CConstaterende datNissewaard
Koppel je AI →
Document · PDF

Vaststelling bestemmingsplan Gaddijk 5, Spijkenisse

Gemeenteraad 22 september 2021, gemeente NissewaardBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Gaddijk 5, Spijkenisse26.248 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

4.6

Geluid

Geluid kan hinderlijk en schadelijk voor de gezondheid zijn. Zo kunnen hoge geluidsniveaus het gehoor beschadigen. Maar ook verstoring van de slaap kan op de lange duur slecht zijn voor de gezondheid. In Nederland zijn afspraken gemaakt over wat acceptabele geluidsniveaus zijn en wat niet (de geluidsnormen). Bij ruimtelijke plannen kan akoestisch onderzoek nodig zijn om geluidhinder bij geluidgevoelige objecten (scholen, woningen, etc.) te voorkomen. De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai, industrielawaai en luchtvaartlawaai. Een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd als een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidzone van een bestaande geluidbron of indien het plan een nieuwe geluidbron mogelijk maakt. De Gaddijk betreft voornamelijk een langzaamverkeersverbinding tussen Spijkenisse en Hekelingen. Vanuit Hekelingen is het voor motorvoertuigen een doodlopende weg. De maximumsnelheid ter plaatse is 30 km/uur. Wegen met een snelheidsregime van 30 km/uur zijn uitgesloten van akoestisch onderzoek volgens de Wet geluidhinder. Wel moet er sprake zijn van een goed woon- en leefklimaat. Gezien de ligging aan de Gaddijk waar enkele woningen zijn gelegen is te verwachten dat de verkeersintensiteiten laag liggen.

Het gaat om een smalle dijk ingericht voor alleen bestemmingsverkeer. De Gaddijk en de daarop aansluitende parallelle structuren worden voornamelijk gebruikt door fietsers en direct aanwonenden. Hierdoor is er sprake van een goed woon- en leefklimaat.

4.7

Kabels en leidingen

In het bestemmingsplan worden uitsluitend kabels en leidingen (gas, water, elektra, rioolpersleidingen) opgenomen die ruimtelijke relevantie hebben, of van belang zijn in het kader van externe veiligheid, beheer of gezondheidsrisico. Voor deze kabels en leidingen geldt een waarborgzone omdat deze wellicht een risico met zich meebrengen. Het gaat hier met name om een verhoogd risico als ze bij werkzaamheden worden geraakt. In het plangebied liggen geen planologisch relevante kabels en/of leidingen. Aan de noordkant van het plangebied ligt wel een bovengrondse hoogspanningsverbinding (zie paragraaf 4.5 Externe veiligheid). Door deze hoogspanningsverbinding is het vooralsnog niet mogelijk om een vierde tiny house te realiseren.

4.8

Luchtkwaliteit

In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient rekening te worden gehouden met luchtkwaliteit. Als het een ruimtelijk project of (te vergunnen) activiteit betreft, waarvan de bijdrage aan de luchtverontreiniging klein is, is geen toetsing aan de grenswaarden luchtkwaliteit nodig. Beoordeeld moet worden of de ontwikkeling 'Niet In Betekende Mate' (NIBM) bijdraagt aan de concentraties van diverse verontreinigende stoffen, waaronder stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10) in de buitenlucht. Als een project tot een toename voor NO2 en PM10 leidt die lager is dan de NIBM grens van 1,2 µg/m3 hoeft het project niet getoetst te worden aan de grenswaarden. Vanzelfsprekend moet er wel sprake zijn van een goede ruimtelijke ordening. In de regeling NIBM is aangegeven, dat een woningbouwlocatie met maximaal 1.500 woningen en één ontsluitingsweg is aan te merken als een ontwikkeling die NIBM bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Het project is dermate kleinschalig en ligt ver onder de drempelwaarde waardoor verdere toetsing aan de grenswaarden niet noodzakelijk is. In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn de jaargemiddelde concentraties NO2 , PM10 en PM2,5 in de omgeving van het plangebied inzichtelijk gemaakt aan de hand van NSL-monitoringstool. In de onderstaande afbeelding zijn de concentraties NO2 , PM10 en PM2,5 voor het peiljaar 2020 weergegeven.

Juust

26

Gaddijk 5, Spijkenisse

Afbeelding 6 | Uitsnede NSL 2020-monitor (bron Rijksoverheid) Hieruit blijkt dat in de omgeving van het plangebied de jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5 respectievelijk maximaal 18,2 µg/m3 (rekenpunt 16006256), 17,7 µg/m3 en 10,5 µg/m3 bedraagt. De jaargemiddelde grenswaarde voor NO2 , PM10 (beide 40 µg/m3 ) en PM2,5 (25 µg/m3) wordt niet overschreden. Het aantal overschrijdingsdagen van de 24 uurgemiddelde concentratie is afgerond 6, waardoor het maximum van 35 dagen niet wordt overschreden. De luchtkwaliteitssituatie vormt daarmee geen belemmering voor de uitvoering van de gewenste ontwikkeling.

4.9

Natuur

De Wet natuurbescherming zorgt voor bescherming van gebieden, diersoorten, plantensoorten en bossen. De beschermde flora en fauna mag niet worden verstoord, verjaagd of worden gedood. Voorafgaand aan een ontwikkeling moet worden onderzocht of er beschermde dieren- of plantensoorten in het plangebied leven. Gebiedsbescherming Het plangebied ligt niet in het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en valt ook niet onder gebieden die zijn aangewezen als belangrijk weidevogelgebied. Direct negatieve effecten kunnen worden uitgesloten. Aangezien de voorgenomen ontwikkeling daarnaast kleinschalig is en op enige afstand (circa 750 meter) van beschermde natuurgebieden plaatsvindt worden tevens geen negatieve effecten als gevolg van externe werking (middels visuele verstoring en verstoring door productie van geluid, trilling en licht) verwacht. Op basis van hiervan is toetsing aan de planologische gebiedenbescherming van het NNN en/ of weidevogelgebieden niet van toepassing. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is het gebied 'Oude Maas' en ligt op een afstand van ongeveer 2 km.

Juust

27

Gaddijk 5, Spijkenisse

Daarnaast ligt op ongeveer 4 kilometer het Natura 2000-gebied 'Haringvliet'. Naar aanleiding van de uitspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 over de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) en de nieuwe AERIUS Calculator (2020) zou voor dit plan de uitstoot van stikstof en de neerslag daarvan op Natura 2000-gebieden kunnen worden berekend. Echter heeft de gemeente Nissewaard, na advies van de DCMR van 5 maart 2020, een stoomschema om te bepalen of er een stikstofberekening moet plaatsvinden. Voor dit plan is geen aparte berekening van de depositie van stikstofverbindingen uitgevoerd. Aan de hand van een worstcase scenario heeft de DCMR Milieudienst Rijnmond op verzoek van de gemeente Nissewaard bepaald wanneer deze onderzoekslast in deze gemeente achterwege kan blijven. Hierbij heeft de DCMR een worst-case benadering gehanteerd. Voor dit advies is in het AERIUS rekenmodel uitgegaan van een aantal puntbronnen verspreid over het stedelijk gebied waarna voor al die bronnen afzonderlijk de maximale emissie is bepaald per jaar waarbij de depositie waarde op een stikstofgevoelig natuurgebied nog onder de 0,00 mol per hectare bleef. Vervolgens is per emissiebron gerekend met (worst case uitstoot) van 14 kg NOx per woning per jaar.

Dit heeft geleid tot diverse rekenresultaten op verschillende plaatsen waarbij het worst case resultaat voor het aantal mogelijke woningen (minus 1 woning) is genomen waarbij geen depositie plaatsvindt op de stikstofgevoelige Natura-2000 gebieden. Uit dit onderzoek bleek dat in het stedelijk gebied de depositie nog onder de 0,00 mol per hectare bleef bij 60 woningen. Het plan omvat 3 woningen zodat dit aantal lager is dan het onderzoek van de DCMR. Hierdoor is een berekening van de depositie van stikstof niet nodig. Soortenbescherming Om te bepalen of de voorgenomen plannen (mogelijk) leiden tot een overtreding van de huidige natuurwetgeving, is door ATKB op 17 december 2020 een quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd (zie Bijlage 5). Uit het veldonderzoek blijkt dat enkel de buizerd jagend is aangetroffen in de naastgelegen polder. In het plangebied ontbreken specifieke foerageeromstandigheden of verblijfplaatsen omdat er geen structuren zoals huizen of bomen aanwezig zijn en het plangebied erg klein is. Ook een soort als de huismus wordt niet verwacht in de huizen naast het plangebied omdat er geen enkele huismus is aangetroffen. Het plangebied maakt daarom ook geen onderdeel uit van essentieel leefgebied van de huismus. In omliggende bomenrij en bosschages zijn geen nesten aangetroffen van broedvogels van categorie 1 t/m 4.

