Toelichting financiële mutaties septembercirculaire 2023
Tekst van het document
Bijlage: Toelichting financiële mutaties septembercirculaire 2023 In deze toelichting wordt nader ingegaan op: a. Septembercirculaire 2023; b. Stelpost Loon- en prijsontwikkelingen 2025 – 2027; c. Aandeel restant Sociaal domein onbestemde middelen; d. Geactualiseerd begrotingssaldo 2023 – 2027 en verloop stelpost Sociaal domein; e. Overige mededelingen septembercirculaire 2023 / actualiteiten. a. Septembercirculaire 2023 Na de verwerking van de septembercirculaire 2023 ontstaat ten opzichte van de PPN 2024 het volgende financiële beeld. 2023 2024 2025 2026 2027 Septembercirculaire 2023 210.759.350 222.456.771 229.286.007 219.019.037 225.313.994 Op te nemen stelpost 1.511.379 1.493.544 1.451.661 1.456.082 voorschot BCF Septembercirculaire 2023 210.759.350 223.968.150 230.779.551 220.470.698 226.770.076 Meicirculaire 2023 208.377.065 219.898.473 227.146.348 217.656.452 221.054.800 Vervallen stelpost SD -287.938 -281.875 -273.352 -404.220 -433.441 Meicirculaire 2023 208.089.127 219.616.598 226.872.996 217.252.232 220.621.359 Resultaat septembercirculaire 2023
2.670.223
4.351.552
3.906.555
3.218.466
6.148.717
2025
2026
2027
3.906.555
3.218.466
6.148.717
1.982.660 187.083 125.437 117.831 1.493.544
1.463.872 50.449 123.799 110.681 1.451.661 18.004
4.430.099 23.806 123.329 102.024 1.456.082 13.377
Totaal 2.670.223 4.351.552 3.906.555 *De middelen ‘Stelpost voorschot BCF’ behoren tot de onbestemde middelen.
3.218.466
6.148.717
2025 1.730.838 -418.752
2026 1.573.765 -407.009
2027 4.871.754 -544.331
-55.834 -135.500 861.908
-81.402 -188.900 567.418
-27.217 -217.380 701.088 -353.815
Het resultaat onderverdeeld in de verschillende categorieën: 2023 2024 Resultaat septembercirculaire 2.670.223 4.351.552 2023 Onbestemde middelen Bestemde taakmutaties Bestemde DU's / IU's Restant Sociaal domein Stelpost voorschot BCF Stelpost tabel Jeugdhulp 2023
2.366.240 32.132 109.494 162.357
2.084.158 544.607 125.237 86.171 1.511.379
Hieronder volgt de verdeling per categorie met een toelichting. Onbestemde middelen 2023 2024 Accres 2.048.131 Uitkeringsbasis -705.216 -423.751 Voorschot BCF-plafond 2023 1.706.622 Uitkeringsfactor -14.104 -70.625 WOZ waarden / rekentarief -84.872 -89.220 Hoeveelheidsverschillen 1.463.810 619.623 Financieringssytematiek - deel BCF
1
Totaal onbestemde middelen
2.366.240
2.084.158
1.982.660
1.463.872
4.430.099
Accres Er zijn recentelijk diverse ontwikkelingen omtrent de wijze waarop het accres (groei of krimp van het gemeentefonds) wordt berekend. De huidige stand van zaken is de volgende. De volumeontwikkeling van het fonds wordt gebaseerd op een 8-jaars historisch gemiddelde van de ontwikkeling van het bbp, waardoor het gemeentefonds minder schommelt. De loon- en prijsontwikkeling in het accres wordt bijgesteld met een gecombineerde index op basis van de CPB-indices voor de loonvoet sector overheid, de prijsontwikkeling materiele overheidsconsumptie (IMOC) en de prijsontwikkeling bruto overheidsinvesteringen (IBOI). Hierbij wordt een verdeling van 60/20/20 tussen loon, consumptie en investeringen aangehouden: de gecombineerde index. Vanaf 2027 wordt het LPO accres bepaald op basis van de ontwikkeling van het prijs bbp van het lopende jaar, waardoor het gemeentefonds op een reëel ‘niveau’ blijft. De tranche wordt van het lopend jaar wordt bij de Voorjaarsnota definitief. De bbp ontwikkeling is gebaseerd op de CEP-raming (Centraal Economisch Plan) van het CPB. Voor het jaar 2027 was de indexatie gebaseerd op de gecombineerde index. Vanaf de septembercirculaire 2023 is de systematiek gewijzigd. De VNG is van mening dat deze methodiek geen afdoende dekking biedt voor de verwachte kostenstijging bij gemeenten. De VNG is dan ook niet akkoord gegaan.
