Voorlopige jaarrekening 2025 GRJR
Tekst van het document
Huishoudens hebben nooit langer dan twee weken hoeven wachten voordat hun casus besproken werd door het proeftuinteam; er zijn geen wachtlijsten. Het betreft zware casuïstiek die lokale teams door zouden willen leiden naar het Jeugdbeschermingsplein. Om de casuïstiek te categoriseren worden de gezinsprofielen van het Verwey-Jonker Instituut gehanteerd. Deze profielen schetsen de aard van het geweld in een gezin. De geïncludeerde huishoudens vallen voornamelijk in de profielen ‘Gezin in de stress’, ‘Kindgedrag en opvoedstress’ en ‘complexe echtscheidingen’. In de huishoudens is voornamelijk ingezet op: het maken van een verklarende analyse, de inzet van ervaringsdeskundigheid, inzet van de inzichten uit de werkwijze Gefaseerd Samenwerken voor Veiligheid, het maken van een risico-taxatie en samenwerking in de ondersteuning aan huishoudens door het wijkteam en de proeftuinprofessionals vanuit VTRR en de GI’s. Gezinnen en huishoudens geven aan dat zij de inzet van ervaringsdeskundigen zeer positief ervaren, dat zij waarderen dat er iemand blijvend bij hen betrokken is en er niet steeds wisselingen van contactpersoon plaatsvinden en dat het voor hen heel belangrijk is dat er echt geluisterd wordt door de professionals en ervaringsdeskundigen die via de proeftuin betrokken zijn.
20
Onderzoeksbureau Cebeon ontwikkelt, in opdracht van de regio, een maatschappelijke businesscase voor het nieuwe werkproces. In 2025 is de kostenkant van de maatschappelijke businesscase afgerond. De uitkomsten hiervan bieden handvatten voor een regiobrede implementatie. Er zijn eerste aanwijzingen dat de nieuwe werkwijze die in de proeftuin ontwikkeld is gemiddeld minder inzet vragen dan de reguliere werkwijze en dat deze werkwijze een bijdrage levert aan de gewenste versterking van de lokale teams. Daarnaast worden de resultaten gevolgd met een landelijke monitoringtool en begeleid door het Verwey-Jonker Instituut, Civil Care, Hogeschool Rotterdam en DRIFT (Erasmus Universiteit). De projectgroep Toekomstscenario heeft een regionaal plan opgesteld waarmee alle gemeenten ook die zonder proeftuin zich kunnen voorbereiden op de implementatie van het nieuwe model. Dit plan is eind maart 2025 gedeeld tijdens een regiobrede startbijeenkomst.
2.3.4 Veilig Thuis Financieel De GRJR is verantwoordelijk voor de beschikbaarheid van een meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling. Hiervoor subsidieert de GRJR de stichting Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond. Primitieve begroting 2025
H
Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR)
23.275.228
Begroting na wijziging 2025
28.250.000
Verwachte Realisatie 2025
Verschil begroting vs resultaat
28.179.432
70.568
De volledige financiering van Veilig Thuis verloopt via de GRJR en wordt via de GR-begroting in rekening gebracht bij de deelnemende gemeenten. Gemeenten ontvangen hiervoor middelen uit verschillende bronnen. Een deel Jeugdwet (algemene uitkering aan alle gemeenten) en een deel Wmo (doeluitkering vrouwenopvang aan drie centrumgemeenten in onze regio). Onderlinge afstemming over de inzet van deze middelen gebeurt vanuit de centrumgemeenten zonder tussenkomst van de GRJR.
Toelichting Wat wilden we bereiken? Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR) heeft een rol in de maatschappelijke opdracht om met ketenpartners (waaronder het lokale veld) de inwoners van de regio Rotterdam Rijnmond, die met huiselijk geweld en/of kindermishandeling te maken hebben, te beschermen en te staan voor een veilig thuis voor iedereen.
Wat hebben we daarvoor gedaan? Omschrijving opdracht VTRR heeft als opdracht: het inrichten van de taak Veilig Thuisorganisatie en de uitvoering van de wettelijke en niet-wettelijke taken met betrekking tot huiselijk geweld en kindermishandeling in de regio Rotterdam Rijnmond. De doelgroep van Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond zijn alle inwoners van de regio (in de leeftijd van 0 tot 100 jaar) die te maken hebben met huiselijk geweld en/of kindermishandeling.
21
VTRR neemt actief deel aan de proeftuinen van het Toekomstscenario. Voor het uitvoeren van de wettelijke en niet wettelijke taken ontvangt VTRR een jaarlijkse subsidie van de GRJR namens de 13 gemeenten. Er is een Advies en Meldpunt huiselijk Geweld en Kindermishandeling (Veilig Thuis) dat meldingen aanneemt en beoordeelt op mogelijke situaties van huiselijk geweld en/of kindermishandeling. Indien nodig worden vervolgstappen ondernomen in samenwerking met de ketenpartners om veiligheid te brengen in de situatie. Alle diensten worden uitgevoerd volgens het Handelingsprotocol 2019, overige landelijke richtlijnen en regionale afspraken. Voldaan moet worden aan de toetsingscriteria van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd voor de kwaliteit van Veilig Thuis (inclusief het in control zijn van de afhandelingstermijnen voor veiligheidsbeoordeling, onderzoek en voorwaarden en vervolg) en eventuele andere aanwijzingen vanuit de Inspectie. De totale subsidie is opgebouwd uit diensten met een p*q-financiering en diensten waarvoor een vast subsidiebedrag wordt verleend. Als basis voor de aantallen wordt uitgegaan van het gemiddelde van de cijfers uit eerdere kwartaalrapportages en de daarop gebaseerde herziene begroting bij de subsidieaanvraag.
De subsidie is verleend voor wettelijke en niet-wettelijke taken: Subsidieomvang Eind mei 2024 heeft Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR) de subsidieaanvraag 2025 ingediend voor een bedrag ad € 22.331.432. Hierna is een gewijzigde aanvraag ingediend (september 2024) voor het bedrag ad € 23.064.529. Het gewijzigde bedrag kwam voort uit 1) een actualisatie van de geprognosticeerde aantallen te verrichten taken, 2) de indexatie en 3) het verzoek om met gemeenten het gesprek te voeren over de wijze van prognosticeren, de bandbreedte van over- en onderproductie en de compensatie voor de kostenstijging rondom de jeugdzorg CAO-verplichtingen. In reactie hierop is door gemeenten en GRJR besloten om voor het subsidiejaar 2025 een reguliere basissubsidie te hanteren en aanvullende middelen afzonderlijk te verlenen: • Het dagelijks bestuur (DB) van de GRJR heeft op 23 november 2024 de reguliere basissubsidie vastgesteld voor het bedrag € 22,704 mln; • Het algemeen bestuur (AB) van de GRJR heeft op 21 februari 2025 een aanvullende subsidie toegekend voor het bedrag van € 1,5 mln.; • Het algemeen bestuur (AB) van de GRJR heeft op 27 juni 2025 een extra aanvullende subsidie toegekend van maximaal € 4 mln. Het totaal in 2025 toegekend bedrag komt daarmee op: € 28,2 mln. De motivering voor de aanvullende financieringen is als volgt.
Verhoging reguliere subsidie met € 1,5 mln (februari 2025) De additionele subsidie van € 1,5 mln. is toegekend ter borging van de continuïteit van de bedrijfsvoering bij VTRR, onder meer door het mogelijk maken van extra personele capaciteit en ten behoeve van de uitvoering van de verbetermaatregelen zoals opgenomen in het door de IGJ gevraagde verbeterplan gericht op het verkorten van doorlooptijden. Aanvullende subsidie voor wegwerken achterstanden € 4 mln. (juni 2025) Sinds begin 2025 is de instroom van meldingen bij het Advies- en Meldpunt, boven op de reeds bestaande structurele wachtlijst en werkvoorraad, aanzienlijk toegenomen. In juni 2025 heeft de bestuurder van VTRR, namens de Raad van Toezicht, de GRJR schriftelijk geïnformeerd dat de verder oplopende wachtlijst het gevolg is van aanhoudende capaciteitstekorten, die voortvloeien uit ontoereikende financiële middelen om deze situatie het hoofd te bieden.
