CConstaterende datNissewaard
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwikkelagenda Sociaal Domein 2022-2026 deel 1

Gemeenteraad 22 februari 2023, gemeente NissewaardBij agendapunt: Doelen en inspanningen Sociaal Domein 2022-2026 ( met vragen en antwoorden)8.200 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ontwikkelagenda deel 1 Doelen voor het sociaal domein 2022-2026 Oktober 2022

Ontwikkelagenda deel 1 Doelen voor het sociaal domein 2022-2026

Inleiding In het coalitieakkoord 2022-2026 ‘Samen bouwen op Nissewaard’ staat opgenomen wat we de komende periode willen bereiken in Nissewaard. Ook staan daarin de belangrijkste opgaven benoemd. In de Ontwikkelagenda Sociaal Domein 2022-2026 zijn ambities en opgaven geconcretiseerd voor het sociaal domein. In dit deel 1 van de Ontwikkelagenda staan de doelen centraal. Voor een algemene toelichting op de Ontwikkelagenda, wordt u verwezen naar de ‘aanbiedingsbrief ontwikkelagenda sociaal domein 2022-2026’. Het sociaal domein is ingedeeld in vijf programmalijnen. Per programmalijn zijn er twee strategische doelen geformuleerd, die gezamenlijk de breedte van de programmalijn omvatten. De strategische doelstellingen zijn vaak abstract en geformuleerd voor de lange termijn, al kennen ze soms een specifiek jaartal. Bij de strategische doelstellingen zijn operationele doelen geformuleerd, die focus aanbrengen op welke wijze in deze periode wordt gewerkt aan het bereiken van de strategische doelen. De operationele doelstellingen zijn meer concreet en meetbaar. Tenzij anders vermeld, zijn de operationele doelen gesteld op realisatie per eind 2024. Hierdoor kunnen nog in het laatste Bestuursverslag sociaal domein voorafgaand aan de verkiezingen, de resultaten kenbaar worden gemaakt. In dit deel van de Ontwikkelagenda zal per programmalijn het volgende worden opgenomen: 1.

De strategische doelen met een toelichting op gebruikte termen en duiding van de richting; 2. Operationele doelen met een toelichting op gebruikte termen en reden voor de keuze; 3. De opgaven die bij de doelen behoren, oftewel hoe de huidige situatie eruit ziet (cijfermatig en/of kwalitatief), om een beeld te geven van het verschil tussen de huidige situatie en de gewenste situatie.

1

Ontwikkelagenda deel 1 Doelen voor het sociaal domein 2022-2026

Programmalijn gemeentelijke regierol De gemeentelijke regierol is een randvoorwaardelijke programmalijn. Alles wat in basis nodig is om de gemeentelijke rollen en taken binnen het sociaal domein goed te kunnen uitvoeren, is verankerd in deze programmalijn. Dat betreft bijvoorbeeld een eenduidige inhoudelijke visie, waarmee in het gehele sociaal domein wordt gewerkt. Ook rechtmatige uitvoering is een belangrijk aspect. In het sociaal domein gaat jaarlijks zo’n € 140 miljoen om, inclusief de € 20 miljoen voor regionale Wmocentrumtaken. Dit maakt rechtmatige besteding van middelen in het sociaal domein een belangrijk onderdeel van het rechtmatig handelen van de gemeente als geheel. Daarnaast wordt in deze programmalijn ook vanuit een financiële bril gekeken naar het sociaal domein, om maximaal rendement te verkrijgen binnen beschikbare middelen. In onderstaand schema worden de strategische doelstellingen en de operationele doelen binnen deze programmalijn benoemd. Na het schema volgt een toelichting op de doelen.

Toelichting op strategische doelen De eerste strategische doelstelling is tweeledig. Enerzijds staan financiën centraal en anderzijds is gewenst dat die financiën ook op een rechtmatige manier zijn besteed. Bij de start van de decentralisaties in 2015 heeft de raad besloten een financieel ‘hek’ om het sociaal domein te plaatsen. Dat wil zeggen dat alle middelen in de begroting voor het sociaal domein, gezamenlijk een gesloten systeem vormen. Binnen deze budgetten kunnen verschuivingen plaatsvinden, al naar gelang de behoefte. In de afgelopen jaren heeft het Rijk steeds meer integratie-uitkeringen van het sociaal domein omgezet naar de algemene uitkering in het gemeentefonds. Zodra middelen zijn omgezet naar de algemene uitkering kunnen deze middelen niet meer herleid worden. Om deze 2

Ontwikkelagenda deel 1 Doelen voor het sociaal domein 2022-2026

reden is in 2020 gekozen om de systematiek aan te passen. Het sociaal domein maakt(e) in 2020 37% uit van de totale gemeentebegroting en deelt daarom ook voor dat percentage in het acres van de algemene uitkering; zowel bij stijging als bij daling van het acres. Een sluitende begroting houdt in dat de lasten en de baten binnen het sociaal domein met elkaar in evenwicht zijn, oftewel een neutrale of positieve stelpost sociaal domein. Te vaak is het de afgelopen jaren voorgekomen dat er een tekort in het sociaal domein moest worden aangevuld vanuit de reserve sociaal domein. Hiertoe is de reserve sociaal domein enkele malen uit de algemene reserve aangevuld. Dit is niet wenselijk. De begroting van het sociaal domein moet reëel sluitend zijn. Dat wil zeggen dat je de structurele lasten van het sociaal domein dekt met structurele baten en dat je realistisch raamt. Het tweede onderdeel van de eerste strategische doelstelling betreft de rechtmatigheid. Dit betekent dat we als gemeente de middelen conform wet- en regelgeving, waaronder het Besluit Begroting en Verantwoording, hebben besteed. Rechtmatige besteding is voor een overheidsorganisatie van groot belang. Inwoners en organisaties moeten er immers op kunnen vertrouwen dat gemeenten hun geld eerlijk verkrijgen en besteden én dat hier een goede controle op is.

Om dit te kunnen vaststellen, moet vastgelegd zijn wat is besloten, gecontroleerd, uitbetaald, etc. Oftewel, het moet (voor een accountant) navolgbaar zijn wat we hebben gedaan met onze middelen en op welke gronden. De tweede strategische doelstelling gaat over de wijze waarop wij als gemeente, maar ook de partners met wie wij samenwerken in het sociaal domein onze werkzaamheden uitvoeren. Zeker als wij partijen financieren via inkoop of subsidie, mogen we van hen verwachten dat ze meehelpen de gemeentelijke doelen te bereiken op een manier die bij onze visie past. Hiertoe kunnen wij een visie formuleren, (kwaliteits)normen bepalen en aangeven welke doelen we willen bereiken. Dit alles, plus daadwerkelijke sturing hierop, moet bijdrage aan effectieve dienstverlening. Dit klinkt heel simpel, maar is dat allerminst. Wat in de ene situatie effectief is, hoeft dat in de andere juist helemaal niet te zijn. Om te zorgen dat dienstverlening effectief is in het sociaal domein, zullen dus regelmatig ‘zachte’ ingrepen moeten worden gedaan, zoals afstemming met en tussen organisaties over visie, werkwijze en doelen, scholing van professionals (ook in houding en gedrag) en uitwisselen van informatie en ervaringen over wat wel en wat niet werkt. Dit alles om de juiste randvoorwaarden te creëren waarmee professionals in beleid en uitvoering de juiste dingen (kunnen) doen.

