Nota Verbonden Partijen 2023 def2
Tekst van het document
4
Nota verbonden partijen 2023 Gemeente Nissewaard
1
Inhoud 1.
2.
3.
4.
Inleiding ................................................................................................................................. 3
1.1
Definitie verbonden partij ............................................................................................... 3
1.2
Leeswijzer ........................................................................................................................ 4
Bestuurlijke en ambtelijke rollen ........................................................................................... 5
2.1
Rol van de gemeenteraad ............................................................................................... 5
2.2
Rol van het college .......................................................................................................... 5
2.3
Rol van het ambtelijk apparaat ....................................................................................... 6
Fasen van samenwerking ..................................................................................................... 8
3.1
Oprichtings- of intentionele fase ..................................................................................... 9
3.2
Uitvoerende fase ............................................................................................................. 9
3.3
Evaluatie- en heroverwegingsfase................................................................................. 10
Sturingsinstrumenten .......................................................................................................... 11
4.1
Vertegenwoordiging in verbonden partijen .................................................................. 11
4.2
Verantwoording in de P&C-cyclus door en over de verbonden partijen ...................... 12
4.2.1
Sturing en verantwoording in de P&C-cyclus van de verbonden partij .................... 13
4.2.2
Verantwoording in de P&C-cyclus van de gemeente ................................................ 13
4.3
Overige afspraken over sturing en overleg ................................................................... 14
4.3.1
Raadscommissie ........................................................................................................ 14
4.3.2
Samenwerking met andere gemeenten .................................................................... 14
4.4
Risicoanalyse en het sturingspakket ............................................................................. 14
Bijlage 1 Overzicht verbonden partijen 2023 .................................................................................... 16 Bijlage 2 Afwegingskader ................................................................................................................ 23 Bijlage 3 Termijnagenda evaluatiefase ............................................................................................. 24 Bijlage 4 Algemene beginselen behoorlijk bestuur ............................................................................ 26 Bijlage 5 Wettelijk kader................................................................................................................. 28 Bijlage 6 Uitvoeringskader Verbonden partijen ................................................................................ 31
2
1. Inleiding De gemeente Nissewaard werkt samen met een aantal verbonden partijen om lokale doelen en ambities die het publiek belang dienen te realiseren. Er zijn meerdere overwegingen waarom de gemeente kiest om een deel van haar taken bij een verbonden partij te leggen. Bijvoorbeeld om de bestuurskracht te versterken door samen te werken aan gemeentegrensoverschrijdende uitdagingen, om kostenefficiëntie voordelen te behalen of om specialistische kennis in te zetten die niet bij de gemeente in huis is. Ook kan er een wettelijke verplichting zijn om een samenwerkingsverband aan te gaan voor een publieke taak. Een voorbeeld hiervan is de samenwerking in een Veiligheidsregio. Bij het aangaan van een verbonden partij, maar ook tijdens de uitvoering en een eventuele heroverweging van de samenwerking, is het van belang dat er bewuste keuzes worden gemaakt over deze samenwerking. De nota Verbonden partijen biedt de kaders voor deze keuzes. Ook biedt het kaders voor de wijze waarop inzicht wordt verkregen in activiteiten, financiële en bestuurlijke belangen en daaraan verbonden risico’s. Procedures en afspraken zijn vastgelegd over het sturen, beheersen, verantwoorden en toezicht houden. De vigerende nota Verbonden partijen stamt uit 2015.
In artikel 17 van de Financiële verordening van de gemeente Nissewaard is opgenomen dat het college de raad een nota Verbonden partijen ter behandeling en vaststelling aanbiedt. Herziening vindt plaats wanneer daar aanleiding toe is. Op grond van dit artikel wordt de nota verbonden partijen geactualiseerd. Bij deze actualisatie is rekening gehouden met het wettelijk kader, het advies van de Rekenkamer 2015 “Vat op verbonden partijen en decentralisaties" en de nota risicomanagement 2018.
1.1 Definitie verbonden partij Een verbonden partij is een privaat- of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente een bestuurlijk en een financieel belang heeft (Besluit Begroting en Verantwoording, artikel 1 lid 1b). Een bestuurlijk belang houdt in dat de gemeente zeggenschap heeft, uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur van een verbonden partij of uit hoofde van stemrecht. Er is sprake van een bestuurlijk belang als een wethouder, raadslid of ambtenaar van de gemeente Nissewaard namens de gemeente in het bestuur van de verbonden partij plaatsneemt, of namens de gemeente stemt. Het aangaan van een financieel belang houdt in dat de gemeente middelen ter beschikking stelt die niet verhaalbaar zijn in geval van een faillissement van de verbonden partij, of dat er aansprakelijkheid bestaat voor een bedrag als de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt. Een opsomming van de huidige verbonden partijen van de gemeente Nissewaard is opgenomen in bijlage 1. Per verbonden partij is aangegeven of er wijzigingen hebben plaatsgevonden ten opzichte van 2015, hoe de vertegenwoordiging is vormgegeven en wat het beleid en visie van de partij is.
3
1.2 Leeswijzer Rollen van raad, college en het ambtelijk apparaat De betrokkenheid van het bestuur is van groot belang bij verbonden partijen. De raad vervult hierbij een volksvertegenwoordigings-, kaderstellende en controlerende rol. Zij stuurt op de regievoering van de verbonden partijen die taken voor de gemeente uitvoeren. Belangrijke vragen daarbij zijn: doen deze partijen wat beleidsmatig nodig en afgesproken is? Welke financiële consequenties zijn eraan verbonden? Het college is belast met het dagelijks bestuur van de gemeente en de uitvoering van wetten en verordeningen. Wanneer taken worden ondergebracht bij verbonden partijen is het van belang dat zij deze rollen nog steeds kan uitvoeren. Collegeleden zijn dan ook aangewezen als gemeentelijk vertegenwoordigers in of bij verbonden partijen. Bij deze vertegenwoordiging wordt onderscheid gemaakt tussen de eigenaars- en opdrachtgeversrol. De voorliggende nota Verbonden partijen biedt in hoofdstuk 2 een verdieping op de rollen van de raad, het college en de ambtelijke organisatie bij samenwerking met verbonden partijen. Fasen van samenwerking In de samenwerking met verbonden partijen zijn drie fasen te onderscheiden: de oprichtingsfase, uitvoerende fase en de heroverwegingsfase. Een uitwerking hiervan is opgenomen in hoofdstuk 3.
Hierbij is ook een afwegingskader opgesteld, dat dient als een stappenplan voor de oprichtings- en heroverwegingsfase van een verbonden partij; zie bijlage 2. Sturingsmiddelen Bij het spreken over verbonden partijen komt vaak het vraagstuk van ‘grip’ aan bod. Hoofdstuk 4 gaat in op de middelen die worden gebruikt ter sturing en verantwoording door en over de verbonden partijen. Hier is ook toegelicht hoe risicomanagement binnen de gemeente Nissewaard wordt ingezet ter versterking van de sturende werking op verbonden partijen. In deze nota zijn de belangrijkste uitgangspunten als volgt aangegeven: [U]
4
2. Bestuurlijke en ambtelijke rollen 2.1 Rol van de gemeenteraad De gemeenteraad heeft binnen de gemeente een volksvertegenwoordigings-, kaderstellende en controlerende taak. Zij stelt de bestuurlijke kaders vast, o.a. door middel van de gemeentelijke begroting. De gemeentelijke begroting vormt samen met de gemeentelijke jaarrekening de basis voor de controlerende taak. De verbonden partijen zijn hierbij een (gezamenlijk) middel om de bestuurlijke ambities te realiseren. De controlerende taak met betrekking tot verbonden partijen houdt in dat de gemeenteraad controleert of de verbonden partij de afgesproken taak binnen de gestelde kaders uitvoert én of het college dit goed bewaakt en waar nodig bijstuurt. Kernvragen voor de raad zijn in deze context: - corresponderen de doelstellingen van de verbonden partij nog steeds met die van de gemeente; - worden de doelstellingen van de gemeente via de verbonden partijen binnen de kaders gerealiseerd; - is er aanleiding om de deelname aan of sturing op de verbonden partij te wijzigen of te beëindigen.