Voor Nissewaard bedraagt het accres in 2024 € 2.048.131 dalend naar € 1.573.765 in 2026 en in 2027 oplopend naar € 4.871.754. Ontwikkeling uitkeringsbasis Wanneer gesproken wordt over de ontwikkeling van de uitkeringsbasis, impliceert dat de ontwikkeling van landelijke aantallen. Hierbij blijft de ‘koek’ hetzelfde, maar deze moet worden verdeeld over grotere of kleinere aantallen. Door de continue bijstellingen van de aantallen vindt er bij iedere circulaire een aanpassing van de uitkeringsfactor plaats. Door aanpassing van de landelijke aantallen bij de maatstaven wijzigt de uitkeringsfactor. De uitkeringsbasis stijgt in 2023 als gevolg van ontwikkeling van het aantal bijstandsontvangers, inwoners 75+ met drempel, regionale en landelijke centrumfunctie, en leerlingen voortgezet onderwijs. Dat leidt tot een aanpassing van de uitkeringsfactor met -5 punten in 2023 en -3 punten in 2024 t/m 2026 en -4 punten in 2027 en 2028. Diverse maatstaven van Nissewaard zijn bovengemiddeld toegenomen, zie hoeveelheidsverschillen hieronder. Daar zijn de mutaties weer positief. Voor Nissewaard betekent een en ander -€ 705.216 in 2023, in 2024 -€ 423.751, in 2025 -€ 418.752, in 2026 -€ 407.009 en in 2027 -€ 544.331. Voorschot BCF-plafond 2023 Jaarlijks wordt bij de septembercirculaire een inschatting gemaakt van de declaraties door gemeenten bij het BTW Compensatie Fonds.
Door een verwachte onderschrijding ten opzichte van het plafond (€ 3,957 miljard) wordt een voorschot verstrekt van € 359 miljoen. Dat wordt verrekend via 12 punten uitkeringsfactor. Nissewaard ontvangt in 2023 € 1.706.622 Uitkeringsfactor Deze mutaties van de uitkeringsfactor zijn afrondingsverschillen. WOZ-waarden / rekentarief De maatstaven met betrekking tot WOZ-waarden zijn zogenaamde inkomsten-maatstaven. Zij vormen een minpost op de algemene uitkering. In de jaren 2023 – 2027 is de aftrek van met name 2
‘WOZ-waarden woningen’ fors te noemen. Dit is te verklaren door vooral de substantiële waardestijging in 2021 van 15,5 procent. Zoals gebruikelijk heeft het rijk de rekentarieven van 2024 verlaagd om het negatieve financiële effect te dempen. Desondanks voor Nissewaard een minpost van -€ 84.872 in 2023 tot -€ 217.380 in 2027. Hoeveelheidsverschillen Naast de mutaties in de algemene uitkering die worden veroorzaakt door wijzigingen in de maatstafgewichten en de wegingsfactoren als gevolg van beleidsmatige maatregelen, wordt een deel van de mutaties veroorzaakt door wijzigingen in de aantallen. In de jaren 2023 en verder heeft de herverdeling van het gemeentefonds grote invloed op de aantallen. Er zijn maatstaven verdwenen, gewijzigd en er zijn nieuwe maatstaven bijgekomen. Ook is er sprake van afrondingsverschillen. Het CBS is druk doende met de ‘fine-tuning’ van de aantallen van nieuwe en gewijzigde maatstaven. Daarnaast zijn er diverse aantallen van matstaven definitief vastgesteld. Vooral 2023 valt op met een plus van € 1.463.810. In 2023 hebben de volgende maatstaven voor Nissewaard de grootste impact. Inwoners met een migratieachtergrond; Inwoners 75+. Financieringssytematiek - deel BCF Bij de septembercirculaire 2022 is vooruitlopend op de nieuwe financieringssystematiek aanvullend € 1 miljard incidenteel voor gemeenten beschikbaar gesteld in 2026.
