Nota activabeleid 2021
Tekst van het document
Nota Activabeleid 2021
Control en Informatie
Postadres Postbus 25, 3200 AA Spijkenisse Bezoekadres Raadhuislaan 106, 3201 EL Spijkenisse Telefoon 14 0181 E-mail gemeente@nissewaard.nl www nissewaard.nl
Inhoudsopgave
1. Inleiding ............................................................................................................................................ 3 1.1 Kaders .......................................................................................................................................... 3 1.2 Leeswijzer .................................................................................................................................... 3 2. Investeren en activeren ................................................................................................................... 4 2.1 Definitie van een investering....................................................................................................... 4 2.2 Criteria voor het activeren van vaste activa ................................................................................ 5 2.3 Bijzondere regels bij immateriële vaste activa............................................................................ 6 3. Waarderen ....................................................................................................................................... 7 3.1 Uitgangspunten bij waarderen ....................................................................................................
7 3.2 Op- en afwaarderen .................................................................................................................... 7 4. Afschrijven........................................................................................................................................ 8 4.1 Afschrijvingsmethode .................................................................................................................. 8 4.2 Start van afschrijven .................................................................................................................... 9 4.3 Afschrijvingstermijnen................................................................................................................. 9 4.4 Afschrijving van grond ................................................................................................................. 9 4.5 De restwaarde van een actief.................................................................................................... 10 5. Werkwijze voorstellen, vaststellen en rapporteren van investeringen ......................................... 10 5.1 Aanvragen van en rapporteren over investeringen .................................................................. 10 5.2 Vastleggen van investeringen ................................................................................................... 12 6.
Onderhoud ..................................................................................................................................... 12 6.1 Definitie onderhoud .................................................................................................................. 12 6.2 Beleidskaders............................................................................................................................. 13 6.3 Beheerplannen .......................................................................................................................... 13 Bijlage 1. Afschrijvingstermijnen ........................................................................................................... 15
2
1.
Inleiding
Hierbij bieden wij u de nota Activabeleid 2021 voor de gemeente Nissewaard aan. In artikel 9 van de Financiële verordening van de gemeente Nissewaard is vastgelegd dat het college de raad een (bijgestelde) nota Activabeleid aanbiedt wanneer daar aanleiding toe is. Deze nota wordt door de raad vastgesteld en bevat ten minste: de wijze van waarderen van activa; de wijze van activeren van activa; de wijze van afschrijven van activa. De notitie activabeleid is voor het laatst aan de raad aangeboden in 2015. Deze notitie activabeleid 2021 biedt een geactualiseerd beleid, waarbij rekening wordt gehouden met tussentijdse ontwikkelingen, bijvoorbeeld door wijzigingen in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). De wijzigingen ten opzichte van de nota uit 2015 zijn opgenomen in het raadsvoorstel.
1.1 Kaders De belangrijkste kaders voor dit activabeleid zijn opgenomen in het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV) en de Financiële verordening van de gemeente Nissewaard. Het BBV schrijft voor op welke wijze de gemeente moet begroten en verantwoorden en de wijze waarop zij uitvoeringsinformatie vastlegt. Artikel 59 tot en met 65 van dit besluit zijn specifiek gewijd aan het thema hoe de gemeente dient om te gaan met het waarderen, activeren en afschrijven van investeringen. Om een correcte interpretatie van deze artikelen te waarborgen heeft de commissie BBV een aantal stellige uitspraken gedaan. In de Notitie Materiele Vaste Activa 2020 van de commissie BBV zijn ook richtlijnen opgenomen voor de interpretatie van het BBV. De gemeente Nissewaard heeft conform artikel 212 van de Gemeentewet een Financiële verordening vastgelegd waarin is opgenomen hoe de financiële organisatie is ingericht en op welke wijze het financieel beheer wordt gecontroleerd. In artikel 5 van de Financiële verordening heeft de gemeente vastgelegd op welke wijze investeringskredieten worden geautoriseerd. Hierbij wordt zo veel mogelijk geregeld via de planning & control cyclus van de gemeente.
1.2 Leeswijzer De opbouw van dit activabeleid is in overeenstemming met de levensloop van een actief: van het voornemen tot investeren (kredietaanvraag), naar het daadwerkelijke investeren, activeren, waarderen, afschrijven en het weer buiten gebruik stellen van het geïnvesteerde (actief). Dit is opgenomen in hoofdstuk 2, 3 en 4. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de verschillende bestuurlijke en ambtelijke rollen bij investeringen. Tot slot is in hoofdstuk 6 meer informatie opgenomen over het onderscheid tussen investeringen en onderhoud. De nota materiele vaste activa van de commissie BBV is leidend voor deze nota. Per onderdeel is aangegeven wat de belangrijkste kaders zijn waar niet van afgeweken kan worden, en de wijze waarop de gemeente Nissewaard de eigen vrije beleidsruimte invult. In de bijlage is een overzicht van de afschrijvingstermijnen toegevoegd.
3
2.