Het plangebied is niet geschikt voor broedvogels van categorie 5 en deze worden niet verwacht. Wel kunnen vogels van deze categorie in de directe omgeving van het plangebied broeden (spechtgaten in de populierenrij). Uit het veldonderzoek blijkt dat het plangebied geen specifieke nestgelegenheid voor algemene broedvogels herbergt, er zijn geen bomen, bosschages of andere structuren aanwezig. Daarnaast blijkt dat er in het plangebied geen structuren aanwezig zijn die als verblijfplaats van vleermuizen kunnen dienen. Wel is het mogelijk dat vleermuizen de open ruimte boven de watergangen en boven het plangebied als (niet- essentieel) foerageergebied gebruiken. Temeer omdat de naastgelegen populierenrij als windbeschutting dienst kan doen. Het plangebied herbergt geen essentiële functies voor vleermuizen. Uit het veldonderzoek blijkt dat het plangebied niet geschikt is voor grondgebonden zoogdieren en geen beschermde reptielen voor (kunnen) komen. Bij het planvoornemen dient men rekening te houden met de (potentieel) aanwezige beschermde soorten. Daarnaast dient men (in het kader van de zorgplicht) tevens rekening te houden met de (binnen de provincie Zuid-Holland) van bescherming vrijgestelde soorten (o.a. egel en woelrat) en overige in het wild levende flora en fauna.

Om een zorgvuldige omgang met alle in het wild levende soorten (zorgplicht) te garanderen, zijn de volgende maatregelen geformuleerd: Bij maaien of bouwrijp maken: van achteren naar voren werken om fauna de kans te geven zelfstandig te vluchten; Het bouwterrein 's nachts niet verlichten (of men moet gebruik maken van gerichte laaggeplaatste verlichting) en niet in het donker met machines werken. De watergang en de populieren mogen niet aangelicht worden. Dit ter voorkoming van het verstoren van vleermuizen. In mogelijk leefgebied: jonge hazen/egels uit werkgebied verplaatsen. Om tussentijdse vestiging van beschermde (pionier)soorten te voorkomen: het bouwterrein blijven maaien

Juust

28

Gaddijk 5, Spijkenisse

volgens het nu geldende maairegime tot de tijd dat de bouwfase begint. Het aspect natuur vormt geen belemmering voor vaststelling van het voorliggend bestemmingsplan.

4.10

Verkeer en parkeren

Een goede ontsluiting en voldoende parkeerfaciliteiten zijn belangrijk voor een goed functionerende ontwikkeling. In deze paragraaf wordt aandacht besteed aan de gevolgen van het plan op de verkeerssituatie in de omgeving, de verkeersgeneratie, de ontsluiting en de wijze waarop voldoende parkeergelegenheid in het plan is gewaarborgd. De gemeente Nissewaard heeft een Mobiliteitsagenda 2020+ vastgesteld. In dit rapport wordt de visie op verkeer en vervoer gegeven voor de middellange termijn met een doorkijk voor de periode na 2020. Hierin is opgenomen dat voor de parkeerbehoefte bij nieuwbouw de meeste actuele CROW kengetallen moeten worden aangehouden. Deze kencijfers voor woningen zijn opgesteld met oog op een brede, gemiddelde doelgroep. Wanneer woningen voor een zeer specifieke doelgroep worden gerealiseerd, kunnen zowel meer, als minder parkeerplaatsen benodigd zijn dan berekend aan de hand van deze kencijfers. In dit geval gaat om het realiseren van 3 tiny houses. De inrit/ ontsluiting van het perceel is gezamennlijk eigendom, ofwel mandelig gebied. Dit betekent dat ieder kavel voor 25% (51,25m2) eigenaar is van de inrit en daarmee beschikking heeft over maximaal 1 parkeerplaats per kavel. In de nabije omgeving is geen parkeergelegenheid.

De aanleg van de inrit en parkeerplaatsen wordt verricht door de gemeente in samenspraak met de nieuwe kaveleigenaren, het beheer is daarna aan de kaveleigenaren. De parkeerplaatsen worden ingericht met halfverharding, zoals grasbetontegels. In vergelijking met een gemiddeld parkeerkencijfer van afgerond 2 voor een vrijstaande koopwoning gelegen in een stedelijk gebied in de zone 'rest bebouwde kom', is het realiseren van 1 parkeerplaats (incl. bezoekers) per kavel acceptabel. Naar verwachting worden deze woningen door kleine huishoudens/eenpersoonshuishoudens gebruikt, vinden de ecologische footprint belangrijk. Door de kleine omvang is het bezoekerscomponent laag. Bovendien nodigt de omgeving, met name de Gaddijk, uit om meer fietsbewegingen te genereren in plaats van motorvoertuigbewegingen.

4.11

Water

Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) stelt een watertoets in ruimtelijke plannen verplicht. Beschreven moet worden op welke wijze in het plangebied met water en watergerelateerde aspecten wordt omgegaan. Voorkomen moet worden dat ontwikkelingen in het ruimtegebruik ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. Een goede afstemming tussen beiden is derhalve noodzakelijk om problemen, zoals bijvoorbeeld wateroverlast, slechte waterkwaliteit, verdroging, etc., te voorkomen. Het plangebied is gelegen in het beheersgebied van het Waterschap Hollandse Delta (WSHD) dat zowel de kwantiteit als de kwaliteit van het oppervlaktewater beheert. Uitgangspunt bij ruimtelijke ontwikkelingen is dat deze voldoen aan het waterbeleid. Dit is vastgelegd in diverse beleidsdocumenten van Europees (Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) tot gemeentelijk niveau (Waterplan 2). Ook het waterschap heeft zijn eigen beleid. Dit is vastgelegd in het Waterbeheerprogramma 2016-2021. Voor het adviseren over en uiteindelijk beoordelen van ruimtelijke plannen van derden maakt het waterschap gebruik van het watertoetsproces. Voldoende water - wateroverlast Het streefbeeld is een robuust watersysteem dat de effecten van toekomstige klimaatveranderingen en bodemdaling kan opvangen.

Zo'n systeem kan het water, conform de daarvoor vastgestelde normen en zonder overlast te veroorzaken, verwerken tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten. Het watersysteem dient te voldoen aan het principe van waterneutraal bouwen, dit wil zeggen: waar het verharde oppervlak toeneemt, dienen compenserende maatregelen te worden genomen om piekafvoeren te verwerken en infiltratie van water mogelijk te maken. Uitgangspunt vasthouden-bergen-afvoeren Bij het oplossen van waterhuishoudkundige problemen wordt afwenteling voorkomen. Oplossingen voor eventuele waterhuishoudkundige problemen dienen bij voorkeur in het plangebied gevonden te worden. Indien dit niet mogelijk is dient dichtbij het

Juust

29

Gaddijk 5, Spijkenisse

plangebied compensatie gezocht te worden. Compensatie dient in ieder geval binnen hetzelfde peilgebied plaats te vinden. De verbindingen tussen wateren horen daar ook bij. Bij een plan wordt gebruik gemaakt van de vuistregel dat 10% van de toename aan m² verhard oppervlak gecompenseerd dient te worden. Hierbij geldt een ondergrens van 500 m2 in het stedelijk gebied en 1.500 m² in het landelijk gebied. Het plangebied ligt op basis van de gemeentelijke indeling (natuur/stikstof) in het stedelijk gebied. De gewenste ontwikkeling blijft met 120 m² aan bebouwingsoppervlakte en de benodigde terrassen en parkeervoorzieningen ver onder de 500 m² aan extra verharding. Bovendien is op basis van het geldende bestemmingsplan al bebouwing toegestaan. Er is geen compenserende waterberging nodig. Schoon water - goed omgaan met afvalwater Menselijke activiteiten hebben een negatief effect op de kwaliteit van het water doordat ze water verontreinigen. Het waterschap zorgt met de behandeling van afvalwater dat zo veel mogelijk van deze effecten teniet worden gedaan. De strategie is voor nieuw te ontwikkelen terreinen uitgegaan wordt van het niet aankoppelen van hemelwater op het rioolstelsel. Voor bestaande gebieden wordt gestreefd naar het afkoppelen van verhard oppervlak van de riolering. Afstromend hemelwater van vervuilde oppervlakken wordt gezuiverd.

