Raadsbijlage ontwikkelagenda Sociaal Domein 2022-2026 deel 2
Tekst van het document
Ontwikkelagenda deel 2 Inspanningen voor het sociaal domein 2022-2026 Oktober 2022
Ontwikkelagenda deel 2 Inspanningen voor het sociaal domein 2022 -2026
Inleiding In het coalitieakkoord 2022-2026 ‘Samen bouwen op Nissewaard’ staat opgenomen wat we de komende periode willen bereiken in Nissewaard. Ook staan daarin de belangrijkste opgaven benoemd. In de Ontwikkelagenda Sociaal Domein 2022-2026 zijn ambities en opgaven geconcretiseerd in doelen en inspanningen voor het sociaal domein. In deel 1 van de Ontwikkelagenda staan de doelen centraal. In dit deel 2 staan de inspanningen uitgewerkt, die gekoppeld zijn aan operationele doelen. Voor een algemene toelichting op de Ontwikkelagenda, wordt u verwezen naar de ‘aanbiedingsbrief ontwikkelagenda sociaal domein 2022-2026’. Het sociaal domein is ingedeeld in vijf programmalijnen. Per programmalijn zijn strategische en operationele doelen geformuleerd (zie deel 1). Tenzij anders vermeld, zijn de operationele doelen gesteld op realisatie per eind 2024. Per operationeel doel zijn de bijbehorende inspanningen vermeld. In dit deel van de Ontwikkelagenda zal per programmalijn het volgende worden opgenomen: 1. Een overzicht van de operationele doelen met bijbehorende inspanningen (witte inspanningen behoren niet tot de verantwoordelijkheid van die programmalijn, maar we wordt wel vanuit die programmalijn aan meegewerkt); 2. Een toelichting op wat de inspanningen inhouden; 3. Waar mogelijk is opgenomen in hoeverre deze inspanning binnen bestaande middelen kan worden uitgevoerd.
Met dit overzicht van operationele doelen en inspanningen wordt voor het sociaal domein het coalitieakkoord uitgevoerd. Er resteren geen inspanningen uit het coalitieakkoord binnen het sociaal domein die niet in deze Ontwikkelagenda zijn opgenomen. De volgorde van doelen en inspanningen is willekeurig. De schema’s bij iedere programmalijn kunnen gezien worden als samenvatting van dit document.
Programmalijn gemeentelijke regierol De gemeentelijke regierol is een randvoorwaardelijke programmalijn. Alle ontwikkelingen die nodig zijn om het sociaal domein goed te kunnen sturen en regisseren, is verankerd in deze programmalijn. Dat betreft bijvoorbeeld een eenduidige inhoudelijke visie, waarmee in het gehele sociaal domein wordt gewerkt. Ook rechtmatige uitvoering is een belangrijk aspect. In het sociaal domein gaat jaarlijks zo’n € 140 miljoen om, inclusief de € 20 miljoen voor regionale Wmo-centrumtaken. Dit maakt rechtmatige besteding van middelen in het sociaal domein een belangrijk onderdeel van het rechtmatig handelen van de gemeente als geheel. Daarnaast wordt in deze programmalijn ook vanuit een financiële bril gekeken naar het sociaal domein, om maximaal rendement te verkrijgen binnen beschikbare middelen. In onderstaand schema worden de operationele doelen en bijbehorende inspanningen binnen deze programmalijn benoemd. Na het schema volgt een toelichting. 1
Ontwikkelagenda deel 2 Inspanningen voor het sociaal domein 2022 -2026
2
Ontwikkelagenda deel 2 Inspanningen voor het sociaal domein 2022 -2026 Toelichting op inspanningen bij doel ‘stelpost € 500.000 onbestemd’ De inspanningen die bij dit doel staan, zijn vooral gericht op het zo effectief mogelijk inzetten van onze financiële middelen, oftewel maximaal rendement binnen de beschikbare middelen en met behoud van voldoende kwaliteit. De eerste vier benoemde inspanningen bij dit operationele doel, gaan over Werk & Inkomen en Voorne-Putten Werkt (VPW). De eerste gaat over Social Return on Investment (SROI). Bij SROI is onderdeel van de inkoopopdracht om mensen uit de uitkering een arbeidsplaats te bieden. Een gemiddelde uitkering kost per 2023 € 15.500 per jaar. Het aan werk helpen van bijstandsgerechtigden loont daarom. SROI is nu al gemeentelijk beleid, en kan nog worden verbeterd en vaker in de praktijk worden ingezet. Daarom is de inspanning dit beleid in deze collegeperiode te herzien. Daarbij hoort ook de implementatie van de (aangepaste) werkwijze in de praktijk, waaronder het (tijdelijk) aanstellen van een coördinator SROI. Bij inbesteden geven we opdrachten aan VPW, waarbij we zelf als gemeente opdrachtgever zijn. Hierdoor ontvangt VPW inkomsten en kunnen meer bijstandsgerechtigden en mensen met een arbeidsbeperking werken.
In andere gemeenten gebeurt dit bijvoorbeeld bij (groen)onderhoud van openbaar gebied of bij schoonmaak van gemeentelijke accommodaties. Momenteel maken we als Nissewaard niet of nauwelijks gebruik van inbesteden. In de coalitieonderhandelingen is daarom afgesproken dat we deze collegeperiode onderzoeken in hoeverre we kunnen inbesteden en wat dit betekent voor zowel het sociaal domein (financieel en in geboden werkervaring voor de doelgroep), als voor de uit te voeren opdrachten uit andere domeinen binnen de gemeente. Deze inspanning hangt samen met de inspanning ‘onderzoek toekomst SW-bedrijf’. We verwachten de komende periode nieuwe manieren aan te boren om uitstroom uit de bijstand (op termijn) te vergroten. We kunnen dit nu nog niet overzien. Daarom is tijdens de coalitieonderhandelingen gekozen voor de inspanning om businesscases te gebruiken om te beoordelen of nieuwe projecten bij Werk & Inkomen op termijn lonend zijn. Tot nu toe is vaak gebruik gemaakt van businesscases als het gaat om relatief snelle uitstroommogelijkheden. In deze periode zullen we proberen ook businesscases op te stellen voor projecten die op langere termijn effect hebben, of die voordelen zouden kunnen bewerkstelligen in andere onderdelen van het sociaal domein. Deze interne businesscases kunnen binnen de huidige capaciteit worden opgesteld.
De projecten zullen financiering vergen, maar dat is onderdeel van de businesscase. Het arbeidsontwikkelbedrijf VPW moet zich blijven ontwikkelen om levensvatbaar te blijven in de toekomst. In deze collegeperiode wordt onderzocht op welke wijze dit kan. Hierbij staat de financiële levensvatbaarheid voorop, omdat dit randvoorwaardelijk is voor het kunnen uitvoeren van de taken van VPW. Hierbij worden ontwikkelingen in rijksbeleid en gemeentelijk beleid meegenomen. Zo zullen we rekening houden met de steeds groter wordende groep arbeidsgehandicapten waar we als gemeente verantwoordelijk voor zijn. Deze groep stijgt, doordat toegang tot de Wajong (uitkering voor inwoners die vanaf jonge leeftijd arbeidsongeschikt zijn) is beperkt. Ook 3
Ontwikkelagenda deel 2 Inspanningen voor het sociaal domein 2022 -2026 houden we rekening met de visie in het sociaal domein, waaronder ook het integraal kijken naar de situatie van onze inwoners. Het onderzoek naar de mogelijkheden van inbesteden is hier een belangrijk onderdeel van, net als het versterken van de samenhang met de Wmo. Onderzoek naar arbeidsmatige dagbesteding (Wmo), dat onderdeel is van de programmalijn kwetsbare volwassenen, is hier een voorbeeld van. Het onderzoek naar toekomstbestendigheid, inclusief de benoemde hieraan gelieerde inspanningen, kan mogelijk niet (geheel) binnen de bestaande capaciteit worden uitgevoerd. Om zoveel mogelijk kansen op de arbeidsmarkt te kunnen pakken en daarmee uitstroom uit de bijstand te bevorderen, is het noodzakelijk snel te kunnen inspelen op ontwikkelingen op de (arbeids)markt. Hiervoor is soms ook budget nodig. Het moeten opstellen van een voorstel, met businesscase, en dit ter besluitvorming brengen, kan dan een te langdurig traject zijn. Daarom is de wens een flexibel budget te realiseren voor WII/VPW waaruit dergelijke noodzakelijke acties kunnen worden bekostigd. Achteraf kan hierover verantwoording worden afgelegd, waardoor de contouren waarvoor inzet van het budget wel en niet wenselijk is, steeds duidelijker worden.
