CConstaterende datNissewaard
Koppel je AI →
Document · PDF

OUD Integraal Beleidskader Sociaal Domein Nissewaard 2022 (14-11-2022) bewaard ivm mogelijke aantekeningen

Gemeenteraad 22 februari 2023, gemeente NissewaardBij agendapunt: Integraal beleidskader Sociaal Domein ( met vragen en antwoorden)16.380 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Integraal Beleidskader Sociaal Domein Nissewaard

Een gemeenschappelijk kompas

Samen opgelost

Integraal Beleidskader Sociaal Domein 14 november 2022

Voorwoord Het integraal beleidskader sociaal domein is opgesteld om de komende jaren richting te geven aan de invulling van Voor u ligt het Integraal Beleidskader voor het Sociaal Domein van de gemeente Nissewaard. Dit integraal beleidskader markeert de overgang naar een nieuwe fase. We komen uit een fase waarin we de transformatie van het sociaal domein uitvoerig verkend hebben en onze visie op inhoud, vormgeving en toekomstbestendigheid hebben ontwikkeld. We gaan een nieuwe fase in waarin we de transformatie van het sociaal domein in de volle breedte en in samenhang in de praktijk gaan brengen. Een fase waarin we meer passende antwoorden willen bieden op de bestaande sociaal maatschappelijke vraagstukken en antwoorden op de nieuwe vraagstukken die zich aandienen. Niet in de laatste plaats gaat het daarbij ook om de mogelijkheden om die antwoorden te kunnen blijven financieren. Met dit integraal beleidskader leggen we een steviger basis voor de menselijke maat en voor integrale en duurzame oplossingen voor onze inwoners. Inwoners die naar vermogen meedoen blijft ons centrale doel. Versterken van kansen en oplossend vermogen van de individuele inwoners en versterken van het samen-oplossend vermogen van onze lokale gemeenschap, dragen daaraan bij.

Daarvoor is het nodig dat we als gemeentelijke overheid, samen met onze partners, dicht bij onze inwoners en hun leefwereld staan en hen respectvol en waardevrij tegemoet treden. Ook leggen we met het beleidskader een steviger basis voor het samenspel met onze (actieve) inwoners, vrijwilligeen professionele partners, zodat we de gezamenlijke krachten beter kunnen bundelen. Dit integraal beleidskader geeft niet de concrete toekomstige beleidskeuzes of oplossingen aan. Het beleidskader is op te vatten als ‘de bril’ waarmee we de komende jaren naar oplossingen voor vraagstukken binnen het sociaal domein kijken. Dat is nodig om eenduidigheid en continuïteit te bewerkstelligen in onze benadering van dit complexe domein en om de toekomstbestendigheid ervan dichterbij te brengen. Het beleidskader geeft daarom richting aan over meerdere collegeperiodes heen, maar laat tegelijkertijd ruimte voor college-prioriteiten en concrete invulling van beleid en uitvoering, al naar gelang de maatschappelijke dynamiek van dat moment. Wat onveranderd blijft is onze drijfveer: het welbevinden van onze inwoners en de leefbaarheid in onze buurten, wijken en kernen. Wij hebben veel vertrouwen in de motivatie en ontwikkelkracht van iedereen die bij het sociaal domein betrokken is. We geloven oprecht dat dit integraal beleidskader het gemeenschappelijk kompas is om Nissewaard samen mooier te maken.

Wethouder Jeroen Postma Wethouder Wouter Struijk

2

Integraal Beleidskader Sociaal Domein 14 november 2022

Inhoudsopgave Voorwoord

2

Samenvatting Inleiding

4

1. 1.a 1.b 1.c 1.d 1.e 1.f

Scope van het integraal beleidskader Doelen Wetgeving Doelgroepen Voorzieningen Wisselwerking met aanpalende domeinen Financiën

9 9 9 10 11 12 13

2. 2.a 2.b 2.c 2.d 2.e 2.f

Behoefteontwikkeling in Nissewaard Sterke vergrijzing Jeugdigen op enige achterstand Inkomen en schulden vragen onverminderd aandacht Extramuralisering: meer mentaal kwetsbare inwoners Veranderde benadering meervoudige problematiek Groeiende behoefte aan actieve inwoners

15 15 16 17 18 19 19

3. 3.a 3.b 3.c

Overtuigingen, missie en visie 21 Overtuigingen: wat drijft ons? 21 Missie: waar staan we voor? 21 Visie: waar gaan we voor? 22

4. 4.a 4.b 4.c 4.d

De beleidslijnen 23 Positief mensbeeld 23 Focus op drietal maatschappelijke opgaven 25 Omvormen mindset, beleid en voorzieningen 28 Maximaliseren van baten met beschikbare middelen 30

7

5. Ontwikkeling sturings- en regierol 31 5.a Sturen op effectieve inzet van voorzieningen 31 5.b Samenwerking in partnerschap 33 5.c Professioneel opdrachtgeverschap 34 5.d Maximaliseren van het rendement van ingezette middelen 35

3

Integraal Beleidskader Sociaal Domein 14 november 2022

Samenvatting Het integraal beleidskader sociaal domein is opgesteld om de komende jaren richting te geven aan de invulling van het sociaal domein en aan de wijze waarop we daarop sturen en regie op voeren. Met de stelselwijziging in 2015 is de verantwoordelijkheid van gemeenten voor het sociaal domein fors uitgebreid. Verantwoordelijk om op lokaal niveau het sociaal domein zodanig om te vormen dat inwoners meer naar elkaar omzien, iedereen mee kan doen en verantwoordelijkheid naar vermogen kan nemen en om te zorgen dat de overheid dichter bij de burger komt te staan. En verantwoordelijkheid voor de financiering van het geheel. Hiermee had de rijksoverheid destijds het oogmerk de zorg op de lange termijn beter te borgen voor inwoners en tegelijkertijd betaalbaar te houden. In de afgelopen jaren hebben we lokaal, maar ook regionaal en landelijk, veel ervaringen en inzichten opgedaan met nieuwe wetgeving, verantwoordelijkheden en werkwijzen. Dit stelt ons in staat om op basis van het geleerde, overall en integraal, de beleidslijnen voor een toekomstbestendig sociaal domein in Nissewaard uit te zetten. Deze ‘leerperiode’ heeft ons tegelijkertijd de noodzaak in laten zien om daar sociaal domein-breed, krachtig en eenduidig op te sturen. Daarom ligt dit integraal beleidskader sociaal domein nú voor. We laten zien dat het sociaal domein een breed en ingewikkeld domein is.

Het gaat over veel mogelijke problemen die inwoners (kunnen) ondervinden. Over veelsoortige factoren en ontwikkelingen die daarop van invloed zijn. Over veel wettelijke kaders, die soms tegenstrijdig zijn. Over begrensde financiële middelen en over anderen (bijvoorbeeld artsen en gecertificeerde instellingen) die ook bevoegd zijn om in het kader van de Jeugdwet gemeentelijk geld uit te geven. Het gaat over heel veel partijen die een rol spelen in de uitvoering. En over moeilijk meetbare effecten van inspanningen en inzet van middelen. Het gaat over mensen en over het omgaan met subjectieve aspecten als persoonlijke beleving, mogelijkheden en levensinstelling. De doelstelling van het sociaal domein is simpel gezegd: zorgen dat iedereen (naar vermogen) mee kan doen. De inspanningen die we daarvoor moeten doen zijn afhankelijk van de moeilijkheden die onze inwoners ondervinden om mee te kunnen doen. Tijdig op risico’s anticiperen en op moeilijkheden inspelen, kan verergering of stapeling van problematiek die ‘meedoen’ belemmeren enigszins voorkomen. Als de problemen al zodanig zijn dat ondersteuning nodig is, dan richten we die ondersteuning op duurzame stabilisatie of verbetering van de situatie, waarin iemand weer naar vermogen de regie kan voeren en kan participeren.