22
In dezelfde periode heeft de IGJ het dagelijks bestuur van de GRJR bevraagd over de wijze waarop gemeenten en de GRJR borgen dat Veilig Thuis voldoende toegerust blijft om kinderen, gezinnen en huishoudens in onveilige situaties tijdig te helpen. De combinatie van toenemende meldingen, de beperkte capaciteit én de signalering van de IGJ heeft het algemeen bestuur ertoe gebracht om een additionele subsidie van maximaal € 4 miljoen beschikbaar te stellen aan VTRR. Deze aanvullende financiering staat los van de reguliere subsidie 2025 (€ 22,7 mln. + € 1,5 mln.) en wordt aangewend voor het wegwerken van de wachtlijst (van circa 3.600 meldingen tot oktober 2025). Ten behoeve van de uitvoering zijn door VTRR twee externe bureaus gecontracteerd, die vanaf eind 2025 zijn gestart. De verantwoording van de productie vindt plaats afzonderlijk van de reguliere pxq-financiering. De productiekosten worden gedeeltelijk toegerekend aan 2025 (vanaf oktober 2025); het resterende deel wordt verantwoord in 2026 en daaropvolgende jaren. Vanwege deze meerjarige inhaalslag en de aangegane financiële verplichting is aan het AB voorgesteld om de resterende middelen vóór vaststelling van de jaarrekening 2025 toe te voegen aan een bestemmingsreserve. Reguliere productieverantwoording 2025 Onderstaand de gerealiseerde productie door VTRR in 2025 (evt wijzigingen accountant VTRR voorbehouden).
De gerealiseerde productie valt binnen de verlening 2025 (€ 22,7 mln. + € 1.5 mln.) en komt na het corrigeren van het onderhandenwerk uit op een kleine onderproductie (-24k). De verleende € 1,5 mln. is conform de beschikking aangewend ter borging van de continuïteit van de bedrijfsvoering van VTRR. Deze aanvullende subsidie is ingezet voor het mogelijk maken van aanvullende reguliere personele capaciteit en externe inhuur.
23
Prestaties Hieronder staan de prestaties weergegeven. Gerealiseerde aantallen producten
Behaalde normtijden 2025 De norm is 80% voor alle wettelijke taken. De realisatie is: • Veiligheidsbeoordeling: 49% • Voorwaarden en vervolg: 70% • Onderzoek: 70% Ziekteverzuim 2025 In 2025 is het jaargemiddelde ziekteverzuim circa 9,77 %. In het verbeterplan doorlooptijden zijn maatregelen beschreven die trapsgewijs in 2026 en verder moeten leiden tot een lager ziekteverzuim (8% doelstelling). Instroom/uitstroom personeel tot en december 2025 In 2025 zijn er 50,82 FTE ingestroomd en 15,89 FTE uitgestroomd. Ontwikkelingen VTRR In 2025 zijn er door VTRR verdere stappen gezet met het crisisinterventieteam (CIT) van Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond om een efficiëntere aanpak te organiseren op weg naar een integraal crisisinterventieteam 0-100. Voortgang wegwerken van de wachtlijst door externe bureaus Het resultaat tussen oktober 2025 en 31 december 2025 is gelijk aan de opgenomen productie/kosten ongeveer 250k. Het resterende bedrag van de toegekende € 4 mln. is ca € 3.750k en wordt in 2026 en verder ingezet.
24
Sturing op VTRR De wethouders van de centrumgemeenten Huiselijk geweld en Kindermishandeling en de GRJR hebben vanaf februari 2025 een tijdelijke stuurgroep VTRR gevormd. Deze stuurgroep stuurt strak op de voortgang bij VTRR onder meer via maandelijkse rapportages van VTRR over de wettelijke termijnen en de bedrijfsvoering. Daarnaast zijn er maandelijkse accountgesprekken en tweemaandelijks bestuurlijk overleg met de portefeuillehouder. In 2025 is er een extern kostprijsonderzoek uitgevoerd bij VTRR om te komen tot actuele reële tarieven, mogelijke aanpassingen in de financieringsafspraken en varianten voor de uitvoering van diensten voor 2026 en verder. Eind 2025 is door Regioplan een inhoudelijk onderzoek gestart naar de oorzaken van de hoge instroom van adviesvragen en meldingen bij Veilig Thuis in regio Rijnmond ten opzichte van andere Veilig Thuis organisaties. De uitkomst hiervan wordt verwacht in Q2 2026.
25
2.4 Uitvoering Financieel Primitieve begroting 2025
J1 J2 J3 J4 J5 J6 J6
Bedrag onvoorzien (Risico's Jeugdhulp) Organisatiekosten GR Specifieke ICT-kosten Accountantskosten Werk en Onderzoek Projectbudget Inkoop en Implementatie Bankkosten
1.158 5.373.207 209.368 242.483 421.355 275.665 0
Begroting na wijziging 2025
1.000 5.073.207 209.368 162.483 421.355 275.665 0
Verwachte Realisatie 2025
Verschil begroting vs resultaat
0 5.073.207 0 206.568 39.032 0 1.888
1.000 0 209.368 -44.085 382.323 275.665 -1.888
In dit overzicht staat de post “Programmateam”. De kosten zijn echter onderdeel van “Transformatie/innovatie” en daarom niet afzonderlijk begroot en verantwoord.
Toelichting Wat wilden we bereiken? Het bestuur van de GRJR beschikt over eigen Uitvoeringsorganisatie (UO) zodat het bestuur de opgedragen taken goed kan uitvoeren en als bestuur ook goed kan functioneren in nauwe samenwerking met de deelnemende gemeenten.
Wat hebben we daarvoor gedaan? Inkoop Een kerntaak van de GRJR is het contracteren van jeugdhulpaanbieders. In 2025 heeft aanbesteding plaatsgevonden van flexaanbieders en van jeugdhulpplus. In 2025 zijn waar mogelijk maatwerkovereenkomsten, voor zorg die vanwege aanpassing van het woonplaatsbeginsel door de regio moest worden overgenomen, onder de regionale contracten gebracht. Contract- en accountmanagement Bij contract -en accountmanagement ligt de focus op het concreet toepassen van de sturingsprincipes, toezicht op nakoming van contractuele verplichtingen en samen leren en ontwikkelen bij realisatie van ontwikkelopdrachten. Contractmanagers voeren de opdrachtcoördinatie per opdracht uit, analyseren en duiden gegevens per opdracht. Deze analyses worden gedeeld met gemeenten en aanbieders. Het contractmanagement stond ook in 2025 in het licht van het doorvoeren van kostenbeheersingsmaatregelen en transformatie van zorg conform de regiovisie Nabij en Passend. In 2025 zijn bestuurlijke contractgesprekken, contractgesprekken over bedrijfsvoering en reguliere contractgesprekken uitgevoerd volgens de reguliere contractafspraken tussen contractmanagement en aanbieders.
De sturing op de ontwikkelopdrachten is verschoven naar de programmamanager zorglandschap om efficiënter te kunnen sturen en totaalgegevens te analyseren en duiden via de kerngroep RER, zorglandschapstafels en beleidsoverleg met gemeenten.
26
Naast de reguliere contractgesprekken is in 2025 ingezet op relatiemanagement met ziekenhuizen in de regio t.b.v. verbinding en samenwerking tussen de ziekenhuizen, gemeenten en aanbieders. Contractmanagement, signalering en toezicht In 2025 is een start gemaakt t.b.v. regionale samenwerking omtrent toezichthouders wat moet resulteren in vergroting van gezamenlijk toezicht. Ook is in 2025 inzet gepleegd vanuit contractmanagement t.b.v. signalen en mogelijke verbeteringen van onderlinge werkprocessen over meerdere onderwerpen als handreiking casusregie, escalatieladder, signalenlijsten etc. Afhankelijk van het onderwerp en stand van zaken loopt de inzet in 2026 door op deze onderwerpen. Contractmanagement is betrokken bij inspectierapporten, volgen verbetertrajecten bij aanbieders en vanuit hun rol en taak betrokken bij individuele casussen volgend de werkprocessen. Belangenbehartiging In 2025 heeft de belangenbehartiging zich op enkele belangrijke punten gericht. Waaronder het ontwikkelproces om het BJ42-overleg (het bestuurlijk overleg tussen de VNG en de 42 jeugdregio’s) en het bestuurlijk overleg met de VNG te versterken. Doelen zijn onder meer: • Jeugdregio’s duidelijkere standpunten meegeven aan de VNG-commissie ZJO; • Waar nodig zelf lobby voeren, bijvoorbeeld naar het Rijk; • Bestuurlijke regie bij thema’s zoals ontwikkeling van alternatieven voor gesloten jeugdhulp.
