikel 6, eerste of tweede lid, van de Habitatrichtlijn.
6.5
Conclusie Voor de inzet van interne saldering als mitigerende maatregel moet worden beoordeeld of de maatregel voldoet aan het additionaliteitsvereiste. Dit houdt in dat moet worden uitgesloten dat het beëindigen van de bemestingsactiviteiten reeds noodzakelijk is als instandhoudingsmaatregel (artikel 6, eerste lid, Habitatrichtlijn) of als passende maatregel ter voorkoming van verslechtering (artikel 6, tweede lid, Habitatrichtlijn). De gemeenteraad heeft hierbij een vergewisplicht: op basis van openbaar beschikbare informatie moet worden vastgesteld of provincie of Rijk deze maatregel als noodzakelijk beschouwen. Uit de geraadpleegde openbare documenten waaronder de gebiedsanalyses, Natura 2000‑beheerplannen, natuurdoelanalyses en aanvullende beleidsdocumenten, volgt geen enkele concrete of locatiespecifieke aanwijzing dat het beëindigen van de bemestingsactiviteiten op deze specifieke locatie deel uitmaakt van de Pagina 21 van 23
Bedrijventerrein Halfweg Passende beoordeling projectnummer 0499411.100 2 april 2026 revisie 03 Stedin Netbeheer B.V.
maatregelen die benodigd worden voor de instandhoudingsdoelstellingen van de betrokken Natura 2000‑gebieden ‘Solleveld & Kapittelduinen’ en ‘Voornes Duin’. Voor geen van de relevante habitattypen in dit Natura 2000‑gebied is een maatregel opgenomen die betrekking heeft op het stoppen van de bemestingsactiviteiten op deze locatie. Daarnaast blijkt ook uit overige provinciale en landelijke beleidsdocumenten niet dat deze specifieke maatregel noodzakelijk is. Gelet op het voorgaande is voldoende gemotiveerd dat de mitigerende maatregel geen instandhoudings‑ of passende maatregel is die reeds door de overheid is ingepland, maar een additionele maatregel betreft. De maatregel kan daarom rechtmatig worden ingezet als mitigerende maatregel binnen deze passende beoordeling.
Pagina 22 van 23
Bedrijventerrein Halfweg Passende beoordeling projectnummer 0499411.100 2 april 2026 revisie 03 Stedin Netbeheer B.V.
7.
Conclusie Uit deze passende beoordeling blijkt dat verstoringseffecten, uitgezonderd stikstofdepositie, zijn uit te sluiten. Ten gevolge van de planontwikkeling is er zonder mitigatie een toename van stikstofdepositie op de Natura 2000-gebieden ‘Solleveld & Kapittelduinen’ en ‘Voornes Duin’. Dit effect bedraagt maximaal 0,01 mol N/ha/jaar. De effecten van het plan op stikstofdepositie in de Natura 2000-gebieden worden volledig gemitigeerd door intern salderen (stoppen bemestingsactiviteiten). Na intern salderen is er namelijk nergens een toename van stikstofdepositie groter dan 0,00 mol N/ha/jaar. Ook in cumulatie is daarmee nergens sprake van een toename van stikstofdepositie. Met de inzet van de mitigerende maatregel is daarmee nergens sprake van een significant negatief effect ten gevolge van stikstofdepositie. Hiermee is zeker gesteld dat het plan de natuurlijke kenmerken van de Natura 2000-gebieden niet zal aantasten. Tenslotte is in deze passende beoordeling de mitigerende maatregel getoetst aan het additionaliteitsvereiste. Hiervoor heeft de gemeenteraad een vergewisplicht. Op basis van openbare informatie moet worden vastgesteld of provincie Zuid-Holland of het Rijk het beëindigen van bemestingsactiviteiten binnen het beoogde plangebied reeds als instandhoudings‑ of passende maatregel heeft aangemerkt.
Uit de geraadpleegde openbare bronnen blijkt geen enkele concrete of locatiespecifieke aanwijzing dat deze maatregel door provincie of het Rijk wordt ingezet of noodzakelijk wordt geacht. Daarmee heeft de gemeenteraad zich er voldoende van vergewist dat de maatregel niet nodig is voor het behoud van de gunstige staat van instandhouding van de natuurwaarden in het betrokken Natura 2000-gebied (artikel 6, eerste lid, van de Habitatrichtlijn) en ook niet nodig is om verslechteringen of verstoringen die significante effecten kunnen hebben op de natuurwaarden in het betrokken Natura 2000-gebied te voorkomen (artikel 6, tweede lid, van de Habitatrichtlijn).