Sommige oorzaken en oplossingen liggen buiten het sociaal domein en dan is er een wisselwerking met andere domeinen nodig zoals bijvoorbeeld wonen of zorg. Dit vraagt om het in samenhang oppakken van maatschappelijke vraagstukken. Op basis van ons inzicht in de risico’s die onze populatie loopt om sociale problemen te krijgen en in aard en omvang van de huidige sociale problematiek van onze inwoners, kunnen we overall gezien drie grote maatschappelijke opgaven formuleren om onze doelstelling ‘iedereen kan meedoen’ te bereiken. Die drie opgaven zijn: ‘behoud en herstel van bestaanszekerheid’, ‘bevorderen van kansengelijkheid’ en ‘ondersteunen en faciliteren om zelfstandig te kunnen wonen’. Om richting te geven aan de samenhangende (toekomstige) inspanningen om deze opgaven aan te kunnen, is een inhoudelijk fundament nodig. Daarom expliciteren we onze overtuigingen, missie en visie die al impliciet aan eerdere keuzes ten grondslag lagen. De essentie daarvan is dat we uitgaan van een positief mensbeeld: een inwoner wil voor zichzelf kunnen zorgen, wil erbij horen en van betekenis zijn (voor een ander) en is te goeder trouw als hij/ zij daarbij om hulp vraagt. Daarnaast stellen we de leefwereld van inwoners centraal en dat is het fundament voor

4

Integraal Beleidskader Sociaal Domein 14 november 2022

de wijze waarop we het sociaal domein organiseren: betere aansluiting bij het ‘gewone’ leven van inwoners, grotere rol voor het zelf-oplossend en samen-oplossend vermogen en minder institutionele schotten. Onze missie en visie zijn in lijn met de transformatie-gedachte zoals de rijksoverheid die in 2015 in de wetgeving verankerde en daarmee gemeenten verantwoordelijkheid gaf het sociaal domein om te vormen. Naast de inhoudelijke aspecten, speelde tegelijkertijd ook het financiële aspect een belangrijke rol. De transformatiegedachte rustte ook op de pijler dat kosten voor het sociaal domein niet verder mochten stijgen. In het kader van de Jeugdwet en de Participatiewet werd op voorhand al een structurele bezuiniging doorgevoerd. Dat betekent in de praktijk dat de in te zetten rijksmiddelen voor het sociaal domein begrensd zijn. De uitdaging is om met de beschikbare middelen de meest duurzame effecten te realiseren. Dat vraagt om integrale afwegingen en keuzes, zodat het maatschappelijk rendement van gezamenlijke inspanningen toeneemt. Op basis van het voorgaande geven we onszelf een opdracht voor de wijze waarop we de komende jaren op hoofdlijnen de doelen binnen het sociaal domein gaan realiseren. Deze ‘opdracht’ is de basis voor de uitwerking naar de beleidslijnen waarlangs we het sociaal domein verder opbouwen.

De opdracht We gaan onze sociaal domein doelen realiseren a) vanuit een positief mensbeeld, b) met de focus op een drietal integrale maatschappelijke opgaven, c) door het omvormen van mindset, beleid en voorzieningen, d) gericht op het maximaliseren van de baten met de beschikbare middelen De beleidslijnen zijn zodanig geformuleerd dat ze voldoende richting geven om een toekomstbestendig sociaal domein te realiseren en tegelijkertijd de ruimte bieden om in te spelen op de maatschappelijke dynamiek die zich aandient of de politieke prioriteiten die gesteld gaan worden. De concrete beleids- en uitvoeringskeuzes worden in de loop der tijd uitgewerkt naar beleids- en uitvoeringsplannen op deelgebieden. De essentie van de beleidslijnen a)

Vanuit een positief mensbeeld = onze inwoners bejegenen vanuit respect en vertrouwen en hun mogelijkheden benutten en versterken om (naar vermogen) de eigen regie te (mogen) houden;

b)

met de focus op een drietal integrale maatschappelijke opgaven = inzet vanuit verschillende deel-| beleidsvelden en domeinen dragen bij aan de drie overstijgende maatschappelijke opgaven, te weten: ‘behouden en herstellen van bestaanszekerheid’, ‘bevorderen van kansengelijkheid voor kinderen en volwassenen’ en ‘ondersteunen en faciliteren van inwoners om zelfstandig te kunnen wonen;

c)

door het omvormen van mindset, beleid en voorzieningen = werken op basis van de volgende van drie leidende principes: normaliseren, signaleren en integreren, dat wil respectievelijk zeggen: oplossingen terugbrengen naar de gewone (dagelijkse) leefsituatie /leefwereld, gericht inspelen op risico’s van individuele of groepen inwoners en daarop vroegtijdig acteren en tenslotte vraagstukken vanuit diverse invalshoeken als een geheel bezien en deze in samenhang tot ‘de beste oplossing’ brengen;

d)

gericht op het maximaliseren van baten (duurzame effecten) met de beschikbare middelen = getransformeerd werken om meer duurzame oplossingen met de ingezette middelen te behalen, alsmede inhoudelijke en financiële voordelen behalen door samenhang en samenwerking te bewerkstelligen in de beleids- en uitvoeringspraktijk. 5

Integraal Beleidskader Sociaal Domein 14 november 2022

Ten slotte beschrijven we de ontwikkeling van de gemeentelijke sturings- en regierol met betrekking tot het sociaal domein. Krachtige sturing en regie is cruciaal om te voorkomen dat we op korte termijn in een zodanige financiële situatie terecht komen, dat we pijnlijke keuzes moeten maken voor onze meest kwetsbare inwoners. Het gaat vooral om sturing op de inhoudelijke beleidslijnen, op effectieve inzet van middelen, op resultaat- en ontwikkelgerichte samenwerking en om het meer integraal en ook sociaaldomein overstijgend benaderen van sociale vraagstukken en afwegen van keuzes.

6

Integraal Beleidskader Sociaal Domein 14 november 2022

Inleiding In juni 2017 werd door de gemeenteraad van Nissewaard het Thuis in de Wijk-concept (TidW-concept) vastgesteld. Daarin werden de contouren voor een getransformeerd lokaal sociaal domein geschetst. De aanleiding voor het opstellen van het TidW-concept was de landelijke stelselwijziging in 2015, waarmee de verantwoordelijkheden van gemeenten voor het sociaal domein fors werden uitgebreid en het transformeren van het sociaal domein centraal kwam te staan. Het TidW-concept kwam tot stand in nauw overleg met veel partners, binnen en buiten het sociaal domein, die elk vanuit hun rol en expertise inbreng leverden. Daarmee werd behalve een inhoudelijke basis, ook een basis voor samenwerking gelegd. In de afgelopen jaren hebben we hierop verder gebouwd, samen met de voor Nissewaard belangrijke partners. Dat hebben we al lerend en werkend aangepakt door voor verschillende onderdelen van het sociaal domein transformatie-proof-werkwijzen te ontwikkelen en die (in eerste instantie) in de vorm van pilots toe te passen. Voorbeelden daarvan zijn Welzijn op Recept, Praktijk-Ondersteuners voor Huisartsen op gebied van de jeugd-ggz (POH-jggz) en het opstellen van wijkanalyses samen met organisaties die in de wijken actief zijn.

Ook heeft het programma TidW bijgedragen aan het breder bekend maken van het gedachtengoed en het in gang te zetten van de gewenste (omvormings-)beweging in het sociaal domein. Dit programma is vervolgens opgegaan in het programma Toekomstbestendig Sociaal Domein (TSD). Programma TSD is gericht op het omvormen in de volle breedte, dat wil zeggen beleidsmatig, operationeel, organisatorisch en financieel. Het legt een basis voor een getransformeerd sociaal domein en is zodanig concreet dat dit ook daadwerkelijk de praktijk kan gaan worden. De komende jaren wordt dit programma voortgezet en wordt de sturing ervan nadrukkelijker ingebed in de lijnorganisatie. Lerend van onze eigen ervaringen in de afgelopen jaren en daarnaast gevoed door ervaringen van andere gemeenten en inzichten vanuit talrijke landelijke onderzoeken1 , zijn we nu op het punt dat er een integraal beleidskader voorligt. Dit kader is nodig om de toekomstige keuzes en de daartoe te ontwikkelen of bij te stellen beleids- en uitvoeringsplannen in het sociaal domein, beter te kunnen richten én meer samenhang tussen de onderdelen aan te brengen. Bovendien is het beleidskader behulpzaam om alle betrokkenen deelgenoot te maken van overwegingen, feiten en overtuigingen die een rol spelen bij keuzes.