Verontreinigingen door stedelijk afvalwater (huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater) worden voorkomen. Bij nieuwbouwgebieden is de aanleg van een gescheiden rioolstelsel een voorwaarde. Gestreefd wordt om schoon hemelwater in bestaand gebied af te koppelen van het rioolstelsel. Het hemelwater afkomstig van schone oppervlakken wordt geïnfiltreerd of direct afgevoerd naar open water. Het hemelwater stroomt onder vrijverval af, direct of indirect (eventueel via een lokale zuivering) richting open water. Het afstromend hemelwater wordt vanaf de erfgrens, en waar mogelijk, bovengronds aangeboden. Verharde oppervlakken die vervuild zijn of waar de kans op vervuiling groot is worden afgevoerd via een (in)filtratievoorziening, (in)filtratieberm en/ of slibafscheider. De afvoer van minder schone verharde oppervlakken via het rioolstelsel vindt plaats op basis van expert-judgement. De volgende afweging in het omgaan met stedelijk afvalwater wordt gehanteerd: lozingen dan wel emissies worden voorkomen, afvalwater wordt vergaand hergebruikt, aansluiting afvalwaterstroom op riolering, afvoer per as (transport), opslag en gelijkmatige verspreiding. De afvoer van het afvalwater wordt aangesloten op het rioolstelsel. Het hemelwater zal via de bodem afstromen naar het oppervlaktewater. Het plan heeft geen invloed op de grondwaterkwaliteit.

Er worden geen producten of materialen gebruikt die een nadelige invloed kunnen hebben op het grondwater. Er worden geen (bouw)materialen gebruikt waardoor het afstromende hemelwater verontreinigd kan worden.

4.12

Milieu Effect Rapportage

In onderdeel D van de bijlage van het Besluit m.e.r. zijn diverse activiteiten opgenomen waarvoor een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt. Hierbij moet beoordeeld worden of er sprake is van (mogelijke) belangrijke nadelige milieugevolgen. Als deze niet uitgesloten kunnen worden geldt een m.e.r.-plicht. In onderdeel D is per activiteit de drempelwaarde benoemd. Als een activiteit voorkomt in onderdeel D en boven de drempelwaarde komt, geldt voor het te nemen besluit een m.e.r.-beoordelingsplicht. Indien er activiteiten plaatsvinden die in onderdeel D zijn opgenomen, maar onder de drempelwaarde blijven, dient er nagegaan te worden of het project grote milieugevolgen heeft. Deze toets dient plaats te vinden aan de hand van de criteria uit bijlage III van de Europese richtlijn m.e.r.. De hoofdcriteria waaraan getoetst moet worden zijn: kenmerken van het project, plaats van het project en kenmerken van het potentiële effect. Het bevoegd gezag dient vervolgens voor de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan een besluit te nemen of er een MER moet worden opgesteld. De grondslag hiervoor is een vormvrije m.e.r.-beoordeling.

Bij woningbouw kan er sprake zijn van een stedelijk ontwikkelingsproject, zoals aangegeven in onder deel D 11.2, kolom 1: 'De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.' Door de aard van het gewenste plan en het concept van tiny houses binnen de gemeente Nissewaard is er sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject. Ondanks dat de omvang van het project lokaal en kleinschalig is worden wel 3 woningen gerealiseerd waar er eigenlijk maar 1 is toegestaan. De ontwikkeling van het gewenste plan blijft hiermee ver onder de drempelwaarden. Een beknopte vormvrije m.e.r-beoordeling is noodzakelijk. Hiervoor is aanmeldnotitie opgesteld (zie Bijlage 6). Op basis van deze notitie (en voorgaande paragrafen) is gebleken dat het gewenste plan niet leidt tot belangrijke nadelige

Juust

30

Gaddijk 5, Spijkenisse

milieugevolgen.

4.13

Conclusie

De omgevingsaspecten zijn onderzocht en vormen geen belemmering voor de ontwikkeling.

Juust

31

Gaddijk 5, Spijkenisse

Hoofdstuk 5 5.1

Uitvoerbaarheid

Financiële uitvoerbaarheid

Voor bouwplannen zoals die zijn aangewezen in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is het uitgangspunt dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt. Van de verplichting een exploitatieplan vast te stellen kan onder andere worden afgeweken als het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd, bijvoorbeeld door een anterieure overeenkomst of doordat de verplicht te verhalen kosten zijn verdisconteerd in de grondprijs. Dit plan voorziet in de bouw van maximaal 3 woningen. Dit betreft een bouwplan, zoals dat hierboven is benoemd. De gemeente is initiatiefnemer en neemt de kosten voor eigen rekening. Om tot ontwikkeling te komen wordt voor dit plan een grondexploitatie geopend waarin kosten en opbrengsten worden opgenomen. De gemeente zal de kosten en de boekwaarde dekken uit de verkoopopbrengsten van de 3 te verkopen kavels.

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Vooroverleg Vooroverleg zoals bedoeld in artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening is voor dit plan van toepassing. In het kader van dit bestuurlijke vooroverleg wordt het plan in ieder geval toegezonden aan de provincie, het waterschap en de veiligheidsregio. Ter inzage legging ontwerpbestemmingsplan Gelet op het bepaalde in artikel 3.8 Wro in combinatie met afdeling 3.4 Awb wordt een ontwerpbestemmingsplan, na voorafgaande bekendmaking, gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegd. Een ieder is dan in de gelegenheid zijn of haar zienswijze mondeling of schriftelijk kenbaar te maken bij de gemeenteraad. Vaststelling van het bestemmingsplan, al dan niet in gewijzigde vorm, gebeurt met inachtneming van de ingediende zienswijzen. Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 7 mei tot en met 17 juni 2021 ter inzage gelegen. Er zijn geen zienswijzen kenbaar gemaakt.

Juust

32

Gaddijk 5, Spijkenisse

Bijlagen bij toelichting

Juust

33

Gaddijk 5, Spijkenisse

Bijlage 1 Verkennend bodemonderzoek (d.d. 08-01-2021)

Juust

34

Gaddijk 5, Spijkenisse

VERKENNEND BODEMONDERZOEK VOLGENS NEN 5740 GLADDIJK 5-7 TE SPIJKENISSE

Opdrachtgever

:

Juust B.V. T.a.v. Dhr. M. Waterman Goessestraatweg 17a 4421 AD te Kapelle

Vestiging

:

ABO-Milieuconsult B.V. Amundsenweg 29 4462 GP Goes tel. +31 (0)113 362280

Projectnummer Periode onderzoek Datum rapportage

: : :

ANL20-5468 December 2020 - januari 2021 8 januari 2021

INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING ...................................................................................................................................... 3 1

INLEIDING ........................................................................................................................................ 5

2

VOORONDERZOEK ......................................................................................................................... 6

3

4

2.1

Algemene bodem- en locatiegegevens .................................................................................... 6

2.2

Historische kaarten, luchtfoto’s en overig beeldmateriaal ........................................................ 7

2.3

Eerder uitgevoerd bodemonderzoek......................................................................................... 7

2.4

Bodemsamenstelling en geohydrologische situatie .................................................................. 9

2.5

Interpretatie verwachte milieuhygiënische bodemkwaliteit ....................................................... 9

2.6

Conclusies met betrekking tot het vooronderzoek .................................................................. 10

VELDWERKZAAMHEDEN ............................................................................................................. 11 3.1

Opzet veldwerkzaamheden .................................................................................................... 11

3.2

Resultaten veldonderzoek ...................................................................................................... 11

LABORATORIUMONDERZOEK .................................................................................................... 13 4.1

Opzet laboratoriumonderzoek ................................................................................................. 13

4.2

Resultaten laboratoriumonderzoek/toetsingskader ................................................................ 13

4.3

Toetsingstabellen grond en grondwater.................................................................................. 13

4.4

Overschrijdingstabellen grond en grondwater ........................................................................ 14

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ................................................................................................... 16 5.1

Conclusies ............................................................................................................................... 16

5.2

Aanbevelingen ........................................................................................................................ 16

TABELLEN TABEL 2.1: algemene bodem- en locatiegegevens TABEL 2.2: conclusie en hypothese vooronderzoek TABEL 3.1: verrichte veldwerkzaamheden TABEL 3.2: peilbuisgegevens TABEL 4.1: overzicht samenstelling (meng)monsters en analyseparameters TABEL 4.2: overschrijdingstabel grond TABEL 4.3: Toetsing analyseresultaten (aangepast) tijdelijk handelingskader PFAS. TABEL 4.4: overschrijdingstabel grondwater BIJLAGEN BIJLAGE 1a: Locatie aanduiding op topografische ondergrond + foto’s onderzoekslocatie BIJLAGE 1b: Historische kaarten en luchtfoto BIJLAGE 2: Situatietekening onderzoekslocatie BIJLAGE 3: Boorprofielen BIJLAGE 4: Analyserapporten BIJLAGE 5: Toetsingstabellen grond en grondwater BIJLAGE 6: Toetsingskader BIJLAGE 7: Vooronderzoek

