CConstaterende datNissewaard
Koppel je AI →
Document · PDF

Plan van Aanpak omgevingsplan versie 15-3-23

Gemeenteraad 17 mei 2023, gemeente NissewaardBij agendapunt: Vaststelling plan van aanpak en handboek omgevingsplan4.003 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

PLAN VAN AANPAK OMGEVINGSPLAN NISSEWAARD

RHO ADVISEURS

INHOUD 1.

Inleiding ................................................................................................................................................... 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

2.

Aanleiding ........................................................................................................................................ 1 Omgevingsplan van rechtswege ......................................................................................................... 1 Opgave ............................................................................................................................................. 1 Doel .................................................................................................................................................. 2 leeswijzer .......................................................................................................................................... 3

Uitgangspunten ........................................................................................................................................ 4 2.1 2.2 2.3

Starten vanuit de Omgevingsvisie ...................................................................................................... 4 Voorbereidingen die niet hoeven te wachten....................................................................................... 5 Gebiedsgerichte aanpak.................................................................................................................... 5

2.3.1 2.3.2 2.3.3 2.4 2.5 3.

De transitie in de planning ................................................................................................................. 7 capaciteit.......................................................................................................................................... 8

Processtappen per deelgebied ................................................................................................................ 10 3.1 3.2

Stappenplan ................................................................................................................................... 10 Proces ............................................................................................................................................ 10

3.2.1 3.2.2 3.2.3 4.

Stedelijk gebied ........................................................................................................................ 6 Landelijk gebied ........................................................................................................................ 7 Bedrijventerreinen ..................................................................................................................... 7

Intern ...................................................................................................................................... 10 Extern ..................................................................................................................................... 11 Actoren ................................................................................................................................... 12

tijdplanning ............................................................................................................................................ 13

2

1. INLEIDING 1.1

Aanleiding

Op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt, gaan wij werken met de instrumenten van de Omgevingswet. Een van deze nieuwe instrumenten is het omgevingsplan. In het omgevingsplan staan de gemeentelijke regels voor de fysieke leefomgeving. Het vormt een toetsingskader voor initiatieven zoals woningbouw, transformatie van een locatie/gebied of herinrichting van de openbare ruimte. Het Omgevingsplan krijgt een bredere reikwijdte dan het bestemmingsplan.

1.2

Omgevingsplan van rechtswege

Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet beschikt Nissewaard over een ‘omgevingsplan van rechtswege’; een tijdelijk omgevingsplan dat is gevuld met: •

•

• •

Ruimtelijke plannen zoals bestemmingsplannen, wijzigingsplannen, uitwerkingsplannen, beheersverordeningen, voorbereidingsbesluiten, exploitatieplannen; Enkele gemeentelijke verordeningen: erfgoedverordening, afvoer regen- en grondwater en geurverordening de bruidsschat: regels voor de onderwerpen die zijn verhuisd van rijksniveau naar gemeenteniveau. de bodemfunctieklassenkaart en gebiedsspecifiek beleid voor het toepassen van grond of baggerspecie (voor meer informatie, zie: https://iplo.nl/thema/bodem/regelgeving/overgangsrecht/besluit-bodemkwaliteit/)

Daarnaast zijn er regels voor de fysieke leefomgeving die nu nog in gemeentelijke verordeningen staan, zoals de APV. Deze blijven los naast het tijdelijk omgevingsplan bestaan, totdat ze in het volwaardige omgevingsplan zijn opgenomen.

1.3

Opgave

Voor 2030 moeten gemeenten het tijdelijk omgevingsplan omzetten naar een volwaardig omgevingsplan. Concreet betekent dit: ▪ (inhoudelijk) actualiseren van regels; ▪ daadwerkelijk overzetten van de regels uit onze bestemmingsplannen en de bruidsschat naar het omgevingsplan dat voldoet aan wettelijke bepalingen; ▪ aanvullen met regels uit onze plaatselijke verordeningen die over moeten gaan; ▪ regels actualiseren op basis van de (nog op te stellen) omgevingsvisie Nissewaard en de eventuele uitwerking daarvan in programma’s en beleidsregels; ▪ vertalen van de doelen en kaders van de omgevingsvisie (en eventueel programma); ▪ onze regels ‘eenvoudig beter’ te maken in de formulering en toepasbaarheid. 1

Figuur 3: Visualisatie van tijdelijk naar volwaardig omgevingsplan.