Daarom gaan we allereerst wat dieper in op de scope van het sociaal domein, de ontwikkelingen waarmee we rekening houden en onze Nissewaardse missie en visie op het sociaal domein. Daarna beschrijven we de daaruit voortvloeiende kaders. De rode draad was, is en blijft het werken volgens de transformatieprincipes zoals in 2015 door het Rijk geïntroduceerd en in 2017 met het TidW-concept vertaald naar onze gemeente. Dat is nog steeds de belangrijkste sleutel om het sociaal domein zodanig vorm en inhoud te geven, dat het op langere termijn effectief en betaalbaar kan blijven. In het kader hierna de essentie van de transformatie-gedachte als geheugensteuntje.

1

Het gaat om talrijke onderzoeken, onder andere door Nederlands Jeugdinstituut (Nji), Andersson Elffers Felix (AEF), Centraal Plan Bureau (CPB), Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) en Nationaal instituut voor budgetvoorlichting (Nibud)

7

Integraal Beleidskader Sociaal Domein 14 november 2022

Transformatie: doel en belangrijkste principes Inwoners die naar vermogen meedoen! Dat is het ultieme doel van alle inspanningen binnen het getransformeerde sociaal domein. Om dat te bereiken -voor álle inwoners maar in het bijzonder voor inwoners die kwetsbaar zijn- staat het eigen oplossend vermogen van zowel de individuele inwoner als het samen-oplossend vermogen van de samenleving als geheel centraal. Ook behelst de omvorming dat oplossingen niet onnodig binnen instituties (de systeemwereld) gevonden moeten worden, maar meer in de eigen sociale basis van inwoners (de leefwereld) ingebed moeten zijn. Dat impliceert dat voorzieningen en ondersteuning niet meer verkokerd vanuit wetten, instituten, diagnoses en disciplines ingezet worden, maar juist zoveel mogelijk verweven zijn in en met het dagelijks leven van inwoners, in hun eigen buurt en in samenhang met hun eigen sociale netwerk. Bij deze omvorming passen principes als samen oplossen (normaliseren), integreren van ondersteuning vanuit inwonersperspectief en vroegtijdig signaleren en anticiperen. Dat brengt verschuivingen mee in de aard van bestaande voorzieningen en werkwijzen, zoals: •

het faciliteren van ontmoeting, met meer accent op inzet en bijdragen van inwoners

•

het integreren van meerdere functionaliteiten binnen (ontmoetings)voorzieningen

•

het voorkomen van problematiek door gerichte preventie, eerder signaleren en vaker ‘er op af’

•

het bemoedigen en activeren van inzet, betrokkenheid en hulpvaardigheid van inwoners

•

het faciliteren van onderlinge steun/hulp door inzet ervaringsdeskundigen of groepsaanpak

•

het vergroten van toegankelijkheid van voorzieningen; (letterlijk en figuurlijk) minder drempels

•

het verbinden van de informele (leef)wereld met de formele (professionele) wereld

•

het inbedden, voor zover verantwoord, van ondersteuning binnen de informele leefwereld

•

het integraal afstemmen van beleid en uitvoering vanuit het inwoners- en leefwereldperspectief, waarbij integraliteit zowel verschillende domeinen, niveaus als (bovenlokale) ketens kan omvatten.

Naarmate we beter in staat zijn om binnen onze gemeente en samen met onze maatschappelijke partners aan dezelfde doelen voor onze inwoners te werken en dat doen vanuit gedeelde kennis, overtuigingen en ambities, zal de meerwaarde voor de inwoners toenemen. Naarmate we beter toegerust zijn om inzicht te krijgen in de factoren die een rol spelen in het ontstaan van sociale problematiek en we onze inspanningen beter kunnen monitoren, zijn we beter in staat onze toekomstige keuzes te onderbouwen en het geheel te regisseren. Dit integraal beleidskader fungeert hierbij als een soort gemeenschappelijk kompas dat ons allen de goede richting opstuurt, zonder dat we de precieze eindsituatie en route kunnen voorspellen. Het is de maatschappelijke dynamiek die bepaalt voor welke concrete vraagstukken en keuzes we gesteld gaan worden. Keuzes waarbij zorgzaamheid en resultaatgerichtheid steeds hand in hand zullen moeten gaan.

8

Integraal Beleidskader Sociaal Domein 14 november 2022

1.

Scope van het integraal beleidskader

De reikwijdte van het sociaal domein is groot evenals de diversiteit van de inwoners die er gebruik van maken en de omvang van de middelen die erin omgaan. De richting waarin het sociaal domein moet door ontwikkelen is ingezet met de fundamenteel veranderde wet- en regelgeving in 2015 en is samen te vatten als het transformeren van verzorgingsstaat naar participatie-samenleving. De beleidsruimte voor gemeenten bevindt zich binnen de destijds opgestelde en alweer deels aangepaste wettelijke kaders en binnen de financiële kaders. En hoewel de doelstelling van het sociaal domein vaak eenvoudig geformuleerd wordt als ‘iedereen doet mee’, omvat deze doelstelling in de praktijk een zeer breed palet aan taken en voorzieningen voor inwoners. De gemeente is ervoor verantwoordelijk dát de juiste voorzieningen en ondersteuning, in voldoende mate, doeltreffend en in samenhang, ingezet wordt voor haar inwoners. Daarop voert de gemeente in de volle breedte de regie. In dit hoofdstuk beschrijven we daarom de ‘volle breedte’ van het sociaal domein en daarmee schetsen we de reikwijdte van dit integraal beleidskader.

1.a Doelen De al eerder door de gemeente Nissewaard vastgestelde doelen voor het sociaal domein blijven de komende jaren onverkort van kracht. Dat zijn de volgende drie doelen die alle drie hetzelfde oogmerk hebben, namelijk ‘meedoen’. 1.

Kinderen en jeugdigen groeien gezond, kansrijk en veilig op en zijn straks als volwassenen in staat te functioneren in de samenleving.

2.

Inwoners kunnen voor zichzelf en hun directe omgeving zorgen.

3.

Inwoners zijn sociaal betrokken en dragen naar vermogen bij aan de samenleving.

Deze doelen zijn ruim en abstract geformuleerd. Dat komt omdat ze eigenlijk de maatschappelijke effecten weergeven die we beogen. Deze doelen worden periodiek vertaald naar concrete resultaten voor bepaalde periodes. Ook worden ze vertaald naar prestatie-indicatoren aan de hand waarvan we de resultaten kunnen monitoren. Deze vertaling van doelen naar resultaten en naar inzet van middelen is ingebed in de P&C-cyclus en is daarmee een periodiek terugkerend proces. Via het jaarlijkse bestuursverslag wordt de inhoudelijke voortgang gerapporteerd, waarvan jaarrekening de financiële weerslag is. Beleidsinhoudelijk wordt aan deze doelen invulling gegeven vanuit de gemeentelijke visie op en missie voor het sociaal domein. Deze missie en visie staan beschreven in hoofdstuk 3 van dit integraal beleidskader. Daarmee biedt dit beleidskader handvatten om sociaal domein-breed, eenduidig, consequent en resultaatgericht op dezelfde wijze samen te werken aan de drie genoemde doelen.

1.b Wetgeving Als gemeentelijk sociaal domein hebben we de verantwoordelijkheid voor het (laten) uitvoeren van een groot aantal wetten en daaruit voortvloeiende flankerende wet- en regelgeving. Het gaat om (delen van) minimaal 12 wetten. De meest bekende wetten zijn de Jeugdwet (J-wet), de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), de Participatiewet (P-wet) en de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs). Dit beleidskader concentreert zich op deze ‘grote’ wetten, maar de wettelijk scope is feitelijk breder. Zo hebben we bijvoorbeeld ook te maken met de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), de Wet Passend Onderwijs, de Wet Inburgering 2021, de Wet tijdelijk 9

Integraal Beleidskader Sociaal Domein 14 november 2022

huisverbod (Wth), de Wet publieke gezondheid (Wpg), de Wet kinderopvang, de Leerplichtwet en de aanstaande Wet aanpak meervoudige problematiek sociaal domein (Wams). De vigerende wetgeving ontwikkelt zich steeds en kent geregeld aanpassingen en aanscherpingen vanuit de Tweede Kamer of naar aanleiding van jurisprudentie. Wetten geven gemeenten en inwoners rechten, plichten en instrumenten. Voor alle wetgeving geldt dat deze -in meer of mindere mate- de mogelijkheden geeft om maatwerk te bieden. Hierdoor kunnen we doen (of laten) wat nodig is om elke inwoner in zijn specifieke situatie zodanig te ondersteunen dat de ontstane situatie waarin de inwoner terecht is gekomen, structureel verbetert of stabiliseert en de inwoner (weer) mee kan doen. Maatwerk is behulpzaam om te komen tot ‘de beste oplossing’ voor de inwoner. We zorgen dat maatwerk niet op gespannen voet komt te staan met rechtmatig handelen, door wetgeving lokaal te vertalen in beleidsregels en verordeningen. De uitdaging is om ondanks de verschillende wettelijke voorschriften, toch voldoende samenhang aan te brengen in gemeentelijke regelgeving en uitvoering. Dit met als doel: het in samenhang ondersteunen van inwoners.

