CConstaterende datNissewaard
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota van beantwoording zienswijzen J.M. den Uyllaan

Gemeenteraad 2 juni 2021, gemeente NissewaardBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan J.M. den Uyllaan3.082 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bestemmingsplan J.M. den Uyllaan Nota van beantwoording zienswijzen

April 2021

1

1. Inleiding Het ontwerpbestemmingsplan ‘J.M. den Uyllaan’ heeft van 21 januari tot en met 3 maart 2021 ter inzage gelegen. Binnen deze periode is 1 zienswijze ontvangen. Deze zienswijze is tijdig ingediend. Buiten de termijn is 1 zienswijze ontvangen. Op deze zienswijzen zal in deze nota van beantwoording worden ingegaan. De zienswijzen zullen eerst worden samengevat en daarna worden beantwoord. Ook is aangegeven of de zienswijze heeft geleid tot aanpassing van het plan.

2

2. Zienswijze 1 Samenvatting zienswijzen 1. Het bestemmingsplan maakt inbreuk op het woon- en leefklimaat, die verder gaat dan wat men in een stedelijk gebied mag verwachten, onder meer vanwege het verlies van uitzicht en groen; 2. In het plan is onvoldoende rekening gehouden met de molenbiotoop. De toegestane bouwhoogte beperkt de windvang van de molen, waardoor moet worden uitgegaan van een lagere bouwhoogte dan op de verbeelding is aangegeven. 3. De binnenplanse afwijkingsmogelijkheid van 10% is in strijd met de hoogtebeperkingen gelet op de ligging van een deel van het plangebied in de molenbiotoop omdat deze de hoogte die maximaal is toegestaan, gelet op artikel 11, mogelijk kan overschrijden; 4. De kans is aannemelijk dat er een overloop gaat plaatsvinden vanuit het plangebied Kolkplein. Harde verankering van parkeren op eigen terrein heeft niet plaats gevonden. Er wordt verwezen naar de kencijfers van de CROW en onduidelijk is of van de ‘parkeernormering Nissewaard’ uit gegaan moet worden. Opgemerkt wordt dat deze niet gepubliceerd zijn; 5. De bouwhoogte die het bestemmingsplan toestaat, is hoger dan hetgeen in de omgeving is toegestaan. Daardoor wordt er geen aansluiting gezocht bij de omliggende bebouwing. Hetgeen vanuit stedenbouwkundige optiek een ruwe en niet gelijke overgang oplevert van laag- naar hoogbouw. 6.

Reclamanten vrezen dat het geluid van verkeer zal weerklinken als gevolg van hetgeen het bestemmingsplan mogelijk maakt. Beantwoording Ad 1. Woon- en leefklimaat Het bestemmingsplan maakt tegenover de woning van reclamanten (daar waar nu de bestemmingen Groen en Water gelden) bebouwing mogelijk ten behoeve van maximaal 72 (gestapelde) woningen. De maximaal toegestane bouwhoogte varieert van 24 meter tot 30 meter hoogte. Gelet hierop zal het uitzicht van reclamanten door de toegestane bebouwing in enige mate worden aangetast. In dit kader wordt opgemerkt dat er geen recht bestaat op een blijvend vrij uitzicht. Daarbij is verder van belang dat aan een geldend plan in het algemeen geen blijvende rechten kunnen worden ontleend en dat de ontwikkeling is gelegen in stedelijk gebied. De afstand van de woning van reclamanten en de ontwikkeling bedraagt ongeveer 56,9 meter, waarbij geldt dat het uitzicht van reclamanten, zeker naar het zuidoosten en noordwesten voor het grootste deel behouden blijft. In dit kader is voorts van belang dat het appartementencomplex niet recht tegenover de woning van reclamanten is geprojecteerd, maar schuin, waardoor reclamanten in elk geval nog langs de bebouwing die het plan mogelijk maakt, kunnen kijken. De vermindering van uitzicht is – mede gelet op het vorenstaande – niet dusdanig groot dat deze onaanvaardbaar is.

