CConstaterende datNissewaard
Koppel je AI →
Document · PDF

Wijziging omgevingsplan uitbreiding bedrijventerrein Halfweg - Motivering bijlage 7 - Natuurtoets

Gemeenteraad 6 mei 2026, gemeente NissewaardBij agendapunt: Vaststelling wijziging omgevingsplan uitbreiding bedrijventerrein Halfweg11.499 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Natuurtoets station Halfweg te Nissewaard

projectnummer 0499411.101 definitief revisie 00 26 september 2025

www.anteagroup.nl

Natuurtoets station Halfweg te Nissewaard projectnummer 0499411.101 definitief revisie 00 26 september 2025

Auteur(s) J. de Jong

Opdrachtgever Gemeente Nissewaard Postbus 25 3200 AA SPIJKENISSE

Gecontroleerd J. Peereboom

Antea Group is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus

datum 26 september 2025

beschrijving Definitief

vrijgave G. Leeuw

Natuurtoets station Halfweg te Nissewaard projectnummer 0499411.101 26 september 2025 revisie 00 Gemeente Nissewaard

Inhoudsopgave 1.

Inleiding

4

1.1 1.2 1.3

Aanleiding & planvoornemen Doel Leeswijzer

4 6 6

2.

Effectbeschrijving en -beoordeling

7

2.1 2.2 2.3 2.3.1 2.3.2 2.3.3 2.3.4 2.3.5 2.4 2.5 2.6 2.7

Gebiedsbeschrijving: resultaat terreinbezoek Effectbepaling voornemen Soortbescherming Afbakening relevante soortgroepen Vogels Zoogdieren – vleermuizen Zoogdieren – overige zoogdieren Zorgplicht Natura 2000 NNN Overig provinciaal beleid Beschermde houtopstanden

7 8 8 9 9 13 15 15 16 17 18 18

3.

Conclusie & advies

19

3.1 3.1.1 3.2 3.2.1 3.2.2 3.2.3 3.3

Soortbescherming Zorgplicht Gebiedsbescherming Natura 2000 NNN Overig provinciaal beleid Beschermde houtopstanden bebouwingscontour houtkap

19 21 21 21 22 22 22

Literatuurlijst

23

Bijlage 1 Wettelijk kader

25

Bijlage 2 Methodiek natuurtoets

34

Bijlage 3 Rode lijst soorten uit NDFF

37

Natuurtoets station Halfweg te Nissewaard projectnummer 0499411.101 26 september 2025 revisie 00 Gemeente Nissewaard

1.

Inleiding

1.1

Aanleiding & planvoornemen In opdracht van de Gemeente Nissewaard is door Antea Group van mei tot augustus 2025 een natuurtoets uitgevoerd ter plaatse van het bedrijventerrein Halfweg te Spijkenisse. De aanleiding tot het onderzoek is de voorgenomen uitbreiding van het bedrijventerrein inclusief de daarbij behorende wijziging van het omgevingsplan (TAM-IMRO). De planning van de werkzaamheden zijn op dit moment nog niet bekend. Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met beschermde planten- en diersoorten en met beschermde gebieden. Er dient onderzocht te worden of het voornemen effect heeft op beschermde soorten, beschermde gebieden of houtopstanden (Omgevingswet (hierna Ow), Natuurnetwerk Nederland (NNN) en overig (provinciaal) beleid). Ontwikkelingen mogen niet zonder meer plaatsvinden indien deze negatieve gevolgen hebben op beschermde natuurwaarden (soorten, gebieden en/of houtopstanden). Er is daarom inzicht gewenst in de aanwezige beschermde natuurwaarden en de mogelijke effecten die op deze beschermde natuurwaarden kunnen optreden door de ontwikkeling. Dit wordt verkend in deze natuurtoets. Daarnaast worden kansen voor het verbeteren van natuurwaarden genoemd. In de figuren 1.1 en 1.2 is de ligging van het plangebied weergegeven. In figuur 1.3 is een impressie van het ontwerp weergegeven.

Figuur 1.1. Globale ligging van het plangebied (rood omkaderd) ten opzichte van de omgeving. Kaart gemaakt met QGIS.

blad 4 van 37

Natuurtoets station Halfweg te Nissewaard projectnummer 0499411.101 26 september 2025 revisie 00 Gemeente Nissewaard

Figuur 1.2. Gedetailleerde ligging van het plangebied (rood omkaderd). Kaart gemaakt in QGIS.

Figuur 1.3. Impressie ruimtelijke ontwikkeling (Stedin).

blad 5 van 37

Natuurtoets station Halfweg te Nissewaard projectnummer 0499411.101 26 september 2025 revisie 00 Gemeente Nissewaard

1.2

Doel Het doel van de natuurtoets is om een goed eerste beeld te krijgen van de (beschermde) natuurwaarden die in het plangebied en de (directe) omgeving aanwezig (kunnen) zijn. Dit gebeurt door het uitvoeren van een bureaustudie en oriënterend terreinbezoek. Op basis hiervan wordt getoetst of op de - in het kader van de Ow beschermde natuurwaarden - als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling negatieve effecten kunnen optreden. Daarnaast wordt ingegaan op de eventuele vervolgstappen die noodzakelijk zijn.

1.3

Leeswijzer De natuurtoets is als volgt opgebouwd: Hoofdstuk 1 beschrijft de aanleiding van de natuurtoets en voorgenomen ontwikkeling; Hoofdstuk 2 beschrijft het gebied en toetst de (in de omgeving) aanwezige beschermde soorten, beschermde gebieden en houtopstanden aan de omgevingswet en overige beleidskaders. Hoofdstuk 3 bevat de conclusies en advies over de te nemen vervolgstappen. In bijlage 1 wordt het wettelijk kader beschreven. In bijlage 2 wordt de methodiek van voorliggende natuurtoets beschreven. In bijlage 3 wordt een overzicht gegeven van bekende waarnemingen van rode lijst soorten in het plangebied.

blad 6 van 37

Natuurtoets station Halfweg te Nissewaard projectnummer 0499411.101 26 september 2025 revisie 00 Gemeente Nissewaard

2.

Effectbeschrijving en -beoordeling In paragraaf 2.1 wordt allereerst een gebiedsbeschrijving van het plangebied gegeven. Vervolgens wordt in paragraaf 2.2 de effectbepaling van het plan gegeven. In paragraaf 2.3 t/m paragraaf 2.7 wordt respectievelijk ingegaan op de aanwezigheid van en toetsing aan beschermde soorten onder de Ow, Natura 2000-gebieden, NNN, overig provinciaal beleid van de provincie Zuid-Holland en beschermde houtopstanden onder de Ow. Indien blijkt dat een onderdeel van paragraaf 2.3 t/m paragraaf 2.7 niet relevant is voor voorliggend planvoornemen, vindt er geen toetsing van het voornemen aan de Ow (of ander relevant beleidskader) van dat onderdeel plaats.

2.1

Gebiedsbeschrijving: resultaat terreinbezoek Op 21 mei 2025 is vanaf circa 10:00 uur een oriënterend terreinbezoek uitgevoerd door een deskundig ecoloog van Antea Group bij droog, bewolkt weer met een temperatuur van circa 13 °C. Tijdens het terreinbezoek is het plangebied te voet geïnspecteerd. Hierbij is het perceel ten noorden van het plangebied afgelopen, zijn de oevers geïnspecteerd, is de bebouwing ten oosten van het plangebied geïnspecteerd op geschiktheid voor gebouwbroedende soorten door middel van een verrekijker en zijn de bomenrijen geïnspecteerd op nesten en gaten en/of holen. Op 5 augustus 2025 is vanaf circa 11:00 uur een aanvullend terreinbezoek uitgevoerd bij droog, zonnig weer met een temperatuur van circa 20 °C. Dit terreinbezoek is uitgevoerd voor het nader controleren van de bomenrij ten zuidoosten van het plangebied. Tijdens het aanvullend terreinbezoek is het akkerveld te voet afgelopen en zijn de bomenrij en omliggende hoogspanningsmasten gecontroleerd middels een verrekijker op de aanwezigheid van nesten en holtes die broedgelegenheid bieden aan boombroedende soorten. Het plangebied bestaat uit een actief gebruikt akkerperceel dat naast het gewas verder volledig kaal is. Het wordt regelmatig omgewoeld. Aan de noordzijde bevindt zich de toegang tot het perceel, deze bestaat uit een grasveld met wat opgaande kruidige vegetatie.

