CConstaterende datNissewaard
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting GR gemeenteraden PS en Colleges GS inclusief zienswijze nota

Gemeenteraad 9 oktober 2024, gemeente NissewaardBij agendapunt: 22e Wijziging Gemeenschappelijke Regeling DCMR 20246.192 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Notitie

Aan

Colleges B&W/Gedeputeerde Staten Gemeenteraden/Provinciale Staten Kopie aan

Datum

Documentnummer

4 juli 2024

22363043

Project

Auteur

CvN

Onderwerp

Toelichting wijziging Gemeenschappelijke regeling DCMR Milieudienst Rijnmond

Inleiding De colleges van de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan den IJssel, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Maassluis, Ridderkerk, Schiedam, Vlaardingen, Voorne aan Zee, GoereeOverflakkee, Nissewaard, Rotterdam en Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland zijn deelnemers in de Gemeenschappelijke regeling van DCMR Milieudienst Rijnmond. De basis daarvoor is de Wet gemeenschappelijke regelingen (hierna: Wgr) Op 1 juli 2022 is de Wgr gewijzigd . De wijziging heeft als doel de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen en de kaderstellende en controlerende rol van de gemeenteraden en Provinciale Staten in relatie tot gemeenschappelijke regelingen te versterken. Een aantal van deze wijzigingen is op 1 juli 2022 direct in werking getreden, maar een ander deel zal binnen twee jaar na inwerkingtreding verwerkt moeten worden in alle gemeenschappelijke regelingen, waaronder in de gemeenschappelijke regeling van DCMR. Dit vergt een besluit van de deelnemers in de regeling. Zij hebben daarvoor toestemming nodig van hun vertegenwoordigende organen. In dit wijzigingsbesluit is verder een aantal technische verbeteringen doorgevoerd. Ook het nieuwe wettelijke kader van de Omgevingswet is opgenomen en is de fusie van de Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne tot Voorne aan Zee verwerkt.

Verder is de rechtspositieregeling personeel in lijn gebracht met de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren. Dit memo bevat een toelichting op de wijzigingen die in de gemeenschappelijke regeling van DCMR nodig zijn en worden voorgesteld aan de deelnemers. De juridische vertaling is weergegeven in een ontwerpwijziging van de regeling (bijlage). Voor het totaalbeeld is de versie van de gemeenschappelijke regeling bijgevoegd waarin de voorgestelde wijzigingen zijn verwerkt (een geconsolideerde versie). Blad 1 van 16

Proces De raden en Provinciale Staten worden eerst in de gelegenheid gesteld om zienswijzen over de ontwerpwijziging van de gemeenschappelijke regeling in te brengen bij het eigen college. De colleges worden verzocht de eventueel ingebrachte zienswijzen aan DCMR sturen. Het Algemeen bestuur besluit dan tot een definitief wijzigingsvoorstel dat vervolgens aan de deelnemers en (wederom) de raden en PS zal worden voorgelegd. Voor een definitief besluit van de deelnemers om de gemeenschappelijke regeling te wijzigen is toestemming van de raden en Provinciale Staten vereist. Dit betekent dat de raden en Provinciale Staten twee keer in het proces tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling worden betrokken. Wijzigingen van de Wet gemeenschappelijke regelingen De belangrijkste wijzigingen zijn: 1. Het versterken van de positie van de gemeenteraden en Provinciale Staten bij besluitvorming; a. Invoeren zienswijzeprocedure bij treffen (en wijzigen) regeling b. Mogelijkheid zienswijzeprocedure bij andere besluiten dan de ontwerpbegroting c. Regionale gemeenschappelijke raadscommissie d. Afspraken over participatie in de gemeenschappelijke regeling e. Actieve informatieplicht van het bestuur van de regeling 2. Het invoeren/verduidelijken van controle-instrumenten; a. Recht van enquête b. Verduidelijking onderzoeksbevoegdheid lokale rekenkamers 3.

Het verbeteren van de positie van gemeenteraden en Provinciale Staten met betrekking tot het functioneren van de regeling; a. Afspraken over evaluatie b. Betere aansluiting begrotingscyclus op gemeentelijke cyclus c. Aanscherping afspraken uittreding Gevolgen voor de gemeenschappelijke regeling van DCMR Bovenstaande wijzigingen worden hieronder uitgewerkt met daarbij vermeld wat de gevolgen zijn voor de gemeenschappelijke regeling van DCMR en welke aanpassingen nodig zijn. 1a. Invoeren zienswijzeprocedure bij treffen (of wijzigen) gemeenschappelijke regeling Om de positie van de raden en Provinciale Staten te verbeteren wordt aan deze organen het recht toegekend om bij het treffen of wijzigen van een gemeenschappelijke regeling een zienswijze naar voren te brengen. Zij kunnen hun opvattingen over een ontwerpregeling binnen acht weken kenbaar maken bij hun college. Gevolgen voor de gemeenschappelijke regeling DCMR: Geen aanpassing nodig. Deze wijziging volgt rechtstreeks uit de Wgr. De bepaling (opgenomen in artikel 1 van de Wgr) is op 1 juli 2022 direct in werking getreden. Vanwege deze bepaling wordt nu eerst een ontwerpwijziging van de regeling aan de raden en Provinciale Staten voorgelegd voor zienswijzen.