Verder is het juist dat door de komst van het appartementencomplex groen verloren gaat, waardoor niet valt uit te sluiten dat het woon- en leefklimaat van reclamanten door het bestemmingsplan enigszins zal worden beïnvloed. Echter, niet al het groen zal verloren gaan, zo wordt de waterpartij vergroot ten opzichte van de bestaande situatie en blijft een strook groen aan de andere zijde van het plangebied behouden. Het appartementencomplex zal verder worden ingepast in de omgeving, waarbij ook aandacht zal worden besteed aan de inrichting van het omliggende (openbare) gebied, waaronder kwalitatief groen (zie pagina 10 van de toelichting).

3

Daar komt bij dat het de bedoeling is dat het profiel van de Dr. J.M. den Uyllaan na realisatie van dit project een veel groener karakter krijgt door laanbeplanting dan nu het geval is. Ook voet- en fietspaden krijgen hierdoor meer ruimtelijke kwaliteit en beleving op ooghoogte. Er komt verder meer groen bij in de vorm van laanbeplanting op de aangrenzende hoofdwegen. Daar is voldoende ruimte voor en dit is ook zichtbaar gemaakt in het ontwerp. Voor zover reclamanten verwijzen naar de Woonvisie ‘Nissewaard woont’ wordt opgemerkt dat thans de Woonvisie Nissewaard 2020-2030” geldt, die op 23 september 2020 door de gemeenteraad is vastgesteld. Uit deze Woonvisie volgt niet dat het bestaande groen in stand moet worden gehouden, wel dat er zoveel mogelijk aandacht is voor groene woonmilieus bij nieuwbouw. Daarbij wordt overigens opgemerkt dat het beperkt verloren gaan van groen in dit geval ook gerechtvaardigd is, doordat het bestemmingsplan woningen mogelijk maakt en er een grote behoefte is aan woningen, gelet op het bestaande woningtekort. Door het gedeeltelijk verloren gaan van groen wordt het woon- en leefklimaat van reclamanten derhalve niet dusdanig aangetast dat hieraan een doorslaggevend belang moet worden toegekend. Gelet op het vorenstaande geeft dit onderdeel van de zienswijze geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan. Ad 2.

Molenbiotoop Het plangebied is gesitueerd nabij de molen “Nooitgedacht”. Rond deze molen ligt een molenbiotoop. Ingevolge artikel 6.25 van de Omgevingsverordening Zuid Holland moet een bestemmingsplan voor gronden gelegen binnen de molenbiotoop garanderen dat in voldoende mate de vrije windvang op de molen voldoet aan de eisen zoals opgenomen in de Omgevingsverordening. Een klein deel van het plangebied is inderdaad gelegen in de molenbiotoop. Gelet op het vorenstaande is aan een gedeelte van de grond de gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone – molenbiotoop’ toegekend. Nu sprake is van een molenbiotoop dient rekening gehouden te worden met de hoogtebeperkingen die gelden voor bebouwing. De maximale hoogte van bebouwing mag gelet daarop niet meer dan 1/30ste van de afstand tussen het bouwwerk en het middelpunt van de molen, gerekend met de hoogtemaat van de onderste punt van de verticaal staande wiek bedragen. De molenbiotoop met de bijbehorende hoogtematen t.o.v. van NAP (Figuur 4.5) zijn weergegeven in de toelichting in paragraaf 4.12. Het maaiveld rond de molen ‘Nooitgedacht’ ligt op ca. 3,28 meter + NAP (in het veld gemeten). Het onderste punt van de verticaal staande wiek ligt op 15,63 meter + NAP (in het veld gemeten). Zekerheidshalve wordt echter 15,5 meter + NAP als uitgangspunt aangehouden. De afstand tussen het bouwwerk en het middelpunt van de molen bedraagt 384,3 meter.