Dat is vooral nodig om te vermijden dat in (complexe) probleemsituaties van inwoners, waarop verschillende wet- en regelgeving van toepassing is, conflicten over regels de overhand krijgen en het wezenlijke vraagstuk van de inwoner buiten beeld raakt. Dat zou aan de bedoeling van integrale ondersteuning voorbijgegaan. De gevolgen daarvan voor inwoners, maar ook voor professionals -die hierdoor beiden vast kunnen lopen- zijn evident. De uitdaging houdt ook in dat naast op elkaar afgestemde verordeningen en beleidsregels, een goede doorvertaling nodig is naar werkwijzen, werkprocessen en competenties van medewerkers en daarnaast regelruimte is om óver de diverse wetgevingen heen beslissingen te kunnen nemen die bestuurlijk worden gedragen en worden verdedigd als dat nodig is. Het is de bedoeling dat aanstaande wetgeving ten behoeve van een integrale aanpak van meervoudige problematiek, de hiervoor al genoemde Wams, hieraan gaat bijdragen. Overigens is het al gemeengoed dat de prioritering qua aanpak van meervoudige problemen de volgende is: 1 veiligheid, 2 bestaanszekerheid en 3 meedoen/overig.

1.c Doelgroepen De gemeente is er voor álle inwoners. Vitale inwoners én kwetsbare inwoners voor wie het leven om verschillende redenen ingewikkeld is en die ondersteuning nodig hebben om hun zelfstandigheid (naar vermogen) te hervinden of te behouden. We streven naar sociale inclusie: een samenleving waarin iedereen een volwaardige plek heeft en volwaardig kan meedoen, zonder onderscheid te maken tussen mensen op basis van persoonlijke kenmerken of omstandigheden. Gelijkwaardigheid en kansengelijkheid zijn leidende principes in onze samenleving. De beleidsdoelen in het sociaal domein gelden dan ook voor alle inwoners en de gemeente heeft tot taak om haar middelen optimaal in te zetten ten behoeve van het algemeen belang. We moeten om deze redenen dan ook enigszins terughoudend zijn voor wat betreft het opstellen van specifiek beleid en het inzetten van specifieke voorzieningen voor specifieke doelgroepen. We kijken daarentegen wel naar de specifieke inwoner en kijken ‘op maat’ naar welke moeilijkheden deze inwoner ervaart en wat de beste oplossing is voor deze inwoner om (weer of naar vermogen) te kunnen participeren in de samenleving. Dat doen we op basis van een palet aan reguliere voorzieningen die voor meerdere doelgroepen heilzaam zijn. Daarop maken we uitzonderingen als een doelgroep-benadering toch noodzakelijk is om het gewenste resultaat en effect te bereiken.

Dat is in de volgende situaties het geval.

10

Integraal Beleidskader Sociaal Domein 14 november 2022

•

Door wetgeving bepaald: we onderscheiden op basis van de wetgeving, twee leeftijdscategorieën: jeugdigen (0-19 jaar) en volwassenen, met daarbinnen soms nog de onderverdeling < 67 jaar en > 67 jaar. Dit wettelijke onderscheid leidt tot specifieke regelgeving, specifiek beleid en specifieke voorzieningen waaraan we gebonden zijn. Dit onderscheid is goed te beargumenteren, maar leidt ook tot een ‘problematische’ overgang van met name 18MIN naar 18PLUS en vereist een meer doorgaande lijn qua voorzieningen.

•

Selectieve (= gerichte) preventie: we willen inwoners die een verhoogd risico lopen om bepaalde problemen te gaan ondervinden in beeld hebben en met hen in contact komen. Op die manier kan gericht worden geacteerd op kansenongelijkheid en geanticipeerd op verwachte problematiek, zoals bijvoorbeeld schulden, verminderde mobiliteit of eenzaamheid.

•

Bijzondere voorzieningen, voor bijzondere kwetsbaarheden: we willen inwoners die een bijzondere kwetsbaarheid hebben, waardoor ze niet kunnen deelnemen aan de reguliere maatschappelijke activiteiten (zoals werk en ontmoetings- en ontspanningsactiviteiten), alternatieven bieden. Alternatieven die ervoor zorgen dat ook zij een ‘sociaal jasje’ vinden dat past bij hun bijzondere kwetsbaarheid.

1.d Voorzieningen Er worden in het sociaal domein veel soorten voorzieningen ingezet om inwoners te faciliteren en te ondersteunen. Dat alles uiteraard in het licht van onze in paragraaf 1.a genoemde doelen. De voorzieningen zijn zeer divers zowel qua vorm en inhoud, als qua zwaarte. Ze variëren van ontmoetingsvoorzieningen en hulp bij de thuisadministratie tot daklozenopvang en behandeling van gedragsproblemen van jeugdigen. Een belangrijke tweedeling qua voorzieningen is door de wetgeving ingegeven en heeft te maken met de toegankelijkheid. Een deel van de voorzieningen is voor iedereen vrij toegankelijk (dat noemen we in Nissewaard het basisaanbod) en een deel van de voorzieningen is uitsluitend toegankelijk met een persoonlijke indicatiestelling (dat noemen we in Nissewaard het persoonsgebonden aanbod). Voorzieningen zijn een middel om doelen te bereiken. Omdat we het sociaal domein aan het omvormen zijn, wordt deels anders gekeken naar de manier om doelen te bereiken. We zoeken naar voorzieningen die meer toegankelijk zijn en beter aansluiten bij de leefwereld van inwoners. Voorzieningen die meer gericht zijn op versterking van de samenleving, op het aanspreken en versterken van het zelfoplossend vermogen van inwoners en op duurzame verbetering van de situatie van inwoners.

Maar ook wordt meer gestuurd op de samenhang tussen verschillende soorten ondersteuning en voorzieningen, zodat het vanuit inwonersperspectief een samenhangend geheel is. En niet in de laatste plaats wordt kritischer gekeken naar de effectiviteit van voorzieningen. Door het in afstemming met onze partners ontwikkelen of aanpassen van voorzieningen in het basisaanbod die meer toegankelijk zijn, beter aansluiten bij de leefwereld van inwoners en meer nadruk leggen op het eigen oplossend vermogen, hopen we ook een verschuiving in het gebruik van (duurdere) persoonsgebonden aanbod naar het basisaanbod te bewerkstelligen.

11

Integraal Beleidskader Sociaal Domein 14 november 2022

1.e Wisselwerking met aanpalende domeinen Het sociaal domein kent een wisselwerking met een aantal ‘aanpalende domeinen’, zoals bijvoorbeeld het fysieke domein, het woondomein en het zorgdomein. Afhankelijk van ontwikkelingen, beleidskeuzes en prestaties in de aanpalende domeinen, neemt de problematiek in het sociaal domein toe of af. Andersom beïnvloeden de omstandigheden in het sociaal domein de inspanningen in de aanpalende domeinen. De verschillende domeinen kunnen dus wat voor elkaar betekenen en ‘voor elkaar werken’. Deze wisselwerking kunnen we bewuster benutten en inzetten om onze doelen te bereiken, waardoor we met de gezamenlijk beschikbare middelen meer maatschappelijk rendement kunnen behalen. Ondanks de wederzijdse inspanningen en de afstemming die wél al plaats vinden, opereren de afzonderlijke domeinen toch nog relatief verkokerd ten opzichte van elkaar. Zo verkokerd als deze domeinen nog zijn in de institutionele wereld, zo verweven zijn ze in de leefwereld van inwoners. Inwoners zijn immers tegelijkertijd burgers, huurders, patiënten, ondernemers, werknemers en leerlingen. Naarmate er beleidsmatig een betere afstemming en wisselwerking is en dat tot uitdrukking komt in afspraken over de (keten)samenwerking tussen domeinen, komt dat de resultaten in de uitvoeringspraktijk ten goede.