Pagina 23 van 23
Bedrijventerrein Halfweg Passende beoordeling projectnummer 0499411.100 2 april 2026 revisie 00 Stedin Netbeheer B.V.
Bijlage 1: AERIUS-model realisatiefase Kenmerk: RVbhsQAJzqib
Pagina 24 van 29
Bedrijventerrein Halfweg Passende beoordeling projectnummer 0499411.100 2 april 2026 revisie 00 Stedin Netbeheer B.V.
Bijlage 2 : AERIUS-berekening gebruiksfase Kenmerk: RaT3NoX7C7fY
Pagina 26 van 29
Bedrijventerrein Halfweg Passende beoordeling projectnummer 0499411.100 2 april 2026 revisie 00 Stedin Netbeheer B.V.
Bijlage 3 : Literatuurlijst
Aanpak stikstof | Provincie Zuid-Holland Solleveld & Kapittelduinen | natura 2000https://www.natura2000.nl/gebieden/gelderland/rijntakken Provincie Zuid-Holland (2017) PAS-gebiedsanalyse 099 Solleveld & Kapittelduinen. 15 december 2017 Provincie Zuid-Holland (2016) PAS gebiedsanalyse 100 Voornes Duin, januari 2016 Arcadis, Royal HaskoningDHV, Sweco (2021) Natuurdoelanalyse Solleveld & Kapittelduinen (099), 16 november 2021 Arcadis, Royal HaskoningDHV, Sweco (2022) Natuurdoelanalyse Voornes Duin (100), 14 maart 2022 Provincie Zuid-Holland (2018) Solleveld en Kapittelduinen (099) Beheerplan Natura 2000-gebied, juli 2018 Provincie Zuid-Holland (2016) Beheerplan Natura 2000 Voornes Duin (100), 9 februari 2016 Ecologische Autoriteit (2024) Advies over de Natuurdoelanalyse Solleveld & Kapittelduinen, provincie Zuid-Holland, 9 januari 2024 Ecologische Autoriteit (2023) Advies over de Natuurdoelanalyse Voornes Duin, provincie Zuid-Holland, 23 juli 2023
Pagina 28 van 29
Over Antea Group Antea Group is het thuis van 1800 trotse ingenieurs en adviseurs. Samen bouwen wij elke dag aan een veilige, gezonde en toekomstbestendige leefomgeving. Je vindt bij ons de allerbeste vakspecialisten van Nederland, maar ook innovatieve oplossingen op het gebied van data, sensoring en IT. Hiermee dragen wij bij aan de ontwikkeling van infra, woonwijken of waterwerken. Maar ook aan vraagstukken rondom klimaatadaptatie, energietransitie en de vervangingsopgave. Van onderzoek tot ontwerp, van realisatie tot beheer: voor elke opgave brengen wij de juiste kennis aan tafel. Wij denken kritisch mee en altijd vanuit de mindset om samen voor het beste resultaat te gaan. Op deze manier anticiperen wij op de vragen van vandaag en de oplossingen voor morgen. Al 70 jaar.
Contactgegevens Beneluxweg 125 4904 SJ Oosterhout Postbus 40 4900 AA Oosterhout
Copyright © Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs. De informatie die in dit rapport is opgenomen is uitsluitend bestemd voor geadresseerde(n) en kan persoonlijke of vertrouwelijke informatie bevatten. Gebruik van deze informatie, door anderen dan de geadresseerde(n) en gebruik door hen die niet gerechtigd zijn van deze informatie kennis te nemen, is niet toegestaan. De informatie is uitsluitend bestemd om te worden gebruikt door de geadresseerde, voor het doel waarvoor dit rapport is vervaardigd. Indien u niet de geadresseerde bent of niet gerechtigd bent tot kennisneming, is openbaarmaking, vermenigvuldiging, verspreiding en/of verstrekking van deze informatie aan derden niet toegestaan, tenzij na schriftelijke toestemming door Antea Group en wordt u verzocht de gegevens te verwijderen en direct een melding te maken bij security@anteagroup.nl. Derden, zij die niet geadresseerd zijn, kunnen geen rechten aan dit rapport ontlenen, tenzij na schriftelijke toestemming door Antea Group.
www.anteagroup.nl