Nota van Toelichting Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers; artikel 3
Tekst van het document
22.R.00166 Artikel 3.1.1 Vergoeding voor de werkzaamheden Vanaf de dag van beëdiging hebben de raadsleden recht op de vergoedingen die verbonden zijn aan hun functie. Wat betreft de vergoeding voor de werkzaamheden is dit geregeld in artikel 3.1.1, eerste lid; voor de onkostenvergoeding in artikel 3.1.6 eerste lid. De vergoeding voor de werkzaamheden van een raadslid is een vast bedrag per maand, maar de hoogte daarvan hangt af van de inwonersklasse waarin de desbetreffende gemeente is ingedeeld of geplaatst (zie hiervoor de toelichting op de artikelen 3.2 tot en met 3.4). Voor zover iemand slechts voor een deel van een maand raadslid is, ontvangt hij de vergoeding voor de werkzaamheden voor die maand naar rato van de duur van het raadlidmaatschap in die maand. De bedragen worden geïndexeerd. Zij worden jaarlijks per 1 januari bij ministeriële regeling gewijzigd aan de hand van het indexcijfer Cao-lonen overheid, dat door het CBS is vastgesteld voor de maand september van het tweede voorgaande kalenderjaar. Deze indexatiewijze is nader toegelicht in het algemeen deel van deze nota van toelichting. De gemeenteraad kan op grond van het vierde lid1 van artikel 3.1.1 bij verordening bepalen dat een deel van de vergoeding voor de werkzaamheden wordt uitbetaald als presentiegeld. Het gaat om maximaal 20% van de vergoeding.
In een dergelijke verordening mag geen onderscheid worden gemaakt tussen de raadsleden: een presentievergoeding geldt dan voor alle raadsleden. Deze bepaling kan bijvoorbeeld worden benut bij spookleden. Spookleden zijn volksvertegenwoordigers die wel zijn gekozen, maar die niet of nauwelijks aanwezig zijn bij de vergaderingen of activiteiten van de desbetreffende gemeenteraad.
1
Kennelijke misdruk, moet vijfde lid zijn….
1