Ter kennisname 3 - Burap Q1 2020 definitief
Tekst van het document
1e Bestuursrapportage 2020 Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond Versie 9 juni 2020
INHOUDSOPGAVE
1. Voorwoord
3
2. Leeswijzer
3
3. Management samenvatting
5
4. Financieel overzicht
7
5. Toelichting per perceel
9
6. Projecten en innovaties
19
7. Wachttijden
22
7.1 Overzicht wachttijden
21
7.2 Toelichting wachttijden
23
8. Outcome indicatoren
25
9. Overige overzichten
27
9.1 Weekbudget
27
9.2 Aantal cliënten
27
9.3 Indicatieduur
27
10. Analyse clientadministratie
28
11. Betalingsgraad
29
2
1. Voorwoord Voor u ligt de eerste bestuursrapportage van de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR) van 2020. In deze rapportage worden de ontwikkelingen binnen de GRJR uit de eerste drie maanden van 2020 toegelicht. Op dit moment leven we al een aantal maanden in een wereld waarin het Coronavirus ons dagelijks leven heeft veranderd. Hoe de toekomst er uit gaat zien en welke effecten dit op de Jeugdhulp heeft is niet duidelijk, maar de gevolgen zullen we nog lange tijd ervaren. De afgelopen periode is er nauw contact geweest met de zorgaanbieders om de hulp en ondersteuning aan jeugdigen te kunnen blijven bieden. Ook is er gesproken over de financiële effecten en consequenties van de Corona-maatregelen. Het DB Jeugdhulp Rijnmond heeft voor de aanbieders van Jeugdhulp Rijnmond de mogelijkheid tot het aanvragen van een liquiditeitsborg opengesteld. Op deze manier wordt financiële continuïteit geboden. Tot op heden hebben de zorgaanbieders hier nog geen gebruik van hoeven maken. Wel zijn er signalen van lagere instroom in de jeugdhulp die ook financiële effecten met zich mee zal brengen. Het is echter moeilijk te voorspellen of dit tot lagere of juist (op termijn) hogere kosten gaat leiden. Voor eventuele compensatie van omzetderving bij zorgaanbieders worden de ontwikkelingen op landelijk niveau afgewacht. Het Rijk werkt aan een compensatieregeling.
Deze eerste bestuursrapportage is gebaseerd op het beeld en de cijfers van het eerste kwartaal. Het effect van de crisis is daardoor (nog) niet zichtbaar in de cijfers in deze rapportage.
2. Leeswijzer In hoofdstuk 3 wordt een managementsamenvatting gegeven van de belangrijkste zaken uit deze rapportage. In hoofdstuk 4 is vergelijking gemaakt tussen de begroting 2020 en de jaareindeverwachting voor dit jaar. De grootste verschillen tussen beide worden toegelicht. In het volgende hoofdstuk een is per perceel aangegeven welke ontwikkelingen er zijn. Hoofdstuk 6 is ten opzichte van eerdere rapportages een nieuw hoofdstuk en bevat een beknopt overzicht van de projecten en innovaties die binnen de GRJR opgepakt zijn. 3
In hoofdstuk 7 wordt een toelichting gegeven bij de wachttijden. De outcome indicatoren worden in hoofdstuk 8 toegelicht. Hoofdstuk 9 bevat een aantal overzichten die gebaseerd zijn op het berichtenverkeer die inzicht geven in een aantal belangrijke variabelen die van invloed zijn op de zorgkosten. Hoofdstuk 10 bevat de klantenanalyse. Hierbij is de informatie die ontvangen is van de zorgaanbieders vergeleken met de klantenadministratie van de gemeenten. Ten slotte wordt in hoofdstuk 11 informatie gegeven over de betalingsgraad.
4
3. Management samenvatting
Jaareindeverwachting Op basis van de informatie van de gemeenten is de jaareindeverwachting berekend. De huidige verwachting is dat het resultaat in lijn is met de begrotingsophoging zoals deze op 15 april jl. door het Algemeen Bestuur GRJR (AB) is vastgesteld. Deze begrotingswijziging heeft in de maanden mei en juni voor zienswijzen voorgelegen aan de gemeenteraden en zal tijdens het AB van 1 juli 2020 voor definitieve besluitvorming voorliggen. Voor het resultaat geldt dat op dit moment nog onduidelijk is wat het effect van de Coronacrisis zal zijn op de kosten van de jeugdhulp op korte en langere termijn. In het eerste kwartaal was dit effect nog te verwaarlozen, mogelijk zijn de gevolgen in de volgende rapportage wel zichtbaar. Organisatie De Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GR JR) werkt sinds het najaar van 2019 aan een betere uitvoering en besturing van de jeugdhulp in de regio Rijnmond. Langs diverse sporen van een verbeterplan is de afgelopen periode, onder leiding van de interim secretaris GR JR, mevrouw I.M.S. (Imke) Frijters, intensief gewerkt en het nodige in gang gezet. De komende periode gaan we een nieuwe fase in en dat vraagt om een andere aanpak. Het Algemeen Bestuur van de GR JR heeft daarom besloten om de benoeming van de interim secretaris GR JR te beëindigen.
Het Algemeen Bestuur van de GR JR is mevrouw Frijters erkentelijk voor haar inspanning van de afgelopen periode. De nieuwe (interim-)secretaris GR JR is mevrouw S. (Sandra) Hammer. In haar vorige functie van directeur Samenleving bij de gemeente Lansingerland heeft zij door de oplopende kosten voor jeugdzorg en de grote opgave om te transformeren al veel aandacht gehad voor het domein Jeugd. Als deelnemer van het directeurenoverleg is Sandra
5
uitstekend bekend met de Gemeenschappelijke Regeling en kan zij in de rol van (interim)secretaris GR JR voor continuïteit zorgen.