Verkennend bodemonderzoek, Gladdijk 5-7 te Spijkenisse, ANL20-5468

2/16

SAMENVATTING Op de locatie gelegen aan de Gladdijk 5-7 te Spijkenisse is in december 2020 – januari 2021 door ABOMilieuconsult B.V. een vooronderzoek en een verkennend bodemonderzoek conform NEN 5725 en NEN 5740 uitgevoerd in opdracht van de Juust B.V. De onderzoekslocatie is gelegen aan de Gaddijk 5-7 te Spijkenisse (kadastraal bekend als: Gemeente Spijkenisse, sectie F, nummers 6125 en 8228 (ged.)). De onderzoekslocatie is volledig braakliggend met een oppervlakte van circa 850 m 2. Aanleiding voor het uitvoeren van het onderzoek betreft het opstellen van een bestemmingsplan en de daaruit voortvloeiende aanvraag van een omgevingsvergunning (activiteit bouwen). De locatie kan op basis van het vooronderzoek als onverdacht worden beschouwd. Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn in totaal 6 boringen verricht. Boringen 3 t/m 6 zijn tot 0,5 m -mv, boring 2 is tot 2,0 m -mv en boring P1 is tot 3,1 m -mv verricht. Boring P1 is afgewerkt met een peilbuis (boring P1, filterstelling 2,1 – 3,1 m -mv). Conclusies In grondmengmonsters MM1bg (boringen 2 en 4, traject 0,0 – 0,5 m –mv) en grondmonsters 1-2 (boring 1, traject 0,4 – 0,8 m –mv), 2-3 (boring 2, traject 0,6 – 0,8 m –mv) en 4-2 (boring 4, traject 0,3 – 0,5 m- mv) zijn lichte verontreiniging (overschrijding achtergrondwaarde) aangetoond voor de parameters koper, zink, cadmium, kwik, lood, nikkel, kobalt en PAK.

De overige van de geanalyseerde parameters zijn niet verhoogd aangetoond ten opzichte van de achtergrondwaarde. Op basis van de onderzoeksresultaten kan geconcludeerd worden dat MM1bg-PFAS en MM2ogPFAS voldoen aan de toepassingsnorm voor bodemfunctieklasse Landbouw/natuur. In het grondwater uit peilbuis P1 (filterstelling 2,1 – 3,1 m –mv) wordt een lichte verontreiniging (overschrijding streefwaarde) aangetoond voor de parameters barium, kwik en xylenen. De overige geanalyseerde parameters worden niet verhoogd aangetoond ten opzichte van de streefwaarde. De hypothese "De onderzoekslocatie is onverdacht” kan op basis van de onderzoeksresultaten gezien verworpen worden.

Verkennend bodemonderzoek, Gladdijk 5-7 te Spijkenisse, ANL20-5468

3/16

Aanbevelingen De aangetoonde lichte verontreinigingen in de boven- en ondergrond en in het grondwater uit peilbuis P1 zijn dermate gering dat deze resultaten geen aanleiding geven tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek. De aangetroffen bijmengingen met baksteen en puin worden als asbestverdacht beschouwd waardoor formeel gezien een asbestonderzoek conform NEN5707 wordt aanbevolen. Opgemerkt wordt dat tijdens de monsterneming geen asbest verdachte materialen (plaatmateriaal etc.) zijn aangetroffen. Opgemerkt dient te worden dat aan de hand van de bevindingen van onderhavig onderzoek geen absolute uitspraken kunnen worden gedaan over de hergebruiksmogelijkheden van eventueel af te voeren grond. Om te bepalen of er sprake is van grond (bodemkwaliteitsklasse achtergrondwaarde, wonen of industrie) ofwel een bouwstof gelden er andere beoordelingscriteria en onderzoeksstrategieën. Voldaan moet worden aan het Besluit bodemkwaliteit. Veldmedewerkers:

R. Kole (Sialtech B.V. erkend BRL 2001 & 2002)

Projectadviseur:

Dhr. Ing. B. Lijmbach

Handtekening:

Dhr. R.J. van der Helm Team Manager Zonder toestemming van de opdrachtgever of ABO-Milieuconsult B.V. mag deze uitgave niet anders dan in zijn geheel worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van fotokopie, microfilm of welke andere wijze dan ook. Alle opdrachten worden uitgevoerd volgens onze Algemene Voorwaarden, zoals gedeponeerd bij de KvK Zuidwest-Nederland te Middelburg onder nr. 22065838. Op verzoek kunnen de Algemene Voorwaarden naar u worden toegestuurd.

Verkennend bodemonderzoek, Gladdijk 5-7 te Spijkenisse, ANL20-5468

4/16

1 INLEIDING Door Juust B.V. is aan ABO-Milieuconsult B.V. opdracht verleend een vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek conform NEN 5725 en NEN 5740 uit te voeren op de locatie gelegen aan de Gladdijk 5-7 te Spijkenisse. Straat, Plaats Gemeente

: Gladdijk 5-7 te Spijkenisse : Nissewaard

Kadastrale gegevens Sectie Nummer

: F : 6125 en 8228 (ged.)

Gemeente

: Spijkenisse

Oppervlakte

: Circa 850 m2

Omschrijving

: De onderzoekslocatie is volledig braakliggend met een oppervlakte van circa 850 m2.

Zie bijlage 1 voor de regionale ligging en bijlage 2 voor een overzicht van de onderzoekslocatie. Doel van het onderzoek Het onderzoek heeft tot doel inzicht te verkrijgen in de algemene kwaliteit van de bodem c.q. de aard en de concentraties aan milieubelastende stoffen die in de grond en het grondwater voorkomen. Aanleiding van het onderzoek Aanleiding voor het uitvoeren van het onderzoek betreft het opstellen van een bestemmingsplan en de daaruit voortvloeiende aanvraag van een omgevingsvergunning (activiteit bouwen). Rapportage In het onderhavige rapport worden de uitgangspunten en de resultaten van dit verkennend bodemonderzoek beschreven. In hoofdstuk 2 van het rapport zijn de resultaten van het vooronderzoek en de gehanteerde hypotheses weergegeven. De veldwerkzaamheden en het laboratoriumonderzoek zijn beschreven in de hoofdstukken 3 en 4. In hoofdstuk 5 zijn de conclusies en aanbevelingen vermeld. ABO-Milieuconsult B.V. heeft als onafhankelijk adviseur geen enkele juridische binding met de eigenaar van de onderzoekslocatie.

Verkennend bodemonderzoek, Gladdijk 5-7 te Spijkenisse, ANL20-5468

5/16

2

VOORONDERZOEK In dit hoofdstuk wordt het voormalige, het huidige en het toekomstige bodemgebruik besproken. Dit zal leiden tot een hypothese over de mogelijke verontreinigingssituatie van de onderzoekslocatie. In de NEN 5725 zijn zeven aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Opgemerkt wordt dat er sprake kan zijn van een combinatie van meerdere aanleidingen. In dat geval dienen de onderzoeksvragen voor elke afzonderlijke aanleiding te worden beantwoord. Voor onderhavig onderzoek is de volgende aanleiding / zijn de volgende aanleidingen vastgesteld: A: Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek. De onderzoeksvragen, behorende bij de vastgestelde aanleiding, zijn in de navolgende paragrafen in tabelvorm aangegeven. Per onderzoeksvraag is, direct onder de betreffende vraag, het antwoord opgenomen.

2.1 Algemene bodem- en locatiegegevens De algemene locatiegegevens en algemene gegevens met betrekking tot de bodem worden als volgt samengevat: Tabel 2.1: Algemene bodem- en locatiegegevens Algemene onderzoeksaspecten 1.

Bron(houder)

Locatiegegevens en ligging

Adres en plaats

Gladdijk 5-7 te Spijkenisse

Kadaster

Burgerlijke gemeente

Nissewaard

Kadaster

Kadastrale gemeente

Spijkenisse

Kadaster

Sectie(s)

F

Kadaster

6125 en 8228 (ged.)

Kadaster

Oppervlakte (m )

Circa 850

Opdrachtgever/ kadaster perceel

Gemiddelde hoogte (m1 t.o.v. NAP)

-1,8

AHN

Ligging op kaart

Zie bijlage 1 en 2

Kadaster

Verhardingen

Braakliggend

Opdrachtgever

Antropogene lagen

Onbekend

Opdrachtgever

Dempingen

Tweetal sloten, welke omstreeks 1985 zijn gedempt. Onderzocht in januari 1995.

Topotijdreis

Grondwaterbeheersplan

N.v.t.

Gemeente Nissewaard

Geohydrologie

Zie §2.4

Dinoloket

Nummer(s) 2

2.

