CConstaterende datNissewaard
Koppel je AI →
Document · PDF

StellaNova II_vastgesteld_2_Toelichting

Gemeenteraad 13 oktober 2021, gemeente NissewaardBij agendapunt: Vaststellen gewijzigd bestemmingsplan Stella Nova II14.829 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Geadviseerd wordt een vervolgonderzoek (karterende fase) uit te voeren in het hele plangebied, om de daadwerkelijke aan- of afwezigheid van een vindplaats vast te stellen. Dit onderzoek kan het beste plaatsvinden in de vorm van een booronderzoek (IVO-O).

30

bestemmingsplanStellaNova II

4.5.3 Conclusie Op basis van het uitgevoerde onderzoek moet in het plangebied Stella Nova fase II vervolgonderzoek worden uitgevoerd. Door het opnemen van de archeologische dubbelbestemming blijven mogelijk aanwezige archeologische waarden beschermd totdat het benodigde vervolgonderzoek is uitgevoerd. Het benodigde onderzoek wordt uitgevoerd.

4.6

Externe veiligheid

4.6.1 Kader Sommige activiteiten brengen risico's op zware ongevallen met mogelijk grote gevolgen voor de omgeving met zich mee. Externe veiligheid richt zich op het beheersen van deze risico's. Het gaat daarbij om onder meer de productie, opslag, transport en het gebruik van gevaarlijke stoffen. Dergelijke activiteiten kunnen een beperking opleggen aan de omgeving. Door voldoende afstand tot de risicovolle activiteiten aan te houden kan voldaan worden aan de normen. Aan de andere kant is de ruimte schaars en het rijksbeleid erop gericht de schaarse ruimte zo efficiënt mogelijk te benutten. Het ruimtelijk beleid en het externe veiligheidsbeleid moeten dus goed worden afgestemd. De wetgeving rond externe veiligheid richt zich op de volgende risico's: risicovolle (Bevi-)inrichtingen; vervoer gevaarlijke stoffen door buisleidingen; vervoer gevaarlijke stoffen over weg, water of spoor. Daarnaast wordt er in de wetgeving onderscheid gemaakt tussen de begrippen kwetsbaar en beperkt kwetsbaar en plaatsgebonden risico en groepsrisico. Kwetsbaar en beperkt kwetsbaar Kwetsbaar zijn onder meer woningen, onderwijs- en gezondheidsinstellingen, kinderopvang- en dagverblijven en grote kantoorgebouwen (>1.500 m²). Beperkt kwetsbaar zijn onder meer kleine kantoren, winkels en horeca.

De volledige lijst wat onder (beperkt) kwetsbaar wordt verstaan is in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) opgenomen. Plaatsgebonden risico en groepsrisico Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in een contour van 10-6 als grenswaarde. Het realiseren van kwetsbare objecten binnen deze contour is niet toegestaan. Het realiseren van beperkt kwetsbare objecten binnen deze contour is in principe ook niet toegestaan. Echter, voor beperkte kwetsbare objecten is deze 10-6 contour een richtwaarde. Mits goed gemotiveerd kan worden afgeweken van deze waarde tot de 10-5 contour. Het groepsrisico is gedefinieerd als de cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1.000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Het groepsrisico wordt niet in contouren vertaald, maar wordt weergegeven in een grafiek. In de grafiek wordt de groepsgrootte van aantallen slachtoffers (x-as) uitgezet tegen de cumulatieve kans dat een dergelijke groep slachtoffer wordt van een ongeval (y-as). Voor het groepsrisico geldt geen grenswaarde, maar een zogenaamde oriëntatiewaarde. Daarnaast geldt voor het groepsrisico een verantwoordingsplicht.

Het bevoegd gezag moet aangeven welke mogelijkheden er zijn om het groepsrisico in de nabije toekomst te beperken, het moet aangeven op welke manier hulpverlening, zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid zijn ingevuld. Het bevoegd gezag moet tevens aangeven waarom de risico's verantwoord zijn, en de veiligheidsregio moet in de gelegenheid zijn gesteld een brandweeradvies te geven. Hierbij geldt hoe hoger het groepsrisico, hoe groter het belang van een goede

bestemmingsplanStellaNova II

31

groepsrisicoverantwoording. Risicovolle (Bevi-)inrichtingen Voor (de omgeving van) de meest risicovolle bedrijven is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) van belang. Het Bevi legt veiligheidsnormen op aan bedrijven die een risico vormen voor mensen buiten de inrichting. Het Bevi is opgesteld om de risico's, waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle bedrijven, te beperken. Het besluit heeft tot doel zowel individuele als groepen burgers een minimaal (aanvaard) beschermingsniveau te bieden. Via een bijhorende ministeriële regeling (Revi) worden diverse veiligheidsafstanden tot kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten gegeven. Aanvullend op het Bevi zijn in het Vuurwerkbesluit en het Activiteitenbesluit (Besluit algemene regels inrichtingen milieubeheer) veiligheidsafstanden genoemd die rond minder risicovolle inrichtingen moeten worden aangehouden. Vervoer gevaarlijke stoffen door buisleidingen Met betrekking tot het beleid en de regelgeving voor het vervoer van gevaarlijke stoffen door buisleidingen zijn er de afgelopen jaren verschillende ontwikkelingen geweest. Zo is er een nieuw Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en een Structuurvisie buisleidingen. Deze structuurvisie bevat een lange termijnvisie op het buisleidingentransport van gevaarlijke stoffen.

