Nota van beantwoording wensen en bedenkingen RES Rotterdam - Den Haag
Tekst van het document
mening dat: • De gemeente Hellevoetsluis zich maximaal moet inspannen om alle geschikte daken en locaties in te zetten voor zonnepanelen, Verzoekt het college om: • Door middel van een planmatige aanpak beheerders van bedrijven (w.o. glastuinbouw), kantoren, maatschappelijke instellingen w.o.. schoolgebouwen) en appartementencomplexen (m.n. wooncorporaties een VvE’s) te motiveren en aan te zetten om hun daken, waar geschikt, maximaal in te zetten voor het plaatsen van zonnepanelen, • De procedures voor het verkrijgen van vergunningen voor het plaatsen van zonnepanelen zo veel mogelijk te vereenvoudigen, en • E.e.a. vast te leggen in een werkprogramma,
12
Antwoord
Verwijzing RES 1.0
De 'Roadmap Next Economy' heeft terecht de energietransitie neergezet als een van de belangrijke Paragraaf 2.1, en economische factoren voor de regio. Dit document heeft in 2017 mede de basis gelegd voor de ontwikkeling uitgangspuntennotitie die er in de regio is geweest om in samenwerking op de energietransitie inzet te plegen. Dit heeft o.a. begin Concept RES via: 2018 geleid tot de uitgangspunten waarop samenwerking verder vorm kon krijgen. Deze zijn nog altijd de basis https://www.resrotterd onder het RES-proces. amdenhaag.nl/proces/ documenten/ (bijlagen Concept RES) Dank voor de input. We nemen leesbaarheid en aantrekkelijkheid mee bij het schrijven en het opmaken van In (opmaak) document het product RES 1.0. Ook beeldmateriaal incl. kaarten zullen gebruikt en gecontroleerd worden. Als gevolg van verweven. High res de inhoudelijke uitdaging blijft echter wel een omvangrijk en complex product met een korte samenvatting. figuren.
Antwoord bestaat uit meerdere onderdelen: 1) het benaderen van inwoners, bedrijven, maatschappelijke paragraaf 2.3, 7.1, 8.1, organisaties is volgens afspraak een aangelegenheid van de gemeenten zelf en wordt niet door de regio verder verweven in gedaan, 2) de regio ondersteunt de gemeenten met algemene kennis/communicatie op gebied van participatie hele document en adviseert verschillende participatieinstrumenten (Participatie via volksvertegenwoordigers zoals in de wensen en bedenkingen procedure is ook een voorbeeld in deze regio) , 3). de regio overlegt met gemeenten en stimuleert proces- en projectparticipatie inclusief koppelkansen o.a. door voorbeelden te delen. Ook input van Jong RES landt zo bij de gemeenten. 4) Uitvoering van burgerparticipatie is volgens afspraak buiten scope van RES R DH.
We werken toe naar zoekgebieden vanuit de draagkracht van het landschap en bieden handvatten voor uitwerking (lokaal) in gebiedsprocessen. Daarbinnen kunnen integrale afwegingen worden gemaakt. De aanpak die u voorstaat, het integraal afwegen en verbinden van (maatschappelijke) opgaven vormt een belangrijke, kwalitatieve voorwaarde voor de verdere ontwikkeling van de zoekgebieden. Dit wordt in de RES 1.0 onderschreven.
Komt op meerdere plekken terug, toelichting vooral in paragraaf 8.3. Daarnaast ook genoemd in paragraaf 2.1, 2.2, 4.1, 4.2, en 7.3.
Aquathermie is een zeer interessante bron voor lage temperatuurwarmte. In de RES 1.0 wordt er aandacht Paragraaf 1.3 - 3.1 besteed aan de rol van aquathermie in de energievoorziening. Dit soort warmte is echter niet heel geschikt om 8.2.2 - 8.5 over grote afstanden te transporteren, en is daarmee een geschikte bron voor lokale warmtenetten. Het is belangrijk dat de waterschappen mogelijkheden om van aquathermie gebruik te maken verder in beeld brengen in onderzoeken en pilotprojecten, en met de gemeenten verkennen welke kansen er zijn om gebruik te maken van aquathermie als duurzame warmtebron.
Met het zoekgebied zon op daken wordt gestreefd naar maximale benutting van geschikte daken. Daarin weerspiegelt deze wens zich ook in de RES 1.0. De aanpak die op lokaal niveau gekozen wordt is aan de gemeente. De RES ondersteunt daarin middels inzicht in de kansen die er liggen, monitoring en identificeert knelpunten daar waar de regionaal spelen. Indien passend wordt actie ondernomen om deze knelpunten onder de aandacht te brengen van b.v. andere overheden. Het doel is dat de randvoorwaarden aanwezig zijn om succesvol de lokale en regionale ambitie te kunnen realiseren.
Paragrafen 2.2, 4.2 en 8.3
Beantwoordingen wensen en bedenkingen RES Rotterdam Den Haag 11-3-2021
Nr
Organisatie
Korte formulering
Toelichting
Thema
Antwoord
123 Hellevoetsluis
Motie “onderzoek naar kernenergie”
Warmte
De mogelijkheid om te kiezen voor kernenergie is in de RES buiten beschouwing gelaten. Op dit moment is er Paragraaf 1.3 - 3.2 in Nederland geen sprake van uitbreiding van de rol van kernenergie en de discussie hieromtrent is momenteel te weinig concreet om dit als serieuze optie in de RES op te nemen. Het besluit om een kernenergiecentrale te bouwen hangt af van landelijke besluitvorming en indien hier daadwerkelijk toe wordt besloten zal de bouw zeker 10 jaar vergen, en daarmee niet in 2030 (=focus RES) gerealiseerd zijn.
124 Hellevoetsluis
Motie “geen biomassa”.
Constaterende dat: • de ontwerp Regionale Energie Strategie een tussenstand van verkenningen voor duurzame elektriciteit en warmte is; • de daadwerkelijke invulling van de Regionale Energie Strategie vorm krijgt in RES 1.0; • kernenergie in de landelijke afspraken nu niet wordt meegenomen. Overwegende dat: • kernenergie een C02-arme en constante energiebron is; • de afval van kernfusie en of thorium relatief klein is en veilig opgeslagen kan worden; • zonne-energie en windenergie geen constante energiebronnen zijn omdat deze afhankelijk van weersomstandigheden zijn; • ook In “Den Haag” stemmen opgaan om een marktverkenning te doen naar de toepassing van kernenergie in de toekomstige energiemix. Verzoekt het college om: 1. samen met de overige gemeenten in de regio Rotterdam-Den Haag een brief te sturen naar de minister van Klimaat waarin aangedrongen wordt op een onderzoek naar de mogelijke rol van kernenergie (kernfusie en/of thorium) in de energiemix; Constaterende dat: • in de Regionale energiestrategie de mogelijkheid van biomassa wordt genoemd als één van de hernieuwbare energiebronnen waarvan in de toekomst gebruik kan worden gemaakt; • in Vierpolders al een initiatief is voor de realisatie van een biomassa installatie. Overwegende dat: • het onduidelijk is of biomassa een bijdrage levert aan de C02 teruggang; • biomassa slecht is voor de luchtkwaliteit.
Verzoekt het college om: 1. een brief te sturen waarin onze bedenking wordt aangegeven tegen het toepassen van biomassa als een hernieuwbare energiebron in de RES.
Warmte
125 Hellevoetsluis
Motie “Geen energie-eiland in de Constaterende dat: Elektriciteit Haringvliet”. in de Regionale energiestrategie het Haringvliet is aangewezen als zoekgebied voor grootschalige toepassing van wind- en zonne-energie; Overwegende dat: • Haringvliet een belangrijke rol speelt voor (watersport)toerisme en recreatie voor Hellevoetsluis; • plannen zijn om het gebied in 2021 aan te wijzen tot Nationaal Park (NL Delta); • het eiland Voorne-Putten al een grote bijdrage heeft/danwel gaat leveren voor de realisatie van windturbines. • er onvoldoende draagvlak onder de bevolking bestaat voor het plaatsen van windturbines in de Haringvliet Verzoekt het college om: 1. een brief te sturen waarin onze bedenking wordt aangegeven tegen de zoeklocatie in de Haringvliet voor grootschalige wind- en zonne-energie in de RES na 2030. Motie Stabiel Elektriciteitsnet” Constaterende dat: Elektriciteit • in de Regionale Energiestrategie (RES) voor Voorne-Putten vooral gekeken wordt naar elektriciteit opgewekt uit wind en zonne-energie. Overwegende dat: • wind- en zonne-energie weersafhankelijke energie opwekt; • voor een stabiel elektriciteitsnet vraag en aanbod altijd in evenwicht moeten zijn; • bij een te hoog percentage weersafhankelijke elektriciteitsproductie de stabiliteit van het net vermindert, tenzij er voldoende (dure) reserve productiecapaciteit dan wel opslag van elektriciteit aanwezig is.