Investeren en activeren
2.1 Definitie van een investering De levenscyclus van een vast activum begint met een investering. De commissie BBV definieert investeringen als ‘het vastleggen van vermogen in objecten waarvan het nut zich over meerdere jaren uitstrekt’. Een investering kan plaatsvinden door vervaardiging of aankoop van een nieuw activum, of door verbouwing of renovatie van een bestaand actief. In dit laatste geval is er alleen sprake van een investering als uitgaven: leiden tot een significante kwaliteitsverbetering; leiden tot een levensduurverlenging; aanpassingen betreffen om te voldoen aan wet- of regelgeving. Wordt er niet aan één of meerdere van bovenstaande voorwaarden voldaan, dan is er sprake van onderhoud en mag er niet worden geactiveerd. Meer informatie over onderhoud is opgenomen in hoofdstuk 6. Binnen de vaste activa wordt onderscheid gemaakt tussen materiele, financiële en immateriële vaste activa. Materiële vaste activa (BBV artikel 35) Materiële vaste activa zijn investeringen die een fysieke verschijningsvorm hebben, zoals gebouwen, wegen of bruggen. Het BBV schrijft voor dat de materiële vaste activa moeten worden opgenomen op de balans als: a. investeringen met een economisch nut; b. investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven; c. investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut.
Bovengenoemde categorieën worden apart op de balans opgenomen. Investeringen met een economisch nut (a en b) zijn verhandelbaar en/of kunnen bijdragen aan het genereren van middelen. Dit in tegenstelling tot de investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut; deze zijn niet verhandelbaar, maar vervullen wel een duidelijke publieke taak. Voorbeelden hiervan zijn verkeersregelinstallaties, openbare verlichting en investeringen in wegen. Investeringen met een economisch nut en investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut kunnen vervolgens worden onderverdeeld naar de volgende drie categorieën: Nieuwe- of uitbreidingsinvesteringen. Dit zijn investeringen ten behoeve van de ontwikkeling van nieuwe activiteiten of uitbreiding van de huidige activiteiten. Bijvoorbeeld: een nieuw schoolgebouw, de reconstructie van een weg, nieuwe iPad's, enzovoorts. Vervangingsinvesteringen. Dit zijn investeringen ten behoeve van de vervanging van een (bestaand) actief als gevolg van economische veroudering of slijtage. Bijvoorbeeld: het vervangen van een auto, computers, kopieerapparaten, enzovoorts. Levensduurverlengende investeringen. Dit zijn investeringen die worden gedaan ten behoeve van een bestaand actief en expliciet leiden tot een substantiële levensduurverlenging van het betreffend actief.
Bijvoorbeeld: het renoveren van een gebouw, het impregneren van een kademuur, enzovoorts. Financiële vaste activa (BBV artikel 36) Financiële vaste activa zijn ‘niet tastbare bezittingen die voor een lange termijn geld waard zijn, waarvan de waarde niet per direct besteed kan worden’. Volgens het BBV bestaan deze uit de volgende categorieën die apart op de balans moeten worden opgenomen: kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen, gemeenschappelijke regelingen en overige verbonden partijen;
4
leningen aan openbare lichamen, woningbouwcorporaties, deelnemingen en overige verbonden partijen; overige langlopende leningen; uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rentetypische looptijd van één jaar of langer; uitzettingen in de vorm van Nederlands schuldpapier met een rentetypische looptijd van één jaar of langer; overige uitzettingen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer.
Immateriële vaste activa (BBV artikel 34) Immateriële vaste activa zijn de bezittingen van de gemeente die niet onder de categorie materieel of financieel vallen, maar wel waarde hebben én vallen onder een van de volgende categorieën: a. kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio; b. kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief; c. bijdragen aan activa in eigendom van derden. Kosten die niet onder deze opsomming vallen mogen niet onder immateriële vaste activa worden opgenomen. 2.2 Criteria voor het activeren van vaste activa In het BBV (artikel 59) is opgenomen dat alle investeringen zoals gedefinieerd in hoofdstuk 2.1 moeten worden geactiveerd, met uitzondering van kunstvoorwerpen met een cultuur-historische waarde. Hierbij worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: 1. Het actief moet over een periode van meerdere jaren gebruikt kunnen worden. Activa met een levensduur van twee jaar of minder worden direct ten laste van de exploitatie gebracht. 2. De minimumwaarde van een investering stelt de gemeente vast op € 25.000. Dit is inclusief niet-compensabele en niet-verrekenbare BTW. Investeringen onder dit bedrag worden niet geactiveerd, maar komen ineens ten laste van de exploitatie van betreffende boekjaar.
Bij het activeren van investeringen wordt geen onderscheid gemaakt tussen investeringen met economisch of maatschappelijk nut. 3. Een uitzondering op de ondergrens vormen aankopen die als losstaand actief weliswaar de ondergrens niet overstijgen, maar in grotere aantallen worden aangeschaft en daarmee wel de ondergrens overstijgen. Denk daarbij aan een vervangingsinvestering van computers of meubilair. Het is niet toegestaan om een investering op ‘onlogische’ wijze op te delen om beneden de gestelde ondergrens voor activeren te blijven. Identieke activa worden daarom, met inachtneming van de levensduur, samengevoegd onder één noemer en geactiveerd. 4. Een uitzondering op de ondergrens vormen ook investeringen in gronden en terreinen, die altijd worden geactiveerd. Dit geldt ook voor in erfpacht uitgegeven gronden. Bouwgrond in exploitatie valt hier niet onder; dit behoort tot de vlottende activa en valt daarom niet onder de werking van deze nota. Voor grondexploitaties en strategische gronden gelden afzonderlijke beleidsregels, zoals opgenomen in de nota grondbeleid 2017. De commissie BBV heeft aangegeven dat kosten van ondergrond van wegen worden geacht onlosmakelijk te zijn verbonden met de kosten van de weg. Het is niet duidelijk of dit geldt voor alle investeringen met een maatschappelijk nut.