Aan de oostkant van het plangebied bevindt zich een watergang in de vorm van een (boeren)sloot. De oevers van de watergang zijn flauw aflopend en begroeid met riet of zijn kaal. Aan de zuidoostzijde van de watergang bevindt zich een bosschage in de vorm van een bomenlaan. Verder richting het oosten is bebouwing aanwezig in de vorm van een bedrijventerrein. In figuur 2.1 is een impressie gegeven van het plangebied.

Entree perceel vanuit het noorden

Watergang naast de entree in het noorden

blad 7 van 37

Natuurtoets station Halfweg te Nissewaard projectnummer 0499411.101 26 september 2025 revisie 00 Gemeente Nissewaard

Watergang en bomenrij aan de oostelijke zijde van het plangebied

Overzicht locatie plangebied

Detailfoto bomenrij in het zuidoosten van het plangebied

Watergang aan de oostelijke zijde, vanuit een zuidelijk aanzicht

Bomenrij aan de zuidoost kant, vanuit een noordelijk aanzicht Figuur 2.1. Impressie van het plangebied.

2.2

Effectbepaling voornemen De volgende activiteiten vinden plaats als gevolg van het planvoornemen die een effect kunnen hebben op (het leefgebied van) (beschermde) soorten en beschermde gebieden: Er worden aanrijroutes en werkterreinen aangelegd; Er worden bouwwerkzaamheden uitgevoerd; Agrarisch perceel wordt omgevormd tot bouwterrein; Er is sprake van auditieve en visuele verstoring door het gebruik van machines; Er worden bouwlampen geplaatst.

2.3

Soortbescherming In de onderstaande paragrafen worden per soortgroep de resultaten van het bureauonderzoek en het oriënterend terreinbezoek beschreven. Indien soortgroepen op basis van het oriënterend terreinbezoek op voorhand kunnen worden uitgesloten vanwege het ontbreken van geschikt biotoop, zijn deze soortgroepen vermeld in paragraaf 2.3.1. Op basis van het bureauonderzoek en het oriënterend terreinbezoek wordt

blad 8 van 37

Natuurtoets station Halfweg te Nissewaard projectnummer 0499411.101 26 september 2025 revisie 00 Gemeente Nissewaard

ingegaan op de mogelijk effecten die als gevolg van het planvoornemen op mogelijk aanwezige beschermde soorten kunnen optreden. Indien negatieve effecten op beschermde soorten niet zijn uit te sluiten, wordt geadviseerd over de te nemen vervolgstappen.

2.3.1

Afbakening relevante soortgroepen Op basis van de bureaustudie en het verkennend terreinbezoek kan de aanwezigheid van meerdere soortgroepen worden uitgesloten. Gezien het feit dat er niet in de watergang word gewerkt en deze ook niet wordt aangetast kan de aanwezigheid van beschermde amfibieën, kreeftachtigen en weekdieren en beschermde vissen in het plangebied worden uitgesloten. Ook kan, gezien het ontbreken van biotoop en het bekende verspreidingsgebied, de aanwezigheid van beschermde reptielen worden uitgesloten. Verder kan, gezien het plangebied een intensief gebruikt akkerperceel betreft waar actief wordt verbouwd en omgewoeld, de aanwezigheid van beschermde zaadplanten varens en bladmossen en insecten worden uitgesloten. Aanwezigheid van de overige soortgroepen kan niet op voorhand worden uitgesloten. Deze soortgroepen worden in de hiernavolgende paragrafen nader beschouwd.

2.3.2

Vogels Soorten met een jaarrond beschermd nest (categorie 1 t/m 4) In de onderstaande tabel zijn de waarnemingen van vogels met een jaarrond beschermd nest in de directe omgeving van het plangebied weergegeven. Tabel 2.1 Overzicht van waargenomen vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest in de omgeving van het plangebied (met een straal van 1 km)(NDFF, 2020-2025). Soort Categorie *) Boomvalk 4 Buizerd 4 Gierzwaluw 2 Grote gele kwikstaart 3 Havik 4 Huismus 2 Kerkuil 3 Ooievaar 3 Ransuil 4 Roek 2 Slechtvalk 3 Sperwer 4 Wespendief 4 *) categorie 1: Jaarrond gebruikte nesten (steenuil). categorie 2: Zeer honkvaste koloniebroeders of afhankelijk bebouwing. categorie 3: Zeer honkvaste broeders of afhankelijk bebouwing (geen kolonie). categorie 4: Vogels die ieder jaar terugkeren naar specifiek nest.

Zoals blijkt uit de bureaustudie is een aantal vogelsoorten waargenomen in de omgeving van het plangebied waarvan de broedplaatsen jaarrond beschermd zijn en waar bij verwijdering of aantasting van de vaste rust- en verblijfplaats, alsook bij wezenlijke aantasting van de functionele leefomgeving, altijd omgevingsvergunningsaanvraag flora- en fauna-activiteit moet worden aangevraagd. Dit zijn boombroedende soorten (boomvalk, buizerd, havik, ransuil, sperwer en wespendief), gebouwbroedende soorten (huismus en gierzwaluw) en overige soorten (grote gele kwikstaart, kerkuil, ooievaar, roek en slechtvalk). Boombroedende soorten (boomvalk, buizerd, havik, ransuil, sperwer, wespendief) Tijdens het terreinbezoek is een opvliegende buizerd waargenomen. Tijdens het terreinbezoek zijn in de directe omgeving van het plangebied twee grote nesten in bomen aangetroffen die kunnen toebehoren aan boombroedende soorten met een jaarrond beschermd nest (zie figuur 2.2 en 2.3). De elementen waarin de nesten zich bevinden blijven onder het planvoornemen behouden, echter kan er sprake zijn van tijdelijke verstoring tijdens de werkzaamheden en blijvende verstoring ten gevolge van de uitbreiding van het blad 9 van 37

Natuurtoets station Halfweg te Nissewaard projectnummer 0499411.101 26 september 2025 revisie 00 Gemeente Nissewaard

industrieterrein. Dit valt onder schadelijke handelingen onder de Ow. Om te bepalen of de nesten in gebruik zijn is nader onderzoek benodigd. Nader onderzoek moet zich richten op de boombroedende soorten boomvalk, buizerd, havik, ransuil en sperwer. De wespendief is twee keer overvliegend waargenomen door derden in 2023 en 2021. Volgens de verspreidingsdata van SOVON is er geen broedgeval bekend in de wijde omgeving van het plangebied (<30km). De wespendief kan hierdoor op voorhand worden uitgesloten van het plangebied.

Figuur 2.2. Locatie jaarrond beschermde nesten (JRBN) inclusief 75 meter verstoringsafstand in de bomenrij en hoogspanningsmast. Kaart gemaakt in QGIS.

Het plangebied kan tevens onderdeel uitmaken van de functionele leefomgeving van boombroedende vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest die in de wijde(re) omgeving broeden, zoals buizerd. Voor deze en overige vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest maakt het plangebied gezien de zeer beperkte (mogelijkheid aan) aanwezige voedselbronnen geen essentieel onderdeel uit van de functionele leefomgeving.

blad 10 van 37

Natuurtoets station Halfweg te Nissewaard projectnummer 0499411.101 26 september 2025 revisie 00 Gemeente Nissewaard

Vervolgstappen Er dient nader onderzoek te komen naar het gebruik van de boomnesten door boombroedende vogels met een jaarrond beschermd nest. Om de aan-/ afwezigheid van de boomvalk, buizerd, havik, ransuil, sperwer aan te tonen is nader onderzoek nodig: •

Voor de buizerd, havik en sperwer wordt geadviseerd om vier gerichte veldbezoeken te verrichten in de periode 1 maart tot en met 15 mei, met een tussenperiode van minimaal 10 dagen conform kennisdocument Buizerd (BIJ12, 2017a)).

•

Een onderzoek naar de bezetting van het nest naar de ransuil bestaat uit 3 gerichte (avond) veldbezoeken vanaf 20 februari tot 20 mei, met een tussenperiode van minimaal 10 dagen.