Verzoekt het college om de volgende uitgangspunten kenbaar te maken bij de regio: de stabiliteit van het elektriciteitsnet te waarborgen, door een slimme combinatie van weersafhankelijke en niet weersafhankelijke elektriciteitsproductie in combinatie met elektriciteitsopslag; • alvorens keuzes te maken goede berekeningen uit te laten voeren naar stabiliteit van het net, waarbij ook de optie van elektriciteit opslag wordt meegenomen. Motie “Samenwerking met het Overwegende dat: Warmte bedrijfsleven en industrie in de • Voorne-Putten dicht aan ligt tegen het haven en industrieel complex in de regio Rijnmond; regio” • dit kansen biedt voor een goede samenwerking met bedrijfsleven en industrie op het gebied van het leveren van energie voor de regio. Verzoekt het college om de volgende uitgangspunten kenbaar te maken bij de regio: te proberen een wisselwerking te laten ontstaan door uitwisseling van energie, bijvoorbeeld door die wordt opgewekt door de industrie, terug te leveren aan huishoudens in de regio; • onderzoek te doen naar een optimale afstemming bij levering van energie tussen het bedrijfsleven, de industrie en de inwoners; • hier goede afspraken over te maken zodat zo min mogelijk reservecapaciteit nodig is om de stabiliteit van het net te waarborgen.
In het Klimaatakkoord is vastgelegd dat Nederland zich zal inzetten om de uitstoot van broeikasgassen te Paragraaf 1.3 - 5.2 verlagen. Hiervoor dienen fossiele brandstoffen, die momenteel nog het overgrote deel van de energie leveren, vervangen te worden. In het klimaatakkoord worden verschillende alternatieve energiebronnen genoemd die een oplossing kunnen bieden. Aangezien er niet direct een volledig doeltreffende oplossing voorhanden is, zal het toekomstige energiesysteem gebruik moeten maken van verschillende alternatieve energiebronnen (en -dragers). Zowel het Nederlandse klimaatakkoord als verschillende Europese en internationale klimaatafspraken wijzen biobrandstoffen uitdrukkelijk aan als zijnde een deel van de oplossing. De Rijksoverheid werkt met een duurzaamheidskader voor de inzet van biomassa. Zij hanteren hierbij de volgende inzet: Het kabinet kiest voor een verantwoorde inzet van biogrondstoffen met een voortvarende aanpak voor tijdige afbouw van de stimulering van laagwaardige toepassingen zoals het verbranden van hout voor de opwekking van elektriciteit en warmte, met een focus op toepassing in sectoren waar op middellange termijn geen alternatieven beschikbaar zijn zoals lucht- en scheepvaart, en voor opschaling van hoogwaardige toepassingen zoals de chemie (https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2020/10/16/duurzaamheidskaderbiogrondstoffen).
Deze volgorde komt overeen met de ladder van inzet zoals opgenomen in de concept RES (deel A, P33). Hiernaast heeft het kabinet aangekondigd dat er landelijk wordt gewerkt aan strengere luchtkwaliteitseisen voor biomassacentrales in wijken. In de RES 1.0 wordt voor zover dat mogelijk is invulling gegeven aan techniekspecifieke zoekgebieden voor Komt op meerdere wind- en zonenergie. Deze aanpak is in de eerste plaats gericht op die situaties waarbij de ruimtelijke kwaliteit plekken terug, niet te zeer te lijden heeft onder de energieopwekking (draagkracht van het landschap). In tweede instantie toelichting vooral in gaat het om realiseerbaarheid in de zin van tijdsdoorloop, businesscase, netwerk en belemmeringen in b.v. paragraaf 8.3. ecologie of van juridische aard. Deze filters kunnen ertoe leiden dat voor de periode tot 2030 realisatie niet Daarnaast ook wenselijk of niet haalbaar is, maar ook het tegenovergestelde kan het geval zijn. Het realiseren van de genoemd in paragraaf regionale ambitie vraagt daarna een inspanning om daar waar nodig draagvlak te versterken en niet de opgave 2.1, 2.2, 4.1, 4.2, en 7.3. door te schuiven of aan anderen te laten. In de concept-RES is omwille van de haalbaarheid geen rekening gehouden met realisatie van windenergie in het Haringvliet voor 2030.
126 Hellevoetsluis
127 Hellevoetsluis
Onderwerp / steekwoorden
13
Verwijzing RES 1.0
In de RES zoeken we landelijk naar inpassing van duurzame vormen van energieopwekking. De decentralisatie Paragraaf 8.3 en van deze opwek, verandering van bron, de veranderende vraag naar elektriciteit etc. vragen om een paragraaf 8.5 aanpassing van de energie-infrastructuur/het energiesysteem. De impact van deze veranderingen inzichtelijk maken is onderdeel van de netimpactanalyse en de systeemanalyse. Dit wordt onderkend en wordt besproken in de RES 1.0, zei het dat de informatie op dit moment nog niet concreet genoeg is om uitspraken te kunnen doen die aansluiten bij het gevraagde detailniveau. deze vraag is een doorlopende vraag die gedurende het gehele proces tot 2030 en mogelijk verder aandacht vraagt.
Dit is onderdeel van de scenario's studie die voor de hele regio wordt uitgevoerd. Hier zal dus vanzelfsprekend Paragraaf 3 - 7.2 - 8.2 ook naar Voorne-Putten worden gekeken.
Beantwoordingen wensen en bedenkingen RES Rotterdam Den Haag 11-3-2021
Nr
Organisatie
128 Hellevoetsluis
Onderwerp / steekwoorden
Korte formulering
Toelichting
Thema
Motie “Energie moet voor iedereen betaalbaar blijven”
Overwegende dat: Algemeen • energie tot de elementaire levensbehoeften van mensen behoort; • Inwoners afhankelijk zijn van private energieaanbieders; Verzoekt het college om de volgende uitgangspunten kenbaar te maken bij de regio: • te zorgen dat alle inwoners toegang blijven4 houden c( Q tot een betaalbare leverantie van energie: • dit uitgangspunt op te nemen bij de verdere ontwikkeling van de RES in de komende periode om te voorkomen dat de specifieke aandacht voor de RES de basiswaag omtrent beschikbaarheid van energie gaat verdringen.
62
HH Delfland
De wisselwerking met de haven is onduidelijk en kwetsbaar. De concept RES lift mee op activiteiten op Warmte grond van de haven. Dat is verstandig, want daar is ruimte. Maar zijn er afspraken over gemaakt? De concept RES heeft restwarmte uit de haven nodig. Zijn er afspraken gemaakt hoelang deze beschikbaar blijft?
63
HH Delfland
Daarnaast berust de invoeding in de warmtenetten op veel geothermie. In theorie is de ondergrond van Warmte de regio daarvoor zeer geschikt. Maar in de praktijk vallen boringen vaak tegen, heeft het Staatstoezicht op de Mijnen bedenkingen omdat zij de aanpak soms niet professioneel vinden. Hoe wordt verzekerd dat de noodzakelijke omvang er ook komt?
64
HH Delfland
De concept RES maakt veel werk van ‘verhaallijnen’ in welk soort landschap welk type energie (wind, Elektriciteit zon, grootschalig, kleinschalig) het beste past. Dat is interessant. Maar initiatiefnemers hoeven zich daar niets van aan te trekken. Zij dienen een aanvraag in voor subsidie SDE++, los van de vraag of de plek waarvoor zij dat doen in de concept RES staat. Hoe verzekert c.q. bevordert de regio zich ervan dat de ‘verhaallijnen’ sporen met daadwerkelijke investeringen?
65
HH Delfland
De concept RES veronderstelt vormen van stimulans van hernieuwbare energie die nu niet specifiek Algemeen gegeven wordt. Bv kleinschalige (en dus duurdere) windmolens op boerenerven. Dat zou een interessant idee kunnen zijn, maar hoe wordt het gesprek aangegaan ervoor te zorgen dat die stimulans er ook komt.