Vanuit dit perspectief handhaaft de gemeente de eerdere beleidslijn dat ondergrond die onlosmakelijk verbonden is met een investering van maatschappelijk nut, bijvoorbeeld een weg, rotonde, park of plantsoen, als onderdeel van het vast actief wordt beschouwd en zal samen met het actief worden geactiveerd en afgeschreven. 5. Eventuele tekorten in de exploitatie moeten in één keer ten laste worden gebracht van het eigen vermogen en mogen niet geactiveerd worden omdat ze geen meerjarig nut hebben. 6. Volgens de stellige uitspraken van de commissie BBV valt software (als afzonderlijk actief) onder de materiële vaste activa, namelijk als investering met economisch nut. Kosten van software moeten zoveel mogelijk worden toegerekend aan de periode waarop deze kosten betrekking hebben. Ook gebruiksrechten op software voor onbepaalde duur die in één keer 5
in rekening worden gebracht worden geduid als investering met economisch nut, zoals bedoeld in het BBV artikel 35 lid 1a. Wanneer er implementatiekosten zijn verbonden aan nieuwe hardware of software, worden deze geactiveerd. Bij software geldt dat dit wel moet gaan om een eigen actief of om gebruiksrechten voor onbepaalde duur. Activering vindt plaats omdat de implementatie valt onder de bijkomende kosten die als onderdeel van de verkrijgingsprijs (zie hoofdstuk 3) worden gezien. De implementatie is namelijk noodzakelijk om het actief in gebruik te kunnen nemen. Implementatiekosten kunnen zowel de kosten van externen als de kosten van eigen medewerkers betreffen. 2.3 Bijzondere regels bij immateriële vaste activa Activeren van kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio Voor het activeren van kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio gelden afwijkende voorschriften. Deze kosten mogen, maar hoeven niet geactiveerd te worden. In de toelichting van het BBV is daarbij opgenomen: de afschrijvingsduur van de kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio, is maximaal gelijk aan de looptijd van de lening. De gemeente Nissewaard hanteert de werkwijze om deze kosten niet te activeren.
Activeren van kosten voor onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief Ook voor het activeren van kosten voor onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief gelden afwijkende voorschriften. Het activeren van deze kosten is niet verplicht. De kosten kunnen volgens artikel 60 van het BBV worden geactiveerd als: het voornemen bestaat het actief te gebruiken of te verkopen; de technische uitvoerbaarheid om het actief te voltooien vaststaat; het actief in de toekomst economisch of maatschappelijk nut zal genereren; de uitgaven die aan het actief zijn toe te rekenen betrouwbaar kunnen worden vastgesteld. De gemeente Nissewaard hanteert de werkwijze dat de kosten van onderzoek en/of voorbereidend werk (exclusief eigen ureninzet) worden geraamd bij de investering. Hiervoor wordt een voorbereidingskrediet gevraagd. Indien tot een investering wordt overgegaan en aan de overige hierboven beschreven eisen wordt voldaan, wordt het voorbereidingskrediet meegenomen in de investering. Voor voorbereidende kosten voor grondexploitaties gelden aparte beleidsregels die zijn opgenomen in de nota Grondbeleid 2017. Activeren van bijdragen aan activa in eigendom van derden Ook voor bijdragen aan activa in eigendom van derden geldt dat het activeren van deze bijdragen niet verplicht is.
Artikel 61 schrijft voor dat deze bijdragen kunnen worden geactiveerd als er cumulatief wordt voldaan aan het volgende: er is sprake van een investering door een derde; de investering draagt bij aan de publieke taak; de derde heeft zich verplicht tot het daadwerkelijk investeren, op een wijze zoals is overeengekomen; en de bijdrage kan worden teruggevorderd, indien de derde in gebreke blijft of de gemeente anders recht kan doen gelden op de activa die samenhangen met de investering. De gemeente activeert in principe geen bijdragen aan activa in eigendom van derden. Wanneer hiervan wordt afgeweken moet er een gemotiveerd raadsbesluit aan ten grondslag liggen.
6
3.
Waarderen
3.1 Uitgangspunten bij waarderen Activeren op basis van verkrijgings- of vervaardigingsprijs Alle materiele en immateriële activa, die op de balans worden opgenomen, vertegenwoordigen een zekere waarde. Artikel 63 van het BBV schrijft voor dat activa worden geactiveerd op basis van de verkrijgingsprijs of de vervaardigingsprijs: Verkrijgingsprijs: de inkoopprijs met bijkomende kosten. Vervaardigingsprijs: de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. Dit laatste betekent dat een redelijk deel van indirecte kosten in de prijs kan worden opgenomen en rente kan worden toegerekend over het tijdvak van de vervaardiging van het actief. BTW wordt niet geactiveerd als deze verrekenbaar of compensabel is volgens de Wet op het BTWcompensatiefonds. Is dit niet het geval, dan verhoogt de BTW de waardering van het actief. Een bijzondere categorie zijn in erfpacht uitgegeven gronden. Voor deze gronden geldt de prijs van eerste uitgifte als verkrijgingsprijs. Gronden in eeuwigdurende erfpacht worden gewaardeerd tegen registratiewaarde (zie BBV notitie Erfpacht Gronden 2017). Waarderen voor het bruto bedrag, tenzij Artikel 62 van het BBV schrijft voor dat alle vaste activa voor het bedrag van de investering (bruto bedrag) worden geactiveerd.