De GRJR neemt actief deel aan diverse implementatielijnen van de Hervormingsagenda. Naast de J42, het strategisch afstemmingsoverleg en de VNG-projectgroep voor de doorontwikkeling van de landelijke inkoop, levert de GRJR Uitvoeringsorganisatie (UO) een belangrijke bijdrage aan de werk- en referentiegroep voor de standaardisatie van (regionale) zorgvormen, productomschrijvingen, tariefonderzoek tool, evaluaties van landelijke handreikingen en het VNGdashboard voor het gebruik van LTA-zorg. In 2025 is de Wet verbetering beschikbaar jeugdzorg aangenomen. Hierin is de regionale samenwerking als verplichting opgenomen. Ook is een gevolg dat regiogemeenten en de GRJR bij de eerstvolgende verlenging van bestaande of aanbesteding van nieuwe contracten de zorgvormenlijst moeten hanteren. De wet betekent dat per 2029 de specialistische zorg voor de hele regio op één manier moet worden ingekocht. Er kan dan niet meer met twee inkoopmodellen gewerkt worden, zoals in de huidige situatie het geval is met een afzonderlijk inkoop van de gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam in MVS-verband. Naar aanleiding van de Wet verbetering beschikbaar jeugdzorg is een inventarisatie gedaan m.b.t. de wettelijk verplichte onderdelen van de geactualiseerde regiovisie en is aangestuurd op de contractuele aansluiting van de minstens regionaal in te kopen zorgvormen op de nieuwe inkoop vanaf 2029.
In 2025 heeft de GRJR zich opnieuw gecommitteerd aan de Academische werkplaats STRAW en een bijdrage geleverd aan hun nieuwe onderzoeksprogramma. Tevens is de eerste kleine woonvorm in opdracht van het Bovenregionaal Expertisenetwerk (BREN) opgeleverd. Er is een blauwdruk opgesteld om de opgedane leerervaringen vast te leggen, zodat het realiseren van toekomstige kleinschalige woonvormen efficiënter en voorspoediger kan verlopen. Omdat dit samenloopt met de taak van het RER bleek het mogelijk om voor 2025 BREN-middelen in te
27
zetten voor financiering van het RER. Voor de verantwoording van deze middelen is een zogenaamde Sisa-verantwoording nodig die als bijlage onderdeel is van de jaarrekening. Binnen de vele gremia waarin gemeenten niet afzonderlijk aan tafel zitten, zorgt regionale vertegenwoordiging voor de benodigde input en de onderlinge informatiedeling. Hiervoor is een nauwe samenwerking met het Programmateam. Bestuurlijke processen De GRJR is een openbaar lichaam met een bestuurlijke organisatie bestaande uit een Algemeen en een Dagelijks Bestuur, bestuurlijke portefeuillehouders en stuurgroepen. Er is frequent bestuurlijk en ambtelijk overleg met vertegenwoordigers van gecontracteerde en gesubsidieerde partijen. Ook zijn er diverse andere overleggen o.a. met ketenpartijen. De secretaris-directeur stuurt hierbij op bestuurlijk draagvlak en goede samenwerking met gemeenten op alle niveaus. Er spelen zeer veel thema’s in de jeugdhulp en de samenhang tussen partijen is groot. De Uitvoeringsorganisatie beschikt over een team bestuursondersteuning, dat een groot aantal overleggen heeft gepland, voorbereid en verzorgd. Het rekenkameronderzoek en de evaluatie van de GRJR waren zaken die in 2025 extra intensiteit in het bestuurlijke proces brachten. Planning & Control en financiële adviesrol Een constant onderdeel van activiteiten betreft de planning en control en financiële taak.
De gemeentelijke zorgkosten zijn in 2025 uit de GR begroting gehaald, en in plaats daarvan gaf de Jeugdregio informatie en advies aan individuele gemeenten wat hiervoor te begroten. Om met de werkelijke betalingen aan aanbieders te kunnen sturen op contractnaleving, verliep het betalingsverkeer via de Jeugdregio. Voor de financiële verantwoording door gemeenten in hun eigen jaarrekening stelde de Jeugdregio per gemeente gecertifieerde verantwoordingen samen, op basis van data van gemeenten (toewijzingen, declaratiegoedkeuringen), aanbieders (verzoeken om toewijzing, declaraties, productieverantwoordingen) en de Uitvoeringsorganisatie (betaalgegevens). De controle ten behoeve van de gemeentelijke verantwoordingen is voor de meeste gemeenten ook door de GRJR-accountant verzorgd. In het kader van kostenbeheersing, sturing op rechtmatigheid en bestrijding van misbruik, oneigenlijk gebruik en fraude, is in samenspel met contractmanagement en gemeenten voorbereidend werk gedaan om de afstemming met lokale toezichtfunctionarissen te verbeteren en aanvullende controlemethoden (materiële controles) te introduceren. Informatiefunctie Onderliggend aan het contractmanagement, de P&C en de adviesfunctie heeft de GRJR een belangrijke informatiefunctie.
Het gebruik van informatie over gebruik en kosten van regionale gecontracteerde jeugdhulp is intensiever geworden, zowel in de Uitvoeringsorganisatie als bij de deelnemende gemeenten. Recente onderzoeken wijzen ook op het belang van het gebruik van data en ook de Wet verbetering beschikbaarheid jeugzorg wijst op dit belang en vraagt regionaal meer aandacht. De GRJR-dashboards stoelen op datadeling door gemeenten en aanbieders met de UO en de datakwaliteit vraagt veel inzet van de Uitvoeringsorganisatie. Afgelopen jaar is voor de optimalisatie van de GRJR-dashboards voorbereidingen getroffen om het berichtenverkeer dat tussen gemeenten en aanbieders wordt uitgewisseld rechtstreeks ook met de UO te delen. Hiermee anticiperen we ook op de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg. De informatie moet volgens aanbeveling van de rekenkamer duidelijker worden verankerd. Maar ook inhoudelijk verder worden uitgewerkt. In 2025 zijn de eerste verkenningen gedaan voor actualisatie van de informatiestrategie van de GRJR. Naast landelijke standaardisaties en de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg is de geactualiseerde regiovisie richtinggevend.
28
Informatie moet meer stuurinformatie worden. Meer sturing op gebruik en kosten van de jeugdhulp is nodig en dat vraagt ook meer sturing op de instroom vanuit en uitstroom naar aanpalende terreinen.
29
Hoofdstuk 3 PARAGRAFEN
30
3. Paragrafen Het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) schrijft paragrafen voor. Hiervan zijn de paragrafen Lokale heffingen, Onderhoud kapitaalgoederen, Verbonden partijen en Grondbeleid niet van toepassing bij de GRJR. Hierna volgen de paragrafen Weerstandsvermogen en risicobeheersing, Financiering, Bedrijfsvoering en Openbaarheid.
3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Risico’s De begroting 2025 was gebaseerd op veel aannames die samen met de deelnemende gemeenten zijn gekozen. De risico’s op overschrijding liggen direct bij de deelnemende gemeenten. Er vindt geen verevening van risico’s (voorheen door middel van de vlaktaks) meer plaats. De GRJR houdt zelf geen weerstandsvermogen aan. De risicobeheersing is een samenspel tussen GRJR en gemeenten. De GRJR stuurt op tijdige, juiste en volledige data-aanleveringen van gemeenten en zorgaanbieders om een actueel beeld te kunnen geven van de ontwikkeling van zorggebruik en -kosten zodat per gemeente en aanbieders de budgetvolumes kunnen worden bewaakt. Contractmanagement richt zich op de nakomen van verantwoordelijkheden van aanbieders in het proces. De gemeenten en jeugdbescherming versterken hun casusregie en daarmee hun grip op de inzet aan het door de GRJR beschikbaar gestelde aanbod van jeugdhulp. In de begroting 2025 waren risico’s opgenomen de realisatie hiervan is als volgt. 1
2
3
4
Risico Uitgangspunt realisatieniveau 2023 Hogere zorgkosten A t/m E dan begroot doordat de begroting het productieniveau 2023 als uitgangspunt neemt, terwijl dit uitgangspunt is bepaald op basis van onvolledige data.
Omvang PM
Trendmatige ontwikkeling Hogere zorgkosten door onderschatting van • Trendmatige stijging en/of • Inzet van lokaal aanbod De trendmatige ontwikkeling is wel in de begroting meegenomen maar is gebaseerd op aannames.
PM
Aanvullend aan de GRJR-dashboards en de buraps is een tweemaandelijkse bestuurlijke rapportage uitgebracht. Als gevolg van een uitspraak van de commissie BBV zijn de zorgkosten op regionale contracten bij de begrotingswijziging 2025 uit de begroting van de GRJR gehaald.