Het Bevb en de bijbehorende Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) zijn op 1 januari 2011 in werking getreden. Het Bevb regelt onder andere welke veiligheidsafstanden moeten worden aangehouden rond buisleidingen met gevaarlijke stoffen. Op basis van het Bevb wordt het voor gemeenten verplicht om bij de vaststelling van een ruimtelijk plan, op basis waarvan de aanleg van een buisleiding of een kwetsbaar object of een risicoverhogend object mogelijk is, de grenswaarde voor het plaatsgebonden risico in acht te nemen en het groepsrisico te verantwoorden. Vervoer gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor Het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) stelt regels aan transportroutes en de omgeving daarvan. Zo moet een basisveiligheidsniveau rond transportassen (plaatsgebonden risico) en een transparante afweging van het groepsrisico worden gewaarborgd. Als onderdeel van het Bevt is op 1 april 2015 tevens het basisnet in werking getreden. Het basisnet verhoogt de veiligheid van mensen die wonen of werken in de buurt van Rijksinfrastructuur (auto-, spoor- en vaarwegen) waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. In de regeling ligt vast wat de maximale risico's voor omwonenden mogen zijn. Die begrenzing was er tot nu toe niet.

Bovendien zorgt het basisnet ervoor dat gevaarlijke stoffen tussen de belangrijkste industriële locaties in Nederland en het buitenland vervoerd kunnen blijven worden. Indien een ruimtelijk plan betrekking heeft op een gebied dat geheel of gedeeltelijk gelegen is binnen 200 m van een (basisnet)transportroute voor gevaarlijke stoffen, moet in de toelichting ingegaan worden op de dichtheid van personen in het invloedsgebied van de transportroute op het tijdstip waarop het plan wordt vastgesteld. Hierbij moet rekening worden gehouden met de personen die a) in dat gebied reeds aanwezig zijn, b) in dat gebied op grond van het geldende bestemmingsplan redelijkerwijs te verwachten zijn en c) de redelijkerwijs te verwachten verandering van de dichtheid van personen in het gebied waarop dat plan betrekking heeft.

32

bestemmingsplanStellaNova II

4.6.2 Onderzoek Voor de beoordeling of in de omgeving van het plangebied risicovolle inrichtingen en/of transportroutes gevaarlijke stoffen aanwezig zijn is de risicokaart geraadpleegd. In onderstaande afbeelding is een uitsnede van deze kaart opgenomen:

Afbeelding uitsnede risicokaart (begrenzing plangebied rood omkaderd) In de omgeving van het plangebied bevinden zich geen risicovolle inrichtingen. De dichtstbijzijnde risicovolle inrichten zijn twee tankstations (Shell Spijkenisse, Heemraadlaan 2 & Benzineverkooppunt Belfort, Mizardstraat 2) en een chlooropslag op een terrein aan de P.J. Bliekstraat 1 Hekelingen. Deze inrichten vormen echter geen gevaar voor de voorgenomen plannen aangezien voor alle inrichtingen een risicoafstand (PR 10-6) van 0 m geldt. Het plangebied ligt tevens niet in het effectgebied van gevaarlijke transportroutes en buisleidingen. Aangezien er in het voorgenomen plan sprake is van een afname van het bewonersaantal ten opzichte van de huidige situatie wordt geconcludeerd dat het plan voldoet aan de externe veiligheidsregels. 4.6.3 Conclusie Rond en in Spijkenisse zijn inrichtingen met gevaarlijke stoffen en transportroutes waar over gevaarlijke stoffen worden vervoerd aanwezig. Deze inrichtingen en transportroutes bevinden zich op dusdanige afstand van het plangebied zodat deze geen extra risico vormen met het voorgenomen initiatief. Geconcludeerd wordt dat gezien vanuit externe veiligheid er geen knelpunten zijn.

bestemmingsplanStellaNova II

33

4.7

Flora en Fauna

4.7.1 Kader In Nederland is de bescherming van belangrijke natuurwaarden vanaf 2017 wettelijk vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb). Het gaat hierbij zowel om bescherming van soorten als bescherming van gebieden. Soortbescherming Voor dier- en plantensoorten zijn in de Wnb een aantal verbodsbepalingen opgenomen, waarvan vooral de artikelen 3.1, 3.5 en 3.10 belangrijk zijn in het kader van flora- en faunaonderzoek bij onder andere ruimtelijke ontwikkelingen. Gebiedsbescherming Bescherming van natuurgebieden en hun bijzondere natuurwaarden vindt onder de Wet natuurbescherming plaats via Europese Natura 2000 -gebieden. De Wet natuurbescherming regelt de bescherming van specifieke natuurwaarden in gebieden die in het kader van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn aangewezen en/of aangemeld zijn als speciale beschermingszone (Natura 2000-gebieden). Voor deze beschermde gebieden zijn aanwijzingsbesluiten opgesteld waarin beschreven staat voor welke (natuurlijke) habitats en dier- en plantensoorten het gebied aangewezen is. Voor deze kwalificerende waarden zijn instandhoudingsdoelen opgesteld. 4.7.2 Onderzoek Econsultancy heeft een quickscan flora en fauna uitgevoerd. Het rapport is als Bijlage 5 bijgevoegd. Uit het onderzoek blijkt dat ten aanzien van algemene broedvogels overtredingen voorkomen kunnen worden.

Het verwijderen van eventueel aanwezige nestgelegenheden kan buiten het broedseizoen uitgevoerd worden. Indien werkzaamheden in het broedseizoen plaatsvinden dient voor aanvang van de werkzaamheden een broedvogelinspectie plaats te vinden. Op basis van het onderzoek dient voor de uitvoering van de plannen door middel van aanvullend onderzoek meer duidelijkheid te worden verkregen omtrent de aan- of afwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen in de bebouwing en de bomen op de onderzoekslocatie. Geadviseerd wordt nader onderzoek uit te laten voeren naar de functie van het plangebied voor de vleermuissoorten gewone dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis, watervleermuis en ruige dwergvleermuis. Ten aanzien van mogelijk in de omgeving verblijvende vleermuizen wordt geadviseerd om verlichtingsarmaturen te gebruiken die naar beneden schijnen en daarmee zo min mogelijk strooilicht veroorzaken of andere vleermuisvriendelijke verlichting toe te passen. Voor beschermde soorten behorend tot de overige soortgroepen zijn overtredingen ten aanzien van de Wet natuurbescherming wegens het ontbreken van geschikt habitat, het ontbreken van sporen en/of vanwege een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling niet aan de orde. Wel dient rekening te worden gehouden met de algemene zorgplicht voor amfibieën en grondgebonden zoogdieren.