Ook in het landelijk beleid wordt steeds meer ingezet op een integrale benadering en aanpak van de toenemende leefbaarheidsproblematiek in zwakkere wijken vanuit de domeinen wonen, veiligheid, fysieke omgeving en sociaal. Hierna is een overzicht opgenomen dat de beleidsmatige wisselwerking tussen het sociaal domein en de aanpalende domeinen op rij zet, vanuit het perspectief van het sociaal domein. Wat beïnvloedt vraagstukken en benodigde €’s in het sociaal domein? Wonen

• • • •

Woningaanbod (+ vergunningen) passend bij behoefte inwoners, met name ouderen Differentiatie woningaanbod in wijken t.b.v. balans Beschikbare woonruimte voor inwoners vanuit instellingen/opvangvoorzieningen Woningaanbod met begeleiding

Onderwijs

• • •

Onderwijsprestaties (cognitief, sociaal, leefstijl) Mogelijkheden beroepsonderwijs voor onze populatie i.r.t. tekorten op arbeidsmarkt Vestiging passende onderwijsinstellingen

Economie

• • • •

Voldoende passende werkgelegenheid voor vitale én kwetsbare inwoners Beschikbaarheid en bereikbaarheid winkels, servicediensten, restaurants enz. Veilig en gezond productenaanbod door bedrijven, zeker voor jeugdigen Bijdragen aan het opheffen van het tekort aan zorgprofessionals (bijv. Zorgcampus)

Gezondheidszorg • • • • • •

Effectiviteit van preventieprogramma’s t.b.v. fysieke en mentale gezondheid Vergoedingenpakket verzekeraars Toegangscriteria langdurige zorg Beschikbaarheid en bereikbaarheid (acute) medische en psychische behandeling Voldoende beschikbaarheid woon/zorg capaciteit voor meest kwetsbaren Beschikbaarheid mogelijkheden voor verpleging thuis

Fysieke leefomgeving

Toegankelijkheid publieke binnen- en buitenruimten Bereikbaarheid van werk, winkels, (vervolg)onderwijs en medische voorzieningen Leefbaarheid wijken en kernen: verzorgde, veilige en groene leefomgeving ter bevordering van ontspanning, ontmoeting, bewegen en spelen Betrokkenheid inwoners bij inrichting en onderhoud buurten t.b.v. sociale cohesie Fysiek veilige leefomgeving ter voorkoming fysieke gezondheidsrisico’s Kwaiteit van de wederzijdse afstemming i.h.k.v. de Omgevingswet

• • • • • •

12

Integraal Beleidskader Sociaal Domein 14 november 2022

Openbare Orde en Veiligheid

Recreatie

• • • •

Sociaal veilige leefomgeving ter voorkoming van spanningen Signalering onveilige situatie inwoners, op straat of achter de voordeur Het veiligheidsgevoel van mede-inwoners t.a.v. verwarde inwoners Handhaving onregelmatigheden (jeugdoverlast, dealen enz.) t.b.v. effectiviteit van inspanningen ter versterking van sociale cohesie in buurten, wijken en kernen.

• •

Mate waarin inwoners kunnen participeren op gebied van sport, cultuur, spelen enz. Mate waarin ontspannen en bewegen bijdraagt aan vitaliteit en welzijn van inwoners.

1.f Financiën De financiële scope is de jaarlijks vastgestelde gemeentelijke begroting, waarvan de begroting voor het sociaal domein een onderdeel is. We hanteren in Nissewaard als uitgangspunt dat we in het sociaal domein onze doelen willen bereiken binnen het beschikbare totaalbudget in de begroting sociaal domein. De deelbudgetten waaruit dit totaalbudget is opgebouwd zijn onderling uitwisselbaar en blijven in principe beschikbaar voor het sociaal domein. Om die reden werd in 2015 een zogenaamd ‘hek’ om het sociaal domein-budget gezet. Ook het gemeentelijk budget voor onderwijs, exclusief de onderwijshuisvesting, is sinds 2020 binnen dit hek geplaatst. Daarnaast is er een reserve die aangesproken kan worden. De uitkering uit het Gemeentefonds is de belangrijkste inkomstenbron en de (fluctuerende) hoogte van de algemene uitkering is bepalend voor de middelen die we voor het sociaal domein beschikbaar hebben. Voor enkele zaken zijn specifieke uitkeringen, zoals bijvoorbeeld voor het bekostigen van de bijstandsuitkeringen (BUIG-budget). De precieze opbouw van de inkomsten laten we hier verder buiten beschouwing. Het is onzeker in hoeverre de middelen die vanuit het Gemeentefonds beschikbaar gesteld worden de komende jaren mee bewegen met de ontwikkeling van de ondersteuningsvraag.

Feit blijft dat de opgaven in het sociaal domein groot zijn en de ruimte binnen de gemeentebegroting vooralsnog beperkt is. Dit ondanks het feit dat onafhankelijk onderzoek aantoont dat gemeenten structureel over te weinig middelen beschikken. Naast de uitkering uit het Gemeentefonds zijn er in geringe mate ook (incidentele, geoormerkte, wisselende) inkomsten uit specifieke landelijke programma’s, uit Europese subsidie, uit eigen bijdragen van inwoners voor Wmovoorzieningen, uit opbrengsten van werkbedrijf VPW of (indirect) door afspraken met leveranciers in het kader van sociaal return on investment (SROI). Om te zorgen dat niet meer uitgegeven wordt dan er aan financiële middelen binnenkomt, is het noodzakelijk goed te kunnen sturen op doelgerichtheid en doelmatigheid van de inzet van de middelen. Dat doen we vanuit meerdere aangrijpingspunten. •

Verder ontwikkelen van sturings- en monitoringsinstrumentarium, zoals bijvoorbeeld kwantitatief en kwalitatief (data)onderzoek, omdat dat voorwaardelijk is om ons de inzichten te verschaffen die realistisch prognosticeren en tijdig bijstellen mogelijk te maken.

•

Bewerkstelligen dat keuzes en inspanningen in aanpalende domeinen zodanig invulling krijgen dat ze -voor zover mogelijk- ook een bijdrage leveren aan de doelstellingen in het sociaal domein (zie vorige paragraaf).

13

Integraal Beleidskader Sociaal Domein 14 november 2022

•

Afstemmen met de financiers van de Zorgverzekeringswet (Zvw) en de Wet langdurige ziektekosten (Wlz), respectievelijk de zorgverzekeraars en het zorgkantoor, zodat er meer balans is tussen de kosten die door gemeenten in het sociaal domein worden gemaakt (bijvoorbeeld voor preventie of voor ondersteuning van inwoners met een Wlz-indicatie) en waarvan de financiële opbrengsten in het domein van de verzekeraars vallen.

•

Afwegen van financiële keuzes niet uitsluitend bezien vanuit het korte termijnperspectief, maar ook vanuit het lange termijnperspectief. Dat wil zeggen vanuit een meer duurzaam en toekomstbestendig perspectief, waarin het (maatschappelijk) rendement op de langere termijn centraal staat.

14

Integraal Beleidskader Sociaal Domein 14 november 2022

2.

Behoefteontwikkeling in Nissewaard

Nadat we in het vorige hoofdstuk het sociaal domein in de breedte hebben geduid, gaan we in dit hoofdstuk de diepte van het sociaal domein in. We beschrijven een aantal problematieken die maatgevend zijn als het gaat om de toekomstige behoefte aan ondersteuning en voorzieningen. We schetsen -deels cijfermatig- de huidige situatie, de invloeden die spelen en de behoefteontwikkeling die we verwachten.

2.a Sterke vergrijzing Op 1 januari 2022 was 20,7% van de bevolking van Nissewaard 65 jaar of ouder (Nld 20%). Volgens de meest recente CBS-bevolkingsprognose is in 2035 het aandeel inwoners dat 65 jaar en ouder is het hoogst met 25,7%. Op landelijke schaal wordt het hoogste percentage in 2040 bereikt, wanneer 26,1% van de bevolking in Nederland 65 jaar of ouder zal zijn. Binnen deze groep wordt de gemiddelde leeftijd steeds hoger, naarmate de aanwas van 65-jarigen verder afneemt. Ter illustratie2 : het aantal inwoners van 75 jaar en ouder, stijgt van 6.360 (7,7%) in 2019 naar 12.920 (14,8%) in 2040. Ook het aantal huishoudens in die leeftijdsgroep verdubbelt nagenoeg, omdat het merendeel (87%) van deze inwoners in 2040 naar verwachting alleenstaand is. Overigens blijft het aandeel jeugdigen tot 2040 gelijk. Door deze demografische ontwikkeling, die tegelijkertijd een enorme personeelskrapte met zich meebrengt, en daarnaast door de fors verhoogde drempel voor de woonzorg-voorzieningen, zijn veel inspanningen en voorzieningen nodig om zelfstandig thuis wonen van de sterk groeiende groep ouderen mogelijk te maken. •

Voldoende betaalbare en passende woningen voor ouderen. Passend betekent woningen geschikt voor 1 of 2 personen met over het algemeen toenemende mobiliteitsbeperkingen. En alternatieve woonvormen waarin meer gezamenlijk geleefd en voor elkaar gezorgd kan worden.