6
4. Financieel overzicht
Baten
Producten
Begroting 2020 AB 15 april 2020 (1*)
JEV2020 obv Q1
Verschil JEV versus Begroting
% Verschil
Exploitatie
1. Programma Bestuur en algemeen management 248.080.536 Bijdrage deelnemende 248.080.536 Totaal Baten Lasten A B
248.080.536
0
248.080.536
0
Exploitatie Gewoon opgroeien buiten gezien (Pleeghulp) Weer naar huis (Opname)
21.845.040
22.247.420
402.380
2%
62.247.658
62.093.058
-154.601
0%
9.342.676
9.918.537
575.861
6%
14.513.379
14.192.102
-321.277
-2%
43.880.862
45.402.548
1.521.686
3%
E
Opgroeien met blijvende ondersteuning (Langdurig verblijf) Steun, hulp of behandeling overdag (Daghulp) Pakket thuis (Ambulante hulp)
F
Crisishulp
9.467.944
9.465.659
-2.285
0%
G
Gecertificeerde instellingen
48.337.712
48.212.772
-124.940
0%
1. JB/JR maatregelen dwang & drang/ Crisis Interventie Team 2. Buitenregionale plaatsingen (GI)
46.092.000
45.833.802
-258.198
-1%
860.080
918.970
58.890
7%
3. KSCD
1.385.632
1.460.000
74.368
5%
Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR) Overige
16.375.541
16.375.541
0
0%
15.436.758
15.713.057
276.299
2%
1. Buitenregionale plaatsingen (incl pleegzorg) 2. Extra ASR
1.736.000
2.005.869
269.869
16%
1.147.800
1.147.879
79
0%
3. Landelijke inkoop
12.148.598
12.148.598
0
0%
4. Acute dienst GGZ
404.360
410.711
6.351
2%
Uitvoeringskosten
6.632.966
3.755.586
-2.877.380
-43%
Risico's Jeugdhulp
2.877.380
0
-2.877.380
-100%
Organisatiekosten GR
3.380.586
3.380.586
0
0%
Specifieke ICT-kosten
100.000
100.000
0
0%
Accountantskosten
75.000
75.000
0
0%
Werk en Onderzoek
200.000 248.080.536
200.000 247.376.280
0 -704.256
0% -0,28%
C D
H. I.
J.
Totaal Lasten
7
Producten Baten
Totaal Baten Exploitatie Lasten
Exploitatie JEV Producten
248.080.536
248.080.536
0
0%
248.080.536
247.376.280
-704.256
0%
0
704.256
704.256
Begroting 2020 AB 15 april 2020 (1*)
JEV2020 obv Q1
Verschil JEV versus Begroting
% Verschil
Voorzieningen 0
5.291.148
5.291.148
0
183.400
183.400
Transformatiefonds
0
5.291.148
5.291.148
"meer samen doen in crisis"
0
183.400
183.400
Voorzieningen JEV
0
0
0
Bijdrage Rijksoverheid transformatiefonds Bijdrage Rijksoverheid "meer samen doen in crisis" Lasten
JEV2020 AB 15obv april Q12020 (1*)Verschil JEV versus Begroting % Verschil
Exploitatie
Totaal lasten Exploitatie
Baten
Begroting 2020
Exploitatie
Voorzieningen
Producten
JEV Gerealiseerd saldo van begrote baten en lasten JEV Gerealiseerd incidenteel saldo afrekening voorgaande jaren Totaal JEV gerealiseerd resultaat
Begroting 2020 AB 15 april 2020 (1*)
0
JEV2020 obv Q1
Verschil JEV versus Begroting
704.256
% Verschil
704.256
0
0
0
0
704.256
704.256
0
8
5. Toelichting per perceel Perceel A: Gewoon opgroeien buiten gezin (Pleeghulp) Binnen perceel A (pleegzorg) is vanwege inhoudelijke afwegingen geen budgetplafond ingesteld. Perceel A is de afgelopen jaren echter niet sterk gegroeid. Voor 2020 wordt ook nog geen (grote) groei verwacht. De reden dat de groei ondanks het ontbreken van een budgetplafond achterblijft, is vanwege een tekort aan pleeggezinnen. Meer pleeggezinnen zijn nodig om meer jeugdigen in pleegzorg te kunnen helpen. Momenteel wordt er door aanbieders, gemeenten en de uitvoeringsorganisatie gesproken over mogelijkheden om de werving van pleegouders een impuls te geven via een regionale campagne. Daarnaast zijn er initiatieven om meer aandacht te besteden aan het behoud van pleegouders. Binnen pleegzorg is bovendien behoefte aan het versterken van gezinnen, om ook in zwaardere vormen van hulp en begeleiding te voorzien. Zo kan pleegzorg voor meer jeugdigen mogelijk gemaakt worden en voor jeugdigen die al in een pleeggezin verblijven maar voor wie de zorg (tijdelijk) zwaarder is kan de hulp voortgezet worden.