De onderzoekslocatie maakt geen deel uit van het Natuurnetwerk. De onderzoekslocatie ligt ook niet in de directe nabijheid van een gebied, behorend tot het Natuurnetwerk Nederland. Het meest nabijgelegen gebied bevindt zich circa 0,7 kilometer ten westen van de onderzoekslocatie. Nader onderzoek is niet nodig.

34

bestemmingsplanStellaNova II

Afbeelding ligging onderzoekslocatie ten opzichte van het Natuurnetwerk Nederland De onderzoekslocatie ligt niet binnen de grenzen, of in de directe nabijheid van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, de Oude Maas, bevindt zich op circa 2,1 kilometer afstand ten oosten van de onderzoekslocatie. Het meest nabijgelegen stikstofgevoelige habitat in een Natura 2000-gebied, het Voornes Duin, bevindt zich op circa 15,3 kilometer afstand ten westen van de onderzoekslocatie. De onderzoekslocatie ligt niet binnen een Natura 2000-gebied. Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect. Met betrekking tot het meest nabijgelegen stikstofgevoelige habitat dient daarom met een AERIUS-berekening uitsluitsel te worden gegeven over een mogelijke toename van stikstofdepositie.

bestemmingsplanStellaNova II

35

Afbeelding ligging onderzoekslocatie ten opzichte van Natura 2000 De potentieel te kappen bomen op de onderzoekslocatie zijn niet beschermd conform artikel 4 van de Wet natuurbescherming. De bomen liggen binnen de door de gemeente vastgestelde grenzen van de bebouwde kom. Bij de voorgenomen kap geldt dan ook geen meldingsplicht en herplantplicht. Daarnaast zijn de bomen geen onderdeel van een bos/boomoppervlak van meer dan tien are, en vormen ze geen bomenrij van meer dan 20 bomen, waardoor ze niet onder de definitie houtopstanden vallen. 4.7.3 Conclusie Uit het uitgevoerde onderzoek blijkt dat nader onderzoek naar vleermuizen nodig is. Dit onderzoek wordt uitgevoerd. Daarnaast moeten de werkzaamheden buiten het broedseizoen plaatsvinden om overtredingen voor broedvogels te voorkomen. Voor het onderdeel gebiedsbescherming is een stikstofberekening uitgevoerd. Deze wordt toegelicht in paragraaf 4.8.

4.8

Stikstofdepositie

De bescherming van de Natura 2000-gebieden is geregeld in de Wet natuurbescherming. In zowel de Habitat- als de Vogelrichtlijn zijn de gebieden opgenomen welke als Natura 2000-gebied worden aangemerkt. Ten behoeve van de instandhouding van de natuurgebieden dienen negatieve effecten te worden uitgesloten, waardoor onder andere onderzoek plaats dient te vinden naar de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Na de uitspraak van de Raad van State (d.d. 29 mei 2019) mag het Programma Aanpak Stikstof (PAS) niet meer gehanteerd worden als toestemming voor activiteiten die zorgen voor stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. In beginsel mag ten gevolge van de uitspraak geen sprake meer zijn van een significante toename. Geen significante toename Het beoogde plan mag geen negatieve effecten veroorzaken op de omliggende Natura

36

bestemmingsplanStellaNova II

2000-gebieden. Met het programma Aerius Calculator wordt de depositie van stikstofverbindingen in de vorm van ammoniak (NH3) en stikstofoxiden (NOx) op het oppervlak van de omliggende Natura 2000- gebieden inzichtelijk gemaakt. Bij een projecteffect kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol/ha/jaar zorgt het beoogde plan niet voor een significante toename in stikstofdepositie en worden negatieve effecten uitgesloten. Vergunningsplicht Wanneer het projecteffect hoger is dan 0,00 mol/ha/jaar dient een vergunning te worden aangevraagd en is nader aanvullend onderzoek noodzakelijk. De vergunning kan alleen worden verleend indien de zekerheid is verkregen dat de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied niet worden aangetast. Dit kan worden aangetoond met een verschilberekening tussen de referentiesituatie en de toekomstige situatie (interne saldering). Wanneer blijkt dat het projecteffect van het beoogde plan kleiner dan of gelijk is aan de referentiesituatie, dan kan de ontheffingsvergunning verleend worden.

Onderzoek en conclusie Econsultancy heeft een stikstofberekening uitgevoerd. Deze is als Bijlage 6 bijgevoegd. De berekening van het projecteffect van zowel de aanleg- als de gebruiksfase is verricht met behulp van het programma AERIUS Calculator (versie 2019A). Uit beide berekeningen blijkt dat het projecteffect op de Natura 2000-gebieden kleiner dan of gelijk is aan 0,00 mol/ha/jaar. Bij een dergelijk projecteffect zorgt het beoogde plan niet voor een significante toename in stikstofdepositie en kunnen negatieve effecten worden uitgesloten. Op basis van het onderzoek blijkt dat er geen vergunning benodigd is voor het aspect stikstof.