1.4

Doel

Als de Omgevingswet van kracht wordt, moeten we gaan werken met het instrument omgevingsplan. Wij hebben tot 1 januari 2030 om het volwaardige omgevingsplan te maken, maar in de tussentijd zal het omgevingsplan van rechtswege ook gewijzigd moeten kunnen worden voor ontwikkelingen. Daarom zijn twee documenten opgesteld: •

•

Een handboek voor het wijzigen van het omgevingsplan vanaf de datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet, waarmee we ontwikkelingen van initiatiefnemers mogelijk maken. Het handboek gaat in op hoe we met het omgevingsplan van rechtswege (tijdelijk deel) kunnen wijzigen; Dit plan van aanpak op basis waarvan we gaan bouwen aan het volwaardige omgevingsplan, dat voor 1 januari 2030 gereed moet zijn.

In dit plan van aanpak beschrijven we hoe we tot het volwaardige omgevingsplan in 2030 voor heel Nissewaard komen. Het doel is te komen tot een aanpak die uiteindelijk leidt tot een omgevingsplan dat aan alle wettelijke verplichtingen voldoet en past bij de ambities, doelen, opgaven en werkwijze van de gemeente Nissewaard. Daarbij hoort een stappenplan, waaruit is af te leiden wie bij welke stap moet worden betrokken en een haalbaar tijdschema.

2

1.5

leeswijzer

In dit plan van aanpak komen diverse onderwerpen aan de orde. We bepalen eerst de uitgangspunten die we hanteren bij de transitie naar het gebiedsdekkende omgevingsplan (hoofdstuk 2). Vervolgens gaan we nader in op de aanpak en bijbehorende processtappen per deelgebied, waarbij we ingaan op hoe we omgaan met keuzes voor bijvoorbeeld de sturingsfilosofie en lokaal maatwerk (Hoofdstuk 3). In hoofdstuk 4 gaan we in op alle actoren (zowel in- als extern). We besluiten met een algemene planning voor het gehele traject van 2023 tot 2030.

3

2. UITGANGSPUNTEN Wij hanteren de volgende uitgangspunten om tot een volwaardig omgevingsplan te komen: 1. Vanaf inwerkingtreding gaan we werken met 1 casco voor de regels voor Nissewaard (zie ook het Handboek omgevingsplan)1; 2. Om de beleidsdoelen te kunnen vertalen in het gebiedsdekkende omgevingsplan is het zaak dat beleidsuitgangspunten duidelijk zijn. Voor het gehele grondgebied van de gemeente zijn de beleidsdoelen in de omgevingsvisie verwoord. Logischerwijs zou dat betekenen dat we pas met de transitie kunnen starten, als de omgevingsvisie is vastgesteld. Er zijn echter ook beleidsarme gebieden waar nauwelijks ingrijpende ontwikkelingen spelen (bijvoorbeeld de homogene woonwijken) die niet per sé hoeven te wachten op de omgevingsvisie; 3. We starten daarom direct met de voorbereidingen die niet hoeven te wachten op de vastgestelde omgevingsvisie; 4. We hanteren een gebiedsgerichte aanpak waarbij we drie hoofdgebieden onderscheiden; Landelijk gebied, Stedelijk gebied (inclusief de kernen), bedrijventerreinen. Zo nodig onderscheiden we per hoofdgebied deelgebieden; 5. Onze aanpak en bijbehorende planning is daarnaast afgestemd op de beschikbare capaciteit van de gemeentelijke organisatie; 6. Het daadwerkelijk transformeren van de omgevingsplannen per hoofdgebied besteden we uit.