Blad 2 van 16

1b. Zienswijzeprocedure bij andere besluiten dan de ontwerpbegroting In de regeling moeten afspraken zijn gemaakt over welke besluiten van het bestuur van de regeling vatbaar zijn voor een zienswijze van de gemeenteraden en Provinciale Staten (artikel 52 Wgr jo. artikel 10, vijfde en zesde lid Wgr). Gevolgen voor de gemeenschappelijke regeling DCMR: aanpassing nodig. Het wijzigingsvoorstel bevat hiertoe een aanvulling in artikel 15 van de gemeenschappelijke regeling. Andere besluiten (dan de ontwerpbegroting) van DCMR die voor een zienswijzeprocedure in aanmerking kunnen komen zijn op voorhand niet te bedenken. Wel zou de vaststelling van het meerjaren programma (MJP) in aanmerking kunnen komen voor een zienswijzeprocedure. Om in specifieke gevallen de mogelijkheid open te laten om raden en Provinciale Staten toch vooraf te betrekken besluitvorming, wordt aan artikel 15 van de gemeenschappelijke regeling DCMR een derde lid toegevoegd. In dat lid wordt bepaald dat wanneer het Algemeen bestuur daar aanleiding toe ziet, het bestuur kan besluiten tot een zienswijzenprocedure. 1c. Regionale gemeenschappelijke raadscommissie De gemeenteraden en Provinciale Staten krijgen de mogelijkheid om een regionale gemeenschappelijke adviescommissie in te laten stellen bestaande uit raadsleden en leden van Provinciale Staten.

Een eventuele gemeenschappelijke adviescommissie is onderdeel van de gemeenschappelijke regeling en wordt daarom ingesteld door het algemeen bestuur. De adviescommissie kan het algemeen bestuur adviseren, de besluitvorming voorbereiden en de raden en Provinciale Staten van advies voorzien. Het Algemeen bestuur van een gemeenschappelijke regeling (openbaar lichaam) is verplicht om de commissie in te stellen als de raden en Provinciale Staten hier unaniem om vragen (artikel 52 Wgr jo. artikel 24a Wgr). Alleen leden van de raden en Provinciale Staten kunnen in de commissie zitting hebben. Gevolgen voor de gemeenschappelijke regeling van DCMR: aanpassing nodig Hoewel deze bepaling rechtstreeks uit de Wgr volgt, wordt deze bepaling voor de duidelijkheid en herkenbaarheid opgenomen in de gemeenschappelijke regeling. 1d. Afspraken over burgerparticipatie Participatie bij beleid wordt steeds belangrijker gevonden in Nederland. In elke GR moet daarom worden opgenomen of, en zo ja op welke wijze, ingezetenen én belanghebbenden de mogelijkheid krijgen tot inspraak over beleidsmatige onderwerpen die bij de gemeenschappelijke regeling zijn belegd (artikel 52 Wgr jo. artikel 10, zevende lid Wgr). Gevolgen voor de gemeenschappelijke regeling van DCMR: aanpassing nodig. Burgerparticipatie bij beleid is van groot belang.

DCMR is vanuit zijn expertise vaak betrokken bij het opstellen van beleid, maar het bestuur van DCMR stelt zelf geen beleid of verordeningen vast die ingezetenen binden. DCMR is vooral een uitvoeringsgerichte gemeenschappelijke regeling. De uiteindelijke beleidskeuzes liggen bij de vertegenwoordigende organen. Burgerparticipatie verloopt primair via deze vertegenwoordigende organen, maar het bestuur kan overwegen om in bepaalde gevallen toch burgerparticipatie toe passen. Om in specifieke gevallen toch de mogelijkheid open te laten om burgerparticipatie toe te passen, wordt aan artikel 15 van de gemeenschappelijke regeling van DCMR een vierde lid toegevoegd, inhoudende dat het Algemeen bestuur ertoe kan besluiten om ingezetenen van de deelnemers of andere belanghebbenden te betrekken bij de besluitendie zij neemt, en de manier waarop dat gebeurt. In het

Blad 3 van 16

nieuwe derde lid is opgenomen dat het AB kan besluiten om besluiten van het algemeen bestuur vooraf voor zienswijzen voor te leggen aan de vertegenwoordigende organen. 1e. Actieve informatieplicht Het bestuur van de gemeenschappelijke regeling heeft een actieve informatieplicht over wat er binnen de regeling speelt. Deze informatieplicht komt overeen met de informatieplicht die het college heeft ten opzichte van de gemeenteraad of Provinciale Staten. In de gemeenschappelijke regeling moeten afspraken worden gemaakt over welke informatie moet worden aangeleverd en de wijze waarop dat moet gebeuren (artikel 52 Wgr jo. artikel 17 Wgr). Gevolgen voor de gemeenschappelijke regeling van DCMR: aanpassing nodig. Voorgesteld wordt om de wijziging op diverse punten aan te vullen en aan te passen. Dat betreft met name het concreter omschrijven van de actieve informatieplicht met het oog op het gevraagd en ongevraagd beschikbaar stellen van informatie aan de raden en staten. In het verlengde hiervan wordt in de zienswijzen bepleit om de informatievoorziening (algemene openbaarheid en informatievoorziening naar raden/staten), de mogelijkheid van informatieve bijeenkomsten en de mogelijkheid van insprekers in AB-vergaderingen nader te regelen in een reglement van orde van bestuursvergaderingen.

Het AB kent een reglement van orde, en deze zal geactualiseerd en aangevuld worden teneinde dit in overeenstemming te brengen met de GR-wijziging en de ontvangen zienswijzen. De wijziging van het AB-reglement wordt aan het AB voorgelegd. Verder zullen de stukken van het Algemeen bestuur openbaar worden gemaakt. DCMR zal deze stukken actief openbaar maken door ze op de website te zetten, zodat deze voor een ieder zijn in te zien. In de regeling is daarover echter nog geen bepaling over opgenomen. Een bepaling daarover wordt nu toegevoegd (artikel 17, zevende lid van de regeling van DCMR). Ook wordt een bepaling toegevoegd over het openbaar maken van documenten van het dagelijks bestuur (artikel 17, achtste lid van de regeling van DCMR). Als gevolg van de Wet open overheid zullen de stukken van het bestuur in de toekomst te vinden zijn op open.overheid.nl.