Perceel B Weer naar huis (opname) en perceel C Opgroeien met blijvende ondersteuning (langdurig verblijf) Vanwege de inhoudelijk verschillen dan wel inhoudelijke en financiële samenhang worden de percelen B (opname en verblijf) en C (langdurig verblijf) als volgt toegelicht: op perceel B2 volgt een aparte toelichting en percelen B1, B3, B4, C1, C2, C3 en C4 worden gezamenlijk toegelicht. Perceel B2 (gesloten jeugdhulp) Uit de Q1 cijfers kunnen we afleiden dat de productie voor B2 zich stabiliseert dan wel licht lijkt af te nemen. Echter hebben wij de instroom richting B2 (grotendeels) niet zelf in de hand. In 2020 wordt er landelijk en bovenregionaal doorgewerkt aan een verdere transformatie van de gesloten jeugdzorg. Het doel is deze jeugdhulp meer te vervlechten met het lokale en 9
(sub)regionale veld van de jeugdhulp. In 2019 is een stuurgroep opgericht met als doel het vaststellen en uitvoeren van een ontwikkelagenda. De gezamenlijke ambitie 2019-2024 1. Wij verbeteren de zorg voor jeugdigen die tijdelijk dwang nodig hebben, hiermee versterken wij het open en ontwikkelingsgerichte, waarbij het perspectief van de jeugdige centraal staat. 2. Herdefiniëren van de gesloten jeugdhulp, waarbij de ambitie is dat de gesloten plaatsen in 2024 voor het landsdeel Zuidwest via een beweging van opbouw van 235 naar 100 wordt afgebouwd, waarna de focus op nul gaat. 3. Het onderwijsperspectief van de jeugdige blijft het uitgangspunt wanneer een jeugdige in de jeugdhulp verblijft en is daarmee onderdeel van het hele jeugdhulptraject. 4. Ten aanzien van de veiligheid en mate van bescherming van jeugdige en de omgeving van jeugdhulpplusvoorziening
zijn
er
afspraken
tussen
de
‘driehoek’,
de
jeugdhulpplusvoorziening en de verwijzende instelling over o.a. het delen van informatie en maatschappelijke beeldvorming. Het perspectief van de jeugdige is hierin leidend. 5. Wij sluiten ons aan bij ‘de beweging van 0’ en het VNG-statement best passende zorg. Deze ambities worden vertaald in een werk- agenda en uitgewerkt in werkgroepen, pilots en aan de B/C zorglandschapstafel. Overige sub-percelen B1/ B3/ B4 (opname en verblijf) en C1/C2/C3/C4 (langdurig verblijf) In 2018 zijn na de start van de aanbesteding een aantal knelpunten op percelen B & C geanalyseerd, waarvoor in 2019 oplossingen zijn aangepakt. Zo is er extra budget en uitbreiding van capaciteit beschikbaar gekomen met name in perceel C om doorstroom te creëren voor perceel B. De verwachting is dat de druk op perceel B hierdoor afneemt. De prognose voor perceel B vanuit de Q1 cijfers ligt lager dan de eindproductie 2019 en in lijn met de begroting 2020. In 2020 is opnieuw samen met de aanbieders geanalyseerd waar nog verbeteringen mogelijk zijn voor doorstroom en verdere samenwerking. Aan ieder thema is vanuit de 10
aanbieders één kartrekker toegewezen die het initiatief neemt om het betreffende thema verder te brengen. Hierbij betrekt de kartrekker zowel collega-aanbieders, het ZBT als de GRJR. De thema’s zijn de volgende:
1. Zicht op Zorglandschap B/C: is dit voldoende dekkend? 2. Overbruggingszorg + opnamevoorkomende/-verkortende trajecten 3. Langdurig Intensief Verblijf 4. Ambulantisering B2 – JeugdzorgPlus 5. LVB-aanbod regio Rijnmond 6. Hoog specialistisch GGZ-aanbod De thema’s zullen op iedere Zorglandschaptafel B&C geagendeerd worden, zodat de voortgang en samenhang gezamenlijk besproken kan worden.
Perceel D Steun, hulp of behandeling overdag (Daghulp) In de Q1- cijfers is een stabilisatie zichtbaar ten opzichte van 2019. Echter, bij perceel D is geen budgetplafond ingesteld, dus aanbieders zijn niet gebonden aan een contractvolume. Met de aanbieders in deze opdracht wordt overleg gevoerd welke vormen van jeugdhulp gewenst zijn. Op 20 januari jl. is er, namens de stuurgroep transformatie, een drukbezochte werkconferentie Onderwijs & Jeugdhulp georganiseerd. De betreffende werkgroep heeft de gegevens die zijn opgehaald geanalyseerd en in een rapport verwerkt. De werkgroep hoopt daarnaast gesprekken met de bestuurders van de samenwerkingsverbanden te kunnen doen, na de zomer in een fysieke bijeenkomst. Al deze (gezamenlijke) acties dienen de verbinding van specialistische zorg met het lokale veld en het onderwijs. Deze ontwikkelingen moeten op termijn effect hebben op versnelde
11
uitstroom (kortere zorgduur) en vermindering van de instroom (omdat lokale oplossingen ingezet worden). Perceel E Pakket thuis (Ambulante Hulp) N.a.v. een toenemende vraag naar hulp uit perceel E in 2019 en aanbevelingen vanuit het onderzoek van KPMG, is een begrotingsverhoging 2020 voorgesteld voor perceel E. De 1e kwartaalcijfers onderstrepen de hoge druk op perceel E. KPMG heeft aanbevelingen gedaan om deze druk in 2020 te verlagen. N.a.v. deze aanbevelingen is in het eerste kwartaal een wachtlijstanalyse uitgevoerd door aanbieders en GRJR samen. Doel van de wachtlijstanalyse is het in beeld brengen van de instroom in het specialistische zorglandschap. En daar binnen de budgettaire mogelijkheden een adequate oplossing voor vinden binnen óf buiten de specialistische zorg. De kwartaalcijfers onderstrepen het belang van deze wachtlijstanalyse, omdat de druk het hoogst is bij de aanbieders met de meeste kinderen op de wachtlijst. Vanuit de wachtlijstanalyse is door aanbieders en GRJR geprioriteerd welke bevindingen verder verdieping en uitwerking vragen: •
Verdiepen op het functioneren van de huisartsen/ wijkteams -beleid en verwijsgedrag
•
Doelgroep 6-12-jarigen nader onderzoeken (wat is de zorgvraag)
•
Criteria definiëren voor een afwegingskader voor specialistische zorg (voor de wijkteams en specialistische zorg)
•
Oplossingen bedenken voor de wachtlijstproblematiek d.m.v. elkaars expertise benutten en verbinden
