Verordening Beschermd Wonen ZHE 2026
Tekst van het document
Welke beperkingen cliënt ondervindt die voortkomen uit een psychiatrische aandoening, lichtverstandelijke beperking en/of een verslaving en of hier ook (recent) diagnostiek op is uitgevoerd; 2. De conclusie waarom lokale Wmo-voorzieningen niet toereikend zijn (als bijlage de onderbouwing via een aanwezig dossier); 3. Een omschrijving van concrete voorbeelden, waaruit blijkt dat de inwoner 24-uurs toezicht en/of onplanbare zorg nodig heeft (gehad). Na ondertekening van het toetsingsformulier door de cliënt, wordt er door de regiogemeente een telefonische melding bij de centrumgemeente. De regiogemeente stuurt het ondertekende formulier via e-mail naar de centrumgemeente. Dit bevat ook een toestemmingsformulier welke een jaar geldig is na ondertekening zoals de AVG eist. Artikel 2.4 Onderzoek door de centrumgemeente Nadat de centrumgemeente de melding heeft ontvangen, start de centrumgemeente het onderzoek. Daarvoor maakt de centrumgemeente een afspraak met de cliënt om de melding toe te lichten. Eventueel wordt verzocht extra stukken aan te leveren, die onderbouwen dat een regionale maatwerkvoorziening noodzakelijk is. Cliënt bepaalt of en door wie hij/zij zich bij dit gesprek laat begeleiden. De centrumgemeente wijst de cliënt nogmaals op de mogelijkheid tot onafhankelijke clientondersteuning.
Artikel 2.5 Medewerking inwoner Lid 4: Indien de inwoner geen gebruik wenst te maken van voorliggende voorzieningen, terwijl die wel wettelijk verankerd of feitelijk aanwezig zijn, kan dat leiden tot het niet verstrekken van een maatwerkvoorziening. Hoofdstuk 3 Beoordeling aanspraak Artikel 3.2 Criteria voor beoordeling aanspraak op maatwerkvoorziening beschermde woonvorm Lid 1, d en e: De wet verplicht gemeenten ervoor zorg te dragen dat aan personen die daarvoor in aanmerking komen een maatwerkvoorziening wordt verstrekt. Het begrip maatwerkvoorziening geeft al aan dat deze voorziening op de individuele persoon is toegesneden, er wordt naar gestreefd om iedere inwoner op het niveau van participatie en zelfredzaamheid te brengen dat bij zijn situatie past. De wet is uitsluitend bedoeld om mogelijkheden te bieden door middel van voorzieningen als het niet in iemands eigen vermogen ligt het probleem op te lossen. Onder de eigen verantwoordelijkheid wordt verstaan het vermogen van een inwoner om op eigen kracht dan wel met de hulp van mantelzorgers, personen uit het sociale netwerk en gebruikelijke hulp de problemen zelf op te lossen. Oplossingen die een inwoner zelf redelijkerwijs kan realiseren op grond van zijn eigen verantwoordelijkheid gaan vóór op de verstrekking van een maatwerkvoorziening.
Ook als de benodigde resultaten kunnen worden bereikt met voorliggende oplossingen zoals bijvoorbeeld individuele begeleiding zonder verblijf, begeleiding groep zonder verblijf, of algemene voorzieningen, is een maatwerkvoorziening beschermde woonvorm of één van de hieraan gekoppelde toeslagen niet nodig. Een voorliggende voorziening is een voorziening op grond van een andere wet die voor gaat op verstrekking van een maatwerkvoorziening voor zover deze: • •
een passende en toereikende oplossing biedt of de kosten van een bepaalde voorziening als niet noodzakelijk heeft aangemerkt.
Bij voorliggende voorzieningen kan onder andere gedacht worden aan toegekende voorzieningen op grond van de Wet langdurige zorg, Wet forensische zorg, Jeugdwet en Zorgverzekeringswet. Er moet in elke individuele situatie wel beoordeeld worden of de voorliggende voorziening toereikend en passend is. Is dat niet het geval, dan moet alsnog een maatwerkvoorziening beschermde woonvorm worden geboden. Als de kosten van een bepaalde voorziening in een andere wet als niet noodzakelijk zijn aangemerkt, dan wordt daarbij aangesloten en geen voorziening verstrekt op grond van de wet. Lid 1, f: Het gaat bij beschermde woonvormen om het bieden van een veilige en stabiele woonomgeving, met als doel de inwoner weer in staat te stellen zich op eigen kracht in de samenleving te handhaven. Het is een maatwerkvoorziening die tijdelijk van aard is en die gericht is op duurzame uitstroom naar zelfstandig
wonen of wonen met lichtere vormen van ondersteuning. De ondersteuning is gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid, woonvaardigheden, participatie en het sociaal functioneren, alsook op het voorkomen van verwaarlozing, overlast en gevaar voor zichzelf en anderen. Hoofdstuk 4 Vaststellen ondersteuningsbehoefte Artikel 4.3 Zorgtoewijzing Maatwerkvoorzieningen dienen naar objectieve maatstaven gemeten zowel passend als de meest goedkope maatwerkvoorziening te zijn. Wel geldt daarbij dat het gaat om in aanvaardbare mate compenseren. De ondersteuning gaat dus niet zo ver dat de gemeente rekening kan en moet houden met alle wensen van de inwoner. Als er naast een maatwerkvoorziening beschermde woonvorm ook een andere maatwerkvoorziening passend wordt geacht, dan zal door de gemeente gekozen worden voor het verstrekken van de goedkoopste passsende maatwerkvoorziening. Indien de inwoner toch de duurdere voorziening wil, komen de meerkosten van die duurdere voorziening voor rekening van de inwoner. In dergelijke situaties kan de verstrekking plaatsvinden in de vorm van een persoonsgebonden budget.