3.

Bodemopbouw

Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit

Zonering bodemkwaliteitskaart (BKK)

B1/O1 Oude bebouwing Geervliet

Gemeente Nissewaard

BKK klasse bovengrond

Wonen

Gemeente Nissewaard

BKK klasse ondergrond

Landbouw

Gemeente Nissewaard

BKK functieklasse

Wonen

Gemeente Nissewaard

Boomgaardenkaart (periode)

N.v.t.

Topotijdreis

Aandachtsgebied lood

N.v.t.

Gemeente Nissewaard

Aandachtsgebied arseen in grondwater

N.v.t.

Gemeente Nissewaard

Asbestkansenkaart

Niet gezoneerd

Gemeente Nissewaard

Voormalig stortplaats bekend

N.v.t.

Gemeente Nissewaard

Opslagtanks bekend

Ja, bovengrondse olie opslag. Welke omstreeks 1995 is verwijderd.

DCMR

Geval van ernstige bodemverontreiniging bekend

Nee

DCMR

Verkennend bodemonderzoek, Gladdijk 5-7 te Spijkenisse, ANL20-5468

6/16

Bodemdocumenten bekend 4.

Zie §2.3

DCMR

Gebruik en beïnvloeding van de locatie

Voormalig gebruik

Garagebedrijf

Opdrachtgever, Topotijdreis

Huidig gebruik

Braakliggend

Opdrachtgever, Topotijdreis

Toekomstig gebruik

Recreatie

Opdrachtgever

Aard bebouwing

Geen

BAG (gemeente)

Periode bebouwing

1895 - 1995

BAG (gemeente)

Bedrijventerrein

Nee

Google maps

Calamiteiten bekend

Nee

DCMR

Bodembedreigende activiteiten bekend

Nee

DCMR

Relevante vergunningen beschikbaar

Nee

DCMR

Toepassing asbestverdachte materialen

Nee

DCMR

Geen

Sialtech, 21-12-2020

5.

Terreinverkenning

Bijzonderheden

2.2 Historische kaarten, luchtfoto’s en overig beeldmateriaal De onderzoekslocatie is gelegen aan de Gladdijk 5-7 te Spijkenisse. De onderzoekslocatie betreft momenteel braakliggend terrein. Uit de historische kaarten van topotijdreis blijkt dat de onderzoekslocatie van 1895 tot circa 1995 uit bebouwd terrein heeft bestaan. 2.3 Eerder uitgevoerd bodemonderzoek Volgens beschikbare informatie (bodemloket.nl en DCMR) hebben in het verleden enkele activiteiten plaatsgevonden die (bodem)verontreiniging zouden kunnen veroorzaken. De locatie is sinds 1895 bebouwd. Volgens informatie van de opdrachtgever is ter plaatse van de onderzoekslocatie een garagebedrijf gevestigd geweest. Het garagebedrijf A. van Vuuren is aanwezig geweest vanaf 1968. De bedrijfsactiviteiten zijn in 1995 beëindigd. De locatie is op 31 maart 1995 verkocht aan Gemeente Spijkenisse. In 1988 zijn op het perceel een tweetal watergangen gedempt met puinhoudend materiaal afkomstig van het naastgelegen perceel Gaddijk 3. Op 3 februari 1992 is een periodieke controle uitgevoerd bij het garagebedrijf van A. van Vuuren aan de Gaddijk 5. Hierbij is gebleken dat het garagebedrijf beschikt over een tweetal hefbruggen. Deze staan in de werkplaats. De werkplaats is voorzien van een betonnen vloer. Verder zijn diverse bovengrondse opslagplaatsen voor onder andere afgewerkte olie, remolie, koelvloeistof en oliefilters aanwezig.

Er zijn op de locatie geen ondergrondse tanks aanwezig. Op basis van de beschikbare informatie zijn in het verleden enkele (bodem)onderzoeken uitgevoerd.

Verkennend bodemonderzoek, Gladdijk 5-7 te Spijkenisse, ANL20-5468

7/16

Nulsituatie bodemonderzoek, Gaddijk 5 te Spijkenisse, MOS Grondmechanica, kenmerk: 001095, d.d. januari 1995: In januari 1995 is in opdracht van Gemeente Spijkenisse een nulsituatie-bodemonderzoek uitgevoerd (MOS Grondmechanica, project 001095). Op dat moment was op het perceel een garagebedrijf gevestigd. Op het perceel bevonden zich een werkplaats, opslag, wasplaats, een zandvang, een oliescheider, een kantoor en een woonhuis. Het bedrijfsterrein is in 1994 verhard met asfalt. Op het perceel zijn twee gedempte watergangen aanwezig. Tijdens het onderzoek zijn alle verdachte locaties onderzocht. Over een groot deel van het perceel is onder de verharding (asfalt, beton, tegels) een puinverharding aangetroffen. Bij de verdachte deellocaties zijn geen zintuiglijke waarnemingen die duiden op een verontreiniging met minerale olie met uitzondering van de waarnemingen in het puin. Uit de analyseresultaten blijkt dat zowel op het onverdachte terreindeel als ter plaatse van de verdachte deellocaties voor diverse zware metalen, minerale olie en PAK in de bodem maximaal lichte verhogingen zijn aangetoond. In het grondwater zijn geen van de onderzochte parameters hoger dan de streefwaarden. Nader bodemonderzoek, Gaddijk 5 te Spijkenisse, MOS Grondmechanica, kenmerk: 001095-017398, d.d.

24 februari 1998: Tijdens een nader onderzoek dat is uitgevoerd in 1998 in opdracht van Gemeente Spijkenisse is het puin in de bovengrond direct onder de asfalt- en betonverharding onderzocht. Hierbij zijn alleen lichte verhogingen aan zware metalen, minerale olie en PAK aangetroffen. Vanwege de verhogingen aan minerale olie is geadviseerd het puin af te voeren. Verkennend bodemonderzoek, Gaddijk 5 te Spijkenisse, Grondslag BV, kenmerk: 16840-01, d.d. 3 december 2010: De gestelde hypothese, dat ter plaatse van de onderzoekslocatie hooguit lichte verhogingen worden verwacht, is deels bevestigd. Er zijn in de grond enkel lichte verhogingen aangetoond. In het grondwater is een matige verhoging aan barium aangetoond. De matige verhoging aan barium geeft formeel aanleiding tot het verrichten van aanvullend onderzoek. Verhogingen aan barium worden regelmatig gemeten in veengronden als gevolg van natuurlijk verhoogde achtergrondwaarden. Aangezien geen bronnen voor een bariumverontreiniging op het perceel bekend zijn wordt de verhoging toegeschreven aan natuurlijke oorzaken. Aanvullend onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. De onderzoeksresultaten vormen milieuhygiënisch gezien geen belemmeringen voor de afgifte van een bouwvergunning of voor transactie. De afgifte van de bouwvergunning blijft echter een beleidsmatige afweging van de gemeente zelf.

Verkennend bodemonderzoek, Gladdijk 5-7 te Spijkenisse, ANL20-5468

8/16

2.4 Bodemsamenstelling en geohydrologische situatie De gemiddelde hoogteligging van de onderzoekslocatie bedraagt circa 1,8 m -NAP. De regionale ligging van de locatie is opgenomen in bijlage 1. Voor inzicht in de bodemopbouw (geologie en geohydrologisch) op de onderzoekslocatie is het digitale kaartmateriaal, zoals beschikbaar gesteld door TNO op de website van DINO loket, ingezien. In onderstaand figuur is het schematisch model (50 meter diepte) van de geologie ter plaatse van de onderzoekslocatie. De zwarte verticale lijn snijdt de onderzoekslocatie.

2.5 Interpretatie verwachte milieuhygiënische bodemkwaliteit In de NEN 5725:2017 zijn per generieke aanleiding zoals benoemd in het begin van dit hoofdstuk, diverse te beantwoorden onderzoeksvragen geformuleerd. Na het verkrijgen van de gegevens beschreven in voorgaande paragrafen dienen in onderhavig onderzoek nog de volgende vragen te worden beantwoord om een onderzoekshypothese te vormen: A. Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek. -

Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie en is deze voldoende? Het onderzoek beperkt zich tot de grenzen zoals aangegeven op de situatietekening in bijlage 2.

-

Is er sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging, zowel vanuit het verleden als het heden? Zo ja, wat zijn de potentiële bronnen van bodemverontreiniging, waar liggen ze en wat zijn de verdachte parameters? In de periode van 1968 tot 1995 is er op de onderzoekslocatie een garagebedrijf gesitueerd geweest. Dit geeft mogelijk aanleiding tot bodemverontreiniging. In de periode van 1940 – 1985 zijn er ook een tweetal sloten aanwezig geweest welke omstreeks 1985 zijn gedempt. Echter uitgaande van de voorgaande onderzoeken kan worden uitgegaan van een onverdachte locatie.