In de meicirculaire 2023 is dit structureel gemaakt vanaf 2027. In de meicirculaire 2023 was aangekondigd dat in september een deel van dit bedrag weer wordt afgestort in het BTW-compensatiefonds. Voor Nissewaard een minpost van -€ 353.815 Bestemde Taakmutaties EU richtlijn energieprestatie gebouwen EPBD III Hulpmiddelen thuis laten staan LHBTI beleid Regenboogsteden Veilig wonen Wet visueel beperkten Rijksvaccinatieprogramma Bijzondere bijstand en vroegsignalering AP Jeugdhulp LPO 2022 Totaal bestemde taakmutaties
2023
2024
2025
2026
2027
4.345 725 20.000 7.062
4.649 1.882 20.000 7.062 -4.878 21.715
4.901 2.750 20.000 7.062 -5.377 23.070
4.775 3.067 20.000 7.062 -5.454 20.999
4.865 3.111
-5.709 21.539
269.304 224.873
134.677
544.607
187.083
50.449
23.806
32.132
EU richtlijn energieprestatie gebouwen EPBD III De algemene uitkering wordt vanaf 2023 structureel met circa € 1,8 miljoen verhoogd in verband met de tweede herziening van de Europese richtlijn energieprestatie van gebouwen (EPBD III). De regeling is op 10 maart 2020 geïmplementeerd en heeft als doel om de energie-efficiëntie van gebouwen te verbeteren. Naar aanleiding van EPBD III is er een verplichting geïntroduceerd voor het documenteren van de energieprestatie van een installatie, voor het installeren van zelfregulerende apparatuur per verblijfsruimte en voor laadinfrastructuur voor elektrische auto’s. Ook zijn de eisen voor de energieprestatie van technische bouwsystemen en de keuring van verwarmingsinstallaties en airconditioningssystemen aangepast. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het toezicht en de handhaving.
3
Hulpmiddelen thuis laten staan De motie Westerveld (GroenLinks) en Bikker (Christen-Unie) verzoekt de regering om met betrokken partijen landelijke afspraken te maken over het behoud van hulpmiddelen thuis voor cliënten die verhuizen naar een instelling in de zin van de Wet langdurige zorg (Wlz) en aangeven thuis te willen logeren. Naar aanleiding van deze motie heeft het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) bestuurlijke afspraken gemaakt betrokken partijen. Onderdeel van deze bestuurlijke afspraken is dat de hulpmiddelen die vanuit de Wmo zijn verstrekt thuis blijven staan en gemeenten de financiering daarvan voortzetten. Gemeenten worden hiervoor gecompenseerd. Vanaf 2023 wordt jaarlijks een bedrag toegevoegd aan de algemene uitkering oplopend tot € 1 miljoen per 2028. LHBTI beleid Regenboogsteden Regenboogsteden zetten zich in voor de gezamenlijke doelstelling, de veiligheid, weerbaarheid en sociale acceptatie van Lesbische vrouwen, Homoseksuele mannen, Biseksuelen, Transgenderpersonen en intersekse personen (LHBTI) verder te bevorderen. Nissewaard ontvangt van 2023 t/m 2026 € 20.000. Veilig wonen De veiligheid van decentrale bestuurders is een vereiste voor het goed functioneren van het openbaar bestuur.