2a. Recht van enquête De gezamenlijke gemeenteraden en Provinciale Staten krijgen de mogelijkheid om een enquête uit te voeren naar de bestuursvoering van een gemeenschappelijke regeling. Dat kan door zelf een regionale onderzoekscommissie in te stellen. Daarvoor is een unaniem besluit nodig van alle raden en Provinciale Staten. Gevolgen voor de gemeenschappelijke regeling van DCMR: Geen aanpassing nodig. Deze bevoegdheid volgt rechtstreeks uit de Wgr. 2b. Verduidelijking onderzoeksbevoegdheid lokale rekenkamers Rekenkamers zijn al bevoegd onderzoek te verrichten bij gemeenschappelijke regelingen, inlichtingen in te winnen, documenten te vorderen en indien nodig bij de betrokken instelling een onderzoek in te stellen. In de Wgr wordt verduidelijkt dat de lokale rekenkamers, waaronder gezamenlijke rekenkamers, de mogelijkheid hebben om onderzoek te doen naar het gevoerde bestuur van een gemeenschappelijke regeling waaraan een gemeente deelneemt. Gevolgen voor de gemeenschappelijke regeling van DCMR: Geen aanpassing nodig. Deze bevoegdheid volgt rechtstreeks uit de Wgr.

Blad 4 van 16

3a. Afspraken over evaluatie Het wordt verplicht om afspraken te maken over evaluatie van de gemeenschappelijke regeling om op die manier stil te staan bij het functioneren van de regeling. Er kan ook worden gekozen voor de afspraak om de regeling niet te evalueren (artikel 52 Wgr jo. artikel 11a Wgr). Gevolgen voor de gemeenschappelijke regeling van DCMR: aanpassing nodig. De gemeenschappelijke DCMR bevat nog geen bepaling over evaluatie van de regeling. Daarom wordt daarover nu een bepaling (artikel 39a) toegevoegd die een evaluatie van de regeling mogelijk maakt. Wijzigingen in relevante wetgeving kunnen een logische aanleiding vormen om de regeling tegen het licht te houden. In de praktijk vindt evaluatie doorlopend plaats: binnen het bestuur, in de P&C-cyclus (begroting, maandrapportages en jaarrekening) en via het stellen van en toetsen aan kwaliteitscriteria. Vanaf 2023 vinden er bovendien landelijke visitaties van omgevingsdiensten plaats waarover ook wordt gerapporteerd. 3b. Aanpassing van de begrotingscyclus Bijdragen aan een gemeenschappelijke regeling zijn verplichte uitgaven voor de gemeente of provincie die moeten worden verwerkt in de eigen begroting.

Om gemeenteraden en Provinciale Staten meer positie te geven in de begrotingscyclus van een gemeenschappelijke regeling is ervoor gekozen de termijnen voor de indiening van de kadernota, ontwerpbegroting en begroting aan te passen. De cyclus start formeel met de kadernota. Deze moet uiterlijk 30 april door het dagelijks bestuur van een regeling aan de raden en Provinciale Staten worden verzonden (dat was voorheen 15 april). De volgende stap in de begrotingscyclus is het door het dagelijks bestuur van de regeling toezenden aan de gemeenteraad en Provinciale Staten van de ontwerpbegroting voor zienswijzen. Dit moet twaalf weken voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. Dat was voorheen acht weken. Nieuw is verder dat het voortaan verplicht is te reageren op de door de raden en Provinciale Staten ingediende zienswijzen. Het dagelijks bestuur moet schriftelijk én gemotiveerd terugkoppelen wat het van de zienswijzen vindt en tot welke conclusie dat heeft geleid. De procedure gaat dan verder met de vaststelling van de ontwerpbegroting. Daarin verandert niets. Wat wel nog verandert, is dat de inzending van de vastgestelde begroting aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, als financieel toezichthouder, voortaan niet meer vóór 1 augustus hoeft te geschieden, maar vóór 15 september.

Het bestuur van DCMR heeft, in afstemming met de deelnemers, al eerder uitgesproken er voorstander van te zijn dat het eigen begrotingsproces vóór het zomerreces is afgerond. De reden hiervoor is dat daarmee het financiële kader voor de werkplannen in een vroegtijdig stadium vastligt. De deelnemers en hun vertegenwoordigende organen ontvangen dan de ontwerpbegroting al op een vroegtijdig moment (half april). Die datum is vastgelegd door de gezamenlijke raadsgriffies in de Rijnmondregio. Daarbij kan worden opgemerkt dat het dagelijks bestuur elk jaar in februari de kaders of richtlijnen vaststelt voor de begroting van het jaar T+1. Deze bevatten niet alleen financiële informatie (indexeringen uit de kaderbrieven) maar ook informatie over inhoudelijke ontwikkelingen die op gemeenten en provincie afkomen en raakvlakken hebben met VTHtaken die DCMR voor hen uitvoert. Vooraf stemt DCMR dit af met gemeenten en provincie. De kaders of richtlijnen worden vervolgens