4.9

Geluid

Bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling met woningen, geluidgevoelige gebouwen, nieuwe wegen en de reconstructie van bestaande wegen dient te worden aangetoond dat voldaan wordt aan de Wet geluidhinder (Wgh) en dat er, op grond van de Wet ruimtelijke ordening, sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Indien van toepassing dient aanvullend te worden aangetoond dat voldaan wordt aan het gemeentelijk geluidbeleid. De Wgh is alleen van toepassing binnen de wettelijk vastgestelde zone van een weg. Een akoestisch onderzoek in het kader van de Wgh is daarom noodzakelijk wanneer de ontwikkeling plaatsvindt binnen een zone van een weg en waarbij sprake is van geluidgevoelige bestemmingen. De geluidbelasting dient per gezoneerde weg te worden getoetst aan de wettelijke grenswaarden. Daarnaast is een akoestisch onderzoek noodzakelijk bij de reconstructie van wegen indien binnen het invloedsgebied van de reconstructie van de weg geluidgevoelige bestemmingen gelegen zijn. Bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling dient op grond van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), in het kader van een goede ruimtelijke ordening, het akoestische klimaat inzichtelijk te worden gemaakt bij o.a.: nieuwe geluidgevoelige bestemmingen nabij bestaande wegen; bestaande geluidgevoelige bestemmingen nabij nieuwe wegen.

Aangetoond dient te worden dat er geen sprake is van onaanvaardbare negatieve effecten op het woon- en leefklimaat als gevolg van de nieuwe ruimtelijke ontwikkeling. Als toetsingskader kan hierbij aangesloten worden bij het normenstelsel van de Wgh of wordt gebruik gemaakt van de classificering van de kwaliteit van de akoestische omgeving.

bestemmingsplanStellaNova II

37

Wet geluidhinder Zonering Behalve langs 30 km/uur-wegen en woonerven bevindt zich overeenkomstig artikel 74 Wgh aan weerszijden van een weg een zone waarbinnen akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd. Voordat nieuwe woningen binnen deze zone kunnen worden geprojecteerd dient te worden onderzocht of aan de grenswaarden van de Wgh wordt voldaan. De zonebreedte is afhankelijk van het aantal rijstroken en van de aard van de omgeving (stedelijk of buitenstedelijk gebied). De definities van stedelijk en buitenstedelijk gebied zijn opgenomen in artikel 1 Wgh. Deze definities luiden: stedelijk gebied: het gebied binnen de bebouwde kom (bepaald door komgrensborden) met uitzondering van het gebied binnen de zone van een autoweg of autosnelweg; buitenstedelijk gebied: het gebied buiten de bebouwde kom en het gebied binnen de bebouwde kom dat is gelegen binnen de zone van een autoweg of autosnelweg. Normstelling In het geval nieuwe geluidgevoelige objecten, zoals woningen, worden gerealiseerd binnen een zone van een weg, dan mag de geluidbelasting niet meer bedragen dan de voorkeurswaarde. Indien de geluidbelasting hoger is dan de voorkeurswaarde, dient beoordeeld te worden of geluidreducerende maatregelen doelmatig dan wel mogelijk zijn. Als maatregelen onvoldoende resultaat oplevert of niet mogelijk zijn, dan kan door het bevoegd gezag hogere waarden worden vastgesteld.

In deze situatie zijn burgemeester en wethouders van de gemeente Nissewaard het bevoegd gezag. Voor de plansituatie zijn de volgende grenswaarden van toepassing: Voorkeurswaarde: 48 dB (artikel 82 Wgh); Maximale ontheffingswaarde: 63 dB (artikel 83, lid 2 Wgh). 4.9.1 Onderzoek Adviesburo van der Boom heeft akoestisch onderzoek uitgevoerd. Het rapport is als Bijlage 7 bijgevoegd. De geluidbelasting door wegverkeer op de Copernicuslaan bedraagt op de gevels ten hoogste 28 dB na aftrek van 5 dB ex art 110-g Wgh. De voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt daarmee niet overschreden door wegverkeer op deze weg. De geluidbelasting door wegverkeer op de Planetenlaan bedraagt op de gevels ten hoogste 53 dB na aftrek van 5 dB ex art 110-g Wgh. De voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt daarmee door wegverkeer overschreden op de zuidgevel van de rekenpunten 1 – 3, 8 – 10 en 16. Een hogere waarde voor de geluidbelasting op de Planetenlaan kan slechts worden vastgesteld als maatregelen tot het terugbrengen van de geluidbelasting tot de voorkeursgrenswaarde onvoldoende doeltreffend zijn, of als er ernstige bezwaren zijn op het gebied van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Maatregelen wegverkeer Hieronder zijn maatregelen beschreven om de geluidbelasting ten gevolge van de Planetenlaan zo mogelijk tot de voorkeursgrenswaarde te doen afnemen.

Maatregelen aan de bron: stil asfalt

38

bestemmingsplanStellaNova II

De Planetenlaan is voorzien van het wegdek met een elementenwegdek in keperverband. Bij het toepassen van stille klinkers neemt de geluidbelasting met ca. 2 dB af. De voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt dan nog steeds overschreden. Het is daarom niet doeltreffend om de Planetenlaan te voorzien van stille klinkers. Bij het toepassen van een stil asfalt neemt de geluidbelasting met ca. 6 dB af. De voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt dan niet langer overschreden. Het is uit financiële overwegingen naar verwachting niet haalbaar om het wegdek op de Planetenlaan te vervangen teneinde de geluidbelasting op de woningen te verlagen. Maatregelen aan de bron: verlagen van de maximumsnelheid De maximumsnelheid op de Planetenlaan bedraagt 50 km/uur. Het terugbrengen van de verkeerssnelheid ligt niet voor de hand gezien het karakter van de weg. Afscherming van de woningen: geluidscherm Het woongebouw kan in principe van de weg worden afgeschermd door het aanbrengen van een verdiepinghoge afscherming (geluidscherm) op het eigen terrein. De hoogte van het geluidscherm dient voor een effectieve afscherming van alle woonlagen circa 9 meter te bedragen. Schermen met een dergelijke hoogte op deze locatie is echter stedenbouwkundig ongewenst gezien de aantasting van de ruimtelijke kwaliteit.