Dat houdt in dat reserves niet in mindering mogen worden gebracht op de boekwaarde van een investering. Reserves mogen wel gebruikt worden ter dekking van de jaarlijkse kapitaallasten. In het BBV zijn twee uitzonderingen opgenomen, waarbij de netto-methode wordt gehanteerd: Bijdragen van derden die in directe relatie staan met het actief: deze worden in mindering op de waardering van het actief gebracht (artikel 62 lid 2). Voorziening vervanging riolering: in de riool- of afvalstoffenheffing mogen bedragen voor toekomstige vervangingsinvesteringen worden opgenomen (o.g.v. Gemeentewet art. 229b lid 2, onderdeel a). Deze moeten dan wel aan een voorziening worden toegevoegd (BBV artikel 44 lid 1d). In het jaar dat de vervangingsinvestering daadwerkelijk plaatsvindt wordt de investering geactiveerd en dient het bedrag dat hiervoor uit de voorziening wordt gehaald in mindering te worden gebracht op de vervangingsinvestering (BBV artikel 62 lid 3). 3.2 Op- en afwaarderen De waarde van een actief kan aanzienlijk veranderen ten opzichte van de waarde die op de balans voor dat actief is opgenomen. De werkelijke waarde kan dan hoger of lager zijn. Actuele waarde bij waardevermindering- of vermeerdering Bij de waardering van de vaste activa met economisch nut wordt rekening gehouden met waardevermindering, als deze vermindering naar verwachting duurzaam is.
Een duurzame waardevermindering wordt direct verwerkt. Als er verwacht wordt dat een vast actief in waarde gaat verminderen, kan voor de waardevermindering een tijdelijke voorziening worden getroffen. Wanneer de duurzame waardevermindering definitief genomen is wordt er afgeboekt. Een duurzame waardevermindering vindt plaats onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar. Voorraden en deelnemingen worden tegen de marktwaarde gewaardeerd als de marktwaarde lager is dan de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Opwaardering van een activum vindt niet plaats (BBV artikel 63, 65).
7
Actuele waarde bij bestemmingswijziging Van activa waarvan de bestemming verandert, wordt de actuele waarde als gevolg van de nieuwe bestemming in de toelichting op de balans opgenomen (BBV artikel 63 lid 5). Ook hier geldt dat opwaardering van een activum niet plaats vindt. De verkrijgings- of de vervaardigingsprijs vormt de bovengrens. Afwaardering bij buitengebruikstelling Een actief dat buiten gebruik wordt gesteld wordt afgewaardeerd op het moment van buitengebruikstelling als de restwaarde lager is dan de op dat moment aanwezige boekwaarde. Bij gedeeltelijke buitengebruikstelling vindt afwaardering evenredig plaats. Opbrengst en boekwaarde bij verkoop Bij verkoop wordt een eventuele boekwinst of-verlies als incidentele bate of last verantwoord in de jaarrekening. De verkoopopbrengst en het afboeken van de boekwaarde worden afzonderlijk verantwoord en mogen niet met elkaar worden verrekend. De verkoopopbrengst mag ook niet worden verrekend met de aanschafwaarde van een eventueel vervangingsobject.
4.
Afschrijven
Op vaste activa waar waardevermindering plaatsvindt (ofwel met een beperkte gebruiksduur) moet worden afgeschreven. Er kan alleen worden afgeschreven op activa die in gebruik zijn. Artikel 64 van het BBV schrijft voor dat afschrijvingen worden doorgevoerd onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar. De grondslagen voor afschrijven moeten consistent worden doorgevoerd. Alleen met gegronde redenen mag in een jaar worden afgeweken van het voorgaande boekjaar. De gemeente is vrij om te kiezen welk afschrijvingsbeleid het hanteert. Wel wordt voorgeschreven dat in dit beleid aandacht wordt besteed aan: Afschrijvingsmethode per categorie; Moment van starten met afschrijven; De gebruiksduur per categorie kapitaalgoederen ofwel de afschrijvingstermijn; De componentenbenadering; Restwaarde. 4.1 Afschrijvingsmethode Lineair en annuïtair afschrijven De gemeente Nissewaard maakt in principe gebruik van de lineaire afschrijvingsmethode. Slechts wanneer er sprake is van een investering waar een tarief of huuropbrengst tegenover staat (bijvoorbeeld riolering, parkeergarages of panden), wordt gebruik gemaakt van de annuïtaire methode.
-
-
Lineair afschrijven: bij deze methode wordt elk jaar hetzelfde bedrag afgeschreven, waarbij de rentelasten jaarlijks omlaag gaan. De jaarlijkse afschrijving is gelijk aan de verkrijgingsprijs (indien van toepassing, minus de restwaarde) gedeeld door de afschrijvingstermijn. Annuïtair afschrijven: deze methode gaat uit van een gelijkblijvende jaarlijkse kapitaallast. Door de afschrijving vermindert de boekwaarde en daarom vermindert ook de rentecomponent. Vanwege de gelijkblijvende annuïteit neemt de afschrijving ieder jaar toe. Bij deze methode zijn de afschrijvingen aan het begin laag en aan het einde hoog.