Toelichting op operationele doelen Het eerste operationele doel is een verbijzondering van de eerstgenoemde strategische doelstelling. Om te voorkomen dat bij de eerste tegenvaller in een jaar een financieel probleem ontstaat in het sociaal domein, is door het college het doel geformuleerd om bij het opstellen van de begroting een onbestemde buffer te hebben van € 0,5 miljoen. Tevens kan deze buffer dienen om noodzakelijke of gewenste investeringen te doen, om het sociaal domein toekomstbestendiger te maken. Toekomstbestendig betekent ‘dat de organisatie om kan gaan met alle veranderingen die de toekomst gaat brengen’. Concreet betekent dit voor het sociaal domein dat we gaan werken conform de visie op het sociaal domein in Nissewaard zoals opgenomen in het 3

Ontwikkelagenda deel 1 Doelen voor het sociaal domein 2022-2026

beleidskader sociaal domein en dat we de voorzieningen en ondersteuning betaalbaar houden, zodat het totaal aan uitgaven sociaal domein structureel binnen het beschikbare budget in de begroting blijft. Met de realisatie van enkele specifieke maatregelen, zoals opgenomen in de begroting 2023, wordt dit, op het moment van schrijven van dit document, tot en met 2025 behaald. De rijksinkomsten en diverse uitgaven blijven echter onzeker en kunnen het huidige beeld wijzigen. Ook op het onderdeel rechtmatigheid van de eerste strategische doelstelling is een operationeel doel gesteld. Een goedkeurende accountantsverklaring wordt alleen afgegeven wanneer je als gemeente minder dan 1% van de lasten van de gemeentelijke begroting niet rechtmatig besteedt. Daarnaast mag voor maximaal 3% van de lasten van de begroting onzeker zijn of het correct is besteed. We streven uiteraard naar zo min mogelijk fouten in het sociaal domein. Dit doel is beter haalbaar wanneer systemen en werkprocessen in het primaire proces goed zijn ingericht, en er (geautomatiseerde) controle- en signaleringsmogelijkheden zijn om fouten vroegtijdig te ontdekken en te herstellen. Over 2021 was het foutpercentage in het sociaal domein 0%. Met betrekking tot onzekerheden is het van belang te bepalen hoever je wil gaan in het terugdringen daarvan.

Controle kost immers ook geld, zowel voor de gemeente als voor organisaties die middelen van ons ontvangen. Dit moet wel in verhouding staan tot de potentiele risico’s. In 2021 was het onzekerheidspercentage in het sociaal domein 2,2%. Het laatste operationele doel voor deze collegeperiode heeft betrekking op de tweede strategische doelstelling. Het spitst zich toe op de gedeelde visie in het sociaal domein. In de jaren na de decentralisaties hebben we lokaal, maar ook regionaal en landelijk, veel ervaringen en inzichten opgedaan in het sociaal domein. Dit stelt ons in staat om op basis van het geleerde de beleidslijnen voor een toekomstbestendig sociaal domein in Nissewaard uit te zetten. Deze ‘leerperiode’ heeft ons tegelijkertijd de noodzaak in laten zien om daar sociaal domein-breed, krachtig en eenduidig op te sturen. Verkokerde wetgeving, beleid en uitvoering sluiten namelijk meestal niet aan bij de leefwereld van onze inwoners en dit verandert niet vanzelf. Als we het sociaal domein als geheel effectief en toekomstbestendig willen maken, dan vergt dat een eenduidige visie die op alle onderdelen van het sociaal domein wordt uitgedragen. Op basis van deze visie, kan vervolgens voor specifieke dienstverlening worden bepaald welke (kwaliteits)normen wenselijk zijn en op welke wijze dienstverlening effectiever kan worden in het bereiken van de gestelde doelen.

In deze collegeperiode ligt de focus op de visie en de implementatie daarvan, waarbij we tijdens de implementatie al stappen maken op het gebied van (kwaliteits)normen en effectieve dienstverlening. De visie wordt separaat in besluitvorming gebracht.

4

Ontwikkelagenda deel 1 Doelen voor het sociaal domein 2022-2026

Programmalijn sterke samenleving Een sterke samenleving bestaat uit gezonde verenigingen en netwerken, uit inwoners die zich voor andere mensen inzetten en uit organisaties die dit versterken en faciliteren. Er vinden veel activiteiten plaats die bijdragen aan het welbevinden en de ontwikkeling van inwoners, problemen worden samen opgelost en kwetsbare inwoners vinden ondersteuning bij zaken die voor hen lastig zijn. Het is een inclusieve samenleving, waarin iedereen een volwaardige plek heeft en naar vermogen kan meedoen, zonder onderscheid te maken tussen mensen. Deze programmalijn gaat daarmee over een inclusieve samenleving, verenigingen, vrijwilligers, activiteiten en ontmoetingsmogelijkheden, mantelzorg en tegengaan van eenzaamheid. Alhoewel bijvoorbeeld sport en cultuur belangrijke elementen zijn van een sterke samenleving, behoren deze niet tot het sociaal domein. Het zijn immers waardevolle beleidsdomeinen op zichzelf. Wel zijn binnen deze programmalijn verbindingen gelegd met sport en cultuur, op die elementen die specifiek betrekking hebben op het sociaal domein. In onderstaand schema worden de strategische doelstellingen en de operationele doelen binnen deze programmalijn benoemd. Na het schema volgt een toelichting op de doelen.

Toelichting op strategische doelen Een sterke samenleving wordt gebouwd op twee pijlers, die in de strategische doelstellingen tot uitdrukking komen. De eerste pijler is de inwoner zelf, de tweede betreft organisaties en verenigingen.

5

Ontwikkelagenda deel 1 Doelen voor het sociaal domein 2022-2026

Een sterke samenleving staat of valt met inwoners die op een of andere manier actief zijn in hun eigen leefomgeving en zich hier onderdeel van voelen. Daarover gaat de eerste strategische doelstelling. Dat kan op heel verschillende manieren, van gezellig contact met de buren, tot een inwoner die zich inzet voor medeinwoners van de wijk of kern. Vele beleidsdomeinen dragen bij aan betrokkenheid in de buurt, wijk of kern, zoals beheer van de leefomgeving, veiligheidsbeleid en samenlevingsopbouw (via Thuis in de Wijk en High Five). De Nissewaard Peiling geeft eens per twee jaar een beeld van de betrokkenheid van inwoners bij hun wijk of kern. Het tweede aspect van de eerste strategische doelstelling betreft het kansen hebben om naar vermogen mee te doen. Dit aspect ziet toe op het vergroten van de mogelijkheden van inwoners. In deze programmalijn richt zich dit met name op het betrekken van alle inwoners bij de samenleving. Ook inwoners die hier uit zichzelf meer moeite mee hebben, bijvoorbeeld omdat ze wat minder sociaal vaardig zijn, of die zich niet altijd deelgenoot voelen van de sociale leefomgeving. Ook hier spelen Thuis in de Wijk en High Five een belangrijke rol. Het bieden van voorzieningen aan kwetsbare inwoners zodat zij mee kunnen doen, zoals een scootmobiel of individuele begeleiding bij het zelfstandig leven, valt onder de programmalijn ‘kwetsbare volwassenen’.