2.2 Rol van het college Het college is verantwoordelijk voor de uitvoering van de gemeentelijke begroting binnen de bestuurlijke kaders. Het college kiest er in enkele gevallen vanuit efficiency, effectiviteit of andere overwegingen voor om de uitvoering van dat beleid over te laten aan een verbonden partij (zie hoofdstuk 3.1 en het afwegingskader in bijlage 2). Voor het college dit besluit neemt dient zij de raad de gelegenheid te geven wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen (privaatrechtelijke verbonden partij) of dient zij de raad hiervoor toestemming te vragen (publiekrechtelijke verbonden partij). Indien het college kiest voor uitvoering door een verbonden partij is het de taak van het college om als opdrachtgever zicht te houden op de uitvoering, prestaties, kosten en risico’s van de verbonden partij. In relatie tot verbonden partijen heeft het college bovendien als eigenaar de taak om de continuïteit en de risico’s van de verbonden partij te bewaken, te beheersen en hier waar nodig op bij te sturen. Tegelijk komt het college bij verbonden partijen meer op afstand te staan van de uitvoering. Hierdoor heeft het college in verhouding tot de interne organisatie minder directe invloed en meer aandacht voor toezicht en verantwoording. Het college heeft de taak om de gemeenteraad goed te informeren over het reilen en zeilen van de verbonden partijen.
Het is belangrijk dat zij raadsleden betrekt bij belangrijke besluiten of ontwikkelingen. In feite is er voor de informatieplicht van het college richting de gemeenteraad geen verschil tussen taken die zijn belegd binnen de eigen organisatie of die van een verbonden partij. Opdrachtgever versus eigenaar Bij het aangaan van een verbonden partij onderscheiden we de opdrachtgeversrol en de eigenaarsrol van de gemeente. De gemeente als opdrachtgever wil door middel van een verbonden partij beleidsdoelen realiseren. In de rol van (mede-)eigenaar van de verbonden partij is de gemeente gericht op continuïteit van de verbonden partij. Tussen beide rollen kunnen tegengestelde belangen ontstaan, 5
omdat wat goed is voor de continuïteit van de verbonden partij niet altijd bijdraagt aan het realiseren van de gemeentelijke doelen. Ook kunnen er tegengestelde belangen ontstaan omdat de ambitie van de verbonden partijen afwijkt van de gemeentelijke ambitie. Over het algemeen wordt de gemeente door één portefeuillehouder vertegenwoordigd bij de verbonden partij (zie hoofdstuk 4.1), die daarbij namens het college dus ook beide rollen moet vertegenwoordigen. Het is van belang dat beide rollen voldoende aandacht krijgen bij de sturing op verbonden partijen. Opdrachtgeversrol De gemeente kan sturen op de realisatie van de afgesproken prestaties, binnen de gestelde beleidsmatige en financiële kaders. In haar rol als opdrachtgever voert de portefeuillehouder de volgende taken uit met betrekking tot verbonden partijen: • het vertegenwoordigen van het belang van de gemeente in relatie tot/ samenwerking met de verbonden partij; • het formuleren van afspraken over te leveren diensten en/of producten; • het bewaken van de prijs, kwaliteit en kwantiteit van de te leveren diensten en/of producten. Eigenaarsrol De gemeente heeft zeggenschap op beleid, uitvoering en bedrijfsvoering van de verbonden partij.
In haar rol als eigenaar voert de portefeuillehouder de volgende taken uit met betrekking tot verbonden partijen: • het opstellen van de gemeenschappelijke regeling of de statuten; • het formuleren van kaders voor de verbonden partij binnen de brede kaderstelling van de gemeenteraad; • het bewaken van de positie op de markt, continuïteit en efficiency; • het houden van toezicht op de realisatie binnen gestelde kaders; • het actief informeren van het college over ontwikkelingen bij de verbonden partij, zoals bestuurswijzigingen, aanpassing van statuten, risico’s, bestuurlijke conflicten, dreigende financiële tegenvallers, problemen in de bedrijfsvoering en politieke risico’s. Zoals aangegeven vertegenwoordigt een portefeuillehouder het gehele college van B&W wanneer hij/zij participeert in het bestuur of deelneemt als (mede-)aandeelhouder. Dit betekent dat voor de standpuntbepaling op majeure onderwerpen vooraf een besluit van het college en zo nodig de raad wordt gevraagd [U]. Ook wanneer er een strijdig belang is tussen de opdrachtgeversrol en de eigenaarsrol van de gemeente, wordt dit voorgelegd aan het college en, zo nodig, de raad [U].
Bij bespreking in het college van een dergelijk strijdig belang betreffende een verbonden partij met een hoog risicoprofiel (zie H4.4), wordt geadviseerd in het college tijdens het gesprek een scheiding aan te brengen tussen de opdrachtgevers- en eigenaarsrol. Dit om te verzekeren dat beide belangen voldoende worden vertegenwoordigd [U].
2.3 Rol van het ambtelijk apparaat Het ambtelijke apparaat heeft een belangrijke rol in het optimaal in staat te stellen van het bestuur om op de verbonden partijen te sturen. Zij ondersteunt het bestuur met informatieverstrekking en advisering. Ook vindt er met de verbonden partij ambtelijke afstemming en beheersing over producten en diensten plaats naast de bestuurlijke afstemming. 6
Ambtelijke accounthouders van een verbonden partij ondersteunen de inhoudelijk verantwoordelijke portefeuillehouder. Bij publiekrechtelijke verbonden partijen is de beleidsinhoudelijke medewerker verantwoordelijk voor de accounthoudersrol. Bij privaatrechtelijke verbonden partijen hebben de beleidsinhoudelijke medewerker en een aangewezen financieel adviseur een gezamenlijke, ofwel duo-accounthoudersrol. Daarnaast is er per verbonden partij een financieel adviseur betrokken, die de adviesrol richting de (duo-)accounthouder(s) op zich neemt. Ook binnen de ambtelijke organisatie is er uitdrukkelijk aandacht voor het onderscheid tussen de opdrachtgevers- en eigenaarsrol. Bij de advisering met betrekking tot vraagstukken op het snijvlak van de opdrachtgevers- en eigenaarsrol hebben de accounthouders een trekkersrol en team Financiën een faciliterende rol [U].
7
3. Fasen van samenwerking Bij het aangaan van een samenwerking met een verbonden partij zijn er drie fasen te onderscheiden: 1. De oprichtings- of intentionele fase: de gemeente staat voor de afweging om een verbonden partij op te richten of te gaan deelnemen in een bestaande verbonden partij. 2. De uitvoerende fase: de gemeente neemt deel in een verbonden partij. In deze fase ligt de nadruk op het sturen op en beheersen van de uitvoering van de taak door de verbonden partij. 3. De evaluatie- en heroverwegingsfase: de samenwerking wordt heroverwogen en over het voortzetten, wijzigen en/of beëindigen van een verbonden partij wordt besloten.
8
3.1 Oprichtings- of intentionele fase Wanneer de gemeente de oprichting van of toetreding tot een verbonden partij overweegt spelen de volgende vragen: - Publiek belang. Speelt er een openbaar belang bij de uitoefening van de taken en/ of bevoegdheden? Zo ja, welke openbare belangen worden hiermee gediend? In principe laat de gemeente taken die geen publiek belang dienen over aan de markt. - Taken. Nadat is vastgesteld dat er sprake is van een publiek belang, volgt de vraag om welk (type) taken het gaat en op welke wijze deze dienen te worden uitgevoerd. Vereisen de taken volledige betrokkenheid van de gemeente, of is behartiging van het belang door de gemeente als opdracht- of regelgever of subsidie- of leningverstrekker mogelijk en afdoende? Is het antwoord ‘ja’ op deze vragen, dan wordt niet gekozen voor een verbonden partij. Is het antwoord ‘nee’, dan wordt onderzocht of de taken kunnen worden ingevuld door zeggenschap in een rechtspersoon (verbonden partij). - Organisatie. Indien de gemeente op basis van eerdere overwegingen kiest voor een verbonden partij, wordt onderzocht welke organisatie- of rechtsvorm het meest passend is. Hierbij kijkt de gemeente naar het gewenste bestuurlijke en financiële belang en de vormgeving van de governance structuur. ▪ Bestuurlijk belang.