8
De componentenmethode De componentenmethode houdt in dat een investering niet als één geheel wordt gewaardeerd en afgeschreven, maar in onderdelen wordt uitgesplitst op basis van de individuele economische gebruiksduur van die onderdelen. Onderdelen die afzonderlijk vervangen kunnen worden, hebben dus een eigen economische gebruiksduur. De gemeente Nissewaard maakt gebruik van de componentenmethode bij samengestelde investeringen, namelijk bij investeringen die op grond van de afschijvingstermijnentabel in bijlage 1 in meerdere onderdelen uiteen te splitsen zijn. De onderdelen die bij activering niet zijn gedefinieerd als component, maar onderdeel zijn van een groter actief en eerder vervangen moeten worden, vallen onder het groot onderhoud. Deze vervangingen worden opgenomen in een meerjaren onderhoudsplan en via een onderhoudsreserve worden de kosten van toekomstig groot onderhoud gelijkmatig gespreid in de tijd. 4.2 Start van afschrijven Voor de start van afschrijvingen geldt dat voor alle categorieën vaste activa dezelfde methode moet worden gehanteerd. De gemeente kan de methode zelf kiezen en vastleggen in het beleid. De gemeente Nissewaard start met afschrijvingen op 1 januari in het jaar volgend op het jaar dat de investering in gebruik wordt genomen. 4.3 Afschrijvingstermijnen De te hanteren afschrijvingstermijn voor een bepaald actief is op grond van het BBV (art.
64 lid 3) afhankelijk van de verwachte toekomstige gebruiksduur. De gemeente kan zelf per categorie vaststellen welke afschrijvingstermijn wordt gehanteerd, zolang de economische levensduur de technische levensduur niet overschrijdt. Er mag rekening worden gehouden met een restwaarde. De afschrijvingstermijn kan aangepast worden (korter of langer), indien de feitelijke gebruiksduur of gebruiksintensiteit bij nader inzicht afwijkt van wat vooraf was bepaald. Artikel 64 lid 2 BBV geeft aan dat de afschrijving slechts om gegronde reden af mag wijken van de grondslagen die in het voorgaande begrotingsjaar zijn toegepast. Wanneer de gemeente besluit een andere afschrijvingsduur te kiezen is er sprake van een schattingswijziging. In dit geval wordt de huidige boekwaarde als gevolg van de wijziging niet herrekend. Wel wordt de afschrijving over de aangepaste afschrijvingsduur opnieuw berekend. De raad beslist over het doorvoeren van een dergelijke wijziging bij de eerstvolgende jaarrekening. In bijlage 1 is een afschrijvingstabel opgenomen met de afschrijvingstermijnen voor de veel voorkomende typen activa in de gemeente Nissewaard. In bijzondere gevallen kan de raad besluiten een afwijkende afschrijvingstermijn te hanteren, wanneer hiervoor goed onderbouwde redenen zijn. Deze dienen te worden toegelicht bij de kredietaanvraag (zie H.5).
Als de afschrijvingstabel niet voorziet in een bepaalde activasoort kan de raad een besluit over de afschrijvingstermijn nemen, waarna de afschrijvingstabel hierop wordt aangepast. 4.4 Afschrijving van grond Grond neemt een bijzondere plaats in. Op grond kan niet worden afgeschreven, omdat grond geen slijtend actief is en daarom een eeuwigdurende gebruiksduur heeft. Uiteraard is het wel mogelijk dat het economisch nut van grond wijzigt. Samengevat wordt grond in drie situaties gebruikt. 1. Grond met economisch nut. 2. Grond in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut. 3. Grond in grondexploitatie. Zoals aangegeven in hoofdstuk 2.2 worden investeringen in grond altijd geactiveerd, behalve voor grondexploitaties en strategische gronden, waar afzonderlijke beleidsregels gelden. In de nota grondbeleid worden de regels met betrekking tot grond nader uitgewerkt.
9
4.5 De restwaarde van een actief De restwaarde is de schatting, tegen het prijspeil van het moment van ingebruikname, van de opbrengst die na de gebruiksduur nog gerealiseerd kan worden, verminderd met de te maken kosten voor verwijdering of vernietiging van (delen van) het actief. Er wordt bij de bepaling van de restwaarde dus geen rekening gehouden met mogelijke waardeveranderingen vanwege inflatie of deflatie, veranderende marktomstandigheden en dergelijke. De restwaarde dient reëel en per actief te worden geschat. De gemeente Nissewaard hanteert in principe geen restwaarde. Wel hanteert de gemeente de werkwijze dat alle volledig afgeschreven activa, zolang zij nog niet zijn afgestoten, met een bedrag van € 1 in de activa administratie worden aangehouden.
5.
Werkwijze voorstellen, vaststellen en rapporteren van investeringen
5.1 Aanvragen van en rapporteren over investeringen Rol van de raad Om een investering te realiseren wordt aan de raad een krediet gevraagd. De raad besluit vervolgens om het college van burgemeester en wethouders toestemming te geven om tot een bepaald maximumbedrag uitgaven te doen, ten behoeve van het realiseren van een in het besluit omschreven investeringsproject. Het krediet is bruto, dus het totaal van de geraamde investeringsuitgaven. Indien een bijdrage van een derde van toepassing is, is de investeringswaarde het verschil tussen de investeringsuitgaven en deze bijdrage. Met een meerjarenbegroting((s)wijziging) worden de lasten (afschrijvingen) en baten (eventuele bijdragen derden) gebudgetteerd. Investeringskredieten, die niet apart door de raad behandeld hoeven te worden, worden opgenomen in het investeringsplan en zijn direct bij de begrotingsbehandeling geautoriseerd. Een beschikbaar gesteld krediet mag niet voor een ander doel worden aangewend dan waarvoor de raad autorisatie heeft gegeven. Rol van het college Het college van burgemeester en wethouders laat de investeringen uitvoeren en legt bij de jaarstukken verantwoording af aan de raad over de realisatie van de voorgenomen investeringen.