Tevens is de wens om jaarlijks inzichtelijk te hebben hoe de uitgaven aan uitkeringen zich verhouden tot de inkomsten uit BUIG. In de gemeentelijke begroting is dit vaak niet meer te zien. Dit inzicht draagt bij aan het beeld in hoeverre we goed presteren. Bij de invoering van het huidige verdeelmodel BUIG, is door Berenschot onderzocht in hoeverre we als Nissewaard zouden moeten uitkomen met BUIG, op basis van de objectieve criteria. Hieruit bleek dat we jaarlijks budgetneutraal dan wel een licht overschot op BUIG zouden moeten realiseren. Deze inspanning vergt aparte besluitvorming over inzet van de stelpost sociaal domein ten behoeve van een flexibel budget. Gemeenten, zorgkantoren en zorgverzekeraars zijn opdrachtgever en financier in het stelsel van (langdurige) zorg en ondersteuning, waardoor de partijen moeten samenwerken om te borgen dat de zorg zo goed mogelijk aansluit op de wensen van de inwoner. Om goede gezondheid voor zoveel mogelijk burgers te kunnen waarborgen en de zorg betaalbaar te houden, is het dus logisch dat gemeenten, zorgkantoren en zorgverzekeraars elkaar opzoeken en samenwerken. Maar die inzet is niet altijd vanzelfsprekend, omdat de kosten van preventieve activiteiten vaak in het ene domein vallen (gemeente) en de baten in het andere.
Inzet op deze samenwerking kan daarom helpen bij het toekomstbestendig maken van het sociaal domein (paragraaf 5.1 van het coalitieakkoord). Voorbeelden hiervan zijn afspraken over overgang naar de Wlz, delen van kosten voor de POH GGZ jeugd, inzet en bekostiging van preventie zoals valpreventie, samenwerking met wijkverpleegkundigen, etc. In 2019 heeft de VNG al afspraken gemaakt met de zorgverzekeraars over regionale samenwerking en momenteel is er een wetsvoorstel in voorbereiding, ‘wetsvoorstel domein-overstijgende samenwerking’, om deze samenwerking wettelijk te borgen. Daarnaast wordt in het kader van het Integraal Zorg Akkoord (IZA) veel verwacht van het gemeentelijk sociaal domein, met name op gebied van preventie van fysieke en mentale ongezondheid. Het gaat om algemene gezondheidspreventie, maar er wordt specifiek en uitgebreid ingegaan op het voorkomen en het ontwikkelen van laagdrempelige alternatieven voor ondersteuning bij ggz-problematiek. En tevens gaat het om het vervullen van een rol in het voorkomen en opvangen van spoed-zorg in brede zin. Daarnaast worden aan gemeenten rollen toebedeeld met betrekking tot het tot stand brengen en onderhouden van samenwerking met tal van maatschappelijke organisaties (om samen aan gezondheid te werken) en in het bijzonder voor met het medisch zorgdomein om tot afstemming te komen.
In onze regio is er reeds samenwerking, maar hier wordt niet uitgehaald wat voor ons wenselijk is. Deze inspanning gaat er daarom over om onze 4
Ontwikkelagenda deel 2 Inspanningen voor het sociaal domein 2022 -2026 wensen voor deze collegeperiode te verduidelijken en in de samenwerking in te zetten op één speerpunt voor deze collegeperiode. Deze inspanning draagt bij aan het inzicht in doel en afspraken in 10 netwerken (zie operationeel doel onder programmalijn ‘sterke samenleving’). Er is een subsidie beschikbaar voor de coördinatie van dit netwerk. Indien voor meer dan een speerpunt wordt gekozen om binnen dit netwerk te realiseren, zal extra capaciteit beschikbaar moeten worden gesteld. Een randvoorwaarde voor financiële toekomstbestendigheid van het sociaal domein is goede informatie. Dit is al meerdere jaren in ontwikkeling en staat zeker niet meer in de kinderschoenen. In deze collegeperiode ligt de nadruk van datagericht werken op het doorontwikkelen van het instrument Value Care tot een goed dashboard met managementinformatie en beleidsmatige sturingsinformatie. Zo kan snel worden bijgestuurd waar dat nodig is. Tevens ligt nadruk op data die kan helpen bij het grip houden op het jeugddomein. Zowel lokale informatie als verbetering van informatie vanuit/over de Gemeenschappelijke regeling Jeugdhulp Rijnmond (GR JR) moet helpen de sturingsknoppen te identificeren en op de juiste zaken in te zetten.
Tot slot moet ook de monitoring op de doelen in Ontwikkelagenda deel 1 worden verbeterd en opgenomen in het bestuursverslag. Daar waar verdere verbeterslagen kunnen worden gemaakt, zal dat niet worden nagelaten. Deze inspanning kan binnen de beschikbare capaciteit en middelen worden uitgevoerd. Enigszins gerelateerd aan de data is de volgende inspanning. Door het huidige ICT-systeem voor jeugdhulp uit te faseren en dit onder te brengen binnen de suites, door inzet van suite voor sociale regie, kan de data worden verbeterd. De suites worden al gebruikt voor de Participatiewet en de Wmo. Informatie die niet uit meerdere systemen hoeft te worden gehaald is immers makkelijker te genereren en is minder foutgevoelig. Een tweede voordeel is dat door suite voor sociale regie in te zetten, er een goed ICT-systeem is dat bruikbaar is voor de integrale TidW-ingang en onderdelen van de toegang (casus- en procesregie). In suite voor sociale regie kunnen meerdere partijen samenwerken en is informatie die eenmaal is uitgevraagd, voor alle bevoegde medewerkers bruikbaar. Hierdoor is het een randvoorwaarde voor diverse inspanningen en daarmee voor het financiële doel in het sociaal domein. Voor deze inspanning is extra project-capaciteit gerealiseerd. Als onderdeel van de coalitieonderhandelingen zijn maatregelen besproken die besparingen in het sociaal domein moeten bewerkstelligen.
Een van de maatregelen is dat door inzet van toezichthouders, kwaliteitsmedewerkers en accountmanagers een besparing moet worden gerealiseerd van € 250.000 in 2023, € 450.000 in 2024 en € 500.000 vanaf 2025. Onderdeel van de taken van deze functies, is het vinden van mogelijkheden tot besparing van kosten met behoud van voldoende kwaliteit. Daarom is het mogelijk deze inspanning binnen de bestaande capaciteit en middelen uit te voeren. Vooraf is niet in te schatten waar zich deze mogelijkheden voordoen, vandaar dat een algemene taakstelling is opgenomen. In de afgelopen jaren hebben deze functies aangetoond dat zij (structurele) besparingen kunnen realiseren (zie collegebesluit Evaluatie formatie accountmanagement en kwaliteitsmedewerker in sociaal domein d.d. 21-12-2021). De hoogte van de
5
Ontwikkelagenda deel 2 Inspanningen voor het sociaal domein 2022 -2026 taakstelling is grotendeels bepaald door ervaringen in deze functies tot nu toe. Naarmate de tijd vordert zal deze taakstelling concreet worden ingevuld, aan de hand van gerealiseerde incidentele en structurele besparingen. Eveneens een van de afgesproken maatregelen is het afbouwen van kinderopvang met een Sociaal Medische Indicatie (SMI). SMI houdt in dat indien ouders door medische of psychische problemen tijdelijk onvoldoende mogelijkheden hebben om voor hun kinderen te zorgen, de gemeente een indicatie kan afgeven voor kinderopvang en de kosten hiervan kan betalen. SMI is geen wettelijke taak, maar wordt wel door de meeste gemeenten uitgevoerd. Ruim 40 gezinnen hebben medio 2022 voor 1 of meerdere kinderen SMI. In de toekomst zal SMI alleen nog worden toegepast als maatwerkvoorziening, indien er geen andere oplossingen zijn en voor een beperkte duur. Daarnaast zal de voorwaarde dat de ouder(s) werken aan behandeling van hun problemen, strikter worden toegepast. De kinderen worden waar nodig en mogelijk actief doorgeleid naar andere voorzieningen en alternatieven zoals voorschoolse en vroegschoolse educatie (VVE). Hierdoor kan naar verwachting vanaf 2024 een bezuiniging van € 600.000 op SMI worden gerealiseerd.