Per 1 oktober 2023 wordt de werkgeversverantwoordelijkheid voor hun veiligheid daarom geëxpliciteerd met een wijziging van de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers. Vanuit het programma Weerbaar Bestuur wordt hier een tegemoetkoming van € 2,4 miljoen per jaar tegenover gesteld voor 2023-2026. Wet visueel beperkten De Tweede Kamer heeft het wetsvoorstel aangenomen dat tot doel heeft om de uitvoering van technische werkvoorzieningen voor mensen uit de doelgroep Participatiewet met een visuele beperking over te dragen aan het UWV. Op dit moment ligt het wetsvoorstel bij de Eerste Kamer. Als het wetsvoorstel ook door de Eerste Kamer wordt aangenomen is het de bedoeling dat de middelen voor de werkvoorzieningen en de structurele uitvoeringskosten budgettair neutraal worden overgeheveld van het cluster Participatie in het gemeentefonds naar de begroting van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW). Voor 2024 gaat het om € 0,9 miljoen, oplopend naar circa € 1,05 miljoen in 2028. De structurele hoogte bedraagt € 2,3 miljoen per jaar. Rijksvaccinatieprogramma Vanaf december 2019 krijgen zwangere vrouwen maternale kinkhoestvaccinatie aangeboden door de Rijksoverheid. Vanaf 1 januari 2024 wordt de uitvoering van deze maternale kinkhoestvaccinatie formeel overgedragen aan de gemeenten.
Met deze septembercirculaire worden de bijbehorende middelen, circa € 4 miljoen per jaar aan het gemeentefonds toegevoegd aan het cluster Sociale basisvoorzieningen. Bijzondere bijstand en vroegsignalering Het kabinet stelt in totaal € 200 miljoen voor de jaren 2022 tot en met 2024 beschikbaar om een stapeling van sociale en maatschappelijke problemen als gevolg van de hoge inflatie te voorkomen. Van dit bedrag is in 2023 in totaal € 50 miljoen via het gemeentefonds aan gemeenten beschikbaar gesteld. Voor 2024 wordt ook in totaal € 50 miljoen via het gemeentefonds aan gemeenten beschikbaar gesteld. Voor Nissewaard een plus van € 269.304. AP Jeugdhulp LPO 2022 In de meicirculaire 2023 is de loon- en prijsbijstelling 2023 voor jeugdzorg, voor zover deze betrekking heeft op de reserveringen voor jeugdzorg op de aanvullende post (AP), aan het gemeentefonds toegevoegd voor de jaren 2024 en 2025. In deze circulaire worden de middelen voor 4
de loon- en prijsbijstelling 2022 over de reserveringen jeugdzorg op de AP toegekend. Ook deze overboeking heeft nu betrekking op 2024 (€ 45,2 miljoen) en 2025 (€ 27,1 miljoen), omdat voor die jaren de middelen van de AP zijn vrijgegeven. Nissewaard ontvangt in 2024 € 224.873 en in 2025 € 134.677. Decentralisatie-uitkeringen MO/OGGz (DU) Vrouwenopvang (DU)
2023 84.523 24.971
2024 84.523 40.714
2025 84.523 40.914
2026 84.523 39.276
2027 84.523 38.806
Totaal bestemde Decentralisatieuitkeringen
109.494
125.237
125.437
123.799
123.329
MO/OGGz (DU) Bij de DU MO/OGGz wijzigt de verdeling van de decentralisatie-uitkering door de actualisatie van o.a. de maatstaf uitkeringsontvangers. Een voordeel voor de centrumgemeente Nissewaard van € 84.523 met ingang van 2023. Vrouwenopvang in verband met Wet Seksuele Misdrijven en Specialistische functies (DU) De invoering van de Wet Seksuele Misdrijven zal naar verwachting leiden tot een verhoogde instroom bij de Centra voor Seksueel Geweld (CSG). Wanneer de wet ook in de Eerste Kamer wordt aangenomen, ontvangen gemeenten vanaf de datum van inwerkingtreding gecompenseerd worden via de DU Vrouwenopvang. Voor Nissewaard bedragen de baten € 24.971 in 2023 tot € 38.806 in 2027.