Op welke wijze wordt het bestuurlijke belang vormgegeven? Hierbij speelt ook de vraag hoeveel invloed de gemeente (nog) wil uitoefenen. Soms is de keuzevrijheid beperkt; bijvoorbeeld als wordt aangesloten bij bestaande organisaties, als sprake is van een hogere regeling of door aanwijzing van het Rijk. ▪ Financieel belang. Welke afspraken worden er gemaakt omtrent het financiële belang? ▪ Governance. Welke afspraken worden er gemaakt over de vorm en mate van sturing, beheersing, toezicht houden en verantwoording in de uitvoeringsfase (zie ook hoofdstuk 3.2)? Deze vragen zijn gevisualiseerd in een afwegingskader, opgenomen in bijlage 2. Dit afwegingskader dient als een stappenplan dat wordt doorlopen in elke oprichtings- of intentionele fase bij het onderzoeken van het aangaan van een verbonden partij én tijdens de evaluatiefase bij het heroverwegen van een samenwerking [U]. Dit afwegingskader is tekstueel verder geconcretiseerd in een uitvoeringskader voor de ambtelijke organisatie, zie bijlage 6.
3.2 Uitvoerende fase In de uitvoerende fase ligt de nadruk op een hechte samenhang tussen sturen, beheersen (intern), toezicht houden en verantwoorden (extern). De gemeente wil dat verbonden partijen de besturing en beheersing van de taakuitvoering zodanig inrichten dat: •
Op basis van met de gemeente (en met eventuele andere partners) gemaakte afspraken richting wordt gegeven aan realiseren van beleidsdoelen (sturen); • maatregelen en procedures worden ingevoerd en gehandhaafd zodat de bestuurders de zekerheid krijgen dat de organisatie blijvend de goede richting uitgaat (beheersen); • informatie wordt verschaft over de taakuitvoering (verantwoorden);
9
•
waardoor de gemeente (en eventuele andere partners) in staat gesteld wordt om te toetsen dat de beleidsdoelen worden gerealiseerd en ook dat de taakuitvoering aan specifiek gestelde eisen voldoet (toezicht houden).
De mate van sturing op en informatievoorziening door de verbonden partij wordt bepaald door het risicoprofiel van de partij. Hoe groter het bestuurlijk en/of financieel risico, des te intensiever is de sturing op de verbonden partij en de informatievoorziening aan de gemeenteraad [U]. De middelen die worden gebruikt ter sturing en verantwoording zijn opgenomen in hoofdstuk 4. Het risicoprofiel van een verbonden partij werkt aan de hand van zes parameters: Financieel/ P&C; eigenaarsbelang; sturing op of beheersing van doelen; risicomanagement; bedrijfsvoering en governance. Het risicoprofiel is ook bedoeld om het gesprek met de verbonden partij op gang te brengen en de samenwerkingsrelatie te bevorderen. Hoofdstuk 4.4 gaat hier verder op in.
3.3 Evaluatie- en heroverwegingsfase Verbonden partijen worden ingesteld in het kader van een bepaald belang. Door de actualiteit kan een belang niet meer van toepassing zijn, of kan het gewenst zijn dat de toebedeelde taken op een andere wijze worden uitgevoerd. Regelmatige evaluaties stellen de raad in de gelegenheid om te beoordelen of de verbonden partij nog wel het doel dient waarvoor zij is ingesteld en/of dat er een aanpassing moet komen. Per verbonden partij wordt door middel van een termijnagenda vastgesteld met welke frequentie en op welk moment deze evaluatie moet plaatsvinden [U]. Deze termijnagenda is opgenomen in bijlage 3. Tijdens de evaluatie wordt de verbonden partij behandeld in een raadscommissie aan de hand van de stappen opgenomen in het afwegingskader. Daarnaast geldt dat wanneer uit de jaarlijkse risicoscan blijkt dat deelname aan een verbonden partij opnieuw moet worden overwogen, bijvoorbeeld in verband met actuele ontwikkelingen, de evaluatiefase naar voren wordt gehaald.
10
4. Sturingsinstrumenten Zoals aangegeven in hoofdstuk 3 is het in de oprichtingsfase van belang heldere afspraken te maken over sturing, beheersing, toezicht houden en verantwoording, zoals deze in de uitvoeringsfase worden uitgevoerd. Bij het spreken over verbonden partijen komt vaak het vraagstuk van ‘grip’ aan bod. Dit komt enerzijds voort uit het feit er een verminderde invloed bij verbonden partijen is ten opzichte van de interne organisatie. Verbonden partijen verschillen sterk in de wijze waarop invloed of zeggenschap door de gemeente uitgeoefend kan worden. De gemeente is vaak één van meerdere deelnemers in een verbonden partij. Regionale afstemming is daarmee onontbeerlijk om met succes te sturen, te beheersen, te verantwoorden en toezicht te houden op verbonden partijen. De verbonden partijen verschillen tot slot van aard, omvang en risico’s en “one-size-fits-all” afspraken zijn daarmee niet haalbaar. Een balans moet worden gevonden tussen vertrouwen en controle. Anderzijds zit de complexiteit in de dubbele-petten-problematiek die ontstaat door tegengestelde belangen die bij verbonden partijen op kunnen treden doordat gemeente zowel eigenaar als opdrachtgever is. Bestuurders vertegenwoordigen verschillende belangen: die van de gemeente en die van de samenwerking. Ook hierbij moet de juiste balans worden gezocht.
Sturingsinstrumenten worden ingezet om het beheersbaar maken van de complexiteit te bevorderen en vorm en inhoud te geven aan de aansturing, het beheer en de control van de specifieke, financiële en bestuurlijke relatie. Daarbij is het doel van de sturingsinstrumenten dat kansen en bedreigingen bij verbonden partijen tijdig worden gesignaleerd en dat hierop adequaat wordt gereageerd. De volgende sturingsinstrumenten worden standaard toegepast: - Gemeentelijke vertegenwoordiging in de verbonden partij (zie 4.1) - Verantwoording door de verbonden partij via de begroting en jaarrekening (zie 4.2) - Verantwoording door het college in de P&C-cyclus van de gemeente (zie 4.2) - Jaarlijkse informatieve raadscommissie (zie 4.3) - Samenwerking met andere gemeenten (zie 4.3) - Periodieke risicoanalyse (zie 4.4) Wanneer uit de risicoanalyse blijkt dat een organisatie een verhoogd risicoprofiel heeft, worden extra sturingsinstrumenten ingezet. Hoofdstuk 4.4 gaat hier verder op in.