Verkennend bodemonderzoek, Gladdijk 5-7 te Spijkenisse, ANL20-5468

9/16

-

Is de bodem asbestverdacht? Welke kwaliteitsklasse is toegekend aan de bodem in de bodemkwaliteitskaart en welke lagen zijn daarbij onderscheiden? Vooralsnog is de locatie niet asbestverdacht. De kwaliteitsklasse betreft “wonen” voor de bovengrond en “natuur” voor de ondergrond.

-

Wat is de bodemopbouw en geohydrologie en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen? Zo ja, welke fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen zijn er en waar bevinden deze zich? De verwachte bodemopbouw betreft zand, klei en veen.

-

Is er sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater? Zo ja, welke beïnvloeding en waar? Nee, er is geen informatie bekend met betrekking tot beïnvloeding vanuit de omgeving.

-

Wordt op de locatie of een deel daarvan (geval van ernstige) bodemverontreiniging vermoed? Zo ja, waar bevindt deze zich? Nee.

-

Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of is bodemonderzoek noodzakelijk? Motiveer het antwoord. Veld- en analytisch onderzoek is noodzakelijk. De beschikbare gegevens geven te weinig concrete informatie over de huidige milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (bovengrond, ondergrond en grondwater) op de locatie.

-

Welke hypothese en strategie zijn van toepassing bij de uitvoering van bodemonderzoek (inclusief de indeling van de onderzoekslocatie in deellocaties met verschillende hypotheses over de aard en verdeling van de verontreinigende stoffen)? Zie §2.6

2.6 Conclusies met betrekking tot het vooronderzoek Tabel 2.2: Conclusie en hypothese vooronderzoek (Deel)locatie Gladdijk 5-7 te Spijkenisse Oppervlakte (m2)

Circa 850

Bijzonderheden

-

Conclusie

Grond

Onverdacht

Grondwater

Onverdacht

NEN5740

§5.1 ONV-NL

Hypothese Onderzoeksstrategie

Indien één of meer geanalyseerde parameters in de grond of het grondwater worden aangetoond in een gehalte/concentratie boven de achtergrondwaarde voor grond van de toetsingstabel uit de Regeling bodemkwaliteit Bijlage B, tabel 1 (13 december 2007) of streefwaarde voor grondwater uit de Circulaire Bodemsanering 2013, wordt de hypothese verworpen. Voor de toetsing van de parameters PFAS wordt aangesloten bij het tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie, d.d. 8 juli 2019) inclusief de aanpassing tijdelijk handelingskader PFAS d.d. 2 juli 2020.

Verkennend bodemonderzoek, Gladdijk 5-7 te Spijkenisse, ANL20-5468

10/16

3

VELDWERKZAAMHEDEN

3.1 Opzet veldwerkzaamheden De veldwerkzaamheden, te weten het uitvoeren van de boringen, het plaatsen van de peilbuis, het bemonsteren van de grond, het bemonsteren van het grondwater en het zintuiglijk onderzoek van de grond(water)monsters zijn uitgevoerd onder procescertificaat BRL SIKB 2000, protocollen 2001 en 2002 (laatst vigerende versie). Voor de monstername is tevens aangesloten bij de Handreiking PFAS bemonsteren (V1.0, 25 juni 2020) opgesteld door het Expertisecentrum PFAS, VVMA en VKB. PFAS staat voor: Poly- en PerFluor Alkyl Stoffen. De grond is, afhankelijk van de zintuiglijke waarnemingen en bodemopbouw, per 0,5 m bemonsterd. De situering van de boorpunten en de peilbuis is weergegeven in bijlage 2. De boorbeschrijvingen zijn opgenomen in bijlage 3. 3.2 Resultaten veldonderzoek De veldwerkzaamheden zijn uitbesteed aan Sialtech B.V. De boorwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 21 december 2020 door de SIKB BRL 2000 erkende veldwerker dhr. R. Kole. Het grondwater is bemonsterd op 28 december 2020 door dhr. R. Kole. In de volgende tabellen zijn de verrichte werkzaamheden schematisch weergegeven. Tabel 3.1: Verrichte veldwerkzaamheden Locatie Gladdijk 5-7 te Spijkenisse (circa 850 m2)

Aantal boringen 4 tot 0,5 m -mv (boringen 3 t/m 6) 1 tot 2,0 m -mv (boring 2)

Tabel 3.2: peilbuisgegevens Watermonster Filterdiepte Grondwaterstand (m -mv) (m -mv) 1-1-1 2,10 - 3,10 0,45 EC: elektrisch geleidingsvermogen pH: zuurgraad Temp.: temperatuur NTU: Nephelometric Turbidity Unit

pH (-) 6,5

Aantal peilbuizen 1 (standaard filterstelling) (boringen P1)

EC (µS/cm) 3820

Troebelheid (NTU) 64

Troebelheid is een kwalitatieve meting die een waarde geeft over de helderheid van water tussen 1 en 10 NTU is een natuurlijke waarde, hoe hoger hoe troebeler het monster. Een verhoogde troebelheid kan in sommige gevallen leiden tot een overschatting van de gehalten aan organische parameters in het grondwater. Bij het voorliggende onderzoek is de index van geen enkele organische parameter groter dan 0,5. De eventuele overschatting van de gehalten als gevolg van een verhoogde troebelheid heeft geen gevolgen voor de interpretatie van de onderzoeksgegevens en de conclusies van dit rapport. Aanvullend onderzoek naar de verhoogde troebelheid is daarom niet uitgevoerd. Geen van de overige in het veld gemeten waarden in het grondwater wijkt duidelijk af van de waarde, welke gezien de natuurlijke omstandigheden, verwacht kan worden. De boven- en de ondergrond tot 3,1 m -mv (maximale boordiepte) bestaat wisselend uit zand, klei en veen. Voor een meer gedetailleerde beschrijving van de bodemopbouw wordt verwezen naar bijlage 3. Tijdens het zintuiglijk onderzoek van de grond zijn verschillende bodemvreemde en/of op verontreiniging duidende kenmerken waargenomen. In tabel 3.3 zijn de zintuiglijke waarnemingen weergegeven.

Verkennend bodemonderzoek, Gladdijk 5-7 te Spijkenisse, ANL20-5468

11/16

Tabel 3.3: Zintuiglijke waarnemingen Boring Diepte boring Traject (m -mv) (m -mv) 1 3,10 0,00 - 0,40

2

0,80

4

0,50

6

0,53

Grondsoort

Waargenomen bijzonderheden

Veen

zwak grindhoudend, zwak baksteenhoudend, zwak wortelhoudend, geen olie-water reactie zwak baksteenhoudend, resten grind, sporen puin, geen olie-water reactie zwak wortelhoudend, resten baksteen, resten grind, geen olie-water reactie sterk puinhoudend, geen olie-water reactie, Gestaakt ivm puinonderlaag resten puin, sporen grind, geen olie-water reactie matig grindhoudend, resten puin, geen olie-water reactie volledig puin, geen olie-water reactie, Gestaakt ondoordringbaar.

0,40 - 0,80

Veen

0,00 - 0,60

Klei

0,60 - 0,80 0,00 - 0,30 0,30 - 0,50 0,50 - 0,53

Klei Klei Zand Klei

Opgemerkt wordt dat in het kader van dit onderzoek geen specifiek onderzoek (conform NEN 5707, bodeminspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem) is verricht naar het voorkomen van asbest in de grond. Formeel gezien dient, vanwege het aantreffen van bijmengingen met baksteen en ondefinieerbaar puin, een asbestonderzoek (conform NEN5707) uitgevoerd te worden.

