CConstaterende datNissewaard
Koppel je AI →
Document · PDF

Memo Rechtmatigheidsonderzoeken, rapport

Commissie Sociaal Domein 13 januari 2022, gemeente NissewaardBij agendapunt: Memo rechtmatigheidsonderzoeken, onderzoeksplan 2022 (verzoek mevrouw Van Wassenaar)3.427 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Onderzoeksplan 2022 Participatiewet, IOAW en IOAZ

datum vrijdag 30 juli 2021 versie 1 Auteur(s) K.C. Plugge

Postadres Postbus 25, 3200 AA Spijkenisse Bezoekadres Raadhuislaan 106, 3201 EL Spijkenisse Telefoon 14 0181 E-mail gemeente@nissewaard.nl www nissewaard.nl

Inhoud Onderzoeksplan 2022.............................................................................................................................. 1 1. Inleiding ........................................................................................................................................... 3 2. Onderzoek aanvragen uitkering levensonderhoud ......................................................................... 4 3. Signaal gestuurde onderzoeken ...................................................................................................... 5 4. Rechtmatigheidsonderzoeken......................................................................................................... 8 5. Debiteurenonderzoek ................................................................................................................... 10 6. Controle op het systeem ............................................................................................................... 11

1.

Inleiding

Het college is verantwoordelijk voor de rechtmatige uitvoering van de Participatiewet, Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) en Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ). In de diverse wetten is de opdracht verschillend verwoord. De strekking is echter altijd gelijk. Misbruik en oneigenlijk gebruik moet worden bestreden. Om dit te borgen is een goede administratie van belang en zijn controles nodig. Controles richten zich op het naleven van wetgeving. De eenheid Werk, Inkomen & Identiteit gaat echter een stap verder. Zo achten wij kwaliteit, proportionaliteit en subsidiariteit van belang en wordt gestreefd naar het breder perspectief van onderzoek. Heeft men wellicht ondersteuning van de gemeente nodig? De menselijke maat moet te allen tijde voorop staan. Ook hierbij geldt dat de conclusies en beslissingen volgend uit de controles onderbouwd moeten worden door vastgelegde administratie. Dit alles rekening houdend met het proportionaliteitsbeginsel. Het heeft dan ook de voorkeur om in besluiten richting de inwoner te benoemen waarom wij bepaalde gegevens opvragen.

Alle informatie die wij ontvangen en gebruiken over inwoners in verband met controles of aanvragen, verwerken wij met inachtneming van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) en de regels omtrent de bewaartermijnen van bewijsstukken, zoals vastgelegd in de selectielijst van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Op deze manier wordt de privacy van de inwoner gewaarborgd. Waar internetonderzoek, zoals onderzoeken naar Social Media, plaatsvind gebeurt dit met inachtneming van de Handreiking Internetonderzoek Participatiewet van de VNG. Formulieren welke gebruikt worden voor de controles zijn openbaar op de website van de gemeente te vinden. Dit geldt ook voor eventueel nieuw te ontwikkelen formulieren. De verantwoordelijkheid om regels na te komen ligt uiteraard bij de uitkeringsgerechtigde. Het is echter van belang dat de gemeente haar verantwoordelijkheid neemt door volledig en duidelijk te zijn in de informatievoorziening. Dit vanaf het moment van indienen van een aanvraag voor levensonderhoud en hiervoor al door heldere informatie op de gemeentelijke website. Belangrijke uitgangspunten voor onze houding ten tijde van deze onderzoeken zijn:  Iedereen is een onmisbaar lid van de samenleving en moet naar vermogen meedoen;  We streven naar een plus 1;  Men heeft een eigen verantwoordelijkheid;  Klantgerichte dienstverlening en goede voorlichting.

Wij gaan ervan uit dat iemand die een uitkering aanvraagt die nodig heeft en ons volledig informeert. Vertrouwen is het uitgangspunt. Bovenstaande loopt als een rode draad door alle activiteiten die wij ondernemen en wij gaan ervan uit dat deze handelwijze de nalevingsbereidheid van de uitkeringsgerechtigde vergroot. In dit Onderzoeksplan leggen wij de omvang en mate van controles bij aanvang van de uitkering, tijdens de uitkering en bij beëindiging van de uitkering vast. Ook is opgenomen hoe wordt gehandeld in het kader van Terugvordering en Verhaal. Als laatste maken wij inzichtelijk welke controles plaatsvinden om na te gaan of de Eenheid Werk, Inkomen & Identiteit zijn werkzaamheden juist en tijdig heeft verricht en welke mogelijkheden betrokkenen hebben indien zij het niet eens zijn met een genomen beslissing van de Eenheid of de bejegening.