De tweede strategische doelstelling richt zich meer op verenigingen, groepen of organisaties. Deze zijn onmisbaar om je betrokken te voelen. Zo is deelname aan een vereniging voor sport of cultuur een goede manier om gelijkgezinden te ontmoeten, een leuke vrije tijdsbesteding te hebben en je vaardigheden te vergroten. De vereniging of groep is hiervoor het ‘voertuig’ om dit mogelijk te maken. Vrijwilligerswerk bij een vereniging of andere organisatie maakt dat er waardevolle activiteiten voor de samenleving mogelijk zijn, waar vele mensen gebruik van maken. De vrijwilliger zelf ontvangt erkenning en waardering voor diens inzet en kan tegelijkertijd iets doen dat bij die persoon past en daarmee ook voldoening geeft. Naast de waarde voor de samenleving als geheel, zijn activiteiten van verenigingen, (vrijwilligers)organisaties en actieve inwoners ook erg van belang voor mensen die een steuntje in de rug nodig hebben. Samenwerkingsnetwerken binnen High Five en Thuis in de Wijk, zijn hierbij zeer belangrijk. Hoe completer de mogelijkheden die de samenleving daarin biedt en hoe laagdrempeliger activiteiten zijn voor alle inwoners, hoe meer steun de samenleving kan bieden aan kwetsbare inwoners. Hierdoor hoeven kwetsbare inwoners minder of minder snel hulp te vragen van (specialistische) professionals.

Een sterke samenleving biedt kansen en mogelijkheden voor iedereen om een fijne vrije tijdsbesteding te hebben, activiteiten te ontplooien die vaardigheden versterken, een steuntje in de rug te zijn voor kwetsbare inwoners of dit steuntje zelf te ontvangen en samen vragen op te lossen.

Toelichting op operationele doelen Het eerste operationele doel dat voortvloeit uit beide strategische doelstellingen is het invulling geven aan sociale inclusie. Wat bedoelen we precies hiermee en wat willen we hiermee bereiken? Op dit moment is dat nog te onduidelijk om een specifiek operationeel doel te formuleren. Vandaar dat minimaal één operationeel doel moet gaan voortvloeien uit de visie op sociale inclusie. Hieruit vloeit ook een agenda voort, te weten wat we op sociale inclusie gaan doen. Sociale inclusie is overigens 6

Ontwikkelagenda deel 1 Doelen voor het sociaal domein 2022-2026

slechts een deel van de volledige inclusie-agenda zoals in het coalitieakkoord wordt bedoeld. Die gaat namelijk ook over fysieke toegankelijkheid en over toegankelijke informatievoorziening en dienstverlening; dit is breder dan het sociaal domein en wordt daarom hier niet opgenomen. Het tweede operationele doel gaat over verenigingen en sluit daarmee het beste aan op de tweede strategische doelstelling. We streven naar gezonde verenigingen, zoals omschreven in de nota verenigingsondersteuning. Dit zijn verenigingen die levensvatbaar en (financieel) toekomstbestendig zijn, met bestuurlijke continuïteit, die hun core business kunnen uitvoeren en de veerkracht hebben om te kunnen inspelen op maatschappelijke omstandigheden. De volgende stap is vitale verenigingen. Dit houdt in dat een vereniging niet alleen gezond is, maar daarnaast ook een breder maatschappelijk belang kan dienen. Tijdens de coronapandemie hebben veel verenigingen een zware periode gehad, waardoor het nu te ambitieus is om te streven naar vitale verenigingen. Daarom richten we ons in deze periode op toekomstbestendigheid van verenigingen die hun core business goed kunnen uitvoeren. Uiteraard houden we de mogelijkheid open om verenigingen die daartoe wel in staat zijn en open staan, breder uit te dagen. Het derde doel gaat over samenwerking met en tussen organisaties.

Ook dit doel is met name verbonden aan de tweede strategische doelstelling. Dit doel gaat zowel over verbonden partijen (gemeenschappelijke regelingen) als over meer informele netwerken. Met dit doel willen we meer structuur en effectiviteit brengen in de samenwerking. We zijn namelijk in veel netwerken actief als gemeente. Niet altijd is even concreet bekend wat we hiermee willen bereiken, wie hierin participeert en welke afspraken we met elkaar hebben omtrent een te bereiken resultaat. Er kan daarom een verbeterslag worden gemaakt in effectiviteit van netwerken en onze inzet daarbinnen. We zorgen daarom dat voor 10 samenwerkingsnetwerken, waaronder verbonden partijen, er een duidelijk kader ligt. Waar dit is vastgelegd, handelen we daarnaar. De laatste twee operationele doelen zetten in op specifieke thema’s en zijn verbonden met beide strategische doelstellingen. Het eerste thema is tegengaan van eenzaamheid. Wanneer mensen meedoen in de samenleving en zinvolle contacten hebben met andere mensen, vermindert of voorkomt dit gevoelens van eenzaamheid. Veel wat in de sterke samenleving gebeurt, kan bijdragen aan vermindering van eenzaamheid, zeker als hier specifiek oog voor is. Juist de groep mensen die zich (nog) niet sterk eenzaam voelt, maar wel regelmatig gevoelens van eenzaamheid heeft, is op deze wijze te bereiken.

We meten eenzaamheid via de ‘verkorte De Jong Gierveldvragenlijst’ in de Nissewaard Peiling. Deze vragenlijst wordt ook gebruikt door het CBS, waardoor de resultaten redelijk te vergelijken zijn met landelijke cijfers. De indeling die hierbij hoort en ook door CBS wordt gebruikt is ‘niet eenzaam’, ‘enigszins eenzaam’ en ‘sterk eenzaam’. Deze indeling nemen wij over en is ook verwerkt in dit operationele doel. Doel is in te zetten op de groep die zich enigszins eenzaam voelt. Hierdoor kunnen we voorkomen of beperken dat de groep sterk eenzame inwoners groeit. Overigens blijkt uit meting in 2020 dat het percentage Nissewaarders dat zich sterk eenzaam voelt, niet afwijkt van het laatste bekende landelijke cijfer uit 2019. Het percentage ligt landelijk en in Nissewaard rond de 9%. We willen dat het percentage ernstig eenzamen niet in negatieve zin afwijkt van het landelijk gemiddelde. 7

Ontwikkelagenda deel 1 Doelen voor het sociaal domein 2022-2026

Het laatste operationele doel binnen deze programmalijn betreft mantelzorg. Mantelzorg is niet iets waar je bewust voor kiest. Dit overkomt je, als een naaste hulpbehoevend(er) wordt. Het aantal mantelzorgers is daarom ook niet iets waar je op kunt of wilt sturen. Van belang is dat mantelzorgers hun zorgtaak kunnen volhouden zonder dat dit (teveel) ten koste gaan van hun persoonlijke belastbaarheid. Daartoe richten gemeenten ondersteuningsaanbod in. Het is wenselijk de bekendheid hiervan, bij mantelzorgers en inwoners die hulp ontvangen, te vergroten. Dit omdat uit cliëntervaringsonderzoeken blijkt dat de doelgroep nog niet altijd op de hoogte is van het ondersteuningsaanbod. Daarom wordt in deze periode ingezet op het vergroten van de bekendheid en het daadwerkelijke bereik van mantelzorgers.

8

Ontwikkelagenda deel 1 Doelen voor het sociaal domein 2022-2026

Programmalijn bestaanszekerheid Bestaanszekerheid is de zekerheid van voldoende en voorspelbaar inkomen en betaalbare vaste lasten. Dit zijn noodzakelijke voorwaarden om je te ontwikkelen en mee te doen in de samenleving. We bieden mensen ondersteuning, voor zover de samenleving hierbij onvoldoende basis biedt. We stimuleren door voorlichting en (armoede)voorzieningen dat zoveel mogelijk mensen in hun eigen levensonderhoud kunnen voorzien en een gezonde financiële huishouding hebben. Deze programmalijn gaat over het ondersteunen van uitkeringsgerechtigden en mensen met een arbeidsbeperking bij het verkrijgen van werk, het voorkomen en tegengaan van armoede en schulden, aanpak van laaggeletterdheid en inburgering. In onderstaand schema worden de strategische doelstellingen en de operationele doelen binnen deze programmalijn benoemd. Na het schema volgt een toelichting op de doelen.