In werkgroepen gaan aanbieders, gemeenten, ZBT en uitvoeringsorganisatie het komende kwartaal aan de slag met de uitwerking van deze vier thema’s. Perceel F Crisishulp Perceel F lijkt ongeveer uit te komen op het voor 2020 begrote bedrag. Hierbij is wel sprake van diverse onzekerheden. Enerzijds blijkt uit een trendanalyse dat voor alle drie de vormen van crisishulp (ambulant, crisispleegzorg en groepsopvang) sinds 2018 een afname van het 12
gebruik zichtbaar is. Dat past bij de transformatiedoelen. Anderzijds is het effect van het Corona-virus (en de hierdoor verwachte toename van huiselijk geweld) op vereiste inzet van crisishulp nog niet duidelijk en daarnaast is het gebruik van crisishulp mede afhankelijk van ontwikkelingen in andere opdrachten. Bijvoorbeeld het door zorgaanbieders bereiken van budgetplafonds in opdracht B en C kan snelle doorstroom vanuit een crisisbed naar een regulier jeugdhulpbed belemmeren. Ook signaleren zowel de hoofd- als onderaannemers een toenemende zwaarte van de problematiek van jongeren (en daarmee benodigde intensievere ondersteuning) plus een toename van het aantal jongeren dat moeilijk plaatsbaar is op een crisisgroep vanwege bijvoorbeeld agressie of het zijn van dader van een zedenmisdrijf. Perceel G Gecertificeerde instellingen 1. JB/JR maatregelen dwang en drang en Crisis Interventie Team a. JB/JR-maatregelen dwang & drang (gecertificeerde instellingen (GI’s)) De productierealisatie over het hele domein van de GI’s is iets lager dan de verleende subsidiebedragen aan JBRR en LJ&R. Binnen de gerealiseerde productie is een aantal opvallendheden. De daling op de inzet ondertoezichtstelling (OTS) zet in Q1 2020 door. Ook bij Voogdij is een afname zichtbaar.
Opvallen bij de inzet van Drang is dat de productie ongeveer conform verleende subsidie is, maar dat er verschuiving zichtbaar is van Drang zonder Raadsonderzoek naar Drang met Raadsonderzoek. Mogelijk hebben wachttijden bij de RvdK impact hebben op het aantal OTS-en en verschuiving naar Drang met Raadsonderzoek. Dit kan ertoe leiden dat er in 2020 op enig moment weer een toename zal zijn van het aantal OTS-en, wanneer de RvdK haar adviezen heeft voorgelegd aan de rechter. Door onzekerheden over de productie ontwikkeling in 2020, wordt uitgegaan van een lichte onderproductie. Per 2020 hebben de GI’s de om zich te focussen op de uitvoering van dwangproducten (OTS, jeugdreclassering (JR) en voogdij). De GI heeft daardoor minder formatie beschikbaar voor drangtaken. Er ontstaat daardoor ook meer druk op de lokale
teams.
In
opdracht
van
het
AB
voeren
GI,
gemeenten
en 13
uitvoeringsorganisatie GRJR
de opdracht uit om te komen tot een nieuwe
vormgeving van samenwerking in drang (vrijwillig kader). Rond de zomer 2020 wordt hierover advies uitgebracht.
b. Crisis Interventie Team Kinderen die acuut in hun veiligheid bedreigd worden krijgen ondersteuning van het Crisis Interventie Team (CIT). Politie, ziekenhuizen, huisartsen, scholen, hulpverleners, maar ook ouders en kinderen zelf kunnen contact opnemen met het CIT. Het CIT treedt op in crisissituaties en kan direct de noodzakelijke hulp inzetten. Het CIT (Crisis Interventie Team) laat in Q1 een behoorlijke afname zien bij Crisisinterventies. De stijging van het aantal huisverboden in 2019 zet ook in Q1 2020 door. Bij de start van de Coronamaatregelen nam het aantal meldingen af. De verwachting is dat dit een tijdelijke reductie betreft.
2. Buitenregionale plaatsingen (GI) Buitenregionale plaatsingen betreffen plaatsingen van kinderen bij niet regulier gecontracteerde aanbieders. In de meeste gevallen gaat het om kinderen die op basis van het woonplaatsbeginsel bij één van de gemeenten in de regio horen, maar die niet in de regio verblijven. JBRR is opdrachtgever en financier voor jeugdigen die onder toezicht van een andere GI vallen, maar tot de verantwoordelijkheid van een gemeenten in de regio Rijnmond behoren. Op dit onderdeel valt nog geen jaareindeverwachting te geven. Inzet voor Buitenregionale plaatsingen zal naar verwachting binnen de totale verlening van JBRR passen. 3. KSCD Het Kennis- en Servicecentrum voor Diagnostiek (KSCD) voert onafhankelijk diagnostisch onderzoek uit op verzoek van de medewerkers van Jeugdbescherming Rotterdam-Rijnmond (JBRR). Tevens verzorgt het KSCD de instemmingsverklaringen voor het realiseren van een gesloten plaatsing. De productie van het KSCD sluit in 2020 aan bij de verleende subsidie. Het KSCD slaagt er al geruime tijd niet in om de 14
wachttijden op onderzoek en de duur van onderzoeken volgens plan te laten verlopen. Ook in Q1 2020 hebben maatregelen nog onvoldoende effect gehad. JBRR gaat per Q2 2020 extra inzet op een oorzaakanalyse en op het opstellen van een verbeterplan. Perceel H Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (VTRR) Perceel H heeft te maken met een groei van de instroom. In 2019 was er bij VTRR sprake van een toename van 14% in meldingen en een toename van 44% in adviesvragen ten opzichte van 2018. De ingezette stijging van het aantal vragen om advies en ondersteuning zet door in het eerste kwartaal van 2020. Zo is ten opzichte van het eerste kwartaal van 2019 een toename in adviesvragen van 26% te zien. De aanname is dat de toename komt door de nieuwe wet meldcode die begin 2019 van kracht is gegaan. Het aantal meldingen is in het eerste kwartaal van 2020 iets lager dan het eerste kwartaal van 2019 (-0,5%). VTRR ontving in 2020 gemiddeld 1249 meldingen en in 2019 gemiddeld 1255. Door diverse efficiencyslagen, aanpassingen in het werkproces en samenwerkingsafspraken met partners heeft VTRR gewerkt aan het tijdig verwerken van de stijgende instroom. Inmiddels is er een daling te zien in het aantal nog te beoordelen casussen. Het lukt steeds vaker om de veiligheidsbeoordeling binnen de termijn van 5 dagen af te ronden. Het binnen termijn afronden van onderzoek vraagt nog wel de nodige aandacht.