2.

Onderzoek aanvragen uitkering levensonderhoud

Bij alle aanvragen voor een uitkering levensonderhoud wordt een onderzoek ingesteld. Dit ziet er in het kort als volgt uit:  De aanvraag wordt gecontroleerd om te verifiëren of alle benodigde informatie is geleverd. Hiermee vindt een eerste controle op het recht op een uitkering plaats;  Medewerkers van de Eenheid Werk, Inkomen & Identiteit verrijken de geleverde informatie door het raadplegen van bestanden. Dit gebeurt middels SUWI en de Basisregistratie personen (BRP). Dit zijn de gebruikelijke bronnen om te kunnen voldoen aan de Wet eenmalige gegevensuitvraag werk en inkomen;  Na eerstgenoemde stappen worden aanvullende gegevens opgevraagd indien dit noodzakelijk is om het recht te bepalen. Hierbij is sprake van maatwerk;  Zijn er gerede twijfels over de woon- leefsituatie kan een huisbezoek worden verricht. Bij het afleggen van een huisbezoek is altijd sprake van informed consent1;  De bevindingen van elk onderzoek worden in een onderzoeksrapport vastgelegd met een advies over het te nemen besluit;  Aansluitend wordt formeel besloten over toekenning of afwijzing van de aanvraag;  Betrokkenen hebben de mogelijkheid om naar aanleiding van de beslissing op hun aanvraag een bezwaarprocedure starten.

1

Belanghebbende moet op de hoogte worden gesteld van de reden van het huisbezoek en wat het gevolg voor het recht op bijstand is als toestemming wordt geweigerd. Om de woning binnen te treden heeft het college toestemming van belanghebbende nodig.

3.

Signaal gestuurde onderzoeken

Signalen Inlichtingenbureau Zoals eerder aangegeven hebben gemeenten de wettelijke taak om bijstandsuitkeringen te verstrekken, maar ook om zowel bij aanvang als gedurende de looptijd van de uitkering de rechtmatigheid te controleren. Het Inlichtingenbureau maakt het voor gemeenten mogelijk om dit effectief en efficiënt te verzorgen. De hoogte van een uitkering is afhankelijk van persoonlijke omstandigheden, inkomsten en vermogen. Het Inlichtingenbureau ondersteunt gemeenten bij het rechtmatig uitvoeren van deze wetten door gegevens van sociale diensten en de Sociale Verzekeringsbank (SVB) te koppelen aan gegevens over de klant bekend bij andere instanties zoals UWV, Belastingdienst, Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO), Basisregistratie Persoonsgegevens (BRP), Justitiële Informatiedienst (JustID), Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB), Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW) en andere gemeenten. Wanneer er gegevens bekend zijn bij deze bronnen en er is een overlap met een uitkeringsperiode wordt dit aan de gemeenten en SVB gemeld door middel van samenloopsignalen. Hoe werkt het? Het Inlichtingenbureau controleert doorlopend op omstandigheden die van invloed kunnen zijn op het recht op bijstand. Het resultaat van deze controle levert het Inlichtingenbureau in de vorm van samenloopsignalen, die automatisch ingelezen kunnen worden door de gemeente.

Deze signalen wijzen niet per definitie op onrechtmatigheid of fraude maar geven alleen aan dat een situatie onderzoekswaardig is. Welke signalen en waarom? Signaal Detentie

Waarom Iemand die in een penitentiaire inrichting zit heeft vanaf de dag van insluiting geen recht op een bijstandsuitkering.

Voortvluchtig veroordeelden

Mensen die veroordeeld zijn tot een vrijheidsbenemende straf maar zich hieraan onttrekken krijgen de status voortvluchtig veroordeelde. Deze personen zijn uitgesloten van recht op bijstand.