•

(Wmo-)voorzieningen die zelfstandig wonen faciliteren. Het valt op dat in 2021 in Nissewaard 85 van de 1.000 inwoners van één of meer Wmo-voorzieningen gebruik maken, terwijl dat landelijk 67 van de 1.000 inwoners is3. Dit verschil zien we al vanaf 2017 en is voornamelijk het gevolg van een hoger gebruik van voorzieningen voor verplaatsing en vervoer. Ook het gebruik van Hulp in het huishouden is toegenomen, maar verklaart niét het grote verschil met de landelijke cijfers.

•

Een woonomgeving die veilig en toegankelijk is, waar dichtbij mogelijkheden zijn om elkaar binnen- en buitenshuis te ontmoeten, gemakkelijk contact te maken en die gelegenheid biedt om te blijven bewegen. Een woonomgeving die zich sociaal gezien kenmerkt door begrip en behulpzaamheid.

•

Vanzelfsprekend neemt ook het aantal inwoners met dementie toe. In 2022 gaat het in Nissewaard om 1.300 inwoners en dat aantal stijgt tot 2040 naar 2.600 inwoners4 . Deze inwoners zijn -evenals andere zeer kwetsbare inwoners- sterk afhankelijk van mantelzorgers. Mantelzorgers zijn méér dan een schakel in de zorgstructuur, zij zíjn de zorgstructuur. Mantelzorgondersteuning is bedoeld om te zorgen dat mantelzorgers het langer kunnen volhouden.

•

Het stimuleren van een gezonde leefstijl om zo lang mogelijk vitaal te blijven, vraagt aandacht. Nissewaarders bewegen beneden-gemiddeld ben hebben bovengemiddeld vaak overgewicht5 . Ook stimuleren om actief en sociaal betrokken te blijven draagt bij aan de vitaliteit van ouderen.

•

Tenslotte zijn voldoende intramurale voorzieningen en aanwezigheid en bereikbaarheid van basale medische voorzieningen voorwaarden om de druk op het sociaal domein binnen de perken te houden. Deze verantwoordelijkheden zijn bij de zorgverzekeraars belegd.

2 3 4 5

Primos Bevolkingsprognose www.waarstaatjegemeente.nl Prognose van Alzheimerstichting Nederland Gezondheidsmonitor 2020

15

Integraal Beleidskader Sociaal Domein 14 november 2022

2.b Jeugdigen op enige achterstand In de komende jaren blijft het aandeel jeugdigen (0 – 19 jaar) in de bevolkingsopbouw van Nissewaard, absoluut en relatief, nagenoeg gelijk aan 21%6 . Als we op de jeugdige populatie inzoomen zien we dat het gemiddelde kind in Nissewaard op enige achterstand staat ten opzichte van het gemiddelde Nederlandse kind. Voor wat betreft de schoolprestaties wijkt Nissewaard in negatieve zin af van de 50% gemiddelde gemeenten in Nederland7 . Minder kinderen (90,4%) voldoen in 2019 aan het basisniveau taal en rekenen (Nld. 94,2%). Meer jeugdigen (2,4%) verlaten in 2021 het onderwijs zonder startkwalificatie (Nld. 1,9%). Volgens de rapportage 20202021 Leerplichtwet G-gemeenten kent Nissewaard een hoog relatief verzuim, namelijk 3 keer zo hoog als het landelijk gemiddelde. Als we tenslotte kijken naar het percentage kinderen dat tussen 2017 en 2021 in Nissewaard een VWO-advies kreeg dan fluctueerde dat tussen 14% en 16% (Nld. 20%)8 . In Nissewaard behaalde in 2021 11,6% (Nld.18,3%) een VWO-diploma. De ervaren gezondheid van kinderen in Nissewaard is volgens de laatst beschikbare gegevens uit de jeugdmonitor vergelijkbaar met die in de regio9 . Tussen 2014 en 2018 lijkt de gezondheid licht toegenomen te zijn.

In 2014 scoorde Nissewaard ongunstig ten opzichte van de regiogemeenten op het thema psychosociale gezondheid, maar in 2018 wijkt Nissewaard niet meer af. Er leven relatief veel Nissewaardse kinderen in eenouderhuishoudens10 . Van de Nissewaardse huishoudens, is 28,1% een eenouderhuishouden (Nld. 22,8%). Eenoudergezinnen hebben vaak een laag inkomen vanwege een deeltijdwerkende of een niet-werkende ouder. In 2020 ligt in Nissewaard het percentage kinderen in bijstandsgezinnen op 8,4% (Nld. 6,1%) . Een laag inkomen gaat vaak samen met (dreigende) armoede. De negatieve gevolgen voor kinderen die opgroeien in armoede zijn evident. We zien in lijn met de landelijke en regionale trend, dat jeugdigen vaker extremer geweld gebruiken. We kennen de verschillende lokale incidenten in het recente verleden. In 2021 heeft in Nissewaard 1% van de jongeren een reclasseringsmaatregel (Nld. 0,3%)12 . De oorzaken van toenemend gewelddadig gedrag onder jeugdigen zijn niet eenduidig aan te wijzen. De grote uitdaging is om op lokaal niveau het gedrag van jeugdigen te beïnvloeden en de opvoedende rol van ouders op dit punt te versterken. Dat er een nauwe relatie is met het veiligheidsbeleid spreekt voor zich. In Nissewaard was het aantal jeugdigen tot 18 jaar dat in 2021 gebruik maakte van jeugdhulp 13,9% (Nld.13% 13. Voorheen maakte in Nissewaard nog ca.

1 op de 7 kinderen gebruik van jeugdhulp en was dat landelijk minder, namelijk ca. 1 op de 8 kinderen. Door gerichte sturing op (nieuwe) instroom in specialistische jeugdhulptrajecten daalde het percentage van 15% in 2019, via 14,2% in 2020 naar 13,9% in 2021. Met deze daling van de instroom onderscheidt Nissewaard zich in positieve zin van de gemiddelde instroom in Nederland. Kijken we naar de totale populatie die jeugdhulp ontvangt en dat is inclusief jongvolwassenen van 18 t/m 23 jaar die verlengde jeugdhulp ontvangen, dan zien we een stijging. De redenen daarvoor liggen deels in het feit dat we daarmee al vooruitlopen op de nieuwe wetgeving en op de al gemaakte afspraken met het Rijk over verlengde

6 Primos bevolkingsprognose 2021 7 Bestuursverslag Nissewaard 2021 8 CBS, jeugdmonitor open data 9 Gezondheidsmonitor Jeugd 2018 GGD

10 11 12 13

CBS, open data Bestuursverslag Nissewaard 2021 Jeugdmonitor, open data CBS Bestuursverslag Nissewaard 2021

16

Integraal Beleidskader Sociaal Domein 14 november 2022

pleegzorg tot 21 jaar. Daarnaast kan door corona de stap naar meer zelfstandigheid vertraagd zijn en is GGZ-hulp voor deze doelgroep helaas nog niet passend of in voldoende mate voorhanden. Hoewel geheel betrouwbare cijfers nog niet beschikbaar zijn, kunnen we wel vaststellen dat er in Nissewaard behoefte aan ondersteuning is die passend is voor 18 tot 23 jarigen.