Reclamanten geven aan dat de toegestane bouwhoogtes de hoogtebeperkingen die gelden vanwege de molenbiotoop zouden overschrijden. Bij de argumentatie wordt echter vanuit het maaiveld geredeneerd terwijl de hoogtematen van zowel de molenbiotoop (onderste punt van de verticaal staande wiek) en de verbeelding ten opzichte van NAP zijn weergegeven. Wij onderschrijven het belang dat de hoogtebeperkingen in acht moeten worden genomen door de nieuwe bebouwing. De zienswijze is aanleiding geweest om de bouwhoogten zoals weergegeven op de verbeelding nogmaals te controleren. Er is geconstateerd dat de hoogtematen op de verbeelding een kleine overschrijding (1030 cm) betekenen t.o.v. van hetgeen is toegestaan gelet op de ligging in de molenbiotoop. De verbeelding is daarom aangepast zodat deze thans in overeenstemming is met de geldende hoogtebeperkingen.

4

Dit onderdeel geeft aanleiding om paragraaf 4.12 van de toelichting, artikel 11.1 van de planregels en de maximaal toegestane bouwhoogte op de verbeelding aan te passen. Ad 3. Binnenplanse afwijkingsmogelijkheid. Artikel 12 onder a bevat een afwijkingsmogelijkheid waarbij – onder voorwaarden tot niet meer dan 10% van de in de regels gegeven maten, grenzen, afmetingen en percentages kan worden afgeweken. Reclamanten vrezen dat dit zou kunnen leiden tot overschrijding van de toegestane hoogtebeperkingen. Als er een afwijking overeenkomstig de binnenplanse afwijkingsmogelijkheid wordt aangevraagd, zal echter ook moeten blijven worden voldaan aan de regels in verband met de ligging binnen de molenbiotoop zoals neergelegd in artikel 11. Voor de duidelijkheid is dit thans ook opgenomen in deze planregel. Er bestaat dan ook geen vrees dat dit kan leiden tot overschrijding van de toegestane hoogtebeperkingen. Dit onderdeel geeft aanleiding om de planregel te verduidelijken en aan te passen. Ad 4. Parkeren Uit het onderzoek naar parkeren en verkeer,dat ten grondslag ligt aan het bestemmingsplan, blijkt dat de totale parkeervraag – rekening houdend met dubbelgebruik – 107 parkeerplaatsen bedraagt op het maatgevende moment (zaterdagavond).

Er zijn in totaal 113 parkeerplaatsen beschikbaar, waarvan 76 parkeerplaatsen op eigen terrein ten behoeve van de bewoners, zodat er geen sprake kan zijn van parkeeroverlast als gevolg van de ontwikkeling. In dit kader wordt nog opgemerkt dat alle bewoners minimaal één vaste parkeerplaats op eigen terrein krijgen. Overigens is het beleid van de gemeente dat de bewoners van het nieuwe appartementencomplex niet in aanmerking komen voor een parkeervergunning voor parkeren op straat. De openbare parkeerplaatsen (buiten het plangebied) zijn met name bedoeld voor bezoekers. Bewoners van het nieuwe appartementencomplex kunnen hier betaald parkeren. Indien geen rekening zou worden gehouden met de openbare parkeerplaatsen voor bewoners (en de parkeerbehoefte wordt bepaald zonder dubbelgebruik), zou er sprake zijn van een parkeertekort van 13 parkeerplaatsen. In dit kader wordt opgemerkt dat in artikel 6.4 van de planregels ten aanzien van parkeren een nieuwe bepaling zal worden opgenomen, waardoor beter is geborgd dat daadwerkelijk moet worden voldaan aan de parkeerbehoefte die het bouwplan met zich brengt. Hoewel de parkeerbehoefte van dit bestemmingsplan grotendeels wordt opgevangen binnen het plangebied (en op eigen terrein), is dit geen vereiste. Eenzelfde planregel is overigens opgenomen in het bestemmingsplan “Kolkplein”.