Toelichting op strategische doelen Binnen deze programmalijn richten we ons zowel op het ondersteunen van kwetsbare inwoners die nu problemen ervaren op het gebied van bestaanszekerheid, als op het voorkomen en beperken van problemen op dit gebied.

9

Ontwikkelagenda deel 1 Doelen voor het sociaal domein 2022-2026

De eerste strategische doelstelling heeft een concreet resultaat in zich, te weten minder uitkeringsgerechtigden dan het landelijk gemiddelde. Uit het bestuursverslag over 2021 blijkt dat in Nissewaard 22 uitkeringsgerechtigden zijn per 1000 inwoners, tegenover 20 per 1000 landelijk. Het verschil is de afgelopen jaren kleiner geworden. Doel is in 2026 minder uitkeringsgerechtigden te hebben per 1000 inwoners dan het landelijk gemiddelde. Het strategisch doel kent een verbijzondering, namelijk dat we dit (onder andere) doen door in te zetten op ontwikkeling van kwetsbare inwoners, namelijk mensen met een grote(re) afstand tot de arbeidsmarkt. Dit is een groep die meer ondersteuning nodig heeft en zonder hulp nagenoeg geen vorm van werk kan verkrijgen. Deze groep stijgt ook al jaren, onder andere doordat mensen met een arbeidshandicap door beleidswijziging bij het Rijk, minder snel een beroep kunnen doen op een landelijke uitkering. Hierdoor is het noodzakelijk op deze groep in te zetten om te voorkomen dat het aantal bijstandsgerechtigden uiteindelijk structureel zal stijgen. Ook vanuit het oogpunt dat iedereen naar vermogen moet kunnen meedoen in de samenleving, is dit een groep waarvoor ondersteuning en aandacht wenselijk is.

Een zinvolle daginvulling en contacten dragen bij aan het welzijn van onze inwoners en kunnen voorkomen dat op allerlei gebieden problemen ontstaan of verergeren. De tweede strategische doelstelling gaat over preventie van (verergering van) problematiek op het gebied van bestaanszekerheid. Armoede, schulden en laaggeletterdheid zijn risicofactoren voor het ontstaan van problemen op meerdere leefgebieden. Door goede voorlichting, kunnen problemen deels worden voorkomen. Door laagdrempelige voorzieningen kunnen vraagstukken en lichte problemen op het gebied van bestaanszekerheid makkelijker worden opgelost en wordt complexe multiproblematiek (deels) voorkomen. Dit is beter voor het welzijn van onze inwoners en voorkomt hoge kosten voor de samenleving als geheel.

Toelichting op operationele doelen Op het moment dat iemand bijstand aanvraagt, en al daarvóór wanneer er sprake is van een WWuitkering, is het soms nog mogelijk om bijstand te voorkomen. Dit kan bijvoorbeeld door snel een match te vinden met een vacante arbeidsplaats, of door iemand terug te leiden naar school. Voor dat deel van de aanvragers van bijstand waarvoor andere opties mogelijk zijn, willen we deze ten volle benutten. Het niet hoeven verlenen van een uitkering is altijd meer wenselijk dan het toekennen en, na inzet van diverse re-integratie-instrumenten, beëindigen van diezelfde uitkering. Ook voor de inwoner is dit vaak te verkiezen boven de inbreuk op de privacy die het aanvragen van bijstand met zich meebrengt. Daarom kiezen we ervoor om gedurende het proces van aanvragen en beoordelen van bijstand, in te zetten op het alsnog voorkomen ervan. Omdat niet iedere inwoner hier baat bij heeft, is gekozen voor het inzetten van een preventief re-integratie-instrument bij 50% van de bijstand-aanvragers. Hiermee sluit dit operationele doel aan bij beide strategische doelstellingen. Een re-integratie-instrument dat met name meerwaarde heeft bij mensen met een grotere afstand tot de reguliere arbeidsmarkt, is loonkostensubsidie. Specifiek bij de groep inwoners met een arbeidsbeperking, helpt loonkostensubsidie een werkgever over de streep om deze werkzoekende 10

Ontwikkelagenda deel 1 Doelen voor het sociaal domein 2022-2026

een kans te geven op een volwaardige baan. Zoals eerder opgemerkt, stijgt de groep inwoners met een arbeidsbeperking die een beroep doet op de gemeente, de komende jaren. Door meer gebruik te maken van dit instrument, kunnen meer mensen met een arbeidsbeperking aan het werk. Hierdoor werken we aan een inclusieve samenleving en zijn de kosten voor bijstand voor de gemeente lager. De rijksoverheid stimuleert het gebruik van loonkostensubsidie tot op zekere hoogte, door de wijze van financieren. Hierdoor ontstaat zowel voor werkzoekende, werkgever als voor de gemeente een win-win-win-situatie. Dit operationele doel sluit het meest aan op de eerste strategische doelstelling. Ook het volgende operationele doel sluit aan bij de eerste strategische doelstelling. Bijstandsgerechtigden die al lang een uitkering hebben, hebben vaak een grote afstand tot de arbeidsmarkt en kunnen niet in een keer de stap maken naar regulier werk. Er zijn ontwikkelstappen nodig om bijvoorbeeld problemen aan te pakken die een baan in de weg staan of vaardigheden te leren die nodig zijn om te kunnen functioneren in een arbeidsrelatie. Het verminderen van belemmeringen, zoals het niet voldoende spreken en lezen van de Nederlandse taal, psychische problematiek of sociale problematiek, kan een grote stap zijn op weg naar het verkrijgen van (on)betaald werk. Ook het leren van beroepsvaardigheden valt hieronder.

Om een einde te maken aan het beeld dat alleen uitstroom naar werk telt, willen we inzichtelijk maken hoeveel ontwikkeling de bijstandsgerechtigden doormaken in hun weg naar (on)betaald werk. Omdat dit nog in zijn geheel moet worden opgebouwd en ingericht, is het eerste doel om van 200 bijstandsgerechtigden die langer dan 5 jaar een uitkering ontvangen, een ontwikkelstap zichtbaar te maken. Uit onderzoek1 blijkt dat kinderen waarvan de ouder(s) een bijstandsuitkering hebben/heeft, grotere kans hebben op sociale uitsluiting, jeugdhulp en verminderde kansen voor de toekomst dan kinderen uit andere gezinnen. Dit geldt zelfs als in die andere gezinnen weinig financiële middelen beschikbaar zijn. Kortom, daar waar armoede al een negatief effect heeft op de kansen voor kinderen, wordt dit nog versterkt als er sprake is van een bijstandsuitkering. Dit is de reden dat het volgende operationele doel is opgenomen. Uiteindelijk heeft dit ook een preventieve werking, doordat het generationele overdracht van armoede en bijstand helpt voorkomen. Ook het beroep op andere voorzieningen in het sociaal domein zal dalen als dit percentage daalt, zo is de verwachting op grond van het eerder genoemde onderzoek. Binnen Nissewaard is het percentage kinderen in een bijstandsgezin eind 2021 8,4%, ten opzichte van 6,1% landelijk.