Bij de behandeling van een tussenrapportage in de raad doet het college voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde investeringskredieten met sluitende begrotingswijziging. In de Financiële verordening 2020 van de gemeente Nissewaard, artikel 5 en 6, is opgenomen dat het college de raad actief informeert bij (dreigende) overschrijding van de geautoriseerde investeringskredieten. Indien de overschrijding lager is dan 50.000 euro, wordt dit door de raad geautoriseerd bij vaststelling van de jaarstukken. Is de afwijking groter dan 50.000 euro, wordt dit in een tussenrapportage aan de raad apart toegelicht. Gereed melden investering Na het gereed melden van een investering wordt de investering geactiveerd. De eventueel resterende middelen (meer geraamde kapitaallasten dan werkelijk benodigd) vallen vrij. Deze worden, indien relevant, in de eerstvolgende perspectiefnota of tussenrapportage verwerkt. Vrijval kapitaallasten Het vervallen of verlagen van een geraamd krediet of bestaand actief leidt tot vrijval van rente en afschrijvingskosten. De vrijval van afschrijvingen wordt zichtbaar gemaakt in de programmabegroting. Het resultaat kan worden ingezet voor vervangingsinvesteringen of andere doeleinden. De raad neemt hierover in de programmabegroting een expliciet besluit. De afschrijvingskosten kunnen echter niet zomaar een andere bestemming krijgen.
De vrijval van rente betekent een voordeel op het treasuryresultaat. Met andere woorden; een vrijval van kapitaallasten 10
leidt niet direct volledig tot dekkingsmiddelen voor een ander voorstel. In de nota rentebeleid wordt hier nader op ingegaan. Instrumenten voor vastlegging van investeringen Voor het vastleggen van investeringen en kredieten kent de gemeente Nissewaard de volgende instrumenten: - Het (meerjaren) investeringsschema bij de programmabegroting; - Het investeringsplan bij de programmabegroting; - De staat van restantkredieten in de jaarrekening. (Meerjaren) investeringsschema Bij een (meerjaren) investeringschema gaat het om het verkrijgen van inzicht in de noodzakelijke investeringen op middellange termijn. De gemeente Nissewaard werkt met een meerjaren investeringschema met een planningshorizon van 4 jaar. Hierbij geldt dat de informatie over investeringen in de eerste jaarschijf concreet en gedetailleerd is (zie hoofdstuk 5.3), terwijl de overige jaarschijven op hoofdlijnen weergegeven worden. Jaarlijks wordt bij het opstellen van het (meerjaren) investeringschema op de staat van activa en de investeringen die nog in het register staan een correctie voor inflatie toegepast. Dit betreft kredieten en restantkredieten. In de perspectiefnota worden de voor dat jaar geldende percentages vastgesteld. Zowel de opgenomen investeringen als de daarbij behorende kapitaallasten worden met het geïndiceerde percentage verhoogd.
Investeringsplan De investeringen uit de eerste jaarschijf van het (meerjaren) investeringsschema worden bij de programmabegroting in het investeringsplan opgenomen. Deze worden voorzien van een bondige toelichting. Deze toelichting kan bestaan uit een omschrijving van de geplande investering of een verwijzing naar de nota waar de investering uit voortvloeit. Hiermee worden op basis van het (meerjaren) investeringsschema door de raad de kredietaanvraag goedgekeurd en middelen beschikbaar gesteld voor de investeringen die in dat begrotingjaar gaan plaatsvinden. Nieuwe investeringswensen worden niet in het (meerjaren) investeringsschema opgenomen, maar worden via de Perspectiefnota of een separaat advies voorgesteld. Vervangingsinvesteringen worden toegevoegd aan het (meerjaren) investeringsschema. Voorwaarde daarbij is dat de vervanging is aangegeven in een door de raad vastgesteld meerjaren onderhoudsplan. Als er geen door de raad vastgesteld meerjaren onderhoudsplan is vallen de betreffende vervangingsinvesteringen ook onder de categorie nieuwe investeringen. Nadat de raad de perspectiefnota heeft vastgesteld worden de daarin genoemde investeringen toegevoegd aan het investeringsplan bij de programmabegroting voor het komende jaar.
Staat van restantkredieten Indien een investering niet in het jaar van planning is gestart, dan wordt voor 31 januari van het daaropvolgende begrotingsjaar een voorstel tot overboeking van het restant of volledig krediet naar een volgend jaar gedaan. De overboeking wordt met redenen omkleed. De verschuiving van de kapitaallasten wordt als begrotingswijziging meegenomen. Het overhevelen van een krediet kan alleen bedragen bij groter dan €50.000 en is voor twee jaar mogelijk. Daarna vervalt het krediet, tenzij er een gegronde reden is voor verlenging van deze termijn. Deze toelichting wordt opgenomen bij de overboeking. Indien nodig wordt opnieuw een investeringsvoorstel gedaan.