De keuzes die daaraan vooraf gaan maken we intern op basis van de input van inwoners, ondernemers en andere stakeholders. We lichten de uitgangspunten nader toe.

2.1

Starten vanuit de Omgevingsvisie

De juridische vertaling van de omgevingsvisie vindt plaats in het omgevingsplan. Het omgevingsplan dient aan te sluiten op de doelen, kaders, gebiedsindeling, thema’s en begrippen die in de omgevingsvisie worden gehanteerd. Voor zover het omgevingsplan ruimte biedt voor nieuwe ontwikkelingen, dienen deze aan te sluiten op de doelen uit de omgevingsvisie en niet ten koste te gaan van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Formeel gesproken moet de omgevingsvisie voor 2025 door de gemeenteraad zijn vastgesteld. Daarna kan het opstellen van het volwaardig omgevingsplan worden gestart. In de periode tussen inwerkingtreding van de Omgevingswet en de start van het omgevingsplan, doen we ervaring op met wijzigen van het omgevingsplan voor nieuwe ontwikkelingen die niet passen in het omgevingsplan van rechtswege. Deze ervaring zetten we in bij het opstellen van het volwaardige omgevingsplan. Ook kunnen we al eerder aan de slag met beleids-/ontwikkelingsarme gebieden die niet per sé op de vastgestelde omgevingsvisie hoeven te wachten (bijvoorbeeld woongebieden).

1 Voor urgente ontwikkelingen heeft het Rijk de zogeheten Tijdelijk alternatieve maatregel IMRO (TAM-IMRO) bedacht. Dit

betreft een technische maatregel die het mogelijk maakt ontwikkelingen via de nu geldende IMRO-standaard technisch te faciliteren. Voor ontwikkelingen die via deze standaard mogelijk worden gemaakt, geldt dat deze niet de regels uit het casco hoeven te volgen. Pas bij de omzetting van deze plannen naar het definitieve omgevingsplan, worden deze ontwikkelingen in het casco ingepast.

4

2.2

Voorbereidingen die niet hoeven te wachten

Het gebiedsdekkende omgevingsplan moet richting geven aan wenselijke ontwikkelingen binnen de gemeente. Het is dus zaak inzicht te hebben in die wenselijke ontwikkelingen. Deze worden in de omgevingsvisie benoemd. Om pas van start te gaan met het gebiedsdekkende omgevingsplan nadat de omgevingsvisie is vastgesteld, is niet verstandig. Tot 2025 kunnen voorbereidingen worden gestart en kan worden begonnen met beleidsarme gebieden. Denk daarbij aan de volgende voorbereidingen: ▪

Opstellen en vullen Casco Wij gaan al starten met het wijzigen van het omgevingsplan om ontwikkelingen mogelijk te maken. In het handboek ‘wijzigen van het omgevingsplan’ is de structuur opgenomen waarin we de regels voor het omgevingsplan opstellen; het casco. Dit casco kan verder ingevuld worden met regels. Het gaat dan om ‘modelregels’ waar geen beleidsuitspraken aan ten grondslag liggen (denk bijvoorbeeld aan gebruiksregels voor de activiteit wonen). Het voordeel is dat voor alle nieuwe ontwikkelingen dezelfde regels worden gehanteerd.

▪

Afstemmen huidige bestemmingsplanregels Bij het vullen van het casco met ‘modelregels’ wordt meteen duidelijk dat er verschillen bestaan tussen de wijze waarop regels in de verschillende bestemmingsplannen zijn vormgegeven. Dit zal moeten worden afgestemd en gesynchroniseerd.

▪

Opstellen verordening fysieke leefomgeving Voor zover de gemeentelijke verordeningen betrekking hebben op de fysieke leefomgeving, moeten deze uiteindelijk (voor 2030) in het omgevingsplan worden opgenomen. Ter voorbereiding hierop kunnen de verordeningen geïnventariseerd, geëvalueerd en zo nodig geactualiseerd worden opgenomen in een verordening fysieke leefomgeving op een zodanige manier dat de verordening rechtstreeks kan worden overgeheveld naar het gebiedsdekkend omgevingsplan.