Er resteert dan een budget van € 75.000 op jaarbasis, dat mede ingezet wordt ten behoeve van kinderopvang tijdens re-integratie van bijstandsgerechtigden. Om ingroei en afbouw SMI mogelijk te maken, is de besparing in 2023 geraamd op € 400.000 waardoor in 2023 een budget ad € 275.000 resteert. Deze inspanning wordt momenteel met bestaande capaciteit uitgevoerd. Dit gaat echter ten koste van andere taken, waardoor andere zaken verschoven worden. Ook zijn in de onderhandelingen enkele ‘snel uitvoerbare’ maatregelen afgesproken, die in de begroting 2023 meerjarig worden verwerkt. Dit betreft: Het verlagen van het ontwikkelbudget met € 100.000 structureel Onderbesteding aanpak eenzaamheid inleveren ad € 50.000 structureel Onderbesteding armoedegelden inleveren van structureel € 362.000 (t.b.v. wensen in het coalitieakkoord) Verlagen vergoeding en aframen budget POH GGZ Jeugd, levert een besparing op van € 100.000 voor 2023 en 2024 Stoppen met bijdrage voor netwerkregisseurs/samenwerkingsverband ad € 350.000 structureel. Voor nadere toelichting op deze maatregelen, zie pag. 28 van de begroting 2023. Deze inspanning is hiermee gerealiseerd. Naast aanpassing van de uitgaven, wil het college ook trachten inkomsten te beïnvloeden. Daartoe kan lobby worden ingezet.
In het coalitieakkoord wordt aangegeven er (samen met VNG) bij het rijk op aan te dringen dat maatregelen worden genomen (pag. 39). Dit vindt in ieder geval plaats via de werkgroep ‘lobby’ binnen het programmateam van de GR JR, waarin een bestuursadviseur namens Nissewaard zitting heeft (binnen bestaande capaciteit). Daarnaast kunnen andere onderwerpen om lobby vragen, als daar aanleiding toe is. Dat zou bijvoorbeeld kunnen gaan om BUIG of om het Wmo abonnementstarief. Op deze laatste onderwerpen vindt echter alleen inspanning plaats als daar specifieke aanleiding toe is en dit naar verwachting ook kans van slagen heeft.
6
Ontwikkelagenda deel 2 Inspanningen voor het sociaal domein 2022 -2026 Reeds vanaf de vorige collegeperiode wordt gewerkt aan het realiseren van een integrale ingang voor het sociaal domein, via alle kanalen telefonie, digitaal, fysiek. Dit is de Thuis in de Wijk-ingang (TidW-ingang). Deze zal in deze collegeperiode ook daadwerkelijk worden gerealiseerd, conform de opgave zoals benoemd in het coalitieakkoord (pag. 45). Hierin bieden Kwadraad, MEE, SWO en gemeente, in een samenwerkingsverband, informatie en advies aan inwoners en voeren zij vraag-verheldering uit op vraagstukken die meer nodig hebben dan alleen een advies. Doel van deze TidW-ingang is tweeledig. Enerzijds dat door gebundelde expertise de vraag van de inwoner en diens huishouden breder kan worden verkend zodat eerder de juiste ondersteuning kan worden geboden (inhoudelijk doel). Anderzijds dat er zoveel mogelijk oplossingen binnen het eigen netwerk en voorzieningen in het voorveld ‘Thuis in de Wijk’ kunnen worden gerealiseerd, zodat minder persoonsgebonden voorzieningen nodig zijn (inhoudelijk en financieel doel). De TidW-ingang moet er dus voor zorgen dat als oplossingen in eigen netwerk en het voorveld nog onvoldoende worden gebruikt, hier actief naar wordt toegeleid. Indien er toch een of meer persoonsgebonden voorzieningen nodig lijken, wordt die vraag doorgeleid naar de gemeentelijke toegang.
Het realiseren van de integrale ingang Thuis in de Wijk vergt van alle deelnemende organisaties aanpassing in werkwijze en organisatievorm, goede registratie en monitoring en inzicht in het voorveld en de sterke samenleving. Voor deze inspanning is vanuit incidenteel rijksbudget voor integraal werken budget beschikbaar voor een projectleider tot medio 2023. Voor incidentele (frictie)kosten zal een beroep moeten worden gedaan op andere budgetten binnen het sociaal domein, zo nodig ook de stelpost. Een voorbeeld hiervan kan zijn verbouwingskosten voor de ruimte van een integrale ingang. Opdracht is dat de TidW-ingang structureel budgetneutraal kan worden uitgevoerd met als effect dat op termijn (relatief) minder persoonsgebonden voorzieningen worden ingezet. In de gemeentelijke toegang, die eveneens sinds de vorige collegeperiode wordt ontwikkeld, wordt bepaald of er een persoonsgebonden voorziening nodig is en zo ja, wat precies, voor hoe lang en met welk doel/te behalen resultaat. Het gaat hierbij om het inzetten van de juiste zorg op maat (pag. 39 en 42 coalitieakkoord). Tijdens inzet van de persoonsgebonden voorziening wordt (waar dit zinvol is) gemonitord in hoeverre het (deel)resultaat wordt bereikt en er meer, minder of andere ondersteuning wenselijk is.
Door op deze wijze de toegang vorm te geven, krijgt de inwoner passende ondersteuning, zoveel en zo lang als nodig (inhoudelijk doel). Zonder deze monitoring, is onze ervaring met Wmo en Jeugdwet, dat hulp die we niet zelf uitvoeren steeds wordt verlengd met als gevolg dat de kosten oplopen, maar ook dat de beschikbaarheid van hulp voor nieuwe cliënten onder druk komt te staan door wachtlijsten (inhoudelijk en financieel doel). Bij samenhangende hulpvragen wordt er casusregie ingezet zodat de benodigde hulp goed op elkaar aansluit en elkaar versterkt in het bereiken van de gestelde doelen. Wanneer de situatie zeer complex is en het doelbereik in het geding komt, kan er procesregie vanuit de gemeente worden ingezet die het proces begeleidt en zorgt dat barrières om te komen tot goede oplossingen worden geslecht (inhoudelijk en financieel doel). Met betrekking tot dit laatste punt is er een taakstelling opgenomen. Deze spitst zich toe op het beperken van uitgaven voor multiprobleemgezinnen wanneer er integrale afwegingen worden gemaakt welke ondersteuning in dat huishouden het meeste effect heeft. Nu wordt vaak vanuit meerderen wetten ondersteuning ingezet bij multiproblematiek. Voorwaarde voor deze taakstelling is wel dat de Wet multiproblematiek (Wams) per 2024 ingaat, hetgeen ons de bevoegdheden geeft om over wetgeving heen informatie uit te wisselen en keuzes te maken.
Dit onderdeel hangt dus nauw samen met het doel op multiproblematiek dat valt onder de programmalijn ‘kwetsbare volwassenen’. Ook een specifiek onderdeel 7
Ontwikkelagenda deel 2 Inspanningen voor het sociaal domein 2022 -2026 van deze opdracht is de omvorming van de JOT’s. Momenteel vindt bij de jeugdondersteuningsteams (JOT’s) een drietal taken plaats, namelijk ingangstaken (informatie & advies en vraagverheldering), toegangstaken (indicatiestelling en casusregie) en hulpverlening. De taken voor ingang en toegang worden overgeheveld naar respectievelijk de integrale TidW-ingang en de gemeentelijke toegang. De hulpverlening zal apart georganiseerd moeten blijven. Dit alles vergt aanpassing van de organisatiewijze. Voor het realiseren van de toegang is incidenteel € 250.000 vanuit bestaande budgetten beschikbaar gesteld.