Het percentage ligt nog (net) niet binnen de range van 50% meest gemiddelde gemeenten, maar is al wel jaren dalend, terwijl het landelijk gelijk blijft. Streven is binnen de range van 50% meest gemiddelde gemeenten te komen. Armoede en schuldproblematiek worden vaak in een adem genoemd. Alhoewel het niet per definitie samengaat, is armoede wel een risicofactor voor het ontstaan van schuldproblematiek. En wanneer er problematische schulden zijn, is er door een laag besteedbaar inkomen vrijwel altijd sprake van 1

https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2015/04/wie-opgroeit-in-een-uitkeringssituatie-heeft-later-bovengemiddeld-vaak-eenuitkering

11

Ontwikkelagenda deel 1 Doelen voor het sociaal domein 2022-2026

armoede. De verwachting is dat door veel in te zetten op voorlichting en preventie, alsmede een goed armoedebeleid te voeren, de schuldproblematiek kan afnemen. Hiermee past dit operationele doel bij de tweede strategische doelstelling. We willen vroegtijdig mensen in armoede en met beginnende schuldproblematiek bereiken, zodat de situatie goed en relatief snel is aan te pakken en de negatieve gevolgen beperkt zijn. Daarom is gekozen voor het operationele doel om een lager gemiddeld schuldbedrag te hebben dan het landelijk gemiddelde. In 2021 was het gemiddeld schuldbedrag in Nissewaard € 38.513. Landelijk was dit € 37.359. Het gemiddelde schuldbedrag kan overigens wel sterk worden beïnvloed door een enkele hele hoge schuld. Als dat het geval is, zal het worden benoemd. Er is geen apart doel gesteld op het tegengaan van armoede. Het doel dat je hierop zou willen stellen is dat het bereik zo groot mogelijk is. Echter, we hebben vanwege restricties op grond van privacyregels, geen mogelijkheid om een actueel beeld te hebben omtrent inwoners met een laag inkomen. Daarom kunnen we niet bezien welk percentage van de doelgroep we bereiken. Het meten van alleen absolute aantallen doen we wel, maar het stellen van een doel hierop is contraproductief.

Als het aantal verstrekkingen van armoedevoorzieningen daalt, is niet met zekerheid te zeggen of dit een goede ontwikkeling is (omdat de armoede daalt) of een slechte (omdat het bereik daalt). Inzet op armoedebestrijding helpt wel mee aan het hier genoemde operationele doel. Daarom is gekozen het bij één operationeel doel te laten. Op het niveau van inspanningen zijn diverse onderdelen rondom het tegengaan van armoede opgenomen. De meeste statushouders die onder de Wet inburgering vallen, zullen in eerste instantie een beroep doen op een bijstandsuitkering. Het doel van de Wet inburgering is door in te zetten op ontwikkeling, statushouders in staat te stellen volwaardig mee te kunnen doen in onze maatschappij. Daarmee past dit operationeel doel bij de eerste strategische doelstelling. De Wet inburgering is nieuw en geeft gemeenten een grotere verantwoordelijkheid in de inburgering van met name statushouders (vluchtelingen). De inschatting dat 90% van de doelgroep die onder deze wet valt, binnen drie jaar het inburgeringsexamen behaalt, is daarom een eerste inschatting. De laatste operationele doelstelling heeft te maken met laaggeletterdheid. Aanpak van laaggeletterdheid werkt preventief op allerlei andere leefdomeinen, waardoor het voortvloeit uit de tweede strategische doelstelling. Ook bij laaggeletterdheid weten we, net als bij armoede, niet hoe groot de doelgroep is.

Wat we wel weten uit landelijk onderzoek, is dat de doelgroep groter is dan in beeld is bij gemeenten; naar schatting 11-13% van de volwassen bevolking. Daarom is het doel om jaarlijks meer mensen met laaggeletterdheid te bereiken. Het Digitaalhuis wordt expliciet benoemd, omdat dit de laagdrempelige voorziening is, die we hiertoe het meest geschikt achten. In 2021 zijn, passend bij de taalvraag, 109 inwoners tijdens het telefonisch spreekuur doorverwezen naar een traject in het kader van de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB) of een inburgeringsschool.

12

Ontwikkelagenda deel 1 Doelen voor het sociaal domein 2022-2026

Programmalijn opvoeden & opgroeien Ouders zijn de eerstverantwoordelijke voor de opvoeding van hun kinderen. Ouders en (school)omgeving bieden het kind de mogelijkheden zich te ontwikkelen, talenten en voorkeuren te leren kennen en op te groeien tot zelfstandige volwassenen. We faciliteren en stimuleren de samenleving hiertoe en bieden ondersteuning als opvoed- en opgroeiproblemen ‘het normale’ overstijgen. Deze ondersteuning past bij de problematiek en de draagkracht van het gezin en is gericht op duurzame oplossingen binnen de sociale omgeving. Binnen deze programmalijn vallen onderwerpen als preventie en vroegsignalering van problemen bij opvoeden en opgroeien en laagdrempelige aanpak hiervan, jeugdgezondheidszorg, jeugdhulp, vooren vroegschoolse educatie, tegengaan van onderwijsachterstanden, aansluiting onderwijs en jeugdhulp, preventie en aanpak van voortijdig schoolverlaten en leerplicht. In onderstaand schema worden de strategische doelstellingen en de operationele doelen binnen deze programmalijn benoemd. Na het schema volgt een toelichting op de doelen.

Toelichting op strategische doelen Het eerste strategische doel ziet toe op gelijke kansen voor kinderen om zich te ontwikkelen. Dit is een zeer breed doel, dat zich op meerdere leefgebieden kan manifesteren. Het gaat dus zowel om onderwijs, vrije tijd en ook gezondheid. Belemmeringen voor kinderen om mee te kunnen doen op het gebied van

13

Ontwikkelagenda deel 1 Doelen voor het sociaal domein 2022-2026

bestaanszekerheid (ouders hebben te weinig geld), vallen binnen programmalijn bestaanszekerheid. Vanuit deze programmalijn wordt wel samengewerkt met de programmalijn bestaanszekerheid. De tweede strategische doelstelling richt zich op de jeugdhulp. Jeugdhulp is een onderdeel van het sociaal domein waar veel risico zit, zowel op inhoudelijk gebied voor de jeugd (jeugdhulp kan in het leven van een kind grote impact hebben in positieve of negatieve zin) als op financieel gebied voor de gemeente. Dit legitimeert specifieke aandacht voor jeugdhulp binnen deze programmalijn. Het strategische doel richt zich enerzijds op het normaliseren van de vraag. Niet alle problemen vragen professionele ondersteuning en niet alle ondersteuning bij problemen, hoeft direct jeugdhulp te zijn. Dit richt zich met name op het aantal jeugdigen tot 18 jaar met jeugdhulp. In 2021 is deze groep voor het eerst binnen de range van 50% meest gemiddelde gemeenten en ligt met 13,9% een procentpunt boven het landelijk gemiddelde (12,9%). Overigens is de landelijke doelstelling om het aantal jeugdigen met jeugdhulp onder 10% te krijgen, waardoor het landelijke percentage verder zou moeten dalen. Hierdoor is het nog een uitdaging om binnen de range van 50% meest gemiddelde gemeenten te blijven.

Uiteraard bezien we ook de 18-plussers met jeugdhulp en hoe dit zo laag mogelijk kan blijven, zonder dat een jongvolwassene passende hulp wordt ontzegt. Het tweede onderdeel van deze strategische doelstelling betreft het kostenaspect. Jeugdhulp zou jaarlijks niet meer moeten stijgen dan de afgesproken indexering en daarmee binnen begroting moeten blijven. We volgen dit door zicht te houden op financiële ontwikkelingen en de stelpost sociaal domein.