11
5.2 Vastleggen van investeringen In ieder voorstel tot investeren worden in ieder geval de volgende gegevens opgenomen: 1. Bedrag van de (bruto)investering (inclusief urentoerekening -/- eventuele restwaarde). Dit is het volledige bedrag van de investering. Eventuele bijdragen van derden, subsidies en/of onttrekkingen uit reserves en/of voorzieningen worden apart aangegeven. Hierbij wordt aansluiting gezocht bij het handboek projectmatig werken/ Prince2; 2. Afschrijvingstermijn (levensduur). Zie hoofdstuk 4.3; 3. Afschrijvingsmethode. Zie hoofdstuk 4.1; 4. Kapitaallasten voor de komende vier jaar. Met behulp van een rekensheet worden de kapitaallasten (rente en afschrijving) bepaald; 5. De aan de investering verbonden risico's. Bij het voorstel om investeringen aan te gaan worden de risico's in kaart gebracht. Daarbij wordt tevens aandacht gegeven aan mogelijke beheersmaatregelen. De risico’s en beheersmaatregelen worden indien nodig opgenomen in de paragraaf Weerstandsvermogen en de risico inventarisatie. 6. De niet-verrekenbare BTW component. Deze BTW component vormt een kostenpost. Ondersteuning bij de bepaling van deze component wordt gegeven door de fiscaal adviseur. Indien van toepassing worden ook de volgende gegevens opgegeven: 7. Duur van uitvoering van de investering. Het uitgangspunt hierbij is twee jaar.
Indien de uitvoering langer duurt wordt dit expliciet aangegeven. Dit is van belang bij meerjarige projecten. Er kan dan sprake zijn van het toerekenen van investeringsrente; 8. Datum van ingebruikname. Vanaf dit moment worden kapitaallasten geraamd. De datum van ingebruikname is per definitie 1 januari na de datum van oplevering. 9. Het actuele rentepercentage. Dit wordt gebaseerd op de uitgangspunten zoals opgenomen in de nota rentebeleid 2018; 10. Meerjarige lasten en baten van de exploitatiekosten. Voor een aantal investeringen geldt dat deze na ingebruikname kosten en baten met zich meedragen. Dit wordt opgenomen in de programmabegroting. Denk hierbij aan huuropbrengsten, verzekeringen, belastingen, energiekosten, schoonmaakkosten et cetera; 11. Gedurende de looptijd benodigde levensduur verlengende investeringen. Als een nieuwe investering vervangingsinvesteringen met zich meebrengt, dan moeten deze worden opgenomen in het (meerjaren) investeringsschema; 12. Een uitsplitsing in componenten. Bij de activa waar de componentenmethode wordt toegepast, worden in de financiële registratie de verschillende onderdelen apart vastgelegd. Toepassing en invulling van deze wijze van registratie wordt bij de investeringsaanvraag vastgelegd.
6.
Onderhoud
6.1 Definitie onderhoud Onderhoud gaat om de kosten die worden gemaakt voor kapitaalgoederen van de gemeente, om deze objecten gedurende de levensduur op een bepaald kwaliteitsniveau te houden of weer te krijgen. Volgens de stellige uitspraak van de commissie BBV mag klein en groot onderhoud niet worden geactiveerd, omdat het een object in goede, oorspronkelijke staat brengt en dus niet van invloed is op de bepaalde gebruiksduur van het object.
Klein onderhoud: door de commissie BBV is klein onderhoud gedefinieerd als de dagelijkse reparaties die noodzakelijk zijn om een object in goede werkende en veilige staat te houden. Dit wordt altijd uitgevoerd op basis van een van tevoren vastgesteld kwaliteitsniveau. Klein onderhoud wordt op een klein gedeelte van het object uitgevoerd, en gaat bijvoorbeeld om maatregelen die nodig zijn om representativiteit te behouden of om een object blijvend naar 12
behoren te laten functioneren. Kosten worden in het jaar van uitvoering ten laste van de exploitatie gebracht. Groot onderhoud: groot onderhoud wordt gedefinieerd als de lasten die na een langere periode van gebruik ontstaan door slijtage. Het gaat hier om gepland onderhoud dat op een substantieel deel van een object wordt uitgevoerd. Kosten worden in het jaar van uitvoering ten laste van de exploitatie gebracht óf ten laste gebracht van een vooraf gevormde voorziening (BBV artikel 44 lid 1c).
Op grond van artikel 9 lid 2 onderdeel c BBV dienen de beleidslijnen met betrekking tot relevante beheersmatige aspecten van deze activaportefeuille vastgelegd te worden in een verplichte paragraaf ‘onderhoud kapitaalgoederen’. 6.2 Beleidskaders Het beheer en onderhoud van kapitaalgoederen is geen doel op zich, maar moet altijd een bijdrage leveren aan het doel waarvoor de kapitaalgoederen zijn aangeschaft of vervaardigd. Kapitaalgoederen kunnen op verschillende kwaliteitsniveaus worden onderhouden. De gemeenteraad stelt het te handhaven kwaliteitsniveau vast. Artikel 12 lid 1 BBV schrijft voor dat een aantal categorieën kapitaalgoederen (minimaal) worden onderscheiden. De gemeente kan kiezen meer categorieën te onderscheiden. De gemeente Nissewaard hanteert de volgende categorieën: 1. Accommodaties, inclusief sport (BBV verplicht) 2. Riolering (BBV verplicht) 3. Wegen (BBV verplicht) 4. Civieltechnische kunstwerken 5. Openbare verlichting 6. Water (BBV verplicht) 7. Groen (BBV verplicht) 8. Spelen 9. Verkeer Een omschrijving per categorie is opgenomen in de begroting en jaarstukken in de paragraaf ‘onderhoud kapitaalgoederen’. Voor elke categorie geldt dat bij het einde van de technische levensduur wordt beoordeeld wat de technische staat is.