Effecten van de coronacrisis zijn op dit moment nog lastig aan te geven. Voorlopig is er nog geen stijging te zien van het aantal meldingen. Voor diegene die zich thuis onveilig voelt en VTRR niet vrij kan bellen is er een laagdrempelige voorziening in de vorm van een whatsappnummer gelanceerd. Ook heeft VTRR de media actief opgezocht om aandacht te vragen voor huiselijk geweld en kindermishandeling. Dit met als doel omstanders alert te maken om een helpende hand te reiken en bij ernstige zorgen aan de bel te trekken. Met de aanscherping van de Wet Meldcode en de ontwikkeling van de radarfunctie van Veilig Thuis per 1 januari 2019 hebben de meeste Veilig Thuis organisaties te maken met een hogere stijging van de instroom dan verwacht. In het verlengde hiervan is de G4 samen met de betreffende VT-organisaties een lobby gestart en is een brief naar de ministers 15
gestuurd met het verzoek om meer financiële middelen voor de hele beschermingsketen. Tevens is in opdracht van het ministerie van VWS en de VNG in het eerste kwartaal van 2020 onderzoek gedaan naar de ontwikkeling van het aantal adviesvragen en meldingen bij alle Veilig Thuis organisaties. Daaruit is gebleken dat zowel het aantal adviezen als het aantal meldingen is toegenomen in de periode 2017 – 2019 en de stijging groter is dan de begrootte middelen. Inmiddels is bekend gemaakt dat vanaf 2020 jaarlijks structureel 38,6M extra middelen zijn vrijgemaakt voor de aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling. Momenteel wordt bekeken op welke manier deze uitkering zal plaatsvinden. Perceel I Overige onderdelen 1. Buitenregionale plaatsingen Naast de buitenregionale plaatsingen (BRP) via de GI, zijn er ook voor de opdrachten A t/m E buitenregionale plaatsingen. Hiervoor is de jaareindeverwachting bepaald op basis van de kosten van de verlening voor buitenregionale pleegzorgplaatsingen aan Enver en de kosten voor individuele BRP-trajecten zoals die gemaakt zijn in 2019. 2. Extra ASR Zorgaanbieder Prokino ontvangt subsidie voor het verzorgen van de coördinatie van residentiële plekken in het kader van het adolescentenstrafrecht. Dit betreft jongvolwassenen
die
onder
het
jeugdstrafrecht
zijn
veroordeeld
en/of
jeugdreclassering hebben. Vanwege hun leeftijd is plaatsing op een jeugdhulpgroep niet reëel en is een plek in een Wmo-instelling aangewezen. Omdat de te bieden zorg jeugdhulp betreft, moet de instelling voldoen aan de eisen die de Jeugdwet hieraan stelt. Prokino sluit hiertoe maatwerkcontracten af met betrokken zorgaanbieders en verzorgt het traject van het zoeken naar de best passende zorgaanbieder, aanmelding, plaatsing en monitoring tot de doorgeleiding.
16
3. Landelijke Inkoop Vanuit het Rijk zijn wat betreft de inkoop van een aantal zeer specialistische zorgvoorzieningen afspraken gemaakt voor landelijke inkoop. Daarnaast is er een aantal functies die weliswaar niet rechtstreeks zorg voor jeugd raken maar wel randvoorwaardelijk zijn voor het functioneren van het stelsel rondom jeugdhulp (zoals de vertrouwenspersoon). De samenwerkende gemeenten hebben besloten om de financiering en reservering van deze middelen binnen de gemeenschappelijke regeling te beleggen, aangezien het zeer specialistische voorzieningen betreft en binnen de samenwerking eventuele fluctuaties in het gebruik van deze voorzieningen kunnen worden opgevangen. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) is contractpartner voor de betreffende zorgaanbieders. Ten tijde van het opstellen van deze rapportage zijn van de VNG nog geen data ontvangen over de inzet van LTA-aanbod voor jeugdigen uit onze regio in het 1e kwartaal. Algemeen gesproken geldt dat de kosten van het LTA moeilijk te beïnvloeden zijn omdat de verwijzing verloopt van artsen naar artsen en er geen budgetplafonds zijn. Deze jeugdigen zijn nu nog vaak buiten beeld, omdat doorverwijzing vanuit instellingen gebeurt en lokale teams daar vaak niet bij betrokken zijn. De VNG werkt aan een voorstel om LTA-aanbieders meer te laten samenwerken met gemeenten. 4.
Acute Dienst GGZ Voor het uitvoeren van de acute dienst (jeugd-)GGZ is in 2020 een subsidie verleend aan Parnassia en GGZ Delfland. Uit de cijfers over het 1e kwartaal blijkt een wisselend beeld. Daar waar bij Parnassia het hoge aantal meldingen uit het 4e kwartaal van 2019 zich in het 1e kwartaal van 2020 voortzet is bij GGZ Delfland vooralsnog een afname zichtbaar. Als oorzaak hiervan wijst GGZ Delfland naar het per dit jaar zijn ingevoerd van de Generieke Module Acute Psychiatrie. Onderdeel hiervan is het aanstellen van een triagist. Deze screent meldingen en pas daarna wordt eventueel een crisiscontact geregistreerd. Consequentie hiervan is dat wel vaker inzet van spoedzorg nodig is.