•

Ten einde de aanwezigheid van nestlocaties van de boomvalk aan te tonen/dan wel uit te sluiten zijn 3 gerichte veldbezoeken benodigd in de periode van 1 mei – 15 september.

Gebouwbroedende soorten met een jaarrond beschermd nest (huismus, gierzwaluw) In de directe omgeving van het plangebied is bebouwing aanwezig. Deze bebouwing betreft een industrieterrein. De daken van deze bebouwing is plat en bevat geen dakpannen. Tevens ontbreken essentiële elementen van de leefomgeving van de huismus, met name voldoende grasland die als foerageergebied kan dienen. Hierdoor is deze bebouwing niet geschikt voor gebouwbroedende soorten, zoals de huismus en gierzwaluw, waardoor nestlocaties van de huismus en gierzwaluw in de omgeving van het plangebied kunnen worden uitgesloten. Er zijn wat betreft de huismus en de gierzwaluw geen vervolgstappen aan de orde. Overige soorten met een jaarrond beschermd nest (grote gele kwikstaart, kerkuil, ooievaar, roek, slechtvalk) Slechtvalk De slechtvalk broed in Nederland in steden bovenop hoge flatgebouwen en torens en in open boerenland in hoogspanningsmasten. In het plangebied en in de directe omgeving zijn meerdere hoogspanningsmasten aanwezig. Tijdens het terreinbezoek is er een nest geconstateerd in de hoogspanningsmast direct aangrenzend aan het plangebied die door de slechtvalk gebruikt zou kunnen worden (zie figuur 2.2). Als gevolg van het voornemen wordt een stuk biotoop verwijdert en verandert in industrieterrein. Hierdoor is er een blijvende mate van verstoring.

Dit valt onder schadelijk handelen volgens artikel 11.37, Bal, Ow. Er dient nader onderzoek te komen om te bepalen of het nest in gebruik is. Dit nader onderzoek bestaat uit minstens drie gerichte veldbezoeken in de periode 25 januari tot 25 juni. Vervolgstappen Er dient nader onderzoek te komen naar het gebruik van het nest in de hoogspanningsmast. Om de aan-/ afwezigheid van de slechtvalk aan te tonen is nader onderzoek nodig: Dit onderzoek bestaat uit minstens drie gerichte veldbezoeken in de periode 25 januari tot 25 juni, conform de Handleiding BMP en kolonievogels, (SOVON, 2024). Geschikt broedbiotoop voor de grote gele kwikstaart (nabij stromend water of nissen onder bruggen), kerkuil (kerken, schuren en nestkasten in cultuurlandschap), ooievaar (nestpalen) en roek (vrijstaande, hoge groepen bomen (vaak populieren) langs snelwegen, treinsporen of kanalen) is in (de directe omgeving van) het plangebied niet aanwezig, waardoor jaarrond beschermde nestplaatsen van deze soorten kan worden uitgesloten. Conclusie Concluderend kan de aanwezigheid van nestplaatsen van boombroedende vogels met een jaarrond beschermd nest in de omgeving van het plangebied niet worden uitgesloten. Nestplaatsen van de slechtvalk kunnen blad 11 van 37

Natuurtoets station Halfweg te Nissewaard projectnummer 0499411.101 26 september 2025 revisie 00 Gemeente Nissewaard

eveneens niet worden uitgesloten. Nestplaatsen en essentieel leefgebied van overige soorten met een jaarrond beschermd nest kunnen in de directe omgeving van het plangebied worden uitgesloten. Soorten met een mogelijk jaarrond beschermd nest (categorie 5) In de onderstaande tabel zijn de waarnemingen van vogels met een mogelijk jaarrond beschermd nest in de directe omgeving van het plangebied weergegeven. Tabel 2.2 Overzicht van waargenomen vogelsoorten met een mogelijk jaarrond beschermd nest in de omgeving van het plangebied (met een straal van 1 km) (NDFF, 2020-2025). Soort

Categorie *) 5 Blauwe reiger 5 Boerenzwaluw 5 Bonte vliegenvanger 5 Boomkruiper 5 Bosuil 5 Ekster 5 Gekraagde roodstaart 5 Groene specht 5 Grote bonte specht 5 Huiszwaluw 5 IJsvogel 5 Kleine bonte specht 5 Koolmees 5 Oeverzwaluw 5 Pimpelmees 5 Spreeuw 5 Tapuit 5 Torenvalk 5 Zwarte kraai 5 Zwarte mees 5 Zwarte roodstaart *) categorie 5: Honkvaste broeders, maar voldoende flexibel

Tijdens het terreinbezoek zijn enkele categorie 5-soorten waargenomen (blauwe reiger, ekster, koolmees). Nesten van de categorie 5-vogelsoorten zijn alleen jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. Dit laatste is op het plangebied niet van toepassing. Er zijn geen categorie 5 soorten te verwachten die zeldzaam zijn in de omgeving of onvoldoende nestgelegenheid hebben in de omgeving. Derhalve zijn er geen zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden die jaarronde bescherming rechtvaardigen. De categorie 5-soorten vallen daarmee onder de bescherming van algemene broedvogels. Algemene broedvogels Tijdens de terreinbezoeken zijn enkele algemene broedvogels waargenomen (o.a. merel, houtduif, kokmeeuw). De bosschages en rietvegetatie rondom het plangebied bieden nestgelegenheid aan deze algemene soorten. Alle in gebruik zijnde nesten van vogelsoorten in Nederland zijn beschermd onder de Ow (artikel 11.37 Bal). Indien nesten aanwezig zijn, mogen deze tijdens de broedperiode (en wanneer deze in gebruik zijn) niet verwijderd of verstoord worden. Met de meeste broedvogels kan echter in het algemeen relatief eenvoudig rekening worden gehouden door eventuele kap- en sloopwerkzaamheden niet uit te voeren in het broedseizoen (circa maart tot en met juli1) en indien concrete broedgevallen aanwezig zijn.

Op deze wijze zijn geen belemmeringen vanuit de Omgevingswet aan de orde. 1

Voor het broedseizoen wordt in het kader van de wet geen standaardperiode gehanteerd. Het broedseizoen is afhankelijk van klimatologische omstandigheden; dit houdt in dat het seizoen eerder dan wel later van start kan gaan en eerder dan wel later kan eindigen. Van belang is of er broedgevallen aanwezig zijn.

blad 12 van 37

Natuurtoets station Halfweg te Nissewaard projectnummer 0499411.101 26 september 2025 revisie 00 Gemeente Nissewaard

Indien het niet mogelijk is om buiten het broedseizoen om te werken dan dient het plangebied (waar de werkzaamheden plaatsvinden) vóór het broedseizoen ongeschikt gemaakt te worden voor (broed)vogels. Mocht dit niet mogelijk zijn dan dient voorafgaand aan de werkzaamheden het plangebied gecontroleerd te worden op de aanwezigheid van broedvogels door een deskundig ecoloog. Indien vastgesteld wordt dat sprake is van actuele broedgevallen binnen het plangebied, kunnen locatiespecifieke maatregelen worden voorgesteld en/of wordt het plangebied niet vrijgegeven en dienen de werkzaamheden uitgesteld te worden totdat het nest niet meer in gebruik is. Vervolgstappen Werk in de buurt van de waterkant buiten het broedseizoen. Indien dit niet mogelijk dienen de oevers van de watergang voor het broedseizoen ongeschikt gemaakt te worden voor (broed)vogels, door middel van het weghalen van de opgaande (riet)vegetatie. Indien dit ook niet mogelijk is dient voorafgaand aan de werkzaamheden het plangebied gecontroleerd te worden op de aanwezigheid van broedvogels door een deskundig ecoloog. Indien vastgesteld wordt dat sprake is van actuele broedgevallen binnen het plangebied, kunnen locatiespecifieke maatregelen worden voorgesteld en/of wordt het plangebied niet vrijgegeven en dienen de werkzaamheden uitgesteld te worden totdat het nest niet meer in gebruik is.

