CConstaterende datNissewaard
Koppel je AI →
Document · PDF

Vaststellen bestemmingsplan Raadhuislaan; Toelichting

Gemeenteraad 6 december 2023, gemeente NissewaardBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Raadhuisstaete Spijkenisse16.361 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan Raadhuisstaete Spijkenisse Gemeente Nissewaard TOELICHTING

Bestemmingsplan Raadhuisstaete Spijkenisse Gemeente Nissewaard TOELICHTING

GEGEVENS VAN DE AANVRAGER Verdouw Advies Kerkewijk 156 3904 JJ Veenendaal T. 0318 – 50 56 37 I. www.kubiek.nu E. info@kubiek.nu

PLANGEGEVENS: IDN: Projectnummer: Titel:

NL.IMRO.1930.BPRaadhuislaanSP-3001 K20083 Raadhuisstaete Spijkenisse

Status Concept: Voorontwerp: Ontwerp: Vastgesteld:

Datum 08-01-2021 15-01-2021 09-05-2023

Projectleider:

G. Jansen

Auteur:

L. Schölvinck

Inhoudsopgave

TOELICHTING

6

Hoofdstuk1

Inleiding

6

Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Vigerende planologische situatie Opzet bestemmingsplan en toelichting

6 6 7 8

Beschrijving van de situatie

10

Huidige situatie Toekomstige situatie

10 10

Beleidskader

13

Rijksbeleid Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Ladder voor duurzame verstedelijking Provinciaal beleid Omgevingsvisie Zuid-Holland Omgevingsverordening Zuid-Holland Regionaal beleid Regioakkoord 2018-2030 Gemeentelijk beleid Omgevingsvisie Spijkenisse Centrum Nissewaard naar 2040 Meerjarenvisie Stadscentrum Spijkenisse Woonvisie 2020 - 2030 Gemeente Nissewaard Welstandnota Nissewaard 2017

13 13 14 14 16 16 16 17 17 17 17 19 20 20 21

Uitvoeringsaspecten

22

Flora en fauna Wettelijk kader Effect te vergunnen activiteiten Stikstofdepositie Conclusie Bodemkwaliteit Wettelijk kader Beoordeling Conclusie Cultuurhistorie en archeologie Wettelijk kader

22 22 22 23 24 24 24 24 24 24 24

1.1 1.2 1.3 1.4 Hoofdstuk2 2.1 2.2 Hoofdstuk3 3.1 3.1.1 3.1.2 3.1.3 3.2 3.2.1 3.2.2 3.3 3.3.1 3.4 3.4.1 3.4.2 3.4.3 3.4.4 3.4.5 Hoofdstuk4 4.1 4.1.1 4.1.2 4.1.3 4.1.4 4.2 4.2.1 4.2.2 4.2.3 4.3 4.3.1

Raadhuisstaete Spijkenisse

3

4.3.2 4.3.3 4.3.4 4.4 4.4.1 4.4.2 4.4.3 4.5 4.5.1 4.5.2 4.5.3 4.6 4.6.1 4.6.2 4.6.3 4.7 4.7.1 4.7.2 4.7.3 4.8 4.8.1 4.8.2 4.8.3 4.9 4.10 4.10.1 4.10.2 4.10.3 4.10.4 4.11 4.11.1 4.11.2 4.11.3 4.12 4.12.1 4.12.2 4.12.3 4.13 4.13.1 4.13.2 4.13.3 Hoofdstuk5 5.1 5.2 5.2.1 5.2.2

Cultuurhistorie Archeologie Conclusie Luchtkwaliteit Wettelijk kader Beoordeling Conclusie Parkeren en verkeer Parkeren Verkeer Conclusie Geluidhinder Wettelijk kader Onderzoek Conclusie Bedrijven en milieuzonering Wettelijk kader Beoordeling Conclusie Externe veiligheid Wettelijk kader Beoordeling Conclusie Kabels en leidingen Water Inleiding Beleidskader Watertoets Conclusie M.e.r.-beoordeling Wettelijk kader Vormvrije m.e.r.-beoordeling Conclusie Bezonning Wettelijk kader Beoordeling Conclusie Windhinder Wettelijk kader Beoordeling Conclusie

25 25 26 26 26 27 27 27 27 27 27 28 28 28 29 30 30 31 31 31 31 33 34 35 35 35 35 37 37 37 37 37 37 38 38 38 38 39 39 39 39

Juridische planbeschrijving

40

Inleiding Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

40 40 40 40

Raadhuisstaete Spijkenisse

4

5.3 5.3.1 5.3.2 5.4 5.4.1 5.4.2 5.5 5.5.1 5.5.2 Hoofdstuk6 6.1 6.2 6.2.1 6.2.2 6.2.3

Bestemmingsregels Opbouw bestemmingen Bestemmingen Algemene regels Anti-dubbeltelregel Overige algemene regels Overgangs- en slotregels Overgangsregel Slotregel

41 41 41 41 41 41 42 42 42

Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid

43

Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid Overleg met omwonenden Overleg met overheidsinstanties Ontwerpbestemmingsplan

43 43 43 43 43

Raadhuisstaete Spijkenisse

5

TOELICHTING Hoofdstuk 1

1.1

Inleiding

Aanleiding

Aan de Raadhuislaan 39-55 te Spijkenisse staat het complex met de naam 'Raadhuisstaete'. De initiatiefnemer is voornemens het pand te transformeren naar woningen, met uitzondering van de begane grond. Op dit moment beschikt het pand reeds over 15 appartementen en door middel van de transformatie zullen er 39 appartementen aan het pand worden toegevoegd. Deze appartementen komen op de eerste vier verdiepingen, op de plaats waar nu onder andere kantoorruimte is gevestigd. Daarnaast zal er een dakopbouw worden toegevoegd van zes verdiepingen. Hierin komen circa 78 appartementen. Het totaal aantal woningen komt daarmee uit op 132 appartementen. Het initiatief kan niet worden gerealiseerd op grond van het ter plaatse geldende bestemmingsplan, omdat middels de dakopbouw de maximaal toegestane bouwhoogtes worden overschreden. Het voornemen voorziet in een maximale bouwhoogte van 34 meter. Om de ontwikkeling planologisch-juridisch mogelijk te maken, is een procedure tot vaststelling van een nieuw bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening (Wro) noodzakelijk. Met voorliggend bestemmingsplan wordt het plan voorzien van een ruimtelijk juridisch kader. In deze toelichting wordt de beoogde ontwikkeling beschreven en wordt aangetoond dat voldaan kan worden aan de eisen van een goede ruimtelijke ordening. 1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied is gelegen aan de Raadhuislaan 39-55 te Spijkenisse. De planlocatie ligt aan de rand van het centrum van Spijkenisse, tegenover het gemeentehuis van de gemeente Nissewaard en de Stadhuis Passage. Rond de planlocatie staan afwisselend kantoorpanden, winkelruimten en woningen, al dan niet op de verdiepingen. De planlocatie is gelegen op het perceel dat kadastraal bekend staat als gemeente Spijkenisse, sectie D, perceel 6352. De projectlocatie heeft een totale oppervlakte van 1.686 m². In de onderstaande figuren is de ligging van het plangebied aangegeven.

Raadhuisstaete Spijkenisse

6

Figuur: Luchtfoto met globale begrenzing plangebied (bron: Google Maps)

Figuur: Uitsnede kadastrale kaart met ligging plangebied (bron: perceelloep.nl) 1.3

Vigerende planologische situatie

Het plangebied ligt binnen de begrenzing van het bestemmingsplan 'Centrum 2012'. Dit bestemmingsplan is vastgesteld door de gemeenteraad van de toenmalige gemeente Spijkenisse op 14 juni 2013. In het bestemmingsplan kent het plangebied de enkelbestemming 'Gemengd -1 '. Daarnaast geldt de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie -3'. Verder gelden er nog drie verschillende maatvoeringen met betrekking tot de maximum bouwhoogte. Enkelbestemming 'Gemengd -1' De voor 'Gemengd - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: detailhandel; zakelijke dienstverlening; bedrijf ten hoogste tot en met categorie B1 van de Staat 'functiemenging' behorende bij deze regels; kantoren; publiekverzorgend ambacht en dienstverlening; maatschappelijke dienstverlening; wonen; bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen dan wel tuinen, paden, verblijfsgebieden, laad- en losruimte, nutsvoorzieningen, ondergrondse/bovengrondse parkeervoorzieningen, bergingen, fietsenstallingen, trappen, liften, bruggetjes en water. Voorts geldt dat de gebouwen binnen het bouwvlak gebouwd dienen te worden en dat bouwhoogte maximaal is conform de aanduiding. In dit geval is dat respectievelijk 12, 15 en 18 meter.

Dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie -3' De voor 'Waarde - Archeologie - 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor behoud van de aan de gronden eigen zijnde archeologische waarden.

Raadhuisstaete Spijkenisse

7

Een omgevingsvergunning wordt slechts verleend als er een rapport is overlegd van een archeologische deskundige waarin de archeologische waarde van het terrein blijkens de aanvraag zal worden verstoord in voldoende mate is vastgesteld. Dit geldt alleen voor werkzaamheden die dieper reiken dan 50 cm en die een terreinoppervlakte beslaan groter dan 200 m². Conclusie Het plan om een dakopbouw te realiseren is strijdig met het vigerende bestemmingplan, omdat de maximale bouwhoogte hiermee wordt overschreden. Derhalve is een wijziging van het bestemmingsplan passend. De gestelde grenswaarden voor het uitvoeren van archeologisch onderzoek worden niet overschreden.

Figuur: Uitsnede bestemmingsplan (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

1.4

Opzet bestemmingsplan en toelichting

Het bestemmingsplan 'Raadhuisstaete Spijkenisse' bestaat uit de volgende stukken: toelichting; verbeelding; planregels. De toelichting is niet juridisch bindend, maar vormt een belangrijk onderdeel van het bestemmingsplan. De toelichting geeft aan wat de beweegredenen en achtergronden zijn die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot heeft de toelichting als doel om het bestemmingsplan te begrijpen en de regels op een correcte manier na te leven. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan en kunnen enkel in samenhang met elkaar 'gelezen' worden. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plangebied begrepen gronden en opstallen aangegeven. Aan deze bestemmingen zijn regels en bepalingen gekoppeld om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. De toelichting is als volgt opgebouwd: Hoofdstuk 2 staat stil bij de huidige en toekomstige situatie van het plangebied;

Raadhuisstaete Spijkenisse

8

in hoofdstuk 3 is een beknopt overzicht opgenomen van de belangrijkste beleidsvisies van de verschillende overheden die relevant zijn voor het plangebied; de gevolgen of effecten op de planologische- en milieutechnische aspecten worden in hoofdstuk 4 beschreven; in hoofdstuk 5 worden de gehanteerde bestemmingen met bijbehorende regeling beschreven; Hoofdstuk 6 behandelt ten slotte de economische uitvoerbaarheid en maatschappelijke uitvoerbaarheid. Hierin worden de resultaten beschreven van de gevolgde inspraakprocedure en het vooroverleg conform artikel 3.1.1 Bro. Ook de zienswijzen tegen het ontwerp-bestemmingsplan worden hierin besproken.

Raadhuisstaete Spijkenisse

9

Hoofdstuk 2 2.1

Beschrijving van de situatie

Huidige situatie

De planlocatie is gelegen in het centrum van Spijkenisse, een stad met ruim 70.000 inwoners. Het pand is gebouwd aan het eind van de jaren tachtig en bestaat uit een combinatie van kantoorruimte/ commerciële ruimte (circa 2.800 m²) en vijftien meergezinswoningen, verspreid over meerdere verdiepingen. Achter het pand is een klein parkeerterrein gelegen en ten (zuid-)oosten zijn voornamelijk woningen gelegen. In 2017 heeft de woningcoöperatie het pand verkocht. De Raadhuislaan bestaat uit twee separate wegen, waar recht tegenover het complex de ingang van de Stadhuisgarage in gesitueerd. Aan de overzijde van de straat bevindt zich het gemeentehuis van de gemeente Nissewaard en de Stadhuis passage, met winkels. Ten zuidoosten is een klein parkje met een kinderboerderij gelegen. De directe omgeving kan duidelijk worden gekenmerkt als binnenstedelijk gebied met een afwisseling van gebouwfuncties.

Figuren: Beeld bestaande situatie (bron: corporatiemarkt.nl)

2.2

Toekomstige situatie

In de gewenste situatie worden allereerst de commerciële ruimten op de verdiepingen getransformeerd tot 39 nieuwe appartementen, variërend in grootte van zo'n 33 m2 tot ruim 53 m2. De bestaande 15 en grotere appartementen blijven behouden. De commerciële ruimten in de plint van het gebouw blijven behouden. Voor dit deel van de herontwikkeling is reeds een vergunning verleend. Daarnaast wordt er een dakopbouw met zes lagen geplaatst bovenop het bestaande pand. Hiermee krijgt het gebouw een maximale bouwhoogte van 34 meter. Middels deze dakopbouw worden er circa 78

Raadhuisstaete Spijkenisse

10

appartementen toegevoegd aan de woningvoorraad in Spijkenisse. De appartementen in de dakopbouw variëren in grootte. De kleinste variant is 35 m2 en het grootste appartement is ruim 81 m2. De grotere appartementen beschikken over een aparte slaapkamer en in enkele gevallen over een tweede slaapkamer. In totaal zullen er in de toekomstige situatie 132 appartementen in het gebouw aanwezig zijn. Op de begane grond wordt een gemeenschappelijke fietsenberging gerealiseerd en tevens worden er aan de achterzijde van het pand individuele bergingen geplaatst. Ook wordt op enkele van de verdiepingen ruimte ingericht ten behoeve van bergingen. De locatie nabij het centrum van Spijkenisse is zeer geschikt voor woningbouw en met de ontwikkeling ontstaat er een forse uitbreiding van de woningvoorraad. De ligging nabij het stadscentrum maakt de ontwikkeling erg aantrekkelijk, aangezien alle voorzieningen zich op loopafstand bevinden. Direct voor het complex is een bushalte gelegen en op circa vijf minuten loopafstand ligt het metrostation Spijkenisse Centrum, dat de stad verbindt met onder andere Schiedam en Rotterdam. Daarnaast ligt de Rijksweg A15 op circa drie kilometer afstand, waardoor de bereikbaarheid van de locatie zeer goed is. Op circa 200 meter van de planlocatie aan de Marrewijklaan is een ander appartementencomplex ontwikkeld.

Deze is, evenals de 'Raadhuisstaete', 10 bouwlagen hoog waardoor de nieuwe dakopbouw hier goed op zal aansluiten. Het pand wordt voorzien van een lift. Vanaf het parkje en vanaf het noordoosten loopt de bouwhoogte trapsgewijs op, waarbij op de hoek van de Raadhuislaan met het pad naar het park het gebouw het hoogste punt zal bereiken. Om een breed publiek van huurders aan te trekken zullen de appartementen in de opbouw verschillend in grootte worden, oplopend van 35 m² tot 81 m². Hiermee wordt de ontwikkeling interessant voor zowel alleenstaanden, starters, ouderen, maar ook zeker voor kleine gezinnen.

Figuur: Beeld vanaf J.C. Sterrenburgstraat

Raadhuisstaete Spijkenisse

11

Figuur: Beeld vanaf Raadhuislaan

Raadhuisstaete Spijkenisse

12

Hoofdstuk 3

Beleidskader

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR)

De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), die op 13 maart 2012 door de minister is vastgesteld, vormt de overkoepelende rijksstructuurvisie voor de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland tot 2028, met een doorkijk naar 2040. Het rijksbeleid richt zich op het versterken van de internationale positie van Nederland en het behartigen van de nationale belangen, zoals de hoofdnetwerken voor personen- en goederenvervoer, energie, natuur, waterveiligheid, milieukwaliteit en bescherming van het werelderfgoed. Het Rijk streeft naar een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland. Daarbij wordt ingezet op een krachtige aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Om dit doel te bereiken, werkt het Rijk samen met andere overheden. In de SVIR zijn ambities tot 2040 en doelen, belangen en opgaven tot 2028 geformuleerd. Het Rijk heeft drie hoofddoelen geformuleerd: het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur; het verbeteren, instandhouden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid, waarbij de gebruiker voorop staat; het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn.