Hogere waarden Het verlagen van de geluidbelasting door het treffen van maatregelen aan de bron is niet doeltreffend dan wel ligt niet voor de hand uit financiële overwegingen. Afscherming van alle woonlagen is stedenbouwkundig ongewenst. Voor de gevels van de woningen dient een hogere waarde te worden aangevraagd van ten hoogste 53 dB voor wegverkeer op de Planetenlaan. Conform het beleid van de gemeente zijn alle woningen voorzien van een geluidluwe zijde. De meeste woningen hebben een geluidluwe buitenruimte met een geluidbelasting van ten hoogte 53 dB zonder aftrek. De woningen in rekenpunt 1 – 3 hebben geen buitenruimte aan de geluidluwe zijde. De geluidbelasting ter plaatse van de buitenruimte bedraagt bij een aantal woningen 57 dB zonder aftrek op de gevel. In het beleid van de gemeente is opgenomen dat de geluidbelasting op de buitenruimte in principe niet hoger mag zijn dan 58 dB, hieraan wordt voldaan. 4.9.2 Conclusie Bij het toetsen of sprake is van een “goede ruimtelijke ordening” is aangesloten bij het toetsingskader van de Wet geluidhinder. Aan dit toetsingskader kan worden voldaan met de hierboven beschreven maatregelen. Voor het aspect geluid is sprake van een goede ruimtelijke ordening als voor de woningen hogere waarden worden aangevraagd en daarnaast wordt voldaan aan de eisen voor de geluidwering conform het Bouwbesluit.

De beschikking hogere grenswaarde is als Bijlage 8 bij de toelichting toegevoegd.

bestemmingsplanStellaNova II

39

4.10

Luchtkwaliteit

4.10.1 Kader Het onderzoek naar luchtkwaliteit wordt uitgevoerd op grond van hoofdstuk 5, titel 5.2 ''Luchtkwaliteitseisen'' van de Wet milieubeheer (Wm). De titel 5.2 ''Luchtkwaliteitseisen'' is beter bekend als de Wet luchtkwaliteit. Een belangrijk onderdeel van de Wet luchtkwaliteit is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Het NSL is een bundeling maatregelen op regionaal, nationaal en internationaal niveau die de luchtkwaliteit verbeteren. Daarnaast zijn daarin alle ruimtelijke ontwikkelingen opgenomen die de luchtkwaliteit verslechteren. Het doel van de NSL is om overal in Nederland te voldoen aan de Europese normen voor de luchtverontreinigende stoffen. Voor wegverkeer zijn stikstofdioxide (NO2), fijnstof (PM10) en zeer fijnstof (PM2,5) de belangrijkste stoffen. De in de Wet luchtkwaliteit gestelde norm voor NO2 en PM10 jaargemiddelde grenswaarde is voor beide stoffen 40 µg/m³, terwijl voor PM2,5 de jaargemiddelde grenswaarde 25 µg/m³ bedraagt. Daarnaast mag de PM10 24 uurgemiddelde grenswaarde van 50 µg/m³ maximaal 35 keer per jaar worden overschreden. Naast de introductie van het NSL is het begrip ''niet in betekenende mate'' (NIBM) bijdragen een belangrijk onderdeel van de Wet luchtkwaliteit. Een project draagt NIBM bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit als de NO2 en PM10 jaargemiddelde concentraties niet meer toenemen dan 1,2 µg/m³.

In dat geval is de ontwikkeling als NIBM te beschouwen. Een ruimtelijke ontwikkeling kan volgens de Wet luchtkwaliteit doorgang vinden als: de ontwikkeling is opgenomen in het NSL; de ontwikkeling aangemerkt wordt als een NIBM-ontwikkeling; de gestelde grenswaarden in bijlage 2 van de Wet luchtkwaliteit niet worden overschreden; projectsaldering wordt toegepast. Voor zover de ruimtelijke ontwikkeling is opgenomen in het NSL of de ontwikkeling kan worden aangemerkt als NIBM-project is toetsing aan de normen van de Wet luchtkwaliteit niet nodig. 4.10.2 Onderzoek In de ‘Regeling niet in betekenende mate bijdrage (luchtkwaliteitseisen)’ (Regeling NIBM) zijn voor verschillende functiecategorieën cijfermatige kwantificaties opgenomen, waarbij een ontwikkeling als een NIBM-project kan worden beschouwd. Deze categorieën betreffen landbouwinrichtingen, spoorwegemplacementen, kantoorlocaties, woningbouwlocaties en een combinatielocatie van woningbouw en kantoren. In de Regeling NIBM is aangegeven dat een woningbouwlocatie met maximaal 1.500 woningen aan één ontsluitingsweg is aan te merken als een ontwikkeling die NIBM bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Met dit bestemmingsplan wordt de realisatie van 78 nieuwe woningen mogelijk gemaakt.