66
HH Delfland
Algemeen
67
HH Delfland
De concept-RES lijkt zich erbij neergelegd te hebben dat burgers eigenlijk geen grootschalige windenergie meer willen en voorziet voor nieuwe projecten vrijwel alleen nog zon-PV. Dat leidt tot maatschappelijk hoge kosten: zon-PV in het westen van Nederland heeft aanzienlijk meer subsidie nodig dan windenergie, en de netten moeten er veel sterker voor verzwaard worden. Is nu echt onderzocht of dat de keuze is die burgers van de regio maken – ook als ze het kostenplaatje erbij zouden kennen? Een risico voor de RES en het draagvlak is de betaalbaarheid voor iedereen.
68
HH Delfland
Algemeen
69
HH Delfland
Heeft de regio voldoende samengewerkt met omringende regio’s? De ‘verhaallijn’ langs de A12 voor hernieuwbare energie eindigt waar de regio eindigt, maar loopt in de regio rond Gouda niet verder door. Goeree Overflakkee en de Hoeksche Waard laten hun concept RES ook afhangen van de wisselwerking met de Rotterdamse haven. Als iedereen los van elkaar veronderstelt dat het havengebied in grote mate oplossingen biedt, is dat een gok. Is er al iets meer over de contouren van de RES over de glastuinbouw in Westland en Lansingerland? Hierin kunnen wellicht interessante koppelkansen optreden.
70
HH Delfland
De waterschappen spelen een zeer kleine rol in de concept-RES. Wat kan Delfland nu daadwerkelijk doen om hier een voor anderen (burgers, bestuurders) meer zichtbare bijdrage aan te leveren?
Communicatie
14
Algemeen
Algemeen
Antwoord
Verwijzing RES 1.0
Betaalbaarheid van de transitie betreft meerdere aspecten. Het kan gaan om de transitie als geheel, de kosten Paragraaf 2.4, 8.2.3 en en daarmee ook de toegankelijkheid voor inwoners, voor bedrijven, de netbeheerder en de publieke paragraaf 8.2.4 organisatie. In de RES wordt inzicht gegeven in deze aspecten. Niet overal kan dat al even concreet, veel in de transitie die we nog voor de boeg hebben is namelijk nog onbekend. Binnen het thema Warmte vormt betaalbaarheid een van de belangrijkste waarden waarnaar is gekeken. Er wordt onderzocht welke instrumenten nodig zijn om de betaalbaarheid van de transitie te borgen. Kostenverdeling is op dit moment nog niet aan de orde. Wel wordt gekeken naar de totale maatschappelijke kosten en de verdeling over de keten, echter is dit algemeen van aard en bedoeld om een vergelijking tussen alternatieven te kunnen maken. Zie voor nadere invulling paragrafen: Voor de opwekking van elektriciteit is het grondgebied van de Haven niet meegenomen. In de Rotterdamse Paragraaf 1.3 - 3 - 5.1 haven is nu veel restwarmte aanwezig. Ondanks de overschakeling van de industrie naar duurzame bronnen zal 8.2 in de industrie veel warmte vrij blijven komen. Om zoveel mogelijk restwarmte te kunnen benutten houden we rekening met een verlaging van de temperatuur van de te leveren warmte. Hierdoor kan ook aardwarmte gekoppeld worden aan het regionale net.
We rekenen nu zekerheidshalve met conservatieve aannamen over de beschikbaarheid van restwarmte. Om goed zicht te hebben op de beschikbaarheid van restwarmte op de lange termijn wordt nu verder onderzoek gedaan. Op basis van de resultaten zullen de cijfers over de beschikbaarheid richting RES 2.0. worden geactualiseerd. Die zekerheid (van beschikbaarheid van geothermiebronnen) is er niet, wel kan je rekenen met marges en Paragraaf 8.2 rekening houden met onzekerheid. Verder werkt EBN hard aan het verkrijgen van betere inzichten (en dus het verlagen van die onzekerheid). In de RES werken we in partnerschap met EBN en InvestNL aan richtinggevende informatie voor de warmtetransitie in deze regio.
De verhaallijnen is een gekozen methodiek om te komen tot specifieke zoeklocaties. Nieuwe potentiële locaties Paragraaf 7.3 kunnen ook worden aangewezen, welke tevens in het RES proces worden meegenomen. De daadwerkelijke ontwikkeling van locaties geschiedt in reguliere beleidsprocessen, waar lokaal invulling aan gegeven wordt, en waar de verhaallijnen uit de RES als kader kunnen worden gebruikt. Dat is uiteindelijk aan de ontwikkelende gemeente. Regionaal wordt hier in ondersteund door bijvoorbeeld analysekaarten en visualisaties van mogelijke inpassingen. In de RES 1.0 kijken we naar de wijze waarop we de ambitie kunnen invullen met behulp van grootschalige Paragraaf 4.1 opwek van zon en wind. Dit is in lijn met het Klimaatakkoord. Daarnaast is in de ambitie van de regio ook de opwekking kleinschalig via zon op daken een plek gegeven. De nadere uitwerking van bijv. kleine windmolens betreft in de RES 1.0 vooral een lokale aangelegenheid. Deze is nu niet meegerekend in de ambitie en zou dus extra/vervangend kunnen zijn voor processen die nu al lopen. Bedankt voor uw aanvulling. De zoekgebieden in de concept RES zijn door gemeenten als potentiële locaties Paragraaf 4.2, aangewezen. Richting de RES 1.0 zijn deze geconcretiseerd, waarbij ook aandacht is voor betaalbaarheid, paragraaf 4.3 systeemefficiëntie en het maken van combinaties tussen bijvoorbeeld zon en wind.
Windmolens zijn daar nadrukkelijk onderdeel van en m.n. het aspect netimpact en grondgebruik spelen mee in de verdere concretisering. Daarbij is vooral de gemeente in positie om dat proces te begeleiden. De regio ondersteunt met informatie en analyse. Betaalbaarheid van de transitie betreft meerdere aspecten. Het kan gaan om de transitie als geheel, de kosten Paragraaf 2.4, 8.2.3 en voor inwoners, voor bedrijven in het bijzonder, de netbeheerder en de publieke organisatie. In de RES wordt paragraaf 8.2.4 inzicht gegeven in deze aspecten. Niet overal kan dat al even concreet, veel in de transitie die we nog voor de boeg hebben is namelijk nog onbekend. Wel wordt bij warmte onderzocht wat belangrijke instrumenten zijn om die betaalbaarheid te borgen. De aansluiting op aangrenzende regio's heeft (ruimtelijk) aandacht binnen de uitvoeringslijn elektriciteit. Zo is Paragraaf 4.3 op hoofdlijnen bekeken hoe de zoekgebieden onderling samenhangen, maar ook samenhangen met bovenregionaal beleid en, inderdaad, aangrenzende RES regio's. Tegelijkertijd zal dit punt ook in het vervolgproces aandacht vergen. Onderlinge samenwerking met soortgelijke gemeenten, waarbij ervaringen kunnen worden uitgewisseld helpt daarbij. In de RES 1.0 is hier aandacht voor. In het proces zijn relevante koppelkansen in beeld gebracht. M.n.
rond Paragraaf 7.3.3 en waterbassins van tuinders kan dit al op korte termijn worden opgepakt, wat door betrokken gemeenten wordt paragraaf 7.3.5 en vertaald in een plan van aanpak. Randvoorwaarden, zoals subsidies en juridische beperkingen zijn ook de paragraaf 8.3.3. komende tijd onderwerp van gesprek. Waterschappen spelen qua uitvoering vooral een rol op en rond eigen assets. Daarnaast is van belang dat Geen verwijzing overheden gezamenlijk optrekken in de energietransitie om daar wat passend kansen in samenhang te benutten. De rol van waterschappen in de groengas-ontwikkeling is duidelijk zichtbaar. De komende tijd kan rond aquathermie een belangrijke rol ingenomen worden in samenwerking met gemeenten waar dat kansrijk is. Vanuit communicatief perspectief is zichtbaarheid letterlijk te nemen en in te vullen door bijvoorbeeld uitingen op websites, leaflets etc. De opgenomen video bij een waterschap is een ander voorbeeld. Met alle betrokken communicatiemensen in de regio (provincie, gemeenten, waterschappen, andere maatschappelijke partijen) wordt steeds overlegd hoe gezamenlijk en individueel zichtbaarheid bevorderd/uitgevoerd kan worden. Dit staat blijvend op de agenda van de RES.