2.3.3

Zoogdieren – vleermuizen In de onderstaande tabel zijn de waarnemingen van vleermuizen in de directe omgeving van het plangebied weergegeven. Tabel 2.3 Overzicht van waargenomen vleermuizen in de omgeving van het plangebied (met een straal van 1 km) (NDFF, 2020-2025). Soort Gewone dwergvleermuis

Beschermingsregime Artikel 11.46 Bal X

Voor vleermuizen zijn drie functies van het leefgebied te onderscheiden die van groot belang zijn. Dit zijn verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebied. Foerageergebieden en vliegroutes zijn alleen beschermd als deze van essentieel belang zijn voor het functioneren van de verblijfplaats, zogenaamde essentiële foerageergebieden en essentiële vliegroutes. Deze drie onderdelen (verblijfplaatsen, essentiële vliegroutes en essentieel foerageergebied) worden hieronder nader beschouwd. Verblijfplaatsen Vleermuizen kunnen hun verblijfplaats in gebouwen of bomen (of beide) hebben. Gebouwbewonende vleermuizen verblijven met name in spouwmuren, onder dakbetimmering, achter boeiborden of op zolders. Boombewonende vleermuizen verblijven in gaten, holen of scheuren van voornamelijk grote bomen. De bebouwing op het industrieterrein ten oosten van het plangebied bevatten stootvoegen. Deze openingen geven vleermuizen toegang tot de spouwmuur waardoor de aanwezigheid van verblijfplaatsen van gebouwbewonende soorten (o.a. gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis) op het industrieterrein kan niet worden uitgesloten. De bebouwing op het industrieterrein wordt onder het huidige planvoornemen niet aangetast, waardoor potentiële verblijfplaatsen behouden blijven.

Wel kan er verstoring ontstaan ten gevolge van de werkzaamheden, met name in de vorm van lichtvervuiling. Dit valt onder schadelijke handelingen onder de Ow. Om verstoring te voorkomen dient er alleen overdag gewerkt te worden of dient er geen verlichting uitgestraald te worden op de bebouwing van het industrieterrein. Op deze manier is er geen overtreding van de Ow aan de orde. Indien dit niet mogelijk is, is er nader onderzoek volgens het meest recente vleermuisprotocol noodzakelijk om het gebruik van de bebouwing als verblijfplaats door vleermuizen al dan niet vast te kunnen stellen. Vleermuizen gebruiken hun verblijfplaats blad 13 van 37

Natuurtoets station Halfweg te Nissewaard projectnummer 0499411.101 26 september 2025 revisie 00 Gemeente Nissewaard

door het jaar heen op verschillende manieren. Daarom is het nodig om het plangebied meerdere malen (minimaal vijf keer) verspreid over het actieve seizoen van de soorten (tussen april en oktober) te bezoeken voor het vleermuisonderzoek. In het plangebied zijn geen bomen aanwezig, waardoor de aanwezigheid van verblijfplaatsen van boombewonende soorten (o.a rosse vleermuis, gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis,) in het plangebied kan worden uitgesloten. Vervolgstappen Werk alleen overdag of straal geen verlichting uit op de bebouwing van het industrieterrein. Indien dit niet mogelijk is, is nader onderzoek conform het Vleermuisprotocol 2021 (geactualiseerd voor de meervleermuis) (NGB, 2025) naar de aanwezigheid van verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen noodzakelijk. Dit onderzoek bestaat uit minimaal vijf bezoeken verspreid over het actieve seizoen van de soorten (tussen april en oktober).

Essentiële vliegroutes Vliegroutes van vleermuizen betreffen (vaak) lijnvormige elementen in het landschap die als verbinding tussen verblijfplaatsen en foerageergebied fungeren. De bomenrij ten zuidoosten van het plangebied is een lineair element die als potentiële vliegroute voor vleermuis zou kunnen dienen. Deze bomenrij blijft onder het huidige planvoornemen intact, waardoor de vliegroute niet wordt aangetast. Wel kan er verstoring optreden, met name in de vorm van lichtverstoring. Om verstoring te voorkomen wordt er geadviseerd om alleen overdag te werken en/of geen verlichting uit te stralen op de bomenrij. Op deze manier is er geen overtreding van de Ow aan de orde. Indien dit niet mogelijk is, is nader onderzoek conform het Vleermuisprotocol 2021 (geactualiseerd voor de meervleermuis) (NGB, 2025) naar het gebruik van de bomenrij als vliegroute noodzakelijk. Dit onderzoek bestaat uit minimaal twee bezoeken, waarvan één in de kraamperiode van de soorten. Vervolgstappen Werk alleen overdag of straal geen verlichting uit op de bebouwing van het industrieterrein. Indien dit niet mogelijk is, is nader onderzoek conform het Vleermuisprotocol 2021 (geactualiseerd voor de meervleermuis) (NGB, 2025) naar het gebruik van de bomenrij noodzakelijk. Dit onderzoek bestaat uit minimaal twee bezoeken, waarvan één in de kraamperiode van de soorten.

Essentieel foerageergebied Foerageergebied van vleermuizen betreft locaties waar vleermuizen hun voedsel verzamelen. Dit kunnen uiteenlopende gebieden zijn. In het plangebied is marginaal geschikt foerageergebied aanwezig voor vleermuizen, met name de watergang en begroeide oevers. Echter is dit maar van zeer gering oppervlak en is daarom dus slechts marginaal geschikt. Hierbij is geen sprake van unieke beplanting en/of structuren die enkel in het plangebied aanwezig zijn. In de omgeving van het plangebied is vergelijkbaar alternatief foerageergebied aanwezig, met name langs de watergang ten zuidoosten en de op de akkerpercelen ten zuiden van het plangebied. De aanwezigheid van essentieel foerageergebied kan worden uitgesloten.

blad 14 van 37

Natuurtoets station Halfweg te Nissewaard projectnummer 0499411.101 26 september 2025 revisie 00 Gemeente Nissewaard

2.3.4

Zoogdieren – overige zoogdieren In de onderstaande tabel zijn de waarnemingen van overige soorten zoogdieren in de directe omgeving van het plangebied weergegeven. Tabel 2.3 Overzicht van waargenomen zoogdieren in de omgeving van het plangebied (met een straal van 1 km) (NDFF, 2020-2025). Soort Art. 11.46 Bal Bever Bosmuis Bunzing Dwergmuis Egel Haas Huisspitsmuis Konijn Ree Rosse woelmuis Veldmuis Vos Woelrat

Beschermingsregime Art. 11.54 Bal en Art. 11.54 Bal en Bijlage IX Bijlage IX Vrijgestelde zoogdieren

X X X X X X X X X X X X X

Bever Bevers leven in het overgangsbebied van allerlei zoete wateren en land: in moerassen, langs beken, rivieren, meren en kanalen. Ze leven daar zowel in het water als op het land. Voor de bever is de aanwezigheid van goed bereikbare bomen en struiken direct op/aan de oever een vereiste. Onder het planvoornemen worden geen watergangen en/of bomen/struiken aangetast. Verder is het plangebied ongeschikt voor de bever door het ontbreken van opgaande begroeiing. Negatieve effecten op de bever zijn uitgesloten. Op basis van het terreinbezoek worden overige beschermde zoogdieren niet verwacht door het ontbreken van geschikt biotoop. Vrijgestelde soorten zoogdieren in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen Er is binnen het plangebied biotoop aanwezig voor de algemeen voorkomende (vrijgestelde) soorten bosmuis, dwergmuis, egel, haas, huisspitsmuis, konijn, rosse woelmuis, veldmuis en vos. Deze soorten gebruiken het akkerperceel en/of de oever van de watergangen als onderdeel van hun leefgebied. Door de voorgenomen werkzaamheden kunnen negatieve effecten op deze soorten optreden. Binnen de provincie Zuid-Holland geldt een vrijstelling voor deze algemene soorten bij ruimtelijke ontwikkelingen. Wel is voor deze soorten de zorgplicht van toepassing. Dit houdt in de negatieve effecten zo veel als mogelijk dienen te worden voorkomen dan wel beperkt.

In paragraaf 2.3.5 wordt nader ingegaan op maatregelen die in het kader van de zorgplicht genomen kunnen worden.