4.1 Vertegenwoordiging in verbonden partijen De vertegenwoordiging in publiekrechtelijke verbonden partijen Raadsleden kunnen op grond van de artikelen 13, 14 en 15 van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) zitting hebben in een algemeen bestuur van een regeling waaraan bevoegdheden van de raad zijn overgedragen. Zoals in hoofdstuk 3 is aangegeven, hanteert de gemeente Nissewaard - vanuit het oogpunt van rolzuiverheid - het principe dat raadsleden geen zitting hebben in het algemeen bestuur van een publiekrechtelijke verbonden partij. Alleen collegeleden hebben als gemeentevertegenwoordigers zitting in het algemeen en dagelijks bestuur (AB en DB) van een publiekrechtelijke verbonden partij [U]. Bij de gemeente Nissewaard vindt deze vertegenwoordiging in de praktijk plaats door de beleidsinhoudelijke portefeuillehouder. In overleg is
11
vertegenwoordiging door een van de andere portefeuillehouders of vertegenwoordiging door twee portefeuillehouders (bijvoorbeeld vanuit de beleidsinhoud en vanuit financiën) mogelijk. Bij vertegenwoordiging in publiekrechtelijke verbonden partijen hanteert de gemeente Nissewaard de algemene beginselen van behoorlijk bestuur als belangrijke leidraad voor de governance [U]. Deze beginselen zijn: zorgvuldigheid, fair-play, rechtszekerheid, vertrouwen, gelijkheid, verbod op misbruik van bevoegdheid, evenredigheid (verbod op willekeur). Een toelichting op deze beginselen is opgenomen in bijlage 4. De vertegenwoordiging in privaatrechtelijke verbonden partijen Met de vertegenwoordiging in het bestuur van privaatrechtelijke rechtspersonen wordt zorgvuldig omgesprongen. De bestuurder/ commissaris van een vennootschap moet bijvoorbeeld wettelijk de belangen van de vennootschap laten prevaleren boven elk ander belang. Zodra de belangen van de gemeente en de vennootschap uiteenlopen, komt de bestuurder in een spagaat. Bij de vertegenwoordiging in vennootschappen, stichtingen en verenigingen wordt daarom pragmatisch en per geval bekeken welke vertegenwoordiging het gemeentelijk doel het beste dient. Voor deelnemingen waarin de gemeente aandeelhouder is, geldt dat (alleen) het college formeel de rol van aandeelhouder van verbonden partijen (vennootschappen) vervult namens de gemeente. [U].
Bij deelname in privaatrechtelijke verbonden partijen is de Code Tabaksblat, ofwel de Nederlandse Corporate Governance code van toepassing en hanteert de gemeente dit als belangrijke leidraad voor de governance [U]. In deze code zijn regels opgenomen over onder andere risicobeheersing, effectief bestuur en toezicht en beloningsbeleid. Aandachtspunten voor de vertegenwoordiging Het college heeft een actieve informatieplicht richting de raad. Voor de leden van het algemeen en dagelijks bestuur gelden de volgende aandachtspunten: • AB/DB-leden geven, gevraagd en ongevraagd, een terugkoppeling van de vergaderingen van de verbonden partij die ze bijgewoond hebben; • AB/DB-leden benadrukken binnen de verbonden partij de tijdige aanlevering van stukken; • AB/DB-leden pleiten binnen de verbonden partij voor voldoende tijd voor de bespreking van de stukken met de raad; • AB/DB-leden letten erop dat de stukken van de verbonden partij van voldoende kwaliteit zijn.
4.2 Verantwoording in de P&C-cyclus door en over de verbonden partijen Door middel van de begroting en jaarrekening en eventuele tussenrapportages leggen verbonden partijen verantwoording af over doelbereik, prestaties en (financiële) voortgang. Het college legt daarnaast verantwoording af over de verbonden partij aan de raad in de P&C-cyclus van de gemeente.
12
4.2.1 Sturing en verantwoording in de P&C-cyclus van de verbonden partij Het dagelijks bestuur van een publiekrechtelijke verbonden partij moet voor 15 april de begroting met de algemene financiële en beleidsmatige kaders voor het daaropvolgende jaar en de voorlopige jaarrekening aan de raden van de deelnemende gemeenten zenden. De raad kan vervolgens bij het dagelijks bestuur haar zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. Het algemeen bestuur van de verbonden partij stelt de begroting en de jaarrekening vast, met inachtneming van de eventuele zienswijze. De rol die de gemeenteraad ten aanzien van die begrotingen heeft, is daarmee beperkt. Een concept zienswijze wordt in eerste instantie ambtelijk opgesteld en afgestemd met de portefeuillehouder [U]. De gemeente Nissewaard kiest ervoor om in het schrijven van haar zienswijzen waar mogelijk samen te werken met andere gemeenten in de regio om hiermee haar invloed te vergroten [U].
In de zienswijzen zijn de volgende aandachtspunten relevant: • Zijn de prestatieafspraken nagekomen door de verbonden partij? Met andere woorden, is geleverd wat is afgesproken (kwaliteit en kwantiteit)? • Verloopt de samenwerking naar tevredenheid tussen de partijen op bestuurlijk en organisatorisch niveau? • Welke actuele ontwikkelingen spelen rondom het publieke belang van de verbonden partij? Welke invloed heeft dit op het publieke belang? • Welke financiële ontwikkelingen zijn er? Hierbij is ook de vast te stellen indexatie van de begroting van de verbonden partij van belang. • Zijn alle relevante en potentiële risico’s meegenomen door de verbonden partij? Zijn risico’s van prioriteiten voorzien en zijn er acties ter verbetering van de risicobeheersing geformuleerd? Bij de privaatrechtelijke verbonden partijen maakt het bestuur jaarlijks binnen vijf maanden na afloop van het boekjaar een jaarrekening op en legt het deze voor de aandeelhouders. Deze termijn kan worden verlengd met ten hoogste vijf maanden door de algemene vergadering op grond van bijzondere omstandigheden. Om invloed uit te kunnen oefenen op de begroting van de verbonden partijen is het belangrijk dat de P&C-cyclus van de verbonden partij aansluit op de P&C-cyclus van de gemeente. Met oog hierop stuurt het college actief op aansluiting van deze cycli [U].
Dit betekent bijvoorbeeld dat externe bestuursrapportages/ jaarrekeningen op tijd beschikbaar zijn voor verwerking in de eigen P&C documenten.
4.2.2 Verantwoording in de P&C-cyclus van de gemeente Het college verschaft aan de gemeenteraad de informatie die de gemeenteraad nodig heeft voor de uitoefening van zijn sturings- en controletaak. Een groot gedeelte van deze verantwoording verloopt via de P&C-cyclus van de gemeente, bijvoorbeeld in de paragraaf verbonden partijen van de begroting en de jaarrekening. In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) zijn regels opgenomen over de verantwoording in de begroting en jaarrekening van een gemeente. De Wgr 13
schrijft daarnaast voor dat er een register wordt bijgehouden met alle gemeenschappelijke regelingen. Deze voorschriften zijn samengevat in bijlage 5 “Wettelijk kader”.
4.3 Overige afspraken over sturing en overleg 4.3.1 Raadscommissie Naast de reguliere P&C-cyclus vindt jaarlijks in de raadscommissies een informatieve sessie plaats over de verbonden partijen die onder het onderwerp van de betreffende raadscommissie vallen. In deze sessie wordt de begroting en jaarrekening van de verbonden partijen besproken. Daarnaast worden de verbonden partijen die op de termijnagenda staan voor de evaluatiefase besproken. Met het organiseren van een jaarlijkse informatieve commissie over verbonden partijen wordt de sturende en controlerende taak van de raad versterkt.
4.3.2 Samenwerking met andere gemeenten De gemeente Nissewaard versterkt haar kaderstellende en controlerende rol bij gemeenschappelijke regelingen door regionale samenwerking. Waar mogelijk wordt intensieve samenwerking georganiseerd met regionale collega’s, om de bestuurders zo gezamenlijk van adviezen te voorzien. Dit kan enerzijds vorm worden gegeven aan de hand van het adoptieprincipe, waarbij een kleine groep ambtenaren verantwoordelijk is voor regionale advisering, maar kan ook minder vergaande vormen aannemen. Bijvoorbeeld door het organiseren van gezamenlijke informatiebijeenkomsten en het uitwisselen van zienswijzen. Deze samenwerking wordt aangegaan, om zo te komen tot efficiencywinst, vergrote slagkracht, nauwere samenwerking met de verbonden partij en een structurele kwalitatieve doorontwikkeling binnen het netwerk. Het ambtelijke apparaat werkt hierbij met betrekking tot publiekrechtelijke participaties waar mogelijk samen met regionale gemeenten en organiseert regionale samenwerking [U].