Restant Sociaal domein Beschermd wonen (IU) Participatie (IU)
2023 31.224 131.133
2024 -39.169 125.340
2025
2026
2027
117.831
110.681
102.024
Totaal restant Sociaal domein
162.357
86.171
117.831
110.681
102.024
Beschermd wonen (IU) Van de maximale aanvullende bijdrage aan de gemeente Bergen op Zoom van € 4,24 miljoen in 2022 is € 0.86 miljoen gebruikt. Het restant wordt in 2023 teruggestort in het gemeentefonds. Een plus van € 31.224 in 2023 voor Nissewaard. In 2024 vindt er weer een uitname plaats omdat Bergen op Zoom ook in 2024 een maximale aanvullende uitkering kan ontvangen. In 2024 is er ook sprake van een geactualiseerde verdeling van de IU Beschermd wonen. Een minpost van -€ 39.169. Participatie (IU) Bij Voorjaarsnota heeft het kabinet besloten om gemeenten te compenseren voor de bijzondere verhoging van het wettelijk minimumloon voor medewerkers in de Wet Sociale werkvoorziening (Wsw). Dit betreft een meerjarige reeks die toegevoegd wordt aan het Wsw-onderdeel in deze integratie-uitkering. Een plus van € 131.133 in 2023 aflopend naar € 102.024 in 2027. Stelposten Stelpost tabel Jeugdhulp augustus 2023 Stelpost voorschot BCF Totaal stelposten
2023
0
2024
2025
2026
2027
1.511.379
1.493.544
18.004 1.451.661
13.377 1.456.082
1.511.379
1.493.544
1.469.665
1.469.459 5
Stelpost tabel Jeugdhulp augustus 2023 Als gevolg van actualisatie van maatstaven wordt de stelpost Jeugdzorg in 2026 met € 18.004 en in 2027 met € 13.377 naar boven bijgesteld. Stelpost voorschot onderschrijding BCF Dit betreffen onbestemde middelen en leveren een positieve bijdrage aan het begrotingssaldo van Nissewaard en vergroot eveneens het aandeel van het Sociaal domein. Zie onder ‘c. Aandeel Sociaal domein.’ De provinciale toezichthouder staat toe een meerjarige stelpost op te nemen als inschatting op de jaarlijkse onder- of overschrijding van het plafond. Dit op basis van de hoogte van de laatst bekende afrekening. In dit geval is dat € 318 miljoen in 2022. b. Stelpost Loon- en prijsontwikkeling 2025 – 2027 Met ingang van 2019 wordt de algemene uitkering uit het gemeentefonds in Nissewaard inclusief meerjarige indexering voor lonen en prijzen geraamd. Dit wordt in ‘lopende prijzen ramen’ genoemd. Deze meerjarige indexering wordt geparkeerd op de stelpost Loon- en prijsontwikkeling. Bij de opstelling van de begroting van het desbetreffende jaar wordt het saldo van de stelpost LPO aangewend om de loon- en prijsontwikkeling op te vangen. Om te kunnen bepalen welke bedragen er meerjarig beschikbaar zijn voor de toekomstige indexeringen, wordt de algemene uitkering in ‘lopende prijzen’ afgezet tegen de algemene uitkering op het huidige prijspeil (constante prijzen).
Dit leidt tot de volgende ontwikkeling van de stelpost LPO.
Septembercirculaire 2023 (lopend) Septembercirculaire 2023 (constant) Loon- en prijsindexatie 2025 en verder
Loon- en prijs indexatie 2025 en verder Huidige stand stelpost LPO Vrijval stelpost LPO
2023 2024 2025 2026 2027 210.759.350 222.456.771 229.286.687 219.019.704 225.314.687 210.759.350 222.456.771 222.014.362 206.022.546 207.283.703 0
0
2023
2024
0 0 0
0 0 0
7.272.325
12.997.158
18.030.984
2025
2026
2027
7.272.325 12.997.158 18.030.984 7.499.995 13.255.182 18.304.100 227.670 258.024 273.116
Voorgesteld wordt om de vrijval stelpost LPO toe te voegen aan de onbestemde middelen. c.
Aandeel Sociaal domein
Subtotaal onbestemde middelen Voorschot BCF Onbestemde middelen Vrijval stelpost LPO Effect septembercirculaire 2023 op begrotingssaldo Aandeel Sociaal domein 37%
2023 2.366.240 2.366.240 0
2024 2.084.158 1.511.379 3.595.537 0
2025 1.982.660 1.493.544 3.476.204 227.670
2026 1.463.872 1.451.661 2.915.533 258.024
2027 4.430.099 1.456.082 5.886.181 273.116
2.366.240 -875.509
3.595.537 -1.330.349
3.703.874 -1.370.433
3.173.557 -1.174.216
6.159.297 -2.278.940
6
Netto effect septembercirculaire 2023 op begrotingssaldo
d.