Beantwoordingen wensen en bedenkingen RES Rotterdam Den Haag 11-3-2021
Nr
Organisatie
71
HH Delfland
Onderwerp / steekwoorden warmte en elektriciteit
Korte formulering
Toelichting
Thema
Wensen:
Warmtenetten: Warmte Burgers mogen/moeten zelf coöperaties vormen om warmtenet te beheren en warmte te leveren. Klimaatakkoord. Hier op letten. Beslissingen worden genomen in gemeenten samen met burgers. Prijs warmtenet onbekend. Burgers hebben keuzevrijheid om niet mee te doen. Zie Falen warmtebedrijf Rotterdam. Maar 50.000 burgers kozen voor aansluiting terwijl warmtenet voor 400.000 aansluitingen geschikt is. En zonnepanelen op daken leveren meer zon dan zonneweides. Zon op dak: Elektriciteitsnet kosten minder. Opslag is ook nodig! ’s Nachts en in de winter. Nu kunnen we nog de tekorten opvangen met bestaande, door fossiele brandstof gevoede netten. Hoge temperatuur warmte nu nog door gebruik aardgas in productieprocessen. Kosten voor burger worden hoog, net als voor hoge temperatuur warmtenetten.
72
HH Delfland
Besparen
Inzetten op besparen van energie. Hiervoor de nodige instrumenten benutten en dit een prominente plek geven in de strategie.
Algemeen
73
HH Delfland
Inzet van warmte
De positieve gevolgen van beschikbare warmte in kaart brengen voor de inwoners. Inzetten op besparen van energie. Regionale warmte infrastructuur en een betrouwbaar warmtesysteem voor het verdelen en opslaan is noodzakelijk. Hoe ziet de taakverdeling eruit?
Warmte
Het governance vraagstuk is een belangrijk vraagstuk dat nog onvoldoende is uitgewerkt. Hier ligt deels een taak bij de rijksoverheid (o.a. door inrichten van de warmtewet en omgevingswet). Daarnaast proberen we in de RES wel inzichtelijk te maken wat er nodig is om de transitie vorm te geven. > Bespreken OT
74
HH Delfland
Zon op dak
Zijn er inspanningen van meer zon-op-dak projecten? Draagt het bij aan het vergroten van de betrokkenheid van inwoners dan is het een pre.
Elektriciteit
Voor zon-op-dak-projecten geldt tevens dat acceptatie een belangrijk goed is. Alle projecten die van onderop Paragrafen 4.2 en 8.3 en vanuit lokaal eigendom worden geïnitieerd hebben de voorkeur boven projecten die 'opgelegd' zijn. Uw standpunt wordt ook regionaal onderkend en hiermee is rekening gehouden in de uitwerking van de RES 1.0. Voor het realiseren van zon op daken is de betrokkenheid van inwoners inderdaad belangrijk: dit is primair een lokale aangelegenheid. Daarnaast wordt, bijvoorbeeld in samenwerking met de participatiecoalitie, regionale ervaring opgedaan en gedeeld om lokaal eigendom te stimuleren. Het streven van 50% lokaal eigendom zoals in het Klimaatakkoord opgenomen is door de regio geadopteerd.
75
HH Delfland
Lokaal eigenaarschap
Hoe ziet lokaal eigenaarschap er in de praktijk uit? Kiezen voor samenwerkingsverbanden waarbij maatschappelijk draagvlak gecreëerd is en inwoners kunnen profiteren van de projecten heeft voorkeur.
Algemeen
76
HH Delfland
Kwaliteit van het Landschap/de ruimte
Voor duurzame productie van elektriciteit heeft regio zelf doelen. De eigen energievraag is geen leidend Elektriciteit uitgangspunt, ruimtelijke kansen wel. Worden projecten met hoge kans op realisatie vóór 2030 echt gesteund door inwoners?
77
HH Delfland
Opslag van energie en netwerk
Welke rol spelen de netbeheerders bij energie-efficiënte? De economische impact lijkt op diverse plekken voelbaar te zijn, wanneer kan er een goede afweging komen in welke mate investeringen zich kunnen terugverdienen?
Algemeen
78
HH Delfland
Arbeidsmarkt en scholing
De kennis en ervaring op niveau brengen om energietransitie in diverse sectoren mogelijke te maken. Tevens zorgdragen dat de arbeidsmarkt de eisen voor scholing en kwalificaties in relatie tot de energietransitie aankan.
Algemeen
79
HH Delfland
Participatie en communicatie
Wat is het verhaal van Rotterdam en Den Haag? Hiervoor een gedragen visie ontwikkelen waarbij de gemeente zelf de contacten legt. Een regionale participatieplan kan draagvlak versterken. Succesvolle experimenten van inwonersparticipatie delen.
Communicatie
Wij onderschrijven dat lokaal eigendom een belangrijk middel is om draagvlak te borgen. Tevens is het streven Paragraaf 2.3, in het Klimaatakkoord 50% lokaal eigendom. Hiervoor is in de RES 1.0 dus aandacht, zie: paragraaf 8.3.4 en bron Factsheet 50% lokaal eigendom, Participatiecoalitie via https://departicipatieco alitie.nl/document/fact sheet-50-lokaaleigendom]/ Zowel de regio als gemeenten en andere stakeholders dragen verantwoordelijkheid in een vroeg stadium Paragrafen 2.3, 4.3 en inwoners actief te betrekken en daadwerkelijke participatie te realiseren. 'De regio neemt daarin een 7.3 faciliterende rol in om gemeenten te ondersteunen bij participatie en betrekken van inwoners. Draagvlak versterken vergt een inspanning die gemeenten rond bredere energiethema's als rond projecten leveren. Daarbij is draagvlak niet gelijk aan iedereen is het eens of staat er achter. Investeringen van de netbeheerders vinden uiteindelijk hun weg naar de energierekening van onze inwoners Paragraaf 7.3.5, en kunnen ook de gemeentelijke begroting gaan raken. Een van de vier afwegingscriteria in de paragraaf 7.5, elektriciteitsopgave is het efficiënt benutten van netten. Daarnaast wordt vanuit het hoofdstuk energiesysteem paragraaf 8.5 en bron nadrukkelijk gezocht naar efficiënte benutting van de infrastructuur die er al is.
Om dat belang daadwerkelijk Netimpactanalyse: RES mee te kunnen wegen maken de netbeheerders een netimpactanalyse (bijlage) en werken zij in het regio Rotterdam Den ontwikkelen van de RES en de stappen die daarna gezet moeten worden nauw samen met gemeenten en Haag – ontwikkelaas aan het beheersen en bijsturen op de kosten. Dat betekent daarmee ook een minder groot Netimpactanalyse. ruimtebeslag van bijv. aanvullende transormatorstations, kabels en (hoogspannings-) leidingen. Westland Infra, Stedin, Liander en TenneT. Netbeheer Nederland. 22 april 2020. Hartelijk dank voor uw reactie. De energietransitie is een grote opgave waar we als gehele maatschappij voor Paragraaf 2.4 staan. Het omscholen/opleiden van vakmensen/professionals in dit gebied is derhalve belangrijk, maar is niet in scope van de RES. Wel faciliteert de regio in het delen van kennis en informatie in de regio met de betrokken partijen. Het inhoudelijke verhaal wordt uitgewerkt in het algemene RES-proces, het is het resultaat van de Geen verwijzing samenwerking. Het participatieplan maakt onderscheid tussen procesbetrokkenheid en (financieel) project. In alle uitvoeringslijnen hebben de verschillende vormen en niveaus van participatie de aandacht, de uitvoering ligt bij de gemeenten. In de communicatie (ter bevordering van participatie) worden voorbeelden gedeeld door de regio ter ondersteuning van de gemeenten.
15
Antwoord
Verwijzing RES 1.0
T.a.v. de opmerkingen, puntsgewijs irt warmte: Paragraaf 1.3 - 3 - 7.4 1. de analyses richten zich nu op waar warmtenetten mogelijk zijn. De wijze van realisatie en het governance 8.2 - 8.5 - Juridisch model is daarmee nog niet vastgelegd. een coöperatief model is hiermee nog steeds mogelijk. Dit ligt bij de rapport burgers en de gemeenten. sturingsinstrumenten 2. groengas is ook methaan en wordt meegenomen in de RES. In warmte wordt gekeken naar de hele keten en publieke belangen de warmtevraag door het jaar heen. hiermee wordt er dus ook gekeken naar de invulling van de warmtevraag in piek en back up situaties, vormen van groen gas liggen hier voor de hand. 3. voor aqua thermie zie eerdere beantwoording 4. analyse van warmtebedrijf Rotterdam is te kort door de bocht, dit kan niet zo gesteld worden. Wel is het zo dat de uitrol van warmtenetten voor bestaande bouw zeer lastig is (de propositie voor de eindgebruiker is niet aantrekkelijk genoeg). in onze analyses wordt ook onderzocht welk instrumentarium (regulatorisch en financieel) nodig is om de transitie vorm te geven. Terecht wordt aangegeven dat inzetten op energiebesparing een onmisbaar onderdeel is van de aanpak van Paragraaf 2.4, de energietransitie, ook in onze regio.