Blad 5 van 16

uitgewerkt in de ontwerpbegroting die in april voor zienswijzen naar de raden en Provinciale Staten wordt gestuurd. De ontwerpbegroting bevat een meerjarig perspectief. Gevolgen voor de GR DCMR: geen aanpassing nodig. De gemeenschappelijke regeling DCMR hoeft niet te worden aangepast. De tekst verwijst al naar de betreffende artikelen uit de Wgr. 3c. Aanscherping afspraken uittreding In iedere gemeenschappelijke regeling moeten afspraken worden gemaakt over de gevolgen van uittreden van een deelnemer voor het vermogen voor de rechtspersoon en de overige deelnemers (artikel 52 Wgr jo. artikel 9, eerste lid Wgr). Daarbij moet in ieder geval worden gedacht aan afspraken over personeel, contracten, huisvesting en investeringen (alle directe kosten). Er kan niet meer worden volstaan met een algemene bepaling dat het algemeen bestuur de uittredingsvoorwaarden bepaalt. Gevolgen voor de GR DCMR: geen aanpassing nodig. De gemeenschappelijke regeling DCMR bevat al een bepaling over hoe de uittreedkosten worden bepaald, en is daarmee in lijn met de Wgr. Overigens is uittreden uit de gemeenschappelijke regeling DCMR in de praktijk lastig. Colleges van gemeenten en provincies zijn het namelijk verplicht om voor de uitvoering van het milieubasistakenpakket deel te nemen in een omgevingsdienst. Overige wijzigingen De overige wijzigingen zijn als volgt: a.

Artikel 1, 4 en 8 (Begripsbepalingen, Samenstelling AB, Samenstelling DB) Vanwege de fusie van de gemeenten Brielle, Hellvoetsluis en Wetsvoorne, naar de nieuwe gemeente Voorne aan Zee, worden in deze artikelen deze namen vervangen door de nieuwe naam Voorne aan Zee.

b. Artikel 4 (Samenstelling Algemeen bestuur) Artikel 4 gaat over de samenstelling van het Algemeen bestuur. Door de fusie van Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne tot Voorne aan Zee, is het aantal leden gewijzigd van 19 naar 17. Dat is aangepast. Verder is in het artikel de stemverhouding van de deelnemers geregeld. In de concept-GR-wijziging zoals is voorgelegd in de zienswijzeprocedure is voorgesteld om de stemverhouding in het AB ongewijzigd te laten. De belangrijkste reden hiervoor was dat er nog nooit in het AB is gestemd. In het betreffende GR-artikel is dus wel de samenstelling van het AB aangepast (van 19 naar 17 leden, vanwege de vorming van de nieuwe gemeenten Voorne aan Zee), maar is het stemgewicht per AB-lid ongewijzigd gebleven. Echter, als gevolg van de gemeentelijke herindeling voldoet de nieuwe stemverhouding niet aan een bepaling in de WGR dat de DB-leden geen meerderheid in stemaantal mogen hebben in het AB. Immers, het DB bereidt de AB-besluitvorming voor en legt verantwoording af aan het AB. In deze verhouding tussen DB en AB is het niet toegestaan dat het DB bij een eventuele stemming de meerderheid heeft. In de “oude” GR met een AB van 19 leden was dit gewaarborgd, want het DB had 49% van de stemmen in het AB. Maar door aanpassing van het aantal AB-leden (a.g.v.

de fusiegemeente Voorne aan Zee) is dit veranderd en heeft het DB 51% van de stemmen in het AB. De stemverhouding in het AB moet dus alsnog in overeenstemming worden gebracht met de wettelijke bepalingen m.b.t. de verhouding tussen DB en AB.

Blad 6 van 16

De stemverhouding in het AB in de voorgelegde concept-GR-wijziging is : o Provincie Zuid-Holland 42 stemmen (3 leden met elk 14 stemmen) o Gemeente Rotterdam 42 stemmen (2 leden met elk 21 stemmen) o Regiogemeenten 24 stemmen (12 gemeenten met elk 2 stemmen) De verhouding in het aantal stemmen is in de GR vastgelegd op basis van het financiële aandeel in de GR (d.w.z. omvang van de werkplannen). Het specifieker maken van de stemverhouding op basis van werkplan-omvang zou een optie kunnen zijn, maar dat lost het probleem van de verhouding tussen DB en AB niet op en brengt integendeel meer complexiteit in de stemverhoudingen. Indien de actuele werkplan-omvang als uitgangspunt wordt gehanteerd dan zou het stemgewicht van het DB nog groter zijn. De meest eenvoudige aanpassing waarmee dit juridische probleem kan worden opgelost is een wijziging van het stemgewicht per regiogemeente van 2 naar 3. De stemverhouding wordt dan: o

Provincie Zuid-Holland 42 stemmen (3 leden met elk 14 stemmen) o Gemeente Rotterdam 42 stemmen (2 leden met elk 21 stemmen) o Regiogemeenten 36 stemmen (12 gemeenten met elk 3 stemmen).

Bij deze stemverhouding blijft het stemgewicht van het DB in het AB onder de 50% (namelijk 48%). Het stemaandeel van gemeente Rotterdam en de Provincie Zuid-Holland dalen daarentegen wel met 2,5%, namelijk van 37,5% voorheen, naar 35%. Voorgesteld wordt om in te stemmen met deze wijziging, zodat de voorgelegde GR-wijziging ook op dit punt in overeenstemming is met de WGR-bepalingen.