Daarbij is er sprake van een afname de verkeersgeneratie aangezien het woningen aantal daalt in vergelijking met de huidige situatie. Daardoor is de ontwikkeling aan te merken als een project dat NIBM bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit, waardoor toetsing aan de grenswaarden uit de Wet luchtkwaliteit niet nodig is. In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn de jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5 in de omgeving van het plangebied inzichtelijk gemaakt op basis van de gegevens in de NSL-monitoringstool 2019. In deze tool is onder andere de Hekelingseweg, Planetenlaan, Copernicuslaan, Galileilaan en Mercuriusstraat opgenomen. Uit de NSL-monitoringstool blijkt dat in de omgeving van het plangebied de jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5 respectievelijk maximaal 24,2 µg/m³, 20,2 µg/m² en 12,2 µg/m³ bedragen. De jaargemiddelde

40

bestemmingsplanStellaNova II

grenswaarden voor NO2, PM10 (beide 40 µg/m³) en PM2,5 (25 µg/m³) worden niet overschreden. Het aantal overschrijdingsdagen van de 24 uurgemiddelde concentratie is maximaal 7,8 waardoor het maximum van 35 dagen eveneens niet wordt overschreden. De algemene trend is dat in de toekomst de emissies en de achtergrondconcentraties van deze stoffen dalen. Overschrijdingen van de grenswaarden zijn dan ook niet te verwachten. 4.10.3 Conclusie Geconcludeerd wordt dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmeringen oplevert voor de ontwikkeling.

4.11

Water

4.11.1 Kader Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van Waterschap Hollandse Delta. Het waterschap is de waterkwaliteits- en kwantiteitsbeheerder voor alle binnendijkse oppervlaktewateren aan de linker Maasoever. De strategie en het beleid van Waterschap Hollandse Delta is vooral gericht op: Het bieden van veiligheid tegen wateroverlast; Veilige (vaar)wegen; Voldoende en schoon oppervlaktewater. Voor de nieuwe ruimtelijke ontwikkeling in het plangebied zijn door Waterschap Hollandse Delta eisen gesteld aan de toekomstige waterhuishouding. De nieuwbouw dient waterneutraal te worden ontwikkeld en er dient een watervergunning te worden verkregen. Conform de ontwerpeisen van het Waterschap Hollandse Delta geldt een compensatieplicht van 10% open water voor nieuw aan te leggen verhard oppervlak. Daarnaast geldt voor het oppervlaktewater wat komt te vervallen een compensatie van 100%. Het Waterschap Hollandse Delta hanteert daarbij de onderstaande waarden: Dakoppervlak is 100% verharding; Tuinen rijtjeswoningen is 50% verharding (geldt ook voor 2 onder 1 kap); Tuinen vrijstaande woningen is 25% verharding; Openbare verharding (zoals wegen en parkeerplaatsen) is 100% verharding; Openbaar groen (wordt niet gezien als verharding) is vrijgesteld; Bestaand water wordt niet in de berekening opgenomen; Dempen van bestaande watergangen in het gebied moet geheel gecompenseerd worden.

4.11.2 Beoordeling Watergangen Direct ten noorden van het plangebied ligt een hoofdwatergang. Het planvoornemen voorziet in werkzaamheden nabij deze watergang, maar het functioneren hiervan wordt niet belemmerd of aangetast door het planvoornemen. Het bestemmingsplan maakt de realisering van vlonders/terrassen mogelijk, op het aan het water grenzende deel van de tuinen. Er wordt een vergunning aangevraagd bij het Waterschap.

bestemmingsplanStellaNova II

41

Afbeelding uitsnede leggerkaart wateren en kunstwerken Waterberekening In de huidige situatie is er binnen het plangebied verharding aanwezig in de vorm van dakoppervlak, parkeergelegenheid en bestrating. Daarnaast is het plangebied in de huidige situatie een ruim groen oppervlak aanwezig. Een groot gedeelte van dit groen oppervlak komt te vervallen in de nieuwe situatie en maakt plaats voor verharding. In de navolgende tabel is een schatting gemaakt hoeveel m² verharding er in de toekomstige situatie bij komt. De tabel met bijbehorende kaarten is ook als Bijlage 9 bijgevoegd. water 0 m2 0 m2 groen 7645 m2 2379 m2 dakoppervlak 2678 m2 4111 m2 overige verharding 3878 m2 3487 m2 parkeergelegenheid 0 m2 275 m2 tuin (+halfverhard (50%) 767 m2 4717 m2 2 totaal oppervlak 14969 m 14969 m2 waarvan verhard 6940 m2 9957 m2 In de huidige situatie is het plangebied voor net iets meer dan de helft verhard. Met de voorgenomen ontwikkeling komt er netto circa 3017 m² aan verharding bij. Aangezien er een compensatieplicht van 10% open water geldt voor nieuw aan te leggen verharding, komt dit neer op een verplicht aan te leggen oppervlak van 302 m² open water. Met het Waterschap is overeengekomen dat verderop in het peilgebied, ter hoogte van de Mizarstraat, compensatie plaatsvindt voor de gehele herstructurering van het Sterrenkwartier, inclusief het plan Stella Nova II.

4.11.3 Conclusie De realisatie van het planvoornemen belemmert het functioneren van de aangrenzende hoofdwatergang niet.

42

bestemmingsplanStellaNova II

Het onderhavige initiatief gaat gepaard met een toename van het verhard oppervlak met circa 3017 m², wat neer komt op 302 m² te realiseren extra open water. Deze watercompensatie vindt verderop in het peilgebied, ter hoogte van de Mizarstraat, plaats.

bestemmingsplanStellaNova II

43

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische planbeschrijving

Planvorm

Overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.1. van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) worden, door middel van de op de verbeelding aangegeven bestemmingen, de in het plan begrepen gronden voor bepaalde doeleinden aangewezen. Daarbij worden regels gegeven voor het bouwen van bouwwerken en voor het gebruik van de bouwwerken en onbebouwde gronden. Het bestemmingsplan bestaat uit de juridische bindende regels en verbeelding en gaat vergezeld van een toelichting. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. Op de verbeelding worden de bestemmingen weergeven, met daarbij de randvoorwaarden. De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers en de overheid bindende deel van het bestemmingsplan. De toelichting heeft geen bindende werking. De toelichting maakt juridisch ook geen onderdeel uit van het bestemmingsplan, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het plan en ook bij de uitleg van bepaalde bestemmingen en regels.