2.c Inkomenspositie, werk en schulden vragen onverminderd aandacht Er is landelijk gezien sprake van schuldenproblematiek onder een groot deel van de bevolking. Meestal is daar een (te) laag inkomen debet aan, voortkomend uit persoonsgebonden omstandigheden zoals bijvoorbeeld geen of onvoldoende (structureel) werk hebben. Maar ook externe omstandigheden zoals de forse prijsstijgingen van voeding en energie zoals we die sinds kort kennen, kunnen de druppel zijn die de emmer doet overlopen. Schuldenproblematiek zorgt ervoor dat bestaanszekerheid onder druk kan komen staan. Een laag inkomen is een voorspeller van armoede- en schuldenproblematiek. Dat werd al in 2020 door het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS)14 met onderzoeksresultaten onderbouwd. Het aantal inwoners dat schulden heeft is echter niet goed in beeld te krijgen, omdat deze problematiek zich vooral onzichtbaar en in stilte, achter de voordeur afspeelt. CBS schat in dat maar 1 op de 6 huishoudens met schulden in beeld is en een vorm van schuldhulpverlening heeft. Gezien de al genoemde stijgende energie- en voedingsprijzen wordt landelijk een forse toename van schuldenproblematiek verwacht. Die toename is ook in Nissewaard te verwachten. Het percentage lage inkomens nagenoeg komt nagenoeg overeen met de landelijke percentages.

Het percentage huishoudens met een inkomen lager dan 120% van het sociaal minimum is in Nissewaard 13% (Nld. 13%)15 en 8,5 % van de huishoudens heeft een inkomen lager dan 105% van het sociaal minimum (Nld. 8,4%). In december 2020 had 5,4% van de huishoudens in Nissewaard een bijstandsuitkering (Nld. 5 %)16. Als we kijken naar de verhuisbewegingen zien we dat de instroom van mensen die van een bijstandsuitkering afhankelijk zijn en naar Nissewaard verhuizen, groter is dan de uitstroom van inwoners met een bijstandsuitkering naar andere gemeenten toe. Dit beïnvloedt de inspanningen die gepleegd moeten worden om de gewenste uitstroom te realiseren. Naast de landelijke trends kent Nissewaard ook een specifieke lokale omstandigheid. Een belangrijk deel van onze beroepsbevolking heeft een inkomen uit arbeid in de petrochemie en de havens. Deze sectoren bieden een relatief hoog salaris bij een relatief laag opleidingsniveau vanwege de continuïteitstoeslagen. Het is ook deze combinatie die maakt dat het gemiddeld salarisniveau in Nissewaard vergelijkbaar is met andere gemeenten, maar het gemiddelde voor wat betreft de sociaaleconomische status (SES) lager ligt. Vanwege de energietransitie en de verdere robotisering in de havens zullen de komende jaren naar verwachting bestaande banen gaan verdwijnen en zullen daarvoor andere, hoger gekwalificeerde banen in de plaats komen.

Dat kan voor een deel van onze inwoners verlies van een ‘goed’ inkomen betekenen en leiden tot financiële problemen. Er worden daarom extra inspanningen gedaan om de lokale economische bedrijvigheid te versterken en omscholingsmogelijkheden te creëren, die vraag en aanbod van arbeid dichter bij elkaar kunnen brengen voor onze inwoners.

15 CBS / maatwerk 2020 o.b.v. het Regionaal Inkomensonderzoek 16 CBS / open data

17

Integraal Beleidskader Sociaal Domein 14 november 2022

2.d Extramuralisering: meer mentaal (erg) kwetsbare inwoners De ene inwoner ondervindt meer moeilijkheden op zijn of haar levenspad dan de andere inwoner. De meeste mensen zijn in staat om samen met hun gezin, familie en sociale netwerk en eventueel met geringe professionele ondersteuning hun zelfstandigheid en zelfregie te hervinden of te behouden. Voor een beperkt aantal inwoners geldt echter dat zij méér ondersteuning nodig hebben, omdat ze door persoonlijke beperkingen of omstandigheden in onvoldoende mate tot volledig zelfstandig functioneren of zelfregie in staat zijn. We hebben het concreet over (erg) kwetsbare mensen voor wie de samenleving complex is, het dagelijks functioneren moeite kost, de verantwoordelijkheden niet goed te overzien zijn, voor wie plannen en organiseren lastig is en voor wie ‘meedoen’ niet vanzelfsprekend is. Ook voor deze groep inwoners is ‘zelfstandig wonen’ de norm en zijn de intramurale voorzieningen grotendeels afgebouwd door het toepassen van hogere drempels. Voor de meest kwetsbare inwoners die in het verleden veelal in een woon-zorgvoorziening zouden verblijven, is extramurale ondersteuning het alternatief geworden. De verantwoordelijkheid voor de ondersteuning van deze kwetsbare groep is in 2015 overgeheveld naar de gemeenten.

Het gaat in de praktijk meestal om inwoners die afhankelijk zijn van begeleiding via de Wmo en van een bijstandsuitkering via de Participatiewet. Op 1 januari 2022 ontvingen ca. 700 inwoners ‘begeleiding via de Wmo’. Dat is sinds (peildatum) 1 januari 2017 een stijging van 45%. De (geleidelijke) groei van het aantal mentaal kwetsbare inwoners wordt beïnvloed door de aanwas van jongvolwassenen, maar ook door het groeiend aantal ouderen (o.a. dementie) en door de complexer wordende samenleving die voor steeds meer mensen niet meer bij te benen is. Nissewaard en met name Spijkenisse heeft relatief veel goedkope sociale huurwoningen, waardoor het een kansrijke gemeente is voor deze groep inwoners om aan betaalbare zelfstandige woonruimte te komen. Vanuit de Wmo wordt voor deze mentaal kwetsbare inwoners vooral nog de individuele begeleiding en dagbesteding ingezet door specialistische zorgaanbieders. Dat gebeurt meestal nog op dezelfde manier als dat in de AWBZ-context vóór 2015 gebeurde. Het is de uitdaging om op andere manieren vorm te geven aan ondersteuning. Manieren die ervoor zorgen dat zij zich meer opgenomen voelen in een ‘normaal’ sociaal verband, minder afhankelijk zijn van professionals, zich beter kunnen ontplooien en een meer gestructureerde en zinvolle dag invulling hebben.

Daarvoor moeten voorzieningen ontwikkeld of aangepast worden die verder reiken dan periodieke individuele professionele hulpverlenings-contacten en dagopvang op basis van een indicatie. Voorzieningen die beter aansluiten bij het leven van alledag en waarin zij zelf ook een actieve en zinvolle rol vervullen. Vanuit de Participatiewet is extra aandacht nodig voor deze groep vanuit het gezichtspunt ‘werken met een arbeidsbeperking’. Zeker voor jongvolwassenen is dit een van belang. Steeds vaker stromen inwoners al op jonge leeftijd in de bijstand, omdat de Wet arbeidsongeschiktheid jonggehandicapten (Wajong) hoge toekenningsdrempels hanteert in vergelijking met het verleden. Ten slotte is het belangrijk dat de mede-inwoners begrip hebben voor (het gedrag van) deze kwetsbare inwoners. Omgekeerd kunnen mede-inwoners de confrontatie met ernstige kwetsbaarheid of verwardheid als belastend ervaren en soms is sprake van aantoonbare overlast. Op het snijvlak van het sociaal domein en het veiligheidsdomein zijn ‘routes’ nodig om dit in goede banen te leiden.

18

Integraal Beleidskader Sociaal Domein 14 november 2022

2.e Veranderde benadering van meervoudig problematiek Het is van alle tijden dat sommige inwoners in zware problemen terecht komen en dat problemen zich stapelen. Zo zeer dat ze in een schuldensituatie terecht komen die niet meer te overzien is, zichzelf gaan verwaarlozen, de woning uitgezet dreigen te worden, de kinderen niet meer verantwoord kunnen opvoeden, geweld gaan gebruiken enzovoort. Het is in het huidige tijdgewricht niet meer acceptabel om per deelprobleem oplossingen te zoeken en daartoe is ‘integrale benadering van problematiek’ in 2015 dan ook in de wetgeving verankerd. Gelukkig krijgen we steeds meer zicht op de factoren die ernstige problematiek voorspellen, en dat is behulpzaam bij deze gewenste integrale benadering. Het blijft echter lastig om integraal naar duurzame oplossingen te zoeken over de afzonderlijke wetgeving, domeinen en disciplines heen. De aanstaande Wet aanpak meervoudig problematiek sociaal domein (Wams) gaat dit wettelijk overigens beter mogelijk maken. Binnen Nissewaard zijn we al een geruime proefperiode bezig met het bewerkstelligen van een meer integrale benadering van meervoudige problematiek. Daarvoor is veel nodig: voldoende regelruimte, brede kennis, hulpverleningsen samenwerkingsvaardigheden van medewerkers en goede contacten en afspraken tussen gemeente met andere organisaties.