Het beleid met betrekking tot verstedelijking, groene ruimte en landschap laat het Rijk, onder het motto 'decentraal wat kan, centraal wat moet', zoveel mogelijk over aan provincies en gemeenten. Gemeenten krijgen daarbij de ruimte voor kleinschalige natuurlijke groei en voor het bouwen van huizen die aansluiten bij de woonwensen van mensen. De sturing op verstedelijking, zoals afspraken over binnenstedelijk bouwen en doelstellingen voor herstructurering, laat het Rijk voor een groot deel los. In totaal zijn 13 onderwerpen van nationaal belang benoemd, die bijdragen aan het realiseren van de drie hoofddoelen. Het betreft onder meer het borgen van ruimte voor de hoofdnetwerken (weg, spoor, vaarwegen, energievoorziening, buisleidingen), het verbeteren van de milieukwaliteit, ruimte voor waterveiligheid, ruimte voor klimaatbestendige stedelijke ontwikkeling, ruimte voor behoud van unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten en ruimte voor een nationaal netwerk voor natuur. Verder is één van de nationale belangen die de SVIR benoemt, het belang van een 'zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten'. Concreet betekent dit onder meer dat ruimte zorgvuldig moet worden benut en overprogrammering moet worden voorkomen.

Om die doelstellingen te bereiken, is in 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening. Alle stedelijke ontwikkelingen dienen aan de Ladder voor duurzame verstedelijking getoetst te worden. Conclusie Het betreft een ontwikkeling van relatief beperkte omvang zonder strijdigheid met rijksbelangen. Het rijksbeleid is voor het toevoegen van een optopping om hiermee circa 78 appartementen te realiseren niet relevant. De ladder voor duurzame verstedelijking komt in paragraaf 3.1.3 aan de orde.

Raadhuisstaete Spijkenisse

13

3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden. Gemeenten moeten bij het vaststellen van bestemmingsplannen, wijzigingsplannen of uitwerkingsplannen rekening houden met het Barro. Doel van het Barro is bepaalde onderwerpen uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte te verwezenlijken. In het Barro wordt een aantal projecten opgesomd die een groot Rijksbelang hebben. Per project worden regels gegeven, waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. De regels zijn een uitwerking van de onderwerpen uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. In het Barro zijn veertien onderwerpen met bijzonder rijksbelang beschreven: Rijksvaarwegen; Project mainportontwikkeling Rotterdam; Kustfundament; Grote rivieren; Waddenzee en waddengebied; Defensie; Hoofdvaarwegen en landelijke spoorwegen; Elektriciteitsvoorziening; Buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen; Natuurnetwerk Nederland; Primaire waterkeringen buiten het kustfundament; IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarden; Ruimtereservering parallelle Kaagbaan. Conclusie Het initiatief valt niet onder een van de projecten uit het Barro. Door de gewenste ontwikkeling zal geen nationaal belang worden geschaad. 3.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking

Nationaal belang 13, zoals geformuleerd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), vraagt om een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Dit moet met behulp van de ladder voor duurzame verstedelijking worden onderbouwd. Deze verplichte toetsing is vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het Barro verwijst naar het Bro; geformuleerd is dat deze toetsing een procesvereiste is bij alle nieuwe ruimtelijke besluiten en plannen ten aanzien van bijvoorbeeld kantoorlocaties en woningbouwlocaties. Gemotiveerd dient te worden hoe een zorgvuldige afweging is gemaakt ten aanzien van het ruimtegebruik. De kernbepaling van de Ladder, artikel 3.1.6 lid 2 Bro, luidt: 'De toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied.' Om dit te onderbouwen dienen de volgende stappen te worden doorlopen: 1.

er dient een beoordeling plaats te vinden door betrokken overheden of de beoogde ontwikkeling voorziet in een behoefte; 2. indien er een vraag is aangetoond, dient een beoordeling plaats te vinden door betrokken overheden of de ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd door locaties voor herstructurering of transformatie te benutten. Indien het bestemmingsplan de ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, is een motivering benodigd waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.

Raadhuisstaete Spijkenisse

14

Stedelijke ontwikkeling Om aan deze verplichting uit het Bro te kunnen voldoen dient allereerst te worden nagegaan of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling. In het Bro is het begrip stedelijke ontwikkeling als volgt vastgelegd: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' Uit jurisprudentie blijkt dat er in beginsel sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling vanaf de realisatie van 12 woningen. Onderhavig initiatief betreft de toevoeging van 78 woningen. Het doorlopen van een laddertoets is dus noodzakelijk. Laddertoets De laddertoets bestaat tenminste uit twee onderdelen: 1. Een motivering dat of beoogde ontwikkeling voorziet in een behoefte voor bedrijventerreinen, kantoren, woningbouwlocaties, detailhandel en andere stedelijke voorzieningen; 2. Indien er een vraag is aangetoond, een motivering of deze vraag binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd door locaties voor herstructurering of transformatie te benutten.

Behoefte De provincie Zuid-Holland voorziet samen met gemeenten, marktpartijen en woningbouwcorporaties op regionaal niveau in voldoende en passende woningen voor de verschillende doelgroepen. Er wordt een belangrijke rol weggelegd voor de regionale partijen. Samen met andere gemeenten in de regio Rotterdam is het 'Regioakkoord Nieuwe Woningmarktafspraken Regio Rotterdam' opgesteld. Er bestaat in de regio een woningbehoefte van 54.000 woningen. Voor de gemeente Nissewaard bestaat de intentie om in de periode tot 2030 2.912 woningen te realiseren (vanaf 2017). Er is dus behoefte aan de uitbreiding van de woningvoorraad. Kwalitatieve opgave Voor de toekomst wordt een groei verwacht van het aantal huishoudens dat woonruimte nodig heeft in Nissewaard. Het aantal eenpersoonshuishoudens en kleine huishoudens neemt door de vergrijzing en de individualisering verder toe waarmee de vraag naar eengezinswoningen afneemt. Voor de kleine huishoudens is de betaalbaarheid van de woning een groot aandachtspunt. De behoefte aan compacte, betaalbare huur- en koopwoningen zal daardoor toenemen. Daarnaast wil de gemeente Nissewaard haar inwoners de kans bieden een wooncarrière te maken binnen de gemeente. Door ook appartementen/woningen in het duurdere segment aan te bieden wordt hieraan voldaan.

Bestaand stedelijk gebied Het tweede onderdeel betreft de motivering of de ontwikkeling gerealiseerd kan worden door locaties voor herstructurering of transformatie te benutten. De gewenste ontwikkeling vindt plaats binnen bestaand stedelijk gebied en voorziet in het gebruik van bestaande bebouwing en een transformatieopgave. Er wordt dan ook voldaan aan het tweede motiveringsvereiste van de ladder voor duurzame stedelijke ontwikkeling. Conclusie Gelet op het voorgaande voldoet de ontwikkeling aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Het voornemen voorziet in een lokale/regionale behoefte en de appartementen worden gerealiseerd in bestaand stedelijk gebied. Derhalve kan gesteld worden dat er voldaan wordt aan de eisen van zorgvuldig ruimtegebruik. In de volgende paragrafen wordt het provinciale, regionale en gemeentelijke woonbeleid nader toegelicht.