Indexatie voor loonontwikkeling wordt gedurende het jaar aangepast naar aanleiding van wijzigingen in de CAO Jeugd.
PM
Bij Veilig Thuis leidde een stijgende instroom van meldingen tot oplopende achterstanden. Dit noodzaakte tot extra middeleninzet, kostprijsonderzoek en onderzoek naar oorzaken van de stijgingen. Er is nadrukkelijk voor gekozen om het advies van de VNG te volgen en de landelijke indexatienorm te blijven hanteren. Alleen als deze norm wordt aangepast zal dit tot hogere kosten leiden. Dit heeft zich in 2025 niet voorgedaan.
Effecten Hervormingsagenda besparingsmaatregelen
en
PM
Realisatie Als gevolg van een uitspraak van de commissie BBV zijn de zorgkosten op regionale contracten bij de begrotingswijziging 2025 uit de begroting van de GRJR gehaald.
Bij Veilig Thuis was een kostenprijsonderzoek nodig mede doordat in eerdere jaren nog niet deze standaard was gevolgd. Als gevolg van een uitspraak van de commissie BBV zijn de zorgkosten op regionale contracten
31
5
6
De landelijke ontwikkeling van de hervormingsagenda gaat uit van nog te effectueren maatregelen. De hoogte van deze opbrengst is onzeker, mede doordat veel maatregelen in Rijnmond al zijn toegepast. Veel maatregelen wachten ook op wetgeving vanuit het Rijk. Continuïteit aanbod cruciale jeugdhulp Faillissement(dreiging) van aanbieders in het bijzonder van aanbieders van gesloten jeugdhulp in verband met de ambitie tot vergaande beperking van het aanbod.
Aannames van budgettaire aanpassingen op gemeenteniveau De begroting bevat aanpassingen op basis van aannames over verschuiving naar lokaal, kostenbesparingsmaatregelen, trendmatige effecten, hervormingsagenda effecten en inkoopeffecten. Indien geen invulling aan de aanpassingen gegeven wordt, zal dit leiden tot hogere kosten dan begroot.
bij de begrotingswijziging 2025 uit de begroting van de GRJR gehaald.
PM
PM
De tarieven voor gesloten jeugdhulp moesten op basis van kostenprijsonderzoek worden verhoogd. De afbouw van de gesloten jeugdhulp brengt complicaties met zich mee voor de aanbesteding van deze hulp. Met de nodige vertragingen is het gelukt per 1-1-2026 nieuwe contracten te sluiten. Als gevolg van een uitspraak van de commissie BBV zijn de zorgkosten op regionale contracten bij de begrotingswijziging 2025 uit de begroting van de GRJR gehaald. Gedurende het jaar wordt gemonitord of deze verschuiving c.q. besparing in de afgegeven toewijzingen zichtbaar is. Naast twee bestuurlijke rapportages vond tweemaandelijkse monitoring plaats.
Naast de in de begroting gesignaleerde risico’s trad het risico op dat de gesubsidieerde partijen met knelpunten werden geconfronteerd waarvoor aanvullende subsidie moest worden verleend. Weerstandsvermogen De begroting 2025 bevatte geen weerstandsvermogen of een budget voor risicodekking. Tegelijk met de afschaffing van de vlaktaks wensten de gemeenten het risico in de eigen begroting mee te nemen. Het risico op tegenvallende jeugdhulpuitgaven wordt primair door de deelnemende gemeenten zelf beheerst en gemeenten houden daarvoor naar behoefte zelf weerstandsvermogen aan. Het gevolg van deze begrotingskeus is dat alle opgetreden risico’s rechtstreeks doorslaan naar de deelnemende gemeenten. Financiële positie in kengetallen Kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de financiële positie van een gemeenschappelijke regeling. Om dit te bereiken schrijft het BBV voor dat de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing onderstaande kengetallen bevat: Kengetallen
Begroting 2025
Realisatie 2025
Netto Schuldquote
0,00
0,00
Netto Schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
0,00
0,00
Solvabiliteitsratio
0,00
0,00
0
0
Grondexploitatie
n.v.t.
n.v.t.
Belastingcapaciteit
n.v.t.
n.v.t.
Structurele exploitatieruimte
32
Aangezien de GRJR geen leningen heeft aangetrokken om investeringen te kunnen dekken komt de Netto Schuldquote voor 2025 uit op 0. De GRJR heeft geen eigen vermogen, hierdoor komt de solvabiliteitsratio op nul.
3.2 Bedrijfsvoering Bestuurlijke organisatie en Uitvoeringsorganisatie Bestuurlijk is de GRJR een overleg- en uitvoeringsplatform, waar de deelnemende gemeenten – uitgaande van de autonomie van het lokale bestuur – de samenwerking in de (boven)regionale jeugdhulp bespreken en vormgeven. Het Algemeen Bestuur (AB) is samengesteld uit de wethouders jeugd van de deelnemende gemeenten. Vanuit iedere subregio is één wethouder afgevaardigd als lid in het Dagelijks Bestuur (DB). De Uitvoeringsorganisatie GRJR (UO) ondersteunt de bestuurlijke organisatie. De secretaris/directeur van de GRJR coördineert de bestuurlijke processen en geeft leiding aan de UO. De UO is met een Uitvoeringsovereenkomst als zelfstandige organisatie-eenheid ondergebracht bij gemeente Rotterdam. De uitvoeringskosten bestaan voornamelijk uit een vergoeding voor kosten van personeel en ondersteuning van de UO. Voor de inzet hiervan heeft de UO een dienstverleningsovereenkomst die in 2024 is geëvalueerd en geactualiseerd. Taakverdeling bij uitvoering van en sturing op zorgtaken De uitvoering van de taken is in samenwerking tussen de UO en individuele gemeenten: • De GRJR sluit regionale contracten met zorgaanbieders en zorgt daarmee voor voldoende aanbod van jeugdhulp.
Daarnaast subsidieert de GRJR diverse ketenpartners voor jeugdbescherming/jeugdreclassering (GI’s) en Veilig Thuis; • Over de individuele inzet van jeugdhulp voor jeugdigen beschikken individuele gemeenten, in samenspraak met aanbieders en GI’s. Gemeenten bestellen hulp bij (geven een toewijzing aan) regionaal gecontracteerde aanbieders en sturen zo rechtstreeks op het gebruik; • Gemeenten voeren decentrale zorgadministraties en geven gegevens door aan de GRJR. De GRJR handelt de financiële contractverplichtingen af die voortvloeien uit toewijzingen en declaraties en rekent de contracten centraal af. In 2025 is een onderzoek door de rekenkamers van meerdere gemeenteraden in Rijnmond opgeleverd en een periodieke evaluatie van de GRJR uitgevoerd. Beide onderzoeken maken duidelijk dat de effectiviteit van de samenwerking in GRJR-verband bevorderd wordt door beter zich op de gezamenlijke regionale opgaven, duidelijker taakverdeling en daarop aangesloten bestuurlijke processen. Speerpunten/ focus bedrijfsvoering UO In 2024 was ons overkoepelende speerpunt: optimale samenwerking met de gemeenten. In 2025 hebben we in de UO de inzet en focus verhelderd door aan te geven aan welke hoofdopgaven dan gericht gewerkt wordt.
Voor 2025 waren dat: • Toekomstscenario Jeugd- en Gezinsbescherming • Sturing op huidige contracten • Administratieve keten • Bestuurlijke processen • Voorbereiding inkoop 2029 Het werken met hoofdopgaven krijgt steeds meer vorm en draagt bij aan de noodzakelijke prioritering, onderlinge afstemming en samenhang.
33
Rechtmatigheid Het dagelijks bestuur geeft in deze jaarrekening een rechtmatigheidsverantwoording (zie hoofdstuk 5). Deze verantwoording heeft betrekking op drie criteria: begrotingscriterium, voorwaardencriterium en het misbruik en oneigenlijk gebruik criterium. Conform BBV gaat de paragraaf Bedrijfsvoering in op deze rechtmatigheidscriteria. De interne voorschriften liggen vast in een Kader interne beheersing (2022). Voor zover van toepassing zijn deze in 2025 verder geformaliseerd in een financiële verordening van de GRJR. Begrotingscriterium Het begrotingscriterium heeft betrekking op het financiële handelen binnen het kader van de geautoriseerde begroting. Volgens het BBV worden afwijkingen in de jaarrekening herkenbaar opgenomen en toegelicht. Voorwaardencriterium Het voorwaardencriterium heeft betrekking op eisen aan financiële beheershandelingen. Deze zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving, zowel intern als extern. De financiële stromen in de GRJR waarbij aan het voorwaardencriterium moet worden voldaan zijn tweeledig: subsidiekosten en uitvoeringskosten. Subsidiekosten De GRJR verstrekt en verantwoordt subsidies voor jeugdbescherming en jeugdreclassering (opdracht G), Veilig Thuis (opdracht H) en acute dienst GGZ (opdracht I4). Hierbij moeten subsidievoorschriften worden nageleefd, waarbij voor de GRJR de Rotterdamse verordening van toepassing is.