Uitkering gemeente

Kostendelers

andere Een bijstandsgerechtigde kan uitsluitend bijstand aanvragen bij de gemeente waar hij of zij als bewoner ingeschreven staat. Bijvoorbeeld als gevolg van verhuizing kan het voorkomen dat een iemand binnen meerdere gemeenten een uitkering ontvangt. Het Inlichtingenbureau levert hiertoe een signaal door onrechtmatig lopende uitkeringen beëindigd kunnen worden. Wanneer een woning wordt gedeeld met meerdere volwassenen moet de bijstandsuitkering daarop worden aangepast omdat woonkosten in dit geval kunnen worden gedeeld. Echter niet alle huisgenoten tellen mee. Uitgezonderd zijn: jongeren tot 21 jaar, studenten die een opleiding volgen die recht kan geven op studiefinanciering of een Beroepsbegeleidende leerweg (BBL) volgen. Het Inlichtingenbureau levert een signaal wanneer een mutatie ontstaat binnen het huishouden, die van invloed is op de norm. De wijzigingen die het Inlichtingenbureau signaleert zijn:  21e verjaardag van een medebewoner die niet studeert;  Inwoning of vertrek van een niet studerende medebewoner boven de 21 jaar;

 

Start of einde studie van een medebewoner boven de 21 jaar; Het bereiken van de 40e verjaardag van een medebewoner die studeert.

Inkomen (UWV)

Gedurende de looptijd van de bijstandsuitkering dient de gemeente te controleren of de bijstandsgerechtigde geen nieuwe inkomstenverhoudingen heeft die hij of zij niet heeft doorgegeven. Deze inkomsten dienen immers gekort te worden op de lopende uitkering. In plaats van hier zelf continu onderzoek naar te doen, kunnen gemeenten signaalgestuurd werken op basis van informatie van het Inlichtingenbureau. En bij nog niet bekende inkomstenverhoudingen het gesprek met hun cliënt aangaan.

Studiefinanciering

Een uitkeringsgerechtigde die studeert en aanspraak kan maken op studiefinanciering heeft geen recht op bijstand. De studiefinanciering is een voorliggende voorziening waarvan gebruik moet worden gemaakt voordat een beroep wordt gedaan op de bijstand.

Vermogen saldo en rente

Eigen vermogen heeft invloed op het recht van een bijstandsuitkering. Het Inlichtingenbureau helpt de gemeenten bij het inzichtelijk maken van dit vermogen door middel van signalen op saldo en rente.

Heffingskortingen

Heffingskortingen zijn kortingen op de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen. Door heffingskortingen hoeven burgers minder belasting en premies te betalen. Het recht op heffingskortingen is van invloed op de hoogte van de uitkering. Kortingen die niet in de loonstrook zijn verwerkt worden rechtstreeks aan de burger uitbetaald door de Belastingdienst. Burgers komen hiervoor in aanmerking via een voorlopige teruggaaf. Heeft een burger in diezelfde periode ook een bijstandsuitkering ontvangen, dan moet de hoogte van die uitkering worden aangepast. Het Inlichtingenbureau levert de volgende heffingskortingen:  Algemene heffingskorting van de partner (ook van de minstverdienende partner);  Arbeidskorting;  Inkomensafhankelijke combinatiekorting;  Ouderenkorting;  Alleenstaande ouderenkorting;  Jonggehandicaptenkorting;

Inkomsten box vermogen box 3

Voertuigbezit

1

en Inkomsten en vermogen kunnen van invloed zijn op het recht en de hoogte van een uitkering. Het Inlichtingenbureau stelt op basis van gegevens van de Belastingdienst vast of er sprake is van samenloop tussen het ontvangen van inkomsten en/of het hebben van vermogen en het hebben van een uitkering. Wanneer een uitkeringsgerechtigde in het bezit is van een auto of ander voertuig, kan dat van invloed zijn op de vaststelling van het vermogen. Daarom is het voor gemeenten belangrijk om informatie over voertuigbezit te ontvangen.

Inschrijving hoge school Om de re-integratie naar werk te versnellen hebben mensen met een of universiteit bijstandsuitkering een sollicitatieplicht. Werken krijgt voorrang op studeren, omdat gesteld wordt dat werk de snelste methode is om te re-integreren in het arbeidsproces. In een enkele uitzondering kan een opleiding de snelste weg naar werk zijn. Om dit proces te ondersteunen levert het Inlichtingenbureau een bestand met inschrijvingen bij

hogescholen en universiteiten aan gemeenten. Hiermee kunnen gemeenten per individu bepalen of de inschrijving voor een opleiding de mogelijkheid tot werken in de weg staat. Bankrekeningnummers

Bijstandsgerechtigden zijn verplicht om volledig inzicht te geven in hun financiële situatie en melding te maken van al hun bankrekeningen. Het Inlichtingenbureau ondersteunt de gemeenten bij het in kaart brengen en controleren van deze financiële gegevens.