Raadhuisstaete Spijkenisse

15

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie Zuid-Holland

Op 1 augustus 2020 is de Omgevingsvisie van de provincie Zuid-Holland opnieuw vastgesteld door Provinciale Staten en daarmee geconsolideerd. Ten aanzien van onderhavig initiatief zijn een aantal zaken die worden benoemd in de Omgevingsvisie van belang. Ten eerste is het van belang te benoemen dat de provincie richting en ruimte geeft aan een optimale wisselwerking tussen ruimtelijke ontwikkelingen en gebiedskwaliteit. In de gehele provincie, zowel in het stedelijk gebied als in het landelijk gebied, beoogt het kwaliteitsbeleid een 'ja, mits-beleid': ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit (waarborg ruimtelijke kwaliteit). Ten tweede wordt er in de Omgevingsvisie dieper ingegaan op het 'juiste kantoor op de juiste plek'. De beleidskeuze van de provincie hierin stelt dat nieuwe kantoorlocaties zich bij voorkeur concentreren op toplocaties (centrum Rotterdam en Den Haag) en scienceparken. Daarnaast wordt een reductie beoogd van kantoren op minder kansrijke locaties. Het huidige kantorenbeleid is dan ook gericht op het concentreren van kantoren op de juiste plek, het reduceren van plancapaciteit op kansarme plekken en het bevorderen van transformatie van leegstaande kantoren.

Transformatie van kantoren op incourante locaties naar bijvoorbeeld woningen is niet alleen goed voor de toename van het aantal woningen en zorgvuldig ruimtegebruik, maar werkt ook versterkend voor de kantorenmarkt. Daarnaast voorziet de Omgevingsvisie is een paragraaf over verstedelijking en wonen. De provincie voorziet samen met gemeenten, marktpartijen en woningbouwcorporaties op regionaal niveau in voldoende en passende woningen voor de verschillende doelgroepen. De voorkeur gaat uit naar woningbouw binnen bestaand stads- en dorpsgebied en georiënteerd op hoogwaardig openbaar vervoer. Bouwen binnen bestaand stedelijk gebied zorgt voor het behoud van een open landschap, maar ook biedt de stad een aantrekkelijke leefomgeving en daarmee een attractief woonmilieu. De provincie legt dus een belangrijke rol bij de gemeente en regionale woonvisies dienen te worden opgesteld. Hierop wordt in de paragrafen 3.3 en 3.4 nader ingegaan. Conclusie Geconcludeerd wordt dat onderhavig initiatief aansluit bij het provinciale beleid ten aanzien van kantoren en transformatie daarvan naar nieuwe functies. Daarnaast wordt er een positieve bijdrage geleverd aan de ruimtelijke kwaliteit van het binnenstedelijk gebied van Spijkenisse. Er zijn vanuit de provinciale omgevingsvisie dan ook geen belemmeringen voor de ontwikkeling. 3.2.2

OmgevingsverordeningZuid-Holland

Op 20 februari 2019 is de Omgevingsverordening van de provincie Zuid-Holland vastgesteld. De verordening is vervolgens op verschillende onderwerpen gewijzigd en herzien. Voor dit bestemmingsplan is de geconsolideerde versie van 1 februari 2023 geraadpleegd. In de Omgevingsverordening wordt via regels verdere uitvoering gegeven aan de beleidskeuzes zoals opgesteld in de Omgevingsvisie. Ten aanzien van onderhavig initiatief zijn voornamelijk de instructieregels ten aanzien van bestemmingsplannen van belang. Hierin wordt benoemd dat een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt in ieder geval in moet gaan op de ladder voor duurzame verstedelijking. Eveneens dienen er in het bestemmingsplan geen strijdigheden te zijn in het geval van vaststelling van een regionale visie, bijvoorbeeld op het gebied van wonen of kantoren. Daarnaast zijn er enkele beleidsterrein waarbinnen deze ontwikkeling valt. Dit betreft 'Ontgrondingen', 'Gebieden met verplichte peilbesluiten' en 'Planoptimalisatie'. De afdeling 'ontgrondingen' gaat over ontgrondingen op land en in regionale wateren, met uitzondering van ontgrondingen die hoofdzakelijk plaatsvinden ter verkrijging van oppervlaktedelfstoffen. Met de beoogde ontwikkeling zullen er geen ontgrondingen plaatsvinden waardoor er geen raakvlakken zijn met deze regels.

Dit geldt ook voor het beleidsterrein 'Gebieden met verplichte peilbesluiten'. Met de

Raadhuisstaete Spijkenisse

16

ontwikkeling zal het peilbesluit niet worden veranderd doordat het een optopping betreft, waardoor er geen negatieve gevolgen ontstaan met betrekking tot het peilbesluit. Voor het gebied dat is aangewezen als 'planoptimalisataie', waar ook dit bestemmingsplan in valt, geldt een maximale parkeernorm van 0,7 parkeerplaats per woning bij de realisatie van nieuwe woningen. In afwijking hiervan kan een andere parkeernorm worden gehanteerd, als de gemeente op de lokale situatie afgestemde regels of beleid voor parkeren heeft vastgesteld. Over parkeren zijn afspraken gemaakt met de gemeente Nissewaard (zie 4.5 Parkeren en verkeer) die gevolgd worden. Conclusie Geconcludeerd wordt dat er vanuit de Omgevingsverordening Zuid-Holland geen bezwaren zijn tegen onderhavige planontwikkeling. Volledigheidshalve wordt ten aanzien van de ladder voor duurzame verstedelijking verwezen naar paragraaf 3.1.3. 3.3

Regionaal beleid

3.3.1

Regioakkoord 2018-2030

Op 28 juni 2017 is de actualisatie van de woningmarkstrategie en woonvisie regio Rotterdam 2014 tot 2020 vastgesteld. Sinds januari 2017 is gewerkt aan een actualisatie van de woonvisie, met als doel in 2018 nieuwe woningmarktafspraken vast te stellen. Het 'Regioakkoord Nieuwe Woningmarktafspraken Regio Rotterdam' is op 23 januari 2019 vastgesteld. In het Regioakkoord maken veertien gemeenten van het Samenwerkingsverband Wonen zich samen sterk om het aantal woningen in de regio Rotterdam met 54.000 uit te breiden. Voor Nissewaard geldt dat de totale voorraad in 2017 bestond uit 39.210 woningen. Door 2.912 woningen te realiseren in de periode tot 2030 wil de gemeente Nissewaard uiteindelijk uitkomen op 42.122 woningen. De woningbehoefteraming (WBR) is een berekening met binnenlands migratiesaldo-nul per gemeente (er is wél vestiging en vertrek met afwijkende samenstelling) of met andere woorden: er verlaten net zoveel woningenzoekenden de gemeente als de gemeente verlaten. Dit is te zien als basisberekening: hoeveel woningen zouden er in theorie bij moeten komen als er per saldo geen (binnenlandse) winst of – verlies plaats zou vinden. Deze prognose is te gebruiken als een inschatting van de woningbehoefte van de eigen bevolking van een gemeente. De bevolkingsprognose (BP) zegt iets over potentiële marktkansen voor bouwprogramma's vanuit demografie.

De bouwprogramma's van gemeenten zijn hierin doorgerekend, waarbij vanuit demografische ontwikkelingen wordt bekeken of er huishoudens zijn voor die woningen. De WBR en BP geven op een verschillende manier een indicatie van de woningbehoefte. Het resultaat kan worden gebruikt op schaal van de woningmarkt van een regio of sub-regio. De cijfers zeggen nog niets over woonmilieu, voorkeuren of prijsklassen. Conclusie Uit het Regioakkoord blijkt dat er in de regio Rotterdam een behoorlijke woningbouwopgave bestaat. Voor Nissewaard bestaat de intentie op 2.912 woningen te realiseren in de periode tot 2030. De gewenste ontwikkeling levert hier een bijdrage aan binnen bestaande stedelijk gebied. 3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Omgevingsvisie Spijkenisse Centrum

In juli 2021 is de Omgevingsvisie voor het centrum van Spijkenisse vastgesteld. In deze omgevingsvisie is beschreven hoe de gemeente Nissewaard de toekomst ziet voor het centrum van Spijkenisse. Hierin worden uitgangspunten gegeven die gelden voor het gebruik van de ruimte in het centrum tot 2040. De hoofdambitie is om het stadscentrum te verlevendigen, door de potentie van het gebied beter te benutten. Dit leidt tot een centrum:

Raadhuisstaete Spijkenisse

17

waar mensen graag wonen, werken, winkelen, leren, verblijven en recreëren; dat bewegen, meedoen en ontmoeting stimuleert; dat verbonden is met de historische oorsprong, maar modern is in architectuur, duurzaamheid en innovatie. Aan de hand van vier overkoepelende en samenhangende thema’s geeft de gemeente Nissewaard invulling aan deze hoofdambitie: reuring en ontmoeten; groen en aantrekkelijk; oriëntatie en verbinding; stedelijk wonen. Binnen de omgevingsvisie draagt het voorgenomen plan voornamelijk bij aan het thema 'stedelijk wonen', omdat het beoogde plan een optopping van een bestaand appartementencomplex betreft. De overige thema's zullen wanneer van toepassing voorbij komen, maar de focus zal voornamelijk liggen op het thema 'stedelijk wonen'. Het centrum van Nissewaard is de plek om een stedelijk woonmilieu te bieden met een hogere dichtheid aan woningen. Volgens de gemeente Nissewaard draagt die verdichting bij aan de levendigheid van het centrum en vergroot het draagvlak voor voorzieningen. Om een aantrekkelijk leefgebied te behouden gaat het creëren van een hogere dichtheid hand in hand met een kwaliteitsslag van het openbaar gebied, verduurzaming en aandacht voor gezondheid. Door in te zetten op verdichting van het stadscentrum ontstaat er ruimte om in de bestaande wijken te verdunnen, wat mogelijkheden geeft voor onder andere nieuwe woonmilieus.

Met name rondom het metrostation Centrum (vanwege de hoogwaardige openbaarvervoersverbinding) is verdichten in relatie tot duurzame mobiliteit en bereikbaarheid een logische keuze. Hier kan wonen gecombineerd met werken en (regionale) voorzieningen in hoge dichtheid een aantrekkelijk onderscheidend milieu opleveren voor de ‘next generation’. Door jongeren te verleiden om zich hier te vestigen, in plaats van dat ze Nissewaard verlaten, ontstaat ook de kans dat zij hier gaan werken (of werk starten). De beoogde ontwikkeling is op enkele honderden meters gelegen van het metrostation waardoor deze ook te voet goed bereikbaar is. Daarnaast hebben de woning een oppervlakte die aantrekkelijk is voor starters. Doordat Spijkenisse een vrij monotone woningvoorraad heeft geven nieuwe ontwikkelingen de kans om hier verandering in te brengen. Zo kan er een woonmilieu ontstaan die ruimte geeft aan diverse woonwensen en woonsituaties. Voorliggend plan realiseert woningen met oppervlaktes die zowel geschikt zijn voor starters, ouderen alsmede voor kleine gezinnen. Zoals te zien is op de bijbehorende afbeelding wordt de projectlocatie gezien als ontwikkellocatie langs de ring. De samenhang tussen het stadscentrum en omliggende wijken kan versterkt worden door barrières te slechten, met behoud van adequeate doorstroming van het verkeer.

Bijbehorende ontwikkeling draagt met haar oriëntatie op de ring bij aan de centrumring dat zo meer een 'verbinder' wordt dan een 'scheider' en ontstaan er kansen om de entrees beter te vormen. Vooral bij de entreevorming draagt het plan bij. Door de ietwat trapsgewijze afloop van de beoogde bebouwing ontstaat er een open karakter en zo een meer vriendelijk entree.

Raadhuisstaete Spijkenisse

18

Daarnaast zet de gemeente Nissewaard ook in op energieneutrale, klimaatadaptieve en circulaire bebouwing om zo het goede voorbeeld te geven voor de rest van de gemeente. Om die reden is het de norm dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in het centrum op effectieve wijze energieneutraal en zoveel mogelijk circulair wordrden gebouwd. Met de beoogde ontwikkeling wordt er gebouwd op een al bestaande woonlaag, waardoor zuinig wordt omgegaan met de openbare ruimte. Daarnaast worden de kennen de woningen een goede isolatie en worden deze gasloos opgeleverd. Verder verdichten betekent meer inwoners. Dit zal er voor zorgen dat er druk op de openbare ruimte ontstaat. Ten aanzien van parkeren ziet de gemeente het als een opgave om het autobezit en gebruik in het stadscentrum te beperken. Op locaties die goed verbonden zijn met het openbaar vervoer, gaat verdere verdichting hand in hand met een lagere parkeernorm in combinatie met een passende parkeerregulering. In voorliggend plan maken de bewoners dan ook geen aanspraak op een parkeervergunning omdat de bewoners op zeer korte afstand zullen wonen van verschillende vervoersknooppunten. Zij zouden, wanneer gewenst, in omliggende parkeergarages kunnen parkeren. Conclusie De beoogde ontwikkeling draagt bij aan de ambities die zijn gesteld in de omgevingsvisie voor Spijkenisse Centrum van de gemeente Nissewaard.

Het draagt bij aan een divers woonklimaat en doet mede dienst als entree voor het centrumgebied. Daarnaast wordt er voldaan aan de duurzaamheidsdoelstellingen van de gemeente. 3.4.2

Nissewaard naar 2040

De gemeente Nissewaard heeft een visiedocument opgesteld om te zorgen voor een veerkrachtig en verbonden Nissewaard in 2040. Het document heeft de titel 'Ontwikkelperspectief voormalige groeikern Spijkenisse – Nissewaard naar 2040' en is op 6 december 2017 door de gemeenteraad vastgesteld. Er zijn vier principes geformuleerd die de basis vormen voor de toekomstvisie: 1. Zorg voor meer woningdifferentiatie; 2. Verbeter de bereikbaarheid; 3. Zorg voor meer en gevarieerde werkgelegenheid en onderwijs; 4. Versterk het groen en verbeter de verbinding ermee. Voornamelijk het eerste principe is relevant voor de voorgenomen ontwikkeling. Eén van de kansen ligt

Raadhuisstaete Spijkenisse

19

op het gebied van inbreiding in het centrum. Daarnaast ligt er een focus op het behouden en aantrekken van jongeren, om zo te zorgen voor een evenwichtige bevolkingsopbouw. Conclusie De gewenste ontwikkeling voorziet voornamelijk in kleine appartementen die uitermate geschikt zijn voor een jongere doelgroep met minder hoog besteedbaar inkomen, waarbij eventueel gebruik kan worden gemaakt van de mogelijkheid huurtoeslag te ontvangen. Op deze manier kan de bevolkingsopbouw in Spijkenisse in balans blijven en kunnen starters een wooncarrière maken binnen Spijkenisse in een binnenstedelijk milieu. 3.4.3

Meerjarenvisie Stadscentrum Spijkenisse

Nissewaard streeft naar een gezonde en duurzame winkelstructuur gecombineerd met een aantrekkelijk en leefbaar centrumgebied. Dit vormt een belangrijke voorziening voor Spijkenisse en geheel Nissewaard. De ingrijpende veranderingen in het winkelgedrag en de fundamentele overgang waarin de hele detailhandelssector zich bevindt hebben hun weerslag op winkels en winkelgebieden, dus ook op het centrum van Spijkenisse. Op 15 oktober 2014 heeft de raad, naar aanleiding van diverse ontwikkelingen in de retail en detailhandel de Meerjarenvisie Stadscentrum Spijkenisse vastgesteld. Deze visie voorziet in diverse maatregelen gericht op onder meer de versterking van detailhandel in het centrum van Spijkenisse. De wereld van de retail ontwikkelt zich snel en het consumentengedrag is onderhevig aan constante verandering (Koopstromenonderzoek 2016). Deze ontwikkelingen maken, dat sinds het opstellen van de Meerjarenvisie Stadscentrum Spijkenisse in 2014, een herijking van deze visie noodzakelijk is. Geen gehele nieuwe visie maar een herijking. Het gaat hierbij om het toevoegen van een combinatie van ruimtelijke, functionele en cultuurhistorische verbeterpunten aan de Meerjarenvisie van 2014. De gemeenteraad heeft op 14 maart 2018 de Herijking van de Meerjarenvisie Stadscentrum Spijkenisse vastgesteld.