De subsidieverleningen en -vaststellingen volgen strakke procedures en vastleggingsvoorschriften waarop conform het Kader interne beheersing interne controle plaats heeft gevonden. Uitvoeringskosten Voor de uitvoering van de UO-taken worden naast inzet van eigen personeel ook externe partijen ingeschakeld, voor bijvoorbeeld accountantscontrole en kostprijsonderzoek. Bij deze kosten gaat het om aanbestedingsrechtmatigheid. Bij aanbesteding van opdrachten volgden we Rotterdamse aanbestedingsvoorschriften. Daarbij werden we ondersteund door de Rotterdamse afdeling Inkoop, die strikt is in de naleving van de aanbestedingsregels. Voor controle op aanbestedingsrechtmatigheid voeren we een spendanalyse uit, waarmee wordt nagegaan of de werkelijke bestedingen in lijn zijn met aangegane overeenkomsten.
Bevindingen ten aanzien van lasten GR Er geen rechtmatigheidsfouten zijn geconstateerd.
Misbruik en oneigenlijk gebruik criterium Hierbij gaat het met name om fraude. Het Kader Interne beheersing dat eind 2022 is vastgesteld bevat een frauderisicoanalyse. Het belangrijkste risico zit in het betalingsverkeer. De interne beheersingsmaatregelen zijn sterk gericht op het uitsluiten van frauduleuze betalingen en ook de werking van deze maatregelen wordt gecontroleerd. Belangrijkste aandachtspunt hierbij was om handmatige betalingen tot een minimum te beperken door de berichtenverkeerstandaarden af te dwingen (in het bijzonder voor maatwerkcontracten). Er zijn daarnaast ook geen signalen van misbruik, oneigenlijk gebruik of fraude. Op grond van de maatregelen kan worden geconstateerd dat aan het misbruik en oneigenlijk gebruik criterium is voldaan.
34
3.3 Financiering Volgens de Wet FIDO (Wet Financiering Decentrale Overheden) zijn GR-en verplicht om een financieringsparagraaf in de begroting en jaarstukken op te nemen. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet geeft aan in welke mate in de financiering van investeringen mag worden voorzien in de vorm van kortlopende middelen. Volgens de Wet FIDO bedraagt de kasgeldlimiet 8,5% van het totaal van de (gewijzigde) begroting. Voor de GRJR is dit voor 2025, € 8,4 mln. De GRJR doet geen investeringen in (im)materieel vast actief. Daarnaast heeft de GRJR geen leningen afgesloten in 2025. Schatkistbankieren Met ingang van 16 december 2013 is de Wet Schatkistbankieren voor decentrale overheden in werking getreden. Deelname van de decentrale overheden aan schatkistbankieren draagt bij aan een lagere EMU-schuld van de collectieve sector (Rijk en decentrale overheden gezamenlijk). Iedere euro die decentrale overheden aanhouden in de schatkist, vermindert de externe financieringsbehoefte van het Rijk. De GRJR is in 2025 elk kwartaal onder de grens gebleven. In de tabel bij de toelichting op de balans wordt dit weergegeven.
3.4 Openbaarheid (Wet open overheid) De Wet open overheid (Woo), die op 1 mei 2022 in werking is getreden, schrijft in artikel 3.5 een openbaarheidsparagraaf voor: “Een bestuursorgaan besteedt in de jaarlijkse begroting dan wel de jaarlijkse begroting van het openbaar lichaam of de rechtspersoon waarvan het bestuursorgaan deel uitmaakt, aandacht aan de beleidsvoornemens inzake de uitvoering van deze wet en doet in de jaarlijkse verantwoording verslag van de uitvoering ervan, mede in relatie tot de beleidsvoornemens.” De GRJR heeft in 2022 en 2023 interne procedures geactualiseerd voor het publiceren, bewaren en opvragen van informatie. De Uitvoeringsorganisatie heeft hierover intern instructie gehad. Doel is dat de GRJR een open overheid is. De beleidslijnen die hierbij zijn bepaald werden in 2024 ook toegepast: 1. Actieve publicatie van alle AB-bestuursstukken op www.jeugdhulprijnmond.nl. In voorkomende gevallen wordt op stukken geheimhouding opgelegd, waarbij de termijn voor geheimhouding vooraf wordt bepaald en zo kort mogelijk is; 2. Bewaring van stukken en alle onderliggende data volgens de termijnen van de Archiefwet; 3. Opvraagbaarheid van gegevens via www.jeugdhulprijnmond.nl. Binnen de Uitvoeringsorganisatie is een WOO-coördinator aangewezen.
35
Hoofdstuk 4 Voorlopige JAARREKENING 2025
36
4. Jaarrekening 4.1 Overzicht van baten en lasten Onderstaand overzicht toont de verwachte realisatie 2025, afgezet tegen de gewijzigde begroting 2025. De teruggave (voordeel) van € 2,2 mln. is als een correctie op de bijdrage vanuit de gemeenten verwerkt in de baten zodat het resultaat € 0 is. Baten
Primitieve begroting 2025
Exploitatie 1. Programma Bestuur en algemeen management Bijdrage deelnemende gemeenten Extra bijdrage gemeenten tbv resultaat 2025 Bijdrage Rijk "Proeftuin Kind- en Gezinsbescherming" Bijdrage Rijk Gez. Verantwoordelijkheid Kinderen en Ouders Bijdrage overig Bijdrage Rijk "Inzet Regionaal Expertiseteam" (RET) Overige baten Totaal Baten
Lasten Exploitatie F Crisis Hulp
Begroting na wijziging 2025
0 0 0 0 0 0 0
Verwachte Realisatie 2025
Verschil begroting vs resultaat
95.777.654 0 0
95.777.654 -2.183.658 -30.063
0 2.183.658 30.063
0 0 0 3.000.000 98.777.654
0 5.420 431.020 3.502.569 97.502.942
0 -5.420 -431.020 -502.569 1.274.712
9.507.794
9.106.026
8.823.047
282.979
Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR) Acute dienst GGZ Transformatiefonds/Innovatie Bedrag onvoorzien (Risico's Jeugdhulp) Organisatiekosten GR Specifieke ICT-kosten Accountantskosten Werk en Onderzoek Projectbudget Inkoop en Implementatie Bankkosten Proeftuin-wij doen het beter K2 Inzet Regionaal Expertiseteam (RET)
54.245.982 23.275.228 827.695 2.016.978 1.158 5.373.207 209.368 242.483 421.355 275.665 0 0 0
53.000.000 28.250.000 760.611 1.517.939 1.000 5.073.207 209.368 162.483 421.355 275.665 0 0 0
52.276.702 28.179.432 666.210 1.448.021 0 5.073.207 0 206.568 39.032 0 1.888 -30.063 431.020
723.298 70.568 94.402 69.918 1.000 0 209.368 -44.085 382.323 275.665 -1.888 30.063 -431.020
Totaal programma Jeugdhulp Totaal Lasten
96.396.911 96.396.911
98.777.654 98.777.654
97.115.063 97.115.063
1.662.591 1.662.591
Saldo van baten en lasten
0
0
387.878
-387.878
Resultaat vorige boekjaren Overlopend resultaat LTA Overlopend resultaat RTA Totaal resultaat vorige boekjaren
0 0
0 0
110.237 277.641 387.878
-110.237 -277.641 -387.878
Totaal resultaat
0
0
0
0
G
Gecertificeerde instellingen
H I4 I5 J1 J2 J3 J4 J5 J6 J6 K1 k2
37
4.2 Toelichting op baten en lasten Baten Bijdrage deelnemende gemeenten De bijdrage van gemeenten zijn conform de door het bestuur vastgestelde begroting 2025 en begrotingswijzigingen 2025. Voor de regio als geheel is er een overschot. Het verschil over 2025 wordt opgelost door middel van aanpassing van de bijdragen van de deelnemende gemeenten op basis van de werkelijke realisatie per gemeente. De vaststelling en afrekening hiervan vindt plaats bij de definitieve jaarrekening. De bijdrageverdeling is bij de begroting nog gebaseerd op de realisatie van eerdere jaren en de realisatie in 2025 wijkt daarvan voor sommige gemeenten negatief af. Hierdoor zijn er gemeenten die moeten bijbetalen en gemeenten die terugontvangen. De totale inleg die al per gemeente was vastgesteld staat in de eerste kolom in onderstaand overzicht. In het tweede kolom is de verwachte realisatie 2025 van GR besluiten opgenomen. De derde kolom geeft het terug te ontvangen (+) of bij te betalen bedrag (-) weer.