c. Artikel 20 (Taken) In artikel 20, derde lid zijn de taken van DCMR in de nu nog geldende gemeenschappelijke regeling zeer gedetailleerd beschreven. In de praktijk leidde dat tot verwarring en vragen, mede omdat de daadwerkelijke taakuitvoering door DCMR op basis van de werkplannen niet overeenkwam met de taakomschrijving in het artikel. Daarom is artikel 20 vereenvoudigd en sluit daarmee beter aan bij de bestaande praktijk. Bovendien is toegevoegd dat DCMR de taken en bevoegdheden uitvoert, met inachtneming van het takenpakket zoals vastgelegd in het Besluit activiteiten leefomgeving, het ter zake door de deelnemer geformuleerde beleid en van de daartoe gemaakte afspraken en opdrachtverlening. d.Artikel 21 (bevoegdheden) Aan het verbod op delegatie van bevoegdheden is een tenzij-bepaling toegevoegd. e. Artikelen 22, 23, 24 en 25 (Ambtelijke organisatie) De betreffende artikelen zijn technisch aangepast. Inhoudelijk brengt dat geen veranderingen. f. Artikel 29 (Vaststelling jaarrekening) Het derde lid is technisch aangepast. Inhoudelijk brengt dat geen veranderingen. f. Artikel 31 (Controle)

Blad 7 van 16

Het artikel is vereenvoudigd. Inhoudelijk brengt dat geen veranderingen. g. Artikel 33 (Deelnameverplichting) In het eerste lid van artikel 33 is de grondslag voor de financiële verplichtingen van de deelnemers, te weten de begroting van 2014, gewijzigd naar de begroting van 2023. Verder in het vijfde lid enkele technische aanpassingen. h. Artikelen 36,38,39 (Toetreding, Deelneming, Wijziging) In deze artikelen is onder andere de stemverhouding geregeld bij besluiten die het Algemeen bestuur neemt over toetreding tot, deelneming aan, en wijziging van de gemeenschappelijke regeling. Om juridische redenen is een kleine aanpassing van de stemverhouding in het AB nodig teneinde de stemverhouding in overeenstemming te brengen met de WGR.

Blad 8 van 16

Toelichting bij de 22e wijziging ci. Toelichting De Gemeenschappelijke regeling DCMR moet om een aantal redenen worden aangepast. De belangrijkste aanleiding is de inwerkingtreding van de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen (WGR). Daarnaast zijn er enkele andere ontwikkelingen die vragen om een wijziging van de GR (waaronder de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de vorming van de gemeente Voorne aan Zee). De concept-wijziging van de GR-DCMR is op 7 september 2023 besproken in de AB-vergadering. Het AB stemde in met de concept-wijziging en besloot om deze conform de WGR voor een zienswijze voor te leggen aan de gemeenteraden en provinciale staten. Op 18 september 2023 zijn de betreffende stukken aan de raden en staten gestuurd met het verzoek om uiterlijk 1 maart 2024 een eventuele zienswijze uit te brengen. De ontvangen zienswijzen (van Provinciale Staten en van 11 gemeenteraden) zijn als bijlage toegevoegd. In deze toelichting wordt de inhoud van de ontvangen zienswijzen toegelicht en is aangegeven hoe met de ontvangen reacties is omgegaan. Het AB heeft op 4 juli 2024 ermee ingestemd om de concept-wijziging op diverse punten aan te vullen en aan te passen. Dat betreft met name het concreter omschrijven van de actieve informatieplicht met het oog op het gevraagd en ongevraagd beschikbaar stellen van informatie aan de raden en staten.

In het verlengde hiervan wordt in de zienswijzen bepleit om de informatievoorziening (algemene openbaarheid en informatievoorziening naar raden/staten), de mogelijkheid van informatieve bijeenkomsten en de mogelijkheid van insprekers in AB-vergaderingen nader te regelen in een reglement van orde van bestuursvergaderingen. Het AB kent een reglement van orde, en deze zal geactualiseerd en aangevuld worden teneinde dit in overeenstemming te brengen met de GR-wijziging en de ontvangen zienswijzen. De wijziging van het AB-reglement wordt aan het AB voorgelegd. Naast de ontvangen zienswijzen bevat deze toelichting een nadere aanpassing met betrekking tot de stemverhouding in het AB. Om juridische redenen is een kleine aanpassing hierin nodig teneinde de stemverhouding in overeenstemming te brengen met de WGR.

Blad 9 van 16

Bijlage 1 :

Nota van beantwoording zienswijzen.

1. Provinciale Staten Zuid-Holland Bijlage: Besluit Provinciale Staten ZH, d.d. 13 december 2023. Inhoud: In de zienswijze worden de voorgestelde GR-wijzigingen behandeld, en wordt per wijziging aangegeven of PS aanleiding zien om via een zienswijze wensen of bedenking en in te brengen. PS zijn akkoord met alle voorgestelde aanpassingen, maar bij de wijziging t.a.v. de actieve informatieplicht hebben PS de wens uitgesproken voor een verdere aanvulling en aanscherping. In de concept-wijziging zoals is voorgelegd, is in artikel 17 (Verantwoording aan de deelnemers) reeds een aanvulling opgenomen. Deze aanvulling heeft betrekking op het (overeenkomstig de Wet open overheid) actief openbaar maken van AB-vergaderstukken, het actief openbaar maken van besluitenlijsten en andere documenten van het DB, en de mogelijkheid dat het AB kan besluiten bijeenkomsten te organiseren waarin aan de vertegenwoordigende organen inlichtingen worden verstrekt. PS hebben behoefte om deze bepalingen aan te vullen en een bredere invulling te geven aan de actieve informatieplicht van besturen richting vertegenwoordigende organen, colleges, raden en provinciale staten van de deelnemers en/of haar leden. In de bijgaande zienswijze (zie bijlage 1, blz 3 en 4) is een voorstel opgenomen voor een dergelijke aanvulling / aanscherping.