Voor de Raadhuislaan wordt genoemd dat de gemeente deze weg wil herprofileren om zo het centrum meer open en uitnodigend te maken. De planlocatie is weliswaar niet gelegen aan de zijde van het winkelcentrum, maar door de ontwikkeling krijgt het gebied een hoogstedelijk karakter. Hiermee wordt ook het centrum aantrekkelijker, maar komen er ook meer bewoners bij die gebruik zullen maken van de voorzieningen die het centrum van Spijkenisse bezoeken,benutten en beleven. Conclusie De ontwikkeling van circa 78 nieuwe appartementen middels de dakopbouw draagt bij aan het binnenstedelijke karakter van het centrum van Spijkenisse. Door de hoogstedelijke ontwikkeling krijgt het gebied aan de rand van het winkelgebied een urbane uitstraling en zijn er eveneens meer potentiële bezoekers die woonachtig zijn nabij de diversiteit aan voorzieningen. 3.4.4

Woonvisie 2020 - 2030 Gemeente Nissewaard

De woonvisie is op 23 september vastgesteld en komt voort uit een onderzoek naar de woningbehoeften op Voorne-Putten. De visie wordt in de komende periode verder uitgewerkt op gebiedsniveau, zodat ook per wijk of dorp duidelijk is wat in de komende jaren de bedoeling is. Met de woonvisie bouwt de gemeente voort op de bestaande kwaliteiten en geeft ze aan op welke gebieden het nog beter kan. De doelstelling van de woonvisie 'Nissewaard, een plek voor iedereen', kan als volgt geformuleerd worden: "De ambitie van de Woonvisie voor Nissewaard is de woonwensen en woningbehoefte van al onze inwoners zoveel mogelijk binnen onze gemeentegrenzen mogelijk te maken. Daarnaast willen we nieuwe doelgroepen aantrekken voor een toekomst- en schokbestendig Nissewaard. Om dat mogelijk te maken spannen we ons, samen met ontwikkelaars, woningcorporaties en inwoners, in om onze woningvoorraad en woonmilieus meer divers te maken." In de visie wordt onder andere genoemd dat transformatie van leegstaande (winkel)panden op centrale

Raadhuisstaete Spijkenisse

20

locaties een uitkomst kan bieden voor een vraag naar woning op dergelijke locaties. Daarnaast geldt dat er aandacht dient te zijn voor middenhuur, die kansrijk is voor zowel starters, scheefwoners in de sociale huur, als ouderen die hun koopwoning willen verkopen. Onder middenhuur wordt een huurprijs van € 752 tot circa € 1.000 verstaan. Over transformatie van leegstaande (winkel)panden in en rondom het centrum van Spijkenisse wordt genoemd dat dit kansen biedt om in de woonwensen van ouderen, maar ook zeker van jongeren (starters, studenten etc.) tegemoet te komen. Zij stellen vaak een betaalbare woning nabij voorzieningen met een goede OV-bereikbaarheid op prijs. Door in het centrum voorzieningen te concentreren en leegstaande panden te transformeren naar woningen voor een brede groep woningzoekenden, blijft het centrum levendig en een aangename plek om te verblijven. Een levendig stadscentrum voorziet beter in zijn rol als ontmoetingsplek voor iedereen in Nissewaard en creëert door aantrekkingskracht draagvlak voor andere publieksgerichte voorzieningen. Daarnaast geldt dat duurzaamheid een belangrijk onderwerp is voor de gemeente. In het ontwerp van de ontwikkeling zullen duurzame maatregelen worden getroffen. Conclusie De ontwikkeling draagt bij aan de ambities zoals deze is geformuleerd in de woonvisie.

Er wordt voorzien in het toevoegen van circa 78 nieuwe appartementen in de dakopbouw die voor zowel eenpersoonshuishoudens als stellen en/of kleine gezinnen geschikt zijn. Daarnaast zijn de appartementen interessant voor ouderen die kleiner willen gaan wonen. 3.4.5

Welstandnota Nissewaard 2017

De 'Welstandsnota Nissewaard 2017' bevat de basisvoorwaarden, waaraan de bouwaanvragen op welstandaspecten getoetst zullen worden. In 2018 is deze nota herzien. Er worden criteria benoemd die ertoe moeten bijdragen dat de toekomstige bebouwing past in de omgeving. De welstandsnota richt zich op relatief kleine bouwopgaven van een of enkele gebouwen, uitbreidingen van bestaande bebouwing en kleine bouwwerken in bestaande stedelijk- en buitengebied. Het voorliggende plan is een vooroverleg met de welstandscommissie besproken. Conclusie Vanuit welstandsoverwegingen zijn er geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling.

Raadhuisstaete Spijkenisse

21

Hoofdstuk 4

Uitvoeringsaspecten

In dit hoofdstuk zullen de relevante uitvoeringsaspecten bij het plan worden besproken. Hierin is aandacht voor de verschillende milieuaspecten zoals flora en fauna en luchtkwaliteit, en is er aandacht voor milieuzonering, verkeer en parkeren en externe veiligheid.

4.1

Flora en fauna

4.1.1

Wettelijk kader

Wet natuurbescherming Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet heeft de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet vervangen. Het doel is om met één wet en minder regels de wet makkelijker te kunnen toepassen. Vanaf 1 januari 2017 bepalen de provincies wat wel en niet mag in de natuur in hun gebied. Ook zorgen de provincies vanaf deze datum voor vergunningen en ontheffingen. De Rijksoverheid blijft verantwoordelijk voor het beleid van grote wateren, zoals het IJsselmeer. De Wet natuurbescherming regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden. Ter bescherming van deze Natura 2000-gebieden voorziet de Wet natuurbescherming in een vergunningenregime voor het realiseren of verrichten van projecten en andere handelingen die de natuurlijke kenmerken van een aangewezen Natura 2000-gebied kunnen aantasten. Voorts voorziet de Wet natuurbescherming in de bescherming van planten- en diersoorten binnen en buiten de beschermde natuurgebieden. Het uitgangspunt is dat beschermde planten- en diersoorten geen schade mogen ondervinden. Voor het uitvoeren van werkzaamheden in de openbare ruimte is het niet altijd nodig een vrijstelling of een ontheffing aan te vragen.

Voor onder andere reguliere werkzaamheden of ruimtelijke ontwikkelingen geldt een vrijstelling voor beschermde soorten op voorwaarde dat gehandeld wordt volgens een goedgekeurde gedragscode. Verder worden vrijstellingsregelingen op de nationaal beschermde soorten per provincie vastgesteld. Wanneer het onmogelijk is schade aan streng beschermde planten en dieren tijdens ruimtelijke ontwikkelingen en inrichting te voorkomen, moet altijd een ontheffing worden aangevraagd. De voorwaarden verbonden aan een vrijstelling of een ontheffing zijn afhankelijk van de status van de plantenen diersoorten die in het plangebied voorkomen. Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. In het NNN liggen onder andere bestaande natuurgebieden en alle Natura 2000gebieden. Het NNN is op provinciaal niveau uitgewerkt en middels ruimtelijke nota's en verordeningen voorzien van juridische doorwerking. In sommige provincies bestaan er naast het NNN ook nog andere groene zones die een zekere mate van bescherming genieten. 4.1.2

Effect te vergunnen activiteiten

Er is een quickscan flora en fauna uitgevoerd door Ecoresult B.V. Op 20 mei 2020 is het plangebied onderzocht. De volledige quickscan is opgenomen als bijlage 3. De belangrijkste conclusies zijn de volgende: De bebouwing binnen het plangebied is ongeschikt voor jaarrond beschermde vaste rust- en verblijfplaatsen van vogels. Echter, de bebouwing aan de J.C. Sterrenburgstraat is wel geschikt voor jaarrond beschermde vaste rust- en verblijfplaatsen van huismus en gierzwaluw. Externe negatieve effecten van de werkzaamheden op jaarrond beschermde nesten van huismus worden niet verwacht.