Indien de kwaliteit van de kapitaalgoederen nog afdoende is (binnen de kaders van de vastgestelde kwaliteitsniveaus, wordt de vervanging doorgeschoven in de tijd. 6.3 Beheerplannen Het BBV schrijft voor dat de financiële consequenties met betrekking tot beheer en beheerplannen zijn opgenomen in een bestemmingsreserve of een voorziening. Een voordeel van een voorziening is dat de lasten van groot onderhoud gelijkmatig verdeeld (egaliseren) kunnen worden over meerdere begrotingsjaren. Bij het gebruik van een voorziening is het verplicht om een actueel beheerplan te hebben. Het beleidsuitgangspunt van de gemeente Nissewaard is dat een beheerplan maximaal vier begrotingsjaren omvat (conform BBV is dat maximaal 5 jaar). De gemeente Nissewaard heeft per categorie kapitaalgoederen bepaalt of er gebruik wordt gemaakt van een bestemmingsreserve of een voorziening voor groot onderhoud. N.B. Op grond van onderwijswetgeving ligt de verantwoordelijkheid en het budget voor nieuwbouw en uitbreiding van schoolgebouwen bij de gemeente. De verantwoordelijkheid voor het (buiten)onderhoud en aanpassingen van schoolgebouwen in het primair en voortgezet onderwijs is
13
overgedragen naar de schoolbesturen. Scholen worden dus niet meegenomen in een onderhoudsplan van de gemeente.
14
Bijlage 1. Afschrijvingstermijnen Soort investering
Economisch / Afschrijvingstermijn maatschappelijk (jaren) nut
Immateriële vaste activa Kosten van onderzoek en ontwikkeling
Onder voorwaarden, activeren tot 5 jaar
Materiële vaste activa Automatisering Beeldscherm, PC, printers, overige hardware
E
3
Netwerkbekabeling
E
5
Netwerk (servers)
E
3
Software
E
5
Telefonie
E
5
Beweegbare bruggen
M
20
Duikers
M
30
Elektrische installatie en slagbomen
M
10
Vaste bruggen beton/staal
M
60
Vaste bruggen hout
M
30
Fonteinen
M
5
Bibliotheek
E
40
Brandweergarage Bernisse
E
50
Gemeentehuis
E
40
CV installatie
E
15
Elektrische beveiliging
E
10
Gebouwen (permanent/steen)
E
40
Gebouwen (semi-permanent)
E
20
Renovatie
E
20
Sporthallen
E
40
Tribunes (hout)
E
10
Tribunes (staal)
E
20
Wijkonderkomens
E
40
Woningen
E
40
Zonwering
E
10
Grond met economisch nut
E
n.v.t.
Grond openbare ruimte met maatschappelijk nut
M
Afschrijven cf. invest. Zie H2.2 opsomming 4
Grond in grondexploitatie, erfpachtgronden
E
n.v.t.
Bruggen, viaducten en duikers
Gebouwen
Gronden
Haven Damwandbeschoeiing
E/M
30
Damwand hout
E/M
30
Damwand staal
E/M
40
15
Haven
E
40
Kademuur
E
40
Steigers
E
30
Elektronische beveiliging
E
5
Energiebesparende maatregelen
E
10
Inbraakalarm/-signalering
E
5
Koffieautomaten
E
5
Kopieermachines
E
5
Liften
E
10
Luchtbehandelingsinstallaties / airco
E
10
Overige elektrische installaties
E
10
Portofoons
E
5
Telefooninstallaties
E
5
Trekkenwand
E
10
Trekkenwand besturingssysteem (incl. pc / constructie)
E
30
Archiefsystemen (geautomatiseerd)
E
5
Bureaus
E
10
Bureaustoelen
E
10
Overig meubilair en stoffering
E
10
Trekker
E
10
Vorkheftruk
E
10
Aankoop (per pand bekijken met maximum van)
E
40
Restauratie
E
cf. rest levensduur tenzij restauratie
Installaties
Inventaris
Machines, werktuigen en tractiemiddelen
Monumenten
Openbaar groen - alleen bij reconstructies
40
Openbare verlichting en verkeer Openbare verlichting (paal of armatuur)
M
20 / 40
Verkeersregelinstallaties
M
10
Fietsenstalling
E
10
Parkeergarages
E
40
Parkeermeters/automaten
E
5
Parkeerterreinen
E
25
Ondergrondse containers betonnen bak
E
40
Ondergrondse containers binnen bak
E
13
Aanleg milieustraat
E
40
Inrichting milieustraat
E
15
Pasjessysteem
E
10
E
60
Parkeren
Reiniging
Riolering Aanleg vrijvervalriolering / bezinkbassins
16
Drukriolering / rioolgemalen bouwkundig
E
45
Drukriolering/gemalen elektrisch/mechanisch
E
15
Persleidingen
E
45
Vervanging en verbetering
E
30
Nieuwbouw
E
40
Renovatie
E
30
Eerste inrichting
E
20
School-/speelplaats
E
15
Schoolwoningen
E
15
Semi-permanente noodlokalen
E
15
Noodlokalen
E
10
Scholen
Speelterreinen- alleen bij reconstructies
10
Sportterreinen Eerste aanleg
E
25
Kunststofatletiekbaan
E
20
Onderlaag kunstgrasveld
E
24
Opstallen
E
30
Toplaag kunstgrasveld atletiekbaan
E
15
Toplaag kunstgrasveld voet- en handbalveld
E
12
Verharde handbalvelden
E
25
Renovatie
E
15
M
40
Stemmachines
E
10
Verkiezingsborden
E
10
E
25
Bouw
E
40
Inrichting
E
10
Installaties
E
15
Straten, wegen en pleinen Verhardingen bij reconstructies Verkiezingen
Woonwagencentra Aanleg Zwembad
17