1.490.731
2.265.188
2.333.441
1.999.341
3.880.357
Geactualiseerd begrotingssaldo 2023 – 2027 en verloop stelpost Sociaal domein
Begrotingssaldo Netto effect septembercirculaire 2023 op begrotingssaldo Huidige stand begrotingssaldo Totaal actuele stand begrotingssaldo
2023
2024
2025
2026
2027
1.490.731 841.143
2.265.188 1.154.166
2.333.441 237.967
1.999.341 -5.111.745
3.880.357 -5.431.120
2.331.874
3.419.354
2.571.408
-3.112.404
-1.550.763
Sociaal domein Rekening houdend met de mutaties uit de septembercirculaire 2023, ziet het verloop van de stelpost Sociaal domein er als volgt uit: Stelpost SD (bedragen * € 1.000) Stand begroting 2023 en 20242027 Effecten septembercirculaire 2023: * Sociaal domein deel 37% onbestemd * Jeugdhulp LPO * Participatie IU * Stelpost Inkomst Jeugdhulp Stelpost SD na septembercirculaire 2023 Afwijkingen 2e tussenrapportage Stelpost SD na 2e tussenrapportage 2023 e.
2023
2024
2025
2026
2027
-2.044
104
2.129
-4.435
-5.310
876
1.330
1.370
1.174
2.279
131
225 125
135 118
0 111 18
0 102 13
-1.037
1.784
3.752
-3.132
-2.916
PM
PM
PM
PM
PM
-1.037
1.784
3.752
-3.132
-2.916
Overige mededelingen septembercirculaire 2023 / actualiteiten
Accres Het accres is gesplitst in een volume- en een nominaal deel, waarbij het nominale deel ter compensatie is van loon- en prijsstijging en het volumedeel ter compensatie van bevolkingstoename. Volumedeel Sinds de meicirculaire 2022 is het volumedeel bevroren tot en met 2025. Vooruitlopend op een nieuwe financieringssystematiek heeft het kabinet in de septembercirculaire 2022 eenmalig € 1 miljard extra beschikbaar gesteld in 2026. Het volumedeel staat hierdoor vast tot en met 2026. Bij de Voorjaarsnota 2023 is dit bedrag vanaf 2027 structureel gemaakt en is besloten om de volumeontwikkeling vanaf 2027 te indexeren op basis van de ontwikkeling van het bruto binnenlands product (bbp). De nieuwe financieringssystematiek is, zoals aangekondigd in de meicirculaire 2023, in de Miljoenennota 2024 uitgewerkt. De indexatie voor het volumedeel wordt vanaf 2027 gebaseerd op een 8-jaars historisch gemiddelde van de ontwikkeling van het bbp.
7
Loon- en prijsdeel Voor de jaren tot en met 2026 geschiedt de index voor loon-prijsontwikkeling op basis van de CPBraming van de loonvoet sector overheid, index materiele overheidsconsumptie en overheidsinvesteringen. Hierbij wordt een verdeling van 60 procent loonontwikkeling, 20 procent consumptie en 20 procent investeringen aangehouden. Vanaf 2027 volgt de indexatie voor inflatie de prijs bbp van het lopend jaar. In de septembercirculaire 2023 zijn de LPO accressen voor de jaren 2024 tot en met 2028 bijgewerkt. Energietoelage De resterende middelen voor de energietoelage 2023 (€ 900 miljoen) kunnen worden uitgekeerd doordat de noodzakelijke wijziging van de Participatiewet op 3 oktober jl. is goedgekeurd door de Eerste Kamer. Intensivering beschut werk In de kamerbrief van 6 juli jl. heeft de minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen aangekondigd voornemens te zijn per extra middelen beschikbaar te stellen voor de financiering van beschut werk. Aanleiding hiervoor is een recent onderzoek waaruit blijkt dat gemeenten per beschutte werkplek geld moeten bijleggen wegens de lage netto toegevoegde waarde van medewerkers. De extra middelen zijn onderdeel van een breder pakket aan maatregelen en bestuurlijke afspraken om beschut werk te stimuleren.