4.4 Risicoanalyse en het sturingspakket In de sturing van de verbonden partijen wordt onderscheid gemaakt tussen een meer en minder intensieve aansturing richting raad en informatievoorziening. Dit hangt af van de strategische waarde, de beleidsrijkheid en de mate van politieke of financiële risico’s. Het risicoprofiel van een verbonden partij wordt bepaald door de volgende zes thema’s, deze staan niet geheel los van elkaar, maar kunnen elkaar zowel positief als negatief beïnvloeden en versterken: 1. Financiën/ P&C: de wijze waarop de partij financieel rapporteert. Afwijkingen tussen begroting en jaarrekening en de certificeringen spelen hier een belangrijke rol in de inschaling in een risicoprofiel. 2. Eigenaarsbelang: hoeverre de verbonden partij afhankelijk is van de deelnemers of eigenaren. Een grotere spreiding in het eigenaarsbelang zorgt voor een lager risicoprofiel. 3. Sturing op of beheersing van doelen: de mate waarin de afspraken met de opdrachtgever zijn vastgelegd en of dit meetbaar wordt gerapporteerd. Dit meet de professionaliteit van de verbonden partij in relatie tot de opdrachtgevers. 4. Risicomanagement: een aantal onderwerpen binnen het risicomanagement en weerstandsvermogen. Bijvoorbeeld: a. de afhankelijkheid van inkomsten. Een verbonden partij die opbrengsten uit meerdere bronnen haalt is minder kwetsbaar. 14
b. de financiële mogelijkheden van de verbonden partij of deelneming. Hoe robuuster
5.
6.
gefinancierd, hoe minder risico op financiële problemen bij tegenvallers. c. de flexibiliteit van de kostenstructuur. Kapitaalintensieve verbonden partijen met langlopende contracten hebben een hoger risicoprofiel. d. het werkterrein van de verbonden partij of deelneming. Wanneer er bijvoorbeeld op het werkterrein veel te verwachten wijzigingen zijn in belangrijke wetgeving ligt het risicoprofiel van de verbonden partij hoger. Bedrijfsvoering: de samenstelling van het bestuur op het gebied van diversiteit en competenties en op de aanwezigheid van klokkenluiders- en klachtenregelingen, kwaliteitsonderzoeken en benchmarks bij de verbonden partij. Dit is een indicatie voor de kwaliteit van de bedrijfsvoering. Governance: de professionaliteit en diversiteit van het toezicht op de verbonden partij.
Op grond van deze zes thema’s kan de verbonden partij geplaatst worden in risicocategorie: - Laag – Standaard sturingsinstrumenten worden ingezet. - Gemiddeld – Naast de inzet van standaard sturingsinstrumenten ligt de frequentie van bestuurlijk en ambtelijk overleg hoger bij deze verbonden partijen. De verbonden partij wordt periodiek geagendeerd in het college en er wordt over gerapporteerd in de tussenrapportages. Tot deze categorie behoren in ieder geval de verbonden partijen waar een grote financiële bijdrage van de gemeente naartoe gaat. - Hoog – Door actualiteiten kan een verbonden partij in de hoge risicocategorie terecht komen. Wanneer een verbonden partij in deze risicocategorie is geplaatst worden additionele maatregelen getroffen door de gemeente, met het doel de verbonden partij te retourneren naar een gemiddeld of laag risicoprofiel.
Een aantal voorbeelden van te treffen maatregelen - deze worden bij voorkeur in samenwerking met andere deelnemende gemeenten ingezet: • Verdeling van rollen binnen college • Hogere frequentie tussentijdse rapportages voor de opdrachtgevers- en/ of eigenaarsrol • Hogere frequentie ambtelijk overleg vanuit eigenaar- en opdrachtgeverschap • Periodieke evaluatie sturingsmaatregelen • Hogere frequentie overleggen portefeuillehouders • Onderzoek doelmatigheid en doeltreffendheid VP (artikel 213a GW) • Instellen concerncontrollersoverleg als aanvulling op de gebruikelijke overleggen • Instellen rekencommissie van raadsleden • Aanvullende kaders door de raad • Verzoek informatie op maat voor de raad • Verzoek rekenkameronderzoek In de paragraaf verbonden partijen van de begroting en jaarrekening wordt het meest actuele risicoprofiel van elke verbonden partij opgenomen, met een toelichting op eventuele wijzigingen in het risicoprofiel. Een additionele beoogde uitkomst van het risicoprofiel is het bevorderen van het gesprek en de verbinding met alle betrokkenen bij verbonden partijen waaraan de gemeente deelneemt. Het inzichtelijk en bespreekbaar maken van de risico’s helpt in de samenwerkingsrelatie en levert inhoudelijke meerwaarde op.
Het moet leiden tot een gezamenlijk beeld van de zaken waarop komende tijd gelet wordt om de (eventuele) risico’s die de gemeente als deelnemer loopt te beheersen. 15
Bijlage 1 Overzicht verbonden partijen 2023 Naam verbonden partij
Status
Toelichting status
Bevoegd orgaan
Vertegenwoordiging Visie in bestuur
Taken
B&W
wh W. Struijk
Het CJG Rijnmond levert een bijdrage aan het kansrijk, gezond en veilig opgroeien van kinderen in Nissewaard.
B&W
Wh C. Hottentot en J.W. Mijnans (raad 29-6-2022)
De milieudienst DCMR beoogd een bijdrage te leveren aan een gezond en leefbaar Nissewaard.
Het CJG Rijnmond is uitvoerder van de wettelijke taak van de gemeente om de jeugdgezondheidszorg uit te voeren. De inzet draagt bij aan het laagdrempelig, dichtbij en snel de juiste ondersteuning op de juiste plek te verzorgen, zodat kinderen en hun ouders daarna op eigen kracht weer verder kunnen en te voorkomen dat zwaardere (en duurdere) zorg nodig is. De wettelijke milieutaken op het gebied van vergunningverlening en handhaving zijn uitbesteed aan de DCMR.
Raad
wh W. Struijk
De GGD R-R zet zich in voor een goede en voor iedereen toegankelijke gezondheidszorg. Ze grijpt actief in om de gezondheid van de inwoners van het werkgebied te beschermen.
Gemeenschappelijke regeling
CJG Rijnmond
Dienst Centraal Milieubeheer Rijnmond
GGD Rotterdam-Rijnmond
Ongewijzigd
Ongewijzigd
Gewijzigd
Openbare Gezondheidszorg RR (OGZRR) is gewijzigd naar GGD Rotterdam-Rijnmond
GGD R-R is uitvoerder van de wettelijke taak van de gemeente om invulling te geven aan de Wet Publieke Gezondheid (Wpg). Het (basis)takenpakket van de GGD RR bestaat uit: monitoring, signalering, en advisering; uitvoerende taken
16
gezondheidsbescherming; bewaken publieke gezondheid bij incidenten, rampen en crisis; toezicht houden (kinderopvang en Wmo).
Jeugdhulp Rijnmond
Metropoolregio Rotterdam Den Haag
Raad
wh W. Struijk
De visie en doelen van Jeugdhulp Rijnmond zijn een optelsom van de beleidsvoornemens van de deelnemende gemeenten. In najaar 2020 wordt een nieuwe regiovisie voorgelegd aan de gemeenteraad.
B&W
bm F. van Oosten (AB)
Vanuit de focus op het vernieuwen van de economie en het verbeteren van de bereikbaarheid werkt de MRDH aan de ruimtelijk-economische versterking van de regio en het verhogen van het welzijn en de welvaart van de inwoners.
De Metropoolregio heeft wettelijke taken op het gebied van verkeer en vervoer. De gemeenten in de metropoolregio Rotterdam Den Haag werken aan vier thema's: vernieuwen verbindingen, vernieuwen economie, vernieuwen energie en vernieuwen stad en omgeving.