5.2

Systematiek bestemmingen

5.2.1 Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen en Artikel 2 Wijze van meten De begrippen die in dit bestemmingsplan zijn opgenomen, worden in Artikel 1 nader gedefinieerd. Naast begrippen zijn in het bestemmingsplan hoogte en andere maten opgenomen die van belang zijn bij het bouwen van bouwwerken. Artikel 2 van de regels geeft een nadere omschrijving hoe de bedoelde maten gemeten moeten worden. 5.2.2 Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Hoofdstuk 2 bevat de regels voor de bestemmingen. In dit hoofdstuk zijn per bestemming regels opgenomen voor het toegestane gebruik en de toegestane bebouwing van de gronden. In het navolgende wordt nader ingegaan op de bestemmingen die voorkomen binnen het plangebied. Bestemming 'Groen' De gronden die op de verbeelding zijn aangewezen als groenbestemming zijn bestemd voor groenvoorzieningen, speelvoorzieningen, voet- en fietspaden, beplantingen en overige bij deze doeleinden behorende voorzieningen. Op of in deze gronden mogen uitsluitend gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen en abri's worden gebouwd. In de regels zijn voor deze gebouwen nadere voorwaarden gegeven. Daarnaast worden in de regels nadere voorwaarden gegeven voor de bouw van bouwwerken, geen gebouwen zijnde. De gemeente Nissewaard streeft ernaar om de oevers van de watergang aan de noordzijde van het plangebied vrij te houden van bouwwerken.

Nissewaard moet zich beter gaan verhouden ten opzichte van het landschap en de potentie benutten om een aantrekkelijke woonomgeving te creëren die aantrekkingskracht uitoefent op rest van de regio. Hierbij zijn de groene aders,

44

bestemmingsplanStellaNova II

waaronder de watergangen, een belangrijk element om te waarborgen. De gronden aan oevers van de watergang aan de noordzijde van het plangebied dienen uit planologisch oogpunt dan ook niet bebouwd te worden met allerlei bouwwerken. Om die reden zijn bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde uitgesloten in de bouwregels in een 4 meter brede zone vanaf de oever. Voor deze zone is de aanduiding 'openheid' opgenomen. Daarnaast voorziet dit bestemmingsplan in een juridisch kader dat de realisering van vergunningsvrije bouwwerken in relatie tot de gewenste openheid van de oevers uitsluit. Ook hiervoor wordt de aanduiding 'openheid' gehanteerd in de Specifieke gebruiksregels. Ter plaatse zijn wel vlonders en terrassen toegelaten (zonder terrasschermen).

Bestemming 'Verkeer - 2' Deze gronden zijn bestemd voor verkeer en verblijfsgebied. Het gebied met de bestemming 'Verkeer - 2' heeft de functie voor verblijf, verplaatsing en gebruik ten dienste van de aangrenzende bestemmingen. Daarnaast zijn bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals wegen, voet- en fietspaden, parkeer-, speel- en groenvoorzieningen, ondergrondse afvalcontainers, reclameborden, abri's, nutsvoorzieningen en groenvoorzieningen. Ter plaatse van de aanduiding 'langzaam verkeer' zijn de gronden bedoeld voor een langzaam verkeersroute. Ter plaatse van de aanduiding 'nutsvoorziening' staat een nutsgebouw. Op of in deze gronden mogen uitsluitend gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen en abri's worden gebouwd. In de regels zijn voor deze gebouwen nadere voorwaarden gegeven. Daarnaast worden in de regels nadere voorwaarden gegeven voor de bouw van bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

Bestemming 'Wonen - 1' Binnen de bestemming 'Wonen - 1' zijn vrijstaande, geschakelde, aaneengebouwde en gestapelde woningen toegestaan met de daarbij behorende tuinen en erven. Overigens zijn de gestapelde woningen uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld'. De overige woningen binnen de bestemming 'Wonen - 1' zijn grondgebonden woningen, waarbij de bergingen op het achtererfgebied van het woonperceel zijn gesitueerd.

In de regels is vastgelegd dat de hoofdgebouwen binnen een bouwvlak mogen worden gerealiseerd en tot welk percentage het zij- en/of achtererf met bijbehorende bouwwerken mag worden bebouwd. Ter plaatse van de aanduiding 'openheid' zijn geen bijbehorende bouwwerken toegestaan. Op de verbeelding is de maximale goot- en/of bouwhoogte van de hoofdgebouwen opgenomen.

Dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' De dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' is opgenomen ter bescherming van mogelijke archeologische sporen in de bodem. Hierbij is bepaald dat geen activiteiten zijn toegelaten die dieper reiken dan 50 cm beneden maaiveld en die tevens een terreinoppervlakte groter dan 200 m² beslaan. In de bouwregels wordt verwezen naar een rapport van een archeologisch deskundige, zoals dat voor het voorliggende plangebied is vervaardigd. Het betreffende rapport zal worden geraadpleegd bij omgevingsvergunningen voor het bouwen en waar nodig zal nog nader onderzoek plaats hebben.

bestemmingsplanStellaNova II

45

5.2.3 Hoofdstuk 3 Algemene regels In dit onderdeel van de regels komen algemene regels aan de orde die gelden voor alle bestemmingen in het bestemmingsplan. Anti-dubbeltelregel Deze regel dient om te voorkomen dat indien in het bestemmingsplan bij een bepaald gebouw een zeker open terrein is geëist, dat terrein nog eens meetelt bij het beoordelen van een aanvraag voor een ander gebouw, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Algemene bouwregels In dit artikel is een regeling opgenomen met betrekking tot bestaande maten en tot de overschrijding van bouwgrenzen. Algemene gebruiksregels In dit artikel staat omschreven wat binnen de bestemmingsregeling, zoals opgenomen in hoofdstuk 2 van de planregels, onder strijdig gebruik wordt verstaan. Tevens is de parkeerregeling opgenomen met daarin vastgelegd dat binnen het plangebied voldoende parkeergelegenheid gerealiseerd moet worden.