Deze heeft betrekking op de schriftelijke informatie aan raden en staten, op het gevraagd en ongevraagd verstrekken van informatie die nodig is voor de beoordeling van het door het bestuur gevoerde beleid, en op de informatieverstrekking en verantwoording door DB- en AB-leden aan de raden en staten. Het AB heeft ingestemd met het volgende voorstel: Voorgesteld wordt om de voorgestelde aanvulling / aanscherping van artikel 17 over te nemen. Daartoe is een aanpassing in artikel 17 aangebracht. Met deze aanpassing is de actieve informatieplicht door het dagelijks en algemeen bestuur verder verduidelijkt. In het reglement van orde van het bestuur worden nadere bepalingen opgenomen over de wijze waarop de informatieplicht nader wordt ingevuld. Het reglement van orde zal daarop worden aangepast, en deze aanpassing wordt aan het bestuur voorgelegd.

2. Gemeente Schiedam Bijlage: besluit van de raad van Schiedam d.d. 31 oktober 2023 Inhoud: de raad neemt kennis van de concept-wijziging van de GR, besluit geen zienswijze in te dienen en geeft het college van B&W toestemming om in te stemmen met de wijziging van de GR/DCMR. Het AB heeft ingestemd met het volgende voorstel: kennisnemen van het raadsbesluit.

3. Gemeente Albrandswaard Bijlage: brief van de gemeenteraad van Albrandswaard d.d. 26 februari 2024.

Blad 10 van 16

Inhoud: De raad kan zich vinden in de voorgestelde wijzigingen, en stelt daarnaast een aantal aanvullende wijzigingen voor:

a) Het opnemen van een bepaling over de mogelijkheid dat belanghebbenden kunnen inspreken in b) c)

AB-vergaderingen; Het opnemen van een bepaling dat de deelnemende raden de verslagen van het AB, en de vastgestelde begroting en vastgestelde jaarrekening ontvangen; Het toevoegen van een bepaling dat de raden op de hoogte worden gesteld van de resultaten van evaluaties en de conclusies en wijzigingen die na de evaluaties zijn doorgevoerd;

Het AB heeft ingestemd met het volgende voorstel: overnemen van de door de raad voorgestelde aanvullingen, d.w.z.:

a) Voorgesteld wordt de bepaling over inspraak door belanghebbenden toe te voegen. In het bestaande

b)

c)

reglement van orde is deze mogelijkheid reeds vermeld, maar op verzoek van de raad zal deze ook in de GR worden opgenomen. Het reglement van orde bevat nadere regels hiervoor. Mede naar aanleiding van de zienswijze van de provincie ZH zal het reglement worden aangevuld; het reglement zal worden voorgelegd aan het bestuur. Voorgesteld wordt om de bepaling in artikel 17 over informatieplicht aan te vullen (zie ook de zienswijze van Provinciale Staten). Na vaststelling van de begroting en jaarverslag/jaarrekening door het AB zullen deze aan de raden en staten worden toegestuurd. Daarbij wordt aangesloten bij de Wet open overheid, waarin is bepaald dat AB-stukken openbaar worden gemaakt. Bij het toezenden van de informatie aan de griffies zal daarom worden gewezen op de DCMR-website waar de volledige set van AB-stukken (agenda, besluitenlijsten, begroting, jaarrekening, overige bespreekstukken, etc.) is opgenomen. Voorgesteld wordt de bepaling over de evaluatie van de GR aan te vullen met het tekstvoorstel van de raad.

4. Gemeente Ridderkerk Bijlage : brief van de gemeenteraad van Ridderkerk d.d. 26 januari 2024 Inhoud: de raad kan zich vinden in de voorgestelde wijzigingen en stelt daarnaast een aantal aanvullende wijzigingen voor. Deze aanvulling en zijn gelijk aan de voorstellen in de zienswijze van de raad van Albrandswaard. Het AB heeft ingestemd met het volgende voorstel: overnemen van de voorstellen van de raad van Ridderkerk, zoals bovenstaand is beschreven bij de zienswijze van Albrandswaard.

5. Gemeente Barendrecht Bijlage: brief van de gemeenteraad van Barendrecht d.d. 27 februari 2024. Inhoud: de raad kan zich vinden in de voorgestelde wijzigingen en stelt daarnaast een aantal aanvullende wijzigingen voor. Deze aanvulling en zijn gelijk aan de voorstellen in de zienswijze van de raad van Albrandswaard. Het AB heeft ingestemd met het volgende voorstel: overnemen van de voorstellen van de raad van Barendrecht, zoals bovenstaand is beschreven bij de zienswijze van Albrandswaard.

Blad 11 van 16

6. Gemeente Capelle aan den IJssel Bijlage: brief van de raad van Capelle aan den IJssel d.d. 12 februari 2024 Inhoud: de raad kan zich vinden in de voorgestelde wijzigingen en stelt daarnaast een aantal aanvullende wijzigingen voor. Deze aanvullingen zijn gelijk aan de voorstellen in de zienswijze van de raad van Albrandswaard. Aanvullend hierop verzoekt de raad van Capelle aan den IJssel om de mogelijkheid om een zienswijze op AB-besluiten te vragen nader wordt geconcretiseerd, door op te nemen dat “in gevallen wanneer er sprake is van strategische beleidskeuzes en te stellen kaders, wij op voorhand altijd pro-actief geïnformeerd worden en in de gelegenheid worden gesteld om een zienswijze uit te brengen”. Het AB heeft ingestemd met het volgende voorstel: - Overnemen van de voorstellen zoals beschreven bij de zienswijze van de raad van Albrandswaard; - Ten aanzien van de zienswijzen bij strategische beleidskeuzes en te stellen kaders moet worden opgemerkt dat deze niet door DCMR maar door de GR-deelnemers worden bepaald. DCMR is als omgevingsdienst de uitvoerder van taken in opdracht van de colleges. De beleidsmatige kaders worden door de participanten vastgesteld. Indien zich nieuwe inhoudelijke of financiële ontwikkelingen voordoen worden deze reeds via de begroting voor een zienswijze aan de raden en staten voorgelegd.