2.3

Gebiedsgerichte aanpak

Het opstellen van het gebiedsdekkend omgevingsplan is een grote opgave, zeker gezien de omvang en de gevarieerdheid van de gemeente Nissewaard. Om de opgave van de vertaling van het omgevingsplan tijdelijk deel naar een gebiedsdekkend plan beheersbaar te houden, kiezen wij ervoor om de aanpak van het gebiedsdekkend omgevingsplan per deelgebied uit te voeren. Hiervoor onderscheiden wij de volgende deelgebieden: ▪ ▪ ▪

Stedelijk gebied (centrum Spijkenisse, woongebieden en kernen) Landelijk gebied (inclusief Bernisse en Noordrand) Bedrijventerreinen

De gebiedsindeling moet aansluiten bij de beleidsmatige context en moet dus nog worden afgestemd met de gebiedsindeling van de omgevingsvisie. Verder ligt het voor de hand de begrenzing zoveel mogelijk aan te laten sluiten bij de huidige bestemmingsplangrenzen. Op detailniveau moet dit nog nader worden uitgezocht. Bij deze gebiedsindeling geven we per deelgebied aan welke aanpak we voorstaan en maken zo nodig een onderscheid in sub-deelgebieden. Daarbij gaan we in op zowel inhoud als op proces. 5

2.3.1

Stedelijk gebied

Inhoud In het stedelijk gebied onderscheiden we de woonwijken van Spijkenisse, de dorpen en het centrum van Spijkenisse. Ook hiervoor geldt dat de op te nemen regeling moet passen bij de identiteit en het beleid voor het betreffende stedelijk gebied. Ondanks dat er een onderscheid wordt gemaakt tussen de dorpen en de woonwijken van Spijkenisse, kunnen de woonwijken van Spijkenisse ook model staan voor de grotere woonwijken van de dorpen (zoals in Zuidland). Ondanks dat ook voor de woonwijken geldt dat er nieuwe doelen voor de toekomst geformuleerd worden (denk aan de energietransitie), vinden er weinig ingrijpende ontwikkelingen plaats. De woonwijken kunnen daarmee als relatief beleidsarm worden gekenschetst. Het centrum van Spijkenisse daarentegen is een gebied dat in beweging is en waar nieuwe ontwikkelingen worden verwacht. Op het gebied van retail is in 2018 de herijking van de Meerjarenvisie Stadscentrum Spijkenisse vastgesteld. Maar er spelen nog vele andere ontwikkelingen die in de omgevingsvisie een plek zullen krijgen. Dit gebied kan niet als beleidsarm gekenschetst worden. De dorpen zitten daar tussenin. Er heerst een andere dynamiek dan ik het centrum van Spijkenisse, maar er spelen meer ontwikkelingen dan in een homogene woonwijk.

In die zin zou in het stedelijk gebied goed kunnen worden gestart met het omgevingsplan voor beleidsarme woonwijken, om daarna de dorpen en tot slot het centrum van Spijkenisse aan te pakken. Over de wijze waarop we willen sturen in het centrum, moeten we in de voorbereiding kiezen uit twee mogelijkheden: 1. We maken een plan dat de huidige situatie vastlegt. Voor ontwikkeling wijken we af van het omgevingsplan; 2. We maken een globaler en flexibeler plan, waar veel ontwikkelruimte in zit. Proces Het proces steken we anders in dan voor het landelijk gebied. We pakken de participatie zoveel mogelijk per woonwijk, dorp of centrum op. Een inwoner van Zuidland zal minder geïnteresseerd zijn in het omgevingsplan van Abbenbroek. Dat betekent dat we voor de cyclus ‘stedelijk gebied’ verschillende participatieprocessen gaan doorlopen. Dit proces wordt in paragraaf 2.4. verder toegelicht. Voor het proces van het stedelijk gebied onderscheiden we de volgende deelgebieden: (deel)gebieden stedelijk gebied Woongebieden*