Algemene afwijkingsregels Dit artikel is opgenomen om ondergeschikte afwijkingen van het bestemmingsplan met een algemene bevoegdheid mogelijk te maken. De regeling voorziet in een duidelijke begrenzing van het toepasbaar bereik van de afwijking. Algemene wijzigingsregels In dit artikel wordt een opsomming gegeven van de regels waarmee door middel van een wijzigingsbevoegdheid ex. artikel 3.6 Wro het mogelijk is enige flexibiliteit in het plan aan te brengen. Het gaat hierbij om een bevoegdheid en houdt geen verplichting in. Deze bevoegdheid mag nadrukkelijk niet worden gebruikt om zodanig aanzienlijke wijzigingen van bestemmingen te bewerkstelligen, dat daarmee de essentie van het plan wezenlijk wordt veranderd. 5.2.4 Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Overgangsrecht In dit artikel staan de overgangsregels voor bestaande bouwwerken en bestaande gebruiksactiviteiten die afwijken van het bestemmingsplan. Slotregel Dit artikel geeft de titel van de regels van het bestemmingsplan aan.

46

bestemmingsplanStellaNova II

Hoofdstuk 6 6.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Inspraak

Het voorontwerpbestemmingsplan is op grond van de gemeentelijke inspraakverordening van 3 september tot en met 14 oktober 2020 voor eenieder ter inzage gelegd. Gedurende de inspraaktermijn is eenieder in de mogelijkheid gesteld om te reageren op het bestemmingsplan. Er zijn in deze periode geen inspraakreacties ontvangen.

6.2

Overleg ex artikel 3.1.1. Bro

Het voorontwerpbestemmingsplan is het kader van het overleg ex artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening, aan de vooroverlegpartners aangeboden. Er is één inhoudelijke reactie ontvangen. Deze is hieronder samengevat en beantwoord.

Vooroverlegreactie BOOR (Bureau Oudheidkundig Onderzoek Rotterdam) Samenvatting In het bestemmingsplan is in de Toelichting correct opgenomen dat archeologisch onderzoek is gedaan en dat er nog een vervolgonderzoek nodig is. Ook correct is de opmerking dat de dubbelbestemming archeologie in verband met de kans op het aantreffen van archeologische waarden moet blijven gehandhaafd. De plankaart maakt echter een onderscheid in gebied met en gebied zonder de archeologische dubbelbestemming. Dat is onwenselijk. De plankaart aanpassen en de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' voor het gehele plangebied laten gelden.

Reactie Het gebied met de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' was opgenomen conform het vigerende bestemmingsplan 'De Hoek-Sterrenkwartier 2009'. Dit wordt conform de opmerking van het BOOR aangepast voor heel het plangebied. Conclusie De verbeelding is naar aanleiding van de reactie aangepast.

6.3

Zienswijzen

Nadat de voorontwerp fase is afgerond wordt het ontwerp bestemmingsplan ter inzage gelegd. In een separate notitie worden de zienswijzen samengevat en voorzien van beantwoording. Het ontwerp bestemmingsplan heeft van 19 november tot en met 31 december 2020 voor eenieder ter inzage gelegen. Gedurende dit termijn is eenieder in de mogelijkheid gesteld om te reageren op het bestemmingsplan. Er zijn in deze periode geen zienswijzen ontvangen.

bestemmingsplanStellaNova II

47

6.4

Ambtshalve wijzigingen

Er is een wijziging in het stedenbouwkundig plan doorgevoerd vanwege de ligging van belangrijke kabels en leidingen. Dit betekent dat dit bestemmingsplan gewijzigd wordt vastgesteld. De gewijzigde verkaveling is verwerkt in het vast te stellen bestemmingsplan.

48

bestemmingsplanStellaNova II

Hoofdstuk 7

Economische uitvoerbaarheid

Dit hoofdstuk beschrijft de onderdelen die zijn doorlopen voor het zekerstellen van de economische uitvoerbaarheid van onderhavig bestemmingsplan. Indien het bestemmingsplan voorziet in de uitvoering van werken door de gemeente moet de financieel-economische uitvoerbaarheid hiervan worden aangetoond. De Wet ruimtelijke ordening maakt het vaststellen van een exploitatieplan verplicht voor een aantal bouwactiviteiten wanneer de bouw planologisch mogelijk wordt gemaakt in een bestemmingsplan, een wijziging van een bestemmingsplan of een projectafwijkingsbesluit. De bouwplannen waarbij een exploitatieplan verplicht is staan in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Dit betreft onder meer plannen voor de bouw van een of meer woningen en de bouw van een of meer andere hoofdgebouwen. Bovendien is een exploitatieplan nodig als locatie-eisen (aan openbare ruimte of woningcategorieën) gesteld moeten worden en/of het bepalen van een tijdvak of fasering noodzakelijk is. Geen exploitatieplan is nodig indien het verhaal van de kosten van grondexploitatie anderszins verzekerd is en er geen fasering of tijdvak behoeft te worden vastgelegd én geen locatie-eisen (aan openbare ruimte of woningbouwcategorieën) hoeven te worden vastgesteld. Ten behoeve van deze ontwikkeling is een overeenkomst gesloten tussen de gemeente en Maasdelta, waarbij Maasdelta ontwikkelt.

Daarmee is de economische uitvoerbaarheid in voldoende mate verzekerd.

bestemmingsplanStellaNova II

49

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10547684/1