Toelichting op inspanningen bij doel ‘rechtmatige uitvoering sociaal domein’ Dit operationele doel ziet toe op rechtmatige uitvoering van de taken in het sociaal domein, zowel door ons als gemeente, als door organisaties die via financiering vanuit de gemeente taken uitvoeren. Hieronder vallen in deze collegeperiode een drietal inspanningen. De eerste inspanning betreft de invoering van een zaaksysteem in het sociaal domein. Het zaaksysteem helpt de navolgbaarheid en vindbaarheid van informatie te vergroten, naast dat het de dienstverlening aan onze inwoners en partners kan verbeteren. In het sociaal domein gaat het dan zowel om informatie over inwoners, als over informatie met betrekking tot bijvoorbeeld subsidies. Het zaaksysteem kan helpen om inwoners en organisaties snel up to date informatie te verstrekken, bijvoorbeeld over een aanvraag. Ook is op informatieverzoeken door de accountant of in het kader van de Wet Open Overheid, beter en sneller in te gaan. Het zaaksysteem bevordert daarmee ook efficiënt werken. Door deze betere vindbaarheid en navolgbaarheid, helpt het rechtmatigheidsfouten voorkomen en onzekerheden verkleinen. De overgang naar het zaaksysteem vergt echter wel veel werk en juist in de omschakelingsfase kan informatie tijdelijk minder goed voorhanden zijn. Vooralsnog wordt dit met bestaande capaciteit uitgevoerd.
Dit betekent dat deze capaciteit dan niet beschikbaar is voor andere inspanningen. Onzeker is nog of er extra applicatiebeheer nodig is voor dit project. Momenteel voeren we ook voor Brielle de Participatiewet, de Wet inburgering 2021 en armoedebeleid uit. Met de vorming van Voorne aan Zee als nieuwe gemeente, zal deze vorm van samenwerking stoppen. Ook vergt de fusie van Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne aanpassing van de samenwerking binnen VPW. Deze uittreding en omvorming dient voor de inwoners en medewerkers zo soepel mogelijk te gebeuren en in het kader van rechtmatige uitvoering van wet- en regelgeving, moet ook de overgang van de huidige naar de nieuwe afspraken zorgvuldig worden afgewikkeld. Deze inspanning kan binnen bestaande capaciteit en middelen worden uitgevoerd. De uittreding kan niet budgetneutraal plaatsvinden, omdat taken die voorheen voor twee gemeenten tegelijk konden worden gedaan, nu voor Nissewaard individueel moeten gebeuren, zonder dat hier financiering vanuit Brielle tegenover staat. Hierover is separaat geadviseerd. De laatste inspanning bij dit doel betreft het subsidieproces. Verbetering van het subsidieproces en de bijbehorende regelgeving en formats is reeds de vorige collegeperiode ingezet. In deze collegeperiode wordt de ingezette werkwijze voor het eerst in de praktijk uitgevoerd en zal deze worden geëvalueerd en bijgesteld.
Ook zal het subsidieproces in het 8
Ontwikkelagenda deel 2 Inspanningen voor het sociaal domein 2022 -2026 zaaksysteem moeten worden ingericht, waarbij nog een aantal verbeteringen mogelijk worden die voorheen niet haalbaar waren. Dit zal het gehele proces moeten versnellen. Ook binnen het subsidieproces is navolgbaarheid van belang en een punt van verbetering binnen het zaaksysteem. Deze inspanning kan binnen bestaande capaciteit en middelen worden uitgevoerd en is gerealiseerd als het subsidieproces in het nieuwe zaaksysteem is ingericht en werkt. Onduidelijk is wel of buiten het sociaal domein extra capaciteit nodig is.
Toelichting op inspanningen bij doel ‘visie sociaal domein’ Naast financiën en rechtmatigheid, is de brede inhoudelijke visie de derde pijler binnen deze programmalijn. Het operationele doel is ‘Er is een vastgestelde visie op het SD als geheel waar in praktijk mee wordt gewerkt’. De eerste inspanning bij dit doel betreft het vaststellen van het integraal beleidskader. In dit beleidskader is de inhoudelijke sociaal domein brede visie vervat, die ten grondslag ligt aan het beleid en de uitvoering binnen het gehele sociaal domein. Zonder bestuurlijk vastgesteld kader, kunnen de overige inspanningen niet worden gerealiseerd. Vandaar dat deze inspanning ook onderdeel is van de operationele doelstelling. Deze inspanning wordt binnen bestaande capaciteit en middelen uitgevoerd. De tweede inspanning betreft het aanpassen van de verordening sociaal domein op dit beleidskader, waarbij tevens de wijzigingen uit landelijke regelgeving, jurisprudentie, coalitieakkoord en praktijkinzichten worden meegenomen. Ook de verordening leerlingenvervoer wordt deze collegeperiode aangepast, waarbij ook hier beleidswijzigingen worden doorgevoerd. Wijzigingen die na deze grote aanpassing van verordeningen nog nodig zijn, worden binnen de reguliere taken opgepakt en zijn dus geen aparte inspanning.
In navolging op aanpassing van verordeningen, zullen ook beleidsregels en besluiten moeten worden aangepast. Voor zover dat de maken heeft met aanpassingen in de verordening, valt ook dit onder deze inspanning. Deze inspanning kan binnen bestaande capaciteit en middelen worden uitgevoerd. Naast het subsidieproces, moeten ook inhoudelijke subsidieregelingen worden aangepast op nieuw beleid (pag. 35 coalitieakkoord). De subsidieregelingen voor sport, cultuur en groepen (wijkgroepen, migrantenorganisaties, bewonersgroepen, etc.) worden in deze periode aangepast op nieuw, reeds vastgesteld, beleid. Ondanks dat sport en cultuur buiten het sociaal domein vallen, is ervoor gekozen om alles wat betrekking heeft op subsidieregelingen en subsidieproces als onderdeel van het sociaal domein te zien, om de eenduidigheid te bewaren. Uit de evaluatie van de nieuwe subsidieregelingen voor participatie, maatschappelijke ondersteuning, jeugdpreventie en onderwijsachterstanden, kan blijken dat deze regelingen aanpassing vergen. Ook die aanpassingen, die uit de evaluatie zouden blijken, vallen onder deze inspanning. Aanpassing van de subsidieregelingen kan binnen de reguliere formatie plaatsvinden. De regelingen worden zodanig aangepast dat dit niet leidt tot extra kosten.
9
Ontwikkelagenda deel 2 Inspanningen voor het sociaal domein 2022 -2026 Naast inbedding van het nieuwe beleid in subsidies, is het ook wenselijk om inwoners en andere belanghebbenden mee te nemen in de gewenste denkrichting, zoals opgenomen in het beleidskader. We stimuleren vanuit het beleidskader immers dat de samenleving zich versterkt en dat inwoners hulp durven vragen en hulp willen bieden (o.a. pag. 35, 42, 45, 47 van het coalitieakkoord). Van belang hierbij is een goede informatievoorziening en een wijze van communiceren die gericht is op het gedrag van mensen. Daartoe zullen we in deze collegeperiode communicatie gerichter inzetten als beleidsinstrument. De campagnes, algemeen of met een thema, worden zoveel mogelijk qua timing afgestemd op relevante ‘events’, zoals realisatie van integrale TidW-ingang, livegang van de digitale sociale kaart, week van …., of beschikbaar komen van nieuwe/gewijzigde voorzieningen. Voor dit onderdeel is vanuit regulier budget extra formatie op gebied van communicatie beschikbaar gesteld voor 2023 tot en met 2025. Qua formatie wordt dat voldoende geacht. Communicatiecampagnes kosten echter geld. Onduidelijk is of hiervoor voldoende middelen binnen bestaande budgetten beschikbaar is. Dit is mede afhankelijk van de wijze van aanpak die nog moet wordt gekozen en besloten.
Medewerkers van de gemeente en van organisaties die voor ons sociaal domein-taken uitvoeren, zullen de visie uit het beleidskader binnen hun werkzaamheden gaan uitdragen. Dit gaat niet vanzelf. Het lezen van het beleidskader maakt nog niet dat je deze visie automatisch in praktijk kan brengen. Daarom wordt een handelingskader opgesteld dat handvatten biedt voor het werken vanuit de visie in de praktijk en wordt dit o.a. via trainingen en intervisie doorleefd. Dit zal in eerste instantie een meer procesmatige aanpak kennen, voordat het als reguliere werkwijze (leren en verbeteren) in de reguliere uitvoeringspraktijk is opgenomen. Deze procesmatige aanpak valt binnen de hier genoemde inspanning. In 2022 en 2023, met een uitloop naar 2024, zal de Uitvoeringsbrigade hierbij ondersteunen. Ten behoeve van inzet door de Uitvoeringsbrigade zijn middelen beschikbaar gesteld. We willen een sterke samenleving, waar inwoners, verenigingen en andere organisaties aan bijdragen. Hiertoe is communicatie nodig, zoals eerder omschreven. We willen echter ook dat wanneer (persoonsgebonden) voorzieningen ingezet moeten worden, dat desbetreffende inwoners voldoende op de hoogte zijn van de ‘spelregels’. Begrijpelijke uitleg en communicatie over wet- en regelgeving, rechten en plichten, is daarom nodig.