In de (concept) RES wordt uitgegaan van een minimale mate van isolatie paragraaf 4.1, van gebouwen (minimaal label C); dit is gebaseerd op de eerdere analyse van de RES-partijen, welke is paragraaf 6.1 en vastgelegd in het document "Energieperspectief 2050 - Energiestrategie regio Rotterdam Den Haag", dat als paragraaf 8.2.1 bijlage bij de Concept-RES is opgenomen. In de scenario-analyses die voor het onderdeel warmte ten grondslag liggen aan de RES 1.0 is dit het uitgangspunt. Deze isolatiestap kan leiden tot ca. 27% energiebesparing. In de RES 1.0 wordt aan het belang van het onderwerp nadrukkelijk aandacht gegeven, ook voor wat betreft de nodige instrumenten. De afspraak is dat isolatie-aanpak primair een rol is van de gemeenten; in de gemeentelijke beleidsplannen, waaronder de Transitievisies Warmte wordt daaraan veelal ook invulling gegeven. Onderlinge samenwerking vindt daarbij bijv. plaats met de regionale energieloketten en de taakuitvoering van de omgevingsdiensten t.b.v. de naleving van de wettelijke verplichtingen voor energiebesparing door bedrijven. Tegelijkertijd lijkt er een behoefte om besparing steviger te verankeren binnen de RES. Voorzien is om in het traject van de RES 2.0, (2023) met de gemeenten te onderzoeken of een specifiekere rol voor de regio met betrekking tot het onderwerp energiebesparing gewenst is. paragraaf 1.2 - 2.1 - 2.2 6.1 - 8.2 - 8.5
Beantwoordingen wensen en bedenkingen RES Rotterdam Den Haag 11-3-2021
Nr
Organisatie
80
HH Delfland
Onderwerp / Korte formulering steekwoorden Samenwerking overheden
Antwoord
Verwijzing RES 1.0
Hartelijk dank voor uw reactie. We onderschrijven het belang van interdepartementaal samenwerken. Om de doelstellingen van de RES uit te kunnen voeren, zijn in de RES 1.0 randvoorwaarden gesteld aan het Rijk (o.a. financiering, subsidieregelingen en meer). De regio heeft niet specifiek inzicht in of de doelen van waterschappen eind 2020 worden behaald. Dit is aan de waterschappen zelf. De kosten en de betaalbaarheid van de transitie betreft meerdere aspecten. Het kan gaan om de transitie als geheel, de kosten voor inwoners, voor bedrijven in het bijzonder, de netbeheerder en de publieke organisatie. In de RES wordt inzicht gegeven in deze aspecten. Niet overal kan dat al even concreet, veel in de transitie die we nog voor de boeg hebben is namelijk nog onbekend. Bedankt voor uw aanvulling; uw duiding van de doelstellingen klopt. In de RES besteden we aandacht aan de formulering van deze doelstellingen.
Paragraaf 2.4, paragraaf 3.3, paragraaf 5.3
81
HH Delfland
Financiën
Mis een helder financieel kader. Wie gaat wat betalen? Alle maatregelen die zich binnen 20 jaar terugverdienen hebben de voorkeur.
82
HH Delfland
Als u naar het totaalbeeld van de RES’en kijkt, heeft u dan nog wensen en bedenking over samenhang, integraliteit, doelbereik en bovenregionale aspecten?
De opdracht van de RES is om met een bod te komen naar het Rijk, zodanig dat we op landelijk niveau Algemeen aan de 2030 doelstelling kunnen voldoen. De opdracht is dus NIET om de energietransitie tot 2050 met de technieken van vandaag op te proberen lossen.
83
HH Delfland
Delfland De Partij voor de Dieren ziet voor De Partij voor de Dieren ziet voor Delfland een rol weggelegd als energieleverancier. Vooral op eigen Algemeen energieleverancier! Delfland een rol weggelegd als terreinen dus maximale inzet op kleinschalige wind- en zonne-energie. Initiatieven op het gebied van Delfland energieneutraal? energieleverancier. Dit volgt aqua- en geothermie moeten wij nauwgezet volgen. Daarnaast zien wij een grote rol in productie van letterlijk uit ons groen gas en lokale duurzame warmtenetten rond de AWZI's De discussie die wij in de VV moeten verkiezingsprogramma. voeren is of Delfland een netto of bruto energieleverancier wil zijn. Het zuiveren van afvalwater kost Bedenkingen ten aanzien van de veel energie. Daarnaast is de energievraag afhankelijk van fluctuaties in het aanbod van afvalwater. invoering van de RES hebben wij Zowel kwantitatief als kwalitatief. De vraag is of wij als Delfland onze gehele energievraag willen dekken vooral richting de toebedeling van of bij piekbelastingen gebruik maken van het energienetwerk. Uiteraard moeten wij ook deze de energieproductie. Aangezien piekbelasting zoveel mogelijk mitrigeren samen met de omgeving. een deel van onze energieproductie, voornamelijk uit projecten door HVC, buiten de regio liggen geeft dit niet een compleet beeld van de werkelijke situatie.
De vraag is of dit invloed heeft op onze eigen ambitie richting energieneutraal.
Dit is een mooi idee. De RES gaat niet over de ambities voor het Hoogheemraadschap, maar wij nemen de gewenste acties en activiteiten van het Hoogheemraadschap mee in deze of toekomstige versies van de RES. Het Hoogheemraadschap is actief betrokken bij de uitwerking van de RES.
Paragraaf 4.2, paragraaf 8.2.3, paragraaf 8.3.2
390 HHSK
HHSK is energieneutraal in 2025.
HHSK heeft als doelstelling om in 2025 evenveel energie duurzaam op te wekken als het jaarlijks verbruikt. Hiervoor wordt ingezet op drie sporen: opwek van biogas via de vergisting van het zuiveringsslib; productie hernieuwbare elektriciteit via zonnepanelen en een waterkrachtcentrale en inzet op aquathermie, in het bijzonder de benutting van warmte uit het gezuiverde afvalwater.
Warmte
Aquathermie is een zeer interessante bron voor lage temperatuurwarmte. In de RES 1.0 wordt er aandacht Paragraaf 1.3 - 3.1 besteed aan de rol van aquathermie in de energievoorziening. Dit soort warmte is echter niet heel geschikt om 8.2.2 - 8.5 over grote afstanden te transporteren, en is daarmee een geschikte bron voor lokale warmtenetten. Het is belangrijk dat de waterschappen, als RES-partner, hun mogelijkheden om van aquathermie gebruik te maken verder in beeld brengen in onderzoeken en pilotprojecten, en met de gemeenten verkennen welke kansen er zijn om gebruik te maken van aquathermie als duurzame warmtebron.
391 HHSK
Zonnepanelen op water op gespannen voet met de waterkwaliteit
HHSK vraagt graag uw aandacht voor de mogelijke schadelijke effecten bij de energieopwekking door middel van zonnepanelen op water. Ons grootste zorgpunt hierbij is de kans op verslechtering van de waterkwaliteit.
Elektriciteit
392 HHSK
Zonnepanelen en windturbines op dijken op gespannen voet met de waterveiligheid
393 HHSK
Aquathermie is mogelijk een belangrijke energiebron in de warmtetransitie
HHSK vraagt graag extra uw aandacht voor de mogelijke effecten van energieopwekking op de Elektriciteit waterveiligheid. Zonnepanelen op dijken geven schaduw en daarmee kans op verslechtering van de erosiebestendigheid van de dijk. Daarnaast kunnen constructies beperkend zijn voor het uitvoeren van inspecties en onderhoud. Windmolens vormen mogelijk een probleem bij de stabiliteit en de veiligheid. Vandaar dat Schieland en de Krimpenerwaard op dit punt (zeer) terughoudend is en aanvullende voorwaarden en zekerheden zal verlangen van de initiatienemer. HHSK ziet kansen in aquathermie als duurzame warmtevoorziening van de regio en werkt graag samen Warmte met de regio bij de verdere verkenning. Het benutten van Thermische Energie uit Oppervlaktewater (TEO) heeft veel potentie maar vraagt om een zorgvuldige beoordeling ten aanzien van de waterkwaliteit. Naast thermische energie uit oppervlaktewater is ook Thermische Energie uit Afvalwater (TEA) een mogelijke warmtebron voor de energietransitie. Hierbij wordt in eerste instantie vooral gekeken naar warmte uit het effluent (gezuiverd afvalwater).