17
Perceel J Uitvoeringskosten Het budget voor de organisatiekosten van de uitvoeringsorganisatie is middels een begrotingswijziging op het AB Jeugdhulp van 15 april jl. opgehoogd met € 424.666,-. Dit is deels gedekt uit het risicobudget. Het risicobudget is daarom met € 0,2 mln. verlaagd ten gunste van de post organisatiekosten. In afwachting van de formele vaststelling van de begrotingsophoging 2020 ligt er een ‘reservering’ van € 2,5 mln. ten gunste van de ophoging van de budgetplafonds van de contracten op perceel E. Deze extra middelen zijn vooruitlopend op de definitieve vaststelling van de ophoging op 1 juli 2020 reeds toegekend aan de aanbieders. Het risicobudget komt na positieve besluitvorming op 1 juli a.s. weer vrij voor mogelijke hogere zorgkosten en overige risico’s. Omdat de jaareindeverwachting is afgezet tegen de opgehoogde begroting (onder voorbehoud van definitieve besluitvorming op 1 juli a.s.) is het risicobudget gepresenteerd als beschikbaar budget.
18
6. Projecten en innovaties Prijs- en herijkingsonderzoek KPMG is maart 2020 gestart met het tarief- en herijkingsonderzoek. Zij hebben hiervoor bij aanbieders en gemeenten data opgevraagd. Uiterlijk begin juni dient deze bij KPMG binnen te zijn. De verwachting is dat KPMG vervolgens beide onderzoeken in de zomer kan afronden. Een risico voor de planning is een niet tijdige of kwalitatief onvoldoende aanlevering van de dataformats. Waar nodig wordt contractmanagement ingezet om dit risico te verminderen. Schouw B & D De kosten voor specialistische jeugdhulp in de percelen B en D waren in 2018 fors hoger dan was begroot. In 2019 heeft deze stijging zich voortgezet. Daarom is in het eerste kwartaal van 2020 door het DB-opdracht gegeven tot een schouw op percelen B en D. De schouw zal zich richten op de vraag: Wat zijn de kwantitatieve en/of kwalitatieve oorzaken van de geconstateerde knelpunten in de budgetten voor perceel B/perceel D, inclusief de ontwikkeling hierin tussen 2018 en 2019, en op welke wijze kan een trendbreuk worden gerealiseerd? Momenteel wordt de vraagformulering getoetst bij zorgaanbieders en potentiële opdrachtnemers. Inkoop In 2017 heeft de GRJR specialistische jeugdhulp ingekocht namens de 15 deelnemende gemeenten. De inkoop heeft plaatsgevonden voor de periode 2018-2020, met de optie twee keer één jaar verlenging.
Op 19 september 2019 heeft het Algemeen Bestuur (hierna AB) ingestemd met een verlenging van één jaar voor het jaar 2021, onder voorwaarde dat een aantal aanscherpingen doorgevoerd werden. Dit heeft inmiddels plaatsgevonden in de vorm van een actieplan 2021. Eind 2019 is de stuurgroep Inkoop gevormd met de onderzoeksvraag wat voor het jaar 2022 het verstandigst is, óf een nieuwe aanbesteding starten voor een nieuw contract per 1
19
januari 2022 óf nog één jaar verlenging van het huidig contract. Naar verwachting wordt de definitieve keuze voor 2022 in de loop van juli gemaakt door het AB. Begin 2020 is gestart met het ontwikkelen van een inkoopstrategie voor de nieuwe inkoop. De inkoopstrategie wordt naar verwachting in september/oktober 2020 afgerond. Voor het afronden van de inkoopstrategie is afstemming met de regionale visie van belang omdat vanuit de visie de strategie wordt bepaald. Ten slotte is de evaluatie van het arrangementenmodel aanleiding om het arrangementenmodel door te ontwikkelen. Hiervoor wordt op dit moment een projectleider voor wordt geworven. Transformatie Bijdragen aan gemeenten In het eerste kwartaal van 2020 hebben alle gemeenten de door hen aangevraagde bijdragen ontvangen. Aan Capelle Aan Den IJssel en MVS is de bijdrage (deels) op hun verzoek in december 2019 uitbetaald. Subsidies aanbieders en GI De aanvragen van de aanbieders en van de GI zijn -conform de in het AB vastgestelde subsidiemeetlat ingestelde beoordelingscommissie- bekeken. De beoordelingscommissie heeft een advies opgesteld voor het DB. Op 17 februari 2020 heeft het DB het advies van de beoordelingscommissie gevolgd en besloten over het toekennen van subsidies aan de GI en de aanbieders. Deze subsidies zijn, voor zover goedgekeurd, aan de instellingen uitbetaald.
De instellingen zijn met de voorbereidingen van de transformatie gestart en zullen, de gevolgen van de Coronacrisis in acht nemend, deze voortzetten. De eerste monitoringsessies met de aanbieders zijn onder leiding van KPMG reeds gehouden. Op dit moment is een bedrag van € 5,6 mln. uit het transformatiefonds uitbetaald. Er is nog € 1,5 mln. gereserveerd voor een drietal aanvragen van de aanbieders die niet in eerste instantie zijn gehonoreerd, maar waarvoor nog wel een hernieuwde aanvraag in procedure is of wordt verwacht. Er resteert € 1 mln. bestemd voor gemeenten en activiteiten conform het door het AB vastgestelde transformatieplan. 20
JB/JR-maatregelen dwang & drang (gecertificeerde instellingen (GI’s)) Per 2020 hebben de GI’s de opdracht om zich te focussen op de uitvoering van dwangproducten (OTS, jeugdreclassering (JR) en voogdij). De GI heeft daardoor minder formatie beschikbaar voor drangtaken. Er ontstaat daardoor ook meer druk op de lokale teams. In opdracht van het AB voeren GI, gemeenten en uitvoeringsorganisatie GRJR de opdracht uit om te komen tot een nieuwe vormgeving van samenwerking in drang (vrijwillig kader). Rond de zomer 2020 wordt hierover advies uitgebracht. Op het thema AB van 4 juni wordt langer stilgestaan bij de voortgang van dit project.