Hoofdstuk 5 Persoonsgebonden budget Artikel 5.2 en 5.3 Criteria voor toekenning en afwijzing van leveringsvorm Pgb Een Pgb voor een maatwerkvoorziening beschermde woonvorm wordt alleen verstrekt indien een inwoner of wettelijk vertegenwoordiger voldoet aan de criteria voor Pgb én er geen contra-indicaties zijn voor het verstrekken van een Pgb. Indien de inwoner en/of vertegenwoordiger naar het oordeel van de centrale Toegang niet voldoet aan de criteria of er sprake is van één of meerdere contra-indicaties, wordt er geen Pgb verstrekt maar ontvangt de inwoner de beschikte zorg in de vorm van zorg in natura. Hoofdstuk 8 Bestrijding misbruik en oneigenlijk gebruik Artikel 8.4 Terugvordering Die beslissing tot terugvordering vereist een belangenafweging, bedoeld in artikel 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Welke belangen precies een rol spelen en hoe die dienten te worden afgewogen tegen het algemeen belang van een rechtmatige besteding van gemeenschapsgelden is sterk afhankelijk van de te beoordelen situatie. Het besluit tot herziening c.q. intrekking en beëindiging van het recht op de voorziening en de daaraan gekoppelde terugvordering biedt geen executoriale titel, met uitzondering van de terugvordering op grond van artikel 2.4.1. van de wet (als inwoner opzettelijke onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt).
Er is sprake van een civielrechtelijke vordering op grond van onverschuldige betaling, voor welke het Burgerlijk Wetboek, boek 6, artikel 203 en verder, de wettelijke basis biedt. Hoofdstuk 11 Slotbepalingen
Artikel 11.1 Hardheidsclausule De individuele omstandigheden van de inwoner, zoals zijn persoonskenmerken en behoeften, kunnen het in bijzondere gevallen noodzakelijk maken om ten gunste van de inwoner gemotiveerd af te wijken van de verordening of hieraan verbonden beleidsregels. Er kan worden afgeweken van de regels, als toepassing daarvan voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met deze regels te dienen doelen, volgens artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht. Artikel 11.3 Overgangsrecht Met dit artikel wordt geregeld hoe wordt omgegaan met lopende indicaties bij de invoering van nieuwe zorglandschap per 1 januari 2026. Voor 1 januari 2026 waren de maatwerkvoorzieningen beschermd wonen en geclusterd wonen. Per 1 januari 2026 zijn de maatwerkvoorzieningen van beschermd wonen: begeleid wonen, beschermd verblijf semimuraal, beschermd verblijf regulier, beschermd verblijf intensief, time-out, beschermd verblijf specialistisch, individuele begeleiding plus, uitstroombegeleiding en safehouse. Dit biedt een breder palet aan ondersteuning. Het uitgangspunt is continuïteit van ondersteuning voor cliënten. Daarom blijven bestaande indicaties van kracht gedurende de looptijd van de beschikking, met een maximum van één jaar na de inwerkingtreding van de nieuwe inkoop.
De nieuwe inkoop is per 1 januari 2026 in gegaan. De overgangstermijn van één jaar biedt cliënten en aanbieders de tijd om zich aan te passen aan de gewijzigde structuur van maatwerkvoorzieningen. Wanneer een indicatie doorloopt tot na 2026, wordt deze in 2026 herzien zodat de ondersteuning aansluit bij de nieuwe indeling van voorzieningen. Loopt een indicatie in 2026 af, dan vindt omzetting plaats op het moment van afloop. Zo worden dubbele herindicaties en administratieve lasten voorkomen, terwijl gelijktijdig de overgang naar het nieuwe zorglandschap wordt gewaarborgd. Deze regeling waarborgt dat niemand abrupt wordt geconfronteerd met wijzigingen in de aard of omvang van ondersteuning, maar dat de overgang zorgvuldig en planmatig verloopt.