Dit mede om te voorkomen dat mensen onbewust regels overtreden of niet naleven, met alle gevolgen van dien (pag. 47). We richten ons met name op de Participatiewet en schuldhulpverlening, omdat hier vele regels gelden en de gevolgen van niet-naleving zeer groot zijn. Met bijvoorbeeld een filmpje, foldermateriaal en trainingen voor begrijpelijk schrijven aan medewerkers, wordt deze inspanning aangepakt. Er kunnen echter ook andere onderdelen van het sociaal domein zijn waar dit erg relevant is. Wanneer de mogelijkheid zich voordoet, zullen we ook op andere onderdelen dan de Participatiewet de communicatie begrijpelijker vormgeven. Voorbeelden hiervan zijn de sociale kaart en de digitale integrale ingang. Deze inspanning is gerealiseerd als vijf activiteiten binnen deze inspanning zijn uitgevoerd. Dit kan binnen bestaande middelen worden vormgegeven, tenzij wordt besloten een ingrijpende aanpassing te doen in de huidige werkwijze. Dan is deze inspanning meer onderdeel van algemene dienstverlening, en zal de verantwoordelijkheid vanuit dat terrein moeten worden genomen.
10
Ontwikkelagenda deel 2 Inspanningen voor het sociaal domein 2022 -2026 Ervaringsdeskundigheid wordt steeds meer gewaardeerd (pag. 49 coalitieakkoord). Zowel binnen de gemeente, als bij samenwerkende partners, worden gewerkt met ervaringsdeskundigheid. Sommige subsidies worden expliciet verleend voor producten/voorzieningen die geheel bestaan uit inzet van vrijwilligers of professionals die ervaring hebben in de desbetreffende situatie waarvoor ze nu hulp verlenen (ervaringsdeskundigen binnen de aanpak huiselijk geweld bijv. MeMoSa mentormoeders en ExpEx jongeren, vrijwilligers bij SWO en Homestart van Humanitas). Binnen de gemeente zal in deze collegeperiode in ieder geval ervaringsdeskundigheid worden ingezet bij het schuldpreventieteam en bij team Taal (inburgering). Met de realisatie van deze twee vormen van ervaringsdeskundigheid, is deze inspanning gerealiseerd. In Nissewaard bieden diverse organisaties algemeen ondersteunend hulpaanbod, soms voor verschillende doelgroepen. Zo is er jeugdgezondheidszorg en gezondheidspreventie door CJG, cliënt- en mantelzorgondersteuning door MEE, algemeen en schoolmaatschappelijk werk door Kwadraad, jeugdhulp door het JOT, hulp door de POH GGZ jeugd bij de huisarts en ouderenadvies en mantelzorgondersteuning door SWO.
Alhoewel deze organisaties grotendeels een andere doelgroep ondersteunen, is er ook samenhang tussen deze functies en is er zeker samenhang met de integrale TidW-ingang die deze collegeperiode wordt gerealiseerd. Niet alleen spelen deels dezelfde organisaties in de ingang een rol, ook wordt onderling naar elkaar en vanuit en naar de ingang doorverwezen. Vanuit het algemeen aanbod Thuis in de Wijk kan iemand immers doorverwezen worden naar de ingang voor een bredere vraagverheldering en vanuit de ingang worden mensen naar algemeen aanbod doorverwezen voor ondersteuning bij een hulpvraag. Daarmee samenhangend is er welzijnsaanbod door jongerenwerk (JOZ), samenlevingsopbouw door combinatiefunctionarissen en diverse activiteiten door een veelheid aan verschillende organisaties waar mogelijkheden liggen om hulpvragen van inwoners op te lossen. Door het slim verbinden van welzijn en algemeen aanbod, zijn er naar verwachting minder (dure) persoonsgebonden voorzieningen nodig (pag. 45 coalitieakkoord). Goede afspraken met de ondersteuning biedende organisaties over de verschillende doelen, rollen en taken, afbakening en samenwerking en te leveren kwaliteit is daarom wenselijk. Ook de vraag in hoeverre in de toekomst gebiedsgericht wordt gewerkt of niet, is hierbij aan de orde.
Vele van deze functies waren reeds voor de decentralisaties in 2015 actief en zijn daarna nauwelijks aangepast, ondanks de gewijzigde omgeving en het veranderde zorglandschap waarin deze functies opereren. Met het realiseren van de integrale TidW-ingang, opdrachten vanuit de hervormingsagenda jeugd (rondom bestaanszekerheid en kwaliteit van wijkteams) en de steeds grotere aandacht voor integraal werken, is er noodzaak ook deze functies, en bijpassende subsidies, onder de loep te nemen. Dit doen we vanuit de visie zoals opgenomen in het integraal beleidskader sociaal domein. Het is nog onduidelijk in hoeverre deze opdracht binnen de bestaande formatie kan worden uitgevoerd. Dit is afhankelijk van de mate waarin wijzigingen in de huidige situatie nodig zijn. Een eerste verkenning zal daarom eerst worden uitgevoerd, voordat wordt bepaald hoe groot deze inspanning is. Het is niet de verwachting dat de hoogte van de subsidie in totaliteit wordt beïnvloed door deze inspanning.
11
Ontwikkelagenda deel 2 Inspanningen voor het sociaal domein 2022 -2026 De volgende inspanning is deels overlappend aan de vorige. Indien de vorige inspanning is afgerond, is daarmee deze inspanning vermoedelijk voor de helft gerealiseerd. Naast de organisaties die algemeen ondersteunend hulpaanbod bieden, is het van belang die organisaties te kiezen voor het uitvoeren van deze inspanning, waar nadrukkelijk meerwaarde wordt verwacht ten opzichte van de huidige situatie. Er is gekozen om alleen in te zetten op gesubsidieerde organisaties, omdat vanuit inkoop al meer is vastgelegd over kwaliteit en resultaat. Zonder in de valkuil te treden dat we gesubsidieerde partijen gaan behandelen als hadden wij er diensten ingekocht, is vaak wel aanscherping van de afspraken mogelijk. Doel van deze inspanning is dat de gesubsidieerde organisaties meer gaan bijdragen aan het realiseren van de visie in het beleidskader en dat we daaromtrent duidelijker afspraken hebben vastgelegd. Door deze inspanning te maximeren op 10 organisaties, is deze binnen de bestaande capaciteit uitvoerbaar. De hoogte van de subsidie in totaliteit wordt hierdoor niet beïnvloed.
Programmalijn sterke samenleving Een sterke samenleving bestaat uit gezonde verenigingen en netwerken, uit inwoners die elkaar ontmoeten en die zich voor andere mensen inzetten en uit organisaties die dit versterken en faciliteren. Er vinden veel activiteiten plaats die bijdragen aan het welbevinden en de ontwikkeling van inwoners, problemen worden samen opgelost en kwetsbare inwoners vinden ondersteuning bij zaken die voor hen lastig zijn. Het is een inclusieve samenleving, waarin iedereen een volwaardige plek heeft en naar vermogen kan meedoen, zonder onderscheid te maken tussen mensen. Deze programmalijn gaat daarmee over een inclusieve samenleving, verenigingen, vrijwilligers, activiteiten en ontmoetingsmogelijkheden, mantelzorg en de aanpak van eenzaamheid. Alhoewel bijvoorbeeld sport en cultuur belangrijke elementen zijn van een sterke samenleving, behoren deze niet tot het sociaal domein. Het zijn immers waardevolle beleidsdomeinen op zichzelf. Wel zijn binnen deze programmalijn verbindingen gelegd met sport en cultuur, op die elementen die specifiek betrekking hebben op het sociaal domein. Voorbeelden hiervan zijn inclusief sporten en gezonde verenigingen. In onderstaand schema worden de operationele doelen en bijbehorende inspanningen binnen deze programmalijn benoemd. Na het schema volgt een toelichting.