Mijn Uitkering/ Herinneringsbrief inkomsten Klanten dienen eventuele wijzigingen in hun situatie te melden via Mijn uitkering. Mocht bekend zijn dat iemand andere inkomsten ontvangt en deze geeft om onbekende redenen zijn/ haar inkomsten niet door dan ontvangen zij een zogenaamde herinneringsbrief. Hierin wordt benadrukt dat men de inkomensgegevens moet aanleveren via Mijn uitkering.

Basisregistratie personen Bij wijzigingen in de Basisregistratie personen vindt een melding plaats bij de Eenheid Werk, Inkomen & Identiteit. Deze kan hierop nader onderzoek verrichten. Men heeft de verplichting bepaalde zaken te melden. De vorm van het onderzoek is derhalve afhankelijk van de inhoud van de melding en het feit of belanghebbende deze zelf al bij de Eenheid heeft gemeld of had moeten melden.

Beëindigingen/ Intrekkingen Bij alle beëindigingen en Intrekkingen van de uitkering wordt een onderzoek ingesteld. Dit ziet er in het kort als volgt uit:  Ongeacht de reden van beëindiging of intrekking van de uitkering wordt gecontroleerd per welke datum het recht eindigt. (De te overleggen bewijsstukken kunnen zich louter beperken tot een verificatie en validatie van de einddatum zelf.);  De eenheid verrijkt de informatie waar nodig door het raadplegen van bronnen en eventueel anders in te zetten onderzoeksmethodieken;  De bevindingen van het onderzoek worden in een onderzoeksrapport vastgelegd met een advies over het te nemen besluit;  Daarna word besloten over beëindiging, herzien dan wel intrekken van de uitkering.

4.

Rechtmatigheidsonderzoeken

‘Regulier’ Rechtmatigheidsonderzoek De gemeente doet een rechtmatigheidsonderzoek als iemand een bijstandsuitkering krijgt. Dit doen wij om te bekijken of iemand nog steeds recht heeft op een uitkering of dat deze wellicht ondersteuning nodig heeft van de gemeente op andere leefgebieden. Ook bekijken we regelmatig hoe het met belanghebbenden gaat bij het vinden van werk. Bij een dergelijk onderzoek onderzoekt de gemeente onder andere het volgende:  Bestaat er nog recht op uitkering?  Krijgt iemand nog de juiste uitkering?  Is er sprake van inkomen en is deze op de juiste manier in mindering gebracht?  Is het vermogen juist vastgesteld?  Houdt men zich aan de arbeidsverplichtingen? Administratief en mondeling rechtmatigheidsonderzoek Er is een administratief heronderzoek en een mondeling heronderzoek. Administratief rechtmatigheidsonderzoek Een administratief onderzoek is er om te bekijken of men nog steeds recht heeft op de uitkering. Voor dit ‘rechtmatigheidsonderzoek’ krijgt men een brief met het verzoek een aantal gegevens op te sturen. Vervolgens wordt het heronderzoek, in principe, administratief afgerond. Mondeling rechtmatigheidsonderzoek Ook kan een mondeling onderzoek plaatsvinden. Dit op verzoek van betrokkene, om de vooruitgang te bespreken in het vinden van werk of omdat de verkregen informatie tijdens het administratief onderzoek hier aanleiding toe geeft.

Het gesprek vindt, in principe, plaats bij de gemeente. Dit tenzij er redenen zijn om aan het onderzoek bijvoorbeeld een huisbezoek te koppelen. Tijdens het gesprek komen alle relevante zaken voor de uitkering aan de orde. Besluit van de gemeente Na het heronderzoek krijgt men schriftelijk bericht over de uitslag van het onderzoek.

Themacontroles Een themacontrole beperkt zich tot het onderzoeken van één of enkele onderdelen van de bijstand en wordt alleen uitgevoerd bij mensen met een uitkering die voldoen aan de kenmerken die vooraf zijn bepaald. Het maakt hierbij niet uit of de cliënt een uitkering op grond van de Participatiewet, IOAW of IOAZ ontvangt. Per kalenderjaar worden er tenminste één thema controle uitgevoerd. De verdere afhandelingsprocedure is gelijk aan die van de reguliere rechtmatigheidsonderzoeken. Bij een thema controle kan gedacht worden aan:  Bezit auto;  Inschrijving kamer van koophandel;  Parttime inkomsten;  Kostgangers. Indien er meer dan 50 uitkeringsgerechtigden voldoen aan de criteria van het thema zullen random 50 onderzoeken worden gedaan.