Centrum Dorpen

De Dijk en het land De Hoek-Sterrenkwartier Maaswijk Noord Schenkel-Groenewoud Spijkenisse Zuid-West Vierambachten Vogelenzang Waterland Centrum Spijkenisse Abbenbroek Geervliet

6

Heenvliet Hekelingen Simonshaven Zuidland

* De huidige bestemmingsplannen voor de woonwijken hoeven niet automatisch de verdeling te zijn die gehanteerd wordt bij het opstellen van het gebiedsdekkende omgevingsplan. 2.3.2

Landelijk gebied

Inhoud Het landelijk gebied kent een redelijk homogene verschijningsvorm met op enkele plekken accentverschillen. Zo is grootschalige akkerbouw dominant, maar komt in het westen en rond Biert weidebouw en melkveehouderij voor en is de schaal kleiner. Het landelijk gebied wordt doorsneden door het recreatiegebied van de Bernisse. Voor de Noordrand is specifiek beleid opgesteld. Verder komen er verspreid door het landelijk gebied enkele natuurgebieden, sport- en recreatiebestemmingen voor. Het landelijk gebied kent drie bestemmingsplannen: Buitengebied Zuid-Oost (2013), Buitengebied West (2016) en Bernisse (2015). De regels van de drie plannen moeten op elkaar worden afgestemd. Proces Participatie in het Landelijk gebied vindt voor het hele gebied in één keer plaats. 2.3.3

Bedrijventerreinen

Inhoud Nissewaard kent 3 bestemmingsplannen die specifiek op bedrijventerreinen zijn gericht; bestemmingsplan Halfweg-Molenwatering en De Haven2 in Spijkenisse en Bedrijventerrein Zuidland in het gelijknamige dorp. Gezien de fysieke omvang is dit de kleinste opgave van de drie gebieden die we onderscheiden. Proces Gezien de (relatief) kleine opgave, behandelen we de bedrijventerreinen in één proces, net zoals we dat voor het landelijk gebied doen.

2.4

De transitie in de planning

Drie uitgangspunten zijn bepalend voor de planning van de transitie naar het gebiedsdekkend omgevingsplan; 1. We streven ernaar het gebiedsdekkende plan in 2027 af te ronden; 2. We starten als de (ontwerp) omgevingsvisie gereed is. Dat geldt niet voor beleidsarme gebieden (woonwijken); 3. Met een aantal voorbereidingen kunnen we al eerder starten.

2 Er is uitgegaan van het huidige planologisch kader, gezien de gebiedsontwikkeling Haven-Noord die is ingezet is het de

verwachting dat de Haven voor het grootste deel zal vervallen als bedrijventerrein.

7

We gaan uit van een doorlooptijd van 2 jaar per deelgebied. De start van het ene deelgebied kan overlappen met de procedurefase van het andere deelgebied, waardoor het mogelijk is in 2027 het gebiedsdekkende omgevingsplan gereed te hebben, als we in 2024 starten. Rekening kan worden gehouden met mogelijke uitloop, aangezien de wettelijke deadline op 1 januari 2030 ligt. In dat licht bezien pakken we de kleinste opgave, het deelgebied bedrijventerreinen, als laatste op. Voordat we in 2024 van start gaan treffen we voorbereidingen die niet hoeven te wachten op de beleidsontwikkeling van de omgevingsvisie. Dit betreft beleidsarme onderwerpen en gebieden, zoals de rustige woonwijken. Ook pakken we een aantal thema’s op die terugkomen in de regelanalyse en die vragen om gemeente brede beleidsafwegingen. Dan hebben we bijvoorbeeld op hoofdlijnen bepaald hoe we met geluid willen omgaan per gebied. Daarbij is het belangrijk een onderscheid te maken tussen bestaand beleid (bv archeologie) en nieuwe thema’s die meer procesmatig aandacht vragen (gezondheid). De omgevingsvisie speelt met name in die laatste categorie een rol. In de voorbereiding maken we daarom ook een overzicht van de thematiek (beleidsneutraal en niet beleidsneutraal). Gezien de uitgangspunten, ziet de planning op hoofdlijnen er als volgt uit: 2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