Het gaat in 2024 om een intensivering van € 23,1 miljoen (het is de bedoeling dat het bedrag per plek structureel wordt verhoogd met € 2.157 (prijzen 2023). Deze intensivering stijgt vervolgens mee met het aantal plekken tot € 64,7 miljoen in de structurele situatie. Het is de verwachting dat de bedragen zullen worden verwerkt bij de eerste suppletoire begroting voor het gemeentefonds van 2024 en in de meicirculaire 2024. Wegbeheer Het groeipercentage voor de bijdragen van gemeenten aan het beheer van gemeentelijke wegen door waterschappen bedraagt voor de jaren 2023 en 2024 respectievelijk 4,65 procent en 4,73 procent. Sinds 1993 dient een aantal gemeenten op grond van de artikelen 22 en 24 van de Wet herverdeling wegenbeheer (WHW) een uitkering te verstrekken aan een waterschap voor het beheer van wegen. De hoogte van de uitkering is vastgelegd in het Besluit bijdrage vergoeding wegenzorg. Jaarlijks wordt zij bijgesteld op basis van gegevens van het CPB. Voor het jaar 2023 wordt het groeipercentage definitief vastgesteld op 3,32 procent. Dit is het saldo van de raming voor 2023 (naar huidig inzicht 4,65 procent) en de nacalculatie over 2022 (-1,33 procent). Voor het jaar 2024 wordt het groeipercentage voorlopig vastgesteld op 4,73 procent. Dit komt overeen met de huidige raming van de prijsstijging van de overheidsconsumptie in het jaar 2023.
Stand van zaken onderzoeksagenda verdeelmodel algemene uitkering De verdeling van de middelen uit het gemeentefonds dient rekening te houden met de objectieve kenmerken van gemeenten. Om te bekijken of dat goed gebeurt, wordt in het Periodiek Onderhoudsrapport (POR) geanalyseerd of de uitkomsten van het verdeelmodel van het gemeentefonds aansluiten bij het actuele uitgavenpatroon van gemeenten. Het POR is opgenomen als bijlage in de Ontwerpbegroting 2024 van het gemeentefonds. Bij de invoering van het nieuwe verdeelmodel deelden de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) en VNG in hun adviezen de visie dat het nieuwe model een verbetering is ten opzichte van het oude model, maar benadrukten dat verder onderzoek nodig is. De ROB heeft daartoe een onderzoeksagenda voorgesteld, die door de fondsbeheerders is onderschreven. Het model is geen eindstation en zal continu onderhoud vragen. De onderzoeksagenda bevat onderzoeken naar de maatstaf centrumfunctie (stapeling problematiek 8
sociaal domein), naar de Overige Eigen Middelen (OEM) en naar de maatstaf eenpersoonshuishoudens. • De eerste twee onderzoeken (centrumfunctie/stapeling problematiek sociaal domein en de Overige Eigen Middelen) zijn inmiddels opgestart en de uitkomsten worden in 2024 verwacht. Bij het onderzoek naar de stapeling van de problematiek in het sociaal domein zal expliciet aandacht zijn voor het feit dat deze stapeling ook in niet-stedelijke gebieden voorkomt. In het onderzoek naar de overige eigen middelen wordt onderzocht of een meer gedifferentieerde benadering van de overige eigen middelen meer recht doet aan de diverse aard van de eigen inkomsten. • De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties (BZK) heeft op 27 juni 2023 in de antwoorden op de schriftelijke Kamervragen bij de eerste suppletoire begroting gemeentefonds 2023 aangegeven dat het onderzoek naar de maatstaf eenpersoonshuishoudens door de fondsbeheerders zelf wordt onderzocht en dat de resultaten daarvan in het POR opgenomen worden. De analyse naar de maatstaf eenpersoonshuishoudens is opgenomen in paragraaf 4.1 van het POR (opgenomen in bijlage 5 van de Ontwerpbegroting van het gemeentefonds 2024). Tot slot loopt er nog een onderzoek naar de grootstedelijkheid.
Tijdens het traject is gezamenlijk met de G4 en de 100.000+ gemeenten besloten om het onderzoek niet te baseren op de gegevens van één jaar maar uit te breiden met gegevens van andere jaren om een zo’n goed mogelijk en betrouwbaar mogelijk beeld te krijgen.
9