2.3.5

Zorgplicht In het plangebied kunnen de bosmuis, dwergmuis, egel, haas, huisspitsmuis, konijn, rosse woelmuis, veldmuis en vos aanwezig zijn. Deze soorten zijn vrijgesteld van de vergunningsplicht voor de Omgevingswet (Ow) in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen. Wel is de zorgplicht van toepassing. Zo moet een initiatiefnemer een beeld hebben van de (bijzondere) natuurwaarden op en nabij het plan- of projectgebied. In het kader van de specifieke zorgplicht dient een initiatiefnemer in het geval van verslechterende effecten actief te anticiperen op het voorkomen of verzachten van deze effecten. Onder de Ow dient onder andere extra aandacht besteed te worden aan soorten van de Rode Lijsten. Provincies kunnen onder de Ow beleidskaders opstellen over hoe en met welke soorten (van de Rode Lijsten) rekening blad 15 van 37

Natuurtoets station Halfweg te Nissewaard projectnummer 0499411.101 26 september 2025 revisie 00 Gemeente Nissewaard

dient te worden gehouden in het kader van de Zorgplicht. Vooralsnog zijn deze aanvullende beleidskaders nog niet opgesteld. In de voorliggende rapportage is daarom gekozen voor het opnemen van waarnemingen van de Rode Lijst soorten in de NDFF in het plangebied. De Rode Lijst soorten waarvan waarnemingen in de NDFF bekend zijn, zijn opgenomen in Bijlage 3. De initiatiefnemer/uitvoerder is verantwoordelijk voor een adequate naleving van de algemene zorgplicht tijdens de uitvoering van de werkzaamheden. Door het uitvoeren van een aantal zorgplicht gerelateerde maatregelen, wordt voldaan aan de zorgplicht en kan de gunstige staat van instandhouding van de betreffende soorten worden gegarandeerd. Maatregelen waaraan gedacht kan worden bij de invulling van de zorgplicht bij voorliggend planvoornemen zijn weergegeven in tabel Tabel 2.. Daarnaast is bij het oriënterend veldonderzoek rietbegroeiing in de oevers van de watergang ten oosten van het plangebied waargenomen. Indien mogelijk is het aan te bevelen deze structuur te behouden en te optimaliseren. Hierdoor wordt de biodiversiteit in het gebied versterkt. (Rode Lijst) Soorten kunnen hier van profiteren. Daarnaast kunnen de maatregelen genoemd in tabel 2.4 bijdragen aan het voorkomen van negatieve effecten op (Rode Lijst) soorten. Tabel 2.4 Voorbeelden van zorgplicht gerelateerde maatregelen voor soorten.

[Voorbeeldinvulling:] Soort(groep) Grondgebonden zoogdieren (alle soorten)

2.4

Maatregel Werk in de richting van een vluchtmogelijkheid om de dieren een kans te geven naar ander gebied te ontsnappen. In dit geval betekent dat werken vanuit een noordelijke richting om de dieren naar de zuidelijke percelen te drijven.

Natura 2000 Het plangebied ligt niet in een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is de Oude Maas, op circa 3,5 kilometer ten oosten van het plangebied (zie figuur 2.2). De Oude Maas is aangewezen op basis van de Habitatrichtlijn. Daarnaast zijn er in een straal van 25 kilometer nog enkele Natura 2000-gebieden aanwezig (zie figuur 2.2).

blad 16 van 37

Natuurtoets station Halfweg te Nissewaard projectnummer 0499411.101 26 september 2025 revisie 00 Gemeente Nissewaard

Figuur 2.2. Ligging Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plangebied (rode stip). Bron: AERIUS-calculator, versie 2024.2.1. Kaart gemaakt in QGIS.

Bij onderhavig planvoornemen is er enkel sprake van een realisatiefase. Er is daardoor hoogstens sprake van tijdelijke effecten. De Natura 2000-gebieden liggen buiten het invloedsgebied van de storingsfactoren, zoals verdroging of geluiden lichtverstoring, met uitzondering van verzuring en vermesting. Gezien de afstand tot stikstofgevoelige habitattypen in de Natura 2000-gebieden en de voorgenomen werkzaamheden zijn effecten als gevolg van vermesting en verzuring door stikstofdepositie tijdens enkel de realisatiefase niet op voorhand uit te sluiten. De enige manier om inzicht te krijgen in de aard en omvang van het effect van stikstofdepositie als gevolg van de werkzaamheden, is het uitvoeren van een stikstofberekening met behulp van AERIUS Calculator. Geadviseerd wordt dan ook om een dergelijke berekening uit te voeren. Indien uit de AERIUS-berekening volgt dat er als gevolg van het voornemen een verhoogde stikstofdepositie plaats vindt op stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden, dient dit ecologisch te worden beschouwd door middel van een ecologische Voortoets Stikstof. Vervolgstappen Er dient een AERIUS-berekening voor de aanleg en -gebruiksfase te worden opgesteld. Indien sprake is van een toename in stikstofdepositie, dient een ecologische Voortoets Stikstof te worden opgesteld.

2.5

NNN In het plangebied is geen NNN-gebied aanwezig. Het dichtstbijzijnde NNN-gebied bevindt zich op circa 850 meter ten zuiden van het plangebied. Op grond van de provinciale verordening in de provincie Zuid-Holland hoeft niet getoetst te worden op externe werking en zijn vervolgstappen niet aan de orde.

blad 17 van 37

Natuurtoets station Halfweg te Nissewaard projectnummer 0499411.101 26 september 2025 revisie 00 Gemeente Nissewaard

Figuur 2.3. Ligging van het plangebied ten opzichte van het NNN. Bron: Provincie Zuid-Holland. Kaart gemaakt in QGIS

2.6

Overig provinciaal beleid Het plangebied ligt niet binnen de begrenzing van het Bijzonder Provinciaal Landschap Midden-Delfland. Er zijn wat betreft overig provinciaal beleid geen vervolgstappen aan de orde.

2.7

Beschermde houtopstanden In de directe omgeving van het plangebied zijn geen houtopstanden aanwezig. Als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden worden daarom geen houtopstanden gekapt. Ook staan er geen houtopstanden in de invloedssfeer van de voorgenomen werkzaamheden waardoor negatieve effecten kunnen optreden. Een nadere toetsing beschermde houtopstanden is daarom niet nodig.

blad 18 van 37

Natuurtoets station Halfweg te Nissewaard projectnummer 0499411.101 26 september 2025 revisie 00 Gemeente Nissewaard

3.

Conclusie & advies In dit hoofdstuk is per onderdeel de conclusie en het advies gegeven dat voortkomt uit de uitgevoerde natuurtoets.

3.1

Soortbescherming Binnen het plangebied is geschikt biotoop aangetroffen voor beschermde soorten (Ow) waarvoor geen algemene vrijstelling geldt. Het gaat om soorten uit de volgende soortgroepen: boombroedende vogels met een jaarrond beschermd nest; en overige vogels met een jaarrond beschermd nest; algemene broedvogels en; vleermuizen. Voor boombroedende vogels en overige vogels met een jaarrond beschermd nest is nader onderzoek noodzakelijk. Voor de overige soorten is door het nemen van passende maatregelen geen nader onderzoek noodzakelijk. Afhankelijk van de te nemen maatregelen en de resultaten van het nader onderzoek moet duidelijk worden of een omgevingsvergunning voor een flora en fauna activiteit aan de orde is. In Tabel 3.1 zijn de conclusies ten aanzien van deze beschermde soorten opgenomen. In Tabel 3.2 wordt nader ingegaan op de vraag of er nader onderzoek noodzakelijk is en in Tabel 3.3 worden de te nemen maatregelen beschreven. Voor de overige soort(groep)en is beoordeeld dat vervolgstappen niet aan de orde zijn. Voor deze soorten en vrijgestelde soorten geldt wel de zorgplicht. Tabel 3.1 Overzicht conclusies en vervolgstappen soortbescherming. Soort(groep)

Essentieel leefgebied in (directe omgeving van) plangebied?

Nader onderzoek nodig?

Maatregelen?

Boombroedende vogels met een jaarrond beschermd nest (boomvalk, buizerd, havik, ransuil, sperwer) Overige vogels met een jaarrond beschermd nest (slechtvalk) Vogels (algemene broedvogels) Zoogdieren (diverse soorten vleermuizen) verblijfplaatsen

Ja, grote boomnesten in de bomen ten zuidoosten van het plangebied.