Onderzoek fraudemeldingen bij klanten met een lopende uitkering De gemeente ontvangt fraudemeldingen. Hierbij gaat het om informatie uit interne signalen, uit ‘tips en kliks’ van derden en uit onderzoeken van andere instanties. Fraudemeldingen worden indien relevant door het college integraal opgepakt met inachtneming van jurisprudentie, vigerende wetgeving en de AVG. Het gaat hier om dossiers waar mogelijk niet (alleen) de Participatiewet, IOAW of IOAZ van toepassing is. Het college beoordeelt de onderzoekswaardigheid van alle meldingen. In het geval van een lopende uitkering worden de consequenties voor de uitkering bepaald. Een onderzoek naar aanleiding van fraudemeldingen ziet er als volgt uit:  Vastgesteld wordt of het informatie over een klant betreft en of de informatie voldoende aanleiding geeft een nader onderzoek te starten, een zogenaamde prescreening. Het bepalen van de waarde van een melding kan leiden tot een onderzoek of het besef dat de melding (nu) niet onderzoekswaardig is. Indien de melding onderzoekswaardig is wordt besloten door het college welk onderzoeksmethodiek passend is bij hetgeen op dat moment bekend is. Dit betreft maatwerk. De melding wordt als (nu) niet onderzoekswaardig beschouwd indien er onvoldoende reden is voor een onderzoek.

Indien er sprake is van een lopende uitkering wordt de melding geregistreerd en afgesloten door de Eenheid Werk, Inkomen & Identiteit. 

 

Mocht nader onderzoek wenselijk zijn wordt op basis van subsidiariteit en proportionaliteit een onderzoeksmethodiek bepaald welke passend is bij hetgeen op dat moment bekend is. De meldingen worden te allen tijde verrijkt met informatie vanuit onze eigen dossiers en eventueel andere bronnen zoals SUWI & BRP. Onderzoek wordt verricht waarin de geïndiceerde onderzoeksinstrumenten (zoals bijvoorbeeld een huisbezoek) worden toegepast. Wélke instrumenten worden ingezet hangt zoals eerder aangegeven af van de aard van de melding; De ingezette onderzoekmethodieken en daaruit voortvloeiende bevindingen worden in een onderzoeksrapport vastgelegd met een advies over de uitkering; De eventueel noodzakelijke mutaties van de uitkering worden uitgevoerd.

Sociale recherche De sociale recherche werkt zowel in de hoedanigheid van sociaal rechercheur als toezichthouder. Als er sprake is van een vermoeden van fraude en het fraudebedrag is waarschijnlijk hoger dan € 50.000,- 2 dan wordt de zaak overgedragen aan de sociale recherche. Op dit moment verrichten de sociaal rechercheurs hun onderzoek binnen de wetgeving van het bestuursrecht. Ook zullen zij in de toekomst strafrechtelijk onderzoek verrichten. De bevoegdheden van de toezichthouder zijn gebaseerd op de Algemene wet bestuursrecht en gaan minder ver dan de bevoegdheden van de sociaal rechercheur. Anderzijds zijn ze aan minder voorwaarden en regels gebonden. Consulenten van de Eenheid Werk, Inkomen & Identiteit kunnen de sociaal rechercheurs ook inschakelen voor ondersteuning bij hun onderzoek. In dergelijke situaties worden eventuele stappen in het onderzoek zoals een huisbezoek gezamenlijk met de consulent ondernomen.

2

In specifieke situaties kan een sociaal rechercheur ook bij lagere fraudebedragen actie ondernemen. Zie: https://wetten.overheid.nl/BWBR0037704/2016-04-01.

5.

Debiteurenonderzoek

Verhaal Uit onderzoek is gebleken dat uit heronderzoeken gemiddeld slechts 15% leidt tot het opleggen van bijdragen of het verhogen van een verhaalsbijdrage. De uitvoeringskosten zijn dan vele malen hoger dan de opbrengsten. Daarom ziet de gemeente al enige jaren af van periodieke heronderzoeken naar de financiële draagkracht. Er worden wel periodieke heronderzoeken gedaan in situaties dat het adres van de onderhoudsplichtige onbekend is of deze in het buitenland verblijft. Een jaar na de eerste aanschrijving wordt in deze situatie een heronderzoek gedaan. Is het adres weer onbekend of verblijft de onderhoudsplichtige nog in het buitenland dan wordt vervolgens weer na een jaar de situatie opnieuw beoordeeld.