Vanuit de focus op het vernieuwen van de economie en het verbeteren van de bereikbaarheid werkt de MRDH aan de ruimtelijk-economische versterking van de regio
Het behartigen van taken op het terrein van de economische ontwikkeling van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag, waaronder het ontwikkelen en realiseren van beleid en het nemen van maatregelen
Ongewijzigd
Gewijzigd
Wethouder C. Hottentot (Bestuurscommissie Vervoersautoriteit en Presidium daarvan vanuit de regio Voorne-Putten) en Wethouder J.W. Mijnans (Bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat)
De voormalig Stadsregio Rotterdam en regio Haaglanden zijn samengegaan en gewijzigd naar Metropoolregio Rotterdam-Den Haag
Raad
Adviescommissie Economisch Vestigingsklimaat MRDH
Gewijzigd
De voormalig Stadsregio Rotterdam en regio Haaglanden zijn samengegaan en gewijzigd naar Metropoolregio Rotterdam-Den Haag
De heer S.A.W. van Uden Mevrouw N. Kiers-de Goeij
Regionale inkoop specialistische jeugdhulp en jeugdbescherming.
17
Adviescommissie Vervoersautoriteit MRDH
Rekeningcommissie MRDH
Recreatieschap Voorne-Putten
Gewijzigd
Gewijzigd
Gewijzigd
ter versterking van het economisch vestigingsklimaat.
Raad
De heer W. Heijdacker De heer V.R. Korbee
Vanuit de focus op het vernieuwen van de economie en het verbeteren van de bereikbaarheid werkt de MRDH aan de ruimtelijk-economische versterking van de regio en het verhogen van het welzijn en de welvaart van de inwoners.
Het behartigen van taken op het terrein van verkeer en vervoer, waaronder het ontwikkelen en realiseren van beleid en het nemen van maatregelen ter verbetering van de bereikbaarheid binnen de metropoolregio Rotterdam Den Haag.
Raad
Mevrouw V.E.R.A. Bik Mevrouw J. StengsNijhof (plaatsvervangend lid)
Vanuit de focus op het vernieuwen van de economie en het verbeteren van de bereikbaarheid werkt de MRDH aan de ruimtelijk-economische versterking van de regio en het verhogen van het welzijn en de welvaart van de inwoners.
Het uitvoeren van het jaarrekeningonderzoek en het opstellen van een verslag hiervan.
Raad
wh M. Hamerslag en J.W. Mijnans (raad 14/9/2022)
Het Recreatieschap Voorne-Putten zet in op de versterking en het onderhoud van duurzame, beleefbareen aantrekkelijke natuur- en recreatiegebieden op Voorne-Putten.
Het recreatieschap heeft het behartigen van het gemeenschappelijk belang van de deelnemers tot taak voor wat betreft de ontsluiting, de ontwikkeling, aanleg en het beheer in het kader van de openluchtrecreatie en het toerisme en waar mogelijk
De voormalig Stadsregio Rotterdam en regio Haaglanden zijn samengegaan en gewijzigd naar Metropoolregio Rotterdam-Den Haag
De voormalig Stadsregio Rotterdam en regio Haaglanden zijn samengegaan en gewijzigd naar Metropoolregio Rotterdam-Den Haag
Recreatieschap VoornePutten en Rozenburg is aangepast vanwege het vertrek van Rotterdam (Rozenburg) uit deze regeling
en het verhogen van het welzijn en de welvaart van de inwoners.
18
van natuur en landschap in het werkgebied. Het recreatieschap gaat over het beheer, onderhoud, toezicht en handhaving van deze recreatiegebieden.
Streekarchief Voorne-Putten
Syntrophos
Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond
Koepelschap Buitenstedelijk Groen Natuur- en recreatieschap Zuidwestelijke Delta
Gewijzigd
Raad en B&W
bm F. van Oosten
Naast het voldoen aan de Archiefwet is het Streekarchief een regionaal kennis- en informatiecentrum op het gebied van lokale en regionale geschiedenis op het eiland VoornePutten.
Uitvoering geven aan de Archiefwet.
B&W
Wh. C. Hottentot
Syntrophos is een krachtenbundeling die voor de deelnemende gemeenten hogere kwaliteit levert tegen lagere kosten.
Syntrophos levert als Shared Service Center (SSC) ondersteunende diensten op het gebied van Advies, ICT en GEO-informatie.
B&W en Burgemeester
bm F. van Oosten
De VRR wil een gezaghebbend kennisen expertisecentrum zijn. Daarvoor heeft zij deskundige professionals die op een effectieve en efficiënte wijze de veiligheid bevorderen.
- Een veilige leefomgeving creëren; - Hulpverlening op maat leveren; - Een Expertisecentrum zijn voor een gezonde leefomgeving en veiligheid; - Midden in de samenleving staan.
Streekarchief VoornePutten en Rozenburg is aangepast vanwege het vertrek van Rotterdam (Rozenburg) en het Waterschap Hollandse Delta uit deze regeling
Ongewijzigd
Ongewijzigd
Opgeheven
n.v.t.
Opgeheven
n.v.t.
19
Samenwerking werk, inkomen en zorg
Opgeheven
n.v.t.
Vennootschappen en coöperaties B&W
BNG bank (NV)
wh M. Hamerslag
Ongewijzigd
n.v.t.
Dataland (BV)
Elementen Spijkenisse (BV)
Evides (NV)
Opgeheven
Dataland is opgeheven op 1 januari 2022
B&W
wh M. Hamerslag
B&W
wh M. Hamerslag
Ongewijzigd
Ongewijzigd
BNG Bank beoogt de publieke sector in staat te stellen maatschappelijke doelstellingen te realiseren tegen zo laag mogelijke kosten. Dataland beoogde de deelnemende gemeenten te ontzorgen, ondersteunen en faciliteren op het gebied van geo-, WOZ- en vastgoedinformatie, oftewel objectinformatie. Elementen Spijkenisse BV is opgericht ten behoeve van de aankoop en exploitatie van de appartementen in de Rokade. Dit is gedaan om een groot financieel nadeel voor de gemeente af te wenden. Op betrouwbare, veilige en maatschappelijke verantwoorde wijze leveren van drink- en
Verstrekken van financiering aan de gemeente Nissewaard met maatschappelijk doel.
Verkoop aan derden en deelnemers van vastgoed- en geo-informatie op basis van een intergemeentelijke samenwerking. Deze taken zijn overgenomen door het Kadaster.
Elementen Spijkenisse BV is opgericht ten behoeve van de aankoop en exploitatie van de appartementen in de Rokade. De appartementen zullen in eerste aanleg direct worden verkocht of verhuurd.
Het uitvoeren van de wettelijke taak drinkwatervoorziening voor de gemeente en het leveren
20
industrieel- water en daaraan gerelateerde producten aan particuliere en zakelijke klanten.
Reinis (NV)
B&W
wh M. Hamerslag
Reinis is een verzelfstandiging van de dienst stadsbeheer. Het doel is dat meer marktdenken de afvalverwerking goedkoper en meer servicegericht maakt.
B&W
wh M. Hamerslag
Raad en B&W
wh W. Struijk
Het op betrouwbare wijze leveren van gasen stroom aan particulieren en bedrijven binnen haar werkgebied. Voorne-Putten Werkt heeft tot doel om
Ongewijzigd
Stedin (NV)
Nieuw
Voorne-Putten Werkt (BV)
Gewijzigd
Sociaal Werkvoorzieningsschap de
van commerciële diensten m.b.t. industrieel water. De belangen van de ZuidHollandse gemeenten in het waterbedrijf Evides zijn verenigd in deze B.V. - Ten algemene nutte werkzaam te zijn op het gebied van de verwijdering van afval binnen met name het grondgebied van de gemeente Nissewaard en de daarop aansluitende regio. - Het reinigen van de openbare ruimte, evenals de buitenruimte bij bedrijven. - Te voorzien in de behoeften aan andere diensten of het verrichten van ondersteunende activiteiten op het gebied van afvalinzameling. - Het verlenen van facilitaire diensten, daaronder uitdrukkelijk begrepen het verlenen van diensten aan derden. Stedin heeft de wettelijke taak om energieleveringen te waarborgen.
Voorne-Putten Werkt is een werk- en ontwikkelbedrijf op
21
Welplaat is omgevormd tot BV Voorne-Putten Werkt
Eneco (BV)
Verkocht
Deelname in Eneco is beëindigd. Aandelen zijn verkocht in 2020
iedereen met arbeidsvermogen duurzaam naar werk toe leiden zodat zoveel mogelijk mensen naar vermogen kunnen participeren in onze maatschappij.
het eiland Voorne-Putten en het havengebied. Voorne-Putten Werkt voert de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) en Participatiewet uit voor vier gemeenten – Brielle, Hellevoetsluis, Nissewaard en Westvoorne - waarbij de gemeente Nissewaard optreedt als centrumgemeente.
n.v.t.