In de benodigde parkeerbehoefte die de ontwikkeling met zich brengt wordt voorzien door gebruik te maken van parkeerplaatsen in de Kolkplein parkeergarage. Ingevolge de nieuwe planregel moet worden aangetoond dat deze parkeerplaatsen beschikbaar zijn ten behoeve van de (toekomstige) bewoners c.q. gebruikers van het bouwwerk. Voor deze ontwikkeling zal daarvan gebruik moeten worden gemaakt omdat bewoners geen parkeervergunning kunnen krijgen. In de Kolkplein parkeergarage zijn voldoende parkeerplaatsen aanwezig, zodat deze 13 parkeerplaatsen in de Kolkplein parkeergarage kunnen worden opgevangen. Hiertoe zal de ontwikkelaar met de gemeente een overeenkomst sluiten waaruit blijkt dat deze 13 parkeerplaatsen worden gereserveerd. Gelet hierop wordt in de parkeerbehoefte die het bouwplan met zich brengt voorzien en is dit ook voldoende in de planregels geborgd en zal geen sprake zijn van parkeeroverlast als gevolg van de ontwikkeling. Nu in de planregels van het bestemmingsplan Kolkplein eenzelfde regeling is opgenomen, hoeven reclamanten niet te vrezen dat er overloop zal plaatsvinden vanuit het Kolkplein naar het plangebied van dit bestemmingsplan.

5

Overigens is de nota parkeernormering inderdaad niet gepubliceerd en bekendgemaakt. De toepassing van deze parkeernormering vormt evenwel een bestendige gedragslijn en hierin is bepaald dat voor het parkeren binnen nieuwbouwontwikkelingen de meest actuele CROW - parkeerkencijfers aangehouden moeten worden. In het parkeeronderzoek dat ten grondslag ligt aan het bestemmingsplan, is derhalve getoetst aan de meest actuele versie van de CROWparkeerkencijfers (publicatie 381). De CROW parkeerkencijfers (publicatie 381) vormen derhalve het uitgangspunt voor het bepalen van de parkeerbehoefte en naar deze normen wordt dan ook verwezen in de planregel ten aanzien van parkeren (artikel 6.4). Tot slot wordt opgemerkt dat het langparkeerterrein aan de Van Houtenstraat verdwijnt om op deze locatie woningen te kunnen ontwikkelen. Hierdoor verdwijnen in totaal 68 parkeerplaatsen. De overige langparkeerterreinen rondom het centrum van Spijkenisse hebben echter – mede gelet op de bezetting van het langparkeerterrein aan de Van Houtenstraat – voldoende restcapaciteit om de auto’s (langparkeerder met vergunning) die daar nu geparkeerd staan op te vangen. Dit onderdeel geeft aanleiding om de paragrafen 2.3 (mobiliteitsagenda 2020+) en 4.2 (parkeren) van de toelichting en artikel 6.4 van de regels aan te passen. Ad 5.

Hoogte Anders dan reclamanten stellen, is een bouwhoogte oplopend van 24 tot 30 meter op deze locatie passend in de omgeving en vanuit stedenbouwkundig oogpunt aanvaardbaar. Dit wordt als volgt toegelicht. De bebouwingshoogte is bepaald door enerzijds aan te sluiten op de bestaande bebouwing van de Dr. J.M. den Uyllaan te weten het CityPlaza en Multatuliehuis en anderzijds de wens om een markant punt toe te voegen op het entreepunt langs de Schenkelweg naar het nieuwe centrum van Spijkenisse. De Schenkelweg is onderdeel van de hoofdverkeersstructuur van Spijkenisse en wordt onder meer benadrukt door het weidse profiel met meerdere bomenrijen en de relatief grote volumes van het theatergebouw, de parkeergarage maar ook de molen Nooitgedacht. Een wat groter bouwvolume, dat aansluit bij theater en parkeergarage is planuitgangspunt en markeert het noordoostelijk entreepunt naar het nieuwe stadshart van Spijkenisse. De bebouwingshoogte wordt trapsgewijs opgebouwd naar de Schenkelweg waarbij gelijktijdig veel aandacht is voor de belevingswaarde op ooghoogte. Dit door zorgvuldige uitwerking van details zoals aandacht voor hoekoplossingen, differentiatie in volume, positionering balkons en verschillende metselwerkverbanden, entrees en verblijfsruimten in aansluiting op het openbaar gebied. Op deze wijze wordt er zorggedragen voor een aantrekkelijk verblijfsgebied.