Toelichting op operationele doelen Het eerste operationele doel heeft betrekking op beide strategische doelstellingen. Het gaat namelijk om het vergroten van kansen voor kinderen, maar ook om het voorkomen van inzet van jeugdhulp. Het preventief en algemeen aanbod, onder andere binnen het Thuis in de Wijk-voorveld, is inzichtelijk en wordt ook daadwerkelijk ingezet en gebruikt. Het eerste deel van deze doelstelling zal zijn gerealiseerd met ingebruikname van de sociale kaart. Het tweede deel van de doelstelling gaat over gebruik van het aanbod. De keuze om dit doel te beperken tot gebruik door professionals, is omdat dit de eerste stap is in het breder toegankelijk maken van het algemeen aanbod. Wanneer verwijzers, integrale ingang Thuis in de Wijk en andere professionals dit aanbod vaker inzetten, hoeven zij minder te verwijzen naar persoonsgebonden aanbod of naar de gemeentelijke toegang. Dit ondersteunt de gewenste ontwikkeling van normaliseren en vermindering van jeugdhulp. Het maakt ook dat in een eerder stadium problemen kunnen worden opgelost of zelfs voorkomen, waardoor kinderen meer kansen hebben mee te doen in de samenleving op een manier die bij het normale leven hoort. We willen toe naar jeugdhulp die effectief is. Dat is nu landelijk niet altijd het geval.

Daarbij richten we ons binnen dit tweede operationele doel op twee zaken, namelijk een goede inkoop en doelmatige toewijzing. Goede inkoop betekent dat we jeugdhulp inkopen die in basis kan bijdragen aan vermindering van problemen en verbetering van de situatie van een jeugdige en diens gezin. We kopen geen jeugdhulp in die qua methodiek ineffectief is gebleken. Het betekent ook dat de voorwaarden zodanig zijn dat er gekwalificeerd personeel werkt, de jeugdhulp rechtmatig wordt uitgevoerd en er geen bovenmatige winsten worden gemaakt. Alhoewel dit in basis nu al het geval is, zijn hier verbeteringen in mogelijk. Voor de voorzieningen binnen de open house-contracten is dit 14

Ontwikkelagenda deel 1 Doelen voor het sociaal domein 2022-2026

een doorlopend proces en behoort tot de reguliere taken. Verbeteringen hierin kunnen mogelijk bijdragen aan de taakstelling voor onder andere accountmanagement, zoals opgenomen bij de programmalijn gemeentelijke regierol. Niet alle voorzieningen behoren echter tot de open house-producten, en een deel zal deze collegeperiode moeten worden aanbesteed. Het tweede onderdeel betreft doelmatige toewijzing van hulp op casusniveau. Dit betekent dat die hulp wordt ingezet die naar verwachting het meest effectief is. Dit kan jeugdhulp zijn, maar ook andere ondersteuning voor het gezin, zoals schuldhulpverlening of afspraken met GGZhulpverlening die aan ouders wordt geboden. In de landelijke hervormingsagenda jeugdhulp is een speerpunt om jeugdhulp-methodieken effectiever te maken. Het Rijk zal hiertoe onderzoek faciliteren. Dit zal echter de nodige jaren vergen, waardoor dat voor deze collegeperiode geen speerpunt is geworden. We richten ons hier op zaken waar we als gemeente zelf invloed op kunnen uitoefenen waardoor het bijdraagt aan de tweede strategische doelstelling. We richten ons in dit operationele doel alleen op jeugdhulp zonder verblijf, omdat we hier qua inkoop en toewijzing invloed op hebben. Jeugdhulp met verblijf valt onder inkoop van de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GR JR) en dit wordt veelal door andere wettelijke verwijzers geïndiceerd.

Het derde operationele doel over jeugdhulp met verblijf, is ook verbonden aan de tweede strategische doelstelling. Dit is jeugdhulp waarbij de jeugdige niet meer (volledig) thuis woont, al dan niet tijdelijk. Jeugdhulp met verblijf is de meest impactvolle jeugdhulp in het leven van een jeugdige en diens ouders en moet met terughoudendheid worden ingezet. Wanneer jeugdhulp met verblijf noodzakelijk is, bijvoorbeeld wanneer de veiligheid van een kind ernstig in het geding is, dan wordt er gekozen voor die vorm van jeugdhulp met verblijf die het meest lijkt op een gezinssituatie. Landelijk ligt het percentage jeugdigen met jeugdhulp met verblijf eind 2020 net boven de 1%. Nissewaard zit daar met 1,33% boven. Overigens gaat dit om jeugdigen tot 23 jaar, omdat ook na het achttiende levensjaar nog verlengde jeugdhulp mogelijk is. Juist bij jeugdhulp met verblijf wordt van deze mogelijkheid tot verlengde jeugdhulp gebruik gemaakt. Doel is dat eind 2024 het Nissewaardse percentage binnen de range van 50% meest gemiddelde gemeenten ligt. Het sneller doorstromen van 18-plussers naar geschikte vormen van hulp aan volwassenen kan hier een belangrijk instrument in zijn.

De gemeente heeft een wettelijke taak om jonge kinderen met (een risico op) onderwijsachterstand (doelgroepkinderen) een aanbod te doen voor voor- en vroegschoolse educatie (VVE), dat wordt uitgevoerd door kinderopvangorganisaties. Het CJG bepaalt of een kind een doelgroepkind voor de VVE is en geeft hiervoor een indicatie af. De gemeente ontvangt van het Rijk budget voor Onderwijsachterstandenbeleid (OAB) om onder andere hierin te voorzien. Het ministerie van OCW hanteert een landelijke doelgroep die altijd 15% is. Er kunnen landelijk dus nooit meer doelgroepkinderen zijn dan 15% van de kinderen. Op basis van objectieve criteria wordt bepaald hoeveel doelgroepkinderen er per gemeente zijn. Het ministerie stelde vast dat in Nissewaard het percentage doelgroepkinderen in 2020 in totaal 21% bedroeg. Er zijn in Nissewaard dus meer kinderen met een (risico op) onderwijsachterstand dan het landelijk gemiddelde. Omdat dit wordt vastgesteld op basis van objectieve criteria, hebben we als gemeente hier geen invloed op. Wel hebben we invloed op 15

Ontwikkelagenda deel 1 Doelen voor het sociaal domein 2022-2026

hoeveel doelgroepkinderen we bereiken met een VVE-aanbod. Het vierde operationele doel gaat daarom over bereik van doelgroepkinderen en past bij de eerste strategische doelstelling. Landelijk wordt ongeveer 85% van de doelgroepkinderen bereikt. In Nissewaard was dit op 1 januari 2021 76%. Doel is om het bereik van doelgroepkinderen te vergroten naar 85% op 1 januari 2025. Het vijfde operationele doel houdt verband met het basis- en voortgezet onderwijs en is eveneens verbonden aan de eerste strategische doelstelling. Uit het bestuursverslag over 2021 blijkt dat Nissewaard beduidend minder goed scoort dan de 50% meest gemiddelde gemeenten op een aantal indicatoren die met onderwijs te maken hebben:  het percentage kinderen dat het fundamentele niveau taal en/of rekenen niet haalt aan het einde van de basisschool is veel hoger,  er wordt vaker een lager en minder vaak een hoger schooladvies gegeven ten behoeve van voortgezet onderwijs,  er is een veel hoger relatief schoolverzuim,  er zijn beduidend meer voortijdig schoolverlaters. Op deze indicatoren heeft de gemeente geen rechtstreekse invloed. Het is voornamelijk het onderwijs die hierin een rol van betekenis moet spelen. Het is echter wel de Nissewaardse jeugd en toekomstige Nissewaardse volwassenen waar dit over gaat.