Ja, zie tabel 3.2

Nee

Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit Ow aan de orde? Nog onduidelijk

Ja, nest in de hoogspanningsmast

Ja, zie tabel 3.2

Nee

Nog onduidelijk

Ja, nestgelegenheid in opgaande begroeiing Ja, bebouwing geschikt voor potentiële verblijfplaatsen

N.v.t.

Ja, zie tabel 3.3

Nee

Ja, zie tabel 3.3. Wanneer niet mogelijk dan NO. Zie tabel 3.2

Nog onduidelijk

Zoogdieren (diverse soorten vleermuizen) – essentiële vliegroutes

Ja, bomenrij die potentieel als vliegroute kan dienen.

Nee, mits de maatregelen uit tabel 3.3 worden opgevolgd. Nee, mits de maatregelen uit tabel 3.3 worden opgevolgd.

Ja, zie tabel 3.3. Wanneer niet mogelijk dan NO. Zie tabel 3.2

Nog onduidelijk

Vrijgestelde soorten

Zie tabel 3.4

In Tabel 3.1 is aangegeven dat er nader onderzoek nodig is naar boombroedende vogels en overige vogels met een jaarrond beschermd nest en diverse soorten vleermuizen. De beschrijving van dit nader onderzoek wordt in

blad 19 van 37

Natuurtoets station Halfweg te Nissewaard projectnummer 0499411.101 26 september 2025 revisie 00 Gemeente Nissewaard

Tabel 3.2 uiteengezet.

blad 20 van 37

Natuurtoets station Halfweg te Nissewaard projectnummer 0499411.101 26 september 2025 revisie 00 Gemeente Nissewaard

Tabel 3.2 Beschrijving nader onderzoek. Soort Boombroedende vogels met een jaarrond beschermd nest

Slechtvalk Vleermuizen diverse soorten (verblijfplaatsen) Vleermuizen diverse soorten (vliegroutes)

Onderzoeksmethode Voor de buizerd, havik en sperwer wordt geadviseerd om vier gerichte veldbezoeken te verrichten in de periode 1 maart tot en met 15 mei, met een tussenperiode van minimaal 10 dagen conform kennisdocument Buizerd (BIJ12, 2017a)). Een onderzoek naar de bezetting van het nest naar de ransuil bestaat uit 3 gerichte (avond) veldbezoeken vanaf 20 februari tot 20 mei, met een tussenperiode van minimaal 10 dagen. Ten einde de aanwezigheid van nestlocaties van de boomvalk aan te tonen/dan wel uit te sluiten zijn 3 gerichte veldbezoeken benodigd in de periode van 1 mei – 15 september. Minstens drie gerichte veldbezoeken in de periode 25 januari tot 25 juni, conform de Handleiding BMP en kolonievogels, (SOVON, 2024). Minimaal vijf bezoeken verspreid over het actieve seizoen van de soorten (tussen april en oktober) conform het Vleermuisprotocol 2021 (geactualiseerd voor de meervleermuis) (NGB, 2025). Minimaal twee bezoeken, waarvan één in de kraamperiode van de soorten, conform het Vleermuisprotocol 2021 (geactualiseerd voor de meervleermuis) (NGB, 2025).

In Tabel 3.1 is aangegeven dat een overtreding van de Ow voor een aantal soorten op voorhand kan worden voorkomen door het treffen van maatregelen. Deze maatregelen zijn in Tabel 3.3 uiteengezet. Door het nemen van deze maatregelen worden negatieve effecten voorkomen en zijn geen vervolgstappen noodzakelijk. Tabel 3.3 Beschrijving maatregelen om overtreding van de Ow te voorkomen. Soort(groep) Algemene broedvogels Vleermuizen

3.1.1

Maatregelen Werk in de buurt van de waterkant buiten het broedseizoen. Werk alleen overdag of geen verlichting schijnen of uitstralen op de bebouwing op het industrieterrein en de bomenrij met holtes in de omgeving.

Zorgplicht Uit paragraaf 2.3.5 blijkt dat er in het plangebied soort(groep)en aanwezig (kunnen) zijn waarmee rekening dient te worden gehouden in het kader van de zorgplicht voor soorten. Maatregelen waaraan gedacht kan worden bij de invulling van de zorgplicht bij voorliggend planvoornemen zijn weergegeven in Tabel 3.4. Tabel 3.4 Voorbeelden van zorgplicht gerelateerde maatregelen voor soorten. Soort(groep) Grondgebonden zoogdieren (alle soorten)

Maatregel Werk in de richting van een vluchtmogelijkheid om de dieren een kans te geven naar ander gebied te ontsnappen. In dit geval betekent dat werken vanuit een noordelijke richting om de dieren naar de zuidelijke percelen te drijven.

Onder de Ow dient nadere aandacht te worden besteed aan soorten van de Rode Lijsten. Onder de Ow kunnen provincies beleidskaders opstellen over hoe en met welke soorten (van de Rode Lijsten) rekening dient te worden gehouden in het kader van de Zorgplicht. Vooralsnog zijn deze aanvullende beleidskaders nog niet opgesteld. In de voorliggende rapportage is daarom gekozen voor het opnemen van waarnemingen van de Rode Lijst soorten in de NDFF in het plangebied. Door middel van de maatregelen beschreven in tabel 3.4 kunnen op negatieve effecten worden gemitigeerd op (een deel van) de opgenomen Rode Lijst soorten.

3.2

Gebiedsbescherming

3.2.1

Natura 2000 In Tabel 3.5 zijn de conclusies ten aanzien van beschermde Natura 2000-gebieden opgenomen. De onderbouwing van de conclusie is beschreven in paragraaf 2.4 van voorliggende natuurtoets.

blad 21 van 37

Natuurtoets station Halfweg te Nissewaard projectnummer 0499411.101 26 september 2025 revisie 00 Gemeente Nissewaard

Tabel 3.5 Conclusies Natura 2000-gebieden.

Zijn er Natura 2000-gebieden aanwezig waarop effecten kunnen optreden?

Treden er negatieve effecten op of zijn deze te verwachten? Zijn er vervolgstappen aan de orde? Omgevingsvergunning Natura 2000-activiteit of akkoord van de provincie noodzakelijk?

3.2.2

Natura 2000 Ja, de Oude Maas, Haringvliet, Voornes Duin, Solleveld en Kapittelduinen, Westduinpark en Wapendal, Boezems Kinderdijk, Oudeland van Strijen, Hollands Diep, Krammer Volkerak, Grevelingen, Oosterschelde, Duinen Goeree en Kwade Hoek, Voordelta (binnen een straal van 25km van het plangebied). Ja, er kan sprake zijn van verzuring en vermesting door stikstofdepositie. Ja, er dient een AERIUS-berekening te worden uitgevoerd. Nog onbekend.

NNN In Tabel 3.6 zijn de conclusies ten aanzien van beschermde NNN-gebieden opgenomen. De onderbouwing van de conclusie is beschreven in paragraaf 2.5 van voorliggende natuurtoets. Tabel 3.6 Conclusies NNN-gebieden.

Op welke afstand van het plangebied ligt het dichtstbijzijnde NNN-gebied? Is er sprake van toetsing van externe werking in de betreffende provincie? Is er sprake van aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden of is dit te verwachten? Zijn er vervolgstappen aan de orde? Afstemming met het bevoegd gezag aan de orde?

3.2.3

NNN Circa 850 meter. Nee Niet bepaald, aangezien de provincie Zuid-Holland geen externe werking kent. Nee Nee

Overig provinciaal beleid Het plangebied ligt niet binnen de begrenzing van het Bijzonder Provinciaal Landschap Midden-Delfland. Er zijn geen vervolgstappen aan de orde.