Verkennend bodemonderzoek, Gladdijk 5-7 te Spijkenisse, ANL20-5468

12/16

4

LABORATORIUMONDERZOEK

4.1 Opzet laboratoriumonderzoek Het samenstellen van de mengmonsters en de grondanalyses is uitgevoerd door het AS3000 en RvAgeaccrediteerde laboratorium van Eurofins Analytico te Barneveld. De geanalyseerde (meng)monsters en hun samenstelling zijn als volgt. Tabel 4.1: Overzicht samenstelling (meng)monsters en analyseparameters Analysemonster Traject (m -mv) Deelmonsters Motivatie Bodem: MM1bg 0,00 - 0,50 2 (0,00 - 0,50) Kleilaag bovengrond met 4 (0,00 - 0,30) zintuigelijke bijmeningen met (zwak) baksteen en (sporen) puin 1-2 0,40 - 0,80 1 (0,40 - 0,80) Veenlaag met zintuigelijke bijmeningen met (zwak) baksteen en (resten) puin 2-3 0,60 - 0,80 2 (0,60 - 0,80) Sterk puinhoudende kleilaag

Analysepakket Standaardpakket grond inclusief lutum en organische stof

Standaardpakket grond inclusief lutum en organische stof Standaardpakket grond inclusief lutum en organische stof Standaardpakket grond inclusief lutum en organische stof

4-2

0,30 - 0,50

4 (0,30 - 0,50)

Zandlaag met zintuigelijke bijmeningen met (resten) puin

PFAS: MM1bgPFAS

0,00 - 0,50

Algemene bovengrond

Organische stof (gloeiverlies), PFAS (28) Handelingskader

MM2ogPFAS

0,60 - 1,10

2 (0,00 - 0,50) 3 (0,00 - 0,30) 4 (0,00 - 0,30) 5 (0,00 - 0,30) 6 (0,00 - 0,50) 2 (0,60 - 0,80) 3 (0,60 - 1,10)

Algemene ondergrond

Organische stof (gloeiverlies), PFAS (28) Handelingskader

Grondwater: P1-1

2,10 - 3,10

Filterstelling

Grondwater

Standaardpakket grondwater

Standaard pakket grond:

Standaard pakket grondwater:

PFAS:

Bestaat uit de parameters: 9 metalen: barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink, somPCB’s (som van PCB 28, PCB 52, PCB 101, PCB 118, PCB 138, PCB 153 en PCB 180), som-PAK’s (som van naftaleen, fenantreen, antraceen, fluorantheen, chryseen, benzo(a)antraceen, benzo(a)pyreen, benzo(k)fluorantheen, indeno(1,2,3 cd)pyreen en benzo(ghi)peryleen) en minerale olie (GC). Bestaat uit de parameters: 9 metalen: barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink, vluchtige aromatische koolwaterstoffen (de som van benzeen, tolueen, ethylbenzeen som-xylenen (som o, m, p,) styreen en naftaleen), vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen: de som van 19 stoffen en minerale olie (GC). Poly- en PerFluor Alkyl Stoffen (28 stoffen uit het tijdelijk handelingskader)

In bijlage 4 zijn de analyserapporten van de grond(meng)monsters opgenomen. Alle laboratoria van Eurofins zijn RvA-geaccrediteerd. 4.2 Resultaten laboratoriumonderzoek/toetsingskader Wet bodembescherming (Wbb) Bij de beoordeling van de kwaliteit van de grond is gebruik gemaakt van de toetsingstabel zoals vermeld in het Besluit- en de Regeling bodemkwaliteit en de Circulaire bodemsanering 2013. Hiervoor is gebruik gemaakt van BOTOVA-gevalideerde software. (BoToVa staat voor Bodem Toets en Validatie). Deze toetsingstabel bevat achtergrond-, streef- en interventiewaarden voor de beoordeling van concentratieniveaus van diverse milieubelastende stoffen in de bodem. Een nadere uitleg betreffende het toetsingskader is opgenomen in bijlage 6. Aanpassing tijdelijk handelingskader PFAS (2 juli 2020) De onderzoeksresultaten van de PFAS analyses en (GenX) zijn getoetst aan de landelijke normen voor toepasbaar op land zoals genoemd in de Kamerbrief van 2 juli 2020 met betrekking tot Aanpassing tijdelijk handelingskader PFAS. In bijlage 6.2 van onderhavig onderzoek zijn de toepassingsnormen in tabel opgenomen. 4.3 Toetsingstabellen grond en grondwater De achtergrondwaarden en interventiewaarden van de grond hebben betrekking op een bodem met bepaalde organische stof- en lutumpercentages zoals deze in de tabellen zijn gepresenteerd.

In bijlage 5 zijn de toetsingsresultaten aan de Wet bodembescherming en het tijdelijk handelingskader PFAS weergegeven. Verkennend bodemonderzoek, Gladdijk 5-7 te Spijkenisse, ANL20-5468

13/16

4.4 Overschrijdingstabellen grond en grondwater In onderstaande tabellen worden de overschrijdingen van de parameters in de grond en het grondwater aangegeven. Tabel 4.2: Overschrijdingstabel grond AnalyseTraject monster (m -mv) MM1bg 2 (0,00 - 0,50) 4 (0,00 - 0,30) 1-2 1 (0,40 - 0,80)

2-3

2 (0,60 - 0,80)

4-2

4 (0,30 - 0,50)

> AW >I Index

> AW (+index) Licht verontreinigd Zink (0,08) Lood (0,01) Koper (0,06) Zink (0,15) Cadmium (0,02) Kwik (-) Lood (0,2) PAK 10 VROM (0,11) Kwik (-) PAK 10 VROM (0,14) Minerale olie C10 - C40 (0,14) Kobalt (0,04) Nikkel (0,04) Zink (0,21) Cadmium (-) Kwik (-) Lood (0,2)

> I (+index) Sterk verontreinigd -

BBK monster-conclusie Indicatief Altijd toepasbaar

-

Klasse industrie

-

Klasse industrie

-

Niet Toepasbaar > industrie

: geen overschrijdingen : > Achtergrondwaarde : > Interventiewaarde : (GSSD - AW) / (I - AW)

Conclusie: In grondmengmonsters MM1bg (boringen 2 en 4, traject 0,0 – 0,5 m –mv) en grondmonsters 1-2 (boring 1, traject 0,4 – 0,8 m –mv), 2-3 (boring 2, traject 0,6 – 0,8 m –mv) en 4-2 (boring 4, traject 0,3 – 0,5 m- mv) zijn lichte verontreiniging (overschrijding achtergrondwaarde) aangetoond voor de parameters koper, zink, cadmium, kwik, lood, nikkel, kobalt en PAK. De overige van de geanalyseerde parameters zijn niet verhoogd aangetoond ten opzichte van de achtergrondwaarde. Tabel 4.3: Toetsing analyseresultaten (aangepast) tijdelijk handelingskader PFAS. AnalyseDeelmonsters Motivatie Analyseresultaten in µg/kg ds. Monster-conclusie1) monster PFOS PFOA Overige PFAS MM1bgPFAS 2 (0,00 - 0,50) Algemene 0,9 0,7 0,1 Voldoet aan de 3 (0,00 - 0,30) bovengrond achtergrondwaarde 4 (0,00 - 0,30) 5 (0,00 - 0,30) 6 (0,00 - 0,50) MM2ogPFAS 2 (0,60 - 0,80) Algemene 0,2 0,2 0,1 Voldoet aan de 3 (0,60 - 1,10) ondergrond achtergrondwaarde 1) De toepassingsnorm voor PFAS in bodemfunctieklasse landbouw/natuur bedraagt voor de parameters overige PFAS inclusief GenX 1,4 µg/kg ds en PFOS 1,9 µg/kg ds. Opgemerkt dient te worden dat gebiedsspecifiek mogelijk een hogere achtergrondwaarde wordt gehanteerd. De toepassingsnormen voor PFAS in bodemfunctieklasse Wonen en Industrie zijn respectievelijk 3 µg/kg ds. voor de overige PFAS, PFOS en GenX en voor PFOA 7 µg/kg ds.

Conclusie: Op basis van de onderzoeksresultaten kan geconcludeerd worden dat MM1bg-PFAS en MM2ogPFAS voldoen aan de toepassingsnorm voor bodemfunctieklasse Landbouw/natuur.

Verkennend bodemonderzoek, Gladdijk 5-7 te Spijkenisse, ANL20-5468

14/16

Tabel 4.4: Overschrijdingstabel grondwater Watermonster Filterdiepte > SW (+index) (m -mv) Licht verontreinigd P1-1-1 2,10 - 3,10 Barium (0,38) Kwik (0,01) Xylenen (som) (-) : geen overschrijdingen >S : > Streefwaarde >I : > Interventiewaarde Index : (GSSD - S) / (I - S)

> I (+index) Sterk verontreinigd -

Conclusie: In het grondwater uit peilbuis P1 (filterstelling 2,1 – 3,1 m –mv) wordt een lichte verontreiniging (overschrijding streefwaarde) aangetoond voor de parameters barium, kwik en xylenen. De overige geanalyseerde parameters worden niet verhoogd aangetoond ten opzichte van de streefwaarde.