Gemeenten
Inleg 2025 (2e wijziging)
Verwachte Realisatie 2025
Extra inleg of terugbetaling op basis van verwachte realisatie 2025
Albrandswaard Barendrecht Capelle aan den IJssel Goeree-Overflakkee Krimpen aan den IJssel Lansingerland Maassluis Nissewaard Ridderkerk Schiedam Vlaardingen Voorne aan Zee Rotterdam
913.000 2.094.000 4.873.000 2.289.000 1.547.000 2.189.000 1.535.000 7.139.000 2.881.000 4.422.000 4.551.000 4.637.000 56.708.000
1.251.000 1.986.000 4.199.000 1.835.000 1.242.000 2.204.000 1.740.000 7.111.000 2.906.000 4.834.000 5.484.000 3.930.000 54.872.000
-338.000 108.000 674.000 454.000 305.000 -16.000 -205.000 28.000 -25.000 -412.000 -933.000 707.000 1.836.000
Totaal
95.778.000
93.594.000
2.183.000
Bijdrage Rijk Proeftuin Kind- en Gezinsbescherming + Inzet Regionaal Expertiseteam (RET) Dit betreft dekking uit de subsidie van het rijk voor de proeftuin en RET. De subsidies zijn opgenomen op de balans. Uit deze balanspost is een bedrag opgenomen ter dekking van de lasten die hiervoor zijn gemaakt. De toelichting is opgenomen bij de balanstoelichting. Overige baten Dit betreft ontvangen rentevergoeding in 2025 uit het schatkistbankieren.
38
Lasten De lasten van de GRJR betreffen zorgkosten opdracht F, de subsidies aan de GI’s en VTRR en overige opdrachten (H, I4 en I5) en uitvoeringskosten. Onderstaande tabel toont de lasten per opdracht/budget en toegerekend naar de deelnemende gemeenten. Opdracht F G1 G2 G3 H I4 I5 J Eindtotaal
GoereeKrimpen ad Albrandswaard Barendrecht Capelle ad IJssel Overflakkee IJssel Lansingerland Maassluis 108.334 266.730 458.349 169.689 179.273 351.713 373.170 619.462 1.567.313 869.486 421.682 641.852 791.120 120.710 200.379 506.984 281.255 136.403 207.622 255.906 28.887 47.952 121.324 67.306 32.642 49.685 61.240 294.545 543.363 1.274.436 452.684 438.962 528.487 633.416 6.081 15.063 31.363 11.457 10.127 34.815 12.677 15.516 38.433 72.728 29.231 25.837 54.417 304.043 254.191 166.517 (45.852) (2.809) 335.625 (14.512) 1.251.286 1.985.574 4.199.014 1.835.256 1.242.116 2.204.217 1.739.846
Opdracht F G1 G2 G3 H I4 I5 J Eindtotaal
Voorne aan Nissewaard Ridderkerk Rotterdam Schiedam Vlaardingen Zee Eindtotaal 734.465 256.590 5.922.746 375.158 8.823.047 3.224.188 1.145.632 21.147.537 2.190.507 2.559.945 1.765.094 37.316.987 1.042.938 370.581 6.840.658 708.570 828.073 570.960 12.071.039 249.582 88.682 1.637.013 169.565 198.163 136.634 2.888.676 1.605.157 719.721 17.478.508 1.488.739 1.658.685 1.062.728 28.179.432 55.141 16.890 397.507 34.603 13.864 26.622 666.210 126.113 43.092 974.731 67.924 1.448.021 73.506 264.759 473.492 241.824 224.921 (75.121) 2.200.585 7.111.089 2.905.947 54.872.192 4.833.809 5.483.652 3.929.999 93.593.996
Overzicht Overhead Tot de overhead worden de kosten gerekend die niet een directe relatie hebben met de (gecontracteerde of gesubsidieerde) jeugdhulp, jeugdreclassering/-bescherming of het advies-en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling (Veilig Thuis). Het zijn kosten die ondersteunend en faciliterend zijn aan genoemde directe kosten. Onderstaand is een uitsplitsing van de kosten die tot de overhead gerekend worden. De verwachte realisatie 2025 is € 0,5 mln. lager dan de begroting. Overhead
Begroting 2025
Verwachte Realisatie 2025
Verschil begroting vs. realisatie 2025
Organisatiekosten GR
€ 5.073.000
€ 5.073.000
€0
Werk en onderzoek
€ 421.000
€ 37.000
€ 384.000
Specifieke ICT-kosten
€ 209.000
€0
€ 209.000
Accountantskosten
€ 162.000
€ 207.000
-€45.000
€0
€4.000
-€ 4.000
€5.865 000
€5.321.000
€544.000
Bankkosten Totaal
Proeftuin kind- en gezinsbescherming Dit betreffen lasten voor het project Proeftuin kind- en gezinsbescherming. De lasten worden gedekt vanuit de op de balans opgenomen subsidie en zijn hierdoor saldoneutraal. De toelichting is opgenomen bij de balanstoelichting, zie paragraaf 4.5. Overlopend resultaat Het overlopend resultaat 2025 is per saldo € 0,4 mln. (voordelig). Het gaat hier om verschillen door definitieve afronding van de eindafrekeningen met zorgaanbieders over eerdere boekjaren. De lasten in eerdere boekjaren zijn bepaald op basis van productieverantwoordingen. Productie
39
waarvoor geen toewijzing en declaratiegoedkeuring is ontvangen is niet vergoed; de verplichting kon worden afgeboekt. Structureel/Incidenteel Lasten
Structureel Incidenteel Totaal
Begroting na wijziging 2025 96.983.050 1.794.605 98.777.654
Verwachte Realisatie 2025
Verschil begroting vs resultaat 95.264.197 1.718.852 1.850.866 -56.261 97.115.063 1.662.591
Het structurele overschot zit met name bij opdracht G (Gecertificeerde instellingen) en opdracht F (Crisis Hulp). Bij de structurele overschotten/tekorten wordt de begroting voor 2025 e.v. daarop aangepast, uiteraard tenzij er andere factoren zijn die de verwachtingen beïnvloeden. Daarnaast zitten er in jaarrekening incidentele lasten: Overlopend resultaat ad € 0,4 mln. geldt als incidentele lasten, begroting is € 0. Overzicht van baten en lasten in euro’s opgesplitst naar taakveld Taakveld Begroot 6.752 – Jeugdhulp ambulant regionaal 6.762 – Jeugdhulp met verblijf regionaal 6.821 - Jeugdbescherming 6.822 - Jeugdreclassering 6.812 - Maatschappelijke - en vrouwenopvang (Wmo) 6.763 – Jeugdhulp met verblijf landelijk 6.92 Coördinatie en beleid Jeugd Totaal begroot 2025
Baten 2.278.551 9.106.026 58.115.000 9.010.000 14.125.000 6.143.077 98.777.654
Lasten 2.278.551 9.106.026 58.115.000 9.010.000 14.125.000 6.143.077 98.777.654
Saldo
Taakveld Realisatie 6.72b – Jeugdhulp behandeling 6.74b – Jeugdhulp crisis/LTA/GGZ-verblijf 6.82a - Jeugdbescherming + 6.82b - Jeugdreclassering Totaal realisatie 2025
Baten 1.557.560 31.161.697 84.410.724 117.129.981
Lasten 1.557.560 31.161.697 84.410.724 117.129.981
Saldo
-
-
Conform de eisen van de BBV zijn de overzichten van taakvelden in de voorlopige jaarrekening 2025 opgenomen. Op dit moment is het uitgangspunt dat alle uitvoeringskosten van de GRJR direct of indirect bijdragen aan de taakvelden en daardoor toe te rekenen zijn aan de taakvelden.