Het verder concretiseren van zoekgebieden vindt grotendeels plaats ná vaststellen van de RES 1.0. Dan wordt Paragraaf 4.3 (het door gemeenten gekeken naar de specifieke situatie. Dit behelst ook de impact van inpassing op het huidig vervolg), paragraaf 7.3 ruimtegebruik, milieuaspecten en bijvoorbeeld waterkwaliteit en -veiligheid. De punten zoals u deze aangeeft (proces) zullen dan ook in de nadere concretisering van zoekgebieden op/bij water meegenomen moeten worden. Zo kunnen voorwaarden worden opgesteld waarmee duidelijk wordt waarom inpassing van duurzame energie op die plek wel of juist geen doorgang kan vinden. Het verder concretiseren van zoekgebieden vindt grotendeels plaats na vaststellen van de RES 1.0. Dan wordt paragraaf 8.3.4 Frame 2 door gemeenten gekeken naar de specifieke situatie. Dit behelst ook de impact van inpassing op het huidig en paragraaf 7.6 ruimtegebruik, milieuaspecten en bijvoorbeeld waterkwaliteit en -veiligheid. De punten zoals u deze aangeeft zullen dan ook in de nadere concretisering van zoekgebieden op/bij water meegenomen moeten worden. Zo kunnen voorwaarden worden opgesteld waarmee duidelijk wordt waarom inpassing van duurzame energie op die plek wel of juist geen doorgang kan vinden. Aquathermie is een zeer interessante bron voor lage temperatuurwarmte.
In de RES 1.0 wordt er aandacht Paragraaf 1.3 - 3.1 besteed aan de rol van aquathermie in de energievoorziening. Dit soort warmte is echter niet heel geschikt om 8.2.2 - 8.5 over grote afstanden te transporteren, en is daarmee een geschikte bron voor lokale warmtenetten. Het is belangrijk dat de waterschappen, als RES-partner, hun mogelijkheden om van aquathermie gebruik te maken verder in beeld brengen in onderzoeken en pilotprojecten, en met de gemeenten verkennen welke kansen er zijn om gebruik te maken van aquathermie als duurzame warmtebron.
1
Krimpen aan den Betaalbaarheid, IJssel haalbaarheid, randvoorwaarden
Toelichting
Thema
Interdepartementaal werken is gewenst. Eenduidige afspraken maken met het Rijk. De opdracht van de Algemeen RES is om met een bod te komen naar het Rijk, zodanig dat op landelijk niveau aan de 2030-doelstelling kan worden voldaan. Worden doelen van waterschappen (groengas) gehaald eind 2020? Algemeen
Financiële en wettelijke Een van de grootste zorgen in deze energietransitie is de betaalbaarheid en haalbaarheid voor Algemeen randvoorwaarden zijn essentieel iedereen. Niet voor niets hebben de gemeenten tijdens de BALV van 29 november voorwaardelijk voor uitvoering van het ingestemd met het Klimaatakkoord. Financiële en wettelijke randvoorwaarden zijn essentiële voor de Klimaatakkoord en daarmee ook uitvoering van het Klimaatakkoord maar daarmee ook voor hetgeen is opgeschreven in de Concept RES. voor de Concept RES. Dit moet Dit kan niet genoeg benadrukt worden in de gezamenlijke lobby maar ook in de teksten van de RES 1.0. tekstueel benadrukt worden en Betaalbaarheid is ook een belangrijke randvoorwaarde om te zorgen voor draagvlak onder onze naar voren komen in gezamenlijke inwoners, maatschappelijke organisaties en ondernemers. lobby.
16
Paragraaf 2.4, 8.2.3 en paragraaf 8.2.4
Paragraaf 2.2
Betaalbaarheid van de transitie is een gedeelde zorg. Het betreft meerdere aspecten en wordt expliciet Paragraaf 2.4 en benoemd als publiek belang dat geborgd moet worden. Het kan gaan om de transitie als geheel, de kosten voor paragraaf 8.2.4 inwoners, voor bedrijven in het bijzonder, de netbeheerder en de publieke organisatie. Het belang voor een gezamenlijke lobby voor wat betreft de financiële en wettelijke randvoorwaarden van de energietransitie heeft onze aandacht en is ook terug te zien in de RES 1.0.
Beantwoordingen wensen en bedenkingen RES Rotterdam Den Haag 11-3-2021
Nr 2
Organisatie
Onderwerp / Korte formulering Toelichting Thema steekwoorden Krimpen aan den Energiebesparing en het Voor het behalen van de doelen in Door energie te besparen hoeft er minder geïnvesteerd te worden in duurzame bronnen. Algemeen IJssel benutten van het de RES zijn wij afhankelijk van Energiebesparing in de gebouwde omgeving is dan ook een belangrijk doel. Daaraan toegevoegd is het dakoppervlak moet landelijke subsidies en wet en zo veel mogelijk benutten van het dakpotentieel voor de opwek van zonne-energie. Dit vraagt grote financieel aantrekkelijk zijn regelgeving. Een goede invulling maar essentiële investeringen. De terugverdientijd hangt af van landelijke subsidies en wet en hiervan is voorwaardelijk voor ons regelgeving. Denk hierbij aan energiebespaarsubsidies (zoals de SEEH), het mogelijke alternatief voor de commitment aan de RES 1.0. salderingsregeling maar ook financieringsinstrumenten. Voor grootschalige opwek van duurzame energie er is een afhankelijkheid van provinciaal- en landelijkbeleid (bijvoorbeeld de SDE++ subsidie). Onze wens is dat in de RES 1.0 duidelijk wordt geschetst dat wij als regio op dit punt afhankelijk zijn van beleid op Rijksniveau en dat dat voorwaardelijk is voor ons commitment aan de RES 1.0.
3
Krimpen aan den Dominantie technische IJssel potentieel (rest)warmte
Werk in de RES 1.0 het onderdeel In de Concept RES wordt uitgebreid aandacht besteed aan de potentie van (rest) warmte Warmte warmte breder uit. Geef meer in onze regio. Enerzijds terecht, dat is ook wat onze regio uniek maakt en biedt ook mogelijkheden voor aandacht aan de financiële naast gelegen regio’s. Wij verwachten dat warmtenetten zeker een rol moeten spelen. Tegelijkertijd is haalbaarheid, draagvlak en andere er meer van belang dan alleen het technisch potentieel. (aantrekkelijke) alternatieven. Ook voor restwarmte gelden de geformuleerde randvoorwaarden waaronder betaalbaarheid. Naast betaalbaarheid is haalbaarheid en draagvlak van belang. Wellicht zijn andere routes denkbaar die beter, goedkoper, sneller dan wel duurzamer zijn. Wij verwachten dat het onderdeel warmte in de RES 1.0 breder uitgewerkt wordt en dat er meer aandacht komt voor de financiële component. Ook verwachten we dat gemeenten waar (rest)warmte een minder dominante rol speelt zich meer herkennen in de geschetste warmtelijnen in de Concept RES. Wij kijken vanuit het perspectief van de regio maar door de lens van Krimpen aan den IJssel.
4
Krimpen aan den Hybride warmtepompen in De potentie van groengas moet IJssel combinatie met duurzame niet beperkt worden tot onze gas is onderbelicht eigen regio en er moet meer aandacht zijn voor de route hybride warmtepompen in combinatie met duurzame gas.
5
Krimpen aan den Zon en wind zijn niet IJssel zomaar uitwisselbaar
6
Krimpen aan den Aansluiting andere RES IJssel regio’s
7
8
Terecht wordt geconstateerd dat de potentie van biomassa voor het produceren van groengas is Warmte beperkt in onze regio. Naar de inzet van groengas moet kritisch gekeken worden maar wij zien niet in waarom de potenties van groengas beperkt zou moeten worden tot onze eigen regio. Daarmee wordt een optie die voor sommige delen van onze regio mogelijk (beperkt) noodzakelijk is te snel uitgesloten. De optie hybride warmtepompen in combinatie met duurzame gas moet specifieker een plek krijgen in de RES 1.0.