Terugvordering Uitkeringsinstanties, in deze de gemeente, moeten te veel verstrekte uitkering terugvorderen. Alleen in de uitzonderlijke situatie dat sprake is van een dringende reden mag van terugvordering worden afgezien. Indien er sprake is van een terugvordering doet de gemeente periodiek onderzoek. Per debiteur is dit eens per 36 maanden. Dit heronderzoek is een vangnet. Voor tussentijds te bewaken zaken wordt gewerkt met specifieke heronderzoeken (voorbeeld: is de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen nog steeds van toepassing) en met automatische bestandsvergelijkingen. Conclusie is dat voor dit onderdeel een combinatie van een periodiek heronderzoek, specifieke heronderzoeken en automatische bestandsvergelijking door bijvoorbeeld een signaal vanuit de Basisregistratie Personen een sluitend geheel vormen.

6.

Controle op het systeem

Klachtenprocedure Betrokkenen kunnen een klacht indienen over een gedraging door de gemeente die men onbehoorlijk vindt. Men vindt bijvoorbeeld dat het erg lang duurt om antwoord op een vraag of brief te krijgen, of dat men niet op correcte wijze te woord bent gestaan.

Gemeentelijke ombudsman Is betrokkene niet tevreden over de afhandeling van een klacht kan men terecht bij de gemeentelijke ombudsman. De gemeentelijke ombudsman is onafhankelijk. Hij onderzoekt en beoordeelt klachten over gemeentelijke diensten, gemeenteambtenaren en bestuurders.

Bezwaar Als de gemeente Nissewaard een besluit neemt waar men het niet mee eens is kan betrokkene daartegen bezwaar maken. In de beschikking is altijd opgenomen hoe betrokkene bezwaar kan maken. Dit dient binnen 6 weken nadat een besluit is genomen te gebeuren. Spoed -voorlopige voorziening Is er sprake van spoed bij het bezwaar wordt men verzocht telefonisch contact met de gemeente op te nemen om te bespreken wat de mogelijkheden zijn. Leidt dit niet tot een oplossing dan kan betrokkene bij de Rechtbank Rotterdam een verzoek voor een 'voorlopige voorziening' doen. Bij toekenning daarvan wordt de uitvoering van het besluit voorlopig geschorst.

Beroep Als men het niet eens bent met de uiteindelijke beslissing op bezwaar kan betrokkene daartegen beroep aantekenen bij de Rechtbank Rotterdam. Hoe iemand dit kan doen staat in het besluit op bezwaar vermeld. Aan deze procedure zijn wel kosten verbonden.

Interne controle De intern controleur houdt zich grotendeels bezig met het adviseren, opbouwen en controleren van een kwaliteitssysteem. Dus niet zo zeer het een-op-een controleren van dossiers, maar meer met het kwaliteitssysteem op zichzelf dat garant moet staan voor de kwaliteit. Interne Controle is dus: “Controle op de werking van het kwaliteitssysteem”. Vaak is de interne controle de enige inhoudelijk controle die dan ook nog achteraf plaatsvindt. Het geeft een mening over de uitvoering op grond van foutscores en zegt niet altijd wat over de werking van het systeem zoals bijvoorbeeld “zijn de werkprocessen goed ingericht of is de kwaliteitscontrole voldoende aanwezig”. Als deze belangrijke items in de controle niet ondervangen worden, is van besturing geen sprake en nemen de risico’s toe zonder het te weten. De rol van de interne controle is in dit systeem: “het meten van de kwaliteit van de uitvoering” op grond van de vooraf geformuleerde criteria. Dit zijn rijkscriteria maar ook gemeentelijke normen.

Accountant Het is de verantwoordelijkheid van de accountant om op basis van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV), het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado) en de materiewet- en regelgeving per specifieke uitkering zich een beeld te vormen van de aspecten die van belang zijn voor de controle op de getrouwheid en op de rechtmatigheid en de deugdelijke totstandkoming van de verantwoording. Met name wetten in formele zin, algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen die ten grondslag liggen aan of van belang zijn voor de specifieke uitkering, bevatten de normen waaraan de accountant toetst.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10970542/1