Daarnaast kan op basis van het nieuwe, voorgestelde artikel 15, lid 3 het AB bepalen of ook andere besluiten voor een zienswijze worden voorgelegd. De bestaande zienswijzeprocedure en het in deze GR-wijziging aangevulde artikel 15 geven daarmee reeds invulling aan het voorstel van de raad.

7. Gemeente Rotterdam Bijlage: brief van de raad van Rotterdam d.d. 25 januari 2024 Inhoud: de concept-wijziging van de GR geeft de raad geen aanleiding tot het maken van opmerkingen. Het AB heeft ingestemd met het volgende voorstel: kennisnemen.

8. Gemeente Vlaardingen Bijlage: brief van de gemeenteraad van Vlaardingen d.d. 29 februari 2024. Inhoud: De ontwerpwijziging van de GR geeft geen aanleiding tot het indienen van een zienswijze. Het AB heeft ingestemd met het volgende voorstel: Kennisnemen van de brief.

9. Gemeente Goeree-Overflakkee Bijlage: brief van de gemeenteraad d.d. 29 februari 2024 Inhoud:

-

de raad van Goeree-Overflakkee kan zich vinden in de voorgestelde wijzigingen en maakt geen gebruik van de mogelijkheid om een zienswijze in te brengen; de raad geeft de wens aan om de informatiepositie van de raden te verbeteren en bepleit om de notulen van de AB-vergaderingen via de griffie aan de raad te verstrekken. Deze actieve rol ligt er ook voor wat betreft het toezenden van een evaluatie na een jaar over de effecten van de voorgestelde wijzigingen. Blad 12 van 16

Het AB heeft ingestemd met het volgende voorstel: - kennisnemen van de instemming door de raad van Goeree-Overflakkee; - ten aanzien van het toesturen van de AB-notulen is (naar aanleiding van de zienswijzen van Albrandswaard, Ridderkerk en Barendrecht) een bepaling in de GR toegevoegd, en tevens is het evaluatie-artikel aangevuld met een bepaling over het informeren van de deelnemende raden en staten over de evaluatieresultaten.

10. Gemeente Lansingerland Bijlage: brief van de raad van Lansingerland d.d. 5 februari 2024 Inhoud: de ontwerp-wijziging van de GR geeft geen aanleiding tot het geven van een inhoudelijke zienswijze. Het AB heeft ingestemd met het volgende voorstel: kennisnemen.

11. Gemeente Maassluis Bijlage: besluit van de gemeenteraad van Maassluis d.d. 5 maart 2024 Inhoud: De raad van Maassluis stemt in met de wijziging van de GR van DCMR, en besluit geen zienswijze in te brengen. Het AB heeft ingestemd met het volgende voorstel: Kennisnemen van het raadsbesluit.

12. Gemeente Krimpen aan den IJssel Bijlage: brief van de raad van Krimpen aan den IJssel. Inhoud:

-

-

Informatieplicht (artikel 17): de raad is (met een verwijzing naar de betreffende WGRartikelen) van mening dat het ongevraagd informatie verstrekken onder de actieve informatieplicht valt. Daarnaast is de raad van mening dat de kan-bepaling in artikel 17, zesde lid niet tegemoet komt aan het bepaalde in artikel 17, derde lid van de WGR juncto art 52, eerste lid, van de WGR. De raad van de gemeente Krimpen is van mening dat artikel 37 (over uittreding) nadere uitwerking behoeft, omdat de bepaling in het eerste lid over de door het AB te bepalen condities niet meer is toegestaan. De raad gaat tevens in op de bescherming van de bedrijfsvoering van DCMR in geval van een vermindering in de afname van taken en stelt voor om een praktische afspraak over een maximale vermindering (in procenten) op te nemen.

Het AB heeft ingestemd met het volgende voorstel: - Het artikel over de informatieplicht wordt aangepast en nader geconcretiseerd. Mede naar aanleiding van de zienswijzen van de provincie Zuid-Holland en van de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Ridderkerk, Capelle aan den IJssel is artikel 17 uitgebreid en geconcretiseerd. In deze aanvullingen is tevens opgenomen dat dit artikel betrekking heeft op zowel het gevraagd als ongevraagd informeren van de raden en staten. In artikel 17 is een bepaling opgenomen dat in het reglement van orde nader wordt ingevuld hoe uitvoering aan de informatieplicht wordt gegeven. Tevens is een bepaling toegevoegd waarin is vastgelegd dat het afleggen van verantwoording en het verstrekken van inlichtingen geschiedt met inachtneming van hetgeen hierover in de WGR is bepaald.

Blad 13 van 16

-

-

Artikel 37 lid 1, bepaalt dat het AB vaststelt welke financiële en organisatorische gevolgen op een eventuele uittreding van een deelnemer van toepassing zijn. De raad stelt dat een dergelijke bepaling niet meer volstaat en een nadere uitwerking behoeft. Echter, in artikel 37, lid 2 t/m 6, zijn reeds nadere kaders en randvoorwaarden voor een eventuele uitreding opgenomen, waaronder de toewijzing van personeel en compensatie van rechten en verplichtingen (inclusief de grondslag op basis van een meerjarige financiële berekening). Artikel 37 biedt voldoende kader om in voorkomende gevallen afspraken over een uittreding te maken en de opgenomen bepalingen in artikel 37 volstaan gelet op de uittrede-bepalingen in de WGR. Daarnaast is het ongewenst om in de GR de eisen en randvoorwaarden voor een eventuele uittreding verdergaand en in detail vast te leggen, omdat bij een uittreding ook rekening moet kunnen worden gehouden met de specifieke omstandigheden en ontwikkelingen op het moment van uittreding. Zo is bij een eerdere GRwijziging in het algemeen bestuur aangegeven dat het in dergelijke situaties wenselijk is om rekening te houden met bijvoorbeeld het specifieke takenpakket van een uittredende participant en de mate van bezette of vacante formatieplaatsen (omdat deze factoren veel invloed hebben op de mate waarin al of niet nadelige effecten optreden).