Voorbereiding Stedelijk gebied Woonwijken Sp. Dorpen Centrum Sp. Bedrijventerreinen Landelijke gebied

2.5

capaciteit

De uitvoering van het plan van aanpak kost de nodige capaciteit, de komende jaren. De omvang ervan wordt in belangrijke mate bepaald door het al of niet uitbesteden van het opstellen van de omgevingsplannen per deelgebied. We onderscheiden 2 scenario’s: Scenario 1: de gemeente doet veel zelf, vraagt veel capaciteit; Scenario 2: veel uitbesteden, kost minder capaciteit maar meer budget. Het voordeel van scenario 1 is dat de gemeente veel grip houdt op de kwaliteit van het omgevingsplan en dat de ambtelijke organisatie snel leert werken conform de Omgevingswet. Nadeel is dat relatief veel ambtelijke capaciteit nodig is welke niet ingezet kan worden voor andere opgaves, bijvoorbeeld de woningbouw- en duurzaamheidsopgaves. Bij scenario 2 blijft juist veel tijd over voor deze opgaves, maar wordt intern weinig kennis opgebouwd over het nieuwe wettelijke systeem, wat uitvoeringsrisico met zich mee brengt en de gemeente heeft weinig grip op de kwaliteit van het omgevingsplan. Met de twee scenario’s zijn de twee uiterste beschreven. Een combinatie van beide scenario’s is ook mogelijk en sluit het beste aan bij de behoeftes vanuit de praktijk. In de voorbereidingsfase en het toewerken naar de eerste delen van het omgevingsplan zal waarschijnlijk meer inzet van de interne organisatie nodig zijn. In deze fase moet er gezorgd worden 8

voor een goede basis, op basis waarvan het uiteindelijke omgevingsplan verder kan worden uitgebouwd. Zodra deze goede basis er is kan het verder omzetten van het plan grotendeels worden uitbesteed en zal minder begeleiding vanuit de praktijk nodig zijn. In de meerjarenbegroting is budget geraamd vanaf 2023 voor het maken van het omgevingsplan. Hieruit kunnen zowel de kosten voor externe inhuur voor het maken van het daadwerkelijke omgevingsplan als de kosten voor inhuur voor het opvangen van tijdelijke capaciteitsproblemen worden opgevangen. Er is dus rekening gehouden met beide scenario’s

9

3. PROCESSTAPPEN PER DEELGEBIED De VNG adviseert het omgevingsplan stap voor stap op te bouwen. In de periode 2024 – 2027 moeten we de regels integreren tot één omgevingsplan, nagaan of en hoe we regels willen aanpassen (bijvoorbeeld naar aanleiding van beleidskeuzes in de omgevingsvisie), diverse instructieregels van rijk en provincie verwerken, het omgevingsplan voorleggen voor participatie en besluitvorming en tenslotte de regels van het omgevingsplan inzichtelijk maken via het Digitaal Stelsel Omgevingswet. In aanloop naar het Handboek omgevingsplan en dit plan van aanpak, hebben we een methode gebruikt om deze stappen te ontdekken; de regelanalyse. Regelanalyse De regelanalyse is een methode, waarbij alle stappen in beeld worden gebracht waar je aan moet denken bij het wijzigen van een omgevingsplan. Daarbij spelen de verschillende AMvB’s (Bbl, Bal en Bkl), de bruidsschat, de provinciale omgevingsverordening en lokale verordeningen een rol. Met deze methode borgen we dat we een gebiedsdekkend omgevingsplan maken dat aan alle eisen van de Omgevingswet voldoet.

De regelanalyse passen we ook toe als we per deelgebied aan de slag gaan. De regelanalyse gaat vooral over de inhoud van het omgevingsplan. Daarnaast beschrijven we ook hoe we per deelgebied het proces willen vormgeven, zowel intern als extern.