Raadhuisstaete Spijkenisse

22

Voortplantingsplaatsen en vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen zijn op voorhand niet uit te sluiten. Potentieel essentieel foerageergebied van vleermuizen is binnen het plangebied afwezig. De gevel aan de Raadhuislaan kan deel uitmaken van een niet essentiële vliegroute. Aanwezigheid van verblijfplaatsen en voortplantingsplaatsen van overige habitatrichtlijnsoorten zijn in het plangebied redelijkerwijs uit te sluiten, geschikt habitat ontbreekt. Aanvullend (veld)onderzoek naar gebouwbewonende vleermuizen (gewone-, kleine- en ruige dwergvleermuis, meervleermuis, laatvlieger en tweekleurige vleermuis) is nodig om de rol van het plangebied als functioneel leefgebied voor deze soorten te bepalen. Het aanvullend onderzoek is uitgevoerd conform de aanbevelingen door Tiko Seip Ecologisch Advies. De planlocatie is tussen 14 juni 2020 en 29 september 2020 zeven keer bezocht en onderzocht. Het onderzoek is opgenomen als bijlage 4. Hieruit volgt dat er geen belemmeringen zijn. Er zijn tijdens het onderzoek drie vleermuissoorten waargenomen. Het betreft: de gewonedwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus); de ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii); de rosse vleermuis (Nyctalus noctula). Er zijn binnen het plangebied geen verblijfplaatsen van vleermuizen vastgesteld. Ook werd er direct rond het gebouw vrijwel niet gefoerageerd.

Wel zijn in de omgeving diverse gebruiksfuncties (verblijfplaatsen/vliegroutes/foerageergebieden) van vleermuizen vastgesteld. Op een ruime afstand ten oosten van het plangebied is een kraamverblijf van gewone dwergvleermuizen vastgesteld. Tevens zijn enkele paarverblijven vastgesteld van gewone dwergvleermuis en van ruige dwergvleermuis. Het gebied boven de achtertuinen van de nabijgelegen woningen wordt zowel door gewone als door ruige dwergvleermuis gebruikt als vliegroute en soms ook kort als foerageergebied. Daarnaast is het park ten zuiden van het plangebied van belang als foerageergebied. Van de rosse vleermuis zijn incidenteel waarnemingen gedaan van hoog overvliegende exemplaren. Van deze soort zijn binnen het plangebied geen gebruiksfuncties vastgesteld en worden deze ook niet verwacht. Op grond van het onderzoek kan worden uitgesloten dat de werkzaamheden leiden tot overtreding van de verbodsbepalingen. Voorts geldt bij uitvoering van werkzaamheden ten allen tijde een de algemene zorgplicht (artikel 1.11 Wet natuurbescherming). Deze schrijft voor dat nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel als mogelijk voorkomen moeten worden. Dit betekent dat wanneer tijdens uitvoering van de werkzaamheden een algemeen beschermde soort als konijn, veldmuis of gewone pad wordt aangetroffen zij de ruimte en tijd moet krijgen om een veilig heenkomen te zoeken.

Indien nodig kunnen aangetroffen exemplaren verplaatst worden naar een naastgelegen ruimte waar geen werkzaamheden uitgevoerd worden. 4.1.3

Stikstofdepositie

Voorheen diende op grond van het Programma Aanpak Stikstof (PAS), welke in juli 2015 van kracht werd, berekend te worden of een nieuwe (bouw)activiteit tot een significante toename leidde van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Onder het PAS golden enkele drempel- en grenswaarden. Deze waarden bepaalden of een toename van stikstofdepositie significant was en zo ja, of er dan een meldingsplicht of een vergunningplicht gold. Door te rekenen met het voorgeschreven rekenprogramma AERIUS Calculator werd automatisch met die drempelwaarden rekening gehouden. In het geval van de meldingsplicht kon de planontwikkeling aanspraak kan maken op benutting van de ontwikkelingsruimte die voor een Natura 2000-gebied gold, totdat deze niet meer voorradig was. Als gevolg van de uitspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 mag het PAS niet meer gebruikt worden als toestemmingskader voor ruimtelijke ontwikkelingen die leiden tot een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden. De drempel- en grenswaarden uit het PAS zijn daarmee ook niet meer van toepassing. Hierdoor kan een project met een geringe depositietoename van 0,01 mol/ha/jaar al vergunning plichtig zijn (artikel 2.7 en 2.8 Wnb). Dit betekent dat ook relatief kleinschalige projecten zorgvuldig dienen te worden getoetst op hun

Raadhuisstaete Spijkenisse

23

stikstofdepositie, om zo aan Europese regelgeving te kunnen voldoen (en stand te houden bij de Raad van State in geval van een beroep). Sinds de vernieuwing van de AERIUS Calculator op 16 september 2019 (en na de update van 14 januari 2020, versie 2019A) kan correct berekend worden of er überhaupt sprake is van stikstofdepositie op Natura 2000-gebied. Daarbij dient zowel de realisatiefase, als de gebruikersfase doorgerekend te worden. Zodra er geen rekenresultaten boven de 0,00 mol/ha/jaar zijn, is er geen belemmering voor een plan op het gebied van stikstofdepositie. Uit de berekeningen (zie bijlagen 5, 6, 7 en 8) blijkt dat er zowel gedurende de nieuwe gebruikersfase als de realisatiefase geen stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/jaar plaatsvindt op Natura 2000-gebied. 4.1.4

Conclusie

Gelet op het voorgaande kan worden geconcludeerd dat er vanuit de flora- en faunaregelgeving geen beperkingen worden opgelegd aan onderhavig initiatief. 4.2

Bodemkwaliteit

4.2.1

Wettelijk kader

Het Besluit op de ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6) schrijft voor dat in het kader van een ruimtelijk planologische procedure moet worden aangetoond dat de kwaliteit van de bodem en het grondwater in het plangebied in overeenstemming zijn met het gewenste nieuwe gebruik. De bodemkwaliteit kan (negatief) van invloed zijn op de gewenste nieuwe ontwikkeling. Indien sprake is van een functiewijziging zal er in veel gevallen een bodemonderzoek moeten worden uitgevoerd op de planlocatie. Door middel van zo'n onderzoek kan in beeld worden gebracht of de bodemkwaliteit en de beoogde functie van het plangebied bij elkaar passen. 4.2.2

Beoordeling

Onderhavig initiatief betreft het toestaan van een dakopbouw op een locatie met de bestemming 'Gemengd -1'. Ten aanzien van het initiatief zullen er zeer beperkt graafwerkzaamheden worden uitgevoerd, onder andere ten behoeve van het plaatsen van de bergingen en de staalconstructie. De woningen zullen worden gerealiseerd worden in de dakopbouw, waardoor er geen verbinding is met de bodem. De planologisch geldende functie van het pand betreft bovendien eveneens een milieugevoelige functie, aangezien ook hierbij meerdere personen voor langere tijd in het pand aanwezig kunnen zijn. Op de locatie zijn geen bodemverontreinigingen bekend of bekende locaties van ernstige bodemverontreiniging die met spoed moeten worden gesaneerd. 4.2.3

Conclusie

Er zullen geen risico's voor de volksgezondheid en het milieu aanwezig zijn met betrekking tot de voorgenomen activiteit op het onderhavige perceel. 4.3

Cultuurhistorie en archeologie

4.3.1

Wettelijk kader

Sinds 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. Deze wet vervangt zes wetten en regelingen op het gebied van cultureel erfgoed: 1. Monumentenwet 1988 2. Wet verzelfstandiging rijksmuseale diensten 3. Wet tot behoud van cultuurbezit 4. Wet tot teruggave cultuurgoederen uit bezet gebied 5. Uitvoeringswet UNESCO -verdrag 1970 6. Regeling materieel beheer museale voorwerpen De Erfgoedwet hanteert de beschermingsniveaus zoals die in de gelden in de voorgaande regelingen. Voor de vergunningverlening van een beschermd archeologisch monument, het verbod tot beschadigen of vernielen van een rijksmonument en de bescherming van stads- en dorpsgezichten geldt dat de