12
Ontwikkelagenda deel 2 Inspanningen voor het sociaal domein 2022 -2026
13
Ontwikkelagenda deel 2 Inspanningen voor het sociaal domein 2022 -2026 Toelichting op inspanningen bij doel ‘sociale inclusie’ Het eerste operationele doel is het invulling geven aan sociale inclusie. Op dit moment is dat nog te onduidelijk om een specifiek operationeel doel te formuleren. Vandaar dat minimaal één operationeel doel moet gaan voortvloeien uit de visie op sociale inclusie. De eerste inspanning die daarbij hoort is het opstellen van een sociale inclusie-agenda. Dit is inclusief onze visie op sociale inclusie en sociaal cultureel werk. Onderdeel hiervan moeten de zaken zijn die benoemd staan op pag. 50 van het coalitieakkoord, voor zover het de onderdelen betreft die tot het sociaal domein behoren. Dit zijn ‘sociale toegankelijkheid van maatschappelijke voorzieningen’ en het realiseren van een ‘meer inclusieve samenleving met meer onderlinge betrokkenheid en verdraagzaamheid’. Dit is een langdurig proces, waarvoor we in deze collegeperiode een belangrijke stap zetten met het opstellen van de sociale inclusie-agenda. Het startdocument ‘Inclusief Nissewaard’ is reeds in de vorige collegeperiode vastgesteld op 25 januari 2022. Inclusie als geheel is een breder thema, dat ook vanuit andere onderdelen, zoals dienstverlening, fysieke leefomgeving en accommodaties, opgepakt zal worden.
In de sociale inclusie-agenda moet duidelijkheid komen over welk(e) operationele doel(en) op gebied van sociale inclusie wordt/worden gesteld. De volgende inspanningen zien toe op onderdelen van de inclusieve samenleving. De eerste is deelname vanuit het sociaal domein aan de omgevingsvisie, zodat de fysieke inrichting van Nissewaard ook een sterke samenleving, waaronder ontmoeting, faciliteert. In de omgevingsvisie vormen fysiek en sociaal domein een geheel en staat de (ondeelbare) leefomgeving van de inwoner centraal. Bijvoorbeeld door de openbare ruimte toegankelijk te realiseren en voldoende ruimte te hebben voor ontmoeting in gebouwen en daarbuiten. Deze inspanning is wit gekleurd, omdat de verantwoordelijkheid voor de omgevingsvisie niet binnen het sociaal domein ligt. Door deelname aan het opstellen van de omgevingsvisie en de aandacht die er is voor sociale aspecten, draagt deze inspanning wel bij aan een ‘inclusief Nissewaard’. Deelname aan de omgevingsvisie kan, mits de gevraagde capaciteit beperkt blijft, binnen de bestaande capaciteit worden vormgegeven. Belangrijkste doel is dat alle jeugdigen kunnen meedoen aan buitenschoolse activiteiten en bekend raken met het activiteitenaanbod dat er in Nissewaard is, bijvoorbeeld via verenigingen.
Zo is de drempel lager voor jeugdigen om nu of later als ze volwassen zijn, deel te nemen aan maatschappelijk belangrijke activiteiten. Ook kan een dergelijk (beweeg) aanbod de gelijke kansen vergroten voor kinderen om kennis te maken met gezonde leefstijl, duurzaamheid, sport of cultuur (pag. 9 en 34 van het coalitieakkoord). Binnen de uitvoeringsagenda sport is aandacht voor inclusief sporten. Ook deze inspanning behoort niet tot het sociaal domein, maar tot het beleidsterrein sport. Het draagt echter wel bij aan een ‘inclusief Nissewaard’ en is daarom ook hier als relevante inspanning opgenomen. 14
Ontwikkelagenda deel 2 Inspanningen voor het sociaal domein 2022 -2026
De coalitie ziet participatie van jongeren als een belangrijk onderdeel van een inclusieve samenleving. Ook het betrekken van jongeren bij vraagstukken in onze gemeente is wenselijk (pag. 41 van het coalitieakkoord). Daartoe wordt het jongerenpanel doorontwikkeld, zodat zij beter in staat zijn deze rol te nemen en hun achterban breed te vertegenwoordigen. Deze inspanning kan binnen de bestaande capaciteit en middelen worden opgepakt. Een specifieke inspanning gaat over hartveilig wonen. Dit gaat om een dekkend netwerk van AED’s en vrijwilligers die deze kunnen bedienen ingeval van nood. In het coalitieakkoord op pag. 46 en 47 is aangegeven wat de wensen zijn omtrent dit netwerk en de rol van de gemeente daarbinnen. Het betreft het publiek toegankelijk maken van AED’s door een subsidieregeling om deze buiten beschikbaar te maken en we verhuizen onze eigen AED’s ook naar buiten, voor zover dat nodig is voor een dekkend netwerk. We bezien welke rol we kunnen en willen spelen op gebied van onderhoud van AED’s. Tot slot bekijken we met het onderwijsveld de mogelijkheden voor het aanbieden van reanimatiecursussen op scholen. Deze inspanning kan binnen de bestaande capaciteit en middelen worden vormgegeven.
Toelichting op inspanningen bij doel ‘verbonden partijen en netwerken’ Met dit doel willen we meer structuur en effectiviteit brengen in voorzieningen en geboden ‘oplossingen’, door verbetering van de samenwerking. We zijn namelijk in veel netwerken actief als gemeente. Niet altijd is even concreet bekend wat we hiermee willen bereiken, wie hierin participeert en welke afspraken we met elkaar hebben omtrent een te bereiken resultaat. Er kan daarom een verbeterslag worden gemaakt in effectiviteit van netwerken en onze inzet daarbinnen. Een randvoorwaardelijke inspanning is het realiseren en beheren van een digitale sociale kaart, waar alle voorzieningen in Nissewaard vindbaar worden weergegeven. Belangrijk doel van het college is algemene voorzieningen zo laagdrempelig mogelijk beschikbaar te stellen voor onze inwoners (o.a. pag. 42 en 45 van het coalitieakkoord). Vindbaarheid van de voorzieningen, ook wanneer je niet exact weet waar je naar op zoek bent, is dan een zeer belangrijke voorwaarde. Met de sociale kaart, waarmee in de vorige collegeperiode is gestart, wordt dit gerealiseerd. Ook is het een belangrijk hulpmiddel voor diverse ondersteunende (vrijwilligers)organisaties en voor de integrale TidW-ingang. Ook bij deze organisaties kan de sociale kaart helpen geschikte voorzieningen te vinden, waarmee inwoners in een behoefte kunnen voorzien.
Ook kan het helpen om vragen bij de ingang te voorkomen, wanneer organisaties in de samenleving, of mensen zelf, via de sociale kaart kunnen vinden waar ze behoefte aan hebben. Met de realisatie van de sociale kaart, wordt ook voldaan aan het plan van aanpak ouderen, zoals aangegeven op pag. 45 van het coalitieakkoord. Doel van dit plan is namelijk om ‘inzichtelijk te maken en kenbaar richting inwoner wat er allemaal is en kan’. Van groot belang is wel dat deze sociale kaart up-to-date wordt gehouden. Vooralsnog lijkt het mogelijk deze inspanning met bestaande capaciteit en binnen beschikbare middelen voor ontwikkeling en ICT in het sociaal domein te kunnen realiseren. In hoeverre het mogelijk is het structureel beheren van dit platform en de sociale kaart binnen bestaande middelen vorm te geven, is nog niet duidelijk. 15
Ontwikkelagenda deel 2 Inspanningen voor het sociaal domein 2022 -2026 Gelieerd aan de sociale kaart is een digitaal platform, waar medewerkers van organisaties (professionals en vrijwilligers) elkaar kunnen vinden, (themagericht) informatie kunnen uitwisselen en gezamenlijk zaken kunnen organiseren. Een digitale laagdrempelige manier om in contact te komen met elkaar, hetgeen netwerken in de fysieke wereld kan ondersteunen en samenwerking kan stimuleren. Dit ‘extranet’ wordt gezamenlijk met het ontwikkelen van een sociale kaart vormgegeven. Vooralsnog lijkt het mogelijk deze inspanning met bestaande capaciteit en binnen beschikbare middelen voor ontwikkeling en ICT in het sociaal domein te kunnen realiseren. Voor het beheer van dit platform kan aansluiting worden gezocht bij de beheer-oplossing die voor de sociale kaart wordt gerealiseerd. Het daadwerkelijk realiseren van de genoemde doelstelling gebeurt met deze inspanning. Investeren in netwerken van organisaties is van belang om onze samenleving sterker te maken en samenwerking met onze maatschappelijke partners acht het college van groot belang (o.a. pag. 35 en 42 van het coalitieakkoord). Door bewuster te kiezen voor welke netwerken we ons willen inzetten en met welk doel en op welke wijze, wordt onze inzet als gemeente effectiever en efficiënter en draagt het meer bij aan versterken van de samenleving.