3.1

Stappenplan

In het ‘Handboek wijzigen omgevingsplan’ hebben we een stappenplan opgenomen om te komen tot het wijzigen van het omgevingsplan voor ontwikkelingen. Datzelfde stappenplan passen we ook toe voor het wijzigen van het omgevingsplan voor de deelgebieden. Voor de uitwerking van dit stappenplan verwijzen we naar het handboek wijzigen omgevingsplan.

3.2

Proces

We onderscheiden in het planproces een interne en externe component. Het interne proces is gericht op de wijze waarop je als gemeente sturing wilt geven in enerzijds het borgen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving, anderzijds het benutten van de ontwikkelingsruimte die je met het omgevingsplan wilt bieden. De externe component gaat over de wijze waarop burgers en belanghebbenden bij het proces van de transitie worden betrokken. Daarbij moet een onderscheid gemaakt worden in het enerzijds beleidsneutraal overzetten van regels, anderzijds in het vertalen van nieuw beleid in regels van het omgevingsplan. Hiervoor is een goed participatietraject van belang. 3.2.1

Intern

Voordat aan het inhoudelijke werk kan worden begonnen, moet de organisatie van het traject per deelgebied eerst goed op de rails worden gezet. De stappen zoals hier benoemd, worden zo nodig uitgewerkt en gedetailleerder in de tijd uitgezet. Een doelgroepenanalyse is wenselijk om een goed beeld te krijgen welke doelgroepen relevant zijn per deelgebied (zie ook paragraaf 3.2.3). Naast ambtelijke voorbereiding zal ook college en raad in de (gedetailleerde) aanpak geïnteresseerd zijn, 10

zodat zij weten hoe en wanneer zij in het traject worden betrokken. Deze voorbereiding leggen we vast in een Plan van Aanpak per deelgebied (in feite een uitwerking van dit plan van aanpak). Inhoudelijk bepaalt de eerste stap in het stappenplan de gewenste situatie. Dat doen we ook per deelgebied. We onderzoeken wat de omgevingsvisie, eventuele programma’s en mogelijk ander beleid zegt over het betreffende deelgebied. Welke ambities zijn geformuleerd? Vervolgens kunnen we bepalen wat de gewenste ontwikkelingsrichting betekent voor het opstellen van regels; willen we veel flexibiliteit of juist een duidelijke begrenzing van de mogelijkheden? Is voor de ontwikkelingsrichting van het gebied maatwerk nodig, of kunnen we volstaan met ‘standaardregels’? Hebben we alle regels van de bruidsschat nodig, of willen we daar juist wijzigingen in aanbrengen voor een specifiek gebied? Specifiek voor Nissewaard geven we aan hoe we met vergunningsvrij bouwen willen omgaan in relatie tot wat daarover in de bruidsschat is geregeld. Ook zal de bruidsschat moeten worden afgestemd met de instructieregels van het Bkl. Dergelijke onderwerpen leggen we vast in een Nota van Uitgangspunten. Dit document bespreken we ambtelijk en bestuurlijk.

Het is belangrijk om in deze fase al samen te werken met de ketenpartners, zodat de ‘nieuwe’ onderwerpen als milieu, gezondheid en veiligheid meegenomen worden op een wijze die past bij de ambities van de gemeente, maar ook in lijn is met bijvoorbeeld instructieregels. De kennis van ketenpartners is belangrijk om tot de juiste keuzes te komen. Na besluitvorming volgt de eigenlijke transitie naar regels en locaties. Een eerste concept van het omgevingsplan leggen we terug aan dezelfde doelgroepen met wie we de Nota van Uitgangspunten hebben besproken. 3.2.2