Raadhuisstaete Spijkenisse

24

Monumentenwet 1988 van kracht blijft tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Deze regels blijven dus gelden en zijn ongewijzigd overgenomen in de Erfgoedwet. Doelstelling van de wetten is de bescherming en het behoud van archeologische waarden. Als gevolg van dit verdrag wordt in het kader van de ruimtelijke ordening het behoud van het archeologisch erfgoed meegewogen zoals alle andere belangen die bij de voorbereiding van het plan een rol spelen. De gehanteerde uitgangspunten zijn: archeologische waarden zoveel mogelijk in de bodem bewaren (behoud in situ); in ruimtelijke ordening (planvorming) al rekening houden met archeologische waarden; de bodemverstoorder betaalt archeologisch vooronderzoek en mogelijke opgravingen. Gemeenten zijn verplicht om bij het vaststellen van bestemmingsplannen rekening te houden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden. 4.3.2

Cultuurhistorie

Het pand kent geen aanduiding als rijks- of gemeentelijk monument en is niet aangemerkt als beeldbepalend of karakteristiek in het geldende bestemmingsplan. Ook worden de omgeving en het landschap niet aangeduid als cultuurhistorisch waardevol. Geconcludeerd kan worden dat met de gewenste ontwikkeling geen schade wordt toegebracht aan bestaande cultuurhistorische panden of structuren. 4.3.3

Archeologie

Gemeenten zijn verplicht om bij het vaststellen van bestemmingsplannen rekening te houden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden. Het plangebied heeft een dubbelbestemming met betrekking tot archeologie. Hiervoor geldt dat bij bodemingrepen die een oppervlakte beslaan groter dan 200 m2 en dieper reiken dan 0,5 meter een archeologisch onderzoek noodzakelijk is, om de archeologische waarden in het gebied vast te stellen. Deze grenzen worden niet overschreden omdat de ontwikkeling een optopping betreft en de gronden hierbij niet worden geroerd. Een onderzoek is dus niet noodzakelijk. Voorts geldt een meldingsplicht bij het vinden van (mogelijke) waardevolle zaken. Dat melden dient terstond te gebeuren.

Figuur: Uitsnede archeologische beleidskaart gemeente Nissewaard

Raadhuisstaete Spijkenisse

25

4.3.4

Conclusie

Met de gewenste ontwikkeling worden cultuurhistorische panden of structuren niet aangetast. De grenswaarden voor het doen van archeologisch onderzoek worden niet overschreden. Er zijn dan ook geen belemmeringen vanuit cultuurhistorie en archeologie voor onderhavig initiatief. 4.4

Luchtkwaliteit

4.4.1

Wettelijk kader

Wet milieubeheer Nederland heeft de Europese regels ten aanzien van de luchtkwaliteit geïmplementeerd in de Wet milieubeheer (Wm). De in deze wet gehanteerde normen gelden overal, met uitzondering van een arbeidsplaats (hierop is de Arbeidsomstandighedenwet van toepassing). In de Wet milieubeheer zijn onder andere regels en grenswaarden opgenomen voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijnstof, lood, koolmonoxide en benzeen. Omdat titel 5.2 van de Wm ingaat op de luchtkwaliteit, staat dit ook wel bekend als de 'Wet luchtkwaliteit'. Hierin wordt gesteld dat ruimtelijke plannen doorgang kunnen vinden indien aan één van de onderstaande voorwaarden is voldaan: de plannen leiden niet tot het overschrijden van een grenswaarde; de luchtkwaliteit verbetert tengevolge van de plannen (per saldo) of blijft ten minste gelijk; de plannen dragen niet in betekenende mate (NIBM) bij aan de concentratie van NO2 en PM10 in de buitenlucht. Vanaf het in werking treden van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit op 1 augustus 2009 wordt onder een NIBM bijdrage een bijdrage van minder dan 3% van de grenswaarde verstaan; het project is opgenomen of past binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Lucht (NSL). AMvB en Regeling niet in betekenende mate (NIBM) De Wet luchtkwaliteit maakt onderscheid tussen grote en kleine ruimtelijke projecten.

Een project is klein als het niet in betekende mate (NIBM) leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. De grens ligt bij een toename van de NO2 en/of PM10 jaarconcentratie met maximaal 3% van de grenswaarden (of wel een toename van maximaal 1,2 µg/m3 NO2 en/of PM10). NIBM projecten kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Grotere projecten daarentegen kunnen worden opgenomen in het NSLprogramma, mits ook overtuigend wordt aangetoond dat de effecten van dat project worden weggenomen door maatregelen. De AMvB en Regeling NIBM bevatten criteria waarmee kan worden bepaald of een project van een bepaalde omvang wel of niet als NIBM moet worden beschouwd. Het betreft onder andere de onderstaande gevallen, waarbij een project als NIBM wordt beschouwd: Woningbouw: = 1500 woningen (netto) bij minimaal 1 ontsluitingsweg, en = 3000 woningen bij minimaal 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling. Kantoorlocaties: = 100.000 m2 bruto vloeroppervlakte bij minimaal 1 ontsluitingsweg, en = 200.000 m2 bruto vloeroppervlakte bij minimaal 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling.

Woningbouw en kantoorlocaties: 0,0008*aantal woningen+ 0,000012*bruto vloeroppervlak kantoren in m2 = 1,2 bij één ontsluitingsweg en 0,0004*aantal woningen+ 0,000006*bruto vloeroppervlak kantoren in m2 = 1,2 bij één ontsluitingsweg. Ook als het bevoegd gezag op een andere wijze, bijvoorbeeld door berekeningen, aannemelijk kan maken dat het geplande project NIBM bijdraagt, kan toetsing van de luchtkwaliteit achterwege blijven. Tevens is in artikel 5 van het Besluit NIBM een anticumulatie bepaling opgenomen, die zegt dat de effecten van beoogde ontwikkelingen in de omgeving van het plangebied moeten worden meegenomen in de beoordeling van het betreffende plan. Hiermee wordt voorkomen dat verschillende NIBM-projecten samen toch in betekenende mate bijdragen aan verslechtering van de luchtkwaliteit.

Raadhuisstaete Spijkenisse

26

4.4.2

Beoordeling

Het initiatief kan, gezien de beperkte omvang, aangemerkt worden als een project dat niet in betekende mate van invloed is op de luchtkwaliteit. Toetsing van het aspect luchtkwaliteit is daardoor, op grond van artikel van de Regeling NIBM niet noodzakelijk. Daarnaast blijkt uit raadpleging van de NSL-monitoringstool dat de jaargemiddelde concentraties de jaargemiddelde grenswaarden niet overschrijden. Er behoeft dus niet getoetst te worden aan de grenswaarden. 4.4.3

Conclusie

Het project kan worden beschouwd als een NIBM-project. Nader onderzoek naar de luchtkwaliteit kan dan ook achterwege blijven. 4.5

Parkeren en verkeer

4.5.1

Parkeren

De gemeente Nissewaard hanteert voor de parkeernormen de aanbevelingen van CROW publicatie 'Toekomstbestendig parkeren'. Nissewaard kan op grond van de omgevingsadressendichtheid worden gekenmerkt als sterk stedelijk gebied. De planlocatie ligt in het centrum van Spijkenisse. Voor een huur appartement (midden/goedkoop) geldt een parkeernorm van 1,0 parkeerplaats, voor een koop appartement (midden) geldt een parkeernorm van 1,3. Voor de ontwikkeling van 117 nieuwe appartementen door middel van een dakopbouw ontstaat er een bij huurappartementen een parkeerbehoefte van 117 parkeerplaatsen en bij koop is er een parkeerbehoefte van 152,1 parkeerplaatsen. Uit de recent vastgestelde omgevingsverordening van de provincie Zuid-Holland (zie paragraaf 3.2.2) blijkt echter dat de locatie is gelegen in een stationsomgeving, waar de provincie planoptimalisatie voorziet door een maximale parkeernorm van 0,7 te hanteren bij nieuw te realiseren woningen, waardoor er in totaal maximaal afgerond 82 parkeerplaatsen nodig zijn. Met de gemeente is overeengekomen dat de bewoners een parkeerabonnement kunnen afnemen in één van de parkeergarages die zijn gelegen in het centrum van Spijkenisse. Deze garages hebben voldoende capaciteit om de nieuwe parkeerbehoefte op te vangen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13488653/1