Antwoord
Verwijzing RES 1.0
We onderschrijven het belang van passende randvoorwaarden en financieringsinstrumenten. Deze zijn écht Paragraaf 2.4, nodig om stappen te kunnen zetten op het gebied van energiebesparing en grootschalige opwek maar ook op paragraaf 4.1 en andere vlakken van de energietransitie. Het in kaart brengen van de benodigde randvoorwaarden en sturings- paragraaf 6.1 en financieringsinstrumenten is daarom een belangrijk onderdeel van de RES 1.0. Ook is er in de uitvoeringslijnen elektriciteit en warmte expliciet aandacht voor energiebesparing. De gemeenten delen onderling de kennis en ervaring, om de gemeentelijke inzet rond besparing mogelijk te maken.
Het is zeker de bedoeling om in de RES 1.0 een bredere analyse en vergelijking van de regionaal beschikbare Paragraaf 3.3 - 8.2 warmte op te nemen. Dit doen we op basis van een voor de RES 1.0. uitgevoerd scenario onderzoek en Eindrapportage analyses die de Gasunie uitvoert voor het ontwerp van een integrale warmtetransportstructuur binnen de consortium Royal gehele provincie Zuid-Holland. De scenario's schetsen de mogelijkheden om met regionaal grootschalig haskoningDHV beschikbare bronnen (geothermie en restwarmte) te voorzien in de warmtebehoefte van gemeenten waar de eigen specifieke gemeentelijke bronnen in onvoldoende mate beschikbaar zijn. Ook naar Krimpen aan den IJssel is aan de hand van de scenario's gekeken naar de kansen voor bovengemeentelijke warmte. Vergelijking van de scenario's vindt plaats op basis van betaalbaarheid, en ook duurzaamheid, betrouwbaarheid, rechtvaardigheid en vertrouwen). Op basis van al deze inzichten wordt in het RES 1.0. een richtinggevende koers voor het jaar 2050 geformuleerd voor de inzet van lokaal en regionaal beschikbare warmte. Het is de eerste keer dat een dergelijke diepgaande scenarioanalyse is uitgevoerd, met gebruik van alle inzichten van de beschikbare bronnen en de warmtevraag van gemeenten. Het zal zeker deze eerste keer nog niet tot concrete inzichten voor alle gemeenten leiden.
Voor de gemeenten waarvoor de scenario's nog geen helder inzicht geven over het tegen aanvaardbare kosten kunnen voorzien in de transportstructuur voor regionale warmte zal nader onderzoek na RES 1.0. moeten worden uitgevoerd, teneinde die duidelijkheid wel te kunnen geven en de resultaten daarvan in 2023 in de RES 2.0. te kunnen opnemen. De RES gaat er niet vanuit dat groengas enkel met reststromen uit eigen regio wordt opgewerkt. Echter, ook landelijk is de toekomstige beschikbaarheid van groengas beperkt. Om deze reden is in de RES een ladder opgenomen. Deze ladder komt overeen met het recente rijks- duurzaamheidskader biogrondstoffen (https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2020/10/16/duurzaamheidskaderbiogrondstoffen). Gezien de beperkte beschikbaarheid, en nog grote onduidelijkheid of deze gassen in voldoende mate beschikbaar komen, zet de regio voor de gebouwde omgeving dan ook vooral in op toekomstbestendigere strategieën zoals vraagreductie en het realiseren van de regionale warmteinfrastructuur voor die buurten waar dit een goede oplossing is. Een hybride warmtepomp vereist geen regiobrede strategie maar kan voor delen in de regio tijdelijk een oplossing bieden. Deze techniek kunnen gemeenten opnemen in hun eigen Transitie Visie Warmte.
Paragraaf 1.3 - 5 - 8.4
In de RES 1.0 is duidelijkheid over De regionale inzet vanuit onze RES regio komt uit binnen de bandbreedte van 3,2 – 2,8 TWh aan Elektriciteit hoeveel zon en hoeveel wind er in grootschalige wind- en zonne-energie (tot 2030. Wij hebben er begrip voor dat in deze fase de potentie onze regio opgewekt gaat worden in zowel zon als wind is uitgedrukt. Het wekt echter de suggestie dat zon en wind uitwisselbaar zijn. Dat en waar dit gaat gebeuren. zien wij anders, denk aan de impact op het elektriciteitsnet maar vooral ook de ruimtelijke inpassing. Wij verwachten dat in de RES 1.0 deze uitwisselbaarheid niet terugkomt zodat wij een duidelijker beeld kunnen vormen van de ruimtelijke consequenties in onze regio. De hoeveelheid natuur in onze regio is beperkt. De druk vanuit andere opgaves als woningbouw en klimaatadaptatie is groot. Wij vinden het belangrijk om een substantiële bijdrage te leveren aan de landelijke opgave maar niet ten koste van alles. Geef een duidelijk beeld van de Onze RES regio grenst aan meerdere andere RES regio’s. Wij hebben begrepen dat er zeker onderlinge Algemeen aansluiting op en samenwerking contacten zijn met deze buurt RES regio’s. Tegelijkertijd zouden wij op hoofdlijnen graag meer zicht met aangrenzende RES regio’s. hebben op hoe de aansluiting op en samenwerking met deze regio’s is. Onze wens is dat hier in de RES 1.0 meer aandacht voor is.
Krimpen is als verstedelijkte plattelandsgemeente niet uniek in deze regio, we zien veel kenmerken van onze gemeente terug in andere gemeenten in deze regio maar het is wel goed als ook de positie van randgemeenten goed terug te zien is in de RES 1.0.
Wij onderschrijven dat zon en wind niet uitwisselbaar zijn, inderdaad omdat zowel de impact op het net als op Paragraaf 4.3 het landschap anders is. Gedurende het proces naar de Concept RES is wel gesproken over techniekkeuzes, maar dit was op dat moment nog buiten scope: de focus lag op het identificeren van potentiële locaties voor het opwekken van duurzame energie in bredere zin. De RES 1.0 richt zich er wél op techniekkeuzes te maken. Dit zal nog niet op alle locaties mogelijk zijn, maar daar waar (onderbouwd) mogelijk komt dat terug.
De aansluiting op aangrenzende regio's heeft (ruimtelijk) aandacht binnen onze uitvoeringslijnen waaronder Elektriciteit. Zo bekijken we op hoofdlijnen hoe de zoekgebieden onderling samenhangen, maar ook samenhangen met bovenregionaal beleid en, inderdaad, aangrenzende RES-regio's. Tegelijkertijd zal dit punt ook in het vervolgproces aandacht vergen. Onderlinge samenwerking met soortgelijke gemeenten, waarbij ervaringen kunnen worden uitgewisseld helpt daarbij. De RES'en in de aangrenzende regio's kijken niet expliciet naar duurzame brandstoffen. Binnen deze uitvoeringslijn is geen verder contact geweest met andere RES-regio's. Wel letten wij op of er in andere regio's pilotprojecten gaande zijn waar wij van kunnen leren. Voor warmte(uitwisseling) is er nadrukkelijk bovenregionale samenwerking. Hetzij via de provinciale studie (systeemstudie Zuid-Holland) danwel bilateraal en vanuit processen zoals Warmtesamenwerking Oostland.
Paragraaf 5.2, paragraaf 7.2, paragraaf 7.3.5, paragraaf 8.2.3 en 8.3.4 (beleidskaders en weten regelgeving -> bovenregionaal beleid)
Krimpen aan den Visuele aantrekkelijkheid IJssel en leesbaarheid
Vergroot de visuele aantrekkelijkheid en leesbaarheid van onze RES. Weest trots op al het moois wat onze regio te bieden heeft op het gebied van energie.
We hebben respect voor al het werk wat verricht is sinds de laatste lokale consultatie in september Communicatie 2019 en snappen die druk die er was om tot dit concept te komen. Voor de RES 1.0 vragen wij u om meer aandacht te hebben voor de visuele aantrekkelijkheid en de leesbaarheid. Wij vormen met elkaar een prachtige RES regio waar nu al veel mooie dingen gebeuren op het gebied van de energietransitie. Ook zijn we al vroeg van start gegaan om in deze regio gezamenlijk op te trekken op het gebied van energie. Daar mogen we trots op zijn en het is goed om dat (met mooie beelden) terug te zien in de RES 1.0.