3.3

Beschermde houtopstanden bebouwingscontour houtkap Er is bij voorliggend planvoornemen geen sprake van aantasting van houtopstanden. Er zijn voor wat die houtopstanden betreft geen vervolgstappen aan de orde.

blad 22 van 37

Natuurtoets station Halfweg te Nissewaard projectnummer 0499411.101 26 september 2025 revisie 00 Gemeente Nissewaard

Literatuurlijst BIJ12, 2017. Kennisdocument Buizerd. Versie 1.0, juli 2017. Netwerk Groene Bureaus (NGB), 2025. Vleermuisprotocol 2021 (geactualiseerd voor de meervleermuis). Overig NDFF Street Smart AERIUS-calculator, versie 2024.2.1 www.floron.nl www.ravon.nl www.verspreidingsatlas.nl www.vlinderstichting.nl www.zoogdiervereniging.nl

blad 23 van 37

Natuurtoets station Halfweg te Nissewaard projectnummer 0499411.101 26 september 2025 revisie 00 Gemeente Nissewaard

Bijlage 1 Wettelijk kader

blad 24 van 37

Natuurtoets station Halfweg te Nissewaard projectnummer 0499411.101 26 september 2025 revisie 00 Gemeente Nissewaard

Bijlage 1 Wettelijk kader In deze bijlage staat een beschrijving van de relevante wet- en regelgeving; de Omgevingswet (Ow) en het beleidskader. Naast bescherming vanuit de Ow zijn er ook gebieden die planologisch beschermd zijn. Het betreft het ‘Natuurnetwerk Nederland’ (hierna NNN). De aanwijzing en bescherming van het NNN gebeurt in de Omgevingsverordening. Ow - Algemeen De Ow is op 1 januari 2024 in werking getreden. De Ow beschermt: • De Natura 2000-gebieden die aangewezen zijn in het kader van het Europees natuurbeleid (gebiedsbescherming); • De planten- en diersoorten (onderdeel soortbescherming); • Bos en houtopstanden (onderdeel houtopstanden). Veel verantwoordelijkheden en bevoegdheden liggen bij de provincies. Er zijn hierop wel uitzonderingen waarvoor het ministerie van LVVN bevoegd gezag is. Dit betreft onder andere de aanleg en uitbreiding van hoofdwegen, landelijke spoorwegen, hoofdvaarwegen, primaire waterkeringen, militaire terreinen en oefengebieden, militaire luchthavens, Schiphol en overige burgerluchthavens, het landelijke gastransportnet, hoogspanningsverbindingen van tenminste 220 kV, activiteiten van buitenlandse mogendheden en activiteiten namens een lid van het Koninklijk Huis. LVVN is ook bevoegd gezag voor ruimtelijke ingrepen in de Exclusieve Economische Zone (EEZ) en voor Windenergie op zee (kavelbesluiten).

Gemeenten kunnen een loketfunctie hebben. Het is mogelijk om een natuurvergunning ‘aan te haken’ bij de omgevingsvergunning, maar dit hoeft niet. De Ow richt zicht op bescherming van gebieden, soorten en houtopstanden. Ow - Soortbescherming In de Ow is soortbescherming opgedeeld in drie categorieën. Voor elke categorie geldt een vergunningsplicht bij verschillende schadelijke handelingen die zijn vermeld in artikel 11.37, 11.46 en 11.54 Bal van de Ow. Het gaat om de volgende drie categorieën: 1) Soorten van de Vogelrichtlijn (artikel 11.37 Bal); 2) Strikt beschermde soorten (artikel 11.46 Bal); 3) Andere soorten (artikel 11.54 en bijlage IX, onder A en onder B Bal).

blad 25 van 37

Natuurtoets station Halfweg te Nissewaard projectnummer 0499411.101 26 september 2025 revisie 00 Gemeente Nissewaard

Soorten van de Vogelrichtlijn (artikel 11.37 Bal, Ow) Het beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn is vastgelegd in artikel 11.37 e.v. 1. 2. 3. 4. 5.

Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen; Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen; Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben; Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen; Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.

Het is mogelijk om omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit aan te vragen het optreden van schadelijke handelingen. De omgevingsvergunning kan worden verleend indien voldaan wordt aan de volgende criteria: - Er is geen andere bevredigende oplossing (alternatievenafweging); - Aanwezigheid geldig wettelijk belang conform Vogelrichtlijn. Een geldig wettelijk belang voor deze categorie soorten is o.a. belang 1: ‘in het belang van de volksgezondheid of openbare veiligheid’ (dit is dus strenger dan voor soorten van de Habitatrichtlijn en de andere soorten); - Er is geen verslechtering van de staat van instandhouding van de desbetreffende soort. Strikt beschermde soorten (artikel 11.46 Bal, Ow) Deze categorie bestaat uit Europees beschermde soorten. De schadelijke handelingen zijn vastgelegd in artikel 11.46 Bal e.v.: 1.

2. 3. 4. 5.

Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen; Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren; Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen; Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen; Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Onder de Ow is het mogelijk om voor strikt beschermde soorten zoals opgenomen in artikel 11.46 Bal bij ruimtelijke ontwikkelingen te werken volgens een door de Minister goedgekeurde gedragscode. Hierbij geldt een vrijstelling van de vergunningsplicht bij schadelijke handelingen uit artikel 11.46 Bal. Naast het werken volgens een goedgekeurde gedragscode kan voor soorten zoals opgenomen artikel 11.46 Bal van de Ow bij het optreden van schadelijke handelingen een omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit worden aangevraagd. De omgevingsvergunning kan worden verleend indien voldaan wordt aan de volgende criteria: - Er is geen andere bevredigende oplossing (alternatievenafweging); - Aanwezigheid geldig wettelijk belang conform Habitatrichtlijn. Een geldig wettelijk belang voor deze categorie soorten is o.a. belang 3: ‘in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten’; - Er wordt geen afbreuk gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan.

blad 26 van 37

Natuurtoets station Halfweg te Nissewaard projectnummer 0499411.101 26 september 2025 revisie 00 Gemeente Nissewaard

Andere soorten (artikel 11.54 Bal, Ow) De categorie ‘andere soorten’ bestaat uit soorten zoals opgenomen in bijlage IX, onder A en onder B Bal van de wettekst. Dit zijn nationaal beschermde soorten. De schadelijke handelingen zijn vastgelegd in artikel 11.54 Bal e.v. Het is verboden: a. In het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b. De vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of c. Vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Voor deze soorten geldt een vrijstelling wanneer aantoonbaar gewerkt wordt volgens een door de Minister van LVVN goedgekeurde gedragscode. Daarnaast geldt ook vrijstelling bij ruimtelijke projecten voor soorten die staan op besluit vrijgestelde soorten. Het hangt per provincie af welke soort is vrijgesteld van een vergunningsplicht bij schadelijke handelingen in artikel 11.54 Bal, ook de grond waarvoor een vrijstelling geldt kan ook variëren tussen provincies. Wel dient rekening te worden gehouden met de zorgplicht (artikel 11.27 Bal).

Deze zorgplicht is verder in deze bijlage nog toegelicht. Indien de ‘andere soorten’ niet zijn vrijgesteld en daarmee als gevolg van het voornemen schadelijke handelingen in artikel 11.54 Bal optreden, dient een omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit aangevraagd te worden bij de provincie waarin het voornemen plaatsvindt. Naast het werken volgens een goedgekeurde gedragscode kan voor soorten uit de categorie ‘andere soorten’ van de Ow bij het optreden van schadelijke handelingen een omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit worden aangevraagd. De omgevingsvergunning kan worden verleend indien voldaan wordt aan de volgende criteria: - Er is geen andere bevredigende oplossing (alternatievenafweging); - Aanwezigheid geldig wettelijk belang. Een geldig wettelijk belang voor deze categorie soorten is o.a. belang h ‘in het algemeen belang’; - Er wordt geen afbreuk gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan.

blad 27 van 37

Natuurtoets station Halfweg te Nissewaard projectnummer 0499411.101 26 september 2025 revisie 00 Gemeente Nissewaard