Bovenal is ‘de juiste attitude’ nodig, ook bij de gemeente zelf. In de zogenaamde systeembijeenkomsten, waarin geanalyseerd wordt hoe de aanpak van een complexe probleemsituatie verloopt, komen nog veel knelpunten aan de orde die te maken hebben met het denken vanuit de afzonderlijke, soms conflicterende regelgeving en die voorbijgaat aan het samen toewerken naar een duurzame oplossing voor de inwoner. De uitdaging is om zodanig te sturen op integrale ondersteuning vanuit het inwonersperspectief, dat dat de gezamenlijke inspanningen in één keer tot een duurzame oplossing voor de inwoner leiden. Sturing op een integrale werkwijze vanuit het inwonersperspectief, levert zeker in complexe situaties, niet alleen meer maatschappelijk rendement op van de ingezette middelen, maar kan ook het maken van onnodige kosten en het genereren van extra kosten voorkomen.

2.f Groeiende behoefte aan actieve inwoners: dragers en vragers inéén Het percentage inwoners dat zich actief inzet voor andere inwoners in Nissewaard bedroeg in 2020 34% en dat is wat minder dan het aantal inwoners dat zich in andere gemeenten (Nld. 43,8%) al dan niet in georganiseerd verband, belangeloos inzet voor mede-inwoners. De rol van de actieve inwoner wordt belangrijker nu het sociaal beleid zich meer dan voorheen richt op onderlinge betrokkenheid en hulpvaardigheid. Actieve inwoners dragen substantieel bij aan de leefbaarheid en de sociale cohesie in de wijken. Zij zijn de dragers van talrijke ondersteunings- en welzijns-bevorderende initiatieven in de dagelijkse leefwereld van inwoners. Een bijkomend effect van deze belangeloze inzet voor anderen, is dat actieve inwoners ook zichzelf daarmee een dienst bewijzen. Deze inzet biedt immers gezelligheid, contact, zingeving, zelfvertrouwen, structuur, groepsgevoel en ontwikkelmogelijkheden. Daarmee zijn de dragers tegelijk ook de vragers van sociale initiatieven. Actieve inwoners zijn niet alleen vitale inwoners. Juist de minder vitale inwoners en ook de meer kwetsbare inwoners blijken de mogelijkheden en de motivatie te hebben om een actieve rol te vervullen voor anderen.

Zij zijn in staat om zelf een deel van de oplossingen aan te dragen en te dragen voor hun eigen problematiek: vragers en dragers inéén! Het is niet zo dat de inzet van actieve inwoners vanzelf ontstaat, vanzelf goed gaat en vanzelf goed blijft gaan. Er is ook professionele capaciteit nodig om dit te stimuleren, te faciliteren en bij knelpunten te kunnen bijsturen. Maar dan nog mogen we niet van vrijwilligers en van vrijwilligersorganisaties verwachten dat zij de continuïteit en kwaliteit bieden die we van professionals en professionele organisaties wel kunnen verwachten. 19

Integraal Beleidskader Sociaal Domein 14 november 2022

Tenslotte zal het duidelijk zijn dat we ook in Nissewaard direct invloed ondervinden van de actuele ingrijpende maatschappelijke ontwikkelingen, zoals krapte op en flexibilisering van de arbeidsmarkt, krapte op de woningmarkt, gevolgen en blijvende dreiging van corona, de stijgende prijzen voor energie en levensmiddelen en de opvang van vluchtelingen. De lokale invloed daarop is zeer gering.

20

Integraal Beleidskader Sociaal Domein 14 november 2022

3.

Overtuigingen, missie en visie

Om onze koers en kaders te kunnen bepalen is het belangrijk om onze overtuigingen, missie en visie met betrekking tot het sociaal domein, vast te stellen. Er zijn immers meerdere wegen naar Rome, maar onze missie en visie zijn bepalend voor ónze unieke koers en kaders. Deze fungeren als een kompas in de verdere ontwikkeling van het sociaal domein. Tot nu toe waren overtuigingen, missie en visie met betrekking tot het sociaal domein vooral impliciet en zijn we hier in de afgelopen jaren al voor een belangrijk deel naar gaan handelen. Maar in dit hoofdstuk beschrijven we deze expliciet zodat we ze bewust en gericht als kompas kunnen inzetten.

3.a

Overtuigingen: wat drijft ons?

De belangrijkste overtuigingen die in Nissewaard aan keuzes binnen het sociaal domein ten grondslag liggen zijn de navolgende. •

Het is een diepe wens van ieder mens om goed voor zichzelf (en voor diens naasten) te kunnen zorgen en daarover zelf regie te mogen en te kunnen voeren.

•

Bijna alle mensen willen iets voor anderen betekenen en dat duurzaam in stand houden zolang er evenwicht is tussen geven en nemen.

•

Tegenslagen, moeilijkheden en teleurstellingen horen bij het leven. Contacten en steun hierbij vanuit de eigen sociale omgeving zijn vaak van meer waarde voor inwoners dan contacten met professionele hulpverleningsinstanties.

•

Het is een kwestie van beschaving en solidariteit om mensen die door omstandigheden en ondanks de inzet van hun naasten, (tijdelijk of blijvend) niet voor zichzelf kunnen zorgen en/of niet kunnen participeren, van overheidswege zo goed mogelijk te faciliteren en te ondersteunen om hun zelfstandigheid en vermogen om te participeren te behouden of te (her)vinden.

•

De beschikbare middelen voor het sociaal domein zijn maatschappelijk kapitaal en het is daarom niet alleen onze wettelijke, maar ook onze morele plicht om deze middelen weloverwogen, doelgericht, doelmatig en rechtmatig in te zetten.

3.b Missie: waar staan we voor? We staan voor het creëren van zodanige condities en voorzieningen dat inwoners prettig kunnen meedoen en zich thuis kunnen voelen in Nissewaard. Dat ze mogelijkheden en kansen hebben om zelf richting en invulling aan hun leven te geven en daarvoor zelf verantwoordelijkheid (kunnen) nemen. •

We staan voor het creëren van een woon- en leefomgeving voor onze inwoners die fysiek en sociaal veilig, gezond en toegankelijk is, waar mogelijkheden zijn voor ontmoeting en ontspanning, waar voor iedereen een plek is en waar onderlinge betrokkenheid de norm is.

•

We staan voor het (direct en indirect) bevorderen en bieden van voldoende mogelijkheden voor kinderen en jeugdigen om zich emotioneel, cognitief, fysiek en creatief zodanig te ontwikkelen dat ze straks als volwassenen hun verantwoordelijkheden kunnen nemen en volwaardig mee kunnen doen in de samenleving.

•

We staan voor een lokale gemeenschap waar inwoners bereid zijn hun verantwoordelijkheid te nemen en betrokken zijn op elkaar; waarin ‘samen oplossen’ normaal is.

•

We staan voor het bieden van adequate ondersteuning voor dié inwoners die tijdelijk of blijvend, onvoldoende kansen en/of mogelijkheden hebben om de volle verantwoordelijkheid en regie te nemen om voor zichzelf en hun gezinsleden te zorgen. We ondersteunen inwoners bij het vinden van passende hulp.

•

We staan voor het toezien op effectieve, doelmatige en rechtmatige besteding van maatschappelijke middelen en voor het (laten) ingrijpen in situaties waarin betrokkenen dat ondermijnen. 21

Integraal Beleidskader Sociaal Domein 14 november 2022

3.c Visie: waar gaan we voor? De visie gaat over de wijze waarop we onze missie gaan verwezenlijken en waarop we ons specifiek gaan richten. We gaan in essentie voor het zodanig ondersteunen van inwoners dat hun het eigen oplossend vermogen aangeboord, benut en versterkt wordt, alsmede het gezamenlijk oplossend vermogen van de gemeenschap als geheel wordt versterkt. Dat betekent voor onze inspanningen naar inwoners toe het volgende. •

Uitdragen van de opvatting dat niet elke tegenslag, teleurstelling of moeilijkheid om deskundige hulp (of medicatie) vraagt, maar dat juist steun vanuit het eigen netwerk van onschatbare waarde is (normaliseren); daaraan gekoppeld het uitdragen van het belang van sociale netwerken voor inwoners en van het belang van onderlinge contacten, steun en hulp (gemeenschapszin).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12358761/3