40
4.3 Balans ACTIVA VLOTTENDE ACTIVA
31-12-2025
31-12-2024
-3.260.000 48.249.000
-22.790.000 80.364.000
82.372.000 980.000 0 0
4.736.000 1.008.000 525.000 0
5.167.000
1.998.000
133.508.000
65.841.000
31-12-2025
31-12-2024
0 0
0 0
645.000
6.303.000
Nog te betalen bedragen aan zorginstellingen Proeftuin kind- en gezinsbescherming Inzet Regionaal Expertiseteam (RET)
132.212.000 632.000 19.000
59.300.000 238.000 0
TOTAAL
133.508.000
65.841.000
UITZETTINGEN MET EEN RENTETYPISCHE LOOPTIJD KORTER DAN ÉÉN JAAR Vorderingen op openbare lichamen Rekening-courant met het Rijk OVERLOPENDE ACTIVA Vorderingen op zorginstellingen Overige vorderingen Liquiditeitsborgen en subsidievorderingen Vooruitbetaalde bedragen LIQUIDE MIDDELEN Banksaldi
TOTAAL
VASTE PASSIVA EIGEN VERMOGEN Algemene reserve Gerealiseerd resultaat
VLOTTENDE PASSIVA NETTO VLOTTENDE SCHULDEN MET RENTE TYPISCHE LOOPTIJD KORTER DAN ÉÉN JAAR Overige schulden
OVERLOPEND PASSIVA
Conform het BBV zijn de te betalen bedragen aan zorginstellingen bij de overlopende passiva opgenomen. Ze vallen onder de categorie “de van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren”.
41
4.4 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling Algemeen GRJR is een uitvoeringsorganisatie van de deelnemende gemeenten. Vanuit de regiovisie van de deelnemende gemeenten geeft de GRJR-vorm aan een “op de lokale infrastructuren aansluitende regionale infrastructuur” en aan het “samen leren wat werkt”. Voor verdere toelichting wordt verwezen naar het jaarverslag. Wettelijke voorschriften GRJR is een openbaar lichaam op basis van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) waarin dertien gemeenten op vrijwillige basis samenwerken. Voor de verslaggeving van gemeenschappelijke regelingen is vanaf 2004 het Besluit begroting en verantwoording (BBV) provincies en gemeenten van kracht. De jaarrekening is conform deze voorschriften samengesteld. Waarderingsgrondslagen De jaarrekening wordt opgemaakt met inachtneming van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. Liquide middelen Deze activa worden tegen nominale waarde opgenomen. Uitzettingen en overlopende activa De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Vlottende passiva De kortlopende schulden en overlopende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Grondslagen voor resultaatbepalingen In de exploitatierekening worden de lasten en baten verantwoord die voortvloeien uit de activiteiten van de GRJR.
De lasten en baten worden zoveel mogelijk toegerekend naar het boekjaar waarop ze betrekking hebben en waarin de prestaties zijn geleverd. BTW De betaalde btw in het boekjaar wordt na afloop van het boekjaar door de deelnemende gemeente via de doorschuifregeling gecompenseerd.
42
4.5 Toelichting op de balans Toelichting op de balans activa per 31 december 2025 ACTIVA VLOTTENDE ACTIVA UITZETTINGEN MET EEN RENTETYPISCHE LOOPTIJD KORTER DAN ÉÉN JAAR Vorderingen op openbare lichamen Rekening-courant met het Rijk OVERLOPENDE ACTIVA Vorderingen op zorginstellingen Overige vorderingen Liquiditeitsborgen en subsidievorderingen Vooruitbetaalde bedragen LIQUIDE MIDDELEN Banksaldi
TOTAAL
31-12-2025
31-12-2024
-3.260.000 48.249.000
-22.790.000 80.364.000
82.372.000 980.000 0 0
4.736.000 1.008.000 525.000 0
5.167.000
1.998.000
133.508.000
65.841.000
Vorderingen op openbare lichamen Dit betreft facturatie aan de deelnemende GRJR-gemeenten met betrekking tot doorbelasting doorschuif BTW 2025. Rekeningcourant met het rijk & Schatkistbankieren Ultimo 2025 heeft de GRJR als saldo van haar rekeningcourantverhouding met het rijk ca. € 48,2 mln. te vorderen op de rijksoverheid. Dit komt doordat ket kabinet in het verleden het schatkistbankieren ingevoerd. Dit betekent voor decentrale overheden, waaronder gemeenschappelijke regelingen als die van Jeugdhulp Rijnmond, dat zij hun overtollige liquide middelen moeten aanhouden in de schatkist bij het ministerie van Financiën. Praktisch betekent dit voor GRJR dat alle overtollige liquide middelen boven de drempel van € 7.973.293 worden gestald bij de schatkist zolang deze niet benodigd zijn. In 2025 zijn geen overschrijdingen geweest en is het drempelbedrag het gehele jaar ongewijzigd gebleven. Onderstaand een overzicht van de aangehouden middelen ten opzichte van het drempelbedrag per kwartaal.
43
Te vorderen bedragen zorginstellingen GRJR maakt gebruik van diverse jeugdzorginstellingen om dienstverlening op het gebied van jeugdhulp te verlenen aan inwoners van de regio Rijnmond. Na de verrekening van voorschotten en tussentijdse afrekeningen heeft GRJR een bedrag van € 82,4 mln. te vorderen op verschillende zorginstellingen. Dit bedrag bestaat uit: Specificatie vorderingen op zorginstellingen
Bedrag
Vorderingen 2025
€80.706.000
Debiteuren zorginstelling 2024 <
€ 1.666.000
Totaal
€ 82.372.000
Dit bedrag van ruim € 80,7 mln. betreft het nog terug te vorderen saldo voor prestaties door zorginstellingen in 2025. Dit is op basis van de voorlopige productieopgaven van de zorgaanbieders. Voor 2024 betreft dit nog een bedrag van € 1,6 mln af te handelen declaraties in het kader van de eindafrekening 2024. Overige vorderingen Per jaareinde stond hier een bedrag van € 0,9 mln. bestaande uit: Diverse overige vorderingen waarvan schatkistbankieren rekeningcourantrente ad. € 0,5 mln en € 0,4 mln RET.
44
Liquiditeitsborgen en subsidievorderingen Dit bedrag is eind 2025 € 0. Vooruitbetaalde bedragen Dit bedrag is eind 2025 € 0. Liquide middelen De liquide middelen bestaan voor de GRJR uit het eindsaldo 2025 van de bankrekening. Deze wordt namens de GRJR beheert door de Gemeente Rotterdam. Het saldo van € 5,1 mln. blijft over na het afromen in kader van de wet Fido/ schatkistbankieren.
Toelichting op de balans passiva per 31 december 2025 VASTE PASSIVA
31-12-2025
31-12-2024
0 0
0 0
645.000
6.303.000
Nog te betalen bedragen aan zorginstellingen Proeftuin kind- en gezinsbescherming Inzet Regionaal Expertiseteam (RET)
132.212.000 632.000 19.000
59.300.000 238.000 0
TOTAAL
133.508.000
65.841.000
EIGEN VERMOGEN Algemene reserve Gerealiseerd resultaat
VLOTTENDE PASSIVA NETTO VLOTTENDE SCHULDEN MET RENTE TYPISCHE LOOPTIJD KORTER DAN ÉÉN JAAR Overige schulden
OVERLOPEND PASSIVA
Eigen vermogen en continuïteit Aan de GRJR nemen op dit moment dertien gemeenten deel. Zij delen gezamenlijk in de lasten voor het uitvoeren van deze gemeenschappelijke regeling. Drie gemeenten hebben besloten om hun vanaf 2023 een deel van de jeugdhulp zelf in te kopen, en tegelijkertijd wel te blijven participeren in de GRJR. Algemene Reserve De GRJR heeft ultimo 2024 geen algemene reserve. Dit komt omdat GRJR Jeugdhulp namens 13 gemeenten in de regio Rijnmond uitvoert en de lasten verdeelt over de 13 gemeenten. GRJR beoogt geen positief resultaat te hebben. Eventuele tekorten of positieve resultaten worden over de 13 gemeenten verdeeld. Overige schulden Ultimo 2025 staat er voor € 0,6 mln. open aan overige schulden. Dit bestaat voornamelijk uit bijdrage die deelnemende gemeenten terugontvangen.