Verkennend bodemonderzoek, Gladdijk 5-7 te Spijkenisse, ANL20-5468

15/16

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN 5.1 Conclusies In grondmengmonsters MM1bg (boringen 2 en 4, traject 0,0 – 0,5 m –mv) en grondmonsters 1-2 (boring 1, traject 0,4 – 0,8 m –mv), 2-3 (boring 2, traject 0,6 – 0,8 m –mv) en 4-2 (boring 4, traject 0,3 – 0,5 m- mv) zijn lichte verontreiniging (overschrijding achtergrondwaarde) aangetoond voor de parameters koper, zink, cadmium, kwik, lood, nikkel, kobalt en PAK. De overige van de geanalyseerde parameters zijn niet verhoogd aangetoond ten opzichte van de achtergrondwaarde. Op basis van de onderzoeksresultaten kan geconcludeerd worden dat MM1bg-PFAS en MM2ogPFAS voldoen aan de toepassingsnorm voor bodemfunctieklasse Landbouw/natuur. In het grondwater uit peilbuis P1 (filterstelling 2,1 – 3,1 m –mv) wordt een lichte verontreiniging (overschrijding streefwaarde) aangetoond voor de parameters barium, kwik en xylenen. De overige geanalyseerde parameters worden niet verhoogd aangetoond ten opzichte van de streefwaarde. De hypothese "De onderzoekslocatie is onverdacht” kan op basis van de onderzoeksresultaten gezien verworpen worden. 5.2 Aanbevelingen De aangetoonde lichte verontreinigingen in de boven- en ondergrond en in het grondwater uit peilbuis P1 zijn dermate gering dat deze resultaten geen aanleiding geven tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek.

De aangetroffen bijmengingen met baksteen en puin worden als asbestverdacht beschouwd waardoor formeel gezien een asbestonderzoek conform NEN5707 wordt aanbevolen. Opgemerkt wordt dat tijdens de monsterneming geen asbest verdachte materialen (plaatmateriaal etc.) zijn aangetroffen. Opgemerkt dient te worden dat aan de hand van de bevindingen van onderhavig onderzoek geen absolute uitspraken kunnen worden gedaan over de hergebruiksmogelijkheden van eventueel af te voeren grond. Om te bepalen of er sprake is van grond (bodemkwaliteitsklasse achtergrondwaarde, wonen of industrie) ofwel een bouwstof gelden er andere beoordelingscriteria en onderzoeksstrategieën. Voldaan moet worden aan het Besluit bodemkwaliteit.

Verkennend bodemonderzoek, Gladdijk 5-7 te Spijkenisse, ANL20-5468

16/16

BIJLAGE 1a Locatie aanduiding op topografische ondergrond + foto’s onderzoekslocatie

Verkennend bodemonderzoek, Gladdijk 5-7 te Spijkenisse, ANL20-5468

bijlagen

Bijlage 1a: locatie aanduiding op topografische ondergrond Onderzoekslocatie

Bron: Topografische kaart Provincie Zeeland

Verkennend bodemonderzoek, Gladdijk 5-7 te Spijkenisse, ANL20-5468

bijlagen

Foto 1

Foto 2

Verkennend bodemonderzoek, Gladdijk 5-7 te Spijkenisse, ANL20-5468

bijlagen

Foto 3

Foto 4

Verkennend bodemonderzoek, Gladdijk 5-7 te Spijkenisse, ANL20-5468

bijlagen

Foto 5

Verkennend bodemonderzoek, Gladdijk 5-7 te Spijkenisse, ANL20-5468

bijlagen

BIJLAGE 1b Historische kaarten en luchtfoto

Verkennend bodemonderzoek, Gladdijk 5-7 te Spijkenisse, ANL20-5468

bijlagen

Figuur 1: Onderzoekslocatie weergegeven op de historische kaart 1890. Bron: Topotijdreis.nl

Figuur 2: Onderzoekslocatie weergegeven op de historische kaart van 1891-1940. Bron: Topotijdreis.nl

Verkennend bodemonderzoek, Gladdijk 5-7 te Spijkenisse, ANL20-5468

bijlagen

Figuur 3: Onderzoekslocatie weergegeven op de historische kaart van 1940-1960. Bron: Topotijdreis.nl

Figuur 4: Onderzoekslocatie weergegeven op de historische kaart van 1960-1981. Bron: Topotijdreis.nl

Verkennend bodemonderzoek, Gladdijk 5-7 te Spijkenisse, ANL20-5468

bijlagen

Figuur 5: Onderzoekslocatie weergegeven op de historische kaart van 1981-1985. Bron: Topotijdreis.nl

Figuur 6: Onderzoekslocatie weergegeven op de historische kaart van 1986-1994. Bron: Topotijdreis.nl

Verkennend bodemonderzoek, Gladdijk 5-7 te Spijkenisse, ANL20-5468

bijlagen

Figuur 7: Onderzoekslocatie weergegeven op de historische kaart van 1995-2006. Bron: Topotijdreis.nl

Figuur 8: Onderzoekslocatie weergegeven op de historische kaart van 2007-2019. Bron: Topotijdreis.nl

Verkennend bodemonderzoek, Gladdijk 5-7 te Spijkenisse, ANL20-5468

bijlagen

Figuur 9: Onderzoekslocatie (gele arcering) weergegeven op luchtfoto van 2019. Bron: Google Earth

Verkennend bodemonderzoek, Gladdijk 5-7 te Spijkenisse, ANL20-5468

bijlagen

BIJLAGE 2 Situatietekening onderzoekslocatie

Verkennend bodemonderzoek, Gladdijk 5-7 te Spijkenisse, ANL20-5468

bijlagen

BIJLAGE 3 Boorprofielen

Verkennend bodemonderzoek, Gladdijk 5-7 te Spijkenisse, ANL20-5468

bijlagen

Boorprofielen Boring:

1

0

0

gras

Boring:

1

2

0

0

Veen, sterk kleiïg, zwak grindhoudend, zwak baksteenhoudend,zwak wortelhoudend, geen olie-water reactie, donkerbruin, Edelmanboor

gras Klei, sterk zandig, sterk humeus,zwakwortelhoudend, resten baksteen, resten grind, geen olie-water reactie, neutraalbruin, Edelmanboor

2

40

Veen, sterk kleiïg, zwak baksteenhoudend, resten grind, sporen puin, geen olie-water reactie, donkerbruin, Edelmanboor

50

2

50

80

100

120

Veen, geen olie-water reactie, donkerbruin, Edelmanboor

4 150

5

200

250

250

Zand, zeer fijn, uiterst siltig, sterk humeus, geen olie-water reactie, donker bruingrijs, Edelmanboor

300 310

Projectcode: ANL20-5468

60

1 80

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindhoudend, geen olie-water reactie, neutraalgrijs, Edelmanboor

3

3

Projectnaam: Gaddijk 5-7 Spijkenisse

Klei, sterk zandig, sterk puinhoudend, geen olie-water reactie, neutraal, Edelmanboor, Gestaakt ivm puinonderlaag

Boorprofielen Boring:

3

0

0

gras

Boring:

4

1

0

0

Klei, zwak zandig, sterk humeus, geen olie-water reactie, Edelmanboor

30

Klei, sterk zandig, zwak grindhoudend, geen olie-water reactie, neutraalbruin, Edelmanboor

2 50

Klei, zwak zandig, sterk humeus, resten puin, sporen grind, geen olie-water reactie, Edelmanboor

1

30

gras

2 50

50

Zand, matig fijn, kleiïg, matig grindhoudend, resten puin, geen olie-water reactie, Edelmanboor

60

Klei, matig siltig, geen olie-water reactie, neutraalgrijs, Edelmanboor 3 100

4 130

Veen, geen olie-water reactie, donkerbruin, Edelmanboor 150

5

6 200

200

Boring:

5

0

0

gras

Boring:

1

0

gras Klei, zwak zandig, sterk humeus,zwakwortelhoudend, geen olie-water reactie, neutraalbruin, Edelmanboor

1

30

Zand, matig fijn, kleiïg, geen olie-water reactie, Edelmanboor

2 50

6

0

Klei, zwak zandig, sterk humeus,zwakwortelhoudend, geen olie-water reactie, Edelmanboor

50

50

50 53

Volledig puin, geen olie-water reactie, Edelmanboor, Gestaakt ondoordringbaar.

Projectcode: ANL20-5468

Projectnaam: Gaddijk 5-7 Spijkenisse

Verkennend bodemonderzoek, Gladdijk 5-7 te Spijkenisse, ANL20-5468

bijlagen

BIJLAGE 4 Analyserapporten

Verkennend bodemonderzoek, Gladdijk 5-7 te Spijkenisse, ANL20-5468

bijlagen

ABO-Milieuconsult B.V. Goes T.a.v. Bart Lijmbach Amundsenweg 29 4462 GP GOES

Analysecertificaat Datum: 31-Dec-2020

Hierbij ontvangt u de resultaten van het navolgende laboratoriumonderzoek. Certificaatnummer/Versie Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Monster(s) ontvangen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10467782/3