Extern

Voor het externe proces volgen we het participatiebeleid van de gemeente Nissewaard. Daarbij is het zaak goed te overwegen welke onderwerpen bij het omgevingsplan ter discussie staan. Zo is bij de start van dit proces de omgevingsvisie inmiddels vastgesteld. De doelen en ambities van de omgevingsvisie staan bij het omgevingsplan niet meer ter discussie. Wel de wijze waarop de gemeente sturing wil geven aan die ambities en doelen door middel van het omgevingsplan. Om die reden is het zinvol om de Nota van uitgangspunten, waarin de gemeente haar sturingsfilosofie toelicht, voor te leggen aan burgers en belanghebbenden. Vervolgens ligt het voor de hand om ook de vertaling van de Nota van uitgangspunten in het eigenlijke omgevingsplan aan burgers en belanghebbenden voor te leggen. Of het voldoende is om dit te doen tijdens de formele tervisielegging van het ontwerp of voorafgaand daaraan nogmaals op informele wijze, hangt mede af van het participatiebeleid van de gemeente. Omdat deze transitie eigenlijk maar één keer plaats vindt (later betreft het telkens wijzigingen van het omgevingsplan) en iedereen de eerste keer aan de systematiek van de Omgevingswet moet wennen, kan het eerst ter inzage leggen van een voorontwerpplan wenselijk zijn, voordat de formele tervisielegging van een ontwerp plaats vindt.

In hoofdstuk 2 hadden we al aangegeven dat het participatieproces voor het stedelijk gebied anders verloopt dan voor het landelijk gebied en de bedrijventerreinen. Ondanks dat de werkzaamheden voor 11

het stedelijk gebied voor alle deelgebieden in één keer wordt opgepakt, zullen we in de participatieronden de afzonderlijke deelgebieden betrekken. Schematisch ziet het proces voor één deelgebied er als volgt uit: Q1

Q2

Q3

Q4

Q1

Q2

Q3

Q4

Voorbereiding Nota v. uitgp. Overleg Transitie Voorontwerp Ontwerp Vaststellen

3.2.3

Actoren

In de inleiding noemden we de verbrede werking van de Omgevingswet en van het omgevingsplan. Ook staat de Omgevingswet een andere werkwijze voor; integraler, meer keuzemogelijkheden op lokaal niveau en samenwerken met alle relevante partijen, zowel in het licht van participatie, als met het oog op samenwerking met ketenpartners. Die samenwerking vindt in een vroeg stadium plaats. Dat betekent dat die samenwerking al in de voorbereidingsfase start en niet dat we participanten een concept voorleggen en vragen dat te beoordelen. Met welke partijen wordt samengewerkt en wie de doelgroepen zijn in het participatietraject, verschilt per deelgebied. Onderstaand geven we een eerste beeld van partijen die voor elk deelgebied van belang zijn en partijen die voor het specifieke deelgebied van belang zijn. Doelgroepen algemeen ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Projectleider en ambtelijk kernteam (dagelijkse werkzaamheden) Brede ambtelijke werkgroep (meedenken en toetsen tussenproducten) Ketenpartners (meedenken en toetsen tussenproducten) College (meedenken en toetsen tussenproducten) Raad(swerkgroep) (meedenken en toetsen tussenproducten) Inwoners van het deelgebied Belanghebbenden uit het deelgebied Extern bureau (in geval van uitbesteden)

Daarnaast onderscheiden we doelgroepen per deelgebied: Doelgroepen Landelijk gebied ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Landbouw (zo nodig uitgesplitst in diverse landbouwvormen) Agrarisch natuurbeheer Natuur & landschapsorganisaties Recreatieondernemers Horeca en erfgoed Ondernemersverenigingen/kamer van koophandel

12

Doelgroepen stedelijk gebied ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Wijkorganisaties Ondernemersverenigingen Kamer van Koophandel VVV Cultuurhistorisch erfgoed Woningbouwcoöperaties Horeca Natuur & milieu

Bedrijventerreinen ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Parkmanagement Eigenaren bedrijven Kamer van koophandel Ondernemersverenigingen Natuur & milieu

De genoemde doelgroepen zijn een eerste voorzet. In de voorbereidingsfase van elk deelgebied moet een goede doelgroepenanalyse worden uitgewerkt. Hierbij kan de kennis die opgedaan wordt bij het Omgevingsvisie traject gebruikt worden om de groep van betrokkenen verder uit te breiden.

13

4. TIJDPLANNING

1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12599461/1