21
7. Wachttijden 7.1 Overzicht wachttijden Onderstaande grafieken tonen de wachttijden in het eerste kwartaal van 2020
Grafiek 1. Gemiddelde retrospectieve wachttijd
Grafiek 2. Geholpen binnen norm (13 weken) De norm die wordt aangehouden is de Treeknorm.
22
Tabel 1. Percentage geholpen binnen 10 dagennorm – per perceel Q1 2020 Percentage geholpen Perceel binnen 10 werkdagen A 58% B 76% C 40% D 40% E 82% Niet ingevuld* 59% Eindtotaal 77% *Perceel onbekend door missende beschikkingen
7.2 Toelichting wachttijden De retrospectieve wachttijd die hier gerapporteerd wordt is de tijd dat een jeugdige, waarvan de behandeling in de betreffende periode (Q1 2020) is gestart, op de wachtlijst heeft gestaan. De retrospectieve wachttijd in Q1 2020 is vergelijkbaar met de voorgaande rapportage, zie Grafiek 1. Er is een zeer lichte daling te zien. Dit kan bijvoorbeeld te maken hebben met het nog niet bereikt hebben van het budgetplafond aan het begin van het jaar. Instroom kan dan, mits er voldoende personeel is, vlot plaatsvinden. De effecten van de maatregelen rondom Corona zien nog niet of nauwelijks waarneembaar in deze cijfers, omdat dit een rapportage tot eind maart betreft. Pas in de laatste twee weken van maart golden er beperkende maatregelen. Het grootste deel van het eerste kwartaal 2020 heeft er dus een normale instroom plaats kunnen vinden. Een beperking van de betrouwbaarheid van de genoemde wachttijden is dat de administrative processen binnen het berichtenverkeer niet altijd parallel lopen met de werkelijke start van de zorg. Aangezien de registratie van wachttijden hier (deels) op berust, kan dit een vertekenend effect hebben: zowel naar boven als naar onder toe (afhankelijk van het type zorg), waarbij het algemene signaal is dat de wachttijden in werkelijkheid langer zijn. De GRJR is in gesprek met aanbieders om de registratie op bepaalde punten
23
aangescherpt te krijgen, zodat een realistischer beeld van de wachttijden ontstaat. Uiteindelijk is het streven echter om het monitoren van de wachttijden op basis van het berichtenverkeer plaats te laten vinden. Hiervoor is het noodzakelijk dat aanbieders en gemeenten dezelfde momenten hanteren waarop de berichten verstuurd worden. Dat is tot op heden nog onvoldoende het geval waardoor dit geen betrouwbare informatie oplevert. Grafiek 2 toont het percentage cliënten dat geholpen werd binnen de Treeknorm (max. 14 weken wachten). De Treeknorm beschrijft de landelijk maximaal aanvaardbare termijn van wachten binnen de zorg. Van de cliënten waarvan de zorg startte in het eerste kwartaal 2020, gebeurde dit bij 91% van hen binnen deze norm. Wanneer de 10-dagennorm gehanteerd wordt (zie Tabel 1) dan is te zien dat 77% van de jeugdigen binnen de norm geholpen wordt. Ook voor deze cijfers gelden de hierboven genoemde beperkingen.
24
8. Outcome indicatoren Voor het eerste kwartaal 2020 zijn drie outcome indicatoren uitgevraagd: reden beëindiging, cliënttevredenheid en zonder hulp verder kunnen. Reden beëindiging De outcome indicator ‘reden beëindiging’ wordt door professionals ingevuld bij het afsluiten van een arrangement. De reden van afsluiten kan zijn: 1. Volgens plan: een arrangement wordt dan afgesloten op het moment dat dit gepland was door aanbieder en cliënt 2. Voortijd: een arrangement wordt afgesloten vóór het door aanbieder en cliënt geplande moment. De initiator van voortijdige beëindiging kan in dit geval de aanbieder, de cliënt of beide (in overeenstemming zijn). Ook kan door externe omstandigheden (bijvoorbeeld een verhuizing) het arrangement voortijdig beëindigd worden. Tabel 1. Reden beëindiging van afgesloten Arrangementen in Q1 2020 Reden beëindiging Volgens plan Voortijdig: in overeenstemming Voortijding: door cliënt Voortijdig: door aanbieder Voortijdig: externe omstandigheden Overig/onbekend Eindtotaal
Aantal 1247 89 46 12 10 7 1411
Zoals te zien in Tabel 1 wordt het overgrote deel van de arrangementen (88%) volgens plan beëindigd. Dat is iets meer dan in heel 2019, toen is namelijk 80% van de arrangementen volgens plan beëindigd. Zes procent wordt in overeenstemming tussen cliënt en aanbieder voortijdig beëindigd en 3% wordt door de cliënt voortijdig beëindigd. Twee procent van de arrangementen wordt voortijdig op initiatief van de professional of door externe omstandigheden beëindigd. De laatste 1% valt in de categorie ‘overig’/onbekend.