Ook de rolverdeling tussen bestuur (wethouders) en ambtenaren (beleid, uitvoering en management) kan een onderwerp zijn om uit te diepen. Wel is van belang bewust te kiezen voor welke netwerken deze actie wenselijk is. Een netwerk dat voornamelijk bestaat uit vrijwilligers en actieve inwoners, moet vooral niet op deze wijze worden geïnstitutionaliseerd. Het ligt daarom voor de hand vooral netwerken te kiezen waar professionals een grote rol spelen. Te denken valt dan aan het netwerk met de zorgverzekeraars en zorgkantoren, de samenwerking met huisartsenvertegenwoordiging, het onderwijsveld en kinderopvangorganisaties, de arbeidsmarktregio, Thuis in de Wijk, SPIN, de werkplaats sociaal domein, Veiligheidshuis, en zo zijn er nog meer te benoemen. Ook aan verbonden partijen als de GGD en de GR JR kan op deze wijze bewuster worden deelgenomen. Het kan ook betekenen dat de conclusie wordt getrokken ons uit een bepaald netwerk terug te trekken. De zo gewonnen tijd kan dan op andere wijze worden ingezet. Indien deze inspanning leidt tot de conclusie dat een bepaald netwerk om extra inzet vraagt (bijvoorbeeld de GR JR), kan dit leiden tot een vraag om (tijdelijk) extra inzet in capaciteit. Op diverse onderdelen binnen het coalitieakkoord wordt gesproken over het vergroten van de zichtbaarheid en verbeteren van de benaderbaarheid van de gemeente in wijken en kernen.
Daarnaast is in het coalitieakkoord opgenomen dat er in de wijken De Akkers, De Hoek en Waterland een kwaliteitsimpuls plaats gaat vinden (pag. 17). Dit alles om de leefbaarheid in wijken en kernen te vergroten. Ook vanuit het sociaal domein willen we hieraan bijdragen. Er zijn veel vaste overleggen in de wijken en kernen met (kern)platforms, verenigingen en wijkgroepen. Deze overleggen willen we onder andere gebruiken om vraagstukken en wensen sneller op de juiste plek terecht te laten komen. Daarnaast zullen we gedurende de ontwikkeling van de wijkimpulsen bezien op welke wijze het sociaal domein hieraan een bijdrage kan leveren.
16
Ontwikkelagenda deel 2 Inspanningen voor het sociaal domein 2022 -2026 Toelichting op inspanningen bij doel ‘gezonde verenigingen’ We streven naar gezonde verenigingen. Dit zijn verenigingen die levensvatbaar en (financieel) toekomstbestendig zijn, met bestuurlijke continuïteit, die hun core business kunnen uitvoeren en de veerkracht hebben om te kunnen inspelen op maatschappelijke omstandigheden. Binnen dit doel is een veelheid aan inspanningen opgenomen, die soms bredere uitwerking hebben dan alleen gezonde verenigingen. Zo zijn inspanningen voor vrijwilligers hier opgenomen, terwijl niet alle vrijwilligers bij verenigingen hun taken uitvoeren. Dit heeft ermee te maken dat niet op alle onderdelen die gewenst zijn om uit te voeren, ook specifiek doelen zijn gesteld. Bij dit onderdeel van de sterke samenleving is dat zichtbaar. De eerste inspanning is hiervan meteen een voorbeeld. Onderdeel van het nog op te stellen uitvoeringsplan gezondheid, is het stimuleren van rookvrije sportverenigingen (pag. 35 van het coalitieakkoord). Dit is de reden dat deze inspanning onder het doel gezonde verenigingen is opgenomen. Recent is een motie aangenomen om rookvrije omgevingen ook uit te breiden naar speeltuinen.
Het uitvoeringsplan zal nadrukkelijk aansluiting vinden bij het doel gezonde verenigingen, en bij andere doelstellingen die in deel 1 van de Ontwikkelagenda zijn opgenomen, zoals het bevorderen van kansengelijkheid (zie pag. 46 van het coalitieakkoord). Dit om focus aan te brengen in het brede thema gezondheid. Het uitvoeringsplan gezondheid kan binnen de bestaande capaciteit en middelen worden uitgevoerd. Om goed te kunnen inspelen op wat er bij verenigingen nodig is om gezond te zijn en blijven (pag. 35 van het coalitieakkoord), zijn twee inspanningen opgenomen. Ten eerste is het meetinstrument, de vitaliteitsscan, nog niet voldoende toegerust om de gezondheid van het verenigingsleven als geheel, en als vervolgstap daarop, de vitaliteit, te monitoren. De vitaliteitsscan wordt daarom deze periode herijkt. Ten tweede is het noodzakelijk om met verenigingen afspraken te maken om het functioneren van de vereniging te verbeteren, indien de vereniging nog onvoldoende gezond is en wel voldoende basis heeft om gezond te kunnen worden. Dit vraagt om per vereniging specifieke afspraken die hieraan bijdragen. Dit is onderdeel van het takenpakket van de combinatie-functionarissen. In deze periode zal echter meer nadruk komen te liggen op het monitoren van het totaalbeeld over de gezondheid van verenigingen en de typen belemmeringen die worden ervaren.
Op deze wijze kan worden bezien welke ondersteuning in brede zin gewenst is, waarop met algemeen aanbod kan worden ingespeeld. Dat aanbod kan bijvoorbeeld bestaan uit bepaalde trainingen en cursussen voor verenigingen, of samenwerking met andere organisaties op bepaald gebied. Dit is onderdeel van de volgende inspanning, het herijken van het beleid op gebied van vrijwilligers en verenigingsondersteuning. Deze inspanning gaat verder dan verenigingen, en behelst ook vrijwilligers in brede zin. Naast ondersteuning in de vorm van trainingen en cursussen voor verenigingen en vrijwilligers, bestaat het beleid uit meer onderdelen, zoals een vrijwilligers-vacaturebank, in nauwe samenwerking met de Boekenberg. Het belang van vrijwilligers en verenigingen is door het gehele coalitieakkoord leesbaar en wordt specifiek benoemd op pagina 35 en 36 en vele malen in hoofdstuk 5. Ten opzichte van de oude nota vrijwilligersbeleid van circa 10 jaar geleden, waarin de gemeente nauwelijks een rol voor zichzelf ziet, is de gedachte over de rol van de gemeente sterk 17
Ontwikkelagenda deel 2 Inspanningen voor het sociaal domein 2022 -2026 veranderd. Vrijwilligers zijn onmisbaar in een sterke samenleving en het college ziet dan ook een rol voor zichzelf in het faciliteren, stimuleren en waarderen van vrijwilligers en verenigingen. Omdat het vrijwilligersbeleid inhoudelijk sterk zal worden aangepast, van nauwelijks een rol, naar een actieve inzet, is het vermoeden dat hiervoor extra middelen noodzakelijk zijn.
Toelichting op inspanningen bij doel ‘eenzaamheid’ Wanneer mensen meedoen in de samenleving en zinvolle contacten hebben met andere mensen, vermindert of voorkomt dit gevoelens van eenzaamheid. Veel wat in de sterke samenleving gebeurt, kan bijdragen aan vermindering van eenzaamheid, zeker als hier specifiek oog voor is. Juist de groep mensen die zich (nog) niet sterk eenzaam voelt, maar wel regelmatig gevoelens van eenzaamheid heeft, is op deze wijze te bereiken. Dit gaan we doen door een viertal inspanningen in deze collegeperiode. De eerste is het uitvoeringsplan ‘Elkaar waard’ dat behoort tot de beleidsplan eenzaamheid met dezelfde titel. Door corona hebben veel activiteiten stil gelegen, of moesten op een andere manier worden uitgevoerd. Elkaar waard is daarom niet tot uitvoering gekomen op de manier die we hadden voorzien. Daarom spannen we ons in deze collegeperiode hier opnieuw voor in, door alsnog het uitvoeringsplan op te stellen. Overigens is het tegengaan van eenzaamheid een veel bredere opgave dan alleen vanuit dit uitvoeringsplan. Alle activiteiten die ertoe leiden dat mensen kunnen meedoen in de samenleving en het gevoel hebben erbij te horen (sociale inclusie, re-integratie naar werk, etc.), dragen immers bij aan voorkomen en beperken van eenzaamheid.