Samenvatting gronden waarop een omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit verleend mag worden per categorie beschermde soorten (artikel 311.37, 11.46 en 11.54 Bal). Vergunningsgronden Artikel 11.37 Artikel 11.46 Artikel 11.54 Bal Bal Bal en bijlage IX Vogels Strikt Andere beschermde soorten soorten 1 Er bestaat geen andere bevredigende Ja Ja Ja oplossing 2 Leiden niet tot verslechtering van de staat van Ja Ja Ja instandhouding 3 volksgezondheid en openbare veiligheid Ja Ja Ja veiligheid van luchtverkeer Ja Nee Ja ter voorkoming van schade aan gewassen, Ja Ja Ja vee, bossen, visserij ter bescherming van Flora en Fauna Ja Ja Ja voor onderzoek, onderwijs, uitzetten en Ja Ja Ja herinvoeren van soorten / teelt dwingende reden van groot openbaar belang, Nee Ja Ja met inbegrip van sociale of economische aard en met inbegrip van voor milieuwezenlijke gunstige effecten ruimtelijke inrichting of ontwikkeling Nee Nee Ja schade en overlast, ter beperking omvang Nee Nee Ja populatie, ter bestrijding van lijden en ziekte, bestendig beheer en onderhoud (ook natuurbeheer), algemeen belang, bestendig gebruik

Zorgplicht Er dient te allen tijde rekening te worden gehouden met de zorgplicht zoals vastgelegd in artikel 11.27 Bal van de Ow. Deze zorgplicht houdt o.a. in dat als een activiteit wordt ondernomen waarvan kan worden vermoed dat deze nadelig kan zijn voor in het wild levende dieren en planten, deze activiteit niet plaats mag vinden. Ook moeten alle maatregelen worden genomen om nadelige gevolgen te voorkomen, te beperken of ongedaan te maken. Deze zorgplicht heeft betrekking op de gebieds- en op de soortbescherming. In het tekstkader hieronder staat het wetsartikel uitgeschreven. 1.

Eenieder neemt voldoende zorg in acht voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving; 2. De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in elk geval in dat eenieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: a) Dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel b) Indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of c) Voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt; 3. Het eerste lid is niet van toepassing op handelen of nalaten in overeenstemming met het bij of krachtens deze wet of de Visserijwet 1963 bepaalde.

Er dient bijvoorbeeld zo gewerkt te worden dat dieren kunnen ontsnappen en het kan nodig zijn om soorten te verplaatsen (bijvoorbeeld planten en amfibieën). Deze algemene zorgplicht geldt voor elke soort en elk individu in Nederland.

blad 28 van 37

Natuurtoets station Halfweg te Nissewaard projectnummer 0499411.101 26 september 2025 revisie 00 Gemeente Nissewaard

Ow - Gebiedsbescherming De gebiedsbescherming is vastgelegd in artikel 11.1 tot en met 11.9 Bal van de Ow. Hierin wordt de aanwijzing en bescherming van Natura 2000-gebieden geregeld. Hiermee zijn de verplichtingen uit de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn, voor zover die betrekking hebben op gebiedsbescherming, geïmplementeerd in het Nederlands recht. De begrenzing van de Natura 2000-gebieden en de instandhoudingdoelstellingen voor die gebieden zijn vastgelegd in de aanwijzingsbesluiten voor de betreffende gebieden. De instandhoudingdoelstellingen beschrijven voor de voor het gebied aangewezen habitattypen en soorten of een bepaalde ontwikkeling ervan gewenst is of dat het behoud ervan op het aanwezige niveau moet worden nagestreefd. Voor activiteiten of projecten die schadelijk kunnen zijn voor de beschermde natuur geldt een vergunningplicht. Deze omgevingsvergunning Natura 2000-activiteit worden verleend door de provincies of door de Minister van LVVN. Voortoets en Passende beoordeling De Ow regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, ten aanzien van plannen en projecten en die mogelijke effecten hebben op de natuurlijke kenmerken van de gebieden, gelet op de instandhoudingsdoelen die in de Natura 2000-gebieden van kracht zijn. De Ow maakt daarbij onderscheid in enerzijds plannen (plantoets) en anderzijds projecten (projecttoets).

Bij plannen en projecten in, of in de nabijheid (externe werking) van, een Natura 2000-gebied dienen de initiatiefnemers in een oriënterende fase (voortoets) te onderzoeken of het plan een significant negatief effect op de instandhoudingdoelstellingen van het betreffende Natura 2000-gebied kan hebben. Met externe werking wordt bedoeld dat ook activiteiten buiten het gebied de natuurwaarden in het gebied kunnen beïnvloeden. Indien na dit onderzoek niet kan worden uitgesloten dat de activiteit een significant negatief effect heeft, dient de initiatiefnemer meer gedetailleerd dan in de oriënterende fase in kaart te brengen wat de effecten van de activiteit kunnen zijn. Daarbij dienen ook, indien noodzakelijk, de mitigerende maatregelen te worden betrokken. Deze analyse heet een ´passende beoordeling´. Het bevoegd gezag toetst de passende beoordeling. Wanneer uit de passende beoordeling alsnog de zekerheid wordt verkregen dat de activiteit niet leidt tot significant negatieve effecten, kan de activiteit doorgang vinden. Wanneer uit de voortoets blijkt dat er wel kans is op een negatief effect, maar dit als niet significant kan worden gezien, kan eveneens, op basis van een verslechteringstoets toestemming voor het uitvoeren van de activiteit worden verleend.

Wanneer uit de passende beoordeling blijkt dat significante negatieve effecten niet kunnen worden uitgesloten, kan het project alleen doorgang vinden op grond van de “ADC-criteria”. Dit betekent dat: - A – Alternatieve oplossingen voor het plan ontbreken; - D – Er dwingende redenen van groot openbaar belang zijn, en - C – De initiatiefnemer compenserende maatregelen vooraf en tijdig treft. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het nationaal beleid met betrekking tot de gebiedsbescherming van het Natuurnetwerk Nederland is opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). De bescherming van het NNN staat nader uitgewerkt in het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (BKL). Hierin staan instructieregels voor de omgevingsverordening van de provincies. De bescherming werkt vervolgens door in de bestemmingsplannen van de gemeenten.

De instructieregels uit het BKL verplichten de provincies tot: • Het aanwijzen van Natuurnetwerk Nederland gebieden en vaststelling geometrische begrenzing (artikel 2.44 lid 4 Ow en artikel 7.6 Bkl); • Het vastleggen van de wezenlijke kenmerken en waarden van NNN-gebieden (actueel en potentieel) (artikel 7.7 Bkl); • Het stellen van regels in het belang van de bescherming, instandhouding, verbetering en ontwikkeling van de kenmerken en waarden van NNN-gebieden (artikel 7.8 Bkl, eerste lid); • De regels die in de omgevingsverordening komen verzekeren in ieder geval dat (artikel 7.8 Bkl, tweede lid): o De kwaliteit en oppervlakte van het NNN-gebied niet achteruitgaan; o De samenhang tussen de gebieden van het NNN wordt geborgd; o Tijdige compensatie van een bepaalde activiteit die negatieve gevolgen heeft.

blad 29 van 37

Natuurtoets station Halfweg te Nissewaard projectnummer 0499411.101 26 september 2025 revisie 00 Gemeente Nissewaard

Wezenlijke waarden en kenmerken Dit betreft de actuele en potentiële natuurwaarden, gebaseerd op de natuurdoelen voor het gebied, met inbegrip van de omvang en de beoogde natuurkwaliteit alsmede de samenhang met andere natuurgebieden. ‘Nee, tenzij’-principe Het 'nee, tenzij'-principe (uit het Barro) vervalt onder de Omgevingswet. In het Bkl wordt niet langer gesproken over reële alternatieven en groot openbaar belang (als voorwaarde de of een voornemen met effect op NNN toch doorgang kan vinden). Volgens de Nota van toelichting volgt echter uit het algemene zorgplichtartikel van 1.7 Ow dat: - Negatieve gevolgen moet en worden voorkomen en beperkt; - Als dat niet of onvoldoende mogelijk is dan kan de activiteit alleen worden gerealiseerd als daarmee een zeker belang is gemoeid. In het Bkl staat dat negatieve gevolgen tijdig moeten worden gecompenseerd (art 7.8 lid 2 Bkl). Volgens de Nota van toelichting betekent dat niet dat de compensatie gereed moet zijn op het moment van de aantasting. Compensatie moet in ieder geval zijn geborgd. Kan in provinciale verordening nader worden ingevuld. Het NNN is planologisch beschermd in de Provinciale Verordeningen. In de Verordening staat aangegeven aan welke voorwaarden bij ruimtelijke ingrepen in en langs het NNN moet worden voldaan. Daarin kan alsnog een “nee, tenzij-afweging” opgenomen zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16781582/1