Voorts wordt erop gewezen dat in landelijke wetgeving is vastgelegd dat het basistakenpakket verplicht moet zijn ondergebracht bij de omgevingsdienst. Dit maakt dat een eventuele uittreding uit de GR altijd een overgang naar een andere GR zal zijn, waarbij de uittreding vooral het karakter zal hebben van een interbestuurlijk proces tussen de Algemeen besturen van de betreffende omgevingsdiensten. De algemene kaders die nu voor uittreding zijn opgenomen bieden voldoende kaders vooraf en voldoende ruimte voor specifieke invulling als een dergelijke situatie zich voordoet. Ten aanzien van het voorstel om de DCMR-bedrijfsvoering te beschermen bij een taak-afname (door een maximum percentage op te nemen voor taakvermindering in het volgende jaar) wordt opgemerkt dat artikel 33 van de GR hierin reeds voorziet. Dit artikel biedt voldoende kaders en randvoorwaarden om bij taakafname de DCMR-bedrijfsvoering vanuit het perspectief van een gezamenlijke verantwoordelijkheid te beschermen.

13. Gemeente Voorne aan Zee Het college van Voorne aan Zee is voornemens aan de raad voor te stellen geen zienswijze in te dienen (onder voorbehoud van besluitvorming).

14. Gemeente Nissewaard Aan de raad van Nissewaard wordt door het college voorgesteld om geen zienswijze in te brengen (onder voorbehoud van besluitvorming in de raad op 24 april 2024).

Stemverhouding AB Naast de aanpassingen in de GR als gevolg van de ontvangen zienswijzen is er om juridische redenen een aanvullende aanpassing in de GR nodig, die betrekking heeft op de stemverhouding in het AB. In de concept-GR-wijziging zoals is voorgelegd in de zienswijzeprocedure is voorgesteld om de stemverhouding in het AB ongewijzigd te laten. De belangrijkste reden hiervoor was dat er nog nooit in het AB is gestemd. In het betreffende GR-artikel is dus wel de samenstelling van het AB aangepast (van 19 naar 17 leden, vanwege de vorming van de nieuwe gemeenten Voorne aan Zee), maar is het stemgewicht per AB-lid ongewijzigd gebleven. Echter, als gevolg van de gemeentelijke herindeling voldoet de nieuwe stemverhouding niet aan een bepaling in de WGR dat de DB-leden geen meerderheid in stemaantal mogen hebben in het AB. Immers, het DB bereidt de AB-besluitvorming voor en legt verantwoording af aan het AB. In deze verhouding tussen DB en AB is het niet toegestaan dat het DB bij een eventuele stemming de meerderheid heeft. In de “oude” GR met een AB van 19 leden was dit gewaarborgd, want het DB had 49% van de stemmen in het AB. Maar door aanpassing van het aantal AB-leden (a.g.v. de fusiegemeente Voorne aan Zee) is dit veranderd en heeft het DB 51% van de stemmen in het AB.

De stemverhouding in het AB moet dus alsnog in overeenstemming worden gebracht met de wettelijke bepalingen m.b.t. de verhouding tussen DB en AB.

Blad 14 van 16

De stemverhouding in het AB in de voorgelegde concept-GR-wijziging is : o Provincie Zuid-Holland 42 stemmen (3 leden met elk 14 stemmen) o Gemeente Rotterdam 42 stemmen (2 leden met elk 21 stemmen) o Regiogemeenten 24 stemmen (12 gemeenten met elk 2 stemmen) De verhouding in het aantal stemmen is in de GR vastgelegd op basis van het financiële aandeel in de GR (d.w.z. omvang van de werkplannen). Het specifieker maken van de stemverhouding op basis van werkplanomvang zou een optie kunnen zijn, maar dat lost het probleem van de verhouding tussen DB en AB niet op en brengt integendeel meer complexiteit in de stemverhoudingen. Indien de actuele werkplan-omvang als uitgangspunt wordt gehanteerd dan zou het stemgewicht van het DB nog groter zijn. De meest eenvoudige aanpassing waarmee dit juridische probleem kan worden opgelost is een wijziging van het stemgewicht per regiogemeente van 2 naar 3. De stemverhouding wordt dan: o Provincie Zuid-Holland 42 stemmen (3 leden met elk 14 stemmen) o Gemeente Rotterdam 42 stemmen (2 leden met elk 21 stemmen) o Regiogemeenten 36 stemmen (12 gemeenten met elk 3 stemmen). Bij deze stemverhouding blijft het stemgewicht van het DB in het AB onder de 50% (namelijk 48%). Het stemaandeel van gemeente Rotterdam en de Provincie Zuid-Holland dalen daarentegen wel met 2,5%, namelijk van 37,5% voorheen, naar 35%.

Het AB heeft ingestemd met deze wijziging, zodat de voorgelegde GR-wijziging ook op dit punt in overeenstemming is met de WGR-bepalingen.

Blad 15 van 16

Blad 16 van 16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14518052/1