Dat maakt de urgentie groot genoeg om het gesprek met het onderwijs te willen voeren over kwaliteitsverbetering, specifiek met scholen die lager scoren dan een voldoende bij de Onderwijsinspectie. Om de kansengelijkheid tussen kinderen te bevorderen, is goed onderwijs zeer belangrijk. De gemeente kan hierop meebewegen met inspanningen waar de gemeente wel een taak in heeft als VVE, leerplicht, verbinding jeugdhulp en onderwijs en aanpak van voortijdig schoolverlaten. Daarnaast kan gekeken worden of er zaken buiten het onderwijs zijn die op een school de kansengelijkheid onevenredig belemmeren, waar we als gemeente op kunnen inzetten. Denk hierbij aan armoede of echtscheidingsproblematiek. In eerste instantie ligt de verantwoordelijkheid echter bij de scholen, waarover we dan ook met hen in gesprek willen gaan. Het zesde en laatste operationele doel binnen deze programmalijn heeft eveneens betrekking op de eerste strategische doelstelling. Zoals hierboven al aangegeven heeft de gemeente een rol in de aanpak van voortijdig schoolverlaten, namelijk het terugleiden van voortijdig schoolverlaters naar een vorm van onderwijs en als dat niet mogelijk is, naar werk. Dat kan al preventief, bij jongeren die veel verzuimen, maar gebeurt in ieder geval bij jongeren die zonder startkwalificatie het onderwijs (dreigen te) verlaten en nog geen 18 jaar zijn.

Een startkwalificatie is behaald met een diploma van Havo, VWO of MBO (minimaal niveau 2). In feite is de aanpak van voortijdig schoolverlaten en sluitstuk van de aanpak kansengelijkheid in het onderwijs. Daarentegen is deze aanpak preventie voor kwetsbaarheid in het volwassen leven. Met een startkwalificatie is de positie op de arbeidsmarkt voldoende, waarmee de kans veel groter is op een zelfstandig inkomen uit werk en voordelen die voortvloeien uit het hebben van een baan, zoals dagelijkse structuur, een manier om mee te doen in de samenleving en een sociaal netwerk. Recent is een nieuwe, meer preventieve, methodiek ingevoerd. Dit leidt tot het eerder signaleren van (dreigend) voortijdig schoolverlaters en daarmee tot een stijging van de doelgroep. Ook wordt landelijk de komende tijd gewerkt aan een nieuw en uniform meet- en registratiesysteem. Om deze redenen is dit operationele doel gesteld op eind 2026. 16

Ontwikkelagenda deel 1 Doelen voor het sociaal domein 2022-2026

Programmalijn kwetsbare volwassenen Ook inwoners die een (ernstige) kwetsbaarheid hebben, moeten kunnen deelnemen aan het maatschappelijk leven, bijvoorbeeld zo zelfstandig mogelijk wonen en ontmoetings- en ontspanningsactiviteiten. Kwetsbaarheid kan ontstaan door een beperking, of doordat vanwege ouderdom of stapeling van problemen dagelijkse zaken niet meer vanzelfsprekend zijn. Kwetsbaarheid hoort bij het leven, maar mag geen reden zijn om niet te kunnen meedoen. We bieden waar nodig ondersteuning, die zoveel mogelijk gericht is op duurzame oplossingen binnen de samenleving. Binnen deze programmalijn werken we eraan om volwassenen die hulp nodig hebben zo veel mogelijk regie te laten houden over hun eigen leven. Dit vloeit voort uit de wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Daarbij is vooruitgelopen op de wijziging van de Wmo, waarbij de gemeentelijke regierol bij multiproblematiek wordt uitgebreid en de mogelijkheden tot gegevensuitwisseling over domeinen heen wettelijk worden verankerd. Kwetsbaarheid die samenhangt met alleen bestaanszekerheid (financiën, werk, taal), valt binnen de programmalijn bestaanszekerheid. In onderstaand schema worden de strategische doelstellingen en de operationele doelen binnen deze programmalijn benoemd. Na het schema volgt een toelichting op de doelen.

Toelichting op strategische doelen De eerste strategische doelstelling heeft specifiek te maken met de Wmo. De inzet is dat zoveel mogelijk kwetsbare inwoners voor zichzelf kunnen zorgen, eventueel met hulp van hun sociale omgeving of met ondersteuning vanuit algemene voorzieningen (Thuis in de Wijk). Door vergrijzing 17

Ontwikkelagenda deel 1 Doelen voor het sociaal domein 2022-2026

zal de Wmo-doelgroep toenemen. Ouderen zijn immers de grootste doelgroep binnen de Wmo en de komende jaren komen er steeds meer ouderen en bereiken ouderen ook een hogere leeftijd. Het is daarom voor de houdbaarheid en betaalbaarheid van voorzieningen van groot belang dat persoonsgebonden voorzieningen beschikbaar blijven voor die inwoners die het echt nodig hebben. Om deze doelstelling te kunnen realiseren, is zowel inzet nodig op persoonsgebonden voorzieningen (effectiviteit), als op het voorveld ‘Thuis in de Wijk’ (algemene voorzieningen en sterke samenleving) en preventie. Maar ook een goede vraagverheldering en urgentie-triage is van belang om persoonsgebonden voorzieningen te kunnen blijven bieden aan die groep die dit het hardst nodig heeft. De tweede strategische doelstelling gaat over huishoudens met multiproblematiek. Multiproblematiek is momenteel nog lastig aan te pakken. De AVG maakt gegevensuitwisseling tussen beleidsdomeinen waarvoor verschillende wetten gelden, moeilijk. Met de wijziging van de Wmo die per 1 januari 2024 wordt verwacht (Wams), wordt gegevensuitwisseling makkelijker. Sterker, in het huidige wetsvoorstel krijgt de gemeente een opdracht om bij multiproblematiek integrale coördinatie op casusniveau uit te voeren als de situatie daarom vraagt.

Waar dit wetsvoorstel de juridische kaders schept voor integraal werken bij multiproblematiek, is het wel noodzakelijk dit in de praktijk ook in te richten. Hier wordt momenteel aan gewerkt met het vormgeven van de gemeentelijke toegang, waar integrale casusregie en procesregie een onderdeel van vormt. Ook is integraal werken een onderdeel van de landelijke Hervormingsagenda jeugdhulp en het Toekomstscenario jeugd & gezinsbescherming, omdat wordt verwacht dat door integraal te werken, minder jeugdhulp ingezet hoeft te worden. Bij multiproblematiek is jeugdhulp vaak niet het meest effectief, omdat de problemen andere oorzaken hebben die in de domeinen van volwassenen opgelost moeten worden. Voorbeelden zijn schuldproblematiek, GGZ-problematiek van ouders of echtscheidingsproblematiek. De aanpak die in Nissewaard wordt gehanteerd bij multiproblematiek moet worden ontwikkeld en geïmplementeerd. Uiteraard maken we hierbij gebruik van aanpakken waarmee elders in Nederland in de praktijk al wordt geëxperimenteerd, zoals een doorbraakaanpak.