Dank voor de input. Leesbaarheid en aantrekkelijkheid is een nadrukkelijk aandachtspunt geweest voor het opstellen van de RES 1.0. Gezien die complexiteit en de doelgroep (volksvertegenwoordigers) blijft het echter wel een omvangrijk en complex product met een samenvatting. De RES 1.0 bevat alle informatie die op dit moment voor handen is en relevant kan zijn voor de oordeelsvorming door decentrale volksvertegenwoordigende organen. Ook op onze website kunt u veel informatie terugvinden.
Voorwoord en in totaal document verweven
Krimpen aan den Meer aandacht voor IJssel innovatie
Geef innovatie een prominentere rol binnen de pijlers. Vooral voor randgebieden kan innovatie erg belangrijk zijn.
Binnen de concept-RES zijn drie belangrijke pijlers benoemd. Voor elke pijler zijn een aantal mogelijke kansrijke oplossingsrichtingen benoemd. Deze oplosrichtingen en andere innovaties dienen een prominentere rol te krijgen. Echter deze kansrijke oplossingen bieden niet altijd een uitkomst voor de randgebieden van onze regio. Voor warmte is er bijvoorbeeld een groot potentieel aan restwarmte in deze regio, maar dat biedt geen uitkomst voor het vraagstuk warmte voor een gemeente als Krimpen aan den IJssel. Voor dit soort situaties is er meer behoefte aan innovatievere oplossingen. Randgebieden zijn daarom ook een uitgelezen mogelijkheid om innovaties te introduceren.
De RES gaat t.a.v. de onderdelen van het energiesysteem uit van bewezen oplossingen. Om o.a. te bepalen welke rol (huidige) innovaties daarbinnen kunnen spelen wordt gemonitord. De RES wordt elke twee jaar geactualiseerd. Gekeken naar het voorbeeld warmte is het nog wel relevant te noemen dat de Regionale Strategie Warmte zich primair richt op bovengemeentelijke kansen. In randgebieden kunnen duurzame brandstoffen mogelijk een rol spelen. Naar verwachting is er tot 2030 nog zeer grote onzekerheid over de beschikbaarheid, maar ook over de prijs van deze brandstoffen voor de woningen in de regio. In de tussentijd kunnen gemeenten zelf met pilots de daadwerkelijke mogelijkheden verder verkennen.
Geen specifieke locatie in de tekst, is verweven. O.a. paragraaf 5.3, paragraaf 8.4
17
Algemeen
Beantwoordingen wensen en bedenkingen RES Rotterdam Den Haag 11-3-2021
Nr
Organisatie
Onderwerp / Korte formulering steekwoorden Aandacht voor een aantrekkelijk aanbod voor glastuinbouw
9
Lansingerland
10
Lansingerland
Lokaal draagvlak voor de energietransitie
11
Lansingerland
Betaalbaarheid van de energietransitie
12
Lansingerland
Optrekken met ministeries om unieke kans van warmterotonde voortvarend te realiseren
13
Lansingerland
Draagkracht van het landschap
Toelichting
Thema
Zoals terecht in het document beschreven is, kan met verdere toepassing van collectieve warmte in de Warmte glastuinbouw een enorme reductie van aardgasverbruik en CO2-emissies worden gerealiseerd in deze regio. Belangrijkste uitgangspunt daarbij is dat de propositie van restwarmte niet onaantrekkelijk moet zijn t.o.v. de (aardgas)referentie. Wij vinden het van groot belang dat we bij het gebruik van restwarmte in het warmtenet geen afhankelijkheid, en daarmee een lock-in, van fossiele warmtebronnen creëren. Daarnaast mag het gebruik van restwarmte in het warmtenet geen financiële prikkel opleveren die milieubelastende warmteopwekking stimuleert. Het totaalpakket van wetgeving, stimuleringsmaatregelen en belastingen dient derhalve afgestemd te worden tot één aantrekkelijk pakket om de transitie te stimuleren. Denk hierbij aan SDE++, Opslag Duurzame Energie etc. Dit is nu niet altijd het geval. Wij roepen op om deze noodzaak sterk te verwoorden in de RES.
Bij het uitwerken van de concept In de concept RES zien wij op meerdere plekken het belang van vroegtijdige procesparticipatie en Communicatie RES naar de RES 1.0 zien wij lokaal financiële participatie (bv. lokaal eigendom) terugkomen, maar veelal als randvoorwaarde om draagvlak meer gepositioneerd als opweklocaties mogelijk te kunnen maken. Wij zien lokaal draagvlak als een zeer belangrijke, zo niet de randvoorwaarde voor het belangrijkste, voorwaarde voor het welslagen van de algehele energietransitie. Vanuit die optiek zou welslagen van de totale regionale lokaal draagvlak ook een plek moeten krijgen in de RES 1.0: als belangrijke randvoorwaarde voor het opgave die de RES is. slagen van die RES. Participatie is onontbeerlijk om dat draagvlak te kunnen bereiken, vooral in een relatief dicht bebouwd en dicht bevolkt stukje Nederland. Wij verwijzen in dit verband ook naar de op 8 mei jl. aan meerdere regiopartijen gezonden brief van EnergieSamen en de NMZH over dit onderwerp. De daarin opgenomen handreiking voor het vroegtijdig organiseren van participatie in het kader van de RES, onderschrijven wij. In de RES 1.0 wensen wij duidelijk Het principe van betaalbaarheid wordt meerdere malen –terecht– genoemd als één van de leidende Algemeen terug te lezen hoe het principes bij de regionale aanpak van de energietransitie.
Daarin herkennen wij duidelijk een belangrijk betaalbaarheidsprincipe geborgd punt zoals neergelegd in het Energieperspectief 2050. Uit de concept RES wordt echter onvoldoende wordt, met name met het oog op duidelijk hoe dat geborgd wordt. Onvoldoende duidelijk is nu hoe de betaalbaarheid van de huishoudens met een kleinere energietransitie een rol speelt in afwegingen die nog gemaakt moeten worden, bijvoorbeeld ten portemonnee. aanzien van de Regionale Structuur Warmte en installaties voor grootschalige opwek rekening houden met dit aspect. Specifiek vragen wij aandacht voor de gevolgen die de RES heeft (of kan hebben) voor huishoudens met een kleinere portemonnee. In iedere stap die we als samenleving de komende decennia zetten in de energietransitie, dienen we oog te houden voor de gevolgen voor kwetsbare groepen. In de RES 1.0 zien wij dan ook graag terug hoe het principe van betaalbaarheid geborgd moet worden in toekomstige keuzes, waarbij er expliciete aandacht geschonken moet worden aan huishoudens die nu al moeite hebben hun energierekening te betalen.
Ook in het vervolgtraject naar de RES 1.0 wensen wij blijvende aandacht voor waar wij ons als regio comfortabel bij voelen ten aanzien van de ruimtelijke implicaties van de grootschalige opwek van duurzame energie.
Antwoord
Verwijzing RES 1.0
Om tot een optimale uitrol van het transportnet te komen dient er ingezet te worden op een nauwe paragraaf 2.2.1 - 3.1 samenwerking tussen de transitie in het glastuinbouwgebied en de gebouwde omgeving. Deze twee opgaven 3.3 - 7.6 - Juridisch kunnen elkaar daarmee versterken en zorgen voor versnelling en optimalisatie van de warmtetransitie. Op dit rapport moment is de business case voor het transformeren van de warmtevoorziening voor glastuinbouw en sturingsinstrumenten gebouwde omgeving veelal niet positief en dus lastig haalbaar. De betaalbaarheid voor de eindgebruikers is publieke belangen niet gegarandeerd. Enerzijds kan dit verbeterd worden door wet- en regelgeving, anderzijds vraagt dit effectieve financierings- en bekostigingsinstrumenten. Dit zijn onderwerpen waar met name de Rijksoverheid aan zet is en waar een actieve inzet vanuit partijen uit de regio belangrijk is om bij de Rijksoverheid het belang en de mogelijke wijzen van invulling te bepleiten. De ervaring tot nu toe is dat per onderwerp bezien wordt wie het beste inzet kan verrichten (clusters van gemeenten gezamenlijk, gemeenten tezamen met marktpartijen of een directe inzet namens de RES). Om deze punten bij de Rijksoverheid onder de aandacht te brengen is het in kaart brengen van de benodigde randvoorwaarden en sturingsinstrumenten daarom een belangrijk onderdeel van de RES 1.0.