25
Cliënttevredenheid en zonder hulp verder kunnen De outcome indicatoren ‘cliënttevredenheid’ en ‘zonder hulp verder kunnen’ worden door de jeugdige en/of ouders beantwoord. Deze twee indicatoren zijn voor het eerste kwartaal 2020 door meer aanbieders aangeleverd dan over 2019, maar de respons is nog onvoldoende betrouwbaar om hierover te rapporteren. In de werkgroep monitoring en resultaatsturing zal met aanbieders gesproken worden over de kwaliteit en de interpretatie van de gegevens. Onlangs is de kwantiteit van de gegevens met aanbieders besproken. Zij gaven allen aan in de volgende kwartalen meer informatie te kunnen leveren dan tot op heden is gebeurd. Hierbij blijft het voor aanbieders wel lastig om de respons hoog te krijgen: cliënten zijn niet verplicht om de outcome indicatoren te beantwoorden en veel aanbieders vragen de indicatoren in een vragenlijst per mail/post uit. Dit kan in een laag responspercentage resulteren. Dit is onderwerp van gesprek tussen aanbieders en de uitvoeringsorganisatie. Bovengenoemde redenen zorgen ervoor dat een cijfermatige presentatie van deze indicatoren nog niet mogelijk is.
26
9. Overige overzichten 9.1 Weekbudget Voor het opstellen van de bestuursrapportage is zowel informatie van de zorgaanbieders ontvangen als van de gemeenten. In onderstaand overzicht is het gemiddelde weekbudget in euro’s opgenomen van de gemeenten en van de zorgaanbieders. Gemiddeld weekbudget Bron gemeenten Bron zorgaanbieders verschil in %
A
B C D E 246 2.389 1.178 707 206 247 2.354 1.184 683 209 -0,5% 1,5% -0,4% 3,4% -1,4%
9.2 Aantal cliënten De bron voor onderstaande tabel is de administratie van de gemeenten.
A B C # klanten info gemeenten 1.455 605
D
E
197
581
Totaal 6.331 9.169
Dit is het aantal cliënten dat in het eerste kwartaal van 2020 zorg heeft of heeft gehad per perceel. NB cliënten die zorg krijgen in meer dan 1 perceel tellen meerdere keren mee. 9.3 Indicatieduur In onderstaande tabel wordt de gemiddelde indicatieduur in dagen per perceel per zorgaanbieder uit de administratie van de gemeenten weergegeven. Zorgaanbieders GGZ Delfland Horizon Mentaal Beter Cure B.V. Middin Parnassia Prokino Stichting Enver Stichting Jeugdformaat Stichting Pluryn Hoenderloo Groep (Intermetzo) Stichting Schakenbosch Stichting Timon ThuisTeamJeugd William Schrikker Pleegzorg Yulius Stichting Stichting Pameijer Eindtotaal
A
B
C
D
E 385
768
822 863
599
246
470
271 316 325
551 348 376
268
317 225 313
324
316
262
356 351 396 336 289
340 375
709
791
216 353 284
342 371
347 271
364 27
10. Analyse clientadministratie (Zachte) Kwartaal afsluiting Q1 Naar aanleiding van het jaarrekeningresultaat 2019 is afgesproken om met (zachte) kwartaalafsluitingen te gaan werken. Er wordt gewerkt aan een plan van aanpak die inmiddels diverse malen ambtelijk is afgestemd. Ondertussen is wel gestart met de eerst kwartaalafsluiting. De productiecijfers Q1 2020 die door de zorgaanbieders bij de uitvoeringsorganisatie zijn aangeleverd zijn aan de backoffices van de gemeenten gestuurd. Hierbij is aan de gemeenten verzocht de opgegeven productie van de zorgaanbieders met de eigen clientadministratie te vergelijken en bij afwijkingen met de zorgaanbieders contact op te nemen. De huidige stand van zaken is dat de meeste gemeenten de eerste analyse op de aansluiting hebben uitgevoerd hebben. Enkele gemeenten zijn nog bezig met deze analyses. In de komende weken stemmen de gemeenten en zorgaanbieders de verschillen af en voeren de correcties door in beide administraties. De uitkomsten van deze eerste (zachte) kwartaalafsluiting worden bij de Q2 rapportage meegenomen.
28
11. Betalingsgraad Perceel Producten
A B C D E
Te declareren Declaraties t/m Betalingsgraa budget t/m April 30 April d per Perceel A tm E
Gewoon opgroeien buiten gezien (Pleeghulp) Weer naar huis (Opname) Opgroeien met blijvende ondersteuning Steun, hulp of behandeling overdag (Daghulp) Pakket thuis (Ambulante hulp)
6.529.692 18.606.422 2.792.616 4.338.188 13.116.411
Totaal
45.383.329
3.135.787 12.123.831 1.683.879 1.997.784 6.705.785 215.217 25.862.283
48,0% 65,2% 60,3% 46,1% 51,1% 57,0%
Met de betalingsgraad wordt het aantal succesvol ingediende, verwerkte en daadwerkelijk uitbetaalde declaraties bedoeld. De betalingen m.b.t. een bepaalde periode worden afgezet tegen het budget waarop declaratie mogelijk is voor dezelfde periode. De begroting van de GRJR kent ook enkele posten waarop geen declaraties plaatsvinden bijvoorbeeld perceel F en de subsidies aan VTRR (Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond) en de Gecertificeerde Instellingen. De betalingsgraad t/m 30 april 2020 bedraagt 57,0%. De norm t/m April is 51.9% en we lopen dus goed op schema. De betalingsgraad dient om als grondslag voor betrouwbare sturingsinformatie en om als grondslag voor het opbouwen van een jaarrekening gebruikt te worden minimaal 95% te zijn op het moment van het afsluiten van de boekhouding. Hieronder twee overzichten met het aantal zorgaanbieders en gemeenten en de bandbreedte waarin hun declaratiegraad valt.
Zorgaanbieders Bandbreedte declaratiegraad < 39% 40 - 51,8% > 51,9% totaal
Aantal t/m april 2020 3 7 5 15
29
Gemeenten Bandbreedte declaratiegraad < 39% 40 - 51,8% > 51,9% totaal
Aantal t/m april 2020 2 1 12 15
30