De toegestane bouwhoogten zijn derhalve ook vanuit stedenbouwkundig oogpunt bezien gerechtvaardigd. Dit onderdeel geeft geen aanleiding om het plan aan te passen. Ad 6. Geluid Naar aanleiding van de zorg van reclamanten dat het geluid van verkeer zal ‘weerklinken’ als gevolg van het appartementencomplex wordt opgemerkt dat een berekening is gemaakt om het reflectiegeluid te berekenen. Uit deze berekening volgt dat er sprake is van een zeer geringe toename van de geluidsbelasting van 0,1 dB. Een dergelijke zeer geringe verandering van de geluidsbelasting is voor het menselijk oor niet waarneembaar, zodat reclamanten niet hoeven te vrezen voor geluidsoverlast (bijlage 1). Dit

onderdeel

geeft

geen

aanleiding

om

het

plan

aan

te

passen. 6

Zienswijze 2 Samenvatting zienswijzen 1. Het bestemmingsplan maakt inbreuk op het woon- en leefklimaat; Reclamanten vrezen hinder te ondervinden als gevolg van schaduwwerking, belemmering van privacy als gevolg van inkijk, geluid en windhinder; 2. Reclamanten vrezen dat het plan leidt tot parkeeroverlast; 3. Reclamanten vrezen voor waardvermindering van de woning. Tijdigheid zienswijze Reclamanten hebben aangegeven dat zij tijdig een zienswijze aangetekend hebben verstuurd aan de gemeente. Het aangetekend schrijven van reclamanten is echter door PostNL zoek geraakt en gelet daarop nimmer aangeboden aan de gemeente. Vervolgens hebben reclamanten buiten de termijn en per e-mail de zienswijze alsnog toegestuurd aan de gemeente. Nu de zienswijze niet binnen de termijn door de gemeente is ontvangen of aan haar is aangeboden, zijn reclamanten niet- ontvankelijk. Hoewel reclamanten niet ontvankelijk zijn, wordt in hierna volgende kort ingegaan op de naar voren gebrachte zienswijzen. Beantwoording Ad 1. Woon- en leefklimaat Het bestemmingsplan maakt bebouwing mogelijk ten behoeve van maximaal 72 (gestapelde) woningen. De maximaal toegestane bouwhoogte varieert van 24 meter tot 30 meter hoogte. Gelet op de ligging van de woning van reclamanten zal het uitzicht van reclamanten door de toegestane bebouwing niet worden aangetast.

Daarbij is verder van belang dat aan een geldend plan in het algemeen geen blijvende rechten kunnen worden ontleend en dat de ontwikkeling is gelegen in stedelijk gebied. Naar aanleiding van de zienswijze is de geluidreflectie berekend ter plaatse van onder meer de woning van reclamanten als gevolg van de beoogde nieuwbouw. Hieruit blijkt dat de nieuwbouw zal leiden tot een verlaging van de geluidsbelasting op de noordgevel van de woning van reclamanten van afgerond 0.7 dB en aan de zuidgevel leidt tot een significante geluidsreductie van 2 dB (zie bijlage 1). Voor een toename van geluidsoverlast hoeft derhalve niet te worden gevreesd. Wat betreft de vrees voor inkijk en gevolgen voor de privacy wordt opgemerkt dat, gelet op de afstand van de bebouwing en de ligging van de woning van reclamanten er geen zicht vanaf het gebouw in de woning van reclamanten mogelijk is. Hoogstens kan sprake zijn van privacy vermindering door inkijk in de tuin. De inkijk in de tuin vanaf de bebouwing is echter vrijwel niet mogelijk althans zeer beperkt. Gelet op de stedelijke omgeving, is mogelijke zicht vanuit de nieuwe bebouwing in de tuin van reclamanten aanvaardbaar. (zie bijlage 2) Windonderzoek wordt in beginsel gedaan bij gebouwen van meer dan 30 meter hoog. Dit laat onverlet dat dit aspect wel is beoordeeld.