22
Bijlage 2 Afwegingskader
23
Bijlage 3 Termijnagenda evaluatiefase Verbonden partij
Frequentie Eerstvolgende evaluatie evaluatie in (jaar)
Toelichting
Elke 3 jaar
2023
Elke 5 jaar
2023
De huidige strategische koers loopt t/m 2023. Ter voorbereiding op de nieuwe strategische koers wordt de verbonden partij in 2023 geëvalueerd. Vanaf 2023 treedt de Omgevingswet in werking. Op basis van de Omgevingswet moet de overeenkomst (gemeenschappelijke regeling) aangepast worden.
Elke 4 jaar
2023
De huidige overeenkomst loopt t/m 2022. De GGD is bezig met het opstellen van een nieuwe GR voorstel a.g.v. een wetswijziging.
Elke 4 jaar
2023
In 2023 wordt de inkoopstrategie voor de jeugdhulp geactualiseerd. Voorgesteld wordt om de evaluatie parallel hieraan te laten lopen.
Elke 5 jaar
2027
In de Gemeenschappelijke Regeling MRDH is afgesproken dat deze regeling periodiek (vijfjaarlijks) wordt geëvalueerd. De 2e tussenevaluatie heeft begin 2022 plaatsgevonden.
Elke 5 jaar
2025
De huidige samenwerkingsovereenkomst met Staatsbosbeheer loopt voor 5 jaar, t/m 2025. Ter voorbereiding op de nieuwe overeenkomst wordt de verbonden partij in 2025 geëvalueerd.
Elke 4 jaar
2026
De evaluatie heeft voor 2022 plaatsgevonden. De verdeelsleutel en huisvesting waren daarbij belangrijke aandachtspunten.
Elke 5 jaar
2023
De huidige DVO loopt voor 5 jaar, tot 2024. Ter voorbereiding op de nieuwe overeenkomst wordt de verbonden partij in 2023 geëvalueerd.
Elke 4 jaar
2026
Elke 4 jaar wordt een nieuw beleidsplan opgesteld. In de raad van 23-2-2022 is het nieuwe beleidsplan en de nieuwe financieringssystematiek vastgesteld o.b.v. de Ontwikkelagenda.
Elke 6 jaar
2025
N.v.t. Elk jaar
N.v.t. 2023
Elke 4 jaar
2023
Elke 4 jaar
2023
Elke 3 jaar
2023
Evaluatie voorgesteld op een lage frequentie (elke 6 jaar), in verband met de beperkte invloed van de gemeente bij de BNG bank. Dataland is opgeheven op 1 januari 2022 De lening loopt af in 2028. Deze wordt op het moment jaarlijks gemonitord / geëvalueerd. Elke 3 tot 4 jaar worden nieuwe tarieven vastgesteld. Evaluatie betekent dat dit plaatsvindt voor aankondiging van de nieuwe tarieven. In 2024 loopt het DVO met Reinis af. In aanloop daarop vindt in 2023 evaluatie plaats. Elke 3 tot 4 jaar worden nieuwe tarieven vastgesteld. Evaluatie in 2023 betekent dat dit net plaatsvindt voor aankondiging van de nieuwe tarieven.
CJG Rijnmond
Dienst Centraal Milieubeheer Rijnmond
GGD Rotterdam-Rijnmond
Jeugdhulp Rijnmond
Metropoolregio Rotterdam Den Haag
Recreatieschap VoornePutten
Streekarchief Voorne-Putten
Syntrophos
Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond
BNG bank (NV) Dataland (BV) Elementen Spijkenisse (BV)
Evides (NV)
Reinis (NV)
Stedin (NV)
24
Elke 4 jaar Voorne-Putten Werkt (BV)
2026
Het koersplan liep tot 2021. Ter voorbereiding op het nieuwe plan is de verbonden partij geëvalueerd. Begin 2022 is de evaluatie naar het college en raad verzonden.
25
Bijlage 4 Algemene beginselen behoorlijk bestuur Gebaseerd op handreiking van het Rijk.
Bij besluitvorming zijn wettelijke regels en ongeschreven recht van toepassing. Het ongeschreven recht zijn de Algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Hierbij onderscheidt men beginselen voor: • Het proces van voorbereiding en besluitvorming: o Zorgvuldige voorbereiding o Fair-play beginsel o Verbod van détournement de procedure • Motivering en inrichting van besluiten: o Draagkrachtige en kenbare motivering o Rechtszekerheid • Inhoud van besluiten: o Rechtszekerheid- en vertrouwensbeginsel o Gelijkheidsbeginsel o Verbod van misbruik van bevoegdheid o Materiële zorgvuldigheid o Evenredigheidsbeginsel (willekeurverbod) Zorgvuldige voorbereiding Bij de voorbereiding van een besluit moet het bevoegd gezag alle relevante factoren en omstandigheden opsporen. Deze moeten allemaal meespelen bij het nemen van de beslissing. Het bevoegd gezag moet de feiten en de belangen weten (art. 3:2 Awb). Nadat het bevoegd gezag alle feiten en belangen kent weegt ze de rechtstreeks bij het besluit betrokken belangen af (art. 3.4, lid 1 Awb). Fair play beginsel (verbod op vooringenomenheid) Het bevoegd gezag besluit zonder vooringenomenheid of partijdigheid (art. 2.4 Awb). Verbod op détournement de procedure Het bevoegd gezag mag geen besluit nemen met een procedure die niet voor dit besluit bestemd is. Het mag ook geen besluit nemen met gebruik van een procedure, die niet past bij het besluit.
De gebruikte procedure moet kloppen met de wet. Motiveringsbeginsel Een besluit rust op een draagkrachtige motivering. De motivering moet het besluit dragen en moet het besluit kunnen verklaren. De feiten moeten kloppen en de motivering moet logisch en begrijpelijk zijn (art. 3.47 Awb). Rechtszekerheidsbeginsel Dit beschermt de burger tegen onzekerheid en tegen willekeur van de kant van de overheid. Iemands rechtspositie moet voldoende veilig zijn. Op onverwachte, onberekenbare, wijze aantasten van iemands rechtspositie mag niet. Dit betekent vooral dat het bevoegd gezag het geldende recht toepast. Een bestuursorgaan mag besluiten niet met terugwerkende kracht wijzigen ten nadele van de betrokken burger. De wetgever mag geen wetten met terugwerkende kracht vaststellen.
26
Vertrouwensbeginsel Het vertrouwensbeginsel verlangt dat bestuursorganen gewekt vertrouwen niet mag beschamen. Ambtenaren kunnen door wat ze zeggen of doen verwachtingen wekken. Die verwachtingen moet de overheid daarna waar maken. Het vertrouwen moet wel gerechtvaardigd zijn. Gelijkheidsbeginsel Gelijke gevallen worden gelijk behandeld en ongelijke gevallen ongelijk naar de mate waarin zij verschillen (art. 1 Grondwet). Verbod van misbruik van bevoegdheid Een bestuursorgaan mag een bevoegdheid alleen gebruiken voor het doel waarvoor ze de bevoegdheid kreeg van de wetgever. De overheid gebruikt haar bevoegdheden alleen voor het algemeen belang (dus niet vanwege persoonlijke motieven) en binnen het algemeen belang alleen voor die specifieke doeleinden die de wetgever voor ogen heeft gehad (art. 3.3 Awb). Materiële zorgvuldigheid Overheidsmaatregelen mogen zo min mogelijk schade veroorzaken. Het is soms onvermijdelijk dat belangen van individuen schade ondervinden door maatregelen voor het algemeen belang. Het bestuursorgaan moet alle relevante factoren in de besluitvorming betrekken. Evenredigheidsbeginsel Dit beginsel kijkt naar de gevolgen van een besluit. Uit een besluit kunnen lasten voortvloeien. Deze mogen niet onevenredig zwaar zijn in vergelijking met het belang dat het besluit dient. De verhouding tussen het effect en het middel moet in balans zijn (art. 3:4 lid 2 Awb).