45
Te betalen bedragen aan zorginstellingen Hieronder een specificatie van te betalen bedragen aan zorginstellingen ad € 132,2 mln. Specificatie verplichtingen op zorginstellingen
Bedrag
Verplichtingen 2025
€ 132.037.000
Verplichtingen 2024
€ 174.000
Totaal
€ 132.211.000
Verplichtingen 2025 Dit bedrag van € 131,4 mln. betreft het nog te betalen bedrag aan zorgprestaties en subsidies aan zorginstellingen in 2025 op basis van de voorlopige productie in de voorlopige jaarrekening 2025. Verplichtingen 2024 De openstaande verplichtingen betreffen nog door aanbieders te declareren kosten. In 2025 is veel aandacht gegaan naar de eindafrekening 2022,2023 en 2024 met betrekking tot regionale en LTA-aanbieders. Subsidies RET en Proeftuin Voor subsidies die vóór 2025 zijn ontvangen vanuit het rijk voor RET en proeftuin kind- en gezinsbescherming is het verloopoverzicht van de balansposities als volgt: Het subsidiebedrag voor de proeftuin kind- en gezinsbescherming van € 0,6 mln. was ontvangen in 2021. Het project kent een oorspronkelijke einddatum van 31 december 2022, maar aangezien er in de loop van 2022 een koerswijziging heeft plaatsgevonden, heeft het project vertraging opgelopen en is het verlengd. Conform de BBV-voorschriften is het resterende bedrag opgenomen onder de overlopende passiva. Het valt onder de categorie “de van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren”.
46
4.6 Wet Normering bezoldiging Topfunctionarissen Met ingang van 2013 is de Wet Normering bezoldiging Topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) van kracht. Hieruit volgt de verplichting om in de jaarrekening 2025 melding te maken van: 1. Alle (gewezen) topfunctionarissen en hun bezoldiging 2. Overige medewerkers in dienst van de gemeente welke de norm overschrijden 3. Uitkeringen wegens beëindiging van het dienstverband van alle topfunctionarissen en van alle andere medewerkers indien deze uitkering de norm overschrijdt. De maximale bezoldiging mag voor een topfunctionaris zonder dienstverband vanaf het tweede jaar niet meer bedragen dan € 246.000 per kalenderjaar (2025) op fulltime basis. In dit bedrag is inbegrepen de beloning, belastbare kostenvergoedingen, voorzieningen voor beloning op termijn (m.n. pensioenpremie). Toetsing aan de norm vindt plaats naar rato van omvang fte en duur dienstverband in het jaar. Voor het toezichthoudend orgaan gelden de volgende maxima: 10% van het maximale bezoldigingsbedrag (= € 24.600) voor de voorzitter en 15% van het maximale bezoldigingsbedrag (= € 36.9000) voor de leden. Voor de GRJR is de functie lid van het algemeen bestuur als topfunctionaris aangemerkt binnen de WNT. De leden van het algemeen bestuur zijn genoemd in onderstaande tabel en hebben vanuit de GRJR geen bezoldiging ontvangen.
Persoon en functie (na Voorzieningen gemeenteraadsverkiezingen, benoemingen vanaf Vaste en t.b.v. Gemeente 22-06-2022) Beloning variabele beloningen AB= Algemeen Bestuur vergoeding betaalbaar op DB = Dagelijks Bestuur termijn Albrandswaard Mevrouw M. van Ginkel (AB en DB) tot (27-10-2025) €0 €0 €0 Albrandswaard De heer M. Bianchi vanaf (18-11-2025) €0 €0 €0 Barendrecht De heer R. Bol (AB) €0 €0 €0 Capelle aan den Ijssel De heer E.Faassen (AB) €0 €0 €0 Goeree-Overflakkee De heer B.J. Bruggeman (AB) €0 €0 €0 Krimpen aan den Ijssel De heer H. van der Wal (AB en DB) €0 €0 €0 Langsingerland De heer L.Hoek (AB) €0 €0 €0 Maassluis De heer M. Kroonen (AB) €0 €0 €0 Nissewaard Mevrouw H. Stengs (AB en DB) €0 €0 €0 Ridderkerk De heer E.Piena (AB) €0 €0 €0 Ridderkerk De heer E. Piena (AB) en (DB) vanaf (19-12-2025) €0 €0 €0 Rotterdam De heer R.Buijt (AB en DB) €0 €0 €0 Rotterdam Mevrouw S. Hammer (secretaris-directeur AB en DB) €0 €0 €0 Schiedam De heer C.Kahramanoglu (AB) €0 €0 €0 Vlaardingen Mevrouw J.Silos (AB en DB) €0 €0 €0 Voorne aan Zee De heer A.Spoon (AB) €0 €0 €0
4.7 Gebeurtenissen na balansdatum In het tijdspad van opstellen en vaststellen van de rekening moeten gunstige en ongunstige gebeurtenissen, die nadere informatie geven over de feitelijke situatie per balansdatum, altijd in de jaarrekening worden verwerkt als deze onontbeerlijk zijn voor het inzicht van de gemeenteraad/gebruiker van de jaarrekening bij de vaststelling van de programmarekening. Het gaat dan om gebeurtenissen met materiële bedragen ten opzichte van het totaal van baten en/of lasten. Binnen GRJR is zijn er geen gebeurtenissen na balansdatum waarop dit van toepassing is.
47
4.8 Rechtmatigheidsverantwoording Verantwoordelijkheid dagelijks bestuur De baten en lasten alsmede de balansmutaties moeten getrouw in de jaarrekening worden opgenomen. Uit het getrouw opnemen van de baten en lasten alsmede de balansmutaties, blijken een drietal rechtmatigheidscriteria niet expliciet. Dit betreffen het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium. In deze rechtmatigheidsverantwoording licht het college van burgemeester en wethouders toe in hoeverre bij de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium zijn nageleefd. Dit houdt in dat de verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties in overeenstemming zijn met door de raad vastgestelde kaders zoals de begroting en gemeentelijke verordeningen en met bepalingen in de relevante wet- en regelgeving. Bij de waarderingsgrondslagen in de jaarrekening is het door het algemeen bestuur in december 2025 vastgestelde normenkader van de relevante wet- en regelgeving van toepassing. Deze verantwoording hanteert een grensbedrag omdat alleen de van belang zijnde aspecten in de verantwoording hoeven te worden betrokken. Deze grens is door de raad bepaald en bedraagt 3% van de totale lasten inclusief toevoegingen aan de reserves en is daarmee vastgesteld op € 2.963.330.
De grondslag voor deze verantwoording is besluit vna het algemeen bestuur van december 2025 conform BBV. Bevinding Het dagelijks bestuur stelt vast dat de omvang van de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties die niet rechtmatig tot stand zijn gekomen bedrag € 0 bedraagt. Dit is lager/hoger dan de daarvoor gestelde grens van € 2.963.330. De geconstateerde afwijkingen betreffen: Begrotingscriterium Fouten 1A. Overschrijding lasten programma’s 1B. Overschrijding investeringsbudgetten 2. Ongeautoriseerde reservemutaties 3. Overschrijdingen die niet tijdig hebben geleid tot begrotingswijziging of te laat aan het bestuur zijn gemeld Totaal begrotingsonrechtmatigheden 4. Totaal aan begrotingsonrechtmatigheden dat past binnen het beleid. Begrotingswijziging met 12 weken zienswijzentermijn is uiterlijk in september. Overschrijdingen daarna worden gemeld in de 2e bestuursrapportage en/of bij de jaarstukken, waarbij de definitieve bijdrage wordt vastgesteld zodanig dat het saldo nihil is. 5. Resterend saldo aan begrotingsonrechtmatigheden Voorwaardencriterium
Onduidelijkheden
€0 €0 €0 €0
€0 €0
€0 Aan GRJR gedelegeerde taken: kosten voorvloeiend uit GRbesluiten m.b.t. subsidies en uitvoeringstaken
48
Bevinding
Fouten
Totaal voorwaarden criterium €0 M&O-Criterium Er zijn geen bevindingen boven de rapportagegrens
Onduidelijkheden €0
In de paragraaf bedrijfsvoering is op basis van de Kadernota rechtmatigheid van de commissie BBV en op basis van de afspraken met de algemeen bestuur aanvullende informatie opgenomen over de financiële rechtmatigheid. In deze paragraaf heeft het dagelijks bestuur ook beschreven welke actie hij onderneemt om vermelde afwijkingen in de toekomst te voorkomen.
49
Hoofdstuk 5 VASTSTELLINGSBESLUIT
50
5. Vaststellingsbesluit Vastgesteld door het algemeen bestuur van Openbaar Lichaam Jeugdhulp Rijnmond. Rotterdam, 10 april 2026.
Mr. S. Hammer Secretaris-directeur
R. Buijt Voorzitter
51
Bijlage A. Sisa verantwoording 2025
52