Vanuit dit uitvoeringsplan zullen we echter nadruk leggen op die zaken, die niet vanuit andere onderdelen van het sociaal domein worden opgepakt, maar wel een rol spelen in het tegengaan van eenzaamheid. Het uitvoeren van dit plan zal vervolgens als reguliere taak in de organisatie worden belegd. Binnen het budget eenzaamheid zijn voldoende middelen beschikbaar en het plan kan opgesteld worden binnen bestaande capaciteit. In het coalitieakkoord is aangegeven dat ontmoeting dichtbij huis kan plaatsvinden (paragraaf 3.4 van het coalitieakkoord). Daarom wordt in deze collegeperiode per gebied geïnventariseerd welke plekken er nu zijn waar mensen elkaar, voor verschillende soorten activiteiten, kunnen ontmoeten. Per gebied wordt bekeken welke organisaties hier actief zijn en welke behoeften, kansen en knelpunten er liggen. Deze inventarisatie zal grotendeels plaatsvinden op basis van de kennis die hierover al in huis is, voornamelijk bij de combinatiefunctionarissen. Op basis van deze inventarisatie (het plan ‘ontmoeting’) kunnen keuzes worden gemaakt voor de korte termijn (laaghangend fruit) en kan worden bepaald welke vervolgopdrachten wenselijk zijn. Gevoelens van eenzaamheid uiten zich vaak in (lichamelijke) klachten waarmee mensen een huisarts bezoeken. In plaats van medicatie kan de huisarts ‘welzijn’ op recept uitschrijven en doorverwijzen naar Thuis in de Wijk.
Met huisartsen in enkele wijken heeft Thuis in de Wijk samenwerking opgezet om welzijn in te kunnen zetten om het welbevinden van inwoners te verbeteren. De huisarts is zo vindplaats en ‘stok achter de deur’ om iets te gaan ondernemen, door het uitschrijven van een recept en doorverwijzing naar Thuis in de Wijk. Door een warme overdracht, hoeft er niet méér initiatief bij de inwoner te liggen dan voor die persoon haalbaar is. In deze collegeperiode is de wens dat Thuis in de Wijk-partners ‘welzijn op recept’ bij meer huisartsenpraktijken inzetten met uiteindelijk doel dat alle huisartsen zijn benaderd om 18
Ontwikkelagenda deel 2 Inspanningen voor het sociaal domein 2022 -2026 mee te doen. In hoeverre dat in een collegeperiode haalbaar is, zal moeten blijken. Ook is niet duidelijk of grootschaliger inzet van welzijn op recept binnen bestaande middelen van de TidW-partners kan worden uitgevoerd.
Toelichting op inspanningen bij doel ‘mantelzorg’ Van belang is dat mantelzorgers hun zorgtaak kunnen volhouden zonder dat dit (teveel) ten koste gaat van hun persoonlijke belastbaarheid. Daartoe richten gemeenten ondersteuningsaanbod in. Het is wenselijk de bekendheid hiervan, bij mantelzorgers en inwoners die hulp ontvangen, te vergroten. Om dit mogelijk te maken wordt een uitvoeringsplan mantelzorg opgesteld, waarbij expliciet aandacht is voor de jonge mantelzorger (pag. 45 van het coalitieakkoord). Uitgangspunt is dat de huidige ondersteuning, die voldoet aan de landelijke richtlijnen voor basis- en aanvullende mantelzorgondersteuning, in stand blijft. Wel wordt gekeken naar punten waar verbetering mogelijk is, zoals de bekendheid van de ondersteuning. Ook ondersteuning op maat en inzet van respijtzorg is een punt van aandacht in het uitvoeringsplan. Dit alles om te voorkomen dat mantelzorgers overbelast raken. Het uitvoeringsplan mantelzorg en de implementatie daarvan, kan binnen de bestaande capaciteit worden uitgevoerd. Uitgangspunt is ook de bestaande middelen hiervoor in te zetten, zonder dat uitbreiding van dit budget noodzakelijk is. Specifiek onderdeel zoals benoemd in het coalitieakkoord op pag. 25 is de woning-urgentie voor mantelzorgers. Dit is gerealiseerd en deze inspanning kan daarom als voltooid worden beschouwd.
Programmalijn bestaanszekerheid Bestaanszekerheid is de zekerheid van voldoende en voorspelbaar inkomen en betaalbare vaste lasten. Dit zijn noodzakelijke voorwaarden om je te ontwikkelen en mee te doen in de samenleving. We bieden mensen ondersteuning, voor zover de samenleving hierbij onvoldoende basis biedt. We stimuleren door voorlichting en (armoede)voorzieningen dat zoveel mogelijk mensen in hun eigen levensonderhoud kunnen voorzien en een gezonde financiële huishouding hebben. Deze programmalijn gaat over het ondersteunen van uitkeringsgerechtigden en mensen met een arbeidsbeperking bij het verkrijgen van werk, het voorkomen en tegengaan van armoede en schulden, aanpak van laaggeletterdheid en inburgering. In onderstaand schema worden de operationele doelen en bijbehorende inspanningen binnen deze programmalijn benoemd. Na het schema volgt een toelichting. 19
Ontwikkelagenda deel 2 Inspanningen voor het sociaal domein 2022 -2026
20
Ontwikkelagenda deel 2 Inspanningen voor het sociaal domein 2022 -2026 Toelichting op inspanningen bij doel ‘preventief re -integratie-instrument’ Op het moment dat iemand bijstand aanvraagt, en al daarvóór wanneer er sprake is van een WW-uitkering, is het soms nog mogelijk om bijstand te voorkomen. In deze collegeperiode richten we ons op een drietal zaken ten behoeve van preventie. Jongeren hebben een wettelijke zoektermijn van vier weken. Vanaf de aanvraag voor bijstand bij de gemeente moet een jongvolwassene tot 27 jaar eerst vier weken zoeken naar een opleiding of werk. Na deze zoekperiode kan de jongere de uitkering definitief aanvragen. Jongeren in een kwetsbare positie hebben vaak niet de financiële buffer of hulp van een sociaal netwerk waarmee zij deze extra periode zonder inkomen kunnen overbruggen. Ook zijn de kansen op succes bij (deze) jongeren vaak beperkt. Met deze inspanning bekijken we welke ondersteuning (kwetsbare) jongeren nodig hebben om enerzijds de zoektermijn meer succesvol te maken en anderzijds problematiek bij kwetsbare jongeren niet te laten verergeren. Hierbij bezien we of een ‘jongerenpunt arbeid’ noodzakelijk is voor uitvoering van deze inspanning. HalloWerk is een online matchingsplatform én persoonlijke dienstverlening van de gemeente. Het brengt werkgevers en werkzoekenden direct met elkaar in contact.
Met zelfservice waar mogelijk, en met hulp waar nodig. Motivatie en talenten zijn bij HalloWerk belangrijker dan diploma's en werkervaring. Het is ontwikkeld door de G4 en veel gemeenten, ook in onze arbeidsmarktregio, werken hiermee. HalloWerk helpt een snelle matching van werkzoekende en baanopeningen (vacatures), waardoor dit preventief kan werken. Uiteraard kan het ook gebruikt worden door inwoners die reeds een uitkering ontvangen. In het coalitieakkoord (pag. 44) is opgenomen: ‘we maken met de onderwijspartners en ondernemers in de regio, binnen de Regiodeal ZuidHollandse Delta, afspraken om onderwijs en arbeidsmarkt beter op elkaar te laten aansluiten en bijvoorbeeld een campus in Nissewaard te realiseren’. Deze inspanning valt onder de verantwoordelijkheid van bestuursadvies. Binnen de hier genoemde inspanning is wel het onderdeel vormgegeven om leerwerkbedrijven in de regio meer met elkaar te laten samenwerken. Hiertoe is mede door Voorne-Putten Werkt binnen de Regiodeal een subsidieaanvraag gedaan en gehonoreerd. Door uitvoering van het project binnen de subsidievoorwaarden, wordt deze inspanning gerealiseerd. Dit kan binnen de bestaande middelen (inclusief de ontvangen subsidie) worden vormgegeven.