27
Bijlage 5 Wettelijk kader De belangrijkste wettelijke kaders bij samenwerking met verbonden partijen zijn: • de Gemeentewet (GW); • het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV); • de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr); • het Burgerlijk wetboek (Boek 2, rechtspersonen). De belangrijkste voorschriften vanuit deze wettelijke kaders voor verbonden partijen zijn hieronder opgenomen. Gemeentewet In principe voert de gemeente publieke taken zelf uit. Artikel 160 lid 2 van de GW schrijft voor dat het college kan besluiten tot oprichting van en deelneming in een privaatrechtelijke verbonden partij, maar alleen als dit in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang. Voor het college tot een dergelijk besluit overgaat, stuurt zij de raad een ontwerpbesluit toe. De raad krijgt de gelegenheid wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen. Het college legt verantwoording over de verbonden partijen af aan de raad. De raad heeft hierbij een kaderstellende en controlerende rol. Conform artikel 212 van de Gemeentewet heeft de gemeente Nissewaard een Financiële verordening vastgelegd waarin is opgenomen hoe de financiële organisatie is ingericht en op welke wijze het financieel beheer wordt gecontroleerd.
In artikel 22 van deze verordening zijn de voorschriften vanuit het BBV voor de paragraaf verbonden partijen opgenomen. BBV: voorschriften paragraaf verbonden partijen Artikel 9 van het BBV bepaalt dat de begroting van de gemeente een paragraaf verbonden partijen bevat. Artikel 15 van het BBV vermeldt welke informatie in deze paragraaf ten minste moet worden opgenomen: 1. de visie op en de beleidsvoornemens omtrent verbonden partijen; 2. de lijst van verbonden partijen. De indeling is als volgt: • Gemeenschappelijke regelingen; • Vennootschappen en coöperaties; • Stichtingen en verenigingen; • Overige verbonden partijen. In de lijst van verbonden partijen wordt ten minste opgenomen: a. de wijze waarop de gemeente een belang heeft in de verbonden partij en het openbaar belang dat ermee gediend wordt; b. het belang dat de gemeente in de verbonden partij heeft aan het begin en de verwachte omvang aan het einde van het begrotingsjaar; c. de verwachte omvang van het eigen vermogen en het vreemd vermogen van de verbonden partij aan het begin en aan het einde van het begrotingsjaar;
28
d. de verwachte omvang van het financiële resultaat van de verbonden partij in het begrotingsjaar; e. de eventuele risico’s van de verbonden partij voor de financiële positie van de gemeente. Het staat de raad vrij om deze indeling verder uit te breiden. In de paragraaf verbonden partijen in het jaarverslag wordt verantwoording afgelegd over hetgeen in de begroting is opgenomen (artikel 26 BBV). Daarnaast beveelt de Commissie BBV aan om een aantal additionele organisaties op te nemen in de paragraaf verbonden partijen, gezien het maatschappelijke of algemene belang en de mogelijke risico’s. Het gaat hier om organisaties waarbij formeel juridisch geen sprake is van een verbonden partij door het ontbreken van een financieel belang zoals gedefinieerd in het BBV, maar er wel sprake is van: • een structurele bekostiging in overwegende mate van (de activiteiten van) een organisatie via één of meer geldstromen (begrotingsfinanciering, subsidie en overeenkomst van opdracht); én • een bestuurlijke belang; BBV: overige voorschriften Naast de paragraaf verbonden partijen zijn er de volgende verplichtingen voor verantwoording in de begroting en jaarrekening op basis van het BBV: • •
•
Activa: ingeval er een lening of kapitaalverstrekking aan een verbonden partij plaatsvindt dan wordt deze op de balans onder de financiële vaste activa afzonderlijk opgenomen (artikel 36). Programma’s: In de programma’s van de begroting respectievelijk de jaarrekening wordt de betrokkenheid van verbonden partijen aangegeven bij beoogde (maatschappelijke) effecten (artikel 8). Taakvelden: de Commissie BBV heeft twee stellige uitspraken gedaan over het boeken op taakvelden: 1. Bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen moeten als directe lasten op de taakvelden worden geboekt. De bijdragen worden aan de lastenkant bij gemeenten en batenkant bij gemeenschappelijke regelingen verwerkt zonder afsplitsing van de overhead naar het taakveld Overhead. Aan de lastenkant bij de gemeenschappelijke regelingen vindt de afsplitsing van de Overhead op het taakveld overhead wel plaats. 2. Wanneer de gemeenschappelijke regeling overheadtaken van de gemeente uitvoert, dan wordt de bijdrage voor deze gemeentelijke overheadtaken aan de lastenkant bij gemeenten en batenkant bij gemeenschappelijke regelingen wel op het taakveld Overhead begroot en verantwoord.
Wet gemeenschappelijke regelingen: voorschriften bij publiekrechtelijke verbonden partijen De Wgr richt zich op de samenwerking tussen decentrale overheden (gemeenten, provincies en waterschappen) onderling. Bij gemeenschappelijke regelingen gaat het vaak om primaire gemeentelijke taken met een uitvoerend karakter. Intergemeentelijke samenwerking op basis van de Wgr is een vorm van verlengd lokaal bestuur, waarbij de vrijwilligheid van de samenwerking voorop staat.
29
In artikel 1 van de Wgr is opgenomen dat de raden, de colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters van twee of meer gemeenten afzonderlijk of tezamen een gemeenschappelijke regeling kunnen treffen ter behartiging van een of meer bepaalde belangen van die gemeenten. In de praktijk komt een separate raadsregeling of een burgemeestersregeling niet vaak voor en wordt een gemeenschappelijke regeling over het algemeen getroffen door het college. Voor het college of de burgemeester overgaat tot het treffen van een regeling, dient de raad toestemming te geven. De Wgr beschrijft in artikel 8 de diverse verschijningsvormen. Dit zijn: een openbaar lichaam, een gemeenschappelijk orgaan, een bedrijfsvoeringorganisatie en een centrumgemeente. In artikel 34b van de Wgr is bepaald dat het dagelijks bestuur van een publiekrechtelijke verbonden partij voor 15 april de begroting met de algemene financiële en beleidsmatige kaders voor het daaropvolgende jaar en de voorlopige jaarrekening aan de raden van de deelnemende gemeenten zendt. De raad kan vervolgens bij het dagelijks bestuur haar zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden (artikel 35 Wgr).
Het algemeen bestuur van de verbonden partij stelt de begroting en de jaarrekening vast, met inachtneming van de eventuele zienswijze. De rol die de gemeenteraad ten aanzien van die begrotingen heeft, is daarmee beperkt. De definitieve begroting moet voor 1 augustus van het voorafgaande jaar worden ingediend bij de Gedeputeerde Staten. Voor de jaarrekening geldt dat deze voor 15 juli op het daaropvolgende jaar moet worden ingediend (artikel 47 Wgr). Artikel 27 van de Wgr bepaalt daarnaast dat de gemeente een register bijhoudt van de regelingen waaraan zij deelneemt. In het register wordt in ieder geval vermeld: a. de deelnemers b. de wettelijke voorschriften waardoor de bevoegdheden van het samenwerkingsverband worden beheerst c. de bevoegdheden die bij de regeling dan wel, met toepassing van artikel 10, tweede lid tweede volzin, krachtens de regeling zijn overgedragen d. het adres en de plaats van vestiging e. of een openbaar lichaam, een bedrijfsvoeringsorganisatie of een gemeenschappelijk orgaan is ingesteld. Burgerlijk Wetboek: voorschriften bij privaatrechtelijke verbonden partijen Als de gemeente kiest voor samenwerking in een privaatrechtelijke vorm, zoals in een stichting, BV of NV, is het Burgerlijk Wetboek van toepassing.