Toelichting op operationele doelen De Wmo bestaat uit algemene voorzieningen en persoonsgebonden voorzieningen. De algemene voorzieningen, onderdeel van Thuis in de Wijk, worden gefinancierd per voorziening, meestal via subsidie, en zijn daarmee financieel voorspelbaar. De kosten voor deze voorzieningen stijgen per jaar meestal niet meer dan de afgesproken indexering. Persoonsgebonden Wmo-voorzieningen worden gefinancierd per cliënt en zijn ‘open eind’. Dat betekent dat als het aantal cliënten toeneemt, ook de kosten toenemen. In de eerste strategische doelstelling hebben we de wens uitgesproken dat zoveel mogelijk inwoners voor zichzelf kunnen zorgen, eventueel met hulp van anderen of van algemene voorzieningen. De onderstaande operationele doelstellingen moeten hieraan bijdragen. Het eerste onderdeel betreft effectieve voorzieningen, doordat bij de inkoop hiertoe de juiste randvoorwaarden zijn gecreëerd. Voor de voorzieningen binnen de open house-contracten is dit een doorlopend proces en behoort tot de reguliere taken. Verbeteringen hierin kunnen mogelijk bijdragen aan de taakstelling voor onder andere accountmanagement, zoals opgenomen bij de 18

Ontwikkelagenda deel 1 Doelen voor het sociaal domein 2022-2026

programmalijn gemeentelijke regierol. Niet alle voorzieningen behoren echter tot de open houseproducten, en een deel zal deze collegeperiode moeten worden aanbesteed. Het tweede onderdeel van dit doel betreft de toename van Wmo-cliënten per 1000 inwoners in Nissewaard. Dit mag niet hoger worden dan de landelijke toename van het aantal inwoners met een persoonsgebonden Wmo-voorziening. Eind 2021 hadden in Nissewaard 85 per 1000 inwoners een persoonsgebonden Wmo-voorziening, ten opzichte van 67 per 1000 inwoners landelijk. Wel is al twee jaar op rij de ontwikkeling in Nissewaard gunstiger dan landelijk. Eind 2019 lag landelijk het aantal Wmo-cliënten op 65 per 1000 inwoners, eind 2021 op 67 per 1000 inwoners. In Nissewaard was dit eind 2021, net als eind 2019, 85 per 1000 inwoners. Landelijk is het aantal Wmo-cliënten per 1000 inwoners dus gestegen, in Nissewaard niet. Door goede inkoop en goede sturing op inzet van voorzieningen en afschalingsmogelijkheden, kunnen we het aantal cliënten beïnvloeden. Ook is het zaak goed te kijken naar cliënten die veel persoonsgebonden zorg afnemen; in hoeverre is dit nog een verantwoordelijkheid van de gemeente? Inwoners die veel zorg nodig hebben, passen wellicht beter onder de Wlz. Het tweede operationele doel heeft betrekking op het verdelen van schaarste en past ook bij de eerste strategische doelstelling.

Binnen de Wmo zijn wachtlijsten; niet iedereen kan tegelijk worden ondersteund. Binnen de Wmo zijn situaties die ernstig zijn en situaties waarbij de inwoner nog redelijk in staat is met de situatie om te gaan, eventueel met hulp van het sociale netwerk of andere (tijdelijke) oplossingen. Met dit doel wordt ingezet op een goede schifting tussen de meest kwetsbare inwoners en inwoners die (tijdelijk) nog andere mogelijkheden hebben. Door een snelle triage, waarbij inzet is om inwoners met ernstige urgente problematiek het snelst te helpen, wordt recht gedaan aan het gedachtegoed van de Wmo. Hierbij zal te zijner tijd ook het te wijzigen rijksbeleid omtrent de eigen bijdrage van inwoners worden betrokken. Opvang en (beschermde) woonvormen, waar het derde operationele doel over gaat, heeft betrekking op centrumtaken. Daarom staat in dit doel ‘deelnemende gemeenten’, waar Nissewaard er een van is. Een beschermd thuis voor iedereen die dat nodig heeft, is de ambitie, zoals omschreven in het regionale beleidsplan ‘Een beschermd thuis op de Zuid Hollandse Eilanden’. De gemeente Nissewaard is vooralsnog de wettelijke centrumgemeente voor maatschappelijke opvang en beschermd wonen, maar dit gaat veranderen. Om deze reden zijn we bezig met de (financiële) doordecentralisatie en de hiermee samenhangende keuzes over toekomstige regionale samenwerking op de Zuid-Hollandse Eilanden.

Inhoudelijk willen we ondersteuning bieden in een zo regulier mogelijke woning, zo dichtbij als mogelijk aan de oorspronkelijke leefomgeving. Uiteindelijk is de wens om dit zodanig te organiseren dat opvangcapaciteit in Nissewaard kan worden beperkt. Enerzijds als absoluut streven, anderzijds omdat opvang beter over de gemeenten wordt verspreid. Dit vergt een grote omschakeling, waar samen met de andere gemeenten aan wordt gewerkt, maar die niet in deze collegeperiode al volledig effect zal hebben. Vandaar dat gezegd is dat vanaf 2026 opvangcapaciteit in Nissewaard kan worden beperkt. Ook dit doel sluit aan bij de eerste strategische doelstelling. 19

Ontwikkelagenda deel 1 Doelen voor het sociaal domein 2022-2026

Het vierde operationele doel hangt deels samen met de vorige. Dit doel ziet toe op preventie van opvang en preventie van andere Wmo-voorzieningen. Het preventief en algemeen aanbod is inzichtelijk en wordt ook daadwerkelijk ingezet en gebruikt. De keuze om dit doel te beperken tot gebruik door professionals, is omdat dit de eerste stap is in het breder toegankelijk maken van het algemeen aanbod Thuis in de wijk. Wanneer integrale ingang Thuis in de Wijk en andere professionals dit aanbod meer inzetten, hoeven zij minder vaak te verwijzen naar de gemeentelijke toegang voor persoonsgebonden voorzieningen. Dit ondersteunt de gewenste ontwikkeling van normaliseren en minder persoonsgebonden Wmo-voorzieningen, zoals genoemd in de eerste strategische doelstelling. Het maakt ook dat in een eerder stadium problemen kunnen worden opgelost of zelfs voorkomen, waardoor kwetsbare inwoners meer kunnen (blijven) meedoen in de samenleving. Het vijfde en laatste operationele doel is het enige doel dat verbonden is met de tweede strategische doelstelling. Multiproblematiek is, zoals eerder aangegeven, nu nog moeilijk aan te pakken door onvoldoende borging in wetgeving. Daarom is de aanpak van multiproblematiek in deze collegeperiode nog beperkt. Deze periode is gericht op inrichting van aanpak van multiproblematiek en het op beperkte schaal integraal aanpakken van multiprobleemhuishoudens.

Gekozen is in deze collegeperiode een doorbraakaanpak toe te passen op 20 multiprobleem-huishoudens en hier, aanvullend op verbetering van de inhoudelijke aanpak, ook een kostenbesparing per casus te realiseren. Dit heeft naast het doel op casusniveau, ook tot doel om ervaring op te doen met integrale aanpak van multiproblematiek en onze werkwijze hierop aan te passen. Op basis van onze ervaringen en de resultaten in deze collegeperiode, kan voor een volgende periode een meer richtinggevende doelstelling worden geformuleerd.

Tot slot In dit deel 1 van de Ontwikkelagenda is aangegeven wat we willen bereiken en welke focus we daarbinnen aanbrengen. Daarmee is dit een bevoegdheid van de raad. In deel 2 zal staan wat we in deze collegeperiode willen gaan doen om deze doelen te kunnen bereiken. Dit betreft uitvoering en is daarmee een bevoegdheid van het college.

20

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12358733/3