Uit deze beoordeling blijkt dat er geen significante windhinder zal ontstaan als gevolg van het bouwplan ter plaatse van de woning van reclamanten, mede gelet op de afstand van de woning tot de bebouwing en de voornaamste windrichting in Nederland (zuidwesten wind). Bij deze windrichting is er geen interactie tussen de stroming ter plaatse van de woning van reclamanten en de bebouwing die mogelijk wordt gemaakt in dit bestemmingsplan. 7

Met betrekking tot de bezonning wordt het volgende opgemerkt. Uit de bezonningsstudie die is opgesteld blijkt dat de bebouwing niet zorgt voor schaduwhinder op de woning van reclamanten (bijlage 3). Ad 2. Parkeeroverlast Voor de reactie omtrent parkeren wordt kortheidshalve verwezen naar het gestelde onder punt 4 Van de zienswijze onder 1. Nu een omgevingsvergunning gelet op artikel 6.4 pas kan worden verleend als bij de aanvraag wordt aangetoond dat in de parkeerbehoefte conform de geldende parkeernormen wordt voorzien, hoeven reclamanten niet te vrezen voor parkeeroverlast als gevolg van de ontwikkeling. Ad 3. Waardevermindering van de woning Met betrekking tot de mogelijke waardevermindering van de woning van reclamanten wordt opgemerkt dat indien reclamanten van mening zijn dat sprake is van waardevermindering van hun woning die het normaal maatschappelijk risico overstijgt, zij een verzoek om tegemoetkoming in de planschade kunnen indienen nadat het bestemmingsplan onherroepelijk is geworden. Voor zover al sprake zou kunnen zijn van een eventuele waardevermindering zal deze niet zodanig zijn, dat hieraan een groter gewicht moet worden toegekend dan aan het algemeen belang dat is gediend met het bestemmingsplan, namelijk het toevoegen van woningen. Deze zienswijze geeft geen aanleiding om het plan aan te passen.

8

3. Conclusie 3.1 De zienswijze geeft aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. Naar aanleiding van de zienswijze zijn de volgende aanpassingen doorgevoerd: Wijzigingen in de toelichting: - paragraaf 4.12 (Molenbiotoop) is verduidelijkt en aangevuld; - paragraaf 2.3 (mobiliteitsagenda 2020+) is verduidelijkt; - paragraaf 4.2 (Parkeren) is verduidelijkt. Wijzigingen in de Regels: - Artikel 6.4 (nieuwe planregel parkeren); - Artikel 11.1 (molenbiotoop); - Artikel 12.1 onder a (verduidelijkt dat afwijking niet mag leiden tot overschrijding toegestane hoogte gelet op de ligging molenbiotoop). Wijzigingen op de Verbeelding: - de maximale bouwhoogte is aangepast van 28,6 meter naar 28,3 meter. 3.2 Ambtshalve is nog besloten om de volgende aanpassingen door te voeren Wijzigingen in de toelichting: - Pagina 13 en 14 van de plantoelichting zijn aangepast, nu inmiddels een nieuwe woonvisie is vastgesteld. Wijzigingen in de Regels: - Artikel 3, 4, 5 (toegevoegd: balkons ten dienste van de bestemming “wonen – 3” zijn ook qua gebruik toegestaan en de diepte wordt gemeten vanuit de gevel) - Artikel 6.2.1 is verduidelijkt - Artikel 10 (wijziging nummering van 7.1 naar 10.1).

Bijlagen: Bijlage 1: Notitie geluidsreflectie bestaande woningen d.d. 12 april 2021 Bijlage 2: Impressie uitzicht vanuit ontwikkeling d.d. 7 april 2021 Bijlage 3: Bezonningsstudie Kolkplein en blok 45 ongedateerd

9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10100705/6